|
| |
De bruiloft
Terwijl mijn zoon Zack en ik, moeders was out of
town, ons te goed deden aan een maaltijd op een Maleisische bruiloft in ons
dorp, droomde ik even weg. Je kan het slechter treffen, speciale rijst,
rundvlees, kip, salade van komkommer en ananas, meloen.
Gezeten onder een aantal partytenten, lieten wij
onze smaakpapillen hun werk doen. Je kan je dit niet voorstellen in Nederland,
het zal het cultuurverschil wel zijn. Na deze smakelijke maaltijd, begroetten
wij de gastheer en overhandigde het gebruikelijke envelopje met inhoud.
Op naar huis, de volgende week wachten er weer
een paar bruiloften.
Cor Cornelissen
29 juli 2010
Penawar-Pengarang Run
2010
Ik wist het al langer, ik ben niet helemaal goed.
Waarschijnlijk komt het door het boksen. Vrijdag 2 Juli kwam ik aan op het Senai
vliegveld te Johor Bahru, Johor, Malaysia. Vrouw Zarina, zoon Zack en
schoonzuster Normah wachtten mij op.
Zondag 4 Juli is er weer de plaatselijk run in
ons dorp, berichtte mijn zoon. Zaterdag's dus maar ingeschreven. Helaas, er was
geen groep voor de veteranen. Wel was er de boven de 21 jaar loop. Daar ik zelf
ook boven de 21 jaar ben, heb ik maar met hen meegelopen.
Daar ik de afgelopen 6 maanden niet had gelopen,
alleen wat op de club getraind, vreesde ik niet geweldig uit de verf te zullen
komen. Ook was de afstand 10 in plaats van 7 km.
Ach, gewoon doen of je gek bent, wat mij geen
moeite kost. Van de 124 deelnemers eindigde ik op plaats 38. Niet eens slecht
voor iemand die niet veel heeft kunnen trainen.
Cor Cornelissen
15 juli 2010
De
spirituele ontmoeting
Wachtende op de tram op het Leidseplein, stond er
een oudere donkere dame. Eerst vroeg zij een jongere man of hij haar wilde
helpen. Engels of Duits antwoordde hij. Dat was te moeilijk voor haar. Toen werd
haar blik op mij gericht. Bent u Nederlander ? Ja, was mijn antwoord. Kunt u mij
helpen ? Mijn babies liggen hier beneden, gebarende naar het plaveisel , waarvan
de trambaan een gedeelte uitmaakt. Hoe moet ik dat doen ? Was mijn antwoord.
Kennelijk was ik voor haar van geen nut. Zij liet
mij verbaasd achter. Ik heb het nog even geprobeerd, de kleine rakkers naar
boven te halen.Maar, waarschijnlijk zat de tramrails in de weg.
Cor Cornelissen
5 juli 2010
Grind
Mijn zuster Tineke had wat met grind, regelmatig
crashte zij met mijn brommer, onder andere op het onderweggetje, een pad dat
onder de dijk liep. Daar lag grof grind op het pad, Tineke haalde daar
regelmatig knie en ellebogen open.
Zo ook die keer toen zij naar de kroeg van Harrie
de Beukelaer ( bijnaam met een link naar de stuntman Hammie de Beukelaer ) ging.
Op de brommer naar het etablissement bij de suikerfabriek. De heenweg ging goed,
maar terug na het nuttigen van wat alcoholische versnaperingen, was het zicht
enigszins beperkt. Te hard gereden of geremd, het wegdek dat net opnieuw
geasfalteerd was, een bovenlaag van fijn grind toegevoegd, het gevolg was een
lelijke val.
De volgende dag haalde onze tante Jans met een
pincet de steentjes uit het gezicht van Tineke. Fraai zag Tineke er niet uit,
mede doordat de wondjes gingen ontsteken, het duurde dan ook enige tijd voor
zij er weer in enige mate normaal uit zag.
Een andere keer, had zij haar wenkbrauwen met een
pincet wat uitgedund. Wat heet, er was geen haartje meer te bekennen. En
bovendien had zij er voor het gemak ook maar de wimpers uitgetrokken. Toen
ik haar vroeg wat zij gedaan had, bleef ze rustig ontkennen. In ieder geval had
ze niet haar wimpers er uit getrokken, hield ze stug vol.
Ach, er werd door mijn ouders niet echt heftig op
gereageerd, zij wisten wel wat voor vlees zij in de kuip hadden.
Cor Cornelissen
21 juni 2010
Trainen
Door veel werk en onregelmatige tijden die ik de
laatste maanden heb gewerkt, was ik niet in staat om veel te trainen. Jammer,
daar ik het fijn vind om regelmatig de handschoenen aan te trekken, om te zien
of ik het nog niet verleerd ben. En dan zeker om te zien of ik conditioneel nog
enigszins op peil ben. Gelukkig, de laatste tijd ben ik in de gelegenheid om
weer regelmatiger te trainen. Nu maar zien hoe het lukt in de ring. De oude
sparringpartners zijn nog steeds goed vertegenwoordigt, evenals de jongere
generatie. Zodat er met veel verschillende opponenten getraind kan worden. Voor
mij schiet de tijd dat ik in Nederland was al aardig op, eind juni vertrek ik
weer naar Malaysia. Dan ga ik me weer op het lopen en duiken concentreren.
Hopende volgend jaar de bokstrainingen weer voort
te zetten.
Cor Cornelissen
11 juni 2010
De euro
Het gaat niet geweldig goed met de euro, op zijn
zachtst gezegd. Kreeg ik verleden jaar nog het 5-voudige wanneer ik mijn zuur
verdiende biljetten omwisselde. Sinds kort is het al terug gelopen naar het
4-voudige. Ik heb al menige analyse gelezen van personen die beweren hoe het
komt dat de euro zakt. Maar of er werkelijk iemand is die het weet hoe het er op
de korte termijn uit zal gaan zien, betwijfel ik. Dus, denk ik er over om
voorlopig mijn euro's maar in de oude wollen zak of een ander verstopattribuut
te deponeren. Wachtend op betere tijden, toen de de euromunt zoveel sterker was
dan de dollar.
Alles volgens het gezegde: Wie wat bewaart die
heeft wat.
Cor Cornelissen
30 mei 2010
Terug naar Verhalen
De snoekduik
Ze mochten "De Keizerskroon" niet in die avond.
Het etablissement was die avond speciaal gereserveerd voor een besloten
gezelschap. Dat hadden ze beter niet tegen Jantje kunnen zeggen. Terwijl de
vrienden van Jan elders hun vertier zochten, ging Jantje naar de achterkant van
de zaak. Jan nam een aanloop en dook met een snoekduik door het achterraam naar
binnen. Met slechts een paar schrammetjes kwam Jan neer op de grote tafel in de
keuken.
Helaas, stond de tafel vol met salades en andere
specialiteiten voor het hongerige gezelschap. De ravage was groot en van al het
heerlijks was niet veel meer intact. Glas , hout en Jan ontsierden de maaltijd.
Achteraf wist de kastelein dat hij beter Jantje
binnen had kunnen laten. Want Jan kwam altijd binnen. Al was het door roeien en
ruiten.
Cor Cornelissen
12 mei 2010
Terug naar Verhalen
Centraal Station
Als reiziger die regelmatig gebruikt maakt van
het openbaar vervoer, kom ik regelmatig op het Centraal Station van Amsterdam.
Daar er al geruime tijd een verbouwing bezig is in dit gebouw, is het al geen
gebouw dat opvalt door zijn frisse en nette uitstraling.
Maar, sinds de staking van schoonmaakpersoneel,
is het of je je in een Derde Wereldland begeeft, wanneer je op je tenen door de
gangen van dit station balanceert. Prullenbakken die uitpuilen, vet en gemorste
drankjes op de vloer, uitwerpselen en ander vunzig afval. Ik ben wel wat gewend
als wereldreiziger, maar had nooit verwacht dat in een gerespecteerde
welvaartstaat dat Nederland zegt te zijn, zo'n vieze bende aan te treffen. Ik
zal ook beslist niet iets te eten bestellen in een zaakje in dit station. Nee,
de eetlust is snel over in zo'n omgeving. Misschien wil men ratten en ander
ongedierte kweken, in de hoop weer een nieuwe ziekte te ontdekken. Hoop in ieder
geval dat en denk ook wel dat het nodig is, om straks een hele grote schoonmaak
te houden in dit gebouw.
Cor Cornelissen
19 april 2010
Terug naar Verhalen
Gordelroos
In vroegere jaren heb ik er wel eens over horen
spreken, ik heb het nu over gordelroos. Wat het was, ik had geen idee.
Waarschijnlijk iets, gepaard gaande met een lelijke uitslag. Nou, ik weet nu wat
het is. Ik heb het aan den lijve ondervonden. Het begon met een uitslag onder
aan de wervelkolom. Dat leek op een laag opvulplastik, wat je wel als
verpakkingsmateriaal tegen komt. Daarna liep het door naar rechts, naar de
zijkant van het lichaam. Ik had geen idee wat het was, totdat ik na dat weekend
de dokter bezocht. Zij zei meteen: "Het is duidelijk, dit is gordelroos." Daarna
begon het ook wat pijnlijk te worden. Al met al ben ik er toch wel drie weken
mee zoet geweest. Werken lukte wel, maar trainen kon ik wel vergeten. Momenteel
is het nagenoeg genezen. Hoop dat het niet kan terugkomen, deze vervelende
ziekte. Eerst dacht ik nog dat ik een tropische ziekte had opgelopen. Maar, de
dokter verzekerde dat het een gezellige Hollandse ziekte was. Het enige medicijn
was zinkzalf en als je veel last had, waren er Paracetamol pillen. Ik heb er wel
wat ingenomen, maar ben niet zo gek op pillen. Enfin, het leed is weer geleden.
Hoop dat de roos een andere gordel uit zoekt de volgende keer.
Cor Cornelissen
6 april 2010
Terug naar Verhalen
De Groote Braak
Een meer vlak aan de spoorlijn, gelegen in
Halfweg. Vroeger had het al aantrekkingskracht op mij, als kleine jongen zijnde.
Ik sprong er al in het water, terwijl ik nog niet kon zwemmen. Gelukkig was mijn
vader er om mij er uit te halen. Toen ik eenmaal kon zwemmen was het voor mij
een uitdaging om het water in de lengte over te zwemmen. Als je klein bent lijkt
de afstand veel groter. Het lukte wel, ondanks dat iedereen je altijd
waarschuwde: als je maar geen kramp krijgt, want dan kan je verdrinken. Wel
kreeg ik enige tijd daarna uitslag, met als gevolg dat mijn benen vol zweren
zaten.
Ik herinner mij nog de grote paling die ik ving.
Ik bracht de paling naar mijn oma Grauwelman die het beest stoofde. De wakken
die wij in de winter van 1963 in het ijs hakten, om de dieren weer van water te
voorzien. Schaatsen op dit bevroren water, menigmaal met een val als gevolg.
Er was ook een tijd dat het water van de Braak
vervuild was, waardoor er veel vissen stierven. Grote boosdoener was de
suikerfabriek, welke vroeger vervuilend zijn werkzaamheden verrichtte. Graag zal
ik er een keer willen gaan duiken, maar vraag mij af of er wel zicht is. Ik
vermoed dat er zeker nog attributen uit de Tweede Wereldoorlog in dit water te
vinden zijn. Zo had mijn oom er vroeger een verrekijker van de Duitsers
gevonden. Misschien voor duikers een idee om een keer een kijkje te gaan nemen
in dit water.
Cor Cornelissen
29 maart 2010
Terug naar Verhalen
VOC tijd
Ja, dat waren andere tijden. Zeelui werden
geworven, veelal uit de kroegen, om aan te monsteren op een schip van de
Oost-Indische Compagnie. Een volwaardig matroos verdiende 100 gulden per jaar.
De kapitein 10.000 gulden. Een gouverneur in bijvoorbeeld Batavia verdiende een
miljoen gulden per jaar. Het voedsel dat de gewone man kreeg was gortepap,
kaas, brood. Een glaasje jenever en een pintje bier in de ochtend. Geen wonder
dat er regelmatig zeelui uit het wand naar beneden kletterden. Scheurbuik was
een veel voorkomende ziekte. Een gevolg van een gebrek aan verse groenten en
fruit. De officieren aten beter, voor hen was er gebraden vlees, kip etc. Vlees
werd veelal ingezouten, om bederf te voorkomen. Een dief aan boord werd met een
mes door zijn hand aan de mast vastgezet. Ook kielhalen was een straf, welke
onder de breedte van het schip door of in de lengte onder het schip door, de
gestrafte persoon aan een lang touw onder water voort trok. Als je lang jouw
adem in kon houden had je een kans het te overleven.
