|
Een haantje en twee hennetjes
die zaten in een hok
de hennetjes die kakelden
het haantje dat zei "tok"
Toen kwamen die twee hennetjes
vlak voor het haantje staan
die zei: "Nu moet je één-twee-drie
aan 't eitjes leggen gaan"
Want zien ze dan die eieren
zo helder wit en fris
dan weten alle kinderen
dat het morgen Pasen is
(met
dank aan Jan Kooiman)
|
 |
|

De Paashaas
Een Paashaas, die aan maagzweer
leed,
Stond jarenlang reeds op dieet.
‘Maar,’ sprak hij, ‘Dokter, al
een poos
Eet ik volslagen eier-loos,
Wat, primo, Paashazen misstaat
En mij, secundo, ook niet baat…
Al zweert u ook bij hoog en laag,
Dat ik een zweer heb aan mijn
maag,
Wat mij betreft: uw therapie
Helpt nét zo voor een zere knie!’
De arts zei: ‘Het is wellicht
neurose,
Een soort van psychosomatose…
En dus beklom de haas iets later
De sofa bij een psychiater
En die ontdekt’ na korte tijd,
Dat een gemis aan tederheid,
Ontbeerd in prille jongensjaren
Zijn psyche nóg blijkt te
bezwaren.
Hij was een Pa’s-Haas, ja dat is
‘t !
Hij heeft zijn moeder steeds
gemist.
De Paashaas wilde reeds heel
klein
Veel liever juist een Ma’s-Haas
zijn
En van die droeve situaasje,
Was nu helaas zijn maag het
haasje.
(met
dank aan Jeanne Albers)
|

Paasgepeins
Pa was éérste Paasdag jarig,
en de twééde Paasdag Ma;
Daardoor was 't die Paasdag Ma's dag,
Schoon 't ook Paasdag was voor Pa.
Pa's feest was dus dubbel Paasfeest,
En ziet, Ma's feest dat was Paas;
('k Meen: op Ma's feest was het Paasfeest,
Want Ma's feest valt niet op Pa's.)
En ik weet nog goed wat Pa zei,
toen Ma's kip een Paasei lei:
Pa zei: 't Paasei is niet pa's ei!
Ma zei: Paasei is van mij.
Pa zei: Ma zei dus, dat Ma's ei
Paasei was, maar niet voor Pa;
Ma zei: Ma's ei is Ma's Paasei
en Pa's ei is óók van Ma."
(met
dank aan Jeanne Albers)
|

Honderd
kleine haasjes
Er huppen honderd kleine haasje
met een mandje in het rond
en ze leggen waar ze komen
steeds een eitje op de grond
Bij
de vijver, bij het schuurtje
op het gras en bij de heg
maar als ze mensen aan zien komen
rennen alle haasjes weg
Honderd
kleine lieve haasjes
met een mandje op hun rug
en zijn de mensen weer verdwenen
komen alle haasjes terug. |
Het
eitje
Leg
je oor eens op dit eitje
hoor je ’t kuikentje dat zingt
dat ze als het Pasen is
eíndelijk naar buiten springt
toch moet zij nog even wachten
tot de paasklok wordt geluid
en dán kruipt het kleine kuiken
superblij haar eitje uit.

|
|
Palm
Pasen
Dag
Palm-Palm- Pasen
dag kippetje tok-tok-tok
dag haantje met je krentenoog
dag haantje op een stok
Wat
ben ik blij met al dat moois
wat ben ik in mijn schik
zie je die mooie rode bloem?
zie je die blauwe strik?
Dag
Palm-Palm-Pasen
dag slingers van papier
dag blozende ronde appeltjes
dag Palm-Palm-Paasplezier
|
Ei,
ei !
Kip,
zei de boer wat zie ik nou?
Kip, zei de boer, zei de boer
dit ei is blauw!
Dat, zei de kip, zei de kip
komt door de kou:
het vriest en daarom is mijn ei blauw van de kou.
Kip, zei de boer ik schrik me dood.
Kip, zei de boer, zei de boer
dit ei is rood!
Dat, zei de kip, zei de kip
komt door de haan:
ik moet steeds blozen want hij kijkt me zo lief aan.
Hoi! riep de boer een ei van goud!
Hoi! riep de boer, riep de boer
van zuiver goud!
Nee, zei de kip, zei de kip
dat hebt u mis:
het is geverfd omdat het bijna Pasen is. |
|
De
paashaas heeft het druk
De
paashaas heeft het druk met al die eitjes
hij heeft er nog wel honderd in zijn mand
hij werkt zich suf om alles te verstoppen
en reist nu alweer dagen door het land
Hij
brengt ze weg naar Amsterdam en Laren
soms ééntje – maar zo af en toe wel tien
hij zal echt blij zijn als het feest voorbij is
dan kan hij maandenlang geen ei meer zien
|

O,
moesje
O
moesje, o kom er eens kijken
er is zo iets heerlijks gebeurd
De kip heeft vannacht op het paadje
een paasei gelegd met een plaatje
en helemaal roze gekleurd
Ik keek of de tulpen al bloeiden
en vond toen dit prachtige ei
En moesje je zult het niet raden
een tweede van chocolade
lag zo maar in het perkje erbij
|
|

