|
Klik op de knoppen voor meer informatie
AD Geld en Recht
Alle bedragen die genoemd worden op deze pagina zijn de bedragen die gelden in 2012. Buitenlandbijdrage Zorgverzekeringswet Langer doorwerken Belastingschijven werk en woning (tarieven box 1) Wat gebeurt er met mijn pensioen als ik werk, naast mijn AOW Partnertoeslag AOW vervalt in 2015 5 vragen over pensioen en scheiding Pensioen aanvragen Schenkingen op papier AOW pensioen Forfaitaire bijtelling eigen huis Kantonrechtersformule Duur en hoogte werkloosheidsuitkering Bundelen giften fiscaal voordelig Hoe staat het met mijn pensioenvoorziening Schenkrecht. Wat mag ik aan mijn kinderen, kleinkinderen, enz. belastingvrij schenken Erfbelasting (heette tot 1 januari 2010 successierechten) Schenkingen om successierechten te verkleinen Verder vindt u hier Beursnieuws (klik op de tekst)
Buitenlandbijdrage Zorgverzekeringswet (aan onderstaande kunnen geen rechten ontleed worden) Woont u in het buitenland en ontvangt u een pensioen of een uitkering uit Nederland? U moet de zogenoemde buitenlandbijdrage Zvw betalen aan het College voor Zorgverzekeringen (CVZ) als u voldoet aan alle volgende voorwaarden:
-
U woont niet in Nederland. -
U hebt geen inkomsten uit arbeid. -
U ontvangt een pensioen of uitkering uit Nederland. Het gaat dan niet om een werkloosheidsuitkering, een ziektewetuitkering of een uitkering uit een levensloopregeling. -
U bent in Nederland niet verplicht verzekerd voor de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). -
U woont in een verdragsland. Dit is een land waarmee Nederland afspraken heeft gemaakt over de vergoeding van medische zorg. Woont u in een verdragsland? Dan kunt u in uw woonland recht hebben op medische zorg. Dit geldt ook voor uw gezinsleden die niet verzekerd zijn voor de AWBZ. Uw woonland mag de kosten voor deze medische zorg op Nederland verhalen. Nederland kan vervolgens aan u een bijdrage voor die kosten vragen. Dit is de premievervangende bijdrage Zvw. Als een dergelijke regeling op u van toepassing is, dan moet u zich met uw eventuele gezinsleden aanmelden bij het CVZ. Het CVZ zorgt voor registratie van de verzekerden. Uw uitkeringsinstantie houdt de buitenlandbijdrage Zvw in opdracht van het CVZ in op uw uitkering en draagt deze af aan het CVZ. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met het College voor Zorgverzekeringen. Op het moment dat uw uitkeringsinstantie de bijdrage Zvw aan het CVZ afdraagt, stopt de afdracht aan de Belastingdienst. Bent u van mening dat deze overgang niet juist is verlopen, waardoor bijvoorbeeld in een jaar te veel bijdrage Zvw is betaald? Neem dan contact op met: Belastingdienst/Rivierenland/kantoor Nijmegen Afdeling EBV/EPV Postbus 7030 6503 GM Nijmegen U kunt een teruggaaf aanvragen met het formulier Verzoek teruggaaf inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet buitenland. Dit formulier komt binnenkort beschikbaar. Woont u niet in een verdragsland? Dan is uw Nederlandse zorgverzekering in dit land niet geldig. U moet dan zelf een zorgverzekering afsluiten in uw nieuwe woonland. Hoeveel moet u betalen ? Voorbeeld AOW en pensioen
In dit voorbeeld rekenen we met fictieve percentages en bedragen. Kijk voor de juiste percentages in de tabel Percentages bijdrage Zvw. Voor het maximumbijdrage-inkomen, zie Maximumbedragen en aanslaggrenzen. Henk is gepensioneerd en ontvangt 1050 bruto AOW per maand. De bijdrage Zvw hierover is 7%. Hij krijgt geen vergoeding van zijn uitkeringsinstantie. Daarnaast ontvangt hij maandelijks 1.000 bruto pensioen. De bijdrage Zvw hierover is 5%. Hij krijgt geen vergoeding van zijn pensioenfonds. Het netto maandloon van Henk wordt als volgt berekend:
| Gegevens |
AOW |
Pensioen |
| Bruto per maand |
1050 |
1.000 |
| Bijdrageloon |
1050 |
1.000 |
| Bij: Vergoeding bijdrage Zvw uitkeringsinstantie |
0 + ------- |
0 + -------- |
| Fiscaal loon* |
1050 |
1.000 |
Af: Loonheffing (loonbelasting/premies volksverzekeringen) Af: Inhouding bijdrage Zvw
Totaal |
30 73 (7%) + ------------- 103 |
156 50(5%) + ------------- 206 |
| |
|
|
| Netto per maand |
947 |
794 |
* Loon waarover loonbelasting/premie volksverzekeringen wordt berekend. De uitkeringsinstanties houden de bijdrage Zvw ( 73 en 50) in. Bron: Belastingdienst Terug naar begin van pagina
Langer doorwerken 2012 (aan onderstaande kunnen geen rechten ontleed worden) Ouderen werden met de doorwerkbonus vanaf 2009 gestimuleerd om langer door te werken. Deze bonus is in de vorm van een heffingskorting die vergelijkbaar is met de bestaande arbeidskorting voor ouderen. De doorwerkbonus is er voor mensen die ook na hun 61-ste blijven werken. De bonus bedraagt een percentage van het inkomen en wordt gegeven in de vorm van een korting op de te betalen inkomstenbelasting. De hoogte is afhankelijk van de leeftijd. Daarnaast moet het inkomen uit arbeid meer bedragen dan 9.041 en de maximale percentage wordt berekend over 55.831. De bestaande arbeidskorting, inkomensafhankelijke combinatiekorting voor ouderen blijft hiernaast ook nog bestaan, deze kortingen komen alle in mindering op de te betalen inkomstenbelasting. Is er bij de loonadministratie geen rekening mee gehouden dan zal deze korting via een aangifte inkomstenbelasting teruggevorderd kunnen worden. In onderstaande tabel kunt u zien hoe hoog de bonus is, tussen haakjes ziet u het percentage uit 2011.
| Leeftijd |
62 |
63 |
64 |
65 |
66 |
67 e.v. |
| Bonuspercentage |
1,5 (5%) |
6% (7%) |
8,5% (10%) |
2% (2%) |
2% (2%) |
1% (1%) |
| Bonus maximaal (bedragen 2011) |
2.354 |
3.295 |
4.708 |
942 |
942 |
471 |
Terug naar begin van pagina
Belastingschijven werk en woning (tarieven box 1) 2012/2013
(aan onderstaande kunnen geen rechten ontleed worden) Tarieven box 1 (werk en woning) jonger dan 65 jaar
| 2013 |
| Schijf |
Belastbaar inkomen |
Heffing over totaal (maximum) |
Percentage |
| 1 |
t/m 19.645 |
7.268 |
37% |
| 2 |
Vanaf 19.646 t/m 33.363 |
13.029 |
42% |
| 3 |
Vanaf 33.364 t/m 55.991 |
22.532 |
42% |
| 4 |
Vanaf 55.992 en hoger |
- |
52% |
| 2012 |
| Schijf |
Belastbaar inkomen |
Heffing over totaal (maximum) |
Percentage |
| 1 |
t/m 18.945 |
6.270 |
33,1% |
| 2 |
Vanaf 18.946 t/m 33.863 |
12.528 |
41,95% |
| 3 |
Vanaf 33.864 t/m 56.491 |
22.031 |
42% |
| 4 |
Vanaf 56.492 en hoger |
- |
52% |
Tarieven box 1 (werk en woning) 65 jaar of ouder en geboren na 1 januari 1946 *
Waneer u in 2013 de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt, dan is het belastingtarief van schijf 1 en schijf 2 afhankelijk van de maand waarin u die leeftijd bereikt.
Zie hiervoor de site van de de belastingdienst.
| 2012 |
| Schijf |
Belastbaar inkomen |
Heffing over totaal (maximum) |
Percentage |
| 1 |
t/m 18.945 |
2.879 |
15,2%** |
| 2 |
Vanaf 18.946 t/m 33.863 |
6.466 |
24,05%** |
| 3 |
Vanaf 33.864 t/m 56.491 |
15.969 |
42% |
| 4 |
Vanaf 56.492 en hoger |
- |
52% |
* Inclusief houdbaarheidsbijdrage. (voor definitie houdbaarheidsbijdrage, zie hierna. ** Wordt u in de loop van 2012 65 jaar? Dan betaalt u geen AOW-premie meer vanaf de maand waarin u 65 jaar wordt. Tot die maand gelden de tarieven uit de 1e tabel.
