|
|
31-01-12 Riemen dichten veersjes moaken
Mijn moeder kende een rijmpje waar ik alleen het begin van ken. Wie weet de rest? Het is gemaakt in Edes/Veluws dialect en gaat als volgt: Riemen dichten veersjes moaken Zin dat zukke slimme zoaken 'k zeg ou neej 'k moak mien stark midden onder 't boerenwark inderhaast een vaars te dichten woar ge de pette van zou lichten O, schone koe, o edel dier "Wat is dat voor een leven hier" Zij steet doar bie ut grune hek " Vrouw slaot dat kiend es voor der bek" Ze geeft ons daaglijks melk en botter "Kiend houw es op met dat gesnotter" En daarbij ook haar vlees en vel "Pas op Gartjan, ik zie jou wel" "Ik stop ermee, ik doe't niet meer" Groeten, E. van de Bospoort Reacties: 5 04-06-12 Hi, Ik ken het lied en heb het geheel ergens opgeschreven, indien gewenst wil ik het aan U toesturen, m.v.g. John Kuiper John Kuiper 04-06-12 Geachte heer Kuiper Hartelijk dank voor uw reactie. Ik heb reeds eerder een reactie gehad. Dat was erg leuk maar toch was het hier en daar iets anders dan ik mij herinnerde. Daarom wil ik graag ook uw versie ontvangen. Bij voorbaat dank Evert van de Bospoort 07-06-12 Hi, ik heb het lied ergens opgeschreven, maar kan dat op dit moment niet vinden. Wanneer ik het weer vind, zal ik het laten weten. m.v.g. John Kuiper 07-06-12 Bram de dichter Riemen dichten versies maken Bint dar noe zukke slimme zaken? k'Zeg oe nee, 'k make mien stark Middenonder 't boerenwark Inderhoast un vers te dichten Woar 'j de pette veur zult lichten Gleuf ie 't niet. 'k zal 't oe bewiezen Wacht is 't is noe kwart veur vieven 'k Wed dat binnen un kwartier Op dit schone vel papier Een gedicht heb neer è schreven Net zo goed en net zo bes As er veur en noa mien `lèven Ooit een dichtstuk is à wes Kom loa 'ksaluk is beginnen Vrouwe holt oe proaties binnen en dat kindergoed wat stil Loat dat lèven wat bedoaren Want ik wil oe vast verkloaren Dat 'k een mooi vers maken wil Loat es zien woar za"k op dichten Huweliujkstrouw, nee, kinderplichten, Van de règen of de snee Of za"k dichten op mien vee? Wacht is ja verdreid nog toe Ik goa dichten op mien koe Bram heel ernstig noa de grond Dan noa de zolder, dan in "t rond Hij strijkt zo fors langs neus en hoofd Als was daar 't vers reeds gaar gestoofd De kinren vechten,janken. kijven En Bram begint zijn vers te schrijven Oh koe wat zijt gij een schoon dier (wat is het toch een leven hier) Aals gij mij toelacht uit de stal, dan weet ik niet hoe ik u prijzen zal Gij geeft ons melk en kaas en botter Klaas hou is op met dat gesnotter En botter en botter en wat nog meer En ok en ok en ok nog leer Oh koe gij zijt mijn trouwste vrind (wel drommels vrouw wat schreeuwt dat kind) (Zo kan k niet dichten zeg ik oe) En daarvoor dan ik u mien koe Wat staat uw hoofd fraai op uw romp (Pa, Jannes houwt mien met de klomp) Hoe zacht hoe glanzend is oe vel (Pas op Gartjan ik zie oe wel) Hoe lieflijk roept ge telkens boe Net als, nel als een echte koe Daarom mijn dier graas vrij en blij Ginds in de malse klaverwei Straks keert gij weer door "t groene hek (vrouw sloat dat kind is op de bek (wat ligt dat jong doar toch te janken) Woar was ik ok weer, oh juust das krek Straks keert gij weer door 't groene hek Ba foei roept plotseling onze zanger 'k Schei uut met dichten ‘k doe niet langer. John Kuiper 08-06-12 Beste Johan, Hartelijk dank voor het toesturen van dit gedicht. Dit is inderdaad zoals mijn moeder dar vroeger voordroeg. De versie die ik eerder kreeg was meer in het twentse dialect maar dit is meer veluws. Ik ben er erg blij mee. Bedankt voor alle moeite. Evert van de Bospoort Vorige oud gedicht-oproep Terug naar het overzicht van de oud gedicht-oproepen Volgende oud gedicht-oproep Heeft u problemen met invullen? Laat het ons weten. |