|
|
|
Ik
heb een kerstverhaal voor kinderen geschreven en er tekeningen bijgemaakt. Het
is geschikt om voor te lezen en voor kinderen om zelf te lezen. Leeftijd 6 - 9
jaar. Er zijn 6 hoofdstukken. Het gaat over een jongen die zich verveelt in de
kerstvakantie. Hij gaat in bad waar zijn moeder droompoeder in heeft gedaan en
beleeft een spannend avontuur. Het
mag geprint worden als mensen het leuk vinden. Ilse
Steel De vreemde Kerstavond van Rolf
door
Ilse Steel
HOOFDSTUK 1 HET DROOMPOEDER
Rolf
Wouters gaapte hartgrondig, het was kerstvakantie en al zijn vriendjes waren
weg. Hij verveelde zich een aap of te pletter, wat hij van zijn moeder niet
mocht zeggen, maar toch lekker deed als ze het niet hoorde. Het regende
pijpestelen, dus van buiten spelen kwam ook al niets. Met de Lego was hij
uitgespeeld, hij had al drie verschillende steden gebouwd, die zijn vader en
moeder erg mooi vonden maar hij had het nu wel gezien! Van de computerspelletjes
werd hij ook melig, de pieuws en pangs vlogen hem al lang genoeg om de oren, hij
deed er maar watjes in. Ook dat verveelde gauw.
"Dooie
boel," mopperde Rolf. "Gingen we ook maar ergens heen, naar oom Paul
en tante Joke met de tweeling Jaap en Saskia." Jaap was gaaf en zijn beste
vriend, met Saskia kon je ook wel lachen. Maar papa en mama wilde wel eens een
keer een rustige kerst. "Nou," dacht Rolf "moeten ze
naar een bejaardentehuis gaan, rust zat!" "Nee" dat was ook niet
eerlijk, ze sleepten hem overal mee naar toe en hadden echt tijd voor hem.
"Waar was hij allemaal al niet geweest" dacht Rolf: "Amerika,
Denemarken, Spanje, Malta en Duitsland." Nou dat was toch echt niet niks en
hij was pas negen, kon je nagaan waar hij nog allemaal heen zou gaan. Maar hij
wilde zo graag een avontuur beleven net als in het spannende boek dat hij ‘s
avonds in bed las. Mama
riep dat hij in bad moest en snel verzamelde Rolf zijn speeltjes, een speedboot,
de Lego-raket de Lego‑astronauten en de ruimte‑politie. Rolf kleedde
zich uit en stapte in bad, "mm lekker warm mama en het ruikt zo lekker, wat
heb je erin gedaan?" "Droompoeder" zei mama, "omdat het
bijna kerstmis is, dan kun je fijn dromen in bad." "Als je dan maar
niet komt storen en papa ook niet hoor!" zei Rolf. "Nee," zei
mama "we laten je lekker dromen in bad,
maar niet vergeten om je te wassen hoor!" Rolf dacht, "ja daag,
wassen, ik lig in het water met een lekker geurtje er in, dus ik word vanzelf
wel schoon." Maar hij zei lief, "ja mam."
"Hé
hé eindelijk alleen" dacht Rolf. Hij begon met het opstellen van zijn
raket, en de lanceerbasis, jeetje wat stom die was hij vergeten. Vlug stapte hij
uit bad en viel bijna op zijn snufferd, omdat hij in de haast struikelde over
het badmatje, "rotmatje" zei hij en schopte het onder de wastafel. Op
zijn kamer pakte hij vlug de lanceerbasis en stapte weer in bad. "Eindelijk
klaar," zuchtte hij. Alles was gereed, de raket met de astronauten er in
stond op de lanceerbasis te wachten tot de aftelling begon. "Als ze nu eens
echt gingen" dacht Rolf,
"dat zou een mooie droom zijn!" Hij zakte lekker onderuit in het
schuim en begon met aftellen, 10 - 9 - 8 - 7 - 6. Bij 5 vielen zijn ogen
dicht en Rolf was in dromenland. HOOFDSTUK 2 AANKOMST OP DE PLANEET
Rolf
stond op een hoge berg en keek uit over een soort woud dat helemaal van sneeuw
en ijs was. Hij zag vreemd gevormde bergen en diepe dalen met metershoge bomen
waarvan de toppen kaarsrecht omhoog staken. Het leken wel standbeelden. In de
verte meende hij een soort weide te zien met daarop een zee van bloemen in
allerlei felle kleuren, zelfs op deze grote afstand deden je ogen er pijn van.
