Uit (groot)moeders tijd
Mieke jij bent mijn
honingbieke
(met dank aan Hubert van den Heuvel
voor het sturen van de tekst)
Ik voel me raar toch ben ik blij, het is
weer lente ’t is weer mei
Mijn hartje gaat weer sneller slaan nu
ik jou daar zo zie staan
Je weet ik was wat schuchter en dat ben
ik nog van aard
Maar wat ik jou wou vragen is toch mijn
angst wel waard
Refrein:
Mieke, Mieke jij bent mijn honingbieke
Liefste schat zeg weet je dat ik zoveel
van je hou
Mieke, Mieke jij bent mijn honingbieke
Ik
zweer je eeuwig, eeuwig trouw
Zeg ja en wordt mijn vrouw
Jij hebt geen rouge aan je snoet
En die wipneus en die sproet
Die staan je zo verbazend goed
Mieke, Mieke jij bent mijn honingbieke
Liefste
schat zeg weet je dat ik zoveel van je hou
We zaten weet je nog wel op school in
dezelfde klas
En alle jongens lachten daar ik zo
verlegen was
Ik wou je toen reeds zeggen wat ik dacht
van jou en mij
Maar ‘k was toch o zo schuchter daarom
schreef ik op je lei
Refrein
De school dat is verleden tijd en veel
van wat ik leerde ben ik kwijt
Maar jou mijn schat vergeet ik niet ik
blijf je trouw zoals je ziet
Toe wordt mijn vrouw en zeg niet nee, je
krijgt mijn hart en ook mijn pree
We bouwen ons een huisje klein daar
zullen we saam gelukkig zijn
Refrein
Terug
naar overzicht
Mijn
achtertuin
(uitvoering Annie de Reuver)
Ik
lees van verre landen, ze schrijven moord en brand.
En ik zie de beelden, de koppen in de krant,
Ik denk: "Het is toch wat" en slik een aspirien.
Ik kan mijn eigen wereldje al haast niet overzien.
Refrein:
Het wereldnieuws is veel te groot,
Voor mijn kleine achtertuin.
Geen ruimte voor de hongerdood,
Tussen kervel en ajuin.
Ik
kan ze niet verbieden, elkaar maar uit te roeien,
Ik kan m'n eigen onkruid wieden
En m'n eigen heggie snoeien.
Ik kan m'n eigen onkruid wieden
En m'n eigen heggie snoeien.
's
Avonds ben ik moe en ik kijk naar het journaal.
Ik staar een beetje glazig naar ieders triest verhaal.
Nadat alle rampen over mij zijn uitgestort,
Word ik wakker als ze zeggen wat voor weer het morgen wordt.
Refrein
Enge,
verre dingen kunnen hier verwarring zaaien
En mijn zelfgedoopte boontjes smaken fris.
Het grootste nieuws voor mij,
Als ik mijn gazon ga maaien.
Is of het gras van mijn buurman groener is.
Refrein
Terug
naar overzicht
(tekst: Lou de Groot / Arr: J v.d.
Listh / uitvoering: Edelweiss-Kapel)
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor
het sturen van de tekst)
Hoor, de echo klinkt, en het zonlicht
blinkt
In het Alpenland, mijn paradijs.
Bij de waterval, in het groene dal,
Pluk ik vaak het blanke Edelweiss.
Ook mijn bonte koe lacht U vriend'lijk
toe,
Als de herderin haar liedjes kweelt.
Want het trouwe dier heeft zoveel
plezier
In het jodellied, dat nooit verveelt.
Als de ochtend gloort, in het
Alpenoord
De natuur in al haar schoonheid
bloeit.
Als de herder fluit, bij
schalmeigeluid,
Hoor ik hoe mijn koe tevreden loeit.
En zij vult parmant, emmers tot de
rand.
Heel genoeg'lijk zegt ze zachtjes:
"Boeh"
Hoe gezond voor elk, zijn haar liters
melk,
En zij wuift ons nog eens vriend'lijk
toe.
't Late windje suist en het beekje
ruist,
Als de zonne naar kimme neigt.
Ook mijn brave koe, ziet nieuwsgierig
hoe
Daar een gems de hoge top bestijgt.
Dan ontdekt zij daar, hoe een
vog'lenpaar
Stoeit in blij en jubelend geschal,
En mijn bonte koe, wordt de vreugd
niet moe,
Voelt zich thans 't gelukkigste van
al.
Terug
naar overzicht
Mijn
duivenplat
(tekst en muziek: Henry Theunisse /
uitvoering: o.a. Kees Pruis)
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor
het sturen van de tekst)
Refrein:
Zit ik op mijn duivenplatje, dan is
alles weer okee
Dan fluit ik een aardig liedje en mijn duiven kirren mee
Zit ik op mijn duivenplatje, dan is alles weer okee
Dan voel ik me als een koning want mijn duiven brengen vree
Dan voel ik me als een koning want mijn duiven brengen vree
Ik heb weer duiven zoals voor de oorlog mijn hok is weer netjes en schoon
Ik ben zo trots als een aap op mijn vogels, mijn doffers zijn buitengewoon
Zie ik mijn koppels zich sierlijk verheffen volg ik hun vlucht met plezier
Keren ze stuk voor stuk weer op hun platje terug, ja dan heb ik veel plezier
Refrein
Moeder de vrouw zegt ,,jij koestert je duiven" of het je kinderen zijn
Dan zeg ik schatje jij koestert je blaadjes dat vind je toch ook mieters
fijn
Ach jij hebt gelijk zegt ze laat me maar praten ik weet het zo goed beste
man
Als je geen kinderen hebt zoek je wat anders waaraan je jezelf geven kan
Refrein (2x)
Terug
naar overzicht
Mijn
gebed
(uitvoering D.C. Lewis)
Dit
is uw orgel Heer, dit is uw kerk
'k
Loop zomaar binnen Heer, net van m'n werk
Niet
voor de priester Heer, of 't antiek
Ik
kom alleen maar Heer, voor de muziek
Is
't bezwaarlijk Heer, dat ik hier zit
Maakt
't wat uit oh Heer, dat ik niet bid
'k
Ben niet hervormd of zo, niet katholiek
Ik
kom alleen maar hier voor de muziek
Ik
kom hier vaker Heer, haast elke week
Nooit
bij een zondagsdienst, nooit voor een preek
Als
je alleen bent Heer, zonder publiek
Nou
dan geniet je meer van de muziek
Ik
had 'n rotdag Heer, 't lukte niet best
'k
Werd door collega's Heer, ook nog gepest
't
Komt door 't orgel Heer, door uw trompet
Ik
kwam haast ongemerkt tot een gebed
Terug
naar overzicht
Mijn
hart zegt ,,Ja" !
(tekst: Jack Bess / muziek: Fr.
Schröder / uitvoering: Vico Torriani)
(met dank aan Gerard Engelbertink
voor het sturen van de tekst)
Refrein:
Mijn hart zegt „Ja",
Nu ik Amor versta.
Hij bracht ons, bella mia
Tot elkander in Abbazia.
De zon, zo blij,
Schijnt voor jou en voor mij,
Want bij 't ruisen der bomen
Is een droom tot waarheid gekomen.
Mijn hart zegt „Ja", Zegt wel
duizendmaal „Ja".
'k Hou van jou, bella mia,
Die ik vond hier in Abbazia !
En de golven en hemel, zo blauw,
Zij voorspellen ons eeuwige trouw.
Bellia mia, 'k hou zo veel van jou !
Steeds heb ik voor jou mijn zoet geheim
bewaard,
Nu heeft Amor-zelf je mijn gevoel
verklaard.
'k Wacht nu op het woord,
Zo vaak gehoord,
Dat steeds bekoort.
Refrein
Terug
naar overzicht
Mijn hoed
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk
voor het sturen van de tekst)
Mijn hoed die heeft vier deuken,
Vier deuken heeft mijn hoed.
En had hij niet vier deuken,
Dan was het niet mijn hoed.
Terug
naar overzicht
Mijn
hut in Canada
(Max van Praag)
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk
voor het sturen van de tekst)
‘k Ben gelukkig, want ik ga naar mijn
hut in Canada
Een paleisje van wat hout in het woud
Vogels vliegen in en uit
En hun jubelend geluid
Komt me na daar in mijn hut in Canada
Ik voel mij rijk
Bij wit besneeuwde daken
Ik voel mij rijk
Bij geurend lentegroen
In mijn hut in Canada
Waar ik het geluk versta
Zoek ik niet naar wat ik had in de stad
Het gejaagde stadsgedoe
Staat me tegen, maakt me moe
Daarom ga ik naar mijn hut in Canada
Maar hoe vreemd, na mijn laatste reis
Is er plots’ling iets veranderd
Wat lange tijd onmoog’lijk scheen
Is nu een feit: ‘k voel me alleen
Als ik voor het haardvuur sta
In mijn hut in Canada
Zie ik in het vlammend licht jouw
gezicht
En als ik de ramen sluit
Kijk ik altijd naar je uit
Denk ik: "Ja, jouw plaats is hier in
Canada."
