Alle man
van Neêrlands stam (Een lied van Nederland)
(J.G.
Nijk/H.J. den Hertog)
Alle man van Neêrlands
stam
Voelen zich der vaad'ren zonen
Willen zij op 't plekje wonen
Dat hun tot een erfdeel kwam
Eigen meester, niemand's knecht
Recht en slecht
Stalen vuist en rappe hand
Zo is 't volk van Nederland
Toen, gezengd door oorlogsvlam
't Vaderland was in gevaren
Vochten wij wel tachtig jaren
Tot er heerlijke uitkomst kwam
Offerden met mannenmoed
Goed en bloed
Tot het klonk langs beemd en strand:
Vrij is het volk van Nederland
Zo zal 't zijn door d'eeuwen heen
Vrije Friezen, ronde Zeeuwen
Gelres helden, Hollands leeuwen
Eén voor allen, allen één
Aan Wilhelmus van Nassouw
Hou en trouw
Blijft ons aller hart verpand
Aan ons dierbaar Nederland
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor
het sturen van de tekst)
Wat dreunt daar op die heide ?
Wat blinkt daar in 't verschiet ?
Wat dondert tussen beide,
Dat men door stof niet ziet ?
Hoe flikkeren die zwaarden,
Wat forse melodie !
Hoe rennen daar die paarden,
't Is Veldartillerie,
Hoe rennen daar die paarden,
't Is Veldartillerie !
De kruitdamp is hun leven,
't Kanon is hun banier !
De hoop daarvoor te sneven,
Bezielt elk kanonnier !
Zij haken naar den strijde,
Voor Vaderland en Vorst !
Voor Land en Koning beide,
Klopt steeds hun mannenborst,
Voor Land en Koning beide,
Klopt steeds hun mannenborst !
Van 't paard naar 't stuk gevlogen,
Dra dondert reeds het schot !
Weer vlug vooruit getogen,
Vernielt hij 's vijands rot.
Rent d'overmacht hem tegen,
Manmoedig staat hij pal,
Koopt door zijn dood de zege,
En juicht nog in zijn val,
Koopt door zijn dood de zege,
En juicht nog in zijn val !
Maar ook in tijd van vrede,
Blinkt steeds de kanonnier !
En meisjes schoon van leden,
Zijn op zijn liefde fier.
Waar moed zit, heerst ook trouwe,
Met kracht nooit uitgeblust !
Daarom de schoonste vrouwen,
Heeft hij naar hartelust,
Daarom de schoonste vrouwen,
Heeft hij naar hartelust !
Hoera dus voor ons Wapen,
Lang leev' de kanonnier !
Lang leev' die forse knapen,
Des legers schoonste sier !
Hun leus zij: steeds te strijden,
Werwaarts ook d'eer hen zendt,
Voor Land en Koning beide,
Tot roem van 't Regiment,
Voor Land en Koning beide,
Tot roem van 't Regiment
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het
sturen van de tekst)
Bobbejaan klim die berg so haestig en so
lustig
Bobbejaan klim die berg so haestig en so lustig
Bobbejaan klim die berg om die Rooinek te vererg'
Hoera voor die Boer hoera !
Je moe nie huil nie
Je moe nie treur nie, die Stellenboschse kerls kom' weer !
Je moe nie huil nie
Je moe nie treur nie, die Stellenboschse kerls kom' weer !
Bobbejaan sluip die dal so haestig en zo lustig
Bobbejaan sluip die dal so haestig en zo lustig
Bobbejaan sluip die dal om die Rooinek te verval
Hoera voor die Boer hoera !
Je moe nie huil nie
Je moe nie treur nie, die Stellenboschse kerls kom' weer !
Je moe nie huil nie
Je moe nie treur nie, die Stellenboschse kerls kom' weer !
Bobbejaan kruip die haag so haestig en so lustig
Bobbejaan kruip die haag so haestig en so lustig
Bobbejaan kruip die haag om die Rooinek te verjaag
Hoera voor die Boer hoera !
Je moe nie huil nie
Je moe nie treur nie, die Stellenboschse kerls kom' weer !
