SeniorPlaza

Kinderliedjes

Aapje op een stokje

Er zat een aapje op een stokje

Achter moeders keukendeur
Hij had een gaatje in zijn rokje

En daar stak zijn staartje deur

 

Hij had een ringetje aan z'n vingertje

En dat was van zuiver goud
En toen dachten alle mensen

Dat dat aapje was getrouwd

 

Terug naar overzicht

Acht muisjes

(met dank aan Eveline Honingh voor het sturen van de tekst)

Acht muisjes gingen samen al naar de grote stad,

Al waar Baas Koekebakker er zoveel lekkers had.

Ze slopen toen het nacht was, heel stilletjes van Moe.

En liepen op een drafje naar bakkers winkel toe

Naar bakkers winkel toe.

 

Maar toen de baas bemerkte

wie aan zijn koekjes zat,

Dacht hij: Ik zal jou wel krijgen

al heb ik ook geen kat".

Hij heeft in lekkere taartjes

heel veel vergif gedaan.

En toen ze daarvan snoepten

zijn ze allemaal dood gegaan.

Zijn ze allemaal dood gegaan.

 

Terug naar overzicht

Advocaatje ging op reis

Advocaatje ging op reis, tiereliereliere
Advocaatje ging op reis, tierelierelom

Met zijn hoedje op zijn arm, tiereliereliere
Met zijn hoedje op zijn arm, tierelierelom

Bij een herberg bleef hij staan, tiereliereliere
Bij een herberg bleef hij staan, tierelierelom

Stokvis kreeg hij bij 't ontbijt, tiereliereliere
Stokvis kreeg hij bij 't ontbijt, tierelierelom

't Graatje schoot hem in zijn keel, tiereliereliere
't Graatje schoot hem in zijn keel, tierelierelom

Dokter werd er bij gehaald, tiereliereliere
Dokter werd er bij gehaald, tierelierelom

Maar de dokter was te laat, tiereliereliere
Maar de dokter was te laat, tierelierelom

Zo ging 't advocaatje dood, tiereliereliere
Zo ging 't advocaatje dood, tierelierelom

't Gras dat groeit nu op zijn buik, tiereliereliere
't Gras dat groeit nu op zijn buik, tierelierelom

 

Terug naar overzicht

Alle dieren doen vandaag een beetje raar

(met dank aan Joke Broersen voor de tekst)

Refrein:

Alle dieren doen vandaag een beetje raar
Want ze vinden dat dat best een keertje mag
Ze besloten deze morgen met elkaar
't Wordt vandaag een dolle, dwaze dierendag

 

Het olifantje is een hol gaan graven
Het nijlpaard bouwt een nestje in de boom
En in een weiland zie ik mollen draven
Het lijkt haast wel een knettergekke droom

Refrein

 

Het haasje wil een grote leeuw gaan vangen
De zebra steekt zijn kop weer in het zand
De hamster spint een draad om aan te hangen
De vissen gaan uit wand'len op het strand

Refrein

De slakken zitten boven op hun huisje
De uil probeert te zwemmen als een vis
De tijger zit te piepen als een muisje
'k  Zal blij zijn als het morgen over is

Refrein

 

Terug naar overzicht

Alle dieren hebben feest

(met dank aan Corry van den Heuvel voor het sturen van de tekst)

Alle dieren hebben feest,

Hieperdepiep hoera !

We zijn naar de boerderij geweest,

Hieperdepiep hoera !

De koeien boe, de schaapjes bè, het varken knor, knor.

De poesjes miauw, miauw

En de haan kukeleku!!

We zijn naar de boerderij geweest,

Hieperdepiep hoera !

 

Het hondje waf,waf, de kippen tok,tok,

De eendjes kwaak, kwaak en de haan kukeleku !!!

We zijn naar de boerderij geweest,

Hieperdepiep hoera !

 

Terug naar overzicht

Alle eendjes zwemmen in het water

Alle eendjes zwemmen in het water
Falderalderiere, falderalderare
Alle eendjes zwemmen in het water
Fal, fal, falderalderalderalderarara

 

Terug naar overzicht

Alle weken twee maal

Alle weken twee maal, ga ik in het bad
Jongens jongens, wat een pret is dat
'k Tuimel vierkant op mijn kin
Zo pardoes de badkuip in
'k Tuimel vierkant op mijn kin
Zo pardoes de badkuip in

Truitje treuzel, steekt eerst half haar teentje in
Stopt en dan voorzichtig,'t halve beentje in
Staat te huilen bij het bad
Hi, hi, hi het is zo nat
Staat te huilen bij het bad
Hi, hi, hi, het is zo nat

 

Terug naar overzicht

Als de haan de dag verkondt

(met dank aan Marc Blokland (†) voor het sturen van de tekst)

Als pas de haan de dag verkondt

Wiens eerste scheem'ring hij aanschouwt

Eer nog de jachthoorn schalt in 't rond

En 's kwartels roep weerklinkt door 't woud

Oh, dan reeds ruist er

Een zacht gefluister

Als de adem Gods door 't stille woud

Als de adem Gods door 't stille woud.

 

Terug naar overzicht

Als de lieve lente komt

(met dank aan Moena de Koning voor het sturen van de tekst)

Als de lieve lente komt,

En het gras gaat groeien,

Huppelen wij naar buiten toe,

Waar de bloemen bloeien.

Mooie bloempjes wit en geel,

Plukken wij met lange steel.

Die we dan heel netjes binden,

Tot bouquetjes.

 

Terug naar overzicht

Als ik een klokje was

Kinderkoor Karekieten

(met dank aan Jeanne Albers voor het sturen van de tekst)

Als ik een klokje was,
blij zou ik luiden.
Dit zou ik overal
vrolijk beduiden.

Ave, ave, ave Maria.

 

Als ik een vogel was,
luid zou ik zingen.
Mijn zang zou overal
blijde binnendringen.

Ave, ave, ave Maria.

 

Als ik een bloempje was,
blij zou ik groeien.
Om door mijn geur en kleur
schoon voor U te bloeien.
Ave, ave, ave Maria.

 

Terug naar overzicht

Als 'k rijk was

O, jongens als ik rijk was, ik wist wat ik dee
Een scheepje zou 'k bouwen en ik voer naar de zee
'k Zou hijsen het vlagje, heel hoog in de mast
Niet zo hoog, niet zo hoog, maar zo hoog
Niet zo hoog, niet zo hoog, maar zo hoog

O, jongens als ik rijk was, ik wist wat ik dee
'k Nam U al mijn vrindjes, naar stad zeker mee
'k Zou kopen voor ieder een lekkere koek
Niet zo lang, niet zo lang, maar zo lang
Niet zo lang, niet zo lang, maar zo lang

O, jongens als ik rijk was, ik wist wat ik dee
'k Gaf ieder een gulden, uw moeder kreeg twee
Maar zie, och ik heb zelf geen beursje met geld
Niet zoveel, niet zoveel, maar zoveel
Niet zoveel, niet zoveel, maar zoveel

Terug naar overzicht

Als m'n vader en m'n moeder

Als m'n vader en m'n moeder naar de markt toe gaan
O ja, ja zo
Dan komen zij niet thuis voor des avonds laat
O ja, ja zo
Fiederie fiedera fiederalala
fiederie fiedera fiederalala
O ja, ja zo
O ja, ja zo

 

Terug naar overzicht

Altijd is Kortjakje ziek

Altijd is Kortjakje ziek
Midden in de week, maar 's zondags niet

's Zondags gaat ze naar de kerk
Met haar boek vol zilverwerk
Altijd is Kortjakje ziek
Midden in de week, maar 's zondags niet

 

Terug naar overzicht

Anna en Marietje die gingen naar de markt

(met dank aan Piet van Mourik voor het sturen van de tekst)

Anna en Marietje ,

Die gingen naar de markt,

Om eiertjes te halen,

't Was 's morgens kwart voor acht.

 

Ze waren halverwege,

Verwege op den dijk,

Toen braken alle eieren,

En 't doekje viel in 't slijk

 

Ahoe ahoe ahoe ah,

Ahoe ahoe ahoe,

Ahoe ahoe ahoe aha,

Hoe ahoe ahoe.

 

't Was niet om die eieren,

Maar om die schonen doek,

Die moeder pas genaaid had

Uit vader's ouwe broek.

 

(Dat "ahoe" moet huilen voorstellen)

 

Terug naar overzicht

Annemarie-Katrien

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Ik zou zo graag een koeike kopen,

Annemarie-Katrien-Katrien ?

Ik zou zo graag een koeike kopen,

Annemarie-Katrien ?

 

Wat zou je met dat koeike doen,

Annemarie-Katrien-Katrien ?

Wat zou je met dat koeike doen,

Annemarie-Katrien ?

 

Melken, melken,

Annemarie-Katrien-Katrien,

Melken, melken,

Annemarie-Katrien !

 

Terug naar overzicht

Avondliedje

(Jacqueline Elisabeth van der Waals  1868 - 1922)

(met dank aan Jeanne Albers voor het sturen van de tekst)

Nu moeten die oogjes zich gaan sluiten,
Die ik weer open zag
Wij hebben den ganschen dag
Door weiden en bosschen daar buiten
Geloopen, of worden misschien
Die voetjes niet moede van ‘t stappen,
Die lachende lipjes van ‘t snappen,
Die kijkertjes niet van ‘t zien ?

 

Daar buiten bij boschjes en varen
Daar heb ik je sprookjes verhaald,
Daar speelden we, dat we verdwaald,
Als Hans en Grietje waren,
Daar hebben we beiden, verrukt,
De vlugge konijnen zien spelen;
We hebben de holle stelen
Van paardebloemen geplukt,

 

En heel lange slingers gemaakt
en bloemenkransjes gewonden,
Wij hebben een nestje gevonden
Maar niet aan de eitjes geraakt…

Maar nu beginnen alree
De blinkende sterren te schijnen,
Nu rusten de kleine konijnen
Op hun legerste;

 

En knikkebollend staan
In ‘t gras de witte-margrietjes
En blauwe vergeet-me-nietjes,
En willen niet slapen gaan.

Nu zingt de zorgzame wind:
“Madeliefje, mijn engeltje,
Val niet van je stengeltje,
Ga toch naar bed mijn kind”

 


En slapen dan bloem en kruid,
Dan vaart de wind door de landen;
Waar paardebloemkaarsjes nog branden,

Blaast hij de lichtjes uit….

Maar nu is mijn lieveling moede
En nu moet ze slapen gaan,
Er komen nu nog vele goede,
Heerlijke dagen aan !

 

Maar nu komt er eerst een nacht
Reeds is het donker daarbuiten,
Nu moeten die oogjes zich sluiten,
Mijn kindje, slaap zacht, slaap zacht.

 

Terug naar overzicht

's Avonds als de lamp op gaat

(met dank aan Moena de Koning voor het sturen van de tekst)

's Avonds als de lamp op gaat,

En het klokje zeven slaat,

Doen wij vrolijk hap hap hap,

Aan een bordje pap pap pap.

Doen wij vrolijk hap hap hap

Aan en bordje pap.

 

Moeder naait dan aan een broek,

Vader leest wat in een boek.

En dan doen wij gaap gaap gaap,

Want wij hebben slaap slaap slaap.

En dan doen wij gaap gaap gaap,

Want wij hebben slaap.

 

Vlug de kleertjes uitgedaan,

Want wij willen slapen gaan.

En wij hebben pret pret pret,

In ons warme bed bed bed.

En wij hebben pret pret pret,

In ons warme bed.

