SeniorPlaza

Patriottische liedjes

Kent gij het land

Kent gij het land, der zee ontrukt
Door d'arbeid van een voorgeslacht
Dat nooit verwonnen heeft gebukt
Of 't hief zich op met groter kracht
Dat land, bekend aan 't verste strand
Is 't ons zo dierbaar Nederland
Dat land, bekend aan 't verste strand
Is 't ons zo dierbaar Nederland

Kent gij het land, waar eer en trouw
Bij vorst en volk een woonplaats vindt
Waar eendracht steunt het staatsgebouw
En liefde vorst en volk verbindt
Dat land, bekend aan 't verste strand
Is 't ons zo dierbaar Nederland
Dat land, bekend aan 't verste strand
Is 't ons zo dierbaar Nederland

Kent gij het land, dat overal
Zijn schoonste driekleur wapp'ren deed
Dat helden kweekte zonder tal
En tachtig jaar voor vrijheid streed
Dat land, bekend aan 't verste strand
Is 't ons zo dierbaar Nederland
Dat land, bekend aan 't verste strand
Is 't ons zo dierbaar Nederland

O, Nederland, gezegend land
Klein stipje op de wereldkaart
Behoed' u steeds des Heren hand
En blijf der vaad'ren voorbeeld waard
Dan rijst voor u het schoonst verschiet
Want God verlaat de Zijnen niet
Dan rijst voor u het schoonst verschiet
Want God verlaat de Zijnen niet


Terug naar overzicht

Kind van Holland (Annie de Hoog-Nooij/Frieso Moolenaar)

Kind van Holland, zing je lied,

Lied van land en zee,

Draag het ook waarheen je gaat

In je harte mee !

Breng het heel de wereld rond,

Maak je lied bekend,

Trots en blij, omdat je zelf

Kind van Holland bent.

 

Kind van Holland, zing je lied,

Lied van duin en strand.

Lied waaruit je liefde srpeekt

Voor je vaderland,

In de Oost of in de West,

Waar je schreê zich wendt,

Toon dan dat j' in woord en daad

Kind van Holland bent.

 

Terug naar overzicht

Klokke Roeland

Boven Gent rijst, eenzaam en grijst
't Oud Belfort, zinbeeld van het verleden
Somber en groots, steeds stom en doods
Treurt d' oude Reus op het Gent van heden
Maar soms hij rilt, en eensklaps gilt
Zijn bronzen stemme door de stede
Tril in uw graf, tril Gentse helden
Gij, Jan Hyoens, gij, Artevelden
Mijn naam is Roeland, ik kleppe brand
En luide storm in Vlaanderland

Een bont verschiet schept het bronzen lied
Prachtig weer tovert mij voor de ogen
Mijn ziel erkent het oude Gent
Het volk komt gewapend toegevlogen
Het land is in nood: Vrijheid of dood
De gilden komen aangetogen
Ik zie Jan Hyoens, ik zie de Artevelden
En stormend roept Roeland de helden
Mijn naam is Roeland, ik kleppe brand
En luide storm in Vlaanderland

O heldentolk, o reuzenvolk
O pracht en macht van vroeger dagen
O bronzen lied, ik weet uw bedied
En ik versta het verwijtend klagen
Doch wees getroost: Zie, 't oosten bloost
En Vlaanderens zonne gaat aan het dagen
Vlaanderen die leeuw, tril, oude toren
En paar uw lied met onze koren
Zing: ik ben Roeland, ik kleppe brand
Luide triomf in Vlaanderland

 

Terug naar overzicht

Kolonialen-lied

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Naar 't lachend strand van 't schone Insulinde,

Vertrekken wij weldra vol levensmoed.

Ver van het land, dat wij zoo zeer beminden,

Vloeit dan voor Koningin en Land ons bloed !

Dat nooit de vaan zoo roemrijk daar geheven,

Ten onder ga op Atjeh's bloedig strand !

Verhoên wij dit of offeren wij ons leven

Voor d' eer dier vaan en van ons Vaderland.

Verhoên wij dit of offeren wij ons leven

Voor d' eer dier vaan en van ons Vaderland.

 

 

't Verleden van ons leger Kolonialen,

Wijst op zoo menig roemrijk wapenfeit.

Met zulke jongens lauweren te behalen,

Gelukkig hij, die mee gaat in den strijd.

Dat zij ons doel: er ferm op los te trekken,

Waar d'  Atchinees ons Holland tarten zou.

Voorwaarts te gaan waar kris en klewang dreigen,

Een voorbeeld zijn van Moed, Beleid en Trouw.

Voorwaarts te gaan waar kris en klewang dreigen,

Een voorbeeld zijn van Moed, Beleid en Trouw.

 

Terug naar overzicht

Komt knapen en meisjes verheft nu in koor (Vaderlandsch lied)

(Dr. J.P. Heije/W. Smits)

Komt knapen en meisjes verheft nu in koor
De grond die uw wieg heeft gedragen.
Uw lied klink' de beemden van 't vaderland door
Dat d' ogen op u houdt geslagen.
Dat vaderland eert en verheerlijkt gij nu,
Eens, hopen wij, eens zal het fier zijn op u.

Eens, hopen wij, eens zal het fier zijn op u.

 

In moed en in kennis, in vroomheid en deugd
Was 't eenmaal het sieraad der aarde.
Die glorie verbleekte, maar 't wacht van uw jeugd
Dat gij het herstelt in zijn waarde.
Dan, als gij het eert en verheerlijkt als nu,
Dan moge dat vaderland fier zijn op u.

Dan moge dat vaderland fier zijn op u.

 

Welop dan, o knapen, slechts moed en verstand,
Verwint in de kamp met het leven.
Welop dan, o meisjes, slechts sierlijke hand,
Kan waardig een zegekrans weven.
Die moed, die bevalligheid leerdet gij nu,
Het vaderland eist het als schatting van u.

Het vaderland eist het als schatting van u.

 

Terug naar overzicht

Konings Grenadieren

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Wat blinkt daar zoo prachtig, dat 't ieder verheugt ?

Wat schrijdt daar zoo fier, met beleid,

Dat 't hart met het oog zich vereent in één vreugd ?

Soldaten !  -  Zij trekken ten strijd !

Zij trekken ten krijg, hun officieren vooraan.

En hoort ! De muziek heft een krijgsmars thans aan !

In ieder huisje, groot of klein,

Gluurt een lief meisje door 't gordijn

En ieder roept: "Heil de Banieren !

Vaart allen wel ! Zij gaan in 't veld

Zij, "Konings Grenadieren".

Vaart allen wel ! Zij gaan in 't veld

Zij, "Konings Grenadieren".

 

 

Ernstig

Men hoort nu de trommel. Zij naderen den dood,

Daar stroomt op het slagveld hun bloed !

Daar wordt menig brave getroffen door 't lood;

Wel breekt hem het hart, niet den moed.

De dappere broeders, nog staan zij alleen,

't Rumoer van 't kanon buldert verre daarheen,

Vurig

Doch eensklaps klinkt het luid "hoera !"

Sta pal, de hulp gemaakt weldra !

Voorwaarts ! Heft hoog thans de banieren

De zege is ons, zij staan vooraan

Zij, 's Konings Grenadieren.

De zege is ons, zij staan vooraan

Zij, 's Konings Grenadieren.

 

 

Zacht en plechtig

De slag is gewonnen, het schemert, 't is nacht,

Het maanlicht heeft blank zich gespreid,

En schijnt op hen neer, die het hebben volbracht,

Thans rusten ze op 't eervolle veld.

Zij liggen in groepen, de rust wel verdiend,

De dood bracht hen samen, zoo vijand als vriend,

Maar als 'k op gindse heuvel staar,

Wat ligt daar toch zoo door elkaar ?

Het zijn soldaten en officieren,

Zij stierven voor hun Vaderland

Zij, 's Konings Grenadieren.

Zij stierven voor hun Vaderland

Zij, 's Konings Grenadieren. 

 

Terug naar overzicht

Korpslied de Rijdende Artillerie

(Wijs: l'Artillerie légére)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Wij zijn de jongens van Jan de Witt

Van de Gele Rijders,

Luitjes waar nog pit in zit,

Hangen samen als een klit,

Bij de Gele Rijders,

Bij de Gele Rijders.

 

 

Ziet ons op de straten gaan

Met die chique kleren;

Alle mensen blijven staan,

Ieder meisje kijkt ons aan,

Als wij defileren,

Als wij defileren.

 

 

Komt ons land eens in gevaar,

Vlug dan naar de grenzen.

Helpen wij de ruiterschaar,

't Zaakje is dan dadelijk klaar,

Staat dus niet te drenzen,

Staat dus niet te drenzen.

 

Terug naar overzicht

Korpslied Hoofdcursus

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

"Immer hoger" zij ons streven,

Zij de leus van ons bestaan !

Door geen vrees terug gedreven,

Rukken we op de sterren aan,

Voer' ons pad langs schone dreven,

Zij de weg ook lang en dor,

Steeds den blik op 't doel geheven

Juichen wij: "Excelsior !"

Steeds den blik op 't doel geheven

Juichen wij: "Excelsior !"

 

 

Stap voor stap, met vaste schreden,

Treden wij, waar plicht ons wacht;

Elke zijweg steeds vermeden,

Steeds vooruit met moed en kracht,

Mogen rampen ons ook dreigen,

Laat Fortuna ons geen keus:

Nimmer bukken, nimmer zijgen,

"Immer hoger", blijft de leus.

Nimmer bukken, nimmer zijgen,

"Immer hoger", blijft de leus.

 

 

"Immer hoger" zij ons streven,

Maar met een eendracht steeds gepaard:

Eensgezindheid zal ons geven

't "Immer hoger" hier op aard !

Luider klinken onze zangen,

Weg dan klachten en gemor:

Vol van hoop en vol verlangen

Roepen wij: "Excelsior !"

Vol van hoop en vol verlangen

Roepen wij: "Excelsior !"

 

Terug naar overzicht

Korpslied voor het Instructie-Bataillon

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Het Nederlandsche Kader,

Dat is genoeg bekend,

Heeft jongens van courage

Bij ieder Regiment.

De zon van Insulinde

Vergult hun bajonet,

In Afrika steeds menig

Naast Botha en de Wet.

Waar echter Neêrlands  Kader

Het meest op trots  zijn kon,

Dat waren steeds de jongens

Van 't Instructie-Bataillon.

 

 

Toen onze Koning Willem

Op 't Lands verweer bedacht,

Aan 't Nederlandsche Kader

Een koene kweekschool bracht.

Wist Hij, dat dit zou wezen,

Tot heil van onzen Staat !

Die 't Vaderland verdedigt,

Zij goed geschoold soldaat !

Waar voortaan Hollands leger

Met recht op trots zijn kon,

Dat waren steeds de jongens

Van 't Instructie-Bataillon.

 

Terug naar overzicht

Kroningslied

(1898, F.J. Haverkamp)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Wees gegroet met jubeltonen, wees gezegend, grote dag,

Komt ons heerlijk feest nu kronen, geurend lover, zonnelach.

