|
|
|
Het
was een volle, hele mooie, frisse, blonde meid. Geloof
mij maar gerust, ik kan het echt wel weten. Want
op dat punt heb ik beslist een hele goede smaak. Zij
kwam er echt wel bovenuit, ik zal haar nooit vergeten. Als
ik dan vandaag de dag die bolle dingen lopen zie. Het
is geen lopen eigenlijk maar het lijkt meer op sjouwen. Soms
zie je van die lange, dunne, die tussen soorten zie je niet. Ze
struikelen over hun eigen staken, en lopen maar te kauwen. Dat
elegante, dat vrouw, dat anders zijn, zo apart als een geheim. Hetgeen
je aanspoort en je dwingt om het te gaan ontdekken. Het
houd je zo bezig, je krijgt het er zelfs heel erg warm van. Maar
je gaat door, het kan je allemaal niets meer verrekken. Nu
ben je reeds een eeuwigheid met haar getrouwd. En
alles wat je nog niet wist heb je zo ongeveer ontdekt. En
niets is nu meer nieuw, niets meer zo het vroeger was. Ik
mis die afstand die er was, ik noem dat maar ”Respect.” Als
ik weer jong zou zijn, en weer op jacht zou moeten. Ik
wil er liever niet aan denken want ik heb echt geen zin. Al
borrelen en bruisen dan ook de hormonen niet meer zo. Want
daar breng je als man toch immers weinig tegenin. Maar
ik heb het vast en zeker bij het verkeerde eind. Want
al wat nu nog jong is, voelt zich voorwaar geen stakker. Zij
doen het nu op hun manier, met wat voor hen voorhanden is. Dus
waar maak ik mij zorgen om, zij liggen er niet van wakker. Pika De
mooie, witte sprookjeswereld van gisteren. Helaas,
hij is te snel al weer op zijn retour. Heel
mooi die allesverhullende witte deken. De
bomen het vrachtje torsend, sterk en stoer. Die
gisteren nog stoere nu helaas al stervende sneeuwman. Kijkt
met zijn koolzwarte ogen mij beslist ontredderd aan. Die
grote kop, die wortelneus het loopt beslist slecht af. Nog
even en het is met deze kinderschepping ook al weer gedaan. Die
grote, kalme, koele wachter aan de poort. Wat
weet hij? Is toch veel te snel helaas al uitgediend. Ik
zie zijn koele blik toch ook veel leed verbergen. Bewondering
heb ik voor die grote jongen die niet grient. Vergeten
liggen straks een wortel en twee dennenappels, Op
een hoopje tussen vuil alsof er nooit iets is gebeurd. Voor
hem geen toespraak ook al deed hij wel zijn plicht. Hoogstens
een kind dat toch nog even om hem treurt. De
vele mooie dingen geschonken door koning winter. Sneeuw,
ouderleed misschien wel zeker kindervreugd. Gek
toch dat leuke dingen veel te kort steeds duren. Zo
ook van het winterfeest is er heel veel wat niet deugt. Wij
bouwden vroeger forten, hele sterke grote. De
winters waren wat stabieler en zij duurden lang. Dat
kwam er werd niet gestrooid, geveegd of opgeruimd. De
wind verstoof het weer, zo bleef je lekker aan de gang. Als
ik die grauwe wolken nu zo voorbij zie varen. Bedenk
ik, ook zij waren eens van sneeuw, mooi wit. Er
komt beslist weer eens een dag al duurt het jaren Gewoon
op en neer en warm en koud hoe simpeltjes toch dit. Pika Achter
bij de oude eikenboom graaf ik een gat. Een
buur komt langs, legt uit hoe ik moet graven. Dan
komt de een en de ander weer met goede raad. Je
staat versteld waar men mee aan komt draven. Waar
dient het toe,joh wat een enorm groot gat. Wat
moet het eigenlijk en wat stelt het voor. Lekkage
of misschien een kabel, straks stort het nog in. Zo
gaat het genadeloos gestadig uren zo maar door. Wat
