|
|
|
Het
waait, het stormt zeg maar, het is rot weer buiten. En
ik ben zielig, heb een zere rug en ook een stijve nek. Ik
kan met dit beroerde weer toch ook niet naar de camping. Die
pijnen, en dan zo’n caravan, ja kom nou ik ben niet gek. Ik
heb er echt wel recht op dacht ik zo onderhand. Want
met die hittegolf was ik ook al thuis gebleven. Dan
wil je er eindelijk wel weer eens een keertje uit. Recht
is toch dacht ik altijd iets van nemen en van geven. Zo
gaf ik mijn lekkere, warme, rustige campingplaats maar op. Aan
lieden die het per se moeten hebben van het hoogseizoen. Het
toeval hierbij is dat het veel te heet werd dus kwam het goed uit. Wat
was ik achteraf toch blij, want het was toch echt geen doen. Ik
zit hier nu, terwijl ik dit schrijf zou ik niet durven gaan staan. Wat
denk je, met zo’n rug, die nek, je loopt en zit jezelf toch in de weg. Dan
dat geraas van die storm die maar blijft loeien aan je kop. Ze
moeten mij weer hebben zeg ik dan, ik heb ook altijd pech. Je
wordt zo langzamerhand een zeurderige vervelende oude vent. Wees
nu toch blij dat je hier zit, gewoon net zoals toen met die hitte. Die
caravan die loopt gerust niet weg, staat lekker in zijn droge stal. Dat
daar niets mee gebeurt dat geeft een goed gevoel, dat zie ik zitten. Ze
heeft gelijk besef ik nu, ik heb geluk gewoon met dat slechte weer. Die
nek, die rug dat weer, ik mazzelpik, met z’n caravan, ja zeker weten. Want
denk eens aan het gemak, de ruimte, de beschutting van je huis. Wc
en douche, je eigen ruime bed en alles bij de hand ik was het haast vergeten. Wat
heb ik nu toch weer een heel fijn jaar dit jaar. Met
haast alle rottigheid die je maar kunt bedenken. En
stel je voor dat er het volgend jaar eens niets gebeurd. Ik
ben benieuwd wat voor rottigheid dat jaar zal schenken. Pika Er werd een fles in
zee geworpen. Een fles, daarin een
felle hartenkreet. Een hart dat vroeg
om aandacht en een beetje liefde. Een schreeuw van
wanhoop, om begrip voor alle leed. Op dat stomme eiland
viel immers nooit iets te beleven. Die mannen daar
dachten alleen nog maar aan werk. En ’s zondags was
het altoos rustig echt een rustdag. De enige drukte daar
was ’s morgens bij de kerk. Als je dan net als
zij met moederinstincten loop te worstelen. Alleen nog maar kan
denken aan nageslacht, een kind ! Kan het gebeuren dat
je in je wanhoop naar de fles grijpt. Dan is het je ook
een rotzorg wat of een ander daarvan vindt. Zo had een vrouw
haar lieve man verlaten voor een ander. Hij kon het leed
niet aan, gedroeg zich vreemd en raakte zonder werk. Greep in zijn
wanhoop naar de fles, werd op den duur een zwerver. Dat de fles een
medicijn voor een wanhopig hart, dat is toch sterk. Aan het arme kind
werd de moederborst geheel onthouden. Wat doe je dan hč,
ook een noodgeval dacht ik, dus de fles. Drie flessen die er
niet om liegen dacht ik, zou het helpen. Voorbeelden genoeg
hoor, ik weet er zeker nog wel zes. Ik wil echter alleen
maar zeggen ”je moet de fles niet onderschatten”. Het is de
uitlaatklep voor heel veel wanhoop in deze maatschappij. De fles is in het
leven niet meer weg te denken voor heel veel mensen. Maar het geloven in
de fles, ja dat staat voor een ieder vrij. Pika Kijk sprak de wijze
uil, toch enigszins geagiteerd. Dat ik zo wijs ben
komt gewoon omdat ik heb geleerd. Dit klinkt
waarschijnlijk voor buitenstaanders enigszins arrogant. Maar ja, het zij zo,
