SeniorPlaza

Patriottische liedjes

Aan mijn Vaderland

(W. Meerwaldt/G.H. Harting)

Heerlijk land, ik heb u lief,

Om de schoonheid van uw velden,

Waar de ruisende aren melden,

Dat uit zee uw grond zich hief,

Dat uit zee uw grond zich hief,

En, ontworsteld aan de baren,

Hieldt gij onverwrikbaar stand.

U ter ere ruisen d'aren;

U ter ere ruisen d'aren;

 „Leve 't oude Nederland !"

 „Leve 't oude Nederland !"

 

Nederland, ik min uw grond

Om de wouden, die er prijken,

Waar vol kracht een heir van eiken

Van uw volk de roem verkondt;

Van uw volk de roem verkondt;

Toen een vijand aan kwam snellen,

Hield het, als die eiken stand,

En geen zwaard kon 't nedervellen !

En geen zwaard kon 't nedervellen !

't Dapper volk van Nederland.

't Dapper volk van Nederland.

 

'k Heb u lief om d'Oceaan,

Die mijn duinen komt begroeten,

En als hulde aan haar voeten

Zingt van Neêrlands heldendaân;

Zingt van Neêrlands heldendaân;

Om hen allen dan, wier namen

d'Echo ruist langs beemd en strand,

Min ik land en volk te zamen,

Min ik land en volk te zamen,

Min ik U, mijn Vaderland.

Min ik U, mijn Vaderland.

 

Terug naar overzicht

Aan onze helden

Wij wijden 't lied aan de heldenschaar,

Hoezee, hoezee, hoezee !

Die streed voor ons Neêrland in 't nijpenst gevaar,

Hoezee, hoezee, hoezee !

De Zwijger en Maurits, de Ruyter, Piet Hein,

Vorst Willem en wie onze dapperen zijn.

Ons lied klinkt luid uw dan ter eer,

Hoezee, hoezee, hoezee !

En daverend herhalen wij 't weer,

Hoezee, hoezee, hoezee !

Hoezee, hoezee, hoezee !

 

Ge hebt ons land van Spanjaards bevrijd,

Hoezee, hoezee, hoezee !

Ge toont wat de moed wel vermag in den strijd,

Hoezee, hoezee, hoezee !

En tachtig jaar lang stond die heldenmoed pal,

En eindigde niet voor des Spanjaards val.

Zoo hebt gij Hollands macht gegrond,

Hoezee, hoezee, hoezee !

Daarvoor klinkt de juichtoon nog rond,

Hoezee, hoezee, hoezee !

Hoezee, hoezee, hoezee !

 

Hoe beefde Londen, die grote stad,

Hoezee, hoezee, hoezee! 

Toen Ruyter zijn zeepaarden dreef door haar nat,

Hoezee, hoezee, hoezee !

Wat stoven die Franschen niet vaak op de vlucht,

Wat was Hollands naam op de zee geducht.

En Waterloo klinkt zoo schoon,

Hoezee, hoezee, hoezee !

De volken herhalen die toon,

Hoezee, hoezee, hoezee !

Hoezee, hoezee, hoezee !

 

Terug naar overzicht

Alle man van Neêrlands stam (Een lied van Nederland)

(J.G. Nijk/H.J. den Hertog)

Alle man van Neêrlands stam
Voelen zich der vaad'ren zonen
Willen zij op 't plekje wonen
Dat hun tot een erfdeel kwam
Eigen meester, niemand's knecht
Recht en slecht
Stalen vuist en rappe hand
Zo is 't volk van Nederland

Toen, gezengd door oorlogsvlam
't Vaderland was in gevaren
Vochten wij wel tachtig jaren
Tot er heerlijke uitkomst kwam
Offerden met mannenmoed
Goed en bloed
Tot het klonk langs beemd en strand:
Vrij is het volk van Nederland

Zo zal 't zijn door d'eeuwen heen
Vrije Friezen, ronde Zeeuwen
Gelres helden, Hollands leeuwen
Eén voor allen, allen één
Aan Wilhelmus van Nassouw
Hou en trouw
Blijft ons aller hart verpand
Aan ons dierbaar Nederland

 

Terug naar overzicht

Artillerie lied

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Wat dreunt daar op die heide ?
Wat blinkt daar in 't verschiet ?
Wat dondert tussen beide,
Dat men door stof niet ziet ?
Hoe flikkeren die zwaarden,
Wat forse melodie !
Hoe rennen daar die paarden,
't Is Veldartillerie,
Hoe rennen daar die paarden,
't Is Veldartillerie !
 


De kruitdamp is hun leven,
't Kanon is hun banier !
De hoop daarvoor te sneven,
Bezielt elk kanonnier !
Zij haken naar den strijde,
Voor Vaderland en Vorst !
Voor Land en Koning beide,
Klopt steeds hun mannenborst,
Voor Land en Koning beide,
Klopt steeds hun mannenborst !


Van 't paard naar 't stuk gevlogen,
Dra dondert reeds het schot !
Weer vlug vooruit getogen,
Vernielt hij 's vijands rot.
Rent d'overmacht hem tegen,
Manmoedig staat hij pal,
Koopt door zijn dood de zege,
En juicht nog in zijn val,
Koopt door zijn dood de zege,
En juicht nog in zijn val !



Maar ook in tijd van vrede,
Blinkt steeds de kanonnier !
En meisjes schoon van leden,
Zijn op zijn liefde fier.
Waar moed zit, heerst ook trouwe,
Met kracht nooit uitgeblust !
Daarom de schoonste vrouwen,
Heeft hij naar hartelust,
Daarom de schoonste vrouwen,
Heeft hij naar hartelust !


Hoera dus voor ons Wapen,
Lang leev' de kanonnier !
Lang leev' die forse knapen,
Des legers schoonste sier !
Hun leus zij: steeds te strijden,
Werwaarts ook d'eer hen zendt,
Voor Land en Koning beide,
Tot roem van 't Regiment,
Voor Land en Koning beide,
Tot roem van 't Regiment

 

 

Terug naar overzicht

Bede voor het Vaderland

(Valerius "Gedenck-Clanck" 1585)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

O Heer, die daer des hemels tente spreyt,

End' wat op aerd is, hebt alleen bereijt,

Het schuymig woedig meer kond maken stille,

End' alles doet naar Uwen lieven wille,

Wij slaen het oog tot U omhoog,

Die ons in ancxst en noot

Verlossen kond tot aller stont,

Jae, selfs oock van de dood.

 

Als ghij, o vrome, dickwijls hebt gesmaeckt,

Vermaeckt u nu vrij, dat 't u 't herte raeckt,

Looft God den Heer met singen en de spelen,

End' roept vrij uijt te saem met luijder kelen:

Hadd' ons de Heer, Hem sij de eer,

Alsoo niet bij gestaen,

Wij waren lang, ons was zoo bang,

Al in den druck vergaen.

 

Terug naar overzicht

Blanke top der duinen (Mijn Nederland)

Waar de blanke top de duinen

Schittert in de zonnegloed

 

En de Noordzee vriend'lijk bruisend

Neêrlands smalle kust begroet

 

Jui-uich ik aan het vlakke strand

Jui-uich ik aan het vlakke strand

 

'k Heb u lief mijn Ne-ederland

'k Heb u lief mijn Ne-ederland

 

Terug naar overzicht

Bobbejaan klim die berg

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Bobbejaan klim die berg so haestig en so lustig
Bobbejaan klim die berg so haestig en so lustig
Bobbejaan klim die berg om die Rooinek te vererg'
Hoera voor die Boer hoera !
Je moe nie huil nie
Je moe nie treur nie, die Stellenboschse kerls kom' weer !
Je moe nie huil nie
Je moe nie treur nie, die Stellenboschse kerls kom' weer !

Bobbejaan sluip die dal so haestig en zo lustig
Bobbejaan sluip die dal so haestig en zo lustig
Bobbejaan sluip die dal om die Rooinek te verval
Hoera voor die Boer hoera !
Je moe nie huil nie
Je moe nie treur nie, die Stellenboschse kerls kom' weer !
Je moe nie huil nie
Je moe nie treur nie, die Stellenboschse kerls kom' weer !

Bobbejaan kruip die haag so haestig en so lustig
Bobbejaan kruip die haag so haestig en so lustig
Bobbejaan kruip die haag om die Rooinek te verjaag
Hoera voor die Boer hoera !
Je moe nie huil nie
Je moe nie treur nie, die Stellenboschse kerls kom' weer !
Je moe nie huil nie
Je moe nie treur nie, die Stellenboschse kerls kom' weer !

 

Terug naar overzicht

Brigade "Prinses Irene"

(tekst: Dico van der Meer/muziek: Piet Lustenhouwer)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

De Duitse laars is voor ons land

Een loden last geweest,

Maar ongebroken bleef in stand

De fiere vrijheidsgeest.

Die geest gestaald door Rotterdam

Door tirannie en moord,

Kwam machtig beuken als een ram

Aan Hollands poort.

 

In naam van Oranje nam jij je taak ter hand

Brigade Prinses Irene,

Je trok met het leger der vrijheid door ons land

Dat veegde de vijand als kaf aan de kant

En met gelukkig trotse lach,

Heb jij de rood-wit-blauwe vlag,

In naam van Oranje op eigen erf geplant

Brigade Prinses Irene.

 

Ofschoon gekneveld en gewond

Marcheerde vrijheid voort,

En 't sterk geallieerd verbond

Verkreeg het laatste woord.

Dat woord heeft als een donderslag

In's vijands oor getuit,

Het is gedaan met je gezag

Je rijk is uit.

 

De Duitse laars op ons geplant

Is niet in staat geweest,

Te trappen uit ons vaderland

De oude vrijheidsgeest.

Die kloeke geest van hou en trouw

Bracht de bevrijdingsdag,

Laat waaien in het hemelblauw

De vrije vlag !