Rolf kneep zijn ogen een beetje dicht. "Ja in de winter liep hij niet met
een zonnebril op zak wie wel?" "Wij"
hoorde hij een stemmetje zeggen. "Huh" zei Rolf en hij keek naar
beneden. Hij viel bijna van verbazing van de berg, want daar helemaal onder aan
de berg stonden drie
Lego‑astronauten, die
hem lachend aankeken. "Je wilde toch zo graag een avontuur
beleven." zeiden ze, "nou, waar wij geland zijn met de raket, kan dat."
"O ja?" zei Rolf, die zich afvroeg of hij wakker was of droomde.
"Maar waar zijn we dan?" vroeg Rolf, "en wie zijn jullie?" Rolf
begon naar beneden te lopen langs een smal paadje en hij kreeg steeds
meer vaart. Bijna botste hij beneden tegen de
astronauten op. Hij keek ze eens goed aan en dacht "die met het
mooiste pak aan en de meeste sterren erop dat zal de kapitein wel zijn!"
"Ik ben wel heel nieuwsgierig " zei hij tegen
de drie astronauten" dus vertel het maar gauw.
De
kapitein liep naar Rolf toe gaf hem een hand en zei " zo nu weet je wie wij
zijn en dan zal ik je nu vertellen waar we zijn." "Na
een lange reis zijn we met de raket op de planeet Yavani geland." "Daar
heb ik nog nooit van gehoord en trouwens hoe hebben jullie mij mee gekregen?
“Ik ben toch veel te groot voor een legoraket" zei Rolf. "Heel
gemakkelijk we hebben je verkleind en toen kon je mee", zei astronaut
Larsen. "Dus" stotterde Rolf terwijl hij naar de kapitein keek die een
beetje stond te lachen omdat Rolf zo verschrikt keek, "daarom zijn jullie
net zo groot als ik." Wang,
de Chinese astronaut en de grapjas van het stel zei, "Nee, jij bent net zo
klein als wij." Daar moesten ze allemaal vreselijk om lachen. Rolf
vond dat hij ook wel een beetje op een Lego‑astronaut leek en hij vroeg
aan kapitein Tron waarom dat zo was. "Dat komt omdat er op deze planeet te
weinig zuurstof aanwezig is voor menselijk leven" zei kapitein Tron,
"daarom hebben wij er voor gezorgd dat jij ook een legoastronaut bent
geworden zodat je op deze vreemde planeet niets kan overkomen." "Daar
ben je mooi klaar mee" dacht
Rolf. “Kom” zei kapitein,
"we gaan een rondvlucht maken boven de planeet Yavani, in een speciaal
voertuig dat heel snel is maar ook helemaal stil in de dampkring kan
hangen." Nou
dat was wel even spannend! Ze stapten allemaal in en de kapitein gaf Rolf een
zonnebril. "Deze zonnebril moet je opzetten Rolf om je ogen te beschermen
tegen het felle licht op deze planeet." Rolf zette de bril op en nam plaats
bij het raam zodat hij alles goed zou kunnen zien. Met
een zacht zoemend geluid verhief het voertuig zich van de grond. Rolf zat met
zijn neus plat tegen het raam gedrukt om maar niets te missen. Wat een gekke
neus had hij eigenlijk, vierkant leek het wel en hard. "Heb ik mooi geen
snotlappen nodig" dacht hij nog. Maar toen Rolf weer uit het raam keek, zag
hij in de dampkring iets hangen dat hem de adem benam! HOOFDSTUK
3 HET GEHEIM IN DE BOL In
de dampkring hing een grote bol, die flonkerde en schitterde door al zijn
kleuren het leek wel of er duizend sterretjes op geplakt waren."Zo'n bol in
de kerstboom." dacht Rolf, maar hij schoot in de lach, mama zou hem zien
aankomen en voor zo'n grote bol was geen enkele kerstboom groot genoeg. "Wat
is dat voor een bol?" vroeg Rolf aan kapitein Tron. "In deze grote
bol," zei de kapitein, " worden de dromen van alle mensen