Cor Cornelissen
3 maart 2010
Terug naar Verhalen
De
thuisbezorgers
In de jaren 60 en 70, kwamen er nog een melkboer
en een bakker aan de deur. Jaap Buijs de melkboer op zijn gemotoriseerde
driewieler. Gerrit Achterhof de bakker, een zware oud-bokser, met zijn zware
rieten bezorgmand. Van Gerrit kreeg ik het advies, mijn veters bukkend vast te
knopen. Niet mijn zweetkadetters op de stoel te leggen. Gerrit volgde mijn
bokscarrière op de voet. Het was bij ons thuis net "De Zoete Inval" . Wij hadden
een dakbedekkersbedrijf. ' s Morgens om half zes, was mijn moeder al in de weer
om koffie te zetten voor de werkmensen, die vanaf ons huisadres vertrokken naar
bestemmingen door het gehele land. De thuisbezorgers waren bij ons gewend door
de achterdeur naar binnen te komen. Het was een gezellige boel op de vroege
ochtend. Ook was er nog de slager Cor Schouten, mijn oom, hij was een
wielrenner. Een man met veel humor. Mijn tante werd dagelijks op de korrel
genomen door hem, zij tuinde er ook dagelijks in. De broer van ome Cor, Jan
Schouten, een hele goede voetballer en een biljarter die kader speelde, die het
vlees bezorgde. Als ik ging trainen, dat was vier keer in de week op de
boksschool, de andere drie keer ging ik lopen, at ik licht. Of een biefstukje of
een hamburger. Met een beetje nostalgie, denk ik nog regelmatig terug aan die
tijd.
Cor Cornelissen
1 maart 2010
Terug naar Verhalen
De leverstoot
Ze noemden hem "IJzeren Herman", al zag hij er
vooral in zijn jongere jaren, nogal iel uit. Zijn naam is Herman Schregardus,
tienvoudig kampioen van Nederland in de bokssport. Zijn trainer heette Ome Dick
Groothuis, een beroemde bokstrainer. Herman, ontwikkelde van een lichtgewichtje
naar een weltergewicht. Al heel vroeg won hij zijn wedstrijdjes op k.o. Ook de
leverstoot, welke tussen een opstoot en een hoek in zit, geplaatst in het
lichaam, beheerste hij tot in de puntjes. Tijdens een wedstrijd, deelde Ome
Dick, Herman mede dat zijn tegenstander open stond voor een leverstoot. Al snel
na het ingaan van de volgende ronde, plaatste Herman zijn bekende leverstoot. De
tegenstander bijtende van de pijn op het canvas achterlatend. Onthoudt, dek je
lever goed af, als Herman in de buurt is. Of, zoals ik zelf, ik het genoegen
had, en met mij o.a. Jan Huppen, Hennie Oosterhof, vele rondjes met hem te
sparren.
In een bekende Engels krant, stond een
artikel, met de kop: "The Knockout Kid wears spectacles" ("Het K.O. jochie
draagt een bril").
Cor Cornelissen
1 maart 2010
Terug naar Verhalen
De ouderwetse boks/worstelschool
Gisteravond heb ik weer eens getraind met ouwe
jongens uit de boks en worstelwereld van weleer. De worstelvereniging
"Hercules", traint samen met de boksschool van Jan Huppen achter de sporthal "Ookmeer",
in een eigen gebouw. De sfeer van vroeger hangt er, de bokszakken, de
worstelmat, de ring met houten vloer en de fitnessapparaten.
Samen trainen volgens een gecombineerd
trainingsprogramma, waarin boks en worstelelementen aanwezig zijn. Jan Huppen,
Hennie Oosterhof, Frits Geel vertegenwoordigen de bokswereld. Gebroeders Valk
zowel de boks als worstelwereld. Vele oud-boksers en worstelaars van naam
trainen nog steeds mee. Ik heb weer even getraind, op de zakken gestoten,
oefeningen meegedaan. Een aantal rondjes gespard. Ik ben klaar voor de volgende
training. Ik heb weer geleefd.
Cor Cornelissen
1 maart 2010
Terug naar Verhalen
De ontmoeting
Het was ongeveer in 1970. Wij trainden bij Ome
Dick Groothuis in de Warmoesstraat. Toen kon je nog gewoon je auto overal
parkeren, zonder parkeergeld te hoeven betalen. Herman Schregardus (tienvoudig
kampioen van Nederland in de bokssport), wilde zijn auto parkeren toen er een
man op zijn dak sloeg. De man behoorde tot een groepje van drie vissers uit
IJmuiden. Herman parkeerde zijn auto, stapte uit en vroeg of het nodig was, om
een klap op zijn auto te geven. Een van de mannen sloeg naar Herman, die
reageerde met een stoot naar de lever. De man zakte in elkaar. De tweede man
viel ook aan, kreeg een paar flinke stoten en ging neer. De derde man rende weg.
Herman sleepte een van de mannen mee, naar het vlak bij gelegen politiebureau.
Deed daar aangifte, dit in verband met zijn beschadigde kostuum. Het bleek later
op het bureau, dat de mannen lichtelijk onder invloed van alcohol waren. Zelfs,
achteraf wetende dat zij een ontmoeting hadden gehad met een bekende bokser,
vertelden ze zelfs dat zij Herman kenden, zij waren weleens bij wedstrijden gaan
kijken.
Vergeten zullen deze drie vissers, deze
ontmoeting niet gauw.
Cor Cornelissen
1 maart 2010
Terug naar Verhalen
De bootwerker
Ik verbaas mij regelmatig waar een mannetje,
zoals mijn zoon Zack, al die etenswaren laat. Hij eet mij regelmatig onder
tafel. Je vraagt je dan af, heeft hij dan misschien een paar lintwormen. Hij is
negen jaar oud, weegt 36 kilo en is 1.58 m lang. Hij is de langste van de klas.
Dan moet ik weer even terugdenken aan mijn eigen
schooltijd op de MULO te Zwanenburg. Ik was een jongen met wat overgewicht.
Tijdens een schoolreisje naar Giethoorn, heb ik twintig boterhammen naar binnen
gewerkt. Ik ben pas na mijn schooltijd, toen ik met bokstraining begon, naar een
acceptabeler gewicht gegaan.
Mijn zoon is actief, gebruikt dus veel energie.
's Morgens meestal een tosti met kaas. Ik breng hem om ongeveer 7 uur naar
school. Om half 10 heeft hij pauze, dan koopt hij in de kantine meestal nasi
lemak (witte rijst met kokosmelk bereid) met sardines, sambal, hard gekookt ei,
komkommer. Om 13.10 uur haal ik hem uit school. Dan eet hij warm, rijst, kip of
vis, groenten. Na de middagschool of cursus (godsdienstles), een lichte snack,
Maleisisch gebak, vaak met kokos en bruine suiker bereid. Om 20.00 uur een
lichte maaltijd, hetzij rijst of brood. Om ongeveer 21.00 uur is het tijd voor
hem om de barak op te zoeken. Op school word vrij veel aan sport gedaan. Zack
voetbalt, doet aan badminton en atletiek. Hij is aardig snel, heeft hij niet van
zijn vader. De uitdrukking eten als een "bootwerker" , is zeker van toepassing
op hem.
Cor Cornelissen
28 februari 2010
Terug naar Verhalen
Mijn vader
Wat zal ik gaan vertellen over mijn vader. Mijn
vader, Jan Hendrik Cornelissen, geboren : 11 mei 1918, overleden 10 december
1969. Bijnaam "Boerenjantje" , zover ik begrepen heb, noemden mensen hem zo,
omdat hij altijd op klompen liep en/of omdat hij altijd rode, blozende wangen
had. In ieder gaval was hij normaliter een rustige, geen grote prater, persoon.
Op jeugdige leeftijd een lenige, snelle, ondeugende kwajongen. Hij rookte al op
zeer jeugdige leedtijd, als ik mij niet vergis, een jaar of acht. Ik hoorde van
mijn Oma, Geertje menig voorval. Van wat Jantje zoal uitvrat. De keer dat hij in
de gierput gevallen was bij familie op de boerderij. Het feit dat hij altijd aan
het vechten was, tijdens en buiten schooltijd. Dan was er nog een voorval.
Mijn vader zou op een avond een wedstrijd turnen.
Met als voornaamste concurrent Ko Roodenburg, een boerenjongen die op een
boerderij te Halfweg woonde. Helaas, ging de wedstrijd voor mijn vader niet
door. Dat kwam omdat hij tijdens het het spelen met andere kwajongens, tijdens
het slootje springen, op het land waar een daggelder de boel in de gaten hield,
hem en zijn kornuiten wegjaagde. Zodoende waren zij gedwongen de sloot (een
brede) over te springen. Mijn vader werd echter gegrepen, uiteindelijk door de
heer Konijn, zo heette hij, in de sloot geduwd. Mijn vader die een nieuwe broek
aanhad, ging zijn kleren schoon spoelen in het Noordzee kanaal. Helaas, merkte
mijn Oma toen Jantje thuis kwam, zijn natte kleren op. Hij moest rechtstreeks
naar bed, zonder dat hij uitleg mocht geven. Mijn Oma had later wel spijt, dat
Jantje niet aan de wedstrijd had deel genomen. Toen mijn Oma later vroeg wat er
precies was gebeurd, vertelde Jantje : Haas of Konijn had hem in de sloot
geduwd.
Dat mijn vader van gezelligheid hield, is een
feit. Hij ging graag naar zijn stamkroeg, hield van klaverjassen, wat in die
jaren erg populair was. Mijn Opa en Oma Cornelissen woonden boven de winkel van
de kruidenier Pronk, op het Dokter Baumannpein 3 te Halfweg. Naast de kruidenier
woonde De Fouw, die een kledingszaak annex stomerij had. De kleding van Jan
moest na elk weekend naar deze stomerij, hij had dan weer een veldslag
meegemaakt. Zoals die keer dat hij een bokser uit Zwanenburg ontmoette in de
kroeg van Bertus Oosterbaan, een kroeg gelegen aan de Ringvaart van de
Haarlemmermeer. Tijdens een biertje drinken, klaagde de bokser Freek Hartman
over zijn vrouw. Een klaagzang welke enige tijd duurde. Het beste mens kwam er
slecht van af, zij deugde totaal niet volgens Freek. Het toeval wilde dat de
vrouw van Freek de kroeg binnenkwam op een bepaald moment. Jan zei: "daar heb
je het secreet ze komt net naar binnen." Toen begon de ruzie, Freek nam geen
genoegen met deze opmerking van Jan. Tijdens het gevecht dat hier op volgde,
waren er enige mensen die bij voorhand het opnamen voor de bokser, die geacht
werd te winnen. De opmerkingen van deze mensen, zolas: "sla hem dood Freek"
waren niet van de lucht. Dat doodslaan, lukte niet echt, mijn vader was een
gymnast, een lenige, razendsnelle jongen. Freek, de bokser moest het onderspit
delven. Toen Jan de volgende dag de supporters van Freek tegenkwam, zeiden zij
hem vriendelijk gedag. "Dag Jan, hoe gaat het ?"
Een gevecht in een kroeg, ik weet niet meer
precies waar, waarschijnlijk Nieuwmarkt of Zeedijk. Jantje had in ieder geval
onenigheid met een Chinees. De reden waarom is niet meer te achterhalen. In
ieder geval kreeg de Aziaat een pak slaag. Jan werd in een later stadium
opgepakt door twee politieagenten en naar buiten geleid. De Chinees die de
agenten gewaarschuwd had, zag zijn kans schoon. Dacht, dat mijn vader die op dat
moment vastgehouden werd door de twee agenten, geen kant op kon. Maar Jan
wachtte af tot de Chinees dichterbij was, voordat de Aziaat kon uithalen,
zwaaide Jan zijn benen op, zoals hij gewend was aan de ringen of op de rekstok.
Schopte de Aziaat tegen de grond. Het is mij niet bekend of Jantje mee moest
naar het politiebureau, maar hij kwam er meestal wel goed mee weg. Hij kon als
hij weer rustig was, met iedereen goed overweg, ook met de politie.
Een anekdote verteld aan mij door mijn neef Jan
de Jong:
Op een Paaszondag om ongeveer 11 uur, vroeg mijn
moeder aan mijn vader, slagroom te gaan halen bij Jaap Buijs, de melkboer te
Halfweg. Mijn moeder vroeg mijn neef Jan de Jong mee te gaan, zij dacht als Jan
meegaat, komen zij misschien sneller terug. Om bij Jaap Buijs de melkboer te
komen, kwam je langs café "Kroon". "Zullen we even biljarten ?" Vroeg mijn vader
aan zijn neef Jan. "Ja natuurlijk", was het antwoord. Na het biljarten moest er
nog gekaart worden. Inmiddels was het 18.00 uur geworden. Het ogenblik waarop
mijn moeder binnenkwam. Zij vroeg: "waar is de slagroom ?" "De slagroom moest
nog uit Amsterdam komen", was het antwoord van mijn vader. Gelukkig was de room
niet zuur geworden . Ik hoorde van mijn neef Jan, dat hij en mijn vader nog
jaren gelachen hebben, als het verhaal over de slagroom de ronde deed.
