SeniorPlaza

Start
Nieuwtjes
Nieuwsbrief
Winter
Gezondheid
Column
Componisten
Jazz
1930-1945
Jaren 45-50
De jaren 50
Jaren 60 en 70
Nostalgie
Oude foto's
Op zoek naar
Liedjes
Liedjes Zoek
Opzegversjes
Oude Gedichten
Voordrachten
Poezieversjes
Cadeautips
Vakantie
Wereldwonder
FinanciŽn
Verhalen
Gedichten
Prikbord
Boeken
Er op uit
Uitgaan
Creatief
Spelletjes
Online casino
Sport
Links

 

Nederland Schaatsland

(klik op de plaatjes om die te vergroten)

Schoonrijden op de schaats

Schoonrijden ontstond rond 1875 en is één van de oudste vormen van het schaatsenrijden in ons land. Het wordt al veel langer beoefend dan het kunstrijden; verder vormt het de basis van het hardrijden.

Schoonrijden wordt in de volksmond zwieren genoemd en de korte, rond en hol geslepen, schaatsen die men erbij gebruikt worden overeenkomstig zwierschaatsen of zwierbollen genoemd.

Bij schoonrijden gaat het niet om snelheid of moeilijke sprongen, maar om zo mooi mogelijk de schoonrijslag te maken, sierlijk schaatsen. Schoonrijden kan alleen, maar ook met een partner, een vriend of een vriendin.

Kortebaan-wedstrijden

Kortebaanwedstrijden zijn schaats-wedstrijden die, bij gebrek aan (kunst)ijsbanen van de vereiste lengte, verreden worden als er natuurijs ligt. De afstanden zijn 160 meter bij de heren en 140 meter bij de dames.

Rond 1800 werden er al, met name in Friesland en Groningen, kortebaanwedstrijden verreden. Kasteleins organiseerden deze wedstrijden vaak zodat hun cafés en herbergen vol met gasten kwamen te zitten en er weddenschappen afgesloten werden. Er waren vaak duizenden toeschouwers aanwezig.

In 1803 was de prijs bij een kortebaanwedstrijd in Sneek een zilveren tabaksdoos.

Kortebaanwedsrtijden

Friesland 2002

Foto: Joop Feenstra

Bron: De Telegraaf

Toen in 1805 de eerste wedstrijd met 130 vrouwelijke deelnemers werd verreden ontstond er opschudding omdat men van mening was dat het niet vrouwelijk was om deel te nemen aan een schaatswedstrijd. Bovendien reden vrouwen in onderrok over de baan.

In de beginperiode van het kortebaanschaatsen konden rijders vaak zilveren en gouden voorwerpen winnen. Al snel werden deze vervangen door geldprijzen die halverwege de vorige eeuw 125 tot 150 gulden bedroegen. Zeer goede rijders konden in één winter een kapitaal bij elkaar schaatsen.

Hardrijden –Langebaanschaatsen

Ritje Ritsma

De Beer uit Lemmer

Het langebaanschaatsen is een discipline in het hardrijden op de schaats, een tak van de schaatssport. Langebaanschaatsen wordt beoefend op een ijsbaan van 400 meter, tegenwoordig meestal op kunstijs. Binnen het langebaanschaatsen zijn verschillende disciplines met ieder hun eigen afstanden. Op de supersprint worden de 100 en 500 meter gereden, de sprint bestaat uit de 500 en 1000. De langere afstanden zijn de 1500, 3000, 5000 en 10.000 meter. Op de supersprint- en sprinttoernooien worden beide afstanden twee keer gereden. Een schaatser kan zo geen voordeel of nadeel ondervinden door te moeten starten in de binnen- of buitenbaan.

Het langebaanschaatsen vereist een aparte techniek waarbij met een zijwaartse afzet een voorwaartse snelheid wordt verkregen. Bij een optimale schaatstechniek.

