De benaming "Kermis" komt voort uit het kerkelijk
inwijdingsfeest. Zo'n 1000 jaar geleden werden over heel Europa duizenden nieuwe
kerken, kapellen, kloosters, "gasthuizen" e.d. gebouwd. Deze werden ingewijd met
een plechtige viering: de kerkemis. Deze kerkemis werd elk jaar op de
inwijdingsdag als herdenking herhaald.
Er is nog een andere versie: De kermis zou een
afgeleide zijn van de jaarmarkt en de handel. Jaarmarkt en Kermis waren in onze
streken eeuwenlang identieke begrippen, er werd hetzelfde mee bedoeld.
De
gelovigen mochten op die dag niet werken en moesten naar de kerk om mis te
vieren. Zo kwam er op die dag heel veel volk naar de mis.
Veel volk trok speelmannen en kooplieden aan die hun
waren aan de man probeerden te brengen. Al gauw kregen ze gezelschap van
muzikanten, jongleurs, acrobaten, goochelaars,en vuurspuwers, bereleiders en
andere artiesten die een graantje mee pikten van de vrijgevigheid van een
feestelijk gestemde menigte.
Met de tijd evolueerde ook kermis als volksfeest. Het
naar de mis gaan en het handel drijven werden stilaan bijzaak. De kermis
ontwikkelde zich tot een heus jaarlijks terugkerend feest.
Ker(k)mis wordt kermis
De kerkmis heeft een lange geschiedenis. Elke nieuwe
kerk of tempel, werd plechtig ingewijd. De plechtigheid is groter en plechtiger
naar mate de nieuwe kerk of tempel een belangrijkere positie inneemt in de samenleving.
De dag van de inwijding is een vrije dag, de mensen stromen toe, vergapen zich
aan het groot vertoon van de gasten, gaan op de knieën voor het Allerheiligste,
verstommen voor de aanblik van de relieken die in de ommegang worden
meegedragen.
Het feest van de inwijding is ook het feest
van de patroon onder wiens bijzondere bescherming de kerk zich heeft geplaatst.
Op zijn feestdag zal voortaan in de kerk en bijzondere dienst gehouden worden.
De ker(k)mis. In veel plaatsen worden dezelfde handelingen, rituelen en
ceremonies gebruikt die zich moeiteloos als ker(k)mis doet herkennen. Ook hier
geldt dat met het volk handel en amusement meekomen, wat tot gevolg
heeft dat de feestviering gaandeweg een breder en uitbundiger karakter krijgt;
het feest komt 'naar buiten'. De feestviering verwijdert zich van het
binnenkerkse gebeuren.
Kermis
en jaarmarkt
De handel is daar waar veel mensen bij elkaar komen.
Dat was vroeger bij jaar- markten. In de 10e eeuw en daarvoor ontstaat het
vermaak op de jaarmarkten.
Er komen acrobaten, dierentemmers, goochelaars,
muzikanten en toneelspelers. De jaarmarkten worden gehouden bij kerken. Onder de
Romeinen worden de markten uitgebouwd tot hoekstenen van het economisch leven.
De Romeinen gebruikten de markten om te kopen en te verkopen, om nieuwe wetten
en decreten af te kondigen en om zich te amuseren.
Koning Dagobert
Koning Dagobert
geeft, begin 7e eeuw toestemming, om 'ter ere van God en tot glorie van St.
Denys' een jaarmarkt te houden die 10 dagen mag duren. In de 8e eeuw geeft
ook Karel de Grote toestemming om zo'n jaarmarkt te houden.
Eind 9e eeuw is in
West-Europa een economisch dieptepunt bereikt en is de sociale ontwrichting,
die het gevolg is van de aanhoudende overvallen en plunderingen van de
Noormannen, maximaal. Maar daarna wordt de situatie beter. De invallen van
de Noormannen lopen ten einde en de kerk reorganiseert zich.
Aan het
eind van de 11e eeuw breekt voor West-Europa een periode aan van een sterke
economisch groei en van sociale veranderingen. De handel herleeft, steden
schieten als paddenstoelen uit de grond, en er vormt zich een nieuwe stand
van burgers. Kooplieden zwermen uit naar Venetië, de Vlaamse kust en de
Baltische landen. Op plaatsen langs de nieuwe handelswegen werken de oude en
de nieuwe jaarmarkten in Frankrijk en Vlaanderen zich op tot grote
jaarmarkten met veel bedrijvigheid.
Rond de
12e eeuw is zo'n negentig procent van de jaarmarkten in kerkelijke handen.
Dit verandert snel wanneer er meer steden komen. De burger-koopman neemt het
over van de kerken. De feestviering verwijdert zich van het kerkelijke
gebeuren en zo ontstaat de kermis die op eigen kracht vooruit gaat.
