|
|
|
Sven
trommelde met zijn handen op het
stuur van
de auto. Waarom in hemelsnaam, had hij zich toch weer over
laten halen
om op zijn vrije
zondag naar
zee te rijden. Het was
gekkenwerk. Bij het eerste
straaltje zon stapte
half Nederland
massaal in
de auto
en verhuisde naar de kust. Het
gevolg was overvolle wegen en dan moest je nog rustig blijven ook. Hij
keek even opzij naar Ingrid die met een
verwachtingsvolle blik naar
buiten staarde. Wat was ze
mooi met haar lange ravenzwarte
haren en die rode lachende mond. Het
strakke strandjurkje onthulde meer dan het verborg en haar lange slanke benen
hielden een belofte in voor later op de dag. Hij begon zich wat meer ontspannen
te voelen. "Nog even dan kun je weer in aanbidding voor de zee neerknielen."
zei hij. Ingrid schoot
in de lach. "Beetje jaloers?" vroeg ze terwijl ze hem schalks aan
keek. Hij schudde van nee en streelde met zijn hand haar knie. Ze begon als een
kat te spinnen en tuitte haar lippen in een kus die ze op haar hand zijn
richting in blies. Nu wist hij waarom hij in de auto zat op zijn vrije dag, om
haar een plezier te doen.
Nadat hij de
badlakens had neergelegd keek hij waar Ingrid uithing. Op haar knieën in
aanbidding voor de zee dus. Snel pakte hij
zijn camera
en maakte een foto.
"Bewijsmateriaal," mompelde hij. Met een beker koffie en een boek
installeerde hij zich op het badlaken. De zonnestralen verwarmden hem en hij
voelde zich een tevreden mens. Ingrid kwam met haar plastic tas vol schelpen
aanlopen trok haar strandjurkje uit en vlijde zich naast hem neer. Na wat
gerommel in de strandtas kwam de onvermijdelijke zonnebrandolie te voorschijn.
Koket keek ze hem aan en schoof de bandjes van haar badpak naar beneden.
"Werk aan de winkel," zei ze en legde de fles zonnebrandolie in zijn
hand. Zuchtend krabbelde hij omhoog en bekeek de fles in zijn hand. Hij vond het
maar een rare fles en dan nog zwart ook, het enige vrolijke was de zilveren dop. Sven draaide
de fles om en verwachtte daar de merknaam te zien, maar de hele fles was blanco.
Hij draaide de dop eraf en rook eraan, niets totaal reukloos. "Waarom heb
je deze rare fles met zonnebrandolie die nergens naar ruikt, terwijl jij zo gek
bent op allerlei geurtjes, in vredesnaam gekocht?" vroeg
hij haar intussen
verwonderd aankijkend. "Die
werden gratis uitgedeeld in het winkelcentrum. Het was wel een beetje eng, de
mannen die de flessen uitdeelden aan het winkelende publiek waren
helemaal in het zwart gekleed en met een zwarte zonnebril op hun
neus," zei Ingrid. "Ik vond ze wat opdringerig maar dat zal wel bij de
reclamestunt horen dacht ik toen en zodoende heb ik de fles maar
aangepakt," zei ze wat verlegen. Sven keek eens
om zich heen op het nu bijna volle strand en wees Ingrid op de zwarte flessen
die overal te zien waren. Ze keken elkaar aan en voelden zich wat onbehaaglijk. Resoluut draaide Sven de dop weer op de fles en
stopte hem in de strandtas.
