Uit (groot)moeders tijd
Iene
Miene Mutte
(tekst: Herman Hensen / muziek: Jan
Vuik / uitvoering: Eddy Christiani)
(met
dank aan Gerard Engelbertink voor het sturen van de tekst)
Toen ik nog op de schoolbank zat
Had ik steeds veel plezier,
Om Mientje, 't was een reuzeschat
De dochter van de kruidenier.
Ze speelde wel wat graag de baas
Dat had ze van haar Ma,
Die deed in grutten en in kaas,
Dus riep ik haar steeds achterna:
Refrein:
Iene miene miene miene mutte
Tien pond grutten, tien pond kaas
Iene miene miene miene mutte
Iene miene mutte speelt de baas.
Iene miene miene miene mutte
Tien pond grutten, tien pond kaas
Iene miene miene miene mutte
lene miene mutte speelt de baas.
Toen ik de school verlaten had
Kwam ik op een kantoor,
Daar zag ik weer die lieve schat
Zij stelde zich nu als volgt zich
voor:
„Ik ben hier al een jaartje
chef,
Let wel, de eerste kracht."
Ik dacht wat heeft dat kind weer lef
En zong daarbij bedeesd en zacht:
Refrein
Het werd voor mij een harde strijd
Doch na een jaar of vier
Vroeg ik ondanks haar bazigheid
De dochter van de kruidenier.
Wij zijn toen naar 't stadhuis gegaan
En voor de ambtenaar
Keek ik mijn Mientje even aan
En sprak ik heel verrukt tot haar:
Refrein
'Nu ben ik al een jaar of wat
Verbonden in de echt,
En moet ik van die kleine kat
Steeds alles doen wat zij mij zegt.
Ik krijg haast daag'lijks op mijn kop
En voor de goede vreê
Ga ik dan maar de vliering op
En roep ik zachtjes naar beneê:
Refrein
Terug
naar overzicht
Iets
vergeten
(met dank aan Cor Heuvelmans voor het sturen van de tekst)
Kom eens hier sprak grootma blij
Tot onze kleine Jetje
Zie eens wat gij gekregen hebt
Wat ligt daar in dat bedje
En jet ze kraaide van plezier
Want wat had zei gekregen
een broertje het lijkend wel een pop
Was in de wieg gelegen
Wacht ik heb een koekje nog bewaard
dat zal ik aan hem geven
ach grootma 't ligt daar in de kast
Wil ik het krijgen even
Wel zeker Jet, maar broertje
kan dat nog niet bijten hondje
Hij heeft nog niet net als jij en ik
Al tandjes in zijn mondje
Hoe kan dat, zij keek eens goed
Haar grootma aan
Of deze soms haar fopte
Maar nee, toen zei haar kleine hand
In broertjes mondje stopte
Toen riep ze uit oh ja
het is waar zijn mondje is leeg van
binnen
Ik voel alleen en beetje vlees
Wat moeten wij beginnen
En even blijft ze staan
Om op een antwoord te blijven
wachten
En zie daar schiet een goed idee
Haar eensklaps in gedachten
En met de oogjes op elkaar
De handjes saam gevouwen
En met het kinderlijke stemmetje
zegt ze
U wordt bedankt o lieve heer
Voor broertje mij geschonken
Ik heb het dadelijk mogen zien
En o zo lief gevonden
Maar weet u wat zo jammer is
U hebt nog iets vergeten
De tandjes in broertjes mond te doen
Nu kan hij heel niet eten
Och toe laat straks een engeltje
De tandjes brengen even
En of u die aan grootma af wil geven
Dan zullen wij die
ik beloof het u heel voorzichtig
samen
De tandjes in broertjes mondje doen
Dag lieve heertje amen
Terug
naar overzicht
Ik
ben dol, (op jou)
(tekst en muziek en uitvoering:
Wim Poppink)
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
Ik heb m'n hart verloren
En jij hebt het in pand
Als je me aan wilt horen
Dan vraag ik om jouw hand !
Refrein:
Ik ben dol, ik ben dol, ik ben dol op
jou ! op jou !
En, mijn bol anders hol, is nu vol van
jou ! van jou !
M'n arme hartje klopt als nooit te
voren:
Het lijkt het klokkenspel wel van de
toren !
Ik ben dol, ik ben dol, ik ben dol, op
jou ! op jou !
Tien duizend mijl wil 'k lopen
Om naar jou toe te gaan,
Als ik maar half mag hopen
Dat jij mij niet laat staan !
Refrein
Terug
naar overzicht
Ik ben een stuk van
Amsterdam
(uitvoering: Heintje Davids)
(met dank aan Cor de Boer voor het sturen van de tekst)
De mensen ze komen van heinde en ver ,
voor Mokum zijn straten en stegen.
Zijn pleinen en grachten, de Wester
zijn lied,
de toren die nooit heeft gezwegen.
Zo goed als dat liedje van Amsterdam
hoort,
zo hoort ook het mijne erbij.
Een Davids die Amsterdam nimmer
bezong,
is heus geen familie van mij.
Refrein
Ik ben een stuk van Amsterdam, een
stukkie Munt,
een stukkie Dam, d’Ámstel die golft
als mijn haren.
Waar deinende bootjes op varen.
Ik ben een stukkie Rembrandtplein,
een stukkie Centrum van de gein.
Mokum Mokum, ‘k wil steeds van Mokum
zijn.
Elk mens heeft heel diep in z’n hart
toch ’n wens,
Waarvan hij in stilte kan dromen. Mijn
wens is wel gek
Want ik droom als ik er straks
een boek over Mokum zal komen.
Dat tussen de namen zoals
Het Rokin, ’t Waterlooplein, de
Jordaan.
En alles wat Mokum aan schoonheid laat
zien,
de naam ook van Heintje zal staan.
Refrein
Wie weet heb ik kans dat er straks na
mijn dood,
van mij nog een standbeeld zal komen.
’t Heintje plantsoen zou zo gek nog
niet zijn,
Met bankjes en heel dikke bomen.
En als eens mijn liedje voorgoed is
verstomd
Dan zal hier een ander weer staan.
Die Mokum zijn schoonheid in liedjes
bezingt
Zoals ik dat zo graag heb gedaan.
Refrein
Terug
naar overzicht
Ik
ben in een steegje geboren
(met
dank aan Marc Blokland (†) voor het sturen van de tekst)
Niet
ver hier vandaan is een straatje zo klein
't
Is eigenlijk niet meer als een steeg
Toch
mag ik zo graag in dat straatje daar zijn
Al
is het daar nu stil en er leeg.
Ik
ben in dat steegje geboren
Als
vrucht van een liefde zo teer
Al
kon ik mijn ouders nog horen
Hun
dankbeê van toen aan de Heer
Mijn
moeder keek mij in de ogen
Ze
huilde van vreugde en bad
Toen
knikte mijn vader bewogen
En
lispelde zacht, 't is een schat
Ik
ken elke steen en weet ieder huis
Het
steegje beheerst vaak mijn geest
Soms
loop ik er door en dan voel ik me thuis
Precies
zo het eens is geweest
Ik
heb in dat steegje gestreden
Met
ziekte, met zorgen, met smart
Ik
heb er in stilte gebeden
Ik
vond daar de man van mijn hart
Vandaar
bracht ik moeder ter aarde
Toen
zij veel te vroeg mij ontviel
Al
heeft het voor een ander geen waarde
Voor
mij is het een stuk van mijn ziel
Terug
naar overzicht
Ik
ben in Parijs geweest
(met
dank aan Marc Blokland (†) voor het sturen van de tekst)
Wil
je eens heerlijk wandelen
Ga
dan eens met me mee
'k
Zal je het geld wel geven
Niet
naar het strand, oh nee !
Koop
je geen mooie kleren
Dat
komt daar niet van pas
Daar
heerst alleen de mode
Een
pet met een rooie das.
Refrein:
'k
Ben in Parijs geweest
Het
was daar een reuze feest
Ik
heb daar de Moulin Rouge gezien
Ik
heb daar gedanst met Josephien
Ik
raadt het een ieder aan
Eens
met me mee te gaan
Koop
je een pet en een rooie das
Dat
komt daar goed van pas.
Terug
naar overzicht
Ik
ben verliefd op de keukenmeid
(tekst en muziek: Jaap en Arie Valkhoff)
(uitvoering: o.a. Jacky van Dam en
Jan de Vries met het Dick Willebrands Orkest)
(met
dank aan Marc Blokland (†) voor het sturen van de tekst)
'k
Heb verkering sinds een week met Alida
't
Is het keukenmeisje van mijn hospita
Zij
doet altijd weer een uitgebreid diner
Zij
werkt voor de pista, voor A.B.C.
'k
Ben verliefd, 'k ben verliefd op de keukenmeid
Wat
ben ik gelukkig met haar
't
Is een schat, 't is een dot, 't is een leuke meid
Blauwe
ogen en prachtig blond haar
Des
's avonds bij het luiden van de gong voor het diner
Gaan
we naar de keuken zo gezellig met z'n twee
'k
Ben verliefd, 'k ben verliefd op de keukenmeid
Oh
wat ben ik gelukkig met haar.
'k
Ben verliefd, 'k ben verliefd op de keukenmeid
Dat
is waar, dat is waar, dat is waar
't
Is een schat, 't is een dot, 't is een leuke meid
Dat
is waar, dat is waar, dat is waar
Des
's avonds bij het luiden van de gong voor het diner
Gaan
we naar de keuken zo gezellig met z'n twee
'k
Ben verliefd, 'k ben verliefd op de keukenmeid
Oh
wat ben ik gelukkig met haar.
Terug
naar overzicht
Ik
ben zo blij
Versie 1
(Lennaert Nijgh/Cobi Schreijer/uitvoering:
Jetty Pearl)
(oorspronkelijke titel: Y de la Joie van
Charles Trenet)
'k
Ben zo blij
Dag
lieve vogels, goedemorgen
'k
Ben zo blij
De
lucht is blauw, alleen voor mij
'k
Ben zo blij
De
zon is warm, ik heb geen zorgen
'k
Voel me blij en dus ben ik blij
'k
Ben verliefd
De
liefde kriebelt in m'n benen
'k
Ben verliefd
Oh,
lieve dames alsjeblieft
'k
Ben verliefd
De
zon heeft in mijn hart geschenen
'k
Voel me vrij en dus ben ik blij
Wat
hebben de mensen een stralend humeur
De
bakker brengt dansend het brood langs de deur
De
postbode zweeft ergens hoog boven straat
Als
'n duif die met luchtpost naar de engelen gaat
De
tram loopt z'n rails uit en gaat aan de zwier
Hij
rijdt naar het bos en hij schudt van plezier
De
conducteur staat zwaaiend op het balkon
Hij
is in een roes van verliefdheid en zon
'k
Ben zo blij
De
Westertoren gaat aan 't schuiven
Onverwacht
Springt
hij dan in de Prinsengracht
Alles
lacht
Hij
zegt: "Ik wou mezelf eens fuiven
Op
een bad, ziezo, dat is dat"
'k
Ben zo blij
En
de belastingontvanger
Sluit
z'n zaak
Hij
fluistert teder: "Heus, ik staak
Kijk,
daar ga 'k
Ik
wil uw dure geld niet langer
Hou
et maar 't is waar, hou et maar!"
De
bromfietsen dansen op straat een ballet
Maar
plotseling zit ik rechtop in m'n bed
'k
Heb alles gedroomd, want de hemel is grauw
door
't raam zie ik dat de mensen rillen van kou
Maar
toch heeft m'n droom wel iets goeds voortgebracht
Want
'k heb er meteen een melodie bij bedacht
Nu
zing ik mijn droom als een lentechanson
Als
'n lied vol van jeugd, als een lied vol van zon
'k
Ben zo blij
Dag
lieve vogels, goedemorgen
'k
Ben zo blij
De
lucht is blauw, alleen voor mij
'k
Ben zo blij
De
zon is warm, ik heb geen zorgen
'k
Voel me blij en dus ben ik blij
'k
Ben verliefd
De
liefde kriebelt in m'n benen
'k
Ben verliefd
Oh,
lieve dames alsjeblieft
'k
Ben verliefd
De
zon heeft in mijn hart geschenen
'k
Voel me vrij en dus ben ik blij
---------------------------------------
Versie 2
(tekst en muziek: J v.Deurse, J.Kraft,L
de Vos, uitvoering Johnny & Rijk)
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor
het sturen van de tekst)
Een zanger van de opera
Die zong een mooie aria
Tralalalalala tralalalalala
Maar aan het einde van 't lied
Wist hij helaas de woorden niet
Tralalalalala tralalalalala
Toen fluisterde men hem iets in z'n oor
En hij zong rustig door:
Refrein:
Ik ben zo blij, zo blij
Dat mijn neus van voren zit en niet opzij
Ik ben zo blij, zo blij
Dat mijn neus van voren zit en niet opzij
Men wachtte op de ooievaar
De wieg stond al een poosje klaar
Tralalalalala tralalalalala
Het was een schatje van een kind
En werd door iedereen bemind
Tralalalalala tralalalalala
En toen het in het badje werd gezet (ah te heet)
Toen kraaide het van pret
Refrein
Wat kleeft dat kind
Geen wonder: z'n wiegje was een stijfselkissie
Er kwam vandaag een dwangbevel
Maar ik kreeg heus geen kippevel
Tralalalalala tralalalalala
Mijn vrouw werd rood en daarna bleek
En was de hele dag van streek
Tralalalalala tralalalalala
Maar ik zei: kind, die zorg gaat weer voorbij
Dus zing als Lau Bandij:
Refrein
Terug
naar overzicht
Ik
ben zo verliefd (tekst: Jack Bess/muziek: Joop de Leur)
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
Het
spreekwoord zegt toch niet voor niets,
Alleen
is maar alleen;
En
mens is toch geen pijp kaneel,
En
evenmin van steen.
