|
|
|
(klik
op de plaatjes om ze te vergroten) Paul
Vlaanderen was een hoorspelserie die vanaf eind dertiger jaren van de vorige
eeuw tot ver in de zestiger jaren werd uitgezonden door de AVRO. De oorspronkelijke verhalen werden geschreven door Francis Durbridge. Durbridge werd op 25 november 1912 geboren in Hull (Yorkshire). Tijdens zijn middelbare school tijd moedigde zijn leraar Engels hem aan om te gaan schrijven. Dit deed hij en hij ging hiermee door tijdens zijn studie Engels aan de Universiteit van Birmingham. Nadat hij in 1933 afgestudeerd was werkte hij een tijdje als kantoorbediende bij een effectenmakelaar, totdat hij op 21-jarige leeftijd een hoorspel ("Promotion") verkocht aan de BBC.
Francis
Durbridge De
BBC vond hem zo goed dat men hem verzocht om nog meer hoorspelen te schrijven.
En dat deed hij. In 1938 creëerde hij, samen met de journalist Steve Trent, de
figuur Paul Temple. Een detectiveschrijver die zelf ook voor detective speelde.
De eerste hoorspelserie, "Send For Paul Temple" genaamd, bleek zo
populair te zijn dat de BBC zo'n 7.000 brieven ontving om er mee door te gaan.
De verschillende hoorspelseries werden gedurende meer dan 30 jaar uitgezonden.
In 1940 trouwde Durbridge met Norah Elisabeth Lawley (ze kregen twee zoons) en
ging hij samen met haar de Paul Temple hoorspelen schrijven. Temple loste
gedurende verschillende afleveringen talloze misdaden op. In
1968 werd de laatste uitgezonden door de BBC, "Paul Temple and the Alex
Affair", eigenlijk een bewerking van de eerste reeks, "Send for Paul
Temple". Er
kwamen ook verschillende boeken uit met de figuur Paul Temple in de hoofdrol die
Durbridge soms samen met anderen schreef, onder andere John Thewes, Douglas
Rutherford en Charles Hatton. De
vier Paul Temple films die in de veertiger en vijftiger jaren uitgebracht werden
waren niet zo'n groot succes. In
1952 kwam de eerste miniserie op de televisie "The Broken Horseshoe".
En er volgden er nog meer. De series kregen van de BBC het grootste budget voor
misdaadseries uit die tijd. In 1980 was de laatste van de reeks, "Breakaway". De
series op radio en televisie werden beroemd om wat we nu "cliffhangers"
noemen, een spannend laatste deel van de aflevering waardoor je wel naar de
volgende aflevering "moet" luisteren of kijken. Francis
Durbridge overleed, na een lang ziekbed, 85 jaar oud, op 11 april 1998 thuis in
Londen. Alle
series werden naar het buitenland verkocht en ook zijn boeken zijn in vele talen
vertaald. Zo
werd de radioserie Paul Temple ook verkocht aan de AVRO in Nederland. En in 1939
volgde de eerste uitzending. De hoofdpersoon heette in Nederland niet Paul
Temple maar Paul Vlaanderen. Deze naam werd aan de persoon in de hoofdrol
gegeven door de toenmalige directeur van de AVRO, Willem Vogt. Er zijn
verschillende lezingen over hoe hij aan de achternaam gekomen is. De een zegt
dat het de naam van de tuinman van Vogt was, de ander zegt dat het de naam van
de jongste bediende van de AVRO was. De
meeste hoorspelen werden in het Nederlands vertaald door Johan Bennink, wiens
echte naam Jan van Ees was. Jan van Ees speelde ook de rol van Paul Vlaanderen.
