SeniorPlaza

Start
Nieuwtjes
Nieuwsbrief
Winter
Carnaval
Gezondheid
Column
Componisten
Jazz
1930-1945
Jaren 45-50
De jaren 50
Jaren 60 en 70
Nostalgie
Oude foto's
Op zoek naar
Liedjes
Liedjes Zoek
Opzegversjes
Oude Gedichten
Voordrachten
Poezieversjes
Cadeautips
Vakantie
Wereldwonder
Financin
Verhalen
Gedichten
Prikbord
Boeken
Er op uit
Uitgaan
Creatief
Spelletjes
Online casino
Sport
Links

 

Chizen Itzá in Mexico

(met dank aan Ilse Steel voor het geleverde materiaal)

(klik op de plaatjes om ze te vergroten)

Het schiereiland Yucatán

Chichén Itzá is een stad van het Mexicaanse Mayavolk en gelegen op het schiereiland Yucatán in Mexico. In het jaar 987 arriveerde de Tolteekse koning Quetzalcoatl vanuit centraal Mexico en maakte Chichén Itzá tot hoofdstad. Quetzalcoatl betekent ‘gevederde slang’. Dit stond voor het goede in de mens en Quetzalcoatl was een van de weinige belangrijke goden aan wie geen mensen werden geofferd. De Maya’s noemde hem Kukulcan. De Maya’s waren kort en robuust, hadden schuinstaande donkere ogen en zwart haar.

De stad Chichén Itzá dankte zijn naam aan drie grote cenotes aan de rand van de stad. Letterlijk vertaalt met chi met ‘mond’ en chen betekent ‘put’. Een put was ongeveer honderdtachtig meter in doorsnee en omsloten door verticale kalksteen muren, die meer dan vijftig meter hoog oprezen boven het oppervlak van het donkergroene water. Aan de ingang van de put stonden de resten van een kleine tempel. Dit was de plaats die in legenden en inheemse kronieken werd aangeduid als de Heilige Cenote, de Offerput, die in zijn duistere diepten een schat heette te verbergen.

Volgens de overlevering plachten in tijden van droogte, pest of welke rampen ook een plechtige stoet van priesters, vrome lieden met rijke offeranden en personen bestemt om te worden geofferd, de steile trap van de tempel van Kukulcan, De Heilige Slang, af te dalen langs de Heilige Weg naar de offerput. En daar, temidden van de dreunende slagen van de tunkul, de schrille tonen van fluitjes en de klaaglijke klanken van een dwarsfluit, werden dan schone jonge vrouwen en vermaarde krijgsgevangenen, evenals kostbare schatten, in het donkere water van de Heilige Put geworpen om de vertoornde goden te verzoenen die, meende men, diep in de poel verblijf hielden.

De Heilige Cenote

De regengod Chac

Het belang dat de Maya’s hechtten aan hun godsdienst en religieuze rituelen blijkt duidelijk uit de vooraanstaande positie die hun priesters op sociaal en politiek vlak bekleedden. De natuurelementen, de hemellichamen, de dood: alles wat bewondering of vrees inboezemde, kreeg bij de Maya’s een goddelijke status. Vooral Chac, god van de regen en de donder, speelde een belangrijke rol in het leven van de Maya’s. De godheden namen beurtelings een menselijke of dierlijke vorm aan waarbij de slang de regen vertegenwoordigde, de jaguar en de ara voor de zon stonden en de uil voor de dood.

 

In het centrum van Chichén Itzá staat de 24-meter hoge tempel van de god Kukulcan, wellicht de grootste tempel uit de Mayacultuur. Chichén Itzá is dan ook vooral bekend door de Piramide van Kukulcan. Deze trappiramide bouwde de Maya’s in de 9de eeuw. Deze spectaculaire piramide is het symbool van Chichén Itzá. In tegenstelling tot de meeste andere Mayatempels is deze tempel een haast zakelijk monument, nauwelijks gedecodeerd. In wezen spreken hier alleen de hoekige, symmetrische vormen. Achter deze zakelijke architectuur schuilt een gecompliceerde symboliek. De Mayakalender, de godenwereld en de astronomie dicteerden de vormgeving van El Castillo. 

