SeniorPlaza

Financiën

Start
Nieuwtjes
Gezondheid
Componisten
Computer
Winter
1930-1945
De jaren 50
Jaren 60 en 70
Nostalgie
Op zoek naar
Liedjes
Liedjes Zoek
Opzegversjes
Gedichtjes Oud
Voordrachten
Poezieversjes
Cadeautips
Vakantie
Wereldwonder
Financiën
Discussie
Verhalen
Gedichten
Prikbord
Boeken
Er op uit
Uitgaan
Creatief
Spelletjes
Sport
Links

Klik op de knoppen voor meer informatie

Adverteren bij Daisycon

       

AD Geld en Recht


 

Langer doorwerken

 

Partnertoeslag AOW vervalt in 2015

Grens van € 5.000 voor afname eigenwoningreserve vervallen

5 vragen over pensioen en scheiding

Successierechten nodig of niet?

Wat is een Levensloopregeling?

Pensioen aanvragen

Schenkingen op papier

AOW pensioen in 2010

Vaker geld terug van fiscus

Forfaitaire bijtelling eigen huis 2010

 

 Wat mag een oom of tante aan een neefje of nichtje belastingvrij schenken ?

 

 Bedenktijd bij aankopen via internet

 

 Kantonrechtersformule

 

 Duur en hoogte werkloosheidsuitkering

 

 Bundelen giften fiscaal voordelig

 

 Hoe staat het met mijn pensioenvoorziening

 

 Wat mag ik aan mijn (klein)kinderen schenken

 

Erfbelasting (heette to 1 januari 2010 successierechten)

 

 Schenkingen om successierechten te verkleinen

 

Verder vindt u hier Beursnieuws (klik op de tekst)


Langer doorwerken

(aan onderstaande kunnen geen rechten ontleed worden)

 

Ouderen werden met de doorwerkbonus vanaf 2009 gestimuleerd om langer door te werken. Deze bonus is in de vorm van een heffingskorting die vergelijkbaar is met de bestaande arbeidskorting voor ouderen. De doorwerkbonus is er voor mensen die ook na

hun 61-ste blijven werken. De bonus bedraagt een percentage van het inkomen en wordt gegeven in de vorm van een korting op de te betalen inkomstenbelasting. De hoogte is afhankelijk van de leeftijd. Daarnaast moet het inkomen uit arbeid meer bedragen dan € 8.860 en de maximale percentage wordt berekend over € 54.776. In onderstaande tabel kunt u zien hoe hoog de bonus is.

 

Leeftijd 62 63 64 65 66 67 e.v.
Bonuspercentage 5 % 7 % 10 % 2 % 2 % 1 %
Bonus maximaal € 2.296 € 3.214 € 4.592 € 918 € 918 € 459

Terug naar begin van pagina


Partnertoeslag AOW vervalt in 2015

 

Iedere burger in Nederland krijgt AOW uitgekeerd als hij of zij 65 wordt. Samenwonend of gehuwd, komt dit neer op 50% van het nettominimumloon. Zodra de jongste partner ook 65 jaar wordt, ontvangt hij of zij eveneens 50% van het nettominimumloon als AOW. Samen maakt dit de AOWuitkering gelijk aan het nettominimumloon.

 

In de tussenliggende periode, dus als de jongste partner nog geen 65 jaar is, kan de gepensioneerde recht hebben op een partnertoeslag AOW. De toeslag wordt alleen uitgekeerd als de jongste partner geen of weinig eigen inkomen heeft. Er wordt daarbij alleen gekeken naar het inkomen uit arbeid (een baan) of inkomen in verband met arbeid (bijvoorbeeld een sociale

uitkering of VUT).

 

Wat verandert er in 2015?

 

Mensen die op of na 1 januari 2015 65 jaar worden, ontvangen geen partnertoeslag AOW meer. De partner die als eerste 65 wordt, ontvangt alleen zijn of haar deel van de AOW, dus 50% van het nettominimumloon. Het gezamenlijk inkomen kan hierdoor tijdelijk lager worden dan verwacht. Deze wetswijziging is al sinds 1 januari 1996 van kracht.

Gepensioneerden die al vóór 2015 recht hebben op de partnertoeslag AOW, behouden deze partnertoeslag ook na 1 januari 2015.

 

Veel mensen niet op de hoogte van afschaffing

 

Uit onderzoek onder mensen tussen 40 en 57 jaar blijkt dat 65% niet op de hoogte is van de afschaffing van de partnertoeslag. Op de vraag of ze maatregelen hebben getroffen om de afschaffing te compenseren, antwoordt 80% met ‘nee’. De meesten dragen als reden hiervoor aan: ‘ik wist het niet’ en ‘ik heb me er niet in verdiept’. Degenen die wel al maatregelen hebben getroffen, hebben dat met name met lijfrentes en beleggingen gedaan of sparen voor een extra potje.

 

Treffen van maatregelen

 

Er zijn verschillende maatregelen die mensen kunnen treffen om de afschaffing van de partnertoeslag op te vangen. We noemen hier een aantal:

  • De jongste partner gaat (meer) werken.

  • Sparen op een gewone spaarrekening.

  • Sparen via de jaarlijkse inleg van de bedrijfsspaarregeling.

  • Aanschaf van een koopsompolis, spaarverzekering of andere spaar- en beleggingsproducten.

Het is niet altijd nodig om maatregelen te treffen. Dat gaat op voor de volgende gevallen:

  • De jongste partner verwacht tegen die tijd voldoende eigen inkomen te hebben.

  • Degene die het eerst recht heeft op AOW, verwacht vanaf 2015 ook zonder extra voorzieningen te kunnen rondkomen. Dit kan het geval zijn als het bestedingspatroon tegen die tijd sterk is veranderd. Bijvoorbeeld omdat de hypotheek bijna is afgelost of omdat de kinderen zelfstandig wonen

  • Het leeftijdsverschil tussen beide partners is heel klein, en dan gaat het dus om een relatief klein bedrag

 

Ingezonden door Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

 

Terug naar begin van pagina


Grens van € 5.000 voor afname eigenwoningreserve vervallen

 

Het Ministerie van Financiën heeft de grens van € 5.000 bij de eigenwoningreserve met terugwerkende kracht tot 1 januari 2004 laten vervallen. Dat betekent dat uw eigenwoningreserve sneller opgebruikt is. Dat is gunstig, want u kunt dan eerder gebruikmaken van de renteaftrek in box 1, als u bijvoorbeeld geld leent voor de verbouwing van uw huis.

 

Wat is de eigenwoningreserve?
De eigenwoningreserve ontstaat als u uw huis met winst verkoopt. De opbrengst van de verkoop min de eigenwoningschuld bepaalt de eigenwoningreserve. De eigenwoningschuld is de schuld voor de aankoop, onderhoud of verbetering van een eigen woning. Hiervan is de rente aftrekbaar in box 1.

Als u een huis koopt en wilt verbouwen terwijl u een eigenwoningreserve heeft, wil de overheid dat u deze reserve daarvoor gebruikt. Als u toch geld leent voor de verbouwing, is de rente daarover niet aftrekbaar in box 1.

Voorbeeld
Stel: na verkoop van uw oude huis en aankoop van uw nieuwe huis heeft u een eigenwoningreserve van € 10.000. U besteedt in het eerste jaar € 4.500 aan schilderwerk voor uw nieuwe woning. In het tweede jaar verbouwt u voor € 8.000.

 

Nieuwe situatie

Oude situatie

Eigenwoningreserve na eerste jaar

€ 10.000 - € 4.500 = € 5.500

€ 10.000, blijft gelijk

Eigenwoningreserve na tweede jaar

€ 5.500 - € 8.000 = - € 2.500. Geen eigenwoningreserve meer

€ 2.000

Leenbedrag voor verbouwing waarvan rente aftrekbaar is in box 1

€ 2.500

€ 0

In de nieuwe situatie heeft u na twee jaar geen eigenwoningreserve meer. Dit betekent dat u een lening kunt afsluiten voor een deel van deze verbouwing en de verbouwingen in de toekomst. Hierover is de rente aftrekbaar in box 1.

Bron: Rabobank 8 juni 2007

Terug naar begin van pagina


5 vragen over pensioen en scheiding

Ik ben in 1990 gescheiden na 27 jaar huwelijk. Er is niets geregeld over het pensioen. Op 8 april 2008 word ik 65. Heb ik dan recht op pensioen van mijn ex-man?

Uw leeftijd is niet bepalend voor het eventuele recht op een deel van het pensioen, maar de datum van echtscheiding wel. Bent u tussen 27 november 1981 en 1 mei 1995 gescheiden dan valt u niet onder de regeling van de Wet Verevening Pensioenrechten bij Scheiding. U heeft dus niet zonder meer recht op de helft van het tijdens het huwelijk opgebouwde pensioen. Volgens een uitspraak van de Hoge Raad heeft u wel recht op een deel van het pensioen.

Voorwaarde is dan wel dat u in gemeenschap van goederen getrouwd bent geweest. Een deel van het ouderdomspensioen en het bijzonder nabestaandenpensioen wordt namelijk gezien als een onderdeel van ‘de gemeenschap’. De hoogte van het deel waar u recht op heeft is lastig te berekenen, maar daar zou u eventueel in overleg met uw ex en zijn pensioenfonds uit kunnen komen. Zo niet, dan is het aan te raden hiervoor een gespecialiseerde advocaat in de arm te nemen. De Vereniging voor Personen- en Familierechtadvocaten kan u hiermee in contact brengen: Postbus 65707 2506 EA Den Haag, tel. 070-3626215, www.verenigingfas.nl.

Ik ben op 28 mei 1991 gescheiden en heb ook niets geregeld voor de verdeling van het pensioen. Mijn ex-vrouw is inmiddels hertrouwd, dus ik vraag me af of het pensioen dan ook nog verdeeld moet worden?

Voor u geldt eigenlijk hetzelfde antwoord als op de vorige vraag. Voor de verdeling van het pensioen speelt een nieuwe partner namelijk helemaal geen rol. Dat kan alleen van invloed zijn op de hoogte van de alimentatie en die staat los van de verdeling van het pensioen.