 

(Loflied op de Prinses Irene-brigade, een Nederlandse gevechtseenheid,

 die meehielp Nederland te bevrijden)

 

Terug naar overzicht

Cadettenlied

(tekst: J. Abbell)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Komt wapenbroeders, Neêrlands zonen,

Door 't zelfde levensdoel verwant,

Met heilig vuur bezield voor 't ééne

Verknocht aan 't zelfde vaderland.

Verhef den zang, verhef den zang, ontbloot uw hoofden

En zweert met ons dezelfde eed,

Dien eenmaal onze vaderen zwoeren,

Toen vreemd geweld hen zuchten deed !

Dien eenmaal onze vaderen zwoeren,

Toen vreemd geweld hen zuchten deed !

 

 

Hetzij in 't koele, blonde Noorden,

Op d'eigen grond van 't vaderland,

Of in de diepe, donkere wouden,

Van Insulinde' s lachend strand.

Nooit zal een blaam, nooit zal een blaam uw wit besmetten.

O, Neêrlands fiere, reine vlag,

Zoolang in Kilacadmons muren

Een enkel hart nog kloppen mag

Zoolang in Kilacadmons muren

Een enkel hart nog kloppen mag.

 

 

Wij zijn mineurs, wij zijn mineurs, we bennen stoere knapen,

Kom, zingt nu allen lustig een mee !

't Commando "geef acht overal !"

Roept ons aan loopgraaf, schans of wal,

Voor 't korps mineurs, driewerf hoezee !

 

 

Wij zijn mineurs, wij zijn mineurs, we bennen stoere knapen,

Kom, zingt nu allen lustig een mee!

Het werk met spade en houweel,

Is onze jongens nooit te veel.

Voor 't korps mineurs, driewerf hoezee !

 

 

Wij zijn mineurs, wij zijn mineurs, we bennen stoere knapen,

Kom, zingt nu allen lustig een mee !

Steeds ijverig en vol lust aan 't werk,

We maken bruggen hecht en sterk,

Voor 't korps mineurs, driewerf hoezee !

 

 

Wij zijn mineurs, wij zijn mineurs, we bennen stoere knapen,

Kom, zingt nu allen lustig een mee !

En dank zij 't helse dynamiet

Verdwijnen bruggen in 't niet !

Voor 't korps mineurs, driewerf hoezee !

 

 

Wij zijn mineurs, wij zijn mineurs, we bennen stoere knapen,

Kom, zingt nu allen lustig een mee !

Hoe menig treintje vol gelaân

Doen wij pardoes de lucht in gaan !

Voor 't korps mineurs, driewerf hoezee !

 

 

Wij zijn mineurs, wij zijn mineurs, we bennen stoere knapen,

Kom, zingt nu allen lustig een mee !

We hebben steeds voor Neêrlands heil,

Als 't moet, ons bloed en leven veil !

Voor 't korps mineurs, driewerf hoezee !

 

Terug naar overzicht

Daar komen de jongens van Holland ‘an
(Marschlied voor het gemobiliseerde Nederlandsche leger)
(tekst: A. Loosjes / muziek: V. Loosjes)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Daar komen de jongens van Holland ‘an,
De grond en de huizen, ze trillen ervan,
De meisjes en vrouwen, ze trillen voor twee,
Ze zuchten: "och hadden we toch gauw maar weer vreê !"
Kom, sta niet te huilen om zoon of om man,
Want grienen, daar houden soldaten niet van.

De jongens van Holland, ze lijken tam,
Zoo zacht en zoo zoet en gedwee als een lam,
Maar wil soms een vreemde hier baas zijn in huis,
Dan geven ze’m netjes van katoen op zijn buis;
En wil hij niet weg, dan laten ze hem staan
Maar schieten hem straks uit het water vandaan.

Daar komen de jongens van Holland ‘an,
De grond en de huizen, ze trillen ervan,
Maar wie er ook trillen, ze trillen niet mee,
Er was nooit een Hollandsche soldaat die dat dee’.
Zij vechten niet graag, maar alleen als het moet,
Dan slaan zij erop, en dan vechten zij goed !

 

Terug naar overzicht

Daar ruist over heiden en weiden en zee

Daar ruist over heiden en weiden en zee,

Bezielend een zang van ons volk.

Een lied, dat in dagen van strijd als in vreê,

Weerklinkt als een eed of een plechtige beê.

Van liefde en van trouw ons een tolk,

Een tolk van trouw aan 't Vaderland,

En 't stamhuis van Oranje !

En d'echo galmt: "Heil Nederland !"

Heil Nederland en Oranje!

Heil Nederland !

 

Die zang ruist u tegen in feestelijke stond,

Getuigend van hulde en van dank.

Aan 't Huis, dat zijn lot aan het onze verbond,

Zijn bloed voor ons veil had, zijn eden nooit schond

En zwelt tot een machtigen klank,

Een bede voor het Vaderland,

En 't stamhuis van Oranje !

En d'echo galmt: Heil Nederland !

Heil Nederland en Oranje !

Heil Nederland !

 

En dreigt ooit gevaar, wordt ons land ooit verguisd,

Dan staan wij als één man gereed

En tonen, wij zweren 't, het zwaard in de vuist,

Wat kracht er in Eendracht en Vrijheidszin huist,

En 't lied wordt een leuze, een kreet,

Bij 't strijden voor het Vaderland,

En 't stamhuis van Oranje !

En d'echo galmt: Heil Nederland !

Heil Nederland en Oranje !

Heil Nederland !

 

Verheven, neen heilig, o lied, is uw macht,

Gevleugeld uw stem als de wind.

Gij wekt, waar ze sluimert, Oud Hollandse kracht,

Die vadsige lauwheid en lafheid veracht,

Wekt geestdrift in grijsaard en kind.

Uw stem verenigt iederen stand,

Om 't stamhuis van Oranje !

En d'echo galmt: Heil Nederland !

Heil Nederland en Oranje !

Heil Nederland !

 

Terug naar overzicht

De Hollandse molen

Zie de molen van 't Hollandse land:
Hoe in trots triompherende stand,
Met zijn vliegende vleugels hij spant enen haag !
Met zijn werkende wieken hij stuift naar omlaag !
Zie ze draaien en zwaaien in 't rond,
Met de vlag van de Hollandse grond !
En zij eren hun land, met die kleurige band
En zij houden hun Holland omhoog !

Maar van wielende wieken beroofd,
Is zijn zwierige fierheid gedoofd,
Van zijn armen ontdaan, is hij stijf, is hij stom,
Niet meer ziet gij ze zwieren aldoor om en om,
Niet meer draaien en zwaaien in 't rond,
Met de vlag van de Hollandse grond !
Niet meer eren hun land, met die kleurige band.
Niet meer houden hun Holland omhoog.

O vereer, die uw schoonheid verrijkt,
O bewaar, die verouderd nog prijkt !
Want zijn armen, zij tonen de Hollandse pracht,
En zij houden de heilige driekleur met kracht !
Want ze draaien en zwaaien in 't rond,
Met de vlag van de Hollandse grond !
En zij eren hun land, met die kleurige band
En zij houden hun Holland omhoog.

Terug naar overzicht

De Hollandse wind

(M.C. van Oven-van Doorn / J. Wijnand-Balke)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Jij Hollandse wind, je ruikt naar rivieren,
Je ruikt naar de wijde Hollandse zee;
Je raast in mijn oren, je waait door mijn haren,
Je voert er de smaak van zout met je mee !
Je speelt met de wolken, in loodgrijze luchten,
Je smijt met de regen uit wolkenlucht grauw,
Je jaagt ze weer weg, de wolken, ze vluchten,
Je blaast ons weer droog, en de hemel wordt blauw !

 

 

Jij Hollandse wind, je drijft onze molens,
Snel draaien de wieken, de polder wordt droog,
Het lied van de wind klinkt in suiz'lende bomen,
De rits'lende toppen, ze wuiven omhoog !
Je rimpelt de stromen, je blaast in de zeilen
Van dobb'rende scheepjes op waat'ren blauw.
Je brengt ons de zon weer, na onweer en regen:
Jij Hollandse wind, wij houden van jou !

 

Terug naar overzicht

De Koningin verjaart

't Is feest voor gans Nederland,

Tot in de kleinste vest.

Een juichtoon klinkt van strand tot strand,

Weergalmt van Oost tot West.

Dat onze Koninginne leev,

Is aller jaardags beê.

Dat God haar ere en voorspoed geev',

Een ongestoorde vreê !

 

Waai, driekleur, wapper vrij en fier,

Van torentop en trans.

Straal zonne op wimpel en banier,

Met feestelijke glans.

De hoop en roem van 't Vaderland,

Ons door God gunst gespaard,

En van Zijn hoede en trouw ons pand,

De koningin, verjaart !

 

Leev', dierbare Koninginne, leev',

Door de almacht Gods behoed !

Uw pad, dat liefde en licht omzweev',

Zij bloemrijk voor uw voet.

Waar rijk en arm, waar jong en oud,

God smeekt in bede en zang:

"Wees Neêrland goed, o God, behoud

Ons Wilhelmina lang !"

 

Terug naar overzicht

De ondergang van Napoleon

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

Napoleon ! waar zijt gij gebleven ?

Napoleon ! waar is uwe tijd ?

Eertijds waart ge Keizer van Rome,

Maar nu zijt ge dat alles kwijt,

Maar nu zijt ge dat alles kwijt.

 

Waar zijn al uw brave soldaten ?

Waar is Maria Loniza, uw kind ?

Geheel Nederland moet gij verlaten,

Daar ge u nu op een eiland bevindt,

Daar ge u nu op een eiland bevindt.

 

Waar is Antwerpen, Vlissingen, Oostende,

Waarvan gij trok zoo menig millioen ?

Eertijds had gij er plaats om te wonen,

Maar nu hebt ge er niets van te doen,

Maar nu hebt ge er niets van te doen.

 

Waterloo zult gij altijd onthouden,

Als gij denkt aan dien droevigen dag.

