SeniorPlaza

Uit (groot)moeders tijd

Maak het donker

(Gezongen in 1940 door Johnny en Jones. Dat waren twee joodse jongens die ook omgekomen zijn in het concentratiekamp in Duitsland)

(met dank aan Marc Blokland (†) voor het sturen van de tekst)

De overheid heeft het publiek bevolen

Als het donker is dan moet het donker zijn

Dan mag geen enkel licht naar buiten schijnen

Doe verduisteringspapier voor je gordijn

Anders staan ze 's avonds aan je deur te bellen

En dan komt de luchtbescherming je vertellen

 

Refrein:

Maak het donker, maak het donker in het donker

Ook al gaan de sterren door met hun geflonker

Ik loop langs de huizenkant

Met mijn luchtbeschermingsband

De lantaren in mijn hand

Om te kijken waar iets brandt

Hou dus rekening met de verduisteringswensen

Maak het donker, reuze donker beste mensen

 

Het blokhoofd van het blok zeven uit wijk negen

Zag de dochter van het blokhoofd uit blok tien

Met een rood hoofd kwam hij blokhoofd negen tegen

Hij zegt hoofd, heb jij het wijkhoofd ook gezien

Ja, wij hebben het hoofd gezien van wijkhoofd tien

 

Van Zanten zag een meisje in het duister

Zij was slank, bevallig en toch niet dik van lijn

Hij dacht, dat is die jonkvrouw mijner dromen

Binnenkort zal zij m'n mevrouw Van Zanten zijn

In die duisternis vroeg hij haar om een kusje

Flip van Zanten zei ze, niet doen, ik ben toch je zusje

                                                                      Refrein 

 

Terug naar overzicht

Maantje luister eens goed

(muziek: Percey Wenrich / Nederl. tekst: Henny Blonk / uitvoering o.a.: The Kilima Hawaiians)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Maantje luister eens goed,

'k Wou wat vragen aan jou,

'k Zie vanavond een vriend,
Waar ik veel van hou.
'k Ga vaak met hem uit,
'k Weet dat hij me graag ziet,
Maar dat hij van me houdt,
Dat zei hij nog niet.

 

 

Nu vraag ik jou om me te helpen,
Geluk is zo dichtbij,
Wees lief en schijn vanavond extra voor mij.

 

 

Maantje zorg voor wat sfeer,
Dat is jou toevertrouwd.
Dan zegt hij me misschien,
Dat hij van me houdt.

 

 

Maantje zorg voor wat sfeer,
Dat is jou toevertrouwd.
Dan zegt hij me misschien,
Dat hij van me houdt.

 

 

Terug naar overzicht

Maar bij m'n moeder thuis

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

Ik heb alle wereldzeeën bevaren,
Als jongen ging ik van huis.
Van Hongkong tot Moskou, van Rio tot Alaska,
Overal was ik daar thuis.
Ik heb ook de hoogste bergen gezien,
De oceanen en het brandend zand.
En zovele mooie meisjes gaven mij,
Bij 't afscheid, eerst een zoen en dan een hand.

Refrein:
Maar bij m'n moeder thuis, daar is het toch ’t mooiste.
Daar waar m'n wiegje stond, ligt mijn geboortegrond.
Maar bij m'n moeder thuis, daar is het toch ’t mooiste.
Waar ik bij vader en moeder veel liefde vond.

 

Instrumentaal (eerste 4 regels van couplet)

 

Lala la lala lala la la

La lalalala lala lala la

Lala lala lala lala lala lala lala

Lala lala lala la

 

Refrein (2x)

 

Terug naar overzicht

Maar Charlie stuurde me bloemen

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Een heel stel jongens dat ik ken,

Verwent me met cadeautjes als ik jarig ben.

Zo kreeg ik van Robert een taart,

Van Tom een schattig aapje met een lange staart,

Een tas van Bob, een sjaal van Aart,

Van Bill een nieuwe Elvis Presley plaat.

 

Refrein:

Maar Charlie stuurde me bloemen, 

H'm m m m m m m m

Maar Charlie stuurde me bloemen, 

H'm m m m m m m m

 

 

Een grote fles parfum van Bert,

En Peter kwam met kaartjes voor een jazz-concert.

Ook Johnny had een vlot idee,

Hij bracht voor mij een hele mooie lipstick mee,

Van kleine Paul een steengoed boek,

Van Max een Mexicaanse doek.

 

Refrein

 

Een fijne doos bonbons van Dick,

En Guus kwam me verrassen met een hockeystick.

Met Freddy, die me straal verwent,

Mocht ik gaan rock'n-rollen in een leuke tent.

Een plastic hond van lange Bill,

Van Frank een paarse zonnebril.

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Maar vroeger had ik later nog

(tekst/muziek:H. Klaver/Jonhnny Hoes/uitvoering:Annie de Reuver)

Ik weet nog dat ik vroeger op de stoeprand zat

Met een stil verlangen naar dingen die 'k niet had

Ik droomde dan in kleuren, van een step of fiets

Maar als ik dan weer wakker werd, zag 'k van dat alles niets

Want in mijn jonge jaren was 't leven van een kind

Slechts spelen met illusies en stoeien met de wind

 

Refrein:

Maar vroeger had ik later nog, de toekomst was van mij

Toen lag 't leven voor me, nu ligt 't achter mij

Vroeger had ik later nog, 't was al wat ik bezat

Nu heb ik alles maar ik heb, ik heb m'n tijd gehad

 

In m'n nieuwe auto denk ik nu terug

Aan m'n kinderjaren, wat gaat de tijd toch vlug

Heel veel mooie dromen werden werk'lijkheid

De welvaart geeft met gulle hand, gebrek is uit de tijd

Maar toch, als ik de jaren zo snel voorbij zie gaan

Dan wens ik vaak in stilte, een tijd die stil blijft staan

 

Refrein

 

Ik heb m'n tijd gehad

 

Terug naar overzicht

Maar zaterdagmiddag, is alles voorbij

(uitvoering: Eddy Christiani)

"Geld vliegt bij bossen je zakken uit",
Is voor de huisvrouw een oud geluid.
's Maandags voelt ze zich een hele Piet,
Zeurt ze niet, treurt ze niet !
Dinsdags ontdekt ze: "Ik kom er niet uit."
Donderdags geeft ze haar laatste duit,
Vrijdags dan weet ze zowaar geen raad,
Dan zit ze echt op zwart zaad ! 

 

 

Refrein:

Maar zaterdagmiddag, is alles voorbij,
Dan zijn er weer centjes,
Dus moeder lacht blij !
Dan kan ze weer halen
En alles betalen,
't Is even voorbij, met de uitkienerij !

 

 

Donderdags valt het voor moe niet mee,
Dan is het mis in haar port'monnaie,
Dan is haar stemming te lange lest'
Niet, zo best - niet zo best !
Omdat de lamp dan voorover hangt,
Snakt ze er naar dat ze geld ontvangt.
Tegen het einde van ied're week,
Is ze geregeld van streek ! 

 

 

Refrein

 

 

Vader heeft 's woensdags geen cent op zak,
Hij zoekt naar restjes van shag-tabak,
Vraagt hij dan: "Moe, breng wat vloeitjes mee",
Zegt ze: "Nee!"- zegt ze: "Nee !"
"Jij zitten roken en ik geen geld,
Ga liever niet naar het voetbalveld !"
Zo betrekt langzaam de huw'lijklucht,
Vader neemt zuchtend de vlucht:

 

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Mack the knife

(Ned. tekst: Cor ten Hoef)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Op een woeste winteravond

Klonk een vreselijk, vreselijk gerucht

Door de wilde wind gedragen:

Mack the knife is weer ontvlucht !

 

Bevend sloten brave burgers

Alle deuren van hun huis.

En ze kropen in de kelder

Niemand bleef alleen in huis.

 

En een bleke burgemeester

Riep de raad met spoed bijeen.

Rillend als zes Spaanse rieten

Staarden zij stil voor zich heen.

 

Toen sprak Piet, een progressieve,

Als ik nou es een voorstel dee

Geef dan Mack een aardig baantje

Maak hem hoofd van de B.B.

 

Maar de arme burgemeester

Kreeg een purperrode kleur

Hij kon z'n ogen niet geloven

Mack the Knife stond in de deur.

 

Mack ging akelig aan het lachen

Hij bekeek ze alle zes.

En terwijl hij ijselijk gilde,

Reeg hij ze stuk voor stuk aan 't mes.

 

Hij heeft nu al vele hoofden

Maar nog niets voor de B.B.

Nu is Macky burgemeester

En zijn mes helpt 'm mee

Mack z'n mes helpt 'm mee.

 

Terug naar overzicht

Madelein

(tekst en muziek: Jack Willard / uitvoering: Eddy Christiani)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

'k Sta hier steeds buiten voor je raam te fluiten,

(fluiten)

't Schaduwbeeld van jou zie ik op de ruiten,

(fluiten)

Maar ik zing 't liedje uit:

 

Refrein:

Madelein, Madelein,

Wil je nu mijn vrouwtje zijn ?

Madelein, Madelein,

Met je mondje, lief en klein.

Madelein, Madelein,

Mag ik onbescheiden zijn ? (Ja ?)

Voor 'n glimlach van jou zet ik alles op 't spel,

Voor 'n kus van jouw mond is niets anders 'in tel'.

Zeg, dat jij van mij houdt dan geloof ik je wel,

Madelein, Madelein.

 

 

'k Sta reeds lang, maar jij hoort mij steeds niet fluiten,

(fluiten)

Liefste vrouw, waarom kom je niet naar buiten ?

(fluiten)

Maar ik zing 't liedje uit:

 

Refrein

 

'k Ga naar huis: van de kou kan 'k niet meer fluiten,

(fluitpoging, bibberend, rillend)

'k Word nu boos, gooi een steen al door je ruiten,

(imitatie van brekend glas)

Maar ik zing 't liedje uit:

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Madonnakindje

(tekst:Louise de Clercq / muziek: Catherina van Rennes)

(met dank aan Kees Veltman voor het sturen van de tekst)

Madonnakindje met het goudblond haar

En twee bruine oogen, die als sterren glanzen,

Met vlugge voetjes die in ’t wiegske dansen,

Ge houdt wel van het leven, zeg het maar.

 

Bracht ooit een mondje zachter klanken voort,

Bij ’t vroolijk grijpen naar de gouden stralen

Als ‘t gretig handje ’t zonlicht aan wil halen

Of als ge juichend Vader komen hoort ?