Jaarmarkt in de
Middeleeuwen
Reuzin en lilliputter
Het theater nam op
de kermis van de 17e en 18e eeuw een belangrijke plaats in.
Het zijn vaak rondreizende beroepsspelers die kluchten spelen. Om als
beroepstoneelspeler op andere manieren aan geld komen was er haast niet in
die tijd. Daarom moest het beroepstoneel het hele jaar door rondreizen en
stonden ze op kermissen.
In deze
gezelschappen zaten vaak mensen van buitengewoon postuur. Van lilliputter
tot reus. Ook hadden ze vaak dieren bij zich, zoals vogels en apen, en waren
er ook altijd muzikanten bij. In de 17e eeuw zijn er veel Engelse
toneelspelers in Nederland en in de 18e eeuw zijn dat de Franse
toneelspelers. Deze waren met name op de Utrechtse kermis vaak te zien zijn.
In de 19de eeuw werden
kermismolens voortgetrokken door pony's, paarden of ezels, soms ook door
kinderen. Deze duwden hun rijkere leeftijdgenootjes voort en werden aan het eind
van een een lange werkdag beloond met een gratis rit.
Met de opkomst van
stoommachines verschenen ook de eerste door stoom aangedreven kermisattracties
eind 19de, begin 20ste eeuw. Dokters uit die tijd waarschuwden voor de gevaren
van dergelijke molens. Een reactie die we niet zo ernstig moeten nemen aangezien
dokters toen ook het reizen met een snelheid van 40 km per uur met de stoomtrein
levensgevaarlijk noemden voor het menselijk lichaam.
De rups
Rond 1910
verschenen vervolgens de eerste elektrische kermisritjes. Het waren
voornamelijk rondritten in Alpenscènes met bergen en nepriviertjes die erg
"in" geraakten vlak voor het begin van de Eerste Wereldoorlog. Na de oorlog,
rond 1925 konden kermisgangers kennis maken met de "Rups". Deze frivole
attractie kwam overgewaaid uit Amerika. De Rups zou lange tijd een
succesnummer blijven. Het originele model van de Green Brothers werd pas in
1980 definitief afgebroken.
Rups
De carrousel
Vroeger
werden de beste architecten en kunstenaars ingehuurd om een nieuwe carrousel
te maken. Deze moest de rest overtreffen. In de 19e eeuw waren de carrousels
versiert met mooi houtsnijwerk in de mooiste kleuren. Ook werden er kralen,
spiegels en fluweel in verwerkt. Steeds groter en uitbundiger werd de ombouw
van de carrousels. Rond 1865 kwamen de eerste stoomcarrousels in Nederland,
die in Engeland gebouwd werden. Tot dan toe waren de carrousels alleen nog
maar een soort draaiorgels, maar met de komst van de stoomcarrousel werden
het carrousels met daarin een ronddraaiend plateau waar paarden op pronkten
die galopperende bewegingen maakten en waar men op kon zitten.
Nieuwe attracties
Luchtschommels
Zweefmolen jaren 50
Er was in de 19e eeuw een fabriek in
Engeland die niet alleen stoomcarrousels maakte, maar ook allerlei andere
attracties bedacht. Het waren de heren Savage en Walker die door allerlei
technische snufjes verschillende attracties bedachten. Deze attracties
konden diverse bewegingen maken. Ze konden draaien, schudden, stampen,
slingeren, zwaaien en zweven. Zij bedachten bijvoorbeeld cakewalks,
zweefmolens, reuzenschommels, rupsen, roetsjbanen en reuzenraderen.
Een andere
oude bekende uit Amerika, die op de Europese kermissen vlak voor de tweede
wereldoorlog verscheen was de Octopus.
Kop van Jut
Waar komt nou eigenlijk de attractie 'Kop van Jut' vandaan? In 1875 bekende
Hendrik Jacobus Jut dat hij de dader was van een in december 1872 gepleegde
roofmoord op een dame en haar dienstmeid. De kranten presenteerden Hendrik
Jut als een koelbloedige, vakkundige moordenaar en als de grootste boef van
de eeuw. Een kermisman kwam op het idee om een slagmachine te ontwerpen en
deze te vernoemen naar Hendrik Jut en hij noemde zijn attractie dan ook de
'Kop van Jut. Het publiek kon op die manier zijn afschuw over de dader
kwijt. Hendrik Jacobus Jut werd veroordeeld tot levenslang en overgebracht
naar de gevangenis in Leeuwarden. Het verhaal gaat dat hij vaak met zijn
hoofd tegen de muur van zijn cel beukte. Hij stierf in 1878, twee jaar na
zijn gevangenneming.