Tarieven box 1 (werk en woning) 65 jaar of ouder en geboren vóór 1946
| 2013 |
| Schijf |
Belastbaar inkomen |
Heffing over totaal (maximum) |
Percentage |
| 1 |
t/m 19.645 |
3.752 |
19,1% |
| 2 |
Vanaf 19.646 t/m 33.555 |
7.104 |
24,1% |
| 3 |
Vanaf 33.556 t/m 55.991 |
16.526 |
42% |
| 4 |
Vanaf 55.992 en hoger |
- |
52% |
| 2012 |
| Schijf |
Belastbaar inkomen |
Heffing over totaal (maximum) |
Percentage |
| 1 |
t/m 18.945 |
2.879 |
15,2% |
| 2 |
Vanaf 18.946 t/m 34.055 |
6.512 |
24,05% |
| 3 |
Vanaf 34.056 t/m 56.491 |
15.935 |
42% |
| 4 |
Vanaf 56.492 en hoger |
- |
52% |
Houdbaarheidsbijdrage (grijstax) per 1-1-2011 De verhouding tussen gepensioneerden en werkenden is momenteel nog twee op tien. In 2040 is dit naar verwachting opgelopen tot bijna vijf op tien in 2040. Om de houdbaarheid van de overheidsfinanciën te waarborgen en zo de oudedagsvoorzieningen op het gewenste niveau te kunnen behouden, moeten ouderen vanaf 2011 een houdbaarheidsbijdrage naar draagkracht gaan betalen. De heffing is ingebed in de schijvenstructuur van de heffing van inkomsten- en loonbelasting en premies volksverzekeringen: de tweede tariefschijf wordt vanaf 2011 jaarlijks nog maar voor 75% aan de inflatie aangepast, waardoor de middeninkomens sneller in de derde tariefschijf zullen gaan vallen. Ouderen met een inkomen boven de tweede schijf (dat is vanaf 33.486 in 2011) moeten de houdbaarheidsbijdrage gaan betalen. Door deze grens blijven ouderen met alleen AOW en een klein aanvullend pensioen buiten de nieuwe heffing. De maximale bijdragen zijn momenteel als volgt:
Ouderen die vóór 1 januari 1946 geboren zijn en die derhalve bij de inwerkingtreding van de houdbaarheidsbijdrage per 1 januari 2011 ten minste 65 jaar zijn worden uitgezonderd van de heffing. Het kabinet heeft daarvoor gekozen omdat deze groep redelijkerwijs niet meer de mogelijkheid heeft om te anticiperen op de invoering van de houdbaarheidsbijdrage. Bron: Belastingdienst Terug naar begin van pagina
Wat gebeurt er met mijn pensioen als ik werk, naast mijn AOW en pensioen
(aan onderstaande kunnen geen rechten ontleed worden)
Stel u wordt gepensioneerd, maar uw werkgever vraagt u om bijvoorbeeld nog een aantal dagen per week te komen werken. Heeft dat dan gevolgen voor uw pensioen en waar moet u op letten. De inkomsten die u verwerft met die paar dagen werken hebben geen invloed op uw AOW of bedrijfspensioen. Ook uw toeslag-AOW blijft hetzelfde. Let u wel op bij de belasting die u moet gaan betalen. Iedere inkomstenbron acht van zichzelf dat zij het eerste inkomen is en begint dus elk afzonderlijk met het berekenen van belasting met de eerste belastingschijf. Dus uw AOW wordt apart belast, evenals uw bedrijfspensioen en de te verwerven inkomsten uit genoemde arbeid. Maar let op: aan het eind van het jaar doet u aangifte voor het totaal en worden de afzonderlijke inkomsten opgeteld. Stel u heeft per jaar een AOW van ongeveer 17.500, een bedrijfspensioen van 5.000 en u verdient met het aantal dagen werken 8.000. Op ieder van de inkomstenbronnen wordt het bedrag van de tarief van de eerste schijf ingehouden (als voorbeeld nemen we dat de eerste schijf loopt tot €20.000 en dat daarover 20% belasting verschuldigd is; daarboven is in schijf 2 in dit voorbeeld 25 % verschuldigd). In totaal wordt dus ingehouden (17.500 + 5.000 + 8.000) x 0,2 = 6.100,00. Alles bij elkaar opgeteld is het inkomen echter 30.500. Over de eerste 20.000 betaalt u 20 %, dus 5.000. Over het restant 30.500 - 20.000 = 10.500 betaalt u 25 %, dus 2.625. In totaal moet u dus 5.000 + 2.625 = 7.625. U moet dus nog 7.625 - 6.100,00 = 1.525,00 bijbetalen. Houdt u daar rekening mee door per maand een bedrag opzij te leggen of voorheffing aan te vragen bij de fiscus. Terug naar begin van pagina
Partnertoeslag AOW vervalt in 2015 Iedere burger in Nederland krijgt AOW uitgekeerd als hij of zij 65 wordt. Samenwonend of gehuwd, komt dit neer op 50% van het nettominimumloon. Zodra de jongste partner ook 65 jaar wordt, ontvangt hij of zij eveneens 50% van het nettominimumloon als AOW. Samen maakt dit de AOW uitkering gelijk aan het nettominimumloon. In de tussenliggende periode, dus als de jongste partner nog geen 65 jaar is, kan de gepensioneerde recht hebben op een partnertoeslag AOW. De toeslag wordt alleen uitgekeerd als de jongste partner geen of weinig eigen inkomen heeft. Er wordt daarbij alleen gekeken naar het inkomen uit arbeid (een baan) of inkomen in verband met arbeid (bijvoorbeeld een sociale uitkering of VUT). Met ingang van 1 augustus 2011 is de toeslag met maximaal 10% verlaagd. Deze verlaging geldt alleen voor huishoudens met een gezamenlijk inkomen vanaf 2.511,02 per maand. Wat verandert er in 2015? Mensen die op of na 1 januari 2015 65 jaar worden, ontvangen geen partnertoeslag AOW meer. De partner die als eerste 65 wordt, ontvangt alleen zijn of haar deel van de AOW, dus 50% van het nettominimumloon. Het gezamenlijk inkomen kan hierdoor tijdelijk lager worden dan verwacht. Deze wetswijziging is al sinds 1 januari 1996 van kracht. Gepensioneerden die al vóór 2015 recht hebben op de partnertoeslag AOW, behouden deze partnertoeslag ook na 1 januari 2015. Veel mensen niet op de hoogte van afschaffing Uit onderzoek onder mensen tussen 40 en 57 jaar blijkt dat 65% niet op de hoogte is van de afschaffing van de partnertoeslag. Op de vraag of ze maatregelen hebben getroffen om de afschaffing te compenseren, antwoordt 80% met nee. De meesten dragen als reden hiervoor aan: ik wist het niet en ik heb me er niet in verdiept. Degenen die wel al maatregelen hebben getroffen, hebben dat met name met lijfrentes en beleggingen gedaan of sparen voor een extra potje. Treffen van maatregelen Er zijn verschillende maatregelen die mensen kunnen treffen om de afschaffing van de partnertoeslag op te vangen. We noemen hier een aantal:
-
De jongste partner gaat (meer) werken. -
Sparen op een gewone spaarrekening. -
Sparen via de jaarlijkse inleg van de bedrijfsspaarregeling. -
Aanschaf van een koopsompolis, spaarverzekering of andere spaar- en beleggingsproducten. Het is niet altijd nodig om maatregelen te treffen. Dat gaat op voor de volgende gevallen:
-
De jongste partner verwacht tegen die tijd voldoende eigen inkomen te hebben. -
Degene die het eerst recht heeft op AOW, verwacht vanaf 2015 ook zonder extra voorzieningen te kunnen rondkomen. Dit kan het geval zijn als het bestedingspatroon tegen die tijd sterk is veranderd. Bijvoorbeeld omdat de hypotheek bijna is afgelost of omdat de kinderen zelfstandig wonen -
Het leeftijdsverschil tussen beide partners is heel klein, en dan gaat het dus om een relatief klein bedrag Ingezonden door Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Terug naar begin van pagina
5 vragen over pensioen en scheiding Ik ben in 1990 gescheiden na 27 jaar huwelijk. Er is niets geregeld over het pensioen. Op 8 april 2008 word ik 65. Heb ik dan recht op pensioen van mijn ex-man?
Uw leeftijd is niet bepalend voor het eventuele recht op een deel van het pensioen, maar de datum van echtscheiding wel. Bent u tussen 27 november 1981 en 1 mei 1995 gescheiden dan valt u niet onder de regeling van de Wet Verevening Pensioenrechten bij Scheiding. U heeft dus niet zonder meer recht op de helft van het tijdens het huwelijk opgebouwde pensioen. Volgens een uitspraak van de Hoge Raad heeft u wel recht op een deel van het pensioen.