ga je diep ,je moet er nu toch haast wel wezen. Loont
het de moeite wel, het is een hele klus. Ben
toch benieuwd wat hij er hoopt te vinden. Wel
lui de zaak zit zo, geheim, niet doorvertellen dus! Ik
vond op zolder geschreven in een beduimeld boekje. Het
een en ander van mijn opa’s vader of van die ervoor. Er
stond dat hij zijn zuur verdiende knaken had begraven. Maar
mondje dicht, echt niemand zeggen hoor. Op
deze plek, drie passen noordelijk de eikenboom. Al
was die toen begrijpelijk nog heel erg klein. Flink
diep zodat hij gewoon kon blijven spitten. Dus
denk ik wel dat ik er nu zowat zal zijn. Ja
hoor, ik voel de schop nu duidelijk schrapen. Nog
even en ik raap de centjes lekker bij elkaar. Die
ouwe heeft ons echt niet helemaal belazerd. En
ik ben dan nog ruim voor donker klaar. Mocht
het zo zijn dat ik het helemaal mis zal hebben. Ben
ik belazerd zeg en jullie natuurlijk ook gelijk. Moet
ik dat ik dit gat wel voor iets anders gaan gebruiken. Maar
met zoveel goede raad, geloof me dat ik het bekijk. Pika Zij
had een sterk, lief en vriendelijk karakter Zij
was niet knap maar een hele leuke meid Zij
was echt een lichtpunt voor haar ouders Besteedde
aan haar ziekelijke moeder ook veel tijd Zij
werd veel gepest op school "de Paardenkop" Dat
lange ovale hoofd, die hele grote tanden Die
hoge benen aan dat hele lange rechte lijf Grote
voeten, lange armen, grote spitse handen Zelden
een vriendin of vriendelijk woord voor haar Zij
bleef wel bij de les, dus dat ging echt wel goed Steun
van de leraren bleef ook steeds achterwege Dus
mijn bewondering voor haar courage en haar moed Maar
ouder wordend werd zij overal iets ronder Die
lange benen werden mooier en vielen in het oog Dat
ovale hoofd werd echt heel mooi met die amandelogen Daarbij
dat mooie lange haar en zo fier die kin omhoog Zij
werd dan ook een veel gevraagd model Showde
als mannequin de allernieuwste mode Zij
kreeg nu ook het aanzien wat zij steeds zo had gemist En
had met haar verleden volstrekt niets meer van node Wel
wilde nu opeens wel iedere dorpeling haar kennen Maar
dat was nu toch mosterd na de maaltijd zo gezegd Zij
had ze allemaal gerust wel door en deed of zij niets merkte Zo
kwam die Paardenkop dan toch nog heel erg goed terecht Hoe
ik haar leerde kennen dat mag iedereen gerust wel weten Ik
heb haar vroeger eens naar huis gebracht, ze had een lekke band Wij
hebben onderweg toen zo over van alles ook heel veel gepraat Mij
wil zij kennen, ik ontmoet haar soms ook zomaar ergens in het land Pika Een
wedstrijd om het mooiste strepen pak. Tussen
de zebra en de tijger, wint de tijger, zeker weten. Want
valt de stemming onverhoopt iets anders uit als was voorzien. Het
maakt gewoon niets uit, want hij wordt toch wel opgevreten. Nu
strijden deze dieren meest al niet om het mooiste pak. Maar
meer om de snelheid, wie het hardst kan lopen. Ook
hierin is de tijger eigenlijk altijd superieur geweest. En
moest de arme zebra het ook altijd met de dood bekopen. Waarmee
waarom daagt nu toch de zebra steeds de tijger uit. Als
het niet om zijn strepen is misschien om zijn figuur, zijn lijn. Ik
denk zomaar dat in het algemeen het wel om beide gaat. Een
goeie hap, in een heel mooi pak, dan smaakt het reuze fijn. En
ach het wedstrijd element houdt toch wel enigszins de moed erin. Dan
