|
|
|
Onzin
is het idee wat sommige mensen Van
een nudistenkamp hebben. Er
is bij ons een grote club van ruige lieden. Zij
strijden samen om het meeste en het langste haar. Met
de grote finale zo ongeveer in half augustus. Dan
lopen zij te paraderen en dat doen zij ieder jaar. Het
is een evenement dat ik echt niet graag wil missen. Ik
kom er dan ook ieder jaar weer speciaal voor thuis. Wat
een pracht zeg om al die oermensen te zien pronken. Want
al zijn dan de meeste naakt gaat alles toch zeer kuis. Het
is een feest van kammen, krullen en van vlechten. En
als de apen vlooien zij daarna ook nog gezellig elkaar. Nu
nog even zwierig en breed lachend lopen langs de jury. Dan
pakken zij weer hun spullen in daar zijn zij gauw mee klaar. Maar
nu gaan er weer stemmen op voor nog een tweede club erbij. Van
kale, gladde, bleke totaal haast onbehaarde lieden. Die
dan bijvoorbeeld in de week die op de ruige volgt. Aan
een ieder willen laten zien: Dit hebben wij te bieden. Maar
kan het zijn dat zij misschien kleding nodig zullen hebben. Want
met dat kale, bleke, tere, onbeschermde naakte vel. Zijn
zij zeer kwetsbaar en het kijkt ook niet zo vrolijk. Ik
zie dit niet zo maar in dezelfde week zie ik het echter wel. Ik
zie het stel al lopen: Hij zo’n ruige zij zo’n gladde kale. Of
mogelijk andersom zij ruig en hij zo’n gladde met een bril. Of
toch zo maar wat door elkaar met vrienden en vriendinnen. En
nu valt mij iets op wat ik toch graag nog even zeggen wil. Zo’n
evenement zou vast wel heel veel kijkers en bezoekers trekken. Maar
lijkt het je wat dan zijn wij nu wel heel gauw klaar. Ga
in een nudistenkamp deze zomer nu eens lekker recreëren. Dat
is echt heel gezellig en alles loopt er ook zomaar door elkaar.
Pika
Ik
heb, simpele inleiding tot een scala van mogelijkheden. Een
partner, kinderen een huis met tuin een hond een kat. Misschien
een hypotheek een auto voor de deur of een kanarie, Ik
kan het allemaal wel kopen het is mij om het even wat. Ik
heb, een goede baan en gelukkig ook nog prima buren. Een
gezonde body en woon gelukkig in een leuke buurt. Heb
in het geheel geen angst of ook maar iets van zorgen. Ik
zie wel waar het scheepje strandt of ook hoe lang het duurt. Ik
heb, gelukkig ook nog tijd om iets aan sport te doen. Ga
ook nog lekker op vakantie het hele leven lacht mij toe. Ja,
ik heb alles wat mij hartje ook maar kan begeren. Ik
ben dit leventje dan ook bij lange na niet moe. Jij
hebt, maar ik heb, wil jij dat misschien ook weten? Oh
ja! Wel ik heb van dat alles zeg gerust maar niets. Als
ik eens ver moet en ik kan van jou geen lift verkrijgen. Dan
moet ik stelen zeg al is het maar een fiets. Ik
heb is niets en wordt nooit iets zonder iets in te vullen. Een
heel stom woord als er ook niets achter komt wat is. Ik
heb niets dat wordt pas iets als ik heb hebben wordt. Het
gaat om het hebben in dit leven zo niet dan is dat een gemis.
Pika
Ik
neem nu maar een brood. Het
mag ook iets anders zijn. Wordt
de prijs bepaald door de nood? (schaarste of honger) Of
door ons financiële welzijn? Is
het bepalend, de vraag. Of
is de vraag bepaald? Dat
ik
mijzelf de vraag stel. Het
belang van deze vraag!
Ach,
was ik een vis de zee zou mij omarmen. Of
was de woestijn, de zon zou mij warmen. Ik
merk, het is niet het grote of het kleine. Maar
om ergens bij te horen. Niet
jezelf verliezen in eenzaamheid. Passend
in een geheel en niet te zijn verloren. Was
ik dan wel koud als er geen warm bestond? Had
ik wel lief, als ik nooit haat ondervond? Het
maakt toch immers niet uit. Welke
zandkorrel van de woestijn je wel bent. Zomin
maakt het uit te weten, Hetgeen
aan jou is voorbestemd.
