SeniorPlaza

 

Kwartjesdag

Willem van Iependaal

(met dank aan Hanneke Peters en Willie Versteegen voor het sturen van de tekst)

 

Versie 1
Netjes naast mekander loope
Hieroo in de dierentuin !
Draag je pet niet zoo bezope…
Gijs, je kouse zitten schuin !
Kijk daar hebbe me de buffel
En die datte is een struis.
Jumbo met z'n lange snuffel
Is gestorve en niet thuis...
Loop niet op je das te kauwe…
Spaar sausies voor de aap !
Piet daar heb ie nou de pauwe
Met een plukkie op d'r raap…
Ginder zijn de krokkedille
Met die korsies op de bast…
Of ze kaakies magge wille,
Nou dat weet ik niet zoo vast !
Hier is effe ! De kemeele
Met een knoerst uit de woestijn…
Loop me niet zoo te vervele
Voor me poote, stuk sjagrijn !
En nou gaan we naar de snoeke
Naar de baarsies en flerel…
Lodevicus mot jij vloeke
En je ziel soms naar de hel ?
Ha ! De ape ! Niet zoo schreeuwe
Blijf nou effe bijmekaar
Of ik gooi je voor de leeuwe
Snuit je koker en bedaar !
Die daar met die blauwe bille
Motte broekies van 't bestuur
Azze jullie ijsies wille…
Nou… daar gaat ie … van de huur !

Versie 2

(met dank aan Hanneke Peters voor het sturen van de tekst)

 

Vrouw De Leur trok met de grommes
Zwetend door de dierentuin:
Kwiebus, draai je niet zoo ommes !….
Krissie, draag je pet niet zo schuin !….
Meid, daar heb ie nou de buffel….
En die daaroo is een struis….
Jumbo, met z’n lange snuffel,
Is gestorve en niet thuis
Loop niet op de je das te kouwe….
Spaar je sausies voor de aap….
Pietje, kijk is naar de pauwe
Met een plukkie op d’r raap.
Hieroo zijn de krokodille
Met die korsies op de d’r bast….
Of ze kaakies magge wille ?
Nou, dat weet ik niet zoo vast.
Hier is effe !…de kemeele
Met een bult uit de woestijn….
Loop me niet zoo te vervele
Voor me voete, stuk saggrijn !
En nou gaan me naar de snoeke,
Naar de baarsjes en flerel….
Lodevicus ! Mot jij vloeke
En je ziel soms naar de hel !?
Ha !.. de ape.. Niet zoo schreeuwe !
Blijf nou netjes bij mekaar
Of ik gooi je voor de leeuwe….
Snuit je neus is en bedaar.
Die daar met z’n blauwe bille
Mot een broekie van ’t bestuur….
Azze jullie ijsies wille
Nou daar gaat ie…. van de huur
Moe, weer thuis, zit staag te geeuwen,
Is wat melig na ’t festijn.
Al die ape, bere, leeuwe….
En de huisbaas…. Nou affijn !….
Van de kleuters op de sponde
Plotseling een bange gil:
Kleine Pietje wordt verslonden
Door den reuzen krokedil….

 


Emigratielied

(met dank aan Cor Heuvelmans voor het sturen van de tekst)

Ik boerde mee men annemoei

En mee men dertien kender

Heel kalmkes aon op een klein gedoei

En elk jaor bleef 't krek ender

We han nog wel ons dagelijks brood

Mar iets er op .... zelden of nooit

En toen nog groter wier den tros

Wies ik nie waor ik er mee blijven moes

 

Refrein:

Ik as vaoder, ons moeder

Ons oudste Door, Trui en Krispijn

Marinus en Tinus, Jaon en Tiest en dan ons Mijn

Suus en Peerke ,die horen bij het stel

Marieke en Sofieke en de kleine Pieternel

 

Ze gongen een voor een van school

En moesten aan ’t verdienen

’t was herres en geens, ja een gedool

Waor ge van zoudt gaon grienen

Eerst al den boer op, naar ’t fabriek

Dan in de steun, dan werkens ziek

Kortom 't was zo gesitueerd ,

Dat er iets op mos geprakiseerd .