weet zo’n zebra ook dat hij niet zomaar wat voor noppes heeft geleefd. Dat
schept iets van bewondering bij al die andere opgepoetste zebra’s. Begrip,
bewondering, of soms ook jaloezie, is wat toch iedere zebra heeft? Zo
zie je maar dat alles toch weer prima geregeld is in de natuur. Iets
van begrip en zo is hier ook op zijn plaats, je moet het zien. Het
is allemaal zo simpel als je het maar eenmaal weet. Het
geeft een beeld van de samenhang der schepping bovendien. Pika
Ik
heb, zo sprak de eekhoorn met verhoogde stem. Onlangs
nog met een hele grote sterke beer gevochten. Er
bleef gewoonweg helemaal niets meer van over. Hoe
ijverig ze ook in de hele omgeving de boel afzochten. Dat
kan zo ongeveer wel kloppen zei beleefd de aap. Want
ik heb dit sterke verhaal al wel eens meer gehoord. Ik
weet dat jij wat kort ben voor de kop, dus opgepast. Ik
meen, dat jij onlangs zelfs nog een tijger hebt vermoord. Dat
kan wel zijn, dat klopt wel beste vriend, Ik
ben een bezig baasje en raak de tel wat kwijt. Ik
stroop en wurg en beuk wat af zo nu en dan. Ik
heb gewoon zo’n standpunt ”van alles op zijn tijd.” Kijk
jij maar uit voor hem zei de aap tegen de leeuw. Die
intussen door het lawaai ook naderbij gekomen was. Hij
verscheurde al vele beren en tijgers op zijn gemak. Pas
als hij bloed ziet is dit monster pas echt goed in zijn sas. Dat
lijkt mij nu toch sterk sprak zwaar brullende de leeuw. Nu
je nog de kans hebt zou ik niet gaan klimmen in een boom. Want
klimmen, kan hij ook, dus ga maar heel hard lopen. Kijk
maar niet om, ik vreet hem op, ik help hem uit zijn droom. Genade
lieve leeuw, jij hebt mij door, jij bent niet bang. Ik
ben maar klein, ik moest wel wat, maar jij laat je niet bedotten. Ja,
dat is waar zei toen de leeuw, heel flink van jou dat noem ik lef. En
eigenlijk ben je het sop in de kool niet waard alleen voor zulke zotten. Meer
haar als vlees en ach zo’n erge honger heb ik nog niet. Dus
loop ik nog een eindje door, en vindt straks wel iets te eten. Mij
zie je toch waarschijnlijk ook nooit meer terug hier in ’t bos. Vertel
die aap dat je mij ook verslonden hebt, je had nog niet ontbeten. Pika
Langzaamaan
loopt weer het oude jaar ten einde. De
dagen korten, zon wordt schaarser en het is nat. Het
energiegebrek laat alles nu veel trager voortgaan. En
nog voor je bent begonnen ben je het eigenlijk al zat. Net
op het punt dat je het toch eigenlijk wel zat begin te worden. Komt
weer de ommekeer en met een zucht zeg je ”Dat werd tijd.” De
zon komt weer terug en gaat opnieuw weer leven brengen. Het
voortbestaan van al het leven herneemt de dagelijkse strijd. En
alles wat zo doods leek, krijgt opnieuw de kleur van het leven. Jong,
jolig, dartel, frisse moed, geeft alles toch opnieuw weer zin. Het
oude met toch wel het wee is nu dan ook weer snel vergeten. Altijd
is dat zo gegaan, vaststaand, daar brengt niemand iets tegenin. Wat
is het leven mooi, als je weet dat alles weer gaat leven. Dat
leven is gewaarborgd zo, dat geeft toch immers hoop? Al
hoort de tijd van klam en koud, en duisternis ook erbij. En al
die variëteiten krijg je gratis en zij zijn ook niet te koop. Dat
niet altijd alles moeiteloos en aangenaam verloopt. Is
inherent aan de vergankelijkheid, de cyclus van het leven. Als
het je hele leven lang alleen maar zomerzon zou zijn. Zou