Ge meendet er u dapper te houden,

Maar helaas, gij verloor dezen slag,

Maar helaas, gij verloor dezen slag.

 

Gij riept altoos: "Komt over, O Belgen !

Komt nader en reikt mij uw hand,

Had ik u, ik zou er niet wijken,

Niet bevreesd zijn voor Holland,

Niet bevreesd zijn voor Holland."

 

Maar niets kon het roepen u baten,

Gij verloor toen hand over hand,

En veel van uw brave soldaten,

Die moest ge laten in Holland,

Die moest ge laten in Holland.

 

Men zag daar de eerste lancieren,

De dragonders waren vooruit,

Maar de Hollandsche kurassieren,

Die spelen altijd achteruit,

Die spelen altijd achteruit.

 

Adieu dan Frankrijk, hoog geprezen,

Ik heb er verloren den slag,

Koerland heb ik moeten vreezen,

Ik moest naar het eiland tot straf,

Ik moest naar het eiland tot straf.

 

Ik zeg: "Adieu ! mijn brave soldaten",

Ik zeg: "Adieu mijn vrouw en zoon,

Dit verlies doet mij u verlaten,

Ja zelfs stad en land en kroon,

Ja zelfs stad en land en kroon.

 

Terug naar overzicht

De Ruyter

(Dr. J.P. Heije/J.J. Viottta)

Ik zing er al van een Ruyter koen,

Maar niet van een ruiter te paard;

Toch was hij wel Engelse dravers te gauw,

Hij maakte wel Fransen vervaard,

Hij maakte wel Fransen vervaard.

 

Hij reed er al op zijn houten ros

De zee in een ommezien rond,

En Landen en Stranden, ze beefden voor 't ros,

Als 't brieste met koperen mond,

Als 't brieste met koperen mond.

 

Och Vlissinger Michiel, Ruyter koen,

We pantseren nu wel ons paard;

Maar wanneer zal 't draven en briesen op zee,

Als toen Gij er ruiter op waart ?

Als toen Gij er ruiter op waart ?

 

Terug naar overzicht

De Vesting-Artillerie

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Wanneer de vijand binnendringt,

In 't dierbaar Vaderland,

Dan reiken onze forten trouw

Elkaar de broederhand,

Tot hiertoe en niet verder

Roept de Vesting-Artillerie,

En met metalen monden

Speelt 't geschut de melodie.

Speelt 't geschut de melodie.

 

 

Daarom is Vesting-Artillerie

Het wapen onzer keus,

Trouw aan Vorstin en Vaderland.

Blijkt immer onze leus.

In Hollands Linie, Veld van eer,

Daar is sterven schoon,

De glorie van het Vaderland

Zij ons laatst en enig loon.

Zij ons laatst en enig loon.

 

Terug naar overzicht

De Vlaamse leeuw

(met dank aan Andreas Jacquet voor het sturen van de tekst)

Zij zullen hem niet temmen

Den fieren Vlaamsen leeuw

Al dreigen ze zijn vrijheid

Met kluisters en geschreeuw

Ze zullen hem niet temmen

Zolang een Vlaming leeft

Zolang de leeuw kan klauwen

Zolang hij klauwen heeft

 

Refrein:

Ze zullen hem niet temmen

Zolang een vlaming leeft

Zolang de leeuw kan klauwen

Zolang hij klauwen heeft

 

 

De tijd verslindt de steden

Geen tronen blijven staan

De legerbenden sneven

Een volk zal nooit vergaan

De vijand trekt ten strijde

Omringd van doodsgevaar

Wij lachen om zijn woede

De Vlaamse leeuw is daar

 

Refrein

 

Hij strijd nu duizend jaren

Voor vrijheid land en God

En nog zijn zijne krachten

In al haar jeugdgenot

Als zij hem machteloos denken

En tergen met een schop

Dan richt hij zich dreigend

En vreselijk voor hen op

 

Refrein

 

Wee hem die onbezonnen

Die vals en vol verraad

Den Vlaamsen leeuw komt strelen

En trouweloos hem slaat

Geen enkele handbeweging

Die hij uit het oog verliest

En voelt hij zich getroffen

Hij stelt zijn manen en briest

 

Refrein

 

Het wraaksein is gegeven

Hij is hun tergen moe

Met vuur in 't oog, met woede

Springt hij den vijand toe

Hij scheurt vernielt verplettert

Bedekt met bloed en slijk

En zegepralend grijnst hij

Op vijand's trillend lijk

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Een Hollandsch lied

(S. Abramsz./L. Adr. van Tetterode)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

De Hollandsche weiden die zijn er zoo malsch,

Je vindt er geen malscher op aarde !

En daarom mijn vrinden, houdt, bid ik u, trouw

De Hollandsche weiden in waarde !

En komen er wellicht eens kapers ter kust,

Dan moedig en hoopvol ten strijd ons gerust !

Dan zullen wij lijden en strijden

Voor 't vrije bezit onzer weiden !

 

De Hollandsche duinen die zijn er zoo blond,

Je vindt er geen blonder op aarde !

En daarom mijn vrinden, houdt, bid ik u, trouw

De Hollandsche duinen in waarde !

En komen er wellicht eens kapers ter kust,

Dan moedig en hoopvol ten strijd ons gerust !

Dan houden wij stand op de kruinen

Der blinkende Hollandsche duinen !

 

De Hollandsche drie-kleur die is er zoo lief

Geen vlag is ons liever op aarde !

En daarom mijn vrinden, houdt, bid ik u, trouw

De Hollandsche drie-kleur in waarde !

En komen er wellicht eens kapers ter kust,

Dan moedig en hoopvol ten strijd ons gerust !

Met geestdrift de drie-kleur geheven,

Verdedigd, zoo 't moet, met ons leven !

 

Terug naar overzicht

Een Hollandse feestdag (Antoinette van Dijk)

Dertig April, dertig April !

Weet je wel, wat ons dat zeggen wil ?

Wapp'rende vlaggen het vrolijk verkonden,

Bei'rende klokken weergalmen in 't ronde,

Melden de heuglijke  tijding gestaâg:

"Prinses Juliana verjaart vandaag !"

 

Kom, Hollands jeugd, kom, Hollands jeugd,

Vier dan deez' feestdag met grote vreugd,

Want de Prinses, op wie Holland mag roemen,

Is voor een ieder als voorbeeld te noemen,

Needrig van harte en fier van gemoed,

Zoals een Prinsesse ook wezen moet.

 

Dertig April, dertig April,

Wat elk de jarige zeggen wil:

"Hartelijk hopen wij, dat u het leven

Vreugde en liefde en gezondheid mag geven."

Klokken, laat galmen uw hulde aan haar:

"Prinses, vier uw verjaardag nog menig jaar !"

 

Terug naar overzicht

Een jongen van Holland

(Van der Mey/Hamers)

Een jongen van Holland, van echt Hollands bloed

Heeft durf in zijn vuisten bij al wat ie doet

En gaat ie te land of vaart ie ter zee

Zijn Hollandse vuisten, die neemt ie er ee

 

Een Hollandse jongen met Hollandse zin

Die dut bij de pappot van moeder niet in

Die trekt er op uit, zo ver ie maar kan

Want achter een pappot daar wordt ie geen man

 

Een Hollandse jongen vindt Holland het best

Al vaart ie naar oost en al vaart ie naar west

Zo rijk en zo groot is geen land ter aard

Of Holland, ons Holland, blijft meer toch hem waard

 

Terug naar overzicht

Een man, een man

(Dr. J.P. Heije / R. Hol)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Een man een man, een woord een woord !
O fikse leus van vroeger dagen,
Nog klopt het hart met sneller slagen,
Wanneer mijn oor u klinken hoort:
Een man een man, een woord een woord !

 

 

Dat was een zegel zonder breuk !
Een handschrift, nooit nog vals bevonden,
Een vaste borgtocht, nooit geschonden,
Een perkament in goede reuk,
Dat nooit een barst had of een kreuk !

 

 

In Oost en West, in Zuid en Noord,
Werd Holland om die leus geprezen.
Och, 'k bid je, laat het nog zo wezen,
't Zij steeds, als men van Neêrland hoort:
Een man een man, een woord een woord !

 

Terug naar overzicht

Eendracht maakt macht

De Vaderen, wier moed ons met geestdrift vervult,

Zij wijzen op 't roemrijk verleên.

Roept Holland ons eens weder op tot den strijd,

Ontbreken van ons dan niet één.

Al viel ook de machtigste vijand ons aan,

Steeds als broeders ten strijde gegaan,

Getrouw aan de spreuk eens der vaderen kracht,

De spreuk van het: "Eendracht maakt macht."

 

Al zijn ook de dagen van grootheid voorbij,

Die Neêrland weleer heeft gekend,

Toen 't Westers Europa met vrees en ontzag,

Het oog naar ons land hield gewend.

Toch blijft het een eer zich te noemen uw zoon,

O, Neêrland, ook zonder die grootheid nog schoon !

Getrouw aan de spreuk eens der vaderen kracht,

De spreuk van het: "Eendracht maakt macht."

 

Terug naar overzicht

Er is een prinsesje geboren (1938)

(L. Bandy/Colijn)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Er is een prinsesje geboren

Er is ons een kindje geboren

Een kindje met lachende mond

Met oogjes stralend vol leven

En krullekens zijig en blond

Het is een klein vorstenkindje

Een telg uit een roemrijk geslacht

Het geeft ons blijde ontroering

In 't harte, dat stillekens lacht.

 

Er is ons een kindje geboren

En wie in ons binnenste las

Weet, dat we van 't kindeke houden

Alsof het ons eigene was

Het is onze hoop, onze blijdschap

Het wordt er de trots van ons land

Het trekt naar het Huis van Oranje

Ons harte, naar 'd aloude trand.