Cor Cornelissen
28 februari 2010
Terug naar Verhalen
Duiken in
Malaysia
Voor de eerste keer in 1981, bezocht ik Malaysia.
Wat een verschil met de tegenwoordige tijd. Auto's reden er toen nog niet veel.
Mijn vrouw en ik reisden hoofdzakelijk per taxi, welke voor Nederlandse
begrippen erg goedkoop waren en nog steeds zijn. Ik werd de eerste nachten, toen
wij in het houten huisje sliepen bij Zarina d'r ouders, lek gestoken door de
muggen. Hun woning stond in het bos, omgeven door rubberbomen, ananasplantages
en oerwoud. Ik ben deze zelfde vakantie, ook in de buurt geweest van mijn
huidige woonplaats . Er wonen twee zusters van mijn vrouw in het dorpje Sungai
Mas (goud rivier).
Aan de kust aldaar is gelegen het vissersdorpje Tanjung
Balau. Daar ben ik met snorkelen begonnen. Pas later ben ik met duikopleidingen
begonnen in Holland. Ook nog een tijdje lid geweest van een duikclub in Haarlem.
Veel geleerd daar, zeker qua conditietrainingen. In het water is toch heel
anders als trainen op het vaste land. Toen ik in 1996 verhuisde naar Malaysia,
nam ik mijn duikspullen natuurlijk mee. Ik huurde een 16 m container en
verscheepte mijn huisraad naar de haven van Pasir Gudang, Johor Bahru. Het was
alleen soms wat moeilijk mijn duikfles te vullen. Meestal vulde ik de fles bij
een hotel of resort, welke vaak problemen hadden met de compressor. Tegenwoordig
vul ik mijn fles bij de reddingsbrigade. Deze jongens ken ik al lang, net als de
mannen van de brandweer. Zij duiken nog niet zolang, ongeveer vijf jaar. Zij
gingen dan ook in het begin veel met mij mee. Ze hebben ook van mij geleerd hoe
langoesten te vangen.
De laatste tijd is de zee erg helder, een rustige
zee, wel wat stroming. Maar ideale omstandigheden om te duiken. Ik gebruik geen
boot, zwem eerst een eindje. Duik pas onder als ik denk, nu wordt het leuk. Een
goede training. Maar, het gaat mij vooral om het onder water zijn. Het zijn in
een prachtige omgeving, omringd door koraal , tropische vissen poliepen etc.
Ik denk dan vaak, wat een geluksvogel ben ik.
Cor Cornelissen
28 februari 2010
Terug naar Verhalen
Tekenen
In de derde en vierde klas van de M.U.L.O., Middelbare
School, hadden wij tekenles van meester Kiviet. Ik was vrij goed in die tijd in
tekenen. Kiviet had het regelmatig over een meisje dat hij tekenles gaf, die een
negen haalde op het eindexamen voor de M.U.L.O.
Ik tekende bij voorkeur landschappen. Ik maakte
voor mijn grootmoeder een zicht op een Amsterdamse gracht, welke tekening ik
liet inlijsten. De tekening heeft altijd een plaatsje gehad in haar huiskamer.
Na mijn schooltijd heb ik niets meer aan tekenen
gedaan. In ieder geval op mijn eindexamen, moesten wij een tekening maken. Wij
namen tekeningen van ons zelf mede, zodat de examinators konden zien, wat onze
specialiteiten waren. Ik moest natuurlijk een landschap maken, met behulp van
verf. Als ik mij goed herinner d.m.v. vingerverftechniek.,
Als ik tekende, ontspande ik volledig, vergat in
dit geval de stress van de examens. Ik slaagde voor het eindexamen. Haalde een
tien voor tekenen, waardoor er een onvoldoende werd weggestreept van de lijst.
Ik ben nog altijd nieuwsgierig of meester Kiviet
vanaf die tijd aan zijn leerlingen vertelde dat hij een jongen les gaf, die op
het eindexamen een tien voor tekenen haalde.
Cor Cornelissen
28 februari 2010
Terug naar Verhalen
De palingvisser
Een andere Opa, Opa Grauwelman, was
palingvisser. Hij viste in "De Groote Braak" en in de Ringvaart ter hoogte van
Hillegom. Ik kan mij nog herinneren dat ik als jochie bij het "rookhok" stond te
kijken hoe hij de palingen rookte. Hij rookte met gebruik van houtmot, wat hij
bij de plaatselijke aannemer haalde. Ik stond op een foto, waarop ik een paling
aan een pen, voor mij hield, welke paling bijna mijn lengte had. Het beest moet
wel een meter lang geweest zijn. Nadat de palingen gerookt waren, brachten mijn
tantes de paling naar de diverse klanten in Halfweg en Zwanenburg. Als er een
klus gedaan moest worden, bijvoorbeeld op het dak van de kerk, werd mijn
Grootvader opgetrommeld.
Ja, angst kwam niet in zijn woordenboek voor.
Helaas is hij tijdens een tragisch ongeval in de bouw overleden. Ik had hem
graag nog wat beter leren kennen. Maar, de periodes bij het "rookhok" staan nog
in mijn geheugen gegrift.
Cor Cornelissen
28 februari 2010
Terug naar Verhalen
Het
ochtendloopje
's Morgens, om ongeveer 7 uur, is de tijd voor
mij om aan mijn ochtendloopje te beginnen. Ten eerste is de temperatuur dan nog
niet zo hoog. De lucht is dan ook het zuiverste. Ik woon redelijk dicht bij de
zee (Zuid-Chinese Zee) , onze woning is ook gelegen dicht bij een bosachtige
omgeving. Als ik het dorp uit loop, kom ik veel mensen tegen die ik ken of die
mij kennen. Ik loop dan ook constant te zwaaien, ik lijk Sinterklaas wel zo af
en toe. Loop langs de plaatselijke markt, waar de mensen al vroeg kip, vis en
groenten kopen. Ook worden er al allerlei Maleisische gebakjes, mee goreng, nasi
lemak (rijst in kokosmelk bereid met sardines, sambal, ei, komkommer) verkocht.
Dan beginnen de klimmetjes in het parcours. Ik
verlaat het dorp, bevind mij in een omgeving waar veel bos is. Als ik voorheen
nog wel eens in Holland aan het joggen was, lette ik altijd ongemerkt op, of er
geen beesten mijn pad kruisten. Omdat je in Malaysia wel verschillende beesten
tegen komt, zeker om de tijd dat ik mij in hun omgeving begeef, ontwaken er
allerhande beesten. Ik kom apen (makaken) , wilde zwijnen, varanen, soms een
slang etc. tegen. Het maakt deze loop leuk, alhoewel ik vlak bij een
sportstadium woon, ga ik daar nooit rondjes lopen. Is te saai voor mij. Het
rondje dat ik loop is ongeveer 8 km, precies een mooie afstand voor mij.
Let op als je weer loopt, je weet nooit of er
een addertje onder het gras zit.
Cor Cornelissen
28 februari 2010
Terug naar Verhalen
Tineke
Tineke mijn zuster, was zoals dat genoemd in de
Engelse taal wordt een "Tomboy". In haar jongere periode was zij nogal wild en
onvoorzichtig. Zij reed veel beter op een brommer dan ik. Wij waren de twee
oudsten kinderen van het gezin. Zij viel regelmatig als zij op mijn bromfiets
reed, als ik op de brommer reed, stopte het ding er regelmatig mee. Tineke
speelde met het onding. Zat constant onder de bulten en zwellingen, was dan weer
gevallen, zij viel vaak op plekken waar grind lag. Op latere leeftijd, zij was
toen ongeveer 18 jaar, speelde zij in het damesvoetbal en dameshandbalteam bij
voetbalclub "Halfweg" . Tineke was keeper, zag na de wedstrijd bont en blauw,
vooral haar benen. Zij dook naar alle ballen die op haar doel werden afgeschoten
of gegooid. Gooide zich onverschrokken voor iedere tegenstander.
Tineke deed de eerste klas van MULO twee keer. De
tweede keer was nog veel slechter dan de eerste keer. De hoofdonderwijzer van de
MULO, de heer Abbas, adviseerde mijn moeder, Tineke maar thuis te laten,
misschien was het een optie haar in de huishouding in te zetten. De huishouding
was niet de passie van Tineke. Toen er een baan voor handen was bij bakker en
banketbakker Nieuwburg te Zwanenburg, werd Tineke er op af gestuurd door moeder
Wil. En tegen alle verwachtingen in, was deze baan zeer geschikt voor haar. Zo
slordig als zij thuis was, zo precies en netjes was zij in de winkel. Tineke was
in haar element, altijd vrolijk, lachend tegen iedereen. Iedereen kende
Tineke in Zwanenburg en Halfweg en Tineke kende iedereen. Heel veel jaren,
ongeveer 20 jaar, heeft Tineke in deze winkel gewerkt. Totdat zij voor zich zelf
begon, een brood en banketzaak in de Bilderdijkstraat. Helaas is Tineke niet
echt oud geworden, zij werd slechts 48 jaar, maar in die tijd heeft zij volop
van het leven genoten.
Cor Cornelissen
28 februari 2010
Terug naar Verhalen
Ome Aart
Ome Aart was mijn oom, hij was een markant,
aanwezig persoon. Wanneer hij ergens binnen was, was hij het middelpunt van de
belangstelling. Met zijn grote, brede figuur, komend uit een gezin van vijf
broers en een zuster. Zijn vader was metselaar, ook een grote zware man. Allen
waren grote eters. Ik heb vroeger gehoord, dat de moeder van de familie de Jong
elke ochtend honderd eieren kookte voor het ontbijt.
Ome Aart was een metselaar, heeft ook een kroeg
gehad, "Het Stuivertje", volgens mij in de Rietwijkerstraat. Hij had hele
reeksen moppen en verhalen paraat. Kon uren vertellen, zonder dat het verveelde.
Door Ome Aart ben ik gaan boksen bij Ome Dick Groothuis. Broers van Ome Aart,
Bob en Meeuwis hebben ook getraind in de Warmoesstraat.
Ome Aart en tante Jans woonden naast ons in
Halfweg. Een dubbel huis gebouwd door Ome Aart en mijn vader, die timmerman was,
samen met kameraden uit de bouw. Als Ome Aart bij ons op visite was, at hij twee
borden met een kop er op leeg. Dan klopte tante Jans op de muur, Ome Aart moest
dan komen eten. Hij ging dan rustig thuis een zelfde portie naar binnen werken.
Hij speelde ook regelmatig voor Sinterklaas.
Een ander voorval, mijn zuster Tineke en ik
werden bedreigd door eigenaren van een lesbische kroeg, wij waren vervelend
geweest, inderdaad waren wij opstandig. De dames hadden wat zware jongens uit
Haarlem ingehuurd, om ons de toegang te beletten. Toen wij bij een andere
gelegenheid met Ome Aart als Sinterklaas toch bij hen binnenkwamen, greep Ome
Aart, mede onder invloed van wat jonge jenever, de zware eigenaresse bij de
keel. Hij zei toen : "als je aan mijn neef en nicht komt, kom je aan mij !" Het
probleem was opgelost.
Ik heb zo vaak gelachen met en om Ome Aart, een
man die je niet gauw vergeet.
Cor Cornelissen
28 februari 2010
Terug naar Verhalen
Cultuurshock
In het najaar van 1979, ontmoette ik mijn huidige
vrouw. Ik was toen pas gescheiden van mijn eerste vrouw, waar ik overigens nog
steeds een goed contact mee heb. Met mijn huidige vrouw Zarina, hebben wij toch
samen, menig obstakel moeten wegwerken. De Maleisische cultuur en de westerse
cultuur verschillen behoorlijk van elkaar. Ik merkte wanneer je een Aziaat voor
de eerste keer ontmoet, hij wat afstandelijk is, zelfs wat verlegen. En zeker
respect toont voor iemand uit een andere cultuur. Veel heb ik in de jaren
geleerd, zeker de laatste twaalf jaren, waarvan ik de meeste tijd in Malaysia
slijt. Het tempo ligt wat lager, maar toch kan ik veel voor elkaar krijgen hier.
Doorgaans door alles met rust te benaderen. Ik merk ook dat de mensen die mij
kennen alhier, mij respecteren. Het is niet alleen de natuur, het eten, het
klimaat, maar ook zeker de mens die het geheel interessant maken. De tradities,
de kleding, de geschiedenis.
Ook de Nederlanders hebben hun sporen, met name
in Malakka, achtergelaten. De Portugezen waren de eerste ontdekkingsreizigers
die zich hier vestigden, zij werden weggeschoten door de Hollanders. De
Hollanders ruilden Malaysia met de Engelsen voor Indonesia. Daarna de Tweede
Wereldoorlog welke de Japanners bracht. Sinds 1957 is Malaysia onafhankelijk.
Vooral de laatste twintig jaar is er een flinke economische groei.
Enkele verschillen in cultuur, een mes gebruikt
men hier anders dan in het Westen. Hier snij je van je af, is wel even wennen.