je voor kou en ijs en sneeuw een lief ding willen geven. Vandaar
dat al die goede, beste, welgemeende wensen. Toch
eigenlijk totaal zinloos en ook volledig overbodig zijn. Dus
al die kaarten kleuren alleen de donkerte der dagen. En
samen met elkaar je leed te kunnen delen voelt ook fijn. Maar
weer de beste wensen, een leven met veel zonneschijn. Nog
even moedig aan die laatste, veel te korte dagen hangen. Het
is net als voor heerlijk eten zul je trek ook moeten hebben. Dus
doet de kille duisternis ons naar de zomerzon verlangen. Pika
Elsje
Fiedeldelsje, wat is een naam? Gewoon de dochter van Jan Fiedeldelsje! Hele
eenvoudige boeren mensen, gezien de klompjes, netjes voor het vuur. Zo
ook de eenvoudige, voor hen een koningsmaal, lekker pannenkoeken. De
dertiger jaren, crisistijd, armoede, want het meel was al te duur. Wat
zou er van hen zijn geworden, vroeg ik mij wel eens af. Ik
heb zo mijn relaties en heb dat allemaal eens nagegaan. Die
Elsje had nog twee broers, die hebben later goed geboerd. En
met die armoede en kleinburgerlijkheid was het voorgoed gedaan. De
familie woont ook niet meer hier, verhuisde naar zuid Frankrijk. Nu,
drie generaties verder, is er weer een Elsje, dochter van Jean. Het
is nu al een hele flinke meid, ziet er leuk uit, zo een die weet van wanten. Net
thuisgekomen van een rit te paard, zo zie je dat het toch raar lopen kan. Geen
klompjes meer, haar rijlaarzen staan nu voor de grote open haard. En
in de grote keuken is men bezig met de voorbereidingen voor het banket. Ze
heet nu ook geen Elsje meer, maar Elyse Fie de del jeu, een mooie naam. Een
stuiver rolt heel raar zegt een oude spreuk, en zo is het maar net. Jean
Fie de del jeu, heeft in zijn kluis, verscholen achter het schilderij van Jan. Een
kistje staan, een soort van relikwie, erin zitten een paar klompjes half
versleten. Het
zijn, je snapt het al de klompjes van Elsje, dochter van over, over grootvader
Jan. Jean
draagt het hart niet hoog, wil zijn eenvoudige afkomst ook niet vergeten. En
eens per jaar, zo als de gure herfst zijn intrede heeft gedaan is het groot
feest. Dan
is de pannenkoekentijd, met suiker, stroop of jam, dan is het schransen! Ja,
allemaal, ook het hele personeel, zo heerlijk bij de grote open haard. Zij
krijgen dan ook een bonus mee naar huis, muziek erbij en lekker dansen. Je
hoort zo vaak van emigranten die Hollandse avonden organiseren. Dat
is de ware Hollander, met nog echt, oud gedegen Hollands bloed. Dat
gevoel nu heeft ook Jean, hij gaat er voor en wil het vast nooit missen. Dat
je na zoveel generaties zoiets nog in ere houdt dat doet je goed. Pika
Als
kind werden wij al met de gruwelen der aarde geconfronteerd. Van
de boze wolf die de hele oma en haar kleinkind op ging vreten. De
pleegmoeder die de jager opdracht gaf het arme kind te slachten. Een
arme houthakker ontdeed zich van zijn gezin, dat was ik haast vergeten. Dat
een wolf op een gruwelijke wijze huishield onder lieve geitjes. Wat
genoot ik toen die jager hem gelukkig helemaal opensneed. En
al die arme, mekkerende geitjes weer hernieuwde levenskansen gaf. En
die de maag van deze ploert, gelukkig vol met zware stenen deed. Van
die leuke Grietje en die Hans, en dat lieve oude vrouwtje. Die
hen met koek en snoep heel liederlijk naar binnen had gelokt. En
dat arme meisje dat moest helpen om haar broertje vet te mesten. Als