Groten, kleinen, grijsheid, jeugd, allen gloeit de borst van vreugd.

Juichend strekken we de handen; Heil u ! ruist door Hollands tuin.

Heil u ! jubelen strand en duin, koningin der Nederlanden.

 

 

't Vast verbond is thans gesloten tussen volk en koningin.

Laat ons stil het hoofd ontbloten, kinderen van één huisgezin.

Wilhelmina siert de kroon, gouden jonkheid stijgt ten troon.

Vastgeknoopt zijn de eêlste banden. Heil u ! wat bezwijken zal.

Heil u ! zeeg'ne God uw kroon, koningin der Nederlanden.

 

Terug naar overzicht

Kroonprinses der Nederlanden

(G. Leenheer/J.C. Andreae)

(Op de verjaardag van H.K.H. Prinses Juliana)

Kroonprinses der Nederlanden

Heil U, klinkt uit aller mond,

Heil U, juicht langs veld en stranden,

Op deez' blijde levensstond.

Juliana van Nassou.

Onze hulde, "Hoû en troû."

 

Spare God U vele jaren,

Voor ons dierbaar Vaderland,

Moog' gezondheid U bewaren

Voor de werken van Uw hand.

Juliana van Nassou.

Onze hulde, "Hoû en troû."

 

Vreugd' en voorspoed U gegeven,

Brengen hoog en waar geluk,

Sterken d' arbeid van het leven,

Troosten onder zorg en druk.

Juliana van Nassou.

Onze hulde, "Hoû en troû."

 

Danken willen wij den Vader,

Die ons U ten zegen gaf,

Smeken wij Hem altegader,

Voor U hulp en bijstand af.

Juliana van Nassou.

Onze hulde, "Hoû en troû."

 

Terug naar overzicht

Laet sang en spel

(Inneming van Den Briel 1572)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Laet sang en spel, tambour en fluyt

Nu klincken tot Gods eer;

Dat orgel, chiter, harp en luyt

Oock op gae voor den Heer,

Die haest wel van ons keeren kan

Duc d' Alve den tyran.

 

Gods goetheijt wesen moet vertelt,

Die noch soo voor ons sorgt,

En ons den Briel en Mase stelt

Als tot een vaste borgt,

Die haest wel van ons keeren kan

Duc d' Alve den tyran.

 

De Spanjaert wert nu een gebit

In sijnen muyl geleyt;

God sy, die daer omhooge sit,

Gedanckt in een ewichheyt.

Die haest wel van ons keeren kan

Duc d' Alve den tyran.

 

Ghij princen, heeren van ons land;

Maekt ons de Spanjaert quijt,

Malcandren trouwlyck biet de hand,

In Godes vrees' altyt.

Die haest wel van ons keeren kan

Duc d' Alve den tyran.

 

Terug naar overzicht

Land zo vlak

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Land, zo vlak, zo laaggelegen,
Jou bezing ik in dit lied.
Drassig hoekje, luttel plekje,
Met je slootje, met je hekje,
Van je zwijgen kan ik niet,
Van je zwijgen kan ik niet.

 

Land met wolken als kastelen,
Wijde velden, weeld’rig gras,
Bonte koeien gaan daartussen,
Vlinders die de bloemen kussen,
Bollend zeiltje op een plas,
Bollend zeiltje op een plas.

 

Land met stormen, mist en regen,
IJzel, sneeuw en felle kou.
Holland met je gure vlagen,
Met je grauwe winterdagen,
Zonder zon, toch hou’k van jou,
Zonder zon, toch hou’k van jou.

 

Terug naar overzicht

Lied van de Volksweerbaarheid

(wijs: La Marseillaise)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Op, burgers op! Laat luid ons lied nu klinken

Ter ere van den vaderlandse grond;

Hier zag men eeuwen door, de vrijheid blinken

Te midden van één volk, dat dwang weerstond,

Te midden van één volk, dat dwang weerstond.

Hier streden wij voor het recht om vrij te denken,

Wij staan er pal voor nog tot aan den dood:

Wie waagt het dan, een dapper volk te krenken;

Al zijn wij klein, dit zelfgevoel maakt groot.

 

 

Refrein:

Lang leve  de Koningin !

Lang leve  de Koningin !

Waakt op, waakt op

Voor 't heilig recht

Der vrijheid waken wij.

 

 

Wij, Nederlanders, waar we ook mogen wonen,

Waar ook de taal van 't Hollands ras weerklinkt.

Daar willen wij aan heel de wereld tonen,

Dat ons een krachtig, blij gevoel doordringt,

Dat ons een krachtig, blij gevoel doordringt.

Laat Oost en West het zien, hoe jong en krachtig

Wij staan naast Wilhelmina, zij aan zij,

Verschillend in geloof, maar eendrachtig

In deze ene leus. Wij blijven vrij !

 

Refrein

 

Doorluchtig volk, dat eenmaal tachtig jaren

Gestreden en geleden heeft voor 't Recht,

Blijf die gedachte als een schat bewaren

Een kostbare schat, die plichten op U legt,

Een kostbare schat, die plichten op U legt;

Volgt 't voorbeeld van dat oud geslacht, wiens glorie

Nog altijd is z'n Vaderlandse zin,

En wacht dan kalm het oordeel der historie

Ga opgewekt en sterk de toekomst in.

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Mariniers-Korpslied

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Van Willemsoord en Helvoetsluis

Tot aan 't Indisch strand,

Staan steeds de Mariniers gereed,

Voor 't dierbaar Vaderland.

Met alle jongens van Jan de Wit,

Zijn wij steeds één van zin,

En offeren gaarne goed en bloed

Voor Neêrlands Koningin.

 

 

Refrein:

Rataplan, plan, plan,

Rataplan, plan, plan,

De trommen en de fluit

Klinken boven alles uit,

Rataplan, plan, plan,

Rataplan, plan, plan,

Wij zijn steeds één van zin,

Voor onze Koningin.

 

 

Den eed van touw aan onze vlag

Dien blijven wij gestand.

En staan voor Neêrlands driekleur pal,

Te water en te land.

't Oranjevaân blijft altijd één

Met 't rood en wit en blauw;

En Hollands brave Mariniers

Vol moed, beleid en trouw.

 

 

Refrein

 

 

Zendt vrij ons naar den Atchinees,

Naar Lombokker of Brit,

Steeds onversaagd staan wij gereed

Staan pal in het gelid.

Wij gaan waarheen de plicht ons roept,

En kennen geen gevaar,

Want wij als flinke Mariniers

Zijn  altijd kant en klaar.

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Marschlied der 1e Compagnie

(wijze: Das Bienenhaus)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Kom jongens, laat ons vrolijk lied,

Uit opgeruimde borst weerklinken !

Wat of er ook met ons geschiedt,

Wij kennen zorgen noch verdriet !

Wij zijn als trouwe kameraden,

Vast aan elkaar gehecht,

Verdraagzaam en oprecht,

Steeds in de beste harmonie !

Hoerah ! voor d' eerste Compagnie !

 

 

Al is het weder warm of guur,

Ziet, hoe we kranig exerceren,

Vol moed en ijver, lust en vuur;

Flink in den pas, ferm van postuur.

Langs velden, heide, plein of straten

Klinkt ons gestaag in 't  oor:

Ze doen het netjes, hoor !

We werven ieders sympathie

Hoerah ! voor d' eerste Compagnie !

 

 

Dreigt eens ons Nederland gevaar,

En worden wij ten strijd geroepen

Geen offer is ons dan te zwaar

Op d' eersten wenk staan we reeds klaar !

We lenen onze beste krachten

Aan 't  lief geboorteland,

Dan klinkt langs allen kant:

De bloem van Neêrlands Infanterie,

Dat is de eerste Compagnie !

 

Terug naar overzicht

Marschlied der 2e Compagnie

(wijs: Komt er maar eens aan, je durft niet)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Wij marcheren rustig,

Opgewekt en lustig,

Altijd juist op maat,

Als onze tamboer slaat.

Ieder strekt zijn  leden

Geen is ontevreden,

Allen, groot of klein,

Ze exerceren fijn.

 

Refrein:

De tweede Compagnie

Staat goed bekend;

Ze is de allerbeste,

Van het regiment !

De tweede Compagnie

Staat goed bekend;

Ze is de allerbeste,

Van het regiment !

 

 

 Ziet ons netjes lopen,

Met mooi gepoetste knopen.

't Leergoed glanzend zwart

De schoenen nooit te hard,

En aan de geweren

Zal nimmer iets mankeren;

We zitten nooit in draf

En blijven buiten straf.

 

 

Refrein

 

 

In onze vrije uren,

Zit niet één te turen,

Als 'n echte vriendenschaar,

Helpt alles steeds elkaar.

En wordt bij 't poetsen even

Een liedje aangeheven,

Dan zingt een ieder mee

En klinkt de chambré:

 

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Marschlied der 3e Compagnie

(wijs: Monte Carlo)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Steeds voorwaarts! is de leuze,

Van elk Nederlands soldaat.

's Morgens vroeg of 's avonds laat,

Als hij uit marcheren gaat.

Het ruw soldatenleven, stemt hem altijd blij van geest.

Want hij is in 't minst bevreesd

En nooit bedeesd.

Want hij is in 't minst bevreesd

En nooit bedeesd.

 

 

Refrein:

Jongens, laat ons daarom allen

Opgeruimd en vrolijk zijn

Niets kan onze pret vergallen,

Luid weerklinkt ons refrein:

Laat de stemmen duchtig horen !

Onze derde Compagnie,

Onze derde Compagnie, gaat nooit verloren.

 

 

In 't schieten, tirailleren

Zijn we iedereen de baas,

Op ons snelvuurgeraas,

Vlucht de vijand als een haas.

We volgen de bevelen op van onzen commandant

En de vijand houdt geen stand,

Maar bijt in 't zand.

En de vijand houdt geen stand,

Maar bijt in 't zand.

 

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Marschlied der 4e Compagnie

(wijs: Pietje Puck)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Wie is bekend bij iedereen ?

De vierde Compagnie !

Wie zet zich over alles heen ?

De vierde Compagnie !

Wie heeft altijd het meest plezier ?

De vierde Compagnie !

En weet van droefheid nooit geen zier ?

De vierde Compagnie !

 

 

Refrein:

't Soldaatje spelen

Dat is voorwaar een eer;

We dragen vrolijk

Een ransel en geweer,

De hechte broederband

Houdt eeuwigdurend stand

We waken voor ons lieve Vaderland.

 

 

Wie loopt het mooiste in 't gelid ?

De vierde Compagnie !

En heeft den vloer steeds hagelwit ?

De vierde Compagnie !

De kribben altijd mooi gericht ?

De vierde Compagnie !

Kortom, wie doet altijd haar plicht ?

De vierde Compagnie !