 

Piramide van Kukulcan ook wel
El Castillo genoemd

 

 

De vierkante vorm van de piramide refereert aan de kosmische voorstelling van de Maya’s. Zij zagen de kosmos als een plat vierkant, gedragen door vier reuzen. De negen terrassen verwijzen naar de negen verdiepingen van het dodenrijk, bovendien wordt elke kant van de piramide als het ware door een trap in tweeën verdeeld: de resulterende 18 delen komen overeen met de 18 maanden van het Mayajaar. Daarnaast heeft elke trap 91 treden dat maal vier het getal 364 geeft. Dit is geen rekenfoutje want de laatste dag van het jaar is het bovenste platform, de laatste stap die gemaakt moet worden om de tempel te bereiken. De weinige decoraties die wel aanwezig zijn, zijn gewijd aan de goden, voornamelijk aan Kukulcan, de god van de elementen, gesymboliseerd door de gevederde slang. Geraffineerd eindigen de balustraden van de trap aan de noordzijde van de piramide en twee enorme slangenkoppen met een boosaardige blik en geopende bek. Aan deze trap hebben bouwmeesters, mathematici en astronomen gewerkt. Samen hebben ze een spectaculair fenomeen gecreëerd. Elk jaar aan het begin van de lente en herfst schijnt de namiddagzon schuin op de noordwesthoek van de piramide. De negen hoeken van de terrassen werpen vervolgens langzaam hun schaduw op de balustrade van de trap aan de noordzijde. Dit schaduwspel neemt tenslotte het 34 meter lange silhouet van de slang aan, dat naadloos aansluit op de gebeeldhouwde slangenkop onderaan de trap. Het schaduwspel wekt de illusie dat Kukulcan afdaalt naar de aarde; een uitdrukking van de harmonie tussen hemel en aarde. Onder de huidige piramide ligt nog een uitzonderlijk gaaf bewaard gebleven piramidetempel met de rode Jaguartroon, een zeldzaam kunstwerk ingelegd met jade.


Slangenkoppen


De rode Jaguartroon

Het meest opmerkelijke gebouw in Chichén Itzá is El Caracol, ofwel slakkenhuis, vanwege de merkwaardige structuur binnenin. Het is voor de Maya-architectuur een ongebruikelijke vorm. Dit gebouw moet als observatorium hebben gediend om de gang van de zon en sterren te volgen. De ronde toren staat bovenop het tweede terras en is ruim 28 meter hoog vanaf de grond en een doorsnede van 14 meter.
 


El Caracol

Tzompantli

Dankzij de drie intact gebleven ‘schietgaten’ kon men een beeld vormen van het doel van dit observatorium, dat met recht een van de belangrijkste creaties is. Het principe van de astronomische ‘mikpunten’ berust op het samenvallen van twee muurhoeken aan de binnenkant van een opening in de vorm van een kijkgat. Hierdoor kon men met opmerkelijke precisie richten.

Tzompantli of 'schedelplateau' geeft het bloeddorstige karakter van de religie van de Tolteken-Maya's weer. Een laag platform wordt omcirkeld door een muur waarop honderden schedels van geofferde verliezers of krijgsgevangenen afgebeeld staan.

Het Platform van Venus is een van de meest illustere plekken in Chichén Itzá, want hier is de ware aard van de Maya-Tolteken te zien. Het Platform van Venus is een klein vierkant monument, waar de oppergod Kukulcan rituelen uitvoerde. Venus werd als Morgenster en als Avondster vereerd. Overal rond het gebouw zijn religieuze sculpturen te zien. Ernaast staat een bijna identiek platform waar afbeeldingen van jaguars en adelaars te zien zijn die mensenharten in hun klauwen hebben.
 

