|
|
|
Vaak is het leven een proces van hollen, vallen en opstaan. Hoe we het beleven hebben wij zelf in de hand. Onze wereld creëren wij zelf; oorzaak en gevolg. Zo we zenden zullen we ontvangen. Handreikingen komen vaak op het juiste moment. Elke ontmoeting of ervaring is niet zó maar toeval; bewustwording het doel. Aan ons de keuze of we de deur openen of sluiten. Ervaringen van gisteren en de keuze van vandaag is bepalend voor de dag van morgen. Onderstaande droom wil ik graag delen…!
Ik bevond mij in een diep ravijn. Voor mij een enorme berg. De klim naar boven, moeizaam. Hobbels en hindernissen.
Plotseling een loodrechte wand. Een onbekende wenk, een plateau. Een boom, de brug naar de top. Ruimte, onmetelijk, indrukwekkend.
Even later nam ik plaats in een trein. Een boemeltrein, onderweg in “Droomland”. De tijd stond stil, het maakte niet uit. Geen gehaast, tijd genoeg
Genietend van het ogenblik. Een oase van rust. Harmonie en evenwicht. Bron van vreugde en geluk.
Valleien, prachtig groen. Blauwe hemel, meren en rivieren. Zonlicht in gouden gloed. Warm en intens de mens.
Vogels, vlinders en bijen. Bloemen, geuren en kleuren. Muziek, jubelende klanken. Helder en zuiver “Engelenzang”.
Geloof, Hoop en Liefde. Mensen, vredig glimlachend. Gastvrij, deelden liefdevol. Begrip in overvloed.
Ontwaken; realiteit, confrontatie! Droomland; illusie of werkelijkheid? Bewustwording het doel. CARPE DIEM..!!! René Schupp We gingen ieder jaar met familie-weekend, met de hele kinderschaar. Oma
alleen, want opa is overleden, met 5 dochters en hun mannen, 9 kleinkinderen en
10 achter-kleinkinderen. Oma in een rolstoel vanwege een lelijke val.
Zondagochtend zaten we lekker buiten aan de koffie, komt een achter-kleinzoon
van 5 Jaar, staat heel bedrukt te kijken naar mijn rolstoel, en zegt, Oma heeft
U daar nou vannacht ook in geslapen? Ik zei, nee hoor Jochie, Oma had een Lekker
Bed om in te slapen. Oma Verhoeven
Ja
.. zoals ... we waren thuis met zeven kinderen .. drie geboren in de
oorlogsjaren .. twee even er na. Dus geen vetpot. Speelgoed werd gemaakt van oud
materiaal, zoals een bal. Er werden proppen kranten nat gemaakt en daar werd een
ronde bal van gemaakt. Deze werd bekleed met stukgesneden fietsband
(binnenband). Er werden een soort van elastiekjes van geknipt. En die werden er
omheen gespannen. Hoepelen
deden we met een fietswiel zonder band en een stevig houtje. Als
we naar school gingen stond er wel eens een voddenman. Daar kon je oude kleren
etc. aan geven. En je kreeg dan een windmolentje of een popje dat armen noch
benen kon bewegen. Wat waren we er blij mee want zo vaak hadden we geen oude
spullen. Het ene kind droeg de kleding van de oudere. Dus weinig afval. En
zaterdags ging je in bad. Teil vol en vanaf de jongste tot de oudste achter
elkaar. En was het water wat koud geworden dan ging er warm water uit en een
emmer bij. En dan werd het vuile ondergoed er in geweekt. Het gekke is
...hygiëne?? Niemand werd er ziek van. 's
Avonds was er saamhorigheid en werd er onder het luisteren van een hoorspel of
de Bonte Dinsdagavond Trein .. bonen gelezen. Dan kwamen er een paar kranten op
tafel en werd er een baal erwten of bonen uitgestrooid en moest je de slechte
eruit halen. Daarna kwam de beloning en kregen we dop pinda's. We waren met dit
alles tevredener dan de hedendaagse jeugd. Toen
mijn moeder haar eerste wasmachine kreeg .. was dat een houten tweedehands. Ze
deed hem vol met sop en het stroomde er zo weer uit !!! Hij had lang
drooggestaan dus het hout was wat gekrompen. De blijdschap van mijn moeder
veranderde in tranen. Het
bed deelden we met een zus en dat schoof zo op als er een het huis uit ging. Het
enigste broertje had dus geluk. Mocht alleen slapen. Ik denk dat velen van mijn
leeftijd 65 hier zich wel een stukje in terugvinden. Sterre Toen ik nog een klein meisje was
Als
jong kind woonde ik vlakbij een boerderij en velden die
mooie herinnering wil ik heel graag melden Waarom?
omdat het voor mij heel zeldzaam was Al
die bomen, bloemen en het gras. Als
klein meisje speelde ik in de wei vooral
op de mooie dagen in mei De
boterbloemen, de klavertjes van 4 de
margrietjes, de vergeet mij nietjes Het
zijn tafereeltjes die je nooit vergeet Een
meisje kan ik me nog goed herinneren Marijke
was haar naam in
die tijd had zij heel veel faam Ze
was heel apart en maakte leuke dingen en
zij kon mooie liedjes zingen Van
margrietjes maakte zij mooie kransen Vlocht
er boterbloemen doorheen Zette
ze op je hoofd en zij begon te dansen. De
vergeet mij nietjes heb ik in mijn hart gesloten. Een
bloem met veel betekenis Zij
zijn zo lieflijk en teer en hebben een hele mooie kleur Bij
de klavertjes van 4 mocht je eens wens doen en
zij zong liedjes van Doris Day en
maakte later heerlijke thee Het
was een tijd om nooit te vergeten dat
laat ik graag aan iedereen weten Toen
ik op pad was voor bejaarden mensen, had ik stilletjes wat wensen van
mijn jeugd die ik eens had die
gedachte koesterde en aanbad En
toen ik al fietsend plotseling het natuurgebied voor mij zag, ging
mijn hart open en de tranen schoten in mijn ogen Het
lag te schitteren aan mijn voeten blakend in de zon De
dommel slingerend door het landschap
het
was alsof mijn jeugd weer begon Ik
had deze mooie dag niet willen missen, Marijke
heb ik nooit meer gezien Zij
heeft mij een van de leuke dingen in het leven gegeven De
natuur te leren kennen en mij te verwennen met haar creativiteit Op
deze mooie zonnige dag bracht ik dus mijn gedichtenbundels op de fiets
naar
bejaarden tehuizen rondom Eindhoven. Ik
wilde oudere mensen verwennen met mijn verhalen, en gedichten Die
voor hen misschien herkenbaar zijn. En
ik werd verwend. Een
stukje uit mijn jeugd lag aan mijn voeten toen ik op weg was. En
daarom is het zo fijn om er voor anderen te zijn. Of
je nu groot bent of
en klein Eens
komt de tijd met herinneringen Constance
Franzani
Omdat
ik al jaren in Spanje kom heb ik een autootje aangeschaft. De dochter van een
vriendin van mij kreeg van haar man een nieuwe auto. Ik mocht haar auto
overnemen voor de prijs die de garage, waar zij haar nieuwe auto kocht, bood.