ik ben een diertje met enorm veel verstand. Als ik zo om mij
heen kijk, en ik zie dan jullie domme koppen. Dan denk ik doe eens
iets, kijk eens wat beter uit je doppen. Door mijn enorme
ontwikkeling heb ik van alles haast verstand. Ik zie de dingen
helder, luid en klaar, ja, er is van alles aan de hand. Neem nu de liefde,
men zegt dat die zo begripvol en offervaardig is. Dat is toch echt
niet waar hoor, wie dat denkt slaat de plank ver mis. In de liefde is
alles geoorloofd zegt men ook, dat is zo, je moet slim zijn. Kunnen sturen,
ontdekken, bedekken en laveren al doet het soms wat pijn. Wees maar gewoon een
echte egoďst, het gaat om jou gevoel van welbehagen. Dan kun je alles wat
de liefde in je leven vraagt of geeft beslist wel dragen. Maar offers brengen
en omwille van geeft op den duur toch wel een rot gevoel. Dan
sterft de liefde af, er valt niet meer aan te dokteren, dat was toch niet het
doel. Zo
ook de sport, de wielrenners de dope ontkennend, atleten kunnen er ook iets van. Dat
is jezelf ontkennen, geen prestatie, waarin olympisch vuur nooit branden kan. En
voetballers en hun trainers in interviews moet je van hun wijsheid horen. Maar
dat doet niets af
van de zaak dat ze het ook nu weer hebben verloren.
Vandaar
dat ik de duisternis zo min, de nacht geeft mij de rust en concentratie. Dat
is nu juist wat de ware wijsheid nodig heeft, de redding voor de ganse natie. Dus
blijf ik maar op de achtergrond, apart zeg maar en lekker muizen vangen. Want
niemand luistert nog naar goede raad, ik braak mijn bal, wat kun je meer
verlangen. Pika Ik
heb zo mijn leventje ingevuld met hard en later zachter werken. Soms
was het wel leuk, dan weer iets minder of helemaal niet. Maar
ik zeg maar zo; overal zal altijd wel iets te zeuren wezen. Voor
al het werk moet toch iets zijn, het is maar hoe je het beziet. Zeg
bijvoorbeeld iets over het zware, ongezonde, vuile werk in de kolenmijnen Of
een hele lange dag maar zitten in een stoel, zij het in een mooi kantoor. Of
op een heel groot veld in de kokende zon onkruid uit bieten moeten schrapen. En
die arme visserman op die woeste kolkende zee is ook geen pretje hoor. Het
werk van de vuilnisman of erger, in de stinkende riolen. Leidekker
op een kerkedak, gevaarlijk! Maar zij moeten er wel zijn. De
slager, bakker, groenteman, kortom het hele supermarkt gedoe. De
grote mannen die hun zakken vullen, hebben zij het altijd even fijn ? Moet
dan ook alles wat er is nu ook altijd en eeuwig blijven bestaan. Zeg
maar; de bazen knechten al wat doende is, het service personeel. Als
je dan bedenkt hoe het ene vaak in het andere sluit, niet zonder kan ! Dan
blijft de vraag; wie doet het, en wie heeft het beste deel ? Nu
dan het kardinale punt de ploert, die zonder scrupules misbruikt, verkracht. De
gangster, drugsbaron, de inbreker, de zwaardere hij die je zelfs vermoord. Dan
denk ik aan al die officieren van justitie, de advocaten, het gevangenis
personeel. Zielig
toch, brodeloos, die arme kindertjes, hun personeel dat is toch ongehoord ? Gelukkig
dus dat er toch voldoende ploerten nog voorhanden zijn. Nog
fijner is het dat ik er niet voor heb geleerd en het niet hoef te zijn. Ik
ben tevreden met wat ik altijd heb gedaan en met mij denk ik zeker vele. Wat
zit toch de wereld eigenaardig in elkaar, of lijkt het maar zo en is het schijn.
