SeniorPlaza

Uit (groot)moeders tijd

Het Scheveninger meisje

(met dank aan Jan van der Zee voor het sturen van de tekst)

Daar kwam eens een meisje bij Scheveningen aan,

Die had er een mandje met vis belaân,

Zij riep er gewis, wie koopt er mijn vis,

'k Heb haring en rog die nog levendig is.

 

Een snaakje dat uit er zijn venstertje lag,

Hij knikte dat meisje van goedendag,

Hij riep vol plezier, "Zeg zus hoor eens hier,

Verkoop mij een scholletje, drie of vier."

 

Wil bruidje u knikken, wie maakt je zoo groen,

"Wat hagel sinjeurtje, wat wil je mij doen",

"Je draait mij een loer, jou olijke boer,

Wil je niet verkoopen, loop dan naar je moer".

 

"Ik wil wel verkoopen, maar gij vraagt naar schol",

"Wel meisje, heb jij dan uw mandje niet vol",

"Ja haring en rog, die heb ik genog,

Geloof mij sinjeurtje, ik heb niet verkocht".

 

"Maar allemaal haring, daar heb ik niets aan,

Hebt gij bijgeval geen pieterman",

"Ik heb er nog twee, en de mijne is drie",

"Ik geloof niet sinjeurtje, voordat ik het zie".

 

"Ei, kom dan maar binnen, dan maak ik me los,

Wat heeft u dat zootje aan 't strand wel gekost ?",

"Een gulden mijnheer, dat geef ik er voor",

"Geef jij maar twee guldens, dan heb je ze hoor".

 

De snaak die niet bleu was trok frisch van leer,

De meid riep verlegen:"Foei schaam je mijnheer,

Als gij het niet laat, mij vrij dan verstaat,

Dan roep ik jandomme de meischjes van straat".

 

Maar of sinjeurtje gek was, hij achtte het niet,

Hoe meer dat hij stompte, hoe meer dat zij riep,

"Jandomme schei uit, betaal maar geen duit,

Laat mij voor die satan, de kamer maar uit".

 

"Zij stil jou kaszoutje, ik heb al gedaan,

Daar heb je twee gulden, nu kun je weer gaan,

Als Jacob nu zegt, mijn aardige meid,

Dan moet gij maar zeggen, mijn vis ben ik kwijt".

 

Verlof Scheveningster, die haring verkoopt,

Ik raad je dat ge, met geen pieterman loopt,

Bij vrijers of man, dan hebt ge nog kans,

Te proeven een levende pietermans.

 

Terug naar overzicht

Het slot

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

Ziet gij dat slot met hooge poorten,

Omringd door grachten zoo breed en diep,

Hij wil en kon haar stem niet hooren,

Die hij verachtte, die hij verstiet.

Hij heeft een ander zijn hart geschonken,

Die aan de mijne was geklonken.

 

Refrein:

O jongeling, ik min u teer,

Geeft mij mijn hart en mijn onschuld weer.

O jongeling, ik min u teer,

Geeft mij mijn hart en mijn onschuld weer.

 

Ik hoedde vreedzaam mijne schapen,

Die dartelen en huppelen in de weide rond,

Toen kon ik 's avonds rustig slapen,

Begroeten blij den morgenstond.

Daar kwam een ridder uit die dalen,

Hij sprak mij van die gouden zalen.

 

Refrein

 

Zij had een vader en een moeder,

Maria was het jongste kind.

Zij had een zuster en een broeder,

En werd door allen teer bemind.

Maar nu het ouderlijk huis verlaten,

Helaas zullen zij Maria haten.

 

Refrein

 

De ridder op het slot gezeten,

Hoort daar opeens een akelig geluid,

Er roept een stem tot zijn geweten,

Terstond vliegt hij de slotpoort uit.

Hij ziet zijn meisje in het nat bedolven,

Hij sprong haar na in de woest golven.

 

Refrein:

Zij omklemden elkander maar zonken neer,

Te laat vond hij zijn zoetlief weer.

Zij omklemden elkander maar zonken neer,

Te laat vond hij zijn zoetlief weer.

 

Terug naar overzicht

Het sprookje

(tekst/muziek: Beart/H. Bordon/uitvoering: De Selvera's)

(met dank aan Michele Molendijk voor het sturen van de aanvulling)

Weet je dat er sprookjes zijn
Die nooit zijn opgeschreven
Sprookjes, die voor groot en klein
Voor altijd blijven leven
Altijd, altijd schijnt een zon of een maan
Altijd, altijd blijven de sprookjes bestaan

Want zolang er bankjes zijn
Die onze liefde dragen
Zal men in de maneschijn
Steeds aan z'n liefste vragen
Altijd, altijd, hou je voor altijd van mij
Altijd, altijd, dat sprookje gaat nooit meer voorbij

 

En zolang de wind bestaat
Zullen de bomen ruisen
En zolang de zee bestaat
Zullen de golven bruisen
Altijd, altijd, is er een lied van de wind,
Altijd, altijd, of er een sprookje begint
 
Steeds weer zal het lente zijn
Met duizend bonte geuren
Bloemen bloeien groot en klein
Met duizend zoete geuren
Altijd, altijd zingt er een vogel zijn lied
Altijd, altijd is dat een sprookje of niet.