Ik was er heel blij mee. Want in Spanje heb je een auto nodig. Er is zoveel te
zien. Toen
ik met een vriend in Spanje ons huurappartement wat wij voor de komende 3 weken
hadden gereserveerd betraden, zagen wij al snel dat het appartement op
campingniveau was ingericht. Een tweezit bankje met een katoenen overtrek, een
huiskamer ameublement op wankele poten. Een kast in dezelfde stijl. En een
plastic bankje met 2 plastic stoelen voor op het terras. En dat was het dan. In
de keuken was het al niet echt beter. Er ontbraken een waterketel, een
koffiezetapparaat, er stond een vieze kapotte tooster. Ik had het
appartement al eens eerder gehuurd omdat het gunstig ligt en op loopafstand
van het strand, van Puerto Banus etc. En daarom ging ik weer terug naar die
plek. Er was afgesproken dat alles oké zou zijn. Ik kreeg een paar weken
ervoor een e-mail dat alles nu in perfecte staat was. Maar dit was dus niet zo.
Je betaald de hoofdprijs, dus mag je verwachten dat alles oké is. En dit in
Marbella/Puerto Banus zou je denken. De
TV werkte niet als behoren. Heel veel strepen en geen beeld op de Spaanse
zenders. We hadden een Duitse zender en die gaf gelukkig enigszins beeld. Zonder
TV kan je toch niet meer. Het hoort bij je leven. En zeker tijdens de kerstdagen
en oud en nieuwjaar. In
mijn auto staan/liggen al mijn spullen als ik weer naar Nederland ga. Jaren
geleden kocht ik een TV, decoder en schotel bij een bekende leverancier. Dus
geen nood dacht ik. Mijn vriend haalt de decoder en de schotel uit de auto.
We sjouwden alles naar het appartement. Ik richtte alles in zoals het hoorde. Ik
had ook een klein apparaatje waar ik de schotel mee kon stellen, maar helaas
lukte het niet naar behoren. We lieten uiteindelijk iemand komen om de zaken
goed in te richten.
Na een paar minuten was het gepiept. Het kostte 50,00 euro. De schotel stond een
halve meter buiten ons terras. Dit moest vanwege de bomen en de gebouwen. Anders
ging het niet. Ik vond het geen probleem. We hadden beeld en konden eindelijk na
een week TV kijken. De
volgende dag was de tuinman van het appartementencomplex aan het werk. Ik zag
hem en hij liep met een boog om ons appartement en terras heen. Een half uur
later kwam hij met de sequrity terug. Deze man vroeg mij in het Spaans wat wij
van plan waren. Gelukkig dat ik Spaans spreek. Ik kon hem dus uitleg geven
waarom de schotel even buiten ons terras stond. Hij had er wel begrip voor leek
het. Maar hij zei uiteindelijk dat er niets buiten mocht staan. Ik baalde want
niemand had er last van. En bovendien waren er in hele complex misschien 3 a 4
mensen die vertoefden in de appartementen. De sequrity man vroeg het
telefoonnummer van de Real-Estate waarvan wij huurden. Ik gaf hem het nummer.
Binnen de kortst mogelijke tijd had ik een SMS met de mededeling dat ik iemand
moest bellen om het TV probleem op te lossen. Dit zou wederom veel geld kosten
en daar had ik geen zin in. Bovendien moest er iemand komen voor de centrale
schotel van het gebouw. Maar dat begreep men niet. Ik stuurde wederom een SMS en
vertelde dat de vereniging van eigenaren dit moest oplossen. Men belde de
eigenaren en die zeiden dat er niets aan de hand was met de TV. En de Real
Estate bleef in het midden staan en gaf geen oordeel en geen oplossing. Ik
SMS-de haar dat ik haar de 1e dag al had laten zien dat de TV slecht was. Ik
kwam er niet door. Met andere woorden, we moesten het zelf maar uit zien te
zoeken. We
hadden inmiddels de schotel binnengehaald. Maar voordat wij dit hadden gedaan,
hebben wij satéstokjes op elke de hoek van de tegel waar de schotel op
gemonteerd was gezet. Dus elke avond rond 20.00 uur zetten wij de schotel buiten
het terras. Als stoute kinderen die iets deden wat niet mocht, zo voelden wij
ons. Maar we hadden eindelijk de zo gewenste Nederlandse TV. Maar helaas ook dit
ging op een gegeven moment de mist in. En hadden we alleen BVN. Als je niets kan
ben je blij met eenvoudige oplossingen. Dus met kerst avond hadden wij BVN. En
wat zenden zij uit op deze feestelijke avond! Voetbal. Feestelijker kon niet.