Ternauwernood aan de wisse dood ontsnapt. Hebben Hans en Grietje de boze heks verlaten. Maar al heel snel raakten zij verdwaald in het
bos. Al hadden zij dat eerst, totaal niet in de
gaten. Heel lang gedwaald en beide dodelijk vermoeid. Belandde zij dan toch uiteindelijk bij een
beek. Waar een wel heel klein manneke te vissen zat. Die heel nieuwsgierig naar hen beide keek. Enigszins verlegen kwamen zij langzaam
naderbij. En stelden zich toen eerst heel netjes aan hem
voor. Mijn naam is Jan de Hakker zei toen de knul. Maar noem mij maar: Klein Duimpje hoor! Want
zo noemt ook haast iedereen mij hier. Ach, ja ik weet hier ook betrekkelijk goed de
weg. Dus als je het wilt dan help ik jullie wel. Je hoeft gewoon maar even te kikken zeg! En zo gezegd en dus ook zo gedaan. Hij bracht ze even snel naar huis. Zijn zevenmijlslaarzen had hij gelukkig aan. Dus waren zij voor het noenmaal al weer thuis. Een tijd lang ging nu alles goed met hen. Tot dat er op een goede of een kwade dag. Keihard op de voordeur werd geklopt. Wat nu? Wie of dat wel wezen mag! Hans keek eerst even door het raam. Griet vroeg gelijk ”Wie is dat daar?” Hans zei: ”Het is een wel hele mooie
meid!” Wat zou die nu zoeken hier, wat raar! Toen Hans de deur voorzichtig geopend had. Stelde zij zich eerst beleefd, bescheiden
voor. Ik heet Sneeuwwitje zei zij heel bedeesd. Maar ik ben eigenlijk weggelopen hoor. Die prins was altijd maar weg op dat witte
paard. En dan zat ik maar met mijn spinnewiel heel
alleen. Eenzaam en verlaten op dat grote sombere
kasteel. En van hem mocht ik ook nooit eens ergens
heen. Vaak kreeg ik ook nog klappen van de prins. En hij ging ook nog eens dikwijls vreemd. Vandaar dat ik maar van hem gescheiden ben. Zo dool ik hier maar rond ontluisterd en
ontheemd! En ja, deze snelle, lieve, kleine man. Hij heeft mij hier naar toe gebracht. Zo bedel ik nu overal om onderdak. Al is het maar voor een enkele nacht. Hans sprak:”Kom er gerust maar in!” Hij zag gerust wat in die leuke meid. Klein duimpje ging gelijk ook maar mee. En ach ja, waar blijft dan de tijd! Zij deelden verder lief en leed tesaam. En ze trouwden dan ook op het end. Hans met Sneeuwwitje uiteraard. En Grietje met die snelle kleine vent. Zij verhuisden later samen naar het bos. Want Duim’s ouders werden nu wel oud. Zodat hij maar pa’s hakkerij overnam. Dat heeft hem later ook nooit berouwd. Hans en Duim hakten de bomen om. En zij sjouwden door het donkere woud. Sneeuw en Grietje sleepten de takken mee. Want ’s winters is het daar ook koud. En ook de oven moest worden gestookt. Ja, die Grietje wist daar zeker alles van. En ’s avonds waren dan de rapen gaar. Zo zorgden zij voor hun lieve man. Zij leefden nog lang en gelukkig ook, tevreden
met elkaar. Dit is het einde, wat tot op heden niemand nog
wist. Maar het is toch echt wel werkelijk waar.
Toen dus pa in stilte was overleden. Heeft men hem netjes gecremeerd. En zijn as ging in een heel mooi urntje. Dat werd voortaan keurig door ma beheerd. Hij stond daar te glimmen op het kastje Werd op zijn tijd dan ook van stof ontdaan. Want ma hield zo je weet van netjes en van
proper. En stoffigheid kijkt ook gelijk weer zo
vergaan. Toen dan eindelijk, ruim
vijf zware jaren later.