 

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Merk toch hoe sterk

Merk toch hoe sterk nu in 't werk zich al stelt

Die t'allentijd zo ons vrijheid heeft bestreden

Zie, hoe hij slaaft, graaft en draaft met geweld

Om onze goed en ons bloed en onze steden

Hoor de Spaanse trommels slaan. Hoor Maraans trompetten

Zie hoe komt hij trekken aan Bergen te bezetten

Berg op Zoom, houd u vroom, stut de Spaanse scharen

Laat 's lands boom en zijn stroom trouw'lijk toch bewaren

 

't Moedige, bloedige, woedige zwaard

Blonk en het klonk dat de vonken daar uitvlogen

Beving en leving, opgeving der aard

Wonder gedonder nu onder was en boven

Door al 't mijnen en 't geschut dat men daaglijks hoorde

Menig Spanjaard in zijn hut in zijn bloed versmoorde

Berg op Zoom, houd u vroom, stut de Spaanse scharen

Laat 's lands boom en zijn stroom trouw'lijk toch bewaren

 

Die van Oranje kwam Spanje aan boord

Om uit het veld als een held 't geweld te weren

Maar al zodra Spinola 't heeft gehoord

Trekt hij fluks heen op de been met al zijn heren

Cordua kruit spoedig voort, zag daar niet te winnen

Don Velasco riep gestoord: 't Vlas was niet te spinnen

Berg op Zoom, houd u vroom, 't stut de Spaanse scharen

't Heeft 's lands boom en zijn stroom trouw'lijk doen bewaren

 

Merck toch hoe sterk

Valerius 1622

 

Merck toch hoe sterck nu in 't werck sich al steld,

Die 't allen tijd soo ons vrijheit heeft bestreden.

Sie hoe hij slaeft, graeft en draeft met geweld,

Orn onze goet en ons bloet en onse steden.

Hoor de Spaensche trommels slaen !

Hoort Maraens trompetten !

Siet hoe komt hij trecken aen,

Bergen te bezetten.

 

Bergen op Zoom hout u vroom,

Stut de Spaensche scharen;

Laat 's Lands boom en sijn stroom

Trouwlijck toch bewaren.  !

 

't Moedige, bloedige, woedige swaerd,

Blonck en het klonck, dat de voncken daeruijt vloegen.

Beving en leving, opgeving der aerd,

Wonder gedonder nu onder was dan boven;

Door al 't mijnen en 't geschut,

Dat men daeglijcx hoorde,

Menig Spanjaert in sijn hut

In sijn bloed versmoorde.

 

Berg op Zoom hout zich vroom,

't Stut de Spaensche scharen;

't Heeft 's Lands boom end' sijn stroom

Trouwlijck doen bewaren

 

Die van Oranjen quam Spanjen aen boord,

Om uyt het velt als een helt 't geweld te weeren;

Maer also dra Spinola 't heeft gehoord,

Trekt hij flux heen op de been met al sijn heeren.

Cordua  kruijd spoedig voort,

Sach daer niet te winnen,

Don Velasco liep gestoord;

't Vlas  was niet te spinnen

 

Berg op Zoom hout sich vroom,

't Stut de Spaensche scharen;

't Heeft 's Lands boom end' sijn stroom

Trouwlijck doen bewaren !

 

( Lied op de belegering van Bergen op zoom in juli 1622 door Spinola en ontzetting door Prins Maurits in oktober 1622)

 (Maraens = des Spanjaards)

('t Vlas  was niet te spinnen = kruijd, vlas, spinnen, woordspel met Cordua, Velasco en Spinola)

Terug naar overzicht

Mijn land

(G.W. Lovendaal/J.C. Andreae)

Ja, ik ben van het land,

Dat de krachtige hand

Van mijn volk heeft ontroofd aan de zee.

Die nog kampt met d' orkaan

Om behoud van het strand,

Met de branding, die brult op de reê.

Dat land heb ik lief en dat land is mijn al,

Het land, dat ik nimmer vergeten zal.

 

Ja, ik ben van het land,

Dat zijn schepen bemant

Met een ras, voor geen drommel vervaard,

Van het stoere geslacht,

Dat zijn vlag heeft geplant

Aan de duistere hoeken der aard.

Dat land heb ik lief en dat land is mijn al,

Het land, dat ik nimmer vergeten zal.

 

Ja, ik ben van het land,

Met de zonnige rand

En zijn welige weiden met vee,

Waar de korenzee ruist

In de zomerse brand

En de wouden zacht zingen van vreê.

Dat land heb ik lief en dat land is mijn al,

Het land, dat ik nimmer vergeten zal.

 

Ja, ik heb aan dat land

Mijne liefde verpand

En zijn naam zal ik roemen altijd.

En ik blijf voor zijn eer

Heel mijn leven gestand,

Aan zijn heil blijf mijn streven gewijd.

Dat land heb ik lief en dat land is mijn al,

Het land, dat ik nimmer vergeten zal.

 

Terug naar overzicht

Mijn Vlaanderen

(Geraard Antheunis)

(met dank aan Andreas Jaquet voor het sturen van de tekst)

Mijn Vlaanderen heb ik hartelijk lief

Mijn Vlaanderen heb ik hartelijk lief

Mijn Vlaanderen boven al

Mijn Vlaanderen boven al

Dat is 't refrein van het liefdeslied

Dat ik nooit vergeten zal

 

Des morgens als de zonne lacht

Des morgens als de zonne lacht

Dan zing ik blij vol lust

Dan zing ik blij vol lust

Zo zalig als de brave man

Die zijn vrouw en kinderen kust

 

Des avonds als ik moe van zin

Des avonds als ik moe van zin

Mijn stille ruststee zoek

Mijn stille ruststee zoek

Dan bid ik Vlaanderen Vlaanderen lief

Mijn Vlaanderen hou u kloek

 

En droom dan 'k droom van roem en macht

En droom dan 'k droom van roem en macht

En eeuwen gaan voorbij

En eeuwen gaan voorbij

En dreunend klinkt het schild en vriend

En 'k zie mijn Vlaanderen vrij

 

Mijn Vlaanderen heb ik hartelijk lief

Mijn Vlaanderen heb ik hartelijk lief

Mijn Vlaanderen boven al

Mijn Vlaanderen boven al

Dat is 't refrein van het liefdeslied

Dat ik eeuwig zingen zal

 

Terug naar overzicht

Mijn vrije vaderland

(D. Hans / J.D. van Ramshorst )

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Waar de zee haar sterke zangen
Eind'loos komen doet en gaan,
Waar de grijze neev'len hangen
En de stille duinen staan,
Waar de verre, wijde luchten,
Tint'len boven stad en strand,
Waar de wilde winden zuchten,
Is mijn vrije vaderland.

 

Waar de sterke krachten hijgen,
En de wereldschepen gaan,
Waar de ranke torens stijgen,
Boven 't vredig dorpsbestaan,
Waar de witte wolken kuiven,
Paarlen in een gouden rand,
Waar de dichte bossen wuiven,
In mijn vrije vaderland.

 

Waar de molenwieken draaien,
't Vee zich voedt in vette wei,
Waar de zonnevlammen laaien,
Over purperpaarse hei,
Waar het volk die God blijft eren,
Die ons lot draagt in Zijn hand,
Waar gezag en wet regeren,
Is mijn vrije vaderland.

 

Land, dat d'eeuwen door, gevluchten,
Tot een hulpe wezen wou,
Onder uwe grijze luchten,
Zweren wij u eeuwig trouw.
Heilig erf, door kloeke scharen,
Ons gelaten tot een pand,
Naarstig zullen w'u bewaren,
Als ons vrije vaderland !

 

Terug naar overzicht

Mijn zonneland

(Wijze: Waar de blanke top der duinen/ R.Hol)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Waar het wuivend loof der palmen

Van de kust den zeeman groet

Waar de gouden padiehalmen

Rijpen in den zonnegloed.

Zong ik eens naar ouden trant:

"'k Heb u lief, mijn zonneland !"

 

Waar het lieflijk groen der bergen

Vriend'lijk in de zonne blinkt,

En 't gemurmel van een beekje

Zachtkens langs de velden klinkt

Sloot ik eens een vriendschapsband

'k Heb u lief, mijn zonneland !

 

Java, wondertuin van d' aarde.

Land van eeuwig groen en licht.

Waar natuur met duizend kleuren

't Schoonste wonderwerk verricht:

Zonnig land, u min ik teer,

Naar uw bergen keer ik weer !

 

Terug naar overzicht

Mobilisatie-lied

(tekst: J.B. Schepers / muziek: Philip Loots)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

De oorlogsfakkel brandt alom, de wereld is in nood,
De dood komt aan met slaande trom, bloed verft de velden rood.
Maar wij staan pal aan onze grens, het wapen in de hand;
Slechts vrede en vrijheid zijn de wens van 't vrije Nederland.

Wel drong de schrik de harten in, de zorg voor 't grote leed,
Maar 't heil van Land en Koningin snel 't wapen grijpen deed.
Zo stroomde oud en jong soldaat kloek saam van alle kant,
Bereid tot strijden voor de Staat, voor 't vrije Nederland.

Wij allen dienen nu tezaam, wij, burgers en soldaat: 
Wij strijden voor de goede naam van deze kleine Staat.
Als 't oorlogswee geëindigd is en Neêrlands vlag hield stand,
Dan leeft ons volk verjongd en fris, in 't vrije Nederland.

Als broeders helpen wij elkaar, wij zijn als één gezin,
Elk op zijn post aan 't werken naar de wens der Koningin.
Een eensgezinde wil bezielt ons al, van grens tot strand:
't Behoud, wat ook de krijg vernielt, van 't vrije Nederland.

 

Terug naar overzicht

Mooi Holland (S. Boers/J. Hakker)

'k Heb Hollandsch bloed in d' aderen

Van vreemde smetten vrij;

Trotsch ben ik op mijn vaderen,

Waar deez' grond en erfdeel van zij.

Mijn Holland is mij heilig,

Mijn Holland is mijn hoogste goed;

Wel ben ik liever veilig;

Toch offer ik, als het moet, mijn Hollandsch bloed.

Heel ons volk is één, en het vecht,

't Wil vrij en door niemand geknecht.

Holland ik vind je zoo mooi,

Met je bosch, met je zee en je stranden.

En het kleed der natuur is je tooi;

't Maakt je tot een der heerlijkste landen.

Nooit worde hier een vlag neergeplant,

Dan het rood, wit en blauw onzer vad'ren,

Elke rang, elke stand, is dan één door den band,

Tot heil van ons dierbaar Nederland.

 

O! land met rijk verleden,

Waarop wij prat nog gaan,

Geen zwaard zal men ooit smeden,

Dat u terneer zal slaan.

Geen kon U onderdrukken,

Hoe Spanje streed en Frankrijk vocht.

Wij voelen ons Uw kind'ren,

Aan U verknocht, tot den laatsten ademtocht.