 

Refrein

 

’t is een groot woord, ik bedoel 't nie kwaod

Ik kan 't nie anders zeggen

Maar op den duur was ik ten einde raod ,

Zou er 't bijltje neer bij leggen.

Mar ons schoon goei Brabants geloof

Da overbrugde toch de kloof

En zo ontstond van lieverlee

De hoop op beter ………overzee

 

Refrein

 

Eerst weggeschreven naar den Haag

Toen kwamen bussels brieven

't Was een gelees haast hele daag

En een ge invul naar believen

Ze zoeken in iemands kersepit

Veel meer als dat ie zelvers wit

Afijn de eerste stap was klaor

En nou ........ nou was ’t afwaochten maar

 

Refrein

 

Toen moest gezeurd voor een grote pas

Verklaring hier en ginder

Of ik nooit staots gevaorlijk was

Wie ik wa zi meer of minder

Toen moesten wij spienaakt ter keur

Ze keken dwars door ons ribben deur

Ze spoten ons in mee ent of zo

En zetten ons borst op de foto

 

Refrein

 

Ziezo de zaak was veur elkaor

Nou maar op 't bootje wachten

Dê duurde een heel half jaor

Voordat de toekomst lachte

Toen kwam 't bericht de boot ligt klaor

Ge kunt nou mee opschieten maar

Zorg da ge op tijd in de haven bent

Want ’t is een gelaoi mee zulke bend

 

Refrein

 

We zaten dan in Rotterdam,

Nou zou 't gaon gebeuren.

Gaow eider nog ene botterham,

Dan ging ...... den band losscheuren

Van Neerlands grond en Brabants bos

Namen we afscheid ...... omdat 't mos

Een nieuwe haarstee tegemoet........

Of dat oe dat  nou geen zeer doet

 

Refrein 

(Met het refrein gaan alle dertien personen van links naar recht over het podium. De kleinste in een wandel of kinderwagen. Dus bij ieder refrein.)


 

Het Huwelijks A,B,C

(met dank aan Cor Heuvelmans voor het sturen van de tekst)

(# dit betekent variant van woorden)

 

A is de Amor de grootste vorstin # de Grootvorst der min

B is een bruidje naar bruidegom zijn zin

C is een cadeautje beloond door een zoen

D is het dwalen dat paren soms doen # ...wat paartjes vaak doen

 

E is een engel, een bloem die ontluikt

F is een feeks die zijn nagels gebruikt # ...een fee...

G is de gekheid door velen begaan # ...gekheid soms dwaasheid begaan

H zijn twee harten, die bonzen en slaan #  zijn de harten die wonden soms slaan # ...die bonkende slaan

 

I is de ingang het blijft ons de vraag # ...ingang waar vele doorgaan # ...ingang, waarin blijft de vraag

J is jaloersheid door mannen geplaagd # ... jaloersheid de man tot zijn plaag #... veel mannen tot plaag

K is het kunstje zo strelende zoet # ... het kussen zo strelend en zoet # [idem]

L is de liefde die dwaasheden doet 

 

M is een minnaar die doet wat hij kan

N is een nufje bevreesd voor haar man # is mijn nichtje, zij spreekt voor een man

O is een orkaan de verboden vrucht #  is het oogje, verbodene vrucht #  is de oogste, een verbodene vrucht

P is het proeven, waar het hartje naar zucht #  zijn de proeven waar de mens soms van zucht #  is het proeven waarna men dan zucht

 

Q is de letter heel dichter gesnoeid # is de letter die dikwijls vermoeit # is de letter door dichters gemoeid

R is het rusten als men heeft gestoeid # is het roosje dat weelderig bloeit # is het rusten wanneer je hebt gestoeid