Na een huwelijk van 25 jaar ben ik in 2005 gescheiden. Ik ontvang nu alimentatie en mij is verteld dat ik daar 12 jaar recht op heb, maar daarover staat niets in de echtscheidingspapieren. Mijn ex gaat in 2008 met pensioen en ik heb dan recht op de helft van het tot 2001 opgebouwde deel. Maar hoe zit het dan met de alimentatie waar ik tot 2013 recht op heb? Moet hij dat dan ook nog betalen?

Het klopt inderdaad dat u in principe recht heeft op 12 jaar alimentatie en dat staat los van de eventuele verdeling van het pensioen. Normaal gesproken krijgt u in 2008 via de pensioenuitvoerder de helft van het opgebouwde pensioen uitgekeerd. Voorwaarde is wel dat de pensioenuitvoerder binnen twee jaar na de echtscheiding op de hoogte is gesteld van ‘de breuk’. Maar reken uzelf niet rijk: de verdeling van het pensioen kan wel gevolgen hebben voor de hoogte van de alimentatie. Daar kunt u onderling afspraken over maken of de zaak aan de rechter voorleggen. Die zal dan rekening houden met uw behoeften, maar ook met de draagkracht van uw ex.

Ik ben sinds 1994 officieel gescheiden van mijn ex-vrouw die zowel de Nederlandse als een buitenlandse nationaliteit heeft. Ik word geacht 15 jaar alimentatie te betalen, wat moeilijker wordt sinds mijn pensionering in 2007. Via mijn advocaat heb ik haar verschillende keren gevraagd opgaaf te doen van inkomsten of vermogen, maar ik heb nog niets van haar ontvangen. Ik heb reden om aan te nemen dat ze inmiddels een erfenis heeft ontvangen. Wat kan ik doen om toch minder alimentatie te betalen?

De hoogte van de alimentatie die u moet betalen hangt in dure woorden af van ‘de concrete omstandigheden van het afzonderlijke geval’. Als uw financiële situatie wijzigt kunt u de rechter vragen opnieuw de hoogte van de alimentatie vast te stellen. De rechter zal daarbij echter ook rekening houden met financiële situatie van uw ex. Wellicht dat uw advocaat haar daarom heeft gevraagd meer inzicht te geven in haar inkomen en vermogen. Nu zij aan dat verzoek geen gehoor geeft, kunt u de zaak in principe toch aan de rechter voorleggen. Hij kan haar wellicht via een uitspraak dwingen alsnog meer inzicht te geven of de alimentatie opnieuw vaststellen.

Ik denk dat ik recht heb op een deel van het pensioen van mijn ex. Maar hij is vertrokken naar het buitenland en daar kan en wil ik geen contact met hem opnemen. Hoe achterhaal ik bij welk pensioenfonds ik terecht kan?

Een voor de hand liggende vraag, maar het antwoord is lastig. Wellicht heeft uw ex meerdere banen gehad en dus ook zijn pensioen op verschillende plaatsen opgebouwd. Om te beginnen zou u dus contact op kunnen nemen met de voormalige werkgever(s). Mocht deze zijn verhuisd of een andere naam hebben gekregen dan kan de Kamer van Koophandel u soms verder helpen.

En sommige vakbonden beschikken ook over nuttige informatie. Tijdens de speurtocht mag u in elk geval rekenen op de medewerking van de bedrijven en het pensioenfonds. Zij zijn namelijk verplicht alle gegevens te verstrekken die nodig zijn om de verdeling van het pensioen mogelijk te maken. Daarnaast kunt u natuurlijk ook een advocaat inschakelen. Daar hangt een prijskaartje aan, maar zo hoeft u niet direct contact op te nemen met uw ex.

Bron: Algemeen Dagblad

Wilt u van alles weten over Pensioen en Scheiden bezoekt u dan de website Pensioenscheiden

Terug naar begin van pagina


Successierechten nodig of niet?

Jan en Maria zijn in gemeenschap van goederen gehuwd. Zij hebben twee kinderen: Bas en Koert.

Hun vermogen wordt vooral gevormd door een huis en wat spaargeld. Enkele maanden geleden overleed Jan.

Omdat Jan geen testament heeft gemaakt, is de wettelijke regeling van toepassing over de verdeling: Maria krijgt alle goederen van de nalatenschap met als voorwaarde dat zij alle schulden van de nalatenschap voor haar rekening neemt. Tot die schulden behoren ook de door de kinderen verschuldigde successierechten.

Bas en Koert krijgen een rentedragende geldvordering op hun moeder. De rente is gelijk aan de wettelijke rente (nu: ca. 4 procent) verminderd met 6 procent. Op dit moment is de rente dus nihil.

Maria, die in 2008 een vrijstelling heeft van minimaal 149.622,- (147.410,- euro in 2007) en maximaal 523.667,- euro (515.928,- euro in 2007), betaalt over haar verkrijging geen successierecht. Bas en Koert zijn echter wel successierecht verschuldigd. Maria moet dat aan de fiscus betalen.

In dit soort gevallen gebeurt het vaak dat de vrijstelling van de langstlevende echtgenoot voor een groot deel onbenut blijft. Doordat de kinderen fiscaal erven, terwijl zij maar een kleine of zelfs geen vrijstelling hebben, zijn ook successierechten verschuldigd. Dit kan tot problemen leiden, als er niet voldoende cash voorhanden is. En denk ook aan de situatie dat de langstlevende echtgenoot inteert op zijn vermogen.

Het zou dan zo kunnen zijn dat er niets overblijft voor de kinderen terwijl er destijds wel successierechten over hun ’verkrijging’ werden betaald. Er ontstaat ook een probleem als bijvoorbeeld Bas overlijdt. In dat geval zijn de erfgenamen van Bas over de geldvordering die Bas op Maria had successierecht verschuldigd, terwijl zij niet weten of en op welke datum zij die vordering krijgen uitgekeerd.

Deze problemen kunnen worden voorkomen als getrouwde stellen een testament maken waarin de langstlevende echtgenoot tot enig erfgenaam wordt benoemd.

Op deze manier wordt de vrijstelling door de erfgenaam optimaal benut en is er daardoor bij het eerste overlijden heel vaak geen successierecht verschuldigd. Om te voorkomen dat alles te zijner tijd via de langstlevende naar de kinderen gaat, is het verstandig om een zogeheten tweetrapsmaking in het testament op te nemen. Een tweetrapsmaking is een clausule waarin twee keer over hetzelfde vermogen wordt beschikt: het vermogen gaat eerst naar A en als A overlijdt gaat het vermogen naar B. Hierdoor verkrijgen Bart en Koert in dit voorbeeld uiteindelijk de erfenis van vader en van moeder.

Een impliciet gevolg van een testament dat de langstlevende tot enig erfgenaam benoemt, is dat de kinderen feitelijk zijn onterfd.

De kinderen kunnen een beroep doen op hun legitieme portie. Naar huidig recht is deze portie echter niets meer dan een vordering in geld. Als de testateur echter de zogeheten ’niet opeisbaarheidsclausule’ in het testament heeft opgenomen (wat tegenwoordig vrijwel standaard gebeurt), kunnen de legitimarissen (Bart en Koert) gedurende het leven van de langstlevende hun erfdeel niet opeisen. Dit heeft tot gevolg dat Bart en Koen wel successierechten zijn verschuldigd, maar zij niet weten of hun vordering ten tijde van het overlijden kan worden uitgekeerd.

Een goed uitgevoerd schenkingsplan en een tijdige aanpassing van het testament van Maria zorgt er voor dat ook het bij haar overlijden het verschuldigde successierecht wordt geminimaliseerd.

A.R. Autar is als notaris verbonden aan Kooijman Lambert Notarissen te Rotterdam en Vlaardingen en als docent personen-, familie- en erfrecht en estateplanning verbonden aan een aantal opleidingsinstituten.

Bron: Algemeen Dagblad 28 oktober 2005 (aangepast voor situatie 2008)

Terug naar begin van pagina


Wat is een Levensloopregeling?

Volgens een onderzoek van Zwitserleven heeft een kwart van de mensen nog nooit van de Levensloopregeling gehoord.

De rest heeft hoogstens de klok horen luiden. Daarom 10 vragen over de regeling.

1. Wie mogen er mee doen aan de nieuwe Levensloopregeling, die op 1 januari 2006 inging?
Iedereen! Alle werknemers, directeuren, zelfs mensen die directeur en eigenaar zijn van een bedrijf. Dus als je er de komende weken niets van hoort: stap even naar je baas en wijs hem erop dat de Levensloopregeling er nu echt aankomt.

2. Ja, maar wat is de Levensloopregeling eigenlijk. Word ik daar soms beter van?
Dat kan zeker. Met de levensloopregeling kun je met je brutosalaris sparen voor vrije tijd. Eigenlijk is het systeem heel simpel. Je levert een percentage van je brutoloon in, dat komt op een rekening, je krijgt er een bepaald rendement op, en al naar gelang de hoogte van het bedrag, kan je vrije weken, maanden, zelfs jaren opnemen. Daarna kan je weer opnieuw beginnen.
Het meest logisch is natuurlijk dat je spaart om eerder met pensioen te gaan. Maar je kunt er ook tussendoor uit. Om je een periode intensief te wijden aan je gezin, je hobby, of om eens een grote reis te maken.

3. Maar wat kost me dat dan?
Tot op zekere hoogte moet u dat zelf weten. In principe is het zo dat hoe meer je per maand spaart, hoe langer je er tussendoor uit kunt of hoe eerder u kunt stoppen met werken. Het maximumspaarbedrag per maand is twaalf procent van het huidige salaris. Bij een bruto maandsalaris van 3500 euro is dat ongeveer 400 euro. Als u dat bedrag kunt missen, schiet de Levensloopregeling best op: je kunt er dan na vijf jaar een half jaar tussenuit. Maar de meeste mensen kunnen zo’n bedrag natuurlijk niet opzij leggen en denken meer aan 100 euro per maand. Het is goed te beseffen dat dat bedrag na een loopbaan lang sparen veel te laag is om bijvoorbeeld drie jaar eerder met pensioen te gaan.