Overheersing zij blijve U vreemd;

Immer klinke 't langs veld en langs beemd;

 

Terug naar overzicht

Mooi Holland

(W.H. Kirberger (Fabiës)/George Beijerle)

Holland met zijn malse wei,

Holland met zijn paarse hei,

Met zijn vlakten van fluweel,

Holland is een landjuweel !

 

Siert de lente Hollands wei

Met haar fulpen (1), groene sprei,

'k Hoor de dart'le koetjes loeien,

'k Zie de speelse kalfjes stoeien,

't Landvolk dansen bij de veêl,

Holland, Holland is een landjuweel.

 

Brandt de zomer op het land,

'k Zie de nijv're boerenstand

Zwoegend langs hun akker gaan ...

Deinend van het rijpend graan. ...

's Morgens vroeg en 's avonds spâ,

Holland, Holland heeft geen wederga !

 

Kleurt de herfst weer veld en bos

Met zijn veelgekleurde dos,

'k Zie het bruin en geel zich weven

Langs de goudgetinte dreven;

Siert hij velden, beemd en pad,

Holland, Holland is een kleurenschat !

 

 Snoert de winter stroom en gracht,

Holland is en blijft een pracht !

'k Zie de paartjes lustig zweven

Door de wit besneeuwde dreven,

Op het spiegelgladde ijs,

Holland, Holland is een paradijs !

 

Holland met zijn malse wei,

Holland met zijn paarse hei,

Met zijn vlakten van fluweel,

Holland is een landjuweel !

 

(1) fulpen =van fluweel

 

Terug naar overzicht

Morgenrood

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Versie 1

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

 

Morgenrood !  Morgenrood !

Wenkt gij mij ten vroegen dood ?

Straks zal de trompet weerklinken,

En ik stervend nederzinken,

Ik en menig kameraad.

 

 

Onverwacht, onverwacht,

Heeft de dood ons in zijn macht.

Gister fier in 't zadel gestegen,

Heden dood terneêr gezegen,

Morgen in het koele graf.

 

 

Als een bloem, als een bloem,

Is des mensen kracht en roem.

Als twee rode, frisse rozen,

Ziet men uw wangen blozen,

Maar de rozen welken ras.

 

 

Ach hoe mist, ach hoe mist,

Aller mensen plan en list.

Onder kommer, onder zorgen,

Bukt hij zich reeds in den morgen,

En tot d' avond nederdaalt.

 

 

Daarom stil, daarom stil,

Voeg ik mij naar 's Heeren wil.

Van mijn post wil ik niet wijken,

En moet heden ik bezwijken,

'k Sterf de braven ruiterdood.

 

Versie 2

(O. den Nobel / D. Troelstra)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)


Morgenrood, uw heilig gloeien
Heeft ons steeds de dag gebracht
Breek toch door, o lichtvernieuwer
In de grote volk'rennacht
Laat uw glorie hope geven
Hun die worst'len in de nacht
Geef hun moed in 't voorwaarts streven
Tot hun 't daglicht tegenlacht
Tot hun 't daglicht tegenlacht

Morgenrood, in wor
st'lend zwoegen
Hebben zij naar u gesmacht
En in de nachten, treurig duister
Uw verlossend werk verwacht
Roze gloed kleurt reeds de wolken
D'ochtendwind ruist door de blaên
Weldra is voor alle volken
't Schitterend zonlicht opgegaan
't Schitterend zonlicht opgegaan

 

Terug naar overzicht

Nederland

(Hora Siccema van de Harkstede)

Vrij van de zee, dank kunde en wilskracht,

Vrij van des dwing'lands juk door 's volks eendracht,

Gastvrije haard voor vrijheid van geest,

Dat is Oud-Neêrlands roem geweest  !

 

Koor:

Wees uw historie, Neêrland, indachtig,

Tweedracht verlamt, maar eendracht maakt machtig;

Godsvrucht behoudt en liefde maakt rijk,

Dat zij t parool van 't Koninkrijk !

 

Groot in zijn kust, zijn werken der liefde,

Groot in zijn vloot, die zeeën doorkliefde,

Trouw en verknocht  aan 't  Vorstengeslacht,

Dat was 't geheim van Neêrlands macht !

Koor

 

Trots op zijn kind'ren, helden zich tonend,

Moed -beleid-trouw naar waarde belonend,

Fier op zijn eer en trots op zijn vlag,

God geef' dat Neêrland 't blijven mag !

Koor

 

Trouw op zijn plaats, de spits der verlichting,

Dienend zijn sociale verplichting,

Volk en Vorstin elkaar reikend de hand,

Zij dat uw toekomst, Vaderland !

Koor

 

't Rijk over zee, door geestkracht verkregen,

Neêrland waardeere 't, zij het ten zege,

Hebben de zonen van 't Morgenland lief,

Dat staat in Neêrland adelbrief !

Koor

 

Terug naar overzicht

Neêrland en Oranje

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Waar boven veld en bos en hei, wijd zich de hemel spant,
Waar rustloos golven, rij na rij, werpen zich op ’t strand,
Waar trots het rood, wit, blauw waait over stad en land,
Dat stukje grond waar ‘k zo van hou,
Dat is mijn Nederland.

 

Neêrland, o mijn Neêrland, op de kaart slechts klein,
’t Land van mijne liefde zult gij altoos zijn.
En wanneer uw vrijheid bruut werd aangerand,
Hield ge met Oranje trouw en moedig stand,
Hield ge met Oranje trouw en moedig stand.

 

Oranje gaf ons Nederland zijn eigen volksbestaan,
Oranje bracht ons vaderland, vrede en welvaart aan.
En werd de vrede ruw verstoord, Oranje ’t land ontzegd,
Dan streed het in de vreemde voort, voor Neêrlands eer en recht.

 

Neêrland en Oranje, één in vreugd' en rouw,
Altoos bleef Oranje ’t volk van Neêrland trouw,
Altijd stond Oranje pal voor Nederland,
God bescherm Oranje en ons vaderland,
God bescherm Oranje en ons vaderland.

 

Terug naar overzicht

Neêrland klein

(H. Stenz)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Neêrland klein, maar hoog geprezen,
'k Ben met u zo heel tevre
ê.
Immer draag ik in mijn harte,
Al uw heerlijkheden mee.
Waar ik ook zou kunnen wonen,
'k Geef gerust daarop mijn hand:
Kon ik elders schatten garen,
'k Ruil voor niets mijn Nederland !

 

'k Zie de weelde van uw waat'ren,
Van uw weide, van uw bos,
Van de kleuren uwer heide,
Van uw fiere Zeeuwse ros.
Van uw koeien van uw schapen,
Van uw flinke boerenstand,
Kon ik elders schatten garen,
'k Ruil voor niets mijn Nederland !

 

Terug naar overzicht

Neêrlands vlag

(J.D. van Ramshorst)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Neêrlands vlag, zie ik je wapp'ren
Op het land of op de vloed,
Sneller gaat mijn hart dan kloppen
Want uw aanblik doet mij goed.
Gij toch zijt symbool van 't land,
Van ons kleine Nederland.
Gij toch zijt symbool van 't land,
Van ons kleine Nederland.

 

Waai vrij uit langs alle kusten
En verkondig heel de aard'
Dat een klein land groot kan wezen,
Als zijn eenheid blijft bewaard.
Toon je daar symbool van 't land,
Van het nijv're Nederland.
Toon je daar symbool van 't land,
Van het nijv're Nederland.

 

Waai vrij uit in hoge luchten,
Helder, blij, en wees de tolk,
Van standvastigheid en eendracht,
Bij het Nederlandse volk.
Blijf dan steeds symbool van 't land,
Van ons dierbaar vaderland.
Blijf dan steeds symbool van 't land,
Van ons dierbaar vaderland.

 

 

Terug naar overzicht

Neêrlandsch Invalide

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Als oud soldaat, met fiere borst,

Denk ik aan vroeger tijden,

Toen ik mij mocht verblijden,

Ik streed met moed voor Land en Vorst

En wuifde steeds de vaan omhoog,

Waar menige kogel vloog !

 

 

Refrein:

Zo lang mijn hart nog klopt in mijne borst,

Is dit voor mij het Liefdespand,

Van ons zo roemrijk Vaderland !

En als een Vaandel zo voorbij mij zweeft,

Dan is het of die jonge kracht weer in mijn ziel herleeft;

Rataplan, rataplan, rataplan.

Zingt met een oud-soldaat,

Voor mij is Oranje steeds victorie !

Elke dappere is mijn kameraad.

Voorwaarts, en blijft Uw Land getrouw,

't Echt Hollands bloed mag nooit verkleuren,

Wat ook mag gebeuren,

We waken voor ons Rood, Wit, Blauw.

 

 

De strijd riep mij reeds in mijn jeugd,

Het slagveld was mijn woning.

Voor Vaderland en Koning

En Neêrlands roem was steeds mijn vreugd,

Toen werd ik met dit Kruis beloond

Voor moed door mij betoond.

 

Refrein

 

O dierbaar plekje grond

O dierbaar plekje grond
Waar eens mijn wieg op stond
Mijn vaderland
U die mij woning bood
En koesterd' in uw schoot
Zij ook in nood en dood
Mijn trouw ten pand

 

In uw historieblaân
Lees ik de grote daân
Van 't voorgeslacht
Hun leus zij ook ons woord
Het word' van elk gehoord
Blijv' immer ongestoord:
Eendracht maakt macht

 

Oranj' en Nederland
Zijn immer nauw verwant
In vreugd en smart
Die band zij onze kracht
Die eendracht onze macht
Die leuze nooit veracht
Door 't Hollands hart

 

Dat onze welvaart groei'
Dat onze handel bloei'
In rust en vreê
Zo daal uw zegen neêr
En dat wij allen, Heer
Steeds leven U ter eer
Is onze beê

 

Terug naar overzicht

O Nederland let op uw zaak

O Nederland let op uw zaak

De tijd en stond is daar

Opdat niet in de hoek en raak

Uw vrijheid die voorwaar

Uw ouders hebben duur gekocht

Met goed en bloed en leven

Want zij werd nu gans en t' enemaal gezocht

Tot niet te zijn verdreven

 

Neem acht op uwer landen staat

Uw volk en steden meest

Zijn sterk en daar is raad en daad

Van ouds altijd geweest

Uw adel is manhaftig voom

Men vindt niet haars gelijken

Houd den Spanjaard toch, ik bid u, in den toom

Dat hij van ons mag wijken

 

Beschut, bescherm, bewaar uw land

Let op het Spaanse bedrog

Ei, laat niet nemen uit uw land

Uw privilegiën toch

Maar toon u elk een man vol moed

In 't houden van uw wetten

Bovenal dient God en valt Hem steeds te voet

Dat Hij op u mag letten

 

Terug naar overzicht

Ons landje

Er is een schamel, schamel landje,
Van water, gras en veen.
Een landje met een randje,
Van grint en mergelsteen.
Maar op dat need'rig plekjen,
Bloeit hooge schoonheidszin,
Geen huisjen, ja geen hekjen,
Of schoonheid schuilt er in !