Je moe nie huil nie
Je moe nie treur nie, die Stellenboschse kerls kom' weer !
Daar komen de jongens van
Holland ‘an
(Marschlied voor het gemobiliseerde Nederlandsche leger)
(tekst: A. Loosjes / muziek: V. Loosjes)
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het
sturen van de tekst)
Daar komen de jongens van Holland ‘an,
De grond en de huizen, ze trillen ervan,
De meisjes en vrouwen, ze trillen voor twee,
Ze zuchten: "och hadden we toch gauw maar weer vreê !"
Kom, sta niet te huilen om zoon of om man,
Want grienen, daar houden soldaten niet van.
De jongens van Holland, ze lijken tam,
Zoo zacht en zoo zoet en gedwee als een lam,
Maar wil soms een vreemde hier baas zijn in huis,
Dan geven ze’m netjes van katoen op zijn buis;
En wil hij niet weg, dan laten ze hem staan
Maar schieten hem straks uit het water vandaan.
Daar komen de jongens van Holland ‘an,
De grond en de huizen, ze trillen ervan,
Maar wie er ook trillen, ze trillen niet mee,
Er was nooit een Hollandsche soldaat die dat dee’.
Zij vechten niet graag, maar alleen als het moet,
Dan slaan zij erop, en dan vechten zij goed !
Zie
de molen van 't Hollandse land:
Hoe in trots triompherende stand,
Met zijn vliegende vleugels hij spant enen haag !
Met zijn werkende wieken hij stuift naar omlaag !
Zie ze draaien en zwaaien in 't rond,
Met de vlag van de Hollandse grond !
En zij eren hun land, met die kleurige band
En zij houden hun Holland omhoog !
Maar van wielende wieken beroofd,
Is zijn zwierige fierheid gedoofd,
Van zijn armen ontdaan, is hij stijf, is hij stom,
Niet meer ziet gij ze zwieren aldoor om en om,
Niet meer draaien en zwaaien in 't rond,
Met de vlag van de Hollandse grond !
Niet meer eren hun land, met die kleurige band.
Niet meer houden hun Holland omhoog.
O vereer, die uw schoonheid verrijkt,
O bewaar, die verouderd nog prijkt !
Want zijn armen, zij tonen de Hollandse pracht,
En zij houden de heilige driekleur met kracht !
Want ze draaien en zwaaien in 't rond,
Met de vlag van de Hollandse grond !
En zij eren hun land, met die kleurige band
En zij houden hun Holland omhoog.
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor
het sturen van de tekst)
Jij Hollandse wind, je ruikt naar
rivieren,
Je ruikt naar de wijde Hollandse zee;
Je raast in mijn oren, je waait door mijn haren,
Je voert er de smaak van zout met je mee !
Je speelt met de wolken, in loodgrijze luchten,
Je smijt met de regen uit wolkenlucht grauw,
Je jaagt ze weer weg, de wolken, ze vluchten,
Je blaast ons weer droog, en de hemel wordt blauw !
Jij Hollandse wind, je drijft onze
molens,
Snel draaien de wieken, de polder wordt droog,
Het lied van de wind klinkt in suiz'lende bomen,
De rits'lende toppen, ze wuiven omhoog !
Je rimpelt de stromen, je blaast in de zeilen
Van dobb'rende scheepjes op waat'ren blauw.
Je brengt ons de zon weer, na onweer en regen:
Jij Hollandse wind, wij houden van jou !
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor
het sturen van de tekst)
Een man een man, een woord een woord !
O fikse leus van vroeger dagen,
Nog klopt het hart met sneller slagen,
Wanneer mijn oor u klinken hoort:
Een man een man, een woord een woord !
Dat was een zegel zonder breuk !
Een handschrift, nooit nog vals bevonden,
Een vaste borgtocht, nooit geschonden,
Een perkament in goede reuk,
Dat nooit een barst had of een kreuk !
In Oost en West, in Zuid en Noord,
Werd Holland om die leus geprezen.
Och, 'k bid je, laat het nog zo wezen,
't Zij steeds, als men van Neêrland hoort:
Een man een man, een woord een woord !
