|
|
|
Als
het plezier van het mooie weer nu wel
zo ongeveer voorbij is. Wordt
het weer eens tijd om na te denken aan wat nog moet gedaan. Aan
al die klusjes die nog steeds verlangend liggen te wachten. Ja
die doe ik van de herfst weer, al vele jaren lang is dit nu al zo gegaan. Nu
even tijd om hierover toch eens na te denken nu weer de bladeren vallen. Ik
overweeg hierbij gelijk dat ook mijn herfst al aan de horizon verschijnt. Dat
ik toch aan moet pakken om alles rond te krijgen voor dat het misschien te laat
is. Ja,
de kaboutertjes doen ook niets meer, je werk is iets wat niet vanzelf verdwijnt. Veel
wordt gejat, maar werk lijkt zonder meststoffen toch goed te groeien. Dus
de illusie dat het werk echt eens gedaan zal zijn dat lijkt mij sterk. Dus
dien ik de noodzaak van die altijd ongelegen klussen goed te overwegen. En
deze onrust en al die zorgen en dat denken dat is op zich al werk. Ja,
vroeger moest het, zorgen voor het huisje, boompje, beestje, brood op de plank. Dus
hebben wij het recht om van een welverdiende rust eindelijk te gaan genieten. Nu
roept geen plicht, en word je niet beoordeeld om je ijver of je goede
vakmanschap. Zoek
dus de zon, doe wat je leuk vindt, voor je het weet bliksemt het weer en gaat
het gieten. Ik
doe alleen nog echt noodzakelijke dingen en de dingen die ik leuk vind. Ik
heb zoveel te doen, en hobby’s ook, geloof mij, dat kost ook veel tijd. En
ja, je kunt je tijd toch immers maar aan een ding gelijk besteden. Dus
die rotklussen schuiven steeds op, ik kan niet zeggen dat het mij spijt. Wat
moet het nu met al die klussen die er nog zijn als ik er niet meer ben. Ik
heb het laten liggen voor hen die het zo dolgraag af willen maken. Of
misschien met een fikse tegenzin, ja wordt gerust maar boos. Ik
heb daar op mijn wolk straks ook mijn zorgen en dat soort zaken. En
in de pauze kijk ik dan verheugd naar hen die nu mijn klussen doen. En
dat wordt lachen want ik had al die tijd toch lekker in de zon gezeten. Maar
ik bedenk dan; jongens wees toch blij dat je door mij nog wat kan doen. Want
werken houd je lenig, maakt je sterk, is een zegen, dat moet je niet vergeten. Pika Er
staat bij ons een hele grote boeman in de wei. Geen
engerd hoor maar gewoon de man van alle koetjes boe. Hij
weet het gelukkig zelf nog niet maar het is toch wel heel triest. Want
morgen in de vroegte moet de arme stakker naar de slager toe. Hij
werd de laatste tijd zo suffig en zo sloom. Met
de koetjes in de wei werd niet meer zo gestoeid. En
opvreters daar kan de schoorsteen niet van roken. Terecht
hoor boer ! Het buultje is er mee gemoeid. Nu
wordt hij worst en leer voor goede schoenen. Als
hij het al zou weten was hij misschien content. Rustend
in vrede en nog tot nut ook van de mensen. Dat
is een nobel streven toch als je een boeman bent. Je
denkt nu vast en zeker waarom worst. En
waarom niet gewone, mooie verse lappen. Maar
als je had geweten hoe oud de boeman was. Dan
zou je ongetwijfeld dat direct ook snappen. Als
boeman kun je nu eenmaal ook niet alles hebben. In
het verleden heb jij je portie dan ook zeker wel gehad. Een
toekomst in de schoenenbranche is nog zo gek niet. Ik
zie je lopen straks aan mooie benen in de grote stad. Daar
had jij in die stomme wei toch nooit van kunnen dromen. Toen
jij daar gewoon je plicht deed met al dat stomme vee. Eentonig
zeg die wei, dat gras en al die dikke koeiekonten. Ofschoon
zeg was het toch wel leuk en vroeger zat je daar niet mee. Dit
is dus een soort hiernamaals voor de mannen en de koeien. Het
