|
|
|
De rommelpot (klik op de figuren om ze te vergroten)
Het verschilt van de streek hoe het instrument genoemd werd en ook verschilt het per streek wanneer je er als kind mee langs de deur liep om een zakcentje te krijgen. De rommelpot werd in vooral in het oosten van het land foekepot genoemd en het zuiden Doedelpot en in andere streken van Nederland en Vlaanderen werd hij koenckelpot, brompot, wrijftrom, goebe, kettemoere, prospot of trekpot genoemd. Wat velen niet beseffen is dat de rommelpot eigelijk al een heel oud instrument was om muziek mee te maken. Aan het eind van de Middeleeuwen zijn er al afbeeldingen van te zien op schilderijen, onder andere van Pieter Breughel. Ook kwam de rommelpot al voor in versjes uit die tijd. Maar ook in andere delen van Europa en andere werelddelen was het instrument bekend.
Oorspronkelijk
gingen bedelmuzikanten ermee langs de deur, waarbij ze zelf hun versjes
begeleidden. Of ze speelden samen met andere muzikanten. Dat
was altijd in de tijd rond kerstmis, oudejaar of bij het feest van driekoningen.
Later werd de rommelpot ook wel door de kinderen bespeeld bij sintmaarten of
vastenavond. Een rommelpot maakte je als kind zelf. Dat vergde wel enige voorbereiding. Het belangrijkste deel was een varkensblaas!! Het kon zijn dat een gezin een varken geslacht had en dan bewaarde je de blaas of je ging naar de slager om de blaas van een varken te vragen. Die varkensblaas moest een aantal weken drogen. Als de varkensblaas er een beetje perkamentachtig begon uit te zien was hij droog genoeg. Verder moest je zorgen voor een dunne bamboestok. Die sneed je af op een lengte van 20 à 30 centimeter, waarbij aan beide kanten de verdikking van de bamboestok het uiteinde vormde. Eén uiteind duwde je in het midden van de varkensblaas, zodat er aan de andere kant een uitstulping ontstond en met een dun (vlieger)touw bond je dan de bamboestok aan die kant vast aan de varkensblaas. Nu had je nog (liefst een groot) verfblik of conservenblik nodig waar in elk geval een rand aan moest zitten (de muzikanten uit de Middeleeuwen gebruikten hiervoor een kleine pot van aardewerk, maar die had je natuurlijk niet). Nu werd de blaas met bamboeriet over het blik gespannen en met een touw vastgemaakt. Het bamboerieten stokje moest precies in het midden zitten. En de blaas moest zo gespannen worden dat het stokje rechtop bleef staan. Nu was de rommelpot klaar.
Om er het karakteristiek brommend mee te maken spuugde je eens flink in je hand. Je klemde je hand om het bamboeriet en bewoog je hand heen en weer in een pompende beweging. Vooral de neerwaartse beweging was belangrijk. Omdat het riet als het ware door je hand glibberde kwam het in een zekere trilling en deze trilling werd versterkt door het membraan van de varkensblaas. Daardoor ontstond het karakteristieke, wat brommende geluid. Nu
kon je op de avond die daarvoor in de streek gebruikelijk was langs de deur
gaan. Je belde aan en als de deur geopend werd zei je een rijmpje op. Daar zijn ook vele varianten van die verschilden per streek.
Zomaar een aantal voorbeelden:
'k
Hebzo lang met de rommelpot gelopen 'k Heb geen cent om een broodje te kopen Laat het spel maar binnenkomen Schippertje trek je zeiltje 's op Gooi wat in m'n rommelpot Rommelpotterij, rommetpotterij Geef me 'n centje en dan ga 'k voorbij of En nu is ons Janneke dood En nu zitten we zonder brood En nu kom ik op deze avond eens even aan je deurtje staan Ik hoor de pannetjes snerken Ik ben niet te lui om te werken Ouwejaar uit Nieuwejaar in 't Beursje staat open En gooi er wat in of Rommelpotterij, rommelpotterij Geef me een centje en ik ga voorbij Geef me een appel of een peer En je ziet me het jaar niet weer of Geeft
wat om de rommelpot Van
de liere, van de lare Geef
wat spek en geef wat worst Geef
ons ene rib of twee 't
Varken heeft een lange staart Karbonaden
op den dis Vrouwtje
geef zo veel gij kunt of Rommelpotterij, rommelpotterij Geef me ene cent dan ga ik voorbij Ik heb geen geld om kleren te kopen Daarom moet ik met de rommelpotte lopen Rommelpotterij, rommelpotterij Geef me ene cent dan ga ik voorbij of Ik heb zo lang met de foekepot gelopen 'k Heb geen geld, om brood te kopen Foekepotterij, foekepotterij Geef mij een oortje, dan ga ik voorbij Hier woont een rijke man Die zoveel geven kan Veel zal hij geven Lang zal hij leven Zalig zal hij sterven De hemel zal hij erven Vastenavond is 't vanavond Klink op de busse Alle mooie meisjes hebben een man Behalve ik en mijn zusse Hier een stoel en daar een stoel Op ied're stoel een kussen Meisje hou je kinnebak toe Of 'k sla 'r een pannenkoek tussen Foekepotterij, foekepotterij Geef mij een oortje, dan ga ik voorbij 'k Heb zo lang met den foekepot gelopen 'k Heb geen geld om brood te kopen Foekepotterij, foekepotterij, Geef mij een oortje, dan ga ik voorbij of 'k Heb zolang met de rommelpot gelopen 'k Heb geen geld om brood te kopen Rommelpotterij, rommelpotterij Geef mij een oortje, dan ga ik voorbij Dan ga ik naar de heren En laat mijn potje smeren Dan ga ik naar de Fransen En laat mijn potje dansen Dan ga ik naar de smid Wat is mijn potje wit Moeder, speld mijn doek wat net t' Avond komt mijn vrijer Komt hij niet, ik haal hem niet Dan slaapt hij in mijn armen niet Dan haal ik Jacob Jansen Die speelt al op de rommelpot En ik zal daar bij dansen
of (Brabant met dank aan Riet Rademakers))
Vrouwke tis vastenaovond, We komen nie thuis vur taovond. Taovond in de maonenschijn, As vader en moeder nor bed toe zijn Dan hebben we een heel klein hondje, Dat moet er vanaovond aon. Wé laoten het hondje dansen, Dan lopen we naar de Fransen. Doetelpotterij, doetelpotterij, Gif me unnen cent dan gok vurbij.
of (Brabant -met dank aan Riet Rademakers)
Vrouwke tis vastenaovond, We komen nie thuis vur taovond, Taovond in de manenschijn, Als vader en moeder naar bed toe zijn. Boven in de schouwen, Hangen de verrekus mee touwen. Boven in de schoorsteen, Hangen de verrekus mee lange been. Snij maar diep, snij maar diep, Snij maar in munne vinger niet. Hier unne stoel en daor unne stoel Op iedere stoel un kussen, Meske houdt oew kinnebak toe, Of ik slao er nog inne tussen. Tussen oew neus en tussen oe kin, Kan nog wel unne pannekoek in. Ik heb zolang al rond gelopen, Ginne cent um brood te kopen. Rommelpotterij, rommelpotterij, Gef me unne cent dan gok vurbij.
Ook
nu wordt het instrument nog bespeeld bij uitvoeringen van folk en oude muziek.
Er zijn ook rommelpot orkesten die in het land optreden.
|
|