 

Maan en sterren kijken neer
Op tien miljoenen mensen
Die alleen en altijd meer
Beter en groter wensen
Altijd, altijd doen ze elkander verdriet
Daarom, daarom zien zij de sprookjes nog niet

 

Terug naar overzicht

Het sprookje is uit

(met dank aan Cor de Boer voor het sturen van de tekst)

't Sprookje is uit

Een mooie droom is voorbij

Ik dacht dat jij op mij zou wachten

Maar jij nam een ander voor mij

't Sprookje is uit

Het had zo mooi kunnen zijn

Ik zag zo vaak al in gedachten

Ons huisje zo knus en zo klein

 

Ik kon daarginds in de vreemde niet weten

Dat jij, voor de toekomst bevreesd

Het mooie zo gauw zou vergeten

Dat tussen ons is geweest

 

't Sprookje is uit

Een mooie droom is voorbij

Ik dacht dat jij op mij zou wachten

Maar jij nam een ander voor mij

 

Nooit heb ik gevoeld

Dat in jouw hart iets was bekoeld

Want in elke brief

Kwam steeds voor: "Ik heb je lief"

 

't Sprookje is uit, 't Sprookje is uit

 

Terug naar overzicht

Het tehuis van ouden van dagen

(Uitvoering: Annie de Reuver en Truusje Koopmans)

(met dank aan Marc Blokland (†) voor het sturen van de tekst)

Het leven had niets meer te bieden

Aan de oudjes van zeventig jaar.

Raakten steeds minder valide

Konden niet buiten elkaar.

Hadden verzorging zo nodig

Wat moest er worden gedaan.

Naar het tehuis van ouden van dagen

Zijn ze toen samen gegaan.

 

Refrein:

In het tehuis van ouden van dagen

Wordt alleen het verleden bewaard.

In het tehuis van ouden van dagen

Hun laatste tehuis hier op aard.

 

Kinderen waren getrouwd al

Hadden hun eigen gezin.

Toch vroegen zij aan de oudjes

Kom maar gerust bij ons in.

't Was goed bedoeld maar zij waren

Liever maar niemand tot last.

Opdat de jeugd dat is vaak gebleken

Niet bij de ouderdom past.

 

Refrein

 

En op een sombere morgen

Zijn ze uit hun huisje gegaan.

Hebben wat schamele spullen

In een valiesje gedaan.

Moeder we gaan sprak de oude

Pakte haar arm en zei: "Kom."

Maar op de hoek van de straat keken beiden

Huilend voor 't laatst nog eens om.

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Het vissersmeisje

(Joseph Schmidt 1937)

Refrein
Mijn vissersmeisje, kom wacht een reisje
Zing bij dit wijsje, een blij refrein
Het vissersleven, zal vreugde geven
Want wendt de steven, 't zal heerlijk zijn

Stap in niet langer dralen
Want we steken van wal
In 't licht der manestralen
Wat de vangst wezen mag
Trek stevig aan de touwtjes
Haal weer de neten in
Dra ben je 'n vissersvrouwtje
Is dat wel naar je zin

O, hoor, de golfjes kabb'len
Tegen slagzijde aan
Zo gaat ook door jouw babb'len
Vol gloed mijn harte slaan
Stuur naar de oever henen
Zit naast mij in het zand
Zing ik als een sirene
Voor jou alleen aan 't strand

Aan boord zijn nu de netten
Zie de vissen vol glans
Die spart'lend zich verzetten
Met hun zilveren dans
Kijk eens daar in de hoge
Sterren in lichte nacht
Blauw als je mooie ogen
Waar steeds mijn hart naar smacht

Terug naar overzicht

Het was op een dansfeest

(Nederlandse tekst op "The homing waltz)

(tekst: Bart Ekkers / muziek: Tommy Connor)

(met dank aan Gerard Engelbertink voor het sturen van de tekst)

Het was op een dansfeest

Dat 'k nooit zal vergeten,

'k Wist niet wie je was

Maar je keek me steeds aan.

Ik zag dat je lachte

Jij boog en ik wachtte

En toen ben 'k met jou

Naar de dansvloer gegaan.

We dansten een wals,

'k Hoor nog het refrein,

Die wals zal voor altijd

M'n liev'lingswals zijn.

Het was op een dansfeest

Dat 'k nooit zal vergeten

'k Verloor toen mijn hart

Bij dit mooie refrein.

 

Terug naar overzicht

Het water in de Maas

(met dank aan Anita Dortmans voor het sturen van de tekst)

Refrein:

Als het water in de Maas nou toch eens bier was

Lekker bier was, schuimend bier was

Nou, dan zat ik aan de kant

Met een bierglas in mijn hand

Ja, dan was ik aan de Maas de beste klant

Nou, dan zat ik aan de kant

Met een bierglas in mijn hand

Ja, dan was ik aan de Maas de beste klant

 

Als dat nou eens waar was

Zei Piet tegen Klaas

Nou, nou, nou

Dan was iedereen

Die je zag aan de Maas

Blauw, blauw, blauw

 

Refrein

 

En iedere vis

Smaakte dubbel zo fijn

Nou, nou, nou

Omdat-ie dan flink

In de olie zou zijn

Blauw, blauw, blauw

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Het weesmeisje

(Het lied 'An einem Fluss der rauschend schoss' verscheen anoniem in 1781. De oudste Nederlandse versie dateert uit het begin van de 19e eeuw. Zowel van de Nederlandse tekst als van de melodie zijn enkele varianten in omloop.)

Aan de oever van een snelle vliet
Een treurig meisje zat,
Zij weent, zij schreide van verdriet
Het gras van tranen nat

Zij werpt de bloempjes die zij zag,
Mistroostig in de stroom,
En riep: Ach, lieve vader ach!
Ach, lieve broeder kom

Een rijke wandelt langs de vliet,
Bespeurt haar bitt're smert,
En daar het meisje treurig ziet,
Breekt zijn meedogend hert

En sprak tot haar: Mijn lieve meid,
Ach, spreek en wees niet schuw,
Zeg mij waarom gij weent en schreit
Zo ik kan, zo help ik u.