(tekst: Wittekind / muziek: Chr. van
Beuge)
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
"Immer hooger" zij ons streven,
Zij de leus van ons bestaan;
Door geen vrees terug gedreven,
Rukken we op de sterren aan.
Voer' ons pad langs schoone dreven,
Zij de weg ook lang en dor,
Steeds den blik op 't doel geheven,
Steeds den blik op 't doel geheven,
Juichen wij "Excelsior",
Juichen wij "Excelsior".
Stap voor stap, met vaste schreden,
Treden wij, waar plicht ons wacht;
Elken zijweg steeds vermeden,
Steeds vooruit met moed en kracht.
Mogen rampen ons ook dreigen,
Laat Fortuna ons geen keus:
Nimmer bukken, nimmer zijgen,
Nimmer bukken, nimmer zijgen,
"Immer hooger" blijft de leus,
"Immer hooger" blijft de leus.
"Immer hooger" zij ons streven,
Maar met eendracht steeds gepaard;
Eensgezindheid zal ons geven
't "Immer hooger" hier op aard !
Luider klinken onze zangen,
Weg dan klachten en gemor,
Vol van hoop en vol verlangen,
Vol van hoop en vol verlangen,
Roepen wij "Excelsior" !
Roepen wij "Excelsior" !
(tekst: Mr. H.W. van der Meij en
Hofland /muziek: Hendr. C. van Oort)
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
Wanneer ze nou vragen: kom laat me d’r
door,
We wouwen hier even passeren ? ......
Dan zeggen we hullie: geen malligheid, hoor!
Dat hoef je hier niet te probeeren.
Wij geven hier geen overpad,
Bij jullie zijn er wegen zat,
Wij zijn neutraal en houên van vree,
Wij blijven neutraal en vechten niet mee !
En als ze dan dreigen: we moeten er door,
Je kunt ons toch immers niet keeren ? ......
Dan zeggen we netjes : dat denk je maar, hoor !
Wij hebben kruit en kogels zat
En weig’ren ieder overpad.
Wij zijn neutraal en houên van vree,
Wij blijven neutraal en vechten niet mee !
En als ze dan komen en dringen er door,
En over de grenzen marcheeren ? ......
Dan steken we even de dijken maar door,
We zullen ze zwemmen wel leeren.
Het land is hier een beetje nat
En deugt hier niet voor overpad.
Wij zijn neutraal en houên van vree,
Wij blijven neutraal en vechten niet mee !
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
Mobilisatiekruisendragers,
Wij vereenigd met elkaar,
Denken thans aan 1 Augustus
Van vóór vijf-en-twintig jaar.
De alarmklok had geklonken;
Onze dierb're Koningin
Gaf bevel tot mobilisatie,
Noodig ter verdediging.
Moedig hebben vele mannen
Aan de grens op post gestaan,
Hebben Vloot en Leger samen
Trouw en goed hun werk gedaan.
Vastberaden stond de Weermacht
Achter Hare Majesteit,
Nederland één met Oranje
Handhaafde de neutraliteit.
Na vier jaren vol van spanning
Brak de vredestijd weer aan,
Holland was zichzelf gebleven,
Ieder had zijn plicht gedaan.
Laat ook nu en in de toekomst
Lid en Mobilisatie-Bond
Immer fier en krachtig strijden
Voor 't behoud van Volk en grond.
Mocht het ooit tot daden komen,
Dan doen alle leden mee
Voor ons Volk, ons Land, de Driekleur
En voor ons 'Je Maintiendrai'.
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
De geestdrift laait door heel het land
Ons Nederland is vrij,
Wij leven van de grens tot 't strand
Weer zonder dwing'landij.
Na vijf jaar strijd, bezettingstijd
Komt nieuw geluk in 't zicht,
De vredeszon straalt wijd en zijd
Haar glorievolle licht.
Refrein:
Herrijzend Nederland
De toekomst in met blij en fris vertrouwen,
Opdat wij hand in hand en een van zin
Ons land weer op gaan bouwen.
De vijand ligt verslagen neer
En heel ons volk dat jubelt weer,
Het klinkt uit ieders mond
Wij leven vrij, wij leven blij
Op Neerlands dierb're grond.