Ik
zoek dus naar een mannen-(vrouwen)hart,
Dat
mij wat liefde biedt;
Een man (vrouw) die mij oprecht bemind,
Want
meer verlang ik niet.
Refrein:
Ik
wil het wel weten,
Ik
ben zo verliefd.
Ik
kan haast niet eten,
Ik
ben zo verliefd.
Als
een man (vrouw) mij wil zoenen,
Zeg
ik gauw: "Alstublieft";
Ik
wil het wel weten,
Ik
ben zo verliefd.
Ik
kocht onlangs een gladde ring,
Nu
heb ik er al drie;
Die
schenk ik weg als liefdespand,
Maar
'k weet nog niet aan wie.
Ik
drentel steeds om het stadhuis,
Dat
is een list van mij;
Want
heb ik beet, dan is direct,
De
ambtenaar erbij.
Refrein
Terug
naar overzicht
Ik
blijf je trouw(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
Eens in m'n leven, toen heb ik even,
Overtuigd gedacht, aan de liefde's
macht.
En dat is mij bij gebleven, 'k leerde
je kennen,
Ging je verwennen, en die schuine
maan,
Zag ons 's avonds gaan, keek ons
lachend aan.
'k Werd toen verloofd, 'k steeg naar
m'n hoofd,
Aan al de kussen, viel niks te
blusschen.
'k Ben toen getrouwd, dat was m'n
fout,
Dat is gebleken, na 'n paar weken,
Je meisje is doorgaans beter dan je
vrouw.
Mijn lieveling, daarom zing, ik
somwijl tot jou:
Refrein:
Ik blijf je trouw en 'k laat me niet
verleien.
Zit ik te vrijen, zootusschenbei je,
En zoen 'k soms een ander blij van
geest,
Dan denk ik maar dat jij het bent
geweest.
Als je getrouwd bent en niet van hout
bent,
Dan gebeurt het meer, als 'n enk'le
keer,
Dat je een boodschap naar je vrouw
zendt.
Schatje het spijt me, 't geld dat
verleidt me,
'k Vind het zelf een kruis, 'k kan nog
niet naar huis.
'k Kom vannacht pas thuis, doe niet
onwijs,
Ik ben op reis, enkel voor zaken.
'k Zal er voor waken dat niks gebeurt
waar je om treurt.
J' hoeft je niet ongerust te maken
En ondertusschen zit je voor je brood
In 't Cabaret, netjes met 'n ander op
je schoot.
Refrein
Niet slechts de mannen, koest'ren die
plannen
En doen zoo ontrouw, maar ook meen'ge
vrouw
Houdt den boog niet steeds gespannen.
'k Heb z' in de gaten, vaak langs de
straten,
Dat zoo'n lieve toet heel g'heimzinnig
doet.
Als ze 'n "Hij" ontmoet, niet slechts
de man
Doet nu en dan, als ie op sjouw ging,
Raar met z'n trouwring, 'k geef wat 'n
strop,
M'n neus er niet op, dat alle vrouwen
Zijn te vertrouwen.
'n Vrouw doet slimmer dikwijls dan 'n
man.
En vraag je 'r dan, zegt de man,
Je kunt er van op an.
Refrein
Terug
naar overzicht
Ik blijf op je wachten
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
Ik denk aan de avond nu jaren gelden
Waarop jij mij vroeg om jouw meisje
te zijn,
Ik vond in die dagen me zelf
volwassen,
Maar op dat moment voelde ik me heel
klein,
De jaren daarna was ik heel erg
gelukkig,
Jij hebt me zoo dikwijls zoo
heerlijk verwend,
Nu ben je in 't leger en ik blijf
hier achter,
Zoo'n eenzame tijd heb ik nooit nog
gehad.
Refrein:
Ik blijf op je wachten en wachten
duurt lang,
Maar 'k weet van mezelf heel goed
dat het kan.
Ik zal aan je denken, al doet denken
soms pijn,
Soldaat, als jij t'rug komt, dan zal
ik er zijn.
Ik denk aan de avond nu maanden
geleden,
Toen jij me vertelde van 't groote
besluit,
Ik was toen niet aardig, dat moet je
weten,
Ik had zoo'n gevoel van: "nu raakt
alles uit",
Want jij werd soldaat, en ik kan 't
niet begrijpen,
Ik hou van je, jongen, dat zegt toch
genoeg,
Ik dacht aan jou en mij maar jouw
blik was ruimer,
Je deed niet wat ik, maar de
menschheid je vroeg.
Refrein
Ik denk aan de avond, de avond van
morgen,
Ik denk aan de dag wanneer jij er
weer bent.
En ik zeg eerlijk: ik heb soms
gebeden:
Dat jij toch zoudt blijven als 'k
jou heb gekend,
Blijf steeds in je brieven de
waarheid vertellen,
Volkomen oprecht, al doet het mij
ook pijn,
Je moet er dus voor zorgen, als jij
mij straks aankijkt,
Dat alles heel zuiver harmonisch zal
zijn.
Terug
naar overzicht
Ik
dans met jou door de hemelpoort heen
(Willy Alberti/Johnny Jordaan)
(met
dank aan Marc Blokland (†) voor het sturen van de tekst)
En
dans ik met jou op die zachte muziek
In
de zevende hemel der liefde
De
aarde verging en wij twee zijn alleen
In
de zevende hemel der liefde
Kom
laat ons dromen bij zachte muziek
Een
sprookje vol van geluk, romantiek
Dan
dans ik met jou door de hemelpoort heen
In
de zevende hemel der liefde
Als
wij op een bal kom zwieren
Is
het net of ik kan vliegen
Tot
aan de sterren in't blauw firmament
Als
wij dan dansen voel 'k een leegte
Het
maakt me zalig en bedeesde
Fluister
ik woordjes die jij alleen kent
Dan
dans ik met jou op die zachte muziek
In
de zevende hemel der liefde
De
aarde verging en wij twee zijn alleen
In
de zevende hemel der liefde
Kom
laat ons dromen bij zachte muziek
Een
sprookje vol van geluk, romantiek
Dan
dans ik met jou door de hemelpoort heen
In
de zevende hemel der liefde.
Terug
naar overzicht
Ik denk aan hen die zijn
gevallen
(met dank aan Hanneke Peters voor het
sturen van de tekst)
De ochtend van de tiende mei
De zon scheen aan de kim
Toen kwam er van de oostenzij
De wrede vijand in.
Refrein:
Ik denk aan hen, aan hen die zijn
gevallen
Daar denk ik aan met diepe medelij
Ik denk aan hen, aan al die
honderdtallen
Die rusten daar en liggen zij aan zij
Maar allen stonden reeds paraat
En vochten hand in hand
En menig moedige soldaat
Stierf voor zijn vaderland.
Refrein
De koningin moest vluchten gaan
De moeder van ons land
Verraden door haar eigen volk
Mijn dierbaar Nederland.
Refrein
O Nederland, O Nederland
Al ben je wel wat klein
Een ware Nederlander kan
Toch nooit een Duitser zijn.
Refrein
Ik denk aan hen, aan hen die zijn
gevallen
Terug
naar overzicht
Ik
ga nu scheiden (De Limbra Zusjes)
(met
dank aan Betsy van Dijk voor het sturen van de tekst)
Ik
ga nu scheiden, vaarwel m'n schat.
'k
Ga scheiden van 't liefst wat ik bezat.
Een
mooie droom ging voorgoed voorbij,
Want
al jou liefde was maar huichelarij !
Een
mooie droom ging voorgoed voorbij,
Want
al jouw liefde was maar huichelarij !
Ik
stuur je ring t'rug en jouw portret.
'k
Heb nu een ander, in m'n hoofd gezet.
Hij
is misschien niet zo knap als jij,
Maar
hij bedriegt me niet, houdt slechts van mij
Maar
hij bedriegt mij niet, houdt slechts van mij.
Ik
ga nu scheiden, vaarwel m'n schat.
Want
ik besef, je was m'n liefde zat.
'k
Verbreek de band nu, dan ben je vrij,
't
Zal heus het beste zijn, voor jou en mij.
'k
Verbreek de band nu, dan ben je vrij,
't
Zal heus het beste zijn, voor jou en mij.
Terug
naar overzicht
Ik
ga pappie tegemoet
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
In
een hutje in de duinen,
Lag een knaapje voor het raam.
Turend naar de ranke scheepjes,
Langs de wijde waterbaan.
Het kon door ziekte niet naar school toe,
Het was sinds lang niet sterk genoeg.
Mammie oog schoot steeds vol tranen,
Als het smekend aan haar vroeg:
Mammie, laat me toch gaan varen.
Kom, doe nu mijn schoentjes aan.
Laat me roeien in ons schuitje,
Laat me toch naar pappie gaan.
Mammie durfde niet te zeggen,
Dat zijn pappie nooit meer kwam.
Dat een storm zijn schip deed zinken,
En de wrede dood hem nam.
Maar toen het kindje in een koortsdroom,
Steeds maar om zijn pappie riep,
Nam ze het snikkend in haar armen,
En herhaalde tot het sliep:
Morgen zal je pappie komen.
Koek en speelgoed brengt hij mee.
En dan mag je schuitje varen,
Met je pappie op de zee.
Morgen, zei het ventje zachtjes.
Maar er brak geen morgen aan,
Want het kleine levenslampje,
Is die nacht stil uitgegaan.
Het was als had de dood gefluisterd,
Wat zijn mams verzwegen had.
Nog hoort zij de laatste woorden,
Van haar lieve kleine schat:
Mammie, mammie, toe niet huilen.
Alles komt nu immers goed.
Ik ga roeien in ons schuitje,
Ik ga pappie tegemoet.
Terug
naar overzicht
Ik
had een wapenbroeder (De trouwe kameraad)
Versie 1
Ik
had een wapenbroeder
Geen dapperder dan hij
De oorlog riep ons samen
De roffel sloeg, wij kwamen
En gingen zij aan zij
En
gingen zij aan zij
Ik
had een wapenbroeder
Ik heb hem nu niet meer
Hij liet voor 't land zijn leven
Is in de strijd gebleven
Wat minde hij mij teer
Wat
minde hij mij teer
Ja,
broeder ! 'k zie u weder
Dat lenigt mijn verdriet
Daar waar geen angst of vrezen
Of oorlog meer zal wezen
Daar kent men 't scheiden niet
Daar
kent men 't scheiden niet
Versie 2
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor
het sturen van de tekst)
Ik had een wapenbroeder,
Geen dapperder dan hij;
De trom riep ons ten strijde,
Hij ging aan mijne zijde,
Wij liepen zij aan zij,
Wij liepen zij aan zij.
Onverwacht, onverwacht,
Heeft de dood ons in zijn macht.
Gister fier in 't zadel gestegen,
Heden dood terneer gezegen,
Morgen in het koele graf.
Als een bloem, als een bloem,
Is des mensen kracht en roem.
Als twee rode, frisse rozen,
Ziet men uw wangen blozen,
Maar de rozen welken ras.
Ach hoe mist, ach hoe mist
Aller mensen plan en list.
Onder kommer, onder zorgen,
Bukt hij zich reeds in de morgen,
En tot d' avond nederdaalt.
Daarom stil, daarom stil,
Voeg ik mij naar 's Heren wil.
Van mijn post wil ik niet wijken,
En moet heden ik bezwijken -
'k Sterf de braven ruiterdood.
Terug
naar overzicht
Ik
heb een huis met een tuintje gehuurd
(tekst en muziek Henri Theunisse/uitvoering
o.a. Bob Scholte 1933)
Ieder
mens, die heeft z'n verlangens, en met wat geduld
Worden
vaak z'n heim'lijke wensen plotseling vervuld
Zo
is 't met mij kortgeleden eveneens gegaan
Ik
heb met een klein bedragje wonderen gedaan
Refrein:
Ik
heb een huis met een tuintje gehuurd
Gelegen
in een gezellige buurt
En
als ik zo naar m'n bloemetjes kijk
Voel
ik me net als een koning zo rijk
Zit
ik in m'n tuin te genieten van de zonneschijn
Dan
wil ik met niemand meer ruilen, want ik voel me fijn
Zandvoort,
met z'n vrees'lijke drukte, trekt me niet meer aan
En
voor pootjebaden heb 'k een teil met water staan
Refrein
Onlangs
zat ik laat in mijn tuintje, 't was een zoele nacht
En
mijn Oosters, bontgekleurd lampje scheen in volle pracht
Plots
verscheen een Osterling, 'k beefde 'n wit pak had hij an
En
hij vroeg: "Heeft u wat nodig, van de ijscoman ?"
Refrein
Ik
wou dat u m'n vader, die 'k thuis heb, in m'n tuintje zag
En
hoe echt hij loopt te genieten op z'n ouwe dag
Met
z'n pijp, die rookt als een schoorsteen, keurt hij het geheel
Dat
is voordelig, want anders rookt hij m'n gordijnen geel
Refrein
Dames en heren, nu ge dit liedje,
Allen hebt gehoord,
Zijt ge van dat huis met een tuintje,
Vast wel erg bekoord,
Maar misschien heeft U ideën,
Die heel anders zijn,
Dat kan ik niet weten,
Daarom zingen we maar 't refrein:
Refrein
Terug
naar overzicht
Ik
heb een keukentje
(tekst: Nico Splinter/muziek: Jack
Bulterman/uitvoering Wim Poppink met The Ramblers 1941)
'k
Heb me weten aan te passen bij de nieuwe tijd
'k
Ben een kamer kwijt, maar ik heb geen spijt
Want
ook is ons wereldje gedeeltelijk ontwricht
Ik
heb een leegstaand keukentje gerieflijk ingericht
Ik
heb een keukentje en een fornuis
Dat
is m'n kamertje, dat is m'n thuis
Maar
't allerbest menu wordt geen succes
'k
Mis in m'n keukentje alleen nog een prinses
Ik
heb een keukentje en een fornuis
Dat
is m'n kamertje, dat is m'n thuis
Maar
't allerbest menu wordt geen succes
'k
Mis in m'n keukentje, m'n keukentje, ika-ika-keukentje
'k
Mis in m'n keukentje alleen nog een prinses
Terug
naar overzicht
Ik
heb een kleine mandoline
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
Ik
heb een meisje dat zeldzaam muzikaal is,
Gaan
we des Zondags naar 't Gooi of Wijk aan Zee,
Maak
ik muziek, wat toch der verliefden taal is,
Daarvoor
gaat altijd ons instrumentje mee.
