SeniorPlaza

Jeugdliedjes van toen

Aan de nacht

(J.P. Regeer)

Stijg, o Nacht, stille nacht,

Statig op aan 's hemels boog !

Sla, bekleed met sterrenpracht,

Vreedzaam op deze-aarde-uw oog !

Wie op zijn sponde uw lafenis wacht,

Schenk hem uw zoetheid, vriend'lijkenacht !

Wie op zijn sponde uw lafenis wacht,

Schenk hem uw zoetheid, vriend'lijkenacht !

 

0 hoe klaar, rein en zacht,

Tintelt de-avondster omhoog !

Hoe ze-ons minzaam tegenlacht,

Waar' ze-een blik uit 's Heren oog!

Lieflijk geflonker, tuig' 't ons gemoed,

Dat ons een Vader leidt en behoedt !

Lieflijk geflonker, tuig' 't ons gemoed,

Dat ons een Vader leidt en behoedt !

 

Terug naar overzicht

Aan de oever van de Rotte

Aan de oever van de Rotte

Tussen Delft en Overschie
Zat 'n kikvors luid te wenen

Met een zuigling op haar knie

 

Lieve kleine sprak de moeder

Zie je daar die ooievaar
't Is de moord'naar van je vader

Hij vrat 'm op met huid en haar

 

Wel verdorie sprak de kleine

Heeft die rotzak dat gedaan
Als ik later groot en sterk ben

Zal 'k 'm op zijn donder slaan

 

Nauw'lijks was hij uitgesproken

Of daar kwam de ooievaar
Greep de kleine bij z'n lurven

Stopte 'm bij z'n oude vaar

 

Toen hij binnen was gekomen

Zag hij daar zijn vader staan
En toen zijn ze met z'n tweeën

Naar de uitgang toe gegaan

 

En weer buiten aangekomen

Zagen zij nog altijd groen
Hieruit blijkt dus dat de zuren

Van het rotbeest het niet doen

 

Variant1:

En de moeder oud geworden
't Klinkt heel gek, maar 't is heus waar
Greep de ooievaar bij zijn lurven
En vrat hem op met huid en haar

En zo ging 't nog jaren verder
Tot er geen kikvors meer over was
En ook ooievaars zijn verdwenen
Je ziet ze niet meer op de plas.

 

Variant 2:

(met dank aan FC Winkler)

Aan de oever van de Rotte,

Tussen Delft en Overschie,

Zat een hele grote kikvors

Met een kleintje op zijn knie.

Lieve kleine sprak die ouwe,

Zie je daar die ooievaar.

't Is de moordenaar van je moeder,

Hij vrat er op met huid en haar.

Potverdorie sprak die kleine,

Wat is dat een vuil secreet.

Vader als ik later groot ben,

Trek ik de veren uit zijn reet !!

 

Terug naar overzicht

Aan de oever van de Schelde

(met dank aan Bart Verschooren voor het sturen van de tekst)

Aan de oever van de Schelde

Zat, verscholen in het riet,

Ene kikker met zijn moeder,

Maar zijn vader was er niet.

 

Ziet ge daar, zo sprak de moeder,

Ziet ge daar dien ooievaar

't Is de moordenaar van vader,

Hij vrat hem op, met huid en haar.

 

Godverdom, zo zei die kleine,

Heeft die smeerlap dat gedaan,

Als ik groot en sterk zal wezen,

Ik zal hem op zijn bakkes slaan.

 

Vele jaren zijn verstreken,

En die kikker is al dood,

Maar dien ooievaar, die leeft nog,

En zijn bakkes zien nog rood.

 

Terug naar overzicht

Aanpakken (David Tomkins/E. Wettig-Weissenborn)

De handen uit de mouwen,

De handen aan de ploeg,

Bepeinzen en beschouwen

Dat doen er al genoeg.

We kennen mooie phrazen

En fijn geredeneer.

Maar werken en niet dazen

Daar komt het toch op neer !

 

Niet eerst een spooksel scheppen,

Dan sterven van de schrik,

Van goede wil niet reppen

Op 't laatste ogenblik.

Niet steeds het goed bedoelen

Wanneer de uitkomst faalt,

Wie fouten maakt, mag voelen

Hoe men zijn werk betaalt.

 

Niet steunen op een ander,

Op eigen benen staan.

Toch vrolijk met elkander

Door 't volle leven gaan.

Je eigen biertje brouwen,

Gelegenheid genoeg,

De handen uit de mouwen,

De handen aan de ploeg !

De handen uit de mouwen,

De handen aan de ploeg !

 

Terug naar overzicht

A-B-C-D-E-F-G

(Uit: "Geniet van t lied" - R.K. Jongensweeshuis - Tilburg - 3de Leerjaar uit 1956)

(met dank aan Wilma van de Laak voor het sturen van de tekst)

Versie 1

 

A b c d e f g,

meester de jongens brengen knikkers mee.

Stoute jongen, je mag niet klikken;

anders zal ik je de school uit tikken.

Meester dan ben ik nog niet bang;

dan komt m'n vader met de tang.

Dan komt m'n moeder met de pook.

Tingelingeling dan kom ik ook.

Toen kwam de meester met de spuit.

Tingelingeling en m'n liedje is uit.

 

Versie 2 van Moena de Koning

 

A b c d e f g,

meester de jongens brengen knikkers mee.

Stoute jongen je mag niet klikken,

anders krijg je 7 tikken.

Meester ga gerust uw gang,

Voor zo'n tik ben ik niet bang.

 

A b c d e f g,

meester de jongens brengen knikkers mee

Stoute jongen je mag niet klikken,

anders krijg je 7 tikken.

Meester ik zal niet klikken meer,

want die tikken doen zo'n zeer.