zij niet zo vreselijk slim toen was geweest, had zij hem opgeslokt. Maar
die arme kinderen, hoe braaf dan ook, gingen ook niet helemaal vrijuit. Want
wie had hen geleerd om zo’n oude vrouw dan maar te gaan verbranden. Het
was toch allemaal eigenlijk een hele vreselijke wereld in die tijd. En
niet alleen bij ons, je zag dit overal, ook in de buitenlanden. Liep
het met die arme Assepoester gelukkig toch nog heel goed af. Al
Ladin was waarschijnlijk wel een verre voorvader van Bin Laden Maar
echte sympathie koesterde ik toch eigenlijk meer voor Ali B. Die
veertig rovers keken lelijk op hun neus, toen hij pleite ging, met goud beladen. Die
Baba, dat was eigenlijk een soort Piet Hein, een volksheld. Een
hele slimmerik, met ogen, oren, en van alles heel goed open. Ja,
zulke knapen waren echt een voorbeeld voor de maatschappij. Dat
waren knapen waarvan men zei:”Laat die gerust maar lopen.” Ik
moest hier allemaal weer aan denken de laatste tijd. Met
al die Ali’s, bommen schieten, steken, branden. De
sprookjes zijn nog steeds allemaal dezelfde als toen. En
nog steeds niet hier alleen, ook in de buitenlanden. Pika Als
hoe of wat, wanneer of waar je wiegje stond. Als
je misschien gewoon als werkezel bent geboren. Dan
heb toch je aan al je talenten letterlijk niets. Wat
heeft een werkezel nu aan zijn mooie, lange oren? Maar
een ding had hij voor dat hij beslist heel hard moest werken. Zo
was het immers in deze wereld tot voor kort toch overal gesteld. Je
was blij met werk, je moest presteren om aan de kost te kunnen komen. Het
was dus heel normaal dat je soms hard moest werken voor je geld. Nu
zie je knapen, met talenten, lekker lui doen, drugs gebruiken, hangen. Al
hebben zij dan geen lange oren, ze hebben zeker hele lange tenen. De
uitkering die zij krijgen lokt de hele meute immers overal vandaan. Maar
als je over werk of de taal leren begint, nemen zij gelijk de benen. Het
schijnt dat zij zeer zwaar vervolgd worden in hun eigen land. Zij
zoeken dan asiel, een mens heeft immers recht vrijheid en op leven? En
als je zoals ik dan ook een echte oorlog helemaal hebt meegemaakt. Vind
ik dat dan het minste wat je de verdrukte medemens kan geven. Helaas
zoeken zij dan wapens, en prutsen zij dan bommen in elkaar. Dat
kan en mag dan allemaal het is hier immers toch luilekkerland? En
dit verschijnsel is dan ook volledig onbekend en nieuw voor ons. Het
is niet, zeg per ongeluk een keer maar vrijwel dagelijks aan de hand. Wij
hebben ook geen wetten die zoiets aan hen verbieden. Ja,
wel aan ons, je weet dat wapenbezit voor ons verboden is. Als
jou godsdienst zegt dat het mag nou goed jou recht van vrijheid. Een
wet die dat ook aan hen verbied, is zeker een heel groot gemis. De
werkezel van weleer, ja ik bedoel die met die lange oren. Die
eigenlijk meer voor luisteren als voor trekken was geschapen. Dat
hij uiteindelijk om den brode toch maar trekken heeft geleerd. Ik
zit te wachten op zo’n wet die dat ook leert aan deze knapen. Pika Als
je op een mooie, zonnige zondag zoals vandaag. Een
flink eind hebt gewandeld en flink hebt doorgelopen. Dan
heb je voor je het weet, de nodige kilometertjes afgelegd. En
is de dag, of zeg de tijd haast vanzelf ook omgekropen. Dan
maak ik, doch meestal doet toch mijn vrouw dat. Een