Venus werd naadloos in de godsdienstige verhalen van de Maya’s opgenomen. Als de planeet onderging, dan bezocht deze het dodenrijk oftewel de onderwereld: Xibalba. Het is niet zo’n gek idee dat de Maya’s echt het idee hadden dat Venus na ondergang ‘verdween’. Het volk ging er namelijk vanuit dat de aarde plat was. Boven de aarde was de sterrenhemel. Daar bevonden zich ook de Mayavorsten die overleden waren. Wanneer deze met succes uit Xibalba wisten te ontsnappen, gingen ze namelijk voor eeuwig deel uitmaken van het universum. Onder de aarde bevond zich de gevreesde onderwereld.

 


Platform van Venus


Tempel van de Krijgers


Chac Mool

De Duizend Zuilen

De Tempel van de Krijgers.

Voor de terrasvormige piramide staan 68 vierkante pilaren met gebeeldhouwde krijgers op een laag platform. Erachter de piramide met de monumentale trap mat een balustrade met een opvallende, hoekige vorm en eindigend in de gebruikelijke slangenkop met opengesperde muil. De tempel is gedecoreerd met hoekmaskers boven elkaar. De open bek en slurfachtige neus zijn de kenmerken van de regengod Chac.

 

Onderaan de zuidzijde van de Tempel van de Krijgers ligt complex van de Duizend Zuilen. Het 150 meter lange complex is een fantastisch en imponerend bouwwerk waarvan niet duidelijk is of er ook een dak op de pilaren heeft gezeten en zo ja, van welk materiaal. Het getal 1000 moet niet letterlijk worden genomen maar symboliseert louter en alleen het kolossale aantal zuilen. Vierkante zuilen met gebeeldhouwde krijgers en afbeeldingen van Kukulcan worden afgewisseld met grove ronde zuilen zonder decoraties.

 

La Casa del Monjas

Het Nonnenklooster is een enorm bouwwerk dat meerdere bouwfasen heeft doorstaan en was het enige bouwwerk met verdiepingen in Chichén Itzá. Het hoofdgebouw is een hoge rechthoekige structuur met bijna verticale muren zonder decoratie en afgeronde hoeken. Aan de noordzijde bevindt zich een enorme trap. Op het hoogste plateau staat een paleis met op de voorgevel prachtige motieven. De bouw is in Puuc-stijl.

Met talloze mozaïeken en de beroemde maskers van Chac, de regengod, op de hoeken van de gevels. Het dak biedt een schuine aanblik die lijkt op die van de daken van Palenque. Via een trap kon men bovenin het gebouw nog een derde verdieping bereiken; deze is nu echter geheel verwoest. Aan de oostkant van het hoofdgebouw bevindt zich een bijgebouw in een heel ander stijl. Deze gebouwen hebben een overvloed aan decoraties die nog zeer goed te bezichtigen zijn.


Het Nonnenklooster


Kerk bijgebouw van het Nonnenklooster


De Tempel van de Tijgers, met een fries van jaguars afgewisseld door schilden en ornamenten. In het inwendige van de tempel is een geschilderd oorlogstafereel te zien, dat Mayakrijgslieden in beeld brengt, die gewapend met speren en werpspiesen een stad aanvallen.

 

De mooiste balspelbaan die ooit door de pre-Columbianen is gebouwd, is zeker die van het Chichén Itzá van de Tolteken-Maya’s. Het is een in noord-zuidrichting gelegen complex van ongeveer 160 m lang en 75 m breed.  Het eigenlijke speelterrein beslaat 7000 m2  met aan weerszijde taluds en muren van 8 m hoog waarvan de platte bovenkant diende als tribune voor de toeschouwers. Het geheel omvatte een aantal gebouwen: in het oosten stond een heiligdom met de naam Tempel van de Jaguars; bovenop een talud staat de Tempel van de Tijgers, aan het noordelijke uiteinde van het speelveld staat een (overdekte) tribune die waarschijnlijk bestemd was voor de elite. Op de lage taluds langs het speelveld staan op de leerzame bas-reliëfs de plechtigheden die bij het spel horen afgebeeld. Het beeldverhaal toont de aanvoerders van beide partijen in gevechtstenue, de onthoofding van de overwonnene. Boven de taluds, 7m boven de grond, steekt zowel links als rechts een stenen ring loodrecht uit het talud, waardoor de rubberen bal moest worden ‘geworpen’. De ring is versierd met een reliëf dat twee in elkaar gestrengelde, met elkaar strijdende slangen voorstelt. Het verband tussen de heiligdommen en de balspelbanen laten geen enkele twijfel bestaan over het religieuze karakter van deze typische Maya-sport: het speelveld stelt niets anders dan het universum voor, de heilige ruimte waarin zich het eeuwige gevecht tussen licht en schaduw afspeelt, waarbinnen de hemellichamen, zon en maan, zich verplaatsen onder toezicht van de meester van Xibalba, heerser van het hiernamaals. (Xibalba is een begrip uit de Maya-mythologie dat ‘plaats der angst’ betekent). De verliezers van het spel werden geofferd aan de goden.