4. Maar ik ben helemaal geen 25 of 30 jaar, ik ben al 50! Ik heb helemaal geen tijd meer om flink te sparen voor de Levensloop!
Tja, en toch is de regeling ook voor mensen tussen de 50 en 55 jaar interessant. Deze groep mag als het ware een inhaalslag maken. Ze hoeven zich niet te houden aan het maximumpercentage van 12 procent, maar mogen zoveel opzij leggen als ze willen. Ze mogen hun hele jaarsalaris voor de Levensloop bestemmen.

Nou, reken maar uit, als je dat doet kun je natuurlijk direct een jaar eerder met pensioen. Zo werkt het natuurlijk niet, want als je nu een heel salaris kunt missen, kan je dat in een pensioenjaar toch ook. Maar toch liggen er hier voor bepaalde groepen mensen zoals ondernemers en middenstanders goede mogelijkheden om in korte tijd het pensioen op te krikken. Dat kan hun financieel adviseur of accountant prima uitleggen.

5. Dat is me allemaal veel te ingewikkeld. Ik weet echt nog niet wat ik straks wil en aan m’n pensioen denk ik nog helemaal niet. Ik wil gewoon mijn spaarloon houden. Die Levensloop kan me wat.
Ho, ho, dat kan, de Levensloop is niet verplicht. Mensen die nu Spaarloon hebben kunnen daar gewoon voor kiezen. Spaarloon betekent dat je elke maand een stukje brutoloon spaart, dat meestal in de vakantiegeldmaand mei uitgekeerd wordt. Dat is bij een volledig dienstverband maximaal 613 euro.

Dat komt dan op een spaarrekening die je onder bepaalde voorwaarden belastingvrij kunt deblokkeren. Kun je niet aan die regels voldoen, dan laat je het rustig staan. In principe na vier jaar kun je erover beschikken, zonder dat je er belasting over hoeft te betalen. Er doen in totaal zeven miljoen mensen aan deze regeling mee.  

6. Wat als de baas het niet goed vindt dat ik er met m’n gespaarde geld een paar maanden tussenuit ga?
Alle werknemers in Nederland mogen deelnemen aan de per 1 januari van kracht wordende Levensloopregeling. Dat is wettelijk vastgelegd. Er is echter wel een maar: mensen die tussendoor een bepaalde periode verlof willen nemen, moeten dat wel in overleg doen met hun baas. Ze kunnen dan geen beroep doen op de wet.
Wat deze toch onduidelijke passage in de Levensloopregeling betekent, zal de praktijk moeten leren. Het kan heel begrijpelijk zijn dat de baas zegt: ik kan jou die drie of zes maanden niet missen. Aan de andere kant kan de werknemer aanvoeren dat hij niet voor niets voor vrije tijd gespaard heeft.
Overigens: ouderschapsverlof valt hier niet onder. Daar kan de baas geen nee tegen zeggen.

7. Ik ben nog jong. Ik blijf vast niet zo lang bij m'n baas. Ben ik m’n geld zeker kwijt?
Dat zou wat zijn. Nee, het spaargeld is niet van het bedrijf waar je werkt. Dat is en blijft van uzelf en staat op een rekening van een bank of grote verzekeraar. Jaarlijks krijg je daar een afschrift van waarop je net als bij Spaarloon ook het rendement ziet. Dit tegoed neem je gewoon mee als je van baas verandert.
Wel zal het zo zijn dat een nieuwe werkgever bij de sollicitatie toch even voorzichtig vraagt of meneer of mevrouw wellicht nog heel veel vrije tijd op de bankrekening heeft staan. Misschien zal hij zelfs afspraken willen maken dat de vrije tijd niet in een bepaalde periode wordt opgenomen. Ook dat zal de tijd moeten leren.

8. Het is al bijna 1 januari. Wanneer moet ik beslissen?
U moet eigenlijk zo spoedig mogelijk beslissen. Heel snel, in elk geval vóór 1 januari. Mensen moeten goed weten dat, als ze na 1 januari hun Spaarloonregeling gewoon laten doorlopen, ze in 2006 niet meer kunnen meedoen met de Levensloopregeling. De eerst volgende gelegenheid is dan 1 januari 2007.
Banken en verzekeraars denken dat heel veel mensen nog afwachtend zullen staan tegenover de Levensloopregeling en daarom toch maar kiezen voor het Spaarloon. Je moet ook echt wel goed weten wat je wilt om mee te doen met de Levensloopregeling en toch ook een wat ruimer inkomen hebben. Maar zelfs dan: met schoolgaande of studerende kinderen valt er echt niet veel te sparen.

9. Straks blijkt dat ik helemaal niet eerder wil stoppen. Wat moet ik dan met dat geld doen?
Nou, dat hoeft helemaal geen probleem te zijn. Het wordt steeds duidelijker dat het verheugen op vroeg stoppen met werk leuker is dan het stoppen zelf. Wat dat betreft heeft het vroeg-pensioen veel weg van vakantie, waarvan de voorpret ook het belangrijkste ingrediënt is.
Een toenemend aantal ouderen aarzelt dan ook als ze aan de rand van ’die zee van vrije tijd’ komen te staan. De gespaarde vrije tijd van de Levensloopregeling dwingt mensen niet naar het pensioen. Het geld komt gewoon op het pensioen en is belastbaar op basis van het totale pensioeninkomen.

10. Volgens mij kent niemand de Levensloopregeling nog. Zal dat zo blijven, of is het iets dat iedereen straks de normaalste zaak van de wereld vindt.
Daar hebben banken en verzekeraars lang en kort over gefilosofeerd. Ze weten het niet. Mogelijkheid is dat mensen er maar mondjesmaat aan mee doen en het nieuwe spaarsysteem langzaam maar zeker bekend en gebruikt wordt. Dan wortelt het wellicht stukje bij beetje in de samenleving. Maar wat als het binnen een paar jaar een groot succes wordt, dat de naam Levensloop straks op ieders lip ligt, net als het Spaarloon.
Dan is het ook nog mogelijk dat het aan zijn eigen succes ten onder gaat. Dat het de overheid teveel (belasting)geld gaat kosten en dat een gedeelte van het systeem van de ene op de andere dag weer afgeschaft wordt. Net zoals het ging met de computer die mensen van het bruto salaris konden kopen.

Bron: Algemeen Dagblad 19/20 oktober 2005

Terug naar begin van pagina


Pensioen aanvragen

 

AOW aanvragen

Als u in Nederland staat ingeschreven bij de gemeente, krijgt u zes maanden voordat u 65 wordt een brief thuisgestuurd. In deze brief staat dat u online met uw DigiD een aanvraag kunt indienen bij de SVB. Uw DigiD is een persoonlijke combinatie van gebruikersnaam en wachtwoord waarmee u terecht kunt bij elektronische diensten van overheidsinstellingen. Hiervoor moet u uw gebruikersnaam en een wachtwoord activeren bij DigiD. Als u nog geen DigiD heeft kunt u die hieronder aanvragen. Daarna kunt u online uw aanvraag indienen. 

Maak uw keuze:

Woont u in een EU- of verdragsland dan vraagt u het AOW-pensioen aan bij het sociale verzekeringsorgaan van uw woonland. Tenzij u in uw woonland nooit verzekerd bent geweest voor sociale verzekeringen, dan vraagt u het AOW-pensioen bij uw SVB vestiging aan. 

Als u buiten een EU- of verdragsland woont, vraagt u het AOW-pensioen aan bij de SVB in Roermond.

Bedrijfspensioen

 

U gaat binnenkort met pensioen en het aanvraagformulier is de deur uit. Hoe zit het nu met het aanvullend pensioen dat u bij bedrijven heeft opgebouwd. Krijgt u dat automatisch of moet u daar achteraan.

Als u geen melding van het betreffende pensioenfonds heeft ontvangen zult u er achteraan moeten. Voor een aanvullend pensioen geldt een zogenaamde "haalplicht". Dat betekent dat u zelf actie moet ondernemen om het uitbetaald te krijgen. Meestal neemt het pensioenfonds van het bedrijf waar u nu werkt wel contact met u op voor het toezenden van een aanvraagformulier. Wanneer u evenwel drie maanden voor aanvang van uw pensionering nog niets ontvangen of gehoord heeft, is het verstandig om zelf contact op te nemen met het pensioenfonds. Voor pensioenrechten die u bij één of meer andere werkgevers heeft opgebouwd en waarvan u ook nog niets heeft gehoord dient u eveneens zelf contact op te nemen met het betreffende pensioenfonds.

Weet u niet meer bij wie u moet zijn, bijvoorbeeld door fusies en dergelijke, dan kunt u beginnen bij de Vereniging van Bedrijfstakpensioenen (tel. 070-3117373) of bij de Pensioen- en Verzekeringskamer (PVK). De PVK (nu gefuseerd met De Nederlandse Bank) (tel. 0800 020 1068, gratis) kan namen, adressen en telefoonnummers geven van pensioenfondsen en verzekeraars. Let wel, het is tegenwoordig vrij normaal dat als u van werkegever verandert, en die werkgever heeft een pensioenfonds, dat het pensioenfonds van de nieuwe werkgever de opgebouwde rechten in het pensioenfonds van uw oude werkgever overneemt. Dat was evenwel vroeger niet mogelijk. Dus best kans dat u ergens een pensioen heeft opgebouwd waarvan u het bestaan nauwelijks nog wist.

Terug naar begin van pagina


Schenkingen op papier

(aan onderstaande kunnen geen rechten ontleed worden)

Bij het schenkingen aan uw kinderen hoeft er niet altijd geld overgedragen te worden. Men kan een "schenking op papier" doen. Uw kind hoeft over het op papier ontvangen bedrag geen schenkingsrecht of inkomstenbelasting te betalen. Op papier schenken kan om een paar redenen handig zijn. Bijvoorbeeld, u wilt uw vermogen tot het overlijden van uzelf en uw partner behouden en beheren of uw geld zit in een huis of uw geld ligt vast in een bedrijf.

