|
A |
(Komt
in zijn winkeldeur) |
|
C |
(Eveneens) |
|
A |
Daar staat die nepper ook weer. |
|
C |
Daar staat die nepper ook weer. |
|
B |
(Komt ook in zijn
deur staan)
Daar staan die neppers ook weer.
(vriendelijk)
Goeie morgen, heeren. |
|
A & C |
Moge ! Moge ! |
|
A |
't Is druk vandaag, bij mij in de zaak. |
|
C |
Bij
mij staat het niet stil. |
|
B |
Ja, dat zie ik. |
|
A |
Heeft, U het niet druk
? |
|
B |
Ik? Ik ben al uitverkocht. Daarom
ga ik maar een beetje in de deur
staan.
|
|
A |
Ik ga nog een paar pond worst
bestellen.
|
|
C |
Ik ga ook een paar kilo- bestellen. |
|
B |
Ja
- ik
moet ook nog een paar kilometer
hebben. |
|
|
(Alle drie naar binnen)
|
|
A |
(Telefoneert) |
|
C |
(Luistert hem af) |
|
A |
Hallo ?
Met het reclame bureau ? U moet een bord voor
me schilderen - Iedere klant gratis een gummie-poppetje voor de kinderen.
Mooi. Zoo gauw mogelijk.
|
|
C |
Wat een bluffer.
(Gaat ook
telefoneeren) |
|
B |
(Luistert
hem af) |
|
C |
Hallo ? -
Met het reclamebureau ? U moet
een bord voor me schilderen -
Iedere klant gratis een gummie boodschappentasch. Ja,
direct ! |
|
B |
Wat een bluffers.
(Gaat telefoneeren)
Hallo
? Met het reclamebureau. U moet een bord voor me schilderen - Iedere klant gratis een rubberaandeel.
Mooi. |
|
Juffrouw |
(Komt bij A) |
|
A |
Dame ? |
|
Juffrouw |
Meneer, Noemt U dat ossenlapjes. Dat zijn hompen meneer.
Hier. Heeft U ze terug. Ik kom hier nooit meer.
(Gaat de winkel
uit) |
|
B |
(Heeft geluisterd. Zet vlug bordje neer
,,Ossenlappen".) |
|
Juffrouw |
Meneer. Heeft U ossenlapjes ? |
|
B |
Nee mevrouw -
wel ossenlappen. |
|
Juffrouw |
Zijn ze zóó groot ? |
|
B |
Mevrouw -
ongelogen : zulke lappen lap. |
|
Juffrouw |
Geeft U me maar twee ons
in drieën. Zijn het geen hompen ? |
|
B |
Nee mevrouw, dun en smakelijk -
van de haas. |
|
Juffrouw |
Ja
zeker. Ik heet De Haas. -
Twee ons in drieeën.
(Legt drie hompjes
neer, pakt de strijkbout, probeert
eerst of ie sist, en strijkt ze dan zoo
plat als een dubbeltje. Doet ze in een
envelop)
Als 't U b'lieft mevrouw. |
|
Juffrouw |
Dank U. Dag Slager.
(Af) |
|
B |
Heb ik toch nog 5 gram gesmokkeld.
(Gaat naar
binnen) |
|
Meneer |
(Komt bij C en B luistert) |
|
C |
Meneer ? |
|
Meneer |
Slager heeft U versche lever ? |
|
C |
Van vanmorgen meneer. Ziet U eens ?
(Laat stuk lever zien) |
|
Meneer |
Nee -
is
me nog te oud.
Moge slager.
(Af) |
|
C |
Dag meneer. Bij gelegenheid |
|
Meneer |
(Ziet B)
Slager -
heeft U versche lever ? |
|
B |
Verschgekarnd meneer. |
|
Meneer |
Zoo uit de koe ? |
|
B |
Zoo uit de koe ?
't Zit nog in de koe. |
|
Meneer |
Geef me dan maar een half
ons. |
|
B |
Als 't U b'lieft.