Van armoede hebben we de Duitse zender maar weer opgezocht. En ook die zender
zond een waardeloos programma uit. Jammer hoor. Maar we lieten ons niet uit het
veld slaan. We hadden TV en dus niets te klagen. Maar het mocht toch niet zo
zijn blijkbaar. We zetten elke avond de schotel buiten. Precies op de plek van
onze stokjes die we overdag iets verder de grond in stopten. Want stel je voor
dat de tuinman dit ontdekte. Belachelijk die gedachte, maar toch! Op een gegeven
moment kregen wij alleen nog maar geflikker van de Nederlands beelden. Aan uit,
aan uit. Dit bleef zo en ik kon er niets aan veranderen (ik was de techneut). We
hadden nog een week te gaan. Uiteindelijk hebben wij ons gewonnen gegeven. De
zaken opgeruimd en uiteindelijk zijn we maar naar de Duitse zender gaan kijken
die nog enigszins te bekijken was. Dinsdag probeerde we nog een keer de Spaanse
zender en ontdekte dat het TV probleem eindelijk was opgelost. Er waren nog een
paar dagen te gaan. De mensen die in de appartementen verbleven hadden het
dezelfde probleem met de TV. Geen enkel bedrijf had de moeite genomen om de
schotel goed te zetten. Maar Spanje blijft
Spanje. Mañana
es mañana.
Dit
is een verhaal op zichzelf. Simpele problemen misschien, maar in een land, wat
niet het jouwe is, waar je graag verblijft gebeuren allerlei dingen die je
in je eigen land misschien niet tegen komt. In Nederland zijn er weer andere
problemen. Zo is er altijd wel iets te schrijven. Dit
is een van de verhalen die ik heb geschreven. Verhalen met een probleem.
Verhalen over de mensen die in Spanje leven. Hun typische leefstijl en
gedragingen. Over de wet die b.v. gaat ‘ hoe verzeker ik mijn auto. Over de
regels die er zijn als je een eigen bedrijf wil starten. Over Real Estates die
de afgelopen jaren hun fortuin gemaakt hebben. De werkwijze zonder rekening te
houden met de flora en fauna. De typische Spaanse manier om het verkeer te
regels. Leuke story’s als een man je mee uitneemt naar een leuk strand, wat
een nudistenstrand blijkt te zijn. Een story over een stadje wat op een bepaalde
tijd dood blijkt te zijn. Op
dit moment vertoef ik weer in Nederland Franzani
Mijn
naam is Lucette Schotel, ik ben een 65 + ser. Ik kom uit Indonesië en ik ben
geboren in het voormalig Nederlands Oost Indië en wel in Bandung. Wij woonden
echter in Lembang, een villa dorp boven Bandung gelegen, op W-Java in de
Preanger. Dit is, met de natuur van Bali, het mooiste stukje aarde wat je je
maar bedenken kunt. Sinds 1992 heb ik een programma bij de lokale omroep voor
Indische Nederlanders en belangstellenden (zie: www.radiotokeh.nl).
Een hele leuke hobby. Het is wel allemaal Pro Deo. Maar dat doet er niet toe.
Drie jaar geleden was ik op Bali. Bali ruikt naar bloemen, kretek=kruidnagel
-sigaretten, vruchten en wierook. Heerlijk. Het was of ik "thuis"
kwam. Ik ben op een dag aan de kant van de weg gaan zitten, op een muurtje en ik
heb gekeken naar het verkeer en de mensen. In een mum van tijd kwamen er een
paar Balinezen gezellig naast me zitten. Ze vroegen honderduit. Waar ik vandaan
kwam en zo. Ik vertelde ze o.a. dat ik Javaanse voorouders heb. Ik kon niet
meer stuk. Ze vroegen wat ik deed, zo op dat muurtje. "Naar het verkeer
kijken, het is nog net als vroeger in Bandung" zei ik. Op dat moment kwam
er een echtpaar aan op de motorfiets, gekleed in de traditionele kledij, op
blote voeten in sloffen. Ze hadden een legerhelm op. Tussen hen in, hun kindje,
ook met legerhelm op. Voor op de tank van de motor hun hondje. Inderdaad, ook
met legerhelm op. Ik lag dus meteen in een complete 3 D deuk. Men was
verbaasd, maar, kennelijk aangestoken door mijn geschater, lachten ze allemaal
mee. Het was echt oudejongenskrentenbrood! Later
vertelde ik dit aan Lonny (Gerungan) en hij zei, grinnikend: "Oh,maar dat
is een heel normaal tafereel op Bali hoor!" Kan wel zijn, maar ik kan er
nog om grinniken als ik er aan denk. Ik
heb tijdens mijn verblijf op Bali de tokeh horen roepen. De tokeh is een grote
muurhagedis die bij het vallen van de avond uit zijn schuilplaats komt en aan
zijn wandeling langs muren en plafonds begint, op zoek naar fijne buit. Hij
roept zijn eigen naam: tokeh ! Luid en duidelijk. Meneer wil aandacht. Mijn
programma komt bij het vallen van de avond in de ether en ook ik wil
aandacht. Aandacht voor ons, de Indische Nederlanders. Voor onze artiesten,
auteurs, musici, modeontwerpers en, uiteraard, onze cultuur. Ik maak echt hele
aparte en leuke dingen mee en ontmoet fijne, bijzondere en fantastische mensen.
Het is een hobby, waar ik mijn hart aan verpand heb. Lucette
Schotel, eindredactrice Radio Tokeh
Een waar gebeurd verhaal begin jaren 1920. Mijn moeder (geb.1914) zat samen met 2 broertjes en
2 zusjes rond de kolenkachel toen mijn Opoe (Oma) dit raadsel verteld heeft. Het
is een waar gebeurd verhaal dus een historisch verhaal. Het verhaal gaat over een arbeidersgezin
waar de man en vader onschuldig in de gevangenis zit. Het gezin leed in
grote armoede en veel verdriet en dagelijks ging die vrouw een hele afstand
lopend haar man bezoeken en troosten. Haar man kwijnde weg als sneeuw voor de
zon. Zijn onschuld kon hij niet verwerken. Wet was nu éénmaal Wet bij de hoge
rechters. Tot de Heren medelijden kregen met die vrouw die zo geregeld haar man
kwam bezoeken. Ze beraadslaagden onder elkaar als die vrouw een raadsel wist en
opgaf en dat niet op te lossen was, dan kwam haar man vrij. Ze kreeg 24 uur de
tijd. Opgelucht en blij aanvaardde ze de terug tocht en maar prakkiseren om een
raadsel te bedenken, want die Rechters waren zo ontwikkeld. Doch halverwege zowel heen- als terugweg rustte ze
altijd even uit op een vermolmde, omgewaaide, eikenboom aan de kant van de weg.