Voorwaarde is dan wel dat u in gemeenschap van goederen getrouwd bent geweest. Een deel van het ouderdomspensioen en het bijzonder nabestaandenpensioen wordt namelijk gezien als een onderdeel van de gemeenschap. De hoogte van het deel waar u recht op heeft is lastig te berekenen, maar daar zou u eventueel in overleg met uw ex en zijn pensioenfonds uit kunnen komen. Zo niet, dan is het aan te raden hiervoor een gespecialiseerde advocaat in de arm te nemen. De Vereniging voor Personen- en Familierechtadvocaten kan u hiermee in contact brengen: Postbus 65707 2506 EA Den Haag, tel. 070-3626215, www.verenigingfas.nl.
Ik ben op 28 mei 1991 gescheiden en heb ook niets geregeld voor de verdeling van het pensioen. Mijn ex-vrouw is inmiddels hertrouwd, dus ik vraag me af of het pensioen dan ook nog verdeeld moet worden?
Voor u geldt eigenlijk hetzelfde antwoord als op de vorige vraag. Voor de verdeling van het pensioen speelt een nieuwe partner namelijk helemaal geen rol. Dat kan alleen van invloed zijn op de hoogte van de alimentatie en die staat los van de verdeling van het pensioen.
Na een huwelijk van 25 jaar ben ik in 2005 gescheiden. Ik ontvang nu alimentatie en mij is verteld dat ik daar 12 jaar recht op heb, maar daarover staat niets in de echtscheidingspapieren. Mijn ex gaat in 2008 met pensioen en ik heb dan recht op de helft van het tot 2001 opgebouwde deel. Maar hoe zit het dan met de alimentatie waar ik tot 2013 recht op heb? Moet hij dat dan ook nog betalen?
Het klopt inderdaad dat u in principe recht heeft op 12 jaar alimentatie en dat staat los van de eventuele verdeling van het pensioen. Normaal gesproken krijgt u in 2008 via de pensioenuitvoerder de helft van het opgebouwde pensioen uitgekeerd. Voorwaarde is wel dat de pensioenuitvoerder binnen twee jaar na de echtscheiding op de hoogte is gesteld van de breuk. Maar reken uzelf niet rijk: de verdeling van het pensioen kan wel gevolgen hebben voor de hoogte van de alimentatie. Daar kunt u onderling afspraken over maken of de zaak aan de rechter voorleggen. Die zal dan rekening houden met uw behoeften, maar ook met de draagkracht van uw ex.
Ik ben sinds 1994 officieel gescheiden van mijn ex-vrouw die zowel de Nederlandse als een buitenlandse nationaliteit heeft. Ik word geacht 15 jaar alimentatie te betalen, wat moeilijker wordt sinds mijn pensionering in 2007. Via mijn advocaat heb ik haar verschillende keren gevraagd opgaaf te doen van inkomsten of vermogen, maar ik heb nog niets van haar ontvangen. Ik heb reden om aan te nemen dat ze inmiddels een erfenis heeft ontvangen. Wat kan ik doen om toch minder alimentatie te betalen?
De hoogte van de alimentatie die u moet betalen hangt in dure woorden af van de concrete omstandigheden van het afzonderlijke geval. Als uw financiële situatie wijzigt kunt u de rechter vragen opnieuw de hoogte van de alimentatie vast te stellen. De rechter zal daarbij echter ook rekening houden met financiële situatie van uw ex. Wellicht dat uw advocaat haar daarom heeft gevraagd meer inzicht te geven in haar inkomen en vermogen. Nu zij aan dat verzoek geen gehoor geeft, kunt u de zaak in principe toch aan de rechter voorleggen. Hij kan haar wellicht via een uitspraak dwingen alsnog meer inzicht te geven of de alimentatie opnieuw vaststellen.
Ik denk dat ik recht heb op een deel van het pensioen van mijn ex. Maar hij is vertrokken naar het buitenland en daar kan en wil ik geen contact met hem opnemen. Hoe achterhaal ik bij welk pensioenfonds ik terecht kan?
Een voor de hand liggende vraag, maar het antwoord is lastig. Wellicht heeft uw ex meerdere banen gehad en dus ook zijn pensioen op verschillende plaatsen opgebouwd. Om te beginnen zou u dus contact op kunnen nemen met de voormalige werkgever(s). Mocht deze zijn verhuisd of een andere naam hebben gekregen dan kan de Kamer van Koophandel u soms verder helpen.
En sommige vakbonden beschikken ook over nuttige informatie. Tijdens de speurtocht mag u in elk geval rekenen op de medewerking van de bedrijven en het pensioenfonds. Zij zijn namelijk verplicht alle gegevens te verstrekken die nodig zijn om de verdeling van het pensioen mogelijk te maken. Daarnaast kunt u natuurlijk ook een advocaat inschakelen. Daar hangt een prijskaartje aan, maar zo hoeft u niet direct contact op te nemen met uw ex. Bron: Algemeen Dagblad Wilt u van alles weten over Pensioen en Scheiden bezoekt u dan de website Pensioenscheiden Terug naar begin van pagina
Pensioen aanvragen 2013 AOW aanvragen
Als u in Nederland staat ingeschreven bij de gemeente, krijgt u zes maanden voordat u de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt een brief thuisgestuurd. In deze brief staat dat u online met uw DigiD een aanvraag kunt indienen bij de Sociale Verzekeringsbank, SVB. Uw DigiD is een persoonlijke combinatie van gebruikersnaam en wachtwoord waarmee u terecht kunt bij elektronische diensten van overheidsinstellingen. Hiervoor moet u uw gebruikersnaam en een wachtwoord activeren bij DigiD. Als u nog geen DigiD heeft kunt u die hieronder aanvragen. Daarna kunt u online uw aanvraag indienen. Maak uw keuze:
Er zijn drie mogelijkheden als u buiten Nederland woont: 1. U woont in een land van de EU (Europese Unie). U kunt kiezen. U kunt de AOW aanvragen bij de pensioeninstantie in het land waar u woont of in het land waar u het laatst verzekerd was. Wij adviseren u om aan te vragen in het land waar u woont. 2. U woont in een land waarmee Nederland een verdrag over sociale zekerheid heeft gesloten of in een land van de EER (Europese Economische Ruimte).
- Bent u in dat land verzekerd voor een basispensioen van de overheid? Neem dan voor uw AOW-aanvraag contact op met de instantie die dat pensioen regelt.
- Bent u in dat land niet verzekerd voor een basispensioen van de overheid? Neem dan contact op met de pensioeninstantie van het land waar u het laatst verzekerd was. Is dat Nederland, dan stuurt de SVB u het aanvraagformulier toe.
