|
| |
Kerstliedjes
| Adeste
(Impe/Bonset) |
|
Helderlijk
getik van glas
Kling'len
door de kille nacht
Haastig
met gemeten snokjes
Hoor!
de vroeg ontwaakte klokjes
Van
het kerksken langs de veste
Adeste!
Adeste!
Zoet'lijk
wolle vlokt de snee
Vlekloos
blank in 't zwarte ruim
En
zij weeft haar maagd'lijk laken
Op
de grauwe schaliedaken
Van
het kerksken langs de veste
Adeste!
Adeste!
Op
een hoopken hooi en strooi
Blinkend
in de keersensching
Hier
'n strik en daar 'n lintje
Prijkt
dat lieve kribbekindje
Midden
't kerkske langs de veste
Adeste!
Adeste!
't
Zingt een stemme strelend zacht
Voor
het kind een jubellied
En
uit harten, rijk aan vrede
Rijst
in stilte menig bede
Uit
het kerksken langs de veste
Adeste!
Adeste!
Terug
naar overzicht
|
|
Alle herders uit het veld
(met dank aan Len van Veelen voor
het sturen van de tekst) |
|
Alle herders uit het veld, komen aan
gelopen,
Kloppen aan de kleine deur, roepen doe
ons open !
Fluit en trom en doedelzak zullen wij
doen horen,
Voor het kleine Kindekijn, dat hier is
geboren.
Terug
naar overzicht
|
| Als
Bethlehem geen plaats meer heeft |
|
Als
Bethlehem geen plaats meer heeft
Voor 't Kind dat wordt geboren
Alleen een grot nog ruimte geeft
Laat zich de hemel horen
Gloria,
gloria in Excelsis Deo
Gloria, gloria in Excelsis Deo
Als
engelen zingen in de nacht
Er is een Kind gekomen
Dan zien de herders op hun wacht
De sterren aan de bomen
Gloria,
gloria in Excelsis Deo
Gloria, gloria in Excelsis Deo
Als
herders durven op te staan
Niet lachen maar geloven
En neer het Kind zijn toegegaan
Dan zingt de hemel boven
Gloria,
gloria in Excelsis Deo
Gloria, gloria in Excelsis Deo
Als
wijzen reizen en de ster
De weg weet zonder vragen
Dan is de vrede niet meer ver
Dan komt Gods welbehagen
Gloria,
gloria in Excelsis Deo
Gloria, gloria in Excelsis Deo
Terug
naar overzicht
|
|
Als Christus vandaag werd
geboren
(met dank aan Len van Veelen voor
het sturen van de tekst) |
|
Als Christus vandaag werd geboren,
Had gij dan een kribbe voor hem ?
Zou ’t lied van de engelen koren,
U doen spoeden naar Bethlehem ?
Refrein:
Maar Christus is lang reeds geboren:
Gods heilwerk op aard is vervuld.
Zijn zoon lag voor mensheid verloren,
In een kribbe in doeken gehuld.
Als gij was een herder met schapen,
Hielt gij dan getrouwe de wacht ?
Terwijl allen rustig daar slapen,
Waneer gij uw koning verwacht ?
Refrein
Als gij Hem kon bieden geschenken,
Wat zou dan u hulde blijk zijn ?
Zou gij het u in kunnen denken,
Dat Hij de Messias zou zijn ?
Refrein
Terug
naar overzicht
|
|
Als de kaarsjes uit moeten
Het lied komt uit een bundel
"Kerstdozijn" tweestemmige liedjes voor school en thuis,
uitgegeven door de zusters van liefde te Tilburg in 1922.
Het is uitgegeven door drukkerij Senefelder, Amsterdam
(met dank aan Liesbeth de Nijs voor
het sturen van de tekst) |
|
Wat is het toch heerlijk bij 't
kribbetje fijn,
'k zou altijd wel hier willen zijn .
Doch 't klokje tikt immers geregeld maar voort
denk niet dat 't aan mopperen of pruilen zich stoort.
tik tik, tik tik, tik tik, ....
al lang zeven uur wat een schrik !
't Is kinderen bedtijd zegt vader vooruit,
de kaarsjes die moeten nu uit.
Wie heeft er de beurt om te blazen vandaag ?
het is kleine Rie en die doet het zo graag
ft ft, ft ft, ft fuit...
Rie blaast er de kaarsjes nu uit.
En nu zoet naar bed toe zegt moeder heel zacht
zeg 't kindje nog even goe nacht.
"Nacht Jesuke wij moeten slapen nu gaan
maar morgen steekt moeder de kaarsjes weer aan."
"st st, st st, st zacht...
welterusten lief kindje goe nacht !"
Terug
naar overzicht
|
|
Als het buiten donker wordt
(met dank aan Len van Veelen voor het
sturen van de tekst) |
|
Refrein:
Als het buiten donker wordt gaan de
lichtjes aan.
Heel gezellig is het dan en buiten
schijnt de maan.
Als het jaar weer haast voorbij is
En de dagen donker zijn
Vieren wij het heerlijk Kerstfeest
En wij zingen groot en klein:
Refrein
Dan gaan er weer lichtjes branden,
Moeder leest ons het kerstverhaal
Dat zo mooi is en zo prachtig,
Dat wij kennen allemaal.
Terug
naar overzicht
|
|
Buiten is het koud
(met dank aan Marjolein van Eck voor het
sturen van de tekst) |
|
Buiten is het koud en de sneeuw valt
steeds neder
Dekkend de aarde zo blank en zo zacht.