 

Terug naar overzicht

Achter gouden wolkgordijnen

(S. Abramsz./L. Adr. van Tetterode)

Achter gouden wolkgordijnen

Dook de zon in 't westen neer

't Vogelken zoekt vliegensmoede

't Klein, maar veilig nestje weer

't Bloempje zijn teder kelkje

Slechts op zoete slaap belust

't Windje legt vermoeid zich neder

Heel natuur âamt vreê en rust

 

Maanlicht hult de sluim'rende aarde

In zijn zachte toverglans

En een heir van zilv'ren starren

Tintelt aan de hemeltrans

Lieflijke-avond, heil'ge stonde

Ruste daalt in ons gemoed

Als we-uw stille vreê genieten

Vriend'lijke avond, wees gegroet

 

Terug naar overzicht

Afscheid

(Oud-Engels)

(Canon)

't Ga je goed.

Tot wederziens !

Ben j'ook ver, denk nog eens aan mij !

 

Terug naar overzicht

Ain boer wol noar zien noaber tou

Ain boer wol noar zien noaber tou, hai boer hai

Ain boer wol noar zien noaber tou, hai boer hai

Zien wief dat wol met hom goan, domdomdom dai

Zien wief dat wol met hom goan, domdomdom dai

 

Nee wief doe most toeze bliev'n, hai boer hai

Nee wief doe most toeze bliev'n, hai boer hai

Most spinnen en naaien van domdomdom dai

Most spinnen en naaien van domdomdom dai

 

Dou boer weer in hoeze kwam, hai boer hai

Dou boer weer in hoeze kwam, hai boer hai

Zee'e: Wief, wat hestoe wel doan, domdomdom dai

Zee'e: Wief, wat hestoe wel doan, domdomdom dai

 

Moar 't wief kreeg tou bèrestok, hai boer hai

Moar 't wief kreeg tou bèrestok, hai boer hai

En sloug hom dou op zien kop, domdomdom dai

En sloug hom dou op zien kop, domdomdom dai

 

En boer gong noar zien noaber kloagn, hai boer hai

En boer gong noar zien noaber kloagn, hai boer hai

Mien wief het mie op kop sloagn van domdomdom dai

Mien wief het mie op kop sloagn van domdomdom dai

 

En noaber zee: Net ziezo, hai boer hai

En noaber zee: Net ziezo, hai boer hai

Mien wief dei dut krek zie zo, domdomdom dai

Mien wief dei dut krek zie zo, domdomdom dai

 

Terug naar overzicht

Al die willen te kaap'ren varen

Al die willen te kaap'ren varen
Moeten mannen met baarden zijn
Jan, Piet, Jores en Corneel
Die hebben baarden, die hebben baarden
Jan, Piet, Jores en Corneel
Die hebben baarden, tot aan hun keel

Al die ranzige tweebak lusten
Moeten mannen met baarden zijn
Jan, Piet, Jores en Corneel
Die hebben baarden, die hebben baarden
Jan, Piet, Jores en Corneel
Die hebben baarden, tot aan hun keel

Al die deftige pijpkens smoren
Moeten mannen met baarden zijn
Jan, Piet, Jores en Corneel
Die hebben baarden, die hebben baarden
Jan, Piet, Jores en Corneel
Die hebben baarden, tot aan hun keel

Al die met ons de walrus killen
Moeten mannen met baarden zijn
Jan, Piet, Jores en Corneel
Die hebben baarden, die hebben baarden
Jan, Piet, Jores en Corneel
Die hebben baarden, tot aan hun keel

Al die dood en de duivel niet duchten
Moeten mannen met baarden zijn
Jan, Piet, Jores en Corneel
Die hebben baarden, die hebben baarden
Jan, Piet, Jores en Corneel
Die hebben baarden, tot aan hun keel

 

Terug naar overzicht

Al is uw vader maar een smid

(Edward Blaes 1846-1909)

(met dank aan Andreas Jaquet voor het sturen van de tekst)

Al is uw vader maar een smid

Al heeft hij handen zwart als git

En ook een zwart gezicht

Misprijs daarom den brave niet

't Is hij die 't dagelijks brood u biedt

Voor u voor u is 't werk hem licht

 

Al draagt hij maar een blauwen kiel

Daaronder huist een edele ziel

Daar huist een rein gemoed

Bij 't zwoegen vindt hij waar genot

Hij ziet voor u een beter lot

Voor u voor u is 't werk hem zoet

 

En als uw vader oud vol pijn

Gebroken afgemat zal zijn

Voor genen last gezwicht

De handen uit de mouwen dan

Ge wordt alzo een flinke man

Voor u voor u is 't werken plicht

 

Terug naar overzicht

Allen die willen naar Island gaan

Allen die willen naar Island gaan

Om kabeljauw te vangen en te vissen met verlangen

Naar Iseland, naar Iseland, naar Island toe

Tot drieëndertig reizen zij zijn nog niet moe

 

Komt ons de tijd van de fooie aan

Wij dansen met behagen en wij weten van geen klagen

Maar komt de tijd, maar komt de tijd naar zee te gaan

Dan is er wel ons hoofd van zorgen zwaar belaân

 

Als er de wind van het noorden waait

Wij gaan naar de herberge en wij drinken zonder erge

Wij drinken daar, wij drinken daar op ons op ons gemak

Totdat de leste stuiver is uit onze zak

 

Als er de wind van het oosten waait

De schipper, blij van herten, zegt: "Die wind die speelt ons perten;

't Zal beter zijn, 't zal beter zijn, 't zal beter zijn,

Te lopen voor de wind recht Het Kanaal maar in."

