| Kaatsebal |
|
Kaatsebal
Ik
vang je al
In
mijn ene hand
In
mijn andere hand
Van
klipperde klap
Van
voetjesgetrap
Van
rommeldebom
Van
keer maar eens
Terug
naar overzicht |
|
Kijk daar loopt een heel
mooi diertje
(met dank aan Corry van den Heuvel
voor het sturen van de tekst) |
|
Kijk daar loopt een heel mooi diertje,
Luister hoe dat diertje praat.
(geluid van een bekend dier nadoen)
Kan hij zwemmen, kan hij vliegen ?
Wie weet om welk dier het gaat !!
Terug
naar overzicht |
|
Kindje jij moet slapen gaan
(met dank aan Moena de Koning voor
het sturen van de tekst) |
|
Kindje jij moet slapen gaan,
Buiten huilt de wind
En de lampjes zijn al aan.
Slaap mijn lieve kind.
Want als straks de zandman komt
En jou wakker vindt,
Weet ik dat hij knort en bromt
Op mijn lieve kind.
Droom van moeder liefste mijn
Die jou zo bemint.
Droom van bloemen en zonneschijn,
Slaap nu zacht lief kind.
(dit net zolang herhalen tot de baby
slaapt)
Terug
naar overzicht |
| Klap
een in je handjes |
Klap
eens in je handjes blij blij blij
Op je boze bolletje allebei
Handjes in de hoogte, handjes in je zij
Op je boze bolletje allebei
Zo varen de scheepjes voorbij
Zo varen de scheepjes voorbij
Terug
naar overzicht |
| Kleertjes
uit, pyjamaatje aan |
|
Kleertjes
uit, pyjamaatje aan
Hoogste tijd om naar bedje te gaan
Kijk eens even op de klok
Alle kippetjes zijn al op stok
Kom we moeten nu slapen gaan
Kleertjes uit en pyjamaatje aan
Terug
naar overzicht |
|
Klein broertje zit op
moeders schoot
(met
dank aan Co van der Vusse en Bob Bastemeijer voor het sturen van de tekst) |
|
Klein broertje zit op moeders schoot
Met allebei zijn beentjes bloot
Zijn vuistje stopt hij in mond
Zijn oogjes draait hij in het rond
Hij brabbelt en hij kraait van pret
En wil nog in geen uur naar bed
Wat zullen wij die deugniet doen
Wij geven hem een fijne zoen
Terug
naar overzicht |
|
Klein
Jantje
(met
dank aan Lou van der Aa voor het sturen van de tekst) |
|
Kleine Jantje stak zijn handje
In zijn vaders kwispedoor
En hij likte en hij slikte
Al dat vieze goedje door…!
Terug
naar overzicht |
|
Klein
Klaasje
(met
dank aan Moena de Koning voor het sturen van de tekst) |
|
Klein
Klaasje klept op kleppende klompjes,
Kloek
door regen en wind.
En
klik klak klik klak klik klak klik klak klik klak klatert het water,
Maar
kleumen of klagen doet Klaasje niet,
Al
zingt er de storm ook een bulderend lied.
En
klik klak klik klak klik klak klik klak klik klak klatert het water.
Klein
Klaasje klept op kleppende klompjes,
Kloek
naar moedertjes huis.
En
klik klak klik klak klik klak klik klak klik klak klatert het water,
Het
is er bij Klaasje zo arm gesteld,
Nu
brengt hij zijn eerste verdiende geld.
En
lacht wat om dat klik klak klik klak klik klak klaterend water
Terug
naar overzicht |
|
Klein
klein kleutertje |
|
Klein
klein kleutertje
Wat doe je in mijn hof
Je
plukt er alle bloempjes af
Je
maakt het veel te grof
O
mijn lieve mamaatje
Zeg
het niet tegen papaatje
Ik
zal zoet naar school toe gaan
En
de bloemetjes laten staan
Terug
naar overzicht |
|
Klein, klein
kuikentje wanneer kom je uit je ei ?
(met
dank aan Corry van den Heuvel voor het sturen van de tekst) |
|
Klein, klein kuikentje wanneer kom je
uit je ei ?
Krik, krak daar ben je al, we zijn nu
toch zo blij.
Piep, pieperdepiep, piep, piep.
Pieperdepierperdepiep.
Klein, klein kuikentje wanneer kom je
uit je ei ?
Terug
naar overzicht |
|
Klein
Toosje
(met
dank aan Anneke de Ruijter voor het sturen van de tekst) |
|
Klein Toosje zit te naaien,
Te naaien voor haar pop.
Haar naaldje gaat van prik, prik ,
prik,
Ze kijkt niet één keer op.
Wat zou dat toch wel zijn ?
Met al die kantjes fijn.
Met al die strikjes hier en daar,
Och wisten wij het maar.
Klein Toosje is klaar gekomen,
Nu houdt haar naaiwerk op.
Het is een aardig jurkje,
Een jurkje voor haar pop.
’t Is net of popje lacht,
Dat had ze niet verwacht.
Ze is nog nimmer naar ik weet,
Zo netjes aangekleed.
Terug
naar overzicht |
|
Kleine
Katriijntje zat midden in het gras
(met
dank aan Rian Meeuwenberg voor het sturen van de tekst) |
|
Kleine
Katrijntje zat midden in het gras,
Met
een bordje en een lepeltje
Waar
lekkere pap in was.
Toen
kwam er een spin
En
die viel er midden in !
Kleine
Katrijntje die huilde van verdriet,
Die
spinnepap,die spinnepap die lust Katrijntje niet.
Variant met dank aan Truus van Welie:
Kleine Katrijntje zat midden in 't
gras,
'n Lepeltje, 'n schoteltje waar zoete
pap op was.
Toen kwam 'n dikke spin,
Die viel er midden in
Kleine Katrijntje die huilde van
verdriet
Die pap, die pap, die spinnenpap, die
lust Katrijntje niet.
Terug
naar overzicht |
|
Kleine kleine kleuter
(met
dank aan Cor Heuvelmans voor het sturen van de tekst) |
|
Er was een kleine kleuter van drie jaar
oud
Die liep eens bij zijn moeder weg
Ja dat was stout, ja dat was stout
Ja dat was stout
Hij nam een lekkere appel mee
En een sneetje brood
En zei ik ga de wereld in
Ik ben al groot, ik ben al groot
Ik ben al groot
Maar ach daar kwam een grote hond
Wief waf waf
Die nam de kleine krullebol
Zijn boterham af, zijn boterham af
Zijn boterham af
Hij huilde dikke tranen
Daar kwam moe
Die nam de kleine krullebol
Naar huis weer toe, naar huis weer toe
Naar huis weer toe
Terug
naar overzicht |
|
Kling klang
(met dank aan Jacqueline Beetz
voor het sturen van de tekst) |
|
Kling klang klokke klang,
Sta op en trek het land in.
Lange dagen lege magen, weinig brood voor handen.
Lopen moest ik langs de es,
De linde liet mij rusten.
Welke takken wensen mij vanavond welterusten ?
Terug
naar overzicht |
|
Klompenliedeke
(met dank aan Hanneke Peters
voor het sturen van de tekst) |
|
Kap ik mijn wilgen blokjes
Parenwijs uit den boom
'k Zie ze onder broek of rokjes
Haperend aan den zoom
Refrein:
Klompen aan den voet
Klompen aan den voet
Staat onze guitjes goed
Glad om er in te slieren
Licht om er mee te gaan
Hol om er in te tieren
Hard om er mee te slaan
Refrein
Bakt U de vorst op 't water
Koeken van zijn fatsoen
Niets om te glijden gaat er
Boven een houten schoen
Refrein
Terug
naar overzicht |
|
Klop
klop hamertje
(met dank aan Laurie Snier
voor het sturen van de tekst) |
|
Klop klop hamertje,
Wie zit er in dat kamertje ?
Een heel oud vrouwtje.
Wat heeft dat vrouwtje op haar schoot ?
Een heel klein kindje.
Wat heeft dat kindje in zijn hand ?
Een heel klein boekje.
Wat staat daar in te lezen ?
Vader en moeder slapen bij elkaar
En ik slaap in een kribbetje
Maar.......
Het kribbetje moest gemaken,
Toen sliep ik in het laken.
Het laken moest gewassen,
Toen sliep ik in de plassen.
De plassen waren zo diep,
Toen sliep ik in het riet.
Het riet dat was zo scherp
Toen sliep ik in de kerk.
De kerk die was zo lang,
Toen sliep ik bij de slang.
De slang die wou me bijten,
Toen sliep ik bij de geiten.
De geiten wilden me stoten,
Toen sliep ik in de goten.
De goten waren toe,
Toen sliep ik bij de bonte koe.
De bonte koe die wou me slaan,
Toen sliep ik op de gladde baan.
De gladde baan die was zo glad,
Toen viel ik op mijn blote gat !
Terug
naar overzicht |
|
Knip, knip, knip zei de schaar
(met dank aan Corry van den Heuvel
voor het sturen van de tekst) |
|
Knip, knip, knip zei de schaar,
Kappertje wat doe je met mijn haar
Laat je het lang of maak je het kort
Zorg wel dat het netjes wordt.
Knip, knip, knip zei de schaar.
En......( naam van het kind) is al
klaar.!!!
(kindje gaat op stoel zitten en leidster
doet met haar hand een knipbeweging in haar haar en zingt dat het liedje)
Terug
naar overzicht |
|
Koekenstad van greutje
(met dank aan Fred Anthonissen
voor het sturen van de tekst) |
|
Juje juje paardje,
Met een vlosse staartje,
Met een koperen bel aont gat,
Zo rijen we naor de koekenstad
Koekenstad van greutje,
Greutje heeft een bonte koe,
Bonte koe met horens,
Kerken hebben torens,
Huizen hebben schouwen,
We zullen ons (naam van kind) houwen.
Terug
naar overzicht |
| Kom,
laten we nu eens zingen (S. Abramsz) |
|
Kom,
laten we nu eens zingen
Van
onzen kleinen hond;
Die
had Marietje d'r kousjes
Gestoken
in zijn mond.
En
hadden we niet geroepen:
"Och,
hondje, laat toch staan,"
Dan
had-ie Marietje d'r kousjes
Aan
z'n vuile voetjes gedaan.