avontuur, de wereld, vrij en weg nu van die stomme wei. Dat
er dus na dit leven toch nog iets goeds is te verwachten. Dat
maakt het sterven lichter en koeien harten blij Pika Iets
anders, nu eens over vreselijk onzinnige liedjes gesproken. Als
de lente komt dan stuur ik jou: Tulpen uit Amsterdam ! De
zotten; wel eens van de Amsterdamse bollenvelden gehoord ? Moet
je toch eens doen, gezellig samen een dagje bollen kijken. Ik
weet het niet hoor, maar volgens mij zijn daar ook terrasjes bij. Zo
niet, dan is dit voor een jonge ondernemer een ware goudmijn. Lekker
pilsje erbij, lekker lentezonnetje en dan die kleurenpracht. Een
belevenis op zich, het blijft je jaren bij, wat zeg ik ? Levenslang. Ik
weet uit ondervinding; voor je het weet ben je ook nog stapelverliefd. En
dan is het natuurlijk tulpen sturen geblazen, wat wou je weten ? En
echt niet zo kinderachtig, een bosje, zo’n tien of misschien twaalf. Of
zou het zelfs een onsje meer mogen zijn, ik ben niet zo beroerd. Wat
zegt u duizend gele en duizend rooien, wel ja, toe maar ! Nee,
ik ben niet kinderachtig in die dingen, gewoon niet te stoppen. He
joh, ben jij nu helemaal van de pot gerukt, dat is een half bollenveld ! Kan
ik er wat aan doen, ik ben nu eenmaal een romanticus. Die
heel snel en hevig verliefd wordt, en dan geen maat meer weet te houden. Nou
meisje maak jij de beide borstjes dan maar even nat. Wel
ja, doe die van al je vriendinnen ook gelijk maar even. Waarom
zeg je, daar komt die heel grote vrachtwagen, Met
wel duizend gele en duizend rooien plus een onsje meer ! Idioot,
snap je nu niet dat dit arme kind niet zoveel vazen heeft ? En
waar dacht je dat ze al die bloementroep moet laten ? Stalletje
huren en opnieuw verkopen zou jij niet leuk vinden. En
de plaatselijke bloemisten vereniging ook niet. Dat
gaat het arme kind een heleboel geld kosten. En
ook een heleboel slapeloze nachten, knuppel dat je er benne ! Super
misdadig, het zal met jou en de liefde wel nooit iets worden. Levenslange
stress, maar goed dat het een sprookje is. Gek
hé, dat sprookjes altijd zo wreed zijn. Ik
houd niet zo van sprookjes, dus schrijf ik ook niet van die onzin. Pika Ik
had een vriend, maar ik heb er immers toch genoeg. Dus
heb ik deze ene gewoon maar weggegeven. Aan
een clubje dat een groot tekort aan vrienden had. Houden
jullie hem maar, het is mij om het even. Nu
klink ik wel erg onverschillig, en dat wil ik echt niet zijn. Maar
deze vriend was net een straathond zo’n allemansgek. En
aangezien ik zeker heel erg selectief ben ingesteld. Mis
ik ook deze vriend niet zo, en is hij lekker op zijn plek. Hij,
die met alle winden meewaait, zie ik meer als een jasje. Soms
is hij warm en dan weer koud of fladdert in de wind . Als
je geen hom bent of geen kuit, is er iets fout met vissen. En
zoiets kun je zeker missen, snapt zelfs het kleinste kind. Een
echte vriend is hij of zij waarop ik ook kan bouwen. Waarmee
ik ook soms gerust mijn hartsgeheimen deel. En
als dan dat vertrouwen, zo domweg wordt geschonden. Dan
wordt het mij gewoon opeens, eigenlijk een keer teveel. Zoek
je dus een vriend? Ik heb nog wat van die halve hangen ! Die
kun je van mij krijgen, omdat ik er toch niets meer mee doe. Want
van die echte vrienden wil ik er echt niet eentje missen. Maar
al die halve krachten maken mij zo ontzettend moe ! Pika Je
zit wat droevig naar die eeuwigdurende regenlucht te staren. De
zoveelste verregende vakantiedag is nu weer onderweg. Ik
word toch zo wanhopig bij het zien van die klamme ellende. Dit