Vanaf 1948 mocht zijn vrouw Ina, vertolkt door Eva Janssen, hem in alle
gevaarlijke situaties terzijde staan. De rol van Vlaanderen's assistent Charley
werd gespeeld door de latere nieuwslezer Donald de Marcas. Door hem werd de
opmerking "Oki Doki" populair. Jan van Ees en Eva Janssen De
regie was tot 1959 in handen van Kommer Kleijn en daarna regisseerde Dick van
Putten de hoorspelen. Veel van de muziek werd gecomponeerd door Koos van de
Griend. Gedurende
de Tweede Wereldoorlog werden er geen afleveringen van Paul Vlaanderen
uitgezonden, maar al snel daarna weer wel. Achtergrondgeluiden werden in de studio gemaakt. Als er over kiezels gelopen werd, liep iemand in de studio in een grindbak. Een gierende wind werd gemaakt met een houten draaitrommel voorzien van latten die bespannen waren met linnen dat tegen een zware lap aanschuurde. Naarmate men harder draaide werd de wind krachtiger. Onweer werd gemaakt met een dun stuk aluminiumplaat dat aan beide zijden vastgehouden werd en op en neer geschud werd. Paardengetrappel werd gemaakt met halve kokosnotenbasten. Al deze effecten werden gebruikt om het hoorspel nog spannender te maken.
Windmachine Paul
Vlaanderen hield miljoenen gezinnen rond kachel en radio gekluisterd. Afgezien
van spelletjes hadden gezinnen niet veel anders te doen: andere
radioprogramma’s waren er nauwelijks, televisie ontstond pas in de jaren
zestig en toen het er was, was er één zender die niet eens elke dag uitzond. Een
overzicht van de in Nederland uitgezonden hoorspelen: Spreek
met Vlaanderen en het komt in orde (feb. 1939) Paul
Vlaanderen en de mannen van de frontpagina (mei 1939) Paul
Vlaanderen en het Z-4 mysterie (apr. 1940) Paul
Vlaanderen en het Rex mysterie (feb. 1946) Haal
Paul Vlaanderen er weer bij (okt. 1946) Paul
Vlaanderen contra de markies (apr. 1947) Paul
Vlaanderen wordt onthaald (aug. 1947) Paul
Vlaanderen en het Gregory mysterie (nov. 1947) Paul
Vlaanderen en Ina (okt. 1948) Paul
Vlaanderen grijpt in (feb. 1949) Paul
Vlaanderen en het Sullivan mysterie (nov. 1949) Paul
Vlaanderen en het Carson mysterie (ok.t 1950) Paul
Vlaanderen en het Madison mysterie (jan. 1951) Paul
Vlaanderen en het van Dyke mysterie (sep.t 1951) Paul
Vlaanderen en het Jonathan mysterie (jan. 1953) Paul
Vlaanderen en het Gilbert mysterie (sept. 1954) Paul
Vlaanderen en het Lawrence mysterie (sept. 1956) Paul
Vlaanderen en het Spencer mysterie (jan. 1958) Paul
Vlaanderen en het Conrad mysterie (sept. 1959) Paul
Vlaanderen en het Margo mysterie (sept.1962) Paul
Vlaanderen en het Milbourne mysterie (jan. 1966) Paul
Vlaanderen en het Alex mysterie (jan. 1969) Paul
Vlaanderen en het Media mysterie (apr. 1998) In
1947 was de behoefte aan een nieuwe aflevering in Nederland zo groot dat Bob de
Haan een Vlaanderen hoorspel mocht schrijven met de titel "Paul Vlaanderen
wordt onthaald". Ter
gelegenheid van het 75-jarig bestaan van de AVRO werd in 1968 door de schrijver
van misdaadromans Tomas Ross een speciale aflevering van Paul Vlaanderen
geschreven, " Paul Vlaanderen en het Media mysterie". In
juni 2004 werd de aflevering "Paul Vlaanderen en Ina" opnieuw
opgenomen onder regie van Marlies Cordia. Dit was een project van Visio in
samenwerking met het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid. (klik
op de plaatjes om ze te vergroten) Al jaren had de mensheid naar de lucht gestaard en
men had zich afgevraagd wat er op die planeten en sterren in het heelal te
vinden zou zijn. In 1960 werden bemande reizen door de ruimte werkelijkheid.