Pika Zo
door de jaren heen voelde ik mij zo iets als masochist. Van
Nico en van Tine werd ik de willige, volmaakte slaaf. Het
was vaak moeizaam en deed het ook wel erge pijn. Maar
al die pijn doorstond ik en ik deed ook alles braaf. Natuurlijk
werd ik ook wel eens opstandig en ontevreden. Ik
mokte dan en zei”ik stop subiet, ik doe het nu nooit meer.” Maar
zonder dat gevoel en soms die pijn kon ik ook niet verder leven. Doch
steevast dacht ik later dan; het lukt mij vast eens op een keer. En
met het klimmen der jaren kreeg ik het er soms heel erg benauwd van. Ik
dacht dan ik stop er mee want het wordt mij nu toch echt te zwaar. Maar
na een dag of wat ging ik dan met frisse moed weer verder. Eens
een slaaf, altijd een slaaf zegt Nico, en het is waar. En
Tine zegt met een gemene grijns ”zo vriend, ik laat je lijden.” Je
kunt toch niet meer zonder mij, ik maak je langzaam dood. En
ze heeft gelijk, het zit al heel diep verweven in al je botten. Nu
ik heel nuchter en helder denk, zit ik toch echt in nood. Wie
helpt mij uit dees nood bedenk ik met een zucht, ik kan noch zuchten. Straks
zal mijn stem, mijn roep om hulp vast ook niet meer te horen zijn. Ach,
wat zou het ook, ik heb immers nooit geluisterd, wist het toch altijd beter. Of
ik nu subiet er echt mee stop of lekker doorga, het doet vast beide pijn. Wat
wijs bekeken zeg, dan heb ik dus toch nog keuze. Dan
kan ik tussen twee kwade kiezen, ja dat is waar. Nu
zie ik ook dat het resultaat de keuze moet bepalen. Misschien
krijgen Nico en Tine niet hun zin, dat is toch raar. Pika Toen ik geboren
werd, regelde opoe voor mij een baker. Maar eigenlijk waren
die toen toch al veel langer uit de tijd Ik was zodoende op
dat gebied wel een der laatste der mohikanen. Ik ben er nog, en
voel mij niets tekort gedaan dus voel ik niets van spijt. Zo’n baker lustte
wel een neut, en hield het meestal niet bij een. En ik kreeg ook mijn
deel, een dotje suiker gedoopt in brandewijn. Van slapen wordt een
kindje heel snel groot en sterk zei men dan. Ik was een heel lief
kind en sliep heel veel, dat vond de baker fijn. Is er heel erg veel
veranderd dacht ik naar mijn kleinkind kijkend. Die liep te zuigen
op een grote gekleurde bal van suikergoed. En al die kinderen
die ik zie zijn meestal zwaar en veel te dik. Ik denk die goeie
ouwe tijd en ook het nu, nee echt dat gaat nooit goed. Zij leven lui, doen
geen zwaar werk en verbranden dan ook niet. Dat groot en sterk
is ook niet zo van zijn, alleen maar lomp en dik. Met hulp van
doktoren blijven ze misschien toch nog in vreugde leven. Maar al met al
bedenk ik hebben zij het een en ander nodig voor de kick. En zo geeft elke
tijd zijn eigen zorgen lusten, lasten en gebreken. Eigenlijk veranderde
er toch niet zo veel, dus blijf je bij het zoet. Geboren zoetekauw,
dus houden zo, op brandewijn of bal, blijf kauwen. Ik
ben nog altijd heel lief als ik slaap, dat geeft de burger moed ! Pika Ik
heb een koekoeksklok, wat zeg ik; wel drie. Ik
ken ze bij naam, bobke zegt geen koekoek. Nee,
die zegt ke-bob, ke-bob dus vandaar. Kuck-
euch dat is een Duitser, dat hoor je zo. Dan
heb ik er een en die zegt gewoon, normaal koekoek. Die
heet dus ook koekoek omdat hij de enige normale is. Waarom
ruim je die dingen niet op, doe je ze niet weg ? Ik
heb er heel sterk aan gedacht en lang overwogen. Een,
mijn gemoedsrust, geen probleem. Twee,
nostalgie of financieel, geen probleem. Het
zijn geen erfstukken en hun kreten neem ik voor lief. Veel
van mijn tijd heb ik aan hun herstel en onderhoud gepleegd. Ergo;
ik denk, je kinderen gaan als het goed is de deur uit. Je
doet ze niet de deur uit, ze moeten het zelf willen. Zij
hebben een stem, dat is intussen voor mij wel duidelijk. Maar
iets in die richting heb ik nog niet gehoord. Ik
heb iets met vogels, vroeger al, van kindsbeen af. Dat
is dus de derde reden om ze te blijven huisvesten. Ik
herken dus hun stemmen omdat ik hun taal heb leren spreken. Je
moet mij horen,’s morgens vroeg als ik met de merels praat. Daarna
met de vinken, koolmezen en ander gespuis. Ja,
dat is echt wel even lachen met die knapen. Je
bent even in een heel andere wereld, er lekker even uit. Ook
hele zeldzame, die haast uitgestorven zijn, ik ken ze ! Al
heel jong ging ik met mijn makkers op pad. Want
jong geleerd is oud gedaan, dus aangepakt. Je
moet immers het ijzer smeden als het heet is. Ik
was altijd al zo’n beetje haantje de voorste. Als
er dan nogal veel animo was riep ik de meute bijeen. Iedereen
vol spanning natuurlijk want dat beloofde weer wat. Dat
wordt weer zoeken naar een zeldzame vogel. En
wat nog belangrijker is; gelijk imiteren ook natuurlijk. Dat
ging dan ongeveer zo; kom mee naar buiten ! Wie?