is niet echt een land van lachen ja, het is toch zonde dat ik het zeg. Ik
zal maar trachten om in mijn fantasie nog iets van troost te kunnen vinden. Ik
denk dat ik maar in een lekker warm land een ritje maak op mijn kameel. Laat
nu dat stomme ding midden in de Sahara opeens de benen nemen. Daar
zit ik nu mooi in dat gloeiend hete zand, dit is mij toch iets teveel. Dus
dat wordt lopen jongens, het duurt niet lang dan wordt het vallen. En
heel moeizaam ploeter ik in dat gloeiend hete zand dan voort. Met
niets te eten of te drinken, zo dorstig, in deze gloeiend hete vlakte. Ik
zou hier willen liggen gaan en sterven, dat is toch ongehoord ! De
schellen vallen voor mijn ogen en mijn lippen zwellen, springen. Ik
droog nu uit en ga ook flink verbranden en de vellen vallen er bij neer. Ik
weet en zie geen weg meer hier, en begin zo ongeveer te ijlen. Zou
er geen wonder kunnen gebeuren, al was het maar ene keer ? Als
het nu toch eens wat koeler werd, en heel hard begon te regenen. Dan
huppelde ik heel verheugd uit die gloeiend hete ellende vandaan. Gek
hé dat ik nu opeens in deze hoge nood opeens om wonderen ga bidden. En
langzaam loop ik dan naar buiten om lekker in de regen te gaan staan. En
kleddernat, verkleumd en rillend kom ik dan vele uren later binnen. Wat
is het toch een zegen om te mogen leven in dit koude kikkerland. Ik
denk zo maar dat er toch overal wel een minpuntje zal wezen. En
met een beetje fantasie is er toch immers echt niets aan de hand. Zo
zal ik ook deze verregende vakantie beslist wel overleven. Een
spelletje, een boekje lezen, een puzzeltje en ga maar door. Verveling
dubbel op, maar met de hoop van volgend jaar maar beter. En
mocht het ook weer niet zo zijn, ik overleef het vast en zeker hoor. Pika Je
hebt zo van die woorden die duidelijk op iets onverzettelijks, krachtigs duiden. Dat
komt hierdoor; zij zijn het einde, voor hen is er ook geen overtreffende trap. Probeer
nu maar eens een woord te vinden, zo een waarvan je zegt:”Dit is het !” Het
zal je toch wat moeite kosten, ja serieus, ik bedoel dit echt niet als een grap. Voor
mij is dan ook het woord ”Knoest” zo ongeveer het einde. Ik
zie dan zo’n gescheurde, half verrotte knotwilg in mijn geest. Zo
krom, gespleten, uitgebuit, gemartelde maar niet gebroken. En
weet je? Zo’n onding dat imponeert en bekoort mij nog het meest. Eens
was hij net als elk schepsel jong en mooi, een rechte wilg. Zo’n
waterdrinker, oeverversteviger, met toch een hele mooie kop. Die
werd er op een kwade dag ruwweg, zonder scrupules afgekapt. Geen
boom die dat verdragen kan, maar hij kwam er toch bovenop. En
hoe? Zie hem daar staan, een vel met half bedorven ingewanden. Maar
kijk er op, hij heeft een kroon die er toch beslist mag zijn. Die
er intussen niet een maar tien of meer keer al is afgekapt. Hij
geeft echter geen krimp, zo fier, je bespeurt beslist geen pijn. Zie
hen toch staan, zo stoer en trots, het hoofd zo fier geheven. Geen
enkele boom die aan zijn getergde kruin toch tippen kan. Soms
zie je zelfs niet eens meer iets van zijn zo gehavend karkas. Vast
niet kapot te krijgen, ik zeg een voorbeeld zo voor elke man. Het
is alsof hij zegt: ”Kom op maar, allemaal, zie mij maar stuk te krijgen.” Ja,
sla gerust maar, het lukt je nooit, jij kunt mij lekker toch niet aan. Ik
ben immers dienstbaar, en hoe ! Ik heb nog iets van echte oude adel. En
heb toch door de eeuwen heen toch altijd op mijn post gestaan. Zal
ik mogelijk in mijn volgende leven soms een simpele wilg moeten worden. Het