Er is een schamel, schamel landje,
Van regen, wind en mist,
Waarvan haast ieder zandje,
Uit zee is opgevischt.
Maar is dat landje ook arrem,
Toch bloeit de liefde er schoon,
En klopt het hart er warrem,
Voor vaderland en troon !

Met luchten grijs en grauw,
Maar hier en daar een bandje,
Van vreugdenrijker blauw.
Maar is dat landje ook poover,
Toch bloeit er moed en trouw.
En driemaal wee den roover,
Die 't landje stelen wou !

Terug naar overzicht

Ons vaderland

(Jan Blockx 1851-1912)

(met dank aan Andreas Jaquet voor het sturen van de tekst)

Waar de Maas en Schelde vloeien

En de frisse weiden bloeien

Waar nog eiken sterk en trots

Ruisen in het dichte bos

Daar is ons vaderland  2x

Dat heilig pand  2x

Het schone vaderland

 

Waar het kille grafgesteente

Dekt der vaderen gebeente

Waar ons moeder heeft gesust

En een gade ons dierbaar kust

Daar is ons vaderland  2x

Dat heilig pand  2x

Het dierbaar vaderland

 

Waar de neringen en gilden

Nooit den schedel buigen wilden

Waar het kloeke voorgeslacht

Nedersloeg de Franse macht

Daar is ons vaderland  2x

Dat heilig pand  2x

Het vrije vaderland

 

Waar de Dietse tonen galmden

In de daverende psalmen

Waar het forse krijgsgeschreeuw

Dreunde Vlaanderen die leeuw

Daar is ons vaderland  2x

Dat heilig pand  2x

Het edel vaderland

 

In de vreugd en in de smarte

Ligt dat land ons aan het harte

Moedig steunen wij de vaan

Als het geld ons volksbestaan

Hoog leve 't vaderland  2x

Dat heilig pand  2x

Hoog leve 't Vlaamse land

 

Terug naar overzicht

Onze driekleur

(G. Leenheer/J.C Andreae)

Waai uit, geliefde vlag

Van 't vrije Nederland !

Aan u als oud symbool

Is heel ons hart verpand.

Om u staan wij geschaard

In voorspeod en in rouw;

Wat ons ook wedervaart,

U blijven w' altijd trouw !

 

In oorlog en in vreê

Hebt gij ons hulp gebracht;

De eenheid van het Volk,

't Geloof in eigen kracht.

"Oranje en Neêrland één",

En 't oog omhoog gericht,

Hebt gij ons leren zien

Als onze hoge plicht.

 

Blijf wapp'ren op de zee

Aan Oost- en Westerstrand.

Uw komst alom verwacht

Is d' eer van 't Vaderland.

Wat dan de toekomst breng',

Hoe moeilijk 's levens strijd,

Gij zijt en blijv' de vriend,

Die aller hart verblijdt.

 

Terug naar overzicht

Onze Infanterie

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Steeds vrolijk marcheer je door weer en door weêr,

Al valt ook bij stromen de saus op je neêr !

Al zengt ook de zon in Augustus je bol,

Slechts papkindjes dragen paraplu of parasol.

Marcheren wij kranig door stad en door veld,

Zelfs grootj' op haar krukken komt aan nog gesneld,

En menig jong hartje, dat zuchtend besluit:

"Hoe ferm ziet toch altijd dat zesde Keurkorps eruit !"

En menig jong hartje, dat zuchtend besluit:

"Hoe ferm ziet toch altijd dat zesde Keurkorps eruit !"

 

 

Marcheerden wij soms naar een nieuw garnizoen,

Je kunt dat gelukkig heel zorgeloos doen.

Geen geldkist bezwaart je; reeds zei de foerier:

"Geeft jongens, je rommel, je rommel maar hier !"

Of klinkt het commando: "Naar 't kamp op de hei !"

Geen burger marcheert er zoo vrolijk en blij,

Je juicht dan, wie 't horen wil: ieder in 't oor:

"Vaart wel dan, vaartwel, want wij gaan er van door !"

Je juicht dan, wie 't horen wil: ieder in 't oor:

"Vaart wel dan, vaartwel, want wij gaan er van door !"

 

 

En roept eens ons 't Vaderland, "Help mij! ten strijd !"

Je bent dan zoo heel gauw de kluts nog niet kwijt,

En j' antwoord: "Present! Gemarcheerd maar met moed !

De Vlag van oud-Holland voor schande behoedt !"

Strekt dan al een kogel op 't slagveld je neer,

In Godsnaam, je valt wel, maar je valt toch met eer;

Van 't erf onzer vaderen den vijand geweerd

Vrij hete 't voor jou dan: "Thans afgemarcheerd !"

Van 't erf onzer vaderen den vijand geweerd

Vrij heette 't voor jou dan: "Thans afgemarcheerd !"

 

Terug naar overzicht

Oost West, thuis best

(Mr. H.W. van der Mey/L. Adr. van Tetterode)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Een ieder heeft zijn eigen land.

Daar leeft hij wel te vreê;

En 't mijne dat is Nederland,

Dat ligt aan 't lage vlakke strand

Van Hollands groote zee,

Van Hollands, van Hollands,

van Hollands groote zee.

 

Ja, dat blijft mij, al is het klein,

Ver boven alles waard;

Laat and're landen grooter zijn;

Wat ik mag roemen vrij het mijn

Is 't liefste mij op aard,

Is 't liefste, is 't liefste,

het liefste mij op aard.

 

Want wie ook voer de wereld rond.

En zocht in Oost of West;

Geen een die beter land ooit vond

Dan vaderlandschen eigen grond.

't Is dáár, 't is thuis het best,

't Is dáár, 't is dáar, 't is dáár,

't is thuis het best.

 

Terug naar overzicht

Op het hoekje van de wereldkaart

(met dank aan Tobias van der Hoeven voor het sturen van de tekst)

Op het hoekje van de wereldkaart

Daar ligt een heel klein land

Waar ik als jongen heb gespeeld

Aan 't prachtig witte strand

Daar liep ik door de vette klei

En rold' ik van het duin

Daar stond mijn tentje op de hei

En lag m'n vaders' tuin

 

Al is dat landje nog zo klein

Haast louter sloot en dijk

Als ik maar in m'n Holland ben

Dan ben ik trots en rijk

 

Terug naar overzicht

Oranje boven

Iedereen heeft zijn eigen keus,

Ik de mijne, hij de zijne,

Ik de mijne, hij de zijne.

Weet je wat onze Wilhelmina

Van alle kleuren 't liefst mag zien ?

'Is oranje, 't blijft oranje,

'Is oranje, 't blijft oranje,

't Is oranje boven !

 

Daarom draag ik d' oranje kleur,

Hier een strikje, daar een kwastje,

Hier een strikje, daar een kwastje.

Daarom ben ik oranjevrind,

Daarom roep ik met ons koningskind:

'k Wil oranje, 'k draag oranje,

'k Wil oranje, 'k draag oranje,

'k Roep oranje boven !

 

Kwam er 'n vreemde snoeshaan aan,

Die 't oranje, mijn oranje,

Die 't oranje, mijn oranje,

Van mijn hoedje af wou slaan

Of ik met hem zou vechten gaan.

'k Riep oranje, mijn oranje,

'k Riep oranje, mijn oranje,

'k Riep oranje boven !

 

Terug naar overzicht

Oranjelied

(bij de Troonsbestijging van Wilhelmina op 6 september 1898)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Dat Wilhelmina leev',
Dat God Haar zegen geev'
En heil bereid !
Vast sta haar aardsche troon,
Volksliefde zij haar loon,
En eens sier' Haar de kroon
Der Heerlijkheid.

 

Terug naar overzicht

Recht op

Recht op van lijf, recht op van ziel,

Dat is een stand naar mijn behagen.

 't Zij, dat ge een' staatsierok moogt dragen,

 't Zij, dat ge een' buis draagt of een kiel,

 Recht op van lijf, recht op van ziel !

 

En buig' men ooit zijn hoofd of knie,

 't Zij dan alleen voor God, den Here !

 Voor elk, wien men als braver ere,

 Voor ieder, dien men wijzer zie,

 Voor die  slechts buig' men hoofd of knie.

 

Maar anders - recht van lijf en ziel,

 In vreugd' of leed, door heel ons leven.

 Niet links, niet rechts, maar 't hoofd geheven,

      Wat of er buig', wat of er kniel',

      Dat 's Nederlands, naar lijf en ziel !

 

Terug naar overzicht

't Ros Beyaard

(1868)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

't Ros Beyaard doet zijn ronde
in de stad van Dendermonde
die van Aalst die zijn zo kwaad
omdat hier 't Ros Beyaard gaat.
De vier Aymonskinderen jent
met 't blanke zweerd in d' hand
ziet ze rijden, 't zijn de schoonste al van ons land.
't Ros Beyaard hoog verheven
hij is in het vuur gebleven.
zie 't Ros Beyaard hoog verheven
zie 't Ros Beyaard zeer charmant.
 


't Ros Beyaard's ogen fonk'len
zijne brede manen kronk'len
en hij wendt hem fraai en vlug
met vier broers op zijnen rug.
De vier Aymonskinderen jent
met 't blanke zweerd in d' hand
ziet ze rijden, 't zijn de schoonste al van ons land.
Hun harnas, schild en lansen
blinken bij de zonneglanzen
een den beiaard 't vooisken geeft
daar het Ros zijn eer in heeft.
 


O Dendermondenaren
blijft altijd den roem bewaren
van het peerd zo wijd vermaard
als den grootsten man op aard.
De vier Aymonskinderen jent
met 't blanke zweerd in d'hand
ziet ze rijden, 't zijn de schoonste al van ons land.
't Ros Beyaard is ons glorie
en benijdt g' ons die victorie,
Aalst, gij hebt nog min verstand
als ons ridderros vaillant.
 


't Ros Beyaard is verheven
heeft hem in het vuur begeven
en het week op 't oorlogsveld
alles voor zijn groot geweld.
De vier Aymonskinderen jent
met 't blanke zweerd in d'hand
ziet ze rijden, 't zijn de schoonste al van ons land.
't Ros Beyaard doet zijn ronde
in de stad van Dendermonde
die van Aalst die zijn zo kwaad
omdat hier 't Ros Beyaard gaat.

 

Terug naar overzicht

Saluut, saluut gij dappere soldaten !

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Hier in Neêrland leeft men rustig,

Hoort men nooit van ruw geweld:

Daarom klinkt ons lied zo lustig,

Vrede wordt op prijs gesteld.

Maar roept men ons eens ten strijde,

Tonen wij dan Hollands moed,

Strijden wij verheugd en blijde,

Met oud Neêrlands heldenmoed.

 

Refrein:

Saluut, saluut, gij dappere soldaten !

Wij strijden voor ons dierbaar vaderland !

Saluut, saluut, gij wakkere soldaten !

Wij vechten met de wapens in de hand,

Saluut, saluut, wij strijden één van zin.

Saluut, saluut, voor Neêrlands Koningin !