De schenking wordt op papier gedaan in de vorm van een zogenaamde "schulderkenning uit vrijgevigheid". Dat is een akte die bij de notaris MOET worden vastgelegd anders erkent de fiscus dit niet. Het in de akte vermelde vermogen dat is overgedragen, is pas door uw kind of kinderen opeisbaar bij uw overlijden. Uw kinderen krijgen nu wel een niet-opeisbare vordering op u (en uw partner). U moet uw kind of kinderen daarvoor jaarlijks een zogenaamde "zakelijke rente" betalen, want anders moet uw kind alsnog successierechten betalen bij uw overlijden. De aan uw kind te betalen rente over het aan het betreffende kind overgedragen vermogen bedraagt 0,75 tot 1,25 maal de "martkrente". Deze marktrente zal momenteel rond de 4 % zijn.

Als één van de ouders overlijdt of bij het overlijden van de laatste ouder, wordt het in de akte genoemde vermogen dat is overgedragen aan het betreffende kind in mindering gebracht op de erfenis.

Fiscale gevolgen

Het aan het betreffende kind op papier geschonken bedrag wordt door de fiscus gerekend tot het vermogen dat belast wordt in Box 3. Als het totale vermogen van uw kind (inclusief uw schenking op papier) in 2009 lager is dan € 20.661 of van een gehuwd kind lager dan € 41.322 speelt dat geen rol. Dat is namelijk het maximaal van vermogensheffing vrijgestelde bedrag. Dan hoeft uw kind over het op papier geschonken bedrag dus geen belasting te betalen. Daarboven geldt dat het kind geacht wordt 4 % rendement te maken op zijn of haar vermogen, dat belast wordt tegen een tarief van 30 %. Dat betekent dat uw kind 1,2 % belasting moet betalen over het bedrag dat de vrijstelling overschrijdt.

Stel u geeft op papier € 10.000 en uw kind heeft geen eigen vermogen, dan hoeft uw kind over uw schenking geen belasting over te betalen. Maar als u bijvoorbeeld aan het kind dat geen eigen vermogen heeft € 50.000 zou schenken, betaalt uw kind als hij of zij GEHUWD is jaarlijks 1,2 % belasting over het bedrag van € 50.000 - € 41.322 = € 8.678. Dat is in dit geval dus € 104 dat per jaar naar de fiscus gaat. Let op: heeft uw kind wel een eigen vermogen van bijvoorbeeld € 5.000, dan is er in het geval van de schenking van € 10.000 niets aan de hand. Maar in het tweede geval hoefde uw kind eerst geen belasting te betalen over zijn of haar vermogen, maar nu telt die € 5.000 wel mee voor zijn of haar totale vermogen. Dus in het voorbeeld van een schenking van € 50.000 is het totale vermogen € 55.000.

Uw kind hoeft over de van u ontvangen rente geen belasting te betalen. In het geval van het voorbeeld van € 50.000 tegen een rente van 4 % ontvangt uw kind van u € 2.000.

U kunt zelf de aan uw kind of kinderen betaalde rente niet van uw inkomen aftrekken. Door de schuld aan uw kind(eren), als deze schuld tenminste de in 2009 geldende schulddrempel van € 2.900 voor alleenstaanden en € 5.800 voor gehuwden overschrijdt, wordt echter uw zogenaamde rendementgrondslag voor Box 3 verlaagd. De rendementsgrondslag is de waarde van uw bezittingen verminderd met de waarde van uw schulden.

Stel u schenkt op papier € 50.000. Over dit vermogen betaalde u aan de fiscus jaarlijks 1,2 % (30 % van 4 %), oftewel € 600. Stel u bent een echtpaar, dan is de drempel voor aftrek van schulden bij uw rendementgrondslag € 5.800. Dat betekent dat een bedrag van € 50.000 - € 5.800 = € 44.200 niet langer meetelt voor uw rendementgrondslag. Dus u betaalt over dit bedrag niet meer de 1,2 % aan belasting. U betaalt de fiscus nu dus maar € 530 in plaats van de eerder genoemde € 600.

De materie is vrij ingewikkeld. De hier genoemde voorbeelden zijn om u een idee te geven van hoe een en ander in elkaar zit. Bij het schenken van een huis of bedrijf op papier gelden nog een aantal specifieke zaken. Raadpleeg in alle gevallen een notaris. Die kan u de details geven.

Terug naar begin van pagina


AOW pensioen in 2010

(aan het onderstaande kunnen geen rechten ontleend worden)

De AOW (Algemene Ouderdomswet) is een basispensioen voor mensen die 65 jaar of ouder zijn. Daarnaast kent de AOW een toeslag voor partners jonger dan 65 jaar, die lage eigen inkomsten of helemaal geen inkomsten hebben.

Opgelet: zie Partnertoeslag vervalt in 2015

Welk bedrag u krijgt hangt af van uw woonsituatie en hoeveel jaren u voor de AOW verzekerd bent geweest.

Verzekerd zijn voor de AOW

Iedereen die legaal in Nederland woont, is meestal automatisch verzekerd voor de AOW. Het maakt niet uit welke nationaliteit u heeft, en ook niet of u wel of niet heeft gewerkt.
U heeft recht op een volledig AOW-pensioen als u van uw 15e tot uw 65e verjaardag verzekerd bent geweest. Voor ieder jaar dat u in die periode verzekerd bent geweest, bouwt u het AOW-pensioen met 2 procent op.
Meestal bent u niet verzekerd in de periodes die u buiten Nederland heeft gewoond of gewerkt.

Woonsituatie

Behalve van het aantal jaren dat u verzekerd bent geweest, is de hoogte van uw AOW-pensioen ook afhankelijk van uw woonsituatie. De AOW kent pensioenbedragen voor alleenstaanden, alleenstaande ouders en gehuwden.
De AOW maakt geen verschil tussen gehuwden, mensen die een geregistreerd partnerschap voeren en ongehuwden die een gezamenlijke huishouding met iemand anders voeren.
U voert een gezamenlijke huishouding als u met één andere meerderjarige persoon een woning deelt en allebei een bijdrage levert in de kosten van de gezamenlijke huishouding of op andere wijze voor elkaar zorgt.
Als u uitsluitend met uw eigen kind of met uw vader of moeder een gezamenlijke huishouding voert wordt u als alleenstaand beschouwd.

AOW-toeslag

Is uw partner nog geen 65 ? Hij of zij krijgt nog geen AOW. Daarom ontvangt u een extra bedrag boven op uw AOW-pensioen. Dit extra bedrag heet een toeslag. Het kan zijn dat uw partner inkomsten heeft. Bijvoorbeeld omdat hij of zij werkt of vervroegd met pensioen is. Deze inkomsten trekt de SVB van de toeslag af.

Welke inkomsten gaan van uw toeslag af ?

  • Loon en andere inkomsten uit arbeid. Deze inkomsten worden gedeeltelijk van de toeslag afgetrokken. De eerste € 211,14 van het maandsalaris worden er niet vanaf getrokken. Het salaris daarboven wordt voor tweederde van uw toeslag afgetrokken. Verdient uw partner meer dan € 1.259,01 bruto per maand ? Dan krijgt u geen toeslag meer.

  • Inkomsten in verband met arbeid, zoals een arbeidsongeschiktheidsuitkering of een vervroegd pensioen. Deze inkomsten worden volledig van de toeslag afgetrokken. Ontvangt uw partner bruto meer dan € 698,58 per maand ? Dan krijgt u geen toeslag meer. 

  • Inkomsten van je partner uit vermogen, zoals rente of dividend wordt helemaal niet van de toeslag afgetrokken.

Welke inkomsten gaan niet van uw toeslag af ?

Inkomsten uit vermogen, zoals rente of dividend worden niet van de toeslag afgetrokken.

Buiten Nederland gewoond of gewerkt ?

Heeft uw partner buiten Nederland gewoond of gewerkt ? Dan is hij of zij meestal niet verzekerd voor de AOW. Voor elk jaar dat uw partner niet verzekerd is, gaat er 2% van de toeslag af.

Toeslag vervalt in 2015

Wordt u 65 op of na 1 januari 2015 ? En wordt u eerder 65 dan uw partner ? Dan krijgt u geen toeslag. De toeslag wordt op 1 januari 2015 afgeschaft. Bent u nu al 65 ? Of wordt u dat voor 1 januari 2015 ? Dan krijgt u nog gewoon een toeslag. De toeslag loopt door totdat uw jongere partner zelf 65 wordt, ook al is dat na 2015.

Wat betekent het afschaffen van de toeslag ?

Als u op of na 1 januari 2015 als eerste 65 wordt, ontvangt u alleen uw deel van het AOW-pensioen. Uw inkomen kan hierdoor tijdelijk lager zijn. Dat zal het geval zijn als uw partner geen eigen inkomsten heeft. Hoe lang u samen minder inkomen heeft, ligt aan het leeftijdsverschil tussen u en uw partner. Bent u bijvoorbeeld twee jaar ouder, dan ontvangt u samen twee jaar lang alleen uw AOW-pensioen.

Welke maatregelen kunt u nemen?

Een tijdelijke teruggang in inkomen kunt u voorkomen door nu al maatregelen te nemen. Er zijn verschillende mogelijkheden:

  • Uw partner gaat werken.

  • U gaat sparen op een gewone spaarrekening.

  • U schaft een spaarverzekering aan of u gaat beleggen. Laat u hierbij goed adviseren door een financieel deskundige. 

De zorgverzekering en uw AOW-pensioen

De invoering van de nieuwe Zorgverzekeringswet (Zvw) heeft voor iedereen financiële gevolgen. U merkt het aan de premie die u aan uw zorgverzekeraar betaalt. En u merkt het aan de verandering van uw netto-inkomen.  

Premie

De premie voor de nieuwe zorgverzekering bestaat uit:

  • een nominale (vaste) premie die u rechtstreeks aan uw zorgverzekeraar betaalt, en uit 

  • een inkomensafhankelijke bijdrage (bijdrage Zvw) die u op uw inkomen wordt ingehouden. Dus ook op uw AOW-pensioen.

