SeniorPlaza

Start
Nieuwtjes
Nieuwsbrief
Winter
Carnaval
Gezondheid
Column
Componisten
Jazz
1930-1945
Jaren 45-50
De jaren 50
Jaren 60 en 70
Nostalgie
Oude foto's
Op zoek naar
Liedjes
Liedjes Zoek
Opzegversjes
Oude Gedichten
Voordrachten
Poezieversjes
Cadeautips
Vakantie
Wereldwonder
FinanciŽn
Verhalen
Gedichten
Prikbord
Boeken
Er op uit
Uitgaan
Creatief
Spelletjes
Online casino
Sport
Links

 

De hangende tuinen van Babylon

(met dank aan Liesbeth de Nijs voor het geleverde materiaal)

(klik op de plaatjes om ze te vergroten)

Nebukadnezar

Baylon kwam tot grote bloei onder Nebukadnezar (zoon van Nabopolassar) en werd in oppervlakte de grootste stad van de oudheid.

Vermaard om zijn stadsmuur met ‘hangende tuinen’ van Semiramis, zijn kades, poorten en tempels waarvan de toren van Babel -voornaamste heiligdom van het aan de hoofdgod Mardoek gewijde tempelcomplex- het meest beroemde is geworden.

Hangende tuinen

 

 

Mardoek (Marduk)

Mardoek

Hoofdgod van Babylon, zoon van Ea. Zijn echtgenote heette Zarpanitoe. Hij was een zonnegod, aanvankelijk slechts een god van de stad Babylon, maar door Hammoerabi werd hij tot rijksgod verheven. Als zodanig gold hij als heer en schepper van de aarde en als heer van de wijsheid. 

Mardoek wordt in verband gebracht met Mordechai uit het verhaal van Ester.

Ligging

De hangende tuinen zouden gelegen moeten hebben aan de oostelijke oever van de Eufraat, ca. 50 kilometer ten zuiden van Bagdad (Irak) tussen de 8e en 6e eeuw v.C.gebouwd. Pas in de twintigste eeuw werden enkele geheimen onthuld. Men worstelt nog steeds met bewijzen over de precieze locatie van de tuinen. Recentere archeologische onderzoeken in Bagdad hebben de fundamenten van het paleis blootgelegd en andere opgravingen hebben (naar wordt verondersteld) de terrasachtige tuinen met irrigatiesystemen ontdekt, men heeft met succes getracht de tuinen te reconstrueren.

Plattegrond met mogelijke locatie van de hangende tuinen

Echter, de Griekse historicus Straboon stelt met zekerheid dat de tuinen gelegen zijn aan de oever van de Eufraat, wat ook wel zo moeten aangezien de gevonden locatie honderden meters ervan verwijderd ligt, wat een irrigatie op dergelijke wijze heel erg onwaarschijnlijk maakt. Men heeft toen het gehele gebied tussen de Eufraat en het paleis onderzocht en men heeft overblijfselen van stenen muren gevonden van 25 meter dik vlakbij de rivier, waardoor nu dus wordt verondersteld dat de tuinen liepen vanaf de rivier tot aan het paleis.

Beschrijving

De toegang liep schuin aan, zoals een heuvel. Het was een serie van terrassen, laag op laag aaneengeschakeld barstens vol exotische bomen, planten en bloemen, geïrrigeerd door middel van een complex systeem van waterpompen met water uit de Eufraat, die je nergens kon ontdekken. Het geheel van tuinen zou zijn gebouwd boven op een groot aantal kolommen, dus van de grond af, dit zou met vele lagen het geval kunnen zijn geweest. De planten hingen over de randen en de wortels kwamen door het gebouw heen naar beneden, door de irrigatie was het gras altijd groen. De bovenste lagen konden met trappen worden bereikt, aldus Straboon en Philo(on) van Alexandrië.

Geschiedenis

Hammurabi

Er bestaat een mogelijkheid dat deze tuinen helemaal nooit hebben bestaan. Aanvankelijk vermeld door vooraanstaande historoci/geleerden met fantasie en door Griekse historici en/of dichters/schrijvers als waarheid aangenomen en (ook met wat eigen fantasie beschreven).

Het Babylonische koninkrijk kwam al tot grote bloei onder de beroemde koning Hammurabi (1792-1750 v.C.). Pas tijdens de regeerperiode van Nabopolassar (625 - 605 v.C.), wat de neo-Babylonische dynastie wordt genoemd, bereikte de Mesopotaamse beschaving zijn ultieme grootsheid.

