Waarvan
gaan er de boeren, de boeren
Waarvan gaan er de boeren zo mooi
Ze dorsen het koren, verkopen het strooi
Daarvan gaan er de boeren, de boeren
Daarvan gaan er de boeren ze mooi
Waarvan hebben de boeren, de boeren
Waarvan hebben de boeren veel geld
Ze karnen de boter, verkopen de melk
Daarvan hebben de boeren, de boeren
Daarvan hebben de boeren veel geld
Waarvan drinken, de boeren, de boeren
Waarvan drinken de boeren de wijn
Ze mesten het kalf en verkopen het zwijn
Daarvan drinken de boeren, de boeren
Daarvan drinken de boeren de wijn
Wakk're
jongens, Hollands trots
Waar ons hart van kan verdagen
Als ge 't rappe lijf durft wagen
In het woedend golfgeklots
Die gevaren vreest noch dood
Als ge redden kunt uit nood
Die
gevaren vreest noch dood
Als ge redden kunt uit nood
't
Grove buis om forse borst
Dekt een harte vol erbarmen
Als g'een drenk'ling in uw armen
Door de wilde branding torst
Als ge vrouw en kind vergeet
Bij des scheep'lings bangen kreet
Als
ge vrouw en kind vergeet
Bij des scheep'lings bangen kreet
't
Is een stuk, Oud-Holland waard
Brave mannen in den lande
Trouwe wachters op de stranden
Moogt ge lang nog zijn gespaard
Als geen mens je namen weet
'k Denk dat God ze niet vergeet
Als
geen mens je namen weet
'k Denk dat God ze niet vergeet
Langs berg en
dal
Klinkt hoorngeschal
Met vollen, zuiv'ren toon
Met vollen, zuiv'ren toon
En fors en stout
Weerklinkt door 't woud
Die galm zoo schoon, zo schoon
Die galm zoo schoon, zo schoon
't Geeft schooner kleur
En frisscher geur
Aan alles, wat m'omringt
Aan alles, wat m'omringt
En 't beekje spat
Zijn paarlend nat
Alsof het een liedje zingt
Alsof het een liedje zingt
Genot en rust
En levenslust
Daalt bij die melodij
Daalt bij die melodij
Verdriet en smart
Wijkt uit het hart
En vlucht en vlucht van mij
En vlucht en vlucht van mij
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor
het sturen van de tekst)
Wandel toch eens met ons mee
Wees verstandig, zeg niet nee
Want de buitenlucht geeft ons weer nieuwe kracht
En de zon doet weer z’n best uit alle macht!
Wandel toch eens met ons mee !
Vindt u dat geen goed idee ?
Doe je zorgen in je rugzak voor ’n keer,
En geniet eens van ’t weer !
Stukje fluiten
Als we wandelen dan zingen we
spontaan:
Laat ons maar lopen ! laat ons maar lopen !
Laat ons opgewekt en blij naar buiten gaan
Trek eens je wandelschoenen aan !
Zing of fluit een vrolijk lied
Wat ? Nou ja, dat hindert niet.
Loop ’n eindje met ons mee…
Neem dus gauw ’n kloek besluit:
Trek er ’s ochtends vroeg op uit
En geniet van bos of zee !
Ta te ra ta ta ta ta ta ta
Ta te ra ta ta tsing boem !
Ta te ra ta ta ta ta ta ta
Ta te ra ta ta tsing boem !
Wandel toch eens met ons mee …
Als ’t zonnetje weer schijnt voel je
je fit !
Je bent gelukkig, je bent gelukkig !
En het is of alles weer vol leven zit
Je tippelt vrolijk in ’t gelid !
Plotseling ben je weer jong.
En ’t wijsje dat je zong,
Bracht weer vreugde in je hart.
Op je voeten zit één blaar
En al bromt hij nog zo raar,
’s Ochtends sta je bij de start !
(met dank aan Jan Radstake voor het
sturen van de tekst)
We voeren met een zucht,
Al boven door de lucht,
En we zaten zo gezellig in het schuitje
En niemand kon ons zien.
En we hadden pret voor tien
Lang leve de Zeppelin!
(Het liedje wordt zesmaal herhaald en
telkens wordt een woord vervangen. Tot alle woorden aan bod zijn geweest
wordt het liedje afgesloten met het oorspronkelijke couplet.) “zucht” wordt
“”ffff”, “lucht”” wordt “ch”, “schuitje”wordt geneuried en
meegewiegd, “zien” wordt uitgebeeld met de hand boven de ogen,
“zeppelin”wordt “zzzzzzz”.