Verpletterd ligt de vijand neer
Die ons zo smart'lijk trof,
Ons rood-wit-blauw dat wappert weer
Van ieders huis en hof.
Wat ook vernield werd jaar op jaar
Zie, wij versagen nooit,
Dat bouwen wij weer met elkaar
Dra schoner op dan ooit.
Refrein
Een nieuwe tijd staat voor de boeg
Van vrede, arbeid, brood,
Sla dra de hand dus aan de ploeg
En maak je land weer groot.
Geen schoner taak toch bovendien
Onz' ijver triomfeert,
Laat nu aan heel de wereld zien
Wat Neerlands volk presteert.
Het Fort
(Militaire coupletten van Landweer-sergeant Henri Overduin)
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
Wat is het beste wat men kent ? - Het
Fort.
Waar wordt elk militair verwend ? - In 't Fort.
Waar werk je tot je de slaap overmant,
En visch je aan den wallekant ?
In 't Fort, 't Fort, 't Fort,
In 't Fort, 't Fort, 't Fort.
Waar wordt een ieder vetgemest ? - In 't Fort.
Waar wordt met bier je dorst gelescht ? - In 't Fort.
Waar vindt een ieder man het fijn,
Als hij kan trekken aan de lijn ?
In 't Fort, 't Fort, 't Fort,
In 't Fort, 't Fort, 't Fort.
Waar moet je vroeg, om vijf uur, op ? - In 't Fort.
En bik je als ontbijt je soepie op ? - In 't Fort.
Waar kost het scheren je geen duit,
En mag je elken avond uit ?
In 't Fort, 't Fort, 't Fort,
In 't Fort, 't Fort, 't Fort.
Waar komt Zondags de dominee ? - In 't Fort.
En brengt z'n muzikanten mee ? - In 't Fort.
Waar schillen ze piepers en eten ze vort,
En zingen daarbij, dat je naar er van wordt,
In 't Fort, 't Fort, 't Fort,
In 't Fort, 't Fort, 't Fort.
Waar kan je je vrouw zien aan de poort
? - In 't Fort.
En hoor je vaak praatjes ongehoord ? - In 't Fort,
Waar zwommen ze zonder zwembroek aan,
Als men dat niet was tegengegaan ?
In 't Fort, 't Fort, 't Fort,
In 't Fort, 't Fort, 't Fort.
Waar wordt gedamd één tegen zeventien man ? - In 't Fort.
Daaronder een spion, die er niks van kan ? - In 't Fort.
Waar speelt in de poterne de gramophoon ?
En is twintig centen je dagelijksch loon ?
In 't Fort, 't Fort, 't Fort,
In 't Fort, 't Fort, 't Fort.
Waar krijg je een bruingekleurd werkpak ? - In 't Fort.
En zie je d'r uit als kurkezak ? - In 't Fort.
Waar hoor je vaak de dolste praat,
En scheur je je broek aan 't prikkeldraad ?
In 't Fort, 't Fort, 't Fort,
In 't Fort, 't Fort, 't Fort.
Maar waar ben je toch allemaal tevrêe? - In 't Fort.
Met den commandant, die leeft met ons mee, - In 't Fort.
En daarom, komt de vijand voor de gracht,
Dan krijgt hij een ontvangst, zooals hij nooit had gedacht,
In 't Fort, 't Fort, 't Fort,
In 't Fort, 't Fort, 't Fort.
Waar mag dus nooit de vijand in ? - In 't Fort.
En zullen we strijden verheugd van zin ? - In 't Fort.
Waar zal de leus zijn: liever dood dan geknecht ?
En sneuvelen we dan liever allen flink in het gevecht
Voor ons Fort, ons Fort !
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
Wat dreunt daar op die heide ?
Wat blinkt daar in ’t verschiet ?
Wat dondert tussen beide,
Dat men door stof niet ziet ?
Hoe flikkeren die zwaarden,
Wat forse melodie !
Hoe rennen daar die paarden,
’t Is Veldartillerie,
Hoe rennen daar die paarden,
’t Is Veldartillerie !