3. U woont in een ander land. Neem dan contact met de SVB op, dan sturen zij u een aanvraagformulier.
Bedrijfspensioen U gaat binnenkort met pensioen en het aanvraagformulier is de deur uit. Hoe zit het nu met het aanvullend pensioen dat u bij bedrijven heeft opgebouwd. Krijgt u dat automatisch of moet u daar achteraan. Als u geen melding van het betreffende pensioenfonds heeft ontvangen zult u er achteraan moeten. Voor een aanvullend pensioen geldt een zogenaamde "haalplicht". Dat betekent dat u zelf actie moet ondernemen om het uitbetaald te krijgen. Meestal neemt het pensioenfonds van het bedrijf waar u nu werkt wel contact met u op voor het toezenden van een aanvraagformulier. Wanneer u evenwel drie maanden voor aanvang van uw pensionering nog niets ontvangen of gehoord heeft, is het verstandig om zelf contact op te nemen met het pensioenfonds. Voor pensioenrechten die u bij één of meer andere werkgevers heeft opgebouwd en waarvan u ook nog niets heeft gehoord dient u eveneens zelf contact op te nemen met het betreffende pensioenfonds. Weet u niet meer bij wie u moet zijn, bijvoorbeeld door fusies en dergelijke, dan kunt u beginnen bij de Vereniging van Bedrijfstakpensioenfondsen (tel. 070-7620220). Let wel, het is tegenwoordig vrij normaal dat als u van werkegever verandert, en die werkgever heeft een pensioenfonds, dat het pensioenfonds van de nieuwe werkgever de opgebouwde rechten in het pensioenfonds van uw oude werkgever overneemt. Dat was evenwel vroeger niet mogelijk. Dus best kans dat u ergens een pensioen heeft opgebouwd waarvan u het bestaan nauwelijks nog wist. Terug naar begin van pagina
Schenkingen op papier (aan onderstaande kunnen geen rechten ontleed worden) Bij het schenkingen aan uw kinderen hoeft er niet altijd geld overgedragen te worden. Men kan een "schenking op papier" doen. Uw kind hoeft over het op papier ontvangen bedrag geen schenkingsrecht of inkomstenbelasting te betalen. Op papier schenken kan om een paar redenen handig zijn. Bijvoorbeeld, u wilt uw vermogen tot het overlijden van uzelf en uw partner behouden en beheren of uw geld zit in een huis of uw geld ligt vast in een bedrijf. De schenking wordt op papier gedaan in de vorm van een zogenaamde "schulderkenning uit vrijgevigheid". Dat is een akte die bij de notaris MOET worden vastgelegd anders erkent de fiscus dit niet. Het in de akte vermelde vermogen dat is overgedragen, is pas door uw kind of kinderen opeisbaar bij uw overlijden. Uw kinderen krijgen nu wel een niet-opeisbare vordering op u (en uw partner). Maar let op !, u moet uw kind of kinderen daarvoor jaarlijks een zogenaamde "zakelijke rente" betalen, want anders moet uw kind alsnog successierechten betalen bij uw overlijden. De aan uw kind te betalen rente over het aan het betreffende kind overgedragen vermogen bedraagt 6 procent. Doet de schenker dit niet, dan draait de fiscus de schenking later alsnog terug ! Als één van de ouders overlijdt of bij het overlijden van de laatste ouder, wordt het in de akte genoemde vermogen dat is overgedragen aan het betreffende kind in mindering gebracht op de erfenis. Fiscale gevolgen We zullen in het volgende voorbeeld aannemen dat de drempel voor de vermogensrendementsheffing voor een ongehuwd persoon 20.000 is en voor gehuwden 40.000. Deze bedragen veranderen ieder jaar. In 2012 en 2013 zijn deze drempels 21.139 en 42.178. Het aan het betreffende kind op papier geschonken bedrag wordt door de fiscus gerekend tot het vermogen dat belast wordt in Box 3, de zogenaamde vermogensrendementsheffing. Als het totale vermogen van uw kind (inclusief uw schenking op papier) lager is dan 20.00 of van een gehuwd kind lager dan 40.000 speelt dat geen rol. Dat is namelijk het maximaal van vermogensrendementsheffing vrijgestelde bedrag. Dan hoeft uw kind over het op papier geschonken bedrag dus geen belasting te betalen. Daarboven geldt dat het kind geacht wordt 4 % rendement te maken op zijn of haar vermogen, dat belast wordt tegen een tarief van 30 %. Dat betekent dat uw kind 1,2 % belasting moet betalen over het bedrag dat de vrijstelling overschrijdt. Stel u geeft op papier 10.000 en uw kind heeft geen eigen vermogen, dan hoeft uw kind over uw schenking geen belasting over te betalen. Maar als u bijvoorbeeld aan het kind dat geen eigen vermogen heeft 50.000 zou schenken, betaalt uw kind als hij of zij GEHUWD is jaarlijks 1,2 % belasting over het bedrag van 50.000 - 40.000 = 10.000. Dat is in dit geval dus 120 dat per jaar naar de fiscus gaat. Let op: heeft uw kind wel een eigen vermogen van bijvoorbeeld 5.000, dan is er in het geval van de schenking van 10.000 niets aan de hand. Maar in het tweede geval hoefde uw kind eerst geen belasting te betalen over zijn of haar vermogen, maar nu telt die 5.000 wel mee voor zijn of haar totale vermogen. Dus in het voorbeeld van een schenking van 50.000 is het totale vermogen 55.000. Uw kind hoeft over de van u ontvangen rente geen belasting te betalen. In het geval van het voorbeeld van 50.000 tegen een rente van 6 % ontvangt uw kind van u 3.000. U kunt zelf de aan uw kind of kinderen betaalde rente niet van uw inkomen aftrekken. Door de schuld aan uw kind(eren), als deze schuld tenminste de in 2012 geldende schulddrempel van 2.900 voor alleenstaanden en 5.800 voor gehuwden overschrijdt, wordt echter uw zogenaamde rendementgrondslag voor Box 3 verlaagd. De rendementsgrondslag is de waarde van uw bezittingen verminderd met de waarde van uw schulden. Stel u schenkt op papier 50.000. Over dit vermogen betaalde u aan de fiscus jaarlijks 1,2 % (30 % van 4 %), oftewel 600. Stel u bent een echtpaar, dan is de drempel voor aftrek van schulden bij uw rendementgrondslag 5.800. Dat betekent dat een bedrag van 50.000 - 5.800 = 44.200 niet langer meetelt voor uw rendementgrondslag. Dus u betaalt over dit bedrag niet meer de 1,2 % aan belasting. U betaalt de fiscus nu dus maar 530 in plaats van de eerder genoemde 600. De materie is vrij ingewikkeld. De hier genoemde voorbeelden zijn om u een idee te geven van hoe een en ander in elkaar zit. Bij het schenken van een huis of bedrijf op papier gelden nog een aantal specifieke zaken. Raadpleeg in alle gevallen een notaris. Die kan u de details geven. Terug naar begin van pagina
AOW pensioen per 1 juli 2011 (aan het onderstaande kunnen geen rechten ontleend worden) De AOW (Algemene Ouderdomswet) is een basispensioen voor mensen die 65 jaar of ouder zijn. Daarnaast kent de AOW een toeslag voor partners jonger dan 65 jaar, die lage eigen inkomsten of helemaal geen inkomsten hebben. Opgelet: zie Partnertoeslag vervalt in 2015 Welk bedrag u krijgt hangt af van uw woonsituatie en hoeveel jaren u voor de AOW verzekerd bent geweest. Verzekerd zijn voor de AOW Iedereen die legaal in Nederland woont, is meestal automatisch verzekerd voor de AOW. Het maakt niet uit welke nationaliteit u heeft, en ook niet of u wel of niet heeft gewerkt. U heeft recht op een volledig AOW-pensioen als u van uw 15e tot uw 65e verjaardag verzekerd bent geweest. Voor ieder jaar dat u in die periode verzekerd bent geweest, bouwt u het AOW-pensioen met 2 procent op. Meestal bent u niet verzekerd in de periodes die u buiten Nederland heeft gewoond of gewerkt. Vanaf 2011 kunt u zich echter vrijwillig bijverzekeren zodat u op uw 65e wel een volledig AOW-pensioen heeft. Kijk hiervoor op de site van de SVB. Woonsituatie Behalve van het aantal jaren dat u verzekerd bent geweest, is de hoogte van uw AOW-pensioen ook afhankelijk van uw woonsituatie. De AOW kent pensioenbedragen voor alleenstaanden, alleenstaande ouders en gehuwden. De AOW maakt geen verschil tussen gehuwden, mensen die een geregistreerd partnerschap voeren en ongehuwden die een gezamenlijke huishouding met iemand anders voeren. U voert een gezamenlijke huishouding als u met één andere meerderjarige persoon een woning deelt en allebei een bijdrage levert in de kosten van de gezamenlijke huishouding of op andere wijze voor elkaar zorgt. Als u uitsluitend met uw eigen kind of met uw vader of moeder een gezamenlijke huishouding voert wordt u als alleenstaand beschouwd. AOW-toeslag Is uw partner nog geen 65 ? Hij of zij krijgt nog geen AOW. Daarom ontvangt u een extra bedrag boven op uw AOW-pensioen. Dit extra bedrag heet een toeslag. Het kan zijn dat uw partner inkomsten heeft. Bijvoorbeeld omdat hij of zij werkt of vervroegd met pensioen is. Deze inkomsten trekt de SVB van de toeslag af. Welke inkomsten gaan van uw toeslag af ?