Bijdrage Zvw

Sinds januari 2006 houdt de SVB de bijdrage Zvw in op uw AOW-pensioen. De bijdrage is 7,05%. De SVB vergoedt de bijdrage niet, omdat deze al in het AOW-bedrag is verwerkt.

Om de zorgverzekering voor iedereen betaalbaar te maken, heeft het kabinet extra maatregelen genomen, zoals:

  • Tegemoetkoming AOW. De tegemoetkoming is een extra bedrag dat u boven op uw AOW-pensioen ontvangt. In 2009 ontvangt u een tegemoetkoming van € 34,26 bruto per maand.

  • Verhoging heffingskorting. Daardoor betaalt u minder belasting.

Woont u buiten Nederland?

Dan kunt u ook met de zorgverzekering te maken krijgen. Dat is in de volgende situaties het geval:

  • u woont in een EU- of EER-land, of

  • u woont in Bosnië-Herzegovina, Kaapverdië, Kroatië, Macedonië, Marokko, Servië-Montenegro, Tunesië of Turkije, en

  • u bent in uw woonland niet verzekerd tegen ziektekosten op basis van een pensioen of uitkering.     

Het College voor zorgverzekeringen (CVZ) stelt vast of u onder de zorgverzekering valt. Als dat het geval is, houdt de SVB de bijdrage Zvw buitenland in op uw AOW-pensioen. In uw woonland kunt u gebruikmaken van de lokale medische zorg op kosten van de Nederlandse zorgverzekering.

Bedragen en betaaldagen AOW

De AOW kent verschillende uitkeringsbedragen. De hoogte van uw uitkering hangt af van uw leefsituatie. Het AOW-pensioen wordt maandelijks uitbetaald.

Hieronder staan AOW-pensioenbedragen die gelden vanaf 1 januari 2010. Dit zijn de meest voorkomende AOW-bedragen. Deze gelden met name als u een volledig AOW-pensioen heeft en in Nederland woont.

Wat wordt er op het AOW pensioen ingehouden?

Op het AOW-pensioen houdt de SVB loonheffing in. Loonheffing bestaat uit loonbelasting en premie voor de Algemene nabestaandenwet (Anw) en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ).
U heeft recht op kortingen op de belasting en premie volksverzekeringen die u moet betalen over uw AOW-pensioen. Dit zijn de heffingskortingen. De SVB houdt automatisch rekening met de algemene heffingskorting. Daarnaast houdt de SVB ook rekening met de ouderenkorting en, als u het AOW-pensioen voor een alleenstaande ouder ontvangt, de aanvullende ouderenkorting.

Wat ontvangt een alleenstaande

 

Met heffingskorting

Zonder heffingskorting

Bruto *

€ 1.052,23

€ 1.052,23

Loonheffing

€         0,00

€    163,00

Bijdrage Zvw

€      74,18

€      74,18

Netto

€    978,05

€    815,05

* Het bruto bedrag is inclusief de tegemoetkoming AOW van € 34,26. De vakantie-uitkering bedraagt bruto € 56,97 per maand en wordt in de maand mei uitbetaald.

Wat ontvangen gehuwden, geregistreerd partners, ongehuwden die een gezamenlijke huishouding voeren (beiden 65+)

 

Met heffingskorting

Zonder heffingskorting

Bruto (per persoon) *

€ 732,84

€ 732,84

Loonheffing

€     0,00

€ 113,33

Bijdrage Zvw

€   51,66

€   51,66

Netto

€ 681,18

€ 567,85

* Het bruto bedrag is inclusief de tegemoetkoming AOW van € 34,26. De vakantie-uitkering bedraagt bruto € 40,69 per maand en wordt in de maand mei uitbetaald.

Gehuwden zonder toeslag die een partner onder de 65 jaar hebben en waarvan de AOW is ingegaan voor 1 februari 1994 ontvangen de hogere AOW van een alleenstaande. Hun maximale toeslag is evenredig lager. Als ze recht hebben op de volledige toeslag ontvangen ze hetzelfde als AOW-ers met volledige toeslag (zie tabel hierna).

Wat ontvangen gehuwden, geregistreerd partners, ongehuwden die een gezamenlijke huishouding voeren (jongste partner nog geen 65 jaar, volledige toeslag)

 

Met heffingskorting

Zonder heffingskorting

Bruto (per paar) * € 1.431,42 € 1.431,42
Loonheffing €       88,41 €    222,50
Bijdrage Zvw €     100,91 €     100,91
Netto € 1.242,10 €  1.108,01

* Het bruto bedrag is inclusief de tegemoetkoming AOW van € 34,26. De vakantie-uitkering bedraagt bruto € 81,38 per maand en wordt in de maand mei uitbetaald.

Wat ontvangen gehuwden, geregistreerd partners, ongehuwden die een gezamenlijke huishouding voeren (jongste partner nog geen 65 jaar, geen toeslag)

 

Met heffingskorting

Zonder heffingskorting

Bruto (per paar) * € 732,84 € 732,84
Loonheffing €     0,00 € 113,33
Bijdrage Zvw €   51,66 €   51,66
Netto € 681,18 € 567,85

* Het bruto bedrag is inclusief de tegemoetkoming AOW van € 34,26. De vakantie-uitkering bedraagt bruto € 40,69 per maand en wordt in de maand mei uitbetaald.

Wat ontvangt een alleenstaande ouder met kind onder 18 jaar

 

Met heffingskorting

Zonder heffingskorting

Bruto  * € 1.323,93 € 1.323,93
Loonheffing €       36,75 €    205,66
Bijdrage Zvw €       93,33 €       93,33
Netto € 1.193,85 € 1.024,94

* Het bruto bedrag is inclusief de tegemoetkoming AOW van € 34,26. De vakantie-uitkering bedraagt bruto € 73,27 per maand en wordt in de maand mei uitbetaald.

Betaaldagen

Op de volgende data maakt de SVB uw AOW-pensioen over naar uw bank:

22 januari 2010

23 februari 2010

23 maart 2010

23 april 2010

21 mei 2010 (met vakantiegeld)

23 juni 2010

23 juli 2010

23 augustus 2010

23 september 2010

22 oktober 2010

23 november 2010

17 december 2010

Afhankelijk van uw bank kan het nog enkele dagen duren voordat het bedrag op uw rekening staat.

Bron: SVB

Terug naar begin van pagina


Forfaitaire bijtelling eigen huis 2010

(aan het onderstaande kunnen geen rechten ontleend worden)

 

Vanaf 2010 is de waardepeildatum voor de WOZ de waarde die in 2009 door de gemeente is vastgesteld. De gemeenten stellen tegenwoordig jaarlijks de WOZ waarde vast.

 

De forfaitaire bijtelling voor een eigen huis bij het inkomen is als volgt: 

 

WOZ waarde   Forfait percentage
Van

Tot

 Tussen haakjes het percentage voor 2008
€ 0 € 12.500  0 (0)
€ 12.500 € 25.000  0,2 (0,2)
€ 25.000 € 50.000  0,3 (0,3)
€ 50.000 € 75.000  0,4 (0,4)
€ 75.000 € 1.010.000  0,55 (0,55)
€ 1.010.000 en hoger € 5.555 plus 0,80% van de eigenwoningwaarde voor zover deze uitgaat boven € 1.010.000 (was 0,55 totaal)

 

Huiseigenaren die hun hypotheek geheel of voor een groot deel hebben afgelost krijgen een lagere of zelfs geen bijtelling van het eigenwoningforfait. Wie zijn hypotheek helemaal heeft afgelost en dus geen hypotheekrente van de belasting aftrekt hoeft geen eigenwoningforfait bij de inkomsten op te tellen. Men krijgt dan een belastingaftrek die even groot is als de bijtelling van het eigenwoningforfait.

 

Deze regeling is ook gunstig voor mensen die maar een relatief kleine hypotheek op hun huis hebben. De forfaitaire bijtelling voor het eigen huis zal namelijk nooit groter zijn dan de hypotheekrente men van de belasting mag aftrekken.

 

Stel men heeft een huis met een WOZ waarde van € 275.000. Er moet dan een eigenarenforfait van 0,55/100 x 275.000 = € 1.512 bij het inkomen opgeteld worden. Stel men heeft een resthypotheek van € 25.000 tegen 4,5 procent rente. De belastingaftrek is dan € 1.125. In 2004 betaalde u per saldo over het eigenarenforfait minus de hypotheekrente aftrek nog belasting. Dat is in deze berekening 1.512 – 1.125 = € 387.

 

Sinds 1 januari 2005 (dus ook in 2010) geldt dat het maximale forfait niet hoger kan zijn dan de afgetrokken hypotheekrente. In dit geval is het maximale forfait dus € 1.125. En de aftrek van de hypotheekrente is eveneens € 1.125. Men heeft dus in dit geval geen bijtelling meer. Dat is bijvoorbeeld gunstig voor mensen die geen hypotheek meer op hun huis hebben. Die hoeven sedert 2005 ook de eigenwoningforfait niet meer bij hun inkomen op te tellen. Voor mensen die meer hypotheekrente aftrekken dan het eigenwoningforfait verandert er niets.

 

Dus stel uw heeft in dit voorbeeld nog een resthypotheek van € 100.000. Dan is uw hypotheekrente aftrek (tegen 4,5 procent rente) € 4.500. Het bedrag van € 4.500 - € 1.512= € 2.988 is nog steeds aftrekbaar van uw inkomen.

 

Bron: Ministerie van Financiën

Terug naar begin van pagina


Wat mag een oom of tante aan een neefje of nichtje in 2010 belastingvrij schenken ?

(aan het onderstaande kunnen geen rechten ontleend worden)

 

Het bedrag dat een oom of tante aan een neefje of nichtje belastingvrij mag schenken bedraagt in 2010 € 2.000 per kalenderjaar.  Als u de betreffende bedragen maximaal schenkt hoeft het betreffende neefje of nichtje geen aangifte te doen van de schenking. Als dit bedrag wel overschreden wordt moet het betreffende neefje of nichtje daarvan wel aangifte doen.