Refrein:
'k
Heb een aardig kleine, bruine mandoline,
Didl
didl dim dim didl didl dim dim
Didl
didl dum !
Die
bespeel ik samen met mijn Josephine,
Didl
didl dim dim didl didl dim dim
Didl
didl dum
!
'k
Haal uit haar de allerleukste melodietjes,
Didl
didl dim dim didl didl dim dim
Didl
didl dum !
U
begrijpt verkeerd misschien,
‘k
Speel niet op mijn Josephien,
Maar
'k speel op mijn kleine bruine mandolien !
't
Is wonderbaarlijk hoe ons instrumentje,
Streng
reageert op m'n meisje en mijn humeur.
't
Is eigenaardig, zoo’n instrumentje kent je,
Want
als we kibb'len, dan speelt ze in mineur.
Refrein
Als
er een snaar springt, dan komt er meestal ruzie,
t
Is of 't in liefde een barometer is.
Ons
mandolientje trekt zuiver de conclusie,
Want
ze speelt lieflijk als d'r stemming beter is.
Refrein
Ik
heb maar vijf gulden vierentachtig
(uitvoering Max van Praag en
Accordeola)
Je
hebt me voor 't eerst in een foto gezien
Maar die was helaas niet van mij
Je zag me direct toen voor vol aan, misschien
En dacht: Da's een goeie partij
Toen zag ik je weer en het boterde wel
En na die beslissende zoen
Zei ik, toen ik diep in je kijkertjes keek
'k Moet jou een bekentenis doen
Refrein:
'k Heb maar f 5,84
En toch hou ik zo veel van jou
'k Beteken niet veel in de maatschappij
'k Ben lang niet zo lief en zo aardig als jij
En toch zou'k voor jou willen zorgen
Van de avond tot de morgen
Maar wat doe jij als ik zeggen zou
'k Heb f 5,84, ja f 5,84, 'k heb f 5,84
Maar ik hou zo van jou
Je
geloofde me niet en je olijke snuit
Keek zorgeloos lachend mij aan
Ik nam toen een zeer onvoorzichtig besluit
We zijn aan de boemel gegaan
We dronken champagne en fijne likeur
De ober was vriend'lijk en net
Totdat deze knaap met de rekening kwam
Want toen was het uit met de pret
Refrein
Ik
heb mij sindsdien niet aan jou meer vertoond
Daar gingen veel jaren voorbij
Ik weet notabene niet eens waar je woont
En, meisjelief, ben je nog vrij
Als jij dan wellicht ook wat guldentjes hebt
Om hutje bij mutje te doen
Dan was ik pas rijk omdat jij van me houdt
En ik ruil je niet voor een miljoen
Refrein
Terug
naar overzicht
Ik
heb me geschaamd dat ik Hollander was
(George Hofmaan, tekst Michel van
der Plas)
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
Ons
landje staat weer alle dagen
In
't teken van de politiek
Elk
ogenblik is er een crisis
Onder
de konkelende kliek
Het
landsbelang is hun maar bijzaak
Dat
diend' hun enkel aan 't begin
Als
inzet bij het vunzig gokspel
Om
macht en politiek gewin
Refrein:
Maar
ginds, in de volkrijke venen van Drenthe
Heeft
moordende armoe z'n intree gedaan
Daar
leven de mensen als beesten in holen
Met
schamele vodden van kleren slechts aan
De
honger schrijnt wee in hun magere lijven
En
toen ik dat droeve ellendebeeld las
Toen
zat ik versuft, met een traan in m'n ogen
En
'k heb me geschaamd dat ik Hollander was
Soms
twist men hier om een gezantschap
Soms
om een and're kleinigheid
Doch
steeds om politieke bijzaak
Waar
't landsbelang maar onder lijdt
En
is hun crisis weer ten einde
Regeert
er weer zo'n kletsend stel
Dan
is 't om staatsgeld uit te geven
Voor
militair paradespel
Refrein
Kom,
burgers, laat ons zelf dan tonen
Dat
plichtsbesef bij ons nog leeft
Wist
af die nationale schande
Geeft...
elk die iets te missen heeft
Al
zijn het ook beroerde tijden
Een
toekomst die niet veel belooft
Gij
hebt tenminste nog te eten
En
ook een dak nog boven 't hoofd
Refrein
Terug
naar overzicht
Ik
heb mijn hart in Zierikzee verloren
(Kees Pruis)
(met
dank aan Inez voor de tekst)
't
Was in de mob'lisatie,
Ik
lag in Zierikzee;
Mijn
hart zocht naar verstrooiing,
Voor
mob'lisatiewee!
Toen
leerde ik haar kennen,
Dat
Zeeuwse "prachtstuk" meid;
En
sinds dien tijd, vol zaligheid,
Ben
ik mijn harte kwijt!
Refrein:
Ik
heb mijn hart in Zierikzee verloren,
't
Was in een zwoele zomernacht!
Ik
was verliefd tot over beide ooren,
Jij
frissche Zeeuwse weet niet hoe ik smacht!
Want
toen wij afscheid namen bij de haven,
Nam
'k in mijn hart de beelt'nis met mij mee.,
Van
jou frisch mondje en je blanke armen,
Mijn
hart dat slaat voor Zierikzee
Was
soms mijn kuch oûbakken,
Of
soms de snert niet gaar;
Dan
wist ik dat mijn kliekje,
Stond
bij mijn Zeeuwse klaar!
En
had mijn harde stroozak,
Mij
slaap tekort gedaan;
Dan
vulde dat, mijn Zeeuwsche schat,
D'r
moll'ge armen aan!
De
vrede is gekomen,
Het
afscheid viel ons zwaar;
Twee
kilometer zoenen,
Nam
ik van 't lippenpaar!
Mijn
ransel en mijn liefde,
Nam
'k mee naar Amsterdam;
Vroeg
men om mij heen, waarom bleef j' alleen?
Verteld'
ik hoe het kwam.
Wanneer
men mij gevraagd heeft,
Waarom
ik haar niet trouw?
Als
'k zoo krankzinnig veel houd,
Van
deze frissche vrouw!
Dan
gaf ik steeds tot antwoord:
Het
kon mijn vrouw niet zijn;
Omdat
zij was, omdat zij was;
De
vrouw van mijn kaptein!
Terug
naar overzicht
Ik heb mooi tulpen
(Helma en Selma)
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
Op het plein voor het station daar
staat een kraam met mooie bloemen
Rode, witte, gele, blauwe, veel te
mooi om op te noemen
En te midden van die bloemen staat een
meisje fris en blozend
Ik vind haar het mooiste van al, nog
mooier dan de mooiste roos
In haar kraam, die geurt en kleurt,
verkoopt zij lente dag aan dag
En ze geeft een iedere koper goeie
raad met blijde lach
Refrein:
‘k Heb mooie tulpen, hyacinten en
narcissen
Ze komen vers uit de veiling van Lisse
Dan heb ik rozen, die rooie en witte
Zeg het met bloemen, ze spreken tot
het hart
Ik heb bloemen voor verloofden en zij
zeggen: “Ik heb je lief”
Voor hen die hun harten beloofden, ook
de kleine vergeet-mij-niet
’t Lieve kinde tussen de bloemen deed
mijn hart toch zo vlug kloppen
En ik moest haar wel vragen, kon dat
kloppen niet meer stoppen
Toen ‘k haar op een dag mijn vuur’ge
liefde staam’lend ging verklaren
Zei ze: ”Och m’n jongen lief, waarom
hebt jij zo’n tijd gewacht
‘k Zoek allang een man met wie’k m’n
hart en zaken delen mag
Dus van toen af klinkt op het pleintje
dit duet iedere dag
Refrein
Terug
naar overzicht
Ik
heb niet gewandeld op rozen
(tekst:Pa
Kartner, vader van Pierre Kartner/muziek: Michel de Cock/uitvoering: Max
van Praag/Jan Gorissen)
(met
dank aan Marc Blokland (†) voor het sturen van de tekst)
Ik
was pas een meisje van zeventien jaar,
Zo
blank als een sneeuwbal zo rein,
Nog
onbewust droomde 'k van liefde en geluk,
Niets
afwist van 's werelds venijn,
Toen
heb ik als bakvisje dartel en blij,
Mijn
onschuldig huidje verpand,
Aan
hem, waar 'k van hield en hij ook van mij,
Ik
was trots op mijn luitenant.
Refrein:
'k
Heb niet gewandeld op rozen,
Mijn
visioen was maar schijn,
Liefde,
geluk zijn vervlogen,
'k
Mocht bij mijn Freddie niet zijn.
Hij
die mij plechtig beloofde,
Hij
die mij zijn woord gaf van eer,
Hij
die verwoeste de zon van mijn leven,
Hij
is niet meer.
Het
vaderland riep hem zijn heilige taak,
Hij
deed wat zijn plicht hem gebood.
Hij
streed als een held, tot op zekere dag,
Hij
zelf door een kogel werd gedood.
Vaarwel
vrije liefde, zoek nu je fortuin,
Weg
ouders, weg jeugd, weg mijn eer.
Gebukt
onder 't juk van verloren geluk,
De
vrucht van de schande doet zeer.
Refrein
Zo
sleept mij het noodlot door 't slijk van dees aard,
Mijn
jeugd ging vergiftigt voorbij.
Geen
blik van fatsoen lijkt geen mensen meer waard,
Erbarmen
heeft niemand met mij.
Niemand
die beseft wat een arme vrouw,
Gehuld
in het zondige kleed,
Moest
boeten voor een kleine misstap,
Die
ze eenmaal in haar leven misdeed.
Refrein
Terug
naar overzicht
Ik
kom bij jou terug (Max van Praag)
(met
dank aan Betsy van Dijk voor het sturen van de tekst)
Refrein:
Ik
kom bij jou terug,
Al
duurt het lang,
Wees
maar niet bang,
Wees
maar niet bang.
Al
vaart m'n schip ook steeds,
Van
oost naar West,
Bij
moeder thuis,
Is
't altijd weer 't best
Want
een zeeman houdt van varen,
Varen,
varen
En
al duurt het soms ook jaren
Hij
komt toch steeds terug !
Jagende
wolken, beukende golven
Storm
is 't op zee,
Angstige
vrouwen zitten dan thuis,
Varen
in gedachten mee.
Maar
voor de zeeman zingen die golven
Steeds
hetzelfde lied
Hij
denkt weemoedig aan
Die
hij achterliet.
Refrein
Terug
naar overzicht
Ik
kom naar huis (uitvoering Joop de Knegt)
Refrein:
Ik kom naar huis
M'n Marjolein
Zal jou weer lang en lekker zoenen in de maneschijn
Ik kom naar huis
Het wordt weer feest
Vergeet 't niet m'n schat ik hou van jou het meest
Ik
voel me eenzaam, m'n lieve schat (m'n lieve schat)
Zou kunnen huilen, zeg weet je dat (zeg weet je dat)
Soldaatje spelen, is niks voor mij
Maar nog enkele dagen dan is 't voorgoed voorbij
Refrein
De
laatste dagen duren zo lang (duren zo lang)
Dat komt omdat ik naar jou verlang (naar jou verlang)
Ik moest je missen, m'n Marjolein
Maar 't duurt niet lang meer dan zal ik weer bij je zijn
Refrein
Vergeet
't niet m'n schat ik hou van jou het meest
Terug
naar overzicht
Ik mag niet van mijn moe
(met
dank aan Wim van Asch voor het sturen van de tekst)
Ik ben een ouderwetse man en keurig
opgevoed,
Die nooit iets ondoordacht en zonder
raad van moeder doet.
Mijn moeder heeft altijd gezegd, ik
houd je kuis en rein,
Ik wil niet dat je wordt, zoals zo
vele anderen zijn.
Ik houd je ver van alles, wat je deugd
brengt in gevaar,
Zodat ik jouw eer en ook mijzelf
ergernissen spaar.
Zo komt het dat ik nooit onreine,
slechte dingen doe,
En als ik die zou willen doen, ik mag
niet van mijn moe.
Refrein:
Turelurelu tu tu, turelure lu tu tu
......
Mijn moeder kiest nauwkeurig uit de
krant, die ik lezen moet.
Zij zegt, die is te blauw en die te
groen, maar die is goed.
En slechte boeken geven voedsel aan
mijn jeugdig vuur
En daarom lees ik alleen maar kuise
jongeling lectuur.
Mijn moeder zegt: ,,die films die zijn
voor mannen een gevaar",
Daaróm zie ik alleen maar films
gekeurd voor veertien jaar.
Moe zegt dat Marlène Dietrich en Mae
West is vies gedoe.
En ik zou ze wel eens willen zien,
maar ik mag niet van mijn moe.
Refrein
Als ik met moe naar een badplaats ga,
dan wil ze hebben dat,
Ik wel ga zwemmen, maar ik mag alleen
in het mannenbad.
Moe zegt gemengde baden is niets voor
een nette man,
Want die moderne vrouwtjes hebben toch
zo weinig an.