Kunstschaatsen

Sjoukje Dijkstra 1964

 

Meer Sjoukje Dijkstra

bij onze rubriek Nostalgie

Kunstschaatsen (eigenlijk 'kunstrijden op de schaats') is een sportieve gebeurtenis waarbij individuele, paren en groepen schaatsers rotaties, sprongen en andere bewegingen op het ijs maken, vaak terwijl muziek wordt uitgevoerd. Er zijn internationale competities kunstschaatsen, zoals het Wereldkampioenschap kunstschaatsen, en kunstschaatsen is ook een Olympische sport.

Het eerste WK werd in 1896 gehouden, maar was toen nog alleen voor mannelijke solisten. De officiële onderdelen van deze sport zijn solorijden voor dames en heren, ijsdansen (in paren: dame en heer), paarrijden (idem) en formatieschaatsen (door een groep). Een schaatselement word in deze sport een "kür" genoemd. Een solist schaatst een wedstrijd die bestaat uit twee onderdelen: de korte kür en de vrije (lange) kür.

Joan Haanappel

IJsdansen

IJsdansen onderscheidt zich van paarrijden doordat het gebaseerd is op een klassieke dans en kent geen sprongen. De ISU bepaalt per toernooi welke dans de verplichte kür vormt, voor de vrije kür mogen de paren dit zelf bepalen. In het ijsdansen is de artisticiteit van groter belang dan bij het paarrijden.

Wedstrijden in het ijsdansen bestaan ook uit drie onderdelen namelijk verplichte dansen, originele maar reglementaire modeldansen en vrije dansen. Elk jurylid telt de punten voor de verplichte dansen van elk deelnemend paar op. Voor de originele dansen geeft de ISU (International Skating Union) ieder jaar het ritme op. Maar ieder paar kiest zijn eigen muziek zonder gezang. Elk jurylid telt dan ook de cijfers voor samenstelling en presentatie van het originele dansen per deelnemer op. De som van het aantal punten voor verplichte dansen en originele dansen wordt gedeeld door 2,5. Daarbij worden de punten voor technische uitvoering en artistieke inslag van het derde nummer, het vrij dansen, opgeteld. De eindscores leveren voor elk jurylid een klassement op en wie bij vergelijking van de klassering van de verscheidene juryleden het vaakst op de eerste plaats komt, wint. Het vrij dansen spreekt het grote publiek het meest aan. De dansers leggen immers al hun kunnen in die 4 minuten durende show.

Jane Thorvill

Christopher Dean

Het hoogtepunt van het ijsdansen in 1984 in Sarajevo tijdens de Olympische spelen was de  vrije dansproef van Jane Thorvill en Christopher Dean. Hun interpretatie van Ravel’s Bolero kreeg de hoogste scores over de hele lijn voor de artistieke waarde. Zij maakten de Bolero bij het grote publiek onsterfelijk!

Ze stapten in 1984 over naar het pure professionalisme. Torville en Dean oogsten na hun amateur-carrière 136 keer een 6, het waarderingscijfer dat absolute perfectie uitdrukt. Bij het inpalmen van hun 4e opeenvolgende wereldtitel in het Canadese Ottawa (’84) stond een absoluut wedstrijdrecord van 13 keer 6 op het scorebord.

Marathonschaatsen

Marathonschaatsen is een tak van het hardrijden op de schaats waarbij uithoudingsvermogen en tactisch inzicht een belangrijke rol vervullen. Marathonschaatsers worden dan ook vaak "de mannen van de lange adem" genoemd.

Marathonwedstrijden op de kunstijsbanen worden meestal verreden over een groot aantal ronden. Op regionaal niveau is dit 50 tot 75 ronden en op nationaal niveau 100 tot 150 ronden. Hoogtepunt van het marathonschaatsen is natuurlijk het verrijden van wedstrijden op natuurijs. Hierbij worden niet zelden wedstrijden verreden over 100 tot 150 kilometer.

Marathonwedstrijden zijn er op allerlei niveaus, waarvoor de rijders zijn ingedeeld in categorieën. De beste rijders van elke categorie hebben de mogelijkheid zich voor het volgende seizoen te plaatsen voor een hogere categorie.

En wat te denken van de Elfstedentocht met meer dan 200 kilometer.