Paashaasje
Haasje,
haasje hupla hop,
kleur je mooie eitjes op,
breng ze rond met goede wensen:
Vrolijk Paasfeest, beste mensen !
|
Paashaas
Peter Moor
Ik
ben de Paashaas Peter Moor.
Rij met m'n karretje overal door.
Ik leg bij ieder deurtje,
een paasei met een kleurtje,
Ik leg bij ieder kind,
een paasei met een lint.
|
|
Het
kuikentje
Ergens
in een winkel
daar scharrelt op de grond
van een etalage
een piepklein kuiken rond
Hij
pikt tegen de ruiten
en gaat op zoek naar graan
hij kijkt verbaasd naar buiten
waar heel veel mensen staan
Maar
als hij ’t lege eitje ziet
is hij pas écht verrast
en vraagt zich vol verbazing af:
heb ik dáárin gepast?

|
De
Paashaas heeft weer veel te doen
De
paashaas heeft weer veel te doen
hij
verft de eitjes rood en groen
met
een stipje hier en een streepje daar
dat
wordt prachtig reken maar.
Zijn
vriendje Pukkel komt erbij
en
zo verven zij dan allebei
maar
die domme Puk verfde zelfs zijn rug
niemand
kende hem meer terug
|
|
De
paashaas en de kip
Paashaas:
O,
jongens toch wat druk.
Er
moet nog veel gebeuren.
Ik
moet alleen vandaag al.
Driehonderd
eitjes kleuren
Kip:
Ja,
wat nou druk, druk, druk.
Dat
moet jij nodig zeggen.
Want
voor jij eitjes kleuren kunt.
Moet
ik ze eerst nog leggen.
|
De
Paashaas die geen Paashaas meer wilde zijn
De Paashaas van het grote bos
die lag te denken op het mos
hij dacht: ik vind het echt niet fijn
een haasje met een ei te zijn
want lekker rennen lukt me niet
dat ei dat brengt me veel verdriet
en weet je wat mijn wens zou zijn
geen Paashaas, maar een Paaskonijn.

|
|
De
hazen
Hip, hip, hip zo springen alle hazen.
Ze hebben het vaak zo druk.
Want zondag is het Pasen
Hip, hip, hip

|
Achter
op de grote wei
Achter op de grote wei
verft de haas een heel groot ei
Hij verft 't geel en blauw en groen
hij heeft ze nog van klein en groot
Achter op de grote wei
verft de haas een heel groot ei
|
|
Zou
de Paashaas al geweest zijn?
Zou
de Paashaas al geweest zijn?
kijk eens even om je heen
ligt er soms een piepklein eitje
bij een boom of naast een steen?
Ga
maar kijken bij de struiken
of je daar een eitje ziet
zou de Paashaas al geweest zijn?
kijk eens gauw - ík weet het niet.
Rode
eitjes, gele eitjes
paarse eitjes – groen en blauw
liggen er soms kleine eitjes
helemaal speciaal voor jou?
Ga
meteen maar even zoeken
misschien is hij al voorbij
en als je eitjes hebt gevonden
is er dan ook één voor mij?
|
Zeg
haasje
Zeg
haasje, zeg haasje, wat doe jij in't bos,
Ik verf daar mijn eitjes en droog ze op het mos.
Ik kleur ze zo prachtig met rood geel en blauw,
Want het is bijna Paasfeest daarom werk ik gauw.
Ik stop dan die eitjes zo mooi in mijn mand,
En ga er mee reizen en trekken door het land.
Ik leg ze op hoekjes en pleintjes in 't gras,
Dan denken ze heus dat de Paashaas er was

|
|
't
Is paasfeest
't
Is Paasfeest zei de vink en zong een liedje van plezier.
En de merel op het dak, in zijn mooie zwarte pak,
zong ook al dat het Pasen was van tierelierelier.
Alle vogels zongen luid, boven alle klokken uit:
't Is Paasfeest Halleluja.
|
Pieter
Paashaas
Daar
komt Pieter Paashaas aan
voor het kippenhok blijft hij staan
hij doet alle deurtjes open
kan ik hier ook eitjes kopen?
tok, tok, tok
tok, tok, tok
alle kippetjes zijn op stok
kukeleku, kukeleku
alle eitjes zijn voor u.
|
|

Pasen
Eerst
zat je in een eitje
Daarbinnen was het kaal
Toen groeide je een tijdje
En KRAK, deed de eierschaal
Je
stapte uit het dopje
En keek eens om je heen
Je schudde met je kopje
Daar stond je nu alleen
Je
hebt een heel zacht lijfje
Dat is helemaal van dons
En als je wilt dan blijf je
Gezellig hier bij ons
|

Pasen
In
de wei, in de wei
ligt een mooi gespikkeld ei.
Hé, zeggen de mezen
van wie zou dat nou wezen?
Nou, zeggen de meeuwen
't is vast van de spreeuwen.
Tsjip, zegt een musje
is het van mij zusje?
Of is het van de hazen
straks voor het feest van Pasen?
Nee, zegt de kievit blij
dat mooie eitje is van mij !
|
|
Eén
ei
Eén
ei is geen ei
Twee
ei is een half ei
Drie
ei is een Paasei
|
|

|

|