Ik mag zelfs niet gaan kijken, want
moe zegt dat is niet fijn,
Da's te verleidelijk en zelfs,
gedachten zijn onrein.
Mijn moeder wil het niet hebben, dus
ik ga er niet naar toe,
Ik zou ze wel eens willen zien, maar
ik mag niet van mijn moe.
Refrein
Terug
naar overzicht
Ik
min haar
(tekst
Madame Ellegiers)
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
Ik
min haar, ik heb haar zoo lief,
Ja
z' heeft er mijn hart ingenomen,
Ik
zie haar steeds in mijne droomen,
Och
zij is mijn hartedief.
Aan
haar is ook gansch mijn gedacht,
Ook
is 't voor haar dat ik wil leven,
Kon
zij mij maar wedermin geven,
Z'
is toch zoo schoon, zoo lief en zacht.
Refrein:
Ach,
in mijn droom,
Is
zij zoo schoon,
Vol
minnegloed,
Is
zij zoo zoet.
Haar
blauwe oog,
Dat
nooit niet loog,
'k
Min haar zoo teer,
Geen
ander meer.
Wanneer
ik haar stemme aanhoor,
Die
klinkt dan in zoete akkoorden,
En
fluistert mij dan zoete woorden,
Die
streelt mij de zinnen en 't oor.
'k
Aanbid haar, ach met gansch mijn hart,
't
Is zij die mij weet te streelen,
En
om hare liefde te deelen,
'k
Vergeet er verdriet en mijn smart.
Refrein
Wanneer
hare lippen zoo rein,
Een
kus op mijn wang komt te drukken,
Dit
kan mijn jong hartje verrukken,
Ik
denk dan zij moet aan mij zijn.
Met
haar engelen schoon gelaat,
Is
zij die mij 't meest kan bekoren,
Ach
kon zij mijn klachten aanhooren,
Voor
haar is 't dat mijn boezem jaagt.
Refrein
Terug
naar overzicht
Ik mottemottemot geen paling
(Jaap Valkhoff)
(met
dank aan Wim Luijken voor het sturen van de tekst)
Anneliesje was een meisje van even
achttien jaar,
Met mooie blauwe ogen en massa krullend
haar.
Maar ze had een klein gebrekje,
Ik vertel het u terstond,
Wanneer haar moe de paling kocht
Dan gilde ze in 't rond:
Refrein:
Ik mottemottemot geen paling,
'k Heb maling aan paling,
Ik heb er al m'n buik van vol, m'n buik
van vol, m'n buik van vol.
't Zijn van die vieze beesten,
Zo dik zijn de meeste.
Ze kriebelen en draaien heen en weer,
Ik mottemottemot geen paling meer !
Anneliesje kreeg verkering,
Met een palingboer.
Om aan zo'n vent te wennen,
Dat was een hele toer.
Hij gaf haar een presentje,
Tien palingen in een bos,
Maar toen ze naar die paling keek,
Toen brulde ze er op los:
Refrein
Anneliesje is gaan trouwen
En toen ze in de nacht
Door haar lieve brui'gom
Naar bed toe werd gebracht,
Toen zei ze: "Lieve jongen,
Doe nou maar wat je wil"
Maar midden in de nacht hoorden
De buren plots een gil:
Refrein
Terug
naar overzicht
Ik
sta op wacht
(tekst: Stan Haag/muziek: Andre de
Ruff en Jack Schotte/uitvoering: Joop de Knegt)
Refrein:
Ik
sta op wacht
En
denk aan jou
Je
schreef me af
Bleef
mij niet trouw
Ook
een soldatenhart
Is
niet van steen
Waarom
schreef jij die brief
En
liet mij zo alleen
Ik
sta op wacht
Mijn
hart doet pijn
Krijg
ik verlof
Dan
staat er niemand bij de trein
Ik
had gehoopt
Dat
jij op mij zou wachten
Maar
jij kreeg plotseling
Andere
gedachten
'k
Heb mij vergist in jou
Mijn
Marjolein
Het
valt niet mee
Om
weer alleen te zijn
Refrein
Ook
een soldatenhart
Is
niet van steen
Waarom
schreef jij die brief
En
liet mij zo alleen
Ik
sta op wacht
Mijn
hart doet pijn
Krijg
ik verlof
Dan
staat er niemand bij de trein
Bij
de kazernepoort
Sta
ik nu steeds te dromen
Ik
zie daar meisjes gaan
En
ook weer komen
Jij
bent er niet meer bij
Mijn
Marjolein
Zoals
't was
Zo
zal het nooit meer zijn
Refrein
Ik
sta op wacht
Mijn
hart doet pijn
Krijg
ik verlof
Dan
staat er niemand bij de trein
Terug
naar overzicht
Ik tel de knopen van m'n jas
(tekst: Bob Bleyenbeg / muziek: Franz Grothe)
(Uitvoering: Annie de Reuver met The Skymasters en Jenny Roda met het
Orkest Zonder Naam)
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
Ik tel de knopen van mijn jas
Ja, nee, ja, nee, ja...
Of ik in jouw hart wel pas,
Ja, nee, ja, nee, ja...
Worden jij en ik een paar ?
Ja, nee, ja, nee, ja...
Ik loop steeds met een gulden in mijn
hand
En gooi die telkens kruis of munt
Ik kijk of het gebruik mij tegenlacht
En jij mij door het noodlot wordt
gegund
Dus tel ik de knopen van mijn jas
Ja, nee, ja, nee, ja...
Of ik in jouw hart wel pas
Ja, nee, ja, nee, ja...
Dan ben ik pas in mijn sas
Ja, nee...JA !
Ik ben toch zo verliefd
Op wie ? Op jou !
En vraag mijzelf steeds af:
Word ik je vrouw.
Zo speel ik dag aan dag een spannend
spel
In deze liefdesloterij
Ik speel met hart en ziel, want lieve
schat
De hoofdprijs, die er in zit, die ben
jij !
Terug
naar overzicht
Ik
wacht op jou (Aloha he)
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
Morgenvroeg
vertrekt jouw schip naar zee.
Als
het kon dan ging ik met je mee.
Dicht
bij jou kan ik gelukkig zijn,
Daarom
doet ieder afscheid weer pijn.
Refrein:
Ik
wacht op jou en blijf je trouw,
Kijk
uit de zee zit altijd vol gevaren.
Toe
kom weer vlug bij mij terug,
Ik
ben zo eenzaam zonder jou.
Nou
tabee vaarwel het ga je goed.
Denk
aan mij bij alles wat je doet.
Afscheid
nemen brengt verdriet en pijn,
’k
Zou zo graag dichtbij jou willen zijn.
Refrein
Eenmaal
worden al mijn dromen waar,
Dan
zijn wij voor altijd bij elkaar.
Wordt
de pijn die ik steeds heb gevoeld,
Door
een zee van geluk overspoeld.
Refrein
Ik
ben zo eenzaam zonder jou
Terug
naar overzicht
Ik
wil kussen (Tekst en muziek: Pisano/Dunk/Koopmans)
Heel
mijn leven was eentonig
Elke
dag dezelfde sleur
Tot
ik jou die dag ontmoette
Alles
kreeg een and're kleur
't
Leven ging toen mooier lijken
'k
Voel me rijker dan de rijke
Ik
wil dansen, lachen, springen
Want
ik heb zo'n goed humeur
Refrein:
Waarom
loop ik toch te zingen
Waarom
doe ik rare dingen
'k
Ben verliefd, 'k ben verliefd
't
Kan niet anders, ik ben verliefd
Ja,
ik wil 't heus wel weten
'k
Heb geen tijd meer om te eten
Ik
wil je kussen, kussen, kussen
Ik
wil je kussen, ik ben verliefd
Strakjes
komt hij mij weer halen
En
dan gaan we samen uit
'k
Voel m'n hart steeds sneller kloppen
En
ik weet wat dat beduidt
Heel
misschien zal hij in 't laantje
Bij
't licht van 't volle maantje
Zachtjes
fluist'rend aan mij vragen:
"Lieveling,
word je m'n bruid ?"
Refrein
(2x)
Terug
naar overzicht
Ik
wou maar dat ik een vogel was (Lou Bandy)
(met
dank aan Marc Blokland
(†)
voor
het sturen van de tekst)
Laatst
vroeg een bedelaar hier aan mijn vrouw
Die
juist een mus op straat voer geven wou
Juffrouw,
toe help me toch, maar ze zei: neen
Toen
zong de bedelaar zacht voor zich heen
Refrein:
'k
Wou maar dat ik een vogel was
Twiet,
twiet, twiet, twiet, twiet
Met
zo'n lekkere veren jas
Twiet,
twiet, twiet, twiet, twiet
'k
Vloog de wereld door zonder pas
Enkel
met mijn lied
Op
mijn dooie gemak
Van
de hak op de tak
Twiet,
twiet, twiet, twiet, twiet
Als
ik een lijster hoor, zo goed van toon
Vind
ik mijn eigen lied maar heel gewoon
Een
lijster is een beest, waar ik graag mee ruil
Helaas
ik ben een mens, een reuze uil
Refrein
Als
ik een vogel was, wist ik wel raad
Pikt'
al de zaadjes weg van rassenhaat
En
voel ik dierenliefde koud als een steen
'k
Vloog over grenzen en door muren heen
Refrein
Terug
naar overzicht
Ik zag een kleine wagen,
lieveling
(uitvoering: The Ramblers)
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor
het sturen van de tekst)
Ik heb zojuist ons geld nog even
nageteld
't Is meer dan ik had durven hopen
We gaan voor jou en mij
En baby ook erbij
'n Mooie kleine luxe wagen kopen
'k Zag een leuke kleine wagen
En ik zou je willen vragen, lieveling
Meer dan ik ooit durfde hopen
Zullen wij die wagen kopen, lieveling
Ga nu even met me mee
Kijken naar die mooie slee
Onze vrienden zie'k al lonken
Als we met die wagen pronken, lieveling
Iedereen zal ons benijden, lieveling
Als wij samen, zij aan zijde
Onze baby laten rijden
Vrolijk kraaiend alle dagen
In die mooie kinderwagen, lieveling
Wij waren met ons twee
Gelukkig en tevree
Toen kwam de baby ons verblijden
Nu voelen wij ons rijk
En geven daarvan blijk
Door samen met de Rolls-Royce uit te rijden
Onze vrienden zie'k al lonken
Als we met die wagen pronken, lieveling
Iedereen zal ons benijden, lieveling
Als wij samen, zij aan zijde
Onze baby laten rijden
Vrolijk kraaiend alle dagen
In die mooie kinderwagen, lieveling
Terug
naar overzicht
Ik
zal jou nooit meer vergeten
(uitvoering: Annie Palmen)
Ik
zal jou nooit, nooit, nooit meer vergeten,
Omdat ik veel, veel, veel van je hou.
En ik wil jou, jou, jou alleen beloven
Dat ik met jou, met jou, met jou, met jou graag trouw
En worden wij, wij, wij dan samen bruidspaar,
Dan zijn wij altijd, altijd, altijd bij elkaar.
Alle mooie bloemen bloeien eeuwig voor ons beiden.
Duizend melodieën klinken dan voor jou en mij.
Ik zal jou nooit, nooit, nooit meer vergeten,
Omdat ik veel, veel, veel van je hou.
En ik wil jou, jou, jou alleen beloven,
Dat ik met jou, met jou, met jou, met jou graag trouw.
En worden wij, wij, wij dan samen bruidspaar,
Dan zijn wij altijd, altijd, altijd bij elkaar.
En ik wil jou, jou, jou alleen beloven,
Dat ik met jou, met jou, met jou, met jou graag trouw.
En worden wij, wij, wij dan samen bruidspaar,
Dan zijn wij altijd, altijd, altijd bij elkaar.
Terug
naar overzicht
Ik zie de zon
(tekst en muziek: Eddy Christiani, Ronny Luco en Han Dunk/uitvoering The
Ramblers en Wim Poppink)
(met dank aan Ingrid Ouwrkerk voor het sturen van de tekst)
Oh, oh, wat bar slecht weer.
Is 't alle dagen !
Zo hoort men oh zo vaak
De mensen klagen.
Maar ik heb maling aan de barometer !
Ik zing en fluit m'n liedje door de
ether:
Refrein:
Ik zie de zon
Al schijnt ze niet.
'k Jubel het uit, 'k zing en ik fluit
Het hoogste lied.
Ik zie de zon,
'k Ben altijd blij, daar 't leven mij
Steeds tegenlacht
'k Ben optimist van huis uit steeds
geweest !
Ik zie de zon,
Al schijnt zij niet.
'k Jubel het uit, 'k zing en ik fluit
Het hoogste lied !
Vind ik een dwangbevel soms bij m'n
brieven
Dat kan mijn goed humeur toch nimmer
grieven
'k Laat met een lach de deurwaarder
steeds binnen
Om samen met mij dit refrein te
zingen:
Refrein
Terug
naar overzicht
Ik
zie je wel bij de waterval
(Kees
Manders)
Er
was een hij, er was een zij,
Een mooie dag in mei.
En hij en zij, dus allebei,
Zij waren vrij en blij.
Ze ging voorbij, hij keek opzij,
Ze lachten allebei.
Hij vroeg: "Ben je vanavond vrij ?"
En weet u wat zij zei ?
Refrein:
Ik
zie je wel bij de waterval,
De waterval, de waterval.
Ik zie je wel bij de waterval,
Vanavond in het dal.
Want heus m'n schat, bij maneschijn,
Kan het er zo gezellig zijn.
Ik zie je wel bij de waterval,
Vanavond in het dal.
En
's avonds bij de waterval,
Kwam het verliefde paar.
En kleine amor wist het al,
Hij hield zijn pijltjes klaar.