Ik denk aan jou bij ’t zien der
lentebloesem
Ik denk aan jou bij stille winterpracht
In mijn hut in Canada
Jaagt de zekerheid me na
Dat ik eenzaam worden zou zonder jou
‘k Heb je meer dan alles lief
Daarom vraag ik je per brief
Reis me na
Kom naar mijn hut in Canada
Terug
naar overzicht
Mijn
ideaal
(Ned. tekst: Jip Feldman en Jacq van
Tol/muziek: Charles Aznavour/uitvoering: Corry Brokken)
In
het begin heb ik als je vrouw
Mijn
ideaal gezien in jou
Je
was zo stoer en zo sportief
Je
had mij zo onstuimig lief
Je
kuste mij zo resoluut
Ja,
af en toe een beetje bruut
Je
had zo'n echt piratenbloed
Zo'n
ongetemde overmoed
Nu
ben je je sportiviteit
En
al je wilde haren kwijt
Mijn
Ridder van het eerste uur
Jouw
slank figuur werd op den duur
Het
welgedane proza van
De
goedgeslaagde zakenman
En
jij hebt niets waarin een vrouw
Nog
poëzie ontdekken zou
En
toch was jij die eerste maal
Mijn
ideaal, mijn ideaal
Eens
was je geestig en ad rem
Nu
praatje enkel van tantième
Thuis
maak je ruzie om een cent
Maar
in je Club de vlotte vent
Daar
tref je vrienden naar je zin
Met
net zo'n dubbele onderkin
En
de allures heb je nog
Maar
voor de spiegel ben je toch
Ondanks
je branie en bravour:
Een
jeune premier op z'n retour
Je
komt naar huis toe elke dag
Een
moede man vol zelfbeklag
En
geeft een lauwe kus, uit sleur
Jij,
eens mijn vurige charmeur
Mijn
Cyrano de Bergerac
Wenst
dat ik flensjes voor hem bak
Wat
werd je burgerlijk banaal
Mijn
ideaal, mijn ideaal
Je
bent zo ijdel als een pauw
En
slooft je uit voor elke vrouw
Je
hebt een permanent complex
Of
jij nog meetelt met je sex
Je
cultiveert je dunne haar
En
parfumeert het veel te zwaar
Dan
speel je tennis en je flirt
Totdat
je kou vat in je shirt
Dan
breng je bloemen voor me mee
En
ik geef jou kamillethee
En
toch, als ik je dan zo zie
Zo
stil en vol melancholie
Dan
voel ik soms een ogenblik
Dat
jij alleen bent, net als ik
Dan
is die hulpeloze man
Die
toch mijn zorg niet missen kan
Mij
nog het liefst van allemaal
Mijn
ideaal, mijn ideaal
Terug
naar overzicht
Mijn
Jiddische mame (Leo Fuld)
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
Het
liefst op aard wat God mij gaf, waarvoor ik hem dankbaar ben
Is
’t jongste vrouwtje waarvan ik nu de zinnen adel ken
't
Moedertje dat heel alleen haar kroost heeft grootgebracht
Voor
haar gezin geploeterd heeft, nooit aan zichzelve dacht
Nu
’t nederig zieltje niet meer is, nu zijn we ons eerst bewust
Dat
’t mooiste uit ons leven onder de aarde rust
My
Jiddische mame gelaat van rimpeltjes doorgroefd
My
Jiddische mame heeft dag en nacht voor ons gezwoegd
Haar
groot geluk op deze aard was haar kinderlach
Ze
had een hemel hier, wanneer zij ons maar gelukkig zag
O
kon ik nog eenmaal dat grijze moedertje eens zien
Nog
even haar spreken, dan vond ik rust en troost misschien
De
herinnering aan haar zal eerbiedig zijn
Want
vol edele liefde en zonneschijn
Was
die dierbare Jiddische mame mamamame mijn
O
kon ik nog eenmaal dat grijze moedertje eens zien
Nog
even haar spreken dan vond ik rust en troost misschien
De
herinnering aan haar zal eerbiedig zijn
Want
vol edele liefde en zonneschijn
Was
m’n enigste Jiddische mame mamamamamame mame mijn
Terug
naar overzicht
Mijn
kanariepiet
(tekst: Jack Bess/muziek: Kees Manders)
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
Ik
heb een pracht kanariepiet
Van
onherkenbaar ras
Geen
groentje, maar een geeltje
En
een zanger….éérste klas
Al
weet hij niets van zangtechniek
Geen
steek van kruis of mol
Wanneer
ik naar zijn kooitje kijk
Gaat
Pietje aan de rol
Refrein:
Mijn
kanariepiet fluit toch zo’n aardig lied
(Fluiten….)
Hij
fluit al zodra hij het daglicht ziet
(Fluiten….)
Van
vreugde en verlangen
Fluit
hij kanarie-zangen
Mijn
kanariepiet fluit toch zo’n aardig lied
Maar
ruitie…. Dan fluit-ie niet.
Van
alles wat op aard’gebeurt
Heeft
Piet geen ergernis
Hij
voelt zich safe, zolang zijn kooi….
Maar
goed gesloten is
En
als de wrede noodlotsstem
Door
alle kamer galt
Geloof
dan niet, dat Pietje schrikt
Of
van zijn stokkie valt.
Refrein
Als
ik met Piet een praatje maak
Dan
antwoordt hij met zang
Wanneer
ik over zorgen spreek
Zingt
hij: Wij zijn niet bang
En
kom ik eenmaal met mijn bruid
Vol
trots ons huisje in
Let
op, dat Piet het bruidslied fluit
Uit
Wagner’s Lohengrin.
Refrein
Terug
naar overzicht
Mijn
kindertijd (B.van Toor/A.G.van Toor/R.van Galen)
Ik
weet nog toen ik een jaar of zeven was
Ik
kreeg een vlieger, wat was ik in mijn sas
En
was de wind goed, dan voelde ik me blij
Want
dan ging mijn vader vliegeren met mij
Ik
was nog maar een hele kleine meid
En
speelde met mijn poppen de meeste tijd
Dan
zong mijn moeder een liedje steeds voor mij
Oh
wat was ik toen toch blij
Refrein:
De
mooiste tijd van je leven, dat is je kindertijd
Maar
ach die duurt maar even, die gaat zo snel voorbij
De
mooiste tijd van je leven, is voorbij voordat je 't weet
Maar
soms dan denk je toch even, 't is een tijd die je nooit vergeet
Soms
dan denk ik, wat was ik toen nog klein
Toch
zou ik af en toe nog een kind willen zijn
Zonder
zorgen, angsten of verdriet
Want
die kende je als kind toch niet
En
zie ik nu mijn ouders, hun haren zilvergrijs
Dan
denk ik aan mijn jeugd en dan hoor ik weer die wijs
Van
het liedje dat mijn moeder voor me zong
Dan
denk ik, was ik weer maar jong
Refrein
Terug
naar overzicht
Mijn lieve lekkere Leentje
(met dank aan Hanneke Peters voor het sturn van de tekst)
Mijn lieve lekkere Leentje,
O, moeder wat is dat ?
Dat is een krullebol.
Moeder mijn beminde,
Een krullebol.
Alle nachten slaap ik,
Ja, alle nachten slaap ik bij zo'n
lieve krullebol.
Ja, alle nachten slaap ik bij zo'n
lieve krullebol.
Pakt haar bij haar oogjes,
O, moeder wat is dat ?
Dat is de kijkerdekijk.
Moeder mijn beminde,
De kijkerdekijk
En de krullebol.
Alle nachten slaap ik,
Ja, alle nachten slaap ik bij zo'n
lieve krullebol.
Ja, alle nachten slaap ik bij zo'n
lieve krullebol.
Pakt haar bij haar neusje,
O, moeder wat is dat ?
Dat is de ruikerderuik.
Moeder mijn beminde
De ruikerderuik
En de kijkerdekijk
En de krullebol.
Alle nachten slaap ik,
Ja, alle nachten slaap ik bij zo'n
lieve krullebol.
Ja, alle nachten slaap ik bij zo'n
lieve krullebol.
Pakt haar bij haar mondje,
O, moeder wat is dat ?
Dat is de happerdehap.
Moeder mijn beminde
De happerdehap
En de ruikerderuik
En de kijkerdekijk
En de krullebol.
Alle nachten slaap ik,
Ja, alle nachten slaap ik bij zo'n
lieve krullebol.
Ja, alle nachten slaap ik bij zo'n
lieve krullebol.
Pakt haar bij haar kinnetje,
O, moeder wat is dat ?
Dat is de kinnebak.
Moeder mijn beminde
De kinnebak
En de happerdehap
En de ruikerderuik
En de kijkerdekijk
En de krullebol.
Alle nachten slaap ik,
Ja, alle nachten slaap ik bij zo'n
lieve krullebol.
Ja, alle nachten slaap ik bij zo'n
lieve krullebol.
Pakt haar bij haar halsje,
O, moeder wat is dat ?
Dat is de draaierdedraai.
Moeder mijn beminde
De draaierdedraai
En de kinnebak
En de happerdehap
En de ruikerderuik
En de kijkerdekijk
En de krullebol.
Alle nachten slaap ik,
Ja, alle nachten slaap ik bij zo'n
lieve krullebol.
Ja, alle nachten slaap ik bij zo'n
lieve krullebol.
Terug
naar overzicht
Mijn
lieve Marie
(met dank aan Staaf Baetens voor het sturn van de tekst)
Mijn lieve marie
'k Moet u mijn smart verklaren
'k Wordt zinneloos van verdriet
Mijn vreugde is heengevaren
Mijn geluk is teniet
Mijn vrouw heeft mij verlaten
Wijl ik was op mijn werk
Kas, tafel, bed en stoel
Stoof, pispot geheel den boel
'k Zag niets als nake muren
'k Stond verward als in nen poel
Refrein:
Kom Marie, kom Marie
Kom Marie ik zal het u vergeven
Keert toch weer liefste teer
't Is maar u dat ik zo geerne zie
Kom Marie o wat spijt 'k ben ze kwijt
Zonder haar kan ik niet blijven leven
Kom toch weer Marie
Vertroost uwen Henrie
Want ik zie u geerne
'k Zal haar portret beschrijven
Vrienden wie weet misschien
Moest gij elders verblijven
Zoudt gij haar kunnen zien
z' Heeft korte roste haren
Het voorhoofd smal en lang
Ogen van bosuilen
Ik ben er soms zelf van bang
Neus van een olifant
Mond groot als een wasmand
En in dat lieflijk mondje stond
Geloof ik een tand
Refrein
z' Heeft haar gelaat vol sproeten
De oren van een zwijn
Moest u haar soms ontmoeten
Zij naamt Marie Bormijn
Ook heeft zij dikke lippen
Als korteletten zo groot
Altijd loopt zij al wippen
't Is juist Pietje de dood
z' Heeft een lange kin
Zo scherp als een pin
z' Heeft ook roste moestachen
Als een oude kattin
Refrein
'k Zie mijn Marie zo geren
Ik wou dat ik haar weer vond
Soms krijgt ze wel wat smeren
Dat haren kop draait rond
Maar snel is dat vergeten
Als de twist is voorbij
Dan gaan we spoedig nemen
Een flinke smulpartij
Dan drinken wij ons zat
Ik en mijn liefst schat
Dat we liggen te rollen
Op de grond als ne patat
Refrein
Terug
naar overzicht
Mijn Loesje houdt van mij
(wijs: My truly fair/uitvoering:
Marcel Thielemans & The Ramblers)
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
Ik ben blij reuze blij, 'k heb een
goeie dag.
M'n bruid zei "ja" toen sprak ik pa
En pa zei "ja je mag"
Refrein:
Mijn Loesje houdt van mij, Loesje
houdt van mij.,
Met mijn Loesje ben ik blij.
Ik schenk haar dozen vol rode rozen.
Ook mijn hart krijgt zij erbij.
Ik gaf haar een gouden ring met 'n
diamant,
Op schoonpapa zijn rekening,
In plaats van á contant.
Refrein
Als zij mij 'n kusje geeft dan voel ik
me blij
En vraag er dringend en beleefd,
Nog en paar kusjes bij.
Refrein
Ik heb niet zo'n beste baan als ik
soms vertel
Van liefde alleen kan'k niet bestaan,
Maar we proberen het wel.