Terug
naar overzicht |
|
Komt
en laat ons
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk
voor het sturen van de tekst) |
|
Komt en laat ons
Dansen en springen.
Komt en laat ons
Vrolijk zijn.
Terug
naar overzicht |
|
Krokodilletje
(met dank aan Corry van den Heuvel
voor het sturen van de tekst) |
|
Op een heel klein bruggetje, zat een
krokodilletje,
Ieder die voorbij kwam beet hij in
zijn billetje.
Stoute, stoute krokodil,
Bijt jij zomaar in mijn bil !
Zal ik de politie gaan halen ?
Dan moet jij mijn billetje betalen !!!
Terug
naar overzicht |
|
Kusjes
geven
(met dank aan Corry van den Heuvel
voor het sturen van de tekst) |
|
Kusjes geven, kusjes geven, mm, mm,
mm,
Kusjes geven, kusjes geven, mm, mm,
mm.
Bij het opstaan en naar bed gaan en
ook tussendoor,
Kusjes geven, kusjes geven kan ik wel
hoor.
Terug
naar overzicht |
|
Lief
Lijsje loopt in de Lindelaan
(met
dank aan Moena de Koning voor het sturen van de tekst) |
|
Lief
Lijsje loopt in de Lindelaan,
In
de lange, lange Lindelaan.
Daar
woont lieve Lijsjes oma,
Daar
gaat lieve Lijsje vandaag naar toe,
Oma
met haar stokje,
Lijsje
aan haar rokje,
Zo
gaan ze samen door de poort lalala.
Oma
met haar stokje,
Lijsje
aan haar rokje,
Zo
gaan ze samen door de poort lalala.
Terug
naar overzicht |
|
Lief popje wij gaan rijden
(met
dank aan Riek Kooistra voor het sturen van de tekst) |
|
Lief popje wij gaan rijden,
Je wagentje staat al klaar.
Je krijgt je mooie jurkje aan
En lintjes in je haar.
Kom nu maar in de wagen,
Ik zal je even dragen.
Ook krijg je nog je hoedje op,
Mijn lieve zoete pop.
Nu rijden wij zo samen,
Netjes heen en weer.
En moeder zit voor 't open raam
En knikt maar telkens weer.
En 'k hoor jou zachtjes vragen,
Ach neem mij uit de wagen.
Dan moeten wij maar uit wandelen gaan,
En 't wagentje laten staan
Terug
naar overzicht |
|
Liesje zat in de kamer en
sliep
(met
dank aan Annie Sunnen voor het sturen van de tekst) |
|
Liesje zat in de kamer en sliep,
O, wat was ons Liesje bang,
Dat zij niet meer springen kan.
Liesje spring, Liesje spring,
Kies een ander uit de kring.
Terug
naar overzicht |
| Lieve
zusje dans met mij |
|
Lieve
zusje dans met mij
Neem je handjes allebei
Eénmaal heen, éénmaal weer
Nu in 't rond en dan niet meer
Geef mij nu je rechterhand
En wij dansen heel parmant
Eén, twee, drie, vlug ter been
Vrolijk om elkander heen
Terug
naar overzicht |
|
Loes
en Lijsje (1924 1930)
(met
dank aan Marc Blokland (†) voor het sturen van de tekst) |
|
Er was een aardig meisje
En die wou nooit naar bed
Voordat moe poppenlijsje
Papillotjes had ingezet
Een krulletje hier, en een krulletje
daar
Overal mooie krulletjes maar
Nu vlocht dan moe haar meisje
Vier vlechtjes in heur haar
Toen waren Loes en Lijsje
Tegelijk voor hun bedje klaar
De krulletjes hier, en de vlechtjes
daar
Sliepen ze aanstonds blij naast elkaar
Terug
naar overzicht |
|
Maantje
gluurt maantje tuurt
(met
dank aan Moena de Koning voor het sturen van de tekst) |
|
Maantje
gluurt maantje tuurt,
Door
de vensterruiten.
Weet
je wat het ons vragen wil,
Het
is in de kamer zo stil zo stil,
Zijn
de kindertjes al naar bed,
Of
spelen ze nu nog buiten ?
Zijn
de kindertjes al naar bed
Of
spelen ze nu nog buiten ?
Lieve
maan kijk eens aan,
Ze
liggen allang in hun bedje.
Mooi
zegt het maantje en lacht en lacht,
Dan
wens ik hen allen een goede nacht.
Morgen
is er weer een nieuwe dag,
Dan
kunnen ze weer spelen en leren.
Morgen
is er weer een nieuwe dag,
Dan
kunnen ze weer spelen en leren.
Terug
naar overzicht |
|
Maar
kipje
(Nico
Gerhartz)
(met
dank aan Sarah de Boer voor het sturen van de tekst) |
|
Maar
kipje, maar kipje
Wat
heb je gedaan
Je
bent naar de stal
Van
ons sikje gegaan.
Ik
vond er dit eitje,
Hoe
of ik 't weet ?
Ik
hoorde je kaak'len
En
keek door een spleet.
Als
moeder 't hoorde,
Ja,
kijk mij eens aan,
Dan
mocht je vooreerst
Niet
meer wand'len gaan.
Terug
naar overzicht |
|
Mariska
is een danseres
(met
dank aan Mira voor het sturen van de tekst) |
|
Mariska
is een danseres
Ze
komt uit verre landen
Haar
lipjes rood
Haar
voetjes bloot
Zo
danst zij in 't rond, hoi !
Zo
danst zij in 't rond.
Terug
naar overzicht |
|
Meester met zijn pijpje
(met dank aan Gonny Nedermeyer
voor het sturen van de tekst) |
|
Meester met zijn pijpje en zijn gepande
jas,
Denkt aan vroeger jaren, toen hij nog
een jongen was.
En zijn liniaaltje speelt precies de
maat,
Tot hij ook zelf er van aan het
schateren gaat.
Tlalalalalala tralalalala tralalala
tralalala tralala tralala tralalala.
Terug
naar overzicht |
|
Meisje in de spiegel
(met dank aan Yvonne Meisters-van den Heuvel
voor het sturen van de tekst) |
Ik zie een lief kindje, een lach om haar mond
Een mooi roze lintje in haar krulletjes blond.
Ze is heel niet verbolgen, lacht vriendlijk mij toe.
En schijnt mij te volgen in al wat ik doe.
Hoe mag ze wel heten daar achter het glas.
‘k Zou graag willen weten, wie dat wezentje was.
Het maakt mij wat kriegel, is het een fee of een elf.
Ach, ik sta voor de spiegel, dus ben ik het zelf.
Terug
naar overzicht |
|
Meisje met je mooie mond
(met dank aan Moena de Koning
voor het sturen van de tekst) |
|
Meisje met je mooie mondje
Moet je met je maatje mee
Lieve Merel laat je rijden
Langs de laantjes, langs lijn twee
Terug
naar overzicht |
|
Merel kleen
(met dank aan Moena de Koning
voor het sturen van de tekst) |
|
Merel kleen loopt alleen door de wijde
wereld heen
Een stok en een hoed staan zo goed op
haar lieve toet
Maar haar omaatje, o lieve Heer
Roept nu heb ik geen Merel meer
Merel kind, Merel kind keer terug
gezwind
Terug
naar overzicht |
|
Met je handjes kun je klappen
(met dank aan Corry van den Heuvel
voor het sturen van de tekst) |
|
Met je handjes kun je klappen, (klap
klap klap)
Met je voetjes kun je stampen, ( stamp
stamp stamp)
Met je oren kun je horen,hoor je mij ?
Met je ogen kun je kijken, kijk naar
mij.
Terug
naar overzicht |
| Mevrouw
van Rozendaal |
|
En
mevrouw van Rozendaal
Die
had drie ju-ju-juutjes
Een
koetsier met blauwe rok
Met
een rooie kraag er op
En
mevrouw van Rozendaal die had drie ju-ju-juutjes
Juutje
= paardje
Terug
naar overzicht |
|
Mientje's
vader die was stoker
(met
dank aan Chielbert Antonissen en Jabot voor het sturen van de tekst) |
|
Mientje's
vader die was stoker,
Stoker
op een heuse trein.
Altijd
met zo'n trein te rijden,
Dàt
zou wat voor Mientje zijn.
Van
de ene stad naar d' and're,
Stomen,
stomen als maar door.
Tjoeketjoeke
tjoeketjoeke,
Tjoeketjoeke
tjoeketjoeke,
Fijn
dat rijden in het spoor.
Tjoeketjoeke
tjoeketjoeke,
Tjoeketjoeke
tjoeketjoeke,
Fijn
dat rijden in het spoor.
En als Mientje's vader thuis komt,
Dan begint voor haar de pret.
Dan word Mientje met een zwaaitje,
Tjoep op vaders knie gezet.
Dan fluit vader op zijn vingers,
Net zoals een spoortrein doet.
Tjoeketjoeke
tjoeketjoeke,
Tjoeketjoeke
tjoeketjoeke,
Fijn
dat rijden in het spoor.
Tjoeketjoeke tjoeketjoeke,
Tjoeketjoeke tjoeketjoeke,
Fijn dat rijden in het spoor.
Terug
naar overzicht |
|
Mijn kleine broertje
(uit: Kun je nog zingen, zing dan
mee voor jonge kinderen)
(met
dank aan Kees Veltman voor het sturen van de tekst) |
|
Ik heb een lief klein broertje,
Waarvan ik wat vertel;
Hij heeft een rond gezichtje
En oogjes flink en hel.
Ik heb een lief klein broertje,
Twee maanden is het oud;
De haren op zijn hoofdje
Die lijken wel van goud.
Hij heeft nog heel geen tandjes,
Maar eet haast meer dan ik;
Ik noem hem wel eens lachend
Ons boterboertje dik.
Moet ik mijn broertje wiegen,
Dan zing ik: “Kindje, slaap,
Sluit gauw je blauwe kijkers,
Daar buiten loopt een schaap.”
Soms schreit de kleine deugniet,
En is een beetje stout;
Toch wou ik hem niet kwijt zijn,
Nog voor geen zak vol goud.