Zo ook deze terugreis naar huis. Blij en angstig het gonsde almaar in haar hoofd
hoe verzin ik een raadsel. De vrijheid lijkt in zicht en dan in eens. Als een
geschenk uit hemel valt haar oog op een vogelnest in de stam van de boom met
vier jonge vogeltjes. HIER BEGINT HET RAADSEL: TOEN IK HENEN GING EN WEDER KWAM VIER LEVENDE VOGELTJES UIT ÉÉN DOODE NAM ( dat is
de boom) HET VIERDE VOGELTJE ,MAAKT DE VIJFDE VRIJ ( dat is
haar man) KOM HEREN RAAD EN ZEG HET MIJ ( dat is ze zelf) De volgende dag aanvaardt ze opgewekt de dagelijkse
reis. Ze rust zo als gewoonlijk nog even uit op de boomstam en test het raadsel
nog een keer. Ondertussen ziet ze de oude net weg vliegen bij het nest vandaan.
Dan komt ze tot bezinning, haar hart bonst in haar hele lichaam en spoed zich
hopelijk voor de laatste keer naar de Rechters, die reikhalzend uitzien wat en
hoe het raadsel zal luiden. Als ze het raadsel heeft opgegeven staan de Rechters
stomverbaasd en kijken elkaar wezenloos aan ze worden boos en maken elkaar
hevige verwijten. Ze moeten hun trots overgeven, de oplossing van het raadsel
zit zo vast als een huis. Met een gebogen hoofd krijgt de vrouw een
schouderklopje en mag haar man dankzij haar schranderheid mee naar huis. Eind goed al goed. Waar zo'n dode boom met vogelnest
niet goed voor was. Mina
de Vos Vaak zoek ik naar oude kinderliedjes. Mijn
grootmoeder, overleden in 1938, toen ze nog maar 48 was en die ik helaas
niet heb gekend, zong altijd, ondanks dat ze ziek was, en van de dertien
kinderen er nog een aantal thuis was, de jongste was vijf jaar. Veel liedjes kwamen van háár moeder, mijn
overgrootmoeder dus, en van mijn mama met haar sterk geheugen heb ik ze geleerd.
Helaas slaat het dan een generatie over: De eerste jaren had ik bij mijn kleintjes
nog een dankbaar gehoor, maar toen we verhuisd zijn naar België en de kinderen
naar de lagere school gingen, (waar niet zoveel gezongen werd als in Nederland)
was het: mama, alstublieft!! Nu weet ik beter dat mijn dochter bijvoorbeeld een
‘ochtendhumeur’ heeft, en als er dan om 7 uur iemand op je kamer komt, de
gordijnen open doet en zingt van ‘ei, ziet de morgen krieken’ of meer van
dat soort gezang, lijkt het me begrijpelijk dat je de dekens over je kop trekt! Maar zingen deed ik! Iedereen zou het
moeten ondervinden, hoe zingen helpt als je moe bent. Drie kleine kindjes, de
oudste twee-en-een-half, een leuke tijd, maar wel vermoeiend. In de auto (als je alleen bent) gaat het
ook fantastisch! Vaak reed ik alleen naar mijn ouders, 310 km ver, dan kon ik
m’n hele repertoire afdraaien, kinderliedjes, Johannes De Heer, hits, en dan
plezier hebben als je andere chauffeurs soms uit hun ooghoeken naar je zag
kijken als je voor een stoplicht stond en het liedje nog niet uit was… Het maakte het rijden veel gemakkelijker. En nú: nu kan ik m’n hart weer ophalen,
bijna elke dag ben ik thuis bij de kleinkinderen, na school- en crechetijd, tot
bedtijd. Oma! Zing je nog eens van… Oma! Ken je
een liedje over een leeuw? (nee dus, moet ik nog verzinnen) Dat is óók leuk,
helemaal niet moeilijk, op een bestaand melodietje heb ik twee slaapliedjes
verzonnen met de namen van hun favoriete knuffels. Margaux, anderhalf, komt dan
met Snuffeltje aangelopen en Hendrik, juist drie, wil dan ook zíjn liedje met
Paddy en Beertje. De oudste, Charlotte van tien, vindt het leuk om samen
tekstjes te verzinnen, dat hebben we gemeen, al zingt zij mee met iets wat ik
niet snap, met een ‘oortje’, ze hoorde me niet toen ik haar eens riep in de
tuin, ik liep naar haar toe en zei: "Oh, je hebt een Wàlkman!"