Allemaal natuurlijk. Wat
gaan we doen wilde zij dan ongeduldig weten? Dan
zoeken wij de wielewaal zei ik dan tot ieders verbazing. Zij
konden het bijna niet geloven, maar als ik ging roepen ! Nou
dan kwam hij aangevlogen hoor, tot ieders verbazing. Zijn
roep; doeljoho klinkt zijn lied, doedeljo en anders niet. Knap
van mij hč, zoiets vergeet je van je leven niet. Je
moet er alleen even oog en oor voor hebben ! Pika Bepaalde,
algemeen geachte personen in ons landje staan bekend als zeer onbetrouwbaar. Dat
zijn de lieden die ons land besturen, en de geleerden die voorspellen ons het
weer. Soms
gaat het ook heel kort wel eens leuk, maar meestal word je echt belazerd. Zeker
niet zo af en toe een keertje, maar ze flikken het je telkens echter keer op
keer. De
vraag is nu: Is dit wel boze opzet, is hier kwaadwilligheid in het spel? Of
zijn het allen zomaar elementen die er echt de ballen niet van snappen. Zij
hebben lang genoeg met hun studie beurs van de gemeenschap mogen leren. Of
hoort het gewoon bij het vak van hem of haar, wat koop ik voor die grappen? Er
is echter wel een klein verschil tussen weerlieden en die uit de politiek. Weerlieden,
ze doen maar wat, lachen zich rot, worden gewoonlijk aangesteld. Maar
kamerlieden en ministers worden door ons allemaal gewoon gekozen. Dit
geeft de indruk zo van iets als; jullie willen dat, en zeker niet van geweld. De
ene groep is nog veel beter als de ander, het is het listig leuren om een stem. Beloven
welvaart, recht, bescherming en zo meer om toch maar te worden gekozen. Maar
nog nauwelijks zittende in het zachte pluche zijn schone beloften snel vergeten. En
ongeacht de kleur der kiezers, wil ook haast iedereen ze wel gelijk weer lozen.
Bedenk
nu eens een systeem waarbij men hen aan hun woord zou kunnen houden. Een
soort van dwang, no cure no pay om het beloofde nu ook eens te gaan doen. Ik
zou zeker kiezen voor zo een die zich vast laat pinnen op zijn of haar beloften. Betrouwbaarheid,
normen en waarden zijn losse slogans geef mij maar echt fatsoen. En
dan die lieden van het weer, met een vermogen kostend instrumentarium. Een
leuke, interessante studie zodat je haast alles wel kunt verklaren. Maar
de eerste de beste boer, molenaar of visserman verbetert het hun al snel. Die
letten niet zo op zonexplosies, maar leven op geheugen en gevoel, al jaren! Als
naast die geniale professoren in het onderwijs een paar eenvoudige boeren zouden
zijn. Eenvoudige
zaken worden overheen gekeken, enorme breinen zien zo groot, missen het klein. Of
willen zij eenvoudige lieden echt bedotten, je zwamt maar wat, laat ze hun keuze
maken. Als
je zit dan ook geen voornamen meer, bemoei je met je eigen zaken ik zit hier
immers fijn! Pika De
oude, vrekkige geldwolf had zijn laatste ademtocht nog niet gelaten. Of
de hele familie kwam eens kijken hoe het met zijn wrakkige gezondheid was
gesteld. En
echt niet om met hun zo geliefde bloedverwant nog eens te kunnen praten. Nee,
meer waren zij geďnteresseerd in; hoe gaan wij nu verdelen zijn vele geld. Zij
hielden echt niet zo van zijn manier van; denken, doen en leven. Hadden
toch eigenlijk op heel zijn doen en laten altijd al kritiek. Maar
nu was dan de tijd gekomen dat hij alles weg zou moeten geven. Dit
was het absolute einde zei men, want hij was nu wel vreselijk ziek. Zij
spraken heel druk met elkaar alsof hij reeds was overleden. Iemand