Maar men wilde verder gaan. Men wilde nu landen op de enige natuurlijke
satelliet van de aarde, de maan. Op 25 mei 1961 had president Kennedy publiekelijk verklaard dat er voor het eind van de zestiger jaren een Amerikaan op de maan zou staan. En tot aan de Apollo 11 was dat alleen maar een belofte gebleken. Maar met de lancering van de Apollo 11 leek dat eindelijk werkelijkheid te gaan worden. Het succes van de Apollo vluchten was essentieel om aan te tonen dat Amerika ten tijde van de Koude Oorlog een technologische voorsprong had op de Sovjets. Door een samenbundeling van persoonlijke betrokkenheid van de president, technologische kennis, economische welvarendheid en publieke instemming, werd het mogelijk om dit ambitieuze Apollo programma vanaf 1961 ook daadwerkelijk uit te voeren. En het was aan NASA en andere betrokken federale overheden om deze, door Kennedy gedane belofte, te realiseren. Tegen de tijd dat het doel bereikt werd in
1969 waren er maar weinig mensen over van degenen die in 1961 de beslissing over
het ruimtevaartprogramma genomen hadden. Kennedy werd in 1963 vermoord,
wetenschappelijk adviseur Jerome B. Wiesner
keerde kort daarna terug naar het Massachusetts Insitute of Technology,
Lyndon B. Johnson de opvolger van Kennedy verliet in januari 1969 het Witte
Huis. De leider van NASA James Webb, die vanaf het begin bij het Apollo project
betrokken was, verloor in de loop der tijd steeds meer krediet, onder andere
door een ongeluk met de Apollo in 1967 waarbij drie astronauten om het leven
kwamen. Hij trad in oktober 1968 af. Een belangrijke stap op weg naar de maanlanding was
de vlucht van de Apollo 8, die gelanceerd werd op 21 december 1968. Aan boord
waren de astronauten Frank Borman, James Lovell en William Anders. Dit werd een
vlucht waarbij voor het eerst op 24 en 25 december een rondje gemaakt werd om de
maan. De Apollo 8 landde in zee op 27 december. Iedereen was enthousiast. Het
was een van de weinige positieve gebeurtenissen te tijde van de Vietnam crisis
en de rassenrellen die er in die tijd plaatsvonden. Even waren de Amerikanen
bezig met deze bijzondere gebeurtenis. Apollo 9 en Apollo 10 draaiden weer alleen maar
rondjes rond de aarde en dat voegde eigelijk weinig meer toe aan het doel om op
de maan te landen.
Boven hun hoofd draaide Michael Collins met de
Apollo nog steeds rondjes om de maan. De eerste twee uur dat ze op het
maanoppervlak stonden gebruikten Armstrong en Aldrin om alle systemen van de
maanlander te checken. Daarna gebruikten ze hun eerste maaltijd op de maan. Na
het eten besloten ze om uit de maanlander te gaan. Dat was iets eerder dan er
oorspronkelijk gepland was. Ze controleerden eerst uitvoerig hun
zuurstofvoorziening op hun rug en uiteindelijk liep Armstrong naar de uitgang.
Een camera op de maanlander legde vast hoe hij 109 uur en 15 minuten na vertrek
op 20 juli 1969 om 9.15 uur EST zijn eerste contact met het maanoppervlak
maakte. Door de camera kon iedereen op de wereld deze live beelden volgen. En
toen Armstrong voor het eerst voet op de maan zette sprak hij de historische
woorden: "That's one small step for man, one giant leap for mankind."
(het is een kleine stap voor een man/mens, maar een gigantische sprong voor de
mensheid). Aldrin volgde hem al snel en de twee sprongen wat rond
Het volgende zei de bemanning van de maanlander
Eagle over hun verblijf op de maan: Neil Armstrong: Tijdens de laatste fase van de afdaling naar de maan keken we naar het gebied waar we zouden neerkomen en zagen we een grote krater. We besloten om daar niet te landen. We wilden wat verderop landen, maar het maanstof waaide op. Dat maakte ons wat ongerust omdat we niet goed meer onze hoogte en onze grondsnelheid konden zien als we zouden landen. Het is wel belangrijk om tijdens de landing niet je teen te stoten. Radioverslag: HOUSTON: 30 seconden (voor die tijd was er maar
genoeg brandstof). EAGLE: Licht contact ! OK, motor uit
.. beveiliging landingsmotor uit …. HOUSTON: Wij ontvangen jullie,
Eagle. EAGLE: Houston, Tranquility Base (= Mare Tranquilitatis
basis) hier. En dan volgen de historische woorden: "The
Eagle has landed" (de Eagle is geland). HOUSTON: Begrepen, Tranqulity. We
ontvangen jullie hier op de grond. We hebben heel wat mensen die opgelucht zijn.