(Doet een stuk
vleesch open met een ritssluiting
en haalt er een pakje uit)
Eén half ons lever 8 cent. |
|
Meneer |
Zit het al ingepakt ? |
|
B |
Ja meneer. 't Nieuwste -
Wordt in de koe automatisch verpakt.
(Krijgt geld)
Merci. Bij gelegenheid
meneer. |
|
Meneer |
Dag slager.
(Af) |
|
Juffrouw |
(Komt bij A)
Moge slager.
(De
anderen luisteren) |
|
A |
Mevrouw ? |
|
Juffrouw |
Heeft U malsch kalfsvleesch ? |
|
A |
Prima mevrouw. Ziet U eens. |
|
Juffrouw |
Hoe oud is dat beest ? |
|
A |
Hoogstens veertien maanden. |
|
Juffrouw |
0
nee -
veel te oud. Volgende keer. Dag
slager.
(Af) |
|
A |
Dag mevrouw.
Bij gelegenheid. |
|
Juffrouw |
(Loopt
het
kleine
winkeltje
voorbij -
gaat
naar
C)
Dag slager |
|
C |
Mevrouw ? |
|
Juffrouw |
Heeft U malsch kalfsvleesch ? |
|
C |
Mevrouw ziet U eens. Dit kalf was net in de
puberteitsjaren.
|
|
Juffrouw |
Tsjasses! Nee. Volgende keer
hoor.
(Af) |
|
C |
Dag mevrouw. |
|
B |
(Houdt haar aan)
Mevrouw?
Embryonaal kalfsvleesch. |
|
Juffrouw |
Wat is dat ? |
|
B |
Het malschte van het malschte. |
|
Juffrouw |
Is
het een jong kalf ? |
|
B |
Jong mevrouw ? Hier ligt z'n kop.
(Neemt de kop)
Zeg een beleefd:
dag mevrouw ? ……Hoort U wel ? |
|
Juffrouw |
Ik hoor niets. |
|
B |
Dat
zeg
ik. Hoort U
wel dat U niets hoort ? Het beest is zóó
jong, dat het nog niet eens kan praten. |
|
Juffrouw |
Geeft U me maar twee ons. |
|
B |
Aan lappen mevrouw ? Of aan de
bout. |
|
Juffrouw |
Aan twee stukken. |
|
B |
Als 't U blieft.
(Legt twee stukjes
vleesch op een papier -
neemt een vergrootglas met een steel en laat de juffrouw er door kijken)
Is dat wat, of niet ? |
|
Juffrouw |
Prachtig. Hoeveel is het ? |
|
B |
Acht en veertig cent. Dank U
zeer. Kruier voor U bellen ? |
|
Juffrouw |
Nee, dank U. Dag slager. |
|
B |
Dag mevrouw. Vertil U niet.
(Gaat naar binnen)
|
|
C |
Dat verveelt me. Ik zal ze wel krijgen.
(Hangt bord buiten met „Hier ingang")
(Af) |
|
A |
(Ziet het)
Ha ! Die denkt mij
te
overtroeven.
(Hangt bord op met „Ingang Hier") |
|
B |
(Komt met een bord)
Als je 't doet,
moet je 't goed doen.
(Hangt bord op
met „HOOFDINGANG") |
|
Vriendin |
Wat doe je down vandaag. Huiselijke
zorgen? |
|
Vrouw |
Ik zou deze vacantie zoo graag eens een
maandje naar een badplaats willen. Maar ik kan m'n man er niet toe
overhalen. Die is voortdurend op reis voor z'n zaken, en dan wil ie z'n
vacantie thuis doorbrengen. |
|
Vriendin |
Zeg dat je overspannen bent. Dat je
noodzakelijk eens verandering van lucht moet hebben. |
|
Vrouw |
Gelooft ie niet. Ik ben nooit
overspannen. Ik ben belachelijk, burgerlijk normaal. |
|
Vriendin |
Maar doe dan, alsof je overspannen bent. |
|
Vrouw |
Gelooft ie niet. |
|
Vriendin |
Doe dan alsof hij overspannen is. Zeg
dat ie naar een badplaats moet. |
|
Vrouw |
Ja, hij is achterlijk. |
|
Vriendin |
Dat hangt er van af. Hoe je 't aanpakt.