Refrein
's Avonds als het maantje schijnt om
een uur of tien,
Dan krijgt ze een mooiere kus dan je
in
De bioscoop kunt zien.
Refrein
'k Hou van haar, zij houdt van mij,
Loesje wordt mijn vrouw.
Ze maakt me ieder keer weer blij
Als Loes zegt, "Ik hou van jou".
Refrein
Terug
naar overzicht
Mijn moeder was een Wenerin
(Jan Verbraeken)
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
Mijn moeder was een Wenerin
Haar stad daar hield ze van
't Is daarom dat ik nu nog Wenen bemin
En van Wenen niet meer scheiden kan
M'n moeder was een Wenerin
Haar stad daar hield ze van
't Is daarom dat ik nu nog Wenen bemin
En van Wenen niet meer scheiden kan
't Is vandaag nog een herin'ring
Alsof 't gisteren was gebeurd
't Was een mooie zondagmorgen
Met een hemel blauw gekleurd
En toen moeder riep aan 't venster:
"Lieve jongen, maak je klaar
Wij gaan wandelen, naar de Prater
Was je handen, kam je haar"
Op de hoge Stefansdom
Scheen de gouden middagzon
Als we zijn op stap gegaan
En ik hoorde moeder aan
Zij vertelde van haar stad
Wat voor schatten Wenen had
Wees mij waar de Donau stroomt
En zij vroeger had gewoond
Mijn moeder was een Wenerin
Haar stad daar hield ze van
't Is daarom dat ik nu nog Wenen bemin
En van Wenen niet meer scheiden kan
Mijn moeder was een Wenerin
Haar stad daar hield ze van
't Is daarom dat ik nu nog Wenen bemin
En van Wenen niet meer scheiden kan
Terug
naar overzicht
Mijn
moeder was Hendrikje Kuiper
(tekst:
S. de Vries jr./muziek: John Brookhouse/uitvoering: Peter Pech)
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
Mijn
moeder was Hendrikje Kuiper,
Mijn
vader was Gerrit Jan Pech...
Ze
liepen - dat kwam door de liefde –
Op
zekere dag samen weg;
Ze
kuierden naar het stadhuis toe,
En
daar was het werk gauw verricht,
En
zo werd toen zeer onnadenkend,
De
Pech als familie gesticht !
Als
Pech ben ik geboren,
En
Peter moet er voor,
Als
Peter Pech de eerste,
Moet
ik het leven door;
Elk
mens heeft wel een bofje,
Maar
hoe ik het plooi of leg,
Als
ik nog eens een bofje heb,
Is
't nog een bof met pech.
Mijn
vrouw heet Cornelia Vogel.
Toen
Amor haar hart heeft geraakt,
Toen
heeft hij door mij aan te wijzen,
Een
Pechvogel van haar gemaakt;
Ze
zit me dat vaak te verwijten,
Dan
kijkt ze en schreeuwt ze maar raak.
Dan
denk ik zo rustig weg zwijgend:
"Die
naam is mijn enige wraak."
We
hebben geen kind'ren gekregen,
En
dat is wat ik zo vaak zeg.
Al
vinden wij 't werkelijk jammer,
Het
enige goeie van Pech !
Al
zou ik graag kinderen hebben,
Kijk,
als je mijn mening eens vroeg,
Dan
zeg ik met u: "Op de wereld
Is
werk'lijk aan Pech al genoeg."
( Peter
Pech, centrale figuur in de vara bonte avond, zogenaamd getrouwd met
'Kenelia'. De tekstschrijver S. de Vries jr. was regisseur van hoorspelen
bij de VARA )
Terug
naar overzicht
Mijn ouwe Amstelstad
(met dank aan Jannie van 't Ende voor
het sturen van de tekst)
Waar nu op het Rokin die dure auto's
staan
Ging vroeger het pontje heen en weer
Ik ben daar voor een cent vaak naar de
overkant gegaan
Als ik er ben dan zeg ik telkens weer
Refrein:
Wat ben je toch veranderd in die jaren
Mijn ouwe Amstelstad
Je bent niet meer als toen we kind'ren
waren
Mijn ouwe Amstelstad
Als Naatje van de Dam
Je nu bekijken zou
Dan zei ze net als ik tegen jou
Wat ben je toch veranderd in die jaren
Mijn ouwe Amstelstad
Terug
naar overzicht
Mijn
pappie is enkel 'n foto
(tekst: Chef van Dijk/muziek: Max
Tak/uitvoering o.a. Bob Scholte en Max van Praag)
Vaak
zie je 's zondags in ons straatje
Een
jongen voor 't venster staan
Die
stil kijkt naar de and're kind'ren
Die
met hun vader wandelen gaan
En
soms dan vraagt wel eens een vriendje
Wat
is jou vader voor een man?
Ik
zie je nooit eens met hem buiten
En
't stille ventje antwoordt dan:
Refrein:
Mijn
pappie is enkel een foto
Die
staat bij ons thuis op 't buffet
En
's avonds als mammie gaat werken
Dan
hangt zij hem boven mijn bed
Hij
gaat 's zondags nooit met me wand'len
Hij
kijkt enkel naar me en lacht
Maar
hij is mijn liefste en voor ik ga slapen
Dan
fluister ik: "Pappie, dag pappie .... gôenacht"
Wanneer
ik speel met mijn Meccano
Mag
hij naast me op tafel staan
En
als ik dan iets moois gebouwd heb
Kijkt
hij me soms zo levend aan
En
ik zit zo alleen te tobben
Als
ik een meilijk stuk begon
Dan
is het net of hij wil zeggen:
"Ik
wou dat ik je helpen kon"
Refrein
Soms
lig ik in mijn bed te denken
Straks
komt hij uit zijn lijst vandaan
En
'k zie opeens een echte vader
Zo
groot en levend voor mij staan
Dan
zegt hij: "Wij gaan voetbal spelen,
Trek
gauw je jas aan het wordt fris"
Maar
't is natuurlijk fantaseren
Omdat
hij maar een foto is
Refrein
Terug
naar overzicht
Mijn
vlakke land
(Ned. tekst: Ernst van
Altena/uitvoering:Jaques Brel)
Wanneer
de Noordzee koppig breekt aan hoge duinen
En
witte vlokken schuim uiteenslaan op de kruinen
Wanneer
de norse vloed beukt aan het zwart basalt
En
over dijk en duin de grijze nevel valt
Wanneer
bij eb het strand woest is als een woestijn
En
natte westenwinden gieren van venijn
Dan
vecht mijn land, mijn vlakke land
Wanneer
de regen daalt op straten, pleinen, perken
Op
dak en torenspits van hemelhoge kerken
Die
in dit vlakke land de enige bergen zijn
Wanneer
onder de wolken mensen dwergen zijn
Wanneer
de dagen gaan in domme regelmaat
En
bolle oostenwind het land nog vlakker slaat
Dan
wacht mijn land, mijn vlakke land
Wanneer
de lage lucht vlak over 't water scheert
Wanneer
de lage lucht ons nederigheid leert
Wanneer
de lage lucht er grijs als leisteen is
Wanneer
de lage lucht er vaal als keileem is
Wanneer
de noordenwind de vlakte vierendeelt
Wanneer
de noordenwind er onze adem steelt
Dan
kraakt mijn land, mijn vlakke land
Wanneer
de Schelde blinkt in zuidelijke zon
En
elke Vlaamse vrouw flaneert in zon-japon
Wanneer
de eerste spin zijn lentewebben weeft
Of
dampende het veld in juli-zonlicht beeft
Wanneer
de zuidenwind er schatert door het graan
Wanneer
de zuidenwind er jubelt langs de baan
Dan
juicht mijn land, mijn vlakke land
Terug
naar overzicht
Mijn
vriend
(uitvoering: Kees Pruis 1940)
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
Refrein:
Ik
heb mijn beste vriend door jou verloren,
Maar
jou vergeten dat kan ik niet.
Kon
ik maar even weer bij je zijn,
Maar
helaas dat is nu voorgoed voorbij.
Eenzaam
loop ik door de straten,
Ik
voel me zo alleen.
Jij
hebt mij verlaten,
En
dat doet toch zo’n pijn.
Kon
ik maar even bij je zijn,
Maar
dat is nu voorbij.
Refrein
’k
Zou altijd aan je denken,
Vergeten
kan ik je niet.
Jij
was voor mij de liefste,
Maar
dat is nu voorbij.
Ik
kan je niet vergeten,
’t
Doet me zoveel pijn.
Refrein
(2 x)
Ik
heb mijn beste vriend door jou verloren,
Maar
jou vergeten kan ik niet.
Kon
ik maar even weer bij je zijn,
Maar
helaas dat is nu voorgoed voorbij,
Maar
helaas dat is nu voorgoed voorbij.
Terug
naar overzicht
Mijnheer de Baron is niet
thuis
(tekst en muziek: Jack
Bulterman/uitvoering Wim Poppink met The Ramblers 1939)
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor
het sturen van de tekst)
Refrein:
Mijnheer de Baron is niet thuis.
Hij is nu al weken lang van huis.
Hij maakt een expeditie naar het
Noordpool ijs
De Baron is al wekenlang op reis.
Zeg James, waarde James,
Ga mijnheer de Baron eens halen
Want James, beste James,
De Baron moet een rekening betalen.
Ik ben de leverancier
Van de port en de sherry en het bier,
Van de Whisky, de rum en advokaat
Ga eens vragen hoe het met betalen staat
?
Refrein
Zeg James, beste James,
Ga mijnheer de Baron eens halen
Want James, beste James,
De Baron moet een rekening betalen.
Hij kocht bij mij een pantalon
Omdat hij zo de straat niet meer op kon.
Want z'n broek was versleten op den
draad.
Ga eens vragen hoe het met betalen staat
?
Refrein
Zeg James, waarde James,
Ga mijnheer de Baron eens halen
Want James, beste James,
'k Wou mijnheer de Baron iets betalen.
Ik ben Oom Kees uit Canada.
En ik laat hem een massa's dollars na.
Ik ben blij neef weer es weer te zien.
En ik schenk hem minstens een miljoen of
tien.
Refrein:
Mijnheer de Baron is wel thuis.
Hij blijft nu al wekenlang in huis.
Hij maakt geen expeditie naar het
Noordpool ijs
En hij gaat in geen jaren op reis.
Mijnheer de Baron zit in bad.
Daar zit hij nu al een dag of wat.
Z'n kleren heb ik bij Ome Jan gebracht.
Ik zal U zeggen: er wordt op U gewacht.
Terug
naar overzicht
Millioenen sterren
(tekst: Stan Haag / muziek Cor Steyn)
(met dank aan Gerard Engelbertink
voor het sturen van de tekst)
Wanneer je in de vreemde bent,
Ver weg van huis en haard,
Dan heb je 's avonds een moment,
Waarop je naar de hemel staart.