 

Er is een prinsesje geboren

Heel Nederland jubelt van vreugd

Het wenst het klein vorstenkindje

Een blijde, een zorg'loze jeugd

God geve deez' telg van Oranje

Een leven vol zonneschijn

En ook, dat 't in de toekomst

De liev'ling van 't volk moge zijn.

 

Terug naar overzicht

Excelsior-marsch

(tekst: Wittekind / muziek: Chr. van Beuge)
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

"Immer hooger" zij ons streven,
Zij de leus van ons bestaan;
Door geen vrees terug gedreven,
Rukken we op de sterren aan.
Voer' ons pad langs schoone dreven,
Zij de weg ook lang en dor,
Steeds den blik op 't doel geheven,

Steeds den blik op 't doel geheven,

Juichen wij "Excelsior",

Juichen wij "Excelsior".


Stap voor stap, met vaste schreden,
Treden wij, waar plicht ons wacht;
Elken zijweg steeds vermeden,
Steeds vooruit met moed en kracht.
Mogen rampen ons ook dreigen,
Laat Fortuna ons geen keus:
Nimmer bukken, nimmer zijgen,

Nimmer bukken, nimmer zijgen,
"Immer hooger" blijft de leus,

"Immer hooger" blijft de leus.


"Immer hooger" zij ons streven,
Maar met eendracht steeds gepaard;
Eensgezindheid zal ons geven
't "Immer hooger" hier op aard !
Luider klinken onze zangen,
Weg dan klachten en gemor,
Vol van hoop en vol verlangen,

Vol van hoop en vol verlangen,
Roepen wij "Excelsior" !
Roepen wij "Excelsior" !

 

Terug naar overzicht

Feestlied op 31 augustus (H.W. Aalders/Frits Tollig)

Blij wapperen van d' Eems tot 't Zwin

De vlaggen voor de Koningin

Van Nederland;

Der klokken beierend geklank

Galmt over stad en dorp de dank

Van 't Vaderland ! Van 't Vaderland !

 

Op deze luisterrijke dag

Klinkt ver in 't rond de gulle lach

Van Neêrlands jeugd.

De kind'ren op wier blij gezicht

De liefde voor Oranje ligt

Zijn vol van vreugd ! Zijn vol van vreugd !

 

Luid schalt van 't wijde Noordzeestrand

Tot over 't golvend heuvelland

Eén vreugedezang;

Van Oost tot West, van Zuid tot Noord

Wordt weer de stille beê gehoord:

"God spaar' Haar lang ! God spaar' Haar lang !"

 

Terug naar overzicht

Feestzang voor 31 augustus (G. Leenheer/J. Mackenzie)

Hoort ge wel die schone zangen

Vol van vreugde, liefde en trouw ?

Ziet ge wel die schat van bloemen

En die vlaggen rood-wit-blauw ?

Alles lacht en juicht en jubelt,

Ouden, jongen één van zin,

Vieren opgewekt tezamen

't Feest van Neêrlands Koningin.

Vieren opgewekt tezamen

't Feest van Neêrlands Koningin.

 

Zouden wij niet dankbaar wezen

Voor Haar liefde, voor Haar trouw ?

Zouden wij geen hulde brengen

Aan onz' eed'le Koningvrouw ?

Alles lacht en juicht en jubelt,

Ouden, jongen één van zin,

Vieren opgewekt tezamen

't Feest van Neêrlands Koningin.

Vieren opgewekt tezamen

't Feest van Neêrlands Koningin.

 

Laat ons dan 't Verbond vernieuwen

Van Oranje en Nederland,

Laat ons dankend 't lot van beiden

Leggen in Gods Vaderhand.

Alles lacht en juicht en jubelt,

Ouden, jongen één van zin,

Vieren opgewekt tezamen

't Feest van Neêrlands Koningin.

Vieren opgewekt tezamen

't Feest van Neêrlands Koningin.

 

Terug naar overzicht

Geen overpad

(tekst: Mr. H.W. van der Meij en Hofland /muziek: Hendr. C. van Oort)
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Wanneer ze nou vragen: kom laat me d’r door,
We wouwen hier even passeren ? ......
Dan zeggen we hullie: geen malligheid, hoor!
Dat hoef je hier niet te probeeren.
Wij geven hier geen overpad,
Bij jullie zijn er wegen zat,
Wij zijn neutraal en houên van vree,
Wij blijven neutraal en vechten niet mee !
 


En als ze dan dreigen: we moeten er door,
Je kunt ons toch immers niet keeren ? ......
Dan zeggen we netjes : dat denk je maar, hoor !
Wij hebben kruit en kogels zat
En weig’ren ieder overpad.
Wij zijn neutraal en houên van vree,
Wij blijven neutraal en vechten niet mee !
 


En als ze dan komen en dringen er door,
En over de grenzen marcheeren ? ......
Dan steken we even de dijken maar door,
We zullen ze zwemmen wel leeren.
Het land is hier een beetje nat
En deugt hier niet voor overpad.
Wij zijn neutraal en houên van vree,
Wij blijven neutraal en vechten niet mee !

 

Terug naar overzicht

Geluckig Vaderland

(Valerius "Gedenck-Clanck" 1591)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Geluckig is het Land,

Dat God den Heer beschermt

Als daer met moord en brand

De vijand ront om swermt,

End'dat men meent hij sal

't Schier overwinnen al,

Dat dan, dat dan, dat dan,

Hij zelfs komt tot den val.

 

De Hoeder Israëls,

Die slaept noch sluijmert noijt,

Hij helpt uijt veel gequels

Sijn volck 't welck was ,

Door 't Spaansche boos gebroet

End' doet haer noch dit goet,

Dat self, dat self, dat self,

De vijand loopen moet.

 

Gedanckt moet sijn de Heer,

De God die eeuwig leeft !

Dat hij ons, 't zijnder eer

Dees overwinning geeft;

Wat wonder heeft de kracht

Des Heeren al gewracht !

O Heer, o Heer, o Heer,

Hoe groot is Uwe macht !

 

Terug naar overzicht

Gelukkig is het land

(met dank aan Miny ten Hove voor het sturen van de tekst)

Gelukkig is het land

Dat God de Heer beschermt

Als daar met moord en brand

De vijand rondom zwermt

En dat men meent: Hij zal

‘t Schier overwinnen al

Dat dan, dat dan, dat dan,

Hij zelf komt tot de val.

 

De hoeder Israëls

Die slaapt noch sluimert ooit

Hij helpt uit veel gekwels

Zijn volk, ‘t welk was verstrooid

Door ‘t Spaanse boos gebroed

En doet haar nog dit goed

Dat zelf, dat zelf, dat zelf

De vijand lopen moet.

 

Gedankt moet zijn de Heer

De God die eeuwig leeft

Dat Hij ons ‘t zijner eer

Weer overwinning geeft

Wat wonder heeft de kracht

Des Heeren al gebracht

O, Heer, O, Heer, O, Heer

Hoe groot is Uwer macht.

 

Terug naar overzicht

Geuzenlied
(Uit Geuzenliedboek 1600)

De Geuzen zijn in Bomlerweert gevallen,

Zij hebben mijn ontnomen met haer allen

Een hupse schans en daartoe sterck van mueren

't Is een qua kans voor mij, die 't moet besueren.

Want met dees schans seer fel

Meend' ik te winnen 't spel,

Dit was ook al mijn meening

Maer 't is nu al crackeel,

Want nullo is mijn deel,

Dat mij brengt in vercleening.

 

Omdat Nassau, als een stout helt bevonden,

Hollant getrou wil zijn tot allen stonden,

Die met geweld mijn volck daer quam bestrijden,

't Welck mij seer quelt; nochtans ick moetet lijden,

Ick wilde wel voorwaar

Dat dese schans aldaer

Noijt en ware begonnen !

Want 't spel heb ik geroct,

Maar de Geus seer verstoct,

Die heeft het afgesponnen.

 

Mijn vreucht verdwijnt, couragie loopt verloren,

Maar siet het schijnt, ick bender toe gheboren;

Ick heb den strik voor anderen gehangen,

Maar nu ben ick daer selver in gevangen!

Och wat sal'ic gaen doen !

't Hart sinct my in de schoen,

Door angst ben ick verslagen !

Elc roept met vollen crop:

,,De clapmuts moet haes-op !"

Ai seg, wie sout verdragen ?

 

 

(heb ik geroct = op touw gezet)

(De clapmuts moet haes-op = De Spanjaard moet weg)

Terug naar overzicht

G'lijck den grooten rapsack

(Op het ontzet van Leiden, 1574)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

G'lijck den grooten rapsack,

Vloot den Speck verbaest,

Als een wind die blaest.

Siet hem met sijn knapsack

Loopen in der haest

Als een hond die raest.

O ghij stad van Leyden !

Dit stuck bemerck

En laet toch verbreijden 

Gods wonder werck.

 

De Boergoensche vanen

Vlogen op de vlucht,

Met een groot gerucht,

En de Castiljaenen

Waren oock vol sucht

En geheel beducht

Door de hooge stromen

En menig man,

Die sij sagen komen

Dick krielen aen.

 

Wilt Gods eer verbreijen,

Die nu kleijn en groot

Vrij maeckt van de doot,

En naer droevig schreijen

U dus sent in noot

Overvloedig broot.

Lof dan, prijs en eere

Moet sijn geseijt

God ons aller Heere

In eeuwig heyt.

 

Terug naar overzicht

Herdenkingslied Mobilisatie 1914-1939

(Jac. Bos)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Mobilisatiekruisendragers,
Wij vereenigd met elkaar,
Denken thans aan 1 Augustus
Van vóór vijf-en-twintig jaar.
De alarmklok had geklonken;
Onze dierb're Koningin
Gaf bevel tot mobilisatie,
Noodig ter verdediging.
Moedig hebben vele mannen
Aan de grens op post gestaan,
Hebben Vloot en Leger samen
Trouw en goed hun werk gedaan.
Vastberaden stond de Weermacht
Achter Hare Majesteit,
Nederland één met Oranje
Handhaafde de neutraliteit.
Na vier jaren vol van spanning
Brak de vredestijd weer aan,
Holland was zichzelf gebleven,
Ieder had zijn plicht gedaan.
Laat ook nu en in de toekomst
Lid en Mobilisatie-Bond
Immer fier en krachtig strijden
Voor 't behoud van Volk en grond.
Mocht het ooit tot daden komen,
Dan doen alle leden mee
Voor ons Volk, ons Land, de Driekleur
En voor ons 'Je Maintiendrai'.
 