Terug
naar overzicht |
|
Mijn vader had twee bokjes
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst) |
|
Mijn vader had twee bokjes
Twee bokjes zonder staart
Hij spande ze voor de wagen
En reed ermee op straat
Toen kwamen er twee agentjes
Die namen de bokjes mee
De bokjes begonnen te blèren
En mijn vader blèrde mee
Bè, bè, bè.
Terug
naar overzicht |
|
Mijn
zusje heeft een keukentje
(tekst:H. Bruining/muziek:Jacob Hamel)
(met
dank aan Kees Veltman voor het sturen van de tekst) |
|
Mijn
zusje heeft een keukentje,
Daar
is van alles in:
Een schoorsteen om te roken,
Een
potje om te koken
En ook een kleine koekenpan,
Waarin
ze koeken bakken kan
't Is alles even net, ja ja,
't
is alles even net.
Mijn zusje speelt er dikwijls mee,
Dan
is ze keukenmeid:
Eerst gaat ze groente halen,
Dan
moet ze koffie malen,
Het
water giet ze in de kan
Het eten doet ze in de pan,
Dan heeft mijn zusje pret ja ja,
Dan
heeft mijn zusje pret.
Terug
naar overzicht |
|
Moedertje hoort hoe de haantje
kraaien
(met dank aan Ria Zorn voor het
sturen van de tekst) |
|
Moedertje hoort hoe de haantjes kraaien
Hoort hoe de lieve merel fluit
Heb ik nu lang genoeg geslapen
Moedertje mag ik mijn bedje uit
Kindje de merel die fluit in zijn dromen
Het kraaiende haantje is veel te vroeg
Jij mag nog niet uit je bedje komen
't Slaapje is nog niet lang genoeg
Moedertje ziet hoe een zonnestraaltje
Vriend'lijk al naar binnen schijnt
Zouden er buiten al vlinders vliegen
Zouden de bloempjes al wakker zijn
Kindje als er de zonne kon praten
Weet je dan wat ze zeggen zou
Jij moet nog een beetje slapen
Buiten is alles nog nat van dauw
Moedertje, moedertje als ik vanmorgen
In mijn hansopje eens buiten was
Dan zou ik draven net als de paardjes
Met mijn blote voetjes in het natte gras
Kindje lig jij nog zo zoet in je bedje
En droom je al van zoveel pret
Dan mag jij komen mijn babbelaartje
Dan mag jij komen in 't grote bed
Terug
naar overzicht |
|
Moet dwalen
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor
het sturen van de tekst) |
|
Moet dwalen, moet dwalen,
Langs bergen en langs dalen.
Daar komt een kleine springer in 't
veld,
Hij zwaaide met zijn hoed,
Hij stampte met zijn voet.
Kom, wij willen verder gaan, verder
gaan,
En de anderen moeten blijven staan.
Terug
naar overzicht |
| Moriaantje
zo zwart als roet |
|
Moriaantje zo
zwart als roet
Ging eens wandelen zonder hoed
En de zon scheen op zijn bolletje
Daarom droeg hij een parasolletje
Toen hij thuis voor het eten kwam
Kreeg hij lekker een boterham
Maar hij lustte toen niet meer
Want zijn bolletje deed zo zeer
Terug
naar overzicht |
|
Naar
bed
(met
dank aan Marc Blokland (†) voor het sturen van de tekst) |
|
Als
het klokje slaat van acht
Wordt
het voor de kindjes nacht
En
ze gaan van spelens moe
Allemaal
naar bedje toe
Kleine
witte peuters
Slaperige
kleuters
Ffffuuuuutt
blaast moeder uit het licht
En
de oogjes vallen dicht
Terug
naar overzicht |
|
O, wat zijn we heden blij
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst) |
|
O, wat zijn we heden blij
Jantje is jarig, Jantje is jarig.
O, wat zijn we heden blij
Jantje is jarig en dat feest vieren
wij !
En dan krijg je kaas op brood
Op een klein bordje, op een klein
bordje
En dan krijg je kaas op brood
Op een klein bordje en dan word je
zooo groot !
Terug
naar overzicht |
|
Onder de vloer van Pim zijn
huis
(met dank aan Corry van den
Heuvel voor het sturen van de tekst) |
|
Onder de vloer van Pim zijn huis,
Daar woonde de hele familie muis.
Papa en mama en allemaal kleintjes
En die kleintjes die piepten zo
fijntjes.
Pieper de pieper de piep piep piep,
Pieper de pieper de piep piep piep.
Papa die boorde een gat in de vloer,
Dat was voor zijn tandjes een hele
toer.
Nu kunnen wij naar buiten, zo piepten
de kleintjes.
Pieper de pieper de piep piep piep,
Pieper de pieper de piep, piep piep.
Terug
naar overzicht |
|
Onder
gedonder
(met dank aan
Caroline van der Mijle voor het sturen van de tekst) |
|
Onder gedonder
Stortend naar
onder
Woest golft het
water
Krachtig en
puur
Oeroude bomen
Dansende
stromen
Feesten in de
natuur
Kom speel viool
En blaas de
schalmei
Vier met muziek
De
bruiloftspartij
Zingende snaren
Dansende paren
Feesten in de
natuur
Ruggen gebogen
Bloedrode ogen
Laag zijn de
stemmen
Laat is het uur
Trollen en
dwergen
Komen van
bergen
Zingen het lied
van vuur
Sla op het hout
En kras in de
wei
Vier met muziek
De
bruiloftspartij
Hoor je het
schreeuwen
Krijsende
meeuwen
Het ruisen al
van de zee
Vikingen namen
Toen zij hier
kwamen
Prachtige
schatten met zich mee
Machtige
strijders
Waren hun
leiders
Zwierven al
over zee
(Het wordt gezongen tijdens het Sint Jan’s
feest)
Terug
naar overzicht |
| Onder
hele hoge bomen |
Onder
hele hoge bomen
In een groot kabouterbos
Staat een lief en aardig huisje
Zomaar midden op het mos
Ik
zou er best in willen wonen
Maar ik ben al veel te groot
't Is gebouwd voor de kabouters
Met hun jas en mutsje rood
Als het donker is geworden
Is het helemaal niet naar
Want dan zitten de kabouters
Heel gezellig bij elkaar
Ieder
zit dan op zijn stoeltje
Met een kaarsje in zijn hand
En dan zie je zoveel lichtjes
In 't kabouter sprookjesland
Terug
naar overzicht |
|
Onder moeders paraplu (In
de regen)
|
|
Onder Moeders
paraplu
Liepen eens twee kindjes
Hanneke en Janneke,
Dat waren dikke vrindjes
En de klompjes gingen klik, klak, klik
En de regen deed van tik,tak,tik
Op Moeders paraplu
En de klompjes gingen klik, klak, klik
En de regen deed van tik,tak,tik
Op Moeders paraplu
Op Moeders paraplu
Toen kwam Jan-de-Wind er bij
Die blies eerst heel zoetjes
Toen al harder en harder maar
De regen in hun snoetjes
En Jan-de-Wind, die rukte en trok
En op en neder ging de stok
Van Moeders paraplu
En Jan-de-Wind, die rukte en trok
En op en neder ging de stok
Van Moeders paraplu
Van Moeders paraplu
Maar Hanneke en Janneke
Dat waren flinke klantjes
Die hielden stijf de paraplu
In allebei hun handjes
En ze lachten blij van hi, ha, hi
En ze riepen: Jan, jij krijgt hem ni
't Is Moeders paraplu
En ze lachten blij van hi, ha, hi
En ze riepen: Jan, jij krijgt hem ni
't Is Moeders paraplu
't Is Moeders paraplu
Terug
naar overzicht |
|
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor
het sturen van de tekst) |
|
Ons kipje legt des morgens een eitje in
haar nest.
Moe kookt voor zus dat eitje,
Het smaakt haar opperbest.
Moe kookt voor zus dat eitje,
Het smaakt haar opperbest.
En als ze 't heeft gegeten dat lekkere
verse ei.
Gaat zus naar 't kippenhokje
En moeder staat erbij.
Gaat zus naar 't kippenhokje
En moeder staat erbij.
Ze neemt uit moeders voerzak een grote
hand vol graan.
En strooit dat in het hokje,
De kip kan eten gaan !
En strooit dat in het hokje,
De kip kan eten gaan !
Terug
naar overzicht |
|
Onze poes zit voor het raam
(wijs: Op een mooie paddestoel)
(met dank aan Dicky Jochems voor
het sturen van de tekst) |
|
Onze poes zit voor het raam,
En hij likt zijn pootje
En hij kijkt zijn oogjes uit
Naar het vogelkooitje.
Doe dat niet stoute poes
Laat dat kooitje hangen.
Vogeltjes zijn niet voor poes
Poes moet muizen vangen.
Terug
naar overzicht |
| Ooievaartje
lepelaartje |
|
Ooievaartje,
lepelaartje
Ik ben niets tevreden
Over 't zusje dat je bracht
Nu een week geleden
Weet je dat ze heel niet praat
En niet eens kan lopen
Dat ze telkens schreien gaat
Met haar mondje open
Ikke wil dat zusje niet
Maar een ander kindje
Breng me 'n broertje net als Piet
Weet je wel mijn vrindje
Terug
naar overzicht |
|
Op de zolder in een hoekje
(met dank aan Peter Scholte voor
het sturen van de tekst) |
|
Op de zolder in een hoekje
Lag een aardig muizennest.
Daarin lagen zeven kleintjes,
En die hadden 't o zo best,
En die hadden 't o zo best.
Eens terwijl de Moeder weg was,
Om te zorgen voor wat brood,
Piepte de oudste ik blijf niet langer,
Ik ben nu al veels te groot,
Ik ben nu al veels te groot,
,,Ach" zo riepen de andere kleintjes,
,,Ga toch niet bij ons vandaan,
Vraag het liever eerst aan Moeder,
Zij laat u misschien wel gaan,
Zij laat u misschien wel gaan."
Maar de oudste wipte het nest uit,
Stoorde zich aan de andere niet
En toen Moedertje weer thuis kwam,
Ach wat had zij een verdriet,
Ach wat had zij een verdriet.
Dadelijk ging zij aan het zoeken,
Eindelijk ja, daar vond ze wat,
In de kelder lag het muisje,
Doodgebeten door de kat,
Doodgebeten door de kat.