Bijvoorbeeld als je een appeltje schilt.
Als iemand je vraagt naar hem of haar toe te
komen, maakt men een afwijzend gebaar, zodat iemand uit het Westen denkt, dat je
weg moet gaan.
Als Zarina mij riep, gebruikt en gebruikte zij de
term ''Bang'' van het woord Abang, wat broeder of liefste betekent. Mijn dochter
Daisy reageerde dan meestal met : "mijn vader is helemaal niet bang."
Cor Cornelissen
28 februari 2010
Terug naar Verhalen
Scheren
In 1966 werkte ik bij mijn vader in de
bouwsector. Ik was in die zomer uitgeleend aan het bedrijf van mijn neef Jan de
Jong, die een metselbedrijf had. Hij was aan het werk aan de silo's aan de
overkant van het IJ. Op een ochtend dat ik naar het werk zou gaan, kreeg ik een
acute blindedarmaanval. Met gevolg dat ik die zelfde dag of de volgende ochtend,
geopereerd zou worden. Ik kwam in het oude Elisabeth ziekenhuis te Haarlem, aan
de Oude Gedempte Gracht te liggen. Ik had veel pijn, kreeg wel pijnstillers,
maar veel hielp het niet. Ik lag op de zaal met veel oude mannetjes. Ook niet om
vrolijk van te worden.
Tot op het moment dat een zuster een oude man aan
de overkant van de zaal aansprak. "Zo, meneer, wij gaan u even scheren." De
brave man zette zijn bril af, dacht dat zijn gezicht geschoren zou worden. "Nee,
meneer", zei de zuster, "u wordt van onder geschoren." Ik kreeg nog veel meer
pijn van het lachen. Zulke dingen vergeet je niet meer, leek wel een mop, uit
het toenmalige moppenboekje van Max Tailleur. Een zeer populaire Joodse
moppentapper. Toen ik weer uit het ziekenhuis kwam, scharrelde ik met een meisje
uit Zwanenburg, haar naam ben ik vergeten. Door wat al te spontane bewegingen
tijdens een uitje met haar, is de wond waarschijnlijk opengegaan of in ieder
geval gaan ontsteken. Met het gevolg dat ik wondkoorts kreeg. Ach, het is
allemaal weer goed gekomen.
Cor Cornelissen
28 februari 2010
Terug naar Verhalen
De schaar
Anekdote
opgestuurd door mijn tante Ineke
Lieve Cor,
Bedankt voor jouw vele berichtjes ! Ik weet niet
wie jouw nieuwsbronnen zijn, maar ik moet eerlijk zeggen dat ik veel dingen over
jouw vader niet herken. Maar ja, ik was ook nog maar een klein grietje. Toen
jouw vader en moeder wilden trouwen, was er geen huisvesting voor jonge stellen.
Opoe Grauwelman, die op Dubbelebuurt 38 woonde, bood aan bij haar in te trekken,
zodat ze toch konden trouwen. Maar op het laatste moment, wilde zij het jonge
stel niet in huis hebben. Maar mijn vader en moeder met nog drie kinderen thuis
(Cok, Kees en Ikzelf ), wilden dat wel. Dus jouw ouders (Jan en Wil), kregen het
het huis op nr. 42 op de Dubbelebuurt, en daar ben jij geboren!
Het was armoe troef, met de hulp van elkaar
hebben ze het toch gered. Jouw moeder werkte bij de BERKA, een naaiatelier, en
werkte altijd hard. Jij was veel bij ons thuis, jouw box stond voor het raam, en
wat ik mij kan herinneren, was het altijd gezellig. Opoe was er en Oma was er
ook altijd als ik uit school kwam. Mijn vader had op een gegeven moment, alles
wat nodig was om scherp te maken geslepen, hij deed dat op een wetsteentje. Daar
was ook een schaar bij, en hoe weet ik niet, maar jij kreeg vanuit de box, de
schaar te pakken. Ik zat altijd te lezen, en vanuit mijn ooghoek zag ik dat jij
de schaar had. Niet goed oplettend, pakte ik de schaar af, maar mijn pink zat er
tussen. Nou, waar jij de kracht vandaan haalde, weet ik niet, de schaar ging
dicht tot op het bot. Jouw vader kwam net thuis van zijn werk, ik moest mee voor
op de stang op de fiets, naar de dokter. Wij moesten even wachten en jouw vader
werd steeds witter. Toen we naar binnen mochten komen, zei dokter Honing tegen
hem: "kan jij er wel tegen !" Nou, het bleek van niet ! Hij ging echt onderuit.
Maar, die schat bracht mij elke dag, voor op de stang naar school, voordat hij
naar zijn werk ging. Maar.... ik heb nog steeds een litteken van jou hoor, of is
het een aandenken. Dan jouw lieve Oma Geertje. Ik ging vaak uit school even bij
haar aan. Weet jij dat ik mijn eerste ringetje van haar heb gekregen ? Het was
een zilver ringetje met een bloedkoraaltje. Ik heb heel wat gesprekken met haar
gehad. Ik was op een gegeven als kind erg in de war. Op het Sekto-park, een
Duits militair terrein, waar veel Duitse militairen waren. Militairen die ook
vaders waren, heimwee naar hun gezin hadden. Zonen die hun ouders misten. Voor
ons in ieder geval geen vijanden. En als klein grietje, en ook ander
buurtkinderen, werden wij naar binnen gehaald en kregen van alles te eten. Onder
de luizen kwam ik dan thuis.
Maar toen ik naar school ging, kwam dominee
Kromhout, moet je nagaan, ik weet nog zijn naam, op school Bijbelse geschiedenis
brengen. Hij dankte God dat Duitsland in de vernietiging was gegaan en Nederland
de overwinning had behaald. En toen moesten wij de Tien Geboden leren, het
vierde Gebod, Gij zult niet doden ! En daar had ik met jouw Oma Geertje hele
gesprekken over. Ik was nog maar zes jaar oud, maar zij luisterde altijd. En
mijn moeder, kwam ik later achter, is de kerk uit gegaan, omdat de dominee vanaf
de kansel hetzelfde zei. En mijn moeder zei: "ik lees het in de Bijbel anders,
wie het zwaard opheft, die zal door het zwaard vergaan." En zo begon voor mij de
zoektocht, wij voldoen hieraan, wereldwijd.
Zo lieve neef van ons, dat is het voor nu, houd
je goed, neem niet te veel hooi op je vork !
Liefs van Aat en Ineke, Doei !
Toen ik als kleine jongen met mijn vader naar het
café van Vermeulen mee ging, vroeg de kroegeigenaar Wijnand Vermeulen altijd aan
mij: sla je Opoe nog wel eens met stoffer? Ik hoorde later van mijn ouders, dat
ik vanuit de zelfde boven genoemde box, Opoe die te slapen zat naast de box,
waarschijnlijk om aandacht te vragen, op haar hoofd heb geslagen met een
stoffer.
Cor Cornelissen
28 februari 2010
Terug naar Verhalen
Tijdperk werken in de Bouw
Al tijdens de lange schoolvakanties, hielp ik
mijn vader met werken in het familiebedrijf. De lange zomervakanties die ik
kreeg, toen ik lessen volgde op de M.U.L.O. te Zwanenburg, gebruikte ik om een
zakcentje te verdienen. Wij hadden een dakmontagebedrijf. Een beroep waar erg
hard gewerkt werd.
Vooral in de jaren vijftig en zestig, werd er
gesjouwd en de ladder op gedragen. Wij hadden toen nog geen bouwliften, dat
genot hadden we pas in de jaren zeventig. Zwaar werk, maar wel werk waar je een
ijzeren conditie van kreeg. Ik was toen dertien of veertien jaar. Mocht toen mee
met de grote kerels. Ik was in mijn element, sjouwde de hele dag de ladder op
met veertig, vijftig kilo op mijn nek. Mijn volwassen maats droegen meer, maar
toch ik kon leuk meekomen met de boys.
Na de vakantie vroegen de klanten wel eens aan
mijn vader: "waar is je maat ?" "Die is weer naar school", antwoordde mijn
vader. Ook mijn oom Cor Schouten, ging wel eens mee in zijn vakantie, om mijn
vader uit de brand te helpen. Dit wanneer mijn vader weer eens te veel werk om
handen had. Ome Cor was slager, een man met veel humor. In de dakbedekking
bestonden er onder en boven nokstukken. Door ons mannetjes en vrouwtjes genoemd.
Ome Cor vroeg dan aan mijn vader, "zeg Jan : hoe worden die nokstukken
gemonteerd?" Mijn vader antwoordde dan: "nou Cor, het is zo de mannetjesnokken
gaan over de vrouwtjesnokken heen." Waarop Ome Cor het te verwachten antwoord
gaf: "Maar Jan, dat is toch haast altijd, dat de mannetjes over de vrouwtjes
heen gaan."
Ik heb heel veel gelachen die vakantie, weet wel
dat het in die zomerperiodes in de jaren zestig altijd heel heet was. Eind
zestiger jaren, werkte ik al voltijd in het zelfde bedrijf. Een andere oom, Jan
Hoekstra een man van Friese afkomst, leek stug, maar had ook een bepaalde humor.
Ome Jan hielp mijn vader ook wanneer we mensen tekort hadden. Hij stond dan
onder aan de steiger om materialen vast te binden, welke materialen door ons
omhoog getrokken werden. Ome Jan zijn bijnaam was "Surrogaat", dit omdat hij in
de oorlogsjaren zelf koffie maakte. Namaakkoffie, wat dus staat voor surrogaat.
Tijdens een vakantie in Gelderland liepen Ome Jan
en zijn zoon Martin en ikzelf door een bosrijk gebied, toen wij werden
gesommeerd te stoppen door een paar boswachters. Wij werden bekeurd door hen,
omdat wij ons op verboden terrein bevonden. Ome Jan gaf een valse naam op,
beweerde te wonen op de Rozengracht te Amsterdam, terwijl hij al vele jaren in
de Eikenlaan te Zwanenburg woonde. De bekeuring is zover mij bekend nooit
aangekomen bij Ome Jan.
Cor Cornelissen
28 februari 2010
Terug naar Verhalen
De potkachel
Toen ik in 1968, begon met boksen bij Ome Dick
Groothuis, in de Warmoesstraat, moest ik ten eerste een paar dikbuikjes bier,
bij de melkboer voor hem halen. Toen ik geaccepteerd was als nieuw lid, moest ik
wel, als jongen uit een dorp, even wennen aan de Spartaanse trainingsmethode die
op de boksschool gebruikt werd. Maar, komende uit een gezin, waarvan mijn vader
een dakdekkersbedrijf had, was ik gewend aan hard werken. Bij Ome Dick, moest je
als nieuweling, werkzaamheden verrichten, die je je nu in deze moderne tijd niet
meer kunt voorstellen. In de winter, moest je hout hakken op straat. Hout dat
bestemd was voor de potkachel. Dan, na de training, om ongeveer 22.00 uur ( wij
begonnen om 19.00 uur ), gingen we bij de potkachel zitten. Dat was onze sauna.
Af en toe, denk ik nog wel eens met heimwee terug aan die tijd.
Cor Cornelissen
28 februari 2010
Terug naar Verhalen
Het oor
Op de grens van Amsterdam en Halfweg aan de Oude
Osdorperweg, stond vroeger een kroeg. Bezocht door de plaatselijke bevolking van
Halfweg en Zwanenburg en door bewoners van het woonwagenkamp aan de Oude
Osdorperweg. Vanzelfsprekend was er wel eens bonje tussen deze twee groepen.
Maar ook regelmatig tussen de bewoners van Halfweg en Zwanenburg zelf. Het was
in deze kroeg dat mijn vader, bijgenaamd "Boere Jantje" , tijdens een
vechtpartij een stukje uit zijn oor werd gebeten door "Zwarte Freek Meegdes".
Toen mijn jongste broer Frank Cornelissen, die
ook een zevental jaren met mij meeging om te trainen in de boksschool van Herman
Schregardus, werd geboren, vele jaren daarna, bleek hij over een inham aan zijn
oor te beschikken. Genetisch bepaald of gewoon toeval.
Boere Jantje was aangeschoten en nog in zijn
werkkleren, op klompen. Zijn stapvrienden wilden niet dat hij meeging naar
Amsterdam. Hij was waarschijnlijk lastig, waarschijnlijk om die reden werd
Jantje door het groepje afgetuigd. Wanneer hij niet dronken was geweest, was dat
minder goed gelukt of helemaal niet. In ieder geval werd hij in bewusteloze
toestand achtergelaten. Achter de winkel van Pronk op het Dr. Baumannplein te
Halfweg. Daar was het dat mijn oom, Ome Jan Hoekstra, bijnaam "Surrogaat" hem
aantrof. Ome Jan nam Jantje mee naar huis, op de bromfiets, wat een hele klus
geweest moet zijn. Thuis werd Jantje weer opgefrist en was mijn moeder
natuurlijk weer over haar toeren. Het volgende weekend zou weer een tijd worden
voor revanche. Jantje vergat nooit iets, maakte niet uit hoeveel tijd er
verstreken was. Opeens als een duveltje uit een doosje kwam hij zijn gelijk
halen.