bewaard." "Jeetje" zei Rolf. "Maar hoe gaat dat dan? Ik zie
geen ramen en geen deuren en woont er ook iemand om op die dromen te passen en
raakt die bol nooit vol?" " Nou, nou, wat een vragen, maar ik zal
proberen er een antwoord op te geven." zei kapitein Tron. "Deuren,
zoals jij ze kent zitten er niet in, en dat hoeft ook niet want maar eens in de
duizend jaar wordt de droomoppasser afgelost. Op dat
moment schuift het achterste gedeelte van de bol open, en na het wisselen
van de wacht schuift het achterste gedeelte geruisloos weer dicht." Kapitein
Tron vertelde verder, "In deze bol staat een speciale computer waar de
droomoppasser alle dromen invoert. Dat is heel veel werk, maar ze doen het voor
de mensen die dromen nodig hebben." "Maar
waarom hebben mensen dromen nodig?" vroeg Rolf aan kapitein Tron. "Dat
moet je aan de droomoppasser zelf vragen." zei de kapitein. "Kan dat
dan?" zei Rolf. "Wacht maar af, ik zorg ervoor dat je met de
droomoppasser kunt praten" zei kapitein Tron. "De techniek staat voor
niets."
HOOFDSTUK
4 COMMUNICATIE IN DE RUIMTE
"Rolf",
zei kapitein Tron, "nu mag je
voorin komen zitten en dan zal ik je de bediening uitleggen van het
communicatiesysteem." Rolf
liep naar voren en ging op de stoel van de kapitein zitten. Hij keek zijn ogen
uit naar al die lampjes die aan en uit floepten. Er zaten ook metertjes op
waarvan je de snelheid en de hoogte van het voertuig kon aflezen, maar om te
kunnen praten met de droomoppasser zag hij niets. Rolf
draaide zich om naar de kapitein, en vroeg, "hoe kan ik praten met de
droomoppasser en kan hij mij wel verstaan. Ik spreek alleen maar Nederlands en
een paar woordjes Engels." "Het
is heel simpel kijk maar" zei kapitein Tron. Rolf keek naar het controle
paneel voor hem, het zag er wel erg ingewikkeld uit, hoe iemand daar wijs uit
kon worden was hem een raadsel. Maar dat leerde je natuurlijk als
je voor astronaut opgeleid wilde worden. Kapitein Tron zei, "hier voor je neus zie je twee lampjes een rood en een groen, boven de lampjes zit een microfoon met een taalomzetter Dat wil zeggen welke taal je ook spreekt, al is het Russisch of Spaans, de taalomzetter zet het in de taal om die ze op de planeet Yavani spreken. Dus de droomoppasser kan jou altijd verstaan." "Dat is handig, als ik later vreemde talen moet leren dan wil ik ook een taalomzetter scheelt een hoop werk" zei Rolf.
"Op
aarde moeten we dat allemaal zelf leren Rolf" zei kapitein Tron. "In
de ruimte met de vele sterrenstelsels en de bewoners daarvan die allemaal een
andere taal spreken waar wij nog nooit van hebben gehoord, kunnen wij alleen
maar door middel van dit kastje met elkaar
praten." "Dat, heet communiceren " zei Rolf. "Knap
dat je dat weet." zei de kapitein. "Ik doe nog wel iets op
school" zei Rolf, maar stiekem was hij toch wel trots op zichzelf dat hij
dat moeilijke woord waar je tong bijna van in de knoop ging zitten nog wist. "Nu
even goed opletten," zei de kapitein. "Als je wilt praten druk je het
knopje onder het rode lampje in, ben je klaar dan druk je het knopje onder het
groene lampje in. Zodra het groene lampje aan is,
wordt je vraag naar de droomoppasser verstuurd. Op het moment dat de
droomoppasser jouw vraag gaat beantwoorden begint het rode lampje te knipperen.