Terug
naar overzicht |
| Op
een grote paddestoel |
Op
een grote paddestoel
Rood met witte stippen
Zat Kabouter Spillebeen
Heen en weer te wippen
"Krak" zei toen de paddestoel
Met een diepe zucht
En twee beentjes gingen omhoog
Hoepla
in de lucht
Maar
kabouter Spillebeen
Ging
weer aan het wippen
Op
een andere paddestoel
Rood
met witte stippen
Daar
kwam vader Langbaard aan
En
die riep heel luidt:
“Moet
dat hoedje ook kapot
Spillebeen
schei uit.”
(met
dank aan Mia van Zoggel voor het sturen van het tweede couplet)
Terug
naar overzicht |
|
Op een heel smal weggetje
(uit: Lentezangen voor de
kleintjes)
(tekst: A.B.H. Verhey/ muziek:
P.A.E.Oosterhoff)
(met dank aan Theo Lintmeijer voor
het sturen van de tekst) |
|
Op een heel smal weggetje
Naast een helgroen heggetje
Gaan ze met hun drietjes
Mollig dikke knietjes
Klompjes aan de voetjes
Lachend guit'ge snoetjes
Kindertjes heel klein
Praten met elkander
Van het een en ander
In den zonneschijn
In den zonneschijn
En dat drietal kindertjes
Spreekt van gele vlindertjes
En van bonte bloemen
Waarop bijen zoemen
Koetjes in de weide
Schaapjes op de heide
Sommetjes heel klein
Vogels in de boomen
Die hun liedjes droomen
In den zonneschijn
In den zonneschijn
Op dat smalle weggetje
Naast dat groene weggetje
Zagen die drie kopjes
Naar de groene knopjes
En hun poppedijntjes
Dragen ze zoo fijntjes
In hun armpjes klein
Telkens ijv'rig bukken
Bloemetjes te plukken
In den zonneschijn
In den zonneschijn
Terug
naar overzicht
|
|
Op
een klein stationnetje
|
|
Op een klein
stationnetje
's Morgens in de
vroegte
Stonden zeven
wagentjes
Netjes op een
rij
En het
machinistje
Draaide aan het
wieletje
Hakke,
hakke,
puf, puf
Weg zijn wij
Op een klein
stationnetje
's Morgens in de
vroegte
Stonden zeven
wagentjes
Netjes op een
rij
En de
conducteurtjes
Gooiden met hun
deurtjes
Hakke,
hakke,
puf, puf
Weg zijn wij
Terug
naar overzicht
|
|
Opa
bakkebaard
|
|
Opa Bakkebaard
heeft een huisje
En in dat huisje daar is het goed
Opa Bakkebaard is aan 't werken
En weet jij wel wat hij doet
Hij veegt de vloer, met een bezem, met een bezem
Hij veegt de vloer, ja zo veegt hij de vloer.
Opa Bakkebaard heeft een huisje
En in dat huisje daar is het goed
Opa Bakkebaard is aan 't werken
En weet jij wel wat hij doet
Hij snijdt zijn
brood, met een zakmes, met een zakmes
Hij snijdt zijn brood, ja zo snijdt hij zijn brood
Opa Bakkebaard heeft een huisje
En in dat huisje daar is het goed
Opa Bakkebaard is aan 't werken
En weet jij wel wat hij doet
Hij naait zijn
broek, met een spijker, met een spijker
Hij naait zijn broek, ja zo naait hij zijn broek
Terug
naar overzicht |
|
Ozewiezewose
|
|
Ozewiezewose
Wiezewalla
Kristalla
Kristoze
Wiezewoze
Wiezewies
Wieswieswies
Terug
naar overzicht |
|
Paardje
spelen
(met
dank aan Marc Blokland (†) voor het sturen van de tekst) |
|
Twee
ventjes speelden paardje
Zij
liepen in een vaartje
Zij
liepen in galop
Van
hottu hola hop
Toen
zei een klein koetsiertje
Doe
mij nu een pleziertje
Geef
mij de lijdsels aan
Jij
moet in 't tuig dan gaan
Dat
doe'k niet zei de éne
Ik
wil de lijdsels neme
Toen
trokken zij met een ruk
De
zweep en lijdsels stuk
Terug
naar overzicht |
|
Paardje
wat ga je
(met
dank aan Moena de Koning voor de tekst) |
|
Paardje wat ga je, wat sla je je
staartje
Ben je zo prettig m'n dier
Voort dan maar hopsasa, nu ho, dan
tralala
Nu ho, dan zijn we er al
Nu ho, dan zijn we er al.
Terug
naar overzicht |
| Papegaaitje
leef je nog |
|
Papegaai
is ziek
En
hij moet sterven
Geef 'm appelmoes
Al
van conserven
Voor onze gaai
Voor
onze gaai
Voor onze allerliefste zoete papagaai
Papegaaitje leef je nog
Eja,
deja
Ja meneer ik ben er nog
Eja,
deja
'k Heb m'n eten opgegeten
En m'n drinken laten staan.
Eja, deja, poef
Terug
naar overzicht |
|
Parapluutje, parasolletje
(met dank aan Corry van den Heuvel
voor het sturen van de tekst) |
|
Parapluutje, parasolletje
't Ene voor de regen,
En 't ander voor de zon,
Pardon !!
Terug
naar overzicht |
|
Pas
op voor de brug
(met dank aan Hanneke Peters
voor het sturen van de tekst) |
|
Kleine Piet ging wand'len
Met z'n pa in 't veld
Wat hij zag en niet zag
Alles moest verteld
Trala, trala, tralala, alles moest
verteld.
Pa, daar zag ik ginder
Luister toch eens toe
Ik zag een hond waarempel
Groter dan een koe
Trala, trala, tralala, groter dan een
koe.
Wel komaan wat zeg je
Eén die groter was
Dan een koe, m'n jongen
Da's een beetje kras
Trala, trala, tralala, da's een beetje
kras.
Zie je ginds die brug wel ?
Voor je neus daar Piet
Nu die brug moet je over
Of je wilt of niet
Trala, trala, tralala, of je wilt of
niet.
Zo je nu gejokt hebt
Stort de brug ineen
En je valt in 't water
Plof gelijk een steen
Trala, trala, tralala, plof gelijk een
steen.
Piet de brug genaderd
Voelt zich o, zo moe
Pa, ik zei die hond was
Groter dan een koe
Trala, trala, tralala, groter dan een
koe.
Ik heb niet juist gekeken
Ik zag hem zo maar half
Maar die hond was heus toch
Groter dan een kalf
Trala, trala, tralala, groter dan een
kalf.
En toen zich het ventje
Bij de brug bevond
Riep hij, papa die hond was
Net een andere hond
Trala, trala, tralala, net een andere
hond.
Terug
naar overzicht |
|
Plitse, pletse in het bad
(met dank aan Corry van den Heuvel
voor het sturen van de tekst) |
|
Plitse, pletse, plitse, pletse in het
bad,
Plitse, pletse, plitse, pletse ik word
nat,
Mijn hoofd en mijn haren, mijn ogen
en mijn mond,
Plitse, pletse, plitse, pletse op de
grond !!
Terug
naar overzicht |
|
Poes op
de loer
(Nederandsche schoolliederen 1894)
(met dank aan Carola voor het sturen
van de tekst) |
|
De Poes zit al een uurtje
Te loeren op ons muurtje
O, musjelief
Neem jou in acht voor muizendief
De poes denkt je te snappen
En lekker op te happen
Dus, musjelief
Neem jou in acht voor muizendief !
En mus heeft ons vernomen
Ze is aan 't gevaar ontkomen
Ha, boze kat,
Die op de mus te loeren zat !
Terug
naar overzicht |
|
Poesje mauw
(met
dank aan Corine Koppen voor het tweede couplet)
|
|
Poesje Mauw
Kom eens gauw
Ik heb lekkere melk voor jou
En voor mij
Rijstebrij
O, wat heerlijk smullen wij
Poes
is ziek
Reumatiek
Dat
zegt dokter Jantje
Stop
hem gauw
Voor
de kou
In
zijn warme mandje
Geef hem dan
Als het kan
Drinken maar geen eten
Poes is ziek heeft reumatiek
Poesje jij wordt beter
Variant gestuurd door Helen Bachleitner
Geef hem dan
als je kan
Drinken maar geen eten.
Poes is ziek, reumatiek
Poes, hm...hm,...moet zweten.
Terug
naar overzicht |
|
Poesjes
(met
dank aan Carla Piererman voor het sturen van de tekst)
|
Wij hebben twee kleine poesjes met
pootjes zo zacht als fluweel,
het kleintje dat noemen we Bobbie de
andere dikzak heet Neel,
de andere dikzak heet Neel.
Laatst waren ze beiden verdwenen dus
zijn we aan het zoeken gegaan,
we keken in alle hoeken waar kwamen
ze denk je vandaan,
waar kwamen ze denk je vandaan.
Wit Neeltje lag in de turf mand
en Bob lag bij popje in bed,
we namen ze gauw mee naar binnen
en rolden haast om van de pret,
en rolden haast om van de pret.
Terug
naar overzicht |
|
Poppen-slaapliedje
(tekst/muziek:
Harm Jongeman)
(met
dank aan Sarah de Boer en Erica van Dijk voor het sturen van de tekst)
|
|
Popje,
ik stop je maar gauw in je bed.
Jij
moet gaan slapen,
Niet
langer gapen.
Jetje,
wat let je om slapen te gaan ?
't
Pretje is uit en het spelen gedaan.
Jij
moet van 't slapen heel hard groeien;
Jij
bent zo moe van al dat stoeien.
Ook
bij je moeke gaan d' oogjes al toe,
Welterusten,
wij beidjes zijn moe.
Versie 2
Popje , ik stop je maar gauw in je
bed
jij moet gaan slapen
niet langer gapen
Jetje, wat let je nu slapen te gaan
't dagje is om en het spelen gedaan
jij moet wel moe zijn van al dat
stoeien
jij moet van slapen nog heel hard
groeien
popje, ik stop je maar gauw in je
bed
't dagje is om en 't is uit met de
pret
't dagje is om en 't is uit met de
pret
Terug
naar overzicht
|
|
Puk en Muk
(met
dank aan Riet Rademakers voor het sturen van de tekst)
|
|

Daar liepen door de velden, al pratend
o zo druk,
Twee klein kabouterventjes Puk en Muk.