Hendrik Jut
Evolutie van de
draaimolen
Aan de basis van de eerste mechanische vermaakzaak op de kermis heeft
ontegenzeggelijk de draaimolen gestaan. Op haar principe berusten de meest
moderne attracties van nu. De grote evolutie die de draaimolen heeft
doorgemaakt, is waard om nader bekeken te worden. Aangenomen wordt dat de
carrousel ontstaan is uit de tol. Samen met de schommel was dit speeltuig de
enige vorm van vermaak bij onze voorvaderen. In speeltuinen uit die tijd
waren draaiende tollen bijzonder populair. De omvorming van tol naar
draaimolen bleek mogelijk door middel van enkele kruisbalken, waaraan touwen
zaten en waardoor het genot van een carrousel binnen handbereik lag. De
draaimolen, zij het erg primitief, was geboren. Vier liefhebbers van dit
vermaak pakten touwen beet, liepen snel in het rond totdat zij in de lucht
zweefden. Door de mast later te overkruisen met meerdere balken trad een
verbetering van de eerste amusementsinrichting in.
Toen door de toeloop der "clientèle",
verandering dringend noodzakelijk werd en de bezoekers minder
krachtinspanning eisten, was het logisch dat aan de afhangende touwen een
vloer werd vastgemaakt. Later liet men paarden deze volgeladen molen (de
bezoekers stonden toen nog op de vloer) in beweging brengen door een balk te
duwen. Omstreeks 1700 waren vele van deze draaimolens in gebruik. In de 19e
eeuw ontstonden steeds mooiere draaimolens met prachtig decorwerk
Oude draaimolen
Nieuwe draaimolen
Kermisshows
Bokstent 1963
Beloning een tientje
Lang voor de tijd van Rups en
Octopus, waren het de shows die veel volk lokten naar de kermis. Begin 19de
eeuw stonden er voornamelijk circussen, freakshows, gevechten met wilde
dieren, bokswedstrijden, tentoonstellingshows, theatervoorstellingen en
peepshows op het programma.
De spiegeltent
Een
spiegeltent is een ronde kiosktent met een bijzondere façade waarachter zich
een danssalon bevindt met een houten dansvloer, omringd door intieme nisjes
waar men kan zitten. Rondom zijn de steunpilaren bedekt met spiegels. Deze
spiegelpilaren rond de dansvloer geven de tent zijn naam. Naast de ingang is
een bar, waar men een goed biertje tapt. Het danssalon was de
kermisattractie waar gedanst werd op het draaiorgel dat achter in de tent
bespeeld werd. De meeste spiegeltenten raakten na de oorlog in verval door
de opkomst van de disco in de jaren '50. Slechts enkele zijn bewaard
gebleven.
1 pakje
vanillesuiker
1 theelepel zout
2 eieren
100 gram gesmolten, afgekoelde, nog vloeibare boter
4 dl lauwwarme melk, waarvan een deel gebruikt om 20 gram gist tot een papje
aan te maken
0,5 dl brandewijn
Bereidingswijze:
Beslag 1 uur laten rijzen. Wafelijzer heet maken, invetten met ongezouten
boter of margarine, in de ene helft van het ijzer beslag scheppen, ijzer
dichtklappen en wafel ongeveer 3 minuten bakken. Gesmolten boter erover en
rijkelijk poedersuiker.
Bron:
Mariannes web
Kermiswafels Zwitserse
Ingrediënten:
2 eieren
30 gr basterdsuiker
60 ml. slagroom
250 gr gezeefde tarwebloem
snufje zout
fijngeraspte schil van een
citroen
2 eetl. vanillesuiker
olie om te frituren
3 eetl. poedersuiker.
Bereidingswijze:
Klop de eieren met de suiker tot
een dikke bleke en romige massa, klop er geleidelijk de slagroom door. Zeef
de bloem samen met het zout. schep er de helft van het eimengsel door. Voeg
de citroenrasp en vanillesuiker toe. Doe de rest van de bloem erbij en meng
het geheel tot een zacht deeg. Als het nog steeds kleverig is voegt u een
klein beetje extra bloem toe.
Kneed het
deeg kort op een licht met bloem bestoven oppervlak tot het glad is, wikkel
het in folie en laat het 1 uur afkoelen. Verdeel het deeg in 20 gelijke
stukken vorm van elk stuk een bal en rol die op een licht bestoven werkvlak
uit tot wafeldunne schijven. van ong. 12 borstel het bloem eraf. Verhit de
olie in een frituur of grote pan, tot 180 gr. Doe de schijven 1 voor 1 in de
hete olie, en bak ze 15 sec. of zolang tot ze opgeblazen krokant en
goudbruin zijn. Keer ze om en laat ze nog eens 5 sec. bakken. Schep ze met
een schuimspaan uit de pan en laat ze uitlekken.
Bestuif ze flink met poedersuiker
als ze zijn afgekoeld.