-
Loon en andere inkomsten uit arbeid. Deze inkomsten worden gedeeltelijk van de toeslag afgetrokken. De eerste 211,14 van het maandsalaris worden er niet vanaf getrokken. Het salaris daarboven wordt voor tweederde van uw toeslag afgetrokken. Verdient uw partner meer dan 1.259,01 bruto per maand ? Dan krijgt u geen toeslag meer. -
Inkomsten in verband met arbeid, zoals een arbeidsongeschiktheidsuitkering of een vervroegd pensioen. Deze inkomsten worden volledig van de toeslag afgetrokken. Ontvangt uw partner bruto meer dan 698,58 per maand ? Dan krijgt u geen toeslag meer. -
Inkomsten van je partner uit vermogen, zoals rente of dividend wordt helemaal niet van de toeslag afgetrokken. Welke inkomsten gaan niet van uw toeslag af ? Inkomsten uit vermogen, zoals rente of dividend worden niet van de toeslag afgetrokken. Buiten Nederland gewoond of gewerkt ? Heeft uw partner buiten Nederland gewoond of gewerkt ? Dan is hij of zij meestal niet verzekerd voor de AOW. Voor elk jaar dat uw partner niet verzekerd is, gaat er 2% van de toeslag af. Toeslag vervalt in 2015 Wordt u 65 op of na 1 januari 2015 ? En wordt u eerder 65 dan uw partner ? Dan krijgt u geen toeslag. De toeslag wordt op 1 januari 2015 afgeschaft. Bent u nu al 65 ? Of wordt u dat voor 1 januari 2015 ? Dan krijgt u nog gewoon een toeslag. De toeslag loopt door totdat uw jongere partner zelf 65 wordt, ook al is dat na 2015. Wat betekent het afschaffen van de toeslag ? Als u op of na 1 januari 2015 als eerste 65 wordt, ontvangt u alleen uw deel van het AOW-pensioen. Uw inkomen kan hierdoor tijdelijk lager zijn. Dat zal het geval zijn als uw partner geen eigen inkomsten heeft. Hoe lang u samen minder inkomen heeft, ligt aan het leeftijdsverschil tussen u en uw partner. Bent u bijvoorbeeld twee jaar ouder, dan ontvangt u samen twee jaar lang alleen uw AOW-pensioen. Welke maatregelen kunt u nemen? Een tijdelijke teruggang in inkomen kunt u voorkomen door nu al maatregelen te nemen. Er zijn verschillende mogelijkheden: De zorgverzekering en uw AOW-pensioen De invoering van de nieuwe Zorgverzekeringswet (Zvw) heeft voor iedereen financiële gevolgen. U merkt het aan de premie die u aan uw zorgverzekeraar betaalt. En u merkt het aan de verandering van uw netto-inkomen. Premie De premie voor de nieuwe zorgverzekering bestaat uit:
-
een nominale (vaste) premie die u rechtstreeks aan uw zorgverzekeraar betaalt, en uit -
een inkomensafhankelijke bijdrage (bijdrage Zvw) die u op uw inkomen wordt ingehouden. Dus ook op uw AOW-pensioen. Bijdrage Zvw Sinds januari 2006 houdt de SVB de bijdrage Zvw in op uw AOW-pensioen. De bijdrage is 7,05%. De SVB vergoedt de bijdrage niet, omdat deze al in het AOW-bedrag is verwerkt. Om de zorgverzekering voor iedereen betaalbaar te maken, heeft het kabinet extra maatregelen genomen, zoals:
-
Tegemoetkoming AOW. De tegemoetkoming is een extra bedrag dat u boven op uw AOW-pensioen ontvangt. In 2010 ontvangt u een tegemoetkoming van 34,26 bruto per maand. -
Verhoging heffingskorting. Daardoor betaalt u minder belasting. Woont u buiten Nederland? Dan kunt u ook met de zorgverzekering te maken krijgen. Dat is in de volgende situaties het geval:
-
u woont in een EU- of EER-land, of -
u woont in Bosnië-Herzegovina, Kaapverdië, Kroatië, Macedonië, Marokko, Servië-Montenegro, Tunesië of Turkije, en -
u bent in uw woonland niet verzekerd tegen ziektekosten op basis van een pensioen of uitkering. Het College voor zorgverzekeringen (CVZ) stelt vast of u onder de zorgverzekering valt. Als dat het geval is, houdt de SVB de bijdrage Zvw buitenland in op uw AOW-pensioen. In uw woonland kunt u gebruikmaken van de lokale medische zorg op kosten van de Nederlandse zorgverzekering. Bedragen en betaaldagen AOW De AOW kent verschillende uitkeringsbedragen. De hoogte van uw uitkering hangt af van uw leefsituatie. Het AOW-pensioen wordt maandelijks uitbetaald. Hieronder staan AOW-pensioenbedragen die gelden vanaf 1 januari 2010. Dit zijn de meest voorkomende AOW-bedragen. Deze gelden met name als u een volledig AOW-pensioen heeft en in Nederland woont. Wat wordt er op het AOW pensioen ingehouden? Op het AOW-pensioen houdt de SVB loonheffing in. Loonheffing bestaat uit loonbelasting en premie voor de Algemene nabestaandenwet (Anw) en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). U heeft recht op kortingen op de belasting en premie volksverzekeringen die u moet betalen over uw AOW-pensioen. Dit zijn de heffingskortingen. De SVB houdt automatisch rekening met de algemene heffingskorting. Daarnaast houdt de SVB ook rekening met de ouderenkorting en, als u het AOW-pensioen voor een alleenstaande ouder ontvangt, de aanvullende ouderenkorting. Wat ontvangt een alleenstaande per maand
| |
Met heffingskorting |
Zonder heffingskorting |
| Bruto * |
1.084,86 |
1.084,86 |
| Loonheffing |
0,00 |
207,09 |
| Bijdrage Zvw |
61,29 |
61,29 |
| Netto |
1.023,57 |
816,49 |
* De vakantie-uitkering bedraagt bruto 69,12 per maand en wordt in de maand mei uitbetaald. Wat ontvangen gehuwden, geregistreerd partners, ongehuwden die een gezamenlijke huishouding voeren per maand (beiden 65+)
| |
Met heffingskorting |
Zonder heffingskorting |
| Bruto (per persoon) * |
750,35 |
750,35 |
| Loonheffing |
0,00 |
142,66 |
| Bijdrage Zvw |
42,39 |
42,39 |
| Netto |
707,96 |
565,30 |
* De vakantie-uitkering bedraagt bruto 49,36 per maand en wordt in de maand mei uitbetaald. Gehuwden zonder toeslag die een partner onder de 65 jaar hebben en waarvan de AOW is ingegaan voor 1 februari 1994 ontvangen de hogere AOW van een alleenstaande. Hun maximale toeslag is evenredig lager. Als ze recht hebben op de volledige toeslag ontvangen ze hetzelfde als AOW-ers met volledige toeslag (zie tabel hierna). Wat ontvangen gehuwden met een jongste partner die nog geen 65 jaar is, met de maximale toeslag
| |
Met heffingskorting |
Zonder heffingskorting |
| Bruto |
1.472,56 |
1.472,56 |
| Loonheffing |
0,00 |
172,17 |
| Bijdrage Zvw |
192,02 |
192,02 |
| Netto |
1.280,54 |
1.108,37 |
* De vakantie-uitkering bedraagt bruto 98,72 per maand en wordt in de maand mei uitbetaald.
Voor huishoudens met een gezamenlijk inkomen van meer dan €2.570,88 wordt de toeslag 10% verlaagd. De toeslag wordt verder verlaagd voor elke euro die de jongere partner meer verdient dan €220,41 per maand. Bron: AD Terug naar begin van pagina
Forfaitaire bijtelling eigen huis 2013 (aan het onderstaande kunnen geen rechten ontleend worden) De waardepeildatum voor de WOZ de waarde van uw woning is die waarde die in 2012 door de gemeente is vastgesteld. De gemeenten stellen tegenwoordig jaarlijks de WOZ waarde vast. De forfaitaire bijtelling voor een eigen huis bij het inkomen is als volgt (in 2012 en 2013 zijn de percentages tot aan de villagrens gelijk):
| WOZ waarde |
|
Forfait percentage |
| Van |
Tot |
|
| 0 |
12.500 |
0 |
| 12.500 |
25.000 |
0,2 |
| 25.000 |
50.000 |
0,35 |
| 50.000 |
75.000 |
0,45 |
| 75.000 |
1.040.000 |
0,60 |
| (2013) 1.040.000 |
en hoger |
6.240 plus 1,55 van de eigenwoningwaarde voor zover deze uitgaat boven 1.040.000 |
| (2012) 1.040.000 |
en hoger |
6.240 plus 1,30 van de eigenwoningwaarde voor zover deze uitgaat boven 1.040.000 |
Huiseigenaren die hun hypotheek geheel of voor een groot deel hebben afgelost krijgen een lagere of zelfs geen bijtelling van het eigenwoningforfait. Wie zijn hypotheek helemaal heeft afgelost en dus geen hypotheekrente van de belasting aftrekt hoeft geen eigenwoningforfait bij de inkomsten op te tellen. Men krijgt dan een belastingaftrek die even groot is als de bijtelling van het eigenwoningforfait. Deze regeling is ook gunstig voor mensen die maar een relatief kleine hypotheek op hun huis hebben. De forfaitaire bijtelling voor het eigen huis zal namelijk nooit groter zijn dan de hypotheekrente die men van de belasting mag aftrekken. Stel men heeft een huis met een WOZ waarde van 275.000. Er moet dan een eigenarenforfait van 0,60/100 x 275.000 = 1.650 bij het inkomen opgeteld worden. Stel men heeft een resthypotheek van 25.000 tegen 4,5 procent rente. De belastingaftrek is dan 1.125. De bijtelling is nu in deze berekening 1.650 1.125 = 525. Sinds 1 januari 2005 geldt dat het maximale forfait niet hoger kan zijn dan de afgetrokken hypotheekrente. In dit geval is het maximale forfait dus 1.125. En de aftrek van de hypotheekrente is eveneens 1.125. Men heeft dus in dit geval geen bijtelling meer. Dat is bijvoorbeeld gunstig voor mensen die geen hypotheek meer op hun huis hebben. Die hoeven sedert 2005 ook de eigenwoningforfait niet meer bij hun inkomen op te tellen. Voor mensen die meer hypotheekrente aftrekken dan het eigenwoningforfait verandert er niets. Dus stel uw heeft in dit voorbeeld nog een resthypotheek van 100.000. Dan is uw hypotheekrente aftrek (tegen 4,5 procent rente) 4.500. Het bedrag van 4.500 - 1.650 = 2.850 is nog steeds aftrekbaar van uw inkomen. Bron: Ministerie van Financiën Terug naar begin van pagina
Kantonrechtersformule (vanaf 2011) (aan het onderstaande kunnen geen rechten ontleend worden) Bij ontslag wordt tegenwoordig vaak een "Gouden" of "Zilveren" handdruk gegeven. Deze kunt u berekenen aan de hand van de zogenaamde kantonrechtersformule. Dat is een soort richtlijn waar de kantonrechter zich in het algemeen aan kan houden. De kantonrechter kan hier echter ook van afwijken. Het eindoordeel is te allen tijde aan de kantonrechter. De kantonrechtersformule luidt als volgt:
- Het aantal dienstjaren. De dienstjaren tot 35 jaar tellen voor 0,5, van 35 tot 45 jaar voor één, van 45 tot 55 jaar voor 1,5 en vanaf 55 jaar voor twee maandsalarissen.