Je drukt dan het knopje onder het groene lampje in en zo kun je dan het antwoord
van de droomoppasser ontvangen." "Okidoki kapitein," zei Rolf.
"Ik ben er klaar voor!" HOOFDSTUK
5 DE DROOMOPPASSER Rolf
drukte het knopje onder het rode lampje in en begon te praten. "Beste
droomoppasser, mijn naam is Rolf en ik kom van de planeet aarde. Ik wil u een
paar vragen stellen. “Hier komt de eerste." "Dromen alle mensen en
onthoudt iedereen zijn droom?" Hij drukte op het knopje onder het groene
lampje zakte wat onderuit in de stoel en zei, "zo, die is wel even
bezig." “Let
maar eens op," zei de kapitein en meteen begon het rode lampje te
knipperen. "Dat
is snel" zei Rolf, "Ik wou dat ik zo snel antwoord op een vraag
kon geven." "Je
moet niet vergeten Rolf dat we hier niet op de planeet aarde zijn, en dat het in
de ruimte allemaal een beetje anders gaat" zeiden de astronauten Wang en
Larson. Kapitein Tron drukte het knopje onder het groene lampje in en de
droomoppasser begon te spreken. Rolf ging er eens lekker voor zitten en begon te
luisteren. "Beste
Rolf van de aarde," klonk het uit de luidspreker. "Alle mensen
dromen maar niet iedereen onthoudt zijn
droom." "Het werkt het werkt" juichte Rolf, alleen wel een rare
stem het lijkt wel een robot. "Dat komt omdat het geen menselijke stem is
die je hoort" zei kapitein Tron.
"Droomt
iedereen hetzelfde en waarom dromen mensen?" zei Rolf. Het
rode lampje begon weer te knipperen en Rolf drukte het knopje onder het groene
lampje weer in voor ontvangst. De robotachtige stem begon weer te spreken. "Niemand
droomt hetzelfde, sommige mensen dromen in kleur anderen dromen in zwart wit en
er zijn ook mensen die alleen geluid dromen. Dromen is goed voor mensen, ze
hebben dromen nodig. Als je droomt dan verwerk je de dingen die je overdag
meemaakt. Dat
kunnen vrolijke maar ook verdrietige of angstige
dingen zijn, door erover te dromen wordt het een beetje minder erg, en
kun je er beter mee om leren gaan. Bijvoorbeeld: als je angstig bent kun je door
erover te dromen leren om minder angstig te worden, ook minder boos
enzovoort." "Dat
klopt wel," zei Rolf. "Ik was eens een keer heel boos op mama, en
doordat ik er 's nachts over droomde was ik toen ik de volgende morgen weer
wakker werd een stuk minder boos op mama." "Ben
je klaar met je vragen?" zei
kapitein Tron. "Nee ik heb er nog een paar" zei Rolf en drukte weer op
het knopje onder het rode lampje. Hij hoefde niet eens meer te kijken op het
controle paneel zo goed had hij alles onthouden.