 

Terug naar overzicht

B met een a (wandelliedje)

(met dank aan Dhr. Ben Close voor het sturen van de tekst)

In de grote vakantie trokken we met een paar groepsleiders en een troep kinderen naar buiten, en verzorgden dan allerlei activiteiten voor de jeugd. Tijdens de wandeling naar en van de plaats van handeling(en) werden er allerlei liedjes gezongen, o.a. het volgende:

 

B met een a - ba,

B met een e - be, ba, be

B met een i - bi, ba, be, bi,

B met een o - bo, ba, be, bi, bo,

B met een u - bu, ba, be, bi, bo, bu.

 

Het liedje kon praktisch eindeloos herhaald worden door de medeklinker te veranderen. Succesvol was altijd het couplet dat met een H begon.

 

Terug naar overzicht

Beertje, mijn beertje, wat ben je toch lief

(Met dank aan Dhr. Ben Close voor de tekst)

Beertje, mijn beertje, wat ben je toch lief
Je bent mijn kleine hartedief
Ik wil met je spelen, je bent toch van mij
Als ik je zie ben ik dadelijk blij
's Avonds in 't bedje dan slaap ik terstond
Beertj' in mijn armen en duimpj' in mijn mond

 

Terug naar overzicht

Berend Botje

Berend Botje ging uit varen
Met zijn scheepje naar Zuid Laren
De weg was recht, de weg was krom
Nooit kwam Berend Botje weerom

 

Een twee drie vier vijf zes zeven
Waar is Berend Botje gebleven
Hij is niet hier, hij is niet daar
Hij is naar Amerika

Amerika, Amerika
Driemaal in de rondte van je hopsasa

 

Terug naar overzicht

Boer Krelis en zijn paard

(met dank aan Linda Nijssen voor het sturen van de tekst)

Heb je al gezien boer Krelis met zijn paard
Hij heeft een witte kop en een zwarte staart
 
Het beestje kan geen havertje meer eten
Er is een strootje in zijn keeltje blijven steken
 
Heb je al gezien boer Krelis met zijn paard
Hij heeft een witte kop en een zwarte staart

 

Terug naar overzicht

Boer krijg ik een peentje

(met dank aan Moena de Koning voor het sturen van de tekst)

Boer krijg ik een peentje

Ik weet niet waar je woont

Ik woon al aan de Denneweg

Baar groeien geen peentjes langs de weg

Boer krijg ik een peentje

Ik weet niet waar je woont

 

Terug naar overzicht

Boer wat zeg je van mijn kippen

Boer, wat zeg je van mijn kippen
Boer, wat zeg je van mijn haan


Hebben ze dan geen mooie veren
Of staat jou de kleur niet aan


Boer, wat zeg je van mijn kippen
Boer, wat zeg je van mijn haan

 

Terug naar overzicht

Boeroeng Kaka

(Indonesisch liedje)

(met dank aan J. Tenge voor het sturen van de tekst)

Boeroeng Kaka toea
Mentjiok di tjende la
Neneh soedah toea
Gigingja tinggal doea
Leitrum, Leitrum, Leitrum la la la
Leitrum, Leitrum, Leitrum la la la
Leitrum, Leitrum, Leitrum la la la

 

Terug naar overzicht

Bokkie bè

(met dank aan Jeanne Albers voor het sturen van de tekst)

Mijn vader kocht twee bokkies,

Twee bokkies zonder staart,

Hij ging er mee uit rijden

Al door de Kalverstraat.

Toen kwamen er twee agentjes,

Die namen de bokkies mee,

Mijn vader begon te schreeuwen

En de bokkies schreeuwden mee:

Van je bokkie, bokkie, bokkie bè

Van je bokkie, bokkie, bokkie bè

bis

 

Terug naar overzicht

Bokkewagen

(met dank aan Moena de Koning voor het sturen van de tekst)

Ik zag vannacht een bokkewagen vrolijk rijden in mijn droom
Alle straten waren van tulband en de plasjes waren room
 
Bovenop de bokkewagen zat de meid van tante Mie
Uitgedost als schoorsteenveger met een trommel op haar knie
 
Broertje in een aperokje zat voorop als postiljon
Ik zat achterin de wagen in mijn moeders nachtjapon
 
Vrolijk reden wij toen verder, kauwend op een boterham
Toen opeens een grote luchtbal uit de wolken neder kwam
 
Uit die luchtbal sprong een neger en daarbij nog zo'n rare gast
Samen bonden zij de luchtbal aan de bokkewagen vast
 
Toen begonnen zij te schreeuwen met een vreselijk geluid
En opeens toen werd ik wakker en mijn rare droom was uit

 

Terug naar overzicht

Brilletje

(met dank aan Iet Verkuylen voor het sturen van de tekst)

Ik heb een brilletje om door te kijken

Om te zien wie het best zal lijken.

Als ik jou dan heb gevonden

Zeg ik kindje kom dans met mij.

 

Tralalalalalalalalalalalalalalalala

 

Terug naar overzicht

Cornelis met zijn grutterswagen

(met dank aan Ypie van Valen voor het sturen van de tekst)

Cornelis met zijn grutterswagen,

Komt hier om de veertien dagen

En hij roept met luide stem,

"Koopt de juffer nog wat jam ?"

 

Terug naar overzicht

Daantje Dom

(tekst: J.G. Nijk / muziek: van Theo van Bijl)

(met dank aan Jan Radstake voor het sturen van de tekst)

Daantje Dom hield niet van leeren,

‘s Morgens kwam hij steeds te laat;

Ja ’t gebeurde honderd keeren,

dat hij slent’ren bleef op straat,

En daar zwierf dan Daantje Dom

Heele dagen om.

 

Meester knorde op den rakker;

Vader gaf hem dikwijls straf;

“Zoo blijf je altijd door een stakker,

Leer die nare streken af !

Als dat altijd zo moet gaan,

Blijf je een domme Daan.”

 

Dan liet Daan het lipje hangen,

En beloofde beterschap;

Maar hij ging weer d’oude gangen,

En zoo bleef hij even knap.

Moeder huilde van verdriet:

Leeren wou hij niet.

 

Op de straat was hij een haantje

In het doen van kattekwaad;

Iedereen was bang voor Daantje.

Als hij slenterde langs straat,

Keken alle menschen om:

“Daar gaat Daantje Dom.”

 

Terug naar overzicht

Daantje zou naar school toe gaan

Daantje zou naar school toe gaan
maar hij bleef gedurig staan
Hier te kijken, daar te turen
En het kan niet lang meer duren
Of de klok zal negen slaan
Jongen, jongen, stap wat aan

Daantje bleef te lang op straat
Daantje kwam op school te laat
Daarom moest hij 's middags blijven
En een hele lei vol schrijven
Anderen speelden, Daantje niet
Jongen, jongen, wat verdriet

 

Terug naar overzicht

Daar was ereis een vrouw

Daar was ereis een vrouw

Die koeken bakken zou

En het meel dat wou niet rijzen

De pan viel om

En de koeken waren krom

En de man heet Jan van Gijzen

 

Terug naar overzicht

Daar zaten zeven kikkertjes

(J.P. Heije 1809 - 1876)

(met dank aan Jannie van 't Ende voor het sturen van de tekst)

Daar zaten zeven kikkertjes
Al in een boerensloot
De sloot was toegevroren
Ze lagen half dood
Ze kwekten niet,
ze kwaakten niet

Van honger en verdriet

Ze kwekten niet, ze kwaakten niet

Van honger en verdriet

 

De milde lieve lente kwam

Zij zongen d'oude wijs

Als zij dat zingen noemen

Wens ik ze weer in 't ijs

Ik geef die kikkers allemaal

Voor ene nachtegaal

Ik geef die kikkers allemaal

Voor ene nachtegaal

 

Terug naar overzicht

Dag meneer de sneeuwman

(met dank aan Corry van den Heuvel voor het sturen van de tekst)

Dag meneer de sneeuwman, waar kom je vandaan ?

Dag meneer de sneeuwman, ik zie je al staan.

Hier is je bezem en hier is je hoed.

Dag meneer de sneeuwman, het staat je goed.

 

Terug naar overzicht

Dag olifant

(tekst: S.Maathuis-Ilcken / muziek van Jos. De Klerk)

(met dank aan Jan Radstake voor het sturen van de tekst)

Dag olifant, je kent ons toch ?

Wij zijn het, Em en Lien.

Moes zei dat jij een kindje had,

Dat komen wij eens zien.

 

Hè olifant ! Wat is je kind

Al dik en rond en groot !

En kan ’t misschien al eten ook ?

Wat krijgt het. rijst of brood ?

 

Dag olifant, wij moeten weg,

Maar gauw zie jij ons weer,

Dan krijgt die kleine olifant

Van ons een lekk're peer.

 

Terug naar overzicht

De bezem

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

De bezem, de bezem,

Wat doe je er mee, wat doe je er mee

Je veegt er mee, je veegt er mee

Wat veeg je ermee, wat veeg je ermee

De vloer, de vloer, de vloer

 

Terug naar overzicht

De dansende haasjes

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Nu gaan wij vrolijk dansen

Wij dansen poot aan poot, ja, ja

Wij zijn de haasjes uit de bossen

De kleine haasjes uit de bossen

En snoepen hazelnoot

Tralala, lalala, larala

Oh, kijk eens hoe wij dansen

Tralala, lalala, larala

Wij dansen poot aan poot

 

Terug naar overzicht

De gieter

(met dank aan Lammy Kingma voor het sturen van de tekst)

Er staat een gieter in de gang

Van buikje dik, van neus wat lang.

Toen zei de kleine Pieter:

,,Wat doe jij, groene gieter ?"

 

De gieter zei: ,,Wel Pieterling,

Ik ben een wonder lavend ding.

Ik zorg voor lieve bloemen,

Te veel om op te noemen."

 

De bloempjes hoorde al zijn stem

En lachte blijde tegen hem.

En zeiden: ,,Geef een rondje",

En openden hun mondje.

 

Hij spoot ze uit zijn gaatjesneus

Doornat, zodat ze dropen, heus.

Toen schitterden hun kopjes

Van fijne pareldropjes.

 

Weer ging de gieter door de gang,

Van buikje dik, van neus wat lang.

Toen zei de kleine Pieter:

,,Dag goeie, groene gieter."

 

Terug naar overzicht

De klepperklompjes

(muziek: L. Adr. van Terrerode / muziek: David Tomkins)

(met dank aan Jan Radstake voor het sturen van de tekst)

In ’t najaar als Zuidwesterstorm

Den regen neer doet slaan,

Dan gaan de kind’ren saam naar school

Met klepperklompjes aan,

 

Refrein:

Klepperklompjes, klip, klap,

Klip, klap in den regen,

Klepperklompjes klip, klap,

Klip, klap, kwart voor negen,

Klepperklompjes, rood met goud

Op het zwarte peppelhout,

Houden ’t vocht wel tegen.

 

Wanneer de bonte kinderrij

Zoo naast elkander gaat,

Dan hoor je ’t klip-klap-klepper al

Van verre op de straat.

 

Refrein

 

En ’s avonds, als het donker wordt,

En als je niets meer ziet,

Als dan de kind’ren huiswaarts gaan,

Dan hoor je ’t klepperlied,

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

De klokken

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Grote klokken zeggen: "Bim, bam, bim, bam.

Kleine klokken zeggen: "Tiktak, tiktak, tiktak, tiktak.

En die kleine polshorloges:

Tikketakketikketakketikketakketikketakketik.

 

Terug naar overzicht

De kop van de kat is jarig

De kop van de kat is jarig,
En de pootjes vieren feest.
Het staartje kan niet meedoen,
Want het is pas ziek geweest.
Het kwam pas uit het ziekenhuis
En had zo'n pijn in zijn keel.
En al dat dansen en springen.
Dat was hem veel te veel.