die geleefd had zoals hij ging toch misschien wel naar de hel. Hij
geloofde immers aan God nog gebod en had vast nog nooit gebeden. Een
grotere schurk als hij vond je toch nergens, en allemaal wisten zij dat wel. Aan
iemand zoals hij is immers niets verloren, ik zou niet in zijn schoenen willen
staan. Maar
ja, zijn lieve geld kwam toch bij de meeste toch echt niet zo ongelegen. Dus
als hij nu maar vlot ging sterven had hij toch nog wel iets goeds gedaan. Maar
op het einde van de akker kwamen zij onverwachts nog een verrassing tegen. Toen
het dan eindelijk was gedaan, en hij heel keurig was begraven. Werd
het testament eens duidelijk aan hen allen voorgelezen. De
aap kwam letterlijk uit de mouw als de verrassing aangedragen. En
er werd deze keer op al de fouten van het hele stel gewezen. In
het kort gezegd zei hij:”Ik ga vast naar de hel, het zal zo zijn.” Maar
toch wil ik proberen om nog zo goed mogelijk terecht te komen. Dus
al mijn vele geld en goed gaat naar de kerk, alleen al voor de gein. Omdat
ik het bidden steeds weer was vergeten heb ik dit besluit nu maar genomen. Pika Op
een dor, kaalgevreten stuk grasland stond een mager paardje. Wat
stom te staren in een grote bak met drabbig water bij het hek. Op
de paal van het hek stond fier een forse, weldoorvoede ekster. Die
bijna hardop dacht:”Dat stomme scharminkel hij lijkt wel gek.” Nu
loop je nog een beetje vlot en heb je nog een sprietje gras om op te kauwen. Maar
op een goede of een kwade dag beland je, dat is zeker toch wel bij de slager. Als
je helemaal bent afgereden, en jij je halve leventje vreselijk hebt uitgesloofd. Dan
eindig je gewoon als paardenworst want jij bent immers dan nog lekker mager. Maar
neem dan mij, ik vlieg waarheen ik wil want ik ben vrij. Ik
roof te pas en onpas wat eitjes of wat kuikens uit een nest. Ja,
vrijheid blijheid en de kost gewoon maar voor het kauwen. Ja
zeg, geloof mij maar gerust, dit leventje bevalt mij opperbest. En
straks vlieg ik de boomgaard in, de boer is immers al naar huis. Zo
kan ik lekkertjes op mijn gemak, wat appels of een peertje snoepen. Ik
kan dat voorzeker rustig doen, want ik alleen val immers niet zo op. Heel
anders als die stomme spreeuwen, want die komen gewoon in hele groepen. Het
paardje stond daar wat suffig en zag de ekster met lede ogen gaan. Wat
is het toch een vreselijk droevig lot, als paard te zijn geboren. In
een volgend leven wil ik dan ook gerust zo’n mooie bonte ekster zijn. Ik
ga alvast maar bidden dat de schepper mijn wens ook zal verhoren . Nog
maar nauwelijks had hij dit gedacht, of benggg, een heel harde knal. Met
een ijselijke kreet stortte de arme ekster dodelijk gewond ter aarde. Dit
voorval onderbrak nu toch even zijn prettig dromende gedachtegang. Een
ding had hij nu wel geleerd: Het leven van een dier heeft weinig waarde. Pika Het
is eigenlijk goed beschouwd toch best wel aardig voorjaarsweer. Maar
wel jammer van die harde wind, die windzak raakt nooit leeg. Ik
zou wel willen dat hij of zij die hier zijn voordeel mee kon doen. De
rest van heel het verdere jaar, ons portie er ook even bij kreeg. Wie
wil dat nu hebben hoor ik dan iemand zeggen. Wel,
onze voorvaderen van een paar eeuwen geleden. Die
met hun windjammers of welk ander varend tuig. Zij
leefden veel meer van en met de wind als in het heden. Met
de windjammer van en naar echt hele lange reizen. Was
er geen wind, dan schoot het immers ook niet op. Bedierf