Ze zongen en ze sprongen ze hadden
goeie zin,
Daar zagen ze een huisje daar woonde
een heksje in.
Zij wilden daar wat rusten ze waren o
zo moe,
De heks wou hun niet hebbenen sloot de
voordeur toe.
Toen slopen ze naar achter naar ’t
stille keukenhuis,
Daar gingen ze wat eten net als thuis.
De heks vond hen daar bezig het was er
toen niet pluis,
Ze joeg ze na elkander uit haar huis.
Daar stonden de kabouters ze voelde
aan hun bol,
Ze hadden van hun streken niet veel
lol.
Terug
naar overzicht
|
|
Regendag
(tekst/muziek: Rita van Beek & Theodor H.Polman)
(met
dank aan Sarah de Boer voor het sturen van de tekst)
|
|
Het
regent, oh ! wat regen het !
Het
regent, dat het giet.
Er
liggen plassen op de straat,
Er
door loopt kleine Piet.
Hij
is niet bang voor al dat nat,
Al
stroomt de regen neer,
Want
met zijn regenjasje aan
Verdraagt
hij 't slechtste weer.
Stap,
stap, stap, stap, gaat onze Piet,
Stapt
onze Piet !
En
natte voeten ? Wees niet bang !
Ook
daar is aan gedacht,
Want
laatst heeft Vader van zijn reis
Kaplaarsjes
meegebracht.
En
met die jas en laarsjes aan
Gaat
Pieter nu naar school.
Van
regen heeft hij heel geen last,
Maar
juist de grootste jool.
Stap,
stap, stap, stap, gaat onze Piet,
Stapt
onze Piet !
Terug
naar overzicht
|
|
Regendropje
(met
dank aan Mary Moret voor het sturen van de tekst) |
|
Regendropje, Regendropje,
Val maar op mijn blote kopje,
Val maar in het groene gras,
Tik maar tegen 't vensterglas.
Moeder zie eens hoe de regen,
Nederdaalt op veld en wegen.
Alle bomen worden nat,
Alle paden worden glad.
Terug
naar overzicht
|
|
Regendropje hoor eens wat
(met
dank aan Jennie van 't Ende voor het sturen van de tekst) |
|
Regendropje hoor eens wat
Maak mijn kopje ook maar nat
'k Wil dat moeder straks zal
zeggen
Voor ze mij in bed gaat leggen
En ze neemt me op haar schoot
Jongen wat word je nu toch al groot
Terug
naar overzicht
|
|
Rijen in
een wagentje
|
|
Rijen, rijen
rijen in een wagentje
En als je niet
meer rijen wil dan draag ik je
Rijen, rijen
rijen in een wagentje
En als je niet
meer rijen wil dan draag ik je
Terug
naar overzicht |
|
Ronde tol
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor
het sturen van de tekst) |
|
Ronde tol, ronde tol,
Hoe je draait, je wordt niet dol.
En je dans nog tussenbeien
Op de harde hobbelkeien.
Rom, bom, bom, om en om..
Als ik met mijn zweepje kom.
Ron, bom, bom, bom, om en om
Als ik met mijn zweepje kom.
Ronde tol, ronde tol
Met je spijker in je bol.
Op die spijker dans je henen
Zoals ik op beide benen.
Rom, bom, bom, om en om
Als ik met mijn zweepje kom.
Rom, bom, bom, om en om
Als ik met mijn zweepje kom.
Terug
naar overzicht |
|
Roodborstje
tikt
|
|
Roodborstje tikt
tegen 't raam, tik, tik, tik
Laat mij erin, laat mij erin
't Is hier te guur en te koud naar mijn zin
Laat mij erin, tin, tin, tin
't Meisje deed open en strooid' uit haar schoot
Kruimeltjes suiker en kruimeltjes brood
Dat was het roodborstje wel naar de zin
't Vloog toen het bos niet meer in
Terug
naar overzicht |
|
Roodkapje
|
|
Zeg roodkapje
waar ga je henen
Zo alleen, zo alleen
Zeg roodkapje waar ga je henen
Zo alleen
Ik ga naar
grootmoeder koekjes brengen
In het bos, in het bos
Ik ga naar grootmoeder koekjes brengen
In het bos
In het bos zijn
de wilde dieren
In het bos, in het bos
In het bos zijn de wilde dieren
In het bos
Ik ben niet bang
voor de wilde dieren
Ben niet bang, ben niet bang
Ik ben niet bang voor de wilde dieren
Ben niet bang
Ik zal eens zien
of jij niet bang bent
Zal eens zien, zal eens zien
Ik zal eens zien of jij niet bang bent
Zal eens zien
Pas maar op daar
komt de wolf
Pas maar op, pas maar op
Pas maar op daar komt de wolf
Pas maar op
Ik ben niet bang
voor de boze wolf
Ben niet bang, ben niet bang
Ik ben niet bang voor de boze wolf
Ben niet bang
Terug
naar overzicht |
|
Schaapje heb je witte wol
|
|
Schaapje,
schaapje, heb je witte wol
Ja baas, ja baas, drie zakken vol
Eén voor de meester, één voor zijn vrouw
Eén voor het kindje, dat bibbert van de kou
Schaapje, schaapje, heb je witte wol
Ja baas, ja baas, drie zakken vol
Terug
naar overzicht |
|
Schip
moet zeilen
(met
dank aan Fred van Wijnen voor het sturen van de tekst) |
|
Schip
moet zeilen
Scheepje ligt aan wal
Schip moet zeilen
Scheepje ligt aan wal
We zeilen ja, we zeilen ja, van één twee drie
We zeilen ja, we zeilen ja, van één twee drie
En
alle scheepjes zeilen ja, van één twee drie
En
alle scheepjes zeilen ja, van één twee drie
Terug
naar overzicht |
|
Schipper mag ik overvaren ?
(met dank aan Moena de Koning voor het
sturen van de tekst) |
|
Schipper mag ik over varen, ja of nee ?
Moet ik dan een cent betalen, ja of nee ?
Kinderen staan bijvoorbeeld aan één kant van de straat. Eén kind staat in
het midden op de weg. Het kind in het midden mag dan beslissen of de
kinderen over mogen varen en of ze een cent moeten betalen.
Het kind in het midden roept "Ja"
De andere kinderen roepen: "Hoe ?"
Het kind in het midden mag zeggen hoe ze
dan naar de overkant moeten gaan. (dat kan zijn: rennen, lopen, huppelen,
springen, rollen, kruipen, enz.) Het kind in het midden, moet dat dan ook
doen en moet proberen een kind te tikken. Als het getikt is, dan komt deze
in het midden en begint het opnieuw.
Hoeven de kinderen geen cent te betalen,
dan mogen ze gewoon naar de overkant lopen, zonder dat ze getikt worden.
Terug
naar overzicht |
|
Schommelen, schommelen heen
en weer
|
|
Versie 1
(met dank aan Moena de Koning voor het
sturen van de tekst)
Schommelen, schommelen, heen en weer
Hoger, hoger, keer op keer
Stevig hou ik de touwtjes vast
Als een matroosje in de mast
Versie 2
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het
sturen van de tekst)
Schommelen, schommelen, heen en weer,
Hoger, hoger, keer op keer.
Stevig houdt Pieter de touwtjes vast,
Als een matroosje in de mast.
Terug
naar overzicht |
|
Schoorsteentje rook
(met dank aan Hanneke Peters voor het
sturen van de tekst) |
|
Schoorsteentje
rook
Keteltje kook
Watertje zing
Kattepoes spring
Kook ik en
roer ik
Een heerlijke brij
Kook ik een potje
Voor jou en voor mij
Van
appels en suiker
Wat zout, niet teveel
En dan daarover
Wat bruine kaneel
Prrrt,
prrrt, pruttelt de brij
Prrrt, prrrt, pruttelt de brij
Terug
naar overzicht |
|
Schoorsteenveger ging op reis
(liedje voor in de kring)
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het
sturen van de tekst) |
|
Schoorsteenveger ging op reis,
Schoorsteenveger ging op reis, ging op
reis,
Schoorsteenveger ging op reis.
Daar zag hij een huisje staan,
Daar zag hij een huisje staan, huisje
staan,
Daar zag hij een huisje staan.
Daar kwam juist een meisje uit,
Daar kwam juist een meisje uit, meisje
uit,
Daar kwam juist een meisje uit.
Meisje ga je mee op reis,
Meisje ga je mee op reis, mee op reis,
Meisje ga je mee op reis ?
Moet ik aan m'n vader vragen,
Moet ik aan m'n vader vragen, vader
vragen,
Moet ik aan m'n vader vragen.
Vader, mag ik mee op reis,
Vader, mag ik mee op reis, mee op reis,
Vader, mag ik mee op reis ?
Nee, m'n kind, dat zal niet gaan,
Nee, m'n kind, dat zal niet gaan, zal
niet gaan,
Nee, m'n kind, dat zal niet gaan.
Terug
naar overzicht |
|
Schuitje
varen, theetje drinken |
|
Schuitje
varen, theetje drinken
Varen we naar de Overtoom
Drinken we zoete melk met room
Zoete melk met brokken
Kindje mag niet jokken
Terug
naar overzicht |
| Slaap
kindje slaap |
|
Slaap
kindje slaap!
Daar buiten loopt een schaap
Een schaap met witte voetjes
Dat drinkt zijn melk zo zoetjes
Slaap kindje slaap
Daar buiten loopt een schaap
Slaap kindje slaap
Daar buiten loopt een schaap
Een schaap met witte voetjes
Dat drinkt zijn melk zo zoetjes
Schaapje met zijn witte wol
Kindje drinkt zijn buikje vol
Slaap kindje slaap
Daar buiten loopt een schaap
Een schaap met witte voetjes
Dat drinkt zijn melk zo zoetjes
Melkje van de bonte koe
Kindje doe je oogjes toe
Slaap kindje slaap
Daar buiten loopt een schaap
Een schaap met witte voetjes
Dat drinkt zijn melk zo zoetjes
Sterretjes aan de hemel staan
kindje jij moet slapen gaan
Terug
naar overzicht |
|
Spoor
(met
dank aan Carla Pieterman voor het sturen van de de tekst) |
|
Wim zat zo
hard te werken,
hij tekende
een spoor,
een spoor met
zeven wagens ,nou dat is moeilijk hoor.