De kruitdamp is hun leven,
’t Kanon is hun banier !
De hoop daarvoor te sneven,
Bezielt elk kanonnier !
Zij haken naar den strijde,
Voor Vaderland en Vorst !
Voor Land en Koning beide,
Klopt steeds hun mannenborst,
Voor Land en Koning beide,
Klopt steeds hun mannenborst !
Van ’t paard naar ’t stuk gevlogen,
Dra dondert reeds het schot !
Weer vlug vooruit getogen,
Vernielt hij ’s vijands rot.
Rent d’ overmacht hem tegen,
Manmoedig staat hij pal,
Koopt door zijn dood de zege,
En juicht nog in zijn val,
Koopt door zijn dood de zege,
En juicht nog in zijn val !
Maar ook in tijd van vrede,
Blinkt steeds de kanonnier !
En meisjes schoon van leden,
Zijn op zijn liefde fier.
Waar moed zit, heerst ook trouwe,
Met kracht nooit uitgeblust !
Daarom de schoonste vrouwen,
Heeft hij naar hartelust,
Daarom de schoonste vrouwen,
Heeft hij naar hartelust !
Hoera dus voor ons Wapen,
Lang leev’ de kanonnier !
Lang leev’ die forse knapen,
Des legers schoonste sier !
Hun leus zij: steeds te strijden,
Werwaarts ook d’eer hen zendt,
Voor Land en Koning beide,
Tot roem van ’t Regiment,
Voor Land en Koning beide,
Tot roem van 't Regiment !
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
Holland men zegt wel ooit
Waar blijft de zon, die ziet men nooit
Regen, en steeds maar mist
Vindt de pessimist
Maar wat die man niet ziet
Zing ik in dit lied:
Gouden zonneschijn
Maakt Hollands zomer klein maar fijn !
Holland, je bent voor mij
Het prachtigste land
Want ik hou van je heiden
Je bossen en je zonnige strand
Holland – klein plekje grond
Waar ik zo van hou !
Holland, mijn kleine Holland
Mijn heerlijk landje
Ik blijf je trouw
Holland dat waterrijk
De zee bedwong met duin en dijk
Die zee, dat is bekend
Is jouw element
Jongens, het water op
Hollands vlag in top
Wie gaat met me mee ?
Ik voel me thuis op elke zee!
Holland, je bent voor mij ...
Holland, jouw stedenpracht
Is wijd vermaard; jouw klederdracht
Wekt bij de vreemdeling
Steeds bewondering
Handel en industrie
Toont jouw energie
Dijk en bruggenbouw
Maakt, Holland, mij zo trots op jou !
En
je lucht is zo rein
En breed zijn je krachtige stromen
Goud is je graan op je zand en je klei
Purper het kleed van je golvende hei
Stoer zijn je ruisende bomen
Holland, ik min je om je heerlijken tooi
Holland, mijn Holland, ik vind je zo mooi
Hollands
vlag, je bent mijn glorie,
Hollands vlag, je bent mijn lust,
'k Roep van louter vreugd victorie,
Als ik je zie aan vreemde kust,
'k Roep van louter vreugd victorie,
Als ik je zie aan vreemde kust;
Op de zee en aan den wal,
Hollands vlag gaat bovenal,
Op de zee en aan den wal,
Hollands vlag gaat bovenal.
Zijn er reiner, blijder kleuren,
Of je vaart in Noord of Zuid ?
Heel de lucht schijnt op te fleuren,
Strijkt ze-er op haar frisheid uit,
Heel de lucht schijnt op te fleuren,
Strijkt ze-er op haar frisheid uit,
En je Hollands hart wordt wee,
Wappert met haar dundoek mee,
En je Hollands hart wordt wee,
Wappert met haar dundoek mee.
Als je haar in vreemde baaien,
Mijlen ver van 't eigen strand,
Zwierig van de mast ziet waaien,
Als een groet van 't Vaderland,
Zwierig van de mast ziet waaien,
Als een groet van 't Vaderland,
Voel je-een vreemd verheugenis,
Voel je-eerst recht, hoe mooi zij is,
Voel je-een vreemd verheugenis,
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor
het sturen van de tekst)
Heb je 't al gehoord, onze lieve
Koningin,
Van wie wij zooveel houwen,
Viert nu vroolijk feest, want zij gaat deze week
Met hertog Hendrik trouwen !