Kinderen zingen hun kerstliedjes thuis
Om de kerstboom vol schitterende pracht.
Maar op de hoek van de straat staat een
meisje
Bibberend van kou en verdriet.
Voor haar zal geen kerstlichtje branden
Haar ouders zijn dood en een thuis heeft
ze niet.
“Ere zij God in den hoge” zingt de
kleine zo klagend
“Vrede op aarde in de heilige nacht”
Handjes verkleumd om een kleinigheid
vragend
Heeft reeds zo lang op een aalmoes
gewacht
Zacht zingt zij verder “Gij vader der
wezen
U wil ik vragen zonder te vrezen
Ik vraag u lieve Heer
Geef toch mijn vader en moedertje weer”
Terug
naar overzicht
|
|
Daar
is een twijg ontloken
(H.P. Schim van der Loef) |
|
Daar
s een twijg ontloken
Aan
d' afgehouwen stam
Zoals
uit oude sproken
Voortzegging
tot ons kwam
Een
wonderbloem ontbloeit...
Als
winterkou en duister
De
wereld heeft geboeid
Die
bloem van wond're luister
Waarvan
Jesaja sprak
Bloeid'
op, toen door het duster
Het
licht der wereld brak
Toen
is in stille nacht
Maria's
kind geboren
Dat
ons Zijn heilwoord bracht
Voer
tot dat woord ons nader
Doe
't leven in ons hart
Het
leidt naar U, o Vader
Ons
heen door vreugd en smart
Door
Jezus'geest geleid
Zien
wij Uw hemel pen
Nu
en voor d' eeuwigheid
Terug
naar overzicht
|
|
Daar is uit 's werelds
duistere wolken
(met dank aan W.A. Stadhouders voor
het sturen van de tekst) |
|
Daar is uit 's werelds duist're wolken
een licht der lichten opgegaan.
Komt tot zijn schijnsel, alle volken,
en gij, mijn ziele, bid het aan.
Het komt de schaduwen beschijnen, de
zwarte schaduw van de dood.
De nacht der zonde zal verdwijnen,
genade spreidt haar morgenrood.
Gij wilt met vrede tot ons komen, met
vreed' en vrijheid, vreugd en eer.
Het juk is van de hals genomen, God
lof, wij zijn geen slaven meer.
De staf des drijvers ligt verbroken,
aan wie ons hart zich had verkocht,
en 't wapentuig in brand gestoken van
hem, die onze ziele zocht.
Wat heil, een Kind is ons geboren, een
Zoon gegeven door Gods kracht!
De heerschappij zal Hem behoren, zijn
last is licht, zijn juk is zacht.
Zijn naam is wonderbaar, Zijn daden
zijn wond'ren van genâ alleen.
Hij doet ons, hoe met schuld beladen,
verzoend voor 't oog des Vaders treên.
O Vredevorst, Gij kunt gebieden de
vreed' op aard en in mijn ziel.
Doe alle volken tot U vlieden, dat al
wat ademt voor U kniel!
Des Heeren ijver zal bewerken, dat Hij
de zetel, U bereid,
met recht en met gericht zal sterken.
Hem zij de lof in eeuwigheid!
Terug
naar overzicht
|
|
Daar lopen twee mensen
(met dank aan Liesbeth de Nijs voor
het sturen van de tekst) |
|
Daar lopen twee mensen, ze zijn toch
zo moe,
Ze moeten van de keizer naar Bethlehem toe.
't Zijn Jozef en Maria, ze hebben een geheim,
Ze krijgen van de Here een kindje klein.
Glorie, glorie, gloria, Christus is geboren,
Glorie, glorie, gloria, Halleluja !
Ze kloppen aan de deuren, maar wat een verdriet,
Er zijn zoveel mensen, een plaats is er niet.
Alleen nog maar een stalletje, het is er zo klein,
Maar Jozef en Maria, die vinden het er fijn.
Glorie, glorie, gloria, Christus is geboren,
Glorie, glorie, gloria, Halleluja !
Ze kunnen gaan slapen, maar toen in die nacht,
Werd het kindje in de kribbe gebracht.
Het is Jezus, geboren in een stal,
Feest op de aarde, feest overal !
Glorie, glorie, gloria, Christus is geboren,
Glorie, glorie, gloria, Halleluja !
Terug
naar overzicht
|
|
Dag Jezus in de stal
(met dank aan Corry van den Heuvel voor
het sturen van de tekst) |
|
Dag Jezus in de stal,
Ben je daar nu al.
We hebben lang op jou gewacht,
Op je bedje ligt een vacht.
Oh, wat zijn we blij,
We klappen er nu bij !!