 

 

Mocht er eenmaal oorlog komen,

Op dien grond, gedrenkt met bloed,

Strijdt dan flink en zonder schromen

Met oud Neêrlands heldenmoed.

Wist u moedig steeds verweren,

Schiet den vreemdeling dan neer,

Om als 't kan naar huis te keren,

Op de borst het Kruis van Eer.

 

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Signalen Revue

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Eerste compagnie

Wat volgen zal, gaat d' eerste compagnie maar aan,

Die compagnie houd' zich dus gereed.

Tweede compagnie

Pas op, tweede compagnie, u roept dit signaal, luister nu goed,

De tweede compagnie zij vaardig op deze roep.

Derde compagnie

Eén, twee, drie, dat is de naam van de compagnie,

Die op dit signaal tot alles is gereed;

Drie is de naam van de compagnie

Geroepen door dit signaal.

Vierde compagnie

Dit blazen gaat die compagnie maar aan,

Die vier tot cijfer of nummer heeft;

De braven van die compagnie zijn hier.

Geroepen met een, twee, drie, vier.

Het geheel

Het geheel moet nu maar goed luisteren;

Het geheel is nu aan de beurt.

Voor- of achterhoede en gedetacheerden

In 't algemeen gaat dit signaal,

De gedetacheerden aan.

Rechtervleugel

Rechtervleugel hoort twee schoten achteraan.

Een, - twee.

Voorwaarts

Voorwaarts nu, voorwaarts gaan

Voorwaarts en flink op de vijand nu aan.

Halt

Sectie halt.

Vuren

Kom laat ons vuren gaan,

En legt steeds goed op de vijand aan.

Ophouden met vuren

Houdt op, houdt op, houdt op met vuren.

Houdt op met dat vuren, houdt op.

Bajonet op

Nu opgezet, uw bajonet.

Attaqueren

't Wordt nu tijd om flink te attaqueren,

Volgt nu dapper uw commandant,

Hoe de vijand zich moog' weren,

Tegen ons is hij toch niet bestand.

Looppas

Loopt nu hard, loot nu hard, weest nu maar vlug, loopt nu hard,

loopt nu hard, weest nu vlug; in den pas, in den pas, een, twee, drie,

Een twee drie, in den pas, in den pas, een, twee, drie.

Stormaanval

Haast je, stap nu wat aan, maakt dat je vooruit komt,

Haast je, stapt nu wat aan, maakt dat je er komt.

Rechtsomkeert

Gaat zoetjes aan terug, zoetjes aan terug,

Maar daarom toch nog niet te vlug.

Verzamelen

Tirailleurs, weest nu tevreden,

Verzamelt u, op dit signaal.

Cavalerie

De ruiters komen er aan,

De ruiters komen er aan.

Alarm

Waakt, waakt, waakt, waakt, aangetreden vlug

En wapent u; daar is de vijand.

Generale mars

Komt in uw stelling nu, daar is de vijand reeds

Komt in uw stelling nu, en drijft de vijand heen

Rust

Het is rust, het is rust, het is rust !

 

Terug naar overzicht

Soldateneed

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

(uit volle borst)

Wij zweren Land en Koning trouw

Klonk steeds der krijg'ren eed;

Zij bleven Land en Koning trouw,

Getrouw in Lief en Leed.

Bij Waterloo, aan Schelde en Maas,

Aan Indië's woeste strand

Hield Neêrlands dappere krijger steeds

Dien duren eed gestand.

Hield Neêrlands dappere krijger steeds

Dien duren eed gestand.

 

 

(zacht beginnen, langzaam forser)

En nu, O dierbare Koningin,

De Kroon Uw hoofd dan tooit,

Nu ook voor U, met liefde en trouw,

Als 't moet, de vaan ontplooid.

Ja, kom hernieuwen wij den eed,

Vol moed en één van zin:

"Wij zweren trouw tot in den dood

Aan  Neêrlands Koningin".

"Wij zweren trouw tot in den dood

Aan  Neêrlands Koningin".

 

Terug naar overzicht

Soldatengebed

(Wijs: Oostenrijks Volkslied)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Blijf, o God ! Haar lang nog sparen,

Onze dierbare Koningin.

Blijf Haar door Uw gunst bewaren,

Bidden wij met vromen zin.

Nu wij om Uw zegen vragen,

Smeken van Uw Vaderhand,

Bidden wij, soldaten vurig

Voor Vorstin en Vaderland !

Neêrlands krijgers, Neêrlands zonen

Vragen U hulp voor Nederland !

 

Terug naar overzicht

Te land en ter zee

Van mannen in oorlog, van mannen in vreê,
Oud-Holland daar mocht je van spreken,
En riep je te land, of riep je ter zee,
Ze bleven niet in gebreken !
Ze bleven niet in gebreken !
Dezelfde hand greep fiks  genoeg,
Het zwaard, den roerstok en den ploeg,
Tot heil van 't lieve Vaderland, van 't lieve Vaderland,
Tot heil van 't lieve Vaderland, van 't lieve Vaderland.

Wat suf je, jong Neêrland, wat sluimer je dan,
Waarachtig, 't is zonde, 't is schande,
Net of je geen tien nu tellen meer kan,
Te water en ook te lande,
Te water en ook te lande.
Kom sla uw hand en fiks genoeg,
Om  zwaard, den roerstok en den ploeg,
Tot heil van 't lieve Vaderland, van 't lieve Vaderland,
Tot heil van 't lieve Vaderland, van 't lieve Vaderland.

 

Terug naar overzicht

Te wapen !

(wijs: Die Wacht am Rhein)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Op ! hoort die kreet door 't ganse land !

Door stad en dorp, langs weide en strand:

Te wapen voor ons heilig recht !

Oranje roept ons ten gevecht!

Ons Vaderland heeft geen gevaar,

Want dapper is de legerschaar,

Die 't land beschermen moet en waken aan de grens.

Die 't land beschermen moet en waken aan de grens.

 

 

En honderd duizend schokt hij snel,

En aller ogen fonkelen hel.

Een fiere, wakkere heldenstoet

Beschut de grens, bewaakt de vloed !

Ons Vaderland heeft geen gevaar,

Want dapper is de legerschaar,

Die 't land beschermen moet en waken aan de grens.

Die 't land beschermen moet en waken aan de grens.

 

Terug naar overzicht

Vaarwel

(Ant. L. de Rop/Richard Hol)

Vaarwel, vaarwel, mijn dierbaar Vaderland,
Mijn Nederland, vaarwel !
Ik vaar van hier, van hier naar 't Oosterstrand,
Mijn Nederland, vaarwel !
Bij 't ruisen van de zilte vloed
Breng ik aan u mijn afscheidsgroet.
Lief Vaderland, lief Vaderland, vaarwel !

Lief Vaderland, lief Vaderland, vaarwel !

Lief Vaderland, lief Vaderland, vaarwel !

 

Aan u, aan u blijft steeds mijn trouw verpand;
Mijn Nederland, vaarwel !
Ik wijd aan u, aan u mijn hart en hand,
Mijn Nederland, vaarwel !
En zelfs in Java's wondertuin
Vergeet ik nooit mijn Hollands duin.
Lief Vaderland, lief Vaderland, vaarwel !

Lief Vaderland, lief Vaderland, vaarwel !

Lief Vaderland, lief Vaderland, vaarwel !

 

Terug naar overzicht

Van Holland wil ik zingen

Van Holland wil ik zingen
Van 't landje waar ik woon
't Is nietig op de landkaart
Maar toch zo lief en schoon
Wanneer ik in de lente
Die bloesems zie vol pracht
Aanschouw ik er een wonder
Van d' Allerhoogste Macht
Aanschouw ik er een wonder
Van d' Allerhoogste Macht

Van Holland wil ik zingen
Zie ik de groene wei
Des Zomers vol met bloemen
En op de purp'ren hei
Den herder met zijn kudde
En met zijn trouwe hond
Dan voel ik: rust en vrede
Schenkt mijn geboortegrond
Dan voel ik: rust en vrede
Schenkt mijn geboortegrond

Van Holland wil ik zingen
Als Herfst de blad'ren verft
De wind in 't lover fluistert
Hoe alles eenzaam sterft
O bos, gij zult ontwaken
Juicht hoopvol dan mijn hart
En 't oog, verrukt door kleuren
Schreit niet om scheidens-smart
En 't oog, verrukt door kleuren
Schreit niet om scheidens-smart

Van Holland wil ik zingen
Ook in de Wintertijd
Als jong en oud op 't ijs zwiert
En sneeuw de jeugd verblijdt
Mijn Holland is mijn glorie
Mijn Holland is mijn lust
Het land waar 'k ben geboren
Wellicht mijn stof eens rust

 

Terug naar overzicht

Victorie

(tekst: F. Poley-Scheele/muziek: J.F. Tirie Jr.)

Met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Vrij zijn we, vrij zijn we, vrij is ons Holland,

Vrij van de druk van het Duitse gebroed.

Heft nu de vaandels en zingt nu victorie,

Vrij zijn we, vrij zijn we, vrij nu voorgoed.

 

Roept 't en zingt 't langs wegen en straten,

Vrij zijn we weer van het nazi-gebroed.

Vrij in ons spreken, ons doen en ons laten,

Leve de vrijheid, ons kostbaarste goed.

 

Dank hun, die vielen voor onze victorie,

Dank hun, die leden voor ons land.

Die ons bevochten de dag dezer glorie,

Helden ter zee en der lucht en te land.

 

Dit is het uur van de groot' overwinning,

Dit is de dag die men nimmer vergeet.

Neêrland ontwaakt tot een nieuwe bezinning,

Bouwt nieuw geluk boven puinen en leed.

 

Hijst nu de vlaggen, laat dreunen de trommel,

Luidt de klokken, laat vlammen het vuur.

Weg met Germaans' en on-Hollandse rommel,

Dit is Oranje's en Nederlands uur.

 

Terug naar overzicht

Vlaanderen

(met dank aan Andreas Jaquet voor het sturen van de tekst)

't Zijn weiden als wiegende zeeën

Die groenen langs stroom en rivier

Hier vredige dorpjes, daar steden

Die rijzen met torens vol zwier

't Zijn welige velden en wouden

Of vlakten der heide vol rust

O 'k wil in mijn harte behouden

Die schoonheid mijn opperste lust

 

Refrein:

Voor Vlaanderen Vlaanderen

Trille mijn harte vol geestdrift en vuur

Mijn land is het land van de stille

De vreedzame brede natuur

 

Uit beelden en boeken en zangen

Uit al wat een kunstenaar schiep

Straalt gij als met lover omhangen

Zo innig gevoeld en zo diep

Gij spiegelt de aard uwer kinderen

Gij vindt in hun werken u weer

Hoe zou mijne liefde verminderen

U minnen wil ik meer en meer

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Vlaggelied

(Dr. J.P. Heije/W. Smits)

O schitt'rende kleuren van Nederlands vlag
Wat wappert gij fier langs de vloed !
Hoe klopt ons het harte van vreugd en ontzag,
Wanneer het uw banen begroet !
Ontplooi u, waai uit nu, bij nacht en bij dag !
Gij blijft ons het teken, o heilige vlag,
Van trouw en van vroomheid, van vroomheid en moed,
Van trouw en van vroomheid en moed.