Tourrijden, Toertochten en wedstrijden op natuurijs

Wanneer kun je veilig op natuurijs schaatsen? Op de ca. 1000 natuurijsbanen in Nederland kan doorgaans vrij snel (na vier of vijf nachten matige/strenge vorst) worden geschaatst. De banen zijn in beheer van ijsclubs. De plaatselijke media zullen berichten wanneer de ijsbanen haar poorten openen.

De natuurijscoördinatoren van de KNSB, verschijnen tijdens vorstperiodes veelvuldig in de media om duidelijk te maken waar men veilig kan schaatsen. Voor het schaatsen van tochten zal men iets meer geduld moeten hebben. Veiligheid heeft de absolute prioriteit. De tochten worden pas vrij gegeven als er een dusdanige ijslaag is gevormd dat er duizenden mensen op kunnen schaatsen.


Een fijnmazig systeem van natuurijs-coördinatoren en subcoördinatoren beslissen samen met de organiserende ijsclubs of de tocht kan doorgaan. Tientallen vrijwilligers per tocht zijn dan dag en nacht in touw.

Als er een tocht onder auspiciën van de KNSB doorgaat, is er de garantie dat er zo veilig mogelijk geschaatst kan worden, dat de route van de tocht aan strenge eisen voldoet, dat deze is gecontroleerd en voortdurend wordt gecontroleerd.

Kijk op www.natuurijsschaatsen.nl

Elfstedentocht – Elfstedenkoorts

Nergens ter wereld is men ooit op het dwaze idee gekomen om een schaatstocht van bijna 200 kilometer te beginnen die voert langs enkele belangrijke steden. In Friesland wel. Daar begon in 1909 voor het eerst de officiële Elfstedentocht. Omdat alle elf de plaatsen ooit stadsrechten hebben gekregen, mag de tocht zo heten.

De tocht voert langs Leeuwarden, Sneek, IJlst, Sloten, Stavoren, Hindeloopen, Workum, Bolsward, Harlingen, Franeker, Dokkum en vervolgens weer Leeuwarden.

Een van de bekendste plaatsen tijdens de Elfstedentocht is Bartlehiem. De schaatsers komen hier tweemaal langs. Eenmaal op weg van Franeker naar Dokkum en eenmaal op de weg terug naar Leeuwarden

Bruggetje

Bartlehiem

De Elfstedentocht kent een wedstrijd- en een toertocht.

Beide tochten vinden op dezelfde dag plaats en beslaan exact dezelfde route. De belevenis om de Elfstedentocht te rijden is niet voor iedereen weggelegd. Zowel de wedstrijdtocht als de toertocht kan alleen door leden van de Vereniging "De Friesche Elf Steden" worden geschaatst.

Stempelkaart

Het idee voor een tocht langs de elf steden in Friesland begon met een idee van sportpionier Pim Mulier. Hij schaatste in 1890 langs elf Friese steden. Hiermee werd de basis gevormd van de wedstrijd die in 1909 officieel van start zou gaan. Om de controle te houden als het gaat om de eerlijkheid van de deelnemers kregen zij een stempelkaart mee. In de elf plaatsen moest men dan op een geheime locatie de stempelkaart laten voorzien van een authentiek stempel. Alleen de deelnemers die alle stempelposten hadden gezien en dus zo een stempel kregen, mochten zich gelukkig prijzen met het Elfstedenkruisje.

Elfstedenkruisje

De echte wedstrijdrenners deden hun best om de tocht zo snel als mogelijk uit te rijden en zo eerste te worden in het eindklassement. Veruit de meeste deelnemers aan de tocht waren toch wel recreatieve rijders. Dit werden naarmate de jaren vorderde er zoveel, dat er besloten werd tot een maximum aantal deelnemers. Bovendien werd de lat nèt iets hoger gelegd om in aanmerking te komen voor een Elfstedenkruisje. Iedereen die voor middernacht over de finish kwam in Leeuwarden kreeg deze beloning.

Misschien was de grootste beloning wel dat men de eindstreep gehaald had, want dat viel niet altijd mee.