Zij kijkt, zij kijkt hem troostloos aan
En sprak: Ach, brave man,
Een arme wees gij hier ziet staan
Die God wel helpen kan.

Ziet gij dat groene bergje niet
Daar is mijn moeders graf
En aan de oever van de vliet
Daar glee mijn vader af.

 

De felle storm verwon weldra
Hij worstelde, ach, hij zonk!
Mijn broeder sprong hem achterna,
Eilaas, maar die verdronk.

Nu vlucht ik ras het weeshuis uit,
Zodra het wastijd is,
Ik zoek de lucht door klagen uit,
Mijn hart vol droefenis.

Gij moet niet klagen, lieve meid,
Uw hert verdient geen pijn
Ik wil uw broeder en uw vriend,
Ik wil uw vader zijn.

Hij vat haar minzaam bij de hand,
Om naar zijn hand te gaan,
En deed haar kleren naar zijn stand,
Haar wezenkleders uit.

Zij eet, zij drinkt zijn spijs zijn drank,
Gestadig dag aan dag,
Goed-rijke man, gij hebt veel dank,
Voor zo een braaf gedrag.

 

Terug naar overzicht

Het wijnglas

(tekst/muziek: Dirk Witte, uitvoering Jean-Louis Pisuisse)

's Avonds lezen w'in de kranten

Hoe het ging die dag aan 't front

Zoveel honderd weer gevallen

Zoveel duizend weer gewond

Zoveel kind'ren zonder vader

Zoveel moeders zonder kind

En we vragen wanneer eens toch

Dat gemoord een einde vindt

 

Maar des morgens -welk een vreugde-

Lezen w'in het ochtendblad

Dat er een banket geweest is

In de een of and're stad

 

Waar Lloyd George weer heeft gedronken

Op het welzijn van z'n land

Waar de oorlog werd gewonnen

Met het wijnglas in de hand

 

's Avonds lezen w'in de kranten

Weer een boot getorpedeerd

Zoveel mensen uitgevaren

Zoveel maar teruggekeerd

Zoveel tonnen graan verloren

Zoveel mensen  zonder brood

Zoveel vrouwen, zoveel kind'ren

Dichter bij de hongerdood

 

Maar des morgens -welk een vreugde-

Lezen w'in het ochtendblad

Van een rijk en deftig feestmaal

In de een of and're stad

Waar de "Kaiser" heeft gedronken

Op z'n uitgehongerd land

En "den Alten Gott" geprezen

Met het wijnglas in de hand

 

Elke dag brengt nieuwe ellende

Nieuwe armoe, nieuwe rouw

Elke dag krijgt ons vertrouwen

In de mensen weer een knauw

Angstig vragen we hoe lang nog

Deze oorlogswaanzin duurt

Welke afgezant des duivels

Deze wereld toch bestuurt

 

Ernstig gaan de diplomaten

Naar hun feestmaal en banket

Satan heeft aan 't hoofd der tafel

Zich als schenker neergezet

En hij vult daar met een grijnslach

Telkenmale tot de rand

Met het rode bloed der volk'ren

't Willig wijnglas in hun hand

 

Terug naar overzicht

Het zwerverslied

Je ging de wijde wereld in, de zon tegemoet
En bent in de vreemde gebleven
Maar nu je weer naar huis verlangt, ontbreekt je de moed
Je hebt ook zo lang niet geschreven
Al denkt ze dat je haar vergat in 't verre vreemde verre land
Zij heeft alleen aan jou haar hart verpand
Het zwerven maakt een mens zo moe, neem dus een besluit
Bij haar rust je werkelijk uit

Vaak kijkt ze stil naar jouw foto
Jouw lege stoel bij de haard
Jij zocht geluk in de vreemde
Was dat de eenzaamheid waard

Al denkt ze dat je haar vergat in 't verre vreemde verre land
Zij heeft alleen aan jou haar hart verpand
Het zwerven maakt een mens zo moe, neem dus een besluit
Bij haar rust je werkelijk uit

 

Terug naar overzicht

 

Hey, hey, meisje lief

(The Kilima Hawaiians)

(met dank aan Carola voor het sturen van de tekst)

Refrein:

Hey, hey, hey, hey, meisje lief je bent van mij
Hey, hey, hey, hey, meisje lief je bent van mij
Hey, hey, hey, hey, meisje lief je bent van mij
Hey, hey, hey, hey, meisje lief je bent van mij

Sina, de bloem van Java
Die zag haar leven te Sujabara
Vreemde rovers wilde haar schaken
Haar mama, die riep haar na:

Refrein


Sina, de bloem van Java
Op twintig jaar kwam te Madera
Zonder weerga verloor ze haar hartje
Want haar liefde kwam weldra

Refrein


Sina, de bloem van Java
Is niet gebleven te madera
Want de ridder van Suracara
Sloot haar op in zijn paleis

Refrein

 

Terug naar overzicht

Hiep hiep hoera dat was een feest

(uitvoering: Eddy Christiani)

Drie hoog vroeg mijn buurman als hij jarig was elke keer

Een ieder die hij kende bij zich aan huis

Daar schoof een vriend en vijand wat onwennig heen en weer

En zaten lang voor tienen al weer thuis

Maar eenmaal op zo'n avond, geloof me het is waar

Toen hosten ze heel eensgezind het huis haast in elkaar

Ze dansten boemsidesi als samba per abuis

Ze zongen: "En we gane nog lange niet naar huis"

Toen kwam een polonaise, dat werd een hele tour

Ze zongen net: "We gaan niet naar huis"