Kwam, helaas het droevige einde ook voor ma. Naar haar wens liet ik haar ook gelijk
cremeren. Zo liet zij mij dan ook nog een mooi urntje
na. Zij stonden broederlijk samen keurig op het
kastje. En ik stofte ze ook periodiek heel netjes af. Al sloeg ik het wel eens een enkel keertje
over. En onder ons gezegd was dat van mij een beetje
laf. Maar ja, zoiets verveelt toch ook een beetje
moet je denken. En zij stonden daar ook eigenlijk wel een
beetje stom. Maar ja, het zijn toch maar je beide ouders. Daar geef je dan uiteindelijk het nodige toch
om. Ik ging er op een keer eens rustigjes voor
zitten. Hoe los ik zoiets nu voorgoed eens netjes op. Hoe het kwam maar na enig echt diep denken. Kreeg ik opeens een grandioos ideetje in mijn
kop. Ik kocht (zij hield daar zoveel van) een mooie
stevenoot. En die voerde ik nu wel heel secuur met ma. Daarnaast zette ik een hele mooie
Christusdoorn. En die voerde ik geleidelijk voortaan met pa! Toen dus na enige maanden alles op was. Hield ik toch dagelijks nog mijn gesprek. Zij deden het beide echt gewoon fantastisch. Al versleten sommige mij soms wel eens voor
gek. Maar je zou toch echt eens moeten komen
kijken. Hoe mooi of deze planten nu geworden zijn. En je zult dan ook wel vast met mij beamen. Wat leven deze beide toch eigenlijk weer fijn. Zo zijn mijn ouders zichtbaar dankbaar. Dat ik hen beide weer een beetje leven gaf. Zo voert dus echte ongedwongen ouderliefde. Soms eigenlijk veel verder dan het graf.
Maak je soms eens een stilleven, met zoiets
van bloemen of vers fruit. Van vissen, potten of van schalen, dood of
leven, het maakt niets uit. Hiermede verleng je toch dat leven, zo kun je
ze toch nog vele jaren zien. En zo je wilt dan ook nog reproduceren, maak
er gerust gelijk een stuk of tien. Maar echte bloemen blijven bloemen, bloeien
langzaam uit, waarna zij vergaan. Van het fruit kun je daarna
gerust nog eten, alleen de potten en schalen blijven staan. Deze man werkte hard, zijn hele leven, en
iedere gespaarde cent legde hij opzij. Toen hij dan eindelijk oud en moe was, toen
was gelijk zijn einddoel ook nabij. Nu kan hij dan eindelijk
stil gaan leven, heel stil en rustig, zo stil als het maar kan. Hij heeft ook niet meer
zoveel zin in veel bewegen, dat deed hij al zijn hele leven lang. Hier blijft dus echt niets
meer van over, er is ook haast niets meer om aan te zien. Geheel geen kleur, geen fleur geen luister, en
ook heel erg saai nog bovendien. Een klein foutje met de narcose, dat legde ook
zomaar een goed leven stil. Nog bij de ene partij of bij de ander, was
sprake van zeg een doelgerichte wil. Achter in het mooie stille klooster, daar is
ook sprake van een leven, stil. Nonnen die nimmer mogen
spreken, nooit eens lekker zeggen wat je wil. Vele vissen zwemmen vrolijk rond, maar verders
leven zij wel heel erg stil. Je hoort ze ook nooit eens
gezellig babbelen, het is daar zo koud, zo nat, zo klam en kil. Maar dan de echte, doodse
stille stilte, zonder het leven, ja dat is pas heel erg stil Ik zoek in kleur naar dat
leven in de stilte, het is eigenlijk als vruchten zonder schil ! Uitgekleed, wel zeer onvolledig, stil zijn is
eigenlijk zo erg nog niet. Maar het leven er in, dat is belangrijk, als
je eens een stilleven ziet ! Van de ene kon je toch ook nog eten, maar dat
gaat van de ander niet. Maar dat kan mij toch echt niet zoveel schelen, het is toch mooi als je het ziet ?