 

Langs de Lezaars, de Schorels voorbij

Vandaar al naar Kaap Claire, die niet weet, hij zal wel leren

Toen komt er bij, toen komt er bij ons stureman

En hij geeft ons de koerse recht naar Iseland

 

Wij lopen 't eiland Rokol voorbij

Al naar de vogelscharen, dat kan ieder openbaren

En dan vandaar, en dan vandaar naar Bredefjord

En daar dan smijten wij de kollen buiten bord

 

Fooie = kermis

Lezaars = Kaap Lizzard

Schorels = Scilly eilanden

Kaap Claire = Kaap Clear

Rokol = Rockall

Bredefjord = Breidifjord op IJsland

Kollen = sleepnetten

 

Terug naar overzicht

Alles in de wind

Alles in de wind, alles in de wind
't Is maar een schipperskind
Alles in de wind, alles in de wind
't Is maar een schipperskind

Kom hier Rosa
Je bent mijn zusje, je bent mijn zusje
Kom hier Rosa
Je bent mijn zusje, ja, ja

O wat een spijt, o wat een spijt
Nu ben ik mijn zusje kwijt
O wat een spijt, o wat een spijt
Nu ben ik mijn zusje kwijt

Kom hier Rosa
Je bent een ander, je bent een ander
Kom hier Rosa
Je bent een ander, ja, ja

Daar op die brug, daar op die brug
Vond ik mijn zusje terug.
Daar op die brug, daar op die brug
Vond ik mijn zusje terug

Kom hier Rosa
je bent mijn zusje, je bent mijn zusje
Kom hier Rosa
je bent mijn zusje, ja, ja

 

Terug naar overzicht

Als de bloemen dromen

(tekst/muziek: A. Esveldt-Kischemöller/J.C. Anderson)

Als de bloemen dromen,

In de stille tuin,

Als de vogels domm'len,

Hoog in bomenkruin,

Daalt er over 't water,

Als op vleugels zacht,

Vol van teer gedachten,

Stille vredenacht,

Stille vredenacht.

 

Bloemen, half geloken,

In hun zoete rust,

Worden door het windje,

Zacht en stil gekust.

En bij 't morgenkrieken,

Als zij opengaan,

Blinkt in ieder hartje,

Teer een vreugedetraan,

Teer een vreugedetraan.

 

Terug naar overzicht

Als de boer wil dansen gaan

(E. Wettig-Weissenborn/E. W.-W.)

Als de boer, als de boer wil dansen gaan

Tra-la-la, hop-sa-sa

Dan trekt ie z'n beste klompen aan

Hop-sa-sa, tra-la-la

Dan danst ie, dan springt ie van één-twee-e-drie

Met Leentje en Grietje van hop-sal-de-rie

Van één-twee-e-drie, van één-twee-e-drie

Met Leentje en Grietje van hop-sal-de-rie

 

Als de meid, als de meid wil dansen gaan

Tra-la-la, hop-sa-sa

Dan trekt ze d'r mooiste rokjes aan

Hop-sa-sa, tra-la-la

Dan danst ze, dan springt ze van één-twee-e-drie

Met Teun en met Gerrit van hop-sal-de-rie

Van één-twee-e-drie, van één-twee-e-drie

Met Teun en met Gerrit van hop-sal-de-rie

 

Als de knecht, als de knecht wil dansen gaan

Tra-la-la, hop-sa-sa

Dan trekt ie z'n mooiste klompen aan

Hop-sa-sa, tra-la-la

Dan danst ie, dan springt ie van één-twee-e-drie

Hij danst in z'n eentje van hop-sal-de-rie

Van één-twee-e-drie, van één-twee-e-drie

Hij danst in z'n eentje van hop-sal-de-rie

 

Terug naar overzicht

Als de gele blaad'ren vallen

(tekst/muziek: W.G. v.d. Hulst/J.W. van Setten)

Zeg blaadjes, waar wil je naar toe ?

Je sliert en je draait er zo wild door de lucht,

Je zwiert en je zwaait, zeg ga j'op de vlucht ?

Waar naar toe?

 

Zeg, denk je dat jullie ook vogeltjes zijt

En mee moogt naar 't zonnige land,

Waar de zangertjes won'-in de wintertijd ?

Zeg kiest er een andere kant.

 

De wind komt en drijft jullie spottend uiteen

En lacht om je dolle gezwier.

Ach, hij duikelt je neer in een sloot of plas,

Zó boet je je dolle plezier.

 

Neen, daalt maar en spreidt saâm een dekentje neer;

Het zaadje, het beidt er je warmte zo zeer !

Dekt het toe !

Zeg blaadjes, dáár moet je naar toe !

 

Terug naar overzicht

Als de grote klokke luidt

Als de grote klokke luidt, de klokke luidt, de reuze komt uit
Kere weerom, reuze, reuze, kere weerom, reuzegom

Moeder, hang de pot op 't vier, de pot op 't vier, de reuze komt hier
Kere weerom, reuze, reuze, kere weerom, reuzegom

Moeder, snijd een boterham, een boterham, de reuze is gram
Kere weerom, reuze, reuze, kere weerom, reuzegom

Moeder, tap het beste bier, het beste bier, de reuze is gier
Kere weerom, reuze, reuze, kere weerom, reuzegom

Moeder, stop al ras het vat, al ras het vat, de reuze is zat
Kere weerom, reuze, reuze, kere weerom, reuzegom

Moeder, geef maar kaas en brood, maar kaas en brood, de reuze is dood.
Kere weerom, reuze, reuze, kere weerom, reuzegom

Die daar zegt die reus die kom, die reus die kom, die liegen erom
Kere weerom, reuze, reuze, kere weerom, reuzegom

 

Terug naar overzicht

Als het eens regent

(met dank aan Jeanne Albers voor het sturen van de tekst)

Als het eens regent en je de zon niet ziet
kun je er tegen, 't hindert geen biet.
Laat het maar sauzen ja, ha ha ha ha ha ha
wat er vandaag valt valt morgen niet.

't Tikt op je tentzeil, prettig geluid is dat
maakt er je dekens lekker niet nat.
Laat het maar sauzen ja, ha ha ha ha ha ha
geeft moeder aarde heerlijk een bad.