Je ziet millioenen sterren,
En je ziet de gouden maan,
Dan zou je op het Damrak
Of Coolsingel willen staan:
Refrein:
Millioenen sterren flonk'rend als
brillanten,
Boven d' Amstel en het IJ !
En waar ter wereld ik mij zal bevinden,
Overal zijn zij een troost voor mij.
Millioenen sterren flonk'rend aan de
hemel,
Daarin spiegelt zich mijn vaderland,
Kijk ik 's avonds naar de maan,
Voel ik mij in Holland staan,
Door de sterren van 't heelal.
Terug
naar overzicht
Milord
(Ned. tekst: Willy van
Hemert/muziek:G. Moestaki en M. Monnot/uitvoering: Corry Brokken)
Voor
mij ben jij een lord, zo op en top een heer
Dat
ik verlegen word wanneer ik je passeer
Jij
kent me niet milord, ik ben een stukje straat
Dat
als 't donker word de vensters open laat
En
als je eenzaam wordt, moe van 't gelukkig zijn
Kom
dan bij mij milord, dan sluit ik 't gordijn
Een
voetstap op de gracht een schaduw, een gezicht
Een
geur, een stem, een licht, daarna weer de nacht
Sindsdien
zie ik je vaak, soms ruik ik je lotion
Soms
zeg ik zacht "pardon" als ik me illusies maak
Soms
ben je met een vrouw, een roofdier met z'n buit
Een
koning met z'n bruid maar ik, ik hou van jou
Voor
mij ben jij een lord, zo op en top een heer
Dat
ik verlegen word wanneer ik je passeer
Jij
kent me niet milord, ik ben een stukje straat
Dat
als 't donker word de vensters open laat
En
als je eenzaam wordt, moe van 't gelukkig zijn
Kom
dan bij mij milord, dan sluit ik 't gordijn
De
avond wordt al guur, mijn hart is als een steen
De
stad staat om me heen en wacht dit is het uur
Een
voetstap op de gracht een schaduw een gezicht
Ik
doe mijn ogen dicht ik weet waarop ik wacht
Oh
laat hem verder gaan, een mensenhart is zwaar
En
als het mijne brak, dan hield het op te slaan
Maar
daar sta jij milord, een man staat voor een vrouw
Het
leven is zo kort, geluk is zo ontrouw
Kom
in m'n huis milord, en maak plezier met mij
En
als het ochtend wordt is alles weer voorbij
Wie
bij mij schuilt milord, die moet gelukkig zijn
Maar
nee, je huilt milord, doet eenzaamheid zo'n pijn
Ja
kom milord, lach eens tegen mij nee, da's niks
Kom,
probeer 't nou zo is 't beter, zie je nou wel
Kom,
lach nou milord kom, zing maar
Lalalalalala
lalalalalala lalalalalala lalalalaalalaalalalalalala
Dans
milord! lalalalaalala lalalalaalalaLaalalalalala
Bravo
milord! lalalalaalala lalalalaalalaala lalalalala
Goed
zo milord! lalalalaalala lalalalaalala lalalalalala
Lalalajamtadaa
lalalalaalala lalalalaalalalalalalalalaaaaa
Terug
naar overzicht
Mini
d'Amour
Leursch liedeke van Twee Rinuskes -
1892 – 1917
(met dank aan Jeanne Albers voor het sturen van
de tekst)
Toen de Bruigom een jongetje was,
Kwam hij op de Leur soms logeeren.
Hij sliep er dan steeds bij zijn neef,
Want dat waren twee vrienden die heeren,
Hij zei er dan zoo in vertrouwen:
Zeg jongen, mama is verkouwen,
Of.... zou het somwijlen de baker niet
zijn?
Zeg, ik denk het mijn! ....
O, Ooievaar!
Kwam jij weer neergestreken
Moest ik daarom weg?
Wat zijn dat toch voor streken?
Is dat niet raar,
Als ik moet gaan logeeren,
Is steeds de baker daar.
O, Ooievaar!
't Gebeerde ook soms andersom,
Dat neef in Breda ging logeeren,
Natuurlijk voor hetzelfde doel,
Dat wisten zij ook wel, die heeren.
Die zei er dan zoo in vertrouwen,
Zeg, nou is mijn moe weer verkouwen,
Of.... zou het somstijd weer de baker
zijn?
Zeg, ik denk het mijne!....
O, Ooievaar!
Kwam jij weer neergestreken
Moest ik daarom weg?
Wat zijn dat toch voor streken?
Is dat niet raar,
Als ik moet gaan logeeren,
Is steeds de baker daar.
O, Ooievaar!
Terug
naar overzicht
Minnenlied
(De mispakte liefde - Sofietje
Stemme)
(met dank aan Inez voor het sturen van
de tekst)
Wat baart de liefde op dees aard
Veel pijnen en smarten voorwaar,
Door jonkheid die malkaar beminnen,
Maar met geen oprechte zinnen.
Zoo was er laatstmaal eene meid,
Zij had twee jaren gevrijd,
Maar minnaar was gaan vliegen, vliegen.
Het meijse haar bloem en haar eer
Bezat zij nochtans dan niet meer,
Haar schoonheid die was er vervlogen,
Haar minnaar die had haar bedrogen.
Zij dacht wel o valschen minnar,
Gij laat mij zoo in het gevaar,
Moest gij mij zoo beliegen, gaan
vliegen.
Nu laat hij mij zoo in 't geween,
Geen ouders heb ik ook niet meer,
Ik weet niet waar ik moet dwalen.
Van iedereen word ik verlaten,
Zoo dwaal ik met mijn klein kind,
Zoek naar mijn valschen vriend,
Maar hij is gaan vliegen, gaan vliegen.
Dan kreeg ik een brief onverwacht,
Kon ik rusten geheel den nacht,
Hij had mij dan daar in geschreven,
Dat hij met een ander ging leven,
Ging trouwen voor God en voor werk.
Wel meisjes, wel opgelet,
Ik zeg het alleen vor 't besten, het
besten.
Terug
naar overzicht
Misschien
(tekst: Jack Bess/muziek: R.
Swing/uitvoering: Eddy Christiani met Frans Poptie en ensemble)
(met dank aanIngrid Ouwerkerk voor
het sturen van de tekst)
Wij mensen, wij houden van dromen
Al is dat gedroom maar bedrog
Soms kan de vervulling niet komen
Toch wensen en hopen we nog
Maar, spreek je over de liefde
Die je graag prachtig wilt zien
Is 't gewichtig om altijd voorzichtig
Er achter te zeggen, "misschien"
Refrein:
Wij worden een paar, misschien, misschien
Nog binnen een jaar, misschien, misschien
En als we samen zijn, dan zal er zon bij maneschijn zijn
Wij krijgen een huis, misschien, misschien
Ik blijf 's avonds thuis, misschien, misschien
Je zult het zien, het wordt een mooie tijd misschien
Een 'hij' kijkt een 'zij' in de ogen
En zegt bij het licht van de maan
Nog nooit was mijn hart zo bewogen
Nooit zal er een ander bestaan
Jij bent mijn liefste, mijn alles
Jij bent de vrouw die ik dien
Dan lacht zij schuchter en zegt ietwat nuchter
"Ja, zo zal het zijn schat, misschien"
Refrein
"Mijn lieveling, niets kan ons scheiden"
Is iets, dat met vuur wordt gezegd
Maar ach, in de loop van de tijden
Komt daar niemendal van terecht
Zweert men je trouw voor het leven
Tracht dan de waarheid te zien
Weet je je weetje, dan lach je een beetje
En zeg in jezelf zacht, misschien
Terug
naar overzicht
M'n achterband is wel wat zacht (versie 1)
(Spring maar achterop) (Poptie,
Christiani, Bess)
M'n achterband is wel wat zacht
Maar 't geeft niet, lieve pop
Spring maar achterop
Spring maar achterop
Spring maar achterop
Voor jou neem ik wat risico
Voor jou neem ik een strop
Spring maar achterop
Spring maar achterop
Spring maar achterop
En als mijn band mocht springen, kind
Dan gaan we met lijn twee
Want jij moet verder lopen, schat
Maar ik loop met je mee
Terug naar overzicht
M'n achterband is wel wat zacht (versie 2)
(Spring maar achterop)
(met dank aan Cor de Boer voor het
sturen van de tekst)
Karel kreeg een mooie fiets, een kar
naar zijn idee
En pa zei zeker honderd keer "Wees
er voorzichtig mee"
Maar Karel die een oogje had op Ans
een Muloster
Stond d' and're morgen voor haar
deur, en zei met heel veel air
Refrein:
Mij achterband is wel wat zacht,
maar't geeft niet lieve pop
Spring maar achterop, spring maar
achterop, spring maar achterop
Voor jou neem ik wat risico, voor
jou neem ik een strop
Spring maar achterop, spring maar
achterop, spring maar achterop
En als mijn band mocht springen,
kind, dan gaan we met lijn twee
Want jij moet verder lopen schat,
maar ik loop met je mee
Mij achterband is wel wat zacht,
maar't geeft niet lieve pop
Spring maar achterop, spring maar
achterop, spring maar achterop
Later ging hij naar't stadhuis en
Ans ging met hem mee
Niet achterop zijn mooie fiets maar
in een trouwcoupe
En reed hij soms op weg naar huis
zijn vrouw nadien voorbij
Stond hij met een pedaaltrap stil en
zei hij altijd blij
Refrein
Zo verstreken in geluk voor beide
menig jaar
En Ansje, die nu Anna heet, is eens
zo dik en zwaar
Ze zit nog wel 'ns achterop maar
toch zo vaak niet meer
Want als ze er maar over spreekt dan
hoort ze iedere keer
Mij achterband is veel te zacht, wat
schiet ik er mee op
Spring niet achterop, spring niet
achterop, spring niet achterop
Wat heb ik aan dat risico, bezorg me
nu geen een strop
Spring niet achterop, spring niet
achterop, spring niet achterop
Want als mijn band 'ns springen zou
dan zat ik er toch mee
Nu moet ik lopen, nou je zin, stap
jij liever op lijn twee
Mijn binnenband ligt langs de stoep,
raap jij dat ding 'ns op
Bind maar achterop, bind maar
achterop, bind maar achterop…
Terug naar overzicht
M'n
eerste (Het meisje van de zangvereniging)
(Dirk Witte)
Toen
'k een jongen was van amper achttien jaar
Was
'k natuurlijk altijd voor een pretje klaar