Er
is vandaag de dag vast overal wel hele hoge nood. Want
constant wordt er gebedeld voor menig heel goed doel. Hoe
groot of je vermogen ook is, de nood zal het overtreffen. Al
is je hart ook nog zo groot, je begrijpt al wat ik bedoel. Je
kunt niet meer aan van alles en nog wat blijven geven. Want
morgen is er elders nog een veel verschrikkelijker nood. Al
is het alleen nog maar gesproken over zeg, normale rampen. Maar
er is meer, en daaraan gaan er ook nog veel meer dood. Ik
ga beslist niet al die zesentwintig landen allemaal benoemen. Die
de afgelopen honderd jaren wel en tot op heden toe. Nog
tien maal meer slachtoffers op hun geweten hebben. Wij
maar geven weer om alles op te bouwen daarvan word ik echt moe. Heeft
U nu ook zo’n rot gevoel als er over de vervuiling wordt gesproken? De
ozonlaag, de uitstoot van, ja vul maar in; veroorzaker van dat leed. Maar
nog heel kort geleden brandden in haast heel Irak de olievelden. Ik
ben zo onderhand van mening dat men dat veel te snel vergeet. Want
daar kunnen wij met onze auto’s echt niet tegen concurreren. En
ik voorspel gewoon de toekomst; Er komen er beslist nog vele bij. Ik
kan er zo uit het blote hoofd beslist een tiental noemen. Maar
het zinloze van dit alles, nee dat maakt mij niet zo blij. Hoe vandaag de dag alles echt in elkaar steekt snapt gewoon een kind. Dat
jij als stemgerechtigde ook eigenlijk aan alles medeschuldig bent. Dat
jij het doen en laten van onze leiders in deze wereld ook niets vindt. Dus
met die fooien geven aan die goede doelen ”Watje, wees een vent.” Wees
niet meer bang voor alles wat beslist gaat komen. Wat
vandaag niet komt, welaan dat zien wij morgen wel. Jij
kunt er immers niets aan doen dat het zo’n troep is in deze wereld. Maar
dan bedenk ik “Ik zit wel goed.” Maar vele leven in een hel. Dus
doe je toch maar weer iets omdat je maar een mens bent. Al
worden je gevoelens wel gedurig door elkaar geschud. Wij
zullen samen die gloeiende plaat wel blijven bedruipen. Maar
toch heeft protesteren misschien toch nog enig nut.
Pika
De
mallemolen van het leven zal zijn slagen blijven draaien. Of
je wel tegen het draaien kunt ? Er wordt niet naar gevraagd. Draait
wel en wee constant maar door van dag tot dag. Het geeft ook niet of je er om lacht of alle dagen klaagt.
Er
stappen ook steeds nieuwe in en anderen stappen uit. Draait
gestadig door en vraagt niet naar jou wensen. Je
lot is door de molengang ook al grotendeels bepaald. Je
bent echter niet alleen ondervind je invloeden van medemensen.
En
eens per jaar dan lijkt de molen even stil te blijven staan. Het
oude jaar stapt uit, daar gaat hij, even nog een lichte zucht. Het
nieuwe jaar stapt in
en geeft ons even tijd tot overdenken. Wat
was en wat nog toekomst heeft al hangt het in de lucht.
Maken
wij ook nu weer grote plannen of gaan wij berusten in ons lot. Al
weet ik wel, de molen draait ook zonder onze plannen rustig rond. Wat
er van komt is niet altijd wat je hoopt of ervan verwacht of denkt. Maar
helemaal berusten in de molengang brengt ook niets van de grond.
Een
heel goed plan is het om al hetgeen het nieuwe jaar je brengt. Eens
samen proberen tot iets leuks, iets nuttigs om trachten te buigen. Want
samen ben je extra sterk je draagt ook iets beter vaak je lot. Alleen
maar ik en ik alleen breekt elk goed plan meestal in duigen.
Je
denkt geslaagd te zijn wanneer je veel verdient of het al hebt. Lekker
en alleen genietend je eigen rondjes rustig verder draaien. Totdat
door ziek of zeer of anders je opeens zo eenzaam bent. Is
ik alleen al lang niet meer zo leuk je toekomst laat zich raaien.
Ik
wens voor u en met mij vele plannenmakers in de molen. Dat
dit nieuwe jaar ons toch wat licht en vrede brengen zal. Al
is er dan niet altijd een passend antwoord op waarom en hoe. Samen aanvaarden dan kom je ook door een veel dieper dal.