Balspeelveld


De ring met slangen reliëf


Het balspel uit de Maya-periode was bepaald geen onschuldig tijdverdrijf. Op de balspeelplaatsen, gelegen tussen de belangrijkste ceremoniële gebouwen van een stad, speelden de deelnemers de mythe na van de krachtmeting tussen de Helden-Tweeling en de Heren van de onderwereld. En net zoals in de mythe, die de strijd tussen leven en dood verbeeldt, kon de uitkomst van het spel het rituele offeren van de verliezers zijn. De mythe, beschreven in de Popol Vuh, beschrijft hoe de Helden-Tweeling door de goden van de onderwereld werden verplicht om mee te doen aan een balspeltoernooi. Het hoofd van een van de Tweelingen moet als bal dienen.

 

De broer neemt echter een pompoen en snijdt er het gezicht van de ander uit. Hij speelt verder met het echte hoofd, maar na een paar minuten schopt hij dat van het veld af. Op dat moment rent een konijn weg door het kreupelhout. Terwijl de heren van Xibalba het konijn achternazitten, in de veronderstelling dat het de bal is, zet hij het hoofd van zijn broer terug, zodat deze weer tot leven komt. Vervolgens pakt de broer de pompoen en roept naar de heren dat hij de bal gevonden heeft. Het spel gaat verder tot de pompoen openbarst en de heren van Xibalba beseffen dat ze bij de neus genomen zijn. Er zijn nog 13 van dit soort speelvelden overgebleven in Midden-Amerika.

 

De watervoorziening in Chichén Itzá was een groot probleem. Men was vooral aangewezen op onderaardse bronnen, die waren gevormd door het instorten van stukken kalksteen. In de poreuze kalkbodem van het schiereiland Yucatán zitten honderden cenotes. Soms stort het plafond naar beneden zodat er een groot gat ontstaat zoals dat bij Chichén Itzá. Vaak blijven deze met regenwater volgelopen holtes verborgen onder de grond. In 1221 brak een burgeroorlog uit. De houten onderdelen van de tempels werden verbrand. Chichén Itzá verloor zijn toppositie en de heersers verhuisden naar Mayapan, dat zich prompt de titel van belangrijkste metropool van Yucatán toeeigende.

 

Midden 16de eeuw werd Mayapan op zijn beurt onderworpen en later verwoest door de Spanjaarden. De eerste Spanjaarden die het bewuste gebied bereikten, dachten dat Yucatán niet meer was dan een ‘oninteressant’ eiland. Pas in 1527 begon conquistador Francisco Montejo (1479?-1553) aan de verovering. in Yucatán staat hij beter bekend als El Adelantado.


Mayapan

De Hij trof vooral verzwakte steden aan die amper weerstand boden. De Mayacultuur was haar hoogtepunt immers al lang voorbij en ten prooi gevallen aan interne conflicten. De onderneming werd in 1546 voltooid door zijn zoon, El Mozo, (1508-1565). Hij wist handig gebruik te maken van de onderlinge rivaliteit tussen de Mayasteden. Een aantal van de Mayastaten bood taai verzet en het gebied was pas in 1697 volledig in Spaanse handen, hoewel er nog regelmatig opstanden uitbraken.