De belastingtarieven voor schenkingen over het meerdere van bedragen die vrijgesteld zijn van belasting, zijn voor neefjes en nichtjes als volgt in 2010:

 

2010 Neefje of nichtje
Deel tot en met € 118.000 30 %
Deel boven € 118.000 40 %

Het is wel mogelijk om een schenking te doen "vrij van rechten". In dat geval neemt de betreffende oom of tante de belasting over het bedrag voor zijn of haar rekening. Het betreffende neefje of nichtje betaalt dan geen belasting over de schenking. De oom of tante heeft daar wel fiscaal voordeel bij. Raadpleeg uw belastingadviseur.

Overigens gelden dezelfde vrijstelling en belastingtarieven ook voor alle anderen.

Terug naar begin van pagina


Bedenktijd bij aankopen via internet

(aan het onderstaande kunnen geen rechten ontleend worden)

 

Veel mensen hebben intussen wel eens iets via het internet gekocht. Maar weinigen kennen de wettelijke spelregels. Ook bij aankopen via het internet gelden de regels van de Wet Koop op Afstand. De koper heeft een bedenktijd van 7 dagen. Deze termijn mag door de verkoper niet verkort worden of beperkt worden. Het is wettelijk niet toegestaan om bij ontbinding van de verkoop binnen 7 dagen aan de koper kosten in rekening te brengen. Het is ook vaak in strijd met de wet als een website vermeldt dat ontbinding van de koopovereenkomst alleen mogelijk is als de verpakking niet is opengemaakt. Dat mag alleen gesteld worden voor audio- en video-opnamen en computerprogrammatuur. De wet eist bovendien dat het adres van de verkoper bekend is als er vooruitbetaling wordt geëist.

Terug naar begin van pagina


Kantonrechtersformule

(aan het onderstaande kunnen geen rechten ontleend worden)

Bij ontslag wordt tegenwoordig vaak een "Gouden" of "Zilveren" handdruk gegeven. Deze kunt u berekenen aan de hand van de zogenaamde kantonrechtersformule. Dat is een soort richtlijn waar de kantonrechter zich in het algemeen aan kan houden. De kantonrechter kan hier echter ook van afwijken. Het eindoordeel is te allen tijde aan de kantonrechter.

De kantonrechtersformule luidt als volgt: 

  1. Het aantal dienstjaren. Dat is het aantal maanden dat de werknemer tot aan zijn 40-ste jaar bij de betreffende werkgever aaneengesloten gewerkt heeft. Voor de leeftijd van 40 tot 50 jaar is dat 1,5 maal het aantal maanden dat de werknemer  voor het bedrijf gewerkt heeft en vanaf 50 jaar 2 maal het aantal maanden dat de werknemer voor het bedrijf gewerkt heeft.
  2. Het bruto maandsalaris
  3. Een correctiefactor. Dit is in het algemeen 1. Als door het bedrijf aangetoond kan worden dat de werknemer (grotendeels) zelf schuldig is aan zijn ontslag is de factor kleiner dan 1 en kan zelfs nul worden. Als door de werknemer aangetoond kan worden dat de werkgever veel te verwijten is kan de factor hoger dan 1 zijn met een maximum van 2.

 Volgens de kantonrechtersformule krijgt u een bedrag ineens van a x b x c uitgekeerd. 

Voorbeeld: Iemand begint te werken bijeen bedrijf op als hij of zij 35 jaar oud is en wordt ontslagen op het moment dat hij of zij 55 jaar oud is. Volgens de kantonrechtersformule ontvangt deze persoon: (5 x 1) + (10 x 1,5) + (5 x 2) = 30 maanden bruto salaris.

Let op: Deze uitkering is belast. Als u deze uitkering ineens laat plaatsvinden wordt dat bij uw inkomen van het betreffende jaar opgeteld. Het kan soms beter zijn om die onder te brengen bij een verzekeringsmaatschappij en uitkeringen te laten doen in de vorm van een lijfrente. Dan wordt de uitkering niet bij uw inkomen van het betreffende jaar opgeteld. Vaak moet u dan echter als premie, 10 procent van het bedrag betalen aan de verzekeringsmaatschappij, plus 1 procent per jaar over het dan resterende bedrag. Bij een erg hoge premie kunt u overwegen om een zogenaamde Stamrecht b.v. op te richten die dan uw uitkering beheert. U moet hiervoor een gewone b.v. oprichten die ingeschreven wordt bij de Kamer van Koophandel. Veder moeten alle handelinge verricht worden die gelden voor het oprichten van een gewone b.v., zoals aanmelding bij de belastingdienst, er moeten statuten gemaakt worden, een aandeelhoudersregister, enz. Een vrij ingewikkelde zaak voor iemand die daar niet in thuis is.

31 oktober 2008

Kantonrechters wijzigen formule ontslagvergoeding

Het rekenmodel dat kantonrechters hanteren voor de toekenning van vergoedingen bij de ontbinding van arbeidsovereenkomsten wordt aangepast. Dit heeft de Kring van Kantonrechters donderdag in Utrecht besloten. Volgens de kantonrechters was de uit 1996 stammende formule toe aan een ‘update’.

De belangrijkste wijzigingen behelzen een andere berekening van de dienstjaren, meer aandacht voor de arbeidsmarktpositie van werknemers en de financiële positie van de werkgever, en maatwerk voor werknemers die in het zicht van pensionering zijn.

Volgens de huidige formule wordt de vergoeding berekend door het aantal dienstjaren te vermenigvuldigen met het bruto maandsalaris en met een factor waarin de bijzondere omstandigheden van het geval zijn uitgedrukt in een cijfer. Daarbij tellen de dienstjaren tot de leeftijd van 40 jaar voor één maandsalaris, van 40 tot 50 jaar voor 1,5 en vanaf 50 jaar voor twee.

De kantonrechters willen dit voor de toekomst verfijnen, waarbij de dienstjaren tot 35 jaar tellen voor 0,5, van 35 tot 45 jaar voor één, van 45 tot 55 jaar voor 1,5 en vanaf 55 jaar voor twee maandsalarissen. Daarmee willen ze aansluiting zoeken bij de verbeterde arbeidsmarktpositie van jongeren, maar met behoud van bescherming van de oudere werknemer.

Verder willen de kantonrechters meer aandacht geven aan bijzondere omstandigheden die nu soms onderbelicht blijven, zoals de arbeidsmarktpositie van werknemers en de financiële positie van de werkgever.

Een werknemer die door zijn werkgever in staat is gesteld door cursussen zijn kennis bij te houden en uit te breiden, heeft een steviger positie op de arbeidsmarkt en heeft volgens de kantonrechters minder financiële bescherming nodig dan andere collega's. En werknemers die werkzaam zijn in een branche met een groot gebrek aan personeel, heeft volgens de rechters minder bescherming nodig dan een werknemer in een sector waarin veel werkloosheid heerst.

Bron: De Volkskrant

Heeft u hulp nodig bij het oprichten van een Stamrecht b.v. vul dan het onderstaande formulier in.

Mijn naam is

Adres

Woonplaats

Postcode

E-mail adres*

Telefoonnummer

Telefoonnummer mobiel

Op dit moment staat de kantonrechtersformule ter discussie.

Terug naar begin van pagina


Duur en hoogte werkloosheidsuitkering 2009

(aan het onderstaande kunnen geen rechten ontleend worden)

Hoogte WW
De Werkloosheidswetuitkering (WW) bedraagt de eerste twee maanden 75% van uw loon. Daarna wordt dat 70%.
De uitkering (per dag) is nooit hoger dan het maximumdagloon.

De hoogte van de uitkering

Alle hieronder genoemde bedragen zijn bruto. Er gaat dus nog belasting vanaf.

Bereken uw loon als volgt. Neem 12 maal het maandloon en tel daar het vakantiegeld bij op. Stel u verdient € 2.000 per maand en u krijgt 8 procent vakantiegeld. Uw totale inkomen bedraagt dan 12 x € 2.000 = € 24.000 plus 8 % van € 24.000 = € 1.920. Uw totale jaarinkomen bedraagt dan € 25.920. Het UWV rekent met een daggeld, gebaseerd op 5 werkdagen per week. Een jaar heeft dan 52 x 5 = 260 werkdagen. In het geval van het voorbeeld is uw daggeld dus € 25.920/260 = € 99,69 per dag. Hiervan wordt dan 70 % uitgekeerd. Dat is dus 0,7 x € 99,69 = € 69,78. De uitkering vindt iedere 4 weken (dus niet per kalendermaand) plaats. Van het bedrag wordt echter 8 procent vakantiegeld ingehouden, dus in ons voorbeeld € 5,58. Er resteert dan een bedrag per dag van € 69,78 - € 5,58 = € 64,20. De uitkering per 4 weken is dus 20 x € 64,20 = € 1.284. Of op jaarbasis 260 x € 64,20 = € 16.692. Het vakantiegeld wordt eenmaal per jaar in de maand mei uitgekeerd en bedraagt in ons voorbeeld 260 x € 5,58 = € 1.450,80. Dan moet u wel een heel jaar daarvoor werkloos geweest zijn want anders wordt er slechts naar rato van het aantal maanden dat u daarvoor werkloos was uitgekeerd. Stel u was in mei nog maar drie maande werkloos dan krijgt u slechts ¼ van het vakantiegeld uitgekeerd in mei van het betreffende jaar. Uw totale jaarinkomen is dus in dit voorbeeld. € 18.142,80.

Velen van boven de 50 jaar zullen meer dan het bedrag van € 2.000 per maand verdienen. Dan moet u wel rekening houden met het feit dat er een maximum zit aan het daggeld, namelijk € 179,90 (in 2008), inclusief vakantiegeld. Dat is een bedrag, inclusief vakantiegeld van 44. 844,80 op jaarbasis. Over alles wat u meer verdient wordt geen uitkering gedaan. Van het maximale bedrag van € 179,90 krijgt u weer slechts 70 % uitgekeerd. Het maximum bedrag aan uitkering per dag is dus 0,7 x € 179,90 = € 125,93. Hier gaat eerst weer 8 % vakantiegeld vanaf, zijnde € 10,07. Er resteert dus een dagbedrag van € 115,86. Uw vierwekelijkse uitkering is dan 20 x € 115,86 = € 2.317,20. Op jaarbasis is dat € 30.123,60. U krijgt dan maximaal nog eens 2.409 aan vakantiegeld. Uw totale jaarinkomen bedraagt dan € 32.532.