S zijn de schenen heel dikwijls wat blauw # zijn de schenen soms beidene blauw # zijn de schenen somtijds wel wat blauw

T is het trouwen het gebeurd vaak te gauw

 

U is het uurtje gevraagd zonder licht # is het uurtje gesmaakt zonder licht # [idem]

V is het vrijen met een man van gewicht # is de vrijer komt Vader in 't zicht # is de vrijer, een man van gewicht

W is het wiegen door mannen geleerd # is het wiegen bij de tienjarige leer # is het wiegen, de man niet geëerd

X is de letter die men bespioneert # is Xantippe die het schreien verleert # is Xantippe die 't kijven trotseert

 

Y is de ijsbaan te glad voor de voet

Z is het zure en daarna komt het zoet (2x) # is het zuur dat men krijgt na het zoet (2x)

 


 

De dominee van Bunderdahl

(met dank aan Froukje Bol - ten Brink voor het sturen van de tekst)

In Bunderdahl, een kleine plaats dicht aan de grens gelegen,

Was de bevolking zo goddeloos, daar was geen preken tegen.

De dominee had menigmaal hen flink de les gelezen,

Maar door gestrengheid noch vermaan kon hij dat volk genezen.

 

Eens riep hij van de kansel af aan ’t eind van zijn verwijten:

“Gij Bunderdahlers zijt niet waard dat ze u in ’t water smijten”.

 

De Bunderdahlers vonden dat beledigende woorden

En schoon ze zich aan dominee gewoonlijk niet veel stoorden,

Ging men nu bij de kerkeraad hier tegen protesteren

En dominee moest op bevel zijn preek rectificeren.

 

Hij zou dat doen in ’t openbaar, men kon ’t niet beter wensen

En zondags bij de ochtendpreek zat de hele kerk vol mensen.

Elk wilde graag getuige zijn wat dominee zou zeggen,

Als hij straks in ’t openbaar zijn schuld bekende en uit zou leggen.

 

Maar dominee sprak fier en vrij als altijd tot de schare,

Als of geen schuld of zwaar vergrijp hem neerdrukte als ’t ware.

 

En toen de preek ten einde was en ’t Boek was dicht geslagen,

Sprak hij: "Toehoorders, ‘k ben verplicht u thans excuus te vragen.

Excuus voor wat ik zondag hier in drift mij liet ontvallen

En wat als een belediging beschouwd werd door u allen."

 

"Ik  heb als toen in drift beweerd dat gij niet waard zou wezen

Dat men u in ’ t water smeet dit was verkeerd gelezen.

Ik neem die woorden thans terug aan misverstand te wijten"

En zeg u thans : “Gij zijt wél waard, dat ze u in ’t water smijten.

 

 

Terug naar overzicht voordrachten

 


 

Pummeltje

(met dank aan Piet Sterk voor het sturen van de tekst)

Joris Pummel was een klein provinciaaltje.

Z'n hele dikke vrouw noemt hij kortweg Aaltje.

Dat botervat bemint hij,

Elk jaar komt er een kind bij.

En 't laatste jaar o wee,

Toen kwamen er twee.

Didel, dodel, didel, dom,

Didel, dodel, didel, dom.

 

Toen de lieve iente zon begon te schijnen,

Zag men Pummeltje naar Amsterdam toe treinen.

En 's morgens na de maaltijd,

Nam hij hartroerend afscheid.

Toen drukte hij Aaltje snel,

An z'n flanel

Didel, dodel, didel, dom,

Didel, dodel, didel, dom.

 

En in Amsterdam was Pummeltje potdomme,

In een kroegie in de Warmoestraat gekomme.

Hij zag daar vele vrouwen,

Begon van een te houwe

En Weldra zat Marie

Bovenop z'n knie.

Didel, dodel, didel, dom,

Didel, dodel, didel, dom.