Hij zette de parasols maar op; zo hadden ze toch bescherming tegen de brandende
zon, dat spul in die zwarte fles vertrouwde hij gewoon niet. Naast elkaar
lagen ze wat te soezen in de warme zon. Na vijf keer een grote strandbal op zijn
hoofd te hebben gekregen schopte Sven de zesde keer de bal meters verder weer
het strand op. Dreigend keek hij het jongetje aan en zei op boze toon. "Als
er nog één bal deze kant uitkomt dan graaf ik een diepe kuil en daar smijt ik
je in!" Het jongetje droop af en met een gemompeld, "takkejong,"
ging hij weer op het badlaken zitten. Ingrid stikte haast van het lachen en
reikte hem een beker koffie aan. "Laat je conditie dat wel toe om een diep
gat te graven," vroeg ze grinnikend aan hem. "Nee maar dat weet hij
niet," zei Sven nu ook lachend. Ontspannend liggend op hun badlaken en met
het geroezemoes van de menigte zon-aanbidders op de achtergrond vielen ze in
slaap. Ze werden
wakker van de stilte. Het ruisen van de aanrollende golven klonk macaber, en
huiverend keken ze om zich heen. Het strand was totaal leeg op de vrolijk
gekleurde badlakens en rondslingerende "Geef mij
die zwarte fles zonnebrandolie nog eens aan
Ingrid," zei Sven. Na wat zenuwachtig gerommel in de strandtas
overhandigde ze de fles aan hem. "Ik weet bijna zeker dat deze fles er iets
mee te maken heeft," zei hij. "Maar wat en hoe, dat is mij een
raadsel." Ingrid liet
het warme gele zand door haar vingers glijden en zei: "als dat zo is dan is
het een prima middel tegen overbevolking." Verbluft keek hij haar aan en vroeg hoe ze op die
krankzinnige gedachte kwam. Net wilde ze zeggen dat ze dat ook niet wist toen ze
vanuit haar ooghoeken een zwarte gestalte waarnam die langzaam op hen toe kwam
lopen. In paniek greep ze Sven bij de arm en wees in de richting van de
gestalte. Stomverbaasd staarde hij naar de man in het zwart wiens voeten
nauwelijks het zand leken te raken. "Is dat net zo'n pias als in het
winkelcentrum?" vroeg hij aan Ingrid. Ze knikte en zei met een bibberend
stemmetje, "ik ben bang." Beschermend sloeg hij zijn arm om haar heen
en ze kroop zo dicht mogelijk tegen hem aan. De man in het zwart kwam steeds
dichterbij en ook Sven voelde iets van angst in zich opkomen. Hij probeerde dit te onderdrukken door een grimmig
gezicht te zetten. Hij zou zich door die in het zwart geklede pias niet laten
intimideren nam hij zich voor. De zwarte gestalte was intussen tot stilstand
gekomen voor de vrolijk gekleurde badlakens waarop ze zaten. Zwijgend keek hij
op hen neer. Langzaam richtten ze hun blik omhoog en keken de man in het zwart
aan. Het enige wat ze van zijn gezicht konden onderscheiden waren twee
koolzwarte dwingende ogen, de rest was een vage vlek. Als gehypnotiseerd bleef
hun blik met de man verbonden. Een vreemde loomheid maakte zich van hun meester
en ze voelden beiden dat hun geest zich openstelde voor ontvangst. Na een paar
minuten die wel uren leken te duren werd het oogcontact door de man in het zwart
verbroken. Roerloos als standbeelden keken Ingrid en Sven de verdwijnende
gestalte na, die steeds vager werd en op leek te lossen in het niets. Langzaam werden ze zich weer bewust van de
omgeving, en van zichzelf. Met een ruk van haar hoofd wierp Ingrid haar lange
zwarte haren naar achteren, en probeerde de verstarring die zich van haar
meester had gemaakt van zich af te schudden."Hij is weg," fluisterde
ze zachtjes tegen Sven. Geen reactie. Ze knielde voor hem neer en pakte zijn
schouders vast. "Hé wakker worden jij," zei ze hem stevig door elkaar
schuddend. Met een verdwaasde blik in zijn ogen keek hij haar aan en trok haar
toen op zijn schoot. "Ik voel me alsof ik heel diep geslapen
heb," mompelde hij, ondertussen een kus op Ingrid haar koude lippen
drukkend. "Kind je bent ijskoud, trek wat aan anders wordt je nog ziek, en
we hebben al genoeg meegemaakt vandaag." Haastig wurmde Ingrid zich in haar
strandjurkje en sloeg de grote badhanddoek om haar schouders. Door de schemering
die zich nu snel uitbreidde bood het lege strand een sinistere aanblik. De
aanrollende golven met het witte schuim op de bijna zwarte koppen overspoelden
het strand. Plotseling werden Svens ogen getrokken naar iets glinsterends dat
voor hem in het zand lag. Na een korte aarzeling raapte hij het op en hield
een metaalkleurige koker in zijn hand. Ingrid boog zich naar hem toe en zei.