En
het spreekt vanzelf, ik ging
Ook
naar de zangvereniging
Want
daar was je heel gezellig bij elkaar
En
ik zong daar met het meeste vuur tenor
Of,
laat 'k liever zeggen daarvoor ging het door
Maar
de hoofdzaak was dat niet
Want
zelfs onder 't schoonste lied
Keek
ik altijd naar een meisje uit het koor
En
ik kwam toen in haar gunst
Als
een broeder in de kunst
Maar
toen m'n stem het niet meer dee
Kreeg
ik heel gauw m'n conge
Refrein:
Toch denk ik altijd nog met liefde aan m'n eerste
M'n eerste meisje van de zangvereniging
M'n allerliefste klein sopraantje
Waar 'k mee wandelde in 't maantje
Maar die niet meer aan me denkt nu 'k niet meer zing
Toen
m'n stem versleten was en 'k niet meer zong
En
een and're zanger m' uit haar gunst verdrong
Moest
ik aan m'n smart gewennen
'k
Leerde and're meisjes kennen
Naar
wier gunst ik met vernieuwde woede dong
Maar
hoe mooi, hoe lief ze soms ook zijn geweest
Een
herinn'ring zweefde altijd voor m'n geest
En
ik hoorde in m'n oor
Het
sopraantje uit het koor
Dat
m'n eerste grote liefde is geweest
Als
'k een avontuurtje had
En
een meisje hield omvat
Als
ik blikte in haar oog
En
m'n ziel ten hemel vloog
Refrein
Als
ik straks nu toch nog met een ander trouw
En
dan deftig ondertrouwreceptie hou
Met
zwarte jassen, lang en kort
Ooms
en tantes, witte port
Zie
ik toch met lichte weemoed naar m'n vrouw
Als
ik in de kerk dan voor het altaar sta
En
gearmd de lange loper overga
En
de mensen kijken uit
Naar
de bruigom en bruid
En
de vrienden en vriendinnen zien ons na
En
ze zingen ongezien
't
Bruidskoor uit de Lohengrin
En
ik sta daar en ik hoor
De
sopranen van het koor
Refrein
Terug
naar overzicht
M'n
tante Veronica, die speelt harmonica
(Lou Bandy 1937)
Ik
heb een tante Veronica
Die maakt een iedereen dol
Speelt ze thuis op haar harmonika
Is heel de buurt er van vol
's Morgensvroeg, dan begint ze al
Met een melksymfonie
Maar, zodra onze melkboer komt
Zit ze d'r mee op d'r knie
En dan, 't is heus geen grap
Zingen ze saam, onderop de trap
Refrein:
En m'n tante Veronica
Die speelt harmonika
Zij weet niets van muziek
Mens, ik lach me een kriek
Maar ze speelt magnefiek
Refrein
En
ze heeft met dat ding tot nog toe Strauss met Bach en Wagner vermoord
En wie me niet gelooft, die heeft nog nooit m'n tantes triller gehoord
Refrein
Tante
weet niet wat de kunst beduidt
Maar ze speelt zonder bezwaar
Laat moe men alle schlagers uit
Victoria en haar huzaar
Costa, Martha en wat niet meer
Paljas en de troubadour
Loengrind, Faust, en vermaakt zich zeer
Met De Dichter en Boer
Bij Kroeps, Brouwer en Smit
Ligt alles flauw, dan wordt tante pas fit
Refrein
(2x)
En
ze heeft met dat ding tot nog toe Strauss met Bach en Wagner vermoord
En wie me niet gelooft, die heeft nog nooit m'n tantes triller gehoord
Refrein
Terug
naar overzicht
M'n
vader en ik
(met
dank aan Bram Ross en Inez voor het sturen van de tekst)
M’n
vader is een toffe knul,
Hij
is stapeldol op mij.
Hij
leeft alleen voor de flauwekul,
En
ik ben precies als hij.
Hij
werkt nu al misschien,
In
geen jaar of tien,
Hij
is sneeuwschepper voor zijn gemak,
En
ik heb in m'n vaders vak.
We
zijn twee prenten,
M’n
vader en ik,
Hij
zorgt voor de centen’’
En
de sjans die heb ik,
Je
ken die ouwe,
Bij
geen kassa vertrouwe,
Want
z’n handen die houwe,
't
Liefst van dat,
Dat
's nogal glad.
Die
ons ziet schuiven,
Ziet
scheel van de schrik,
We
zijn twee druiven,
M’n
vader en ik,
Je
moet op je jassen,
En
de dubbeltjes passen,
Want
we gaan aan 't verkrassen,
M’n
vader en ik.
In
een ding is papa premier,
Hij
is een doodeerlijk man,
Laatst
vond hij op straat een portemonnaie,
En
daar gaf ie mij de helft van.
Hij
sprak toen doodbeangst,
Want
eerlijk
duurt het langst.
Als je niets gezien had vent,
Gaf
ik
je geen rooie cent.
We
namen een spatje,
M’n
vader en ik,
Hij
had een Katje,
'n
Kater had ik.
Hij
begon te springen,
En
't Wilhelmus te zingen,
Aan
onze armen hingen Leen
en Lot,
En
'n bosje sprot.
Hij
smeet met centen,
En
'n gulden van blik,
En
vier agenten,
Schopten
ons in de lik.
Eerst
na acht dagen,
Omdat
m’n moeder 't kwam vragen,
Werden
we pas ontslagen,
M’n
vader en ik.
Terug
naar overzicht
Moeder,
hoe kan ik je danken
Moeder,
hoe kan ik je danken voor alles wat je deed
Geen
ander dan jij was zo goed voor mij, in vreugde en in leed
Moeder,
je blijft heel m'n leven de vrouw waar ik 't meest van hou
Want,
al wat ik nu ben en al wat ik nu ken, moeder, dat dank ik aan jou
Je
hebt me in 't leven steeds liefde gegeven
Je
dacht slechts aan mij
Je
hebt zonder klagen je zorgen gedragen
Niet
een was er zo goed als jij
Moeder,
hoe kan ik je danken, voor alles wat je deed
Geen
ander als jij was zo goed voor mij, in vreugde, maar ook in leed
Moeder,
je blijft heel m'n leven de vrouw waar ik 't meest van hou
Want,
al wat ik nu ben en al wat ik nu ken, moeder, dat dank ik aan jou
Terug
naar overzicht
Moeder
ik kan je niet missen (1923 George Hofmann)
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
In
't huisje aan den overkant zijn de gordijntjes neer
Daar
loopt een flinke jongeman gebogen heen en weer
Hij
bracht vandaag zijn lieve vrouw voor altijd heel ver weg
En
ik hoor z'n stem, als ik m'n oor dicht aan z'n venster leg
Moeder,
ik kan je niet missen, 't is hier zo stil om me heen
't
Is of 't geluk van m'n leven als sneeuw voor de zonne verdween
Moeder,
ik kan je niet missen, 't is hier zo leeg om me heen
't
Brandt in m'n ogen, het bonst in m'n hart
Ach
moeder, waarom ging je heen
En
als ik onze kinderen zie dan vraag’k me angstig af
Wat
of er van hun worden moet nu jij daar ligt in ’t graf
Je
was zo goed je was zo lief je zorgde dag en nacht
En
heel je leven heb je nooit eens aan jezelf gedacht
Moeder,
ik kan je niet missen, 't is hier zo stil om me heen
't
Is of 't geluk van m'n leven als sneeuw voor de zonne verdween
Moeder,
ik kan je niet missen, 't is hier zo leeg om me heen
't
Brandt in m'n ogen, het bonst in m'n hart
Ach
moeder, waarom ging je heen
Terug
naar overzicht
Moeder,
jou zilveren haren
(tekst:
Willy Pol en Pi Veriss/muziek: J. Portengen
)
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
Refrein:
Moeder,
jouw zilveren haren,
Zacht
als fluweel,
Zeggen
zoveel.
'k
Denk weer aan vroegere jaren,
Als
ik ze zachtjes streel.
Ondanks
jouw zorgen, schonk jij ons vreugd
En
m'n jeugd werd onvergetelijk.
Moeder,
jouw zilveren haren,
Draag
jij nu met eer en deugd.
Wanneer
je nog klein bent,
Besef
je nog niet,
Hoeveel
liefde een moeder kan geven.
Veel
later -- te laat soms --
Besef
je pas goed,
Welk
een steun ze steeds was in je leven.
Refrein
Terug
naar overzicht
Moeder
laat mij varen gaan
(uitvoering: de vader van Pierre Kartner)
(met
dank aan Marc Blokland (†) voor het sturen van de tekst)
Denk
ik terug aan vroeger jaren
Dan
is mijn hart van smart vervuld
'k
Zie nog in moeders oog een traan
Toen
ik haar zei:'k Wil varen gaan
Zij
beminde mij zo vurig
En
ik sprak steeds wispelturig
Moeder,
moeder laat mij varen gaan
Want
ik bemin de oceaan
'k
Weet hoe je mij in 't harte draagt
Ach
moeder ach, ach moeder ach
Toen
ik na jaren weder keerde
Mijn
ouderlijkhuis weer binnentrad
Zat
daar mijn moeder droef terneer
Zij
sprak uw vader is niet meer
In
een brief voor mij verborgen
Schreef
hij: "Wil goed voor moeder zorgen
Moeder,
sprak ik op droev' gen toon
Je
weet, je hebt toch nog een zoon
Die
troost in deze droevige dag
Ach
moeder ach, ach moeder ach
Maar
ach die troost was dra vervlogen
Ik
raakte toen op 't slechte pad
De
leed en smart die ik haar gaf
Bracht
haar in korte tijd naar 't graf
Die
gedachten doet mij beven
Moeder
ach, wil mij vergeven
Waar
ik sta, of waar ik heen wil gaan
Zie
ik Uw beeld'nis voor mij staan
Ik
denk aan U steeds dag en nacht
Ach
moeder ach, ach moeder ach
Terug
naar overzicht
Moeder
mijn
(tekst:
L. Noiret/muziek: G. Winkler/1952/uitvoering: Bob Scholte en Kleine
Maurice)
(met
dank aan Corry Verhoeven voor het sturen van de tekst)
Refrein:
Moeder
mijn, moeder mijn, kon het nu nog maar als vroeger zijn,
Dat
je mij geleidde hand in hand, door ’t mooie kinderland.
‘k
Denk met vreugd' aan m’n jeugd, hoe vaak heb je niet m’n hart verheugd
.
Als
ik sliep dan hield je trouw de wacht, je waakte dag en nacht.
En
al had je somtijds zorgen, ik voelde het niet,
Je
hield ze steeds voor mij verborgen, al had je ook verdriet.
M’n
lieve moeder mijn, moeder mijn, kon je nog maar eenmaal bij me zijn.
Maar
die tijd is nu voor jou en mij, helaas voorgoed voorbij.