eenvoudige, voedzame, boerenhap dan voor ons klaar. En
als je na zo’n dag dan zeg maar ook de nodige trek hebt. Voel
je jezelf zo welgedaan en rijk, en eigenlijk is dat ook waar. Als
de scharnieren en de botten zich ook laten voelen. Dan
zeg je tegen elkaar ”Wat fijn dat je dat nog kunt.” Je
slaapt dan ook zo lekker en geniet dan van je rust. Zo
af en toe eens uit de bol, zie het maar als een stunt. Zoiets
als wat vind jij, zouden wij dat nu ook nog kunnen? Of
dat een rit iets uitloopt, en langer duurt als wat je had gedacht. En
iedere keer bedenk ik dan; het is mij toch weer meegevallen. Maar
ik besef; eens komt het einde, niet dat ik daar nu al op wacht. Ik
denk dan met medelijden aan zo iemand als de koningin. Die
misschien veel duurder, maar niet zo lekker heeft gegeten. Die
ook vast wel niet zo vredig, lekker ontspannen slapen zal. Het
in volle vrijheid, lekker benen strekken al heel lang is vergeten. En
al die lieden met veel geld en niet meer kunnen gaan zoals zij willen. Omdat
de afgunst van zeer vele ook dagelijks op hen loert. Zij
worden soms ontvoerd, gegijzeld, of gewoon maar afgeperst. Vaak
stak het hen niet zo nauw, maar sommige hebben goed geboerd. Rolstoelen,
verzorgingshuizen, rollators of elektrisch voortgedreven karren. Wekt
zo’n medelijden bij mij op, meer als vrijwilligerswerk kan ik niet doen. Ik
leef toch echt wel prettig, heb er ook lol in en ben nog flink bezet. En
het jaloers zijn krijgt bij mij geen kans, ik ruil niet met een man met poen! Pika Ik
heb vandaag maar weer eens in mijn kristallen bol gekeken. Ik
was gewoon benieuwd of er voor ons nog zo iets als toekomst is. En
ik moet eerlijk zeggen, dat het er echt niet zo heel erg best uitziet. Wie
denkt in trant van hoop op betere tijden, slaat echt de plank goed mis. Eerst
zag ik oorlogen overal, de hele aarde raakte hierdoor van de kook. Tot
ik opeens bedacht; dat is niet nieuw, die zijn er immers toch al lang. Toen
zag ik hele huizen hoge golven vele kilometers land gewoon verdelgen. De
hele aarde beefde, scheurde open, en toen werd ik toch eigenlijk erg bang. Toen
zag ik stormen over zeeën, naar het vasteland toe razen. Verwoestend,
en verdrinkend, alles, ook het leven op zijn weg. De
chaos, die het achterliet, het vele leed van hen die overleefden. Gaf
haast te denken aan een hel op aarde, ja, het is zonde dat ik het zeg. Overal
zag ik vuur, vulkanen om de beurt proberende elkaar te overtreffen. Met
hete as of vuur of modderstromen, weer beefde de aarde, was er de dood. En
men probeerde elkaar te helpen, de nood te lenigen, en ook te steunen. Maar
het was eigenlijk niet meer te doen, de nood was daarvoor echt te groot. En
ook de mensen onderling gingen toen elkaar bevechten. Men
was de weg kwijt, het mensdom was gewoon verdwaald! Men
schoot en stak elkander overhoop en blies zichzelf zelfs op! De
ware liefde, de eer en het fatsoen was tot het nulpunt toe gedaald. En
niemand die ook die ziekten die toen kwamen kon ontlopen. Als
je al te eten had was je uitverkoren, er was veel hongersnood. Een
dak boven je hoofd, en in veiligheid te leven bestond niet meer. Want
overal was vijandschap, overal verdeeldheid, en loerde er de dood. En
net toen het echt haast niet meer was te harden. Werd
eerst alles donker, en vielen de sterren uit de lucht. En
bleef er van de hele aarde toch helemaal niets meer over. Wat
