Al die willen te
kaap'ren varen
Moeten mannen met baarden zijn
Jan, Piet, Jores en Corneel
Die hebben baarden, die hebben baarden
Jan, Piet, Jores en Corneel
Die hebben baarden, tot aan hun keel
Al die ranzige tweebak lusten
Moeten mannen met baarden zijn
Jan, Piet, Jores en Corneel
Die hebben baarden, die hebben baarden
Jan, Piet, Jores en Corneel
Die hebben baarden, tot aan hun keel
Al die deftige pijpkens smoren
Moeten mannen met baarden zijn
Jan, Piet, Jores en Corneel
Die hebben baarden, die hebben baarden
Jan, Piet, Jores en Corneel
Die hebben baarden, tot aan hun keel
Al die met ons de walrus killen
Moeten mannen met baarden zijn
Jan, Piet, Jores en Corneel
Die hebben baarden, die hebben baarden
Jan, Piet, Jores en Corneel
Die hebben baarden, tot aan hun keel
Al die dood en de duivel niet duchten
Moeten mannen met baarden zijn
Jan, Piet, Jores en Corneel
Die hebben baarden, die hebben baarden
Jan, Piet, Jores en Corneel
Die hebben baarden, tot aan hun keel
(met dank aan Jeanne Albers voor het
sturen van de tekst)
Als het eens regent en je de zon niet
ziet
kun je er tegen, 't hindert geen biet.
Laat het maar sauzen ja, ha ha ha ha ha ha
wat er vandaag valt valt morgen niet.
't Tikt op je tentzeil, prettig geluid is dat
maakt er je dekens lekker niet nat.
Laat het maar sauzen ja, ha ha ha ha ha ha
geeft moeder aarde heerlijk een bad.
Het sist in je kampvuur, dooft er de vlam niet uit
enkel wat vonken zijn er de buit.
Laat het maar sauzen ja, ha ha ha ha ha ha
heeft niet de regen zon tot besluit ?
Als
ik eens een vogeltje was (Een lustig liedeken)
(C. van Rennes)
Als
ik eens een vogeltje was
O wat zou ik vliegen
'k Liet mij dan op hogen tak
Heen en weder wiegen
Als ik eens een vogeltje was
O wat zou ik vliegen
Tra la la la la la la la la la
La la la la la la la
Als ik eens een visje was
O wat zou ik spart'len
In het koele klare nat
Heel de dag maar dart'len
Als ik eens een visje was
O wat zou ik spart'len
Tra la la la la la la la la la
La la la la la la la
Daar ik jong en vrolijk ben
Wil ik lustig springen
Wil ik ook op blijde toon
Mijne liedje zingen
Daar ik jong en vrolijk ben
Wil ik vrolijk zingen
Tra la la la la la la la la la
La la la la la la la
(met dank aan Hanneke Peters voor
het sturen van de tekst)
Bij ons thuis is iedere morgen concert
Wij hebben geen radio nodig
En ook geen piano of een grammofoon
Die zijn 's morgens vroeg overbodig
Want pappie die zingt dan het hoogste lied uit
En ieder wordt stil bij zo'n machtig geluid
Refrein:
Als m'n pappie zich scheert
Kan hij zo goed zingen
En dan zingt hij zo luid
Dat de ruiten haast springen
Dan zingt hij van troela hoela, hoela hoela tjoemtrala
Mama zegt: "Je lijkt zo wel een zanger van de opera"
Als m'n pappie zich scheert
Kan hij zo mooi zingen
En dan zingt hij zo luid
Dat de ruiten haast springen
Maar als hij zich dan snijdt
Is het zingen gedaan
En dan roept hij vol nijd
Geef de pleisters eens aan
Zo davert ons huis ied're morgen dan weer
Wij vinden die harde muziek fijn
Vergeet hij het, vragen de buren zich af
We horen niets, zou hij soms ziek zijn
En krijgt pappie soms een lik zeep in z'n mond
Is 't even stil maar hij begint weer terstond
Amsterdamse meisje, wat doe je hier zo
laat op straat ?
Zeg eens aardig meisje, waar of je henen gaat.
'k Ga m'n zusje halen, die nog bij m'n tante is,
Anders moet zij dwalen al in die duisternis.
Wel
Annemarieken, waar gaat gij naar toe
Wel Annemarieken, waar gaat gij naar toe
'k Gane naar buiten al bij de soldaten
Hop-sa-sa, fal-la-la, An-ne-ma-rie
Wel Annemarieken, wat gaat gij daar doen
Wel Annemarieken, wat gaat gij daar doen
Haspen en spinnen, soldaatjes beminnen
Hop-sa-sa, fal-la-la, An-ne-ma-rie
Wel Annemarieken, hebt gij er geen man
Wel Annemarieken, hebt gij er geen man
Heb ik geen man, ik krijge geen slagen
Hop-sa-sa, fal-la-la, An-ne-ma-rie
Wel Annemarieken, hebt gij er geen kind
Wel Annemarieken, hebt gij er geen kind
Heb ik geen kind, ik moete niet zorgen
Hop-sa-sa, fal-la-la, An-ne-ma-rie
(Liederkeur voor de school en het
leven.van C.G. Weeren)
(met dank aan Jan Corvers, Hanneke
Peters en Kees Veltman voor het sturen van de tekst)
De zon ging moe ter ruste
In ‘t purperen bed van licht,
De vogels zochten 't nestje
In 't lover, warm en dicht.