 

Madonnakindje, als ge uw moeder tegenlacht,

Dan denk ik stil aan hooge, heil’ge dingen.

Gij komt de lente in onze harten zingen.

Gij zijt een duifje dat ons vrede bracht ! Ah !

 

Terug naar overzicht

Mag ik van U een foto ?

(1937)

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

Voor het fotograveeren !
Wie voor mijn lens wil poseeren ?
Ik sta voor U klaar.

Refrein:
Mag ik van U een foto,
Al is die nog zoo klein.
Ik kiek U met genoegen,
Vindt U dat niet fijn.
Mag ik van U een foto,
Dat ik U steeds kan zien,
Zoo een aardig portretje, formaat kabinet,
Bezorg me die pret, bezorg me die pret,
Die hang ik als vriendschap, dan boven m’n bed !
Mag ik van U een foto !

Ik zoek een stel jonge menschen,
Die ’k even wil lenzen !
Wat zou ik me aardiger wenschen,
Dan dat jonge paar.

Refrein:
Mag ik van U een foto ?
Kijk me eens lachend aan !
Kom schuif een beetje dichter,
Als U ’r saâm op wilt staan.
Vat nu elkanders handen,
Kijk nu elkaar eens aan,
En spitst U dan uw mondje, tot kussen bereid,
Terwijl U de hand om ’t middeltje vleidt !
Hoe komt me die vent aan zoo’n aardige meid !
Dat wordt een leuke foto !

Pardon Mevrouw mag ik het wagen,
Uw aandacht te vragen,
Ik zal U heusch niet gaan plagen,
Het is zoo gebeurd.

Refrein:
Mag ik van U een foto?
’t Is maar een kleine vraag,
Zoo’n eerbiedwaardig kapsel,
Zie ik altijd zoo graag.
’t Doet mij aan menschen denken,
Zonder veel valsche schijn.
U weet misschien zelf niet,
Hoe keurig dat staat,
Dat weefsel van goud, met zilverdraad,
’t Is juist deze kleur, die karakter verraadt
Mag ik van U een foto ?

 

Terug naar overzicht

Makin' love

(uitvoering: De Fouryo's)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Ik vraag me wel eens af

Wat vader zeggen zou

Als vader wist dat ik des avonds

Wand'len ga met jou

Makin' love, makin' love,

Makin'' love, makin' love.

 

Ik vraag me wel eens af

Wat vader zeggen zou

Als vader wist dat ik voor jouw deur

'n Zoentje geef aan jou

Makin' love, makin' love,

Makin' love, makin' love.

 

Maar ook als hij het weet

Dan is dat geen bezwaar,

Want moeder heeft aan mij verklapt,

Dat hij vroeger net zo deed met haar.

Makin' love, makin' love,

Makin' love, makin' love.

 

Wat zou vader doen,

Als vader weten zou,

Dat ik naar de bioscoop ga

Niet met vrienden, maar met jou.

Makin' love, makin' love,

Makin' love, makin' love.

 

En wat zou vader doen,

Als vader weten zou,

Dat ik op ied're fuif

De hele avond dans met jou.

Makin' love, makin' love,

Makin' love, makin' love.

 

Maar ook als hij 't weet

Dan is dat geen bezwaar,

Want moeder heeft aan mij verklapt,

Dat hij vroeger net zo deed met haar.

Makin' love, makin' love,

Makin' love, makin' love.

 

Terug naar overzicht

Makkers Gluck Auf (gezongen door Duo Hoffman)

(met dank aan Marc Blokland (†) voor het sturen van de tekst)

Als thans de zon weer aan de hemel staat

En de natuur weer bloeit in kleur en geuren

Dan daalt de mijnwerker in de schacht terneer

Hakt het zwarte goud uit kloven en uit scheuren

Als gij U koestert aan den warme haard

Delft gij een graf op gindse dodenakker

Voor hen die vielen in de strijd met 'd aard

Ons laatste groet verzelt de dode makker

 

Refrein:

Makkers adieu vaarwel

Ginds grijnst in die donk're hel

De dood ons weer aan met hun kaken

Toch hakt er die zwarte schaar, er die zwarte schaar

Immer in doodsgevaar het zwarte goud bij elkaar

Hoevelen zagen nooit meer het licht

De zon, de natuur, toch zij riepen vol vuur

Makkers gluck auf.

Terug naar overzicht

Malbroek vertrok ten strijde

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

Malbroek vertrok ten strijde

Diredom diredom diredijde

Malbroek vertrok ten strijde

Bang riep zijn arme vrouw

"Je laat me in de kou

Slaap ik ooit weer met jou?"

 

"Ik slaap met jou te Pasen

Diredom diredom diredasen

Ik slaap met jou te Pasen

Ofwel te Hemelvaart"

Sprak Malbroek zeer bezwaard

Toen steeg-ie op zijn paard

 

Zo trok hij naar zijn leger

Diredom diredom diredeger

Zo trok hij naar zijn leger

En liet zijn vrouw tehuis

Daar zat ze trouw en kuis

Maar met een vlammend kruis

 

Ze had hem trouw bezworen

Diredom diredom diredoren

Ze had hem trouw gezworen

Dus hield ze dapper stand

Al stond ze vaak in brand

Toch nam ze geen galant

 

Zo heeft ze achttien weken

Diredom diredom diredeken

Zo heeft ze achttien weken

Zichzelf geminnekoosd

En elke nacht verpoosd

In zoete weduwtroost

 

Maar toen kwam er een page

Diredom diredom diredage

Maar toen kwam er een page

Gezonden van het front

Die deed haar recht en rond

Een trieste waarheid kond

 

"Uw man is door de vijand

Diredom diredom diredijand

Uw man is door de vijand

Gegrepen en ontmand"

Mevrouw riep: "Wat een schand

Wie blust er nu mijn brand?"

 

"Waar is het ding gebleven

Diredom diredom diredeven

Waar is het ding gebleven

Dat men verwijderd heeft

Waarmee een man die leeft

Zijn vrouw voldoening geeft?"

 

"Ik heb het zien begraven

Diredom diredom diredaven

Ik heb het zien begraven

Met militaire eer

Saluutschot van het geweer

Toen daalde 't kistje neer"

 

Toen Malbroeks vrouw dit hoorde

Diredom diredom diredoorde

Toen Malbroeks vrouw dit hoorde

Riep zij: "Steek de trompet

Want nu ben ik gered

Er is geen eed of wet

Die mij nog iets belet"

En acht aalmoezeniers

Zeventien kanonniers

Negentig kurassiers

Tweehonderd grenadiers

Vijfhonderdtien koeriers

Tweeduizend fuseliers

Ontving ze in haar bed

 

Terug naar overzicht

Mama leert het nooit

(met dank aan Jannie van 't Ende voor het sturen van de tekst)

Refrein:

Mama leert het nooit

Mama leert het nooit

Mama deed al zeven keer examen

Mama leert het nooit

Mama leert het nooit

Ze vloog laats bij de bakker door de ramen

Het brood zat op de bumper

De slagroom op d'r jas

In plaats van toen te remmen

Gaf zij opeens vol gas

Mama leert het nooit

Mama leert het nooit

Mama zal d'r rijbewijs nooit halen

Mama leert het nooit

Mama leert het nooit

En papa moet de brokken maar betalen

 

 

Mama leert de hele dag

Waar of zij parkeren mag

Of je voorrang hebt of niet

Wat je bij een kruispunt ziet

Ze neemt al jaren les

Maar nooit had ze succes

 

Refrein

 

Mama geeft geen richting aan

Als ze weer linksaf wil gaan

Dat vergeet ze altijd weer

Z' is geen dame in 't verkeer

Ze denkt er niet bij na

En telkens zegt Papa

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Mamaatje ik wil een paardje (Willy Derby)

(met dank aan Marc Blokland (†) voor het sturen van de tekst)

Twee mooie ponny 's stonden daag'lijks

Bij een klein ventje voor de deur.

Een arme ongezonde stakker

Met een gezichtje zonder kleur.

Met grote kijkers vol verlangen

Zijn neusje plat tegen de ruit,

Keek met een koortsgloed op zijn wangen

Hij 's morgens naar de paardjes uit.

 

Refrein:

Mamaatje geef mij een paardje,

Zo vroeg ons ventje telkens weer.

Mamaatje, 'k vraag een paardje en niets meer.

 

Toen zijn verjaardag was gekomen,

Dacht onze vent ik krijg een paard.

De schimmel uit zijn kinderdromen

Had moesje vast bijeen gespaard.

Maar niemand kwam er met presentjes,

Omdat een ieder hem vergat.

Toen kocht moe voor haar laatste centjes

Een doosje kleurkrijt voor haar schat.

 

Refrein

 

En als op bitt're koude nachten

Zijn moesje vaak een traan verloor.

Dan prevelde zij in gedachten

De winter komt hij vast niet door.

Maar toen de dood 't gezin niet spaarde,

Nam hij het kind niet maar zijn moe.

Toen kwamen er twee zwarte paarden

En brachten haar naar 't kerkhof toe

 

Refrein

 

Mamaatje, ik wil geen paardje,

Zo riep ons ventje telkens weer.

Mamaatje, 'k vraag nooit om een paardje meer.

 

Terug naar overzicht

Mamaatje vraagt dan haar jongen

(met dank aan J. Kerkhof voor de tekst)

Refrein:

Mamaatje zo vraagt dan haar jongen

Waarom gebeurt dit telkens weer

Mamaatje waarom gooien die vliegers bommen neer

 

Tezamen met haar kleine jongen

Zit zij te spelen op de grond

En plotseling horen zij daar buiten

Hoe daar een vliegmachine bromt

 

Refrein

 

Ze horen steeds meer vliegers komen

Ze neemt haar kleine vent en zucht

Het wordt vanavond weer gevaarlijk

De tommies zijn weer in de lucht

 

Refrein

 

Ze horen de alarmsirenes

Angstwekkend in de duisternis

Ze vluchten samen in de kelder

En wachten daar tot het veilig is

 

Refrein

 

De moeder dood het kind dat leeft nog

Maar dat zal ook niet lang meer zijn

Het puin dat viel tot in de kelder

Van onder dat puin een zacht refrein

 

Refrein

 

Mamaatje nu gaan wij samen

Heel hoog naar onze lieve Heer

Mamaatje daar komen nooit geen vliegers meer

 

Terug naar overzicht

Mammie, waar ben je

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

Kleine Liesje was een meisje,
Van pas nauwelijks zes jaar.
Zij kon dansen als een vlinder,
Want, dat leerde mammie haar.
Mammie was verzot op dansen,
Als een zeer moderne vrouw,
Lies vroeg dikwijls aan de dienstmeid:
"Hé, waar blijft mijn mammie nou ?
En, waarom mocht ik nu niet mee ?
Of is het vandaag weer matinee ?’’