Terug
naar overzicht
|
|
De
herdertjes lagen bij nachte |
|
De
herdertjes lagen bij nachte
Zij
lagen bij nacht in het veld
Zij
hielden vol trouwe de wachte
Zij
hadden hun schaapjes geteld
Daar
hoorden zij d'engelen zingen
Hun
liederen vloeiend en klaar
De
herders naar Bethlehem gingen
't
liep tegen het nieuwe jaar
Toen
zij er te Bethlehem kwamen
Daar
schoten drie stralen dooreen
Een
straal van omhoog, zij vernamen
een
straal van 't kribje beneên
Toen
vlamd'er een straal uit hun ogen
En
viel op het Kindeke teer
Zij
stonden tot schreiens bewogen
En
knielden bij Jezus neer
Maria
die bloosde van weelde
Van
ootmoed en lieflijke vreugd
De
goede Sint-Jozef, hij streelde
Het
Kindje der mensen geneugt
De
herders bevalen te weiden
Hun
schaapkens aan d'engelenschaar
Wij
kunnen van 't kribje niet scheiden
Wij
wachten het nieuwe jaar
Och
Kindje, och Kindje dat heden
In
't nederige stalletje kwaamt
Ach
laat ons uw paden betreden
Want
Gij hebt de wereld beschaamd
Gij
kwaamt om de wereld te winnen
De
machtigste vijand te slaan
De
kracht uwer liefde van binnen
Kan
wereld noch hel weerstaan
Terug
naar overzicht
|
| De
kerstklokjes klingelen |
|
De
kerstklokjes klingelen zo liefelijk en rein
Ze
zingen het verhaal uit overoude tijden
Dat
telkens weer ons hart verwarmt, ons
feest'lijk
komt verblijden
Ze
zingen het verhaal van een lief kindje klein
Dat
kindje is de schat, het kostbaar kleinood
Van
Jozef en Maria, hun vreugde was zo groot
De
kerstklokjes klingelen vol milde, zachte klank
Ze
brengen ons een boodschap van eeuwen lang geleden
Het
is d' aloude boodschap weer van liefde en van vrede
Het
ruist nu dor de heem'len op accoorden blank
Dat
Jezus is geboren in stille donk're nacht
Hij
komt het mensdom schenken Zijn goddelijke kracht
Terug
naar overzicht
|
|
De
kleine trommelaar
(met dank aan Len van Veelen voor
het sturen van de tekst) |
|
‘k Ga naar Bethlehem, pa-ram pam pam pam.
En sla mijn trom voor hem, pa-ram pam
pam pam.
Want waar de sterre scheen, pa-ram pam
pam pam.
Is plaats voor iedereen, pa-ram pam pam
pam.
Ram pam pam pam, ram pam pam pam.
Jezus de Koning kwam, pa-ram pam pam pam.
In de stal, pa-ram pam pam pam, ram pam
pam pam.
Jezus, ik kom naar U, pa-ram pam pam pam.
Ik heb niet veel voor U, pa-ram pam pam
pam.
Geen kussen voor Uw troon, pa-ram pam
pam pam.
Geen parel voor Uw kroon.pa-ram pam pam
pam.
Ram pam pam pam, ram pam pam pam.
‘k Sla mijn trom zo graag, pa-ram pam
pam pam.
In uw stal, pa-ram pam pam pam, ram pam
pam pam.
En Maria zei: pa-ram pam pam pam.
Je slaat je trom zo blij. pa-ram pam pam
pam.
En kijk, mijn kindje lacht. pa-ram pam
pam pam.
Het heeft op jou gewacht. pa-ram pam pam
pam.
Ram pam pam pam, ram pam pam pam.
Sla je trommel maar, pa-ram pam pam pam.
In de stal, pa-ram pam pam pam, ram pam
pam pam.
En hij sloeg de trom, pa-ram pam pam pam.
Het werd al stil alom, pa-ram pam pam
pam.
De eng’len waren heen, pa-ram pam pam
pam.
Ook d’ herders, één voor één. pa-ram pam
pam pam.
Ram pam pam pam, ram pam pam pam.
Maar hij sloeg de trom, pa-ram pam pam
pam.
In de stal, pa-ram pam pam pam, ram pam
pam pam.
Terug
naar overzicht
|
|
De koning van 't heelal
(Het werd meerstemmig gezongen op de
wijs van het lied:
"Daar boven juicht een grote schaar,
van kind'ren voor Gods troon.")
(met dank aan Henk van der Sluis voor
het sturen van de tekst) |
|
Wie ligt daar in een kribbe neer,
Geboren in een stal ?
't Is Jezus, Davids Zoon en Heer,
De Koning van 't heelal !
En d'engelen zingen: Eer zij God,
Die in de hemel woont
En in des zondaars zalig lot
Zijn welbehagen toont !
De Vredevorst, zo lang verwacht,
Ligt daar in doeken neer;
Maar buiten schijnt in volle pracht
Een lichtglans, hem ter eer !
En herders, naar Hem heen gesneld,
Aanbidden 't heilig Kind,
Wiens komst hun d'engel had gemeld
En dat hun hart hier vindt.
O Jezus, die op aarde kwaamt,
Voor zondaars, klein en groot,
Die kinderen in Uw armen naamt,
Voor hen Uw bloed vergoot,
O lieve Heiland ! daal ook neer
In ons onrein gemoed
En reinig ons toch, lieve Heer !
Verlos ons door Uw bloed !
Wel laagt Gij in een kribbe neer,
In doeken, in een stal,
Maar eens komt G' op de wolken weer
Als koning van 't heelal
Maak ons hier door Uw geest bekwaam
Te leven tot Uw eer
En neem ons allen dan te zaam
In Uwe hemel, Heer !
Terug
naar overzicht
|
|
De sterre gaat stralen
(met dank aan W.A. Stadhouders voor
het sturen van de tekst) |
|
Laat ieder het horen, dat eens werd
geboren
de Redder der wereld, de Heer van 't
heelal.
De engelen meldden in Efrata's velden
dat Hij werd geboren in Bethlehems stal.