 

Of is niet dat blauw, in zijn smetloze pracht
De trouw onzer va-d'ren gewijd ?
Of tuigt niet dat rood van hun manlijke kracht
En moed in zo menige strijd ?
Of wijst niet die blankheid, zo rein en zo zacht,
Op vroomheid, die zegen van Gode verwacht,
De zegen, die enig, die enig gedijt,
De zegen, die enig gedijt ?

 

Waai uit dan, o vlag, zij een tolk onzer beê,
Om trouw en om vroomheid en moed.
De wereld ontzie u op golven en reê;
Maar, daaldet gij ooit op de vloed,
Wij heffen uw wit uit de schuimende zee,
En voeren naar 't blauw van de hemel u meê,
Al kleurt zich, al kleurt zich uw rood met ons bloed,
Al kleurt zich uw rood met ons bloed !

 

Terug naar overzicht

Voor Neêrland

Voor Neêrland een lied op een krachtige toon
Voor 't land dat ik liefheb, voor 't land waar ik woon
Dat al wat ik min in zijn grenzen omsluit
Waar al mijn geluk en mijn blijdschap ontspruit

Waar al mijn geluk en mijn blijdschap ontspruit

Klein is dat land maar met eer klinkt zijn naam
Nederlands daden meldt roemvol de Faam
't Is klein maar bood weerstand aan dreigend geweld
En vaak bleef het meester op zee en in 't veld

 

Wanneer d' oceaan onze erfgrond belaagt
En bulderend beukt, of al vleiende knaagt
Dan werpen wij moedig een dijk voor zijn voet
Of schor en het duin, dat zijn slagen ontmoet

Of schor en het duin, dat zijn slagen ontmoet

Straks draagt hij weer met geduld onze vloot
Helpt ons aan rijkdom, aan arbeid, aan brood
't Is fier op ons volk, aan zijn luimen gewend
En voert onze driekleur van ouds hem bekend

O land, waar de vrijheid haar troon heeft gebouwd
Aan ons wordt het heil van uw toekomst vertrouwd
W' aanvaarden met trots en met ijver dat pand
En steunen uw bloei met een krachtige hand

En steunen uw bloei met een krachtige hand

Arbeid en eendracht en deugd en beleid
Waren uw viertal, dat zegen verspreidt
En dwingt ons de nood - wat de hemel verhoed'
Wij wagen voor Neêrland ons goed en ons bloed

 

Terug naar overzicht

Waar de blanke top (Mijn Nederland)

(P. Louwerse/Richard Hol 1918)

Waar de blanke top der duinen
Schittert in den zonnegloed.
En de Noordzee, vriend'lijk bruisend,
Neêrlands smalle kust begroet,
Juich ik aan het vlakke strand:
Juich ik aan het vlakke strand:
'k Heb u lief, mijn Nederland !
'k Heb u lief, mijn Nederland !

Waar het lachend groen der heuvels
't Kleed der stille heide-omzoomt,
Waar langs rijk beladen velden
Rijn of Maas of Schelde stroomt.
Klinkt mijn lied op oude trant:
Klinkt mijn lied op oude trant:
'k heb u lief, mijn Nederland !
'k heb u lief, mijn Nederland !

Blijf gezegend, land der Vaad'ren
Make-u eendracht sterk en groot,
Blijve 't volk der Koninginne
Hou en trouw in nood en dood !
Doe zo ieder 't woord gestand:
Doe zo ieder 't woord gestand:
'k Heb u lief, mijn Nederland !
'k
Heb u lief, mijn Nederland !

 

In de Tweede Wereldoorlog zongen we:

 

Waar de blanke top der duinen,

Afgezet met prikkeldraad,

Waar op ied're honderd meter,

Zo'n verdraaide rotmof staat,

Juich ik aan het afgezette strand:

Juich ik aan het afgezette strand:

Ze komen nooit in Engeland !

Ze komen nooit in Engeland !

 

Terug naar overzicht

Waar de zee de trotse duinen

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Waar de zee de trotse duinen
En de stille wadden groet;
Waar de Maas en Schelde stromen,
En de Rijn zich zeewaarts spoedt;
Daar weerklinkt op blijde dagen ,
Over blinkend watervlak:
" 'k Heb u lief, mijn dierbaar Neêrland,
'k Heb u lief, 'k Heb u lief, mijn vaderland !"

 

Waar de dart'le windjes stoeien,
Met de Zeeuwse korenaar;
Waar de Twentse eiken groeien
En de Drentse lamm'renschaar;
Klinkt dan luid, met volle accoorden,
Zingt men 't uit met hart en mond:
" 'k Heb u lief, mijn dierbaar Neêrland,
'k Heb u lief, 'k Heb u lief.mijn vaderland !"

 

Waar de blijde zonnestralen,
Lichten over 't vrije land;
Waar ze een ras, een volk beschijnen,
Kloek van zin en rap van hand;
Zing' men steeds in de eigen tale,
Klinke steeds zo fier en stout:
" 'k Heb u lief, mijn dierbaar Neêrland,
'k Heb u lief, 'k Heb u lief, mijn vaderland !"

 

Terug naar overzicht

Waarom ik van Holland hou

(Leenheer/Wettig-Weissenborn)

Waarom ik van Holland hou?

Om zijn lage, groene weiden

Om zijn heuvels, duinen, heiden

Om zijn wuivend oeverriet

Om zijn luchten in 't verschiet

Om zijn bossen, strand en zee

Om zijn vogels en zijn vee

Om zijn vogels en zijn vee

 

Waarom ik van Holland hou?

Om zijn schone landhistorie

Om zijn nederlaag en glorie

Om zijn stoere vrijheidszin

Om zijn gulle mensenmin

Om zijn wijsheid, kunst en kracht

Om de roem van 't voorgeslacht

Om de roem van 't voorgeslacht

 

Waarom ik van Holland hou?

Om de liefde ons geschonken

Om de vriendschap hecht beklonken

Om het lieflijk ouderhuis

Om mijn eigen vriend'lijk thuis

Om mijn nooit volprezen jeugd

Om geleden smart en vreugd

Om geleden smart en vreugd

 

Holland is mijn lief kleinood

'k Zal zijn roem en lof verkonden

Tot mijn laatste levensstonde

't Blijv' een veilig toevluchtsoord

Door geen vijandschap verstoord

Stille vreê bij noeste vlijt

Woon' er tot in eeuwigheid

Woon' er tot in eeuwigheid

 

Terug naar overzicht

Waer dat men sich al keerd

(Tekst uit: Valerius' Gedenck-Clanck, 1626. Op de Hollandse en Zeeuwse zeevaart 1616 / Melodie: Pots hondert duisent slapperment)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Waer dat men sich al keerd of wend,
End' waer men loopt of staet,
Waer dat men reyst of rost of rend,
End' waer men henen gaet,
Daer vindt men, 't sij ook op w
at reê,
d' Hollander end' de Zeeuw;
Sij loopen door de woeste zee,
Als door het bosch de leeuw.

 

Vereenigd vrijgevochten volck,
Maekt Spanjen d' oorlog moe.
Sulx dat hij zijnen vredentolck,
Dit land moet senden toe.
Wie zoud' oijt hebben dit gedacht,
Dat d' hoogmoet van Papou,
Dat soo een groote trotse macht,
So buygsaem worden sou ?

 

O Neêrland, so ghij maer bout
Op God den Heer altijd,
U Pijlen vast gebonden hout
End t' saem eendrachtig zijt,
So kan u Duyvel, Hel noch Doot,
Niet krencken noch vertreen,
Al waer oock Spanjen noch soo groot,
Ja 's werelds machten één.

 

Terug naar overzicht

Wat zullen onze patriotjes eten

Wat zullen onze patriotjes eten

Als zij in't leger zijn
Een kieksje aan 't spit gesteken

Dat zullen onze patriotjes eten
Kapitein, luitenant, vaanderig, sergeant, tamboer, korporaal, patriotjes, allemaal kamaraden, kamaraden

Wat zullen onze patriotjes drinken

Als zij in't leger zijn
Den wijn uit zilverpinten

Dat zullen onze patriotjes drinken
Kapitein, luitenant, vaanderig, sergeant, tamboer, korporaal, patriotjes, allemaal kamaraden, kamaraden

Waarop zullen onze patriotjes slapen

Als zij in't leger zijn
Op een bed met schone lakens

Daarop zullen onze patriotjes slapen
Kapitein, luitenant, vaanderig, sergeant, tamboer, korporaal, patriotjes, allemaal kamaraden, kamaraden

Waarmee zullen onze patriotjes schieten

Als zij in't leger zijn
Met een kanon met vier wieltjes

Daarmee zullen onze patriotjes schieten
Kapitein, luitenant, vaanderig, sergeant, tamboer, korporaal, patriotjes, allemaal kamaraden, kamaraden

 

Terug naar overzicht

Wees begroet met jubeltonen (Kroningslied)

(F.J. Haverkamp/J.A. Scholte - 1898))

Wees begroet met jubeltonen,
Wees gezegend groote dag !
Komt ons heerlijk feest nu kronen,
Geurend loover, zonnelach !
Grooten, kleinen, grijsheid, jeugd,
Allen gloeit de borst van vreugd.
Juichend strekken wij de handen.
Heil U ! ruischt door Hollands tuin,
Heil U ! jub'len strand en duin,
Koningin, Koningin der Nederlanden !

't Vast verbond is thans gesloten,
Tusschen Volk en Koningin.
Laat ons stil het hoofd ontblooten,
Kinderen van één Huisgezin !
Wilhelmina siert de kroon,
Gouden jonkheid stijgt ten troon,
Vast geknoopt zijn de eêlste banden.
Heil U ! wat bezwijken zal,
Heil U ! onze trouw staat pal !
Koningin, Koningin der Nederlanden !

Voer Uw scepter tal van jaren,
Tooverstaf, die allen trekt.
Rust gebiedt in 't woên der baren,
Frisscher leven, vreugde wekt !
Groen' de olijftak van den vreê,
Welvaart deel' haar schatten meê.
Vrijheid wone aan deze stranden.
Heil U ! op der Nassau's troon.
Heil U ! zeeg'ne God Uw Kroon,
Koningin, Koningin der Nederlanden !