Wel
Anne-Marieke, waar gaat gij naar toe
Wel Anne-Marieke, waar gaat gij naar toe
'k Gane naar buiten al bij de soldaten
Hop-sa-sa, fal-la-la, Anne-Marie
'k
Gane naar buiten al bij de soldaten
Hop-sa-sa, fal-la-la, Anne-Marie
Wel Anne-Marieke, wat gaat gij daar doen
Wel
Anne-Marieke, wat gaat gij daar doen
Haspen en spinnen, soldaatjes beminnen
Hop-sa-sa, fal-la-la, Anne-Marie
Haspen
en spinnen, soldaatjes beminnen
Hop-sa-sa, fal-la-la, Anne-Marie
Wel Anne-Marieke, hebt gij er geen man
Wel
Anne-Marieke, hebt gij er geen man
Heb ik geen man, ik krijge geen slagen
Hop-sa-sa, fal-la-la, Anne-Marie
Heb
ik geen man, ik krijge geen slagen
Hop-sa-sa, fal-la-la, Anne-Marie
Wel Anne-Marieke, hebt gij er geen kind
Wel
Anne-Marieke, hebt gij er geen kind
Heb ik geen kind, ik moete niet zorgen
Hop-sa-sa, fal-la-la, Anne-Marie
Heb
ik geen kind, ik moete niet zorgen
Hop-sa-sa, fal-la-la, Anne-Marie
Wel Anne-Marieke, hebt gij er geen lief
Wel
Anne-Marieke, hebt gij er geen lief
'k Heb er niet één, ik heb er wel zeven
Hop-sa-sa, fal-la-la, Anne-Marie
'k
Heb er niet één, ik heb er wel zeven
Hop-sa-sa, fal-la-la, Anne-Marie
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor
het sturen van de tekst)
Wie met ons wil naar buiten gaan,
Zien hoe het koeltje stoeit.
Met al het goudgeel golvend graan,
Dat op de akker groeit.
Die tone ons ook een blij gezicht,
Kom lustig, wel te vreê;
Want alles jubelt, zingt en lacht,
En wij, wij jub'len mee,
Want alles jubelt, zingt en lacht,
En wij, wij jub'len mee !
Wie met ons wil naar buiten gaan,
Dwalen in 't lom'rig woud,
Wie lijster en vink wil horen slaan,
Hoog in het beukenhout,
Die moet geen trage dromer zijn,
Maar vrolijk, flink en ree;
Want alles juicht en zingt en lacht,
En wij, wij zingen mee,
Want alles juicht en zingt en lacht,
En wij, wij zingen mee !
Wie met ons wil naar buiten gaan,
Spelen aan 't frisse strand,
Waar soms de golven met d'orkaan,
Beuken op 't mulle zand,
Die moet geen zwakke bloodaard zijn,
Maar krachtig als de zee,
Die thans haar liefste liedje zingt,
En wij, wij zingen mee,
Die thans haar liefste liedje zingt,
En wij, wij zingen mee !
Wie
rusten wil in 't groene woud (Een middagslaapje)
(Dr. J.P. Heije/J.Worp)
Wie
rusten wil in 't groene woud
Wie rusten wil met lusten
Hij kieze een plekje dicht in 't hout
En vlije zich tot rusten
Een peluwtje van mollig mos
Een kussentje van varen
Een een gordijn van bláren
Geeft zoete middagslaap in 't bos
De hemel van het ledikant
Blinkt prachtig blauw door 't lover
De heesters sling'ren om de rand
De bloesem hangt er over
Het koeltje fluistert met de vliet
De dart'le vlinders spelen
De nachtegalen kwelen
Is 't niet een lieflijk wiegelied
En 't best is, dat het groene woud
Met koelte en rust u lavend
Van u geen zilver vraagt of goud
Al slaapt gij tot de avond
't Vraagt enkel: Zijt gij mat of moé
De slaapstee is voor allen
En is ze u goed bevallen
Dan krijgt gij 't avondgoud nog toe
Wie
wil er mee naar Wieringen varen (met dank aan Boukje
Nieuwenhuizen voor het sturen van de tekst)
Wie wil er mee naar Wieringen varen
's morgens vroeg al in de dauw
Met een mooi meisje van achtien jaren
dat zo graag eens naar Wieringen wou
Refrein:
Schipper, ik hoor de hanen kraaien
Schipper, ik zie de vlaggetjes waaien
Stuurman, laat je roer maar gaan
dan zullen we spoedig op Wieringen staan
Als wij dan straks op Wieringen kwamen
zagen wij de boeren staan
Die hunne spek met lepels aten
daarvoor moet je naar Wieringen gaan
Refrein
Straks in de herberg van Simon en Pietje
daar verkopen ze brandewijn
Een potje vol al om een oortje
suiker en kaneel erbij
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor
het sturen van de tekst)
Wij gaan ’s morgens vroeg er op uit,
fallera
Al lang voor de eerste vogel fluit, fallera
Wij zoeken de natuur
Want op dit vroege uur
Ziet de wereld er heel anders uit, fallera
De langslaper is er niet bij, fallera
Hij draait zich eens op z’n and’re zij, fallera
Hij heeft in zijn bestaan
De zon nooit op zien gaan
En hij kent niet de ochtend als wij, fallera
Daar kraait in de verte een haan,
fallera
Die kondigt de dageraad al aan, fallera
De dag breekt langzaam door
En hoor, het vogelkoor
Heft geleid’lijk een ochtendlied aan, fallera
Zo wandelen wij door het dal, fallera
De dauwdruppels glinst’ren als kristal, fallera
Wie met ons mee wil gaan
Die sluit’ zich bij ons aan
Want dan klinkt straks ons lied overal, fallera
(met dank aan Riet Rademakers voor
het sturen van de tekst)
Wij zijn allen gg leden,
Staan steeds klaar voor iedereen,
Weten vreugde uit te dragen,
Brengen vrede om ons heen.