Duur van een WW-uitkering

Als u een WW-uitkering krijgt, is dat voor ten minste 3 maanden en ten hoogste 38 maanden (3 jaar en 2 maanden). Hoe lang u de uitkering precies krijgt, hangt af van uw arbeidsverleden.

Jareneis

Als u 26 van de 36 weken gewerkt heeft, voldoet u aan de wekeneis. Dan krijgt u een basisuitkering van 3 maanden.
Hoe lang u daarna WW  krijgt, hangt af van het aantal kalenderjaren dat u gewerkt heeft. Een kalenderjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december. U krijgt de WW-uitkering langer dan 3 maanden (de zogenaamde verlengde uitkering) als u de laatste 5 kalenderjaren voordat u werkloos werd ten minste 4 kalenderjaren een arbeidsovereenkomst heeft gehad. Bovendien moet u in elk van die 4 kalenderjaren minimaal 52 dagen loon ontvangen hebben. Dit is de zogenaamde jareneis.

Voor het arbeidsverleden tellen soms ook (delen van) jaren mee waarin u:

onbetaald verlof opnam;

voor jonge kinderen zorgde;

    een volledige WIA- of WAO-uitkering kreeg; 

    in andere landen werkte.

Arbeidsverleden

Hoe lang u een WW-uitkering krijgt, hangt af van het aantal jaren dat u gewerkt heeft; uw arbeidsverleden.

Uw arbeidsverleden voor de WW wordt berekend met 2 periodes: uw feitelijke en fictieve arbeidsverleden. De optelsom van die periodes is uw totale arbeidsverleden. Voor ieder jaar arbeidsverleden heeft u recht op 1 maand WW-uitkering.

Uw ‘feitelijke arbeidsverleden’ bestaat uit de jaren vanaf 1998 waarin u ten minste 52 dagen in loondienst bent geweest. Het jaar waarin u werkloos wordt, telt niet mee.
Bereken uw feitelijk arbeidsverleden met de volgende som:
(vul hier in: het jaar waarin u werkloos werd) – 1998 = uw feitelijk arbeidsverleden

Uw ‘fictieve arbeidsverleden’ bestaat uit de jaren vanaf het jaar dat u 18 werd tot aan 1998. Het maakt daarbij niet uit of u in die periode wel of niet gewerkt heeft.
Bereken uw fictief arbeidsverleden met de volgende som:
1998 – (vul hier in: uw geboortejaar) - 18 = uw fictief arbeidsverleden

Bereken nu de duur van uw uitkering met de volgende som:
Uw feitelijke arbeidsverleden (in jaren) + uw fictieve arbeidsverleden (in jaren) = de duur van uw uitkering (in maanden)

Heeft u voor jonge kinderen gezorgd?


Zijn er kalenderjaren waarin u geen 52 dagen loon heeft ontvangen omdat u voor kleine kinderen zorgde? Dan kunnen deze jaren geheel of gedeeltelijk meetellen voor uw arbeidsverleden. Een jaar telt mee als u kinderbijslag kreeg voor een of meer kinderen die jonger waren dan 5 jaar. Hierbij geldt de leeftijd die het kind had op 1 januari. Woonde u niet in Nederland, maar in een land van de Europese Unie en kreeg u gezinsbijslag uit dat land? Dan geldt dat ook als kinderbijslag.

De kalenderjaren waarin u voor jonge kinderen zorgde, tellen als volgt mee voor uw arbeidsverleden:

·         de jaren tot en met 2004 tellen elk mee als 1 jaar;

·         de jaren 2005 en 2006 tellen beide mee als driekwart;

·         vanaf 2007 telt elk jaar mee voor de helft.

Deze regeling heet ook wel het verzorgingsforfait.

Heeft u in een kalenderjaar langer dan een halfjaar een WW-uitkering of een  loongerelateerde WIA-uitkering gehad? Dan geldt het verzorgingsforfait niet voor dat jaar.

Heeft u voor een zieke of gehandicapte gezorgd (mantelzorg)?

Heeft u in een kalenderjaar niet 52 dagen loon ontvangen, maar een zieke of gehandicapte in uw naaste omgeving verzorgd? Dan kan dit jaar voor de helft als arbeidsverleden meetellen. Dit heet het mantelzorgforfait.

Een voorwaarde om gebruik te kunnen maken van het mantelzorgforfait is dat u betaald krijgt voor uw mantelzorg. Degene die u betaalt, moet dat doen van zijn persoonsgebonden budget (pgb). U moet kunnen laten zien dat u vanuit dit pgb betaald werd. Bijvoorbeeld door een overeenkomst tussen u en degene die u verzorgde.

Het mantelzorgforfait geldt alleen voor kalenderjaren vanaf 2007. Jaren voor 2007 waarin u voor een zieke of gehandicapte zorgde, tellen niet mee voor uw arbeidsverleden.

Heeft u in een kalenderjaar langer dan een halfjaar een WW-uitkering had of een  loongerelateerde WIA-uitkering gehad? Dan geldt het mantelzorgforfait niet voor dat jaar.

Heeft u de zorg verleend als zelfstandig ondernemer? Ook dan geldt het mantelzorgforfait niet.

Heeft u in één jaar mantelzorg verricht én voor jonge kinderen gezorgd?
Heeft u in hetzelfde kalenderjaar mantelzorg verricht én voor een of meer jonge kinderen kinderbijslag gehad? Dan kan dat jaar maar één keer als halfjaar meetellen in uw arbeidsverleden.

Einde WW en nog geen werk
Heeft u na afloop van de uitkering nog geen werk gevonden, dan kunt u een bijstandsuitkering aanvragen of een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW).

Bronnen: UWV, Postbus 51 en Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Terug naar begin van pagina


Bundelen giften fiscaal voordelig

(aan het onderstaande kunnen geen rechten ontleend worden)

Om giften van de belasting aftrekbaar te maken heeft u te maken met een zogenaamd drempelbedrag. Alleen bedragen boven deze drempel leveren fiscaal voordeel op bij aftrek daarvan in Box 1. Het drempelbedrag is 1% van uw "drempelinkomen". Het drempelinkomen is het totaal aan inkomsten van Box 1, 2 en 3 zonder dat u rekening houdt met uw persoonsgebonden aftrekposten. Als u ieder jaar wat aan goede doelen geeft kan het zijn dat u ieder jaar weer onder deze drempel blijft en er dus niets aftrekbaar is. U kunt de giften wel bijvoorbeeld eenmaal in de drie jaar geven. U geeft dan de eerste twee jaar helemaal niets en het derde jaar het drievoudige. Stel dat uw drempelinkomen € 25.000 bedraagt. Dan zijn de giften die minder dan € 250 (1% van € 25.000) per jaar bedragen niet aftrekbaar. Stel u geeft € 200 per jaar aan goede doelen. U geeft nu de eerste twee jaar niets en in het derde jaar schenkt u € 600. Dan is in het derde jaar een bedrag van € 600 - € 250 = € 350 aftrekbaar. U kunt het natuurlijk ook op een andere manier doen. Past u wel op want het maximale bedrag dat aftrekbaar is bedraagt 10 % van uw drempelinkomen. In het geval van ons voorbeeld is dat dus € 2.500.

Terug naar begin van pagina


Hoe staat het met mijn pensioenvoorziening

En dan word je 65 jaar oud. Dat zou betekenen dat u dan 70 procent van uw laatstverdiende loon zou moeten ontvangen. Is dat wel zo? Heeft u geen pensioengat? Komt u wel toe met 70 procent van uw laatstverdiende inkomen? Als u een hypotheek had en die loopt op of rond uw 65-ste verjaardag af, dan scheelt dat een hoop aan kosten. Heeft u echter een huurhuis dan worden de kosten niet minder. Als u dan denkt dat u dan te tijd heeft om eens lekker te gaan reizen, maar u heef daar onvoldoende geld voor, dan kan het allemaal wel eens tegenvallen. Misschien had u dan wel eerder voorzieningen moeten treffen. De Stichting Pensioenkijker wil het pensioenbewustzijn van de Nederlander vergroten. Wie er meer over wil weten kan terecht op de website van Pensioenkijker (druk op de tekst) voor objectieve en niet-commerciële informatie.

Terug naar begin van pagina


Wat mag ik aan mijn kinderen of kleinkinderen belastingvrij schenken ?

(aan het onderstaande kunnen geen rechten ontleend worden)

  • Een ouder mag in 2010 aan een kind € 5.000 (in 2009 was dat € 4.556) per kalenderjaar belastingvrij schenken
  • Als een kind tussen de 18 en 35 jaar oud  is mag een ouder daarnaast zelfs eenmalig in in 20100 € 24.000 (in 2009 was dat bedrag € 22.760) belastingvrij schenken (let op: het betreffende kind dient in de belastingaangifte te vermelden dat het een beroep doet op de eenmalige vrijstelling). Voor de vrijstelling voor een kind tussen de 18 en 35 jaar geldt in 2010 dat de vrijstelling wordt verhoogd naar € 50.000 als het gaat om een schenking die gebruikt wordt voor studie of de aankoop van een huis.
  • Per kleinkind mag in 2010 € 2.000 (in 2009 was dat € 2.734) per kalenderjaar belastingvrij geschonken worden. Let op: deze belastingvrije "drempel" verviel in het verleden als het bedrag dat u schenkt hoger is dan het hiervoor genoemde bedrag (dus meer dan € 2.000 in 2010). Vanaf 2010 geldt dit niet meer.
  • Voor een schenking is geen notariële acte nodig bij schenkingen van roerende zaken, geld of aandelen in beursgenoteerde bedrijven. Een notariële acte is wel nodig als u bijvoorbeeld een huis schenkt , andere onroerende zaken of aandelen in uw eigen b.v. Raadpleeg bij twijfel een fiscalist of notaris.

