|
|
|
Zomer uitstapjes Neeltje Jans (klik op de plaatjes om te vergroten)
De miraculeuze constructies die ontwerpers achter tekentafels en in projectvergaderingen uitdachten, werden op Neeltje Jans verwezenlijkt. Het werk trok miljoenen belangstellenden die zich in het voorlichtingscentrum, de latere Delta Expo, op de hoogte konden stellen hoe dit stuk Hollands Glorie werkelijkheid werd. Toen de werken eenmaal klaar waren bleek het onderwerp zo ijzersterk te zijn dat Neeltje Jans tot het themapark WaterLand Neeltje Jans over de omgang en de strijd tegen het water werd uitgebouwd. Met het creëren van een duinlandschap geldt het eiland inmiddels ook als belangrijk natuurgebied en met het Ir. J.W. Topshuis en het Waterpaviljoen komen ook liefhebbers van moderne architectuur hier aan hun trekken. Zandplaat
Werkeiland
Het werkeiland verrees door opspuiting van het westelijke deel van de zandplaat. Een hulpbrug naar de kop van Schouwen-Duiveland was noodzakelijk voor de aan- en afvoer over land. Voor duizenden werknemers en miljoenen belangstellenden was dit de enige toegang. Werkhavens aan zee- en rivierzijde zorgden voor de verbindingen over water. Aan de oostzijde van Neeltje Jans grensden de bouwdokken waar de pijlers voor de stormvloedkering verrezen. Neeltje Jans was de spin in het web van de Oosterscheldewerken. VoorlichtingscentrumOp 14 juli 1979 opende de Afdeling Voorlichting van de Deltadienst op Neeltje Jans een voorlichtingscentrum. Dit Informatiecentrum Stormvloedkering ontwikkelde zich tot het grootste educatieve voorlichtingscentrum van Nederland en trok in de loop der jaren miljoenen bezoekers. Het was gehuisvest in een semi-permanent gebouw dat vanwege de steeds grotere bezoekersstromen keer op keer moest worden verbouwd en uitgebreid. Nog geen vijf jaar na de opening, op 4 juli 1984, kon men de miljoenste bezoeker verwelkomen. In 1986 kreeg het voorlichtingscentrum een bredere functie onder de naam Delta Expo en verhuisde het naar het bedieningsgebouw van de kering, het Ir. J.W. Topshuis. Delta ExpoIn 1986 werd het Informatiecentrum Stormvloedkering omgevormd tot Delta Expo. Rijkswaterstaat wilde hier een overzicht geven van de ontwikkelingen in de strijd tegen het water in zuidwest-Nederland door de eeuwen heen. Dit gebeurde door een educatief opgezette tentoonstelling. Na de officiële ingebruikname van de stormvloedkering op 4 oktober 1986, opende de toenmalige Minister van Verkeer en Waterstaat drs. N. Kroes de Delta Expo. Na het gereedkomen van de Oosterscheldewerken werd de Delta Expo aangevuld met diverse attracties die dieper ingingen op de aspecten van het delatgebied: het duinlandschap, het milieu en de visserij. Langzaam werd het informatiecentrum omgevormd tot een themapark dat in 1997 de naam Waterland Neeltje Jans kreeg. Waterland Neeltje JansIn de loop van de tijd ontwikkelde de Delta Expo zich steeds meer tot een themapark met als centraal uitgangspunt de omgang met en het gebruik van het water. Voor de bediening van de Stormvloedkering Oosterschelde was een centraal bedieningsgebouw nodig. De bekende architect W.G. Quist maakte in 1980 het ontwerp voor het gebouw. De bouw was in handen van Dosbouw zelf, de bouwers van de kering. Het officiële startsein voor de bouw werd gegeven op 28 oktober 1982. Het gebouw werd genoemd naar de in 1981 overleden directeur-generaal van Rijkswaterstaat ir. J.W. Tops (Ir. J.W. Topshuis). De oplevering vond plaats op 12 oktober 1984. Direct daarna nam de Dienstkring Deltakust van de Directie Zeeland van Rijkswaterstaat het gebouw in gebruik. Bezoek kering en vaartocht
Ook kan een vaartocht gemaakt worden vanuit voormalig bouwdok Schaar met rondvaartboot Christiaan B van Rederij den Breejen uit Zierikzee langs de kering en over de Oosterschelde. DuinlandschapVanaf 1988 wordt het buitengebied van Neeltje Jans omgevormd tot een natuurlandschap van honderd hectare. Op basis van een natuurbouwplan wordt een staalkaart gemaakt van de Nederlandse kustlandschappen. Een belangrijk deel bestaat uit een duinlandschap met een slufter en stuifduinen en op 80 meter uit de kust ligt een vogeleiland. Op 5 september 1991 vond de officiële opening van het duinlandschapplaats. Het terrein is in beheer bij de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten en de Stichting Het Zeeuws Landschap. Klimpijler
Mari-cultuurcentrum
Waterleven (1996)
Waterpaviljoen
Bronnen: www.neeltjejans.nl Hier kunt U veel informatie vinden. Zeeuws Archief heerlijk wandelen en lekker uitwaaien. Het Panorama Mesdag (klik op de plaatjes om te vergroten)
Het doek heeft een oppervlakte van circa 1680 m2 en werd door de schilder H.W. Mesdag in vier maanden geschilderd, waarbij hij steun kreeg van enkele collega's, waaronder Breitner. De rotonde heeft een doorsnede van 36 meter. Door de verdekt aangebrachte vensters in het tentdak krijgt de gehele ruimte een lichtheid, die de illusie van een natuurlijke situatie oproept.