- Het bruto maandsalaris
- Een correctiefactor. Dit is in het algemeen 1. Als door het bedrijf aangetoond kan worden dat de werknemer (grotendeels) zelf schuldig is aan zijn ontslag is de factor kleiner dan 1 en kan zelfs nul worden. Als door de werknemer aangetoond kan worden dat de werkgever veel te verwijten is kan de factor hoger dan 1 zijn met een maximum van 2.
Volgens de kantonrechtersformule krijgt u een bedrag ineens van a x b x c uitgekeerd. Voorbeeld: Iemand begint te werken bijeen bedrijf op als hij of zij 35 jaar oud is en wordt ontslagen op het moment dat hij of zij 55 jaar oud is. Volgens de kantonrechtersformule ontvangt deze persoon: (10 x 1) + (10 x 1,5) = 25 maanden bruto salaris. Let op: Deze uitkering is belast. Als u deze uitkering ineens laat plaatsvinden wordt dat bij uw inkomen van het betreffende jaar opgeteld. Het kan soms beter zijn om die onder te brengen bij een verzekeringsmaatschappij en uitkeringen te laten doen in de vorm van een lijfrente. Dan wordt de uitkering niet bij uw inkomen van het betreffende jaar opgeteld. Vaak moet u dan echter als premie, 10 procent van het bedrag betalen aan de verzekeringsmaatschappij, plus 1 procent per jaar over het dan resterende bedrag. Bij een erg hoge premie kunt u overwegen om een zogenaamde Stamrecht b.v. op te richten die dan uw uitkering beheert. U moet hiervoor een gewone b.v. oprichten die ingeschreven wordt bij de Kamer van Koophandel. Vedrer moeten alle handelingen verricht worden die gelden voor het oprichten van een gewone b.v., zoals aanmelding bij de belastingdienst, er moeten statuten gemaakt worden, een aandeelhoudersregister, enz. Een vrij ingewikkelde zaak voor iemand die daar niet in thuis is. Terug naar begin van pagina
Duur en hoogte werkloosheidsuitkering (vanaf 2009) (aan het onderstaande kunnen geen rechten ontleend worden) Hoogte WW De Werkloosheidswetuitkering (WW) bedraagt de eerste twee maanden 75% van uw loon. Daarna wordt dat 70%. De uitkering (per dag) is nooit hoger dan het maximumdagloon waarmee het UWV rkent. De hoogte van de uitkering Alle hieronder genoemde bedragen zijn bruto. Er gaat dus nog belasting vanaf. Bereken uw loon als volgt. Neem 12 maal het maandloon en tel daar het vakantiegeld bij op. Stel u verdient 2.000 per maand en u krijgt 8 procent vakantiegeld. Uw totale inkomen bedraagt dan 12 x 2.000 = 24.000 plus 8 % van 24.000 = 1.920. Uw totale jaarinkomen bedraagt dan 25.920. Het UWV rekent met een daggeld, gebaseerd op 5 werkdagen per week. Een jaar heeft dan 52 x 5 = 260 werkdagen. In het geval van het voorbeeld is uw daggeld dus 25.920/260 = 99,69 per dag. Hiervan wordt dan 70 % uitgekeerd. Dat is dus 0,7 x 99,69 = 69,78. De uitkering vindt iedere 4 weken (dus niet per kalendermaand) plaats. Van het bedrag wordt echter 8 procent vakantiegeld ingehouden, dus in ons voorbeeld 5,58. Er resteert dan een bedrag per dag van 69,78 - 5,58 = 64,20. De uitkering per 4 weken is dus 20 x 64,20 = 1.284. Of op jaarbasis 260 x 64,20 = 16.692. Het vakantiegeld wordt eenmaal per jaar in de maand mei uitgekeerd en bedraagt in ons voorbeeld 260 x 5,58 = 1.450,80. Dan moet u wel een heel jaar daarvoor werkloos geweest zijn want anders wordt er slechts naar rato van het aantal maanden dat u daarvoor werkloos was uitgekeerd. Stel u was in mei nog maar drie maande werkloos dan krijgt u slechts ¼ van het vakantiegeld uitgekeerd in mei van het betreffende jaar. Uw totale jaarinkomen, inclusief vakantiegeld, is dus in dit voorbeeld. 18.142,80. Velen van boven de 50 jaar zullen meer dan het bedrag van 2.000 per maand verdienen. Dan moet u wel rekening houden met het feit dat er een maximum zit aan het daggeld, namelijk 188,88 (in 2011), inclusief vakantiegeld. Dat is een bedrag, inclusief vakantiegeld van 49. 108,80 op jaarbasis. Over alles wat u meer verdient wordt geen uitkering gedaan. Van het maximale bedrag van 188,88 krijgt u weer slechts 70 % uitgekeerd. Het maximum bedrag aan uitkering per dag is dus 0,7 x 188,88 = 132,21. Hier gaat eerst weer 8 % vakantiegeld vanaf, zijnde 10,58. Er resteert dus een dagbedrag van 121,63. Uw vierwekelijkse uitkering is dan 20 x 121,63 = 2.434,60. Op jaarbasis is dat 31.623,80. U krijgt dan maximaal nog eens 2.750,80 aan vakantiegeld. Uw totale jaarinkomen bedraagt dan 34.374,60. Voorwaarden voor een WW uitkering Om voor een WW uitkering in aanmerking te komen, gelden momenteel (januari 2011) de volgende voorwaarden:
-
U moet uiteraard werkloos zijn. Dat betekent voor de WW:
-
U mag geen recht meer hebben op loon over de verloren arbeidsuren; -
U kunt direct aan de slag als u een baan vindt of krijgt aangeboden; -
U bent verzekerd voor de Werkloosheids Wet; -
U hebt zich tijdig geregistreerd als werkzoekende bij het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI); -
U heeft niet zelf ontslag genomen of verwijtbaar werkloos; -
U mag niet onder een van de uitsluitingsgronden vallen. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer u een Ziektewet- of WAO-uitkering bij volledige arbeidsongeschiktheid ontvangt; - U moet voldoet aan de '26 uit 36 weken'-eis. Dit houdt in: u moet in de 36 weken voorafgaand aan de werkloosheid tenminste 26 weken hebben gewerkt. Dit hoeven geen full-time weken te zijn: 1 dag per week werken geldt als een volledige werkweek. Vakantieweken waarin het loon werd doorbetaald tellen ook mee. De volgende weken tellen niet mee voor het vaststellen van de weken-eis:
- de weken waarin u ziek was;
- de weken waarin u als zelfstandige heeft gewerkt;
- de weken die al zijn meegeteld voor een eerder recht op uitkering.