Pika
Een
muisje trippelde vrolijk rond op de grote, stille hei. Hij
had gewoon zijn dag vandaag en voelde zich zo blij. Maar
onder de hei daar kroop gelijk die hele valse slang. Verstijfd
van schrik, kon niet meer gaan hij was zo vreselijk bang. Een
snelle beet, hij deed nog even een poging om weg te gaan. Daar bleef het bij, een hap, slok, slok en het was met hem gedaan. Een
muisje leefde heel tevree met zijn familie in een deftig huis. En
eten was daar in overvloed dus daar voelde hij zich thuis. Maar
in dat huis daar woonde ook die gemene zwarte kat. Die
had zijn halve familie al uitgeroeid dat is toch even wat. Toen
hij weer eens lekker gegeten had zijn buikje bol en rond. Zag
hij opeens die klauwen daar en die vreselijke grote mond. Het
ging heel snel hij had haast geen tijd om echt te schrikken. Nog voordat hij er erg in had was poes al lekker aan het bikken. Een
muisje leefde met nog een heel stel in een heel groot magazijn. Alwaar
hij de kost voor het kauwen
had, ja het leven was daar fijn. Ja
dat was lachen, gieren, brullen voor hen de hele lange dag. Maar
daar kwam al gauw een einde aan toen hij de val niet zag. Hij
deed even hap en toen de klap het was met hem gedaan. Nog even spartelen toen was voorgoed zijn licht ook uit gegaan. Een
muisje scharrelde wat rond in het pas gemaaide korenveld. Hij
lette op, keek heel goed uit, voorwaar hij was geen held. Hij
hield terdege rekening met een hele snelle vlucht. Keek
schichtig rond naar overal behalve naar de lucht. Bingo
dacht de valk die daar wat rond bleef zweven. Het muisje merkte het haast niet het duurde ook maar even. Een
muisje was eens tussen de lading terechtgekomen op een boot. Hij liep naar het randje van het schip, hij viel, verdronk was dood. Een
muisje leefde in een paardenstal met haver daar in overvloed. Tot het paard eens op hem trapte het leek wel gehakt met haar en bloed. Een
muisje in een graansilo wat wil je meer volop te eten. Maar
dat er ook nog zoiets als vergif bestond was hij totaal vergeten. Totdat
die buikpijn kwam het duurde echt niet lang die nood. Nog voor hij het had door verteld was hij al lang al dood. Zo
zou ik nog uren over muizenissen door kunnen zeuren. Maar
ik ben het zo langzaamaan toch wel goed zat geraakt. Wel
ben ik nog alle dagen dankbaar en terecht ook reuze blij. Dat de schepper van mij geen muisje heeft gemaakt.
Pika
In
een sombere wereld, Van
steen en beton. Ontluisterende
takken. En
een schralige zon. Door
de tegenstelling voelbaar. Van
al wat net is geweest. Je voelt je wat treurig. Zo
mineur van geest! Maar
soms word je eens wakker. Je
weet dan gewoon niet wat je ziet. Dat
is subliem, net een sprookje. Je
gelooft het haast niet. Weg
is opeens al dat asfalt. Al
dat grauwe van voorheen. Netjes,
bedekt door een deken. Waar
’t zonnetje op scheen. En
dan, al die bomen. Van
het hele grote tot heel klein. Ragfijne
glinsterende kristallen. Een
weefwerk, zo nietig, zo fijn. Dat
zo vredige witte. Dat
zo heldere licht. Die
wervelende glinstering. Een
betoverend gezicht. En
weg is dan het treuren. Om
wat was toch voorbij. Dit
kun je echt onthouden. In een nacht weer blij. Hoe
is het toch mogelijk. Zo
fijn, zulk een pracht. Niets
vergeten of overgeslagen. Dat
al in maar een nacht! Die
glitters en dat geknerpt. Zo
bedekt en smorend geluid. Veel
te mooi om te blijven ook. Jammer,
het sprookje raakt uit. Straks
gaat het weer dooien. Dan
is het allemaal voorbij. Maar
ik heb wel genoten. Was toch even weer blij. Pika
Dan
ga je na lang zwoegen dan toch eindelijk met pensioen. Dan
denk je ha zeg, heerlijk nu eindelijk lekker niets te doen. Dat
nu niets meer moet en alles mag, ja dat voelt toch fijn. Zoiets
zou eigenlijk toen je jong was al voor je weggelegen moeten zijn. Alleen