zei zo, ik zal steeds trots en zonder schaamte mijn plicht trachten te doen. Ondanks
kwellingen en geweld standvastig, vastberaden staan waar ik voor sta. En
als mijn einde eindelijk komt vraag ik; behandel mij gepast met eerbied en
fatsoen. Pika Lekker
warm, in de schaduw gezeten onder een boom. Zie
ik ze vliegen, allemaal, gedurig af en aan, waarheen? Wat
zijn ze druk, zo op en neer hoog laag, non stop. Zo
ijverig, en echt zonder werk of een taak is er toch geen. En
om welke reden ook zijn er lieden die ze moeten vangen. Gewoon
voor de lol, voor iets van studie of om op te eten. Maar
vergeet niet dat deze dieren hebben ook gevoel. Want
al zijn er immers zat genoeg, moet je dat niet vergeten. Denk
nu niet te licht over dat vangen, het is toch echt een vak. En
van al die vele soorten die er zoal zijn denk ik gewis. Zo
zit hij hier, dan daar, hij zit, vliegt opeens weer op. Dat
het beslist het moeilijke beroep van vlinder vanger is. Zo
zijn er heel beroemde knapen in de geschiedenis bekend. Wat
er allemaal van waar is, wie weet, want het is lang geleên. Die
daar zelfs helemaal voor naar Amerika emigreerde. De
naam van deze volksheld, inderdaad; was Prikkebeen. Denk
niet te licht over dit alles, het is een serieuze zaak. Wat
met het vangnet in de hand zie je de buit gaan, in de lucht. Het
dwarrelt, en je holt er huppelend en springend achteraan. En
als je dan denkt “ha, ha, hier zit hij”slaat hij weer op de vlucht. Je
kunt niet kijken waar je loopt, botst tegen boom en hek. Je
valt in kuilen, struikelt en beland in braamstruiken en heggen. Allemaal
het gevolg van dat uitzonderlijk, vreemde vlieggedrag. Een
rot vak is het, heel gevaarlijk ook, dat wil ik er dan van zeggen. Zo
zittend, mijmerend in de schaduw, denk je; zou er iets op zijn. Hoe
doe je zoiets, zou je ze niet gewoon wat kunnen lokken? Ik
denk dat wij gedoemd zijn het op de oude manier te blijven doen. Want
er bestaat geen vlinderaas, geen luchtje en geen vlinderbrokken. Pika
Ik
heb wel eens gedacht; dat paradijs, wat moet dat allemaal zijn geweest? De
plantensoort en alles hoe zag dat geheel er nu zo ongeveer ’n beetje uit. De
meeste mensen zeggen dan: Dat is een verhaal, om niet zo serieus te nemen Zij
hebben het er dan ook verder niet meer over, het scheelt ze echt geen fluit. Ik
wil niet eens proberen de schepper ook maar in iets te begrijpen of te evenaren. Maar
ik zou zo graag de sfeer eens proeven, van de rust en vrede die daar toen was. Dus
heb ik geprobeerd om op mijn eigen kleine, bescheiden manier zo iets te
realiseren. Ik
plantte lukraak, propvol een verscheidenheid van planten en alles kwam van pas. Of
het nu kruid of onkruid was, ik vond het mooi en zag dus dat het goed was. Ik
maakte hoog en laag, en alle kleuren zo maar lukraak kris kras door elkaar. En
alles, zomaar op gevoel en zonder tussenkomst van welke specialist dan ook. Het
resultaat is meer dan ik verwachtte of op hoopte, en dat is eigenlijk toch raar. Ik
heb een vensterbank, vol planten en vol bloemen, daar kijk je langs. Je
ziet al hetgeen er rechts van is en ook wat links en wat erachter staat. Maar
met mijn paradijs is het toch allemaal heel anders, meer volledig. Maar
dat alles merk en ervaar je pas als je er naar binnen gaat. Je
wordt aan alle kanten ingesloten en gedwongen te ervaren. Hetgeen
dan deze boom, struik of plant te bieden of te beleven heeft. En
omdat de een niet aan de ander of zo je wilt er toch niet een gelijk is. Ervaar
je het beslist niet eerder als er in, dan heb je het pas beleefd. Als