"Zou die man in het zwart dit hebben achtergelaten?" Sven keek haar strak aan en zei, "Dat moet
wel," en tot zichzelf, "Wie anders?" Ingrid staarde naar de koker in Svens handen en een
onheilspellend gevoel bekroop haar. "Maak eens open," zei ze met
trillende stem. Sven betaste de koker, die van een materiaal gemaakt was dat hij
niet kende. Hij zocht naar de opening maar hoe goed hij ook keek deze was niet
te vinden. Plotseling werd de koker warm in zijn handen en
barste open. Er rolde twee ragdunne kettinkjes voor hun voeten. Ze namen er elk
een in hun hand en voelden verwonderd hoe licht het woog. In het midden van elk
kettinkje bevond zich een klein ovalen plaatje met daarop een naam. Volkomen verbijstert staarden ze naar de namen op
de plaatjes: ADAM
en EVA. Ilse Steel Met haar
schoudertas om haar linkerschouder en een koffer aan haar voeten staat Saskia op
het perron van Gare du Nord. Met een foto van Jean-Michel in haar hand kijkt ze
speurend om zich heen. De mensenmassa benauwt haar maar ze durft niet weg te
gaan, ze weet niet eens waar de uitgang is. Ze kijkt nog een keer naar de foto
die een knappe man laat zien met donkerblond krullend haar, een smal en levendig
gezicht, groene ogen, rechte neus en een lachende mond. Jean-Michel heeft ook
een foto van haar. Ze vindt zichzelf maar gewoontjes en heeft geen erg in de
bewonderende blikken die de mannelijke passagiers haar toewerpen. Met haar lange
blonde haar, blauwe ogen, sensuele mond en klein neusje is ze een opvallende
verschijning. Plotseling
voelt ze twee armen om zich heen, haar eerste reflex is om een welgemikte klap
uit te delen. Ze worstelt zich los uit deze ongewilde omhelzing, draait zich om
en staat oog in oog met haar internet geliefde. In rad Frans en met drukke
gebaren put hij zich uit in duizend verontschuldigingen. “Het Franse verkeer
chérie, is een ramp,” zegt hij met een hulpeloze blik in zijn ogen. “En de
chauffeurs zeker niet,” zegt Saskia met een plagend lachje rond haar mond. De
glimlach die hij haar teruggeeft doet haar blozen en snel bukt ze zich om haar
koffer te pakken. Terwijl Jean-Michel haar bij de hand pakt neemt hij de koffer
van haar over en loods haar door de drukke menigte naar de uitgang. Plotseling
voelt ze een lichte paniek opkomen, wat als ze zich vergist. Er verdwijnen
zoveel jonge meisjes in deze tijd. Alsof hij voelt waar ze aan denkt verstevigd
Jean-Michel zijn greep, “rustig maar dadelijk kunnen we praten, oké?”
Ze knikt en zegt stamelend, oui, oui. Even later loodst hij haar een
klein cafeetje binnen. In het halfdonker struikelt ze bijna over een zwarte kat
die luid miauwend wegrent. Lachend lopen ze verder en vinden een leeg tafeltje
achterin. De ober brengt koffie en twee heerlijk geurende warme croissants.
Voorzichtig
haalt ze het papier eraf. Voor haar ogen ontrolt zich een prachtige reproductie
van Toulouse Lautrec. Met een kreetje van verrukking staat ze op en geeft hem
spontaan een zoen op zijn wang. Om hen heen klinkt een luid applaus op en met
een hoofd zo rood als een biet gaat Saskia weer zitten. Jean-Michel grinnikt
hardop en zegt, “heerlijk als je zo spontaan kunt zijn, ik vind de Hollanders
over het algemeen erg nuchter maar jij bent een verfrissende uitzondering.” Saskia
heft haar glas en zegt, “ik toast op onze ontdekkingsreis in jouw mooie
Frankrijk, maar ook op internet waar we elkaar gevonden hebben.” “En ik,
“zegt Jean-Michel met stralende ogen, “laat
je nooit meer gaan.” Ilse Steel I can get no satisfaction, klonk het luid uit de huiskamer van mevrouw Linda de Jong. Verdorie foeterde Leo Dekkers, die in het huis naast haar woonde, hij ramde een hard-rock cd in de cd speler, en draaide de volumeknop zo ver mogelijk open. Zo eens kijken of die ouwe tang daar bovenuit kan komen mompelde hij met een voldaan gezicht. Met de handen in zijn broekzakken, het lichaam heftig meebewegend op het stampende ritme, slaagde hij erin zich naar de voordeur te manoeuvreren. Hij zag zichzelf in de spiegel en schoot luidop in de lach. Als zijn dochter hem zo zag dan liet ze hem linea recta naar een tehuis transporteren. Zijn kleinzoon vond het prachtig dat opa van die lekkere harde muziek draaide en leende wel eens een cd. Hij woonde in een rustige laan aan de rand van Den Haag en had het er prima naar zijn zin. De mensen die er woonden waren vriendelijk, men groette elkaar en mocht hij ooit hulp nodig hebben dan wist hij zeker dat ze voor hem klaar zouden staan. Plotseling werd er met twee vuisten hard op zijn voordeur gebonsd. Leo rende naar de cd-speler, zette het geluid zachter en liep rustig naar de voordeur. Met een zwaai opende hij de deur en toverde een brede glimlach tevoorschijn. Daar stond ze, Linda de Jong in vol ornaat, je moest het zien om het te kunnen geloven. Blond, zwarte strakke rok net boven de knie, een strak rood coltruitje erop, haar lange benen gehuld in zwarte kousen, hoge hakken, haar lippen felrood gestift en behangen met sieraden. Hij schatte haar leeftijd rond de zestig, maar dat zou je haar niet geven. Op hem maakte ze een overweldigende indruk waar hij zich liever aan wilde onttrekken maar die hem desondanks toch bekoorde. Hij maakte een
uitnodigend gebaar naar Linda en ze liep, nee, schreed langs hem de huiskamer
in. Gauw sloot hij de voordeur en ging op de stoel tegenover haar zitten. “Wat
is er aan de hand Linda dat je zo hard op mijn voordeur staat te bonzen”,
vroeg Leo met een lachje in zijn stem. “Dat zul jij niet weten Leo. Altijd als
ik lekker van mijn muziek denk te gaan genieten, ga jij jouw cd-speler wel zo
hard zetten dat ik het wel kan vergeten”, zei ze en hief dreigend haar vuist
naar hem op. “Doe je dat om mij te plagen of zit er iets anders achter Leo.”