Terug naar overzicht

Herrijzend Nederland

(tekst en muziek: Ferry/uitvoering: Tini Lavell)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

De geestdrift laait door heel het land
Ons Nederland is vrij,
Wij leven van de grens tot 't strand
Weer zonder dwing'landij.
Na vijf jaar strijd, bezettingstijd
Komt nieuw geluk in 't zicht,
De vredeszon straalt wijd en zijd
Haar glorievolle licht.

 

Refrein:
Herrijzend Nederland
De toekomst in met blij en fris vertrouwen,
Opdat wij hand in hand en een van zin
Ons land weer op gaan bouwen.
De vijand ligt verslagen neer
En heel ons volk dat jubelt weer,
Het klinkt uit ieders mond
Wij leven vrij, wij leven blij
Op Neerlands dierb're grond.

 

Verpletterd ligt de vijand neer
Die ons zo smart'lijk trof,
Ons rood-wit-blauw dat wappert weer
Van ieders huis en hof.
Wat ook vernield werd jaar op jaar
Zie, wij versagen nooit,
Dat bouwen wij weer met elkaar
Dra schoner op dan ooit.

 

Refrein

 

Een nieuwe tijd staat voor de boeg
Van vrede, arbeid, brood,
Sla dra de hand dus aan de ploeg
En maak je land weer groot.
Geen schoner taak toch bovendien
Onz' ijver triomfeert,
Laat nu aan heel de wereld zien
Wat Neerlands volk presteert.

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Het afscheid van den koloniaal

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Vaarwel mijn dierbaar Vaderland !

Lief Vaderland vaarwel !

Ik trek dan heen naar 't Oosterstrand

Lief Vaderland vaarwel !

Nu de droeve afscheidsstonde slaat,

Voel ik hoe gij mij ter harte gaat.

Lief Vaderland vaarwel !

 

 

Waar ook het lot mij voeren mag,

Lief Vaderland vaarwel !

Aan U zal ik denken nacht en dag,

Lief Vaderland vaarwel !

'k Blijf U dankbaar voor de levensvreugde,

Die 'k genieten mocht mijn eerste jeugd.

Lief Vaderland vaarwel !

 

 

Getrouw zal 'k blijven t' allen tijd,

Lief Vaderland vaarwel !

Waar ook mijn weg mij henen leidt,

Lief Vaderland vaarwel !

Ik wil zorgen, dat ik zo mij toon,

Dat gij roemen kunt op Uwen zoon,

Lief Vaderland vaarwel !

 

Terug naar overzicht

Het Fort 
(Militaire coupletten van Landweer-sergeant Henri Overduin)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Wat is het beste wat men kent ? - Het Fort.
Waar wordt elk militair verwend ? - In 't Fort.
Waar werk je tot je de slaap overmant,
En visch je aan den wallekant ?
In 't Fort, 't Fort, 't Fort,

In 't Fort, 't Fort, 't Fort.


Waar wordt een ieder vetgemest ? - In 't Fort.
Waar wordt met bier je dorst gelescht ? - In 't Fort.
Waar vindt een ieder man het fijn,
Als hij kan trekken aan de lijn ?
In 't Fort, 't Fort, 't Fort,

In 't Fort, 't Fort, 't Fort.


Waar moet je vroeg, om vijf uur, op ? - In 't Fort.
En bik je als ontbijt je soepie op ? - In 't Fort.
Waar kost het scheren je geen duit,
En mag je elken avond uit ?
In 't Fort, 't Fort, 't Fort,

In 't Fort, 't Fort, 't Fort.


Waar komt Zondags de dominee ? - In 't Fort.
En brengt z'n muzikanten mee ? - In 't Fort.
Waar schillen ze piepers en eten ze vort,
En zingen daarbij, dat je naar er van wordt,
In 't Fort, 't Fort, 't Fort,

In 't Fort, 't Fort, 't Fort.

 

Waar kan je je vrouw zien aan de poort ? - In 't Fort.
En hoor je vaak praatjes ongehoord ? - In 't Fort,
Waar zwommen ze zonder zwembroek aan,
Als men dat niet was tegengegaan ?
In 't Fort, 't Fort, 't Fort,

In 't Fort, 't Fort, 't Fort.


Waar wordt gedamd één tegen zeventien man ? - In 't Fort.
Daaronder een spion, die er niks van kan ? - In 't Fort.
Waar speelt in de poterne de gramophoon ?
En is twintig centen je dagelijksch loon ?
In 't Fort, 't Fort, 't Fort,

In 't Fort, 't Fort, 't Fort.


Waar krijg je een bruingekleurd werkpak ? - In 't Fort.
En zie je d'r uit als kurkezak ? - In 't Fort.
Waar hoor je vaak de dolste praat,
En scheur je je broek aan 't prikkeldraad ?
In 't Fort, 't Fort, 't Fort,

In 't Fort, 't Fort, 't Fort.
 


Maar waar ben je toch allemaal tevrêe? - In 't Fort.
Met den commandant, die leeft met ons mee, - In 't Fort.
En daarom, komt de vijand voor de gracht,
Dan krijgt hij een ontvangst, zooals hij nooit had gedacht,
In 't Fort, 't Fort, 't Fort,

In 't Fort, 't Fort, 't Fort.
 


Waar mag dus nooit de vijand in ? - In 't Fort.
En zullen we strijden verheugd van zin ? - In 't Fort.
Waar zal de leus zijn: liever dood dan geknecht ?
En sneuvelen we dan liever allen flink in het gevecht
Voor ons Fort, ons Fort !

Voor ons Fort, ons Fort !
 

Terug naar overzicht

Het lied der Vlamingen

(tekst: Emiel Hiel / muziek: Peter Benoit)

(met dank aan Andreas Jaquet voor het sturen van de tekst)

Waar Maas en Schelde vloeien

De Noordzee bruist en stormt

Waar vrede en kunsten bloeien

De vrijheid mannen vormt

Waar velden, wouden, weiden

Als gaarden rijk beplant

De weelde en vreugd verspreiden

Daar is ons vaderland

Daar is ons vaderland

 

Daar stijgen uit het verleden

De kerels en klauwaarts op

Zij hebben stout gestreden

Verplet der vreemden kop

Hun goed, hun bloed, hun leven

Met mildheid steeds verpand

Om ons te kunnen geven

Het vrije vaderland

Het vrije vaderland

 

O Nederland, o vrijheid

Gij adelt ons gevoel

Wij zweren ook met blijheid

Uw toekomst is ons doel

Wij zullen jonge scharen

Steeds onze plicht gestand

Met hand en hart bewaren

Het heilig vaderland

Het heilig vaderland

 

Terug naar overzicht

Het lied van de Nederlandse Artillerie

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Wat dreunt daar op die heide ?
Wat blinkt daar in ’t verschiet ?
Wat dondert tussen beide,
Dat men door stof niet ziet ?
Hoe flikkeren die zwaarden,
Wat forse melodie !
Hoe rennen daar die paarden,
’t Is Veldartillerie,
Hoe rennen daar die paarden,
’t Is Veldartillerie !
 


De kruitdamp is hun leven,
’t Kanon is hun banier !
De hoop daarvoor te sneven,
Bezielt elk kanonnier !
Zij haken naar den strijde,
Voor Vaderland en Vorst !
Voor Land en Koning beide,
Klopt steeds hun mannenborst,
Voor Land en Koning beide,
Klopt steeds hun mannenborst !
 


Van ’t paard naar ’t stuk gevlogen,
Dra dondert reeds het schot !
Weer vlug vooruit getogen,
Vernielt hij ’s vijands rot.
Rent d’ overmacht hem tegen,
Manmoedig staat hij pal,
Koopt door zijn dood de zege,
En juicht nog in zijn val,
Koopt door zijn dood de zege,
En juicht nog in zijn val !
 


Maar ook in tijd van vrede,
Blinkt steeds de kanonnier !
En meisjes schoon van leden,
Zijn op zijn liefde fier.
Waar moed zit, heerst ook trouwe,
Met kracht nooit uitgeblust !
Daarom de schoonste vrouwen,
Heeft hij naar hartelust,
Daarom de schoonste vrouwen,
Heeft hij naar hartelust !
 


Hoera dus voor ons Wapen,
Lang leev’ de kanonnier !
Lang leev’ die forse knapen,
Des legers schoonste sier !
Hun leus zij: steeds te strijden,
Werwaarts ook d’eer hen zendt,
Voor Land en Koning beide,
Tot roem van ’t Regiment,
Voor Land en Koning beide,
Tot roem van 't Regiment !

 

Terug naar overzicht

Het soldatenlied

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Wij, Hollands legerknechten,

Zijn fier op onzen stand,

Wij strijden voor de rechten

Van 't dierbaar Vaderland.

Wij zijn, zou 't twistvuur rijzen,

Het bolwerk van den Staat,

Wie zou zijn lot niet prijzen

Van Nederland soldaat ?

Van Nederland soldaat ?

 

 

De heldenmoed der Vad' ren

Zet aller hart in gloed !

God lof ! Ons bruist door d' ad'ren

Nog steeds hetzelfde bloed.

Verwinnen of bezwijken,

Als 't uur van strijden slaat !

Wie aarzelen moog' of wijken......

Geen Nederlands soldaat !

Geen Nederlands soldaat !

 

 

Wij houden het Vaandel heilig;

Wij zweren 't plechtig trouw;

't Is in ons midden veilig,

Welk kwaad ook dreigen zou.