Het geheel, dat wil zeggen bouwwerk en panorama, kwam in de jaren 1880-1881 gereed. Als voorbeeld van de typisch 19de-eeuwse "lering en vermaak"-idee is Panorama Mesdag kenmerkend en als enig resterend Panorama in Nederland uniek. Als voortbrengsel van de Haagse School geldt de schildering als belangrijk, niet alleen wat betreft omvang, gevoerde schildertoets en thema, maar ook als het resultaat van samenwerkende kunstenaars van de Haagse School. Hendrik Willem Mesdag
Mesdag werd aanvankelijk in Haagse kunstkringen beschouwd als een goedwillende amateur. Het bestuur van het schilderkundig genootschap Pulchri Studio aarzelde zelfs of hij kon worden ingeschreven. Later was Mesdag een van de oprichters van de Hollandsche Teeken Maatschappij, de aquarellistenkring binnen Pulchri. In 1889 werd hij tot voorzitter gekozen. Panorama MesdagHendrik Mesdag wist als geen ander de Noordzee in Scheveningen vast te leggen in een rijke schakering aan tonen. Zijn beroemdste werk is zijn "Panorama". Het werk biedt de kijker een blik vanaf een duintop in Scheveningen aan het eind van de 19e eeuw. Het schilderij is geschilderd op een doek dat in een cirkel van meer dan twintig meter middellijn, zodat de gehele omgeving van de duintop, de zee, het strand, het vissersplaatsje Scheveningen met op de achtergrond Den Haag duidelijk zichtbaar zijn. Op het panorama heeft Mesdag zijn vrouw Sientje geschilderd. Ze zit tussen de boten op het strand onder een witte paraplu en heeft haar schildersezel voor zich. De bezoeker staat centraal in het werk, op een nagebouwde duintop. Aan het Panorama Mesdag werkten o.a. de schilders T.H. de Bock, George Breitner en zijn vrouw Sina Mesdag-van Houten, (1834-1909) mee. Mesdag was een actieve verzamelaar van moderne kunst en kocht niet alleen werken van zijn collega's van de Haagse School, maar ook schilderijen van de School van Barbizon, zoals Millet, Théodore Rousseau en Charles-François Daubigny. De glazen cilinder die destijds gebruikt is om het panorama te schilderen, staat nog steeds in het midden. Ter plekke werd het uitzicht op een glazen cilinder getekend. Door er papier omheen te leggen, kon een platte weergave worden gemaakt. Door een lichtbron in het midden van de cilinder te zetten, kon de scène ook op het doek worden geprojecteerd. Nadat alle voorbereidingen voltooid waren, kostte het Mesdag en zijn assistenten nog vier maanden om het kunstwerk in te schilderen.
Mesdag maakte het schilderij in eerste instantie in opdracht van en voor een Belgisch bedrijf. Dit bedrijf ging failliet en Mesdag, die niet onbemiddeld was, heeft het toen teruggekocht. Toen al na enige jaren de exploitatie niet lonend bleek, kocht Mesdag zelf in 1886 het panorama met het bijbehorende gebouw en paste hij de verliezen bij. Aan de straatzijde voegde hij expositieruimten toe waarin schilderijen van zijn hand en van zijn vrouw een plaats kregen. Voor zijn in de loop der jaren opgebouwde verzameling van schilderijen van tijdgenoten - met o.a. werken van de School van Barbizon en van de Haagse School - stichtte Mesdag bovendien in de tuin van zijn huis aan de Laan van Meerdervoort in Den Haag een apart museumgebouw, het huidige museum Mesdag. In 1903 schonk hij het museumgedeelte van zijn huis en een gedeelte van zijn particuliere verzameling aan de Staat der Nederlanden. In de schenkingsakte werd bepaald dat de samenstelling van de collectie niet gewijzigd mocht worden. Tot aan zijn 80e jaar in 1911 bleef Mesdag directeur. Diverse Koninklijke Onderscheidingen vielen hem ten deel.
Voor meer informatie zie onderstaande links. Bronnen: Bouman |
|