Het sist in je kampvuur, dooft er de vlam niet uit
enkel wat vonken zijn er de buit.
Laat het maar sauzen ja, ha ha ha ha ha ha
heeft niet de regen zon tot besluit ?

 

Terug naar overzicht

Als ik eens een vogeltje was (Een lustig liedeken)

(C. van Rennes)

Als ik eens een vogeltje was
O wat zou ik vliegen
'k Liet mij dan op hogen tak
Heen en weder wiegen
Als ik eens een vogeltje was
O wat zou ik vliegen
Tra la la la la la la la la la
La la la la la la la

Als ik eens een visje was
O wat zou ik spart'len
In het koele klare nat
Heel de dag maar dart'len
Als ik eens een visje was
O wat zou ik spart'len
Tra la la la la la la la la la
La la la la la la la

Daar ik jong en vrolijk ben
Wil ik lustig springen
Wil ik ook op blijde toon
Mijne liedje zingen
Daar ik jong en vrolijk ben
Wil ik vrolijk zingen
Tra la la la la la la la la la
La la la la la la la

Terug naar overzicht

Als m'n pappie zich scheert

(met dank aan Hanneke Peters voor het sturen van de tekst)

Bij ons thuis is iedere morgen concert
Wij hebben geen radio nodig
En ook geen piano of een grammofoon
Die zijn 's morgens vroeg overbodig
Want pappie die zingt dan het hoogste lied uit
En ieder wordt stil bij zo'n machtig geluid

Refrein:

Als m'n pappie zich scheert
Kan hij zo goed zingen
En dan zingt hij zo luid
Dat de ruiten haast springen
Dan zingt hij van troela hoela, hoela hoela tjoemtrala
Mama zegt: "Je lijkt zo wel een zanger van de opera"
Als m'n pappie zich scheert
Kan hij zo mooi zingen
En dan zingt hij zo luid
Dat de ruiten haast springen
Maar als hij zich dan snijdt
Is het zingen gedaan
En dan roept hij vol nijd
Geef de pleisters eens aan


Zo davert ons huis ied're morgen dan weer
Wij vinden die harde muziek fijn
Vergeet hij het, vragen de buren zich af
We horen niets, zou hij soms ziek zijn
En krijgt pappie soms een lik zeep in z'n mond
Is 't even stil maar hij begint weer terstond

Refrein

Terug naar overzicht

Als weer de lome windekens (Meiliedje)

(G.H. Priem/H.J. Stomp)

Als weer de lome windekens

Gaan spelen op de fluit,

Dan roepen alle kindekens

De Mei tot Koning uit.

De Meie, de Meie,

De wereld is de bruid !

 

Ze kransen en ze kronene er

Zijn jonge blonde kop,

En trekken hem al jolende

De hoogste heuvel op.

De Meie, de Meie,

En dansen om de top.

 

Dan klappen ze - in de handekens

En zingen blij een lied:

De Mei is koning in het land

En schoner is er niet.

De Meie, de Meie,

Die glimlacht als hij 't ziet.

 

Zijn droomblauwe ogen tintelen,

Zijn glimlach is zo zoet;

Er sparkelt uit zijn blonde haar

Een glans als zonnegloed.

De Meie, de Meie,

Die maakt de wereld goed.

Terug naar overzicht

Amsterdamse meisje

Amsterdamse meisje, wat doe je hier zo laat op straat ?
Zeg eens aardig meisje, waar of je henen gaat.
'k Ga m'n zusje halen, die nog bij m'n tante is,
Anders moet zij dwalen al in die duisternis.

Terug naar overzicht

Anna zat te wachten

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Anna zat te wachten, te wachten op haar man.

's Nachts om twaalf uren, daar kwam de smeerlap an.

Goedenavond Anna, Goedenavond Jan,

Waar ben je zolang gebleven ? Dat gaat jou niks an.

 

Anna ging naar boven, haalde een dikke stok,

Sloeg het arme ventje bovenop z'n kop.

Jan begon te huilen, te huilen moord en brand.

De buren kwamen kijken, maar er was niks aan de hand.

 

Terug naar overzicht

Annemarieken

Wel Annemarieken, waar gaat gij naar toe
Wel Annemarieken, waar gaat gij naar toe
'k Gane naar buiten al bij de soldaten
Hop-sa-sa, fal-la-la, An-ne-ma-rie

Wel Annemarieken, wat gaat gij daar doen
Wel Annemarieken, wat gaat gij daar doen
Haspen en spinnen, soldaatjes beminnen
Hop-sa-sa, fal-la-la, An-ne-ma-rie

Wel Annemarieken, hebt gij er geen man
Wel Annemarieken, hebt gij er geen man
Heb ik geen man, ik krijge geen slagen
Hop-sa-sa, fal-la-la, An-ne-ma-rie

Wel Annemarieken, hebt gij er geen kind
Wel Annemarieken, hebt gij er geen kind
Heb ik geen kind, ik moete niet zorgen
Hop-sa-sa, fal-la-la, An-ne-ma-rie

Terug naar overzicht

Arbeid

(tekst/muziekG. van Vlaederacken)

Op de blauw-azuren zee,

Waar de bolle zeilen zwieren,

Gooien vissers netten uit,

Laten koen de kables vieren;

Heisa hee, Heisa hee,

Witte zeilen op de zee,

Heisa hee, Heisa hee,

Witte zeilen op de zee.

 

In de bont-bevolkte stad,

Klinken zwaar de mokerslagen,

Alles jaagt en stuwt en streeft,

Door de arbeid-zware dagen;

Heisa hoei, heisa hoei,

Dreunend davert 't stads-geloei,

Heisa hoei, heisa hoei,

Dreunend davert 't stads-geloei.

 

In het zon-doorstoode land,

Zijn de zaaiers aan het zaaien,

Als het koren is gerijpt,

Gaan de maaiers aan het maaien;

Heisa hei, heisa hei,

Sikkels flitsen rij aan rij,

Heisa hei, heisa hei,

Sikkels flitsen rij aan rij.