"Maar nee oma, dat is een Mp (en nog iets)", gewoon muziek downloaden
van Internet en dat blokje stop ik in m’n zak! Abacadabra! Dat kan ik allemaal
niet bijbenen, ben al heel blij dat ik een cursus Word heb gevolgd, van alles
kan opzoeken op Internet en geleerd heb te e-mailen, meer hoeft van mij niet. Nu ben ik wél afgedwaald, maar dat gebeurt
vaker, als ik achter het toetsenbord zit, blijf ik ‘ratelen’. Mijn man, die graag rustig op z’n kamer
zit met z’n schaakcomputer, ‘compacter’ kan spreken dan ik, herinnert me
nog wel eens aan een opmerking die een vriend uit de Achterhoek, die eens bij
ons op bezoek was, en aan wie ik iets wilde uitleggen, maakte toen ik uitgepraat
was; na een stilte en een verbaasde blik zei hij: ‘wat nem-ie veur ’n half
uur proat’n? We moeten er nog altijd om lachen! Josje Hammink
"Laat liggen die worst", het deed me onmiddellijk denken aan
Toon Hermans, Niet
dat ik in de stemming was, hier in
het warenhuis bij Albert Hein in het dorp waar Van Gogh
geboren was. Zou die man ook zo veel honger gehad hebben? Misschien in
zijn beginperiode toen hij nog geen bekendheid had. Het
water kwam me in de mond bij het zien van al dat lekkers, ganse rekken met fijne
vis en vleeswaren en ik mocht er niets van hebben, wegens mijn toestand zei TL. We
waren die zaterdag van begin maart
gaan winkelen in Zundert het was bitter koud buiten en de koffie die gratis ter
beschikking stond bij die bewuste winkelketen deed ons goed, TL dronk natuurlijk
thee. Tijdens
het slenteren door de verschillende gangen waar allerhande
uitgestald stond, passeerden we de afdeling waar heerlijke worstsoorten
werden aangeprezen, ik had hem direct opgemerkt; theeworst !! Ik
loerde naar TL die een paar passen voor mij stapte, dit was mijn kans. Ik
graaide de theeworst uit het vakje draaide me terug in de goede richting en
wilde het kleinoodje in het winkelkarretje leggen, te laat!! Het alziend oog van
TL had het opgemerkt, gebiedend werd er gezegd “onmiddellijk terug leggen en
snel “. Met een van heimwee vertrokken gezicht stapte ik terug naar de rayon
en legde mijn heerlijk gekruide, licht
gerookte vleespastei terug waar ik hem
enkele seconden voordien gehaald had. Voorbij,
het was voorbij, enkele luttele seconden had ik de overwinning en mijn
theeworstje geproefd maar helaas nu was het over. “Leg
neer die worst “ en uit!!! Toen
ik bij het avondmaal aan mijn boterhammetje met ”petit suisse” zat te
sabbelen, in de volkstaal gewoon ‘platte kaas’, dacht ik met weemoed aan
mijn theeworstje. Maar
ik werd uit mijn mijmeringen gehaald door TL die mij trachtte te sussen met de
woorden ‘Dat is te zout, dat mag je niet hebben." Alsof
ze mijn gedachten had kunnen lezen. Of
TL voordien nog iets gezegd had wist ik niet, ik was te zeer met begaan met het
feit dat ik er zo kort bij geweest was en nu platte kaas zat te eten Nadat
mijn ‘klein zwitserke’ verorberd was en ik even later in mijn relax TV zat
te zappen, trachtte ik strategieën te
ontwikkelen om bij een volgende
gelegenheid meer succes te hebben. BJ 2005 Gespleten Daar zat ze, volledig geëmancipeerd, zestien jaar als een brutale, vrijgevochten bijna-vrouw op haar barkruk aan een biertje te nippen. Een rits ringen doorboorden haar oorschelp en vermoedelijk kon ze ook fluiten door het gaatje dat door haar tong gepierced was. Telkens als ze sprak blikkerde haar binnensmondse sierraad als een samoerai zwaard door de warme, vochtige nacht van haar gehemelte. Vanzelfsprekend had ze een naveltruitje aan zodat de python die uit haar geboorteknoop stak voor ieder gewillig oog zichtbaar was. “Hallo Benita”, sprak een jongen haar aan. “Ken ik jou?” vroeg ze terwijl ze zich naar hem toe draaide. “Nee maar ik jou wel”, antwoordde de jongen. Er volgde een kort gesprek waarna ze zich omdraaide en haar rug naar me toe keerde. Dit was geen gewone puber die achteloos een string draagt met de bandjes als guirlandes boven de broekband. Niet zo iemand die haastig de broek optrekt als je een opmerking maakt over haar fraaie lingerie. Nee, zij was geëmancipeerd, zij droeg geen string maar ze toonde de donkere diepte van haar stratenmakersspleet. Ton van de Vorst Tafelzuur Haha, leer mij de vrouwtjes kennen. Aan vrouwen kun je vrijwel altijd zien hoe het met het liefdesleven staat. Als het mis is thuis en ze gaan desondanks naar het café dan betreden ze het etablissement zoetzuur lachend met zo’n valse grimas die je vertelt dat ze wel lacht maar het niet leuk vindt. Ik wacht dan altijd graag totdat er spontaan een craquelure op haar tandglazuur verschijnt die mijn gelijk bevestigt. Af en toe verbaast het me wel dat ik met zo’n minimale hoeveelheid informatie zo treffend iemands gemoedstoestand kan beschrijven. Sommige mensen hebben aan een half woord genoeg maar ik kan het doen met een halve blik. Zo was het laatst ook met Leontien. Thuis was het hommeles met haar vriend, hij had een ander en dat wist ze. Het was echter vooral zijn leugenachtigheid die haar dwars zat. Het liefst zou ze het tegen hem uitschreeuwen dat hij zo’n enorme eikel was maar steeds stuitte ze op een muur van begrip die haar verstikte. “Kalmeer toch schatje, je bent gewoon wat emotioneel”, zei hij dan op zijn superieure, analytische, alles begrijpende toon. Oké, ze was dan wel ongesteld en zeker niet het zonnetje in huis de laatste dagen maar juist dat allesoverheersende begrip alsof hij mijlenver boven haar verheven was dreef haar tot een machteloze woede. Het liefst zou ze het servies keihard naar zijn hoofd, op de grond of door het raam smijten. Ze had zich beheerst en nu kwam ze het café binnen met een blik als een augurk. Zo groen? Nee, zo zuur. Ton van de Vorst Ik ken een plek op aarde - nee ik verraad hem niet - waar ik altijd heen wil