 

Terug naar overzicht

De kriebelkousen (1924 1930)

(met dank aan Mariska voor het sturen van de tekst)

Kleine Dik die leuke peuter

Blijf een ogenblikje staan

Want zijn moesje heeft die kleuter

Wollen kousjes aan gedaan

Maar die Dik roept aldoor oh

Moesje oh het kriebelt zo

Heus ik kan niet blijven staan

Met die nare kousen aan

Met die nare kriebel, kriebel, kriebel, kriebel

Met die nare nare kriebel, kriebelkousen aan

 

Als je stil ben zegt zij moesje

Heus dan wen je er wel aan

Speel nu even zoet met poesje

't Zal vanzelf wel over gaan

Maar die Dik roept aldoor oh

Moesje oh het kriebelt zo

Heus ik kan niet blijven staan

Met die nare kousen aan

Met die nare kriebel, kriebel, kriebel, kriebel

Met die nare, nare kriebel, kriebelkousen aan

 

Terug naar overzicht

De lapjeskat

(met dank aan Mariska voor het sturen van de tekst)

"Voeten vegen, voeten vegen" zei de lapjeskat.

"Wat een regen , wat een regen" zei de lapjeskat.

"Dag meneertje Teddybeertje .Wat een weertje ,wat een weertje.

Ik heb lange tijd geen visite meer gehad, had had."

"Voeten vegen, voeten vegen" zei de lapjeskat.

 

"Mag ik binnen, mag ik binnen" zei de teddybeer.

"Ik weet niet wat ik moet beginnen, want ik kan niet meer.

Kunt u mij een lapje lenen, ik heb zo’n last van wintertenen.

En mijn voeten doen de hele dag zo zeer, zeer zeer."

"Mag ik binnen, mag ik binnen" zei de teddybeer.

 

"In de keuken, in de keuken" zei de lapjeskat.

"Gaat het jeuken, gaat het jeuken, oh wat naar is dat.

Kijk hier heb ik een verbandje  uit het ouwe lappenmandje.

En dan maak ik dat verbandje lekker nat, nat nat."

"Dat is dat" zei de kat. "En ziezo" zei de kat. "Dat is het" zei de lapjeskat.

 

Terug naar overzicht

De negerjongen

(met dank aan Jan Kooiman voor het sturen van de tekst)

Guusje ziet een negerjongen,
Vol verbazing blijft hij staan.
Om zo'n zwart gezicht te hebben,
Dat staat Guusje wonder aan.
Nooit hoef je je dan te wassen,
Vuil wordt je natuurlijk niet.
Al die ongerechtigheden,
'k Wed dat moeder die niet ziet.

Kan ik zo'n gezicht ook krijgen ?
Vraagt hij aan het negerjoch.
'k Vind dat wassen zo vervelend,
Toe zeg mij dat middel toch.
Nee ik weet geen enkel middel,
Zegt de jongen met een lach.
Maar op zwart zie je ook wel vlekken
Moeder wast mij ied're dag.

 

Terug naar overzicht

De oude juffrouw ukkie pukkie

(met dank aan Moena de Koning voor het sturen van de tekst)

Refrein:

De oude juffrouw ukkie pukkie,

Had een smukkie van een pukkie.

't Was d'r hartlap en d'r snoesie.

Gisteren gooide hassie bassie

Nog een vaasie van het kassie

En vanmorgen was ie foetsie

Ze loopt de hele dag te draaien,

Met haar houten been te zwaaien

En te vloeken als een Mexicaans bandiet.

Ja ze gaat er bijna dood an,

Wordt er driekwart idioot van,

Als ze d'r puk niet dood of levend weder ziet.

 

Laatst dacht ze dat de slager haar pukkie had gejat

En dat het arme beesie in een leverworstje zat.

Nu loopt ze heel de stad door,

Met een mesjogge kop

En van alle vuilnisbakken lichtte zij de deksel op.

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

De poesjes

(met dank aan Yvonne Meisters-van den Heuvel voor het sturen van de tekst)

Wij hebben 2 aardige poesjes
Met pootjes zo zacht als fluweel
het grijsje noemen we bobbie
die andere dikzak heet Neel
die andere dikzak heet Neel
 
Laats waren ze nergen te vinden
toen zijn wij aan ‘t zoeken gegaan
we keken in alle hoeken
waar kwamen ze denk je vandaan?
waar kwamen ze denk je vandaan?
 
Wit Neeltje lag in de turfmand
en Bob lag bij popje in bed.
We namen ze gauw mee naar binnen
En rolde haast om van de pret
En rolde haast om van de pret.

 

Terug naar overzicht

 

De poppewasch

(Uit “Lentezangen voor de kleintjes")

(tekst: Antoon Bon / muziek: Corn.A.Galesloot)

(met dank aan Jan Radstake voor het sturen van de tekst)

To kreeg toen ze jarig was

Een tobbetje om te waschen,

De poppe kleertjes wascht ze er in,

Dat is juist naar Tootjes zin.

Kijk dat kind eens plassen!

Kijk dat kind eens plassen!

 

Tootje wascht en boent en wringt

En niemand mag haar storen.

Ziezoo die witte jurk is klaar

Nou nog deze boezelaar

’t Schuim spat om haar ooren,

’t Schuim spat om haar ooren.

 

Tootje heeft een groote pop

Met mooie blauwe oogen,

Wat zal die morgen netjes zijn!

Nu hangt alles aan de lijn,

Want de wasch moet drogen,

Want de wasch moet drogen.

 

Terug naar overzicht

 

De straat

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Door de straat, door de straat rijdt een autobus

Van je pè`pè, pè, doet die autobus

Sjonge, jonge, jonge, hoor eens even

Wat een leven, wat een leven.

Pè, pè, pè, pè, pè, pè, pè,

Wat een leven maakt die bus.

 

Door de straat, door de straat rijdt een motorfiets

Van je br, br, br, doet die motorfiets.

Sjonge, jonge, jonge  hoor 's even

Wat een leven, wat een leven.

Br, br, br, br, br, br, br,

Wat een leven maakt die fiets.

 

Terug naar overzicht

De veldmuis

(met dank aan Yvonne Meisters-van den Heuvel

 voor het sturen van de tekst)

Een veldmuis vond in ‘t beukenbos,
een lege notendop, hij poetste hem met vochtig mos
en zand een beetje op
Hij maakte er 2 wieltjes aan
En zei m’n fiets is klaar.
Nu rijd ik van de heuvel af
zonder het minst bezwaar
Nu rijd ik van de heuvel af
zonder het minst bezwaar.
 
Hij deed zoals hij had gezegd
en ging bij lichte maan
Met fiets en al op ‘t topje van
een hoge heuvel staan.
Hij trok zijn poten op en HUP
daar ging hij naar omlaag.
Da’s voor een muis in elk geval
toch nog een hele waag
Da’s voor een muis in elk geval
toch nog een hele waag.
 
Maar halverwege, AU! daar kwam
zijn staartje tussen het wiel
De notendop sloeg om en om
zodat de veldmuis viel.
Beneden sprong hij hinkend rond.
Maar ‘t allergekste was
De fiets bleef aan z’n staart geklemd
Zo kwam de muis te pas.
De fiets bleef aan z’n staart geklemd
Zo kwam de muis te pas.

Terug naar overzicht

De verkeersagent

(tekst/muziek: Mej.Segaar & Hugo Korenhof)

(met dank aan Sarah de Boer voor het sturen van de tekst)

Als Bobby thuis aan 't spelen gaat,

Dan is hij een agent:

Staat op een houten voetenbank,

Voelt zich een grote vent.

Zijn wagentje en ook zijn tram

Zet hij aan d'ene kant,

Aan d'andere een bruine beer,

Een hond en olifant.

 

Eerst gaat de linkerhand omhoog

En blijft de rechter neer,

Dan wenkt hij met zijn rechterarm,

Zo regelt hij 't verkeer.

Maar ach, zijn dieren en zijn tram

Zijn toch zo vreselijk dom,

En als 't verkeer niet verder gaat,

Draait hij zichzelf maar om.

 

Terug naar overzicht

De wielen van de bus

(met dank aan Corry van den Heuvel voor het sturen van de tekst)

Liedje met gebruik van lichaamstaal

 

De wielen van de bus zijn rond en rond, rond en rond,

De wielen van de bus zijn rond en rond, rond en rond.

(ook die ronde bewegingen erbij maken)

 

De deuren van de bus gaan open, dicht, open dicht,

De deuren van de bus gaan open, dicht, open en dicht.

(handen voor je ogen en dan open en dicht )

 

De lampen van de bus gaan aan en uit,

De lampen van de bus gaan aan en uit.

(vuisten en open handen maken als zijnde lampen)

 

De toeter van de bus doet toet,toet,toet,toet,toet,toet!

De toeter van de bus doet toet,toet,toet,toet,toet,toet!

(je neus dichtknijpen om het geluid van de toeter te imiteren)

 

De kinderen in de bus zwaaien dag dag dag dag dag dag dag

De kinderen in de bus zwaaien dag dag dag, dag dag dag.

 

Terug naar overzicht

De winter die ons verliet

(met dank aan Lou van der Aa voor het sturen van de tekst)

(Oud kinderlied uit Tessin, Noord-Italië dat wij klassikaal zongen in 1943)

L’inverno è passato,

L’aprile non c’è più,

è ritornato il maggio

Al canto del Cucù,

Cucù, cucù, l'aprile non c'è più.,

È ritornato il maggio

Al canto del Cucù.

 

 

De winter die ons verliet,

April is al voorbij,

en teruggekomen in mei

Zingt de koekoek weer zijn lied:

Koekoek, koekoek, april is nu voorbij,

en teruggekomen in mei

zingt de koekoek weer zijn lied.

 

Terug naar overzicht

Dikkertje Dap (Annie M.G Schmidt)

Dikkertje Dap klom op de trap
's Morgens vroeg om kwart over zeven
Om de giraf een klontje te geven
Dag giraf, zei Dikkertje Dap
Weet je wat ik heb gekregen
Rode laarsjes voor de regen
't Is toch niet waar, zei de giraf
Dikkertje, Dikkertje, Dikkertje, Dikkertje ik sta paf

O giraf, zei Dikkertje Dap
'k Moet je nog veel meer vertellen
Ik kan al drie letters spellen
A, B, C, is dat niet knap
Ik kan ook al bijna rekenen
Ik kan mooie poppetjes tekenen
Lieve deugd, zei de giraf
Kerel, kerel, kerel, kerel ik sta paf

Zeg giraf, zei Dikkertje Dap
Mag ik niet eens even bij je
Stiekem van je nek af glijden
Zo maar eventjes, voor de grap
Denk je dat de grond van Artis
Als ik neerkom heel erg hard is
Stap maar op, zei de giraf
Stap maar op en glij maar af

Dikkertje Dap klom van de trap
Met een griezelig grote stap
Op de nek van de giraf
Zette Dikkertje Dap zich af
Roetsjj, daar gleed hij met een vaartje
Tot aan 't kwastje van het staartje

Dag giraf, zei Dikkertje Dap
Morgen kom ik weer hier terug met de trap

 

Terug naar overzicht

Ding, dong, dein

(met dank aan Miny ten Hove voor het sturen van de tekst)

Ding, dong, dein,

die kwam van Brugge,

met zijn knapzak op zijn rugge;

met zijn hengel in zijn hand,

zo ging ding, dong, dein door ‘t land.

 

Ding, dong, dein,

die rare snater,

ging met zijn hengel naar het water.

Hij wou visjes vangen,

bleef aan de hengel hangen.

Toen kwam er een snoek,

die beet hem in zijn broek.