 

De kolonisatie kwam op gang, ondanks het indiaanse verzet. Verplichte volksverhuizingen deden de oude indiaanse steden leeglopen. Soms werden ze vervangen door nieuwe nederzettingen of missieposten. Na de Mexicaanse onafhankelijkheid in 1821 trad Yucatán toe tot de nieuwe staat. Uit ongenoegen over het centralistische Mexicaanse beleid scheurde de deelstaat zich echter af in 1845. Sociologische en -culturele problemen bleven voor onderhuidse spanningen zorgen: de inheemse Maya’s werkten in semi-slavernij op de plantages van de nakomelingen van de conquistadores.

 

De indianen kwamen in 1847 in opstand tegen hun onderdrukkers in wat de Kaste-oorlog zou heten (de ‘Guerra de las Castas’). De indiaanse rebellen leken aanvankelijk het pleit te winnen, tot ze onverwacht de strijd staakten om maïs te gaan planten. Daarmee tekenden de Maya’s hun doodvonnis. Mexico was bereid om de grootgrondbezitters militair te steunen tegen de opstandelingen, op voorwaarde dat Yucatán zich opnieuw zou onderwerpen aan het Mexicaanse gezag. De Maya’s trokken zich terug in Quintana Roo.


El Mozo

 

 

 

Rond de eeuwwisseling heroverde Mexico ook dit laatste bastion van de opstandelingen. Aan het begin van deze eeuw werd Yucatán opgesplitst in drie delen: Campeche, Quintana Roo en Yucatán. De namen van het schiereiland en die van de gelijknamige deelstaat worden nogal eens door elkaar gehaald. Nu maken ze alle drie deel uit van de 31 deelstaten van de Mexicaanse republiek. Yucatán is rijk aan contrasten: de mooie koloniale steden en de luxueuze badplaatsen van Quintana Roo steken schril af naast de kleine dorpen waar de hedendaagse Maya’s geruisloos hun tradities voortzetten.

De herontdekking van de Maya steden


John Lloyd Stephens


Frederick Catherwood

 

In 1839 bezocht de Amerikaanse reiziger John Lloyd Stephens (1805-1852), samen met de Engelse architect en tekenaar Frederick Catherwood (1799-1854) enkele Maya steden. Het geïllustreerde verslag dat zij uitgaven, zorgde voor een sterke belangstelling voor de historie van de Maya’s. In de afgelopen 150 jaar zijn er veel oorspronkelijke Maya steden ontdekt. De bekendste zijn: Calakmul, Chichén Itzá, Palenque en Uxmal in Mexico en Ouirrigua en Tikal in Guatemala.

 

Ilse Steel

Bronnen: Eigen bibliotheek
Hans Baumann - Goud en goden van de Inca’s
J.W. Ceram Goden -  Graven en Geleerden
Elizabeth Baquendano - Azteken
C. Gallenkamp - Maya Het raadsel van een verloren en hervonden beschaving
Leonard Cottrell - Verdwenen steden
A.T.White - Het avontuur van de archeologie
Wereldwonderen - 1001 foto’s
Spectrum encyclopedie

Diverse andere bronnen:
Boek: De Maya's. Leven, mythen en kunst. Door Timothy Laughton
Parkyn -  De zeventig beroemdste bouwwerken van de wereld
1500 jaar van bijzondere architectuur en bouwtechniek, Bussum, 2004
Katholiek Nederland
Reiswereldmagazine

Fotogalerij Maya's in Mexico


Kukulcan stenen buste


Masker van turkoois van de God Kukulcan


Xbalba


Tunkul


Bas-reliëf balspeelbaan


F. Catherwood illustratie Nonnenklooster


Maya kalender


Maya krijger


Bal speler


Bal speler


Kleimasker van Maya-krijger


Maya wierookbrander


Palenque Koning Pascal


Maya masker Campeche 200-600 na Christus


Calakmul Maya ruïne


Calakmul begrafenismasker


Palenque Paleis van de Zon


Palenque Tempel of inscripties


Uxmal Pyramid of the Magician


Uxmal Jaguar-troon

 

Ilse Steel

Verder naar volgend wereldwonder: de Chinese muur

 

Terug naar beginpagina wereldwonderen

 

Naar SeniorPlaza