Komt, laten wij eren de Heere der Heren,
zo groot van ontferming en van gena.
Want Hij wil ons geven dichtbij Hem te
leven,
de Heiland der wereld, halleluja.
In doeken gewonden, voor al onze zonden,
ligt hier in een kribbe het goddelijk
Kind.
De sterre gaat stralen voor wie, moe van
't dwalen,
bij 't wonder van Bethlehem vrede vindt.
Komt, laten wij eren de Heere der Heren,
zo groot van ontferming en van gena.
Want Hij wil ons geven dichtbij Hem te
leven,
de Heiland der wereld, halleluja.
En herders zij kwamen bij 'n kribbe
tesamen,
omringden eerbiedig het Kindeke teer.
De flonk'rende sterre riep wijzen van
verre,
zij knielden ontroerd bij het Kindeke
neer.
Komt, laten wij eren de Heere der Heren,
zo groot van ontferming en van gena.
Want Hij wil ons geven dichtbij Hem te
leven,
de Heiland der wereld, halleluja.
Wil daarom niet klagen, maar dankbaar
gewagen
van blijdschap en vrede voor ons
toebereid,
van 't Kind dat het leven weer glans
heeft gegeven,
Hem zij al de glorie tot in eeuwigheid.
Komt, laten wij eren de Heere der Heren,
zo groot van ontferming en van genâ.
Want Hij wil ons geven dichtbij Hem te
leven,
de Heiland der wereld, halleluja.
Terug
naar overzicht |
|
Een roze fris ontloken
(met dank aan Inez voor
het sturen van de tekst) |
|
Een roze, fris ontloken,
Uit teren wortel kwam,
Want d'oudheid had gesproken:
"Hij bloeit uit Jesses's stam."
Die heeft een bloem gebracht,
Al in den kouden winter,
Temidden van den nacht.
Die bloem, zo klein en teder,
Met haren geur zo zoet,
Brengt ons de zonne weder,
Die 't duister wijken doet.
O Jezus, mens en God,
Bij U is wel geborgen
Ons aards en eeuwig lot.
Terug
naar overzicht |
| Eeuwen
geleden |
|
Eeuwen
geleden, kwamen getreden
Herders in Bethlehems arme stal
Zacht ziet de moeder neer
Op 't Kindje klein en teer
't Hemelse licht schijnt overal
Kindje in de heil'ge nacht
Dat ons Gods liefde bracht
Ook wij staan om Uwe krib geschaard
Lief, heilig kindekijn, nu wij zo stille zijn
Klinkt zacht en teder: "Vrede op aard"
Terug
naar overzicht |
|
Engelen uit hogen hemel
(met dank aan Inez voor het sturen van
de tekst) |
|
Engelen uit hogen hemel,
Zongen in donk're nacht,
Eer het Kind voor ons geboren,
Dat de vrede op aarde bracht.
Gloria in excelsis Deo,
Gloria in excelsis Deo.
Eng'len, wijzen, herders kwamen,
Bij de krib van Bethlehem.
Al hun stemmen smolten samen,
Paren wij ook onze stem.
Gloria in excelsis Deo,
Gloria in excelsis Deo.
Ere zij God en welbehagen,
Vreed' op aarde, lof den Heer.
Kerstnacht, schoner dan de dagen,
Aard en hemel: Gode eer !
Gloria in excelsis Deo,
Gloria in excelsis Deo.
Terug
naar overzicht |
| Er
is een kindeke geboren op aard |
|
Er
is een kindeke geboren op aard
Er
is een kindeke geboren op aard
’t
Kwam op de aarde voor ons allegaar
’t
Kwam op de aarde voor ons allegaar
’t
Kwam op de aarde en ’t had er geen huis
’t
Kwam op de aarde en ’t had er geen huis
’t
Kwam op de aarde en ’t droeg al zijn kruis
’t
Kwam op de aarde en ’t droeg al zijn kruis
Er
is een kindeke geboren in ’t strooi
Er
is een kindeke geboren in ’t strooi
’t
Lag in een kribbe, gedekt met wat hooi
’t
Lag in een kribbe, gedekt met wat hooi
’t
Kwam op de aarde voor ons allegaar
’t
Kwam op de aarde voor ons allegaar
En
’t wenste ons allen een zalig nieuwjaar
En
’t wenste ons allen een zalig nieuwjaar
Terug
naar overzicht |
|
Er is een roos ontloken
(met dank aan Len van Veelen voor het
sturen van de tekst) |
|
Er is een roos ontloken uit barre
wintergrond,
Zoals er was gesproken door der profeten
mond.
En Davids oud geslacht is weer opnieuw
gaan bloeien,
In ‘t midden van de nacht.
Die roos van ons verlangen, dat
uitverkoren zaad,
Is door een maagd ontvangen uit Gods
verborgen raad.
Maria was bereid, toen Gabriël haar
groette
In ’t midden van de tijd.
Die bloem van Gods behagen heeft, naar
Jesaja sprak,
De winterkou verdragen als allerdorste
tak.
O roos als bloed zo rood, God komt zijn
volk bezoeken
In ‘t midden van de dood.