Voor sommige beroepsgroepen geldt een lagere weken-eis. Dit is onder ander het geval voor seizoenarbeiders, musici, artiesten en filmmedewerkers. Voor hen gelden aparte en van elkaar verschillende weken-eisen. Duur van de loongerelateerde uitkering De loongerelateerde WW-uitkering duurt minimaal 3 maanden en maximaal 38 maanden. De duur is afhankelijk van uw arbeidsverleden. U berekent uw arbeidsverleden als volgt:
- neem het aantal kalenderjaren waarin u in de 5 jaar voorafgaand aan het jaar van werkloosheid 52 dagen heeft gewerkt: dit is minimaal 4 en maximaal 5 jaar (de '4-uit-5-jaren'-eis);
- tel daar bij op het aantal kalenderjaren vanaf en met inbegrip van het jaar waarin u 18 jaar bent geworden, tot aan het begin van de periode van 5 jaar.
De duur van de WW-uitkering is dan bijvoorbeeld: Arbeidsverleden 4 jaar dan 4 maanden, 5 jaar dan 5 maanden enz. Voor 38 jaar en meer geldt dus het maximum van 38 maanden Bron: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Terug naar begin van pagina
Bundelen giften fiscaal voordelig (aan het onderstaande kunnen geen rechten ontleend worden) Om giften van de belasting aftrekbaar te maken heeft u te maken met een zogenaamd drempelbedrag. Alleen bedragen boven deze drempel leveren fiscaal voordeel op bij aftrek daarvan in Box 1. Het drempelbedrag is 1% van uw "drempelinkomen" (minimaal 60). Het drempelinkomen is het totaal aan inkomsten van Box 1, 2 en 3 zonder dat u rekening houdt met uw persoonsgebonden aftrekposten. Als u ieder jaar wat aan goede doelen geeft kan het zijn dat u ieder jaar weer onder deze drempel blijft en er dus niets aftrekbaar is. U kunt de giften wel bijvoorbeeld eenmaal in de drie jaar geven. U geeft dan de eerste twee jaar helemaal niets en het derde jaar het drievoudige. Stel dat uw drempelinkomen 25.000 bedraagt. Dan zijn de giften die minder dan 250 (1% van 25.000) per jaar bedragen niet aftrekbaar. Stel u geeft 200 per jaar aan goede doelen. U geeft nu de eerste twee jaar niets en in het derde jaar schenkt u 600. Dan is in het derde jaar een bedrag van 600 - 250 = 350 aftrekbaar. U kunt het natuurlijk ook op een andere manier doen. Past u wel op want het maximale bedrag dat aftrekbaar is bedraagt 10 % van uw drempelinkomen. In het geval van ons voorbeeld is dat dus 2.500. Het is ook mogelijk om te schenken bij notariele akte. Daarbij gaat u normaal gesproken voor langere tijd een contract aan met een goed doel. Het voordeel zit er voor u in dat uw jaarlijkse bijdrage veel lager kan zijn. Omdat u voor langere tijd een contract aangaat, neemt het goede doel over het algemeen de kosten voor zijn rekening. In het laatste geval is er normaal gesproken wel een minimum bedrag dat u per jaar moet schenken. U kunt dit bijvoorbeeld regelen via schenken.nl Terug naar begin van pagina
Hoe staat het met mijn pensioenvoorziening En dan bereik je de AOW-gerechtigde leeftijd oud. Dat zou betekenen dat u dan 70 procent van uw laatstverdiende loon zou moeten ontvangen. Is dat wel zo? Heeft u geen pensioengat? Komt u wel toe met 70 procent van uw laatstverdiende inkomen? Als u een hypotheek had en die loopt op of rond uw 65-ste verjaardag af, dan scheelt dat een hoop aan kosten. Heeft u echter een huurhuis dan worden de kosten niet minder. Als u dan denkt dat u dan te tijd heeft om eens lekker te gaan reizen, maar u heef daar onvoldoende geld voor, dan kan het allemaal wel eens tegenvallen. Misschien had u dan wel eerder voorzieningen moeten treffen. De Stichting Pensioenkijker wil het pensioenbewustzijn van de Nederlander vergroten. Wie er meer over wil weten kan terecht op de website van Pensioenkijker (druk op de tekst) voor objectieve en niet-commerciële informatie. Terug naar begin van pagina
Schenkrecht. Wat mag ik aan mijn kinderen, kleinkinderen enz. belastingvrij schenken ?
(aan het onderstaande kunnen geen rechten ontleend worden)
Kind (pleegkind)
- Een ouder mag in 2013 aan een kind (of pleegkind) 5.141 per kalenderjaar belastingvrij schenken
- Als een kind (of pleegkind) tussen de 18 en 35 jaar oud is mag een ouder in plaats van deze 5.141 eenmalig in 2013 24.676 belastingvrij schenken (let op: het betreffende kind dient in de belastingaangifte te vermelden dat het een beroep doet op de eenmalige vrijstelling). Voor de vrijstelling voor een kind tussen de 18 en 35 jaar geldt in 2013 dat de vrijstelling gelijk is aan 51.407 als het gaat om een schenking die gebruikt wordt voor een buitengewoon dure studie of de aankoop van een huis of voor kosten voor de eigen woning die uw kind daarna heeft gemaakt.
Let op!
-
De eenmalige schenking van mag u ook splitsen in een schenking schenking zonder specifieke voorwaarden (gelijk aan het bedrag dat eenmalig kan worden geschonken) en de rest als schenking onder voorwaarde van besteding aan studie of huis. -
De belastingvrije schenking geld per kind. Als u meerdere kinderen heeft mag u dus aan ieder afzonderlijk kind belastingvrij het hiervoor genoemde belastingvrije bedrag schenken. -
De vrijstellingen voor schenkingen van ouders aan kinderen en pleegkinderen gelden voor u en uw partner samen. Als u gescheiden bent, worden schenkingen die u als ouder afzonderlijk doet, bij elkaar opgeteld. -
Bij het eenmalig schenken van het verhoogde bedrag dat u tussen 18 en 35 jaar mag schenken geldt dat u in de jaren daarna (en ook daarvoor natuurlijk) gewoon weer het maximale bedrag dat geldt in het betreffende jaar aan uw kind mag schenken. -
Als u een schenking doet waarbij u gebruikmaakt van de eenmalig verhoogde vrijstelling, dan moet u toch aangifte doen. In de aangifte geeft u aan welke vrijstelling volgens u van toepassing is.
- Bij schenkingen die de hiervoor genoemde belastingvrije drempel overschrijden gelden voor het meerdere de tarieven van de tabel hieronder.
Kleinkind of achterkleinkind
- Per kleinkind mag in 2013 2.057 per kalenderjaar belastingvrij geschonken worden. Let op: deze belastingvrije "drempel" verviel in het verleden in zijn geheel als het bedrag dat u schonk hoger was dan het hiervoor genoemde bedrag. Vanaf 2010 geldt dit niet meer. Voor een geschonken bedrag dat in 2013 hoger is dan dan 2.057 gelden de tarieven van de tabel hierna.
Anderen, zoals neefjes, nichtjes, broers zusters, enz.
- Voor ieder andere persoon (neefje, nichtje, broer, zuster, maakt niet uit) mag in 2013 2.057 per kalenderjaar belastingvrij geschonken worden. Voor een geschonken bedrag dat in 2013 hoger is dan dan 2.057 gelden de tarieven van de tabel hierna.
De belastingtarieven voor schenkingen over het meerdere van bedragen die vrijgesteld zijn van belasting, zijn als volgt in 2013:
|
2013 |
Kind |
Kleinkind / achterkleinkind |
Anderen |
|
Deel tot en met 118.254 |
10 % |
18 % |
30 % |
|
Deel boven 118.254 |
20 % |
36 % |
40 % |
Voor een schenking is geen notariële akte nodig bij schenkingen van roerende zaken, geld of aandelen in beursgenoteerde bedrijven. Een notariële akte is wel nodig als u bijvoorbeeld een huis schenkt, andere onroerende zaken of aandelen in uw eigen b.v. Raadpleeg bij twijfel een fiscalist of notaris. Voorbeelden: U schenkt uw kind 30.000. De eerste 5.141 (2013) is belastingvrij. Over het bedrag van 30.000 - 5.141 = 24.859 moet uw kind 10 % belasting betalen. Dat is dus een bedrag van 2.485. U schenkt uw kleinkind 30.000. De eerste 2.057 (2013) is belastingvrij. Over het bedrag van 30.000 - 2.057 = 27.943 moet uw kleinkind 18 % belasting betalen. Dat is dus een bedrag van 5.029. Bron: AD
Terug naar begin van pagina
Erfbelasting 2013 (heette tot 1 januari 2010 successierechten) (aan het onderstaande kunnen geen rechten ontleend worden) Vrijstelling erfenis in 2013
| Partners |
616.880 |
| Kinderen en kleinkinderen |
19.535 |
| Zieke en gehandicapte kinderen |
58.604 |
| Ouders |
46.266 |
| Alle anderen |
2.057 |
Partners voor de erfbelasting worden gezien als 1 persoon (of als 1 belastingplichtige). Als beide partners een erfenis krijgen, worden zij voor de berekening van de erfbelasting beschouwd als 1 persoon. Het begrip partners is voor de erfbelasting anders dan in het Burgerlijk Wetboek. Is er geen testament, dan erven alleen de echtgenoot of geregistreerd partner. Samenwonende partners erven in dat geval niets. De Belastingdienst ziet de volgende mensen als partners voor de erfbelasting:
- mensen die getrouwd zijn of een geregistreerd partnerschap hebben en niet duurzaam gescheiden leven
- stellen die samenwonen
- familieleden waarvan de een mantelzorg verleent voor de ander
Voor de erfbelasting is een gehandicapt kind een kind dat:
- voor het grootste deel door de overledene werd onderhouden
- door lichamelijke of geestelijke ziekte vermoedelijk niet in staat is om met werk de helft te verdienen van wat gezonde personen van dezelfde leeftijd kunnen verdienen. Het gaat hierbij om werk dat het gehandicapte kind kan doen ondanks zijn ziekte.