Ondeugend keek ze hem aan en tot zijn eigen verbazing voelde hij zich weer even
een verlegen puber. “Het spijt me”, mompelde hij, “het gebeurt gewoon,
maar om het goed te maken zal ik een lekker kopje koffie voor je maken, oké?”
Linda knikte instemmend en vroeg of ze even naar zijn cd’s mocht
kijken. “Natuurlijk, ga je gang misschien zit er iets voor je tussen.” Leo liep vrolijk fluitend de keuken in om koffie te zetten. Terwijl hij de kopjes klaarzette betrapte hij zichzelf erop dat hij zijn ogen niet van Linda af kon houden. Ze zat op de grond met een stapel cd’s in haar hand en genoot zichtbaar. Dit moet ik vastleggen dacht Leo en haalde zijn digitale camera. “Ouwe rocktante”, mompelde hij zachtjes en met de camera in de aanslag sloop hij naderbij. Toen het toestel flitste keek ze op. “Wat doe je nou Leo?” Met een geheimzinnig lachje om zijn mond pakte hij haar hand en trok haar mee naar de computer. Hij sloot zijn digitale camera aan op de computer en haalde de foto binnen. Toen de foto op het scherm verscheen klapte ze als een verrukt kind in haar handen. “Wat mooi Leo,” zei ze, “ik wist niet dat je zo goed kon fotograferen.” Onder het genot
van een kopje koffie, vertelde Leo aan Linda, dat hij vroeger, naast zijn baan
als computerdeskundige, free-lance fotografeerde voor kranten en
weekbladen. Na twee hartinfarcten moest hij het wat rustiger aan doen, was in de
wao terechtgekomen, en had van fotograferen zijn hobby gemaakt. Na de dood van
zijn vrouw, drie jaar geleden, was hij zich nog intensiever bezig gaan houden
met fotografie en dat had hem geholpen om het verlies te verwerken. Nu kon hij
weer genieten van kleine dingen en het erop uit trekken om foto’s te maken
vond hij heerlijk. Even viel er een stilte tot Linda opsprong en de koffiepot ging halen. “Welja’’, zei Leo lachend, “doe maar net of je thuis bent.” “Sorry,” zei Linda. “Het komt gewoon omdat ik mij hier prettig voel”, en met een blos op haar wangen schonk ze zijn kopje vol. “Suiker en melk, of wil je dat liever zelf doen?” Hij schudde van nee. “Ik doe het elke dag zelf dus laat ik mij nu eens lekker verwennen.” Ontspannen leunde hij achterover en keek Linda na die met de koffiepot naar de keuken liep. Een spontane vrouw dacht hij bij zichzelf en heel anders dan haar uiterlijk doet vermoeden. “Boven in het keukenkastje staat de koektrommel, misschien zit er nog wat eetbaars in”, riep hij. Linda maakte de koektrommel open en schoot in de lach. “Crackers”, riep ze blij, “wat lekker Leo.” Hij lachte met haar mee en zei, “daar zul je het dan mee moeten doen, geef mij er ook maar een.” Plotseling kreeg hij een goed idee, liep naar de keuken en gewapend met een kuipje boter een pak hagelslag en twee bordjes keerde hij terug. Triomfantelijk keek hij Linda aan en zei, ”zo nu kunnen we toch nog iets lekkers bij de koffie nuttigen.” Genoeglijk verorberden ze de crackers en keken elkaar tevreden aan. “Wij, mijn man
en ik noemden deze crackers onze doordeweekse gebakjes”, zei Linda. “Hij is
tien jaar geleden omgekomen bij een verkeersongeluk.” Even kwam er een
verdrietige blik in haar ogen. ”Dan was je al jong weduwe”, zei Leo. Ze
knikte, keek op haar horloge en sprong op. “Het was erg gezellig Leo, maar nu
moet ik naar huis om te koken want mijn zoon komt vanavond eten.”