Wil ons devies dan altijd volgen,
Steeds moedig en de trouw,
Steeds moedig en de trouw.
Wij acteren spelen zingen,
Trekken saam naar bos en hei,
Weten vreugde uit te dragen,
Houden weide vuur in mei.
Wilt ons devies dan altijd volgen,
Steeds moedig en de trouw,
Steeds moedig en de trouw.
Het lied werd gezongen met het hijsen
van de vlag op zondagmiddag door één van de gg leden, gg betekende
Genoveva Gilde en was voor meisjes van ongeveer 9 tot 14 jaar, zeg maar
een onderdeel van wat je tegenwoordig scouting noemt.
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor
het sturen van de tekst)
Nu tezaam een lied gezongen,
Flink de stemmen los gemaakt,
Zingen, vrolijk ongedwongen,
Nu de bleuheid eens gestaakt.
Goed de woorden uitgesproken
En geen letters afgebroken,
Doet maar open flink de mond,
Zingen, zingen is gezond !
Zorg bij 't zingen van uw liedje,
Dat een ieder u verstaat,
Dat men tekst en melodietje,
Lezen kan van uw gelaat.
Zet de zorgen eens op zijde,
Dat een ieder u benijde,
Doe maar open flink de mond,
Zingen, zingen is gezond !
Zingen staalt de borst en longen,
't Maakt ons heus een ander mens.
Waar een lied wordt gezongen,
Is de kruik der boosheid lens.
Opgewekte stemgeluiden,
Zijn de beste levenskruiden,
Doe maar open flink de mond,
Zingen, zingen is gezond !
't
Zonnetje gaat van ons scheiden (Het avondklokje)
't
Zonnetje gaat van ons scheiden
't Avondrood kleurt weer het veld
Zoete rust mogen wij beiden
Nog door geen zorgen gekweld !
Refrein:
Hoort gij, hoe 't klokje met lieflijke klank
Ons weer naar huis roept tot bede en tot dank
Lui nu o klokje lui voort
Slapen wij straks ongestoord
Schemering daalt op de dreven
D' avondster glanst reeds van ver
Straks staat Gods naam weer geschreven
Schitt'rende-in sterre bij ster
Welkom, verkwikkelijke avond
Dank, die uw zoet heeft bereid
Rust na den arbeid hoe lavend
God heeft ons 't leger gespreid
(Uit de bundel "Lentezangen voor de
kleintjes" (Gilles van Hees, J.G. van Herwaarden, uitgeverij Wolters) 3e
druk/1931 alsmede "Lentezangen voor kleuters en kleintjes" (idem
samenstellers en uitgeverij) 4e druk/1953. Hierin zowel tekst als muziek.)
(met
dank aan Theo Lintmeijer voor het sturen van de tekst)
(met
dank aan Carola voor het sturen van de tekst)
Zwaluw,
waarheen is uw vlucht
Hoog in de lucht ?
Over bergen en dalen,
Waar gij uw voedsel moet halen ?
Zwaluw, waarheen is uw vlucht
Hoog in de lucht ?
(Bovenstaande
is het origineel dat een aantal malen herhaald wordt. Onderstaande zijn
varianten)
Piccard, waarheen is uw vlucht
Hoog in de lucht ?
Tussen Zürich en ’t Gardameer
Donderde hij uit de stratosfeer.
Piccard, waarheen is uw vlucht
Hoog in de lucht ?
Coba, een snee in mijn poot;
Ik bloed haast dood !
Kom toch gauw met de jodium,
Coba, want anders verlies ik hem.
Coba, een snee in mijn poot;
Ik bloed haast dood !
Titow, waarheen is uw vlucht
Hoog in de lucht ?
Tussen Irkoetsk en Zwarte Zee
Vloog hij een dag met de Wostok II.
Titow, waarheen is uw vlucht
hoog in de lucht ?
(Auguste
Piccard (1884-1962): Zwitserse natuurkundige, hoogleraar, ondernam 1931 en
1932 ballonvaarten naar stratosfeer, verzamelde toen gegevens op gebied
van hoogtestraling en luchtelektriciteit. Daalde 1953 af in een
kogelvormig vaartuig tot 3150 m. onder zeespiegel in Tyrrheense Zee. In
1960 construeerde Piccard een bathyscaaf, de Triëste II, waarmee zijn
zoon Jacques en de Amerikaan D.Walsh in de Marianentrog tot 1500 m.
afdaalden. Titow was een Russische astronaut welke met de missie Wostok I
en II een ruimtereis maakte.)