Cor Cornelissen
28 februari 2010
Terug naar Verhalen
De Grebbeberg
1940
Ik was laatst bij de uitvoering van "Ciske de
Rat", een musical welke in de RAI speelde. De hoofdrol welke normaal door Danny
de Munck wordt gespeeld, werd regelmatig door mijn schoonzoon Quincy
overgenomen.
Ik moet zeggen als zijnde een leek op zanggebied,
ik mocht nooit meezingen op de lagere school, waarvan ik nog steeds een
minderwaardigheidscomplex heb overgehouden, Quincy een schitterende prestatie
neerzette. In de musical wordt Ciske de Rat door een klein jochie gespeeld,
terwijl Cis de Man door Quincy gespeeld werd. De verschillende periodes zijn in
elkaar verweven. Zo ook de scene waarin de periode "De Grebbeberg" tijdens de
Tweede Wereldoorlog 1940-45" speelt.
Dan denk ik aan die tijd, mijn vader was er op
dat moment bij de Grebbeberg. De oorlog met de Duitsers duurde vier dagen. Het
oppermachtige Duitse leger was geen partij voor het bij elkaar geraapte
Nederlandse zootje, dat een chronisch gebrek aan wapens en munitie hadden, welk
materaal bovendien sterk verouderd was. Mijn vader en consorten doken onder, na
de capitulatie. Hij was in huis bij de familie Barneveld, die in Veenendaal
woonden. De heer Barneveld had een sigarenzaak, hij nam meerdere soldaten in
huis. Soldaten die onderdoken en door de Duitsers gezocht werden.
Tot heel lang na de oorlog bleef mijn vader de
familie Barneveld opzoeken, ik was daar menig keer bij. Ik voelde de warme band
die zij met elkaar hadden. Ik hoop dat deze band door menigeen ervaren mag
worden, een gevoel welke met geen geld ter wereld te koop is.
Ciske de Rat een verhaal waar wij vroeger op de
lagere school nooit genoeg van konden krijgen. Ik zag menige grote kerel tijdens
de musicalvoorstelling een traan wegpinken.
Cor Cornelissen
27 februari 2010
Terug naar Verhalen
Potje sambal
Voor de eerste keer in 1981 ging ik naar de
tropen. Ik ging met mijn huidige vrouw via Berlijn naar Malaysia. Wij vlogen met
Singapore Airlines, een maatschappij waar ik nadien vele malen mee heb gereisd.
Gevolgd door Malaysian Airlines waar ik tot op heden altijd mee vlieg.
In de jaren 80 en 90 werkte ik bij de
Universiteit van Amsterdam, waar ik de beveiliging verzorgde. Ik was veel in de
binnenstad aan het werk Omdat er vrij veel overlast was van drugsverslaafden en
andere lichte criminaliteit moest ik af en toe wel eens een tikje uitdelen, wat
wij overigens niet mogen (wettelijk geregeld).
De laatste jaren tot 1996 werkte ik bij
Antropologie, welke afdeling ook studies deed in South-East Asia, een studie die
mijn interesse had. Het studentenblad interviewde mij, waarschijnlijk vonden zij
mij wel een interessant object. Zo vertelde ik ze dat wij (mijn vrouw en ik)
altijd een potje sambal meenamen in het vliegtuig, omdat wij de maaltijden aan
boord niet pittig genoeg vonden. Wanneer wij Aziatische reisgenoten hadden, ging
het potje sambal beslist leeg.
Ik at vroeger thuis altijd al pittig, wanneer
mijn moeder macaroni maakte, smeerde ik er flink sambal oelek (er was toen nog
niet zoveel keus in Holland) op. Tegenwoordig ben ik expert wat betreft
Aziatisch eten. Alhoewel ik eerlijk moet zeggen dat ik van tijd tot tijd mijn
maag moet blussen. Nee, niet met water, melk is het beste om de ingewanden weer
tot rust te brengen. Een Indonesische vriend van mij kreeg, als hij ondeugend
was geweest, voor straf een lepeltje sambal in zijn mond gestopt door zijn
moeder, als hij weer braaf was neutraliseerde zijn moeder het lichaamshuishouden
met een lepeltje suiker.
In het studentenblad stond: "Met een potje sambal
de wereldzeeën over. "
Cor Cornelissen
27 februari 2010
Terug naar Verhalen
Hypnose
Laatst zag ik een t.v. programma, waarin een
bekende Engelse hypnotiseur, mensen onder hypnose bracht. De mensen die
aangemeld waren door familie of kennissen, waren of erg verlegen of erg macho.
Ook hadden ze last van allerlei angsten en frustraties. Deze personen werden
gehypnotiseerd en deden dingen die ze normaal nooit zouden doen.
Zo was er een macho Rotterdammer die een zwangere
vrouw werd. Ging naar zwangerschapsgymnastiek, beviel prompt van een gezond
kind. Dit alles in zijn verbeelding. Toen hij een bloemkool kreeg van de
hypnotiseur, welke zijn kind moest voorstellen, koesterde de Rotterdammer de
bloemkool als zijn kind. De hypnotiseur nam het kind over en schopte de
bloemkool in vele stukken. De macho Rotterdammer vertwijfeld achterlatend. Uit
zijn tranche gehaald, herinnerde hij zich niets meer. Leuk en een beetje voor
schut gezet, keken de slachtoffers de beelden terug samen met familie en
vrienden.
De drie bouwvakkers die weer kleuter werden,
gingen in de speeltuin uit hun dak en werden weer vier jaar oud. Zij maakten
ruzie wie er een ijsje kreeg, natuurlijk had de hypnotiseur ijsjes tekort. Er
was een bouwvakker die het ijsje niet in zijn mond kon krijgen, hij duwde het
ijsje op zijn hoofd opzij van zijn hoofd enz. Hij was bang op de wip en huilde
tranen met tuiten. Volwassen mannen waren weer even kleuter.
Cor Cornelissen
27 februari 2010
Terug naar Verhalen
De hardloper
Toen ik in 1968 met boksen begon, volgde er op
advies van de trainer een hardloopprogramma bij in. Dat wil zeggen als je niet
trainde op de boksschool, ging je hardlopen. Zo was ik dus elke dag bezig met
trainen. Overdag in de bouw flink aanpoten en ' s avonds trainen in de school
aan de Warmoesstraaat. Maandag, woensdag, donderdagavond. Zaterdagmiddag en ' s
zondagochtend. Het resterende gedeelte werd ingevuld met hardlopen. Ik liep een
rondje in de polder, dat was 5 kilometer. Later ging ik ook met jongens van de
boksschool in het Amsterdamse Bos lopen. Ook liepen we van tijd tot tijd bij
Kraantje Lek, Overveen, de duinen in.
Reeds voor ik met lopen begon, liep in Halfweg
een Rijkspolitie agent, Van der Jagt genaamd, die het zelfde rondje deed dat ik
altijd liep. Hij was een lange slanke man die zeer goed kon rennen.
Verder bij ons in de buurt woont een groot gezin,
ik kende hen al van vroeger. Zij woonden toen ook bij ons in de buurt, maar meer
in de buurt van de "Groote Braak". De familie Van Breugel, zij hadden een zoon
genaamd Job. Zijn IQ was niet al te hoog, hij daagde de rijksagent uit om een
wedstrijd te lopen. Job had nog nooit getraind, maar was van nature een sterke
jongen. Job liep de Rijksagent van der Jagt eruit, welke agent sportief zijn
verlies nam.
Ik kom Job regelmatig tegen in de bus, volgens
mij kent hij mij niet meer. Een volgende keer zal ik hem eens aanspreken.
Cor Cornelissen
27 februari 2010
Terug naar Verhalen
Surrogaat
Jenever
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er verzet,
iets wat algemeen bekend is. Minder bekend is waarschijnlijk dat mensen die
actief waren in het verzet, zelden of nooit er zelf over hebben gepraat of er
nog steeds over zwijgen.
Deze avond waren ze van plan in te breken in het
voedseldepot aan het Dokter Baumannplein te Halfweg. In het depot lagen
voedselvoorraden van de Duitse bezetters. Mijn grootvader van moeder's zijde.
Wim Grauwelman, bijgenaamd Pip en zijn schoonzoon Jan Cornelissen, bekend als "
Boeren Jantje ". Alvorens het depot binnen te gaan, dronken zij zich moed in.
Dit geschiedde door middel van eigengemaakte jenever, veelal gemaakt van
suikerbieten.
Het depot werd bewaakt door Duitse soldaten,
die wanneer zij iemand aantroffen, zeker gericht zouden schieten. Toch hebben
zij de inbraak gepleegd, mijn vader en grootvader. Gelukkig zijn zij ook niet
betrapt, want dan had ik niet op deze aardkloot rond gehuppeld. Zij hadden weer
even wat voedsel bemachtigd tijdens deze hongerwinter.
Brengt mij op een andere gebeurtenis tijdens deze
periode, mijn grootmoeder Cornelissen en mijn vader gingen op weg naar
Nieuw-Vennep. Daar woonde een neef van mijn oma. Die neef had een boerderij,
zijn schuren lagen vol met voedsel. Mijn oma en vader werden bij de deur
weggestuurd. Een feit dat mijn vader nooit vergeten is en kon vergeten.
Jaren later na de oorlog kwamen die neef en
familie altijd op verjaarsvisite. Alsof er nooit iets was gebeurd. Mijn vader
wilde de goede vrede bewaren, iets wat hij deed voor mijn oma. Maar, hij begon
altijd tegen mijn oma, als de visite weg was, over het voorval in Nieuw-Vennep.
Naastenliefde werd en wordt er gepreekt in de
Christelijke kerk, deze neef zat altijd voorin in de kerk. Kennelijk had hij hij
toch niet goed geluisterd naar de dominee.
Cor Cornelissen
27 februari 2010
Terug naar Verhalen
De training
Wat bezielt ons toch elke keer weer als we gaan
trainen ? Voor we ons op weg begeven en op de weg naar de training toe. Dan
denken we weleens, hoe moet ik het opbrengen.
Maar, zo gauw wij begonnen zijn met de training,
gaat het als vanzelf. De vermoeidheid van de afgelopen dag is verdwenen. Ik zeg
wel eens: "ik doe net of ik gek ben, dat kost mij geen moeite." Voor een
buitenstaander ziet het er ook barbaars uit, twee boksers of worstelaars die
elkaar proberen te slopen. Zij zullen het nooit begrijpen, hoe het is om in de
ring te staan of om op de mat te staan. Velen trainen tegenwoordig in een modern
en commercieel ingesteld fitnesscentrum. Zij hebben veelal begeleiding nodig,
kunnen niet voor zichzelf trainen. Ach, er zal wel behoefte aan zijn. Ik blijf
het liefst trainen bij een club op de ouderwetse leest geschoeid.
We gaan er weer even tegen aan de volgende
training.
Cor Cornelissen
27 februari 2010
Terug naar Verhalen
De tuin
Je ziet het gauw genoeg, mensen die van tuinieren
houden en zij die er een bloedhekel aan hebben. Een tuin vol met bloemen en
planten is een prachtig gezicht. Mensen die een hekel aan tuinieren hebben,
gooien hun erf vol met tegels. Regelmatig, als ik er de tijd voor heb, spring ik
in bij kennissen of vrienden hier in Holland, om hun tuin op te knappen. Dan
staat er onkruid dat een heel jaar is opgespaard. Ik vind het leuk werk
tuinieren, thuis in Malaysia hebben we zo'n 1.600 vierkanten meter, genoeg om je
het hele jaar bezig te houden. Want het onkruid in de tropen, groeit gestadig
het hele jaar door. Ondertussen maait mijn zwager het gras, houdt de vijver bij.
Maar toch, als ik weer terug ben, heb ik altijd zeker twee weken werk voordat
alles weer naar mijn zin is.
Waarschijnlijk ben ik te precies, alles moet
altijd Spic en Span zijn, ook in huis. Ik deins er dan ook niet voor terug om de
badkamers flink uit te soppen. Hou alle mankementjes in en rondom het huis in de
gaten. Lekkage op het dak of schilderwerk, het liefst doe ik het zelf. Maar
sommige klussen, laat ik doen. Vooral Chinezen zijn er goed in, in tegelwerk en
plaatsen van badkamers. Dat laat ik dan graag aan hen over. Zij werken erg
precies en zijn zakelijk over het algemeen te vertrouwen.
Mijn tuin is ook bekroond, hetgeen een mooie
oorkonde opleverde. Het enige in Malaysia is, als dat je veel in de tuin werkt,
je natuurlijk flink verkleurt. Rond de middaguren zoek ik dan ook de koelte van
de airco op. Tweede helft van de maand mei heeft Cor het weer even gezien in het
kikkerlandje. Zoek dan weer even de rust van zijn nieuwe vaderland op.