Vervloekt de vege lafaard,

Die 't Vaandel bang verlaat !

We erkennen nooit zo' n bloodaard

Als Nederlands soldaat !

Als Nederlands soldaat !

 

 

Grijpt mannen, wakkeren knapen,

Als 't zijn moet, naar 't geweer !

Geen smet kleeft op onze eer !

Wat oordeel ons mogen  treffen,

Waardering zij 't of smaad,

Wij blijven ons verheffen

Op d' eernaam van soldaat !

Op d' eernaam van soldaat !

 

Terug naar overzicht

Het vendel

(met dank aan Andreas Jaquet voor het sturen van de tekst)

Het vendel moet marcheren

Want Vlaanderen is in nood

Sint Joris geef ons kleren

Geef ons soldij en brood

Dat wij geen koude lijden

Geef ons den boer zijn wijn

Zijn wolhemd en zijn duiten

Dat kan geen zonde zijn

Marcheer landsknecht marcheer

 

Wij slikken stof bij 't wandelen

Verstomd zijn lied en lach

De keizer slikt heel Vlaanderen

Hij heeft een sterke maag

Hij denkt al onder 't kauwen

Aan nieuwe roem en eer

Thuis weent een blonde vrouwe

Als ik niet wederkeer

Marcheer landsknecht marcheer

 

De tamboer slaat parade

Sint Joris sterke held

Bescherm ons in genade

Het vendel trekt ten veld

De pijper wil niet fluiten

Wij trekken stil en stom

Over die groene heide

Opwaarts naar Berg Op Zoom

Marcheer landsknecht marcheer

 

Terug naar overzicht

Holland

(Br. Hildebrand / Br. Laetantius)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Holland men zegt wel ooit
Waar blijft de zon, die ziet men nooit
Regen, en steeds maar mist
Vindt de pessimist
Maar wat die man niet ziet
Zing ik in dit lied:
Gouden zonneschijn
Maakt Hollands zomer klein maar fijn !

 

 

Holland, je bent voor mij
Het prachtigste land
Want ik hou van je heiden
Je bossen en je zonnige strand
Holland – klein plekje grond
Waar ik zo van hou !
Holland, mijn kleine Holland
Mijn heerlijk landje
Ik blijf je trouw

 

 

Holland dat waterrijk
De zee bedwong met duin en dijk
Die zee, dat is bekend
Is jouw element
Jongens, het water op
Hollands vlag in top
Wie gaat met me mee ?
Ik voel me thuis op elke zee!

 

 

Holland, je bent voor mij ...

 

 

Holland, jouw stedenpracht
Is wijd vermaard; jouw klederdracht
Wekt bij de vreemdeling
Steeds bewondering
Handel en industrie
Toont jouw energie
Dijk en bruggenbouw
Maakt, Holland, mij zo trots op jou !

 

 

Holland, je bent voor mij ...

 

Terug naar overzicht

Holland

(Nel Stutterheint/Rosina de Cocq)

(met dank aan Joop Zwienenberg voor het sturen van de tekst)

Holland met je vlakke stranden,

Met je duinen hoog en laag,

Met je bosschen en je heide,

Met je booten op de Kaag.

Holland met je vette koeien,

Met je boterbloemen in de wei,

Met je lange Goudsche pijpen,

Suikerbieten uit de klei.

Holland ik kan je nooit vergeten,

Waar ik ook zwerf, waar ik ook woon,

Holland, jij klein maar dapper landje,

Wat is je herinnering toch heerlijk schoon.

 

Holland met je frissche deernen,

Ziet ze dansen in een rij;

Jonge meisjes, roeien, zwemmen,

Moeders zorgend, rustig blij.

Holland met je stoere mannen,

Voor gevaren nooit beducht,

Helden in hun levensstrijden,

Op 't water als in de lucht.

 

Refrein:

Holland, 'k zie je vlag weer wapp'ren,

Waar een glorie is behaald,

In het verste land en stranden,

Hollands Leeuw nooit heeft gefaald.

Holland, waar eens mijn wieg gestaan heeft,

Bij de wilgen aan den wijden plas,

Land van moed en trouw en vrijheid,

Steeds vol grootsche daden was.

 

Terug naar overzicht

Holland

(tekst: A. Bogaers / muziek: J.D. van Ramhorst)

(met dank aan Jaqueline Maas voor het sturen van de tekst)

Ons landje is plat, het is klein, het is nat,

't Is koud en beneveld en zwemt in moerassen.

Maar 't zij hoe het zij,

Wij leven er vrij,

Ons bindt slechts de wet en die wet maken wij.

Ons Hollandje leev',

Ons Hollandje leev',

Ons Hollandje leev' met zijn poelen en plassen.

 

Geeft elders natuur een lucht van azuur,

Een eeuwige Lent' onder bloemengewelven,

Ons schamel gebied,

Wij ruilen het niet,

Geen volk dat zoo fier op zijn vadergrond ziet.

Ons Holland hoort ons,

Ons Holland hoort ons,

Ons Holland hoort ons, wij schiepen het zelven.

 

 

Terug naar overzicht

Holland is een heerlijk land

(J.P. Regeer)

Holland is een heerlijk land;

'k Schat het als mijn dierste pand !

Holland is een heerlijk land;

'k Schat het als mijn dierste pand !

Steden, dorpen, velden, weiden,

Die alom geluk verspreiden;

Bossen, heuv'len, duin en strand -

Holland is een heerlijk land !

Holland is een heerlijk land !

 

Holland is een heerlijk land;

Opgeweld uit wier en zand !

Holland is een heerlijk land;

Opgeweld uit wier en zand !

Parel in het diep der golven,

Eens voor 's werelds oog bedolven.

Opgevist door nijv're hand -

Holland is een heerlijk land !

Holland is een heerlijk land !

 

Holland is een heerlijk land;

Maken wij het nooit te schand !

Holland is een heerlijk land;

Maken wij het nooit te schand !

Dat de vreemd'ling op ons stare,

En 't met volle recht verklare,

Door de waarheid overmand -

Holland is een heerlijk land !

Holland is een heerlijk land !

 

Terug naar overzicht

Holland ze zeggen (Hollandsch liedje)

(tekst en muziek: S. Abramse)

Holland ze zeggen

Je grond is zo dras

Maar mals zijn je weiden

En puik is je gras

En vet zijn je glanzende koeien

Fris waait de wind door je wuivende riet

Groen zijn je dorpjes in 't nevelig verschiet

Rijk staan je gaarden te bloeien

Blank is je water en geurig je hooi

Holland, mijn Holland, ik vind je zo mooi

 

Holland ze zeggen

Je bent maar zo klein

Maar wijs is je zee

En je lucht is zo rein
En breed zijn je krachtige stromen
Goud is je graan op je zand en je klei
Purper het kleed van je golvende hei
Stoer zijn je ruisende bomen
Holland, ik min je om je heerlijken tooi
Holland, mijn Holland, ik vind je zo mooi

 

Terug naar overzicht

Hollands vlag

(G.W. Lovendaal/J.P.J. Wierts)

Hollands vlag, je bent mijn glorie,
Hollands vlag, je bent mijn lust,
'k Roep van louter vreugd victorie,
Als ik je zie aan vreemde kust,

'k Roep van louter vreugd victorie,
Als ik je zie aan vreemde kust;
Op de zee en aan den wal,
Hollands vlag gaat bovenal,

Op de zee en aan den wal,
Hollands vlag gaat bovenal.

Zijn er reiner, blijder kleuren,
Of je vaart in Noord of Zuid ?
Heel de lucht schijnt op te fleuren,
Strijkt ze-er op haar frisheid uit,

Heel de lucht schijnt op te fleuren,
Strijkt ze-er op haar frisheid uit,
En je Hollands hart wordt wee,
Wappert met haar dundoek mee,

En je Hollands hart wordt wee,
Wappert met haar dundoek mee.

Als je haar in vreemde baaien,
Mijlen ver van 't eigen strand,
Zwierig van de mast ziet waaien,
Als een groet van 't Vaderland,

Zwierig van de mast ziet waaien,
Als een groet van 't Vaderland,
Voel je-een vreemd verheugenis,
Voel je-eerst recht, hoe mooi zij is,
Voel je-een vreemd verheugenis,

Voel je- eerst recht, hoe mooi zij is.

 

Terug naar overzicht

Hollands zee

(W. Zaalberg/Dan. de Lange)

Machtig zij uw rijksgebied;

Hollands zonen vrezen niet.

Wordt hun land door u bedolven,

Samen beuren zij het hoofd

Met een blij „God zij geloofd !"

Overwinnend uit de golven.

 

In de worst'ling met uw macht

Wint het Hollands harte kracht.

't Weet van wijken noch van beven,

Frisheid brengt gij luwend aan.

Vaster doet uw stormwind staan.

Uit de doodsstrijd put het leven.

 

Rol uw golven naar het strand;

Sla terug der duinen rand;

Hollands kracht blijft u trotseren;

 Holland bukt voor geen geweld !

Rustig zal het als een held

Vloed en dwang en onrecht keren.

 

Terug naar overzicht

Hollandsche Jongens, die moeten er zijn

Heb je nooit van De Ruyter gezongen,

Nooit van Wilhelmus, ons Prinsje, Piet Hein ?

Ben je soms bang voor een scheur in je longen ?

'k Vrees, dat je bent er geen Hollandsche jongen !

Hollandsche Jongens, die moeten er zijn !

 

Refrein:

Kom maak niet meer je naam te schand' en doe met ons meê

Den helden van het Vaderland, ons Hollands lied, hoezee !

Hollands lied, hoezee ! hoezee !

 

Bleef je dan koel bij den strijd onzer vad'ren,

Was er geen draad, die je zieltje bewoog,

Waar je onze wakk'ren zag treffen en nad'ren ?

Waar zat je hart toen, wat stroomde er door je ad'ren ?