Want daar beneden in 't dal,
Houdt Amor van geschiet,
Daar bij die oude waterval,
Herhaalt zich vaak dit lied:
Refrein
Terug
naar overzicht
Ik
zit op mijn balkonnetje
(Tekst:
Harry Hilm en Rido/muziek: Harry Hilm/uitvoering: Heintje
Davids)
Ik
ben in 't heden steeds tevreden, hoor mijn betoog
Wat
de aard' ook bewoog
Mij
gaat geen zee te hoog
'k
Raak niet in de war al gaat het vaak al te bar
'k
Hou ze bij het grootst gevaar allemaal bij elkaar
Refrein:
Ik
zit op mijn balkonnetje te bruinen in het zonnetje
Hoera!
Hoera! Hoera
Ik
ben zo blij met 't zonnetje op mijn klein balkonnetje
Hoera!
Hoera! Hoera
En
regent 't ook de hele week, de hele week, de hele week
Dit
alles brengt me niet van streek
Dat
helpt me toch geen steek
Want
morgen schijnt het zonnetje weer op mijn balkonnetje
Hoera
! Hoera ! Hoera
!
Velen
streven naar een leven, gecompliceerd
Maar
wie zo iets begeert
Die
begrijpt het verkeerd
Z'hebben
allemaal'n perm'nente zenuwenkwaal
Ik
vind alles even mooi, ik raak niet uit de plooi
Refrein
Geld
verliezen en dan kniezen, 'k denk er niet an
Omdat
de hele pan
J'toch
niet meenemen kan
Ied're
zonnestraal is voor mij een kapitaal
En
mijn zonnebruinerij is nog belastingvrij
Refrein
Dollars,
nylons komen bij ons door 't Marshallplan
'k
Heb, wat zeg je ervan
Heus
daar glad maling an
Dollars
heeft geen zin, die pikt vriend Lieftinck wel in
En
op nylons ben'k niet tuk, ik heb maar een geluk
Refrein
Terug
naar overzicht
Ik zoek een meisje (Willy Derby 1937)
(met
dank aan Moena de Koning voor het sturen van de tekst)
(en Marc Blokland
(†) , Corry Verhoeven
en Betsy
Jan zocht een meisje naar zijn zin,
Maar slaagde er nog steeds niet in,
Toen las men weldra in de krant,
Gezocht een meisje uit goeden stand.
Zij hoeft niet mooi te zijn of slank,
Maar ook niet mager als een plank.
Als zij maar lekker koken kan,
Dan word ik heel graag haar man.
Refrein:.
Ik zoek een meisje, wie durft het nu met
mij aan,
Om met een flinke man als ik naar
het stadhuis te gaan.
Een kippig haantje breng ik in m'n
uitzet mee,
Nu nog een lieve vrouw, dan is de
zaak oké.
Er kwamen brieven per dozijn,
Van lieve meisjes groot en klein.
Ze stuurden er ook foto's bij,
Dat maakte Jan geheel niet blij.
Hij wist niet wie hij kiezen zou,
Wie moest er worden nu zijn vrouw ?
Hij sliep geen nacht, hij at niet
meer,
Men las in de kranten weer:
Refrein
Zij meldden zich persoonlijk aan,
Misschien zou het nu beter gaan.
Geverfd, gebleekt, zo kwamen zij,
Ook blond en zwart was er veel bij.
Toen Jan in al die ogen keek,
Werd hij van al die Rimmel bleek.
Ik zoek een vrouw zo schreeuwde hij,
Maar toch heus geen schilderij !
Refrein
Terug
naar overzicht
Ik
zoek een meisje te trouwen
(met
dank aan Marc Blokland
(†)
voor het sturen van de tekst)
Ik
heb veel geleerd, veel geprofiteerd
Van
het vrouwelijk schoon
'k
Heb veel lief gehad en gestoeid
Maar
nog nooit heeft een vrouw mij geboeid
Want,
'k ben nog vrijgezel en het huw'lijksspel
Trekt
me vreselijk aan
'k
Wil zo graag trouwen maar tot mijn verdriet
Wat
ik wil hebben dat vind ik maar niet.
Refrein:
Ik
zoek een meisje te trouwen jong en rein
Zij
moet heel veel van me houwen en aardig zijn
Zij
hoef geen briljanten te dragen ook geen zij
Ik
zoek een meisje dat houd alleen van mij.
Ik
heb veel gevoel, heus een heleboel
Voor
het sterke geslacht
Ik
heb veel gekust en gestoeid
Maar
nog nooit heeft een man mij geboeid
Want,
ach het huw'lijksspel dat bevalt me wel
Ja
het trekt me wel aan
'k
Wil wel graag trouwen maar tot mijn verdriet
Wat
ik wil hebben dat vind ik maar niet.
Refrein
Terug
naar overzicht
Ik zou zo graag naar huis
toe gaan
(Eddy Christiani)
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
Ik weet ik deed jou veel verdriet
Toen ik in drift het huis verliet
Maar ik had direct al spijt
Ik ben zo eenzaam sinds die tijd
Refrein:
Ik zou zo graag naar huis gaan
Maar steeds mis ik de moed
Soms bel ik 's avonds thuis aan
Maar blijf niet wachten tot je open doet
Dan loop ik vlug weer verder
Alleen maar denkend aan jou
Ik heb bloemen meegenomen
Laat mij weer bij je komen
Nu weet ik pas hoeveel ik van je hou
Als ik alleen maar weten zou
Dat jij me nu nog hebben wou
Maar ik ben zo dom geweest
Eigen schuld die kwelt het meest
Refrein
Terug
naar overzicht
In de
bajes
(met dank aan Hanneke Peters voor
het sturen van de tekst)
De bajes is een groot gebouw,
Wat je zo niet zeggen zou.
Vier vleugels telt men, twee aan twee
A, B, C en D.
Het zit er vol met dieven en zo voort
Enkele voor moorden.
De meeste echter hebben kromme handen,
In naam der Koningin der Nederlanden.
Des morgens om zes uur gaat de bel,
Dat maakt een leven als een hel.
't Is een teken dat je op moet staan,
Dan trek je gauw je bajespakkie aan.
Je maakt je cel een beetje schoon
En scheurt een blaadje van de
kalender.
Je zet je kiepelton op de verande,
In naam der Koningin der Nederlanden.
De kleding is er ook zo net,
Het boterpotje is je pet.
Je tronie daar hangt een lapje voor,
Twee gaatjes en daar kijk je door.
Je broek is een duim of tien tekort,
Daaronder een paar reuzenklompen
En een jasje zonder panden,
In naam der Koningin der Nederlanden.
Veel onderscheid, daar maakt men niet,
Al is men buiten nog zo'n grote Piet.
Of je een hoed draagt of een pet,
Je slaapt toch allen op hetzelfde bed.
Een ieder krijgt een houden mes,
Dat hij zijn nek niet af zal snijden
En een houten lepel voor het
beschadigen van je tanden,
In naam der Koningin der Nederlanden.
Het eten is er ook zo fijn,
Dat zie je wel aan die dikke kop van
mij.
Het slechtste wat te eten is,
Dat krijg je in de gevangenis.
De piepers zijn er ook zo glad,
Dat ze glijden tussen je tanden,
Ze donderen maar wat rotzooi door
elkaar,
In naam der Koningin der Nederlanden.
Bruine bonen is de fijnste pan,
Daar houdt een ieder wel van.
Ze smaken wel een beetje naar klei,
Dat zeg ik en blijf erbij.
Doch als de bewaker komt,
Om ze door je schaftkep te steken,Dan
grijp je met allebei de handen,
In naam der Koningin der Nederlanden.
Eindelijk is die blijde tijd nabij,
Dat wij vertrekken van die
zakkenplakkerij.
Dan kom je voor een groene tafel te
staan,
Daar zitten zes of zeven heren aan,
Die helpen je waarschijnlijk aan een
baan
Van tien of twaalf gulden
Om te profiteren van je zweet en
handen,
In naam der Koningin der Nederlanden.
Eindelijk is die blijde morgen daar,
Dan leg je burgerpakkie klaar.
Om zeven uur dan halen ze je uit de
cel,
Een beetje bajesjongen snapt het wel.
Om acht uur sta je kant en klaar,
Om af te presenteren.
Om tien uur krijg je je boevenpas in
de handen,
In naam der Koningin der Nederlanden.
Terug
naar overzicht
In
de bus van Bussum naar Naarden
(uitvoering: Helma en Selma
en ook door Maria Dieke en The Skymasters)
Refrein:
't
Kwam in de bus
In
de bus van Bussum naar Naarden
Voordat
ik het wist
Nooit
zal ik die rit vergeten
Dat
ik naast jou heb gezeten
Jij
keek mij aan
Ik
keek jou aan
Een
schok en toen
In
de bus van Bussum naar Naarden
Kreeg
ik d' eerste zoen
't
Is al haast een jaar geleden
Dat
wij toen tezamen reden
'k
Weet nog goed, hoe we toen deden
Alsof
't gist'ren was gebeurd
Refrein
Vaak
had ik je al zien lopen
Hield
m'n hartje voor jou open
Maar
ik durfde niet te hopen
Dat
het zo gezwind zou gaan
Refrein
In
de bus van Bussum naar Naarden
Gaf
jij mij een zoen
Terug
naar overzicht
In de cafetaria van Milano
(tekst Jack Bes / H. Lang / Uitvoering: Bob Scholte)
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
Ik heb Rome gezien
'k Ben in Napels geweest
En de schoonheid der Rivièra
Staat nog altijd voor mijn geest.
Maar ik droom van Milaan
Want daar keek je me aan
En daar heb ik ook je blik verstaan.
Refrein:
In Milano, in een cafetaria
Zat ik met jou - Bella Maria
Ik sprak Nederlands,
Jij alleen maar Italiano
In de cafetaria van Milano !
Bij Cinzano zei ik zachtjes "Amore",
Toen knikte jij: "Si, si, Signore !"
Daarbij speelde een pianino zeer piano
In de cafetaria van Milano !
A-aah......Maria !
A-aah......Maria !
En de liefde sprak Nederlands en
Italiano
In de cafetaria van Milano !
Terug
naar overzicht
In
"De dorstige Prins"
(tekst/muziek:
G.W. Loovendaal/J.C. Andreae)
In
"De dorstige Prins",
Het
kroegje daarginds,
Daar
pikte ik zo'n menig zoet graantje,
Dronk,
tijd of geen tijd,
Er
mijn dubbelgebeid,
Verleidelijk
lekte-er het kraantje,
Ik
heb er geklonken,
Bij
vedel en fluit,
En
menige duit,
Heb
ik er ja, ja ! Fideldi, fidelda !
Heb
ik er verdronken, Ach, ja !
Heb
ik er verdronken, Ach, ja !
Ja,
"De dorstige Prins",
Het
kroegje daarginds,
Daar
kom ik nog dikwijls beneven;
Dan
raas ik van spijt:
"In
het lor, dat daar leit,
Zijn
al mijne stuivers gebleven !"
De
waard op zijn muiltjes,
Die
kuiert er voor;
Maar
ik knijp er van door,
Al
grinnikt ha, ha ! Fideldi, fidelda !
Al
grinkt hij vuiltjes, Mij na.
Al
grinkt hij vuiltjes, Mij na.
In
"De dorstige Prins",
Het
kroegje daarginds,
Dat
kun je me zeker geloven,
Daar
zonk in de kan,
O
zo menig goeman,
Allenig
de waard dreef naar boven,
Ik
zag er bij 't klinken,
Wel
ruiter en paard,
En
hofstee en haard,
In
't glaasje ra, ra ! Fideldi, fidelda !
In
't glaasje verzinken, Ach ja !
In
't glaasje verzinken, Ach ja !
Maar
"De dorstige Prins",
Het
kroegje daarginds,
Dat
kan me niet langer bekoren;
Ik
heb er mijn lust,
Mijn
geld en mijn rust,
In
't bodemloos vaatje verloren,
De
waard met zijn bende,
Die
speelt er niet meer,
Van
mijn loontje mooi weer,
Als
ik van la, la ! Fideldi, fidelda !
Als
ik van ellende, Verga.
Als
ik van ellende, Verga.
Terug
naar overzicht
In de gangen van het
Concertgebouw
(Jean-Louis Pisuisse 1880 - 1927)
(met dank aan Jeanne Albers voor het sturen van de tekst)
Als de helft van 't program is
afgeleverd
En de pauze wordt geannonceerd
Dan is het smartelijk verbeid moment
gekomen
Dat men eind'lijk zich werkelijk
amuseert
Als het publiek vliedt ijlings door de
deuren
't Is een drijven, drukken, dringen
mensen-douw
Naar de pauzeparade in de gangen
In de corridors van het Gebouw
Want daar zie je zoveel interessante
mensen
Mondain, geleerd, professioraal
Mensen met fameuze koppen
Muzikaal, kolossaal, fenomenaal
Daarom voel j'er jezelf ook zo enorm
Dat je nauw'lijks iets bemerkt van
warm of kou
Bij de pauzeparade in de gangen
In de corridors van het Gebouw
Deftig drentelt men in drommen op en
neder
Of men staat zich t'exposeren langs de
wand
En men zorgt daarbij vooral dat
and'ren weten:
Van muziek heeft hij zo vrees'lijk
veel verstand
Met Debussy weet d'een, met Mahler
d'ander
Wat de ene heer maakt laat er d'ander
lauw
Maar elkeen lucht zijn opinie in de
pauze
In de corridors van het Gebouw
Daarom: wat er hier of daar ook
verandert
Wat gewijzigd, hervormd, gerenoveerd
Wat gesloopt mag worden of verbeterd
Een ding blijve daarbij ons geweerd
Dat de piëteit ons steeds beware
Ja voor d'eeuwigheden ons behoud'
't Instituut van de pauze in de gangen
In de corridors van ons Gebouw...