Teleurgesteld stond Leo ook op, hij had haar graag nog wat langer hier gehouden. “Wacht even, dan print ik de foto voor je uit.” Na drie pogingen lukte het hem om een blad fotopapier fatsoenlijk in de printer te krijgen. Daarna sneed hij de foto netjes recht af en overhandigde hem aan Linda. Verrast pakte ze de foto aan en bedankte hem verlegen. Hij liep met haar mee naar de voordeur. “Linda” zei hij, “ik vond het erg leuk dat we samen koffie hebben gedronken, misschien kunnen we dat nog eens een keertje doen.” Ze knikte en zei met een guitig lachje, “de volgende keer kom je bij mij maar op de koffie, tot gauw”, en weg was ze. Zo dacht hij, humor heeft ze ook nog. Neuriënd bracht hij de kopjes en de bordjes naar de keuken. “Ouwe gek”, zei hardop, “je bent bezig verliefd te worden, pas maar op straks krijg je de deksel op je neus.” Plotseling zag hij het stapeltje cd’s in de huiskamer op de grond liggen die ze had uitgezocht. Voor hij het wist stond hij er al mee bij de voordeur. Nee Leo, dit wordt te dol, rustig aan jongen anders verpest je alles al voor het goed en wel begonnen is. Terwijl hij zich omdraaide zag hij een klein briefje tussen de cd’s liggen. Haastig begon hij het hardop te lezen. Beste Leo, ik nodig je uit voor een etentje bij mij aanstaande zaterdag, daarna koffie. Groetjes Linda. Perplex liet hij zich op de dichtstbijzijnde stoel vallen en las en herlas het briefje. Wat een stiekemerd, hij had haar helemaal niet zien schrijven. Hij sprong weer omhoog uit de stoel en ijsbeerde door de kamer. Zaterdag, dat was over twee dagen al, zijn verwondering maakte plaats voor een voorzichtige blijdschap. In de keuken maakte hij een stapel boterhammen en zette een pot koffie. Koken deed hij morgen wel weer, nu was hij te onrustig. Leo zette de tv aan voor het nieuws van zes uur en at ondertussen zijn boterhammen op. Niets van het nieuws drong echt tot hem door maar hij genoot van het verwachtingsvolle gevoel dat zich binnen in hem roerde. Hij ruimde alles weer netjes op en pakte een pilsje uit de koelkast. De computer stond nog aan hij begon aan de archivering van zijn foto’s. Na nog even op internet gesurft te hebben, op zoek naar updates van software, zette hij de computer weer uit en keek op de klok. Een uur al. Leo sloot alles af, deed de lichten uit en liep naar boven. Hij trok de
gordijnen in de slaapkamer dicht en kleedde zich uit. In de badkamer poetste hij
zijn tanden en keek onwillekeurig in de spiegel. Hij zag een gezicht dat nog
weinig rimpels vertoonden, een grijzende haardos, twinkelende ogen en een
kaarsrechte slanke gestalte. “Niet slecht Leo”, zei hij tegen zijn
spiegelbeeld. Na het leeslampje aangeknipt te hebben stapte hij in bed en rekte
zich behaaglijk uit. Toen voelde hij hoe de vermoeidheid hem overmande. Niks
lezen, licht uit en slapen dacht hij. Voor hij in slaap viel zag hij het beeld
van Linda voor zich. In het huis naast Leo lag Linda in een warm bad te soezen. Haar gedachten golden Leo. Zou hij haar niet te opdringerig gevonden hebben, om hem nu al voor een etentje uit te nodigen terwijl ze elkaar amper kende? Ze woonde al wel een half jaar naast hem maar veel verder dan goedemorgen, hallo en daag waren ze niet gekomen. Hoe oud zou hij zijn? Toch zeker wel een jaar of zestig, moeilijk te schatten. Het was een aantrekkelijke en vriendelijke man, vanmiddag had ze echt genoten van zijn gezelschap, vandaar dat ze spontaan dat briefje tussen die cd’s gestopt had. Linda stapte uit
bad, droogde zich af en probeerde haar blonde lokken in model te krijgen. Na een
poosje gaf ze het op en legde de haarborstel neer. Dan maar even föhnen. Zo,
klaar. Tijdens het opruimen van de badkamer keek ze terloops in de grote
spiegel. “Alles nog redelijk glad”, zei ze hardop en stak haar tong uit
tegen haar spiegelbeeld dat hetzelfde deed. Na nog even wat gekke bekken
getrokken te hebben, dat was immers goed voor de gezichtsspieren had ze ergens
gelezen, draaide ze de lichtknop om en deed de deur dicht. Eenmaal in bed kwam