het water in de vaten en kropen de maden uit je eten. En
scheurbuik was ook doodnormaal en kostte je ook je kop. Dagelijks
ging er dan wel een overboord, een zeemansgraf. Verzuipen
kon je ook, aan boord of op zee want je moest hozen. Velen
op de windjammers baden dagelijks om een beetje wind. Het
was de tijd van ga naar zee of bij het leger der werkelozen. En
kwam er eindelijk wind, hoera, was het wel gelijk een storm. Dan
sloegen mast en zeilen en eigenlijk haast alles overboord. En
menig jongeling vond een vroege dood in woeste golven. Een
uitzichtloos, keihard bestaan geloof mij op mijn woord. Zij
kozen ook niet altijd voor dit harde droevige bestaan. Werden
vaak geronseld, dronken gevoerd in de kroeg. Deed
je dan je werk niet goed dan kreeg je een pak ransel. Aan
de grote mast gebonden, met de zweep meer dan genoeg. Had
je het nog steeds niet geleerd en wilde je nog steeds niet luisteren. Dan
werd je even kiel gehaald, en dan maar hopen dat je niet bleef steken. Want
was de onderzijde van het schip toch blijkbaar wel eens al te ruw. Dan
kon je het beslist wel schudden en was het verders ook voor jou bekeken. Denk
nu maar niet dat ik het allemaal maar overdrijf. Want
al jaren duiken heel ervaren duikers zo de historie in. Brengen
het leven van toen volledig en overduidelijk in beeld. Alleen
zijn hun motieven niet de slachtoffers, maar veel meer het gewin ! Pika De struikrover, een heel oud beroep bij een ieder
welbekend. Die knaap, roofde die nu struiken, wat was dat voor
een vent ? Nee hoor, hij roofde helemaal geen struiken uit
plantsoen of tuin. Hij speelde eigenlijk meer verstoppertje in het
moeras of in het duin. Je zou hem ook wel boeman kunnen noemen, of ook
misschien wel bullebak. Want schrikken deed je van zo’n ruwe wrede snuiter
want dat was zo zijn vak. En struik, klopt ook niet, het ging eigenlijk
om struiken, liefst veel meer in getal Want je moest je er als rover in kunnen
verstoppen, je lokt de reiziger zo in de val. De weg moest aanlokkelijk, overzichtelijk en
duidelijk begaanbaar zijn. Zo dat de reiziger bij zich zelve dacht:”Een
mooie weg zeg, fijn.” Maar de rover zag dan goed hoe sterk, of
weerloos of je eigenlijk wel was. Was je een schatrijke dame of een heer of
beide, kwam dat heel goed te pas. Het schrik effect maakte van hem toch meer een
boe ! man zou ik zeggen. Al zal alleen maar boe! Ook net als bullebak,
windeieren gaan leggen. De hoofdzaak was toch eigenlijk de poen,
edelgesteente, zilver ende goud. Hij was als een piraat een soort avonturier,
maar wat hij deed was fout. Zie hem toch zitten, op zijn gemak, aan beide
zijden scherp de weg afturend. Hij lurkt wat aan zijn pijp of kauwt op
pruimtabak, zo vals onder die pet uitglurend. Daar komt de eerbare burger aan, alleen, zijn
buidel vol met zilveren en gouden dukaten. Opeens dan boe! Daar bespringt hij zijn prooi,
steekt hem even overhoop zonder te praten. Omdat zijn stekkie toch goed schoon moet zijn,
neemt hij wel de moeite hem te begraven. Soms moet dat toch wel even vlug, als er
toevallig nog een slachtoffer aan komt draven. En goed beschouwd is het toch een hard, een
moeilijk en ook een zwaar bestaan. Want zoals het in ons voorbeeld ging is het
beslist niet altijd ook gegaan. Soms was het zwaar, werd er op leven en dood
keihard en wreed gevochten. Kon hij gewond zijnde niet naar een dokter toe,