Terug
naar overzicht |
| Er
is een roos ontsprongen |
|
Refrein:
Er is een roos ontsprongen, uit ene zuiv're stam
Die naar profeten zongen, voortkwam uit Jesse's stam
Zij heeft haar bloem gebracht, al in de koude winter
In 't midden van de nacht
Wij
loven u Maria, en 't Kind dat gij ons bracht
Hij is ons aller vreugde, het licht in duist're nacht
U kindj' in deze stal, aanbidden wij tezamen
O koning van 't heelal
Refrein
Terug
naar overzicht |
| Ere
zij God |
|
Ere
zij god, Ere zij God
In
den hoge, in den hoge, in den hoge
Vrede
op aarde, vrede op aarde
In
de mensen een welbehagen
Ere
zij God in den hoge,
Ere
zij God in den hoge
Vrede
op aarde, vrede op aarde
In
de mensen, in de mensen, een welbehagen
In
de mensen, een welbehagen, een welbehagen
Terug
naar overzicht |
|
Ga je
met ons mee ?
(met dank aan Liesbeth de Nijs voor
het sturen van de tekst) |
|
Ga je met ons mee op weg naar Bethlehem?
Daar is Hij geboren, herders vonden Hem.
Want een engel had het 's nachts aan hen verteld,
buiten bij de schapen - in het veld.
Ga je met ons mee op weg naar Bethlehem?
Daar is Hij geboren, herders vonden Hem,
zomaar in een heel gewoon eenvoudig huis,
kreeg het kindje Jezus - een tehuis.
't Kind dat vrede brengen zal voor groot en klein,
wil nu ook opnieuw door ons gevonden zijn.
Hij kwam eens ter wereld ja voor iedereen.
En laat ook vandaag ons – niet alleen!
Terug
naar overzicht |
|
Geboren Immanuel
(met dank aan Inez voor
het sturen van de tekst) |
|
Geboren Immanuel,
Die zal redden Israel,
God met ons.
De arme herders in het veld,
Hun werd het eerst Zijn komst gemeld,
God met ons.
Toen zijn zij naar de stal gegaan,
Troffen daar hun Heiland aan,
God met ons.
In eerbied knielden zij toen neer
En aanbaden God hun Heer,
God met ons.
Dit Kind dat de Verlosser is,
Dat verdrijft de duisternis,
God met ons.
Terug
naar overzicht |
| Geen
wiegje als rustplaats |
|
Geen
wiegje als rustplaats, maar een krib was 't weleer
Waar 't Kindeke Jezus lei zijn hoofdje ter neer
De sterren, zij keken van de hemel zo mooi
Naar het Kindeke Jezus, hoe hij sliep in de hooi
Door ' loeien der koetjes was het Kindje ontwaakt
Maar daardoor werd 't Kind niet aan 't schreien gemaakt
Heer Jezus, nu ziet God uit de hemel ter neer
Ik dank U, dat G' eens ook een kindje waart, Heer
O zegen de kind'ren veraf en dichtbij
Gij houdt van hen allen evenveel als van mij
Gij wilt, dat wij kind'ren al zijn wij nog klein
Bij U in de hemel ook eens zullen zijn
Terug
naar overzicht |
|
Gloria
in Excelsis Deo |
|
(versie 1)
Engeltjes
door het luchtruim zwevend
Zongen
zo blij, zo wonderzacht
Van
de Heer van dood en leven
Die
er vrede op aarde bracht
Gloria
in Excelsis Deo
Zongen
blij en wonderklare
Van
't lief kindje rein en teer
En
de herders die daar waren
Knielden
bij de kribbe neer
Gloria
in Excelsis Deo
(versie 2)
Gloria, gloria, gloria in excelsis.
Gloria, gloria, gloria in excelsis.
Eens stond er in het paradijs
Een boom vol vruchten, schoon in schijn.
Mens eet, sprak Satan, en wordt wijs.
Kyrie eleis.
Maar God sprak: 'k Laat je niet alleen,
Mijn Woord geef ik je mee op weg.
Dit gaf ons hoop in nood en dood.
Kyrie eleis.
Een lied klonk in de wond're nacht,
De hemel werd van blijdschap licht,
God heeft de wereld heil gebracht.
Halleluja.
Gods Woord werd vlees in onze Heer,
In Hem is God voorgoed bij ons;
Hij brengt het paradijs ons weer.
Halleluja.
Komt zingen wij het nieuwe lied,
Van 't Rijk van God, dat komt op aard.
Het is nu voor ons al geschied.
Halleluja.
Terug
naar overzicht |
|
Heerlijk
klonk het lied der eng'len
(Bundel van Joh. de Heer, Driebergen 1955) |
|
Heerlijk
klonk het lied der Eng'len,
In
het veld van Ephrata:
Ere
zij God in de hoge,
Looft
de Heer, Halleluja!
Refrein
Vrede
zal op aarde dagen,
God
heeft in de mens behagen;
Zalig,
die naar vrede vragen,
Jezus
geeft die, hoort Zijn stem.
In
een kribbe lag Hij neder,
Weldra
werd een kruis Zijn troon;
Ja,
om zondaars te verlossen,
Droeg
Hij spot en smaad en hoon.
Refrein
Leer
ons bij Uw kribbe buigen,
Leer
ons knielen bij Uw kruis,
Leer
ons in Uw naam geloven,
Neem
ons eens in 't Vaderhuis.
Refrein
Terug
naar overzicht |
|
Heft aan een luiden zang
(met dank aan W.A. Stadhouders voor
het sturen van de tekst) |
|
Heft aan, heft aan een luiden zang,
laat al wat leeft die horen !