De belastingtarieven voor erfenissen over het meerdere van bedragen die vrijgesteld zijn van belasting, zijn als volgt in 2012:
| 2012 |
Partner / (Pleeg)Kind |
Kleinkind / verdere afstammelingen |
Anderen |
| Deel tot en met 118.254 |
10 % |
18 % |
30 % |
| Deel boven 118.254 |
20 % |
36 % |
40 % |
Het voert te ver om hier alle mogelijkheden te behandelen. Raadpleeg in dat geval uw belastingconsulent of de belastingdienst. Bron: Ministerie van Financiën Terug naar begin van pagina
Schenking om de erfbelasting (heette tot 1 januari 2010 successierechten) te verkleinen (2010) (aan het onderstaande kunnen geen rechten ontleend worden) Let op dit is vanaf 2011 een stuk minder aantrekkelijk dan vroeger. Of het moet om hele hoge bedragen gaan. Stel u heeft een hoog bedrag als erfenis voor uw kind. Het kan dan de moeite lonen om per jaar meer uit te keren dan de belastingvrije voet (zie tabellen hiervoor). Als rekenvoorbeeld gaan we uit van een periode van 5 jaar. Stel u heeft 100.000. (zie tabel hierboven bij "Schenkrecht. Wat mag ik aan mijn kinderen en kleinkinderen, enz. belastingvrij schenken". Let wel de bedragen in de tabel veranderen jaarlijks). 1. U doet verder geen schenking aan uw kind. Bij uw overlijden betaalt uw kind belasting over deze 100.000 minus de belastingvrije uitkering van 5.030 (2011) (mits u dat in het jaar van overlijden nog niet geschonken heeft natuurlijk) en de vrijstelling van erfenis voor een kind van 19.114. Het bedrag waarover vervolgens belasting geheven wordt is dan 100.000 - 5030 - 19.114 = 75.856. Dit is voor een kind belast met 10 %, dus is een bedrag van 7.585 verschuldigd. 2. Stel u doet een jaarlijkse uitkering van 20.000 gedurende 5 jaar. Daarvan is 5.030 belastingvrij. Uw kind betaalt dan 10 % belasting over het bedrag van 20.000 minus de jaarlijkse belastingvrije voet van 5.030. Dat is per jaar een bedrag van 10 % over 14.970, te weten 1.497 per jaar. In 5 jaar is dat dus een totaalbedrag van 7.485. Na 5 jaar is de 100.000 weggeschonken en hoeft uw kind dus verder geen belasting meer te betalen over dit bedrag. Het verschil met het voorgaande is maar 100. Dat is niet de moeite dus om zo ingewikkeld te doen. 3. Stel u schenkt uw kind 5.030 belastingvrij per jaar. Na 5 jaar is het bedrag van 100.000 verminderd tot 100.000 - 25.150 = 74.850. De belasting daarover is voor uw kind voor een bedrag van 19.114 belastingvrij. Uw kind betaald over het resterende bedrag, 55.736, 10 %. Dat is dan 5.573. Voordeel is 2.012. Het wordt pas aantrekkelijk als het gaat om erfenissen die de 118.708 flink overschrijden. Stel u heeft 600.000. 1. U doet verder geen schenking aan uw kind. Bij uw overlijden betaalt uw kind belasting over deze 600.000 minus de belastingvrije uitkering van 5.030 (2011) (mits u dat in het jaar van overlijden nog niet geschonken heeft natuurlijk) en de vrijstelling van erfenis voor een kind van 19.114. Het bedrag waarover vervolgens belasting geheven wordt is dan 575.856. Dit is voor een kind voor de eerste 118.708 belast met 10 %, dus is een bedrag van 11.870 verschuldigd. Over het meerdere 457.148 wordt 20 % geheven, dus 91.429. Het totaal aan betaalde belasting is dus 103.299. 2.De tweede optie is dat u uw kind ieder jaar 118.708 schenkt. Uw kind betaalt jaarlijks 10 % over 118.708 - 5.030, oftewel 10 % over 113.678 = 11.367. In 5 jaar is dat dus een totaal van 56.835. Van het bedrag resteert na 5 jaar nog 600.000 minus 5 x 118.708. En dat is 6460. Dit valt ruim onder de vrijstelling van 19.114, dus hoeft er voor dit restant geen belasting betaald te worden. In totaal betaalt uw kind nu 56.835. Dat is een verschil van maar liefst 46.464. 3. Stel u schenkt uw kind 5.030 belastingvrij per jaar. Na 5 jaar is het bedrag van 600.000 verminderd tot 574.850. De belasting daarover is voor uw kind voor een bedrag van 19.114 belastingvrij. Uw kind betaalt over het resterende bedrag, 555.736. Dit is voor een kind voor de eerste 118.708 belast met 10 %, dus is een bedrag van 11.870 verschuldigd. Over het meerdere 437.028 wordt 20 % geheven, dus 87.405. Het totaal aan betaalde belasting is dus 11.870 + 87.405 = 89.275. Nog een verschil van 14.024 Vormen van schenken U kunt op allerlei manieren schenken. Dat kan in de vorm van geld, aandelen, obligaties, enz. Een ondernemer kan ook aanmerkelijk belang aandelen van zijn eigen b.v. schenken. Maar het kan ook in de vorm van bijvoorbeeld kunst en antiek. U kunt uw kind ook geld lenen (bijvoorbeeld voor het kopen van een huis) en de aflossing/rente ieder jaar kwijtschelden. Het kind moet wel een redelijke rente aan u betalen, maar die is als hypotheekrente weer aftrekbaar van de belastingen. Het is verstandig om de lening vast te leggen bij een notaris. Een schuldbekentenis mag ook, maar die moet u dan wel laten vastleggen bij de belastingdienst. Let op! De schenking van een huis aan kinderen om daarmee de waardevermeerdering van het huis in de loop der jaren te kunnen ontlopen (zoals dat vroeger wel gedaan werd) gaat niet meer op. Over de waardevermeerdering wordt nu bij een erfenis gewoon belasting geheven. Moet u aangifte doen van schenkingen? Voor bedragen die kleiner of gelijk zijn aan de schenkingsvrijstelling hoeft geen aangifte te worden gedaan. Bij schenkingen die hoger zijn moet wel aangifte worden gedaan. Hoe doet u aangifte? U doet aangifte met het formulier Aangifte schenkbelasting. Dit aangifteformulier kunt u downloaden of aanvragen bij de BelastingTelefoon. Stuur uw aangifte naar het belastingkantoor waar de schenker onder valt. Met het hulpmiddel Adressen schenkingskantoren kunt u opzoeken welk belastingkantoor dit is. Let op! Als blijkt dat een schenking meer waard is dan u opgeeft, dan kan de belastingdienst u een hogere aanslag opleggen. Als de schenking belast is moet bij een schenking van ouders aan kinderen de aangifte plaatsvinden voor 1 maart van het jaar volgend op het jaar waarin de schenking heeft plaatsgevonden. Als u geen aangifte hoeft te doen, is het vaak aan te raden de schenking vast te leggen. U legt alle afspraken vast in een "akte", dat wil zeggen dat u alles op papier zet. Dit papier wordt vervolgens zowel door de schenker als de ontvanger van de schenking ondertekend. Beide partijen dienen een origineel ondertekende kopie te hebben. Het voert te ver om hier alle mogelijkheden op te noemen. Raadpleeg een notaris of fiscalist om meer mogelijkheden te leren kennen. Terug naar begin van pagina
Beursnieuws Nieuws en actuele koersen bij Eurobench ---- klik op de euro ----  Euronext ---- klik op de euro ---- Terug naar begin van pagina
|