It giet oân!

Koud, sneeuw en vorst, de ingrediënten voor een Elfstedentocht

In de dagen voordat besloten werd om de tocht te organiseren waren er tal van ijsmeesters in de weer om het ijs op alle plaatsen te keuren. Aan het einde van de rit, dus voordat besloten werd tot het organiseren van de tocht, vergaderde men nog wat. Hierna waren het de bijna verlossende woorden It giet oân die menig hart sneller deed kloppen. Deze woorden betekenden dat het allemaal door zou gaan. Het ijs was sterk genoeg om de tocht te kunnen organiseren.

Wind

De meeste winters waarin de Elfstedentochten gehouden werden kenmerkten zich door een bijzondere koude. Overdag was het dan ook nog zo koud, dat het ijs de duizenden deelnemers kon dragen.

De wind speelde een belangrijke rol van betekenis. Het kwam soms voor dat de thermometer een temperatuur aangaf van onder de nul graden, maar door de (krachtige) wind kon de gevoelstemperatuur flink lager zijn

Vorst

Van deze vijftien tochten in de twintigste eeuw werden er drie met dooi gereden, vier bij lichte vorst, drie bij matige vorst en vijf bij strenge vorst. De tocht van 18 januari 1963 was misschien de zwaarste van allemaal, maar dat wil niet zeggen dat de andere tochten minder zwaar waren.

Denk bijvoorbeeld maar eens aan de Elfstedentocht van 12 februari 1929. Het vroor toen achttien graden in de ochtend en in de middag vroor het nog eens acht graden. Tel daarbij de harde noordoosterwind en het werd een loodzware tocht. Ook het ijs speelde een belangrijke rol van betekenis, want in dit jaar was de kwaliteit niet bijzonder goed.

De zwaarste tocht was ongetwijfeld die van 18 januari 1963

In de vroege morgen van die 18de januari vroor het maar liefst 18 graden. ’s Middags viel het wel mee met de vorst, maar door een stormachtige oostenwind was het rijden van de toch een absolute hel voor de deelnemers. Dat was overigens nog niet het ergste. De kwaliteit van het ijs was verre van optimaal te noemen. Veel schaatsers hadden moeite met de scheuren in het ijs.

Nederland leefde die dag mee met de schaatsers die de tocht uitreden. Ze huilden mee met de afvallers en beleefden dezelfde euforie als Reinier Paping, die de laatste honderd kilometer van de tocht in zijn eentje aflegde. Dit had alles te maken met het feit dat steeds meer Nederlanders een televisietoestel bezaten.

In totaal stonden er 9.000 deelnemers aan de start. Van hen zouden er slechts 69 de eindstreep halen.

Lees meer over deze elfstedentocht bij de rubriek Nostalgie

Reinier Paping leverde niet alleen een topprestatie door de tocht in 10 uur en 69 minuten af te leggen, maar de voorsprong op de nummer twee bedroeg maar liefst twintig minuten. Al deze factoren geven de Elfstedentocht van 18 januari 1963 nog steeds de legendarische status die de tocht verdient. Daarbij komt nog eens het gegeven dat er pas 22 jaar later opnieuw een Elfstedentocht plaats kon vinden.

Reinier Paping

De elfstedentocht van 1956 werd door meer dan een winnaar gewonnen net als in 1933 en 1940. De koplopers, Jeen Nauta, Maus Wijnhout, Aad de Koning, Anton Verhoeven en Jan van der Hoorn hadden even buiten Dokkum besloten om gelijktijdig te finish te passeren. Het publiek in Leeuwarden was hier niet van op de hoogte en verheugde zich na een spannende tocht op een spetterende eindsprint. Die kwam niet, de vijf mannen kwamen  rustig aangeschaatst en gingen hand in hand de finish over. Het Elfstedenbestuur weigerden dit keer deze collectieve zege te erkennen. De vijf mannen werden gediskwalificeerd en kregen ook geen Elfstedenkruisje. Ook Jeen van den Berg (winnaar vorige editie) die als zesde aankwam werd niet tot winnaar uitgeroepen.