die eerste tijd zeg, wat is dat toch verschrikkelijk wennen. Je
mist gewoon even die wekker en ook de vaste koffietijd. Je
zit je vrouwtje eigenlijk de eerste tijd ook vreselijk in de weg. En
voor dat je het weet bespeur je; jij lekker niets doen met iets van nijd. Dan
ga je zoeken want je kunt je draai gewoon niet vinden. Je
zegt al gauw tegen deze of gene”Ach joh dat wil ik wel even voor je doen.” Ik
heb immers de tijd, het kost je niets, ik zal jou wel even matsen. Want
ik wil er even uit, ik doe van alles en heus niet voor de poen. Maar
als je even eerlijk bent dan kunnen klusjes van je vrouw jou niet bekoren. En
zij had toch zo gehoopt dat het nu eindelijk toch eens werd gedaan. En
ook dat opruimen en de hele dag maar lief zijn voor elkander is wel wennen. Dat
huishouden en alles daaromheen, daar vind ik eigenlijk geen donder aan. Maar
je went er toch wel aan al duurt het even een paar jaren. En
dan opeens besef je; ik heb eigenlijk in dat klussen ook niet meer zoveel zin. Je
blijft dan ook meer thuis, je rommelt wat en zeker in de winterdagen. Je
leert iets van het huishouden al was dat alles je toch eerst te min. Je
gaat nu ook al meer en meer aan elkanders nabijheid wennen. Het
leven wordt langzaamaan steeds leuker en boeiender zo met elkaar. Je
helpt haar nu zowat met alles en op tijd je dit en dat is ook geregeld. Dat
je dan ook op een bepaald moment niet zonder elkander kunt is waar. Geen
ruzies meer, maar langzaamaan meer stil begrijpen. Elkander
helpen en ter wille zijn als het maar even kan. Ook
troosten en er zijn als langzaamaan de kwaaltjes komen. Ja,
als ik zo naar ons beide kijk zijn wij een edel span. Het
is eigenlijk net als in de pubertijd, je moet er even door. Al
denkt de jeugd vaak dat zij alleen problemen kennen. Maar
ouder worden, dat is ook een kunst, en niet eenvoudig. Maar
als ik het heel simpel zeg; het is echt wel even wennen. De
spreekwijze”Het verstand komt met de jaren.” Zegt
ook niet alles want het geheugen raakt wat kwijt. Maar
verstandiger dat word je door te leren in het leven . Ach, ja zo resumerend heeft alles zo zijn( puber )tijd. Pika
Mijn
oma, vroeger had een sierlijk laden kastje Daar
zaten in vakjes allemaal mooie spullen in Zo
van die vreemde dingen echt van vroeger Sommige
nuttig, andere zonder enige zin Een
kistje sieraden armbanden kettingen broches Oorbellen
halssieraden
en mooie ringen Beeldjes
in kokertjes en een zakhorloge En
gewoon de gekste en aparte dingen Een
versierd schaartje een bokkenpoot mesje Niet
te vergeten het liedjes en het toverboek Manchetknopen
van opa en een inktstel Ja
zoveel dingen zeg ik het einde is ver zoek En
dan die geheime delen waar je niet mocht komen Die
trokken juist het meest omdat dat verboden was En
soms stiekem kijkend zag je iets van stof en brieven Je
kon nog niet zo lezen en het gaf bovendien geen pas Nu
ben ik zelf al vele jaren opa en de vrouw dus oma En
zij heeft ook zo kastjes doosjes en wel enige kistjes Met
het een en ander en zo ongeveer van alles wel er in Dingen
die je jaren kunt bewaren zonder nut en zonder zin Je
weet ook nooit waar alles uiteindelijk is gebleven En
ook niet waar onze schat misschien nog eens bedaren zal De
herinnering is er nog, zou dat nu alles zijn wat is gebleven Maar
dat het uit de wereld is dat lijkt mij toch te mal Verschillen
zijn er, armoede en later ook de oorlog Je
had toen werkelijk niets
dus alles was een schat Nu
is er voor iedereen zo ongeveer wel weelde Maar als ik het had gemist dan miste ik wel wat
Pika
Hij heeft geen fut meer zei de vrouw, het is
een echte sul. Hij doet ook zo sloom, ach ja, ik zeg de pit
is er helemaal uit. Hij luistert echt niet, en doet niet meer zo
alles wat ik zeg. Hij wordt ook zo eenzelvig zodat ik steeds op