omdat zij hem ook zochten. Dan raakten soms zijn wonden zwaar ontstoken,
wat weer aanleiding tot erger gaf. Dan moest een arm of been er af, heel zielig
toch maar wel zijn wel verdiende straf. Zo’n amputatie was beslist niet iets om licht
over te denken, een moeilijk besluit. Hij moest het uiteindelijk allemaal zelf gaan
doen, dan kijk je toch wel even uit. Pika Rustig
gleed zijn blik over de grote, wijde prairie. Eigenlijk
wist hij hier met zijn ogen dicht de weg. Hij
kon de weg gewoon wel horen, zien en ruiken. Kende
de struiken, bomen, dieren, wist heg en steg. Hier
had hij leren jagen, strijden en vrijen. Had
ginder in de rivier ook zo vaak gevist. De
ondergaande zon ook al zo vaak gezien. En
even zoveel manen, echt niets had hij gemist. Aan
zijn ogen, zijn reuk, gehoor mankeerde nog niets. Maar
ja die botten, die scharnieren werden stram en stijf. Hij
wilde wel, maar kon gewoon haast niets meer. Laatst
zei er iemand”Jij nutteloze, je lijkt wel een oud wijf.” Wist
wat hij wilde, niemand van de stam nog meer tot last zijn. Er
was immers een tijd van komen en nu tijd om te gaan. Hij
stapte rustig van zijn paard en gaf het dier de vrijheid. Zette
zich onder de oude eik, zoals elke voorouder al had gedaan. Met
de benen opgetrokken de armen erover gekruist de rug tegen de stam. Gingen
zijn gedachten naar datgene vaarvoor en waarvan hij had geleefd. Zag
voor de laatste maal de zon toen ondergaan en de maan opkomen. Overdenkende
ook het harde van zijn bestaan, ja alles wat het leven geeft. Wat
is de zin van een bestaan; in vrede leven en in vrede sterven? Zoals
zo’n oude, nutteloze Indiaan is immers het mooiste wat er is? Ik
weet dat het vandaag de dag en in deze tijd zo echt niet gaat. Maar
is het nu wel zo vreemd dat ik dat voel als een gemis? Komaan
joh, wakker worden, je bent geen Indiaan. Je
lijkt haast wel een kind, je zit gewoon te dromen. Ben
jij nu als die Indiaan ook net een oud wijf? De
zon, de maan, hoe zou dat nu toch komen? Pika Het
is nu al weer een hele lange tijd geleden, Ik
was nog oh zo klein zo teer en zwak . Had
weinig weerstand en in het geheel geen kracht. Mij
leven had nog weinig zin, alleen maar ongemak. Reclame
was er haast ook nog niet. Eigenlijk
alleen maar in de krant. Het
was de bekende leugenaar. Dus
vraag maar naar je verstand. Wel,
luister steeds naar ouderen. Die
weten immers alles toch zo goed. Die
zijn zo groot, zo sterk, zo fier, Precies
zoals het immers moet. Maar
wat ieder ouderpaar altijd weer zei: Eet
toch vooral steeds je bordje havermout. Des
morgens vroeg, een flink bord vol. Dan
word je zeker heel erg sterk en oud. Ik,
als een wel zeer gehoorzaam kind. Luisterde
steeds naar deze wijze raad. En
omdat ook iedereen dit vond. Deed
ik dat jaren metterdaad. Mijn
dagelijkse bordje havermout. En
ik ben nu groot en flink en sterk. En
wordt zo langzaamaan ook oud. Toch
houd ik vol, ruim veertig jaar. Eet
ik heel blij mijn havermout. Als
ik dan honderdvijf zal zijn. Neem
ik vredig mijn laatste hap. Heb
dan toch flink mijn best gedaan. Dus
hoog tijd dat ik er nu mee kap. Wel
geef ik nu elk kind de goede raad. Laat
al die reclame maar gerust betijen. Zij
kloppen alleen maar de centen uit je zak. Je
zult echt veel beter gaan gedijen. Luister
naar des ouders hele wijze raad. Zij
hebben immers het beste met je voor. Je
wordt dan vast net zo groot en sterk als ik. Geloof
mij maar, daarvoor zijn ouders hoor! Pika |
|