|
| |
De hangende tuinen van
Babylon
(met dank aan Liesbeth de Nijs voor het
geleverde materiaal)
(klik op de plaatjes om ze te vergroten)
|

Nebukadnezar |
Baylon kwam tot grote bloei
onder Nebukadnezar (zoon van Nabopolassar) en werd in oppervlakte de
grootste stad van de oudheid.
Vermaard om zijn stadsmuur
met ‘hangende tuinen’ van Semiramis, zijn kades, poorten en tempels waarvan
de toren van Babel -voornaamste heiligdom van het aan de hoofdgod Mardoek
gewijde tempelcomplex- het meest beroemde is geworden. |

Hangende tuinen
|
Mardoek (Marduk)
|

Mardoek |
Hoofdgod van
Babylon, zoon van Ea. Zijn echtgenote heette Zarpanitoe. Hij was een
zonnegod, aanvankelijk slechts een god van de stad Babylon, maar door
Hammoerabi werd hij tot rijksgod verheven. Als zodanig gold hij als heer en
schepper van de aarde en als heer van de wijsheid.
Mardoek wordt in verband
gebracht met Mordechai uit het verhaal van Ester. |
Ligging
| De hangende tuinen zouden gelegen moeten
hebben aan de oostelijke oever van de Eufraat, ca. 50 kilometer ten zuiden
van Bagdad (Irak) tussen de 8e en 6e eeuw v.C.gebouwd.
Pas in de twintigste eeuw werden enkele geheimen onthuld. Men worstelt nog
steeds met bewijzen over de precieze locatie van de tuinen. Recentere
archeologische onderzoeken in Bagdad hebben de fundamenten van het paleis
blootgelegd en andere opgravingen hebben (naar wordt verondersteld) de
terrasachtige tuinen met irrigatiesystemen ontdekt, men heeft met succes
getracht de tuinen te reconstrueren. |

Plattegrond met mogelijke locatie van de hangende tuinen |
Echter, de Griekse historicus
Straboon stelt met zekerheid dat de tuinen gelegen zijn aan de oever van de
Eufraat, wat ook wel zo moeten aangezien de gevonden locatie honderden meters
ervan verwijderd ligt, wat een irrigatie op dergelijke wijze heel erg
onwaarschijnlijk maakt. Men heeft toen het gehele gebied tussen de Eufraat en
het paleis onderzocht en men heeft overblijfselen van stenen muren gevonden
van 25 meter dik vlakbij de rivier, waardoor nu dus wordt verondersteld dat de
tuinen liepen vanaf de rivier tot aan het paleis.
Beschrijving
De
toegang liep schuin aan, zoals een heuvel. Het was een serie van terrassen,
laag op laag aaneengeschakeld barstens vol exotische bomen, planten en
bloemen, geïrrigeerd door middel van een complex systeem van waterpompen met
water uit de Eufraat, die je nergens kon ontdekken. Het geheel van tuinen zou
zijn gebouwd boven op een groot aantal kolommen, dus van de grond af, dit zou
met vele lagen het geval kunnen zijn geweest. De planten hingen over de randen
en de wortels kwamen door het gebouw heen naar beneden, door de irrigatie was
het gras altijd groen. De bovenste lagen konden met trappen worden bereikt,
aldus Straboon en Philo(on) van Alexandrië.
Geschiedenis
|

Hammurabi |
Er bestaat een
mogelijkheid dat deze tuinen helemaal nooit hebben bestaan. Aanvankelijk
vermeld door vooraanstaande historoci/geleerden met fantasie en door
Griekse historici en/of dichters/schrijvers als waarheid aangenomen en
(ook met wat eigen fantasie beschreven).
Het Babylonische
koninkrijk kwam al tot grote bloei onder de beroemde koning Hammurabi
(1792-1750 v.C.). Pas tijdens de regeerperiode van Nabopolassar (625 - 605
v.C.), wat de neo-Babylonische dynastie wordt genoemd, bereikte de
Mesopotaamse beschaving zijn ultieme grootsheid. |
De eerste serieuze historicus
die de tuinen noemt is Berossus van Kos, een priester uit Babylon die naar de
naam Bel-Usur luisterde en rond 290 v. Chr. leefde. Berossus schreef dat
Nebukadnezar stenen terrassen bij zijn paleis liet aanleggen die als een soort
namaakbergen beplant waren met allerlei bomen en zo als het ware zwevende tuinen
vormden. Het verhaal wil dat een vrouw van Nebukadnezar, ene Amytis die
afkomstig was uit het heuvelachtige Medië, heimwee had naar het landschap van
haar geboorteland. De aanleg van de tuinen was een buitengewone tegemoetkoming
aan haar wensen. In de Babylonische archieven is geen koningin Amytis terug te
vinden, maar op grond van de algemene betrouwbaarheid van Berossus mogen we haar
bestaan, of dat van de tuinen, niet geheel uitsluiten, ondanks het feit dat de
Mesopotamische bronnen en Herodotus ze niet noemen.
|