er van lezen of naar muziek luisteren niets meer. Haar gedachten dwaalden af
naar Leo en ze koesterde het gelukkige gevoel dat haar vanaf vanmiddag
vergezelde. Met een glimlach rond haar lippen viel ze in als een blok in slaap. De volgende dag trok Linda erop uit om boodschappen te doen voor het etentje van zaterdag. Ze haalde twee grote biefstukken bij de slager en bij de bakker twee chocoladebollen, het was wel slecht voor haar lijn maar het zou een speciale avond worden had ze zichzelf beloofd dus die lijn kon de pot op. In de supermarkt was het niet druk en ze babbelde even met het vriendelijke meisje aan de kassa. Met een volle boodschappentas liep ze nog even bij de slijter binnen om een fles rode port te kopen. Met de radio aan en lekker meezingend reed ze weer op huis aan. Toen ze de auto
voor haar huis parkeerde zag ze Leo de voordeur uitkomen. Haar hart maakte een
sprongetje, uiterlijk rustig stapte ze uit en haalde de zware boodschappentas
uit de achterbak van de auto. Ineens stond Leo achter haar. “Laat mij die
zware tas maar even voor je bij de deur neerzetten”, zij hij. “Voorzichtig,
daar zit je eten voor morgen in”, riep ze lachend. Linda sloot de auto af liep
achter Leo aan die al bij de voordeur stond. “Hartstikke bedankt Leo”, zei
ze en stak de sleutel in het slot. Met een armzwaai nam hij afscheid en riep nog
gauw, “tot morgen.” Ja, tot morgen dacht Linda en zwaaide terug. Ze ruimde de
boodschappen op, liep de trap op naar haar slaapkamer boven om te kijken wat ze
morgen aan zou trekken. In een mum van tijd lag het hele bed vol jurken, rokjes,
truitjes en bloezen, maar ze kon geen keuze maken. Peinzend stond ze voor de
lege kast, hing alles weer netjes terug en liep naar beneden. Met een oog op
haar horloge kijkend greep ze haar tas en autosleutels, tijd genoeg het was toch
koopavond. Twee uur later stapte ze tevreden haar huis weer binnen en hing haar
nieuwe kleren op hangertjes. Linda maakte een kopje koffie en nestelde zich met
een boek op de bank. Haar kon niets meer gebeuren, ze had wel gezien dat Leo een
beetje overdonderd was door haar manier van kleden, maar morgen zou ze hem zeker
verrassen met haar nieuwe outfit. Intussen zat Leo bij de kapper, waar hij een gruwelijke hekel aanhad, en het daarom altijd zo lang mogelijk uitstelde. Nu had hij een goede reden om wel te gaan, hij wilde er morgen op zijn best uit zien voor Linda. Echt ijdel was hij niet maar hij vond het wel prettig om er goed verzorgd uit te zien. Na een kwartiertje stond hij weer buiten en was al bijna in zijn auto gestapt toen hij zich bedacht. Hij gooide het portier weer dicht, sloot de auto af en liep de winkelstraat in. Bij een herenmodezaak liep hij naar binnen en begon op goed geluk wat bij elkaar te zoeken. Hij vond het vreselijk om te passen in zo’n nauw hokje maar hij had ook geen zin om morgen weer naar de stad te rijden. Gelukkig had hij de juiste maat meegenomen, alles paste perfect. Snel kleedde hij zich weer om, betaalde aan de kassa en liep fluitend de winkel uit. Nu nog even een
bos bloemen kopen dacht hij en zette koers naar de bloemenwinkel. Nou dat was
een stuk lastiger dan kleren kopen, wat een keus. Hij aarzelde bij de rode
rozen, schudde van nee, te direct. Even later viel zijn oog op een prachtig
boeket diepblauwe irissen, hij haalde de bos voorzichtig uit de emmer liep naar
de kassa. “Een cadeautje mijnheer?” Vroeg de verkoopster. Leo knikte en de
verkoopster pakte de bloemen in en versierde het geheel met een paar gekleurde
linten. “Dankjewel, heel mooi”, zei Leo en rekende af. Bij de auto
aangekomen legde hij de bloemen voorzichtig op de achterbank startte de auto en