Een luchtig witte sluier
Golft uit de verte aan,
En dekt de tere bloemen,
Die zoet te dromen staan.
Het wordt zo stil en vredig,
Een verre dorpsklok slaat,
En op de grote weide
Een schaapje klaaglijk blaat.
De maan staat als een herder
In 't tink'lend sterrenheir,
De wind zingt door de blâren
Een liedje, zacht en teer.
(met dank aan Jeanne Albers voor
het sturen van de tekst)
O Heer, d'avond is neergekomen,
de zonne zonk, het duister klom.
De winden doorruisen de bomen
en verre sterren staan alom...
Wij knielen neer om U te zingen
in 't slapend woud ons avondlied.
Wij danken U voor wat we ontvingen,
Wij vragen, Heer, verlaat ons niet !
Knielen, knielen, knielen wij neder,
door de stilte weerklinkt onze beê
Luist'rend fluist'ren kruinen mee
en sterren staren teder.
Geef ons Heer, zegen en rust en vreê !
(Lied dat in Vlaanderen door
verschillende jeugdbewegingen, waaronder de Scouts, veel gezongen wordt.
Het is geïnspireerd op de katholieke voorgeschiedenis van de meeste
jeugdbewegingen. Het Avondlied wordt over het algemeen in groep gezongen
voor het slapengaan als afsluiting van de dag of bij het kampvuur. In
oorsprong is het lied in een vrije vertaling van het Franse "Cantique Des
Patrouilles".)
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor
het sturen van de tekst)
Bergen gaan wij beklimmen,
Tot op de verste top !
Opwaarts naar de kimmen,
Hoger en hoger op !
Luist'ren vanwaar de stormwind bruist,
Kijken wat achter de bergen huist.
Wat is de wereld wijd,
Wat is de wereld wijd.
Schuimende waat'ren ontspringen,
Stromen naar 't diepe dal.
Hoor ze bruisen en zingen,
Klateren overal !
Koel is het water, dat spuit uit de bron,
Heerlijk het strelen en koesteren der zon.
Wat is de wereld wijd,
Wat is de wereld wijd.
Stijgt er uit diepe dalen,
Statig en stil de nacht.
Brengen manestralen,
Elfen en dwergen zacht.
Dempt nu de schreden,
De stappen in 't bos,
Vleien w' ons neder en rusten in 't mos.
Wat is de wereld wijd,
Wat is de wereld wijd.
Wij
zingen van de boeren en boerinnen,
Wij zingen van de hele boerenstand,
Die het altijd door van elke stand zal winnen,
Die het sieraad en de trots is van ons land.
Ja, de boeren, de boeren en boerinnen,
Zijn de glorie en de rijkdom van ons land.
Wij zingen van de boter en de kazen,
Wij zingen van de melk en van de wei,
Die de hele wereld altijd doen verbazen,
Die de glorie zijn van elke boerderij.
Ja, de boeren, de boeren en boerinnen,
Zijn de glorie en de rijkdom van ons land.
Wij zingen van de erwten en de bonen,
Wij zingen van de bieten en het graan,
Die de boeren, als de oogst het werk wil lonen,
Met d'r centen naar de spaarbank toe doen gaan.
Ja, de boeren, de boeren en boerinnen,
Zijn de glorie en de rijkdom van ons land.
En
ik ben met Catootje naar de botermarkt geweest
En zij kon maken wat ze wou
Zij kon maken wat ze wou
Zij
kon maken wat ze wou
Zij
kon maken wat ze wou
En
zij maakte van boter een dominee
Een dominee pardoes
In de karrek
In de karrek
Zei de dominee
In de karrek
In de karrek
Zei de dominee
Een
domi dominee, een domi dominee
En m'n zuster die heet Kee
En
m'n zuster die heet Kee
En
m'n zuster die heet Kee
En
zij maakte van boter een wafelvrouw
Een wafelvrouw pardoes
Kom maar binnen
Kom maar binnen
Zei de wafelvrouw
Kom maar binnen
Kom maar binnen
Zei de wafelvrouw
En
zij maakte van boter een toverheks
Een toverheks pardoes
'k zal je pakken
'k zal je pakken
Zei de toverheks
'k
zal je pakken
'k zal je pakken
Zei de toverheks
En
zij maakte van boter een kastelein
Een kastelein pardoes
Eerst betalen
Eerst betalen
Zei de kastelein
Eerst
betalen
Eerst betalen
Zei de kastelein
En
zij maakte van boter een barones
Een barones pardoes
In de suite
In de suite
Zei de barones
In
de suite
In de suite
Zei de barones
En
zij maakte van boter een dikke meid
Een dikke meid pardoes
Lekker zoenen
Lekker zoenen
Zei de dikke meid
Lekker
zoenen
Lekker zoenen
Zei de dikke meid
En
zij maakte van boter een oude heer
Een oude heer pardoes
Heel voorzichtig
Heel voorzichtig
Zei de oude heer
Heel
voorzichtig
Heel voorzichtig
Zei de oude heer
En
zij maakte van boter een lichtmatroos
Een lichtmatroos pardoes
Mooie benen
Mooie benen
Zei de lichtmatroos
Mooie
benen
Mooie benen
Zei de lichtmatroos
De
laatste zes regels van de voorgaande coupletten worden telkens na het
volgende couplet gezongen.