weerstand stuit. Hij houdt nog van mij, zegt hij, maar
stofzuigen doet hij niet. Hij weet toch dat ik nu ook van alles niet
meer zo goed kan. De boodschappen doen, ik vraag het misschien
wel honderd keer. En slof, slof, slof de gang eruit, wat moet ik
met zo’n man? Sinds ik met dat been zit kan hij toch gerust
het bed opmaken? En die afwas doen kan ik nu niet meer met
zo’n slechte rug. En als hij dan de deur uit is blijft hij soms
vele uren weg. Het gaat allemaal zo traag, de gang eruit,
niets gaat meer vlug. Ja, vroeger ja, hij kon niet stuk, toen was ik
zijn prinses. En hij liep over van hulpvaardigheid, ja soms
te veel. Maar met dat hoofd, die rug, dat been, ben ik
prinsesje af. En aan zijn onverschilligheid erger ik mij nu
groen en geel. Had ik nog maar dat lekkere lijf van toen, dan
was hij wel present. Dan zouden fut en pit de zaak gerust weer
kunnen laten bloeien. Dan werd het vast en zeker wel weer een echter
flinke vent. Dan konden wij in het lange gras, nog wel een
potje stoeien. Nu heb ik eens gehoord van een man, die zo’n
jong ding probeerde. Het was weer net als vroeger totdat zijn
hartje het opeens begaf. Ik denk dan; dat is die pit en die was toch al
lang verdwenen. Zij ging wel door, maar hij ligt veel te vroeg
nu al jaren in zijn graf. Ik moet het er gewoon mee doen moet je maar
denken. Gewoon maar ik met hem, en hij verder gewoon
met mij. Ach, eigenlijk is het toch ook nog wel een
echte goeierd. Zolang wij er nog samen zijn ben ik eigenlijk
wel blij.
Pika
Een goede vriend heeft mij als grap een hele
grote spin gezonden. En als een lichte vorm van troost vertelde hij
van ratten in zijn huis. Ik heb hem echter vlug het volgende relaas
terug geschreven. Want iemand in een huis met ratten, ja dat is
echt niet pluis. Jongen jij dacht mij misschien te laten
schrikken met die pot met spinnen. Maar jij hoort toch te weten dat ik een hele
grote vriend van spinnen ben. Maar ratten dat vind ik nu toch wel hele vieze
vreselijk enge beesten. Ik aai de spinnen maar de ratten ontloop ik
als het even maar ken. Die ratten sluipen op hun reuk af ’s nachts
heel stilletjes naar je bed toe. En vreten dan voorzichtig eerst je vingers en
daarna ook je tenen af. Een echte goede oplossing is ook vooreerst
niet zo snel voorhanden. Jij weet dat ik een vriend als jij hem dan ook
zeker gaf. Want ongewassen lieden en baby’s met
poepluiers hebben voorkeur Jij weet toch ook dat lekker eten zeker ook
heel lekker ruiken moet. Zo’n baby wordt dan ook soms in een nacht
volledig opgevreten. Houdt de kleine dus goed in de gaten, daaraan
doen zij zich het eerst te goed. Je heel goed wassen is geen optie, wel heel
lekker en goed voeren. Zij eten dan waar jij wilt dat zij doen,
helaas maar voor korte tijd. Want er wordt heel snel gejongd en daarmee
steeds meer honger. Dus zoeken zij je toch weer op, dus niet
afdoende tot mijn spijt. En ook die buurman waar je zo’n hekel aan
hebt wordt dan niet opgevreten. En dat is vreselijk jammer want dat ging toch
immers in een drukte door. Je hebt een goede auto dus zou je kunnen
slapen in het grote enge bos. Maar echt afdoende is het niet, succes, ik
vind het wel heel zielig hoor. Als je nu geen grote mond hebt geef ik jou een
tip om te onthouden. Je zou eens naar klein duimpje kunnen vragen,
die weet de weg in het bos. Tegen een kleine vergoeding is hij best
genegen jou de weg te wijzen. Hij weet de weg, ga je alleen, verdwaal je en ben je zeker ook de klos.
Ik heb het beste met je voor en zou niet graag
in jou schoenen willen staan. Want de geleerden hebben ook voor dit probleem
nog niets gevonden. En net nu je toch hebt verbouwd en je hebt
toch nu zo’n heel mooi huis. Ja, steken in de brand en nieuw bouwen dat is toch ook een beetje zonde.
Pika
|
|