Hij vuurde de volgende vraag op de droomoppasser
af. "Blijft
een droom van jezelf of kun je ze ook ruilen?" Zodra het rode lichtje weer
ging knipperen vond Rolfs vinger vanzelf het
knopje onder het groene lampje en kon hij het antwoord van de droomoppasser weer
ontvangen. "Je
droom blijft altijd van jouw, dat is voor alle mensen zo het is hier geen
ruilwinkel" zei de droomoppasser. De luidspreker zweeg. "Jammer,"
zei Rolf "anders kon je eens een spannende droom van iemand anders
dromen." "En
nu komt de allerlaatste vraag. Ik ben benieuwd of de droomoppasser daar ook een
antwoord op heeft," zei Rolf. Voor
de laatste keer drukte hij op het knopje onder het rode lampje en zei:
"Beste droomoppasser worden de dromen van kinderen en mensen die dood zijn
ook bewaard en mag ik Uw naam weten of hebben de bewoners van deze planeet geen
namen?" "Dat
is een moeilijke vraag" zei de kapitein tegen Rolf en gespannen tuurden
samen naar het rode lampje. Maar daar klonk de inmiddels vertrouwde stem al weer
uit de luidspreker. De droomoppasser zei, "ook op je laatste vraag kan ik
je antwoord geven Rolf." "De
dromen van kinderen en mensen die dood zijn worden ook in de computer
opgeslagen, niets gaat verloren! Zo leven de mensen op een andere manier zou je
kunnen zeggen, voort in het heelal. En kunnen wij, de bewoners van de planeet
Yavani en de rassen die in de andere sterrenstelsels leven door bestudering van
deze dromen veel leren over de mensen.” Rolf
zat zo ingespannen te luisteren dat hij bijna van de stoel afkukelde. Vlug ging
hij weer rechtop zitten. Daar klonk de stem uit de ruimte weer.
“Zo draagt iedereen een steentje bij aan de geschiedenis en daarom is
het ook belangrijk dat er niets verloren gaat. Daar zorgen wij nu al eeuwenlang
voor en zo zal het altijd zijn. En in deze grote computer kunnen alle gegevens
in van de hele mensheid." Even
was het stil maar het lampje bleef branden. “Wij hebben ook namen op deze
planeet en mijn naam is Yargos. En Rolf blijf maar lekker dromen, ik ga weer aan
mijn werk want er zijn net vierhonderd dromen aangekomen! Goede reis terug naar
de aarde.” Plotseling
was het doodstil, alle lampjes
waren uit en de luidspreker zweeg. Ze waren er allemaal stil van en Rolf pinkte
een traantje weg. "En,
ben je tevreden met de antwoorden van de droomoppasser" vroeg de kapitein
aan Rolf. "Ja," zuchtte hij," maar ik moet er nog wel
even over nadenken, het is zoveel
wat de droomoppasser vertelt
heeft." "Dat
kun je dan mooi doen op de terugreis"
zei de kapitein. "We
zijn al zolang weg, we moeten maar eens terugkeren naar de planeet
aarde." Rolf liep weer naar zijn plaats bij het raam en ging zitten.
Het voertuig draaide een kwartslag om
en begon snelheid te maken.
"Dit zal ik missen" dacht Rolf "maar ik kan er altijd nog over
dromen gelukkig!" HOOFDSTUK
6 ROLF WORDT WEER WAKKER Even
later waren ze bij de raket aangekomen en stapten ze alle vier weer in. "Hé,"
zei Rolf, "vergeten jullie niet om mij weer zo groot te maken als ik was,
anders kan ik door het afvoerputje weggespoeld worden."
"Natuurlijk," zeiden de astronauten!" anders zou jij ook in in
Legostad moeten wonen, maar wij zorgen ervoor dat alles weer pico bello met je
in orde komt." Rolf
ging opgelucht in zijn stoel bij het raam zitten. "Aftellen," riep de kapitein. 10 - 9 - 8 - 7-6 - 5 Rolf deed zijn ogen
open, wat is dat toch voor lawaai.
O, mama stond te roepen en aan zijn arm te sleuren. "Hela," riep Rolf
"laat mijn arm eraan zitten want lego armpjes zijn te kort voor mij"
en meteen voelde hij aan zijn neus of die nog hard en vierkant was, nee dus. Hij
stapte uit bad en vroeg," Mama ben ik nog even groot als toen ik in bad
stapte?" "Ja natuurlijk wat
dacht jij dan dat je gekrompen
was!" zei mama. "Je hebt wel heel lang in bad gezeten daarom kwam ik
maar eens kijken." "Ik
heb zo spannend gedroomd" zei Rolf en vertelde het hele verhaal aan mama en
aan papa, die ook eens kwam kijken waar ze toch bleven. "Nu niet
meer treuzelen" zei papa "want we moeten de pakjes nog onder de
kerstboom leggen."