Toen kwam er een baars,

die beet hem in zijn laars.

O, die arme ding, dong, dein.

 

Terug naar overzicht

Dit zijn mijn wangetjes

Dit zijn mijn wangetjes
En dit is mijn kin
Dit is mijn mondje

Met tandjes erin

Nu nog mijn oogjes, mijn neusje, mijn haar

Nu nog mijn oortjes

En dan ben ik klaar

 

Terug naar overzicht

Dokter Haas van Knabbelstein

Voor zijn zandhof zit des morgens
Dokter Haas van Knabbelstein
En hij helpt daar alle beesten, die niet goed in orde zijn.
Hij weet raad voor alle kwalen, en ook laat men hem vaak halen,
Maar wie kan komt bij hem aan, om genezen weg te gaan,
Maar wie kan komt bij hem aan, om genezen weg te gaan.

"Wat wilt u juffrouw kikvors?" " 'k Heb een doperwt ingeslikt
En omdat ie in m'n keel zit, al geen dag gerikketikt."
"Dan zal ik die erwt eens even, 'n duwtje naar beneden geven,
Hup, daar gaat ie naar omlaag, zo, daar plonst ie in uw maag,
Hup, daar gaat ie naar omlaag, zo, daar plonst ie in uw maag."

"Goedendag meneer de veldmuis" "Dokter trek mij gauw een tand.
Boven, voor, achter of onder ?Au, au, au, aan deze kant."
"Nou, u hoeft niet zo te beven, geef mij vlug de tang eens even.
Trekken is voor deze pijn, wel de beste medicijn,
Trekken is voor deze pijn, wel de beste medicijn."

"Wat heeft u, mejuffrouw Sprinkhaan?" "Dokter, ach ik heb zo'n pijn,
In m'n beide achterpoten, zou dat van de regen zijn?"
"Wilt u even zitten blijven, dan zal ik met olie wrijven,
Olie is voor deze pijn, wel de beste medicijn,
Olie is voor deze pijn, wel de beste medicijn."

"Goedendag meneer de donker Goedendag, wie volg er nu?"
Hagedis een klap gekregen, met een blauwe paraplu.
Een verband, nu weer een ander, zo helpt hij ze na elkander.
Dokter Haas van Knabbelstein, heeft voor elk een medicijn,
Dokter Haas van Knabbelstein, heeft voor elk een medicijn.

 

Terug naar overzicht

Dokter Pilleman

Dokter Pilleman, ik heb zo’n buikpijn

Daarom vraag ik u om raad

Kunt u zeggen wat ik doen moet

Dat het gauw weer over gaat

 

Uhum, uhum, heel goed eten, heel goed eten

Dat is mijn medicijn

Als je daar steeds aan zult denken

Zal het gauw weer over zijn,

 

Dokter Pilleman, ik heb zo’n kiespijn

Daarom vraag ik u om raad

Kunt u zeggen wat ik doen moet

Dat het gauw weer over gaat

 

Uhum, uhum, minder snoepen, minder snoepen

Dat is mijn medicijn

Als je daar steeds aan zult denken

Zal het gauw weer over zijn

 

Dokter Pilleman, ik heb zo’n hoofdpijn

Daarom vraag ik u om raad

Kunt u zeggen wat ik doen moet

Dat het gauw weer over gaat

 

Uhum, uhum, vroeg naar bed gaan, vroeg naar bed gaan

Dat is mijn medicijn

Als je daar steeds aan zult denken

Zal het gauw weer over zijn

 

Terug naar overzicht

Dom Jantje

(Tekst/muziek: Willy Sassen en Jacob Hamel)

(met dank aan Sarah de Boer voor het sturen van de tekst)

Janneman heeft zich bezeerd;

Hoor es, hoe hij snikt !

Ach, hij heeft zijn vingertje

Aan een speld geprikt,

En nu roept hij : "au, au, au !

Moesje, Moesje, kom eens gauw ! "

 

Moeder bromt een beetje boos :

" Stoute, stoute vent,

Jij kwam aan de speldendoos ;

Domoor, die je bent,

Kom maar even op mijn schoot,

Ja, je vingertje ziet rood !

Hier, een kus er boven op;

nog niet over, zeg ?

Dan een lapje er omheen ?"

Zo.....de pijn is weg.

Nog een snikje, nog een traan,

En 't verdriet is weer gedaan.

 

Terug naar overzicht

Domme Daan

(met dank aan Rianne Gielen voor het sturen van de tekst)

O, wat een domme, domme Daan

Die is met z’n schoentje aan naar bed gegaan.

Een schoen uit, een schoen aan.

O, wat een domme, domme Daan.

 

Terug naar overzicht

Draai het wieltje nog eens om

Draai het wieltje nog eens om
Klap eens in je handjes
Zet je handjes in je zij
Op je bolletje allebei
Zo varen de scheepjes voorbij

 

Terug naar overzicht

Drie ganzen

(Liedje van Volkszang Diligentia Den Haag)

(met dank aan Tobias van der Hoeven voor het sturen van de tekst)

Drie ganzen zaten in 't haverstroo

Zaten daar en snateren zo

Komt de boer naar buiten

Zoekt de domme snuiten

En roept "Hallo" "Hallo" " Hallooooooo"   (aanhouden)

Drie hele dikke vetten ganzen in het haverstroo.......(laatste regel heel vlug)

 

 Terug naar overzicht

Drie kleine kleutertjes

Drie kleine kleutertjes die zaten op een hek
Bovenop een hek
Drie kleine kleutertjes die zaten op een hek
Op een mooie zomerse dag in september

Waarover spraken zij, die drie daar op dat hek
Bovenop dat hek
Waarover spraken zij, die drie daar op dat hek
Op die mooie zomerse dag in september

't Was over krekeltjes en korenbloemen blauw
Korenbloemen blauw
't Was over krekeltjes en korenbloemen blauw
Al op die mooie zomerse dag in september

Toen kwam de molenaar en joeg ze van het hek
Joeg ze van het hek
Toen kwam de molenaar en joeg ze van het hek
Op die mooie zomerse dag in september

 

Terug naar overzicht

Drie maal drie is negen

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Drie maal drie is negen,

Ieder zingt zijn eigen lied.

Drie maal drie is negen:

En Liesje zingt haar lied

 

Terug naar overzicht

Een ezeltje uit Zanzibar (uitvoering: Leidse Sleuteltjes)

Een ezeltje uit Zanzibar,

Liep zingend voor een groentekar.

Zijn oren wuifden in de wind,

En aan zijn staartje zat een lint.

I_A was zijn naam en hij hield van zingen,

Maar wat hem hinderde was dit:

Hij had tussen goeie en slechte dingen,

Een keihard klepperend gebit.

Ik zing mijn lied het liefst als solo.

Klepperde klepperde klep klep.

Ik zing de ezel-ca-calipso,

Klepperde klepperde klep.

 

Terug naar overzicht

Een haantje en een hennetje

(met dank aan Moena de Koning voor het sturen van de tekst)

Een haantje en een hennetje die gingen samen op reis

Ze kwamen bij een hofstee aan

Daar waren de luiken nog toegedaan

"Hier weg" zei de haan

"Kom mee kom mee

 Hier deugen ze niet voor het vee

De boer de vrouw de knecht en de meid

Zijn lui en verslapen hun tijd"

 

Een haantje en een hennetje die gingen samen op reis

Ze kwamen bij een boerderij  

Daar was het melken nog niet voorbij

"Hier weg" zei de haan

"Kom mee kom mee

Hier deugen ze niet voor het vee

De boer de vrouw de knecht en de meid"

Ze letten niet goed op de tijd

 

Een haantje en een hennetje die gingen samen op reis

Ze kwamen bij een hof terecht

Daar dorstte de boer al met vrouw meid en knecht

"Hierin" zei de haan

"Kom mee kom mee

 Hier is het een paleis voor het vee

De boer de vrouw de knecht en de meid

Zij passen precies op hun tijd"

 

Terug naar overzicht

 

Een heel klein jongetje van drie jaar oud

(met dank aan Moena de Koning voor het sturen van de tekst)

Een heel klein jongetje van drie jaar oud,

Die liep eens bij zijn moeder weg,

Ja dat was stout, ja dat was stout, ja dat was stout.

Hij nam een grote appel mee en een sneetje brood,

En zei: "Ik ga de wereld in ik ben al groot, ik ben al groot, ik ben al groot.

Toen kwam er opeens een grote hond woef woef waf,

Die pakte het stoute jongetje zijn boterham af, zijn boterham af, zijn boterham af.

Het jongetje ging huilen en daar kwam moe,

Die nam haar stoute jongetje naar huis weer toe, naar huis weer toe, naar huis weer toe.

 

Terug naar overzicht

Een heel klein joodje

(met dank aan Moena de Koning voor het sturen van de tekst)

Een heel klein joodje,

Vouwt een aardig bootje,

Uit een stuk papier.

En hij knipt een ventje,

Uit een kleurig prentje,

O, wat een plezier.

Zet in het bootje,

Het ventje van papier.

Maar de toren,

Doet zijn slagen horen,

Om naar school te gaan

Hij werpt alles neder

Pakt zijn boeken mede

Trekt zijn jasje aan.

Dag pa, dag moe,

'k ga naar school toe.

'k Laat het bootje staan.

 

Terug naar overzicht

Een hele dikke olifant

(met dank aan Corry van den Heuvel voor het sturen van de tekst)

Een hele dikke olifant

Die ging op reis naar Zwitserland.

Hij vond het daar zo reuzefijn,

Hij vroeg of zijn vriendje er ook bij mocht zijn.

 

Alle kindjes lopen achter elkaar en wandelen samen en stoppen bij een fantasieland

en dan mag er weer een vriendje aanhaken zodat het een hele lange slinger wordt.!!!

 

Terug naar overzicht

Een jurk voor Loesje

(met dank aan Anneke de Ruijter voor het sturen van de tekst)

Weet je wat ik maken ga,

Het is een jurk voor Loesje.

Loesje is mijn liefste pop,

Maar een robbedoesje.

Haar oudste jurkje heeft een scheur

En twee winkelhaken.

En de stof is bijna door,

Haast niet meer te maken.

Nu heeft Loesje vast beloofd,

Zelfs wel twintig keren:

Ik zal altijd zuinig zijn

Op mijn nieuwe kleren.

 

Terug naar overzicht

Een Nederlandse Amerikaan

(Van voor naar achter van links naar rechts)

Een Nederlandse Amerikaan,

Die zie je al van verren staan.

Een Nederlandse Amerikaan,

Die zie je al van verren staan

 

Refrein:

Van voor naar achter van links naar rechts

Van voor naar achter van links naar rechts.

Van voor naar achter van links naar rechts,

Van voor naar achter van links naar rechts.

 

 

Zijn hoofd lijkt wel een varkenskop,

Er staat zowat geen haar meer op.

Zijn hoofd lijkt wel een varkenskop,

Er staat zowat geen haar meer op.

 

Refrein

 

Z'n neus lijkt wel een zure bom,

Ik wou dat ik er in happen kon.

Z'n neus lijkt wel een zure bom,

Ik wou dat ik er in happen kon.

 

Refrein

 

Zijn hemd lijkt wel een prentenboek,

Het hangt een meter uit zijn broek.

Zijn hemd lijkt wel een prentenboek,

Het hangt een meter uit zijn broek.

 

Refrein

 

Z'n das lijkt wel een ratelslang,

Die is wel zeven meter lang.

Z'n das lijkt wel een ratelslang,

Die is wel zeven meter lang.

 

Refrein

 

Zijn broek reikt amper tot zijn kuit,

Gestreepte sokken er onderuit.