wanneer de eerste sneeuw, echt veel sneeuw gevallen is. Ik gá niet altijd, maar
ik wíl wel! Niets is mooier dan een bos waarvan de takken een ander kleed dragen dan het
zachte groen van de lente, het diepe groen van de zomer of het geel, bruin en
rood van de herfst. Wanneer de wereld er niet anders uitziet dan zwart-wit, dan wil ik naar dié
plek. Het is er een tikje heuvelachtig, niet eens zo ver van huis. Je kunt er
uren wandelen en komt er bijna niemand tegen. De maagdelijke witte wereld is er
voor jou alleen. De geluiden zijn gedempt, er is weinig verkeer. De meeste mensen blijven
thuis. Maar ik, ik ga er op uit. Ik wil die wit-zwarte wereld zien, beléven, de
eerste stappen zetten in de ongerepte sneeuw. Sneeuw heeft iets vredigs, het is alsof de wereld bedekt is met reinheid ook
al weet ik wat er allemaal de lucht in gespoten wordt aan verontreiniging. Toch
heeft de sneeuw een invloed op mij dat geen enkel aspect van de natuur heeft,
het brengt me in een staat van verwondering en stilte. Niet het verlangen om te ravotten trekt me, om sneeuwballen te gooien of druk
doende te zijn om warm te blijven. Nee het stille en de schoonheid trekt me, het
kijken en in me opnemen van zoveel pracht. Wanneer later de zon zich laat zien en alles in een laaiende gloed vol glans
en kleuren zet, zie ik de nog grotere kracht van die zon. De zonnestralen laten
de sneeuw smelten. Er vallen grote druppels van de takken die gaatjes maken in
de sneeuw en dat geeft de wereld weer een heel ander aanzien. Het pak sneeuw wat
eruit zag als een stevige niet weg te krijgen mantel, wordt door die grote
druppels doorschijnend en luchtig en tenslotte zwaar van het vocht. Het is als
een soort afscheid, maar altijd wetend dat, als we geluk hebben, datzelfde vocht
volgend jaar weer omgezet wordt en óp de takken ligt en de aarde bedekt met die
onnavolgbare wending in de natuur. Sneeuw! Loes Grootveld 1990 Het broodje beenham in het Haagse Grand Café van de Heeren is onverwacht
rijkelijk belegd. We hadden ook buiten op het terras kunnen gaan zitten, maar
kozen voor binnen. Ik ben met een vriendin op weg naar de kliniek van Conny van
Breukhoven, de Vanessa van weleer. De vriendin vroeg me met haar mee te gaan,
omdat ze het bezoek aan de schoonheidskliniek eng vond. ‘Veronderstel dat ze
daar straks zeggen: "Mevrouw, u ziet eruit als een voorbeeld." Hoe
moet ik daar dan op reageren?’ Wat zal ik haar zeggen? Beaam ik haar, dan zou ze bij de gedachte aan een
nodeloos bezoek in paniek kunnen raken. Maar ik zou haar grieven als ik zou
opperen dat ze dat heus niet zullen zeggen. ‘Ik zou het niet weten,’ antwoord ik. We staan op en lopen langs de Prinsessengracht. Ach, daar is de Nieuwe
Uitleg. Daar zijn nogal eens telefoons van me binnengekomen uit de tijd dat ik
met onderwijs bezig was. Nee, dan nu: op naar het instituut waar men oud jong
maakt. Het is middagpauze op het ministerie. Een man van zeker eind vijftig,
rechte rug, stevig postuur holt met waardige passen, een ambtenaar eigen, om op
de Maliebaan tram 9 te halen. Een ruime receptiehal. Het personeel achter de balie groet vriendelijk. Mijn
vriendin meldt zich en zegt dat ze een oriënterend gesprek heeft afgesproken.
Een jonge, vriendelijke assistente begeleidt ons naar de wachtruimte van de
kliniek, geheel bekleed met metersgrote blokken van paars velours in een
omlijsting van witte sierpleister. In plaats van goedkope schilderijen twee
platte tv-schermen met beeld en stem van een Italiaanse zanger. Geen stoelen,
maar royale fauteuils met zwart-witte wollen bekleding. Ook de twee grote lage
poefen als salontafels zijn met hetzelfde paars bekleed. Er liggen tijdschriften
op. Een andere assistente vraagt ons of we koffie, thee of iets anders wensen.
Ik zou Conny zelf wel willen zien. Op de poef voor ons ligt een brochure met een
fraaie foto van haar erop. Over de brochurerand gluur ik naar de andere
aanwezigen. Twee vrouwen, jong, maar voor hun leeftijd erg gerimpeld als
geribbeld strand. Niemand praat met elkaar, ieder zit diep gedoken in een
tijdschrift met al die mooie foto’s erin. Mijn vriendin fluistert over de
brede leuning van de fauteuil heen dat ze hartkloppingen heeft. Bij de dokter
heeft ze die nooit, zegt ze. Ze is zenuwachtig. Binnenkomende vrouwen beoordeel
ik op rimpels en kijk waar die zitten: rond ogen en mond vooral. Maar lezen ze
onder aan de pagina van het tijdschrift dan verschijnen er ook rimpels in de
hals. De begeleidende assistente wenkt mijn vriendin mee te komen. Ik loop achter
haar aan de trap op. Een riante villa, marmeren trappenhuis, palmen in stenen
overpotten. De dokter is een jonge man. We nemen op de antieke stoelen voor zijn
bureau plaats. Het is even stil. Om misverstand te voorkomen tip ik de dokter
met een hoofdknik dat ik met háár ben meegekomen. Hij bestudeert vanachter het
bureau het gelaat van mijn vriendin. ‘Je hebt een vriendelijk gezicht,’ zegt hij. O, als dat maar geen
inleiding is op andere bevindingen. Hij adviseert de oogleden te laten liften en
zegt gelukkig niet dat ze daar wel van zou opknappen. Dan komt hij achter haar
staan en met zachte hand trekt hij de huid heel licht ter hoogte van de oren
omhoog. ‘Deze verzakking zou u kunnen laten wegnemen, langs neus en naast de mond.