Zeg dat ie z'n baard moet laten afscheren. |
|
Vrouw |
Maar hij heeft toch geen baard ? |
|
Vriendin |
Juist daarom. Je houdt pertinent vol,
dat ie een baard heeft. |
|
Vrouw |
Maar dan denkt ie dat ik mal ben. |
|
Vriendin |
Ook goed. Dan stuurt ie je misschien
alleen naar een badplaats. |
|
Vrouw |
't Is te probeeren. |
|
Vriendin |
Ik zal je helpen. En komen er vanavond
menschen om te bridgen ? |
|
Vrouw |
Ja ? |
|
Vriendin |
Die zal ik ook inlichten. Tot straks.
(Af) |
|
Vrouw |
't Zal mij benieuwen. 0 - daar is ie. |
|
Lou |
Dag schat.... Drie weken lang heb ik je
niet gezien.... |
|
Vrouw |
(Kijkt hem verbaasd
aan) |
|
Lou |
Wat sta, je me aan te staren ? |
|
Vrouw |
Heb je - je baard laten staan ? |
|
Lou |
(Voelt aan zijn kin)
Baard laten staan? Ben ik zoo slecht
geschoren? |
|
Vrouw |
Maak geen grapjes. 't Is geen gezicht.
Je bent net Barbarossa. |
|
Lou |
(Voelt onwillekeurig
aan zijn kin)
Jij moet een bril gaan dragen, geloof
ik. |
|
Vrouw |
(Begint te pruilen)
Ja, maak er maar grapjes mee ! Maar ik
vind het afschuwelijk. Een jongeman met een lange baard. Ik wil geen man met
een baard ! Ik. . . . 't Is verschrikkelijk.
(In tranen,
opgewonden af) |
|
Lou |
(Blijft verbluft
achter.... Voelt voor alle zekerheid nog eens aan zijn kin. Kijkt in den
spiegel. Daarna een blik in de richting waar zij verdwenen is.)
Die is van Lotje getikt. |
|
Vriendin |
(Op)
Dag Lou.... |
|
Lou |
Dag Ans. |
|
Vriendin |
(Staat opeens
versteld)
Zeg.... |
|
Lou |
Wat nou weer. |
|
Vriendin |
(Verwonderd)
Sinds wanneer draag jij een baard? |
|
Lou |
Hè ? |
|
Vriendin |
Ik had je haast niet herkend. |
|
Lou |
Ga jij nou ook al beweren dat ik een
baard heb ? Ik heb geen baard ! Ik ben zoo glad als een flesch ! - Hier,
voel maar. |
|
Vriendin |
(Voelt)
Hij is wel mooi zacht, zeg. - Maar ik
vind je veel te jong voor een baard. |
|
Lou |
Zeg, ben je nou heelemaal.... Ik heb
geen baard ! Idioot. |
|
Vriendin |
Idioot ? - hoor eens - jij bent niet erg
charmant voor je gasten. |
|
Lou |
Ja, maar ik ben toch niet gek ! Ik
heb geen baard ! Kom nou eens hier.... |
|
Vriendin |
Nee ! - Ik laat me niet beleedigen !
(Gepikeerd af, waar
ook zijn vrouw zich moet bevinden) |
|
Lou |
(Alleen)
(Voelt weer aan zijn
kin. --- Inspecteert zich opnieuw in den spiegel. - Schudt het hoofd -
begint dan opnieuw te twijfelen en tracht de baard onder zijn kin net als
een vlieg, plotseling te vangen. Zit daarna even in gedachten – opent
langzaam zijn koffertje en haalt zijn scheergerei eruit)
Misschien word ik bijziende. Ik zal me
maar eens scheren.
(Met zijn scheergerei
af)
(Men ziet in den
spiegel hoe hij zich inzeept en scheert) |
|
Vrouw & vriendin |
(Samen op) |
|
Vriendin |
(Gaat op haar teenen
kijken) |
|
Vrouw |
Wat doet ie ? |
|
Vriendin |
Hij staat zich te scheren. Let op - het
lukt. |
|
Lou |
(Achter
hoort men spuiten van een vaporisateur) |
|
Vriendin |
Hij is klaar. |
|
Vrouw |
Kom.