Wij hadden bloed, en dat steeg naar omhoog !

 

Refrein

 

Heb je dan nooit van de Nassau's gelezen,

Kampend en worst'lend op leven en dood ?

Is uit je borst nooit een zucht opgerezen ?

Och, wat Jan Salie, wat held moet je wezen !

Wij werden bleek soms, een and'ren keer rood !

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Hollandse molen (tekst en muziek: Jack Bess)

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

Het is met vreugde, dat ik naar de molens kijk.

Wanneer hun wieken draaien, dan voel ik mij rijk.

Het is misschien naief — maar 'k heb de molens lief,

En geef hier gaarne van mijn grote liefde blijk:

 

Refrein: 

Hollandse molen, jij siert de velden en de dreven,

Hollandse molen, ik ben zo trots op jou.

Een malse groene wei — daar hoort een molen bij,

En zo ontstaat een levend welvaartsschilderij.

Hollandse molen, jij laat het Hollands landschap leven,

Hollandse molen, ik hou van jou.

 

Wat kan ter wereld nog verrukkelijker zijn,

Dan onze molens stralend in de zonneschijn.

Wie zoiets éénmaal ziet — vergeet de aanblik niet.

En roemt de schoonheid van ons land. . al is het klein.

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

'k Hou van Holland (Steenhuizen/Bute)

'k Vraag zo vaak, hoe zou het komen

Dat ik zo van Holland hou

Zijn 't z'n bossen, zijn 't z'n bomen

Zijn rivieren breed en blauw

Zou 't zijn strand zijn, of de kruinen

Van zijn altijd blonde duinen

Is het hierom, is het daarom

Dat ik zo van Holland hou?

Is het hierom, is het daarom

Dat ik zo van Holland hou?

 

Is 't de weelde van zijn weide

't Schouwspel van z'n akkerbouw

't Prachtig feestkleed van z'n heide

In haar bloei van paars en blauw

Schets van kerkjes op de hemel

Achter golvend graan gewemel

Is het hierom, is het daarom

Dat ik zo van Holland hou?

Is het hierom, is het daarom

Dat ik zo van Holland hou?

 

Zijn 't zijn wisselende luchten

Soms zo helder, soms zo grauw

Zijn 't zijn bloemen of zijn vruchten

Hyacinthen, rood-wit-blauw

Zou 't de roem zijn van 't verleden

d' Oude glorie zijner steden

Is het hierom, is het daarom

Dat ik zo van Holland hou?

Is het hierom, is het daarom

Dat ik zo van Holland hou?

 

Och, het is het al tezamen

Beelden, oud en lief en trouw

Veel en vroeg gehoorde namen

En de driekleur hoog in 't blauw

Wapperend van dak en toren

In het land waar 'k ben geboren

Het is hierom, het is daarom

Dat ik zo van Holland hou

Het is hierom, het is daarom

Dat ik zo van Holland hou

 

Terug naar overzicht

Hou zee !

(tekst en muziek: M.A. Brandts Buys)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Hoû zee, hoû zee,

Hoû moedig zee !

Gij leus van onze Vad'ren,

Stort kracht en moed in de ad'ren: Het loope 

Het loope tegen, 't loope meê ..

Hoû zee, hoû zee !

 

Hoû zee, hoû zee,

In krijg en vreê !

Kamp wakker met de golven,

Wel worst'lend nooit bedolven: Het loope 

Het loope tegen, 't loope meê ..

Hoû zee, hoû zee !

 

Hoû zee, hoû zee,

Hoû krachtig zee !

Wat stormen u omgeven,

Tot  God de ziel geheven: Het loope

Het loope tegen, 't loope meê ..

Hoû zee, hoû zee !

 

Hoû zee, hoû zee,

Hou juichens zee !

Wie dan zijn Vlag moog'  strijken,

Ons Neêrland zal niet wijken: Het loope ons

Het loope tegen, 't loope meê ..

Hoû zee, hoû zee !

 

Terug naar overzicht

Hulde aan het Huis van Oranje

30 april 1909 (wijze:Neêrland bovenal)

(met dank aan Carola voor het sturen van de tekst)

Het uur is nu geslagen,

De heugelijke dag

Kwam aan de kimmen dagen,

De schoonste die men zag.

Komt laat uw feestlied hooren,

Ter eer van 't Vorst'lijk Paar.

Een Prinses is geboren

't Is een vreugdedag voorwaar.

Citer, viool stemt zamen,

Of wat muziek het zij,

Want ieder zegge ,,amen"

Op het feest verheugd en blij.

Lang zal de Vorstin leven,

Waar iedereen naar dorst.

Wij dragen maar eens even

Nu Oranje op de borst.

 

Nu zullen klokken luiden,

Ter eer van 't Vorstelijk huis.

Wat het ook moog beduiden

Vreugde en groot gedruisch

Hoort men in school en kerken

In zaal of op de straat

En wie zal het niet merken

Als men op de wegen gaat.

Ter eer van onzen Koning

Van verre zooals hier.

Eerstdaags wacht haar de kroning

Daarom vreugde en pleizier,

Zooals in vroeger jaren,

Toen Willem van Nassau

Ons bijstond in gevaren,

Blijve deze ons getrouw.

 

Nu rusten spies en lanzen

Vrede en geen gevaar

Vlechten de lauwerkransen

Strooi de bloemen maar.

Trompetgeschal laat hooren

Juicht zamen eens van zin.

Het feestuur is geboren,

Eere aan de Koningin.

Maar wil Hem niet vergeten

Die het leven zaait,

Die ons de maat laat meten,

En op aard Zijn Scepter zwaait.

Op 't wiegje zij 't wakend oog

En met de lentezon,

Rijze een danklied naar omhoog

Eer aan den Levensbron.

 

Heft aan met blijde klanken

Alles rust op Zijn wenk

En wil den Gever danken

Voor zulk een groot geschenk.

't Oranjehuis zal leven

Tot zegen voor het volk.

Het land zijn vruchten geven,

Vrede in plaats van spies en dolk.

Wij eindigen met juichen

Ter ere van het feest,

En willen ook getuigen

Dat het vroolijk is geweest.

Nu weten wij er alles van

Tot eer des Levensvorst

In Naam van Hem Oranje dan

Gedragen op de borst.

 

Terug naar overzicht

Huwelijk Wilhelmina en Hendrik

(7 januari 1901 's Gravenhage)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Heb je 't al gehoord, onze lieve Koningin,
Van wie wij zooveel houwen,
Viert nu vroolijk feest, want zij gaat deze week
Met hertog Hendrik trouwen !
Nee maat; is 't waar ! Wel zeker is het waar !,
Komt, juichen wij dan luid ter eere van de Bruid
En steekt de vlaggen lustig uit.

 

Terug naar overzicht

Huzarenlied

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Huzaren, huzaren, huzaren rood en blauw,

Huzaren, huzaren het Vaderland getrouw !

Heel rap van lijf en leden,

Een zwaard van staal gesmeden,

En is het Vaderland in nood,

Wij blijven trouw tot in den dood !

En is het Vaderland in nood,

Wij blijven trouw tot in den dood !

 

 

Huzaren, huzaren, huzaren rood en blauw,

Huzaren, huzaren het Vaderland getrouw !

Wij stijgen op ons moedig ros,

En rijden lustig er op los,

En is het Vaderland in nood,

Wij blijven trouw tot in den dood !

En is het Vaderland in nood,

Wij blijven trouw tot in den dood !

 

 

Huzaren, huzaren, huzaren rood en blauw,

Huzaren, huzaren het Vaderland getrouw !

Wij stijgen op ons moedig ros,

Wij allen zitten fier in 't zadel,

En tarten 's vijands lood en staal,

Wij blijven trouw tot in den dood !

En is het Vaderland in nood,

Wij blijven trouw tot in den dood !

 

 

Huzaren, huzaren, huzaren rood en blauw,

Huzaren, huzaren het Vaderland getrouw !

Wij stijgen op ons moedig ros,

Wij zijn het eerste in het vuur,

De vijand kijkt dan lelijk zuur !

Wij blijven trouw tot in den dood !

En is het Vaderland in nood,

Wij blijven trouw tot in den dood !

 

 

Huzaren, huzaren, huzaren rood en blauw,

Huzaren, huzaren het Vaderland getrouw !

Wij stijgen op ons moedig ros,

Al is ons wapen nog zoo klein,

Steeds zullen wij de eersten zijn,

Wij blijven trouw tot in den dood !

En is het Vaderland in nood,

Wij blijven trouw tot in den dood !

 

 

Huzaren, huzaren, huzaren rood en blauw,

Huzaren, huzaren het Vaderland getrouw !

Wij stijgen op ons moedig ros,

Voor Vaderland, Vorstin en Bruid,

Daarvoor het zwaard de schede uit !

Wij blijven trouw tot in den dood !

En is het Vaderland in nood,

Wij blijven trouw tot in den dood !

 

 

Terug naar overzicht

Ik hou van Holland 

(Tekst en muziek: Willy Schootemeyer/uitvoering: Joseph Schmidt)

Holland met je koetje en je weiden
Ik mag jou zo gaarne lijden
Met je molens aan de vliet
Holland al trek ik naar vreemde stranden
En doorkruis ik alle landen
Jou vergeten doe ik niet

 

Refrein:
Ik hou van Holland
't Landje aan de Zuiderzee
Een stukje Holland
Draag ik in mijn hart steeds mee
Daar waar die molens draaien in hun forse kracht
En waar de bollen bloeien in hun schoonste pracht
Ik hou van Holland
Met je bossen en je hei
Jouw blonde duinen in een bonte rij
Op heel deez' grote aard
Al ben ik van huis en haard
Is 't kleine Holland
Mij het meeste waard

 

Holland, wat een schoonheid jij kan schenken

Is geen plekje te bedenken

Waar 'k het ooit zo heerlijk vond

Denk ik aan je mooie zee en stranden

Blijf ik jou mijn hart verpanden

Al ga ik de wereld rond

 


Refrein

 

Terug naar overzicht

In naam van Oranje (Een liedje van Koppelstok)

(A.J. Schooleman 1572)

In naam van Oranje,
Doet open de poort !
De Watergeus ligt vaan de wal;
De vlootvoogd der Geuzen,
Hij maakt geen akkoord,
Hij vordert Den Briel of uw val.
Zo is het bevel van Lumey op mijn eer,
En burgers hier baat nu geen tegenstand meer,
De Watergeus komt om Den Briel !
De watergeus komt om Den Briel !