Toen
ik voor het eerst ging lopen,
Zocht
ik steeds mijn steun bij jou.
Want
je hart stond voor mij open,
Vol
van liefde vol van trouw.
Nu
ik ouder ben van jaren,
Leeft
mijn hart in droefenis.
Nu
moet ik zo vaak ervaren,
Wat
ik aan mijn moeder mis.
Refrein
Ik
drukte vele vreemde handen,
Reisde
heel de wereld rond.
Kwam
in onbekende landen,
Waar
ik dikwijls vriendschap vond.
Maar
in nood en droeve dagen,
Stond
ik altijd weer alleen.
Ik
kon mijn nood aan niemand klagen,
Waarom
ging jij van me heen.
Refrein
Maar
die tijd is nu voor jou en mij, helaas voorgoed voorbij.
Moeder mijn, moeder mijn.
Terug
naar overzicht
Moeder's brief uit het
besjeshuis aan haar dochter
(August de Laat 1926)
(met
dank aan Hubert van den Heuvel voor het sturen van de tekst)
Kind ik wil je een briefje schrijven
Het is nu al zo lang geleên
Dat ik nog iets van je hoorde
Ik voel me hier toch zo alleen
Oud in 't armenhuis te zitten
O dat doet me 't hart zo'n pijn
Mag ik nu je rijk getrouwd bent
Je arme moeder niet meer zijn
Toen je vader is gestorven
Was je nog zo'n kleine schat
Maar je hebt zolang je thuis was
Nog geen dag gebrek gehad
Ik heb gezwoegd ik heb geploeterd
Ja voor jou zelfs vele malen
Voor het liefst wat ik had op aard'
't Brood uit eigen mond gespaard
Toen heb jij hem leren kennen
En daar hij was een rijke heer
Viel de liefde voor je moeder
Dra als offer daarbij neer
O ! ik haat dien rijken kerel
Die met geld jou heeft verblind
En niet duldt dat 'n arme moeder
Op bezoek komt bij haar kind
Ik had je portret laatst in mijn
handen
En ik stortte menige traan
Ik kon me niet langer bedwingen
Ben toen naar je huis gegaan
Maar je man deed me niet open
Riep door 't raam met woede kleur
Zeg mens hoe durf je hier te komen
'k Duld geen schooiers aan de deur
Ik ging naar huis toen diep bewogen
't Leven was me haast te veel
Tranen blonken in m'n ogen
Toen deze smart me viel ten deel
Hoe kon je man mij zo beledigen
Noemen schooister bovendien
Ik kwam toch heus niet om te bedelen
Doch alleen om jou te zien
Het zal met mij niet lang meer duren
Het leven is mij zo te droef
Weldra hoop ik rust te vinden
Waar men vader eens begroef
Eénmaal zul je 't gaan beseffen
't Zieleleed mij aangedaan
Later als je diepbewogen
Schreiend voor mijn graf zult staan
Terug
naar overzicht
Moeders
eigen jongen
(tekst: Van Luciën/muziek: Willem Blokland)
(met
dank aan Betsy van Dijk voor het sturen van de tekst)
Wat
ben je nog klein
Mijn
lieve schat.
En
och, wat zie je bleek !
Zoo
prak bij zichzelf
Een
moedertje droef,
Wijl
ze door 't raam naar hem keek.
Daar
speelde haar liev'ling,
Haar
jongen, haar trots,
't
Was alles wat zij nog had.
Haar
man viel vóór lang
Op
het veld van eer,
Wat
had zij ook hem liefgehad !
Refrein:
"Ja,
jij bent moeders eigen jongen !"
Zoo
sprak zij met zoeten lach,
Gauw
nu die traan t'ruggedrongen
Opdat
haar liev'ling die niet zag !
"Ja,
jij bent moeders eigen jongen,
Blijf
toch immer zo braaf en zo goed !
En
mocht het Vaderland je roepen,
Nu
dan ga je - als het moet !"
Haar
jongen werd grooter
En
op de school
Was
hij steeds nummer één
Toen
werd hij Cadet,
Daarna
Officier,
Toen
waren de twee weêr bijeen.
Doch
d' oorlog brak uit
En
Frans kreeg bevel:
"Houdt
U voor 't vertrek gereed !"
En
al viel 't haar ook zwaar,
Toen
't afscheidsuur sloeg,
Sprak
moedertje: "Denk aan je eed !"
Refrein:
"Want
al ben je mijn eigen jongen,
'k
Weet dat 'k je niet houden mag."
Gauw
dus die traan t'ruggedrongen
Opdat
haar liev'ling die niet zag !
"Ja,
jij blijft moeders eigen jongen,
Blijf
toch immer zo braaf en goed.
Het
Vaderland heeft je geroepen,
Dus
vertrek nu, en hou moed !"
Daar
kreeg ze bericht
Haar
Frans was gewond,
Een
held werd haar zoon genoemd.
"Nu
komt hij weer thuis,
Zoo
fier nog, zoo jong,
Is
hij reeds tot het nietsdoen gedoemd !"
Zoo
droomt moeder voort
En
twijfelt en hoopt
Schreit
zich de oogen moe.
Dáár
opent de deur zich
En
vliegt met een snik
De
zoon naar zijn moedertje toe.
Refrein:
"God
! ben jij daar ? mijn eigen jongen !
Wat
liet je me schrikken, vent !
Gauw
nu die traan t'ruggedrongen,
Nu
je veilig bij moeder bent !"
"Ja,
nu heb ik weer mijn eigen jongen
Die
ik nu weer verplegen moet."
"Wat
heb ik vaak om jou geroepen,
Doch
nu is alles weer goed !"
Terug
naar overzicht
Moeders verjaardag
(met
dank aan Andreas Jacquet voor het sturen van de tekst)
Morgen is het feest zo klonk het uit
hun mond
Terwijl ze hun huisje versierden
Het zal een vreugde wezen, een
vrolijke stond
Zo riepen klein Hansje en Grietje
Wij kopen een sjaal, een ring of
portret
En vol van gedachten gingen zij naar
bed
Hun oogjes die vielen al sluimerend
toe
En dromend dachten zij aan hunne lieve
moe
De vader den dronkaard komt zwijmelend
naar huis
Geeft niets om het huiselijk leven
Hij ziet de versiering, slaat alles
aan gruis
Moeder zit daar angstig te wenen
Hij is weeral dronken, waar komt hij
vandaan
Hij grijpt naar een stoel, maar kan
niet blijven staan
Hij tast in het ronde al zoekend naar
haar
En door den drank bedwelmd zakte hij
in elkaar
Het klokje slaat zeven, de kindertjes
blij
Komen naar beneden gelopen
Waar is nu hun spaarpot op 't kastje
opzij
Kom laat ons nu gauw iets gaan kopen
Maar 't geld was verdwenen dat heeft
hen verrast
Dat heeft nu den vader dien dronkaard
verbrast
't Plezier was gebroken, verdriet
hadden zij
Want moeders verjaardag ging zwijgend
voorbij
Terug
naar overzicht
Moedersmart
(met
dank aan Carola voor het sturen van de tekst)
In
de overvolle straten
Van
die drukke handelsstad,
Liep
ze met haar pop te praten
Die
ze pas gekregen had.
Moesje
had ze losgelaten,
'n
Oogenblik, 'n eindje maar.
Toen
ze in de volte zaten,
Zag
het kind nog geen gevaar.
'n
Hollend paard,
Zoodat
zus en 't popje vielen
En
de harde wreede wielen,
't
Teere lichaam ruw verwond.
Moeder
neemt haar in de armen,
Wanhopig
villend in haar smart.
Machtig
God hebt toch erbarmen,
Met
haar gewonde moederhart !
In
het kleine ledikantje,
Ligt
het zwaargewonde kind.
Moeder
drukt haar klamme handje,
Daar
ze dat zoo rustig vindt.
Angstig
zit ze daar te staren
Naar
dat lieve kindergoed.
't
Was altijd zoo rein en helder,
Nu
zoo roodgekleurd van bloed
Alles
had ze willen geven,
Voor
dat jonge kinderleven.
Hoorde
nog een zuchtje even,
't
Is of ze daar den dood mee tart.
Moeder
neemt haar in de armen,
't
Lieve zusje was niet meer.
Wil
ze het lijkje nog verwarmen,
Dicht
aan haar touwe moederhart.
Terug
naar overzicht
Moedersmart
(met dank aan Henk Frings voor het
sturen van de tekst)
Wanneer een kind in wilde drift
Het ouderlijk huis verlaat,
En om een kleine ruzie soms,
Voorgoed het huis uit gaat.
Als dan de vaders woorden soms,
Wat ruw klinken en hard,
Zit in een hoek een moeder stil,
Gebroken van de smart.
Refrein:
Moeders, ze voelen veel dieper in 't
leed,
Als straks een man er al niets meer van
weet.
Wij kunnen 't nooit zoo beseffen,
't Leed wat een moeder kan treffen.
Want om te voelen de schrijnende pijn,
Daar moet je een moeder voor zijn.
Wanneer de dood met wreede hand,
Het huisgezin niet spaart,
En 't kind in jaren van zijn bloei,
Ontvreemdt van deze aard,
Als dan de vader weer vergeet,
Door zorg die 't leven biedt,
Ligt 's nachts in bed een moeder stil,
Te snikken van verdriet.
Refrein:
Moeders, ze voelen zoo diep hier op
aard,
Zorgen en smart die het leven ons baart.
Zij moete zooveel ontberen,
Wees dus je moeder ter eeren.
Want om te voelen de schrijnende pijn,
Daar moet je een moeder voor zijn.
Terug
naar overzicht
Moedertje
lief
Moedertje
lief ik zit in m'n cel
En
las zo even je brief
Die
de cipier me brengen kwam
Luister
eens, moedertjelief
Ik
zag je bev'rige letters
Ik
zag de plek van je zoen
En
ik zag vlekken van 't huilen
Maar
heus, dat moet je niet doen
Refrein:
Moedertjelief
niet huilen
Alles
komt immers weer goed
Over
'n jaartje ben ik weer vrij
Is
er geen cel meer, dus ook geen brief
Tot
zolang flink zijn moedertjelief
Tot
zolang flink zijn moedertjelief
Moedertjelief,
wat ik heb gedaan
Deed
ik alleen maar voor jou
Ik
was een dief, omdat ik wou
Dat
je het goed hebben zou
'k
Wou je geen armoe zien lijden
En
heb de cel geriskeerd
Ik
wou graag alles geven
Wat
je zo lang hebt ontbeerd
Refrein
Moedertjelief,
nu zit ik vast
Zit
ik m'n straftijd hier uit
En
bij de mensen van fatsoen
Heb
'k het natuurlijk verbruid
Men
ziet mij nu als een schooier
'k
Weet het, maar 't doet me geen pijn
Want
ik heb leren begrijpen
Hoe
wreed de mensen soms zijn
Terug
naar overzicht
Moederweelde
(Michel de Cock)
(met
dank aan Betsy van Dijk voor de tekst)
In
pracht melodieën met lieflijk refrein,
Bezong
men de vreugde van moeder te zijn.