Refrein:
Mammie, waar ben je ?
Heeft mammie weer pret ?
Dans je weer Charleston ?
Je kindje is naar bed !
Mammie waar ben je ?
Toe mammie kom gauw !
Want je kleine lief’ling,
Verlangt zo naar jou !

En als mammie eindelijk thuiskwam,
Was het in het kinderhartje feest.
Mammie zei dan, vreugdestralend,
Dat het zo zalig was geweest !
Dan ging zij met Liesje dansen,
Kleuter stapte lief coquet,
En als zij dan moe gedanst was
Ging de kleine schat naar bed.
Maar vaak ontwaakte ze in de nacht,
En het kindermondje pruilde zacht:

Refrein

Omdat mam alleen maar aandacht,
Voor de ‘dancing’woede had,
Nam zij steeds minder notitie,
Van haar lieve kleine schat !
’t Gaf niet of de kinderjuffrouw,
Troostend op de schoot haar nam,
Liesje bleef in het bedje snikken:
"Kom dan toch toe – kom dan, mam !"
Het kinderzieltje werd vermoord,
En mammie danste lustig voort !


Refrein

Kort daarna kwam plots een crisis,
Kleine Lies lag ’s avonds laat,
Met een hoge vurige koortsgloed,
Op het engelengelaat.
In een ijldroom vroeg zij zachtjes:
"Mammie kom toch even weer !"
Toen een zucht en het was geleden,
Kleine Liesje was niet meer.
De juffrouw drukt haar oogjes dicht,
En sprak: "Slaap zacht, mijn lief klein wicht."

Refrein

 

Terug naar overzicht

Mammie zal komen (Luciën)

(met dank aan Betsy van Dijk voor het sturen van de tekst)

Er leefd' een jonge brave vrouw

Gelukkig met haar man,

Tot plots die wreede dood haar hut betrad.

Toen weende zij in diepen rouw,

Zoo slechts een vrouw dat kan,

Wijl 't liefste op aard' men haar ontnomen had !

Doch eensklaps sprak zei: "Laat ik niet ondankbaar zijn.

Heb ik niet dit engelachtig kind ?

't Trouwe beeld zijns vaders, d' oogen zacht en rein,

Ook door hem zoo innig steeds bemind."

 

Koor:

Slaap nu zacht, gij lieve, kleine jongen,

Doe gerust je blauwe kijkers toe,

Nauw heb ik mijn wiegelied gezongen,

Of gij slaapt zoo vast, van al uw spelen moe.

Boeman is voorbijgegaan,

't Kindje heeft geen kwaad gedaan,

Mammie is gekomen, om met jou te droomen

Van een liefdevol bestaan.

 

Doch 't kindje had te veel gepeeld

In kouden noordenwind,

Ofschoon zijn moeder 't hem zoo vaak verbood.

De dokter had hem 't hoofd gestreeld

En zei: "Dat arme kind

Heeft zware koorts, het worstelt met den dood."

"O God ! bad toen de moeder, spaar mijn jongen toch,

Hij is al wat nog deez' aard mij liet."

En vol angst zong d' arme vrouw het liedje nog

Aan zijn wiegje, alleen met haar verdriet.

 

Koor:

Slaap nu zacht, gij lieve, kleine jongen,

Doe gerust je blauwe kijkers toe,

Vele nachten heb ik reeds gezongen,

Doch vol hoop, word ik van 't waken nimmer moe.

Neen, gij moogt niet henen gaan,

't Kindje heeft geen kwaad gedaan,

Mammie is gekomen, om met jou te droomen

Van een vreugdevol bestaan.

 

Drie weken gingen traag voorbij

Vol angst voor d' arme vrouw,

Toen God den kleinen jongen tot zich riep;

Droef schaarde zich een lange rij

Voor 't huis van smart en rouw,

Waar thans, voor immer, 't lieve ventje sliep.

En al zijn kleine vriendjes vergezelden hem

Naar de plaats die eeuwig ruste biedt.

En de voog'len zongen mee met zachte stem.

Stil .. sprak moeder, stoor mijn liev'ling niet.

 

Koor:

Slaap nu zacht, mijn lieve, kleine jongen,

Doe gerust je blauwe kijkers toe.

Och, vaak heeft Mammie zoo gezongen,

Doch nu is zij, arme, van het zingen moe.

Moeder wil ook henengaan,

Al haar werk is hier gedaan.

Mammie zal nu komen, om met jou te droomen,

Van een eeuwig blij bestaan.

 

Terug naar overzicht

Mandolinen in Nicosia

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

Refrein:
Mandolinen zongen zacht in Nicosia,
In ’t middernacht’lijk uur,
Onder ’n hemel van azuur !
Mandolinen zongen zacht in Nicosia,
Hun exotische muziek,
In ’n nacht vol romantiek.
Mando, mandolinen in Nicosia.
Mando, mandolinen voor Maria. 

 

De druivenplukkers trokken door ’t land,
Andreas nam Maria bij de hand;
Ze dansten en dronken ’n paar glazen,
Maria raakte spoedig in extase !
't Werd ’n nacht vol hartstocht en vol vuur,
Tot aan ’t vroege morgenuur !

 

Refrein

 

Maar druivenplukkers trekken altijd voort,
En zoeken hun geluk van oord tot oord !
Maria ligt nu ’s nachts vergeefs te wachten,
Gepijnigd door wanhopige gedachten.
Andreas heeft zijn nieuwe avontuur,
Ergens in een druivenschuur.

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Mandolines in maanlicht

(tekst en muziek: G. Weiss & A. Schroeder/Ned. tekst: René Berg en Marcel Thielemans)

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

Ik denk steeds t'rug aan Napels en Roma,

In de maneschijn.

Ik zou bij jou, bij jou, Signorina,

Altijd willen zijn.

 

Refrein:

Want hoor ik mandolines in maanlicht,

Mandolines in maanlicht,

Denk ik steeds weer aan jou.

Bij mandolines in maanlicht,

Daar beloofde je mij:

" 'k Blijf je trouw!”

 

Toch kom ik t'rug en ga naar je Papa,

Vragen om je hand.

Al heb ik geen millioen, Signorina,

'k Geef m'n hart als pand.

 

Refrein

 

En heb ik dan zijn "Ja”, Signorina,

Worden wij een paar.

Dan zijn wij nu altijd, Bambina,

Eeuwig bij elkaar.

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Mannie, maak eens gauw m'n blousje los 

(tekst: Tony Schmitz/uitvoering: Louise Fleuron)

Dat de vrouwen, groot en klein
Hulpeloze schepsels zijn
Dat ze zich niet kleden kan
Zonder bijstand van de man
Het is treurig, maar 't is waar
Komt hij 's avonds thuis met haar
Dan kijkt zij eens lief hem aan
En gaat rechtop voor hem staan
Dan zegt zij: Help eens even snoes
En wijst op haar japon of blous

Mannie, maak eens gauw mijn bloesje los
Mannie, maak mijn blousje los
Want ik kan er zelf niet bij
Niemand doet 't zo goed als jij
Mannie, maak eens gauw mijn bloesje los
Als je mij niet redt
Helpt aan mijn toilet
Moet ik met mijn blouse naar bed

Manlief pruttelt, maar hij moet
Daarvoor is hij niets te goed
Daarna moet zo'n goeie sok
Ook nog helpen aan haar rok
Dan krijgt vrouwlief pas plezier
In zo'n man'lijk kamenier
Juist als hij naar bed wil gaan
Roept ze: 'k Krijg het niet gedaan
Dan moppert hij: Wat is 't nou weer
En zij vleit: Help me nog een keer

Mannie, maak mijn combination los
Mannie, maak dat ding eens los
Manlief toe, ik heb bepaald
'n Bandje in de knoop gehaald
Mannie, maak mijn combination los
Mannie, maak dat ding eens los
Mannie, doe het gauw
Want ik ben je vrouw
En voor zoiets heb ik toch jou

Manlief kruipt weer naar zijn bed
Vrouwlief heeft in stilte pret
En ze trekt met stille hoop
Haar korsetband in de knoop
En ze roept met lief geluid
Ventje kom 'r eens even uit
Nu is Leiden weer in last
En manlief springt met stille vloek
Het bed uit in zijn onderbroek

Mannie, maak gauw mijn korsetje los
Mannie, maak 't korsetje los
Mannie, hou toch je fatsoen
Kiet'len mag je mij niet doen
Mannie, maak gauw mijn korsetje los
Mannie, maak 't korsetje los
Mannie, niet zo gek
J' raakt een tere plek
Kriebel niet zo in mijn nek

Daar een vrouw alleen niets kan
Helpt bij alles haar d'r man
Tot ze hulpeloos blijft staan
't Laatste kledingstuk slechts aan
En dan vraagt de goeie bloed
Of ie ook daaraan helpen moet
Maar dan zegt ze bits en straf
Blijf er met je vingers af
Dat is je dank voor 't hulpbetoon
Ja, ondank is des werelds loon

Mannie, blijf nu van die knoopjes af
Mannie, blijf er nou toch af
Mannie toe, je maakt me boos
Zie je niet hoe of ik bloos
Mannie, blijf toch van die knoopjes af
Mannie, blijf er nou toch af
Mannie, foei, ga heen
Zie je niet dat ik 't meen
Heus, dat kan ik nou wel alleen

 

Terug naar overzicht

Manuela (uitvoering Jacqes Herb)

Manuela, Manuela

 

Ik was met haar alleen

We keken naar elkaar

We spraken van de liefde

Het was toch zo mooi

 

Het leek een droom die nacht

Dat had ik niet verwacht

Ze keek me aan en zei

"Wanneer is dit voorbij?"