Terug
naar overzicht
In de kajuit
(met dank aan Marian Heeringa voor het sturen van de tekst)
Ik zal nu iets gaan zingen
Van een kajuit.
Er gebeuren soms rare dingen
In een kajuit.
Ik maakte per boot
Een grote reis.
Het regende hard,
Dus 'k ging heel wijs
Heel spoedig van de schuit
In de kajuit, in de kajuit.
Naast mij in 't half duister
Van de kajuit
Zat een paartje in zoet gefluister
Van de kajuit.
Opeens gaf zij een harde gil
En voor ik het wist
Wat ze eigenlijk wil,
Toen sprong ze door een ruit
Van de kajuit, van de kajuit.
We keerden weer tot het leven
In de kajuit.
Waar is dat stel gebleven
Uit de kajuit ?
'k Zal nooit meer naar beneden gaan,
Al regent het wijven
Met klompen aan.
Ga nooit meer op een schuit
Met een kajuit, met een kajuit.
Terug
naar overzicht
In de kleine kazerne
(met
dank aan Anita Dortmans voor het sturen van de tekst)
Daar in de kleine kazerne
Zingen soldaten een lied
Meisje ik kan je niet missen
Meisje ik heb zo'n verdriet
Ik zie je dan staan in gedachten
En hoor je stem toen je zei:
Jongen ik blijf op je wachten
Denk ook een beetje aan mij
Refrein:
In de nacht, zong de nachtegaal zijn
lied
Doe mijn hart toch geen verdriet
Lieveling vergeet me niet
In de nacht, zong de nachtegaal zijn
lied
Doe mijn hart toch geen verdriet
Vergeet me niet
Hier in de kleine kazerne
Schrijf ik je nu deze brief
Meisje ik kan je niet missen
Meisje ik heb je zo lief
En als de tijd is gekomen
Dat ik naar jou toe kan gaan
Lopen we onder de bomen
Horen de nachtegaal slaan
Refrein
Terug
naar overzicht
In
de maand Mei (Tony Schmitz)
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
In
de maand Mei kan men aanschouwen,
Hoe
vogeltjes hun nestje bouwen.
Zij
leggen eitjes dan,
Daar
komen jongen van.
De
jonge vogels hebben ’t goed
Met
wormen worden zij gevoed.
De
vogels zingen dan zoo blij en tierig
En
ook de wormen voelen zich tierig.
In
de maand Mei gaan jonge paartjes,
Zoo
van een achttien, twintig jaartjes,
Naar
‘t Park, om daar te vrij’n
Ze
in held'ren maneschijn,
Ze
willen, in een donk're laan,
Dan
op een bankje zitten gaan.
Maar,
om nu dat plezier weer te bederven,
Gaan
ze in Mei juist alle banken verven !
In
Mei gaan vele menschen trouwen,
Je
ziet de lui naar 't raadhuis sjouwen.
Per
rijtuig gaat de een,
De
ander loopt er heen.
Zij
bloost als zij't stadhuis aanschouwt,
En
hij kijkt meestal erg benauwd.
Maar,
mannen, laat dit troost zijn in uw lijden,
Je
kunt in Mei van ‘t volgend jaar weer scheiden !
In
de maand Mei, als zephyrs suizen
Dan
gaan de menschen ook verhuizen.
Onrustig
wordt de nacht,
In
't nieuw huis doorgebracht.
Maar
plotseling roept je vrouw: “0, vent!”...
En
angstig spring je overend !
Je
vrouw roept: "Man, je hebt, ‘t is wat te zeggen,
In
‘t ouwe huis de baby laten leggen !”
In
Mei gaan alle bloemen bloeien,
Je
ziet bet gras zoo prachtig groeien,
De
bloemkool vol en rond,
Schiet
welig uit den grond.
De
jonge worteltjes zoo frisch,
Prijken
met peultjes op den disch.
Voor
Vegetariers is 't een levenskwestie,
Die
eten zich in Mei een indigestie !
Terug
naar overzicht
In
de petoet
(Lou Bandy
1934)
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
Daar
is voor een soldaat geen beter leventje te bedenken
Dan
in de petoet, dan in de petoet, dan in de petoet !
Ze
vliegen er als gekken op de minste van zijn wenken
Al
in de petoet, al in de petoet, al in de petoet !
De
wanden zijn bekleed met prima handgedrukt velours
Een
kostbaar Perzisch kleed ligt op de pas gewreven vloer
En
iedereen vertroetelt hem als was 't een eigen broer
Al
in de petoet, al in de petoet, al in de petoet !
Des
morgens komt het meisje van de overste hem wekken
Al
in de petoet, al in de petoet, al in de petoet !
Ze
vraagt hem waar hij wenst dat men 't ontbijt voor hem zal dekken
Al
in de petoet, al in de petoet, al in de petoet !
Ze
kookt zijn bordje pap en maakt zijn bad alvast gereed
Precies
de goede warmte, niet te koud en niet te heet
Een
mens vat soms al kou wanneer hij zo'n klein pietsie zweet
Al
in de petoet, al in de petoet, al in de petoet !
Hij
nuttigt, in pyama nog, een sandwich en een sherry
Al
in de petoet, al in de petoet, al in de petoet !
Het
ochtendblad negeert hij, dat meldt toch alleen maar herrie
Al
in de petoet, al in de petoet, al in de petoet !
Van
oproer en van staking, op het nippertje gesust
Van
brandjes, goed verzekerd maar helaas bijtijds geblust
Wat
heeft ie aan die soesa? Hij zit louter voor zijn rust
Al
in de petoet, al in de petoet, al in de petoet !
Hij
neemt de telefoon en belt een dame van zijn kennis
Al
in de petoet, al in de petoet, al in de petoet !
Zeg
pop, heb jij ambitie in een klein partijtje tennis ?
Hier
in de petoet, hier in de petoet, hier in de petoet !
Of
weet je wat je doet zeg, breng gerust wat luitjes mee
'k
Bestel dan bij de wacht wel wat gebakjes en wat thee
Dan
maken we een dansje tot de bel gaat voor 't diner
Al
in de petoet, al in de petoet, al in de petoet !
En
's avonds na het eten drinkt hij eerst zijn pousse-cafeetje
Al
in de petoet, al in de petoet, al in de petoet !
Dan
wordt er wat gepokerd of ze keuvelen een beetje
Al
in de petoet, al in de petoet, al in de petoet !
En
meldt de klok het einde van het dagelijks gedoe
Dan
gaan ze naar hun bed, een beetje hangerig en moe
De
vrouw van de sergeant dekt met een zoen haar jongens toe
Al
in de petoet, al in de petoet, al in de petoet !
Het
is natuurlijk niet zo, maar het hoorde zo te wezen
Al
in de petoet, al in de petoet, al in de petoet !
Alleen...
er was waarschijnlijk spoedig plaatsgebrek te vrezen
Al
in de petoet, al in de petoet, al in de petoet !
De
rust die 't daar zo prettig maakt was stellig gauw er af
Want
binnen veertien dagen zat voor d' een of and're straf
Het
hele Hollands leger met zijn Generale staf
Al
in de petoet, al in de petoet, al in de petoet !
Terug
naar overzicht
In de schaduw der linde
(met dank aan Jan van der Zee voor het sturen van de tekst)
In de schaduw der linde, bij 't
woninkje kleen,
Kijkt moeder glimlachend naar 't
dochterke heen,
Haar blondje plukt bloemen en
neuriet daarbij;
"Deez' bloemekes alle, krijgt
moeder van mij".
"En als ik eens groot ben, heel groot
zoals U,
Dan krijgt U veel meer, O veel meer
nog dan nu",
Een boom overschaduwt een
liefhebbend paar,
Hoe teeder beminnen die beiden
elkaar.
En jaren vervlogen, bij 't woninkje
kleen,
Spreidt breder de linde haar
bladerkroon heen,
De bloemekes bloeien, zo schoon als
weleer,
De bloemekes bloeien voor Moeder
niet meer.
Terug
naar overzicht
In "De Witte Muis"
(uit periode 1938 - 1940, uitgevoerd door: Louis Noiret)
(met dank aan Carola voor het sturen van de tekst)
Ergens in Nederland staat een barak,
daar dienen een aantal soldaten.
Eenzaam en zonder een beetje vermaak,
in de rimboe van alles verlaten.
De jongens die sloegen de handen in een,
zijn zelf een cantine gaan bouwen.
Gedoopt met de naam van een heel aardig dier,
gemakkelijk om te onthouden.
Refrein:
Jongens zet 'm op
in "De Witte Muis" met de twee rooie oogies.
Jongens zet 'm op
want je voelt je thuis in "De Muis" dat is logisch.
De koffie is heerlijk, de koekjes zijn fijn.
Alleen het biljart moet je meester op zijn.
Want de ballen die rollen met boogies,
in de "Witte Muis" met de twee rooie oogies.
Als je "De Muis" eens van binnen
bekijkt,
geloof me het is om te gillen:
stoelen te weinig en tafels teveel,
en toch zou 'k 't anders niet willen.
Het buffet is wel klein maar toch ruimschoots voorzien,
van alles is er steeds te krijgen:
modelpapier, zeep, schoensmeer, veters en band
om van een pot stroop maar te zwijgen.
Refrein
's Ochtends om tien uur begint al de pret.
De koffie staat lekker te stoomen.
Onder 't genot van een fijn bakkie troost
dan zit je gezellig te boomen.
Je leest dan je krantje, je schrijft er eens wat
of lokt je soms meer 't groene laken ?
Dan daag je je slapie heel vriendelijk uit,
om twintig van rood te gaan maken.
Refrein
's Avonds na diensttijd dan is 't er vol
en kan je daar iedereen vinden.
't is er zoo echt, zoo'n gezellig rumoer
dan voel je je bent onder vrinden.
En als de muziek van de radio klinkt,
vergeet je je daaglijkse dingen.
Dan worden de jongens als kind'ren gelijk,
En hoor je het heele stel zingen:
Refrein
Terug
naar overzicht
(tekst: Jack Bess / muziek: Tom en Johnny Rays / uitvoering: Helma en
Selma)
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
Men zegt zo vaak, dat liefde ons
illusies geeft
En dat is dan ook werk'lijk waar.
't Is of je plots'ling in een and're
wereld leeft;
Dan zeg je tegen hem of haar:
Refrein:
'k Ben met jou in de zevende hemel
En vergeet, dat de aarde bestaat.
'k Zweef met jou in de zevende hemel
En ik weet van geluk zo wat geen raad.
Helaas, als wij des avonds scheiden
Verdwijnt het paradijs terstond
't Is gedaan met de zevende hemel
En ik val met een bons weer op de
grond !
Wanneer je met z'n tweetjes naar de
sterren kijkt
Vergeet je alles meer en meer.
Het is - of alles voor je grote
liefde wijkt
En daarom zeg je telkens weer:
Refrein
Je denkt aan niets en weet niet meer
van uur of tijd;
Je denkt alleen maar aan elkaar
Je blijft maar staan te dromen, alle
kou ten spijt
En steeds heb je je praatje klaar:
Refrein
Terug
naar overzicht
In
de zevende hemel der liefde
(1964
Het Noordzeeduo/Max van Praag, Willy Alberti)
Refrein:
Nu
dans ik met jou door de hemelpoort heen
In
de zevende hemel der liefde
De
wereld verzinkt, wij zijn beiden alleen
In
de zevende hemel der liefde
Kom
laat ons dromen
Bij
zachte muziek
Vol
van verlangen
En
van romantiek
Zo
dans ik met jou door de hemelpoort heen
In
de zevende hemel der liefde
't
Leven valt soms zwaar te dragen
Steeds
opnieuw weer rijzen vragen
Streven
en zwoegen
Een
eeuwig gevecht
Maar
al lijkt geluk verborgen
Achter
dagelijkse zorgen
Als
ik bij jou ben
Komt
alles terecht
Refrein
In
de zevende hemel der liefde
Terug
naar overzicht
In
die kleine diligence (Max van Praag)
In
een kleine diligence,
Zat een jonge, blonde Franse.
Aan haar linkerhand zat ma,
Aan haar rechterkant papa.
Tegenover haar een tante,
En daarnaast haar gouvernante.
Dus, dat kind werd goed bewaakt.
En door niemand aangeraakt.
Toen de koets bleef staan, keek ik er 'ns aan
En ik was voldaan, want ze lachte.
Haar papa zei iets, maar hij merkte niets,
En ik fluisterde toen iets.
In
die kleine diligence,
Zag ik voor 't eerst Hortance.
Dat is nu je grootmama,
Jongen, doe me dat eens na.
Grootpapa
heeft mij een keer verteld,
Wat hij vroeger heeft ervaren.
't Is een sprookje, vol van romantiek,
Uit die goeie, ouderwetse jaren.
Want in die tijd moest je ergens zijn,
Er was geen auto en geen trein.
Dan had je alleen nog maar een kans.
Met de schuit of diligence.
In
die kleine diligence,
Zat die jonge, blonde Franse.
Aan haar linkerhand zat ma,
Aan haar rechterkant papa.
Tegenover haar een tante,
En daarnaast haar gouvernante.
Dus, dat kind werd goed bewaakt,
En door niemand aangeraakt.
Toen
de koets bleef staan, keek ik er 'ns aan
En ik was voldaan, want ze lachte.
Haar papa zei iets, maar hij merkte niets,
En ik fluisterde toen iets.
In
die kleine diligence,
Zag ik voor het eerst Hortance.
Dat is nu je grootmama,
Jongen, doe me dat eens na.
In
die kleine diligence,
Zag hij voor 't eerst Hortance.
Dat is nu je grootmama,
Jongen, doe hem dat eens na.