"Nou
nou" zei mama, "een
beetje minder kan ook wel net of jij zo netjes bent." "Sorry"
mama, "maar het is ook allemaal zo spannend" zei Rolf. Toen
hij eindelijk zijn nieuwe pyjama, met een raket erop aanhad, en naar beneden
liep zei mama. "Rolf luister eens als je echt zo graag even naar Jaap en
Saskia wilt, dan kunnen we morgen wel even gaan." "O
nee" zei Rolf, "ik heb het hartstikke druk want door mijn spannende
droom kreeg ik instipatie." ..."
Inspiratie bedoel je," zei mama. "Ja dat ook"
zei Rolf "maar laat me nou eens even uitpraten." "Uitratelen,"
zei zijn moeder weer. "Mama"
zei Rolf boos. "Oké, ik zal je niet meer plagen vertel maar verder"
zei mama. Rolf haalde eens diep adem en begon te ratelen. "Ik
ga met de Lego bouwen en dan is een rustige kerst wel fijn want ik ga een
planeet bouwen, en hoe moet dat als ik een bol erboven wil hebben hangen en
sneeuw en ijs heb ik ook nodig en mag ik jouw bloemen uit de vaas rukken?"
"Je kunt ook bloemen van papier maken" zei mama. "O
ja," zei Rolf, en hij mompelde
er zachtjes achteraan "meidenwerk."
"Wat zei je" vroeg mama die het wel gehoord had maar hem graag
plaagde. "Mama
weet je wel zeker dat het wilt weten" vroeg Rolf.
"Je moeder is nieuwsgierig dus vertel het haar nu maar gauw,"
zei papa. "Ik
heb net bedacht dat jullie ook maar in bad moeten gaan, en met flink wat
droompoeder erin, dan heb ik een lekkere rustige avond " zei Rolf.
"Wel alle katten op sterk water" riep papa en mama viel hem bij.
"Wie zat er te zeuren van gaan wij ook eens weg?" "Ja ik, maar
dat was voor dat ik die mooie droom had" zei Rolf. " Maar ik vind het
ook heel gezellig met ons drietjes hoor!" "Dan
help ik jou morgen mee met bouwen," zei papa "en ik maak de
bloemen" zei mama. Rolf grinnikte zachtjes, zie je wel meidenwerk. Maar hij
zei, "dat kunnen meisjes veel beter dan
jongens hé mam?" Zijn moeder keek hem
aan en Rolf deed zijn best om zo onschuldig mogelijk te kijken.
Plotseling proesten ze het alledrie uit van het lachen.
Ze
hadden alle drie een hele fijne avond, en toen de pakjes onder de boom lagen en
ze naar bed gingen zei Rolf tegen zijn vader en moeder. "Deze
kerstmis kan niet meer stuk, en ik hoop dat ik vannacht
ook nog een mooie droom heb." Zijn oogjes glommen verdacht en ineens
had hij een dikke knuffel van zijn moeder te pakken. "Hij had het maar goed
getroffen met z'n drietjes konden ze de hele wereld aan" dacht Rolf. "Wat
knap van die droomoppasser dat hij op al jouw vragen een antwoord had" zei
papa. "Dat is hem
geraden" zei Rolf, "het is toch zeker zijn werk. Maar ik vind het toch
wel gaaf dat hij tijd had voor mij en ik weet lekker zijn naam." Papa
en mama keken Rolf nieuwsgierig aan en vroegen, "wat is zijn
naam dan?" Rolf
stapte in bed trok het dekbed op tot aan zijn kin en zei, "Yargos,
gave naam he!" Zijn
vader en moeder vonden het ook een mooie naam. "Een buitenaardse naam Rolf,"
zei Papa. "Als
je dat maar weet," zei Rolf. Na een slaperig welterusten gebromd te hebben
tegen zijn vader en moeder, gingen
alle lichten uit en even later waren ze
alledrie in dromenland. In
Legostad was de raket weer keurig
op de lanceerbasis geland en de astronauten stonden weer houterig op hun plaats.
Ook voor hun was de droom voorbij en alles was weer zoals het geweest was,
voordat ze samen met Rolf dit spannend avontuur beleefden!
EINDE
|
|