ik ongeveer zo’n veertien dagen van huis ben geweest en weer terug kom. Moet
ik eerst gaan snoeien, anders kan ik achterom niet eens naar binnen gaan. En
de vogels en insecten hebben gelijk van al die rust gebruik gemaakt, genoten. Iets
van natuur, van hoe het was, van hoe het was bedoeld, heb ik daar nu staan. Ik
heb geleerd van dit experiment wat bovendien zeer is geslaagd. Dat
inzicht is er ingaan en niet het kijken naar of zeg er tegenaan. Je
ziet dan al het onbelangrijke, zeg al wat is zo zeer bijkomstig. Maar
ga er in, bezie de kern der dingen want daar komt het op aan. Pika Stap
op of af of in of uit, erover of eronderdoor. Het
is en blijft een kwestie van zeg maar voetenwerk . En
hierbij ligt dan weer de nadruk minder op de voeten. Alhoewel
zij het zijn de echte stoere stappers, reuze sterk. Het
eigenlijke stappen zogezegd, dat doen wij op een trede. De
trede van de trap of ladder ook wel genoemd de sport. Nu
is er bij het treden van werk helaas niets te bespeuren. Dat
is nu net hetgeen er aan het eigenlijke werken schort. Het
treden heeft met werken immers niets ten maken. Maar
zet er in of af of op of uit of zoiets dergelijks voor. Dan
is het net een bom die barst, ruikt het gelijk naar werken. Plaats
het maar in een zin, het is echt niet zo’n klein beetje hoor. Je
trapt de trap op tree voor tree of trede rustig op tredende. Trap
toch voorzichtig, struikel niet, bij overtreden gebeurd dat vaak. Je
trapt dan over zo dat heet, te hoog meestal, helaas je struikelt. En
als het dan ook maar even tegenzit, is het ook gelijk goed raak. Ik
zei het al, het tegenzit, zo zonder tegen lekker zitten. Zitten
is werken ook zonder iets ervoor, zo word je ook niet moe. Maar
aan of op of af of uit, en zelfs het meervoudig tegenzitten. Het
zitten stap ik niet uit de weg, het lijkt mij wel, en hoe! Hij
die zich uitslooft, moet hard werkende zijn brood verdienen. Terwijl
het rustig zittende toch ook heel gemakkelijk wel kan. Tenminste
als het allemaal alleen maar aan de taal lag. Als
het soms ooit nog eens zover komt, ben ik gelijk je man. Pika De
regen daalt gestadig neer op de daken van de caravans en de tenten. Dat
gaat nu al dagen zo de spelletjes zijn gespeeld en de boekjes zijn gelezen. Ik
overweeg dan maar als het niet anders kan dan ga ik maar naar huis. Ik
hoef echt niet zo nodig maar het zal mij dus verders een rot zorg wezen. Maar
die ouders en die kinderen die komen toch kamperen voor hun plezier. Die
zijn er echt aan toe na vele dagen van hard werken en gespannen zijn. Dus
lekker even een paar weken lekker kamperen op een mooie camping. Dan
heerlijk, ontspannen er weer tegen aan, dat zal toch eventjes fantastisch zijn. Maar
ach, die kindertjes lopen zich te vervelen met die regen. En
ook de beide ouders zijn elkaar steeds meer en meer tot last. De
moed de zin en het plezier waarmee aan alles werd begonnen. Dreigt
om te slaan in een complete chaos, dus eventjes nu opgepast. Ik
ga in dit verhaal het totaal verregende einde niet verklappen. Maar
ik moest even denken aan Noach met zijn ark en menagerie. Ik
hoor ze loeien, blaten, blèrend, brullende hun ongenoegen uiten. Hij
had geen keuze en dacht net zo; hoop dat ik eens de zon nog zie. Dit
is beslist geen vorm van troost voor haast verzopen ouders. Ook
niet bedoeld voor oude lieden die van armoede naar huis toe gaan. Maar
het is wel bedoeld te zeggen dat niet alles goud is wat er blinkt. Want
dit is door de jaren heen nu toch al vele eeuwen zo gegaan.