't Weergalme door het kerkgewelf,
't weerklinke door de hemel zelf, dat
Jezus is geboren !
Hij zetelt in geen trots paleis. Hij
vraagt geen eerbetoning.
Hij draagt geen purper en geen kroon,
een houten krib:
ziedaar Zijn troon; een stal: ziedaar
Zijn woning.
De blijde herders kwamen daar, en
hebben toen gevonden,
Maria en het heilig Kind, in wie de
mens de Vader vindt,
verzoenend onze zonden.
Eens breekt de dag des Konings aan,
dan komt Hij op de wolken.
De hemel zal weer opengaan, en 't
heilig kruis als teken staan,
dat Hij redt alle volken.
Terug
naar overzicht |
|
Heil'ge nacht, U groeten wij
(met
dank aan Moena de Koning voor het sturen van de tekst) |
|
Heil'ge nacht, U groeten wij,
Christus is geboren.
Jezus kwam, ja ook voor mij,
'k Mag Hem toebehoren.
Alle klachten, alle zorgen,
Wijken voor den held'ren morgen,
Voor het hemels zonnelicht,
Van Gods vriendelijk aangezicht.
Leid mijn schreden, Zoon van God,
Met Uw Geest van boven.
Doe mij dieper, doe mij meer,
Moediger geloven.
Geef mij elke levensstonde,
Overwinning van de zonde,
0 verbreek door Uwe kracht,
In mijn leven satans macht.
Terug
naar overzicht |
|
Het
staldeurtje kraakte
(met
dank aan Moena de Koning voor het sturen van de tekst) |
|
Het
staldeurtje kraakte, de os loeide zacht.
Toen Jozef ontwaakte was het Kindje gebracht.
Wij noemen Hem Jezus heeft Jozef gezegd.
Maria heeft stil Hem in 't kribje gelegd.
Wie loopt er op het paadje en wie klopt er aan?
't Zijn herders die zwijgend voor 't staldeurtje staan.
Terug
naar overzicht |
|
Het
was een maget uitverkoren |
|
Het
was een maget uitverkoren
Daar Jezus af woude zijn geboren
Heer
Jezus sprak tot Gabriel schoon
Hij zei: 'vaart neder uit de troon
Al
tot de stad van Nazareth
Daar woont een maget onbesmet
Groet
ze mij met de name mijn
En zeg dat ik haar kind wil zijn
De
engel was een bode goed
Hij kwam er neder metter spoed
Te
Nazareth al in die stede
Al daar zij lag in haar gebede
Hij
zei: 'God groet U, zuiver maget
Gij zijt die Gode wel behaget.'
Hij
wil van U geboren zijn
Jezus Christus, de meester mijn
Van
als Maria dat verstoet
Werd zij vervaard in haren moed
Zij
sprak: 'Hoe mog'ik hem bekennen
Want ik nooit man begeerd'om minnen.'
'Die
heil'ge geest zal in U komen,
Gelijk de dauw valt op de bloemen.'
Maria
weset onversaagd
Het is Gods zone die gij draagt
Heer
Jezus heeft U uitverkoren
Hij wil verlossen dat was verloren
Van
alle zeer ben ik genezen
De deerne Gods wil ik er wezen
Maria
viel er op haar knieën
'Den wille Gods moet mij geschiën.'
Terug
naar overzicht |
|
Herders brengt melk en
zoetigheid
(met dank aan Liesbeth de Nijs voor
het sturen van de tekst) |
|
Herders brengt melk en zoetigheid,
De lieve Jezus ligt en schreit.
Het weent van koude in de wind,
En vader Jozef hij zorgt voor het kind.
De lucht vol schone engelen vliegt,
Maria t'kleine kindje wiegt.
Maar Jozef werkt de hele nacht,
En wast de kleertjes in de gracht.
Nu maakt hij vuur, dan haalt hij hout,
Want met de winter is het koud.
Maar Jozef die is heel verblijd,
Omdat het kindje niet meer schreit.
Terug
naar overzicht |
|
Herders,
Hij is geboren |
|
Herders,
Hij is geboren
In
't midden van de nacht
Die
zo lang van te voren
De
wereld heeft verwacht
"Vrolijk
o herderkens"
Zongen
de engelkens
Zongen
met blijde stem:
"Haast
u naar Bethlehem"
Wij
arme, slechte liekens
Gelijk de boeren zijn
Ontwekten ons gebuurkens
En in de maneschijn
Liepen met blij geschal
Naar deze arme stal
Daar ons de engelzang
Altemaal toe bedwang
Als
wij daar zijn gekomen
Ziet, een klein kindeke
Leit op 't stro pas geboren
Zoet als een lammeke
d' Oogskens van stond af aan
Zag men vol tranen staan
't Weende van druk en rouw
In deze straffe kou
Ik
nam mijn fluitje, een ander
Die nam zijn moezeltje
En dus fluitten en zongen
Voor 't zoete kindeke
Na, na, na, kindje teer
Sus, sus en krijt niet meer
Doet uw klein oogskens toe
Zij zijn van krijten moe
Ziet,
wij schenken u samen
Een teer klein lammeke
Boter, melk en sane
Voor uw lief mondeke
Na, na, na, kindje teer
Sus, sus en krijt niet meer
Doet uw klein oogskens toe
Zij zijn van krijten moe
't
Kindje begon te slapen
De Moeder sprak ons aan
"Lieve herderkens samen,
Wilt zoetjes buiten gaan
Ulie zij peis en vree
Dat brengt mijn kind u mee
't Is uwe God en Heer
Kom morgen nog eens weer."