(Samen weer af) |
|
Lou |
(Op)
Ziezoo - nou ben ik van het geklets af.
(Bergt zijn
scheergerei weer in zijn koffertje - geluid links)
Wie is daar ? - 0, ben jij het Willem ? |
|
Willem |
(Op)
Zoo Lou....
(Plotseling verbaasd)
Nee maar.... |
|
Lou |
Wat: nee maar.... |
|
Willem |
Haha ! De baardaap ! |
|
Lou |
Wat zeg je ?
(Begint angstig te
kijken) |
|
Willem |
Kerel - geen gezicht - die bos haar aan
je kin ! |
|
Lou |
Kom nou - maken jullie een grapje met me
? |
|
Willem |
Grapje ? - Ik sta perplex. - Jij met een
baard ! Je moet er even aan wennen hoor. |
|
Lou |
Ja, maar ik heb geen baard. Ik heb me
net geschoren. |
|
Willem |
Hij is goed.... |
|
Lou |
Hij is goed? - Ik heb geen baard.
Begrijp je wel. Je moet je familie in de maling nemen. |
|
Willem |
Zeg, ben je overspannen ? |
|
Lou |
Ik ? - Heelemaal niet. |
|
Willem |
Wat zegt je vrouw er wel van ? |
|
Lou |
M'n vrouw ? Die beweert ook dat ik een
baard heb ! Maar ik heb geen baard - dat zie je toch ? |
|
Willem |
Nou - blijf maar kalm. Ik ga even je
vrouw begroeten.
(Draait zich nog eens
om)
Haha ! Die Lou - met. die matras aan z'n
kin.
(Af) |
|
Lou |
(Wil hem eerst
woedend naloopen. Bedenkt zich. Voelt bedachtzaam aan zijn kin. Trekt aan
een denkbeeldigen baard en zegt „Mé. . é. ...)
Zou ik overspannen zijn?
(Kijkt weer in den
spiegel. Keert den spiegel om. Roept richting rechts:)
Idioten. Ik heb geen baard !
(Twijfelt toch, en
voelt eerst aan zijn kin - slaat dan met de vlakke hand op zijn wang. Kijkt
met zijn kin naar voren opnieuw in den spiegel. Neemt een schaar en knipt
een denkbeeldigen baard af. Zet den spiegel weer neer en haalt zijn
scheergerei opnieuw uit het koffertje.
(Met scheergerei af.)
(Men ziet in den
spiegel hoe hij zich opnieuw scheert.) |
|
Vrouw, vriendin
en Willem |
(Met z'n drieën op) |
|
Vrouw |
Wat doet ie ? |
|
Vriendin |
Hij scheert zich opnieuw. |
|
Willem |
Ja - hij begint zelf te twijfelen. |
|
Vrouw |
Ik begin medelijden met 'm te krijgen. |
|
Vriendin |
Nog even - en dan ga jij naar een
badplaats. |
|
Willem |
Kom - hij is klaar !
(Op hun teenen af) |
|
Lou |
(Op)
(Veegt nog met
een handdoek over zijn kin. Bergt zijn scheergerei weer in het koffertje)
Zoo. - En laten ze me nou geen woord meer zeggen over een baard.
(Strijkt nog eens
zelfbewust met de hand over zijn kin) |
|
George |
Ha ! Dag Lou.... |
|
Lou |
Zoo George. Kom je bridgen ? |
|
George |
Zeg. - Wat nou?
(Kijkt hen verbaasd
aan) |
|
Lou |
Je wil toch soms ook niet beweren dat ik
een baard heb. |
|
George |
Nou - baard is het woord niet. Een
plumeau ! Haha ! Lou met een baard. |
|
Lou |
Dat lieg je ! |
|
George |
(Schrikt)
Kerel - wat heb je ?! |
|
Lou |
Géén baard !