Terug
naar overzicht
In
een gouden medaillon (Max van Praag)
(met
dank aan Betsy van Dijk voor de tekst)
Refrein:
In
een gouden medaillon prijken de foto's
Van
twee mensen die ik lief had bovenal
't
Zijn de allerlaatste foto's van m'n ouders
Die
ik nooit, zolang ik leef, vergeten zal.
Nu
ik groot ben en ze niet meer bij me zijn
Mis
ik vaak hun levenszon.
Maar
voorgoed blijft de herinnering aan hun levend
In
dat mooie kleine gouden medaillon !
Als
je nog jong bent, beleef je de vreugd,
Van
een tehuis en een zorgloze jeugd
Maar
deze jaren, zo vrolijk en blij,
Gaan
als een schaduw, te snel ons voorbij.
Refrein
Nu
ik groot ben en ze niet meer bij me zijn
Mis
ik vaak hun levenszon
Maar
voorgoed blijft de herinnering aan hen levend,
In
dat mooie kleine gouden medaillon!
Refrein
Terug
naar overzicht
In
een hutje in de duinen
In
een hutje in de duinen
Lag
een knaapje voor het raam
Turend
naar de ranke scheepjes
Langs
de wijde waterkant
't
Kon door ziekte niet naar school toe
t
Was nog lang niet sterk genoeg
Mammie's
oog schoot steeds vol tranen
Als
het kindje aan haar vroeg:
Mammie
laat me toch gaan varen
Kom
doe nu mijn schoentjes aan
Laat
me roeien in ons schuitje
Laat
me toch naar pappie gaan
Durfd'
hem niet te zeggen
Dat
zijn pappie nooit meer kwam
Dat
een storm z'n schip deed zinken
En
de wrede dood hem nam
Maar
toen 't jochie in een koortsdroom
Steeds
maar om z'n pappie riep
Nam
ze 't snikkend in haar armen
En
herhaalde tot het sliep:
Morgen
zal je pappie komen
Koek
en speelgoed brengt hij mee
En
dan mag je schuitje varen
Met
je pappie op de zee
Morgen,
sprak het ventje zachtjes
Maar
er brak geen morgen aan
Want
het kleine levenslampje
Is
die nacht stil uitgegaan
't
Was als had de dood gefluisterd
Wat
z'n mams verzwegen had
Nog
hoort zij de laatste woorden
Van
haar lieve kleine schat:
Mammie,
mammie toe niet huilen
Alles
komt toch immers goed.
Ik
ga roeien in ons schuitje.
Ik
ga pappie tegemoet
Terug
naar overzicht
In
een klas met kleine kleuters
(met
dank aan Marc Blokland
(†)
voor
het sturen van de tekst)
In
een klas met kleine kleuters, babbelen ze door elkaar
Het
is nog geen negen uren zo zeiden ze tot elkaar
Lies
wat heb jij op je boterham, ik heb kaas en ik heb worst
En
ik heb beschuit met muisjes, zo sprak de kleine Lies van Dorst
Bij
de juf in 't school gekomen zag ze Liesje peuz'lend staan
Zeg
wat ben je weer aan 't snoepen, wacht tot twaalf uur voortaan
Juf
de ooievaar zal komen, ik heb beschuit met muisjes nou
Stien
die zal me komen halen, als de ooievaar komen zou
Liesje
lette niet op de lessen van de magere schooljuffrouw
Ze
zat met kleine Hans te kletsen wat of de ooievaar brengen zou
Of
een broertje of een zusje alles was haar evenwel
Angstig
zat ze maar te luist'ren naar het klingelen van de bel
Lies
neem je hoedje en mantel zo sprak de juf met traan in 't oog
Stien
staat buiten al te wachten, kleine Lies die sprong omhoog
Is
't een broertje of een zusje, neen sprak toen de juf bedeesd
Maar
hoe kan dat riep kleine Liesje, dan is de ooievaar nog niet geweest
Veertien
dagen zijn verstreken, toen riep Lies weer dag juffrouw
't
Was voor 't eerst dat ze naar school kwam, kleine Lies was in de rouw
Was
de ooievaar maar weggebleven zo riep schreiend die kleine wee
Hij
bracht geen broertje en ook geen zusje, maar hij nam mijn moesje mee
Terug
naar overzicht
In een klein armoedig huisje
(met
dank aan Cor Heuvelmans voor
het sturen van de tekst)
In een klein armoedig huisje,
Zullen wij eens verder zien,
Daar lag op een veren bedje,
Een meisje van een jaar of tien.
Daar lag op een veren bedje,
Een meisje van een jaar of tien.
´t Was de kleine lieve Anna,
Liet haar oogjes slap'rig hangen.
En haar mooie rode kleuren,
Waren niet meer op haar wangen.
En haar mooie rode kleuren,
Waren niet meer op haar wangen.
Op een avond riep ze moeder:
,,Kus mij voor de laatste keer,
Blijf een poosje bij me zitten,
Morgen zie ik u niet meer."
,,Blijf een poosje bij me zitten,
Morgen zie ik u niet meer."
,,Geef de pop maar aan mijn zusje
En de duifjes maar aan Koos."
Toen de liev'ling dit gezegd had,
Sloot ze de ogen voor altoos.
Toen de liev'ling dit gezegd had,
Sloot ze de ogen voor altoos.
O wat schreide die arme moeder,
O wat schreide die arme vrouw,
Om haar pas gestorven liev'ling,
Die ze nooit meer kussen zou.
Om haar pas gestorven liev'ling,
Die ze nooit meer kussen zou.
Na twee, drie, vier dagen later
En ze in een kistje lag,
Werd zij naar 't grote kerkhof
In 't koele graf gebracht.
Werd zij naar 't grote kerkhof
In 't koele graf gebracht.
of dit als laatste
's Avonds kwamen zwarte mannen,
En die namen Anna mee,
Op het grafje staat geschreven:
,,Hier rust Anna zeer tevreê"
Terug
naar overzicht
In
een kleine diligence (Max van Praag)
In
een kleine diligence
Zat
een jonge, blonde Franse
Aan
haar linkerhand zat ma
Aan
haar rechterkant papa
Tegenover
haar een tante
En,
daarnaast haar gouvernante
Dus,
dat kind werd goed bewaakt
En,
door niemand aangeraakt
Toen
de koets bleef staan, keek ik er 'ns aan
En
ik was voldaan, want ze lachte
Haar
papa zei iets, maar hij merkte niets
En
ik fluisterde toen iets
In
die kleine diligence
Zag
ik voor 't eerst Hortance
Dat
is nu je grootmama
Jongen,
doe me dat eens na
Grootpapa
heeft mij een keer verteld
Wat
hij vroeger heeft ervaren
't
Is een sprookje, vol van romantiek
Uit
die goeie, ouderwetse jaren
Want
in die tijd; moest je ergens zijn
Er
was geen auto en geen trein
Dan
had je alleen nog maar een kans
Met
de schuit of diligence
In
die kleine diligence
Zat
die jonge, blonde Franse
Aan
haar linkerhand zat ma
Aan
haar rechterkant papa
Tegenover
haar een tante
En,
daarnaast haar gouvernante
Dus,
dat kind werd goed bewaakt
En,
door niemand aangeraakt
Toen
de koets bleef staan, keek ik er 'ns aan
En
ik was voldaan, want ze lachte
Haar
papa zei iets, maar hij merkte niets
En
ik fluisterde toen iets
In
die kleine diligence
Zag
ik voor het eerst Hortance
Dat
is nu je grootmama
Jongen,
doe me dat eens na
In
die kleine diligence
Zag
hij voor 't eerst Hortance
Dat
is nu je grootmama
Jongen,
doe hem dat eens na
Terug
naar overzicht
In
gedachten zie ik het kerkje weer
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
Refrein:
In gedachten zie ik 't kerkje weer,
Waar we trouwden, ik vergeet die dag nooit meer.
Daar waar we samen 't bootje namen,
De zon ging schijnen voor jou en mij.
We zijn gaan varen, dat is heel lang gelee.
Toch kreeg ons bootje ook wel eens ruwe zee.
Wij waren beiden niet meer te scheiden,
Verdriet en vreugde ging met ons mee.
De jaren gingen voorbij,
Een mooie tijd voor jou en mij.
We deelden toch alles samen,
Ik ben gelukkig met jou aan m'n zij.
Refrein
We krijgen al grijze haren,
Wij worden oud maar zonder spijt.
We hebben een koers gevaren,
Waar menig ander ons om benijdt.
Refrein
Terug
naar overzicht
In het circus
(tekst en muziek: Eddy Christiani,
Pi Vèris s, Frans
Poptie/ uitvoering: Eddy Christiani
en Loekie)
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
Refrein:
In het circus danst een grote olifant
Met z'n staartje in de hoogte
En z'n slurf in het zand
In het circus springen leeuwen in een kooi
Maar die willen steeds maar bijten
Dat vind ik niet zo mooi
Op een fiets rijdt een clown met een hoge hoed
Die maakt je aan het lachen
Waar je buikje zeer van doet
In het circus zou ik altijd willen zijn
Maar dat mag ik niet van papa
Want ik ben nog veel te klein
Bij ons op het plein staat een grote circustent
Daar ben ik met papa ingegaan
Maar dat is reuze duur zoiets kost wel honderd cent
Want we zaten bijna vooraan
Eerst was ik wel wat bang
Maar dat duurde niet zo lang
Eerst speelt de muziek van je hoem-pa, hoem-pa-pa
Dan verschijnt opeens een reuze beest
Dat beest heeft aan z'n neus net een slang zoals mama
Thuis ook aan de stofzuiger heeft
Eerst was ik wel wat bang
Maar dat duurde niet zo lang
Terug
naar overzicht
In het
kerkje
(tekst en muziek: Jack Bess /
uitvoering:Helma en Selma mmv The Flying Dutchman olv Math. Niens)
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
Ze stonden voor 't dromende kerkje
Met rozen en klimop begroeid
Nog nooit had het kleppen van 't klokje
Hen beiden zo ernstig geboeid.
Hij moest naar den vreemde vertrekken,
Het scheiden viel beiden zo zwaar
Hij kuste haar vochtige ogen
En zei met een plechtig gebaar
Refrein:
We zien elkaar t'rug in het kerkje
En knielen voor 't altaar terneer
En hebben w' elkander gevonden
Verlaten w' elkaar nimmer meer.
Hij kwam in gevaarlijke streken
En deed daar gelaten zijn plicht
Zo kreeg zij van hem - in haar dorpje
In maanden geen enkel bericht.
Verzwakt door een angstig verlangen
Kwam zij op een ziekbed terecht
En steeds bij het kleppen van 't klokje
Dacht zij - aan wat hij had gezegd:
Refrein
Toen hij na zijn moeizame arbeid
Per schip weer naar huis toe mocht gaan
Kan 't blijde bericht niet meer baten
't Verdriet had zijn werk reeds gedaan.
En toen hij dan eind'lijk weer t'rug was
't Moment waarop zij had gewacht...
Had zij reeds haar ogen gesloten
En was ze naar 't kerkje gebracht.
Refrein
Hij zag haar weer t'rug in het kerkje
En knielde voor 't altaar terneer
In plaats dat hij haar had gevonden...
Verloor hij haar daar aan den Heer !
Terug
naar overzicht
In
je ogen staat geschreven (uitvoering De Straatzangers)
In
je ogen staat geschreven, wat mijn mond niet zeggen wou
Waarom langer overwegen, als je hart spreekt kleine vrouw
In je ogen staat geschreven, wat mijn mond niet zeggen wou
Waarom langer nog gezwegen, als je denkt ik hou van jou
Zacht
ruist de wind met zangerig geluid, het klinkt als een liefdeslied
Lenteverwachting zweeft door de bossen, trilt op het jonge riet
Alles dat spreekt van liefdesverlangen, maar jij zwijgt stil mijn schat
Toch raadt mijn hart jou diepste verlangen, lieveling weet je dat
In
je ogen staat geschreven, wat mijn mond niet zeggen wou
Waarom langer overwegen, als je hart spreekt kleine vrouw
In je ogen staat geschreven, wat mijn mond niet zeggen wou
Waarom langer nog gezwegen, als je denkt ik hou van jou
Net
als de vogels zullen wij samen, als jij het jawoord geeft
Dadelijk een nestje bouwen voor twee, dat zonnige plekjes heeft
En ligt er later in een mooi wiegje, lachend een kleine puk
Die met z'n handjes woelt door je haren, ken je nog meer geluk
In
je ogen staat geschreven, wat mijn mond niet zeggen wou
Waarom langer nog gezwegen, als je denkt ik hou van jou
Waarom langer nog gezwegen, als je denkt ik hou van jou
Terug
naar overzicht
In je spijkerbroek
(Wijs van: Personality)
(uitvoering: The Fouryo's)
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
Jij bent zo leuk in je spijkerbroek
Vlot in je
spijkerbroek
Mooi in je
spijkerbroek
Lief in je
spijkerbroek
Knap in je
spijkerbroek
Groots in je
spijkerbroek
En daarom ben ik dol op jou.
Ja, duizend en éénmaal loop ik door 't
vuur voor jou
Ja, duizend en éénmaal want je blijft me
trouw.
Duizend en éénmaal gaf ik je wat je
hartje wou
Duizend en éénmaal was ik lief voor jou
Duizend en éénmaal kreeg jij van mij je
zin
Ja, duizend en éénmaal omdat ik jou
bemind.
Duizend en éénmaal gaf ik je graag m'n
laatste cent
Duizend en éénmaal heb je mij verwend
Duizend en éénmaal was ik slaaf van jou
Ja, duizend en éénmaal omdat ik van je
hou.
Terug
naar overzicht
In
Rio de Janeiro (uitvoering Annie Palmen)
Er
is maar een Rio,
Een Rio,
Een Rio de Janeiro.
Want heus dat zie je zo,
In Rio,
In Rio de Janeiro.