Pika Ik
zeg: "Wat zeg ik nu toch weer voor iets doms?" Zeg:”Kom
jij eens even achter die boom vandaan.” Maar
waar is nu toch het juiste punt achter de boom? Wel
dat hangt nu weer even af waar of je wilt gaan staan! Want
onder de boom, ik weet het is meestal de grond. En
boven de boom daar kijk je gewoonlijk in de lucht. Maar
achter de boom dat is beslist nog niet eenvoudig. Dat
hangt toch immers af van links of rechts bedenk ik met een zucht. Want
sta jij bij een boom waarvan de rechterzij, Nu
eens deze keer is gelegen aan jou linkerhand. Dan
sta ik dus eigenlijk gewoon weer voor de boom. En
sta jij gewoon zo het hoort dus aan de achterkant. Nu
maar weer oeverloos zoeken naar links of rechts. En
dat wordt weer bepaald of je ervoor of achter staat. Dit
raadsel is nu de eeuwige kringloop van de boom. Omdat
de oplossing wel altijd op zich wachten laat! Toch
maar een zielig beperkt bestaan, het bewegingloze leven van een boom. Zij
het met alleen maar wat geslingerd heen en weer bij de gratie van de wind. Zo
door het leven moeten met alleen je poten in de grond en je kop in de wolken. Je
moet wel een optimist zijn om zo te willen blijven leven is wat ik er zo van
vind. Zo’n
boom toch, ja ik schuil maar wat voor de regen. Er
voor, er achter, het zal mij eigenlijk een rotzorg zijn. Als
ik er niet bovenin hoef kan ik ook niet zo diep vallen En
dat ik er nog niet onder lig dat voelt toch ook wel fijn! Pika
In
vroegere jaren, het leek zo normaal, kon je spontaan van alles krijgen. Bij
het minste of geringste wat iemand dwars zat werd dit je toegemeten. Zo
herinner ik mij een heel groot regiment van al de vreselijkste ziekten. En
dat ze dagelijks om ons heen in de wereld waren, heb ik ook geweten. Van
de cholera tot de kanker en tyfus, ja zo verwenste men elkaar. En
ook de tering en zelfs de pest, men schold en het ging er lekker in. Zo
ook de God, die gloeiend en nog veel meer was voor de domme. Het
leek allemaal zo normaal, maar het miste inhoud of enige zin. Die
vreselijke ziekten zijn heden nog, ze waren er, dat is toch al erg genoeg. Moest
men dan zo onbeheerst, in plaats van troost de mens verwensen? Bij
alles wat er toch al zo heel erg mis was in de maatschappij van toen. Heerst
er nu een heel andere trend, er zijn voor oude, zieke medemensen. Vrijwilligerswerk
is nu meer manier van doen in plaats van vloeken. Al
is er met de maatschappij van nu nog steeds van alles mis. Maar
voor die vreselijke ziekten zoekt men nu iets te verzachten. Ik
ben content dat het verwensen nu zo’n beetje uit de wereld is. Pika
Eens
was ik een kind, en in het volle besef de laagste in rang te zijn. De
vader, die had status, gewoon omdat hij de leiding nu eenmaal had. Mijn
moeder had dezelfde status, maar wel een hele andere taak. Zij
was degene met feeling voor de kinderen, een echte lieve schat. Zo
had je ook een koning of koningin, ook wel genoemd een vorst. Een
grootvorst, ja die was toch zeker weer een graadje hoger in rang. Het
hoofd had aanzien maar het opperhoofd nog wel een ietsje meer. Een
opperman is niet meer als een man want anders blijf je aan de gang. Zo
dacht ik, moet de grootvader toch wel een hele grootheid wezen. Maar
de overgrootvader is dan toch zeker nog wel heel veel meer. Zo
kun je met over, over, over zeker doorgaan tot het gaatje. Waar
is het einde denk ik dan, of leg ik mij er maar bij neer? Op
deze wijze zet je dus een boom op, zo’n boom heet stamboom. Dat
het zo is en heel ver kan gaan, dat weet het kleinste kind. Maar