Maar weet je
wat hij heel vergat,
toen hij zo
stil te werken zat,
dat hij een
glas voor zich had staan
dat moe met
melk had vol gedaan.
Ziezo, mijn
spoor is klaar hoor,
nu eerst wat
drinken gaan,
maar het
glas lag om en poesje keek hem onschuldig aan.
Ze likte nog
haar snoetje af, en was geheel niet bang voor straf.
Je mag mijn
spoor niet zien hoor Nel,
ik ben heel
boos, wat denk je wel.
Terug
naar overzicht |
|
Smakelijk
eten
(met dank aan Corry van de Heuvel voor
het sturen van de tekst) |
|
Smakelijk eten, smakelijk drinken
Hap. hap,hap, slok, slok slok.
Dat zal lekker smaken
Dat zal lekker smaken
Eet maar op, drink maar op.
Terug
naar overzicht |
|
't Maantje
(met dank aan Yvonne Meisters-van den Heuvel
voor het sturen van de tekst) |
Maantje tuurt, maantje gluurt
al door de vensterruiten
Weet je wat hij zeggen wil
‘t Is in de kamer zo stil, zo stil
Zijn de kindertjes al naar bed
of lopen ze nu nog buiten?
Zijn de kindertjes al naar bed
of lopen ze nu nog buiten?
Lieve maan, kijk eens aan.
Ze liggen allang in de veren
Mooi zegt het maantje en lacht en lacht.
‘k Wens jullie allen een goede nacht
Morgen heb je weer nieuwe pret
dan kun je weer spelen en leren
Morgen heb je weer nieuwe pret
dan kun je weer spelen en leren
Terug
naar overzicht |
|
Tamboertje
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor
het sturen van de tekst) |
|
Rom, bom, bom !
Keesje slaat de trom
Hij stapt op zijn pantoffeltjes
En roffelt hele roffeltjes.
Rom, bom, bom !
Het rozenperkje om
En achter hem stapt heel gedwee
Een kleine dreumes mee.
Rrom, rrom, rrrrrrrrrrrrrom.
Rom, bom, bom !
Nog ééns het perkje om
Dan loopt de kleine tamboer vlug
Al trommelend naar Moes terug
Rom, bom, bom !
En weet je wel waarom ?
Moes riep "Kom jongens gauw naar huis
!"
Ze weten: dan is vader thuis
Rrom, rrom, rrrrrrrrrrrrom.
Terug
naar overzicht |
| Tien
kleine negertjes |
|
Tien
kleine negertjes
Die dansten in de regen
Eentje viel er in een plas
Toen waren het er nog maar negen
Negen
kleine negertjes
Die gingen saam op jacht
Eentje trapte op een leeuw
Toen waren het er nog maar acht
Acht
kleine negertjes
Die stonden toen te beven
Eentje ging van 't beven dood
Toen waren het er nog maar zeven
Zeven
kleine negertjes
Die dronken uit een fles
Eentje kroop toen door de hals
Toen waren het er nog maar zes
Zes
kleine negertjes
Die vochten met een wijf
Het wijf dat sloeg er eentje dood
Toen waren het er nog maar vijf
Vijf
kleine negertjes
Die dronken een glaasje bier
Eentje stikte in het schuim
Toen waren het er nog maar vier
Vier
kleine negertjes
Die gingen naar Overschie
Eentje verdronk er in de Schie
Toen waren her er nog maar drie
Drie
kleine negertjes
Die gingen naar de bruin
Eentje zakte er doorheen
Toen waren het er nog maar twee
Twee
kleine negertjes
Die waren zo alleen
Eentje ging van heimwee dood
Toen was het er nog maar één
Dat
ene kleine negertje
Dat had je moeten zien
Dat trouwde met een negerin
Toen waren er zo weer tien
Andere versie
(met dank aan Jeanne Albers voor het
sturen van de tekst)
Tien kleine negertjes gingen uit eten
langs verre wegen.
Eén stikte in zijn drankje – toen
waren er nog negen.
Negen kleine negertjes praatten tot
diep in de nacht,
Eén kon niet wakker worden – toen
waren er nog acht.
Acht kleine negertjes kwamen op een
eiland aangedreven,
Eén zei, dat hij niet verder wou –
toen waren er nog zeven.
Zeven kleine negertjes kapten hout met
een kapmes,
Eén sloeg zichzelf in tweeën – toen
waren er nog zes.
Zes kleine negertjes hielden een
honingbedrijf,
Eén werd gestoken door een bij – toen
waren er nog vijf.
Vijf kleine negertjes kregen met het
recht gemier,
Eén kwam terdege in de knoei – toen
waren er nog vier.
Vier kleine negertjes gingen naar zee
en zie,
Eén rode haring verzwolg er een – toen
waren er nog drie.
Drie kleine negertjes gingen naar
Artis mee,
Eén grote beer drukte er een fijn –
toen waren er nog twee.
Twee kleine negertjes gingen naar het
zonnebad heen,
Eén schroeide de zon een gat in zijn
bast – toen was er nog maar één.
Eén klein negertje bleef helemaal
alleen.
Hij hing tenslotte zich maar op – dus
bleef er toen niet één.
Terug
naar overzicht |
|
Toen onze
Mop
|
|
Versie 1
(met
dank Feico Nater voor het sturen van de tekst)
Toen
onze mop een mopje was,
Was 't aardig hem te zien;
Nu bromt hij alle dagen
En bijt nog bovendien:
Baf, boef, baf, boef,
Baf, boef, baf, boef,
En bijt nog bovendien;
Nu bromt hij alle dagen
En bijt nog bovendien.
Je bent een heel bedorven dier!
Eerst nam je, wat ik bood;
Nu wil je lekk're beetjes
En lust niet eens meer brood:
Baf, boef, baf, boef,
Baf, boef, baf, boef,
En lust niet eens meer brood:
Nu wil je lekk're beetjes
En lust niet eens meer brood.
De mop zei hierop tot den knaap:
Hoe dwaas praat gij daar toch!
Hadt gij mij niet bedorven,
'k Was een lief mopje nog:
Baf, boef, baf, boef
Baf, boef, baf, boef
'k Was een lief mopje nog;
Hadt gij mij niet bedorven,
'k Was een lief mopje nog.
(Versie 2)
(met
dank Gonny Nedermeyer voor het sturen van de tekst)
Toen onze mop een mopje was,
Was hij aardig om te zien.
Nu bromt hij alle dagen en bijt nog
bovendien.
Waf woef, waf woef,wat woef, wat woef.
En bijt nog bovendien.
Nu bromt hij alle dagen
En bijt nog bovendien.
Terug
naar overzicht |
|
Toosje smulde in een hoekje
(met dank aan Joke Hendriksen voor het sturen van de tekst) |
|
Toosje
smulde in een hoekje,
Van
een heerlijk krentenkoekje
Ach,
zei broertje Jan,
"Geef
mij er een stukje van."
"Nee",
zei kleine Toos
En ze
keek zo boos, zo boos.
Ze
hield het koekje vlug,
Voor
Jantje op haar rug.
Maar
bij Toosje in het hoekje,
Zat de
hond, hij keek naar het koekje.
Koekjes lustte hij zo graag
En het
kwam zo laag, zo laag.
Hap,
zei Bello en meteen,
Ging
hij met het koekje heen.
Ach,
dit was een naar geval,
Nu had
Toosje niemendal.
Terug
naar overzicht |
| Torentje
bussekruit |
|
Torentje,
torentje bussekruit
Wat
hangt er uit
Een
gouden fluit
Een
gouden fluit met knopen
't
Torentje is gebroken
Terug
naar overzicht |
|
Tussen
Keulen en Parijs
(J.P. Heije 1809 -1876) |
|
Tussen
Keulen en Parijs
Ligt de weg naar Rome
Al wie met ons mee wil gaan
Die moet onze manieren verstaan
Zo zijn onze manieren
Zo
zijn onze manieren
Zo
zijn onze manieren manieren
Zo
zijn onze manieren
Terug
naar overzicht |
| Twee
beren |
|
'k
Zag twee beren broodjes smeren
O,
het was een wonder
't
Was een wonder boven wonder
Dat
die beren smeren konden
Hi,
hi, hi, ha, ha, ha
'k Stond erbij en ik keek
ernaar
Aanvulling Ingrid Ouwerkerk:
'k Zag twee vlooien,
Mutsen plooien.
Oh 't was een wonder !
't Was een wonder boven wonder,
Dat die vlooien plooien konden.
Hi, hi, hi, ha, ha, ha !
'k Stond er bij en ik keek er naar.
'k Zag twee muizen,
Touw uitpluizen.
Oh 't was een wonder !
't Was een wonder boven wonder,
Dat die muizen pluizen konden.
Hi, hi, hi, ha, ha, ha !
'k Stond er bij en ik keek er naar.
Terug
naar overzicht |
|
Twee boerenkinderen
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor
het sturen van de tekst) |
|
Twee boerenkinderen die dansen in de
kring
Kom jij d'r maar 'ns in, kom jij d'r
maar 'ns in
En als je niet meedoet mijn beste
vriendin,
Dan dansen wij samen de wijde wereld
in !
En van je troelala, troelala, troelala
lala,
Van je troelala lala, van je troelala
lala.
En als je niet meewilt mijn beste
vriendin,
Dan dansen wij samen de wijde wereld
in !