Van
zalige liefde met weelde omkleed,
Waarbij
men de schrijnendste smarten vergeet.
Ach
hoevele moeders verwenschen den dag
Waarop
eens haar lief'ling het levenslicht zag.
Refrein:
Want
niets op de wereld baart grootere pijn,
Dan
't innig verlangen om Moeder te zijn.
Want
niets op de wereld baart grootere pijn,
Dan
't innig verlangen om Moeder te zijn.
'n
Moeder, zij brengt hare kindertjes groot,
En
spaart uit haar mond soms het laatste stuk brood.
Ze
weet vaak van liefde niet wat ze verzint
Om
goed te doen aan het ondankbaarste kind.
En
wordt ie dan later zoo iets van 'n heer,
Dan
kent hij van hoogmoed zijn moeder niet meer.
Refrein:
Hij
leeft als 'n koning, met vrienden en wijn,
En
zij voelt de smarten van Moeder te zijn.
Hij
leeft als 'n koning, met vrienden en wijn,
En
zij voelt de smarten van Moeder te zijn.
Als
moedertje oud wordt en 't haar zilverwit,
Dan
knielt zij voor hem waar ze daaglijks voor bidt.
Zij
richt zich ten hemel, de blik naar omhoog,
Er
komt dan vol droefheid 'n traan in haar oog.
Al
heeft mij m'n jongen veel leed aangedaan,
Toch
bid ik dat hij aan mijn sterfbed zal staan.
Refrein:
Want
sluit zij de oogen, voor eeuwig misschien,
Toch
is ze gelukkig haar kind nog te zien.
Want
sluit zij de oogen, voor eeuwig misschien,
Toch
is ze gelukkig haar kind nog te zien.
Terug
naar overzicht
Moeke, doar staait 'n
vrijer aan de deur
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
Moeke, doar staait 'n vrijer aan de
deur
Fiekedom, fiekedom, fiekediredom
Moeke, daor staait 'n vrijer aan de deur
Halleluja
Vroag ais wat hai drinken wil
Fiekedom, fiekedom, fiekediredom
Vroag ais wat hai drinken wil
Halleluja
Thee mit widde puntjes
Fiekedom, fiekedom, fiekediredom
Thee mit widde puntjes
Halleluja
Vroag ais wat hai eten wil
Fiekedom, fiekedom, fiekediredom
Vroag ais wat hai eten wil
Halleluja
Gort mit proemedanten
Fiekedom, fiekedom, fiekediredom
Gort mit proemedanten
Hallelujah
Vroag ais woar hai sloapen wil
Fiekedom, fiekedom, fiekediredom
Vroag ais woar hai sloapen wil
Halleluja
Bie de jongste dochter
Fiekedom, fiekedom, fiekediredom
Bie de jongste dochter
Halleluja
Vroag ais houveul geld hai het
Fiekedom, fiekedom, fiekediredom
Vroag ais houveul geld hai het
Halleluja
Honderddoezend gulden
Fiekedom, fiekedom, fiekediredom
Honderddoezend gulden
Halleluja
Loat hom din maor binnenkoom'n
Fiekedom, fiekedom, fiekediredom
Loat hom din maor binnenkoom'n
Halleluja
Terug
naar overzicht
Moeke's
handen
(gezongen door Elizabeth)
(met
dank aan Marc Blokland (†) voor het sturen van de tekst)
Moeke's
handen, stil en gelaten
Rusten
zacht in 't late licht
En
't is of ze met me praten
Van
een heel mooi oud gedicht
Moeke's
handen met diepe naden
Wat
hebben die niet voor ons gedaan
Wezen
ons de rechte paden
Waar
we veilig konden gaan
Refrein:
Moeke,
oh moeke dat is nu voorbij
Nooit
meer kan ik even naar U toe
Moeke,
oh moeke dat is wat ik altijd zei
Rust
zacht mijn lieve moeke moe
Moeke's
handen zorgen weken
Als
ze aan ons ziekbed zat
Als
haar lieve lippen smeken
Als
ze om ons welzijn bad
Moeke's
handen heb ze nu gevouwen
Dankbaar
voor de eerste preek
'k
Zal het levenslang onthouden
Wat
moeke met haar handen deed
Refrein
Terug
naar overzicht
Mokkataartje
(met
dank aan A. Kersten voor het sturen van de tekst)
Ik landde laatst met de Messina,
Ergens op de kust van China.
Daar heb ik mijn prima, mijn schat
onmoet,
Lieve toet fijne snoet.
Het was een pracht van een Chinesie,
Ik zei kring, krang en klaar was
keesie,
'k Was stapel kreesie en dol verliefd.
Refrein:
King, kang, kolina je bent het mooiste
kind van China,
Ik heb het te grazen, nou asjeblieft,
Ik vind je met je mooie staartje,
Net een lopend ansichtkaartje.
O mijn lekker mokkataartje,
Ik ben op jou verliefd.
En ik keek haar diepbewogen,
In haar overhoekse ogen en was
opgetogen
Dat zij 't wou doen, 't kleine ding
lieveling.
Maar 'k moest mijn liefde wel duur
kopen,
Want ze liet me einden lopen,
Ik had het al gesnopen
En zong toen weer.
Refrein
Na een poosje zij ze plankie
En ze wees me toen een bankie.
Ik zei kind dankie, want ik kan niet
meer op en neer.
Ze zei toen plinkie, plankie, plee,
plak
En ik voelde me een zeeslak.
Zei maar niks maar ik deed wat
En zong toen weer.
Refrein
Terug
naar overzicht
Mooie meissies, mooie blomme
(Mutatuli 1820 - 1887)
(met
dank aan Jeanne Albers voor het sturen van de tekst)
Mooie meissies, mooie blomme,
Van een mooi meissie ben ik gekomme,
En een mooi meissie is m´n hartedief,
Daarom heb ik alle mooie meissies lief !
Kon ik alle mooie meissies krijge...
Ik zou ze-n-an ´n touwetje rijge,
Ik zou ze kuipen in een vat ...
Och, als ik alle mooie meissies had !
Als ik dood ben, zullen ze mij begrave...
Ze zullen mij naar ´t kerrikhof toe drage.
Ze zullen schrijven op m´n graf:
"Hier ligt de jonkman die alle mooie meissies liefhad !"
Terug
naar overzicht
Moord
in den sneltram
(op
M. Wijsman (of Wijtman?) van Amsterdam Den Haag
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
Waar moet het heen, wat moest er weer gebeuren
Een wreede moord in een publieke trein
Zoo geheimnisvol, dat ondanks 't taktvol speuren
Nog niets ontdekt dat strekt tot eenig schijf
Een achtbaar heer reisde op ouwjaarsavond
Met verlangen naar 't ouderhuis
Om met nieuwjaar bij ouders vriend incluis
En ook zijn verjaardag blij te vieren thuis
Hoe 't is gebeurd en waar kan niemand zeggen
Op welk punt van het trajekt het was
Men vond hem languit in 't coupé te leggen
Alsof hij sliep daar in de eerste klas
Een overjas lag over hem geworpen
d' Ontdekking langer nog vertraagd
Men vond hem zoo aan 't station den Haag
Door een kruier die ieder zijn dienst daar vraagt
Een conducteur wilde den man gaan wekken
Hij meende dat mijnheer aldaar nog sliep
En ging op 't laatst zijn overjas ontdekken
Toen eerst zag hij wat er daar was geschied
Drie kogels waren op hem afgeschoten
Den dood was daar 't gevolg van
Een plas met bloed toen men het lijk opnam
Tot ieders schrik die het aldaar vernam
Waar moet het heen moet ik nogmaals herhalen
Terug
naar overzicht
Morgen
ben ik de bruid (uitvoering Willeke Alberti)
Dit
wordt voor mij de laatste nacht
In het huis waar ik ben grootgebracht
Meisjestijd wat ging je gauw
Ik moet nog wennen aan ‘Mevrouw’
Alles zal straks anders zijn
Dit afscheid doet een beetje pijn
‘k Weet als ik mijn ogen sluit
Morgen ben ik de bruid
Voorbij gaat de tijd
Een vogel vliegt uit
Bim-bam-bim-bam-bom
Morgen ben ik de bruid
Dit wordt een slapeloze nacht
In het huis waar ik ben grootgebracht
Vadertje, bedankt hoor schat
Ik heb een fijne jeugd gehad
Moederlief, je kijkt me aan
Je lacht, maar ik zie ook een traan
‘k Blijf je kind, het maakt niets uit
Morgen ben ik de bruid
Voorbij gaat de tijd
Een vogel vliegt uit
Bim-bam-bim-bam-bom
Morgen ben ik de bruid
Als de zon door ’t venster lacht
Dan komt de dag waarop ik wacht
‘k Trouw de man waarvan ik hou
Ik krijg zijn naam, ik wordt zijn vrouw
‘k Voel ontroerd wat stil verdriet
Toch is er niemand die het ziet
‘k Zie er blij en stralend uit
Morgen ben ik de bruid
Voorbij gaat de tijd
Een vogel vliegt uit
Bim-bam-bim-bam-bom
Morgen ben ik de bruid
Morgen ben ik de bruid
Terug
naar overzicht
Morgen
gaat het beter
(tekst: Chef van Dijk/muziek: MaxTak/uitvoering:
Willy Derby, 1939)
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
Niet
één mens hier op aard'
Die
voor leed werd gespaard,
In
de harde leerschool van het leven.
Maar
zo slim kan 't niet zijn,
En
zo fel is geen pijn,
Of
genezing is er voor gegeven.
Hier
een hart dat er breekt,
Daar
de laster die steekt,
En
je denkt: "moet mij dat juist passeren."
Staar
je daar niet op blind,
Steek
je kop in de wind,
Zoek
de kracht, d' energie,
Om
het lot te keren.
Morgen
gaat het beter, beter, beter,
Morgen
kijk je iedereen weer glunderlachend aan.
Morgen
gaat het beter, beter, beter.
Morgen
zullen zorgen van vandaag niet meer bestaan.
Morgen
zijn de spoken van het heden,
Weggevaagd,
behoren tot 't verleden.
Morgen
gaat het beter, beter, beter,
Morgen
zal weer alles van een leien dakje gaan.
Moeilijk
is deze tijd,
Vol
van wrok, haat en nijd,
Ieder
kijkt vol wangunst naar de ander.