Zijn broek reikt amper tot zijn kuit,

Gestreepte sokken er onderuit.

 

Refrein

 

Zijn buik lijkt wel een luchtballon,

Ik wou dat ik er in prikken kon.

Zijn buik lijkt wel een luchtballon,

Ik wou dat ik er in prikken kon

 

Refrein

 

Maar iemand met een goed verstand,

Doet zoiets niet in Nederland.

Maar iemand met een goed verstand,

Doet zoiets niet in Nederland.

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Een smidje in zijn smidse

(met dank aan Piet van Mourik voor het sturen van de tekst)

Een smidje in z'n smidse,

Die zong den helen dag,

Z'n stemmetje klonk zo helder,

Bij iedere hamerslag.

 

Hij zong zo blij van tok tok tok,

Hij zong zo blij van klop klop klop,

Hij zong zo lustig dan,

't Liedje van de zwarte man.

 

Terug naar overzicht

Een spin

(met dank aan Corry van den Heuvel voor het sturen van de tekst)

Een spin, wiedewin, een spin wiedewin,

Die weeft zijn web, die weeft zijn web.

Een spin wiedewin, een spin wiedewin,

Daar vangt hij vliegjes en mugjes in.

 

Terug naar overzicht

Een treintje ging uit rijden

(met dank aan Corry van den Heuvel voor het sturen van de tekst)

Een treintje ging uit rijden,

Van Amsterdam naar Rotterdam.

En achter al die raampjes,

Daar zaten zoveel kindertjes

En die deden zo en die deden zo

En die deden allemaal zo.

 

(zwaaien-klappen-trommelen)

 

Terug naar overzicht

Een, twee, drie, vier

Een,twee,drie, vier

Hoedje van

Hoedje van

Een, twee, drie, vier

Hoedje van papier
Heb je dan geen hoedje meer
Maak er een van bordpapier
Een,twee,drie,vier

Hoedje van papier

Een,twee,drie,vier

Hoedje van

Hoedje van

Een, twee, drie, vier

Hoedje van papier

Als je hoedje niet meer past
Stop je het maar in de linnenkast

Een,twee,drie,vier

Hoedje van papier

Terug naar overzicht

Eén, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven

Eén, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven
Miertje is de dokter thuis?
Kan hij mij een drankje geven
Voor een arme zieke muis,
Die zo-even van de treden
Van een ladder is gegleden
Op een plat, in de stad
Miertje, Miertje, haast je wat.


Even wachten, juffrouw Brommer!
Want de dokter is absent,
Hij is net naar vader Nachtuil
Dien je zeker ook wel kent.
Die heeft bij het middageten
Eensklaps op zijn tong gebeten
Wat een Pijn, zal dat zijn!
Daarvoor helpt geen medicijn!

Eén, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven.
Daar is dokter Langpootmug
Met zijn zalfjes en zijn pleisters,
Dokter, dokter, zeg toch vlug
Wat ik aan de muis moet geven,
Dat ze weer wat op gaat leven.
't Is een kruis, daar in huis !
Haar gezondheid is niet pluis.


Neem wat melk en neem wat boter,
Neem wat olie, niet te veel,
Meng het met een beetje sago,
Kneed het met een beetje meel;
Doe het in een houten napje,
Roer het om en kook een papje,
Strijk het rond, op de wond:
Morgen is de muis gezond !

Eén, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven.
Dank je, dokter Langpootmug,
'k Zal het even gaan bestellen
En dan ben ik zoo terug.
'k Hoop maar, dat ze zal genezen,
We begonnen al te vrezen,
En je weet als leek niet goed,
Wat je er van denken moet !


Laat eens kijken, melk en boter
Krijg ik wel bij Kees Konijn
Aan den boschrand; voor de meelpap
Moet ik bij den bakker zijn;
Olie bij de olieslager,
Want de prijzen zijn er lager.
En dan haal ik nog de rest
Bij den kruidenier het best.

Eén, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven.
Melkboer, geef me gauw een oord
Een oord melk en zeven maatjes,
Vlug, hoor !, want ik moet weer voort
Hier de kan en daar de centen;
Eerst getapt en dan betaald,
Vijf, zes, zeven !, van mijn leven
Heb ik 't niet zoo vlug gehaald.


Nu het meel nog bij den bakker,
Bakker, geef me maar een pond,
Haast je, rep je is de boodschap,
Haast je langzaam is gezond.
Een, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven.
Zeven centen wil ik geven.
Als ik zei: Drie er bij
Had ik ook den zak nog vrij !


Olie bij den olieslager, sago bij den kruidenier;
Eén, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven.
Een pond sago !, met plezier!
Afgewogen, vlug een beetje!
't Is om zalf te maken, weet je:
Juffrouw Muis ligt in huis,
Haar gezondheid is niet pluis.

Nu is alles bij elkander,
Roer de pap en stook een vuur,
Leg de pleister op de wonde,
Dat zal helpen op den duur !
Arme muis, wat piept ze pijnlijk !
Van de heete pap waarschijnlijk.
Om het even. 't Redt haar leven !
Eén, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven.

 

Terug naar overzicht

Elsje fiederelsje

Elsje Fiederelsje
Zet je klompjes bij 't vuur
Moeder bakt pannenkoeken
maar het meel is zo duur

Tingelingelinge pannenkoek
Stroop met rozijnen.
Tingelingelinge pannenkoek
Kom op bezoek

 

Terug naar overzicht

Epompee poedenee

Versie 1

(met dank aan J. Tenge voor het sturen van de tekst)

Epompee poedenee poedenaske
Epompee  epompee
Epompee poedenee poedenaske oe wee oe wee
Akke gemie serewarie
Akke gemie serie warie
Akke gemie serie warie
Akke gemie serie BOEM

 

(We stonden dan tegen over elkaar met de handen plat recht tegen rechts en links tegen links

en dan bij BOEM en dan met de vuist tegen diegene die voor je stond)

 

Versie 2

Epompee poedenee poedenaska
Epompee epompa
Epompee poedenee poedenaska
epompee, owee owee.

Academie, vasalemie,
academie, vasalemie,
emie, epompee.

 

Versie 3

Impompee poedenee poedenaska
impompee, impompa
im pompee, poedenee, poedenaska impompeeeeeeeeeeeee
ojee, ojee
accedemma, fisufemma
ac-ce-dem-ma
fi-su-fem-me-fem-me fem

 

Terug naar overzicht

Er is er één jarig

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Er is er één jarig, hoera, hoera,

Dat kun je wel zien: dat is hij.

Dat vinden wij allen zo prettig ja, ja

En daarom zingen wij blij.

 

Hij leve lang hoera, hoera,

Hij leve lang hoera, hoera,

Hij leve lang hoera, hoera,

Hij leve lang hoera ! 

 

Terug naar overzicht

Er liep eens een mannetje over de straat

(met dank aan Ally van Mourik voor het sturen van de tekst)

Er liep eens een mannetje over de straat

Op zijn borst droeg hij een ruiker

Zijn wangetjes waren van appeletaart

En zijn haar van gestroopte suiker

Zijn schoentjes waren van zwarte drop

Daar zaten twee witte knoopjes op

Elk knoopje was een peeeepermentje

Ik zag nog nooit zo’n aardig ventje

En ik liep toch al jaren in de stad

Ik had nog nooit zo’n aardig ventje gehad

Ik zag nog nooit zo’n aardig ventje.

 

Terug naar overzicht

Er was eens een beer uit Turkije

(met dank aan Lou van der Aa voor het sturen van de tekst)

Er was eens een beer uit Turkije,

Die ging met zijn zusje uit rije.

Toen kwam er een aap,

Met een hoofd als een raap,

Hij gooide zijn zusje met keie.

 

Terug naar overzicht

Er was eens een kleine kabouterman

(met dank aan Angela van den Boogaard voor het sturen van de tekst)

Er was eens een kleine kabouterman,

Die had een paar goudleren schoentjes an.

Zijn muts was van wol, o, als spinrag zo fijn,

Zijn buis en zijn broekje van zij en satijn.

 

Toen is die kabouter uit wandelen gegaan,

Hij liep langs de paadjes, zo trots als een haan.

Maar ach-hij gleed uit en viel in een plas…..

O, o, zo vuil toen dat kereltje was.

 

Terug naar overzicht

Goeienavond, tante Betje

Goeienavond, tante Betje
Goeienavond, ome Jan
En mijn moeder laat je vragen
Of je niet eens komen kan
Met de kleine poppedeine
Met de grote bombam
Goeienavond, tante Betje
Goeienavond, ome Jan

 

Terug naar overzicht

Hagel en sneeuw

Hagel en sneeuw
Onweer, wind en regen
Deren ons niet
We kunnen er wel tegen
Lach er maar om
En stap er flink door heen
't Is pech, maar zeg
Als straks de zon weer scheen
La, la, la, la


Een ding staat vast
Morren helpt geen steek
Want als de zon
Eens door de wolken keek
En jou dan zag
Met zo’n kwaad gezicht
’t Is pech, maar zeg
Dan bleef het niet lang licht

La, la, la, la

 

Terug naar overzicht

Hanenlied

(met dank aan Kees van Cappellen voor het sturen van de tekst)

Onze haan dat is een baas en een beste makker,

Altijd is hij ’s morgens vroeg het eerst van allen wakker.

En dan kraait hij overluid, en hij vouwt zijn veren uit,

Kukleku ku kukleku,

Kukleku ku kukleku.

 

Eens wou hij zijn oudste zoon ook het kraaien leren,

‘k Zal ’t voordoen sprak papa en dan jij proberen.

Richt je nu eens netjes op, goed geluisterd let goed op,

Kukleku ku kukleku,

Kukleku ku kukleku.

 

’t Jonge haantje deed zijn best om te leren kraaien,

Maar hij stond zo vreselijk mal met zijn kop te draaien.

En het mooie kraaigeluid kwam er maar heel zwakjes uit,

Koklekooo ko koklekooo

Koklekooo ko koklekooo

 

Eindelijk daar kwam het hoor,  jongens wat een vreugde,

Maar ‘k geloof dat de oude haan zich het meest verheugde.

En op fier en fraaie toon kraait hij met zijn oudste zoon,

Kukleku ku kukleku

Kukleku ku kukleku

 

Terug naar overzicht

Hannes loopt op klompen

Hannes loopt op klompen
Zimpe, zampe, zompe
Door de plassen, dat het spat
Broek en kousen worden nat
Moeder roept, Hans, laat het hoor
Hannes trapt maar dapper door
Hij-ij laat zicht niet lompen

 

Terug naar overzicht

Hans en Miesje

(met dank aan Gonny Nedermeyer voor het sturen van de tekst)

Hans en Miesje gingen blij

Bloempjes plukken in de wei.

Ik maak, maak voor jou zei kleine Hans

Gauw een hele mooie krans.

Langs de wei was prikkeldraad

En zo als dat meestal gaat

Keken Hans en Mies niet uit,

Toen een heel naar geluid.

Weet je wat er was gebeurd?

Hans zijn broekje was gescheurd

En hij lachte nog die guit,

Want zijn hempje keek er uit.

 

Terug naar overzicht

Hansje pansje kevertje

Hansje pansje kevertje

Die klom eens op een hek

Neer viel de regen

Die spoelde alles weg

Op kwam de zon

Die maakte alles droog

Hansje pansje kevertje

Die klom toen weer omhoog

 

Terug naar overzicht

Heb je wel gehoord van de zeven

(met dank aan Riet Rademakers voor het sturen van de tekst)

Heb je wel gehoord van de zeven de zeven,

Heb je wel gehoord van de zevensprong?