Nee maat; is 't waar ! Wel zeker is het waar !,
Komt, juichen wij dan luid ter eere van de Bruid
En steekt de vlaggen lustig uit.
(Tekst
en muziek: Willy Schootemeyer/uitvoering: Joseph Schmidt)
Holland
met je koetje en je weiden
Ik mag jou zo gaarne lijden
Met je molens aan de vliet
Holland al trek ik naar vreemde stranden
En doorkruis ik alle landen
Jou vergeten doe ik niet
Refrein:
Ik hou van Holland
't Landje aan de Zuiderzee
Een stukje Holland
Draag ik in mijn hart steeds mee
Daar waar die molens draaien in hun forse kracht
En waar de bollen bloeien in hun schoonste pracht
Ik hou van Holland
Met je bossen en je hei
Jouw blonde duinen in een bonte rij
Op heel deez' grote aard
Al ben ik van huis en haard
Is 't kleine Holland
Mij het meeste waard
In naam van Oranje,
Doet open de poort !
De Watergeus ligt vaan de wal;
De vlootvoogd der Geuzen,
Hij maakt geen akkoord,
Hij vordert Den Briel of uw val.
Zo is het bevel van Lumey op mijn eer,
En burgers hier baat nu geen tegenstand meer,
De Watergeus komt om Den Briel !
De watergeus komt om Den Briel !
De vloot is met vijfduizend koppen bemand,
De mannen zijn kloek en vol vuur.
Een ogenblik nog en ze stappen aan land,
Ze wachten bericht binnen 't uur;
Gij moogt dus niet dralen,
Doe open de poort !
Dan nemen de Geuzen terstond zonder moord
Bezit van de vesting Den Briel !
Bezit van de vesting Den Briel !
(met dank aan Tiek Janssen voor het
sturen van de tekst)
't Is Juliana dag,
Ontplooit voor haar de vlag.
Breng Juliana groet,
Eerbiedig aan haar voet.
Overal weerklinkt een jubelend gezang,
't Jarige prinsesje leve leve lang.
Koninklijke paarlen bloeien lelie schoon,
Paarlen van glorie aan de oranje kroon.
(tekst: Ferry/uitvoering: Bob Scholte
(22 sept. 1936), August de Laat (26 sept. 1936) en The Ramblers)
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het
sturen van de tekst)
Een vuur'ge wens die lang in stilte werd
gekoesterd door ons volk
Ging nu plots'ling in vervulling, tot ons vreugde
Want de blijdschap in heel Neerland en ons Indië is de kolk
Die bewijst hoezeer een ieder zich verheugde
Juliana smeedt nu trouw
Met haar man de band van trouw
Lang leve Oranje van Nassou
Refrein:
Juliaantje is de bruid
Juliaantje is de bruid
't Prinsje uit haar dromen is gekomen
Bernhard is haar ideaal
En wordt als haar prins-gemaal
Vreugdevol door Neerland aangenomen
Neerland laat de vlaggen wapp'ren, overal in 't land is feest
Want de ware Bernhard, die is nu gevonden
En we wensen ons prinsesje, opgewekt en blij van geest
Al 't geluk wat aan een huw'lijk is verbonden
En haar prins, door dit festijn
Zal voortaan bij groot en klein
In Neerland ons even dierbaar zijn
Refrein
Simon-Hein riep: Graaf van Liepen streed reeds aan Oranje's zij'
Onze leeuw die liep in Biesterveld op rozen
En zo heeft de jonge Bernhard nu opnieuw weer de partij
Van Oranje en ons Nederland gekozen
Dus we juichen nu spontaan
Bij dit vorst'lijk samengaan
Lang leve Prins Bernhard en Juul'jaan
Refrein
Bernhard is haar ideaal
En wordt als haar prins-gemaal
Vreugdevol door Neerland aangenomen