eigenlijk een stomme bol toch, bedenk ik met een zucht. Pika
Straks
komt de tijd en zal ook ik, helaas er niet meer zijn. Dat
is nu eenmaal goed geregeld zo het lot van alle mensen. En
goed beschouwd is dat toch ook eigenlijk wel goed. Want
eeuwig doorgaan met verval, het ware niet te wensen. Het
verschil van komen is ook eigenlijk net zo als het gaan. Je
weet van niets, je ziet wel, je zult het immers wel ervaren? Ja,
dat geboren worden is eigenlijk de gang naar dood. En
wat men leven noemt, dat zijn de tussenliggende jaren. Soms
lang, soms kort, soms prettig maar ook veel niet. Ja,
het hoe of wat dan ook kun je in aanvang ook niet weten. Al
raak je van dat levenslot, dat wel en wee niet alles kwijt. Heel
veel ervan is aan het einde vervaagd of helemaal vergeten. Alvast
bedankt hoor, zij die mij van het leven lieten plezieren. Die
zorgden, en ja, wat nu, wie zorgt nu verder dan voor mij. Is
dit het absolute einde, of word ik straks opnieuw geboren? Als
dat zou kunnen, ja dat lijkt mij wel, dat stemt mij blij. Maar
dan zal ook daartussen weer iets te zorgen wezen. Het
zal toch niet zo zijn van weg en gelijk maar weer terug. Nee,
dan toch liever eerst nog even in de hemel of zoiets zijn. Het
lijkt mij anders allemaal zo’n gedoe, het gaat zo snel, zo vlug. Zo
hoor je ook van die vreemde zaken, van dat helder zien. De
reis, de lange tunnel, met aan het einde dan dat hele felle licht. Dan
moet je hier al die geliefden ook nog bijstaan en gaan helpen. Ik,
op mijn ouwe dag als geest, dat lijkt mij eigenlijk geen gezicht. Ik
ben toch eigenlijk verschrikkelijk nieuwsgierig naar wat komen gaat. Een
ding is zeker, dit nu nog prettig lijf wordt hoe dan ook weer stof. En
hoe die geest daar dan ook nog wat van maakt lijkt mij een klus. Ik
hoef nog niet zo nodig, maar ben benieuwd en doe niet net alsof. Pika
Ik
weet niet wat jij zo ongeveer snapt en weet van kaarten? Maar
ik ben en voel mij toch heel vaak schoppen boer. Zo
af en toe wil men mij wel eens dwingen of
gaan trappen. Of
denkt die zak, hij snapt het niet en draait mij dan een loer Ik
zoek het niet, het tegendeel ik wil iedereen graag helpen. Maar
pas wel op want goedgelovigheid wordt dikwijls afgestraft. Als
jij dan netjes en rustig in verweer komt om het uit te leggen. Reageert
men tegenwoordig veel te fel en wordt je afgeblaft. Nu
lijkt het zo dat met veel geweld ik niet ben te raken. Maar
ben gevoelig dus het tegendeel is echter waar. Alleen
word ik getipt en weet altijd hoe te handelen. En
voor zo’n doener zoals ik, lijkt dat misschien wat raar. Ik
heb een joker in mijn zak, die altijd inzetbaar is. Zo’n
engeltje op mijn schouder die dan zachtjes fluistert. Nu
even rustig aan want anders loopt het zeker mis. En
dat gebeurd dan ook, want soms heb ik niet geluisterd. Nu
lijk ik, ondanks al mijn drift wat afstandelijk, heel vaak te koel. En
loopt het wel eens fout dan moet ik van de joker mij gaan excuseren. Dat
valt niet mee hoor om zo ongeveer voor joker te gaan staan. Maar
zo als met alles in dit leven kun je dit gerust wel leren. Het
is de rust, de zekerheid, die je zo kalm maakt en koel. Zoiets
als; ik kan het aan en altijd komt het ook weer goed. Zo
ben ik op en neer, door hoog en laag er altijd uit gekomen. En dit gevoel, de kracht die het je geeft noem ik nu levensmoed. Pika |
|