(Pakt zijn hand)
Hier ! Voel - Gek ! |
|
George |
Je bent aardig overspannen geloof ik. |
|
Lou |
Ja, dat kun je zeggen. Maar toch heb ik
geen baard. |
|
George |
Nou ja.... Enfin - hij staat je goed ! |
|
Lou |
(Schreeuwt)
Ik heb geen baard ! - Hoor je ! Ik heb
geen baard ! |
|
George |
Man, je maakt me bang !
(Haastig af) |
|
Lou |
Ze zijn hier in huis allemaal getikt.
(Voelt toch weer aan
zijn kin. Hoort gerucht links)
Wie is dat nou weer. 0, Piet. |
|
Piet |
(Op)
Dag meneer. |
|
Lou |
Dag meneer ? |
|
Piet |
Nee !.... Lou ! - Ik had je niet herkend
! |
|
Lou |
(Giftig)
Vanwege m'n baard hè ? Idioo t! Ik heb
geen baard ! |
|
Piet |
Geen baard ? Zit er soms een mop achter
? |
|
Lou |
Heelemaal niet ! Ik. heb geen baard ! Ik
heb me al tweemaal geschoren. |
|
Piet |
Tweemaal geschoren ? Dat is ook niet
normaal ? Ben je soms overspannen ? |
|
Lou |
Nee ! En een baard heb ik ook niet ! |
|
Piet |
Kerel, je moet er eens uit. Naar een
badplaats of zoo. Wie laat er nou zoo'n sik groeien.
(Af) |
|
Lou |
(Maakt woest zijn
koffertje open, grijpt het scheergerei, en begint in het kamertje zich
opnieuw te scheren.) |
|
De anderen |
(met z'n vieren op,
zacht) |
|
Vrouw |
Wat doet ie ? |
|
Vriendin |
Hij scheert zich weer. |
|
Willem |
Laten we niet te lang blijven. - Anders
loopt het in de gaten. |
|
George |
Kom mee.
(Alle vier
voorzichtig af) |
|
Lou |
(Komt er weer uit.
Pakt woest zijn scheergerei weer in) |
|
Vrouw & vriendin |
(Komen voorzichtig
nog eens kijken. Zien hem niet) |
|
Lou |
(Gaat om den hoek van
de deur in het kamertje staan luisteren) |
|
Vriendin |
Hij heeft zich al driemaal geschoren. |
|
Vrouw |
We moeten het niet te erg maken. |
|
Vriendin |
't Gaat goed. Hij gelooft absoluut zelf
dat ie een baard heeft. |
|
Lou |
(Staat achter de 2
vrouwen in de deur, en beduidt dat hij het begrepen heeft. Trekt zich
ongemerkt in het kamertje terug) |
|
Vrouw |
Als ie maar geen gekke dingen gaat doen. |
|
Vriendin |
Roep hem eens. |
|
Vrouw |
Ja. - Lou ! |
|
Lou |
(In het kamertje)
Ja ? |
|
Vrouw |
Wat doe je? |
|
Lou |
(Komt in
de deur, met een koffer en een zwarten volbaard)
Ik ben overspannen ! Ik ga naar een
badplaats.
(Met koffer af) |
|
Janse |
(Op)
(Gekleed als
infanterist. Vroolijke stemming.
Kepi of kwartiermuts scheef op zijn hoofd. Zingende: ,,En van je hela, hola,
hou d'r den moed maar in ............) |
|
Vriend |
Hé - Janse, ben jij het ? Je bent
toch niet in dienst ? |
|
Janse |
Ik ? Welnee ! - Afgekeurd, dat weet je
toch ? Maar ik ga naar een bal marqué vanavond. |
|
Vriend |
Als soldaat ? |
|
Janse |
Ja ! Hoe staat me dat pakkie ? |
|
Vriend |
Nou - als ik het eerlijk mag zeggen,
beroerd. |
|
Janse |
Is ook de bedoeling. - Ik wil lol hebben
vanavond. – |
|
Vriend |
En ga je maar zoo verkleed over de
straat ? |
|
Janse |
Dat merkt toch niemand ? Net echt ! -
Afijn, ik pak hier aan de overkant de tram ! |
|
Vriend |
Nou, veel pleizier vanavond ! Adieu !