 

Geluk was toen dichtbij

Ik weet nog wat ze zei

"Ik vertrouw op jou, breng mij nu gauw naar huis"

 

Refrein:

Manuela, Manuela

Manuela, Manuela

Manuela

 

We reden door de nacht

De radio heel zacht

Het kon niet mooier zijn

't Leek een eeuwig refrein

 

Ik raakte zo verward

En reed opeens te hard

Ze lachte nog naar mij

Maar toen was het voorbij

 

Een auto kwam eraan

Het is zo snel gegaan

Wat heb ik door mijn schuld haar aangedaan

 

Refrein

 

Ze lag daar zwaargewond

Een glimlach om haar mond

Alsof ze zeggen wou

"Het lag niet aan jou"

 

Het was een ongeluk

Toch is mijn leven stuk

Ik bid tot God dat hij

Haar teruggeeft aan mij

 

De dokters vechten door

Ze weten niet waarvoor

Wat heb ik door mijn schuld haar aangedaan

 

Refrein (2x)

 

Terug naar overzicht

Marcellino

(uitvoering: Jenny Roda)

(oorspronkelijke titel: Ricordate Marcellino van Willy Alberti en de Sweet Sixteen)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Daar komt de oude ezelwagen

En Marcellino loopt ernaast

Zacht klinkt het klossen der hoeven

Ezeltjes hebben geen haast.

De wagen stopt bij alle huizen

En niemand stuurt de jongen heen,

Want zijn fijne verse broden

Zijn bekend bij iedereen.

Hij fluit dan een aardig liedje,

Daaraan is men zo gewend

't Is een aardig melodietje,

Dat haast ieder in 't dorpje kent.

 

Refrein:

Kijk daar heb je Marcellino

't Is een aardige bambino

Straks krijgt hij een glaasje vino,

Marcellino, Marcellino.

 

 

Daar komt de oude ezelwagen.

De kleine jongen fluit tevree

Overal komt men naar buiten,

Iedereen fluit met hem mee.

Ze gaan langzaam door het dorpje

De mensen groeten met een lach.

Marcellino kijkt tevreden

En roept vrolijk:  "Goedendag !"

Hij fluit weer dat leuke liedje,

Daaraan is men zo gewend

't Is een vrolijk melodietje,

Dat haast ieder in 't dorpje kent.

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Margrietje

Refrein:

Ach Margrietje, de rozen zullen bloeien

Ook al zie je mij niet meer

Door je tranen heen zul jij weer lachen

Net zoals die laatste keer

En al denk je "dat komt nooit meer

Dat komt nooit, nee nooit meer terug"

Ach Margrietje, de rozen zullen bloeien

Ook al zie je mij niet meer

 

Zit je vaak te dromen

Kun je 's nachts niet slapen

Denk je nog te veel aan toen

Wie zal je begrijpen

Het blijft toch van ons samen

Je kunt er niet veel meer aan doen

Je leven kan al leeg zijn

In vijf jaar kun je oud zijn

Ik weet wat je bedoelt

De zon hoeft niet te schijnen

Kind'ren niet te lachen

Maar denk aan wat je hebt gevoeld

   

Dan wil ik weer bij jou zijn

Met je kunnen praten

Stil zijn om wat jij zegt

Omdat jij van mij bent

Je ogen weer zien lachen

Om iets wat je niets zegt

Dan kan men wel vinden

Zoiets gebeurt wel vaker

Iedereen heeft zo'n herinnering

Die kreet zal wel terecht zijn

Het zal je niet veel helpen

Misschien als ik dit zing

   

Terug naar overzicht

Maria van Bahia (uitvoering Eddy Christiani)

Refrein:

Ay ay ay Maria

Maria van Bahia

Alle jonge harten kloppen sneller voor Maria

Zij lachte tegen iedereen

Maar ieder dacht meteen

Dat het was voor hem alleen

 

Ay ay ay Maria

Maria van Bahia

Wie leidde het bal

Met carnaval, dat was Maria

En elke man raakte van streek

Werd rood en daarna bleek

Als hij naar haar dansen keek

 

De tambourijnen klonken luid

En iedere man dacht aan Maria als zijn bruid

 

Refrein

 

De mannen vochten om die mooie vrouw

En ieder riep: "Ik hou van jou !"

Toen iedere man zijn toekomstplan al had gebouwd

Zich als Maria's eega had beschouwd

Toen was Maria stilletjes getrouwd

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Mariandel

Elke morgen tegen negen uur

Raakt mijn hart vol van vuur

Dan kom jij aan mijn kantoor voorbij

En je lacht tegen mij

Kleine, blonde vrouw

Hoe ik van je hou

Zegt dit lied aan jou:

 

Kleine, blonde Mariandel

Wanneer gaan wij eens aan de wandel

Want steeds alleen te lopen

Is heus niets gedaan

Als ik jou voorbij zie komen

Al langs de gracht onder de bomen

Dan zou ik zo wel aan je zijde willen gaan

Zeg mij, waarom keek je me aan

Want daardoor is mijn hart

Opeens van slag gegaan

Kleine, blonde Mariandel

Toe, ga met mij nu aan de wandel

En zullen wij het verd're leven samen gaan

 

Terug naar overzicht

Marie die vrijt met een huzaar

(tekst: Ferry / muziek: H. Frantzen / uitvoering: Kees Pruis 1931)

(met dank aan Corry Verhoeven en Karel van de Pol voor het sturen van de tekst)

Marie  een meid van melk en bloed

Die ’t vrijen niet kon laten,

Die had in al haar overmoed

’n Zwak voor de soldaten.

’n Generaal, ’n koloniaal,

Die trouwde ze beslist.

Toen ging ze plots'ling aan de haal.

Met zo’n cavalerist.

En met z’n sabel aan de rechterhand

En z’n Marietje aan den andere kant,

Stapte hij blij van zin, ‘s avonds de keuken in.

Met z’n Marie op de knie, at hij op

Op z’n minst voor ’n pop.

Elk die dat zag, zong dit refrein op slag:

 

Refrein:

Marie die vrijt, met een huzaar,

Een hele tijd, al haast een jaar.

En als hij kwam, o lieve heer,

Dan kreeg hij ham en nog heel veel meer.

Een kaas en een worst ’n volgend keer,

Zijn liefde nam geen einde meer.

 

D’r baas een ouwe heer

Die vroeg waar laten ze m’n spullen,

Ik had vroeger altijd toch genoeg,

Waar blijven toch m’n bullen.

Niet een sigaar meer in m’n kist,

‘k Heb in geen maand gerookt.

Wanneer ik het niet beter wist,

Zou 'k zeggen dat het spookt.

En ons Marietje zeer onschuldig ziet,

Zei weet ik veel meneer, ik rook ze niet.

Het spookt me door mijn brein,

‘k Denk dat er muizen zijn.

Mijnheer zei geloof me vrij,

Dat is een muis met ’n sabel opzij.

Raad hoe 't bestaat, waar één mens zoveel laat.

 

Refrein

 

Refrein fluiten

 

Een kaas en een worst ’n volgend keer,

Zijn liefde nam geen einde meer.

 

Terug naar overzicht

Marie Louise

(tekst en muziek: Johnny Helmstrijd, Johnny Hols en Henk Uitvlucht)

(met dank aan Gerard Engelbertink voor het sturen van de tekst)

Kleine Marie Louise,

Loop me niet steeds voorbij.

Doe niet zo stug, kom bij me terug

Toe wees niet zo hard voor mij.

 

Refrein:

Marie Louise, waarom kijk jij me niet meer aan ?

Marie Louise, waarom laat jij me zo maar staan ?

Denk jij dan nooit meer aan 't geluk uit vroeger tijden,

Toen jij me zeide: „Ik hou van jou !"

Marie Louise, is alles nu voorgoed voorbij ?

Marie Louise, ik hou van één en dat ben jij !

Ach kom toch vlug bij mij terug, m'n kleine vrouw

En hou van mij zoveel als ik nog steeds van jou.

 

 

Kleine Marie Louise,

Laat me toch niet alleen.

Leg het weer bij, dan maak je me blij

En wordt het weer als voorheen.

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Marietje van Pietje

(Gezongen door Bob Scholte ca. 1930)

(met dank aan Marc Blokland (†) voor het sturen van de tekst)

Heel de buurt stond op stelten, bij het eerste bericht

Dat bij Jansen onenigheid was

Men verdrong zich voor 't huis, met nieuwsgierig gezicht

Want de Jansens zij woonden er pas

Maar de groentevrouw Jaan, wist het nieuws van de dag

Alle buurtnieuwtjes kwamen van haar

Vroeg een kennis of klant, wat is hier aan de hand

Had ze daad'lijk haar weetje al klaar.

 

Refrein:

Marietje van Pietje, een buurvrouw van Grietje

Getrouwd met Lowietje van Sien

Beweerde dat Fietje een dochter van Mietje

Met Lowietje van Sien was gezien

Toen zei die tot Rietje, dat Fietje van Mietje

Een nicht was van Rietje d'r Piet

Maar Grietje van Wietje en Rietje van Pietje

Geloofde Lowietje maar niet.

 

Trui van Hein zei, 'k heb het altijd wel gedacht

't Is die vent aan zijn ogen te zien

Wees voorzichtig Trui zei toen de waterbaas zacht

Anders mot je getuigen misschien

Dove Kee die van al dat gezwam niets verstond

Vroeg haar man, geef jij ook een cadeau?

Maar haar echtvriend zei nee, je begrijpt het niet Kee

Luister goed meid, de zaak die zit zo;

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

 

Mariechie

(met dank aan Marian Heeringa voor het sturen van de tekst)

Teunis had zien kop verloren,

An de dochter van Gert-Jan.

Hij wou met die deern trouwen,

Dus hie lij het met heur an.

Maar toen sie op sondagavond,

Sprak met Henderik Vergeer,

Begon die net hetzelfde te kletsen

En hie sprak hetzelfde weer:

 

Refrein:

Mariechie ik mag oe so geerne,

Ie ben de deerne just naar mien zin.

Van al die boeremeiden,

Ben ie het die ik zo bemin.

En as ik oe zo zie

Ja, dan trilt mien de knie.

En dan wens ik oe dichterbie.

Oh, Mariechie, mijn lieve Marie !

 

 

En hetzelfde sprak ook Wullem,

En hetzelfde sprak ook Bram.

Mar sie liet die kerels kletsen,

Omdat sie gin ene nam.

Zelfs een hele ouwe kerel,

Tachtig jaar en met gris haar,

Die sien vrouwe had verloren,

Flusterde heur in het oor:

 

Refrein

 

Toen Marie het manvolk kende,

Sprak zie Teunis weer eens an

En sie zei: ,,Ie waren d'eerste,

Dus neem ik oe als man."