En
ben je in Rio,
In Rio,
In Rio de Janeiro.
Zeg je: "Het is er zo !"
In Rio,
In Rio de Janeiro.
Op
de avenidas,
Señoritas,
Vol gloed en vuur,
Lokken de gitaren,
Zingen snaren,
Door het nachtelijk uur.
Je
zingt daar in Rio,
In Rio,
In Rio de Janeiro.
Er is maar één Rio,
Eén Rio,
Eén Rio de Janeiro.
Terug
naar overzicht
In 't Boschje
(met dank aan Carola voor het sturen van de tekst)
In ’t Boschje, in ’t Boschje,
In ’t ’s-Hertogenboschje
Heeft men een gevangenis staan,
Daar zitten veel Pieten,
Maar meestal bandieten,
Dat is in dit lied te verstaan.
Vier van deze heeren
Braken zonder mankeeren
Des nachts de gevangenis uit,
’t Gevangenisleven
Kon hen niets meer geven
Dan louter een enkele duit.
Refrein:
Hup! Vier vlogen er tusschen uit,
Hup! Vier vlogen er uit,
Wijnen die was er het eerst uit zijn
cel,
Hij dacht, nu volgen de anderen wel,
Hup! Daar vloog Roos er ook vandoor,
Ook Donker, de Haan en in koor
Zong dit viertal tesamen het schoonste
kwartet
En schaterde luid van de pret.
De tuchthuisboef Wijnen
Zoals er meer zijnen
Had sleutels goed gefabriceerd
Hij dacht zijn dat sloten ?
Dra maak ik ze open
En ben dan zeer spoedig gesmeerd;
De cel was reeds open,
Ging spoedig hij loopen
Naar Donker, De Roos en De Haan,
Naar de ziekenzaal henen
Zijn zij naar wij meenen
Heel kalmpjes en net heen gegaan.
Refrein
Reeds vroeg in den morgen
Vertrok zonder zorgen
Dit viertal er stil tusschen uit
Hun klompen voor ’t bedje
Voltooide dit pretje
Een pop op hun bed was ’t besluit
Zoo werden bedrogen
Al zonder meêdogen
De bewakers die toen kwamen rond,
In plaats van vier boeven
Je moet ze maar proeven
Niemand op hun kribben meer vond.
Refrein
Justitie, politie
Desnoods met amunitie,
Zorgt voor opsluiting van een bandiet,
Weer anderen die ’t wenschen
Bewaken die menschen
Doch doen juist nu ’t zelfde niet;
De een moet ze vangen
Op hooger verlangen
Een ander ze vluchten weer laat
Bewakers die dieven
Zoo zijn ten gerieven
Is een klucht die ook hier weer
bestaat.
Refrein
Terug
naar overzicht
In Tirool
(uitvoering: Olga Lowina)
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
Refrein:
In Tirool, in Tirool, in Tirool
Is het feest, heb je pret, heb je jool
Want 's avonds dan speelt er een Tiroler orkest
Daar dansen we bij en de dorst wordt gelest
In Tirool, in Tirool, in Tirool
Heb je iedere avond jool
Als de dagtaak is gedaan
En we naar het dal toe gaan
Komen wij van overal
Want we gaan dan naar het dal
Refrein
Ben je arm of ben je rijk
Iedereen is daar gelijk
Vrolijk zijn is het parool
Voor ons is maar een Tirool
Refrein
Want 's avonds dan speelt er een
Tiroler orkest
Daar dansen we bij en de dorst wordt gelest
In Tirool, in Tirool, in Tirool
Heb je iedere avond jool
Terug
naar overzicht
In Yokohama
(tekst en muziek: Sukiyaki / H. Nakamura / uitvoering Tony Vos)
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
In Yokohama komen
Tot waarheid al mijn dromen
Waar ik eens zei tegen jou
"Ach mijn lentebloesem
Ik hou van jou
Ik wil je tot vrouw
Geef me je jawoord dus maar gauw"
In Yokohama zei je:
"Ik blijf voor altijd bij je
Breng mij dus vlug
Daar terug als je lentebloesem
'k Wil naast je staan
Met kimono aan
Als wij in 't huwelijksbootje gaan"
Ik wil voor altijd zijn waar de liefde begon
In 't land van maneschijn en de rijzende zon
In Yokohama komen
Tot waarheid al mijn dromen
Als ik weer zeg, heel oprecht:
"Ach mijn lentebloesem
Ik hou van jou
Ik wil jou tot vrouw
Geef me je jawoord dus maar gauw"
In Yokohama komen
Tot waarheid al mijn dromen
Als ik weer zeg, heel oprecht:
"Ach mijn lentebloesem
Ik hou van jou
Ik wil jou tot vrouw
Geef me je jawoord dus maar gauw"
Terug
naar overzicht
Indisch visserslied
(tekst: Bill Buysman/muziek: Wim van Herpen/uitvoering: The Kilima
Hawaiians 1939)
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
Als de zon aan de kim is verrezen,
Orang blanda djalan djalan,
Loop ik langs die schone dreven,
Kami pigi pentjari ikan,
Loop ik langs die schone dreven,
Kami pigi pentjari ikan.
Maar wat hoor ik daar door de bomen,
Njonja manis doedok menjanji,
Hier laat ik mijn hengel zakken,
Boewat pantjing satoei ikan,
Duizenden sterren aan de hemel,
Tjoema satoe di atas ringin.
Duizenden meisjes in de kampong.
Tjoema satoe saja kipingin.
Duizenden meisjes in de kampong.
Tjoema satoe saja kipingin.
Terug
naar overzicht
Io Vivat
(Studentenlied, ontstaan in Leiden ten tijde van de Bataafse Republiek)
(met dank aan Jeanne Albers voor het sturen van de tekst)
Io Vivat! Io vivat!
Nostrorum sanitas!
Hoc est amoris poculum!
Doloris est antidotum!
Io Vivat! Io vivat!
Nostrorum sanitas!
Dum nihil est in poculo,
jam repleatur denuo.
Io Vivat! Io vivat!
Nostrorum sanitas!
Nos jungit amicitia,
et vinum praebet gaudia
Vertaling
Nu leve lang, nu leve lang!
Het welzijn van ons al !
Dit is der liefde wijnbokaal,
gif tegen smart ten enenmaal
Nu leve lang, nu leve lang!
Het welzijn van ons al !
Als niets meer in de beker is,
dan vullen wij hem weer gewis
Nu leve lang, nu leve lang!
Het welzijn van ons al!
De vriendschap bindt ons al te saam,
de wijn biedt pure vreugde aan.
Terug
naar overzicht
Is er een God ?
(protestliedje uit de achttiende eeuw)
(met dank aan Andreas Jacquet voor het sturen van de tekst)
Als God er is die alles heeft
geschapen
Waar is hij dan of wie is het die hem
schiep ?
'T Is een geheim zo zeggen wel de
papen
Maar zwijgen steeds wie hem tot het
leven riep
Als god er is, waarom laat hij de
mensen
De enen goed de anderen boos en slecht
Waarom laat hij zich dagelijks
verwensen
Waarom doet hij op aarde dan geen
recht
Refrein:
O gelovig volk kom staak uw gebeden
Die gij zo vaak hem stuurt tot
verbetering van uw lot
Maar luister naar de stemme van de
rede
Die u toeroept o neen o neen er is
geen God
Als God er is waarom verschillende
rassen
Waarom wij blank en anderen zwart
Waarom dult arme en rijke klassen
Hier weelde en goud daar leed en
hongersnood
Als God er is waarom dan toch zijn
kinderen
Al niet bevrijd van druk en arremoe
Waarom laat hij de mensen elkander
hinderen
Ja zeg mij waarom laat hij de misdaad
toe
Refrein
Als God er is waarom toch somtijds
rampen
Daar op zee en in het diepste der
kolenmijn
Waarom toch soms die bloedige
oorlogsrampen
Die naar men zegt toch zijn wil niet
zijn
Waar tempeest of vurige bliksem
Vernielen doen de vruchten van den
oogst
Door aardbewind waarom zulk onheil
stichten
Dat ganse streken soms worden verwoest
Refrein
Als God er is waarom dan geen bewijzen
Dat hij bestaat of dat hij zich laat
zien
Dan zullen wij op onze knieën rijzen
En hem nederig onze hulde bien
Maar nee die God is onzin slechts een
leugen
Een uitvinding van het zwarte Rooms
venijn
Waarmee ze ons achttien eeuwen
bedrogen
God is er niet en nooit zal hij er
zijn
Terug
naar overzicht
't Is herfst
(met dank aan mevrouw
A.E.W. Dalm-Willemse voor het sturen van de tekst)
’t Is herfst en onder de bomen
Zijn paddenstoelen gekomen
Wat staan ze daar fleurig
Wat staan ze daar keurig
Met hun hoedjes boven de grond
En telkens moet ik maar bukken
Om paddenstoelen te plukken
Ik neem z’in mijn handje
Ik doe z’in mijn mandje
En ik loop op een drafje naar huis
Terug
naar overzicht
't Is tijd
(Nederlandse versie van High Noon)
(tekst: Bart Ekkers / muziek: Dimitri Tromkin / uitvoering The Chico's)
(met dank aan Gerard Engelbertink voor het sturen van de tekst)
't Is tijd, ik moet nu van je
scheiden,
M'n plicht als sheriff roept.
Het moet zo zijn, we weten 't beiden,
't Moet ....... plicht is wet !
'k Weet niet of 't noodlot mij zal
sparen,
Ik weet alleen, dat ik moet gáán,
Al dreigen nog zoveel gevaren.
Ik zal ze tarten, manmoedig tarten
Tot ik m'n plicht weer heb gedaan.
Waar ik m'n vijand ook zal treffen,
Spoedig zal hij één ding beseffen:
Ik heb een steun, die kracht geeft,
't Is het Recht aan mijn kant.
Moedig zal 'k vechten voor m'n leven
Als ik het in de strijd moet geven
Zal ik tot aan het laatst alleen aan
jou,
Ja, aan jou blijven denken.
't Is tijd, ik moet nu van je
scheiden,
Wees flink en dapper, houdt maar moed
Heb maar vertrouwen in je sheriff
Met die gevaren, zal ik 't wel klaren.
Tot ziens, m'n liefste, hou je goed !
Hou je goed! en tot weerziens !
Hou je goed ! en tot ziens !
Terug
naar overzicht
Italiaanse
ezel-serenade
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
'k
Ben alles kwijt, m'n rust.... m'n ijver,
Ik
loop te dwalen dag en nacht,
De
dochter van een ezeldrijver,
Heeft
mij het hoofd op hol gebracht !
Refrein:
Ik
zing mijn serenade, onder de balustrade,
Ik
volg je en ik sta hier met m'n ezeltje,
Dat
balkt ia-ia-la-ia !
Jij
blijft maar altijd zwijgen,
Niets
is uit jou te krijgen.
Jij
zegt geen woord, geen boe of bah,
O
luister naar mijn lied, Signorita.
I-a...................
i-a ........ i-a....... !
Om
kennis met haar te gaan maken ,
Heb
'k dagelijks haar stal bezocht.
Mijn
geld begint nu op te raken,
'k
Heb niets dan ezeltjes gekocht .....................
Refrein
Een
"ezel” noemen mij m'n vrinden,
Ik
balk en loop in ezelpas.
En
nergens kan 'k m'n rust meer vinden,
Ik
droom van distels en van gras.......................
Refrein
'k
Zing als de zee, 't oneindig wijsje ,
Tot
zij me eens haar hartje biedt,
Want
bij mijn aardig ezel-meisje,
Zinkt
Napels schoonheid in het niet...................
Terug
naar overzicht
Italio
(met
dank aan Marc van Moortel voor het sturen van de tekst)
Luistert eens vooral naar mijn geval
Naar hetgeen ik heb ondervonden,
‘k Trok lest voor plezier, maar ‘k
ging niet ver van hier,
’t Was niet naar Parijs of Londen.
Maar ik trok algauw eens naar Italio,
‘k Was voorzien van veel plente cento.
Ik trok naar een bal, eene schone zaal
En het dansen was kolossaal.
Refrein:
Eene mademoiselle danste snel,
wonderwel,
Een tango comme il faut in Italio.
En haar benen sloeg zij acrobato,
Den tango danste die bella figaro.
En ik riep : Bravo vos cado, comme il
faut,
Sibito, charmanto, figaro
En ik dacht, dat is hier plezantio, in
Italio.
Toen het dansen was gedaan,
Dan sprak ik haar aan
Met redelijke manieren.
Ik sprak Florentino, bella figaro,
Kom, laat ons eens samen gaan zwieren.
En ze sprak terstond met den vollen
mond:
Frederico, bestel maar j’en auto.
Ik vlug en gezwind, ja, vrolijk
gezwind,
Seffens waren wij op den zwier.
Refrein:
En we reden snel in gezel per auto,
Comme il faut en Italio.
En ik kuste haar van tijd tot tijd
hare smoelio,
Langs de boulevario vol amourio
En ik dacht : dat is hier plezantio in
Italio.
En ik sprak : juffrouw lief, m’n
kleine hartedief,
Zo vroeg ik haar om te dineren.
Ze sprak : Frederico, ik ben contento,
Dat kan ik u niet refuseren.
In een grand hotel vroeg ze een fijn
bestel
Bouletto fritto met corento.
Ja, dat was zeer net, ze had alles
opgefret
En ik stond met een rekening bezet.
Refrein:
Die moidemoiselle frette snel,
wonderwel,
Een kilo fritto met corento.
Chocolato, bouletto met porto,
Ja, dat kostte me veel plento cento.
Ik riep: bravo, vos cado comme il faut,
Sibito charmanto figaro
En ik dacht: dat is hier plezantio in
Italio.
Terug
naar overzicht