Terug naar overzicht

Avond

(Liederkeur voor de school en het leven.van C.G. Weeren)

(met dank aan Jan Corvers, Hanneke Peters en Kees Veltman voor het sturen van de tekst)

De zon ging moe ter ruste
In ‘t purperen bed van licht,
De vogels zochten 't nestje
In 't lover, warm en dicht.
Een luchtig witte sluier
Golft uit de verte aan,
En dekt de tere bloemen,
Die zoet te dromen staan.

 

 

Het wordt zo stil en vredig,
Een verre dorpsklok slaat,
En op de grote weide
Een schaapje klaaglijk blaat.
De maan staat als een herder
In 't tink'lend sterrenheir,
De wind zingt door de blâren
Een liedje, zacht en teer.

Terug naar overzicht

Avond

(J.G. Nijk/H.J. den Hertog)

De zon staat op de weiderand

In rossig rode avondbrand,

Weerkaatsend in de ruiten;

Maar langzaam dooft de vlammengloed,

Een laatste straal, als afscheidsgroet,

Glijdt glinst'rend over 't duist'rend land,

Om deze dag te sluiten.

 

Er suizelt door de lindeboom

Een zoete stem van avonddroom,

Een vredebrengend fluist'ren,

Dat elk nu rustige slapen mag

Na 't moede hijgen van de dag.

En 'k vlij me neder, moe en loom,

Om mijm'rend toe te luist'ren.

 

Gelijk een kindje slapen gaat,

Na woelig spel en druk gepraat,

Bij Moeders avondbede,

Zo vindt nu ieder zoete rust,

Door troostend woord in slaap gesust,

En droomt, dat aan zijn sponde staat

Een engel van de vrede.

Terug naar overzicht

t' Avond gaat ons feeste aan

t' Avond gaat ons feeste aan

Hé courage viva

Wij willen samen dansen gaan

Hé courage viva, hé courage viva

 

"Dochter hebt g' een vrijer ?"

Hé courage viva

"Ja, moederlief, ik heb er twee !"

Hé courage viva, hé courage viva

 

"Dochter kies een rijke"

Hé courage viva

"En laat de arme kijken !"

Hé courage viva, hé courage viva

 

"Moeder, 'k wil een rijke niet"

Hé courage viva

"De arme is mijn zoetelief !"

Hé courage viva, hé courage viva

 

Terug naar overzicht

Avondlied

(met dank aan Jeanne Albers voor het sturen van de tekst)

O Heer, d'avond is neergekomen,

de zonne zonk, het duister klom.

De winden doorruisen de bomen

en verre sterren staan alom...

Wij knielen neer om U te zingen

in 't slapend woud ons avondlied.

Wij danken U voor wat we ontvingen,

Wij vragen, Heer, verlaat ons niet !

Knielen, knielen, knielen wij neder,

door de stilte weerklinkt onze beê

Luist'rend fluist'ren kruinen mee

en sterren staren teder.

Geef ons Heer, zegen en rust en vreê !

 

(Lied dat in Vlaanderen door verschillende jeugdbewegingen, waaronder de Scouts, veel gezongen wordt. Het is geïnspireerd op de katholieke voorgeschiedenis van de meeste jeugdbewegingen. Het Avondlied wordt over het algemeen in groep gezongen voor het slapengaan als afsluiting van de dag of bij het kampvuur. In oorsprong is het lied in een vrije vertaling van het Franse "Cantique Des Patrouilles".)

 

Terug naar overzicht

Baas Jan de timmerman

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Daar is Jan de timmerman

Wat die man al maken kan

Kasten, kisten, koffers, banken

Zaagt Baas Jan van blanke planken

Weet je hoe dat zagen gaat ?

Weet je hoe dat zagen gaat ?

Zo, zie zo, zie zo, zie zo.

Zo zaagt Baas Jan in de maat

Zo, zie zo, zie zo, zie zo.

Zo zaagt Baas Jan in de maat.

 

 

Jan-Baas heeft de stukken klaar

Timmert alles in elkaar

En zijn hamer danst bij 't kloppen

Tikt de spijkers op hun koppen

Weet je hoe dat kloppen gat ?

Weet je hoe dat kloppen gaat ?

Zo, zie zo, zie zo, zie zo.

Zo klopt Jan-Baas in de maat

Zo, zie zo, zie zo, zie zo.

Zo klopt Jan-Baas in de maat

 

Terug naar overzicht

Bananen zijn gezond

(met dank aan Joelle Verhaaren en Marc van Heurck voor het sturen van de tekst)

Versie 1

(met dank aan Joelle Verhaaren en Marc van Heurck voor het sturen van de tekst)

 

Eet veel bananen, bananen zijn gezond

Adam sloeg eva op d’r blote .....

Konstantinopel is een mooie stad,

Daar lopen meisjes in hun blote…

Ga je mee naar Frankrijk, Frankrijk is zo leuk

Daar wordt er ’s avonds heel wat af ge…

Neushorens vangen in het hoge riet

Daar lopen meisjes in hun blote…

Tita tovenaar die heeft een lange sik

Met daar onder een hele grote…

Pikken is verboden voor het kleinste spul

De vader van Jantje heeft een grote…

Lust je limonade? Nee dat lust ik niet

En dit is dan het einde van ons beschaafde lied.

 

Versie 2

(met dank aan Frans voor het sturen van de tekst)

 

Eet veel bananen, bananen zijn gezond

Adam sloeg eva op d’r blote .....

Konstantinopel is een mooie stad,

Daar lopen meisjes in hun blote…

Ga je mee naar Frankrijk, Frankrijk is zo leuk

Daar wordt van 's morgens tot 's avonds laat ge..