 

En dat meissie ken goed omgaan met de boeren,

Kan haar handjes en haar mondje heel goed roeren.

En Joris zei m'n schatje,

(Hij zat te schuiven op z'n matje)

Jij zit voordurend nu,

Op de knop van m'n paraplu.

Didel, dodel, didel, dom,

Didel, dodel, didel, dom.

 

Joris Pummel die kon het niet langer dulden,

Na een klein kwartier gaf hij royaal een gulden.

Terwijl ze op z'n knie zat,

Zwoer ze dat ze hem lief had.

Maar dat ze voor haar goed fatsoen,

hier niks kon doen.

Didel, dodel, didel, dom,

Didel, dodel, didel, dom.

 

En Pummeltje z'n hart klopt als een hamer,

Ging toen dolgelukkig mee naar hare kamer.

Ze sprak, "jij bent de eerste,

Want ik min jou ten zeerste.

'k Was steeds een brave meid,

Jij heb me verleid."

Didel, dodel, didel, dom,

Didel, dodel, didel, dom.

 

Maar voordat Pummel an de liefde ken beginnen,

Stapte een grote zware boy de kamer binnen.

Pummel vroeg "wie is dat ?",

Of iemand zich vergist had.

Genade schreeuwde Marie,

Dat is Lowie.

Didel, dodel, didel, dom,

Didel, dodel, didel, dom.

 

Joris Pummel lag te trillen als een botje,

Met z'n eene beentje stapt hij in 't potje.

Lowie vloekte "verdomme,

Hoe ben jij hier gekomme ?

Wat doe jij op dees tijd,

Hier bij mijn meid ?"

Didel, dodel, didel, dom,

Didel, dodel, didel, dom.

 

Hij lachte valsch en vroeg, "zeg hoeveel heb ie ?"

"Hij heit twee knaken maar en een geel fleppie."

Men liet hem die twee knaken,

Om de reis naar huis te maken.

En weldra zat ie fijn

In de bommel trein.

Didel, dodel, didel, dom,

Didel, dodel, didel, dom.

 

Sinds die tijd blijft Pummel altijd bij de zijnen

En als de lieve lentezon begint te schijnen,

Dan knuffelt hij z'n liefie

En geeft haar een geel briefie.

Als stinkt ze ook naar mest,

Oost, west, thuis best.

Didel, dodel, didel, dom,

Didel, dodel, didel, dom.

 

Terug naar overzicht voordrachten

 


 

Ome Manus

(met dank aan Piet Sterk voor het sturen van de tekst)

'k Ben vannacht op sjouw geweest,

Naar een gouwe bruiloftsfeest.

'k Heb er genoten wat ik kan,

'k Heb me best geamuseerd,

Ik ben er nu nog tipsi van.

 Eerst zong de familie schaar,

Op een rijtje naast elkaar.

Wellekom voor ome Manus en z'n bruid.

 

'k Docht toen ik ze zoo zag staan

En ik keek hen even aan,

Man hoe hou je 't volle 50 jaar uit.

Weet je wel m'n goeie beste brave man,

Dat je daar een ongeluk van krijgen kan ?

 

Refrein:

Ome Manus, ome Manus waarom kijk jij toch zoo nerveus.

Ome Manus, ome Manus, met je limonade neus.

 

Als een keizer zonder kroon,

Zat hij op z'n gouwen troon,

In z'n ogen blonk een traan.

Hij nam stotterend het woord,

Be ...... bedankte en zovoort

Voor 't geen hem aangedaan.

 

'k Heb me stiekum bij 't buffet

In een hoekie neer gezet.

Hassebassie's waren er in overvloed.

 

Pak de leuning riep de bruid,

Drinken jullie nogerus uit.

Want hij gaat nou beter als 't wezen moet.

Vijftig jaren lieve mensen is geen da,

Als ik 't zo ereisie eventjes zeggen mag.