We ademen weer. Dank je wel. TRANQUILITY: Dank je … Dat moet wel een erg lange
afdaling geleken hebben. De stuurautomaat stuurde ons recht op een krater af, zo
groot als een voetbalveld, met een groot aantal keien en stenen. We zijn dan ook
handmatig over het gebied gevlogen om een tamelijk goed landingsgebied te
vinden. HOUSTON: Begrepen, goed ontvangen. Het was prachtig van hieruit,
Tranquility, over. TRANQUILITY: We komen wel terug op de details over wat er te
vinden is, maar het ziet eruit als een verzameling stenen met een variëteit aan
vormen, hoeken en korrels. HOUSTON: Begrepen Tranquility. We
kunnen jullie mededelen dat er in deze kamer en over de hele wereld veel
lachende gezichten te zien zijn. TRANQUILITY: Er zijn er twee hierboven.
COLUMBIA: En vergeet die ene in het moederschip niet. Armstrong vertelde later: Toen we eenmaal op het
maanoppervlak stonden dwarrelde het stof gelijk neer en hadden we een prachtig
zicht op de omgeving van de maanlander. We zagen een grote krater en veel
kleinere kraters. Het oppervlak van de maan bestond uit fijn gruis. Aan alle
kanten zagen we verbazingwekkend veel rotsen van verschillende groottes. Voor
ons vertrek hadden veel experts gezegd dat een groot deel van de moeilijkheden
die mensen zouden ondervinden op de maan veroorzaakt zou worden door de vreemde
eigenschappen van de atmosfeer en het gravitatieveld. Dat bleek niet het geval.
Na de landing voelden we ons comfortabel met de aantrekkingskracht van de maan.
Volgens ons was het in ieder geval beter dan gewichtloosheid of de
aantrekkingskracht van de aarde. Toen we op de ladder stonden voelde het aan als
de simulaties van de zwaartekracht van de maan, zoals we die op aarde ondergaan
hadden. Er waren geen moeilijkheden bij het afdalen van de ladder. De laatste
stap was ongeveer een meter tot het maanoppervlak en ik was
er wat bezorgd over of we later weer terug aan boord van de maanlander
zouden kunnen komen. Dus oefenende ik dit eerst een paar keer voordat we de
camera meenamen. Aldrin zei hierover: We openden de deur van de
maanlander en Neil stapte achteruit door de kleine opening. Het leek wel een
eeuwigheid voordat ik Neil hoorde zeggen: "That's one small step for man,
one giant leap for mankind." Binnen vijftien minuten stapte ik onhandig
ruggelings door de deur en op het maanoppervlak om Neil te vergezellen. Zoals
alle toeristen had ik mijn camera klaar om mijn aankomst te
Aldrin: Ik begon te joggen om mijn wendbaarheid te
testen. Deze oefening bezorgde me een vreemde sensatie en het was voor mij nog
vreemder toen ik het later in opnames terugzag. Met die enorme pakken aan leek
het of we ons in slow motion voortbewogen. Ik merkte meteen dat mijn traagheid
groter was. Ik maakte drie, vier stappen waar ik op aarde er maar één gemaakt
zou hebben om dezelfde afstand te overbruggen. Op aarde woog ik ongeveer 160
kilo met al die bepakking. Op de maan was dat maar zo'n 27 kilo. Op een bepaald
moment zag ik hoe mooi het landschap was. Een schitterende woestenij. Ik werd
getroffen door de scherpte van de schaduw en de woestijnachtige dorheid van de
rest van het oppervlak. De volgende dag werden de raketten van de maanlander
ontstoken en werd de maanlander in een baan om de maan gebracht. Vervolgens werd
de maalander weer aan het moederschip gekoppeld.
De bemanning van de maanlander keerde weer terug in het moederschip.