Naar
het brood dat hij eet,
Naar
de daad die hij deed,
Ach,
we weten alles van elkander.
Maar
slechts dat wat je ziet,
En
de rest weet je niet,
Want
naar binnen staan geen vensters open.
Wat
je draagt, diep in't hart
Heeft
een plaats heel apart,
En
dat is een toverspreuk:
"Wij
blijven hopen".
Refrein
Gaat
het niet zoals 't moet,
Krijg
je geen vaste voet,
Ga
niet in een hoekje zitten treuren.
Niemand,
die op je wedt,
Ooit
een cent op je zet,
Als
je piekert om wat kan gebeuren.
Gaat
't vandaag je nog slecht,
Morgen
komt het terecht,
Je
moet in jezelf het meest vertrouwen.
Graaf
niet in je verdriet,
Ach
dat helpt je toch niet,
Steen
voor steen moet je aan,
J'
eigen toekomst bouwen.
Refrein
Terug
naar overzicht
Morgen schijnt de zon weer !
(Morgen komm ich wieder)
(tekst: Jack Bess / muziek:
Eberhart Stocht / uitvoering: De Marketensters)
(met dank aan Gerard Engelbertink voor
het sturen van de tekst)
Het lot heeft ons gescheiden,
Die tijd viel ons moeilijk en zwaar,
Maar morgen zijn wij beiden
Voorgoed weer bij elkaar.
Refrein:
Morgen schijnt de zon weer,
Al zijn de wolken grauw,
Morgen schijnt de zon weer,
Want dan ben ik bij jou !
Dan zal ieder uurtje
Een uur vol vreugde zijn.
Want dreigen donk're wolken,
Zorgt mijn hart voor zonneschijn !
Want dreigen donk're wolken,
Zorgt mijn hart voor zonneschijn!
Holié - Holié,
Breng wat zonlicht voor me mee,
Holié - Holié,
Breng een heel klein beetje zon voor
me mee !
De wolken gaan verdwijnen;
Een heerlijke toekomst breekt aan,
De zon zal blijven schijnen,
Als wij elkaar verstaan.
Refrein
't Is uit met onze zorgen;
Voorbij is ons eenzaam bestaan,
Wij zien elkander morgen,
Dan is het leed gedaan !
Refrein
Terug
naar overzicht
Morgen zou zijn verjaardag
zijn
(tekst: Paul Rollman en
Pablo/muziek: Joop Portengen)
(met dank aan Marc Blokland (†) voor
het sturen van de tekst)
Hij was mijn enigst kind
M'n grote kleine vriend,
Zoals je op 'd aard
Er ooit maar ééntje vindt.
Vaak liep die aan mijn hand
En na een straatje rond,
Steeds naar dat winkelraam
Waar dat kinderfietsie stond.
Morgen zou het zijn verjaardag zijn,
Morgen dan werd ie zeven jaar
't Allerlaatste wat die zeggen zou,
(gesproken)
Nog een nachie slapen, dan krijg ik
m'n fietsie.
Hij was mijn grootste trots
En ook een troost voor mij,
Maar het leven was te zwaar
Voor veel verwennerij.
Ik spaarde cent voor cent
En kreeg het voor elkaar,
En in de zolderkast
Stond het fietsie voor hem klaar.
Morgen zou het zijn verjaardag zijn,
Morgen dan werd ie zeven jaar
't Allerlaatste wat die zeggen zou,
(gesproken)
Nog een nachie slapen, dan krijg ik
m'n fietsie.
Hij zei:,, ik ga naar school",
Nam afscheid met een lach.
't Was de laatste keer
Dat ik hem zo nog zag.
Een auto reed te hard,
Greep hem in volle vaart,
Het leven van mijn kind
Wat is dat een ander waard ?
Morgen zou het zijn verjaardag zijn,
Morgen dan werd ie zeven jaar.
't Allerlaatste wat die zeggen zou,
(gesproken)
Pappie, het was niet mijn schuld h è ,
Krijg ik toch nog mijn fietsie ?
Terug
naar overzicht
't Muizeke
(G. Antheunis / D. de Lange)
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
In ‘t kamerke waar het wiegske gong,
Een muizeke uit zijn gaatje sprong.
Hippelend, trippelend ding,
Het draaide het kopken rechts en links
En ’t wipte voorwaarts vlug en flinks.
Muizeke, muizeke, maak geen lawijt,
Of anders mijn kindje ontwaakt en krijt.
’t Liep rechts en links, ’t liep hier
en daar
En kwam bij het wiegke nader en naar.
Hippelend, trippelend ding,
Het richtte zich op, en ’t rook en zag
Of daar geen kruimelke koek meer lag.
Muizeke, muizeke, maak geen lawijt,
Of anders mijn kindje ontwaakt en krijt.
Er lagen veel kruimelkens op de grond,
Neem, muizeke, ’t kindje heeft ze-u gejond.
Hippelend, trippelend ding,
En ’t peuzelde-en ’t at zijn buiksken vol.
En -één twee drie- ’t was weer in zijn hol.
Muizeke, muizeke, zonder geluid,
Mijn kindje slaapt en mijn liedje-is uit.
Terug
naar overzicht
Music, music, music
(muziek: Stephan Weiss/tekst: Dico van
de Meer/uitv.: Marketensters en ook Musketiers men Orkest Zonder Naam)
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
Cupido krijgt ons niet klein,
Rozengeur en maneschijn,
Kunnen ons gestolen zijn,
Met: music, music, music.
Hola, de pianola,
Speelt kat en muis,
Met zorg en pech
En dan verdwijnt de hele rataplan.
Dus !
Zet de wereld op z'n kop,
Met een opgewekte mop,
Monter alle mensen op,
Met: music, music, music.
Heel de wereld ligt in zwijm,
Voor 't them' van Harry Lime,
Citers moeten mode zijn,
Bij: Music, Music, Music.
Spreek je een belastingman,
Weet je dat je dokter kan,
En je riksies rinkelen dan,
Als: music, music, music.
Hola, de pianola,
Ping pingelt
Van tararaboemdië
En vrolijk pingelt alles mee.
Dus !
Wees geen zure ouwe zeur,
Met een tweedehands humeur ,
Jaag je zorgen uit de deur,
Met: music, music, music.
Terug
naar overzicht
Mustapha
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
Onder de maneschijn en de platanen
Wil ik jouw sultan zijn,
Wees jij dan mijn sultane.
Wat kunnen jou goud en juwelen schelen
In de Sahara kun je spelen met
kamelen.
Refrein:
Dat zegt m'n vriendje Mustapha
Hij meent het goed, de snoes, maar ja,
Hij is van origine 'n Arabier
Dat bier is best, maar 'k blijf toch
liever hier.
Hele kisten vijgen heb ik in depôt
Alles kan je krijgen, alles geef ik je
cadeau
Als je maar van mij wilt houén en te
zijner tijd wilt trouwen
Dan gaan w'n oase bouwen en een
Arabiertje brouwen.
Refrein
Wat moet je in dat kouwe kikkerland ?
In de Sahara heb je enkel zon en zand.
Wat moet je in zo'n zebra-paden stad ?
Wij hebben echte zebra's en geen
paden, schat.
Refrein
Hier is 'n ring, een dure, dus bewaar
'm,
In 't laatje links van de penantkast,
in de harem.
'k Heb zestien vrouwen thuis, da's
aardig veel, ja
Maar jij wordt de zeventiende, jij
wordt hun Akela
Refrein
Terug
naar overzicht
't
Mutske
(met
dank aan Cor Heuvelmans voor het sturen van de tekst)
Ik
had er een vrouwke al naar mijne zin
Ik
kocht er een mutske al naar haar zin
Ge
kunt er begrijpen hoe dat er dat ging
En
zo ging dat mutske
En
dat mutske dat ging zo
En
dat mutske dat ging altijd zo
Ik
had er een vrouwke al naar mijne zin
En
ik kocht er een stikske al naar haar zin
Ge
kunt er begrijpen hoe of er dat ging
En
zo ging dat strikske
En
dat strikske dat ging zo
En
zo ging dat mutske
En
dat mutske dat ging zo
En
dat mutske dat ging altijd zo
Ik
had er een vrouwke al naar mijne zin
En
ik kocht er een blouske al naar der zin
En
ge kunt er begrijpen hoe dat er dat ging
En
zo ging dat blouske
Dat
blouske dat ging zo
en
dat blouske dat ging altijd zo
(Strikske,
mutske enz.)
Ik
had er een vrouwke al naar mijn zin
En
ik kocht er een rokske al naar haar zin
Ge
kunt er begrijpen hoe dat er dat ging
En
zo ging dat rokske
Dat
rokske dat ging zo
En
dat rokske dat ging altijd zo
(Blouske,
strikske, mutske enz.)
Ik
had er een vrouwke al naar mijne zin
En
ik kocht er een kouske al naar haar zin
En
ge kunt er begrijpen hoe dat er dat ging
En
zo ging dat kouske
Dat
kouske dat ging zo
En
dat kouske dat ging altijd zo
(Rokske, blouske, stikske, mutske
enz.)
Ik
had er een vrouwke al naar mijn zin
En
ik kocht er een schoentje al naar haar zin
Ge
kunt er begrijpen hoe dat er dat ging
En
zo gingen de schoentjes
En
de schoentjes gingen zo
En
de schoentjes gingen altijd zo
(Kouske, rokske, blouske, strikske,
mutske enz.)
Zo
gingen de kouskes
En
de kouskes gingen zo
En
de kouskes gingen altijd zo
Zo
ging dat rokske
En
dat rokske dat ging zo
En
dat rokske dat ging altijd zo
Zo
ging dat blouske
En
dat blouske dat ging zo
En
dat blouske dat ging altijd zo
Zo
ging dat strikske
Dat
stikske dat ging zo
En
dat strikske dat ging altijd zo
Zo
ging dat mutske
Dat
mutske dat ging zo
En
dat mutske dat ging altijd zo
Terug
naar overzicht
My
happyness
(met
dank aan Ingird Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
Waarom wil je weg van mij
Houd je dan niet meer van mij
Is het nu voorgoed voorbij
My happiness.
Waarom ging jij van mij heen
Altijd waren we bijeen
Liefste laat me niet alleen
My happiness.
Ik weet het nog zo goed
Toen ik jou voor het eerst had ontmoet
Vroeg je mij: "Wordt mijn vrouw,
Want mijn schat, ik hou zo van jou".
Is dat alles nu voorbij
Lieveling toe blijf bij mij
Weet je niet meer wat je zei
My happiness.
Liefste 't is nog niet te laat
Voor jij naar die ander gaat
Denk aan wat jij achterlaat
My happiness.
Terug
naar overzicht