 

Refrein:

Ome Manus, ome Manus waarom kijk jij toch zoo nerveus.

Ome Manus, ome Manus, met je limonade neus.

 

'k Werd krankjorem in m'n bol,

Schenk eres leeg en drink eres vol

Tot van morgen 7 uur.

Toen kreeg het gezelschap maf

En we zakten langzaam af

Met een "haring in het zuur".

 

Nog een "hei 't was in de Mei"

En een grote hospartij,

Want er is een tijd van komen en van gaan.

 

Pater geef je non een zoen,

Nou ik gaf h'm van katoen,

Want de nonnetjes stonden mij we! aan.

We bedankten voor 't vriendlijke onthaal

En toen zongen wij nog eenmaal allemaal.

 

Refrein :

Ome Manus, ome Manus waarom kijk jij toch zoo nerveus.

Ome Manus, ome Manus, met je limonade neus.

 

Terug naar overzicht voordrachten

 


 

Ouwe Sientje

(met dank aan Piet Sterk voor het sturen van de tekst)

Ik ben ouwe Sientie, als jullie 't nog niet wist.

Met eer en deugd thans 82 Jaar,

Al ben ik oud, daar om verlang ik nog niet naar de kist,

Dat vind ik met permissie erg naar.

Al is mijn haar ook wat vergrijsd en rimpelt mijn gezicht,

Daar trek ik me maar niemendal van an.

'k Zit met m'n oude boddie nou maar lekker in 't gesticht

En zoek m'n troost maar bij de koffiekan.

 

Refrein:

Oude Sientje is nog zeer kordaat,

Ze huppelt en ze springt en ze danst nog in de maat.

Mijn 82 jaartjes zijn mij helemaal geen kruis,

Want ik ben de glorie van 't bessieshuis.

 

Van het mannelijk schoon ben ik ongevoelig nooit geweest,

Dat kunt u hier geloven op m'n woord.

En is ook menig meisje voor de mannen steeds bevreesd,

Ik heb me aan die gekheid nooit gestoord.

Nu ben ik al te oud misschien en word m'n teint wat geel,

Maar steeds klopt nog mijn hart met jeugdig vuur.

En vielen mij in 't huwelijk ook 5 mannen reeds ten deel.

Komt nummer 6, nou dan kijk ik nog niet zuur.

 

Refrein:

Oude Sientje is nog zeer kordaat,

Ze huppelt en ze springt en ze danst nog in de maat.

Mijn 82 jaartjes zijn mij helemaal geen kruis,

Want ik ben de glorie van 't bessieshuis.

 

Dat ik in mijn jonge jaren lang niet te versmaden was,

Dat kunt u zeker nog wel aan mij zien.

Aan vrijers dan ook geen gebrek al lijkt het wel wat kras,

Aan elke vinger had ik minstens tien.

Voor militairen had ik zwak, ach ja We heeft dat niet,

De hele compagnie was mij bekend.

En zie 'k nou een flink soldaat, dan glimlach 'k en geniet

Ik bij de aanblik van zoo'n knappe vent.

 

Refrein:

Oude Sientje is nog zeer kordaat,

Ze huppelt en ze springt en ze danst nog in de maat.

Mijn 82 jaartjes zijn mij helemaal geen kruis,

Want ik ben de glorie van 't bessieshuis.

 

De vrouwen van de nieuwe tijd zijn geëmancipeerd,

Dat noemen ze in onnozelheid verlicht.

Wij besjes hebben nu daartegen steeds geprotesteerd

En een anti-vrijerclub gesticht.

Omdat ik 't beste kletsen kan, ben ik de presidente

En ik ben me van mijn waardigheid bewust.

Is er dus onder u misschien zoo'n vrije vrouw present,

Kom dan maar op ik sta mijn man gerust.

 

Refrein:

Oude Sientje is nog zeer kordaat,

Ze huppelt en ze springt en ze danst nog in de maat.