Ze zeggen dat ik niet dansen kan,

Maar ik kan dansen als een edelman,

Dat is één...

 

Heb je wel gehoord van de zeven de zeven,

Heb je wel gehoord van de zevensprong?

Ze zeggen dat ik niet dansen kan,

Maar ik kan dansen als een edelman,

Dat is één en dat is twee........................................

 

En zo gaat het verder tot je bij zeven bent en dan zing je: dat is zé-é-vennnnn........

Dit lied werd gezongen in de rondekring, iedereen gaf elkaar een hand (je) en danste rond, bij elk cijfer maakte men een buiging naar het midden en bij de zevende ging men op de knietjes zitten en met het hoofd op de grond.

 

Terug naar overzicht

Hei in de Mei !

(tekst: A.H. Amory / muziek: P.A.F. Oosterhoff)

(met dank aan Jan Radstake voor het sturen van de tekst)

Hei in de Mei en de muts op zij,

Vroolijk stappen zij en blij

Door het kleine groene laantje,

Kleine Piet en kleine Jeantje;

Jolig zingend, blij en vrij:

Hei in de Mei en de muts op zij !

 

Hei in de Mei en de muts op zij,

Lustig dansend, vroolijk blij,

Op hun hoofdjes scheef hun hoedjes,

Luchtig trippelende voetjes,

Uit het laantje in de wei:

Hei in de Mei en de muts op zij !

 

Hei in de Mei en de muts op zij,

Plof, daar liggen ze allebei,

Fluks staan zij weer op hun beenen

En zij springen daad’lijk henen,

Joelend, juichend in de Mei:

Hei in de mei en de muts op zij !

 

Terug naar overzicht

Helder in de kelder

(met dank aan Bert en Meriam van Pelt voor het sturen van de tekst)

Helder in de kelder,

Boter bij de vis,

Moeder doet de deur es open,

Kijk es wie er is.

Het is een aardig meisje om een stukje brood,

Moeder doe de deur toch open anders gaat ze dood.

 

Terug naar overzicht

Helder vriend'lijk sterretje

(met dank aan Sander Mateman voor het sturen van de tekst)

Helder vriend’lijk sterretje, daar zo ver,
Word je ‘s avonds dan niet moe ?
Doe je nooit je oogjes toe ?
Kleine ster, kleine ster,

Hou je als [naam kind] slapen gaat
Trouw de wacht ?
Zul je wel goed kijken dan
Of ze lekker slapen kan ?
Kleine ster, kleine ster.

 

Terug naar overzicht

Helikopter

(met dank aan Corry van den Heuvel voor het sturen van de tekst)

Helikopter, helikopter, mag ik met jou mee op reis ?

Hoog in de wolken wil ik wezen,

Hoog in de wolken wil ik zijn .

Helikopter, helikopter,

Vliegen is zo fijn.

 

Terug naar overzicht

Herfst, herfst wat heb je te koop

Versie 1

(met dank aan Corry van den Heuvel voor het sturen van de tekst)

 

Herfst, herfst wat heb je te koop,

Honderdduizend blaadjes op een hoop,

Zakken vol met wind,

Ja mijn kind

Ik hoop dat jij me aardig vindt !

 

Versie 2

(met dank aan Gonny Nedermeyer voor het sturen van de tekst)

 

Herfst, herfst wat heb je te koop?

Duizend kilo bladeren op een hoop.

Dat doet de wind, ja mijn kind,

Ik weet niet of jij dat wel aardig vindt.

 

Versie 3

(met dank aan Gonny Nedermeyer voor het sturen van de tekst)

 

Herfst, herfst wat heb je te koop

Honderdduizend bladeren op een hoop

Zakken vol met wind, ja m'n kind

'k Hoop dat je dat wel aardig vindt

 

Herfst, herfst wat heb je te koop

Paddestoelen duizend en nog meer

'k Zet ze voor je neer, ja meneer

Dat doe ik alle jaren weer

 

Herfst, herfst wat heb je te koop

Eikels en kastanjes ja mevrouw

Ze vallen van de boom door de kou

Dat doe ik allemaal voor jou

 

Terug naar overzicht

Hertje, hertje help mij toch

(met dank aan Hanneke Peters voor het sturen van de tekst)

In het bos daar staat een huis
Hertje tuurt al door de ruit
Komt een haasje aangesneld
En klopt aan de deur..
Hertje, hertje help mij toch
Straks schiet mij de jager nog
Haasje, haasje kom maar hier
En reik mij de hand.

 

Terug naar overzicht

Het beddegaansklokje

(tekst: S. Maathuis-Ilcken / muziek: Theo v.d. Bijl)

(met dank aan Jan Radstake voor het sturen van de tekst)

Het beddegaansklokje, dat klept er: kling-klang, kling-klang, kling-klang

Komt kindertjes, komt je moest slapen allang, allang, allang !

’t Is tijd hoor, je Moedertje wacht,

Naar bed nu, naar bed ! Goeden nacht.

Goênacht, goênacht, goênacht.

 

Het beddegaansklokje, dat klept er: kliong-klang, kling-klang, kliong-klang.

De bloempjes en vogeltjes slapen allang, allang, allang !

’t Is tijd hoor, je Moedertje wacht,

Naar bed nu, naar bed ! Goeden nacht.

Goênacht, goênacht, goênacht.

 

Terug naar overzicht

Het maantje

(met dank aan Mieke Cuppen voor het sturen van de tekst)

Achter sombere donkere wolkjes,

Speelt het maantje kiekeboe.

Zie, daar komt het weer eens kijken

En het lacht mij vriendelijk toe.

Kon ik het maantje grijpen heus,

Ik trok het even bij zijn neus.

Aardig maantje, grappig maantje,

Ik moet nu wezenlijk naar bed,

Zeg, maak jij daar in je eentje,

Nu nog maar een beetje pret.

Kijk, daar ga ik kiekeboe

En ik doe mijn oogjes toe.

 

Terug naar overzicht

Het orgel

(met dank aan Raymond Lardinois voor het sturen van de tekst)

Versie 1

(met dank aan Raymond Lardinois voor het sturen van de tekst)

 

Twee kindertjes zouden naar school gaan,
Ze liepen zo lustig en blij.
Daar klonk in de verte een orgel,
Daar moesten ze even voorbij.

En het orgel speelde van tjoemmelahei,
en de kindertjes dansten erbij,
En het orgel speelde van tjoemmelahei,
en de kindertjes dansten erbij.

De orgelman bleef maar aan 't draaien,
de kindertjes dansten maar door.
Daar speelde de klok van de toren,
het negende uur in 't rond.

Toen liepen ze weg met een angstig gezicht,
maar de deur van de school was al dicht.
Toen liepen ze weg met een angstig gezicht,
maar de deur van de school was al dicht.

Ze stonden bedremmeld te kijken,
de straf zou hun vast niet ontgaan.
Och, was die muziek niet gekomen,
Dan zouden ze hier niet zo staan.

En het orgel speelde van tjoemmelahei,
en de kindertjes huilden erbij.
En het orgel speelde van tjoemelahei,
en de kindertjes huilden erbij.

 

Versie 2

 

Twee kindertjes gingen naar school toe,

Ze waren zo vrolijk en blij.

In de verte daar speelde een orgel,

Daar moesten ze eventjes bij.

En de orgelman speelde van holi a hei !

En de kindertjes dansten erbij.(2 maal)

 

En de orgelman speelde maar verder,

En de kindertjes dansten maar door.

Toen sloeg in de verte een toren

En negen uur klonk in hun oor !

 

De kindertjes zetten een angstig gezicht,

Want de deur van de school was al dicht. (2 maal)

 

Ze stonden beteuterd te kijken:

Wat hadden ze nu toch gedaan ?

Was de orgelman nu niet gekomen,

Dan hadden ze hier niet gestaan !

 

En de orgelman speelde van holi a hei,

En de kindertjes huilden er bij. (2 maal)

 

Versie 3

(met dank aan Mariet van Deuzen voor het sturen van de tekst)

 

Twee kindertjes gingen naar school toe,

Ze stapten vrolijk en blij,

Ze hoorden van verre een orgel,

Daar moesten ze even voorbij.

 

En de orgelman speelde van holadie hei

En de kindertjes dansten er bij.

En de orgelman speelde van holadie hei

En de kindertjes dansten er bij.

 

De orgelman bleef maar aan 't draaien,

De kindertjes dansten maar door.

Daar galmde van hoog uit de toren,

Hun het negende uur in het oor.

 

Ze holden toen weg met de angst op 't gezicht,

Maar de deur van de school was al dicht.

Ze holden toen weg met de angst op 't gezicht,

Maar de deur van de school was al dicht.

 

Ze stonden bedremmeld te kijken,

De straf zou hun vast niet ontgaan.

Och was die muziek niet gekomen,

Dan zouden ze hier nu niet staan.

 

En de orgelman speelde van holadie hei

En de kindertjes huilden er bij.

En de orgelman speelde van holadie hei

En de kindertjes huilden er bij.

 

Terug naar overzicht

Het regent

Het regent, het zegent

De pannetjes worden nat

Daar kwamen twee boerinnetjes

Die vielen op hun kinnetjes

Die vielen, die vielen

Die vielen in het nat

Het regent, het zegent

De pannetjes worden nat

 

Tweede versie gestuurd door Ingrid Ouwerkerk:

 

Het regent het zegent

De pannen worden nat

Daar kwamen drie boerinnekes aan

En die vielen op hun gat.

 

Terug naar overzicht

Het slimme kikkertje

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de de tekst)

Een klein groen kikkertje,

Kwak, kwak, kwak, kwak, kwak.

Zat in een moddersloot

Op zijn gemak.

Daar kwam een ooievaar

Oh, oh, oh, oh !!

Die dacht: "dat kikkertje,

dat dikkertje, dat dikkertje",

Die dacht: "dat kikkertje,

Pak ik maar zo !"

 

Maar het groene kikkertje,

Keerde zich om.

Kroop in het slootje weg

Dat was niet dom.

Toen keek die ooievaar

Ja, het is heus !

Opeens verschrikkelijk,

verschrikkelijk, verschrikkelijk

Opeens verschrikkelijk

Boos op zijn neus !

 

Terug naar overzicht

Het ventje van lekkernij

(met dank aan Hendrik Jobse † voor het sturen van de de tekst)

'k Droomde gist'ren van een ventje
En zijn buikje was van koek
Van sukade was zijn neusje
En van chocola zijn broek
't Ventje liep op rode klompjes
En die waren van fondant
En een wandelstok van suiker
Hield hij in zijn rechterhand

Weet je wat zijn oogjes waren ?
Kleine ronde stukjes drop
En hij had een aardig hoedje
Van rozijnentulband op
Droeg daarbij een aardig jasje
En dat was van pannekoek
En dat stond hem even netjes
Als zijn chocoladebroek

't Stak zijn armpjes recht naar boven
En hij zei: " Nu ben 'k een reus"
En hij maakte van zijn handjes
Voor de grap een lange neus
Even later ging hij dansen
En hij zong van tralala
En tot slot kreeg ik een stukje
Van zijn broek van chocola

 

Terug naar overzicht

Het vogellied

(tekst: Truus Gode-Postma/muziek: Arnold spoel)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Ik hoor een vogel fluiten

Een mooi en aardig lied

Het is een snoezig wijsje

Maar 'k ken het liedje niet

Het klinkt zoo vroolijk blij,

Ik denk hij zingt voor mij

Tuti rutu, tujo rutu, tujo rutu, rutu

Ik zing dit lied voor U

Tuti rutu, tujo rutu, tujo rutu, rutu

Ik zing dit lied voor U.