En gingen door de vloer

 

Refrein:

Hiep hiep hoera dat was een feest

Zoals er in geen jaren daarboven was geweest

Hiep hiep hoera wat een rumoer

Ze zongen net: We gaan niet naar huis

En gingen door de vloer

 

Een oom zat te patiencen, het wou maar niet vandaag

Toen schoot opeens zijn tafel met kaarten naar omlaag

Hij riep naar onder wijzend: "Daar gaat mijn ruitenboer"

De hele avond was ie niet huis, nou gaat hij door de vloer

 

Refrein

 

De buurman van beneden lag slapend in zijn bed

Toen kwam door zijn plafond heen de visite aangezet

Hij zei: "Ik vind het heel aardig, hoe kom je op het idee

Maar ga toch liever zonder mij door, ik doe vandaag niet mee"

 

Hiep hiep hoera dat was een feest

Zoals er in geen jaren daarboven was geweest

Hiep hiep hoera wat een rumoer

Ze zongen net: We gaan niet naar huis

En gingen door mijn vloer

 

Mijn buurman heeft die avond een heleboel geleerd

Komt nu een polonaise weet hij het gaat verkeerd

Ze gaan nog niet naar huis toe, hij vindt het allemaal best

Maar gaat dan vast de trap af omlaag en wacht daar op de rest

 

Hiep hiep hoera dat was een feest

Zoals er in geen jaren daarboven was geweest

Hiep hiep hoera wat een rumoer

Ze zongen net: We gaan niet naar huis

En gingen door mijn vloer

 

Hé kijk uit !

 

Terug naar overzicht

Hier in mijn hart (oorspr.: Here in my heart)

(Ned.tekst: Jan Remo, Van Aleda / muziek: Pat Genero, Lou Levinson, Bill Borrelli)

(uitvoering Het Orkest Zonder Naam)

(met dank aan Gerard Engelbertink voor het sturen van de tekst)

Hier in mijn hart zingt een lied van verlangen.

Hier in mijn hart ben je nooit te vervangen.

Hier in mijn hart wacht jou de liefde.

Liefde die wacht, met geduldige smart;

Dus, liev'ling, neem toch dit hart;

Het blijft jou toebehoren;

Want zonder jou is het redd'loos verloren.

Maak van mijn hart je veilige haven,

Kom weer bij mij, en blijf hier in mijn hart.

 

Terug naar overzicht

Hier 's ek weer

(Woorde: Tradisioneel / musiek: S.A. Volkswysie / verwerk: G.G. Cillié)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Hier's ek weer, hier's ek weer

Met my rooirok voor jou deur,

En ek wil jou hê, en ek sal jou kry.

Hier's ek weer, hier's ek weer

Met my rooirok voor jou deur,

En ek wil jou hê, en ek sal jou kry.

Al slaan jou ma my driemaal oor my kop,

Dan staan ek op en kom ek weer.

Al slaan jou ma my driemaal oor my kop,

Dan staan ek op en kom ek weer.

 

 

Hier's ek weer, hier's ek weer,
Met my khakiebroek geskeur,
Ek wil jou hè, ek sal jou kry.
Hier's ek weer, hier's ek weer,
met my khakiebroek geskeur,
Ek wil jou hè, ek sal jou kry.
En al slaan my ma my nog zo pimpelblau,
Ek wil jou he, ek hou van jou.
En al slaan my ma my nog zo pimpelblau,
Ek wil jou he, ek hou van jou.

 

Terug naar overzicht

Hij had zijn moeder meegenomen (Rob Smit)

(met dank aan Marc Blokland (†) voor het sturen van de tekst)

Refrein:

Hij had zijn moeder meegenomen

Op zijn eerste huwelijksnacht

Hij stond bekend als Jan de slome

Maar daar had niemand aan gedacht

Hij had zijn moeder meegenomen

Op zijn eerste huwelijksnacht

Het werd geen nacht van mooie dromen

Want Jan zijn moeder hield de wacht

 

De huwelijksnacht verliep bij Jan de Slome zoals verwacht

Hij ging geen stap bij mamalief vandaan

Zijn bruid die zat te huilen op het bed die eerste nacht

Zo zijn de mooiste uren omgegaan

 

Refrein

 

En telkens als de Slome naar zijn bruidje ging

Riep ma, zet nu maar even door, je leert het zo

Toen gilde plots het bruidje, help hij zit me achterna

En ma riep: "Je krijgt het niet cadeau"

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Hij moet steeds hooger

(wijze: Met tante Mina naar Wijk aan Zee)

(met dank aan Carola voor het sturen van de tekst)

Laatst kwam een schoorsteenveger

Bij mevrouw aan huis,

De schoorsteen wou niet trekken

't Was voorwaar een kruis.

De man ging op de ladder,

Maar bleef toen heel ontdaan,

Bovenaan gekomen, zenuwachtig staan.

Mevrouw riep hem naar beneê

En sprak toen ontevreê:

 

Refrein:

Je moet wat hooger, wees niet zoo traag

Je moet wat hooger, je zit te laag,

Je moet wat hooger, 't is niet goed

Want anders verdrijf je niet mijn roet.

 

Een jongen en een meisje

Kwamen van een bal masqué,

Zij had dien nacht van haar papa

De huisdeursleutel mee.

Maar 's nachts toen thuisgekomen

En door de duisternis

Nam die jongen zijn sleutel, maar stak toen telkens mis.

Ze riep: ,,Maak geen gerucht"

En sprak toen met een zucht:

 

Refrein

Je moet wat hooger, wees niet zoo traag

Je moet wat hooger, je zit te laag,

Je moet wat hooger, je bent abuis

Want anders kom je niet in mijn huis.