Resten van de stad Babylon |
Ook Diodorus Siculores
(Dioderos) schreef zeer uitgebreid over de hangende tuinen, terwijl in de
annalen van Nebukadnezar en de Babylonische geschriften zelf er met geen
woord over wordt gerept. Niettemin zijn er wel heldere beschrijvingen
gevonden over het paleis van Nebukadnezar en de stad Babylon en haar muren.
De ommuurde stad Babylon was bovendien de grootste omsloten leefgemeenschap
die de wereld ooit gekend heeft en zij was voornamelijk het werk van
Nebukadnezar ΙΙ, uit de eerste helft van de 6de eeuw v.Chr., in de nadagen
van de verwoesting door de Assyriërs. Hij bouwde de nieuwe buitenmuren en
poorten, herstelde de tempels en kanalen en bouwde de eerste stenen brug
over de Eufraat. De Babylonische teksten bevatten onder meer
bouwgeschiedenissen en zelfs een soort A tot Z waarin namen van straten,
poorten en tempels waren opgenomen, dus verre van schetsmatig. De
afwezigheid van de hangende tuinen of iets soortgelijks is daarom zeer
opvallend. |
Ruim 250 jaar lang moeten de
hangende tuinen daar hebben bestaan en zijn onderhouden door vele generaties,
maar ook in latere geschriften uit Babylonië vindt men er geen spoor van terug.
Uit de beschrijvingen kan men ongeveer bepalen hoe groot de tuinen waren en weet
men dat de funderingen evenredig groot moeten zijn geweest, maar echte sporen
van dergelijke funderingen heeft men nog niet gevonden. Bovenstaande
tegenstrijdigheden worden door cynici tegenwoordig aangegrepen om te beweren dat
de tuinen in het geheel niet hebben bestaan, deze beweren dat het zou moeten
gaan om andere tuinen in de regio; veel leiders destijds hadden nl. een
voorliefde voor botanische kunst en legden soortgelijke tuinen aan, hoewel iets
minder groot dan de hangende tuinen van Babylon.
|

Robert Koldewey |
In 1899 vond Robert
Koldewey, een Duitse archeoloog, op de locatie van het oude Babylon resten
waarvan hij dacht dat dat de resten waren van de hangende tuinen. Het ging
om een onderaardse crypte van veertien gewelfde ruimtes die gelijkenis zou
kunnen vertonen met de oude beschrijvingen van een bogen- of
zuilenconstructie met daarop een aan een koninklijk paleis verbonden
bovengronds complex. |
Er waren drie zorgvuldig
gebouwde putten in de crypte die via een ketting emmers met water geleverd zou
kunnen hebben voor een irrigatiesysteem voor de tuinen. Verder vond hij een
steensoort waarvan bekend was dat deze alleen zijn gebruikt bij de muren van de
noordelijke citadel (deel van een vesting) en de hangende tuinen van Babylon.
Omdat de citadel reeds gevonden was, dacht hij met zekerheid te kunnen stellen
dat dit de resten waren van de vermaarde tuinen.
Doch de afstand van deze resten
tot de rivier was zó groot, dat het onmogelijk moet zijn geweest om al het water
dat nodig was voor dit bouwwerk over een dergelijke afstand te transporteren
middels kanalen en wordt deze locatie dus door velen als onwaarschijnlijk
aangenomen.
Later is aan de hand van de hier
gevonden kleitabletten echter gebleken dat de gewelfde ruimtes waarschijnlijk
opslagplaatsen waren voor olie en haverrantsoenen die werden uitgereikt aan de
ballingen in de stad, zoals de joden uit de Bijbel. Nebukadnezar hield grote
veldtochten in Syrië, Egypte en Palestina. De joodse elite werd in 586 v. Chr.
in ballingschap naar Babylon afgevoerd
Robert Koldewey en de
Toren van Babel
|
Wat
Koldewey opgroef was niet meer dan het enorme fundament. Maar er waren
inscripties die hem vertelden dat de toren had bestaan. De toren waarvan de
bijbel spreekt (en die zonder twijfelgebouwd is) moet stellig reeds ten
tijde van Hammoerabi vergaan zijn geweest. Later had er hier een gestaan die
het nageslacht als aandenken aan de oude had opgericht.
Naboeplassar liet deze
woorden na:
‘Te dien tijde gebood
Mardoek mij, de toren van Babel, die in de tijd vóór mij verzwakt was en op
instorten stond, zijn fundament aan de borst van de onderwereld stevig te
grondvesten, terwijl de top naar de hemel moet streven.’
En Nebukadnezar, zijn zoon
vervolgde, opdat hij met de hemel wedijvere, daar legde ik de hand aan.’
In enorme terrassen was de
toren opgetrokken. Herodotus geeft acht op elkaar staande torens aan,
waarvan de volgende steeds kleiner was dan de vorige, totdat zich op de
kleinste, hoog boven alle landen, de tempel verhief. (in werkelijkheid waren
het zeven torens).
Negentig meter breed was
zijn fundament en negentig meter was ook de hoogte van deze toren.
Vijfentachtig miljoen tichestenen waren bij de bouw ervan gebruikt en de
toren beheerste het hele landschap.
Drieëndertig meter hoog was
de eerste verdieping, achttien de tweede, de 3de , 4de en 5de verdieping
waren elk zes meter hoog, maar vijftien meter hoog was de tempel van
Mardoek, de god van Babylon, bedekt met goud en versierd met blauwe tegels,
wijd uitstralend als een groet aan de reizigers |