 

Ik luister naar zijn fluiten

En zing heel zachtjes mee

'k Wil kennen graag dat liedje

Dan ben ik eerst tevree.

 

Zing vogel, zing voor mij

Zoo lustig en zoo blij

Tuti rutu, tujo rutu, tujo rutu, rutu

't Is mij al of hij zeggen wil

Ik zing alleen voor U

Tuti rutu, tujo rutu, tujo rutu, rutu

't Is mij al of hij zeggen wil

Ik zing alleen voor U.

 

En ken ik dan dat liedje

Zoo mooi van melodie,

Voor wie ik het zal zingen ?

Zeg, moeder, zeg voor wie ?

Zing vogel vrolijk blij !

 

En leer dat liedje mij,

Tuti rutu, tujo rutu, tujo rutu, rutu

Ik zing die melodie zoo fijn

Lief moedertje voor U.

Tuti rutu, tujo rutu, tujo rutu, rutu

Ik zing die melodie zoo fijn

Lief moedertje voor U.

 

Terug naar overzicht

Hop hop hop m'n paardje

(met dank aan Moena de Koning voor het sturen van de tekst)

Hop hop hop m'n paardje
Met je vlasse staartje
Met je ijzeren voetjes
Paardje loop maar zoetjes
Paardje loop maar zachtjes aan
Dat onze [naam kindje] mee kan gaan
Hop hop hop zo gaan wij de bergen op

 

Terug naar overzicht

Hop hop hop op oma's knie

(met dank aan Moena de Koning voor het sturen van de tekst)

Hop hop hop op oma's knie

Zo rijdt kleine merel 1, 2, 3

Naar 't kostelijk luilekkerland

Daar vliegen de vogeltjes gaar in je hand

Daar lopen gebraden de kippetjes rond

En vliegen de duifjes gewoon in je mond

 

Daar is een berg van rijstebrij

Met suiker bestrooid en stroop erbij

Daar is het jongens tast maar toe

Je mag er van smullen nimmer moe

Maar wat je dat alles wel kosten zal

Je moet er voor werken en dat is al

 

Terug naar overzicht

Hop, hop, hop, paardje in galop

(met dank aan Gré Boekelaar voor het sturen van de tekst)

Hop, hop, hop,

Paardje in galop.

Over beek en sloten henen,

Maar voorzichtig, breek geen benen.

Hop, hop, hop,

Paardje in galop.

 

Terug naar overzicht

Hop, hop, paardje

(met dank aan Riet Rademakers voor het sturen van de tekst)

Hop, hop paardje

Op een draf.

Morgen is het zondag,

Dan komen de heren

Met hun mooie kleren.

Dan komen de vrouwtjes

Met hun mooie mouwtjes.

Dan komt Jan de Akkerman

Met zijn paardje achteran.

 

Terug naar overzicht

Hop Marianneke

Versie 1

 

Hop Marianneke

Stroop in 't kanneke

Hop Marianneke Jansen

Vroeger hadden we 'n prins in 't land

En nu die kale Fransen

 

Hop Marjanneke

Hop Marjanneke
Hop Marjanneke Jansen
Hij wiegt het kind en hij roert de pap
En laat nu zijn vrouwtje dansen

 

 

Versie 2

(met dank aan Riet Rademakers voor het sturen van de tekst)

 

Hop Marianneke stroop in het kanneke,

Laat de poppetjes dansen.

Hop Marianneke stroop in het kanneke,

Laat de poppetjes gaan.

Vooruit, vooruit, vooruit Mina,

't Is kermis in Den Bosch ja, ja,

Vooruit, vooruit, vooruit Mina ,

't Is kermis in Den Bosch.

 

Hop Marianneke, stroop in het kanneke,

Tegen de vastenaovond.

Hop Marianneke stroop in het kanneke,

Tegen de kermis aon.

Vooruit, vooruit, vooruit Mina,

't Is kermis in Den Bosch ja, ja,

Vooruit, vooruit, vooruit Mina,

't Is kermis in Den Bosch.

 Terug naar overzicht

Hopsa, heisasa

Hopsa, heisasa
't Is in de maand van mei, ja, ja
Rooie neuzen zijn verdwenen
Dooie vingers, prikkelteenen
Al dat kil en koud verdriet
Heb je in de meimaand niet
Hopsa, heisasa
't Is in de maand van mei

Hopsa, heisasa
't Is in de maand van mei, ja, ja
Weg met dikke winterjassen
Weg met mutsen, wollen dassen
Moortje heeft zijn werk gedaan
Moortje kan naar zolder gaan
Hopsa, heisasa
't Is in de maand van mei

Hopsa, heisasa
't Is in de maand van mei, ja, ja
Jongens kom, we gaan aan 't stappen
Om wat frisse lucht te happen
Alles staat in lentetooi
O, wat is die mei toch mooi
Hopsa, heisasa
't Is in de maand van mei

 

Terug naar overzicht

IJdeltuitje

(tekst/muziek: Willy Sassen & Sam Schuyer)

(met dank aan Sarah de Boer voor het sturen van de tekst)

Jozetje kijkt in 't spiegelglas,

Dat kleine ijdeltuitje.

Zij heeft een snoezig jurkje aan,

Een jurkje met een ruitje.

Moes heeft het stilletjes gemaakt,

Om haar eens te verrassen.

Toen 't klaar was moest Jozetje

Gauw het nieuwe jurkje passen.

 

Ze spreidt het wijde rokje uit,

Versierd met smalle strookjes.

O, denkt ze, 'k lijk wel zo'n prinses,

Waarvan je leest in sprookjes !

Ze kijkt eens naar de kanten kraag

Met het fluwelen lintje.

Dan roept ze : "Moesje, 'k ben zo mooi !

Ben 'k heus uw eigen kindje ?"

 

Terug naar overzicht

Ik ben en muzikantje

Ik ben een muzikantje en ik kom uit Schwabenland
Ik kan goed spelen op mijne viole
Van je ritsem, ritsem, ritsem ja, ritsem, ritsem, troelala
Ritsem, ritsem, ritsem ja, zo moet het zijn

Ik ben een muzikantje en ik kom uit Schwabenland
Ik kan goed spelen op mijne trommel
Van je rombomrombomrombombom, rombomrombom troelala
Rombomrombomrombombom, zo moet het zijn

 

Terug naar overzicht

Ik ben geboren in Frieseland

Ik ben geboren in Frieseland
Frieseland, Frieseland
Ik ben geboren in Frieseland
En daarom ben ik hier
Van jampot jampot likke likke lik
Van jampot jampot likke likke lik
En daarom ben ik hier

Ik heb geen vader of moeder meer
Moeder meer, moeder meer
Ik heb geen vader of moeder meer
En daarom ben ik hier
Van jampot jampot likke likke lik
Van jampot jampot likke likke lik
En daarom ben ik hier

 

Terug naar overzicht

Ik heb een jasje gekocht (springtouwliedje)

(met dank aan Riet Rademakers voor het sturen van de tekst)

Ik heb een jasje gekocht,

Naar de lommerd toe gebrocht,

Zo gezegd zo gedaan,

Naar huis toe gegaan.

In spin de bocht gaat in,

Uit spuit de bocht gaat uit.

 

Terug naar overzicht

Ik heb een mooi rood kettinkje gevonden

(met dank aan Moena de Koning voor het sturen van de tekst)

Ik heb een mooi rood kettinkje gevonden,

Dat heb ik om mijn halsje gebonden.

Keer omme, keer omme mooi meisje,

Keer je eens omme.

 

Mooi meisje heeft zich al omme gekeerd,

Dat heeft ze van haar moeder geleerd.

Keer omme, keer omme mooi meisje,

Keer je eens omme.

 

Terug naar overzicht

Ik heb een vogeltje gevangen

(met dank aan Riet Rademakers voor het sturen van de tekst)

Ik heb een vogeltje gevangen en het beestje kan niet zien.

Schele Pauwelien, schele Pauwelien.

 

2 x zingen

 

Terug naar overzicht

Ik kom van verre landen

Ik kom van verre landen
Me gommegommegommetje
Ik kom van verre landen
Me gommetje

Wat heb je voor mij meegebracht
Me gommegommegommetje
Wat heb je voor mij meegebracht
Me gommetje

Een doos met chocolade
Me gommegommegommetje
Een doos met chocolade
Me gommetje

 

Terug naar overzicht

Ik kwam laatst in een poppenkraam

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Versie 1

 

Ik kwam laatst in een poppenkraam,

Oh, oh, oh.

Daar zag ik mooie poppen staan

Zo, zo, zo

Ik vroeg: wat doen die poppen hier ?

Die poppen drinken poppenbier

En ze deden allemaal zo !

En ze deden allemaal zo !

En ze deden allemaal zo ! 

 

Versie 2

 

Ik kwam laatst in een poppenkraam

Daar zag ik al die poppen staan,

Ik vroeg: wat doen die poppen hier ?

Die poppen drinken poppebier,

Die poppen drinken poppewijn

Kom, laat ons samen vrolijk zijn.

 

Terug naar overzicht

Ik stond laatst voor een poppenkraam

Ik stond laatst voor een poppenkraam
Oh oh oh
Daar zag ik mooie poppen staan
Zo zo zo
De poppenkoopman ging op reis
De poppen raakten van de wijs
Ze deden allemaal zo
Ze deden allemaal zo
Ze deden allemaal zo

 

Terug naar overzicht

Ik zag twee beren

Ik zag twee beren
Broodjes smeren
Oh dat was een wonder
Het was een wonder boven wonder
Dat die beren smeren konden
Hi hi hi ha ha ha
Ik stond erbij en ik keek ernaar

Ik zag twee apen wortelen schrapen
Oh het was een wonder
Het was een wonder boven wonder
Dat die apen schrapen konden
Hi h ihi ha ha ha
Ik stond erbij en ik keek ernaar

Ik zag twee slangen de was ophangen
Oh het was een wonder
Het was een wonder boven wonder
Dat die slangen hangen konden
Hi hi hi ha ha ha
Ik stond erbij en ik keek ernaar

Ik zag twee vlooien aardappelen rooien
Oh het was een wonder
Het was een wonder boven wonder
Dat die vlooien rooien konden
Hi hi hi ha ha ha
Ik stond erbij en ik keek ernaar

 

Terug naar overzicht

Ik zei er van Jaap

Ik zei er van Jaap
Ik zei er van Jaap
En ik zei er van Japie sta stil
Maar waarom zou ik stil gaan staan
Want ik heb van zijn leven ooit geen kwaad gedaan
Ik zei er van Jaap
Ik zei er van Jaap
En ik zei er van Japie sta stil

 

Terug naar overzicht

Ik zou zo graag een ketting rijgen

Ik zou zo graag een ketting rijgen
Maar ik kon de draad niet krijgen
Ha, ha, victoria
Ha, ha, victoria

En de ketting is gebroken
Ik heb hem in mijn zak gestoken
Ha, ha, victoria
Ha, ha, victoria

 

Terug naar overzicht

In de grote dierentuin

(met dank aan Jetty Bakker voor het sturen van de tekst)

In de grote dierentuin daar is het feest,

Want jumbo de olifant Is jarig geweest.

En alle aapjes dansen blij,

In een hele lange rij.

Wat een feest, wat een feest,

Voor  dat grote grijze beest.