Daarna begon de terugkeer naar de aarde en daar plonsden ze op 24 juli, 195¼
uur na vertrek, in zee. De maanlander werd drie dagen voor de landing
losgekoppeld van de Apollo, de locatie van inslag is onbekend, maar
waarschijnlijk ergens in de Stille Oceaan. Na de landing trokken de astronauten
speciale biologische isolatiepakken aan. Ze werden opgehaald door helikopters en
aan boord gebracht van de USS Hornet. De Apollo bemanning en de door hun
verzamelde monsters werden aan boord in isolatie geplaatst. Ook de capsule van
de Apollo 11 werd, drie uur na de landing, aan boord van de USS Hornet gehesen.
Het doel om mensen op de maan te brengen en weer veilig te laten terugkeren was
daarmee bereikt. De hele wereld was in extase over deze gebeurtenis.
Er volgden ontvangsten voor de astronauten in vele landen. Daarna volgden er nog vijf missies naar de maan tot
aan december 1972. Bij elke expeditie verbleef men langer op het maanoppervlak.
Drie expedities werkten zelfs met een maanwagentje, waarbij astronauten in de
buurt van de landingsplaats rondreden. Geen van deze expedities bracht echter de
opwinding die over de wereld gevoeld werd bij de vlucht van de Apollo 11,
behalve dan de vlucht van Apollo 13 die bijna verloren ging en die de wereld
lange tijd in spanning hield. Kijk hier naar een clip over de landing (klik
op de plaatjes van dit hoofdstuk om ze te vergroten)
De lancering
sloeg overal in de wereld in als een bom en vooral de Amerikanen waren
verbijsterd omdat ze dachten een grote wetenschappelijke en technologische
voorsprong op de Sovjet Unie te hebben. In Amerika had
de International Council of Scientific Unions al in 1952 besloten om de tijd van
1 juli 1957 tot 31 december 1958 te bestempelen als het Internationale
Geografische Jaar, omdat wetenschappers wisten dat de cyclus van
zonneactiviteiten dan op zijn hoogtepunt zouden zijn. In oktober nam de Council
een resolutie aan om in die periode satellieten te lanceren om de aarde
geografisch in kaart te brengen. In juli 1955 kondigde het Witte Huis aan dat er
plannen waren om een satelliet te lanceren en nodigde daarbij de gouvernementele
onderzoeksinstituten uit om een satelliet te ontwikkelen. In september 1955 werd
uit de verschillende voorstellen het Vanguard project van het Naval Research
Laboratory uitgekozen. De lancering
van de Spoetnik veranderde echter alles voor de Amerikanen. De afmetingen van de
Spoetnik waren indrukwekkend, namelijk veel groter dan die van de Vanguard. Maar
ook het gewicht van de satelliet was een enorm verschil met die van de Vanguard
die maar 1,58 kilo zou wegen. Eerst dacht men dat er een fout gemaakt was bij
het vermelden van het gewicht en dat dit maar 8,36 kilo was, maar het bleek
inderdaad te gaan om een gewicht van 83,6 kilo. Het was midden
in de tijd van de koude oorlog en de Amerikanen vreesden nu dat de Sovjet Unie
in staat zou zijn om snel ballistische raketten te ontwerpen die tot in de
Verenigde Staten konden komen. Direct na de
lancering van de Spoetnik-1 barste er een stroom van kritiek los op de regering
en de toenmalige president Eisenhower. Men verweet hun laksheid. Er ontstond
zelfs een spotgedichtje dat door het hele land verspreid werd: Oh little Sputnik, flighing
high You
say on fairway and on rough Het Ministerie
van Defensie reageerde op de politieke en publieke verontwaardiging door, naast
het Vanguard project, nog een tweede project goed te keuren. Dat was het
Explorer project van de Duitser Wernher von Brown, die tijdens de Tweede
Wereldoorlog raketten ontworpen en gebouwd had die gericht waren tegen Engeland.
In die tijd was Von Brown nog Duitser, maar hij werd snel tot Amerikaan
genaturaliseerd.