De belastingtarieven voor schenkingen over het meerdere van bedragen die vrijgesteld zijn van belasting, zijn voor kinderen en kleinkinderen als volgt in 2010:

2010 Kind Kleinkind
Deel tot en met € 118.000 10 % 18 %
Deel boven € 118.000 20 % 40 %

Dit is een belangrijk verschil met 2009. Toen gold dat voor sommige verkrijgers de volledige vrijstelling verviel als de vrijstelling ook maar met 1 euro werd overschreden en dus de hele schenking werd belast.

Voorbeeld:

U schenkt uw kind € 30.000. De eerste € 5.000 (2010) is belastingvrij. Over het bedrag van € 30.000 - € 5.000 = € 25.000 moet uw kind 10 % belasting betalen. Dat is dus een bedrag van € 2.500.

U schenkt uw kleinkind € 30.000. De eerste € 2.000 (2010) is belastingvrij. Over het bedrag van € 30.000 - € 2.000 = € 28.000 moet uw kleinkind 18 % belasting betalen. Dat is dus een bedrag van € 5.040.

Bron: Ministerie van Financiën

Terug naar begin van pagina


 

Erfbelasting (heette tot 1 januari 2010 successierechten)

(aan het onderstaande kunnen geen rechten ontleend worden)

 

Vrijstelling erfenis

 

Partners € 600.000
Kinderen en kleinkinderen € 19.000
Zieke en gehandicapte kinderen € 57.000
Ouders € 45.000
Alle anderen € 2.000
 

Partners voor de erfbelasting worden gezien als 1 persoon (of als 1 belastingplichtige). Als beide partners een erfenis krijgen, worden zij voor de berekening van de erfbelasting beschouwd als 1 persoon.

Het begrip partners is voor de erfbelasting anders dan in het Burgerlijk Wetboek. Is er geen testament, dan erven alleen de echtgenoot of geregistreerd partner. Samenwonende partners erven in dat geval niets.

De Belastingdienst ziet de volgende mensen als partners voor de erfbelasting:

  • mensen die getrouwd zijn of een geregistreerd partnerschap hebben en niet duurzaam gescheiden leven
  • stellen die samenwonen
  • familieleden waarvan de een mantelzorg verleent voor de ander

Voor de erfbelasting is een gehandicapt kind een kind dat:

  • voor het grootste deel door de overledene werd onderhouden
  • door lichamelijke of geestelijke ziekte vermoedelijk niet in staat is om met werk de helft te verdienen van wat gezonde personen van dezelfde leeftijd kunnen verdienen. Het gaat hierbij om werk dat het gehandicapte kind kan doen ondanks zijn ziekte.

De belastingtarieven voor erfenissen over het meerdere van bedragen die vrijgesteld zijn van belasting, zijn als volgt in 2010:

2010 Kind Kleinkind Anderen
Deel tot en met € 118.000 10 % 18 % 30 %
Deel boven € 118.000 20 % 40 % 40 %

Dit is een belangrijk verschil met 2009. Toen gold dat voor sommige verkrijgers de volledige vrijstelling verviel als de vrijstelling ook maar met 1 euro werd overschreden en dus de hele erfenis werd belast.

Het voert te ver om hier alle mogelijkheden te behandelen. Raadpleeg in dat geval uw belastingconsulent of de belastingdienst.

Bron: Ministerie van Financiën

Terug naar begin van pagina


Schenking om de erfbelasting (heette tot 1 januari 2010 successierechten) te verkleinen (2010)

(aan het onderstaande kunnen geen rechten ontleend worden)

Let op dit is in 2010 een stuk veranderd en veel minder aantrekkelijk.

Stel u heeft een hoog bedrag als erfenis voor uw kind. Het kan dan de moeite lonen om per jaar meer uit te keren dan de belastingvrije voet (zie tabellen hiervoor).

Als rekenvoorbeeld gaan we uit van een periode van 5 jaar.

Stel u heeft € 100.000.

(zie tabel hierboven bij "Wat mag ik aan mijn kinderen en kleinkinderen belastingvrij schenken". Let wel de bedragen in de tabel veranderen jaarlijks).

1. U doet verder geen schenking aan uw kind. Bij uw overlijden betaalt uw kind belasting over deze € 100.000 minus de belastingvrije uitkering van € 5.000 (2010) (mits u dat in het jaar van overlijden nog niet geschonken heef natuurlijk) en de vrijstelling van erfenis voor een kind van € 19.000. Het bedrag waarover vervolgens belasting geheven wordt is dan € 76.000. Dit is voor een kind belast met 10 %, dus is een bedrag van € 7.600 verschuldigd (zie tabel hierboven bij "Wat mag ik aan mijn kinderen en kleinkinderen belastingvrij schenken". Let wel de bedragen in de tabel veranderen jaarlijks).

2. Stel u doet een jaarlijkse uitkering van € 20.000 gedurende 5 jaar. Daarvan is € 5.000 belastingvrij. Uw kind betaalt dan 10 % belasting over het bedrag van € 20.000 minus de jaarlijkse belastingvrije voet van € 5.000. Dat is per jaar een bedrag van 10 % over € 15.000, te weten € 1.500 per jaar. In 5 jaar is dat dus een totaalbedrag van € 7.500. Na 5 jaar is de € 100.000 weggeschonken en hoeft uw kind dus verder geen belasting meer te betalen over dit bedrag. Het verschil met het voorgaande is maar € 100.

3. Stel u schenkt uw kind € 5.000 belastingvrij per jaar. Na 5 jaar is het bedrag van € 100.000 verminderd tot € 75.000. De belasting daarover is voor uw kind voor een bedrag van € 19.000 belastingvrij. Uw kind betaald over het resterende bedrag, € 56.000, 10 %. Dat is dan € 5.600.

Het wordt pas aantrekkelijk als het gaat om erfenissen die de € 118.000 flink overschrijden.

Stel u heeft € 600.000.

1. U doet verder geen schenking aan uw kind. Bij uw overlijden betaalt uw kind belasting over deze € 600.000 minus de belastingvrije uitkering van € 5.000 (2010) (mits u dat in het jaar van overlijden nog niet geschonken heef natuurlijk) en de vrijstelling van erfenis voor een kind van € 19.000. Het bedrag waarover vervolgens belasting geheven wordt is dan € 576.000. Dit is voor een kind voor de eerste € 118.000 belast met 10 %, dus is een bedrag van € 11.800 verschuldigd. Over het meerdere € 458.000 wordt 20 % geheven, dus € 91.600. Het totaal aan betaalde belasting is dus € 103.400.

2.De tweede optie is dat u uw kind ieder jaar € 118.000 schenkt. Uw kind betaalt jaarlijks 10 % over € 118.000 - € 5.000, oftewel 10 % over €113.000 = € 11.300. In 5 jaar is dat dus een totaal van € 56.500. Van het bedrag resteert na 5 jaar nog € 600.000 minus 5 x € 118.000. En dat is € 10.000. Hierover moet nog 10 % betaald worden, dus € 1.000. In totaal betaalt uw kind nu € 57.500.

3. Stel u schenkt uw kind € 5.000 belastingvrij per jaar. Na 5 jaar is het bedrag van € 600.000 verminderd tot € 575.000. De belasting daarover is voor uw kind voor een bedrag van € 19.000 belastingvrij. Uw kind betaald over het resterende bedrag, € 556.000, Dit is voor een kind voor de eerste € 118.000 belast met 10 %, dus is een bedrag van € 11.800 verschuldigd. Over het meerdere € 438.000 wordt 20 % geheven, dus € 87.600. Het totaal aan betaalde belasting is dus € 99.400.

Vormen van schenken
U kunt op allerlei manieren schenken. Dat kan in de vorm van geld, aandelen, obligaties, enz. Een ondernemer kan ook aanmerkelijk belang aandelen van zijn eigen b.v. schenken. Maar het kan ook in de vorm van bijvoorbeeld kunst en antiek.

U kunt uw kind ook geld lenen (bijvoorbeeld voor het kopen van een huis) en de aflossing ieder jaar kwijtschelden. Het kind moet wel een redelijke rente aan u betalen maar die is als hypotheekrente weer aftrekbaar van de belastingen. Het is verstandig om de lening vast te leggen bij een notaris. Een schuldbekentenis mag ook, maar die moet u dan wel laten vastleggen bij de belastingdienst.

Let op! De schenking van een huis aan kinderen om daarmee de waardevermeerdering van het huis in de loop der jaren te kunnen ontlopen gaat niet meer op. Over de waardevermeerdering wordt nu bij een erfenis gewoon belasting geheven.

Moet u aangifte doen van schenkingen?
Voor bedragen die kleiner of gelijk zijn aan de schenkingsvrijstelling hoeft geen aangifte te worden gedaan. Bij schenkingen die hoger zijn moet wel aangifte worden gedaan.

Hoe doet u aangifte?

U doet aangifte met het formulier ‘Aangifte schenkbelasting’. Dit aangifteformulier kunt u downloaden of aanvragen bij de BelastingTelefoon. Stuur uw aangifte naar het belastingkantoor waar de schenker onder valt. Met het hulpmiddel Adressen schenkingskantoren kunt u opzoeken welk belastingkantoor dit is.

Let op! Als blijkt dat een schenking meer waard is dan u opgeeft, dan kan de belastingdienst u een hogere aanslag opleggen.

Als de schenking belast is moet bij een schenking van ouders aan kinderen de aangifte plaatsvinden voor 1 maart van het jaar volgend op het jaar waarin de schenking heeft plaatsgevonden.

Als u geen aangifte hoeft te doen, is het vaak aan te raden de schenking vast te leggen. U legt alle afspraken vast in een "akte", dat wil zeggen dat u alles op papier zet. Dit papier wordt vervolgens zowel door de schenker als de ontvanger van de schenking ondertekend. Beide partijen dienen een origineel ondertekende kopie te hebben.

Het voert te ver om hier alle mogelijkheden op te noemen. Raadpleeg een notaris of fiscalist om meer mogelijkheden te leren kennen.

Terug naar begin van pagina


Beursnieuws

Nieuws en actuele koersen bij

Eurobench ---- klik op de euro ----

Euronext     ---- klik op de euro ----

Terug naar begin van pagina