De vloot is met vijfduizend koppen bemand,
De mannen zijn kloek en vol vuur.
Een ogenblik nog en ze stappen aan land,
Ze wachten bericht binnen 't uur;
Gij moogt dus niet dralen,
Doe open de poort !
Dan nemen de Geuzen terstond zonder moord
Bezit van de vesting Den Briel !
Bezit van de vesting Den Briel !

 

Komt, geeft de verzeek'ring,

'k Moet spoedig terug,

De klok heeft het uur reeds gemeld,

Ik zeg 't u, geeft gij mij de selutels niet vlug,

Dan is reeds uw vonnis geveld.

De wakkere Geuzen staan tandknersend daar,

Zij wetten hun zwaarden en maken zich klaar

En zweren: "de dood of Den Briel !"

En zweren: "de dood of Den Briel !"

 

Hier dringt men naar buiten,

Daar schuilt men bijeen

En spreekt over Koppelstoks last:

"De stad in hun handen of anders de dood."

't Besluit tot het eerste staat vast !

Maar nauw'lijks is hiermee de veerman gevleid,

Of Simon de Rijk heeft de poort gerammeid,

En zo kwam de Geus in Den Briel !

En zo kwam de Geus in Den Briel !

 

Terug naar overzicht

In Oorlog en Vreê

(Dr. J.P. Heije/J.J.Viotta)

Van mannen in Oorlog, van mannen in Vreê,

Oud Holland ! daar mocht je van spreken;

En riep je te Land, of riep je ter Zee,

Ze bleven niet in gebreke,

Ze bleven niet in gebreke.

Dezelfde hand greep fiks genoeg

Het zwaard, de roerstok en de ploeg,

Tot heil van 't lieve Vaderland, van 't lieve Vaderland !

Tot heil van 't lieve Vaderland, van 't lieve Vaderland !

 

Wat suf je, jong Neêrland ! Wat sluimer je dan,

Waarachtig 't is zonde, 't is schande;

Net of je geen tien meer tellen nu kan,

Te water en ook te lande,

Te water en ook te lande.

Kom, sla uw hand, en fiks genoeg,

Om zwaard, om roerstok en om ploeg,

Tot heil van 't lieve Vaderland, van 't lieve Vaderland !

Tot heil van 't lieve Vaderland, van 't lieve Vaderland !

 

Terug naar overzicht

't Is Julianadag

(met dank aan Tiek Janssen voor het sturen van de tekst)

't Is Juliana dag,
Ontplooit voor haar de vlag.
Breng Juliana groet,
Eerbiedig aan haar voet.
Overal weerklinkt een jubelend gezang,
't Jarige prinsesje leve leve lang.
Koninklijke paarlen bloeien lelie schoon,
Paarlen van glorie aan de oranje kroon.

 

Terug naar overzicht

't Is plicht dat iedere jongen (Marschlied)

(Dr. J.J.F. Wap/C.A. Brandts Buys)

't Is de plicht dat ied're jongen
Aan d' onafhankelijkheid
Van zijn geliefde Vaderland
Zijn beste krachten wijdt.
Hoezee, hoezee !

Voor Nederland hoezee !

Hoezee, hoezee !

Voor Nederland hoezee !
Voor Koningin en Vaderland
Waakt ied're jongen mee-ee
Voor Koningin en Vaderland
Waakt ied're jongen meê.

Voor Koningin en Vaderland
Waakt ied're jongen meê.

 

Als Vaderlandse jongens

Beminnen wij de grond,

Waarop het graf der Va-d'ren staat

En onze wieg eens stond.

Hoezee, hoezee !

Voor Nederland hoezee !
Hoezee, hoezee !

Voor 't Vaderland hoezee !

Voor Koningin en Vaderland
Waakt ied're jongen meê.

Voor Koningin en Vaderland
Waakt ied're jongen meê.

 

Komt ooit de vijand naken,

Is 't Vaderland in nood,

Dan staan wij pal en blijven het

Getrouw tot in de dood.

Hoezee, hoezee !

Voor Nederland hoezee !
Hoezee, hoezee !

Voor 't Vaderland hoezee !

Ja Nederland, wij allen zijn

U trouw tot in de dood.

Ja Nederland, wij allen zijn

U trouw tot in de dood.

 

"Slechts eendracht maakt ons machtig"

Zij immer het parool;

Een driekleur met oranjestrik

Van Vrijheid het symbool.

Hoezee, hoezee !

Voor Nederland hoezee !

Hoezee, hoezee !

Voor Nederland hoezee !

Voor 't Vorstenhuis en Nederland

Waakt ied're jongen meê.

Voor 't Vorstenhuis en Nederland

Waakt ied're jongen meê.

 

Terug naar overzicht

Jagers-Korpslied

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Met hoorngeschal en blij gezang

Als gingen zij ter jacht,

Zoo trekken jagers welgemoed

Ten strijde, als het wezen moet,

In hunne groene dracht.

In hunne groene dracht.

 

 

 Dat groen gewaad tuigt hunne hoop

Op zegepraal bij strijd.

Dus trekken jagers welgemoed

Door boschgrond en door watervloed,

Waar ook de tocht hen leidt.

Waar ook de tocht hen leidt.

 

 

 Als flinke jagers helpers zijn,

Voor nederlaag geen nood !

Hoe ruw het krijgsgeweld ook woed',

De jager mikt en treft steeds goed,

En, wat hij raakt is dood.

En, wat hij raakt is dood.

 

 

 En zij van onzer jagers bloed

Het slagveld ook al rood,

Zij aarzelen en zij wankelen niet,

Een flinke jager niets ontziet,

Al vindt hij ook den dood.

Al vindt hij ook den dood.

 

 

Terug naar overzicht

Janmaat

(J.P. Heye)

Schat van Oost- en Wester-strand,

Janmaat haalt ze zonder rusten;

Ziet den fiere rappen kwant,

Goudmijn voor het Vaderland,

Levend bolwerk onzer kusten,

Levend bolwerk onzer kusten,

Neêrland steun en roem is hij,

Te oorlog en te koopvaardij,

Te oorlog en te koopvaardij.

 

Refrein:

Te voet is goed, te voet is goed,

Te voet is goed, te paard is beter,

Maar wat een Nederlandsen gast,

Maar wat een Nederlandsen gast

Het beste past, het beste past, het beste past

Is in den mast.

 

Hoe de stormwind bulderen mag

Hoe de kogels moordend gieren

Neêrlands fiere driekleur vlag

Laat hij wapperen van het stag,

Laat hij van de gaffel zwieren,

Laat hij van de gaffel zwieren;

En hij wankelt, zwicht noch wijkt,

Zoo de dood de vlag niet strijkt,

Zoo de dood de vlag niet strijkt.

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Jubileum-lied 1923

(Ter herdenking aan de 25jarige regeering van H.M. Koningin Wilhelmina)

(Mr. A.T. Vos/Dina Appeldoorn)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Nu spreken duizend monden, duizend monden

Een zelfde Hollandsch woord.

Nu wordt op beide ronden, beide ronden

Een zelfde lied gehoord,

Nu richten duizend menschen

Tot U hun vrome beê, hun vrome beê,

Nu stijgen zelfde wenschen, zelfde wensen

Van hier en over zee, en over zee !

 

Nu wuiven duizend handen, duizend handen

Aan u een zelfden groet,

In alle wereldlanden, wereldlanden

Spreekt nu het Hollandsch bloed,

Nu zingen duizend vrouwen,

En mannen, 't hoofd ontbloot, het hoofd ontbloot,

Wilhelmus van Nassauwe, van Nassauwe,

Getrouw tot in den dood, tot in den dood !

 

Terug naar overzicht

Juliana is de bruid

(huwelijk vond plaats op 7 januari 1937)

(tekst: Ferry/uitvoering: Bob Scholte (22 sept. 1936), August de Laat (26 sept. 1936) en The Ramblers)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Een vuur'ge wens die lang in stilte werd gekoesterd door ons volk
Ging nu plots'ling in vervulling, tot ons vreugde
Want de blijdschap in heel Neerland en ons Indië is de kolk
Die bewijst hoezeer een ieder zich verheugde
Juliana smeedt nu trouw
Met haar man de band van trouw
Lang leve Oranje van Nassou

Refrein:
Juliaantje is de bruid
Juliaantje is de bruid
't Prinsje uit haar dromen is gekomen
Bernhard is haar ideaal
En wordt als haar prins-gemaal
Vreugdevol door Neerland aangenomen

Neerland laat de vlaggen wapp'ren, overal in 't land is feest
Want de ware Bernhard, die is nu gevonden
En we wensen ons prinsesje, opgewekt en blij van geest
Al 't geluk wat aan een huw'lijk is verbonden
En haar prins, door dit festijn
Zal voortaan bij groot en klein
In Neerland ons even dierbaar zijn

Refrein


Simon-Hein riep: Graaf van Liepen streed reeds aan Oranje's zij'
Onze leeuw die liep in Biesterveld op rozen
En zo heeft de jonge Bernhard nu opnieuw weer de partij
Van Oranje en ons Nederland gekozen
Dus we juichen nu spontaan
Bij dit vorst'lijk samengaan
Lang leve Prins Bernhard en Juul'jaan
 

Refrein


Bernhard is haar ideaal
En wordt als haar prins-gemaal
Vreugdevol door Neerland aangenomen

 

Terug naar overzicht