Terug naar overzicht

Wien Neêrlands bloed

Versie 1

 

Wien Neêrlands bloed in d' aders vloeit
Van vreemde smetten vrij
Wiens hart voor land en koning gloeit
Verheff' de zang als wij:
Hij zett' met ons, vereend van zin
Met onbeklemde borst
Het godgevallig feestlied in
Voor vaderland en vorst

Voor vaderland en vorst

De Godheid, op haar hemeltroon
Bezongen en vereerd
Houdt gunstig ook naar onze toon
Het heilig oor gekeerd
Zij geeft het eerst, na 't zalig koor
Dat hoger snaren spant
Het rond en hartig lied gehoor
Voor vorst en vaderland

Voor vorst en vaderland

Dring' luid, van uit ons feestgedruis
Die beê uw hemel in
Bewaar de vorst, bewaar zijn huis
En ons, zijn huisgezin
Doe nog ons laatst, ons jongst gezang
Die eigen wens gestand
Bewaar, o God de koning lang
En 't lieve vaderland

En 't lieve vaderland

 

Versie 2

 

Wien Neêrlands bloed in de ad'ren vloeit
Wien 't hart klopt fier en vrij
Wie voor zijn volk van liefde gloeit
Verheff' de zang als wij:
Hij roem' met allen, welgezind
Den onverbreekb're band
Die Neêrland en Oranje bindt
Vorstin en vaderland

Vorstin en vaderland

Bescherm, o God! bewaak den grond
Waarop onze adem gaat
De plek waar onze wieg op stond
Wellicht ons sterfuur slaat
Wij smeken van Uw vaderhand
Met blijden kinderzin
Behoud voor 't lieve vaderland
Voor land en koningin

Voor land en koningin

Dring' luid, van uit ons feestgedruis
De beê den hemel in:
Blijv' met ons oud Oranjehuis
Het volk steeds één gezin
Vorstin en prins prijze ons gezang
En 't klinke aan allen kant:
Bewaar het vorst'lijk stamhuis lang
En 't lieve vaderland

En 't lieve vaderland

 

Versie 3

(spotliedje in Brabants dialect)

(met dank aan Riet Rademakers voor het sturen van de tekst)

 

Wie Neêrlands bloed

In ut penneke doet

En nog wé méél er bij

Dé lust ons verreke toch zo goed

En dan is ie toch zu blij.

 

Terug naar overzicht

Wij leven vrij

(M.J. Brand Van Cabauw/J.W. Wilms)

Wij leven vrij, wij leven blij
Op Neêrlands dierb're grond;
Ontworsteld aan de slavernij,
Zijn wij door eendracht groot en vrij,
Hier duldt de grond geen dwing'landij,
Waar vrijheid eeuwen stond !

Waar vrijheid eeuwen stond !

 

Hoe dierbaar is ons 't Vaderland
Der helden bakermat,
Der kunsten wieg, 't gezegend strand,
Waar 't heilig recht zijn zetel plant,
En deugd met een fluwelen band
Vorstin en volk omvat,

Vorstin en volk omvat.

 

Wij leven vrij, wij leven blij
Wij dienen énen God.
Wat ook 't verschil in dienen zij,
De wet laat alle godsdienst vrij;
Vereend als broeders juichen wij:
Gezegend is ons lot,

Gezegend is ons lot.

 

Zo leven we- altijd vrij en blij
Op Neêrlands dierb're grond;
Door trouw aan eigen wetten vrij,
Praalt Neêrland in der volken rij,
En 't vaderland blijf groot en vrij,
Tot 's werelds avondstond !

Tot 's werelds avondstond !

 

Terug naar overzicht

Wij willen Holland houen

(Mr. H.W. van der Mey/Arnold Spoel)

Wij willen Holland houen,
Ons Holland, fier maar klein !
Wij blijven 't hou en trouwe,
Wat ook zijn lot moog' zijn !
En wie denkt ons te dreigen
En denkt te nemen ooit !
Hij zal ons land niet krijgen,
Wij geven Holland nooit !
Hij zal ons land niet krijgen,
Wij geven Holland nooit !

En vast aan onze zijde
Zal Hollands leeuw daar staan;
Die zal het nimmer lijden,
Dat Holland zal vergaan.
Zolang de leeuw zal dragen
Zijn zwaard en zijne kroon,
Zal hij ons land ook schragen
En staan naast volk en troon !
Zal hij ons land ook schragen
En staan naast volk en troon !

Ons Holland zal niet vallen,
Zal nimmermeer vergaan;
De leeuw staat met ons allen,
Zal met ons blijven staan !
De leeuw zal Holland houen
Zijn zwaard en zijne kroon,
En tot den dood getrouwe
Bewaken volk en troon !
En tot den dood getrouwe
Bewaken volk en troon !

 

Terug naar overzicht

Wijd open de vensters (Koninginnelied)

(I.P.I.H. Doorenbos/Sam Schuijer)

Wijd open de vensters. Er uit met de vlag

De trots van de oude historie

't Symbool van de vrijheid

Van recht en van macht

Der echte Oud-Hollandse glorie

Wijd open de vensters. Er uit met de vlag

Laat wapp'ren het rood, wit en blauw

't Is heden de grote en heerlijke dag

De dag van het Huis van Nassouwe

 

Wijd open de harten. Er uit met het lied

Het klinke langs velden en wegen

Ter ere van Hollands geliefde

Die was er haar land steeds ten zegen

Wijd open de harten. Er uit met het lied

De blik op het rood, wit en blauw

Wie heden niet zingt, voelt de volksvreugde niet

Op 't feest van het Huis van Nassouwe

 

Terug naar overzicht

Wilhelmuslied

Wilhelmus van Nassouwe
En 't lieve vaderland,
Blijf ik altijd getrouwe
Met hoofd en hart en hand.
Ja goed en bloed en leven
Heb ik voor 't land gereed.
Zal ik gewillig geven
Zoals Wilhelmus deed.

Wilhelmus hoog verheven,
Prins Maurits sterk en groot,
En Fred'rik Hendrik bleven,
Getrouw tot in de dood.
De Prinsen van Oranje
Zij maakten Neêrland vrij,
Zij redden ons van Spanje
En Frankrijks heerschappij.

Wilhelmus van Nassouwe
Weerklinkt uit volle borst.
Met God is ons vertrouwen
Op Hem d' Oranjevorst.
En komen droeve tijden,
Wij zullen kloek van hand,
Eendrachtig met Hem strijden,
Voor 't lieve vaderland.

 

Terug naar overzicht

Wilt heden nu treden

(Uit valerius gedenck-clanck  1597)

(met dank aan Moena de Koning voor het sturen van de tekst)

Wilt heden nu treden voor God den Heere

Hem bovenal loven van herten seer

End maken groot zijns lieve naemens eere

Die daer nu onze vijant slaet ter neer

 

Ter eeren ons Heeren wilt al u dagen

Dit wonder bijsonder gedeneken toch

Maekt u o mensch voor God steeds wel te dragen

Doet ijder recht en wacht u voor bedrog

 

Bid waket end maket dat g'in bekoring

End 't quade met schade toch niet en valt

U vroomheijt brengt de vijand tot verstoring

Al waer sijn rijck nog eens zo sterck bewalt

 

Terug naar overzicht

Zij die offerden

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

'n Gouden zon stond aan den hemel

Zond haar stralen naar omlaag

Over 't kleine stadsplantsoentje

Over plant en rozenhaag.

Over druk betreden paden

Over bank en koffiehuis

Over een klein, heilig plekje

Een eenvoudig houten kruis.

 

 

't Zonnetje scheen op haar krullen

Op de bloemen in haar hand

Speelde langs haar zwarte kleding

Dromend stond zij aan de kant

Als een tere, kleine schaduw

Bleef zij in het zonlicht staan

Aan haar wimpers hing een parel

Een heel kleine zilv'ren traan

 

 

't Meisje, door de Zon beschenen

Keek naar 't kruis en dan omhoog

't Zonlicht toverd' in haar ogen

Toen een wond'ren  regenboog.

Zij ging voorwaarts met haar bloemen

Legde deze op de grond

't Was een lieflijk, kleurig plekje

Waar het houten kruisje stond.

 

 

Zachtjes mompelde zij woorden

Die geen mens ooit zou verstaan

Daarna zag de zon haar langzaam

Door 't plantsoen weer huiswaarts gaan

In de schaduw van het kruis lag

't Meisjes mooie bloemengroet

Als een dank voor 't grote offer

Voor betoonde heldenmoed

 

 

En de zon keek naar beneden

Dacht aan vroeger, in 't plantsoen

Toen dat meisje met haar jongen

Wandelde in 't jonge groen.

Maar hij hoorde tot de helden

Viel voor land en Koningin

Hij 's een held, dat is waarachtig

Maar z'n meisje..........een heldin.

 

Terug naar overzicht

Zij zullen het niet hebben

Zij zullen het niet hebben, ons oude Nederland.
Het bleef bij alle ellende, Gods en der vad'ren pand.
Zij zullen het niet hebben, de goden van de tijd,
Niet om hun erf te wezen heeft God het ons bevrijd,
Niet om hun erf te wezen, heeft God het ons bevrijd.


Met al hun schone woorden, met al hun stout geschreeuw,
Zij zullen ons niet hebben, de goden dezer eeuw.
Tenzij het woord des zwijgers moedwillig werd verzaakt,
'k Heb met de Heer der Heren een vast verbond gemaakt,
'k Heb met de Heer der Heren een vast verbond gemaakt.

 

Terug naar overzicht

Zilvervloot

(Dr. J.P. Heije/J.J. Viotta)

Heb je van de zilveren vloot wel gehoord
De zilveren vloot uit Spanje
Die had er veel Spaansche matten aan boord
En appeltjes van oranje
Piet Hein, Piet Hein, Piet Hein, zijn naam is klein
Zijn daden benne groot
Zijn daden benne groot
Hij heeft gewonnen de zilveren vloot.
Hij heeft gewonnen, gewonnen de zilvervloot

Hij heeft gewonnen de zilvervloot

 

Sprak toen niet Piet Hein met een aalwaerig woord
Wel jongentjes van Oranje
Kom, klim 'reis aan dit en dat Spaanse boord
En rol me de matten van Spanje
Piet Hein, Piet Hein
Piet Hein zijn naam is klein
Zijn daden benne groot

Zijn daden benne groot
Hij heeft gewonnen de zilveren vloot
Hij heeft gewonnen, gewonnen de zilvervloot

Hij heeft gewonnen de zilvervloot

 

Klommen niet de jongens als katten in 't want
En vochten ze niet als leeuwen
Ze maakten de Spanjers duchtig te schand
Tot in Spanje klonk hun schreeuwen
Piet Hein, Piet Hein
Piet Hein zijn naam is klein

Zijn daden benne groot

Zijn daden benne groot
Hij heeft gewonnen de zilveren vloot
Hij heeft gewonnen, gewonnen de zilvervloot

Hij heeft gewonnen de zilvervloot

 

Kwam er nu nog eenmaal zo'n zilveren vloot
Zeg zou jullie nog zo kloppen
Of zoudt gij uw veilig en wel buiten schoot
Maar stil in je hangmat stoppen
Wel, Hollandsch bloed
Dat bloed heeft nog wel moed
Al bennen we niet groot

Al bennen we niet groot

We zouden winnen winnen de zilvervloot

We zouden winnen, ja winnen, de zilvervloot

 

Terug naar overzicht