 

Een meisje had verkeering

Al met een vliegenier,

Dat vond ze toch zoo lollig

Ze hadden veel plezier.

Maar op een nacht toen droomde zij, ja 't is voorwaar,

Alsdat zij beiden gingen vliegen in dat exemplaar.

Zij had de grootste pret

En droomde toen in bed:

 

Refrein:

Je moet wat hooger, wees niet zoo traag

Je moet wat hooger, je gaat te laag,

Je moet wat hooger, vooruit omhoog,

Want anders kom je niet aan de regenboog.

 

Een boer ging uit logeeren

Voor 't eerst in Amsterdam,

Toen hij daar half sikker

In een theater kwam.

Daar was een danseresje

Wat sierlijk zich bewoog,

Maar door 't springen, gingen haar rokjes wat omhoog.

De boer riep overluid,

Toen tot die kleine guit:

 

Refrein:

Je moet wat hooger, wees niet zoo traag

Je moet wat hooger, je springt te laag,

Je moet wat hooger, doet zoo je best

Anders behaal je geen succes.

 

Terug naar overzicht

 

Hij speelt zo mooi accordeon

(tekst/muziek: Pierre Wijnnobel)

Refrein:
Hij speelt zo mooi accordeon
Van tralalalala en tralalalala
Ik wou dat ik het ook zo kon
Van tralalalalala
Er is geen stuk dat hij niet kent
Uit opera of operette
Hij speelt de shlagers van 't moment
Maar 't liefst een walsmuzette
Hij speelt zo mooi accordeon
Van tralalalala en tralalalala
Ik wou dat ik het ook zo kon
Van tralalalalala

Dagelijks gaat een muzikant op pad
En trekt, liedjes spelend, door de stad
De kind'ren dansen in de straat
En zingen, waar hij gaat

Refrein

Buurvrouw luisterde met open mond
En vergat wat op 't gasstel stond
Haar biefstuk zwart, zij wit van schrik
En zacht klonk, met een snik

Refrein

 

Terug naar overzicht

Hij wel ..

(muziek: Wim Poppink/uitvoering: Wim Poppink en The Ramblers)

Ik had een lief buurmeisje

Ze zat bij me in de klas

Ik hielp haar met 'r sommetjes

En naar school droeg ik haar tas

Ik ontdekte veel te laat

Dat ik verliefd was op haar

Want toen was m'n kans verkeken

'k Had een medeminnaar

 

Refrein:

Wij waren beiden smoorverliefd

Op Petronel

Maar ik mocht haar niet zoenen

Hij wel

Des avonds hing ik steeds als eerste

Aan de bel

Maar ik mocht niet naar binnen

Hij wel

Eens op een bal kreeg 'k de bons

Maar hij kreeg iedere dans

Het was zo klaar als een klontje:

'k Had geen schijn van een kans

Zij is met hem getrouwd

En ik bleef vrijgezel

Maar ik heb er geen spijt van

Hij wel

 

Het was een hele slag voor mij

Toen ik tot d'ontdekking kwam

Dat Petronel me niet bemind' en

Kalm een ander nam

Maar de tijd heelt alle wonden

Ook al zijn ze heel zwaar

Nu kijk ik met medelijden

Naar m'n medeminnaar

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Hittepetit

(Chr. van Dinteren Sr./Sam Trip 1921)

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

Hittepetit is van alle meisjes,
Zeker de liefste die ik ken.
Maar op mijn woord, ik kan niet vertellen,
Waarom ik zoo verkikkerd ben.
Hittepetit is wispelturig,
Je weet nooit wat je hebt aan haar.
Hittepetit is ongedurig,
Nu zit ze hier en dan weer daar.

Refrein:
Hittepetit, Hittepetit,
Wist ik maar wat er in je kopje zit.
Hittepetit, Hittepetit,
Wist ik maar wat er in je kopje zit.

Hittepetit heeft wel twintig vrijers,
Maar houdt ze allen voor den gek.
Zij proest het uit als ik zit te treuren,
Zij is een echt lachebek.
Hittepetit zit soms te pruilen,
En daarna lacht ze zich weer krom.
Hittepetit kan lachen huilen,
Maar ze weet meestal niet waarom.

Refrein

Hittepetit is een wand'lend raadsel,
Haar kleine hersens staan nooit stil.
Hittepetit is niet te doorgronden,
Maar ze weet heel goed wat ze wil.
Hittepetit kan 't weinig schelen,
Of men haar slecht vind of wel goed.
Maar zij laat heusch niet met zich spelen,
En zij weet heel goed wat ze doet.

Refrein

Hittepetit zei me daar zoo even,
Wat ze gedroomd heeft dezen nacht.
Maar ze heeft mij haar eerwoord gegeven,
Dat zij er alleen nog maar om lacht.
Zij heeft het zat van avonturen,
Zoo lang gewenteld in het rond.
Tot haar oog peinzend bleef turen,
Op 't plekje waar haar wiegje stond

Refrein

Terug naar overzicht

Hoe je heette dat ben ik vergeten

(tekst/muziek: E. Storch/A. Hoff/Gerondal/uitvoering: Eddy Christiani)

Refrein:

Hoe je heette, dat ben ik vergeten

Maar je ogen vergeet ik nooit meer

'k Droom nog altijd, dat wil ik wel weten

Op een avond dan zie ik je weer

Want geen ander is er daarna nog geweest voor mij

Toen ik afscheid nam van jou, ging het geluk voorbij

Hoe je heette, dat ben ik vergeten

Maar je kussen, vergeet ik nooit meer

 

't Was in een kleine badplaats

De zee was er blauw

Daar danste ik die avond

Zo heerlijk met jou

 

Refrein

 

Want geen ander is er daarna nog geweest voor mij

Toen ik afscheid nam van jou, ging het geluk voorbij

Hoe je heette, dat ben ik vergeten

Maar je kussen, vergeet ik nooit meer

 

Terug naar overzicht

Hoepla, naar de Noordpool

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

Wat was er een vreugd en pret in ons land,

Toen men onlangs de tijding vernam

Dat ginds aan de Noordpool een vlag werd geplant

En de eerste ontdekker daar kwam.