hoever, dat is zeker een heel groot probleem dacht ik. Waarop
ik dan ook een twee drie zo gauw de oplossing niet vind. Stamboom,
stamvader, de over, over en nog heel veel overs meer. Abraham
is wel zo ongeveer de oudste mij bekend ook hij had een vader. En
groot en over en veel meer, zou ik dan uiteindelijk bij Adam nog belanden? Maar
omdat de absolute zekerheid ontbreekt, past dit niet in dit kader. Omdat
ik dus geen stamvader kan zijn maar grootvader, dat lukt nog wel. Ga
ik maar terug naar het begin, dus word ik maar gewoon weer kind. Oh
jee, probleem, een kleinkind is die kleiner, en het achterkleinkind dan? Zo’n
stamboom wordt onderhand een achterlijke boel, denk dat U dat ook wel vind. Zo
valt uit dit betoog ook zoveel lering niet te trekken. Alleen
maar dit; hoe over, over, hoe kleiner, kleiner wordt het kind. Maar
ja, dat wist ik immers toch al lang, al voor ik hier aan begon. Eens
was ik dat, ik denk ik ben het nog en hoop dat U dat ook zo vindt. Pika
Waar
is die leuke tijd van hoop en verwachting toch gebleven? Die
tijd van spanning, als de maan weer door de bomen had geschenen. Hij
schijnt nog steeds, maar op een toch wel heel erg veranderde jeugd. Hij
is er zelfs nog steeds als de laatste verslaafde uit de disco is verdwenen. Dan
is het
weer de tijd dat de makkers hun wilde geraas gaan staken. Dan
gooien zij hun lekkers gewoon in de een of andere hoek. Want
opeens moeten zij blijkbaar toch weer zo vreselijk nodig. Geen
punt hoor, want ze gaan vandaag de dag heel makkelijk uit de broek. Dat
lekkers van de hoek belandt in onze tuin of in het portiek. In
het gunstigste geval de handtekening in graffiti er bij gezet. In
het ongunstigste geval slopen ze ook eerst even nog de boel. En
wat de hele wereld daarvan denkt daar wordt niet op gelet. Hoort
wie tikt daar kinderen, hoort wie klopt daar kinderen? Zomaar,
zonder enige aanleiding de brave burger op zijn bek? Gewoon,
zonder gevoel, voor de lol heel veel geweld gebruiken. Schiet
of steek of schop hem dood, het is toch gewoon te gek! Hij
die de brave kinderen nog het allermeest bemint. Dat
is die leuke pedoseksueel hij kon het ook niet laten. Zo
heeft hij al een kind of drie toch echt heel grof misbruikt. Gaat
weer twee maanden in de ziekenboeg, dat loopt toch in de gaten? Wel
spijtig maar de brave kinderen en de goedheilige man. Dat
is een combinatie die nu toch eigenlijk wel heeft afgedaan. De
een heeft nooit bestaan, en de anderen zijn voorgoed verdwenen. Maar
in dit normen en waarden landje, is het wel lang goed gegaan. Pika
Het
lijkt zo onderhand toch wel een eeuwigheid geleden. Die
goeie ouwe tijd van geef ons heden ons dagelijks brood. Van
Mien de weduwe met haar zeven koters en een washuis. Van
kinderarbeid en de tering, of om het even welke dood. Waarin
je wie dan ook met een kleinigheid nog blij kon maken. Tijd
ook van het zondags pak en stukken in je broek. Dat
je voor een habbekrats de halve werelds nog kon kopen. Toen
je ook nog iets om je buren gaf, die tijd is nu wel ver zoek. Een
huis op een Amsterdamse gracht, matsprijsje 3,8 miljoen euro. Dat
is heden toch omgerekend in echte guldens ongeveer zo’n 10 miljoen. Daar
kocht je in de dertiger jaren wel zo ongeveer de hele gracht voor. En
als je wilde daarbij als bonus gerust nog een aangeplant plantsoen. Jan
met de pet die hem heel beleefd afnam als hij een hoed passeerde. De
burgemeester, de dominee, de notaris en zelfs voor oom agent. Het
was een soort structuur waarmee men orde hield, rust en ontzag. Het