Teunis veegde zich de bek of

En hie wol veurt an de slag,

En hie greep Mariechie vaste,

En hie song uut alle mach:

 

Refrein  

 

Terug naar overzicht

Marietjes huwelijk

(met dank aan Marc Blokland (†) voor het sturen van de tekst)

Marietje was het mooiste meisje

Van alle meisjes uit de buurt

Zodat ze dikwijls van de jongens

Verliefde briefjes kreeg gestuurd

D'r moeder zei, wees toch voorzichtig

Wat heb je aan die flauwe kul

Laat nou die burgerjongens lopen

Jij wordt nog eens een rijke meid

En moeder zei, geloof nou mij

 

Refrein:

Jij bent veel te goed om te trouwen

Voor werken en zorgen te fijn

Bent niet om van een man te houwen

Te mooi om verstandig te zijn

 

De eerste die haar wilde hebben

Dat was een nette timmerman

Want als ze langs zijn winkel stapte

Dan keek die ze beteuterd an

Hij zei, wanneer je mij wil trouwen

Dan heb je 't heel je leven goed

Dan krijg je mooie sterke bullen

En vijftien kinderen als het moet

En moeder zei, geloof nou mij

 

Refrein

 

De tweede die haar wilde hebben

Dat was een brave winkelier

Die zei, wanneer je mij wil trouwen

Dan heb je heel de dag plezier

Dan kan het me geen duvel schelen

Wanneer je op de meiden scheldt

En kan je stil een potje maken

Toch stelen van je huishoudgeld

Maar moeder zei, geloof nou mij

 

Refrein

 

De derde die haar wilde hebben

Dat was een oude rijke heer

Die zei, je moet verstandig wezen

'k Ben geen jonge snuiter meer

Wanneer je aardig met me omgaat

Dan kom je in mijn testament

En als je mij dan hebt begraven

Dan trouw je met een jonge vent

Maar moeder zei, geloof nou mij

 

Refrein

 

En toen de ouwe was begraven

Toen ging ze zoeken naar een man

De winkelier zei, dank je lekker

En keek d'r helemaal niet an

De timmerman ging door met zagen

Geen van de twee die d'r nog wou

Ze bleef haar hele verdere leven

Een nagemaakte weduwvrouw

Maar moeder zei, geloof nou mij

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Marina

(muziek: Rocco Granata/uitvoering: Max van Praag)

(met dank aan Betsy van Dijk voor de tekst)

In Spanje in 't zonnige Sevilla,

Daar woont een lieve schat zij heet Marina.

Ze danst er in 't café : La Cucaratcha,

't Is er daarom 's avonds altijd even vol.

Je vind er praktisch iedere Torero,

Die zwaaien dan geestdriftig hun sombrero

En roepen luid: Marina yo te quiero !

Zo brengt ze iedereen het hoofd op hol.

 

Refrein:

Marina, Marina, Marina

Kom dans nog een keertje voor mij.

Marina, Marina, Marina.

Dan maak je m'n hart weer blij.

Als ik jou zie draaien,

Met je rokken zwaaien

Dan sta 'k in lichterlaaie

Dat doet m'n temperament

Als ik jou zie draaien

Met je rokken zwaaien

Dan sta ik in lichterlaaie

Dat doet m'n temperament.

 

Dat doet m'n temperament

Dat doet m'n temperament

Dat doet m'n temperament ....

 

Terug naar overzicht

Marja, oh Marja

(Black & White)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Ik sta hier buiten, m'n lied te fluiten
't Klinkt niet mooi maar 't is 't enige dat ik kan
Ik kan niet zingen, dansen of pianospelen
Ik ben geen Romeo die serenades brengt
Daarom sta ik hier buiten, m'n liefdeslied te fluiten
Om jou te laten merken hoeveel ik wel van je hou

 

Refrein:
O Marja, oh Marja, je bent zo muzikaal
O Marja, oh Marja, je bent m'n ideaal
Voor jou wil ik gaan leren voor tenor en ook voor bas
'k Wil alles gaan proberen als ik zeker van je was

 

Ik ken een meisje dat ieder wijsje
Onthouden kan, al heeft ze 't eventjes maar gehoord
Als ik wil praten loopt zij steeds maar weer te zingen
Als zij muziek hoort, dan ben ik niet meer in tel
Dus ga ik maar naar buiten om daar te lopen fluiten
En eens zal zij wel merken hoeveel ik wel van haar hou

 

Refrein

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Marjoleintje

(tekst: Anton Beuving/muziek: Tom Erich/uitvoering: Pi Scheffer)

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

Achter het kazerneplein,

Woont de blonde Marjolein,

't Zonnetje van 't heele regiment !

De korporaal en de sergeant, de kapitein, de  luitenant,

Ieder die dit lieve blondje kent,

En het meest van allemaal,

Hield ze van den korporaal.

Want die nam haar ied'ren avond mee. . . .

Maar toen hij werd afgekeurd,

Was dat uitgaan gauw gebeurd,

En toen zong dien avond de chambree:

 

Refrein: 

Wat loop je toch te zuchten Marjoleintje,

Vertel me toch eens wat of dat beduidt,

Je kijkt zoo zedig als een Puriteintje,

Zeg eens kleintje is het uit ?

Ik hoor je niet meer lachen Marjoleintje,

En elke avond zie ik jou alleen.

Dan sta je daar zoo eenzaam op het pleintje,

Marjoleintje, waarheen ?

Wat loop je toch te zuchten Marjoleintje,

Aardig kleintje, alleen ?

 

Toen zei de sergeant-majoor

Marjoleintje iets in 't oor,

't Zaakje was toen dadelijk oké!

De Majoor was zeer brutaal, zij vergat haar korporaal,

En ze ging dien avond met hem mee.

Hij heeft haar toen veel beloofd,

Bijna raakte zij verloofd.

Maar hij kreeg een ander garnizoen. . . .

Marjoleintje kwam verstoord ,

Na den dienst weer aan de poort,

En daar neuriede de schildwacht toen:

 

Refrein

 

Daarna was het de fourier,

Die alleen voor zijn pleizier,

Marjoleintje om haar handje vroeg.

Maar al na een week of wat was hij Marjoleintje zat,

Had-ie van de vrijerij genoeg. . . .

De sergeant kwam in haar gunst,

Maar ook hij verstond de kunst,

Te begrijpen, dat het niet lang duurt. . . .

Toen vertrok het regiment,

Met bestemming "onbekend",

En nu fluistert "lachend" heel de buurt:

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Marleentje

(Lou Bandy)

Marleentje was een leuke meid, maar een gebrek had zij

Zag zij een cafetaria, daar kon zij niet voorbij

Van snoeplust sloeg haar hart op hol, 't raakte van de wijs

't Was niet van slaatjes of gebak, maar van vanille-ijs

 

Refrein:

Marleentje, Marleentje, meisje wees toch wijs, eet niet zoveel ijs

O Leentje, Marleentje, meisje opgepast want je hartje vriest nog vast

 

Marleentje had verkering, ied're week een nieuwe held

Die gaven voor een ijsprinses hun allerlaatste geld

Een zoentje voor een portie ijs, kreeg iedere favoriet

Dat hielden ze een weekje vol, toen gingen ze failliet

 

Refrein

 

Al had Marleentje marsesijs, toch bleek dat dit niet kan

Er was onlangs een leuke knul, daar is ze mee getrouwd

Komt hij dan avonds van z'n werk dan zegt ze: "Lieve Thijs

De piepers zijn wat aangebrand, nu eten we maar ijs"

 

Refrein

 

Maar door 't gelik aan al dat ijs kreeg zij een fraai kado

De ooievaar bracht op een nacht een kleine eskimo

Gezeten op z'n moeders schoot zei hij toen eigenwijs

"Ik moet geen melk, da's mij te lauw, geef mij maar 'n portie ijs"

 

Refrein

 

O Leentje, Marleentje, meisje opgepast want je hartje vriest nog vast

 

Terug naar overzicht

Marschlied van de Koloniale Reserve

(wijs: Kom, Karline !)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Voor 't vrij soldatenleven

Waren wij in 't minst beducht,

Toen, zonder angstig beven,

Moeders pappot werd ontvlucht !

Want, o het woord "Reserve"

Klonk zoo lieflijk ons in 't oor,

Een vrolijk wijsje zingend,

Gingen wij er fluks vandoor !

 

Refrein:

Ha, ha, ha, Roem verwerven !

De Reserve, de Reserve spant de kroon !

Roem verwerven, de Reserve spant altijd de kroon !

Rataplan, rataplan, rataplan, plan, plan, plan, ha,ha,ha,ha.

Forse knapen,

Telt ons wapen: O !

Verbant toch elk verdriet,

Kom, jongens aarzelt niet !

Ja, roem verwerven! De Reserve is schoon,

We zijn een hechte steun

Voor Wilhelmina's  troon !

 

 

In 't schermen, gymnastiek, kortom

In wat de spieren staalt:

Zijn wij het korps, dat ieder jaar

De erepalm behaalt.

Geen wonder dus, dat 't zelfde vuur

In Atjeh in ons woont,

Want Kapitein Drijbers Compagnie

Heeft eenmaal dat getoond.

 

Refrein

 

Is eens de dag gekomen,

Dat wij over d' Oceaan

Naar Insulinde stomen

Dan vangt onze taak eerst aan.

Dan roept het ganse Neêrland

Dat met vreugde ons beziet:

"De Reserve verloochent

Haren stichter Bruinsma niet !"

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Matrozen scharrel  (titel kan ook anders zijn)

(met dank aan Moena de Koning voor het sturen van de tekst)

Al was ik afgeladen dronken, toen ik je s avonds tegen kwam.

Al was ik een matrozen scharrel, toen jij me in je bakkie nam.

Al was ik nog zo'n raar stuk vreten, de slechtste meid al uit de steeg.

Toch was ik liever blind geworden, voordat ik kennis aan je kreeg.

 

Ik rookte als een polderjongen, ik dronk jenever als een vent.

Ik geurde met mijn baaie rokken, had nooit geen andere gekend.

De centen die ik 's nachts verdiende, die stak m'n vrijer in zijn zak.

En al sloeg ie mij een paar blauwe, ogen bij hem had ik een onderdak.

 

Je zou met uit dit leven halen, je had het mij al lang gezeid.

Had me er maar in gelaten, al was ik nog zo'n slechte meid.

Maar nu ik van je ben gaan houwen, behandel jij me als een beest.

En zit ik me nu dood te schamen, om wat ik vroeger ben geweest.

 

Je liet me in een auto rijden en gaf me dure kleren an.

Je liet me aan je vrienden kijken en kietelde me zo nu en dan.

Je nam me mee naar Scheveningen en bracht me in een sjiek hotel.

En als ik chocola wou hebben, drukte ik maar even op de bel.

 

Je vrienden wat zijn dat een fielten, wat zijn die schooiers toch gemeen.