Wie 't hier benauwd kreeg die trok er gauw heen

Want 't is zoo gezond in die streek,

In de pool, 't is een feit was er heelemaal niet een

Die daar van de warmte bezweek.

 

Refrein: (2 x)

Hoepla, allemaal naar de Pool,

Hoep dan naar de Noordpool,

Ja de Pool is toekomstland,

Zit je hier soms in de brand,

Hoep, dan allemaal naar de Pool,

Hoepla naar de Noordpool,

Ben je ziek, niet goed of soms melancholiek

Hoep dan naar de Noordpool.

 

Inplaats men des zomers naar Zwitserland gaat

Komt 't zeker nu heel gauw tot stand,

Dat de Pool op ieder zijn reisprogramma staat,

Om de pret die je maakt in dat land.

Ge weet dat Lisone je zoo vlug, blij te moe,

Naar de Noordpoll expediteert,

Met 'n buurtverkeer ga je er 's middags naar toe

En 's avonds dan heel fijn dineert.

 

Refrein

 

Wanneer je wilt trouwen, en net bruiloft houden

Dan eischt onze moderne eeeuw,

Dat men maakt een reisje, heel chic met z'n meisje

Per vliegmachien neemt men haar mee.

En in 'n mandje wat lager schoonmama en zwager,

Vier getuigen o gunst wat een klucht,

Er wordt braaf geklonken en lustig gezonken,

En luid klinkt het steeds door de lucht:

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Hoera ! We hebben centen !

(met dank aan Anita Dortmans voor het sturen van de tekst)

Refrein

Hoera, we hebben centen, hoera, we hebben geld

Nou kan de deur weer open, wanneer er wordt gebeld

Hoera, we hebben centen, hoera, we hebben geld

Het leven is iets waard, als je het geld maar rollen laat

Hoera, we hebben centen, hoera, we hebben geld

Nou kan de deur weer open, wanneer er wordt gebeld

Hoera, we hebben centen, hoera, we hebben geld

Het leven is iets waard, als je het geld maar rollen laat

 

Bij ons thuis is het niet pluis

Want er is geen geld in huis

Aan het einde van de week

Is mama totaal van streek

Maar brengt pa z'n weekgeld in

Zingt het hele huisgezin:

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Holderdebolder (we hebben een koe op zolder)

(tekst: Van Tol/muziek: De la Fuente/ uitvoering: Piet Muyselaar, 1939)

Je weet in deze tijd niet wat er kan gebeuren morgen

En daarom moet je hamsteren en voor de toekomst zorgen

Dus gingen wij in Purmerend eens naar de veemarkt toe

En kochten voor een prikkie, tweedehands, een eigen koe

 

Refrein:

Holderdebolder, wij hebben een koe op zolder

Een grote vier cilinder-koe

Die roept: A-boe! A-boe

Holderdebolder, wij hebben een koe op zolder

Een bonte koe, een hamster-koe

A-boe! A-boe! A-boe

 

Die koe is rein en zindelijk, geen onvertogen spatje

Hij wordt geregeld uitgelaten op het duivenplatje

Hij slaapt 's nachts op een trijpen Louis Quinze-canape

De kattebak op 't nachtkastplankje voor de sanite

 

Refrein

 

Hij wordt op tijd gestofzuigd en gezeemd, da's voor de motten

En dan gaat ie in 't zonnetje doedeinen en ravotten

We voeren hem spinazieslaatjes met de kolenschop

En al die ouwe hoeden van m'n zuster vreet ie op

 

Refrein

 

Wanneer er melk moet wezen, klimmen we langs zeven trappen

Naar onze koefetaria en gaan een pintje tappen

We hebben melk in overvloed, maar weten niet, helaas

Aan welke knop je trekken moet voor boter en voor kaas

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Honderdmaal, duizendmaal

(tekst: Eddy Wijnberger/muziek: Walter Brandin/uitvoering: De Selvera's)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Honderdmaal, duizendmaal

Voer 'ie zijn schuitje

Steeds weer de zee op

Voor 't karige loon

Honderdmaal, duizendmaal

Wacht thuis z'n vrouwtje:

"Kom toch weer spoedig

Naar mij en je zoon".

 

Zo ging 't dag in, dag uit

Doch, eens op een keer

Kwam geen bericht van z'n schuit

De visser kwam nooit weer

Honderdmaal, duizendmaal

Bidt weer 't vrouwtje

Nu voor haar zoonlief

Want scheiden doet zeer.

 

Zo gaat 't dag in, dag uit

En iedere keer

Komt er bericht van z'n schuit

De visser komt steeds weer

Honderdmaal, duizendmaal

Bidt weer 't vrouwtje

Nu voor haar zoonlief

Want scheiden doet zeer.

 

Terug naar overzicht

Honger is de beste saus

Joh. J.H.Verhulst/Dr. J.P. Heije.

Uit: kun je nog zingen zing dan mee

(met dank aan Jaap Klijnsma voor het sturen van de tekst)

Honger is de beste saus !
Draven, slaven, zwoegen, zweeten,
Geeft den rechten trek tot eten.
Wie gewerkt heeft flink en goed,
Smaken rauwe boonen zoet.