Terug
naar overzicht |
|
Hier voor uw kribje
neergeknield
(met dank aan Tineke de Koning voor
het sturen van de tekst |
|
Hier voor uw kribje neergeknield
Oh Jezu lieve heer,
Wil ik u tonen hoe mijn hart
U lief heeft immermeer.
Ik zou jawel de ganse dag
Het willen zeggen u,
Oh Jezu lief klein kinderke
Ik houd zoveel van u.
Maar woorden zeggen niet genoeg,
Neen daden vraagt gij mij.
Gij wilt dat ik eerbiedig bid
En steeds gehoorzaam zij.
Dat ik voor ieder vriendelijk ben,
Ik beloof dat alles nu,
Want Jezu lief klein kindereke
Ik hou zo veel van u.
Terug
naar overzicht |
|
Hoe
leit dit kindeke |
|
Hoe
leit dit kindeke hier in de kou
Ziet
eens hoe alle zijn ledekens beven
Ziet
eens hoe dat het weent en krijt van rouw
Na,
na, na, na, na, na Kindeke teer
Ei,
zwijg toch stil, sus, sus
En
krijt niet meer
Sa,
ras, dan Herderkens, komt naar de stal
Speelt
op uw vedelkens voor dit teer lammeke
Speelt
er dan zachtje tot het slapen zal
Na,
na, na, na, na, na Kindeke teer
Ei,
zwijg toch stil, sus, sus
En
krijt niet meer
En
gij, o engeltjes, komt naderbij
Zingt
dan uw liedekens voor dit lief kindeke
Wilt
het vermaken met uw melodij
Na,
na, na, na, na, na Kindeke teer
Ei,
zwijg toch stil, sus, sus
En
krijt niet meer
Terug
naar overzicht |
|
Hoog daar aan de hemel
(met dank aan Liesbeth de Nijs voor
het sturen van de tekst) |
|
Hoog daar aan de hemel
staat een gouden ster
Zijn licht schijnt naar beneden,
maar hij is nog ver
De herders wachten bij hun schapen
zij kunnen deze nacht niet slapen
Hoog daar aan de hemel staat een gouden ster
Terug
naar overzicht |
|
Hoor
de eng'len zingen d' eer |
|
Hoor,
de eng'len zingen d' eer
Van de nieuwgeboren Heer
Vreed' op aarde, 't is vervuld
God verzoent der mensen schuld
Voegt uw stemmen in het koor
Dat weerklinkt de hemel door
Zingt met algemene stem
Voor het kind in Bethlehem
Zingt met algemene stem
Voor het kind in Bethlehem
Terug
naar overzicht |
|
Ik kniel aan Uwe kribbe neer
(met dank aan W.A. Stadhouders voor
het sturen van de tekst) |
|
Ik kniel aan Uwe kribbe neer, o Jezus,
Gij mijn leven !
Ik kom tot U en breng U, Heer, wat Gij
mij hebt gegeven.
O neem mijn leven, geest en hart,
en laat mijn ziel in vreugd en smart,
bij U geborgen wezen.
Voor ik als kind ter wereld kwam, zijt
Gij voor mij geboren.
Eer ik een woord van U vernam, hebt
Gij mij uitverkoren.
Voordat Uw hand mij heeft gemaakt,
werd Gij een kindje, arm en naakt,
hebt Gij U mij gegeven.
Temidden van de nacht des doods zijt
Gij, mijn zon, verrezen.
O zonlicht, mild en mateloos, uw gloed
heeft mij genezen.
O zon, die door het duister breekt, en
't ware licht in mij ontsteekt,
hoe heerlijk zijn uw stralen !
Terug
naar overzicht |
|
Ik wens je een vrolijk
Kerstfeest
(met dank aan Liesbeth de Nijs voor
het sturen van de tekst) |
|
Ik wens je een vrolijk Kerstfeest,
Ik wens je een vrolijk Kerstfeest,
Ik wens je een vrolijk Kerstfeest,
En een gelukkig nieuwjaar !
Ik wens je een vrolijk Kerstfeest,
Ik wens je een vrolijk Kerstfeest,
Ik wens je een vrolijk Kerstfeest,
En een gelukkig nieuwjaar !
Terug
naar overzicht |
|
In
Beth'lems dreven
(met dank aan W.A. Stadhouders voor
het sturen van de tekst) |
|
't Was nacht in Beth'lems dreven, een
schone stille nacht.
En trouwe herders bleven bij hunne
kudd' op wacht,
En trouwe herders bleven bij hunne
kudd' op wacht.
Zij hoopten saâm, de vromen, zij
wachtten immer voort,
Of Jacobs stem zou komen naar het
profetisch woord;
Of Jacobs stem zou komen naar het
profetisch woord.
En ja, juist in die stonde, in deze
zelfde nacht,
Werd hun door eng'lenmonde het blijde
nieuws gebracht;
Werd hun door eng'lenmonde het blijde
nieuws gebracht.
De Heiland is gekomen in Beth'lems
kleine stal,
Die voor miljoenen vromen een Herder
wezen zal;
Die voor miljoenen vromen een Herder
wezen zal.