De Amerikanen reageerden eindelijk met de lancering van de eerste Vanguard op 6 december 1957. Maar dat ging totaal mis. Onder het oog van de toeschouwers en miljoenen televisiekijkers kwam de raket een paar meter van de grond, zakte toen terug en explodeerde vervolgens. Op 31 januari
1958 keerde het tij voor de Amerikanen en waren ze eindelijk succesvol met de
lancering van de door Von Brown ontworpen, Explorer-1. De satelliet was
uitgerust met apparatuur om de magnetische velden van de aarde te meten. Het
werd de eerste van een lange reeks Explorers die wetenschappelijk onderzoek
uitvoerden. Maar ook de
Sovjet Unie kende een mislukking toen op 3 februari 1958 de Spoetnik-3
gelanceerd werd. Deze kwam niet hoger dan zo'n 12 kilometer en viel vervolgens
terug naar de aarde. Op 15 mei 1958 werd de nieuwe Spoetnik-3 wel met succes
gelanceerd. Deze deed onder andere onderzoek naar de kosmische straling. Als gevolg van
deze ruimtewedloop kwam op 1 oktober 1958 de National Aeronautics and Space
Administration tot stand, beter bekend als NASA. Het werd het
begin van het Apollo project waardoor er uiteindelijk een mens op de maan kwam.
In het beging
stonden de Verenigde Staten welwillend tegenover de machtswisseling. Maar Castro
begon Amerikaanse bedrijven zonder enige vorm van compensatie te nationaliseren.
En de meeste Amerikanen vertrokken dan ook van het eiland met achterlating van
veel van hun bezittingen. Ook veel Amerikaans gezinde Cubanen vluchtten naar de
Verenigde Staten. Dat zinde de Verenigde Staten natuurlijk niet. Ze begonnen
anti-Castro gezinden financieel en militair te steunen. Daarnaast vaardigde de
Amerikaanse president Dwight D. Eisenhower een handelsboycot af. Ter
bescherming van zijn regime zocht Castro op zijn beurt steun bij de Sovjet Unie.
In 1960 sloot Castro een handelsovereenkomst met de Sovjet Unie, waarbij ze, in
ruil voor suiker, olie, machines en geld ontvingen. Omdat Cuba steeds meer onder
invloed kwam van de Sovjet Unie verbrak Eisenhower in januari 1961 de
diplomatieke banden.
Intussen was
Fidel Castro op zoek naar een manier om Cuba te beschermen tegen een inval door
de Verenigde Staten. Sinds de aanval via de Varkensbaai voelde Castro dat een
tweede inval onvermijdelijk was. Daarom ging hij akkoord met Chroestsjov's plan
om raketten op Cuba te plaatsen. In de zomer van 1962 werkte de Sovjet Unie snel
en in het geheim aan de opbouw van deze raketinstallaties. Eind juli 1962
ontdekte de CIA dat er een toename was van de militaire hulp van de Sovjet Unie
aan Cuba. Eind augustus kreeg men, door middel van foto's, het bewijs in handen
dat er raketten aanwezig waren op
het eiland. Begin oktober ontdekte men dat er per schip bommenwerpers vervoerd
werden naar Cuba. Echt concrete aanwijzingen dat er raketinstallaties op Cuba
gebouwd werden had men echter niet. De crisis
begon op 14 oktober 1962. Een spionagevliegtuig van de Verenigde Staten maakte
foto's waarop te zien was dat er daadwerkelijk raketinstallaties gebouwd werden
op Cuba. Met een tweede spionagevlucht van 15 oktober werd dit vermoeden
bevestigd. De volgende morgen werd president Kennedy hiervan op de hoogte
gesteld. De president organiseerde direct een bijeenkomst van de Ex Comm, een
groep van twaalf van zijn belangrijkste adviseurs, om te bespreken hoe ze deze
crisis moesten aanpakken. Deskundigen verzekerden dat de raketinstallaties
binnen tien dagen volledig operationeel zouden kunnen zijn. Na zeven dagen van
geheime bijeenkomsten en intensieve debatten besloot Kennedy om met een
zeeblokkade van marineschepen Cuba te isoleren van de maritieme buitenwereld.