Mijn 82 jaartjes zijn mij helemaal geen kruis,

Want ik ben de glorie van 't bessieshuis.

 

Wanneer ik eens de laatste adem uitgeblazen heb,

Dan is het met de oude Sien gedaan.

Voor het bessieshuis wordt het beslist een dag met grote pret,

Wanneer ze mij dan uit begraven gaan.

Het hele stel gaat met me mee in optocht en muziek,

Met vaandels en grote trom er bij.

En zak ik eindelijk in de kuil, dan schreeuwt de hele kliek

En zwaaiend, zaaiend zingt een ieder blij:

 

Refrein:

Oude Sientje is nog zeer kordaat,

Ze huppelt en ze springt en ze danst nog in de maat.

Mijn 82 jaartjes zijn mij helemaal geen kruis,

Want ik ben de glorie van 't bessieshuis.

 

Terug naar overzicht voordrachten

 


 

De Noordpool

( voordracht voor 6 personen )

(met dank aan Piet Sterk voor het sturen van de tekst)

Refrein:

Aan de N.o.o.rdpool is het beter dan hier,

Daar l.e.e.ft men nog voor zijn plezier.

Al tobt men zich nu hier ook dood,

Verdient men nauwelijks nog z’n brood,

Wij gaan blij te moe ..... naar de Noordpool toe,

Naar de N.o.o.rdpool, naar de Noordpool toe.

Aan de N.o.o.rdpool, aan de N.o.o.rdpool, d.a.a.r beginnen wij een ander le.e.ven,

Aan de N.o.o.rdpool, aan de N.o.o.rdpool, daar zal het nog eens vreugde ge.e.ven.

 

Professor:

 

Professor van der Knap, dio , dio, diola,

Voor ’t heil der wetenschap.  dio, diola,

Ga ik eens onderzoeken, hoe ’t ginder is gesteld.

Want daarvan in de boeken, vindt men nog niets vermeld,

Ontmoet ik ginds Anndré, dio, dio, diola,

Dan zeg ik vrind ga mee, dio, diola,

En stuur hem met ballon incluis,

Dan veilig weer naar huis.

Diola, diola, di.o.la..

 

Refrein (als boven)

 

Kissiesventer (marskramer):

 

Ik..Jacobus van der Leur, dio, dio, diola,

Ben commies vogajeur, dio,diola,

‘k  heb kousjes te verkopen, glasgloeilicht nieuw systeem,

Ik moet hier 10 maal lopen, voordat de proef men neemt.

Maar aan de Noordpool is……..dio,dio, diola,

Je ware duisternis,  dio, diola.

Men zit daar maanden in de nacht,

Daar wordt op mij gewacht.

Diola, diola, di.o.la.

 

Refrein (als boven)

 

Student:

 

Hoort vrienden ik beweer, dio, dio, diola,

Waarom ik eclipseer, dio, diola.

’t Is hier niet uit te houwen, voor een fatsoenlijk man,

Die nergens meer vertrouwen, tot leren vinden kan.

Wat doet hier een student, dio, dio, diola,

Die  heeft geen rooie cent, dio, diola.

Die lui die kennen mij daar nog niet

Daar heb ik weer krediet.

Diola, diola, di.o.la.

 

Refrein (als boven)

 

Jeneverfabrikant:

 

De Noordpool zij ons doel, dio, dio, diola,

’t Is hier een lamme boel, dio, diola.

Wil hier een mens eens pikken, een graantje op z’n tijd,

De wormen doen verschrikken, noemt men onmatigheid.

Maar ik ga aan de haal ... dio, dio, diola

En zoek mijn ideaal, dio, diola.

Ik word daar in ’t beloofde land, JENEVERFABRIKANT.

Diola, diola di.o.la.

 

Refrein (als boven)

 

Advocaat:

 

Ik ben de advocaat, dio, dio, diola,

Die gaarne mede gaat, dio, diola.