ging hierom dat alles had zijn eigen plaats, als jij de jouwe kent. Nu
kan men er niet eens zo heel erg lang meer van wakker liggen. Als
er om het even wie dan ook wordt dood gestoken, geschoten of geschopt. Je
leest het nu toch haast wel dagelijks uitgebreid in alle kranten. In
het begin waren wij echt ontzet, nu lijkt het of het nooit meer stopt. En
wij maar kiezen, die ministers of partijen die ons veiligheid beloven. Terwijl
er immers nog niet een is die zichzelf beschermen kan. Zoals
het vroeger was moet het vast en zeker nooit meer worden. Maar
als er een regeerder nog eens echt de beuk in zet ben ik zijn man. Wij
gaan vast nog jaren door met mooie woorden en doekjes voor het bloeden. En
als er al een komt met een goed plan schiet men hem vast wel heel snel dood. Er
zijn immers toch nog maar weinig van die middeleeuwse, dappere mannen. Met
van naam wel klein en daden groot maar zonder € maar wel een zilvervloot. Ik
denk dat gelijk met al onze grote mannen uit het verre verleden. Ook
zoiets als de echte, ware heldenmoed in ons gestorven is. Doortastendheid
en eerlijkheid, keihard, geen domme loze woorden. Bij
alle fouten uit het verleden, ervaar ik dit zeker als een groot gemis. Pika
Ik ben een dromer en
droom dan van leuke, mooie dingen. Zo blaas ik zo af en
toe ook heel subliem op de trompet. Kan met dat zware
basgeluid van mij er ook heel mooi bij zingen. En niemand heeft er
weet van denk ik dan of die ook op mij let. Dat is zeg maar een
zucht van behoud een soort bescheidenheid. Ik doe dat ergens in
de eenzaamheid op een uitgekiende plek. Ik zit dan op een
rotsblok of in een boom, zo bij de ondergaande zon. Ik kan dan spelen
wat ik wil, en niemand stoort mij of vind het gek. Maar mijn
muzikaliteit komt toch nog veel te kort, zo niet mijn fantasie. Maar het blijft bij
dromen, ik huil met de wolven bij de ondergaande zon. Ik ben dus wat je
noemt eigenlijk een soort van olifant trompetter. Maar het mensdom zou
beslist genieten als ik het zo als in mijn dromen kon. In die dromen
slenter ik dan eindelijk wat in gedachten weer op huis aan. En opeens bemerk ik
dan dat er zo overal nog mensen te genieten staan. Zij houden zich om
mij in mijn concentratie niet te storen op een afstand. Ik glimlach dan en
knik bescheiden, en dat is nu al vele malen zo gegaan. In de werkelijkheid
ben ik wel wat brutaler, en sta ook vrij soms voor publiek. Ik vraag mij wel
eens af; is dit een soort van ijdelheid of zucht beroemd te zijn? Of is het meer dat
je toch erg graag de mensen iets van vermaak wilt geven. Hoe het ook zei; ik
droom en lig er dus niet wakker van en vind het reuze fijn. Soms is het jammer
ook dat je onverwachts wakker bent geworden. Want je ging net zo
lekker, zwemmende of vliegende in mooie natuur. Geen pijn geen leed,
en ook beslist geen angst voor van grote hoogte vallen. Maar het is tijd, de
tijd, die tijd van werkelijkheid, leven van uur tot uur. Als je zou stellen
dat slapen(dromen)1/3e van het je leven verloren tijd is. Dan mis je zoals in
mijn geval toch heel veel moois zeg maar mijn andere ik. Het zijn de dingen
die bij mij horen die wezenlijk onderdeel van mijn leven zijn. Vind je dat dromen
onzin is, nou prima hoor ik maak mij daarom niet dik. Toch is het aan die
andere kant ook niet altijd rozengeur en maneschijn. Maar zo als bij alle
dingen is er een voor maar ook beslist een tegen. Dat bemerk je snel
als in je droom je auto opeens zo zwaar beschadigd is. Dan word je wakker met een hele diepe zucht, en dat is dan een zegen. Pika |
|