Neusdruppeltjes halen is van grote nut

Jantje stak z'n vinger in Marietjes …

Kunstgebittenbakje cola met een tik 

Als je niets te doen hebt speel je met je …

Pekineesche hondje met zón kleine snuit

Zo zing ik dit liedje heel erg netjes uit.

 

Terug naar overzicht

Bergen gaan wij beklimmen

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Bergen gaan wij beklimmen,
Tot op de verste top !
Opwaarts naar de kimmen,
Hoger en hoger op !
Luist'ren vanwaar de stormwind bruist,
Kijken wat achter de bergen huist.
Wat is de wereld wijd,
Wat is de wereld wijd.

 

Schuimende waat'ren ontspringen,
Stromen naar 't diepe dal.
Hoor ze bruisen en zingen,
Klateren overal !
Koel is het water, dat spuit uit de bron,
Heerlijk het strelen en koesteren der zon.
Wat is de wereld wijd,
Wat is de wereld wijd.

 

Stijgt er uit diepe dalen,
Statig en stil de nacht.
Brengen manestralen,
Elfen en dwergen zacht.
Dempt nu de schreden,
De stappen in 't bos,
Vleien w' ons neder en rusten in 't mos.
Wat is de wereld wijd,
Wat is de wereld wijd.

 

Terug naar overzicht

Beurtzang

(Dr. J.P. Heije/Fr. Coenen)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

In het groene loover

Zit een vogelijn,

Onder 't groene loover

Zit een maagdelijn;

't Vogeltje zingt boven,

't Meisje zingt beneên,

Weltevreên !

En hun zoete stemmen

Smelten zacht ineen,

En hun zoete stemmen

Smelten zacht ineen.

 

In de kruidjes luistert

Al het wollig vee,

In de blaadjes fluistert

Ieder koeltje mee;

't Vogeltje zingt boven,

't Meisje zingt beneên,

Weltevreên !

En hun zoete stemmen

Smelten zacht ineen,

En hun zoete stemmen

Smelten zacht ineen.

 

't Vogel-keeltje ontglippen

Lied'ren God ter eer,

En de maagden-lippen

Danken God den Heer;

't Vogeltje zingt boven,

't Meisje zingt beneên,

Weltevreên !

En hun zoete stemmen

Smelten zacht ineen,

En hun zoete stemmen

Smelten zacht ineen.

 

Terug naar overzicht

Bim, Bam, Beieren

(met dank aan Wilma de Laak voor het sturen van de tekst)

Bim bam beieren,

de koster lust geen eieren.

Wat lust hij dan ?

Spek in de pan.

O wat een lekkere koster dan.

 

Bim bam beieren,

de koster lust geen eieren.

Wat lust hij dan?

Spek in de pan.

Dat de koster niet krijgen kan.

 

Terug naar overzicht

Bloeimaand

(Dr. J.P. Heije/Hendrika van Tussenbroek)

Mei spreidt zij bloesem weer over struik en bomen;

Zonnestralen, lentegeur zijn opnieuw gekomen;

Ieder knopje in veld en bos

Woelt zijn groene blaadjes los.

Mei spreidt zijn bloesem weer over struik en bomen.

 

Snorrend vliegt de kever rond, alle vogels fluiten;

't Bijtje gonst van bloem op bloem, alles loopt naar buiten;

Alles juicht en roept verblijd:

Welkom lieve lentetijd.

Snorrend vliegt de kever rond, alle vogels fluiten.

 

Terug naar overzicht

Blondje en bruintje

(M.F. v.d. Elst-Boonzaajer)

Twee lieve kleine meiskes,

D' één blond en d' ander bruin,

Die holdebolden samen,

Door 't heerlijk, door 't heerlijk Hollands duin.

Ze renden van een hoogte af,

In mateloze draf.

 

Twee lieve kleine meiskes,

Die hadden zo gestoeid,

Het hollen en het draven,

Dat maakte, dat maakte hen vermoeid.

Toen ging het op een sukkeldraf,

De hoge duinen af.

 

Twee lieve kleine meiskes,

Die gingen 's avonds moe,

Met lome trage beentjes,

Maar gauw, maar gauw naar bedje toe,

De oogjes gingen in een tel,

Bij blondj' en bruintje dicht. 

 

Slaap wel !

 

Terug naar overzicht

Boerenmarsch

Wij zingen van de boeren en boerinnen,
Wij zingen van de hele boerenstand,
Die het altijd door van elke stand zal winnen,
Die het sieraad en de trots is van ons land.
Ja, de boeren, de boeren en boerinnen,
Zijn de glorie en de rijkdom van ons land.

Wij zingen van de boter en de kazen,
Wij zingen van de melk en van de wei,
Die de hele wereld altijd doen verbazen,
Die de glorie zijn van elke boerderij.
Ja, de boeren, de boeren en boerinnen,
Zijn de glorie en de rijkdom van ons land.

Wij zingen van de erwten en de bonen,
Wij zingen van de bieten en het graan,
Die de boeren, als de oogst het werk wil lonen,
Met d'r centen naar de spaarbank toe doen gaan.
Ja, de boeren, de boeren en boerinnen,
Zijn de glorie en de rijkdom van ons land.

Terug naar overzicht

Bonslied van het KNGV

(met dank aan Carola voor het sturen van de tekst)

Geen zang klinkt zo schoon en geen toon wordt gehoord,

Die ons meer begeestert, die meer ons bekoort,

Geen lied klinkt zo krachtvol, zo innig gemeend,

Als ’t lied van gymnasten, als broeders vereend.

Dan worden eendracht en vriendschap gestaald,

Dan wordt de juichtoon vol geestdrift herhaald,

En daverend rolt dan langs velden en vloed,

Het vrank en het vrij en het vroom en het vroed !

 

Dan drukken we elkander als broeders de hand,

Dan is er geen sprake van rang of van stand,

Van ouden of jongen, van armen of rijk,

In ’t kleed van de turner zijn allen gelijk.