Cor Cornelissen
27 februari 2010
Terug naar Verhalen
Zachte
heelmeesters maken stinkende wonden
Misschien romantiseer ik het wel enigszins, maar
de tijd van weleer, bijvoorbeeld het V.O.C. tijdperk, was een tijd waar
bovengenoemd spreekwoord betrekking op heeft. Natuurlijk waren de straffen toen
niet altijd op zijn plaats, maar de mens had wel respect voor de overheid en
wetgeving. Tegenwoordig, zeker de laatste dertig jaar, is de overheid volgens
mij de weg kwijt. Dit was tevens een reden voor mij om te gaan wonen in een land
waar er nog respect is voor de sterke arm en de heersende wetten. Een land waar
je een inbreker total loss mag slaan. Waar drugsgebruik of vervoeren ervan boven
een bepaalde hoeveelheid de doodstraf kent. Waar je niets te vrezen hebt, als
je niets te verbergen hebt. Ik word altijd na een aantal maanden in Nederland
te hebben door gebracht, moe van de berichten in de media. Al dat slappe gedoe,
berichten over agressie in het openbare vervoer, moeilijke jongens in de
pubertijd die de boel terroriseren. Nog niet eens zo lang geleden in Nederland,
in de jaren zestig, had de politie nog een blanke sabel. Daarvoor, zoals in de
boeken van "Dik Trom", waren er nog veldwachters. Voor de veldwachter was
respect, zij hadden nog overwicht. Zo heb ik verhalen gehoord van veldwachters
in dorpen die een dorpskroeg, welke te lang open bleef na sluitingstijd, alleen
binnengingen. Lastige bezoekers er alleen uithaalden en wanneer nodig de vuisten
lieten spreken.
Cor Cornelissen
27 februari 2010
Terug naar Verhalen
I.Q.
Universiteitsstudenten
Heel wat jaren heb en werk ik nog steeds voor de
Universiteit in Amsterdam. Ik heb bij veel verschillende Faculteiten mijn
energie gebruikt. Alles op de voor mij rustige, maar geen nonsens en arrogantie
duldende manier. Verbaasd was ik vanaf de eerste dag in 1987, toen ik voor de
eerste keer werkzaam was in een oud gebouw in de binnenstad. Studenten die de
weg vroegen, terwijl de wegbewijzering duidelijk de weg aangaf. Studenten die
niet kunnen rekenen. Zij moesten bijvoorbeeld 7x 15 afrekenen voor het gebruik
van de kopieermachine, hetgeen ik gewoon uit het hoofd doe ( Hoofdrekenen lager
school 1960 ). Met een rekenmachientje kwamen zij er dan toch achter dat ik het
juiste bedrag genoemd had. Lange studenten, die nog even snel de lift wilden
halen en dan hard hun hoofd stootten aan de stalen bovenzijde van de liftingang.
Studenten die vroegen wanneer een kopieermachine helemaal uit elkaar lag, aan
een monteur of zij een kopie konden maken. De lijst is eindeloos. Zijn studenten
dan hulpbehoevend en enigszins achterlijk ? Nee, maar zij zijn blij als er een
persoon aanwezig is, die hun kan helpen met hun brandende vragen. Alhoewel ik
mij nog steeds mij afvraag, is er een gedeelte in hun grijze hersenpan, welke
een praktische instelling niet toestaat ?
Cor Cornelissen
27 februari 2010
Terug naar Verhalen
Voetbal
Zondag 26 april 2009 was ik in Alkmaar, om aldaar
te werken. De bedoeling was om tijdens de huldiging van AZ, ter ere van het
behaalde kampioenschap, tijdens de huldigingceremonie, het geheel te beveiligen.
Er heerste een gemoedelijke sfeer. Alkmaarders zijn gemoedelijk, beleefd en niet
agressief. Wij (de beveiliging stonden achter een dranghek) op de kade. Aan de
kade lagen een aantal boten. Er was afgesproken dat na 18.00 uur er zich geen
toeschouwers meer op de kade mochten bevinden. Met uitzondering van kinderen. De
personen die zich op de boten bevonden, mochten daarna niet meer van de boot af.
Dat werd een beetje moeilijk, daar er flink alcohol genuttigd werd. Heel vaak
werd er mij verzocht om naar het toilet te mogen gaan, lang heb ik dat
geweigerd, maar op een gegeven moment werd dat toch moeilijk. Niet voor de
heren, die lieten hun jongeheer gewoon over boord hangen. Maar voor de dames,
die konden geen kant op. Als ik de dames verzocht, hun behoefte in een emmer te
doen, bleek er toch wat schaamte in het spel te zijn. Op een gegeven moment liet
ik de dames naar een toilet gaan, zodat zij aan hun behoefte konden voldoen.
Leuk, jonge kerels van boven de 1.90 m, vroegen: mijnheer, mag ik even naar het
toilet. In andere grote steden, is men minder beleefd, denk ik.
Cor Cornelissen
27 februari 2010
Terug naar Verhalen
Meisjes
Rond mijn negentiende levensjaar was ik volgens
dicht bijstaande familieleden nogal een flink actieve persoon met betrekking tot
het vrouwelijke geslacht. Zelf kan ik mij dat niet zo in zijn volle omvang
herinneren. Wel weet ik, dat ik snel onder de indruk was van een nieuw gezicht.
Dus, meisjes die ik nog niet kende. Mijn voorkeur was en is nog steeds
Aziatisch, Arabisch en Indiase dames. Eigenlijk, exotisch uitziende exemplaren
van het vrouwelijke geslacht. Alhoewel ik voorheen eigenlijk alle kleuren mooi
vond.
Enige tijd had ik scharrel met een rondborstige
blonde dame, voor privacy redenen noem ik haar Molly. Zij maakte het prettig
voor mij, omdat ik wist, wanneer ik thuis kwam na het trainen, zij op mij
wachtte. Ik was een onverschillige jongen, nam de relaties niet echt serieus.
Dus, ik kan mij goed voorstellen dat zij mij op een gegeven moment zat was. Ik
zat dan bij meerdere gelegenheden op het Leidseplein of elders. Ontmoette dan
veel interessante vaak buitenlandse meisjes. Aan de andere kant, waren er ook
meisjes die het wel prettig vonden geen vaste relatie aan te knopen. Dus, hoef
ik mij voor de meeste dames niet al te schuldig te voelen. Voor de dames die ik
niet netjes behandelde, bied ik oprecht mijn verontschuldiging aan.
Cor Cornelissen
27 februari 2010
Terug naar Verhalen
Het bruiloftseizoen in Malaysia
Deze week en de volgende week is het
schoolvakantie, de gewoonte alhier is dan, meestal in het weekend, dat er vele
bruiloften plaatsvinden. Een Maleisische bruiloft is gebaseerd op vele gasten,
welke gasten komen eten en drinken. Er zijn dan partytenten klaargezet met lange
tafels en stoelen. De bruiloft wordt meestal bij de ouders van de bruid en bij
de ouders van de bruidegom gehouden. Op een doorsnee bruiloft komen 1.500 tot
2.000 bezoekers. Je kan je misschien een beetje voorstellen, wat er gekookt en
voorbereid moet worden. De gasten geven een bijdrage aan de gastheer en
gastvrouw, zodat de onkosten gedekt zijn. De hele buurt helpt met koken,
bedienen en afwassen. Als de bruidegom met gevolg bij het huis van de bruid
aankomt, moet er eerst onderhandeld worden, dit is een traditie. Als de bruid en
bruidegom eindelijk gezeten zijn, als een prins en prinses voor een dag, is het
gebruikelijk dat er een paar mannen een Pencak Silat (krijgskunsten)
demonstratie geven ter ere van het bruidspaar. Vaak zijn er meerdere bruiloften
op een dag, je kan dan eten naar eigen inzicht, als je tenminste niet in het
super zwaargewicht wil uitkomen. Als je een keer in Malaysia bent en bij mij in
de buurt zal ik je meenemen naar zo'n bruiloft. Ik garandeer je dat je voor 2
euro je buik vol eet.
Cor Cornelissen
27 februari 2010
Terug naar Verhalen
Karaoke
Karaoke orgineel afkomstig uit het land van de
rijzende zon, zoals vele tradities uit Japan, welke zo heel anders zijn dan de
tradities in het Westen. Er is wel respons geweest op deze gewoonte, zoals de
Soundmixshow en andere talentenjachten. Maar, het blijft toch een Japans
gebruik.
Veelal na het werk met collega's naar een
Karaokebar. Veelal met veel alcoholische versnaperingen gepaard gaande. Zingen
(tussen aanhaaltekens), enkele uitzonderingen daar gelaten, er zijn wel mensen
met talent.
Mijn vrouw heeft geen alcohol nodig, net zoals
haar zusters en nichtjes. Met het volume van de nieuwe geluidsinstallatie, welke
overigens goed functioneert als er een film speelt, op windkracht 12, dreunen de
zangstemmen van de nieuwe talenten door het huis. In Malaysia wordt er niet zo
'n ophef gemaakt over een beetje volume. Ik trek me meestal even terug op de
veranda buiten, probeer mijn trommelvliezen toch nog enigszins te sparen.
Onze buurman in Halfweg, die overspannen en
meestal zonder werk was. Hij was niet zo gecharmeerd van het geluidsniveau, als
mijn vrouw weer eens de muziek op volle toeren liet rond gaan. De buurman was al
eens iemand met een mes achterna gegaan, welke persoon steeds de brandtrap nam
(was de kortste weg).
Ik smoorde de stress van de buurman meestal, door
te zeggen dat mijn vrouw nu eenmaal ander gewoontes had. En dat er in Malaysia
niet zo moeilijk gedaan wordt over een paar geluidsgolven. Meestal kon ik wel
een glimlach op zijn gezicht toveren.
Muziek, toch wel gezellig.
Cor Cornelissen
26 februari 2010
Terug naar Verhalen
De Makaak aap
Van de Makaak aap zijn er velen in Malaysia. Ik
heb er al menigeen op visite gehad. Volgens Maleisische traditie mag je ze niet
wegjagen of op hen schelden. Wat wel eens moeilijk is, als ze weer onze
fruitbomen hebben misbruikt. Als je deze apen vervloekt, nemen ze wraak, ze
vernielen dan ook het fruit wat nog niet rijp is. Mijn vrouw heeft weleens deze
apen proberen weg te jagen, maar de mannetjesleider van de groep kan agressief
zijn. Ook in het verleden toen wij nog sierkippen hadden, wij hadden er velen,
kwam er regelmatig een baviaan op bezoek. Deze baviaan stak af en toe een paar
kuikentjes als dessert in zijn muil. Toen mijn vrouw hem weg wilde jagen, liet
hij even zijn gebit zien, mijn vrouw verdween achteruitlopend weer naar binnen.
Ook mijn zuster die al een paar maal bij ons op
bezoek was, schrok toen zij de mannetjesleider wat teveel aankeek, ik moest het
beest met wat voedsel weglokken.
Met mijn dochter Daisy en mijn vrouw waren wij op
Pualu Langkawi, welke bestaan uit 99 eilanden. Het was denk ik in 1992, wij
voeren met een jacht vanuit het hotel, naar een eiland waar een parkwachter
werkzaam was. Op het hele eiland was één aap, een
vrouwtje, dat al op leeftijd was. Zij had nog een tand, mijn dochter gaf haar
een appel, blijkbaar deed het eten haar zeer. De aap reageerde haar frustratie
af op mijn dochter. Mijn dochter riep mij, ik was aan het snorkelen, met mijn
zwemvlies dwong ik de aap respect af. Maar ik zal nooit een beest mishandelen,
even voor de goede orde.
Wij hebben wel gelachen om het voorval, zal wel
een komisch gezicht geweest zijn, een gekke Hollander die een aap achterna zit
met een zwemvlies.
Cor Cornelissen
26 februari 2010
Terug naar Verhalen
De
hardloopwedstrijd
Op zondag 5 Juli, 's morgens om 8.00 uur, was het
dan eindelijk zo ver. Er waren verschillende groepen, volwassenen, kinderen tot
12 jaar en veteranen. De veteranen, waar ik toe behoor, startten het laatst. De
jeugd tot 12 jaar liepen 5 km. De volwassenen tot 45 jaar liepen 10 km. Wij, de
veteranen liepen 7 km. Er waren in het parcours een aantal heuvels. Ik buffel
graag een beetje. En inderdaad, het liep tot mijn verbazing veel beter als ik
verwacht had. Ik was vooraf al tevreden met een plaats bij de eerste vijftien.
Ik begin altijd rustig, laat de snelle en ook minder snelle heren, wegsprinten.
Dan begin ik aan de inhaal race. Ook heuvelopwaarts haalde ik de meesten in.