(Af) |
|
Janse |
Dank je ! En van je hela - hola - hou
d'r den moed maar in - |
|
|
(Het doek gaat uiteen
en het tooneel stelt voor een tram met conducteur en passagiers. Majoor met
vrouw komen binnen) |
|
Conducteur |
Komt u maar binnen dame --- Rechts zijn
nog een paar plaatsjes vrij. |
|
Majoor |
(spreekt met
kraakstem)
Dank, je wel, conducteur - Zit je goed,
Laura ? |
|
Mevrouw |
(geaffecteerd)
Uitstekend, Gustaaf. |
|
Conducteur |
Sergeant - twee stuks ? Gewoon of
overstappen ? |
|
Majoor |
Sergeant ? Zie je niet dat ik
sergeant-majoor ben ? Niet in dienst geweest ? |
|
Conducteur |
Nee - afgekeurd majoor.
Twee stuks
majoor ? |
|
Majoor |
Twee stuks, ja. |
|
Conducteur |
Als 't U b'lieft, majoor. |
|
Majoor |
Merci. |
|
|
(Tram stopt.
Soldaat komt binnen) |
|
Conducteur |
(fluit)
Ja, stap maar in
soldaat ! |
|
Janse |
Goeiendag - Ha ! -
Ik ben niet
de eenige,
zie ik. -
Ook een
aardig
pakkie, meneer. |
|
Majoor |
Wat ? Hè ? -
Zeg, kerel,
kun jij
niet groeten ?! |
|
Janse |
Hij 's goed ? - Die doet de manieren d'r ook bij
! Haha ! Het lijkt wel een tweedehandsch Napoleon. |
|
Majoor |
Maar dat is insubordinatie ! In de houding ! |
|
Janse |
Crimineel ! Zeg meneer - laten we vanavond bij
elkaar blijven ! - Ik zie ons al
binnenkomen! - Jut en Jul van de
waterlinie ! |
|
Majoor |
Kerel !
Ik breng je voor den krijgsraad ! |
|
Janse |
Haha ! - Wat zal het moeilijk zijn om geregeld met
zoo'n kraakstem te spreken !
En wat
stelt mevrouw voor ? - 0, ik zie het al. - De heks uit Sneeuwwitje. -
Sprekend mevrouw ! |
|
Mevrouw |
Ongepermitteerde brutaliteit ! |
|
Janse |
O ! O ! We moeten
ons samen laten
kieken in dat pakkie ! – Daar kun je jaren
daarna nog om gillen ! |
|
Majoor |
En nu in de
houding ! Geef acht ! |
|
Janse |
Haha ! Wat kan een mensch toch mal doen hè ? Ja,
ik heb ook nog wat bij me ?
(Blaast
hem een lange pieper in zijn
gezicht. Grijpt uit zijn zak een handvol confetti en strooit die mevrouw over
haar hoofd) |
|
Majoor |
Wel alle - Sapperdement. |
|
Mevrouw |
Bedwing je,
Gustaaf. |
|
Janse |
O, O, vrijer, wat zullen wij samen een schik hebben
! - Zeg -
dat petje, daar had je nou een banaan op moeten zetten ! |
|
Majoor |
Genoeg ! Conducteur! Volgende halte !
(fluitje)
Sta op ! Ik neem je in je kraag mee, en denk
erom, één beweging, en ik schiet. |
|
Janse |
Haha ! Ik ben in, hoor !
- Zeg, nou heb ik een leuk idee als we uit de tram
komen. Laten we op mekaars rug gaan
zitten ! |
|
Majoor |
Vooruit
- marsch ! |
|
Janse |
Haha ! Die lachen zich een aap, als we
binnenkomen !
- Mevrouw blaast U op de pieper ! |
|
Majoor |
Nou geen woord meer, of ik
schiet ! Saperdesalamander nog an toe ! Vooruit ! |
|
Janse |
Haha !
Die is nog gekker dan ik !
(Af) |
|
Majoor |
(Haalt een paar handboeien uit zijn zak, welke
hij den soldaat aandoet.
Janse, tusschen Majoor en Conducteur af) |