Zijn die lui eenmaal buren, dan is het ook vrij gewis,

Dat ’t niet heel lang zal duren, dat daar geen ruzie is.

En zit men dan elkaar… dio,dio, diola,

Geducht ginds in ’t haar, dio, diola,

Dan strijk daar op mijn gemak….

De duiten in mijn zak.

Diola, diola, di.o.la.

 

Refrein (als boven)

 

Boer:

 

Heel vrolijk en te vree,  dio, dio, diola,

Ga ik met allen mee,  dio, diola.

Ik melk daarginds de koeien,

Tenminste als z' er zijn,

Een boer kan zich bemoeien, met arbeid grof en fijn.

En gaat ’t mij daar wel, dio, dio, diola,

Komt ook me Isabel, dio, diola.

Uit voorzorg neem ik over zee,

Vast één en ander mee.

Diola, diola di.o.la

 

Refrein:

Aan de N.o.o.rdpool is het beter dan hier,

Daar l.e.e.ft men nog voor zijn plezier.

Al tobt men zich nu hier ook dood,

Verdient men nauwelijks nog z’n brood.

Wij gaan blij te moe…..naar de Noordpool toe,

Naar de N.o.o.rdpool, naar de Noordpool toe

Aan de N.o.o.rdpool, aan de N.o.o.rd pool, d.a.a.r beginnen wij een ander le.e.ven,

Aan de N.o.o.rdpool, aan de N.o.o.rd pool, daar zal het nog eens vreugde ge.e.ven.

 

Terug naar overzicht voordrachten

 


 

24 uur PERMISSIE

(Gaat over een soldaat uit Lutjebroek die ten tijden van de mobilisatie 1914-1918  aan de Nederlandse grens lag.  Hier zijn verhaal)

(met dank aan Piet Sterk voor het sturen van de tekst)

 

Wai legge al een hele taid aan de grenze dag en nachte,

Bescharime de netralitaid zitte achter prikkeldraid te smachte.

 

De kapitain kwam eris bai me aan… met een angetekend advisssie .... dat ik ereis nai huus kon gaan

Met 24 uuuur permi .... ssie   (dit refrein door de aanwezige mee gezongen.)

 

Ik olde dalek nai de train en kaup een kaartje derde klasse,

Ik lachte en griende van de gain .. ik docht main waif eris te verrassen.

Maar och de train was stempend vol .. ze zatte as bokkuns in een kissie .. toen kraup ik in een baiste kar,

Met 24 uuuur permi……ssie.

 

Hortend en stotend gonge we vort. We logge as verkes deur mekander.

Opiens deer geeft de train een stot .... de iene rolde over de aander.

Een dikke knies en een ellboog ... was van die rais een arfenissie,

Een grote bult had ‘k op m’n kop ...

En 24 uuuur permi……ssie.

 

Aindeluk waas ik in Lutjebroek.

Main waifke lag al lang te draume, dat ik nog an de grenze zat. Ze wis niet dat ik thuus most komen.

Maar daluk was ze op de bien ... Vaif kleuters stonge op een rissie.

Die riepen allegaar.... Pa is thuus

Mit 24 uuuur permi……ssie.

 

De hele zaak in rep en roer. Me waif die was merakel skrokken.

Ze rolde languit op de vloer... van blaidskip gong ze van de sokke.

Maar ik hielp hur daluk op de bien en op me skoot zat klaine Crissie.

Die dee een klaine boeskip op ......

Main 24 uuuur permi……ssie.

 

Aindeluk log ‘k in bed mit haar. Ik docht eris lekker te gaan draume.

Maar ach me waif die dee zoo raar,  d’r kon van sleipe nog niks kome.

s’ Ochtends vroeg weer nai de grens. Mit een paar ouge as een bakken vissie.

Toen hadde we een ele taid genog,

An die 24 uuuur perm……issie

 

Terug naar overzicht voordrachten