Honger is de beste saus !
Had je taarten en pasteien,
Had je 's werelds lekkernijen,
Och wat hielp het u, mijn schat !
Als ge toch geen honger hadt ?

Honger is de beste saus !
Loopt het somstijds op een schraaltje,
Denk, wát baat het beste maaltje,
Aan een luien lekkerbek !
Groote schotels, kleine trek !

Terug naar overzicht

Hoog op de Alpen

(tekst: Lou de Groot / muziek: Albert de Booy / uitvoering: Albert Booy)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Heel hoog in de Alpen daar leef ik me uit,

Daar vrij ik met Käthi, mijn blozende bruid.

Zij trekt met haar koetjes langs berg en langs dal,

Zij houdt van haar vee, maar van mij bovenal !

 

Refrein:

Heel hoog op de Zwitserse Alpen,

Daar zing ik mijn hoe-la-die-ee.

Hier ben ik gewoon in de wolken,

Veel veiliger nog dan beneê.

En klinkt er de echo van mijn jodellied,

Dan vind ik het leven zo ak'lig nog niet.

Heel hoog op de Zwitserse Alpen,

Daar zing ik mijn hoe-la-die-ee !

 

Het schoons van de bergen dat trekt me zo aan,

Laatst wilde ik zelfs naar de Jungfrau toe gaan.

Maar Käthi riep gillend: ,,O Liebling, blijf hier

Als jij naar de Jungfrau wilt, kom dan bei mir !"

 

Refrein

 

Straks wordt blonde Käthi mijn wettige bruid,

Dan gaan wij naar 't kerkje bij schalmeigeluid.

Dan draag ik mijn vrouwtje naar de hoogste top,

Komt vrienden ga mee, zoekt het ook hoger op !

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Hoop dat bleef over voor mij

(Whispering Hope)

(met dank aan Corry Verhoeven voor het sturen van de tekst)

Steeds met een traan in m’n ogen,

Zie ik jou foto hier staan.

Waarom heb jij toch gelogen,

Ben je alleen weggegaan.

Geef me een teken van leven,

Loop me niet zo voorbij.

Denk toch aan hoe het geweest is

Hoop dat bleef over voor mij.

 

Refrein:

Kom toch terug dan is alles vergeven,

Kom toch terug dan is alles weer goed.

 

Terug naar overzicht

Hoor je het ruisen der golven

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

Huilende sirene,

Een schip gaat in zee,

Een wuivend op de kade huilt een meisje mee.

Haar jongen gaat varen,

Hij staat op de brug.

Over zes jaren keer ik weer bij jou terug.

 

Refrein:

Hoor je het ruisen der golven.

Hoor je het lied van de zee.

Vaar met me mee om de wereld, m'n kind,

Kom, kus me en ga met me mee.

Vaar met me mee om de wereld, m'n kind,

Kom, kus me en ga met me mee.

 

Zes jaren verstreken,

Het schip kwam nooit weer.

Het ging ten onder, de matroos kwam nimmer meer.

Het meisje, zij wacht nog,

Haar hart vol verdriet.

En in de verte hoort ze af en toe dit lied,

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

'k Hoor je stem in 't lied der golven

(Jan Koster)

(met dank aan Betsy van Dijk voor het sturen van de tekst)

In de tropische gewesten

Waar het lot mij heeft gebracht

Zit ik eenzaam, in gedachten

In de stille zwoele nacht

'k Zie je staan nog aan de kade

'k hoor dan weer je laatst' vaarwel

En nog even uit de verte

klonk het oude klokkenspel

 

Refrein:

'k Hoor je stem in 't lied der golven

Als ik sta aan 't vreemde strand

Want ik denk aan jou m'n liefste

In het verre vaderland

Sterren flonkeren als in Holland

En die zelfde oude maan

Die ons saam zo vaak zag lopen

Zie ik  hier ook lachend staan

'k Hoor je stem in 't lied der golven

Als ik sta aan 't vreemde strand

 

Maar er komen betere tijden

Wij zijn jong en nog vol moed

Met gejammer en met klagen

Kwam er nooit op aard' iets goed

't Is zo heerlijk om te weten

Wat mij ginder op mij wacht

En ik fluister voor ik ga slapen

Liefste 'k vertrouw je, goede nacht

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Hoor mijn lied, Violetta

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk en Gerard den Dekker voor het sturen van de tekst)

Voorbij is de romantiek

Waarmee in Venetië’s blauwe nacht

De minnaar vanuit zijn gondel

Zijn serenade bracht..

 

Refrein:

Hoor mijn lied, Violetta

Hoor mijn lied, dat klinkt voor jou

'k Zing je toe uit m'n gondola

Dat ik zoveel van je hou.

’t Is het lied van alle tijden

Van een hart dat weent en lacht,

Terwijl de maan met zilver strooit door de nacht.

 

 

O kom Violetta !

O kom Violetta !

Mijn hart verlangt naar een geluk : jou alleen.

‘k Vaar met jou in mijn gondola

Zingend door het leven heen.