reed naar huis. Thuis zocht hij zich een ongeluk naar een vaas, gaf het na een tijdje foeterend op en zette de bloemen in een emmer. Verhip, hij was vergeten om water bij de bloemen te doen, haastig liep hij terug en vulde de emmer met een bodempje water. Zo alles geregeld, nu alleen zijn nieuwe kleren nog weghangen. Hij graaide de zak van de bank, liep naar boven en hing alles netjes over de stoel in de slaapkamer. In de keuken maakte hij een grote beker koffie, zette de tv aan en zakte lekker onderuit op de bank. Zo ouwe jongen en nu hou je maar eens even op met rennen anders ben je morgen geen knip voor je neus waard en dat zou toch zonde zijn. Genietend dronk hij van zijn koffie, keek naar een western en verheugde zich op het etentje. De volgende dag liep hij maar wat te lummelen en kwam er niets uit zijn handen. Om vier uur nam hij een bad, scheerde zich en trok zijn nieuwe kleren aan. Stropdas wel of niet, toch maar doen besloot hij en pakte een smalle zijden zwarte stropdas uit de kast. Na nog een blik in de spiegel geworpen te hebben liep hij naar beneden. Om halfzes trok hij de voordeur achter zich dicht en belde bij Linda aan. “Ha, daar ben
je”, zei ze en hield de deur uitnodigend voor hem open. Bijna had hij de bos
bloemen laten vallen zo verrast was hij door haar uiterlijk. Ze droeg een lange
wijde rode rok met een zwart kanten geval erop, een topje of zoiets dat wist hij
niet precies. Het stond haar prachtig. Een beetje onhandig gaf Leo de bloemen
aan Linda en zei bewonderend, “Wat zie je er mooi uit.” Ze kleurde lichtjes
en bedankte hem voor het compliment. “Jij ook Leo, wat een mooi colbert,
ribfluweel staat je goed.” Ze ging hem voor naar de woonkamer en zei, “maak
het je gemakkelijk Leo, over een halfuurtje kunnen we aan tafel. Wat wil je
drinken?” Hij wist het niet en zei, “doe maar iets.” Linda kwam terug met
een glaasje port in haar hand, “ik hoop dat dit goed is Leo.” Hij knikte van
ja, pakte het glas port van Linda aan en nam een slokje. “Heel lekker”, zei
hij en knikte Linda goedkeurend toe. Linda vertrok naar de keuken om de laatste hand aan het eten te leggen en Leo keek genietend de huiskamer rond. De gedekte tafel was een lust voor het oog. Op een wit damasten tafelkleed stonden twee blinkende koperen kandelaars, een prachtige kristallen vaas met rode tulpen en het servies was van een zachtgele kleur. Hij stond op liep wat rond en kwam bij de boekenkast uit. Nieuwsgierig bekeek hij de titels van de boeken, veel literatuur en geschiedenis maar ook kinder-en sprookjesboeken. In gedachten zag hij haar voor zich als een klein meisje, dat met rode wangetjes van inspanning in een sprookjesboek zat te lezen. De hele wereld om haar heen vergetend. Aan de muur hingen twee mooie reproducties van Manet. Ze hield van mooie dingen Linda, dat zag hij wel. De deur ging
open en Linda kwam binnen. In haar handen droeg ze de vaas met zijn bloemen
erin. Deze zette ze op de salontafel keek hem aan en zei, “Leo een schot in de
roos, irissen zijn mijn lievelingsbloemen, dankjewel.” Voor hij de kans had om
iets te zeggen was ze al weer verdwenen. Het is net een wervelwind dacht Leo,
maar dan wel een prettige. Om het hoekje
van de deur verscheen haar blonde hoofd, ”hoe wil jij je biefstuk Leo, medium
of doorbakken?” “Graag medium”, zei hij. “Mooi, dan kunnen ze samen in
de pan, lachte Linda.” Terwijl haar hoofd weer verdween riep ze, “wil jij de
kaarsen vast aansteken Leo.” Een
kwartiertje later zaten ze samen te smullen. Linda had Leo’s glas nog eens
bijgevuld en nam zelf ook een glas port. Het eten was heerlijk en hij voelde
zich thuis in haar gezelschap. Ze vertelde van alles en nog wat maar het meeste
ging aan hem voorbij. Hij vond het heerlijk om naar haar te kijken terwijl ze zo
ongedwongen tegen hem babbelde. Na het eten nam ze hem bij de hand en plantte
hem in een makkelijke stoel voor de tv neer. “Zo, lekker even onderuit, hier
is de afstandsbediening dan ga ik ondertussen opruimen en koffie zetten.”
“Maar ik kan de tafel toch wel voor je afruimen sputterde hij tegen.”
“Niks ervan”, zei Linda, “het is zo klaar en trouwens morgen komt er weer
een dag. Geniet maar even van de rust.” Nou, dacht Leo, dat zullen we dan maar
doen. Hij trok zijn colbertje uit en hing het over de stoel. Met de tv zacht aan
luisterde hij ondertussen ontspannen naar de geluiden die uit de keuken kwamen.