 

Terug naar overzicht

In de herfst zijn alle blaadjes

(tekst: Piet Geelhoed, muziek: Joop Stokkermans, uit: Kleutertje luister)

In de herfst zijn alle blaadjes

Van de bomen in de tuin

In de herfst zijn alle blaadjes

Van de bomen donkerbruin

In de winter zie je buiten

Als je lekker binnen zit

In de winter zie je buiten

Heel de wereld parelwit

In de lente wordt dan zachtjes

Zonder dat je iets moet doen

In de lente wordt dan zachtjes

Heel voorzichtig alles groen

In de zomer zie je zomaar

Vlinders hier en bijtjes daar

In de zomer zie je zomaar

Zeven kleuren door elkaar

 

Terug naar overzicht

In de maneschijn

In de maneschijn
In de maneschijn
Klom ik op het trapje naar het raamkozijn.
En je waagt het niet
En je waagt het niet
Zo doet een vogel en zo doet een vis
Zo doet een duizendpoot die schoenpoetser is

En dat is één
En dat is twee
En dat is dikke, dikke, dikke tante Kee
En dat is recht
En dat is krom
En nu draaien we het wieltje nog eens om
Rom bom

Terug naar overzicht

In de wei

(met dank aan Beppie Bax en Eveline Honingh voor de tekst)

In de wei daar liep een koe, boe boe zei die koe

En zij smulde van het gras of het pruimenpudding was

In de wei daar liep een koe, boe boe zei die koe. (2x)

 

In de wei daar liep een schaap en dat knikte van de slaap

Want zijn pakje zat zo warm, ach die krullenbol, ocharm

In de wei daar liep een schaap en dat knikte van de slaap.(2x)

 

In de wei daar liep een paard, klits klets deed haar staart

Naar het lastig vliegenheer dat haar prikte telkens weer

In de wei daar liep een paard, klits klets deed haar staart.(2x)

 

In de wei daar liep een boer, met een greep op zijn schoer

En hij lachte dat het gras, al zo hoog gewassen was.

In de wei daar liep een boer, met een greep op zijn schoer.(2x)

 

In Den Haag daar woont een graaf

In Den Haag daar woont een graaf

En zijn zoon heet Jantje

Als je vraagt waar woont je pa

Dan wijst hij met zijn handje

Met zijn vinger en zijn duim

Op zijn hoed draagt hij een pluim

Aan zijn arm een mandje

Dag mijn lieve Jantje

 

Terug naar overzicht

In een groen knollenland

In een groen, groen, groen, groen knollenland

Daar zaten twee haasjes heel parmant

En de een die blies de fluite-fluite-fluit

En de ander sloeg de trommel

Daar kwam opeens een jager-jager an

En die heeft er één geschoten

En de ander naar men denken, denken kan

Die heeft het zeer verdroten

 

Terug naar overzicht

In het bos daar staat een huis

(met dank aan Mies van Lammeren voor de tekst)

In het bos daar staat een huis

Hertje tuurde door de ruit

Kwam een haasje aangerend

Klopte aan de deur

 

Hertje, hertje, help mij toch

Straks schiet mij de jager nog

Haasje, haasje, kom maar hier

En geef mij je hand

 

Bij elke regel worden gebaren gemaakt met de handen; zoals een huis, turen, rennen, kloppen, etc.  Het liedje werd steeds herhaald waarbij telkens de eerstvolgende regel niet werd gezongen maar vervangen door een handgebaar en de melodie werd geneuried. Dus i.p.v. In het bos daar staat een huis : met de handen een huis uitbeelden en dan de volgende regels weer zingen. Steeds kwam er een neurie-regel bij. Vervolgens i.p.v. Hertje tuurt al door de ruit: neuriën en turen.  Enzovoort. Op het laatst wordt er alleen geneuried met gebaren.

 

Een Vlaamse variant van het liedje 'In het bos daar staat een huisje'

(met dank aan Guido Kuppens voor het sturen van de tekst)

 

In het bos daar staat een huisje

'k Keek eens door het vensterraam

Kwam een haasje aangelopen

Klopte op de deur

 

Help mij, help mij uit de nood

Want de jager schiet mij dood

Laat mij in uw huisje klein

'k Zal u dankbaar zijn.

 

Terug naar overzicht

In Holland staat een huis

In Holland staat een huis

In Holland staat een huis

In Holland staat een huis ja, ja

Van je tingele tingele hopsasa

In Holland staat een huis

In Holland staat een huis

 

In dat huis daar woont een man

In dat huis daar woont een man

In dat huis daar woont een man ja, ja

Van je tingele tingele hopsasa

In dat huis daar woont een man

In dat huis daar woont een man

 

En die man die kiest een vrouw

En die man die kiest een vrouw

En die man die kiest een vrouw ja, ja

Van je tingele tingele hopsasa

En die man die kiest een vrouw

En die man die kiest een vrouw

 

En die vrouw die kiest een kind

En die vrouw die kiest een kind

En die vrouw die kiest een kind ja, ja

Van je tingele tingel hopsasa

En die vrouw die kiest een kind

En die vrouw die kiest een kind

 

Terug naar overzicht

In ied're kleine appel

(met dank aan Mies van Lammeren voor het sturen van de tekst)

In ied're kleine appel

Daar lijkt het wel een huis

Want daarin zijn vijf kamertjes

Precies als bij ons thuis

 

In ieder hokje wonen

Twee pitjes zwart en klein

Die liggen daar te dromen

Van licht en zonneschijn

 

Zij dromen hoe ze later

Als het kerstfeest wordt gevierd

Ook appel zullen wezen

Waarmee de boom zich siert

Terug naar overzicht

In spin

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

In spin,

de bocht gaat in.

Uit spuit,

de bocht gaat uit.

 

Terug naar overzicht

't Is zeven uur

(met dank aan Liesbeth de Nijs voor het sturen van de tekst)

        ’t Is zeven uur,

        Ik moet weer slapen gaan

        De dag  is omgevlogen

        Mijn speelgoed rust

        Ik word goenacht gekust

        De zandman komt en sluit weer zacht mijn ogen

       

        Als ik ’s avonds slapen ga

        En even naast mijn bedje sta

        Dan kijk ik naar de gouden sterren stuk voor stuk

        Als ik ’s avonds slapen ga

        En even naast mijn bedje sta

        Dan klopt mijn kinderhartje van geluk

 

        Als ik droom dan zie ik vaak de toverfee

        En die neemt me dikwijls in haar armen mee

        Want als ik ’s avonds slapen ga

        En even naast mijn bedje sta

        Dan klopt mijn kinderhartje van geluk  

 

Terug naar overzicht

Jan Huygen in de ton

Jan Huygen in de ton

Met een hoepeltje erom

Jan Huygen, Jan Huygen
En de ton die viel in duigen

 

Terug naar overzicht

Jantje en Keesje

(met dank aan Iet Verkuylen voor het sturen van de tekst)

Jantje en Keesje

Die gingen naar de bakker,

Jantje droeg het mandje en Keesje het geld.

Jantje zei z'n boodschap en

Keesje had de centjes netjes op de toonbank uitgeteld.

 

Jantje en Keesje

Die kregen van de bakker allebei een koekje

Dat lustten ze wel, Jantje zei hap hap

En zijn koekje was verdwenen

Maar Keesje zei heel netjes :"Ik dank u wel"

 

Terug naar overzicht

Jantje wou springen

Jantje wou springen
Al boven op een hek
Hij scheurde zijn broekje
Hij brak haast zijn nek

Hij rende naar huis toe
En riep aan de deur
O moeder in mijn broek
Zit een hele grote scheur

Drommelse jongen
Wat heb je gedaan
Je zondagse broek is
Nu heel naar de maan

Jij komt vanavond
De deur niet meer uit
Je broekje is gescheurd
En je hemdje hangt eruit

 

Terug naar overzicht

Jarig Jetje

Jarig Jetje zou tracteren
Alle meisjes van de klas
Jetje had wat uitgekozen
Waar ze zelf zo dol op was
Ulevellen bracht ze mee
Ieder kreeg er minstens twee

Ulevellen bracht ze mee
Ieder kreeg er minstens twee

Maar jawel, een stroom vriendinnen
Kwam ons Jetje tegemoet
Met de allerbeste wensen
Werd de jarige begroet
En ze vroegen, nog al glad
Wat of Jet in 't zakje had

En ze vroegen, nog al glad
Wat of Jet in 't zakje had

Ulevellen, even proeven
Eentje kwam er niet op aan
Nog één, Jetje's ulevellen
Gingen zoetjes naar de maan
En de klas, een gek geval
Kreeg warempel niemandal

En de klas, een gek geval
Kreeg warempel niemandal

 

Terug naar overzicht

Jokkebrokje

(tekst/muziek: Piet Zwager)

(met dank aan Sarah de Boer voor het sturen van de tekst)

Jokkebrokje, waarom jok je

Toch bij alles wat je zegt ?

Vader bromt dan, en er komt van

Jokken nooit iets goeds terecht.

En men noemt om dat gejok

Spottend, jou een jokkebrok.

 

Jokk'rig vrindje, ieder vindt je

Stout waar eerlijkheid ontbreekt.

't Komt omdat je, vrindje vat je ?

Nimmer ooit de waarheid spreekt !

En men zegt, door dat gejok:

"Kijk, daar gaat die jokkebrok ! "

 

Jokkenaartje, niemand spaart je

Omdat jokken lelijk staat.

Ieder mijdt je en verwijt je

Altijd weer die leugenpraat.

Ieder zegt om jou gejok :

" 'k Houd niet van een jokkebrok ! "

 

Terug naar overzicht

Ju, ju paardje

(met dank aan Johan Raaijmakers voor het sturen van de tekst)

Ju, ju paardje

Met je vlassen staartje

Met je koperen voetjes

Paardje loopt zo zoetjes

Paardje moet wat harder lopen

Zullen wij een korfje haver kopen

Rijdt ie in galop, hop hop hop hop hop.

 

Terug naar overzicht

Ju perdje meulen

(met dank aan Riet Rademakers voor het sturen van de tekst)

Ju perdje meulen

De koster zit op veulen

Pastoor zit op de bontekoe

Die rijen naar de meulen toe

Om een zakje haver

Wat zal het paardje draven

Om een zakje mikke

Wat zal het paardje slikken

Ja ja paardje draaf

Morgen is het zondag.............

 

 

 Brabants dialect:

perdje is paardje

meulen is molen

De zondag kan veranderd worden aan de hand van welke dag het is

 

Terug naar overzicht

Juffrouw Annemientje Muisje

(met dank aan E.M.Been-van Rijswijk voor het sturen van de tekst)

Juffrouw Annemientje Muisje

Is vandaag een beetje ziek

Ze zit te kniezen in haar huisje

Dokter zegt ’t is rimmetiek

Kalmpjes aan heeft hij gezegd

Dan komt alles weer terecht

 

En nu zit ze in dikke doeken

Ingepakt bij ‘t warme vuur

Juffrouw Piep komt haar bezoeken

Annemientjes naaste buur

Krakelingen bracht ze mee

En ze zet kamille thee

 

Juffrouw Annemientje Muisje

Is nog steeds een beetje ziek

‘t Is gezellig in haar huisje

En ze kletst met juffrouw Piep

Was ’t niet om die nare pijn

Dan zou ze altijd ziek willen zijn.

 

Terug naar overzicht

Juffrouw wil je je jongetje verbieden

(met dank aan Moena de Koning voor het sturen van de tekst)

Juffrouw wil je je jongetje verbieden,

Iedere avond trekt hij aan de bel.

Tingelingeling bellebellebel,

Dat je je jongetje verbieden zel.

Tingelingeling bellebellebel,

Dat je je jongetje verbieden zel.

 

Juffrouw wil je je jongetje verbieden,

De pap brandt aan en de melk kookt over het vuur.

Tingelingeling bellebellebel,

Dat je je jongetje verbieden zel.

Tingelingeling bellebellebel,

Dat je je jongetje verbieden zel.

 

Terug naar overzicht