Terug
naar overzicht |
|
In de stad van Koning David
(met dank aan W.A. Stadhouders voor
het sturen van de tekst) |
|
In de stad van koning David, in een
nederige stal,
lag een kindje in de kribbe, 't was de
Koning van 't heelal.
Jezus Christus, God en Heer, daald' op
aard als Redder neer.
Hij zocht woning op de aarde, om te
redden van de dood,
allen die in Hem geloven, die Hem
zoeken in hun nood.
Jezus Christus, God en Heer, daald' op
aard als Redder neer.
Eenmaal zal Hij wederkomen, die eens
woonde in een stal.
Hij zal komen op de wolken, zodat elk
aanschouwen zal:
Jezus Christus, God en Heer, daald' op
aard als Redder neer.
Terug
naar overzicht |
|
't
Is geboren het Godd'lijk kind |
|
Versie
1
't
Is geboren het Godd'lijk kind
Jubel hemel, en jubel aarde
't Is geboren het Godd'lijk kind
Dat de mensen met God verbindt
't Ligt in doeken, het ligt in strooi
Jozef waakt bij het slapend kindje
't Ligt in doeken, het ligt in strooi
't Is zo arm maar zo wondermooi
't Is geboren het Godd'lijk kind
Jubel hemel, en jubel aarde
't Is geboren het Godd'lijk kind
Dat de mensen met God verbindt
Versie
2
't
Is geboren het Godd'lijk kind
't
is geboren, het Godd'lijk kind
Komt herders, speelt op uw feestschalmeien
't Is geboren, 't Godd'lijk Kind
Dat ons allen zo teer bemint
Schrik niet herders, weest welgezind
Laat uw schaapkens in die valleien
Schrikt niet herders, weest welgezind
Daar gij eerst uw Verlosser vindt
't Is geboren, het Godd'lijk kind
Komt herders, speelt op uw feestschalmeien
't Is geboren, 't Godd'lijk kind
Dat ons allen zo teer bemint
In een stal ligt dat Godd'lijk kind
Op wat stro moet 't zijn leden spreien
In een stal ligt dat Godd'lijk Kind
Waar Zijn moeder 't in doekjes windt
't Is geboren, het Godd'lijk kind
Komt herders, speelt op uw feestschalmeien
't Is geboren, 't Godd'lijk kind
Dat ons allen zo teer bemint
Versie 3
(Frans > Nederlands, katholiek,
1922 of vroeger, origineel 1875)
(met dank aan Liesbeth de Nijs voor
het sturen van de tekst)
Refrein:
't Is geboren het God'lijk Kind
Komt, herders speelt op uw
feestschalmeien
't Is geboren het God'lijk Kind
dat ons allen zo teer bemint
Ik zie een engel die daar gezwind
Dalend over de groene weiden
'k Zie een engel die daar gezwind
Bij hun schaapkes de herders vindt
Refrein
Schrikt niet, herders, weest
blijgezind
Laat uw schaapkes in die valleien
Schrikt niet, herders, weest
blijgezind
Daar gij eerst de Verlosser vindt
Refrein
In een stal ligt dat God'lijk Kind
Op wat stro moet 't zijn leden spreien
In een stal ligt dat God'lijk Kind,
Waar zijn moeder 't in doekjes windt
Refrein
Hoort, hoe klagende zucht de wind
Jezus ogen zo bitter schreien
Hoort, hoe klagende zucht de wind
Daar Gods lijden op aard' begint
Refrein
Zondaars boos, weent uw ogen blind
Laat u Jezus niet meer verbeien
Zondaars boos, weent uw ogen blind
Daar Gods lijden de dood verwint
Refrein
Terug
naar overzicht |
|
't Is geboren het heilig kind
(met dank aan Len van Veelen voor
het sturen van de tekst) |
|
Refrein:
’t Is geboren het heilig kind,
Jubel hemel en jubel aarde.
’t Is geboren het heilig kind,
Dat de mensen met God verbindt.
’t Ligt in doeken, het ligt in hooi,
’t Is zo arm in zijn kleine kribbe;
’t Ligt in doeken, het ligt op hooi,
’t is zo arm, maar zo wondermooi.
Refrein
Zie Maria zit stil terneer,
Jozef waakt bij het slapend
Kindje, zie Maria zit stil terneer,
Jozef waakt bij ons aller Heer !
Refrein
Terug
naar overzicht |
|
't Is
middernacht
(met dank aan Len van Veelen voor
het sturen van de tekst) |
|
‘t Is middernacht het is de heil’ge
stonde
Waarin Gods Zoon daalde neder op aard
Alleen om ons te zuiv’ren van de
zonden
En voor Gods toorn heeft Hij ons
bewaard
De hele wereld siddert van verlangen
In deze nacht die de verlosser bracht,
Knielt voor Hem neer en juicht in
blijde zangen
O nacht, o nacht die ons de Heiland
bracht
O nacht, o nacht die ons de Heiland
bracht.
Dat het geloof dat met zijn held’re
stralen
Ons naar de wieg van het Kindeke leidt
Zoals eertijds een ster in ‘t
schitterend pralen
De wijzen voorscheen met helderheid
Wie zal Hem ooit onz’ dankbaarheid
vertonen
Die voor ons stierf en voor ons leed
en streed
Knielt voor Hem neer en juicht in
blijde zangen
O nacht, o nacht die ons de Heiland
bracht
O nacht, o nacht die ons verlossing
bracht.
Terug
naar overzicht |
| |
|