Terug
naar overzicht |
|
Twee
broers
(met
dank aan Marc Blokland (†) voor het sturen van de tekst) |
|
Pieterman
is woedend, Janneman is boos
Beiden
hebben kleuren, als de roodste roos
Pieterman
wil schoppen, Janneman wil slaan
Maar
zij blijven eensklaps, op een afstand staan
Want
zij horen lopen, stappen in de gang
En
papa zal komen, daarom zijn ze bang
Piet
steekt nog zijn tong uit
Jantje
grijnst hem na
Dan
zegt 't tweetal kalmpjes heel lief
DAG
PAPA
Terug
naar overzicht |
|
Twee
emmertjes water halen |
|
Twee
emmertjes water halen
Twee
emmertjes pompen
De
meisjes op de klompen
De
jongens op hun houten been
Rij
maar door m'n straatje heen
Van
je ras, ras, ras
Rijdt
de koning door de plas
Van
je voort, voort, voort
Rijdt
de koning door de poort
Van
je erk, erk, erk
Rijdt
de koning door de kerk
Van
je één, twee, drie
Terug
naar overzicht |
|
Twee handjes op de tafel
(met dank aan Corry van den Heuvel
voor het sturen van de tekst) |
|
Twee handjes op de tafel,
Twee handjes in de zij,
Twee handjes op de schouders
Op het hoofdje allebei.
Nu maken we een vuistje,
Zo stevig als het maar kan
En daar gaan dan mee trommelen,
Van rommel de bommel de bom.
Mijn duimpjes zijn de dikste,
Mijn pinkjes zijn maar klein,
Nu moeten alle handjes vlug op het
rugje zijn.
Mijn handjes zijn verdwenen,
Ik heb geen handjes meer.
Zie zo, daar zijn mijn handjes allebei
nu weer.
Terug
naar overzicht |
|
Twee
kindertjes zouden naar school toe gaan
(met
dank aan Moena de Koning voor het sturen van de tekst)
|
|
Twee
kindertjes zouden naar school gaan,
Ze
liepen zo vrolijk en blij.
Daar
hoorden ze in de verte een orgel,
Daar
wilden ze eventjes bij.
Het
orgel dat speelde van jolie ha hei,
En
de kindertjes dansten erbij.
Het
orgel dat speelde van jolie ha hei,
En
de kindertjes dansten erbij.
De
orgelman bleef maar aan het draaien,
En
de kindertjes dansten maar door.
Maar
de klok van de hoge toren sloeg,
Het
negende uur in hun oor.
Ze
renden hard weg met een angstig gezicht,
Maar
de deur van de school was al dicht.
Ze
renden hard weg met een angstig gezicht,
Maar
de deur van de school was al dicht.
Daar
stonden ze bedremmeld te kijken,
De
straf zou hun vast niet ontgaan.
Ach
was die muzioek niet gekomen,
Dan
hadden ze hier niet gestaan.
Het
orgel dat speelde van jolie ha hei,
En
de kindertjes huilden erbij.
Het
orgel dat speelde van jolie ha hei,
En
de kindertjes huilden erbij
Terug
naar overzicht
|
|
Vader Jacob
|
|
Vader Jacob
Vader Jacob
Slaapt gij nog
Slaapt gij nog
Alle klokken
luiden
Alle klokken
luiden
Bim, bam, bom
Bim, bam, bom
Terug
naar overzicht |
|
Van Boekel naer Bakel
(met dank aan Gonny Nedermeyer voor
het sturen van de tekst) |
|
Van je hupsake, hupsake hoei.
Een boerenmeid zat al op ene koei.
Van Boekel naer Bakel
Het is een mirakel,
Maar ik zei dat ik er mij niet mee moei,
mee moei,
Maar ik zei dat ik er mij niet mee moei,
mee moei.
Terug
naar overzicht |
| Varen
over de baren |
|
Varen,
varen over de baren
Varen, varen over de zee
Die nog nooit gevaren heeft
Weet niet hoe een zeeman leeft
Varen, varen over de baren
Varen, varen over de zee
Terug
naar overzicht |
|
Vijf
hummeltjes
(met
dank aan Marc Blokland (†) voor het sturen van de tekst) |
|
D'r
waren eens vijf van die hummeltjes
Vijf
van die dikke boerenpummeltjes
Dansen
op hun klompjes rond
Op
de groene weidegrond
Maar
oh wat een ongeluk
Eén
die brak zijn klompje stuk
En
hij kan niet dansen meer
Zit
op het gras nu neer.
Nu
zijn er nog vier hummeltjes
Vier
van die dikke pummeltjes
Dansen
op hun klompjes rond
Op
de groene weidegrond
Maar
oh wat een ongeluk
Eén
die brak zijn klompje stuk
En
hij kan niet dansen meer
Zit
op het gras nu neer.
Nu
zijn er nog drie hummeltjes
Drie
van die dikke boerenpummeltjes
Dansen
op hun klompjes rond
Op
de groene weidegrond
Maar
oh wat een ongeluk
Eén
die brak zijn klompje stuk
En
hij kan niet dansen meer
Zit
op het gras nu neer.
Nu
zijn er nog twee hummeltjes
Twee
van die dikke boerenpummeltjes
Dansen
op hun klompjes rond
Op
de groene weidegrond
Maar
oh wat een ongeluk
Eén
die brak zijn klompje stuk
En
hij kan niet dansen meer
Zit
op het gras nu neer.
Nu
is er nog één hummeltje
Eén
zo'n dik boerenpummeltje
Hij
danste op zijn klompjes rond
Op
de groene weidegrond
Maar
oh wat een ongeluk
Hij
brak ook zijn klompje stuk
En
hij kan niet dansen meer
Zit
op het gras nu neer
Nu
gaan ze allen naar huis weer toe
Alles
vertellen aan hun moe
En
dan gauw naar bedje toe
Toe-toe-toe-toe-toe-toe.
(het
zingen wordt langzaam zachter)
Terug
naar overzicht |
|
Vlieg maar dikke vlieg
(met dank aan Corry van de Heuvel
voor het sturen van de tekst) |
|
Vlieg maar, dikke vlieg, dikke
bromvlieg.
Je plaagt me en kriebelt zo,
Ik wil je niet, je friemelt zo.
Ga weg, jij van mijn neus, dikke reus,
Ga weg jij van mijn neus.
Terug
naar overzicht |
|
Vlindertje, vlindertje
fladder maar
(met dank aan Corry van de Heuvel
voor het sturen van de tekst) |
|
Vlindertje, vlindertje fladder maar,
Nu eens hier en dan weer daar,
Nu eens hoog en dan weer laag,
Vlindertje ik zie je toch zo graag.
Vlindertje, vlindertje kijk toch uit,
Voor een bengel of een guit,
Want die vangt je in een net
Vlindertje uit is dan de pret.
Terug
naar overzicht |
|
Vogeltje fiet fiet
(met dank aan mevr. W. van Amstel voor het sturen van de tekst) |
|
Vogeltje fiet fiet,
Geef me je eitjes,
Geef me je eitjes van porselein.
'k Zal ze niet breken,
'k Zal ze bewaren,
'k Zal er oh zo voorzichtig mee zijn;
Mijn eitjes fiet fiet,
Die krijg je niet,
Dat worden zangertjes,
Wiedewiedewiedewiet
Terug
naar overzicht |
|
Vrouwtje onder de trap
(met dank aan Jacqueline Beetz voor het sturen van de tekst) |
|
Er zat eens een vrouwtje onder de
trap,
Die voerde het kindje met suiker en pap.
Met het lepeltje, uit 't keteltje.
En Jantje moest naar school toe,
Maar die Jantje kwam veel te laat,
Oh wat werd de meester kwaad.
Meester nam de pompstok
En sloeg Jantje op zijn kop.
Jantje nam zijn houten poot en sloeg die arme meester dood
Terug
naar overzicht |
|
We maken een kringetje
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst) |
|
We maken een kringetje van jongens en
van meisjes,
We maken een kringetje van tralala.
Maak nu een buiging, maak nu een
buiging.
Bij de hand, bij de hand,
Pak je liefste bij de hand.
Bij de hand, bij de hand,
Pak je liefste bij de hand.
Terug
naar overzicht |
|
Weet
je wel waar de kaboutertjes wonen ?
(Bundel:
Uit de school geklapt)
(met
dank aan Kees Veltman voor het sturen van de tekst) |
|
Weet
je wel waar de kaboutertjes wonen?
Ver
hier vandaan tussen varens en mos.
Ver
van het zonnelicht onder de bomen
Wonen zij samen in ’t donkere bos.
Vosjaboo
jaboo die woont er als koning.
Kabojahino
die is koningin.
Er
is een prachtig kabouterpaleisje.
Dat
is die koning zo best naar zijn zin.
Jarenlang
werkten de flinkste kabouters
Om
het te maken van mos en van zand.
Toen
was het klaar en je zult wel begrijpen:
Nu
is het feest in kaboutertjesland.
Wou
je gaan kijken, het zou je niet lukken,
Nee, je hoort helmaal niets van de pret.
Als
de kaboutertjes dansen en springen,
Kindje, dan lig je al lang in je bed.
Terug
naar overzicht |
|
Weggelopen kipje
|
|
Versie 1
(met
dank aan Liny Nijhof voor het sturen van de tekst)
Maar kipje, maar kipje wat heb je
gedaan,
Je bent naar de stal van ons sikje
gegaan !
Ik hoorde je kakelen en keek door een
reet,
Als moeder het hoorde, ja kijk me eens
aan ,
Dan mag je vooreerst niet meer
wandelen gaan.
Versie 2
(met
dank aan Leo Bolte voor het sturen van de tekst)
Zeg kipje zeg, zeg kipje, wat heb je
gedaan.
Je bent naar de stal van het sikje
gegaan.
Je zult mij wel vragen hoe of ik dat
weet.
Ik hoorde je kakelen en keek door
een spleet.
Als moeder dat hoordeJa kijk mij
eens aan
Dan mag je voor ’t eerst niet meer
wandelen gaan.
Terug
naar overzicht |
|
Wie
gaat er mee ?
(met
dank aan Moena de Koning voor het sturen van de tekst) |
|
Wie
gaat er mee ?
Wie gaat er mee ?
Naar de berg van sint André
En daar wonen zoveel kindertjes
En die leven daar in gloria
Victoria
(in
plaats van kindertjes kan ook: poesjes, hondjes, duifjes, enz.)