Maar ik heb ze nooit een kans gegeven, 'k was immers maar voor jou alleen.

En toen ze mij niet konden krijgen, omdat ik stond op mijn fatsoen,

Toen kwamen die schooiers mij vertellen, dat jij me van de hand wou doen.

 

Waarom was je vroeger zo lief en aardig, waarom droeg jij die mooie snor ?

Waarom mag ik er niet naar kijken, totdat ik er kipperig van wor ?

Maar ik laat me liever slaan en schoppen, voordat je mij de deur uit smijt.

Ach laat me dan maar bij je blijven, al is het maar als keukenmeid !

 

Terug naar overzicht

Matrozenlied

(Kees Pruis 1931)

Een zeeman is een mens,
Die heeft als eenge wens,
Het zeegat uit te varen,
De wijde wereld in,
De wijde wereld in.
De storm, de wervelwind,
Dat is z'n beste vrind,
Hij zoekt altijd gevaren,
Dan heeft hij pas zijn zin,
Dan heeft hij pas zijn zin.
Maar komt hij weer aan land,
Zet hij de zee aan kant,
Dan zijn het slechts de vrouwen,
Waarvoor z'n hart nog brandt !

Refrein:

Dat is de liefde der matrozen,
Want hun hart, dat is 'n punt,
Waar je altijd ank'ren kunt.
Daar kun je steeds weer je verpozen.
Een matroos dat is toch iemand
Die je altijd graag wat gunt.
Hij wil wel altijd van je houwen, 
Maar trouw, kan hij toch nimmer zijn.
Zó is de liefde der matrozen,
Van de kleinste, tot de grootste,
Tot de rang van kapitein.

 
Van de kaap tot Purmerend,
Geen stad die hij niet kent,
Waar hij gaat passagieren,
Daar davert het plezier,
Daar davert het plezier.
Voor hem is elke vrouw,
Hij zweert ze allen trouw,
En mocht hij harten breken,
Daarom geeft hij geen zier,
Daarom geeft hij geen zier.
Want als hij weg wil gaan,
Dan zegt hij heel spontaan:
"Ik heb in Buenos-Aires,
M'n schoenen laten staan."

Refrein

 

Terug naar overzicht

Me Lola

(met dank aan M. Nagtegaal-Reedijk voor het sturen van de tekst)

Refrein:

Me Lola heeft een poot van hout

en als je 't ziet dan wor' je koud

Van onderen zit er heel komiek

een schuifje elastiek

En gaat ze 's avonds naar d'r bed

dan wordt haar poot eraf geschroefd

en aan het voeteneind gezet

 

Me Lola kreeg verkering

met een sportieve man

die veel met voetbal speelde

en zowaar zo nu en dan

stond ze aan de lijn te brullen

Jan  maak het niet te bont

en sloeg ze vol emotie

met haar houten poot in 't rond.

 

Refrein

 

Me lola ging toen trouwen

en na verloop van tijd

verwsachtte zij een babietje

wat werd haar hart verblijd

De baker kwam het zeggen

Me Lola schrik maar niet

Het hele kleine babietje

dat heeft een poot van riet.

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Me wiegie was een stijfselkissie

(tekst en muziek: Kees Manders/uitvoering: Rika Jansen - Zwarte Riek met Amsterdamse Diamantwerkers)

De ooievaar kwam aan gevlogen,

Me moeder keek angstig omhoog.

Ze was bezig koppies te drogen,

Toen ie bij ons binnenvloog.

 

Refrein:

Me wiegie was een stijfselkissie,

Me deken was een baaienrok

Me wiegie was versierd met strikkies,

De warme kruik zat in een ouwe sok.

 

Me moeder, ze leefde heel sober,

Ik kwam in een moeilijke tijd.

't Was op de achtste oktober,

De ooievaar, die moest me kwijt.

 

Refrein

 

Veel mensen die willen niet weten,

Waar of hun wieg heeft gestaan.

Maar ik ben 't echt niet vergeten,

De mijne stond in de Jordaan.

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Meid van de straat

(tekst/muziek: G. van Bekkum)

Ach meisje als ik je 's avonds zie gaan,

Zo gehuld in je mantel van zij,

Dan kan ik wel huilen om jouw droef bestaan,

Dan heb ik zo diep medelij.

Want je bent maar een speelbal voor iedere man,

Maar eens komt de tijd, dan kijkt niemand je an.

 

Refrein:

Want je bent maar een meid die men vergeet,

Een speelbal voor 't moment van plezier,

Denk eens aan, als een man ooit 's trouwen gaat,

Dan trouwt ie toch nooit met een meid van de straat.

En dan denk je:,,Waarom was ik zo dom ?"

En je huilt bitt're tranen van leed.

Als je 'n bruidspaar ziet gaan

En jij blijft staan ...

Als een meid die men vergeet.

 

Ach meisjelief, je bent maar 'n slet,

Zo geschminkt en opzichtig gekleed.

De weg die je wandelt die is toch zo slecht,

Je komt in een afgrond terecht.

Laatst kwam je eenvoudige zuster voorbij,

Die een man heeft en kind'ren ...

Maar ach, wat heb jij ?

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Meiseken jong, mijn maagdeken fier

(met dank aan Toni Matheij voor het sturen van de tekst)

Meiseken jong, mijn maagdeken fier,
Waar staat jouw vaders huizeken hier ?
Ginder aan geenre groene wei,
Voor de deure staat een mei !
Sprak dat lodderig (of vrolijke) meisken.

 

Meiseken jong, mijn maagdeken fier,
Hoe kom ik in dat huizeken hier ?
Trek aan het koordeken van de klink,
Dat er het deurke open springt !
Sprak dat lodderig (of vrolijke) meisken.

Meiseken jong, mijn maagdeken fier,
Hoe kom ik op jouw kamerken hier ?
Neem er uw schoentjes in de hand,
Kousevoeten maakt zoeten gank !
Sprak dat lodderig (of vrolijke) meisken.
 

Meiseken jong, mijn maagdeken fier,
Hoe kom ik in dit beddeken hier ?
Voor het beddeken staat een plank,
Spring daarop en wacht niet lang !
Sprak dat lodderig (of vrolijke) meisken.

Meiseken jong, mijn maagdeken fier,
Waar leg ik mijn voetekens hier ?
Leg uw voetekens bij de mijn,
't Zal Sint-Jansdag kermis zijn !
Sprak dat lodderig (of vrolijke) meisken.

Meiseken jong, mijn maagdeken fier,
Waar leg ik nu mijn handekens hier ?
Leg uw handekens op mijn hart,
't Zal verdrijven pijn ende smart !
Sprak dat lodderig (of vrolijke) meisken.
 

Terug naar overzicht

Meisje aan de kassa

(tekst: Nico Splinter / muziek: Tom Erich / uitvoering: Eddy Christiani)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Tussen dikke ordners achter glimmend glazen wand

Zit daar de caissière vlijtig reek'nend voor haar klant

Ogen glijden langs de cijfers, vingers rap en rank

Tellen rust'loos; uit het mondje komt geen enk'le klank

 

Refrein:

Meisje aan de kassa

Zeg jij weet zo'n massa

Reken jij nu vlug eens voor mij uit:

Tweemaal twintig jaren

Tweemaal blonde haren

Wordt dat samen bruidegom en bruid ?

Als dat zo is, dan vraag ik jou:

"Kom sluit de kas en word mijn vrouw"

Meisje aan de kassa

Ook al weet j' een massa

Jij weet niet hoeveel ik van je hou

 

Als j'als man een enkel keertje wel eens wink'len gaat

En je dan vaak heel verlegen voor de kassa staat

Kijken een paar blauwe ogen je eens guitig aan

Die verhind'ren iets te vragen voor je weg zal gaan

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Meisje doe me een lol

(Eddy Chrisitani en Rumba orkest o.l.v. Malando)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

'k Ben in de stemming om ruzie te maken
Ik weet nog niet met wie
Maar wie of ik ook zie
Ik zal hem raken
Wie het ook zijn mag, al is het m'n meisje
Ik heb m'n woordje klaar
'k Maak ruzie, reken maar
Ik zeg tot haar:

Refrein:
Meisje doe me een lol
Jaag me 't hoofd niet op hol
Want de maat is nu vol tot aan het randje
Ben ik even te laat
Op de hoek van de straat
Kijk jij kwaad en krijg ik van jou een standje
Maar dat neem ik niet hoor
Heus ik ga er vandoor
En ik laat mij niet langer zo behand'len
Weet je wat je kan doen
Geef mij nu maar een zoen
En zeg dat je het nooit weer zal doen
Dan is alles
Weer vergeten
En we spreken er verder niet over
Niemand zal er
Iets van weten
't Is met jou en mij
'Koek en ei'

Ring-ting-ting-ting, telefoon, even horen
Wie het ook wezen zal
Ik steek direct van wal
'k Laat me niet storen
Hallo, hallo ja, met wie, o met schoonma
Dan heb je pech vandaag
Want 'k geef je oh zo graag
De volle laag

Refrein

 

Terug naar overzicht

Meisje, ga je mee vissen

(Lou Bandy 1936)

Ik zoek een meisje dat met me gaat vissen

Juffrouw, is u misschien vrij

Ik zou die sport voor geen geld willen missen

'k Hou van die liefhebberij

'k Wil u 't hengelen, zonder mankeren

Vlug en op gunstige voorwaarden leren

Trouwens, als u zich laat zien bij de sloot

Springen de visjes verliefd in uw schoot

 

Refrein:

Meisje, ga je mee vissen, 't moet verrukkelijk zijn

Al je zorgen, je leed verdwijnt

Waar 't zonnetje vrolijk schijnt

'k Weet een schitterend plekje, daar zitten wij met z'n twee

Meisje, ga je mee vissen, zeg toch 'ja' en ga mee

 

Kind, wees verstandig en ga mee naar buiten

Trek er eens fijn tussenuit

Waar koetjes loeien en vogeltjes fluiten

Krijg je een blozende huid

Ver van de stad en van 's mensen gejengel

Pak dus een kanische soer en een hengel

'k Heb wel geen auto maar dat zegt toch niets

Want 'k neem de hele bups acht'rop de fiets

 

Refrein

 

'k Weet een schitterend plekje, daar zitten wij met z'n twee

Meisje, ga je mee vissen, zeg toch 'ja' en ga mee

 

Terug naar overzicht

Meisje, ik ben een zeeman

Refrein:

Meisje, ik ben een zeeman

Een zeeman is heel vaak van huis

Meisje, ik ben een zeeman

't Water, 't schip is m'n thuis

Meisje, ik ben een zeeman

Kun je wel wachten, zo'n lange tijd

Ik ga je voor heel lang verlaten

Veel geluk, het ga je goed m'n lieve meid

 

Een zeeman dwaalt over de kade

Verdrietig kijkt hij om zich heen

Morgen dan gaat hij weer varen

Z'n meisje is dan weer alleen

Hij droomt alle dagen en nachten

Houdt zij het zonder mij uit

Maanden moet zij op me wachten

Verdrietig staart hij voor zich uit

 

Refrein (2x)

 

Terug naar overzicht

Meisje, meisje kijk zo niet (Soldatenliedje) (Dirk Witte)

Meisje, meisje, kijk zo niet
Pas maar op voor de soldaten
Die geen meisje rustig laten
Als ze lachend naar hen ziet
Meisje, meisje, kijk zo niet
Sla je ogen zedig neer voor elk soldaat
Voor je 't weet is het al te laat 

Meisje, meisje, zoen ze niet
Pas maar op voor de soldaten
Die je toch weer lopen laten
Als een ander naar ze ziet
Meisje, meisje, zoen ze niet
Trouw staat niet in 't woordenboek van de soldaat
Voor je 't weet is het al te laat 

Meisje, meisje, huil zo niet
Zo zijn eenmaal de soldaten
Die je eenzaam achterlaten
In een wereld van verdriet
Meisje, meisje, huil zo niet
Troost je toch en doe net als die slechte vent
Morgen komt een ander regiment

 

Terug naar overzicht

Meisje met je rode rok

(met dank aan Marc Blokland (†) voor het sturen van de tekst)

Weet je wat mij overkomen is

Weet je wat ik heb gezien

Ja, het was een belevenis

Die het leven maar één keertje biedt

Ik zag haar voor 't eerst in een vuurrode rok

En stond onmiddellijk stil met een schok

Blauwe ogen en goudblond haar

Zijn sprookjes dan ook toch echt waar

 

Refrein:

Meisjelief met je rode rok

Gaan we vanavond uit

Meisjelief met je rode rok

Jij hebt zo'n leuke snuit

Zeg nu maar ja, dan zeg ik heel zacht

Iets wat je nog niet weet

Dan ruil ik jou rode rok

Voor een wit huwelijks kleed

 

Wij zijn nog niet zo lang getrouwd

En zo blij met elkaar

Want, als je het goed beschouwt

Zijn wij het gelukkigste paar

Als onze eerste een meisje mocht zijn

Krijgt zij een vuurrode rok in het klein

Juist zoals haar moeder droeg

Toen ik haar verlegen vroeg:

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Meisje tabé

(tekst en muziek: Dico v. d. Meer)

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

Ik voel me niet op mijn gemak,

De pekel prikt fel in mijn bloed. . . .,

Kom, geef me gauw m'n plunjezak,

Omdat ik weer uit varen moet. . . .

 

Refrein:

Meisje Tabé, ik ga weer naar Zee,

Aan wal is 'n zeeman niet thuis.....

Ruik ik 't sop, dan duizelt m'n kop,

Van heimwee naar golven-gebruis.....

Ik voel me 'n vogel, geknot in z'n vlucht,

Die snakt naar de ruimte van water en lucht;

Meisje Tabé, ik ga weer naar zee,

A-hoi, jouw hart neem ik mee !

 

De deining zit me in mijn kuit,

Ik waggel aan wal als 'n kind.....

Maar voel me Koning op 'n schuit,

Die worstelt met water en wind. . . .

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Meisje van de foto

(Eddy Chrisitani)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Ik vond op een morgen in de vroege tram
Iets wat mij sinds weken al mijn rust benam
't Is een leuke foto, klein maar wondervol
Van een heel lief meisje met een krullebol

Refrein:
Meisje van de foto, zeg mij: hoe ontmoet ik jou
Ik verwacht een wonder, lieve kleine blonde vrouw
'k Zit maar rond te kijken of jij op mij wacht
's Morgens tegen zeven, richting stad, lijn acht
O o o, meisje van de foto, zeg mij: hoe ontmoet ik jou
 


's Morgensvroeg, dan tram ik trouw door stad en land
Met je kleine foto zichtbaar in m'n hand
'k Draag een rooie anjer, die je ziet van ver
In het linker knoopsgat van mijn sportcolbert

Refrein

Op een boze morgen kwam een jong soldaat
Die sprak: "Anjerhoeder, man je bent te laat
Kijk daar zit m'n bruidje, zie eens hoe ze lacht
't Meiske heeft drie jaren trouw op mij gewacht"

Refrein

 

Terug naar overzicht

Meisjes

(Jean-Louis Pisuisse 1880 - 1927)

(met dank aan Jeanne Albers voor het sturen van de tekst)

Wanneer zo als jongen het leven je pakt

Met z'n wetjes - z'n plichtjes - z'n eisjes

Dan duurt het niet lang, of je komt in contact

Met het grote probleem, met de meisjes -

Die zijn zoeter bij spelen en leren dan jij

En die wassen zichzelf uit d'r eigen

Die passen veel meer op d'r kleren dan jij

En zijn bang om een standje te krijgen

In huis en op school zijn de straffen voor jou

En voor haar zijn de lof en de prijsjes

En waar alles om draait, och, je merkt 't al gauw

't Zijn de meisjes, de meisjes, de meisjes...

De grote - de kleine...

De grove - de fijne...

De bruine - de blonde...

De hoekige - de ronde...

De aardige kuil in d'r kinnetje...

De - 'ben ik geen aardig vriendinnetje'...

De - 'suffige, steeds schone handjes'...

De - 'nuffige broekjes met kantjes'...

Zij zijn nummer een

En jij bent nummer twee

Of liever, je telt helemaal niet meer mee

Naast de meisjes - de meisjes, de meisjes

 

Dan wor je zo twintig, je hangt aan je muur

Veel aardige snuitjes in lijstjes

En iedere dag brengt een nieuw avontuur

Want dan ben je getapt bij de meisjes

Dan vlei je jezelf dat je een Don Juan bent

Verzadigd van ondervinden

Die 't meisjes in al haar verscheidenheid kent

En het om de vinger kan winden...

Zij laten 't je geloven en jij, je slikt braaf

Haar lieve vereringsbewijsjes

In schijn ben je meester, in werkelijkheid slaaf

Van de meisjes - de meisjes, de meisjes

Van schattige - van kattige...

Van schuchtere - van nuchtere...

Van willige - van grillige...

Van mollige - van lollige...

Van heel onschuldig naïeve...

Van kameraadschappelijk sportieve...

Van motorfiets en van tennis...

Van 'wie maakt eens leuk met me kennis'-meisjes

Je voelt je gevleid

En spendeert dan gedwee

Je lijf en je ziel en je portemonnee

Aan de meisjes, de meisjes, de meisjes

 

Maar raak je zo zoetjes de veertig voorbij

En je haar wordt wat dun en wat grijsjes

Dan ga je voorzichtig een beetje opzij

Als het geldt een ontmoeting met meisjes

Och, je bloed wordt wat kil

En je hart wordt wat zwak

En je voelt je wat ouw'lijk bij tijden

Je raakt wat gesteld op je rust en gemak

En je leert de emotie te mijden

Dan droom je niet meer van een hemel op aard

Met engeltjes in paradijsjes

Dan ben je bezonken, bezadigd, bedaard

En je hebt je bekomst van de meisjes

Van kribbige - van snibbige...

Van pezige - van vlezige...

Van dure - van zure...

Aanhalige - schandalige...

Van ranke, slanke, etherische meisjes

Van reuze, nerveuze, hysterische meisjes

Van slordige, nonchalante meisjes

Van chique en heel elegante meisjes

Van heel ouwerwetse, verlegen meisjes

Van 'o neen ! Daar kan ik niet tegen'-meisjes

Van 'raak me niet aan of ik krab je'-meisjes

Van 'ik ben niet vies van een grapje'-meisjes

Van heel uit de hoogte en dikdoende meisjes

Van ' 't mooist in de wereld ben ik' doende meisjes

Van intelligente, romantische meisjes

Plaisante, astrante, bacchantische meisjes

Je bekeert je, rangeert je, je trouwt en weldra

Dan wreekt zich het noodlot en dan wor je papa

Van meisjes. Van niets dan meisjes...

 

Terug naar overzicht

Meisjes pas op voor een man

(wijs: Hummingbird)

(The Melody Sisters)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Meisjes, o meisjes pas op voor een man
Als hij Piet of Klaas heet of Hendrik of Jan
Zodra je 'm trouwt is't een ware tiran
Meisjes, o meisjes pas op voor een man

 

Meisjes, o meisjes pas op voor een man

Wanneer je'm ontmoet heeft hij dad'lijk een plan
Ja plannen genoeg maar er komt nooit wat van

Meisjes, o meisjes pas op voor een man

 

Kijk uit voor de mannen er deugt er niet een
Zo zong ied're vrouw door de eeuwen heen
Maar hoe ze ook zongen het gaf nooit een zier
Anders zaten we nu niet hier

 

Mannen, o mannen pas op voor een vrouw
Ze spreekt je van liefde en eeuwige trouw
Maar wat ze je zegt dat vergeet ze weer gauw
Mannen, o mannen pas op voor een vrouw
 

Mannen, o mannen pas op voor een vrouw
Wanneer ze je zegt o, ik hou zo van jou
Geloof me dan spelt ze je wat op je mouw
Mannen, o mannen pas op voor een vrouw
 

Kijk uit voor de vrouwen er deugt er niet een
Zo zong ied're man door de eeuwen heen
Maar hoe ze ook zongen het gaf nooit een zier
Anders zaten we nu niet hier

 

Anders zaten we nu niet hierhierhierhierhierhierhier

 

Terug naar overzicht

Melodie d' amour

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Refrein:
Oh, Melodie d'amour
Breng dat lied naar mijn meisje
Vogeltje twiet-twiet
Toe vergeet het niet
Melodie d'amour
Wat 'n enig mooi wijsje
Vogeltje twiet-twiet
Zing mijn liefdeslied

 

Geef haar eens 'n wenk
Dat ik aan haar denk
Zeg haar dat ik wacht
En zo naar haar tracht
Breng ons weer bij elkaar
Ik verlang er naar
Ach, vlieg toch vliegensvlug
Kom met goed nieuws terug

 

Refrein:

Oh, Melodie d'amour
Breng dat lied naar mijn meisje
Vogeltje twiet-twiet
Toe vergeet het niet
Melodie d'amour
Als je dat hebt gezongen
Vogeltje twiet-twiet
Ken ik geen verdriet 

 

Terug naar overzicht

Meneer Dinges

(Johnny & Jones 1938)

Dinges, oh Dinges

Dinges, oh Dinges

Meneer Dinges die is dol op componeren

Hij zit eeuwig met zijn neus in de muziek

Jongelieden die bij hem piano leren

Houden zich na de eerste les een tijdje ziek

Want hun leraar heeft een kwaal

Hij vindt jazzmuziek banaal

 

Meneer Dinges weet niet wat swing is

Hij weet niet wat saxofoon voor een ding is

Omdat zijn radio kapot is

Wat voor de buren een genot is

Weet die Dinges niet wat swing of hot is

 

Op een dag belde aan Dinges' deur de wasman

Die zei meneer er staat muziek op uw manchet

Hou hem hier of stuur hem Theo Uden Marsman

Maar meneer Dinges antwoordde toen zeer ontzet

Man, ga uit mijn trapportaal

In mijn huis geen jazz-schandaal

 

Meneer Dinges weet niet wat swing is

Hij weet niet wat saxofoon voor een ding is

Omdat zijn radio kapot is

Wat voor de buren een genot is

Weet die Dinges niet wat swing of hot is

 

Meneer Dinges maakte een grote ouverture

Met een slotkoor, de finale stond in mol

Toen het klaar was speelde Pietje van de buren

De compositie dreunde in hot style door zijn bol

Toen viel hij flauw op 1 crapaud (het kunnen er ook twee geweest zijn)

 

En Johnny and Jones zongen door de radio:

 

Meneer Dinges weet niet wat swing is

Hij weet niet wat saxofoon voor een ding is

Omdat zijn radio kapot is

Wat voor de buren een genot is

Weet die Dinges niet wat swing of hot is

 

Domme Dinges

Oh, domme Dinges

Weet jij nu nog niet wat jazz voor een ding is

Als jij je goed wil amuseren

Moet je de hi-de-ho studeren

Meneer Dinges, probeer de swing 's

 

Dinges, oh Dinges

Dinges, oh Dinges

 

Terug naar overzicht

Menig jongeling

(met dank aan Marc Blokland (†) voor het sturen van de tekst)

Menig jongeling, voor hij in zijn huwelijk ging

Stond te wachten en te smachten naar zijn lieveling

Stralend van geluk liep hij zich zijn schoenen stuk

Stond in kou en storm te bibb'ren 't hart vol van geluk

Door een glimlach van haar lippen want dat staat haar min verkeerd

Door een glimlach komend van haar lippen

Heeft hij haar voorgoed voor zich begeerd

En wordt zij zijn vrouw zijn lief zijn alles

Is 't geluk zij hem de prins te rijk

Als zij hand in hand in het stadhuis staan

Geeft hij zijn vrouw voor geen koninkrijk

 

(maar)

                             

Zijn ze lang getrouwd krijgt hij het om niets benauwd

En zij zucht oh klein och heden zij wordt afgesnauwd

Wil ze 'n nieuwe hoed, vindt hij dat maar zelden goed

En hij gaat alleen met haar uit wanneer het bepaalt moet

Door een glimlach van haar lippen, want dat staat haar idioot

Op momenten kan ze hem niet uitstaan

En ze wenst zich nog maar liever dood

Maar nu zit ze met een hok met kind'ren

Als een blok wordt aan haar been gezet

En ze worden saam weer goeie vrinden

De and're dag begint weer de pret

 

Terug naar overzicht

Mensch durf te leven

(tekst: Dirk Witte/uitvoering: Jean Louis Pisuisse, 1917)

Je leeft maar heel kort, maar een enkele keer

En als je straks anders wilt kun je niet meer

Mensch, durf te leven

Vraag niet elke dag van je korte bestaan

Hoe hebben m'n pa en m'n grootpa gedaan

Hoe doet er m'n neef en hoe doet er m'n vrind

En wie weet, hoe of dat nou m'n buurman weer vindt

En wat heeft "Het Fatsoen" voorgeschreven

Mensch, durf te leven

 

De mensen bepalen de kleur van je das

De vorm van je hoed, en de snit van je jas

En van je leven

Ze wijzen de paadjes waarlangs je mag gaan

En roepen "O foei" als je even blijft staan

Ze kiezen je toekomst en kiezen je werk

Ze zoeken een kroeg voor je uit en een kerk

En wat j'aan de armen moet geven

Mensch, is dat leven

 

De mensen, ze schrijven je leefregels voor

Ze geven je raad en ze roepen in koor

Zo moet je leven

Met die mag je omgaan, maar die is te min

Met die moet je trouwen al heb je geen zin

En daar moet je wonen, dat eist je fatsoen

En je wordt genegeerd als je 't anders zou doen

Alsof je iets ergs had misdreven

Mensch, is dat leven

 

Het leven is heerlijk, het leven is mooi

Maar vlieg uit in de lucht, en kruip niet in een kooi

Mensch, durf te leven

Je kop in de hoogte, je neus in de wind

En lap aan je laars hoe een ander het vindt

Hou een hart vol van warmte en van liefde in je borst

Maar wees op je vierkante meter een vorst

Wat je zoekt kan geen ander je geven

Mensch, durf te leven

 

Terug naar overzicht

Mensch erger je niet

(Lou Bandy 1935)

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

Refrein:

Mensch erger je niet, want dan ben je glad verloren

Mensch erger je niet, want dan is 't zo gedaan

Je moet alles maar van de vrolijke kant bekijken

't Is met niets te vergelijken wat je daarmee kunt bereiken

 

Ik heb 't lek gevonden want ik erger me niet meer

En heb nu al in maanden, God zij dank, geen hoofdpijn meer

Ik ga nu van 't standpunt uit: Geef iedereen z'n zin

Ik zal me niet meer ergeren, want ik wil m'n graf niet in

 

Refrein (2x)

 

Terug naar overzicht

Met de school een dagje naar buiten

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

Refrein:

Met de school een dagje naar buiten

Gelukkig zonder pa en ma

Ook de juf wil zich daar wel eens uiten

Joecheidie, heidie, heida

 

De kind'ren houden van de bossen

Vooral van 't indianenspel

Ze binden mij dan altijd stevig vast

Dat wel, maar nooit verlossen

Je ziet in 't bos dan zoveel dieren

Als je daar vast ligt op de grond

Ik wil ze lokken maar das moeilijk

Want mijn mond zit vol met mieren

 

Refrein

 

In 't water laat ik nooit verstek gaan

(nee, dat weet ik)

We doen wie het langste onder kan

Heb je gewonnen?

Ik win altijd dankzij mijn klas want

Als één man gaan ze op mijn kop staan

 

Refrein

 

Ik heb ze 'nen nieuwe tocht beloofd weer (toch, ja?)

Omdat de jeugd zoiets behoeft (mmmmm)

Al hadden ze in de bus mijn zitting

Losgeschroefd en doet mijn hoofd zeer

En weer terug bij vrouw en spruiten

Dan zegt mijn zeer bezorgde vrouw:

"Wat zie je pips, kom neem de kinderen

Maar eens lekker mee naar buiten..."

 

Refrein

 

Gesproken tussen het refrein door:

Ja, jongens, vooruit maar

Geniet maar lekker van de buitenlucht

Jantje, in de rij blijven

 

Terug naar overzicht

Met een veer op z'n hoed

(tekst: Lou de Groot / muziek: L. de Groot en L. Woudstra / uitvoering: Olga Lowina en de EdelweiskapelF)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Met een veer op z'n hoed en een olijke snoet

Trekt Sepp'l langs berg en langs dal.

O, hij voelt zich hier blij, als een vogel zo vrij,

Want de lucht houdt hem sterk boven al.

Hij zingt tot zijn ganzen, hij zingt tot z'n geit,

Dit leventje wil hij z'n leven niet kwijt.

Met een veer op z'n hoed en een olijke snoet

Trekt Sepp'l langs berg en langs dal.

 

Refrein:

Ti-ri-di-jé, hol-dri-é; hol-dri-o,

hol-dri-é, hol-dri-o; hol-dri-é,

hol-dri-o, la-di-jé, ti-ri-di-jé,

hol-dri-o, hol-dri-é, joech hé !

 

Met een veer op z'n hoed en een olijke snoet

Trekt Sepp'l langs berg en langs dal.

Als hij tuurt naar beneé, roept hij vrolijk: "Joech hé."

Naar het meisje bij de waterval.

Dat aardige blondje aanbidt hem toch zo,

Zij jodelt hem toe van: "Joech hé, hol-dri-o!"

Met een veer op z'n hoed en een olijke snoet

Trekt Sepp'l langs berg en langs dal.

 

Refrein

 

"Ja, die veer op z'n hoed, staat Sepp'l zo goed",

Denkt 't aardige meisje in 't dal.

Als hij ziet, hoe zij bukt, voor hem Edelweiss plukt,

Bloost hij even van 't vreemde geval.

Dan......klimt zij naar boven, naar Sepp'l's plateau,

Plots werpt hij z'n hoed in de lucht: "Hol-dri-o!"

Zonder veer, zonder hoed, maar met dankbaar gemoed,

Zijn beiden 't gelukkigst van al.

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Met mijn gitaar

(uitvoering: De Aethergeuzen)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Met m'n gitaar, zwerf ik rond

Met m'n gitaar  en m'n hond

Met m'n gitaar, ga ik voort

Met m'n gitaar, ongestoord

Met m'n gitaar, kom ik daar

Waar de wereld tot me lacht

Met m'n gitaar, speel ik daar

Waar men vrolijkheid verwacht

Met m'n gitaar, voel ik mij

In de verste landen thuis

Maar na ied're reis, verlang ik toch naar huis

Maar na ied're reis, verlang ik toch naar huis.

 

Met m'n gitaar, speel ik zacht

Met m'n gitaar, in de nacht

Met m'n gitaar, voel ik mij

Met m'n gitaar, altijd vrij

Met m'n gitaar, kom ik daar

Waar de wereld tot me lacht

Met m'n gitaar, speel ik daar

Waar men vrolijkheid verwacht

Met m'n gitaar, voel ik mij

In de verste landen thuis

Maar na ied're reis, verlang ik toch naar huis

Maar na ied're reis, verlang ik toch naar huis

 

Met m'n gitaar

Met m'n gitaar

Ben ik toch in heel de wereld nooit alleen.

 

Terug naar overzicht