Veel jongens en meisjes van de Lagere en Middelbare Scholen, lopen en stoppen,
om weer opnieuw te gaan rennen. Ik hoorde mijn eigen ademhaling zwaar in en
uitademen. Maar, het ging best naar mijn zin. De laatste loodjes, er liepen twee
Maleisische lopers voor mij, ik had niet verwacht dat ik ze nog kon pakken. Maar
het lukte, de tweede man net voor de finish. Ik was toch wel verbaasd dat ik op
de vijfde plaats eindigde.
Tijdens de prijsuitreiking, de eerste prijs was
voor een Maleisische loper van Indiase afkomst. De tweede, derde en vierde prijs
voor Maleisische lopers van Chinese afkomst, kreeg ik een diploma, een medaille
en 200 Maleisische Ringgits.
Cor Cornelissen
26 februari 2010
Terug naar Verhalen
Ome Dick
Groothuis
Er was een speciale band tussen Ome Dick
Groothuis en mij. Ik denk dat die band er wel was bij de meeste jongens die bij
hem trainden of getraind hebben. Een charismatisch persoon, uitgebeeld door de
cartoonist Dick Bruynenstein in zijn verzamelde boek van bekende personen.
Ome Dick was erg aanwezig en wij, zelfs mannen
die vele malen kampioen van Nederland waren, vroegen aan hem toestemming als zij
naar het toilet wilden.
Aan zijn zijde was een grote zwarte hond, die
altijd Tarzan heette. Hij heeft er een paar versleten. Aan het eind van de
training tijdens het sparren, lag Tarzan naast Ome Dick, als de boksers wat te
dicht bij die hoek kwamen, reageerde Tarzan fel. Wij waren dan ook voorzichtig
om b.v. niet op de hond z'n poten te trappen. Een keer beet de hond naar Ome
Dick, waarop Ome Dick de hond met een stoot boven op z'n kop k.o. sloeg. Tarzan
heeft nooit meer naar de baas gebeten.
Ome Dick had ook een zachte kant, ik herinner mij
dat hij mij 's morgens om 05.30 uur telefoneerde, om te vragen hoe het met mij
ging, dit naar aan leiding van wat persoonlijke problemen. Ook was hij aanwezig
bij de begrafenis van mijn vader, hetgeen ik erg waardeerde.
Ome Dick vroeg weleens : heeft jouw vader ook
gebokst ? Nee, zij ik dan, mijn vader heeft wel eens een meningsverschil.
Cor Cornelissen
26 februari 2010
Terug naar Verhalen
Tropisch fruit
Het is momenteel fruitseizoen voor verschillende
soorten fruit. Zoals Rambutan, Pulasan (lyche-achtige vruchten), er gaat geen
dag voorbij of familieleden of kennissen leveren fruit af op ons adres. Nadeel
is net als bij het eten van teveel appels, dat je buikpijn kan krijgen. En dan
is er nog Durian, door toeristen wel smelley fruit genoemd. Een vrucht die je in
Malaysia en Singapore niet mee het hotel in mag nemen. Heeft een aparte smaak,
enigszins als een alcoholische versnapering. Durian wordt afgeraden te eten als
je suikerziekte en/of een hoog cholesterolgehalte in je bloed hebt. Ook voor
vrouwen die zwanger zijn wordt het eten ervan afgeraden. Ik vind het wel lekker,
maar niet te veel. Nangka, Cempadak (soort Jackfruit) , heb er geen Nederlandse
naam voor. Kortom er zijn te veel soorten om allemaal op te noemen. Het fruit is
in ieder geval een feest voor de tong. Toch, ondanks al dit lekkers, mis ik
weleens het eten van kersen uit de Betuwe.
Maar ja, je kan niet alles hebben in het leven.
Cor Cornelissen
26 februari 2010
Terug naar Verhalen
Gijs
Midden jaren 70 stonden wij op een camping aan de
"Baambrugse Zuwe" te Vinkenveen. Het was er erg gezellig, veel vaste bewoners
uit de omgeving van Amsterdam. Gijs was een jongeman met een laag IQ, uit de
omgeving van Vinkenveen. Hij had een zeer slecht gebit, er stonden nog wat
zwarte tanden en kiezen in dit gebit. Gijs was gekleed in waarschijnlijk een
pak, overgenomen of gekregen van zijn grootvader. Het geheel afgekleed met een
Tiroler hoedje. Gijs was stapelgek van mijn zuster Tineke. Als hij haar zag,
glimlachte hij van oor tot oor, zijn gebit aan de buiten wereld tonende. "Hallo
Tinneke", zei hij dan. De liefde was niet wederzijds, wat een ieder zich wel kan
voorstellen. Gijs deed alles wat Tineke hem vroeg, zonder ook maar een seconde
te aarzelen. Als Tineke zei, dat zijn stropdas beter stond als hij de das om
zijn oor knoopte, deed Gijs vanzelfsprekend wat Tineke hem vroeg.
Gijs hield wel van een alcoholische versnapering.
Het meest van zoals hij dat formuleerde van "Cola Kejak". Op een zekere dag kwam
hij weer op visite. En om hem snel kwijt te raken, kreeg Gijs een groot glas met
vieux met een dun laagje Cola." In een keer opdrinken hoor Gijs" was het verzoek
van Tineke. En als Tineke wat verzocht, deed Gijs dat als vanzelfsprekend. Het
resultaat was er naar, Gijs bewusteloos en even vreesden wij voor zijn leven.
Gelukkig kwam hij weer bij bewustzijn, weliswaar was Gijs erg misselijk.
Mijn schoonvader had de taak om Gijs naar huis te
brengen op zich genomen. Als ik mij niet vergis heeft Gijs de Citroen van
schoonvader Piet nog even bevuild. De volgende dag was Gijs alweer vroeg
aanwezig op de camping, zo fris als een hoentje.
Cor Cornelissen
25 februari 2010
Terug naar Verhalen
De Ronde Tafel
Dit verhaaltje gaat niet over " De Ronde Tafel"
van King Arthur en ridder Lancelot en andere ridders van " De Ronde Tafel ".
Nee, dit gaat wel over een ronde tafel, maar een ronde tafel die stond in een
gesticht voor zware psychiatrische patiënten. Een vriend van mijn vader, genaamd
Dick, Dick was schilder, had een schildersklus in het Sint Bavo Gesticht te
Noordwijkerhout. Dick was aan het werk in een vertrek, toen een manspersoon hem
riep. Maak even de deur open, vroeg de man. Dick in de veronderstelling dat de
man tot het personeel behoorde, opende de deur. Dat had Dick niet moeten doen.
De man werd erg agressief, in die tijd ( jaren 50 ) werden psychiatrische
patiënten achter slot en grendel gehouden. Tegenwoordig worden zij flink onder
de medicijnen gehouden.
De achtervolging rond de ronde tafel begon. Dick
schreeuwde om hulp, maar in het gebouw met zijn dikke muren en stalen deuren,
hoorde men Dick niet. Dick rende voor zijn leven. Gelukkig voor Dick kon hij uit
handen blijven van de patiënt. En na enige tijd arriveerde personeel, dat Dick
uit zijn benarde positie haalde.
Een paar jaar geleden was ik ook in een Gesticht,
om wat goederen af te leveren. Ik moest even naar het toilet, er zat een
manspersoon op het toilet, hij was aan het roken en een rol toiletpapier lag
uitgerold over de grond. De toiletdeur was niet op slot. Even ging het verhaal
van Dick in mijn gedachte rond. Ik sloot snel de toiletdeur, ben later ergens
anders naar het toilet gegaan.
Cor Cornelissen
25 februari 2010
Terug naar Verhalen
Boere Kees
Boere Kees was een wel bekend manspersoon in
Halfweg. In vroegere jaren een sterke grondwerker en een bekende wielrenner. Er
is iets mis gegaan in de liefde. Geen toestemming van de ouders van het meisje.
In die jaren luisterde men nog naar ouders. In ieder geval was Kees zwaar
aangeslagen nadat de verhouding verbroken moest worden. Kees was niet meer de
oude. Hij raakte zwaar aan de drank. Wij kwamen hem regelmatig tegen, dan lag
hij zijn roes uit te slapen in de bosjes. Hij had een doorlopende rekening bij
de kastelein. Als zijn AOW uitkering binnenkwam, ging Kees eerst zijn rekening
in de kroeg betalen. Ja, voor Kees was het belangrijkste in zijn leven alleen
nog maar alcohol.
Mijn vader vond Kees op een avond onder aan de
dijk. Toch nog wel een eindje van huis, besloot hij de bewusteloos van de
alcohol geraakte Kees op te tillen en naar huis te brengen. Kees woonde bij zijn
oudere getrouwde zuster in. Zij woonden verderop aan de Kanaalweg. Het was toch
nog wel een kleine kilometer naar het huis van Kees. En alhoewel Kees slechts
ongeveer 70 kilo woog, voelt een dronken lichaam aan als een zware zandzak. Mijn
vader was blij toen hij het huis van Kees bereikt had. Hij zette Kees neer en
voelde zijn bloed weer een beetje normaal door zijn lichaam pompen. Tot zijn
verbazing liep Kees met grote passen naar de deur, "bedankt Jan", riep Kees.
Een tijdje later kwam mijn vader Kees weer tegen,
een jong echtpaar had Kees gevonden. Zij waren zeer bezorgd om Kees, bang dat
hij een hartaanval had gekregen. Zij vroegen aan mijn vader of hij kon helpen.
"Oh," zei mijn vader, "wacht maar even, dit is geen hartaanval."
Hij trok Kees overeind, gaf hem een flinke schop
onder zijn achterste. Kees kwam bij zijn positieven. En nu, lopen en naar huis,
zei mijn vader. "Ja Jan, ik ga al", zei Kees. Als een speer liep Kees naar
huis. Het verbaasde echtpaar achterlatend.
Cor Cornelissen
25 februari 2010
Terug naar Verhalen
De Lintworm
Ik heb het nog wel eens het gevoel dat ik maar
niet vol kan raken als ik aan het eten ben. In mijn twintiger en zelfs dertiger
en veertiger periode's kon ik aardig wat voedsel naar binnen werken. Mijn
stiefvader probeerde weleens tegen mij op te eten, maar moest dan meestal met
pijn in zijn buik afhaken. Logisch, ik deed zwaar werk en trainde veel.
Vooral als het eten van Aziatische stoel geleest
was, leek het wel of ik niet vol kon raken. Ik kwam op een een keer mijn leraar
van de MULO school te Zwanenburg tegen, hij vertelde mij een verhaaltje van een
jongen die tijdens een schooluitje, gedurende de lunch, op zijn gemak twintig
sneetjes brood naar binnen zat werken. Meester Knol maakte duidelijk, dat ik de
jongeman was, waar het verhaaltje over ging.
Het komt misschien omdat ik net na de Tweede
Wereldoorlog geboren ben. Mijn ouders temperden mij regelmatig om wat rustiger
te eten. Ze halen het niet van jouw bod af, hoor ! Kreeg ik dan te horen. Het is
minder geworden het bunkeren, natuurlijk werk en train ik niet meer als
voorheen. Maar, heb nog steeds een gezonde eetlust.
Cor Cornelissen
25 februari 2010
Terug naar Verhalen
Sorbet
Na het trainen op de boksschool van Ome Dick
Groothuis, was er een periode dat wij na het trainen, ijs gingen eten in een
Italiaanse ijssalon ergens achter de Haarlemmerstraat, Een sorbet voor een
gulden en tien cent. Het was erg lekker ijs, nadeel was dat je er nog meer dorst
van kreeg. Maar, het was de zonde meer dan waard. Ik had het wel vaker, ik ging
wel eens trainen bij de Kickboksclub van Johan Vos. Ik trakteerde mijzelf dan
weleens op een ijsje van een liter, allerlei soorten vruchtenijs. Veel was er
niet van over als ik klaar was, een restje voor de volgende dag. Dat was een
Italiaanse ijssalon in de Reguliersbreestraat.
Ja, ijs daar heb ik wel wat mee. Evenals met
chocolade en appeltaart met slagroom. Of het allemaal wel zo gezond is, is een
ander verhaal. Maar, als ik ergens trek in heb, aarzel ik niet om mijzelf te
verrassen. Het voordeel voor ons is, dat wij als wij genoeg trainen, er aardig
wat zoetigheid omgezet wordt in energie.
Ik heb wel eens gehad, door al dat gesnaai en
rijstafel en broodjes van Dobben, ik er in een week 7 kilo moest aftrainen voor
een wedstrijd.
Dat wedstrijdgedoe is over, tenzij er eens
wedstrijden voor veteranen gehouden gaan worden.
Ik weet niet eigenlijk. Bestaan ze nog Sorbets ?
Cor Cornelissen
25 februari 2010
Terug naar Verhalen
De kroegbaas
In de jaren 50 en 60 waren er nog veel kroegen in
de dorpen Halfweg en Zwanenburg. Zo was er onder andere het café van Hein Stork,
bijgenaamd : " Schele Hein ". Zijn café was vlak bij de suikerfabriek. Hein was
een gezette, bepaald geen knappe verschijning. Ik was een jochie, maar ik kan
mij nog goed herinneren dat ik niet wist of hij mij aankeek of dat zijn blik
ergens anders op gericht was.