Terug
naar overzicht |
|
Wiegeliedje
(G. Antheunis)
(met
dank aan Moena de Koning voor het sturen van de tekst) |
|
En over de weiden daar blonk de zon
Didideldidon zo blijde
De volgelkens wipten en vlogen rond
En maakten 't aan bomen en bloemen
kond
Zij sprongen zij sprongen en zongen
Het is gewis dat een lief kindje
geboren is
La la la la la la la la
Dat een lief kindje geboren is
Dan kwamen gelopen de schaapkens blank
Klinkklankelinklank met hopen
Door 't vensterke keken ze vrank en
vrij
En huppelden weer naar de malse wei
Zij kreten ze kreten en bleetten
Het is gewis dat een lief kindje aan
't lachen is
La la la la la la la la
Dat een lief kindje aan 't lachen is
Daar kwamen ook lonken de biekens
vroom
Zoomzomezoomzoom en ronken
Zij wemelden langzaam het wiegske rond
En maakten 't aan vogels en schapen
kond
Zij kruisten, zij kruisten en ruisten
Het is gewis dat een lief kindje aan
't slapen is
La la la la la la la la
Dat een lief kindje aan 't slapen is
Terug
naar overzicht |
|
Wij maken een kringetje
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor
het sturen van de tekst) |
|
Wij maken een kringetje van jongens en
van meisjes,
Wij maken een kringetje van tralala !
Maak nu een buiging !
Maak nu een buiging !
Bij de hand, bij de hand,
Pak je liefste bij de hand !
Bij de hand, bij de hand,
Pak je liefste bij de hand !
Terug
naar overzicht |
|
Witte
zwanen, zwarte zwanen |
|
Witte
zwanen, zwarte zwanen
Wie
wil er mee naar Engeland varen
Engeland
is gesloten
De
sleutel is gebroken
En
is er dan geen smid in 't land
Die
deze sleutel maken kan
Laat
doorgaan
Laat
doorgaan
Wie
achter is moet voor gaan
Terug
naar overzicht |
|
Woutertje, Woutertje,
wiebel, wiebel, woep
(met dank aan Corry van den Heuvel
voor het sturen van de tekst en Astrid Frentz en Han Versmissen voor de aanvulling) |
|
Ik zag hem voor 't eerst op de mat in de
gang
Ik zei: ,,Goede morgen ben jij hier al
lang ?"
Hij zei: ,,Nou, ik denk een minuutje of
vijf,
Maar ik vind je wel aardig, ik denk dat
ik blijf."
Refrein:
Woutertje, Woutertje, wiebel, wiebel,
woep,
Piepklein kaboutertje kom als ik roep.
Woutertje, Woutertje, piepklein
kaboutertje,
wiebel, wiebel, woep,
Komt als ik roep !!!
Hij woont hier al jaren, en nooit geeft
ie last,
Hij woont in een trommeltje onder de
kast.
En 's morgens om zeven uur hoor je
geluid,
Dan roept ie om eten en wil ie eruit.
Refrein
(Dit gaat spelenderwijs met een
verdwijnpopje als kaboutertje en bij de wiebel, wiebel, woep komt hij
tevoorschijn)
Terug
naar overzicht |
|
Zacheüs
(met dank aan Geesje Vlietstra voor
het sturen van de tekst) |
|
Zacheüs was een kleine man
Dat weet je wel misschien,
Hij klom vlug in een hoge boom,
Want hij wou Jezus zien.
Maar toen Jezus hem daar zag,
Zei Hij: "Kom naar benee
Zacheüs, Ik wil naar je huis,
Ga nu gauw met Me mee."
Terug
naar overzicht |
| Zagen
wiedewiedewagen |
|
Zagen,
zagen wiedewiedewagen
Jan
kwam thuis
Om
een boterham te vragen
Vader
was niet thuis
Moeder
was niet thuis
Piep
zei de muis in 't voorhuis
Terug
naar overzicht |
| Zakdoekje
leggen |
|
Versie 1
Zakdoekje
leggen
niemand zeggen
'k heb de hele nacht gewaakt
twee paar schoenen heb ik afgemaakt
één van stof en één van leer
hier leg ik mijn zakdoekje neer
Alle ogen zijn gesloten
Alle ogen zijn nu dicht
Al wie er omme kijkt, omme kijkt
Al wie er omme kijkt
Die krijgt hem niet
Versie 2
(met dank aan Riet Rademakers)
Zakdoek leggen,
Niemand zeggen.
Kukelku zo kraait de haan,
Ik heb maar een paar schoenen aan,
Een van stof en een van leer,
Hier leg ik mijn zakdoek neer.
Terug
naar overzicht |
| Zat
een klein zigeunermeisje |
|
Zat
een klein zigeunermeisje
Huilend op een steen.
Huilend, huilend helemaal alleen
Sta op meisje lief en droog je traantjes af
Kies een kindje uit de kring
Die met je dansen mag
Tra la la la la la la la la la la
Tra la, tra la, tra la la la la
Tra la la la la la la la la la la
Tra la la la la la la la la la la la la
Terug
naar overzicht |
|
Zeg
moeder waar is Jan
(met dank aan Riet Rademakers voor het
sturen van de tekst) |
|
Zeg
moeder waar is Jan
Daarginder, daarginder
Zeg moeder waar is Jan
Daarginder komt hij an
Waar is hij dan geweest
Bij tante, bij tante
Waar is hij dan geweest
Bij tante op het feest
Wie waren daar nog meer
Twee dames, twee dames
Wie waren daar nog meer
Twee dames en een heer
Wat hadden die dames op
Een hoedje een hoedje
Wat hadden die dames op
Een hoedje van de pop.
Wat had dat heertje aan
Een jasje, een jasje
wat had dat heertje aan
Een jasje van de maan
Wat heeft hij daar gehad
Een koekje, een koekje
Wat heeft hij daar gehad
Een koekje met een gat
Wat kreeg hij daar nog na
Een kopje, een kopje
Wat kreeg hij daar nog na
Een kopje chocola
Terug
naar overzicht |
|
Zeven
vlooien |
|
Versie 1
't
Was nacht, 't was nacht
't
was midden in de nacht.
Daar hoorden wij een vreselijke klap
Daar zaten zeven vlooien
Drie witte en vier rooie
Die rooie waren zeven meter lang
Ze hadden vaders onderbroekkie an
Een broek met gouden knopen
Die wilden zij verkopen
Aan wie, aan wie, aan wie
Aan koning Willem drie
Versie 2
't Was nacht,'t was nacht
't
was midden in de nacht
Toen hoorde mijn vader een vreselijk geslacht
Het waren zeven vlooien,
Drie witte en vier rooie
Ze trokken mijn vader's baggerlaarzen an
Mijn vader, mijn vader, wat was mijn vader bang
Versie 3
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor
het sturen van de tekst)
't Was nacht, 't was nacht
Toen hoorde ik een vreselijke slag
Het waren zeven vlooien,
Drie witte en vier rooie.
Die rooie waren zeven meter lang
En trokken vaders overjasje an.
Een jas met gouden knopen,
Die gingen zij verkopen.
Aan wie, aan wie, aan wie ?
Aan Koning Willem Drie !
Terug
naar overzicht |
Zeven rovers
(met dank aan Jeanne Albers voor het aanleveren van de tekst) |
|
't Was nacht, stikdonkere nacht.
Zeven rovers zaten rond het vuur.
Plotseling vroeg er één, wie vertelt er nu eens wat?
En de eerste rover begon,
't was nacht, stikdonkere nacht.
Zeven rovers zaten rond het vuur.
Plotseling vroeg er één.
Wie vertelt er nog eens wat?
En de tweede rover begon.
't Was nacht....
Zo doorgaan tot en met de zevende rover.
Terug
naar overzicht |
| Zie
dat duifje eens vliegen |
|
Zie
dat duifje eens vliegen
Zie het vliegt heen en weer
Met een brief in zijn snavel
Kijk daar legt hij hem neer
Aardig kindje ik breng je
Deze brief met een groet
Zeg me nu in mijn oortje
Wat ik antwoorden moet
Lieve vogel ik dank je
Breng mijn groeten weerom
Zeg aan vader en moeder
Dat ik dadelijk kom
Terug
naar overzicht |
|
Ziet,
zo rijden de heren |
|
Ziet,
zo rijden de heren
Met
hun bonte kleren
Ziet,
zo rijden de vrouwen
Met
haar wijde mouwen
Ziet,
zo rijdt de akkerman
Met
zijn paardje achteran
Terug
naar overzicht |
|
Zo
gaat de molen |
|
Zo gaat de molen, de molen, de molen,
Zo gaat de molen, de mo-ho-len.
Zo gaan de wieken, de wieken, de wieken,
Zo gaan de wieken, de wie-hie-ken.
Zo gaan de handjes, de handjes, de handjes,
Zo gaan de handjes, de ha-ha-ndjes.
Zo gaan de voetjes, de voetjes, de voetjes,
Zo gaan de voetjes, de voe-hoe-tjes.
Terug
naar overzicht |
|
Zo rijden de boeren
(met dank aan Moena de Koning voor
het sturen van de tekst) |
|
Dit zing ik voor mijn lieve klein
dochter Merel (9 maanden jong) terwijl ik haar op m'n knieën laat paardje
rijden,
steeds in een ander tempo, dolle pret
dus.
Zo rijden de boeren, de boeren, de
boeren
Zo rijden de boeren, de boeren
(hobbelig)
Zo rijden de dames, de dames, de dames
Zo rijden de dames, de dames (sierlijk
en rustig)
Zo rijden de heren, de heren, de heren
Zo rijden de heren, de heren (heel
snel)
Zo rijdt Merel, Merel, Merel
Zo rijdt Merel, Merel (zo wild als het
maar kan)
Heerlijk vind ze het
Terug
naar overzicht |
|
Zusje
ging eens naar het veld toe |
|
Zusje
ging eens naar het veld toe,
Waar
ze bloemen plukken wou.
Plukken
wou ze alle bloemen,
In
de kleuren rood en blauw.
Maar
die mooie bloemen riepen,
Laat
ons leven pluk ons niet.
Laat
ons leven riepen alle bloemen,
Laat
ons leven doe ons geen verdriet.
Zusje
stond toen heel verlegen
En
ze sprak op zachte toon:
"Ik
zou zo graag die bloemen plukken,
Want
ze zijn zo wonderschoon.
Ik
zou ze aan mijn moeder geven,
Op
haar verjaardag morgen vroeg."
"Pluk
ons, pluk ons" riepen alle bloemen,
"Want
voor je moeder pluk je nooit genoeg !"
Terug
naar overzicht |