De eerste serieuze historicus die de tuinen noemt is Berossus van Kos, een priester uit Babylon die naar de naam Bel-Usur luisterde en rond 290 v. Chr. leefde. Berossus schreef dat Nebukadnezar stenen terrassen bij zijn paleis liet aanleggen die als een soort namaakbergen beplant waren met allerlei bomen en zo als het ware zwevende tuinen vormden. Het verhaal wil dat een vrouw van Nebukadnezar, ene Amytis die afkomstig was uit het heuvelachtige Medië,  heimwee had naar het landschap van haar geboorteland. De aanleg van de tuinen was een buitengewone tegemoetkoming aan haar wensen. In de Babylonische archieven is geen koningin Amytis terug te vinden, maar op grond van de algemene betrouwbaarheid van Berossus mogen we haar bestaan, of dat van de tuinen, niet geheel uitsluiten, ondanks het feit dat de Mesopotamische bronnen en Herodotus ze niet noemen.

Resten van de stad Babylon

Ook Diodorus Siculores (Dioderos) schreef  zeer uitgebreid over de hangende tuinen, terwijl in de annalen van Nebukadnezar en de Babylonische geschriften zelf er met geen woord over wordt gerept. Niettemin zijn er wel heldere beschrijvingen gevonden over het paleis van Nebukadnezar en de stad Babylon en haar muren. De ommuurde stad Babylon was bovendien de grootste omsloten leefgemeenschap die de wereld ooit gekend heeft en zij was voornamelijk het werk van Nebukadnezar ΙΙ, uit de eerste helft van de 6de eeuw v.Chr., in de nadagen van de verwoesting door de Assyriërs. Hij bouwde de nieuwe buitenmuren en poorten, herstelde de tempels en kanalen en bouwde de eerste stenen brug over de Eufraat. De Babylonische teksten bevatten onder meer bouwgeschiedenissen en zelfs een soort A tot Z waarin namen van straten, poorten en tempels waren opgenomen, dus verre van schetsmatig. De afwezigheid van de hangende tuinen of iets soortgelijks is daarom zeer opvallend.

Ruim 250 jaar lang moeten de hangende tuinen daar hebben bestaan en zijn onderhouden door vele generaties, maar ook in latere geschriften uit Babylonië vindt men er geen spoor van terug. Uit de beschrijvingen kan men ongeveer bepalen hoe groot de tuinen waren en weet men dat de funderingen evenredig groot moeten zijn geweest, maar echte sporen van dergelijke funderingen heeft men nog niet gevonden. Bovenstaande tegenstrijdigheden worden door cynici tegenwoordig aangegrepen om te beweren dat de tuinen in het geheel niet hebben bestaan, deze beweren dat het zou moeten gaan om andere tuinen in de regio; veel leiders destijds hadden nl. een voorliefde voor botanische kunst en legden soortgelijke tuinen aan, hoewel iets minder groot dan de hangende tuinen van Babylon.

Robert Koldewey

In 1899 vond Robert Koldewey, een Duitse archeoloog, op de locatie van het oude Babylon resten waarvan hij dacht dat dat de resten waren van de hangende tuinen. Het ging om een onderaardse crypte van veertien gewelfde ruimtes die gelijkenis zou kunnen vertonen met de oude beschrijvingen van een bogen- of zuilenconstructie met daarop een aan een koninklijk paleis verbonden bovengronds complex.

Er waren drie zorgvuldig gebouwde putten in de crypte die via een ketting emmers met water geleverd zou kunnen hebben voor een irrigatiesysteem voor de tuinen. Verder vond hij een steensoort waarvan bekend was dat deze alleen zijn gebruikt bij de muren van de noordelijke citadel (deel van een vesting) en de hangende tuinen van Babylon. Omdat de citadel reeds gevonden was, dacht hij met zekerheid te kunnen stellen dat dit de resten waren van de vermaarde tuinen.

Doch de afstand van deze resten tot de rivier was zó groot, dat het onmogelijk moet zijn geweest om al het water dat nodig was voor dit bouwwerk over een dergelijke afstand te transporteren middels kanalen en wordt deze locatie dus door velen als onwaarschijnlijk aangenomen.