Reconstructie van de oude toren van Babel

De toren van Babel, "Etemenaki", met de tempelgebouwen en de
Eufraatbrug (reconstructie)

Toren van Babel,
geschilderd door
Pieter Bruegel de oudere
1563 |
Wanneer de Babylonische ziggurah
(zikoerrat, zigura en ziggurah zijn de verschillende schrijfwijzen voor de
verzamelnaam der Soemerisch-Babylonische trappiramiden of torens) in verval
raakte en meer dan eens werd verwoest, dan werd ze weer opnieuw opgericht en
versierd. Dit was het verschil met de Piramiden van Egypte waar het bouwwerk
voor één vorst werd opgericht. De ziggurah daarentegen was het heiligdom van het
volk.
Rondom de toren, met een muur er
omheen, stonden de huizen waarin de pelgrims woonden als ze op de grote
feestdagen van verre kwamen om zich op de processie voor te bereiden. Maar ook
de huizen voor de priesters van Mardoek die, als priesters van een god die de
koningen kroonden, ongetwijfeld machtig waren. Zo was deze hof, waar zich in het
midden Etemenaki verhief, het Baylonische vaticaan, maar geheimzinniger en van
een cyclopische ( reusachtige) pracht.
Toekoelti-ninoerta, Sargon,
Sanherib en Assoebanipal bestormden Babel en verwoesten ook Mardoeks heiligdom,
Etemanaki - de Toren van Babel - Naboepolasser en Nebukadnezar bouwden hem weer
op.
Toen Cyrus, de Pers, de stad na
Nebukadnezars dood in het jaar 539 voor Christus veroverde, was hij de eerste
overwinnaar die hem niet verwoestte.
Nog eenmaal werd de toren
verwoest. Xerxes, de Pers, liet niets dan puin achter, dat Alexander de Grote
toen op zijn terugtocht uit India voor zich zag. Twee maanden lang liet hij
tienduizend man werken om het puin op te ruimen, tenslotte zijn hele leger.
Zevenentwintig eeuwen later
stond op dezelfde plaats een geleerde. Niet opzoek naar roem maar naar
wetenschap! Niet met tienduizend man maar slechts met tweehonderdvijftig man.
De toren van Babel werd door de
Babyloniërs Etemenanki genoemd, de grondsteen van hemel en aarde.
Bronnen:
Prisma woordenboek der klassieke oudheid
Prisma van de mythologie
C.W. Ceram, Goden, graven en geleerden
Paul Jordan, De Zeven wereldwonderen
Suyderland
Naar vorige pagina
Naar volgende pagina
Naar beginpagina Wereldwonderen
Naar SeniorPlaza
| |
|