Hij wilde voorkomen dat er nog meer wapens vanuit de Sovjet Unie aangevoerd
konden worden. Op 22 oktober
maakte hij de ontdekking van de raketinstallaties op Cuba en zijn besluit om
Cuba te isoleren wereldkundig. Hij kondigde tegelijk aan dat iedere raket die
vanuit Cuba gelanceerd zou worden, zou worden beschouwd als een aanval van de
Sovjet Unie op de Verenigde Staten. Hij eiste daarom dat de Sovjet Unie al haar
offensieve wapens van Cuba zou verwijderen.
Op 23 oktober
1962 gaf Chroestsjov een verklaring uit die behelsde dat de raketten alleen
bedoeld waren voor de verdediging van Cuba tegen een aanval van buitenaf. De spanning
begon zich in beide kampen op te bouwen. Kennedy beval om iedere twee uur een
verkenningsvliegtuig te sturen om de situatie te bekijken. Op 24 oktober 1962 beschuldigde Chroestsjov de Verenigde Staten van
piraterij en kondigde aan dat de Sovjet Unie een passend antwoord op deze
agressie zou geven. Op 25 oktober breidde Kennedy de zeeblokkade uit en verhoogde de militaire
paraatheid van alle troepen. Die dag bereikte het eerste Sovjet schip de
zeeblokkade. Het was een olietanker en de Amerikaanse marine liet het schip
ongehinderd passeren. En tot ieders verbazing keerden de schepen die raketten
aan boord hadden plotseling om. De opbouw van de raketinstallaties op Cuba ging echter gewoon door. En
Kennedy begon met het plannen van een militaire aanval op Cuba. Op 26 oktober
werd een brief van Chroestsjov ontvangen waarin hij voorstelde om de raketten en
het Sovjet personeel van Cuba terug te halen als de Verenigde Staten zouden
garanderen dat ze Cuba niet zouden binnenvallen. Op 27 oktober
was de ergste dag van de crisis. Een Amerikaanse spionagevliegtuig werd boven
Cuba neergeschoten en er werd een tweede brief van Chroestsjov ontvangen waarin
hij stelde dat de Verenigde Staten haar raketten uit Turkije moest verwijderen
in ruil voor terugtrekking van de Sovjet raketten uit Cuba. Minister van
Justitie Robert Kennedy stelde voor om de tweede brief te negeren en hij nam
contact op met de Sovjet ambassadeur Anatoly Dobrynin om hem mede te delen dat
de Verenigde Staten akkoord gingen met het eerste voorstel. In het geheim werd
echter ook aangeboden om de Amerikaanse raketinstallaties uit Turkije te
verwijderen. Op 28 oktober
nam de spanning af toen Chroestsjov aankondigde dat de Sovjet Unie haar raketten
van Cuba zou terugtrekken omdat hij erop vertrouwde dat de Verenigde Staten Cuba
niet zouden binnenvallen. Daarna volgden verdere besprekingen om deze
overeenkomst uit te werken, inclusief de eis dat de Sovjet Unie ook haar
bommenwerpers van Cuba moest verwijderen en de uitwerking van de exacte
formulering van de belofte dat de Verenigde Staten Cuba niet zouden
binnenvallen. In
november1962 had de Sovjet Unie de raketten en bommenwerpers van Cuba verwijderd
en werd de zeeblokkade opgeheven. Tijdens de
Cubacrisis was de wereld het dichtst ooit bij een nucleaire oorlog. De troepen
van de Verenigde Staten waren in hoogste staat van paraatheid en de Sovjet
commandanten in Cuba waren bereid om de raketten te lanceren als Cuba door de
Verenigde Staten zou worden aangevallen. Alleen omdat op het laatst Kennedy en
Chroestsjov het hoofd toch nog koel hielden werd een catastrofe voorkomen. Hoe dicht de
wereld in die tijd bij een nucleaire oorlog was bleek echter pas dertig jaar
later toen de archieven van de Sovjet Unie openbaar werden. Zonder dat de CIA
hiervan wist hadden de Sovjets, naast de strategische raketten, ook ongeveer 100
nucleaire wapens Cuba binnengebracht.
Maar, terwijl de Verenigde Staten er niet van op de hoogte waren dat er nucleaire wapens aanwezig waren op Cuba, was Chroestsjov wellicht wel bereid geweest om deze wapens in te zetten als de Verenigde Staten werkelijk Cuba waren binnengevallen. |
|