Maar na het liften van de ogen is dat misschien niet eens nodig.’ Hij geeft
haar het adres van een cosmetisch chirurg. Na afloop gaan we de stad in. De mensen in de tram naar het museum lijken nu ineens allemaal hangwangen en
kraaienpoten te hebben. Zelfs het water in de vijver voor de museumingang is
verre van rimpelloos. Het grasgazon daarentegen is als de huid van een jonge
vrouw. In het museum word ik voornamelijk door vrouwenportretten geboeid:
godinnen, adellijken en vrouwen na een leven van hard werken. Rimpels of geen
rimpels, de schilderhand treft de ziel. Daar kan geen cosmetisch chirurg
tegenop. Guus Martens Minutenlang tuur ik door het oog van de camera, wachtend op het moment dat de rondfladderende koolmees in de vettige zaadbol pikt. Het rode netje steekt helder af tegen het oude kerkgebouw op de achtergrond. Daar is het meesje. Haar pootjes klauwen in het schommelende netje boven de lage balkontafel waarop het verstilde boeddhabeeldje tussen violen in stenen potten de schichtigheid van het vogeltje niet vermag te ontnemen. Pats! Op het schermpje van het fototoestel ligt het tafereel verankerd. Thuis zal ik het beeld op de computer vereeuwigen. Met de andere beelden van de wandeling langs de Mark. We liepen met twee vriendinnen van Mieke over het pad tussen breed aangelegde oevers langs de slingerende stroom. Aan de overzijde gerestaureerde herenhuizen, wit schitterend in de middagzon van de eerste lentedagen. Terwijl de beelden een voor een op het schermpje van de camera verschijnen, vang ik gesprekken tussen Mieke en een vriendin op. De gastvrouw zelf is er niet bij en bereidt het eten in de open keuken. De vriendin is vrijgezel. Maar wil ze dat wel? Ze bespreken de mogelijkheid van een advertentie in een krant. Het moet niet zo’n cliché-annonce worden, vinden ze. De tekst moet opvallen door eerlijkheid. ‘Kan niet koken,’ zegt de vriendin, ‘is lui, mollig type, laat haar somberheid niet zien, lelijk gebit, zuipschuit, ongeremd, zin in knuffelen (ik mis wel sex nu), altijd druk en reizen hoeft ook niet.’ Getroffen door de frictie tussen het negatieve zelfbeeld en haar verschijning kijk ik op. Ze kijken me aan en wachten commentaar af. ‘Misschien moet je meer aangeven wat je van een man verwacht,’ stel ik voor. ‘Welke criteria leg je aan bij het kiezen van een partner?’ Dat is geen probleem. ‘Hij moet belangstelling hebben,’ ratelen ze over elkaar heen, ‘attent zijn, een beetje flirten. Zonder dat alles móet..., maar natuurlijk wel het spel spelen. Hij moet ook gevoelig zijn, niet dom en zeker geen zilveren armband dragen.’ Ze zijn er nog lang niet mee klaar en geven aan dat hij bagage moet hebben, weten hoe het leven in elkaar zit, hoe vrouwen voelen (veel mannen draaien in hun eigen wereldje rond) en kunnen luisteren. ‘Vaak hebben mannen een oplossing klaar. Dan kun je je ei niet kwijt,’ zegt de vriendin en voegt er nog een beetje boos aan toe dat ze laatst gewoon de hoorn erop heeft gegooid, toen een vriend oplossingen aandroeg nog voor ze haar probleem uit de doeken had kunnen doen. Het profiel is nog niet rond: ‘Hij moet natuurlijk ook over zichzelf vertellen, maar wel met interactie.’ ‘Zijn zieleberoerselen willen prijsgeven,’ vult Mieke aan. ‘Ja, dat is een mooi woord. Zieleberoerselen.’ ‘Heel positief is,’ gaat Mieke door, ‘als ze liefdevol over hun ouders vertellen.’ ‘Ja, dat zegt iets over hun ware inborst. Sex speelt in eerste instantie geen rol.’ ‘Wil je nu wel of geen sex?,’ wring ik me in het gesprek. ‘Sex is samenzijn en knuffelen. Eigenlijk is sex totaal onbelangrijk. Alleen aan de voorwaarden ervan moet voldaan zijn.’ De gastvrouw mengt zich vanuit de keuken in het gesprek: ‘Ze moeten interesse tonen en actief luisteren. Het moet geen lompe boer zijn. Gewoon een lekkere, sportieve vent.’ Beide andere vrouwen vullen de luistereigenschap aan: samen dingen doen, wandelen, shoppen, bioscoop en museum bezoeken, gezamenlijke interesses ontdekken. ‘Laat hem in godsnaam ook intellectueel zijn en zeker geen gierigaard,’ zegt de vriendin met blosjes van opwinding op haar wangen. Ik vraag hoe ze op een kandidaat reageert die aan alle eisen voldoet, maar werkeloos is. ‘Nu ja, als hij dan maar handig is en kan poetsen.’ Mieke vraagt me of ik de advertentie wil schrijven. Haar vriendin kijkt me verwachtingsvol aan. Ze zal hem plaatsen als ik het doe, belooft ze. De gastvrouw nodigt ons aan tafel voor het voorgerecht. De met knoflookolie gemarineerde scampi’s tussen veldsla met kruidendressing smaken verrukkelijk. De hartenwens van Miekes vriendin is vervaagd en ze geniet van het ogenblik zonder andere verlangens. ’s Avonds thuis sla ik de foto’s in de computer op, print de balkonscene met koolmees voor de gastvrouw af en concipieer ik voor Miekes vriendin een tekst: Hoewel ik niet kan koken, lui ben en ontevreden over mijn voorkomen (al denken mijn vriendinnen daar anders over), mezelf onder de molligen schaar en tegen de vijftig loop, klaar ik op bij de gedachte aan een man die kan luisteren, genieten van een wandeling, film of museumbezoek en die graag een boek leest, maar ook een gesloten boek met een uitbundig omslag. Guus Martens
In
de begin tijd van het bestaan van schouwburg Orpheus was Bert Wouters onze
tweede toneelmeester. Een echte Brabander met als stopwoord “nondeju”. Bert
was brildragend en zonder bril volkomen hulpeloos We woonden vlak bij elkaar en
reden meestal samen op onze brommers naar huis Op een dag was er iets van het zuivelbureau
en Bert had een rond kaasje (een echt Edammertje) “versierd”. Toen we naar
huis gingen stopte Bert het kaasje tussen z’n jas en stapte op zijn brommer.
Het ging niet lang goed. Al in het straatje van Streng ging het mis. Het was
daar altijd glad door de olie van de geparkeerde vrachtwagens. Bert, die niet
alleen op de weg lette maar ook een schuin oog op zijn kaasje hield, gleed
onderuit. Daarna ontstond er een komedie, die op het toneel niet zou hebben
misstaan. In z’n val verloor hij z’n kaasje en z’n bril. Het kaasje rolde
vrolijk terug richting Orpheus, met daar achteraan
een nietsziende, in het wildeweg graaiende Bert. Onderweg werd er royaal
gebruik gemaakt van z’n stopwoord. Uit-eindelijk heeft het kaasje toch zijn juiste bestemming gevonden.