(met
dank aan Karel van de Pol, Gerard Engelbertink en Arno Kools voor de tekst)
Versie 1
Op
de prairie in een blokhut woont een man
Rooie
haren, twee pistolen en niet bang
Hij
woont er eenzaam en verlaten
Ver
van dorpen en van straten
Rooie
Jimmy van de ranch de Circle Slang
Refrein:
Singin'
ai-ai-yippy-yippy-yeeh
Singin'
ai-ai-yippy-yippy-yeeh
Singin'
ai-ai-yippy ai-ai-yippy
Singin'
ai-ai-yippy-yippy-yeeh
Met de lasso kan hij werpen als niet
een.
Hij is de koning der prairie, hij
alleen.
Ook hoopt hij eens te trouwen,
Ja dat zal hem niet berouwen.
Rooie Jimmy is dan niet meer zo
alleen.
Refrein
Op
een dag moest Rooie Jimmy naar de stad
Omdat
hij geen kogels voor zijn Colt meer had
Goed
geluimd en wel tevreden
Is
hij naar de stad gereden
Pas
gewassen, pas geschoren, helemaal glad
Refrein
In
de stad kocht Jimmy kogels en tabak
Speelde
poker, slokte whisky met gemak
Tot-ie
Shorty aan zag komme
Die
zijn vijand was potdomme
Rustig
fluitend met zijn handen in zijn zak
Refrein
In
een oogwenk was de strijd toen weer ontbrand
Jimmy
schoot vanaf zijn heup in Shorty's hand
Shorty
liet zijn Colt toen vallen
Jimmy
bleef maar rustig knallen
Schoot
het licht uit en de flessen van de wand
Refrein
Jimmy
vluchtte in een reuze snelle vaart
Maar
hij kreeg al gauw de sheriff aan zijn staart
Over
heuvels, langs ravijnen
Tot
de maan begon te schijnen
En
dat ging toen met een ongeluk gepaard
Refrein
Jimmy's
paard schrok van de maan en sloeg op hol
En
dat hield-ie wel een half uurtje vol
En
toen sprong hij zonder reden
Een
ravijn in, naar beneden
Paard
en ruiter draaiden daarbij als een tol
Refrein
Onder
stenen, onder zand en onder gruis
Ligt
nu Rooie Jimmy heel ver van zijn huis
Als
een held heeft hij gestreden
Prairiekoning
van het verleden
En
zijn mond is nu gesloten als een kluis
Refrein
Versie 2
In een blokhut op de prairie woont een
man
Rode haren, twee revolvers en niet bang
Hij woont eenzaam en verlaten
Ver van steden en van straten
Wilde Johnny op zijn oude circuspaard
Refrein:
Zing ik ai ai jippie jippie jee
Zing ik ai ai jippie jippie jee
Zing ik ai ai jippie
Ai ai jippie
Ai ai jippie jippie jee
Op een dag moest Wilde Johnny naar de stad
Omdat hij geen kogels voor zijn colt meer had
Zeer voldaan en zeer tevreden
Is hij daar toen heen gereden
Goed gewassen en geschoren helemaal glad
Refrein
In de stad kocht hij wat kogels
en tabak
Slurpte whisky, speelde poker met gemak
Tot hij Jacky aan zag komen
Die zijn vijand was vernomen
Met zijn handen allebei fluitend in zijn zak
Refrein
Toen ineens was de strijd in volle brand
Jacky schoot Johnny's colt uit zijn hand
Johnny liet zijn Colt vallen
Maar Jacky bleef maar knallen
Schoot de glazen en de flessen van de plank
Refrein
Johnny reed zo snel mogelijk met zijn paard
Want de sheriff zat hem vlak achter zijn staart
Hij reed door dalen en ravijnen
Tot de maan begon te schijnen
Viel hij dood van zijn ongelukkig paard
Refrein
Op de prairie onder wat stenen en wat gruis
Ligt het lijk van Wilde Johnny ver van huis
Hij is als cowboy overleden
Koning prairie van het verleden
En zijn mond is nu gesloten als een kluis