Eén is ons streven en één in gedacht,

Eén is ons doelwit: door oefening kracht !

Bij het vrank en het vrij en het vroom en het vroed !

Ook één in leus en ook één in de groet:

Bij het vrank en het vrij en het vroom en het vroed !

 

Terug naar overzicht

Bruidsvaart in de sneeuw

(met dank aan Ineke Wekker voor het sturen van de tekst)

De sneeuw ligt over de velden,

De paardjes lopen in draf.

Daar is een bruiloft op handen

Wij halen, wij halen,

wij halen het bruidspaar af.

Ho, stampen de paardjes, wij zijn er,

Ho, trappelend gespan.

Daar komen de bruid en de bruidegom

En de aardige strooistertjes an.

Ringelintingting, ringelingtingting,

Zo luiden de klokjes de bruiloft in.

 

De ouders gaan we nu halen,

De paardjes lopen in draf.

Twee bruintjes trekken de slede,

Wij halen de ouders af.

Ho stampen de paardjes, wij zijn er,

Ho, trappelend gespan.

Daar komt het deftige ouderpaar

Van de bruid en de bruidegom an.

Ringelintingting, ringelingtingting,

Zo luiden de klokjes de bruiloft in.

 

De grootouders gaan we nu halen,

Nu paardjes, temper je draf.

Zo wild niet en zo vurig,

Wij halen de grootouders af.

Ho stampende paardjes, wij zijn er,

Ho, trappelend gespan.

Zo wild niet en zo vurig,

Daar komen de grootouders an.

Ringelintingting, ringelingtingting,

Zo luiden de klokjes de bruiloft in.

 

De kinders gaan we nu halen,

De paardjes lopen in draf.

Laat rinkelen en tinkelen de bellen,

Wij halen de kinders af.

Ho, stampende paardjes wij zijn er,

Ho, trappelend gespan.

Daar komt de hele kinderstoet

Al juichend en zingende an.

Ringelintingting, ringelingtingting,

Zo luiden de klokjes de bruiloft in.

 

Terug naar overzicht

Buiten

(J. Dijkstra/H.J. Stomp)

Wij dartelen tussen bloemen,

Die schitteren goud en rood,

Langs zonnige slingerpaden

En walletjes, wei en sloot.

De wolken daarboven, komen, gaan,

Waar 't windje ze drijft langs blauwe baan,

Waar 't windje ze drijft langs blauwe baan.

 

Hier fladderen over bloemen,

De vlindertjes blank en bont,

De leeuwerik zingt in 't blauwe,

Insectengezoem gaat rond.

De wolken daarboven, komen, gaan,

Waar 't windje ze drijft langs blauwe baan,

Waar 't windje ze drijft langs blauwe baan.

 

Papavers daar tussen 't koren

En sterretjes staan in 't gras,

Het zomerse land ligt dromend

En stil of 't heilig was !

De wolken daarboven, komen, gaan,

Waar 't windje ze drijft langs blauwe baan,

Waar 't windje ze drijft langs blauwe baan.

 

Terug naar overzicht

Buiten in de biezen

(met dank aan Wilma de Laak en Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Buiten in de biezen, daar lei een hondje dood,

zijn staartje was bevroren, zijn billetjes waren bloot.

Toen kwam Jan de slager,

die zei: de hond is mager.

toen kwam Lysje Lonken,

die zei: dat beest is dronken.

Toen kwam Tryntje Rommelpot,

die zei: dat beest is half zot.

Toen kwam Tys de timmerman,

die spijkerde 't hondje zijn staartje weer an.

En 't hondje gingen heenen,

Met z'n staartje tussen z'n beenen.

 

 

Terug naar overzicht

Catootje

En ik ben met Catootje naar de botermarkt geweest
En zij kon maken wat ze wou
Zij kon maken wat ze wou

Zij kon maken wat ze wou

Zij kon maken wat ze wou

 

En zij maakte van boter een dominee
Een dominee pardoes
In de karrek
In de karrek
Zei de dominee
In de karrek
In de karrek
Zei de dominee

Een domi dominee, een domi dominee
En m'n zuster die heet Kee

En m'n zuster die heet Kee

En m'n zuster die heet Kee

 

En zij maakte van boter een wafelvrouw
Een wafelvrouw pardoes
Kom maar binnen
Kom maar binnen
Zei de wafelvrouw
Kom maar binnen
Kom maar binnen
Zei de wafelvrouw

En zij maakte van boter een toverheks
Een toverheks pardoes
'k zal je pakken
'k zal je pakken
Zei de toverheks

'k zal je pakken
'k zal je pakken
Zei de toverheks

 

En zij maakte van boter een kastelein
Een kastelein pardoes
Eerst betalen
Eerst betalen
Zei de kastelein

Eerst betalen
Eerst betalen
Zei de kastelein

 

En zij maakte van boter een barones
Een barones pardoes
In de suite
In de suite
Zei de barones

In de suite
In de suite
Zei de barones

 

En zij maakte van boter een dikke meid
Een dikke meid pardoes
Lekker zoenen
Lekker zoenen
Zei de dikke meid

Lekker zoenen
Lekker zoenen
Zei de dikke meid

 

En zij maakte van boter een oude heer
Een oude heer pardoes
Heel voorzichtig
Heel voorzichtig
Zei de oude heer

Heel voorzichtig
Heel voorzichtig
Zei de oude heer

 

En zij maakte van boter een lichtmatroos
Een lichtmatroos pardoes
Mooie benen
Mooie benen
Zei de lichtmatroos

Mooie benen
Mooie benen
Zei de lichtmatroos

 

De laatste zes regels van de voorgaande coupletten worden telkens na het volgende couplet gezongen.