Joop
van der Hoorn Apeldoorn
Toen Orpheus Apeldoorn nog geen congrescentrum maar nog gewoon een theater was, waren er behalve de voorstellingen ook al andere zaken aan de orde. Zo was er er bijvoorbeeld eens een voorlichtingsprogramma over groente en fruit, waarbij het hele toneel was ingericht als een enorme marktkraam. Alles was voorradig: prachtig gepoetste appels en peren, druiven, pruimen… in zulke hoeveelheden zag je ze in de winkel niet. Diverse groenten lagen mooi uitgestald, gesorteerd naar kleur, een schilderij was er niks bij. Omdat alles er zo mooi uitzag, werd de verleiding soms wel erg groot en af en toe verdween er ook wel eens een appeltje of een worteltje. Na afloop vroeg iedereen zich af wat er met al die weelde zou gebeuren. We waren het er wel over eens dat het er niet alleen erg mooi uitzag, maar ook extra lekker smaakte. In gedachten zag iedereen de familie-fruitmand al rijk gevuld in de huiskamer staan pronken. Tot onze grote verbijstering verdween echter alles in de container om te worden vernietigd. Toch ging niet alles aan onze neus voorbij, want toen alles opgeruimd was kregen we als dank voor de prettige samenwerking allemaal een zak fruit en groente mee naar huis. Terloops werd ons nog even meegedeeld, alles wat op het toneel had gestaan niet eetbaar meer was omdat er een beschermlaag op gespoten was. Dit in verband met de spots die er de hele dag op stonden te schijnen en om de appeltjes extra te laten glimmen. De organisatoren hebben zich misschien afgevraagd waarom we toen plotseling allemaal wat bleekjes om de neus werden…
Joop van der Hoorn Apeldoorn
Na het
veelvuldig experimenteren met mijn kristalontvanger wilde ik een echte radio.
Dus ging ik voor de onderdelen naar “Stuut en de Bruin” (voor de Hagenees
een begrip). Het moest een eenvoudige tweekringer worden, met drie buizen, een
EF9, EF6, een EL3 als eindlamp en voor
de voeding een AZ1. Maar deze buizen kwamen later wel, als ik eerst de
lampvoeten maar had en om al vast aan de gang te kunnen nam ik de maat op van de
transformatoren en andere grote onderdelen, die een plaatsje op het te maken
chassis moest krijgen. Met de vier lampvoeten en nog een zakje met wat
onderdeeltjes en een glimmende plaat aluminium onder de arm toog ik tevreden
huiswaarts. Na het aftekenen van het chassis volgde het eigenlijke werk: het
wegknippen met de blikschaar van een vierkant stukje uit de hoeken en het
uitsnijden van de ronde gaten met een booromslag en tot slot werd de plaat
gevormd tot een ongeveer 10 cm hoge doos. Daarna werden de lampvoeten gemonteerd
en de transformatoren en de afstemcondensator die ik inmiddels ook had
aangeschaft. De antennespoel en de rest van de onderdelen werden aan de
onderkant gemonteerd en klaar was de radio. Maar het mooiste moment moest nog
komen, het uitproberen van de radio. De lange antenne die ik voor mijn
kristalontvanger had aangeschaft kwam
nu goed van pas en ja hoor wat een feest! hij deed het. Hilversum 1 en Hilversum
2 werden goed ontvangen. Brussel wat minder, maar die stad lag ook verder weg. Het grijze
verleden is verflauwd, nieuwe tijden zijn aangebroken. Alles is beter,
handiger,en volmaakter en bereikbaarder geworden. Maar of het leuker is geworden
betwijfel ik. Joop
van der Hoorn Apeldoorn Lekker een dagje toeren met de bromscooter Op vier Mei 2004 was het een mooie dag ongeveer 22 graden en ik dacht ik ga vandaag eens lekker toeren met mijn bromscooter en ik besloot om naar Vaals Nederland ( Limburg ) te gaan, maar eenmaal daar aangekomen besloot ik om nog wat verder te gaan richting St. Vith ( Ardennen ). Via Eupen, Malmedy enz. Op een gegeven moment was ik de weg kwijt en vroeg de weg aan verschillende mensen, maar ik versta geen woord Frans laat zwijgen over spreken. Wij Limburgers kunnen ons heel goed behelpen met Engels, Duits en Nederlands, maar in het Frans talige België is er naar mijn mening geen enkele persoon die een andere taal spreekt als zijn eigen moederstaal terwijl België toch eigenlijk drie talig is. Op een gegeven moment dacht ik je moet het maar eens vragen aan een jonger iemand, aan iemand die vermoedelijk nog op school zit of net afgestudeerd is met de gedachte die zal vast wel een buitenlandse taal spreken, dus ik ging naar een meisje van ongeveer twintig jaar en vroeg de weg en vroeg aan haar in het enige Frans dat ik kan parles vous ( hetgeen betekent spreekt u ... ... ) English, Duits, Maar helaas geen enkele buitenlandse taal nog geen yes of no terwijl Engels toch een van de drie wereld talen is. Ik heb het nog een paar keer geprobeerd met jongere mensen, maar ik ben er geen enkele persoon tegen gekomen die een andere taal spreekt. Ze doen zelfs geen enkele aanstalte om je te helpen in een andere taal als in het Frans. Dus ik vraag mij af krijgen ze hier geen Engels op school of zo. In Duitsland heb je ongeveer hetzelfde verhaal daar zul je ook weinig mensen tegen komen die een andere taal spreken dan hun moederstaal. Wij Nederlanders zullen ons altijd moeten aanpassen, dat zie je ook op de TV wij moeten altijd de Taal spreken van de buitenlandse gast en nooit andersom als wij gast zijn in het buitenland. Ik zelf heb daar wel geen moeite mee, maar ik vind het wel vreemd waarom deze mensen zich op dat gebied niet willen of kunnen aanpassen, want Engels of Duits en soms ook wel Frans zijn voor Nederlanders toch eigenlijk talen waar we ons mee kunnen behelpen in geval van nood. Geert Jessen |
|