|
|
|
Spelletjes van vroeger Je ziet het de kinderen van tegenwoordig (haast) nooit meer doen
Een stelt is een lange lat met daaraan een driehoek geschroefd. Daar moesten je voeten op staan. De latten klemde je onder je armen en dan moest je zo proberen te lopen. Er waren ook stelten met "twee verdiepingen". Dan kon je wat hoger van de grond komen, maar dat was moeilijker omdat de steltlatten dan niet altijd meer onder je arme geklemd kon worden en ze dus met alleen je handen in evenwicht gehouden moesten worden. Er werden onderling hardloopwedstrijden mee gehouden. Als je goed was kon je op één been hinkelen f met de stelten een trap op en af lopen. Als je supergoed was kon je de trap op en af hinkelen op één stelt. Naar begin van pagina Terug naar nostalgie
Een hoepel was een oud fietswiel zonder spaken en zonder banden, het kale wiel dus. Je had een stokje en dat deed je in het verdiepte gedeelte van het wiel en zo kon je het wiel voortduwen. Daar speelde je gewoon mee want het was al een hele kunst om het wiel gaande te houden. Of daar hield je onderling wedstrijden mee. Naar begin van pagina Terug naar nostalgie
Een tol zag er meestal uit als een soort paddestoel. De steel van de "paddestoel"was in een punt geslepen net als een potlood. In de punt werd een bolle spijker geslagen. Je had dan ook nog een stok nodig met daaraan een lang touw. Het touw moest eerst zorgvuldig om de "steel van de paddestoel" gewikkeld worden. Dan zette je de de punt van de tol op de grond en gaf met het stokje een harde ruk om de tol aan het draaien te krijgen. Dat moest je niet te hard doen en ook niet te zacht. Menige tol is daardoor door de lucht gevlogen en soms ook door de ruit van een woning. Als de tol eenmaal draaide moest je die zo lang mogelijk aan het draaien houden door met het touwtje aan het stokje tegen de steel van de "paddestoel"te slaan. Dat viel nog net mee. Als je te hard sloeg vloog de tol ver weg. Je moest het dus beheerst doen en daar was niet ieder kind voor in de wieg gelegd. Naar begin van pagina Terug naar nostalgie
Dit was typisch zo'n spelletje met speciale feestdagen zoals Koninginnedag. Je had een juten aardappelzak. Daar moesten je benen in en je voeten moest je goed in de punt van de zak duwen. Dan kon je met de zak lopen of springen. Dan werden er wedstrijden gehouden. Je moest dan als snelste een bepaalde afstand overbruggen. Meestal werd dat twee aan twee gedaan en de verliezer viel dan af. Dat ging dan net z lang door tot er een winnaar was en die kreeg dan een prijsje. Naar begin van pagina Terug naar nostalgie
Leuk was dat bij verjaardagspartijen. Men nam een ontbijtkoek (peperkoek) en sneed deze in plakken. Men pakte een stuk dun touw. Met een naald werden de sneetjes koek aan dit touw geregen. Dat moest een beetje in de hoek van de plak koek, zodat deze met een punt naar beneden hing. Vervolgens kreeg iemand een blinddoek voor, meestal was dat een afdroogdoek. De kunst was nu om zonder je handen te gebruiken de koek van het touw te happen. Je beloning was eigenlijk alleen de koek zelf. Naar begin van pagina Terug naar nostalgie Aanvulling door Willeke Wouters:
|
|