Je eindigt met:

Een domi-dominee

Een domi-dominee

En m'n dochter die heet Kee

En m'n dochter die heet Kee

 

Terug naar overzicht

Circus Troelala

(met dank aan Betsie Hofman voor het sturen van de tekst)

Bij ons op het plein staat een heel grote tent
Het circus is weer in het land
Voor groten 2 kwartjes voor kleinen 5 cent,

dat staat er geschreven in de krant
Je hoort geschreeuw al bij de deur
Het is de stem van de directeur

Circus Troelala uit Amerika

Is op tournee door Nederland.

Met een oude aap ,

Die heeft een kale raap

En ook een manke olifant.

De grijze beer,

Die bijt niet meer,

Die heeft allang een vals gebit.

En de leeuw die hoest

En de papegaai die proest

En domme August heeft de spit.

 

Terug naar overzicht

Contstant had een hobbelpaard

(met dank aan Riet Rademakers en Johan Koning voor het sturen van de tekst)

Constant had een hobbelpaard,

Zonder kop en zonder staart.

Zo reed hij de wereld rond,

Zomaar in zijn blote................

Constant had een hobbelpaard, enz..

 

Dit liedje kun je eindeloos herhalen, want in plaats van .......... zing je dan Constant had een hobbelpaard enz.

 

 

Terug naar overzicht

Corvee in 't kamp

(E.P./J.C. Andreae)

Water sjouwen,

Dekens vouwen,

'k Heb vandaag corvée.

Vaten wassen,

Aarpels jassen,

Jongens, 't valt niet mee.

 

Vuurtje stoken,

Potje koken,

Hakken, ham'ren, slaan.

Dekens kloppen,

Sokken stoppen,

't Komt er wel op aan.

 

Vogels fluiten

Fijn daarbuiten,

Maar ik mag niet mee.

Lopen, draven,

Werken, slaven;

'k Heb vandaag corvée !

 

Terug naar overzicht

Cowboy Jimmy

(met dank aan Karel van de Pol, Gerard Engelbertink en Arno Kools voor de tekst)

Versie 1

 

Op de prairie in een blokhut woont een man

Rooie haren, twee pistolen en niet bang

Hij woont er eenzaam en verlaten

Ver van dorpen en van straten

Rooie Jimmy van de ranch de Circle Slang

 

Refrein:

Singin' ai-ai-yippy-yippy-yeeh

Singin' ai-ai-yippy-yippy-yeeh

Singin' ai-ai-yippy ai-ai-yippy

Singin' ai-ai-yippy-yippy-yeeh

 

Met de lasso kan hij werpen als niet een.

Hij is de koning der prairie, hij alleen.

Ook hoopt hij eens te trouwen,

Ja dat zal hem niet berouwen.

Rooie Jimmy is dan niet meer zo alleen.

 

Refrein

 

Op een dag moest Rooie Jimmy naar de stad

Omdat hij geen kogels voor zijn Colt meer had

Goed geluimd en wel tevreden

Is hij naar de stad gereden

Pas gewassen, pas geschoren, helemaal glad

 

Refrein

 

In de stad kocht Jimmy kogels en tabak

Speelde poker, slokte whisky met gemak

Tot-ie Shorty aan zag komme

Die zijn vijand was potdomme

Rustig fluitend met zijn handen in zijn zak

 

Refrein

 

In een oogwenk was de strijd toen weer ontbrand

Jimmy schoot vanaf zijn heup in Shorty's hand

Shorty liet zijn Colt toen vallen

Jimmy bleef maar rustig knallen

Schoot het licht uit en de flessen van de wand

 

Refrein

 

Jimmy vluchtte in een reuze snelle vaart

Maar hij kreeg al gauw de sheriff aan zijn staart

Over heuvels, langs ravijnen

Tot de maan begon te schijnen

En dat ging toen met een ongeluk gepaard

 

Refrein

 

Jimmy's paard schrok van de maan en sloeg op hol

En dat hield-ie wel een half uurtje vol

En toen sprong hij zonder reden

Een ravijn in, naar beneden

Paard en ruiter draaiden daarbij als een tol

 

Refrein

 

Onder stenen, onder zand en onder gruis

Ligt nu Rooie Jimmy heel ver van zijn huis

Als een held heeft hij gestreden

Prairiekoning van het verleden

En zijn mond is nu gesloten als een kluis

 

Refrein

 

Versie 2

 

In een blokhut op de prairie woont een man
Rode haren, twee revolvers en niet bang
Hij woont eenzaam en verlaten
Ver van steden en van straten
Wilde Johnny op zijn oude circuspaard

Refrein:
Zing ik ai ai jippie jippie jee
Zing ik ai ai jippie jippie jee
Zing ik ai ai jippie
Ai ai jippie
Ai ai jippie jippie jee

Op een dag moest Wilde Johnny naar de stad
Omdat hij geen kogels voor zijn colt meer had
Zeer voldaan en zeer tevreden
Is hij daar toen heen gereden
Goed gewassen en geschoren helemaal glad

Refrein


In de
stad kocht hij wat kogels en tabak
Slurpte whisky, speelde poker met gemak
Tot hij Jacky aan zag komen
Die zijn vijand was vernomen
Met zijn handen allebei fluitend in zijn zak

Refrein


Toen ineens was de strijd in volle brand
Jacky schoot Johnny's colt uit zijn hand
Johnny liet zijn Colt vallen
Maar Jacky bleef maar knallen
Schoot de glazen en de flessen van de plank

Refrein


Johnny reed zo snel mogelijk met zijn paard
Want de sheriff zat hem vlak achter zijn staart
Hij reed door dalen en ravijnen
Tot de maan begon te schijnen
Viel hij dood van zijn ongelukkig paard

Refrein


Op de prairie onder wat stenen en wat gruis
Ligt het lijk van Wilde Johnny ver van huis
Hij is als cowboy overleden
Koning prairie van het verleden
En zijn mond is nu gesloten als een kluis

Refrein

 

Terug naar overzicht