De uitdrukking : "Hij kijkt met zijn rechteroog
in mijn linkerbroekzak", was zeker op Hein van toepassing. Dan had hij nog een
assistent rondlopen die het tegenover gestelde van Hein was. Een magere man, die
ook een probleem had aan een oog. Dit oog was rood en traande veel.
In die tijd was er in de meeste café's weinig aan
etenswaar aanwezig. Wel stond er een grote pot met leverworst in het zuur op de
bar. Als iemand leverworst bestelde, ging Hein met zijn vingers die op worsten
leken, in de pot met leverworst. De worst er b.v met een vork uithalen kwam
waarschijnlijk niet bij hem op. Als mijn vader aan mij vroeg of ik leverworst
wilde, bedankte ik beslist. Nam wel een chocoladereep, dan wist ik dat er weinig
mis kon gaan.Gek eigenlijk dat een mens zich bepaalde dingen na zoveel jaren nog
kan herinneren.
Een andere kroegbaas was Vermeulen op de
Zwanenburerdijk. Vermeulen liep altijd op pantoffels in de zaak en had altijd
een vest aan, wat een huiselijke indruk maakte. Vermeulen vroeg steevast aan mij
of ik Opoetje nog weleens met de stoffer sloeg. Ik wist van niks, had als baby
in de box, Opoetje met de stoffer geslagen. Opoetje lag te slapen, had ze maar
op moeten letten. Je moet nu eenmaal altijd je dekking verzorgen.
Cor Cornelissen
25 februari 2010
Terug naar Verhalen
Langoesten
De laatste week gaat het weer goed met mijn
duiktochten. De zee is helder, weinig stroming. Ideaal voor de zoekochten naar
Langoesten. Enige tijd was de zee troebel, ruw en stond er een flinke stroming.
Dit waarschijnlijk mede van invloed door de slechte weersomstandigheden in o.a.
de Filippijnen, Indonesia en China en Vietnam. Maar nu is de zaak in een
zonniger daglicht verpakt. Ik heb weliswaar niet zoveel Langoesten gevangen
zoals ik gewend ben , maar de beestjes zijn wel flink aan het gewicht.
Op het moment dat ik er een in mijn netje stop,
gaat het beest flink te keer, je voelt dan dat hij of zij sterk is, gewicht is
ongeveer een halve kilo. Een kilo brengt ongeveer 15 Euro op, wat voor hier een
aardig bedrag is.
Al zitten de Langoesten aardig ver in zee
momenteel, hetgeen betekent dat ik flink moet zwemmen. Het zijn slimme beesten
die Langoesten. Ik haal ze meestal uit de gaten in het koraal, waar zij zich
schuil houden. Ik pak ze bij de korte uitsteeksels, niet de voelsprieten, die
breken snel af. Soms proberen ze langs mij te ontsnappen, een ander keer
proberen ze verder het koraal in te gaan.
Meestal krijg ik ze wel te pakken. Wat zal die
Corro weer in conditie zijn, als hij straks weer op de club komt trainen. Mijn
kameraad die bij de Reddingsbrigade werkt, vult mijn duikfles weer, zodat ik
morgen weer een plons kan maken.
Helaas nadert de moessontijd, kan nog een paar
weken duren, wij hopen ondertussen nog een aantal duiken te kunnen maken. Want
ondertussen vragen de Langoesten zich af : Waar blijft die Corro ?
Cor Cornelissen
25 februari 2010
Terug naar Verhalen
Loetje
Loetje had een kroeg welke sinds al lange tijd de
bekende horecagelegenheid " Tivoli " te Zwanenburg is. Loetje was een Brabander
uit Sint Willibrord, een gehucht berucht om zijn messentrekkers en smokkelaars.
Toendertijd smokkelde men boter en sigaretten. Loetje nam het niet zo nauw met
de wet. Zo ook niet met de wet op de sluitingstijden. Zodat de uitdrukking was
ontstaan : "Kom, we gaan nog wat drinken, bij Loetje brandt nog licht."
Loetje was ook een vechtersbaas. Zo zocht hij een
keer ruzie met een sterke jongeman, die geen vechter was. Toen hij boven op zijn
slachtoffer zat, om hem verder onder handen te nemen, verscheen Jantje, die
Loetje van het in een hachelijke positie verkerend slachtoffer haalde. Dat werd
Jan niet in dank afgenomen.
Enige tijd later kwam Jantje Loetje tegen bij de
winkel van een bekende rijwielhersteller uit de wielerwereld, Jan de Reus
genaamd. Jantje had een herdershond bij zich. Een goedig beest, behorende aan
een zwager van Jantje. "Hebt gij nu al een hond bij oew voor bescherming?" vroeg
Loetje aan Jan. Het was Jan duidelijk dat Loetje ruzie zocht. Een vechtpartij
volgde. Loetje kreeg een pak slaag.
"Niets aan de hand" zei Jan de Reus, Jan ik had je zeker geholpen. Maar Jan wist
dat hij in bepaalde situaties toch op zich zelf aangewezen was.
Cor Cornelissen
25 februari 2010
Terug naar Verhalen
De Zwemleraar
Zelf kon ik zwemmen op mijn tiende levensjaar. Het was toen nog niet zoals
nu dat de kinderen al op vier of vijf jarige leeftijd leren zwemmen. Hier in
Malaysia bestaat er nog geen schoolzwemmen of cursus zwemmen voor kinderen.
Zodat ik al enige tijd geleden ben begonnen om mijn zoon Zack te leren
zwemmen.
Ik moet zeggen dat het redelijk goed gaat.
Hij kan zich al aardig redden, schoolslag, onder water zwemmen, rugslag. Ik
heb het geduld ervoor om les te geven. Zo heb ik mijn vrouw ook zelf leren
autorijden. Al moest ik in het begin wel aardig mijn geduld in een lage
versnelling zetten. Vrouwlief heeft de theorie en wat praktijklessen verder
bij de rijschool gedaan en slaagde in een keer voor het rijbewijs.
Ondertussen rijdt ze nu al een jaar of tien.
Ik moet Zack nog en aantal keer laten plonsen, ik denk dat hij na dit jaar
wel voldoende zwemkennis heeft opgebouwd.
Dan kan ik mijn zwemleraarschap weer aan de
wilgen hangen.
Cor Cornelissen
24 februari 2010
Terug naar Verhalen
Oma
Cornelissen
Zolang ik mij kan herinneren, woonde mijn Oma
en Opa Cornelissen op het Dr. Baumannplein te Halfweg. Boven de winkel van
kruidenier Pronk, een fanatieke aanhanger van de voetbalvereniging N.A.S te
Zwanenburg.
Er waren altijd kostgangers in huis die op de
vlak bijgelegen suikerfabriek werkten. Een van de kostgangers was juffrouw
de Bruin, een vroedvrouw, die al zolang in huis woonde, dat zij bij het
interieur hoorde. Zij kwam ook altijd mee op verjaardagen en andere feesten.
Oma was een geweldige kok. Haar cake,
tulbanden en appeltaarten waren van unieke kwaliteit. Oma bakte haar brood
zelf. Mijn vader nam, toen hij nog thuis woonde, een heel wit brood mee naar
zijn werk. Naar het werk, waar dan ook in Noord-Holland, altijd op de fiets,
gereedschapskist achterop.
Oma had volgens mijn vader geen fouten.
Hetgeen mijn moeder betwistte. Iedereen heeft fouten zei mijn moeder dan.
Mijn moeder niet, was het antwoord van mijn vader. Ik moet zeggen, ik heb de
fouten van mijn Oma ook niet kunnen ontdekken.
Mijn Opa had een stuk grond aan de
Amsterdamse Trekvaart, op welk stuk grond hij kippen, schapen, kalveren etc.
hield. De kostgangers hadden dus altijd een vers eitje. Verder verbouwde
hij zijn eigen groenten.
Wij kwamen vaak op visite bij Oma, mijn
zuster Tineke en ik. Dan werd er een specerijenpotje geopend en kregen wij
geld voor een ijsje.
Waar is de tijd gebleven.
Cor Cornelissen
24 februari 2010
Terug naar Verhalen
Normen en
waarden
Ik heb er het al vaker over gehad. De
mentaliteit van de mens in het Westen is sterk veranderd.
Dagelijks reizende met trein, bus en metro,
wanneer ik weer eens in Nederland verblijf. Verbaas ik mij steeds weer over
o.a. de onbeschoftheid van de mens tegenover gezagsdragers. Wat zou er
gebeuren in Zuid-Oost Asia wanneer twee brutale schoffies controleurs
beledigen. Ik zie het al voor mij, politie of zelfs vrijwillige
ondersteuners zouden al snel de knuppel te voorschijn halen. Een paar flinke
meppen is het minste wat deze boefjes te wachten staat. Wat zielig, niet
goedschiks dan maar kwaadschiks. Of in het geval dat zij te onbeschoft zijn,
volgt een knietje onder hun "buah'', een pijnlijk herinnering achterlatend.
Ik denk niet dat ik geschikt ben voor deze functie in dit land. Ik zal al
gauw in de bokshouding springen en dan zien we wel weer verder. Hebben de
wettenmakers in dit land nu nog niet door na jaren van slap sociologisch en
pedagogisch gezwets, dat er harde maatregelen moeten worden genomen. Het
spreekwoord: ''Zachte heelmeesters maken stinkende wonden", in gedachten ,
beveel ik aan.
Cor Cornelissen
24 februari 2010
Terug naar Verhalen
De wet van de zwaartekracht
Een astronaut zou ik nooit geworden zijn. Ik
merkte dat opnieuw terwijl ik naar beneden suisde, vanaf een reuzenglijbaan
in " Waterworld" Malakka. Ik werd al heel snel misselijk. Kermis met zijn
draaimolens, spinapparaten enz. waren aan mij niet besteed. Ik zal dan ook
nooit in een achtbaan stappen, al krijg ik er geld voor.
Mijn zoon Zack en neefje Danial drongen aan
om met hen de toren te bestijgen. Daarna was de bedoeling om in de tube te
stappen en naar beneden te suizen. Ik heb het weer gemerkt, astronaut zou ik
opnieuw niet geworden zijn. Ik had het gevoel dat ik gelanceerd werd. Omdat
de tube van boven open was, dacht ik even dat ik de baan zou verlaten. Ik
had ook al last van duizeligheid, maar toen raakte ik het water. Omstanders
vroegen of ik o.k was. Enigszins duizelig, maar nog heel, verliet ik het
water. Zeker wetende geen tweede keer de toren op te gaan.
Ik zag ook niemand van mijn leeftijd de baan
af suizen. Vandaar dat de omstanders wat bezorgd waren.
Cor Cornelissen
24 februari 2010
Terug naar Verhalen
Logeren
Als kleine jongen ging ik vaak
logeren bij Ome Henk en tante Fietje. Ik vond dat prachtig. Zij woonden in
Vorden, in een oud huisje aan de Dorpstraat. In huis werd er water opgepompt
door middel van een ouderwetse pomp, welke door krachtig zwengelen ijskoud water
omhoog pompte. Ook buiten stond er een pomp die water uit de grond te voorschijn
haalde. Wassen met dit water was wel even wennen, fris is zachtjes uitgedrukt.
Vorden heeft prachtige bossen, een mooie natuur. Zelf komende uit een omgeving
met weinig bos, was ik erg onder de indruk vanuit mijn beleving, geweldig grote
bossen en een wijdse natuur. Ome Henk had een kennis, die boswachter was. Ik
mocht met hen mee, o.a. om op een wachttoren te klimmen om herten te observeren.
Ome Henk zette speurtochten uit, wat natuurlijk ontzettend spannend was voor een
jochie. Kortom ik vond het altijd erg enerverend om in Vorden te verblijven.
Dat ik de eerste keer verdwaalde toen ik vanaf de boswachterswoning naar mijn
logeeradres fietste, heb ik daarna nog vaak moeten aanhoren. Corrie die op een
rood fietsje de weg in het bos kwijt was. Ook kan ik mij herinneren, dat mijn
vader en moeder en ik, mijn Ome Cor, tante Cok en nichtje Ellie, op de Solex
naar Vorden gingen, onderweg stoppen om koffie te zetten en worstjes te warmen.
Voor die tijd, ik schat zo rond 1954, toch een hele reis. Wat ik mij herinner
was het kasteel, althans wat er van over was. Ik was en ben nog steeds
gefascineerd door de Middeleeuwen. Later een aantal jaren geleden, zag ik dat
het kasteel helemaal gerenoveerd was en als gemeentehuis dienst deed.
Toch niet helemaal het gevoel
gevende als de tijd dat er brokstukken waren, welke eens een kasteel waren.
Cor Cornelissen
24 februari 2010
Terug naar Verhalen
| |
|