De tocht van 1956 is de enige zonder erkende winnaar!

Elfstedentocht 1997

De vijftiende Elfstedentocht was meteen ook een bijzondere. Niet alleen was het de laatste tocht in de twintigste eeuw, het was ook nog eens de zwaarste tocht sinds 1963. Deze tocht overtrof alle verwachtingen en staat nog steeds te boek als de zwaarste Elfsteden tocht ooit. Niet geheel onlogisch, want de weersomstandigheden waren erbarmelijk te noemen.

Op 4 januari 1997 vond de vijftiende Elfstedentocht plaats. Er stond een straffe wind met kracht vijf tot zes. De temperatuur lag in de ochtend op maximaal zes graden beneden nul. In de middag werd dit maximaal drie graden. Door de krachtige wind voelde het aan tussen de min tien en min vijftien graden. In sommige gevallen leek de temperatuur meer weg te hebben van een graad of min achttien. Dit was het geval wanneer het harder begon te waaien.

Winnaar 1997

Henk Angenent

Vrouwen

Janna Gaastra was de eerste vrouw die een Elfstedenkruisje in ontvangst mocht nemen. In 1912 kwam ze tot Sneek. Tot en met 1940 waren er slechts achttien vrouwen die het kruisje hadden veroverd. Vrouwen mochten zelfs niet deelnemen aan de wedstrijd, alleen aan de toertocht.

Sjoerdje Faber die in 1940 als enige de tocht geheel uitreed, werd in 1941 nog geweigerd als deelneemster aan de wedstrijd. Sjoerdje Faber voltooide vijfmaal de tocht.  Haar vriendin Wobkje Kooistra verzamelde vier elfstedenkruisjes en deze twee vrouwen hebben baanbrekend werk verricht op het gebied van superafstanden.

Opvallend genoeg mochten vrouwen pas in 1985 deelnemen aan de Elfstedentocht.

Lenie van der Hoorn was de eerste vrouw die de finish haalde. Toch was er geen apart vrouwenklassement, wat de tocht eigenlijk een beetje ouderwets maakte. Pas vanaf de volgende Elfstedentocht is het de bedoeling een apart klassement op te zetten voor de vrouwen. Op die manier kent de Elfstedentocht dan een mannelijke en vrouwelijke winnaar. Totnogtoe zijn Lenie van der Hoorn (1985), Tineke Dijkshoorn (1986) en Klasina Seinstra (1997) eigenlijk niet officieel winnaars geworden.

Winnaars van de Elfstedentocht

 

 Jaar

Naam

Plaats

Gereden in

1909

M. Hoekstra

Warga

13.50 uur

1912

C.C.J. de Koning

Arnhem

11.40 uur

1917

C.C.J. de Koning

Leur (NB)

9.53 uur

1929

K. Leemburg

Leeuwarden

11.09 uur

1933

A. de Vries 
S. Castelein

Dronrijp 
Wartena

9.05 uur

1940

A. Adema 
D. van der Duim 
C. Jongert 
P. Keizer 
S. Westra

Franeker 
Warga 
Ilpendam 
De Lier 
Warmenhuizen

11.30 uur

1941

A. Adema

Franeker

9.19 uur

1942

S. de Groot

Weidum

8.44 uur

1947

J. van der Hoorn

Ter Aar

10.51 uur

1954

J. van der Berg

Nijbeets

7.35 uur

1956

geen prijs uitgereikt

 

 

1963

R. Paping

Ommen

10.59 uur

1985

E. van Benthem

St. Jansklooster

6.47 uur

1986

E. van Benthem

St. Jansklooster

6.55 uur

1997

H. Angenent

Alphen aan de Rijn

6.49 uur

 

Bronnen:

www.knsb.nl

www.iceskatesmuseum.com

www.elfstedensite.nl

www.ikmis.nl

Drs. J Lolkama, Triomf en tragiek in de historie van de Elfstedentocht

Schaats-encylopedie

mistersandman

 

Terug naar overzicht Winter