Later is aan de hand van de hier gevonden kleitabletten echter gebleken dat de gewelfde ruimtes waarschijnlijk opslagplaatsen waren voor olie en haverrantsoenen die werden uitgereikt aan de ballingen in de stad, zoals de joden uit de Bijbel. Nebukadnezar hield grote veldtochten in Syrië, Egypte en Palestina. De joodse elite werd in 586 v. Chr. in ballingschap naar Babylon afgevoerd

Robert Koldewey en de Toren van Babel

Wat Koldewey opgroef was niet meer dan het enorme fundament. Maar er waren inscripties die hem vertelden dat de toren had bestaan. De toren waarvan de bijbel spreekt (en die zonder twijfelgebouwd is) moet stellig reeds ten tijde van Hammoerabi vergaan zijn geweest. Later had er hier een gestaan die het nageslacht als aandenken aan de oude had opgericht.

Naboeplassar liet deze woorden na:

‘Te dien tijde gebood Mardoek mij, de toren van Babel, die in de tijd vóór mij  verzwakt was en op instorten stond, zijn fundament aan de borst van de onderwereld stevig te grondvesten, terwijl de top naar de hemel moet streven.’

En Nebukadnezar, zijn zoon vervolgde, opdat hij met de hemel wedijvere, daar legde ik de hand aan.’

In enorme terrassen was de toren opgetrokken. Herodotus geeft acht op elkaar staande torens aan, waarvan de volgende steeds kleiner was dan de vorige, totdat zich op de kleinste, hoog boven alle landen, de tempel verhief. (in werkelijkheid waren het zeven torens). 

Negentig meter breed was zijn fundament en negentig meter was ook de hoogte van deze toren. Vijfentachtig miljoen tichestenen waren bij de bouw ervan gebruikt en de toren beheerste het hele landschap.

Drieëndertig meter hoog was de eerste verdieping,  achttien de tweede, de 3de , 4de en 5de verdieping waren elk zes meter hoog, maar vijftien meter hoog was de tempel van Mardoek, de god van Babylon,  bedekt met goud en versierd met blauwe tegels, wijd uitstralend als een groet aan de reizigers

Reconstructie van de oude toren van Babel

 

De toren van Babel, "Etemenaki", met de tempelgebouwen en de Eufraatbrug (reconstructie)

 

Toren van Babel,

geschilderd door

Pieter Bruegel de oudere

1563

Wanneer de Babylonische ziggurah (zikoerrat, zigura en ziggurah zijn de verschillende schrijfwijzen voor de verzamelnaam der Soemerisch-Babylonische trappiramiden of torens)  in verval raakte en meer dan eens werd verwoest, dan werd ze weer opnieuw opgericht en versierd. Dit was het verschil met de Piramiden van Egypte waar het bouwwerk voor één vorst werd opgericht. De ziggurah daarentegen was het heiligdom van het volk.   

Rondom de toren, met een muur er omheen, stonden de huizen waarin de pelgrims woonden als ze op de grote feestdagen van verre kwamen om zich op de processie voor te bereiden. Maar ook de huizen voor de priesters van Mardoek die, als priesters van een god die de koningen kroonden, ongetwijfeld machtig waren. Zo was deze hof, waar zich in het midden Etemenaki verhief, het Baylonische vaticaan, maar geheimzinniger en van een cyclopische ( reusachtige) pracht.

Toekoelti-ninoerta, Sargon, Sanherib en Assoebanipal bestormden Babel en verwoesten ook Mardoeks heiligdom, Etemanaki - de Toren van Babel - Naboepolasser en Nebukadnezar bouwden hem weer op.

Toen Cyrus, de Pers, de stad na Nebukadnezars dood in het jaar 539 voor Christus veroverde, was hij de eerste overwinnaar die hem niet verwoestte.

Nog eenmaal werd de toren verwoest. Xerxes, de Pers, liet niets dan puin achter, dat Alexander de Grote toen op zijn terugtocht uit India voor zich zag. Twee maanden lang liet hij tienduizend man werken om het puin op te ruimen, tenslotte zijn hele leger.

Zevenentwintig eeuwen later stond op dezelfde plaats een  geleerde. Niet opzoek naar roem maar naar wetenschap! Niet met tienduizend man maar slechts met tweehonderdvijftig man. 

De toren van Babel werd door de Babyloniërs Etemenanki genoemd, de grondsteen van hemel en aarde.

Bronnen:

Prisma woordenboek der klassieke oudheid

Prisma van de mythologie

C.W. Ceram, Goden, graven en geleerden

Paul Jordan, De Zeven wereldwonderen

Suyderland

 

Naar vorige pagina

 

Naar volgende pagina

 

Naar beginpagina Wereldwonderen

 

Naar SeniorPlaza