Hij voelde zich innig tevreden en was blij dat hij niet op zijn eerste indruk
van haar was afgegaan. Zo zag je maar weer dat het uiterlijk van iemand niet
alles zei. Hij merkte niet
dat Linda binnenkwam en schrok op toen ze twee koppen koffie op tafel zette.
“Zit je je zonden te overdenken Leo”, vroeg ze plagend. Leo keek haar met
een ernstige blik in zijn ogen aan en zei, “nee dat zijn er veel te veel, maar
ik dacht wel ergens anders aan. Als je bij me komt zitten dan zal ik het je
vertellen.” Snel haalde Linda de chocoladebollen uit de keuken en ging
tegenover Leo zitten. Haar hart bonsde in haar keel, hij keek zo serieus, ze had
hopelijk toch geen flater geslagen. Ze handelde vaak impulsief. Afwachtend keek
ze Leo aan. “Lekker chocoladebollen“, zei Leo en glimlachte verheerlijkt
naar Linda. Verroest, hij is verlegen dacht Linda en hapte in haar chocoladebol.
“Er zit slagroom op je neus”, zei Leo. “Dat komt omdat ik overal mijn neus
insteek”, zei Linda. Leo schoot hardop in de lach, “Heb je overal een
antwoord op”, vroeg hij. “Niet overal op, soms sta ik ook met mijn mond vol
tanden hoor”, zei Linda lachend. Ze stond op en
liep naar de cd-speler, na enig gezoek had ze haar keus gemaakt. Uit de
luidsprekers klonk de stem van Ray Charles. Linda trok hem uit de stoel omhoog,
keek hem vleiend aan en zei, ”een dans met jou Leo, en dan vertel je me waar
je aan dacht.” Voorzichtig legde hij zijn handen om haar smalle taille. In
stilte danste samen ze op de klanken van I can't stop loving you. Ze was een
stuk kleiner dan hij, haar hoofd kwam halverwege zijn borstkast, en toen hij
zijn hoofd boog voelde hij de neiging om zijn gezicht in haar heerlijk geurende
haren te begraven. Toen het nummer was afgelopen keken ze elkaar een beetje
verlegen aan. Allebei voelde ze de aantrekkingskracht en de kwetsbaarheid van
elkaar. Linda hervond zichzelf het eerste en plofte op de bank. Uitnodigend wees ze op de plaats naast haar en Leo liet zijn lange lichaam op de bank zakken. Hij schraapte zijn keel en nam haar beide handen in de zijne, ze verdwenen zowat in zijn grote knuisten. “Lieve Linda”, begon hij. Met grote ogen en een fel rood blosje op haar wangen keek ze hem aan. “We zijn geen pubers meer en op onze leeftijd gaat de tijd te snel voorbij om kansen te laten liggen.” Ga nou door man, dacht Linda ik sterf zowat. “Ik denk dat we het samen goed kunnen vinden en deze kans op een nieuw geluk niet door de vingers moeten laten glippen. Daarbij vind ik je heel lief,” zei Leo en keek haar vragend aan. Linda kreeg een
zachte blik in haar ogen, schoof wat dichter op hem toe, omvatte met haar handen
zijn gezicht en kuste hem zacht en teder op zijn lippen. “Hier ben ik het
helemaal mee eens Leo, het lijkt me heerlijk om deel uit te maken van jou leven.
We doen het rustig aan en mijn voordeur is van nu af aan ook jouw voordeur”,
zei ze met omfloerste stem. Tot diep in de nacht vertelde ze elkaar over hun
leven, hun verlangens en idealen. Het bleek dat ze over veel dingen hetzelfde
dachten en ook veel gemeen hadden. Ze dronken nog een laatste glaasje port en
toastten op de toekomst, hun toekomst. “Kom, ik ga er
van tussen het is al twee uur en zoals je toen straks al zei, morgen komt er
weer een dag.” “En veel dagen voor ons samen”, zei Linda. Zorgzaam hielp
ze hem in zijn colbertje en liep
mee naar de voordeur. Hij kuste haar, Linda sloeg haar armen om hem heen en
nestelde zich even tegen hem aan. Voorzichtig maakte hij zich van haar los en
zei, ”je loopt maar binnen als je zin hebt.” In zijn ogen lag een tedere
blik en een belofte voor de toekomst. “Welterusten Linda”, zei Leo zachtjes
en verdween in de nacht. Intens gelukkig sloot Linda de deur en met kleine
danspasjes keerde ze terug in haar woonkamer. Ilse Steel |
|