 

Refrein

 

Thans boomt een moderne gids

Zijn gondel vol globetrotters voort

Maar nog zingt hij soms dat liedje

Hier al zo vaak gehoord…

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Hortensia

(tekst: Jacques van Tol/muziek: Joop de Leur/uitvoering: Lou Bandy)

De avond valt, Hortensia, 't zilv'ren maantje lacht

Ver weg klinkt een harmonica, en ik sta hier op wacht

Ik troost me met een stille lach, 't is morgen holiday

Want morgen is het donderdag, dan eten we hachee

 

Refrein:

Ik denk aan jou, terwijl m'n ogen turen

Over de hei, waar ik op schildwacht sta

Ik denk aan jou, die lange, lange uren

Ik blijf je trouw, oh mijn Hortensia

 

M'n strozak is zo smal en klein, vol bobbels van 't stro

Maar ik vraag aan den kapitein een bon voor een lits-jumeaux

Wanneer ik kapucijners schrans, zo vol melancholie

Is 't of ik in die spekvetglans jouw bruine ogen zie

 

Refrein  

 

Als ik aan de kanonnen sta, een vuur met zwaar geluid

Is 't net of mijn Hortensia, haar kleine neusje snuit

Soms ratelt er een mitrailleur, dat troost mij inderdaad

't Is net de stem van Tante Trui, die met de buurvrouw praat

 

  Refrein

 

Ik heb een avontuur beleefd, nee, dat vergeet ik niet

Ik zie iets in de lucht dat zweeft, door ons neutraal gebied

Ik richt m'n spuit, tot vuren klaar, toen is m'n drift bedaard

Een Nederlandse ooievaar, met een oranje staart

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Hotsjek (uitvoering: De Wama's)

Langs de lange rulle zandweg hotst een boerenwagen voort
En eentonig klinkt het hotsjek als het paard wordt aangespoord
Want de scheem'ring gaat reeds vallen en de voerman klakt z'n tong
Hotsjek hotsjek loop wat harder, hotsjek hotsjek kom dan jong

Refrein:

Hotsjek hotsjek, ouwe trouwe merrie
Maak wat voort, we zijn nog ver van huis
Hotsjek hotsjek, stap wat door, m'n paardje
Breng mij voor het donker wordt weer thuis
Ginds in de verte, daar is het dal
Wacht jou de haver, wacht je warme stal
Hotsjek hotsjek, stap wat door, m'n paardje
'k Zie de lichtjes van de hoeve al

 

En de merrie spitst de oren want de stal lokt haar wel aan
En het maaltje lekkere haver zal ook wel naar binnen gaan
En de voerman lacht tevreden om haar plotse-linge spoed
Hotsjek hotsjek, braaf zo beestje, hotsjek hotsjek, zo gaat 't goed

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Hou moed, lieve pappie (Jerry Bey)

(met dank aan Betsy van Dijk voor het sturen van de tekst)

Een jochie , heel jong,

Nauw'lijks zeven jaar oud,

Zit droevig een briefje te schrijven.

Een briefje voor paps,

Waar hij zielsveel van houd,

Die lang in 't gevang moet verblijven.

Hij schrijft over thuis,

Waar sinds pappie verdween,

Al maandenlang niemand meer lacht.

En hoe hij des 's avonds,

In stilte vaak weent,

Als mams hem naar bed heeft gebracht.

 

Refrein:

  Hou moed, lieve pappie,

Het komt wel weer goed,

Want eenmaal dan heeft u

De straf uitgeboet.

't Kan me niet deren

Wat men van u zegt,

Hou moed, lieve pappie,

't Komt weer terecht!

 

En dan op 'n dag,

Krijgt 'n man in z'n cel,

Een brief door z'n jongen geschreven.

Dat briefje, zo mooi,

Zo van harte gemeend.

't Geeft hem weer moed om te leven.

De vader beseft

Door die simpele klacht,

Hoe wreed soms de wereld kan zijn.

En snikkende zegt hij,

De brief aan zijn hart,

M'n jongen, wat deed ik je pijn.

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Houd er de moed maar in

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

Je kan de laatste dagen door heel ons Nederland,
Een liedje hooren zingen vdoor elke rang en stand.
Ze hossen en ze spingen, ja ieder groot en klein,
Die brulllen door de straten steeds dit populair refrein:

Refrein:
Van je hela hola houdt er de moed maar in,
Houd er de moed maar in,
Houd er de moed maar in.
En van je hela hola houd er de moed maar in,
Houd er de moed maar in.

Ik speel al een paar jaren steeds in de loterij,
En elke nieuwe trekking koop ik maar briefjes bij.
't Kost me een kapitaaltje want steeds heb ik een strop,
En toch blijf ik maar spelen want dit lied zit in m'n kop:

Refrein

Wanneer je in ons landje, een woning zoeken gaat,
Dan kan je loopen zoeken, je eigen uit de naad.
En kom je bij een huisbaas, dan antwoord hij subiet:
"Ik kan je nu niet helpen, maar ik troost je met dit lied":

Refrein

Een ouwe heer van zestig, getrouwd alreeds vier jaar,
Zit nog maar steeds te wachten, op mijnheer de ooievaar.
Hij wacht en blijft maar zuchten, want hij snapt het maar niet,
En om hem dan te troosten, zingt z'n jonge vrouw dit lied:

Refrein

Terug naar overzicht

Houd er de moed maar in

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

En van je hela hola

Houd er de moed maar in,

Houd er de moed maar in,

Houd er de moed maar in,

En van je hela hola

Houd er de moed maar in,

Houd er de moed maar in.

 

En als de moed er uit is

Dan pompen we hem d'r in,

Dan pompen we hem d'r in,

Dan pompen we hem d'r in,

En als de moed er uit is

Dan pompen we hem d'r in,

Dan pompen we hem d'r in.

 

En als de pomp kapot is

Gaan we naar de smid,

Gaan we naar de smid,

Gaan we naar de smid,

En als de pomp kapot is

Gaan we naar de smid,

Gaan we naar de smid.

 

Terug naar overzicht

Houdt mij uit de gevangenis vrij

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

Luister goed wat er nu moet gaan gebeuren

Jij zal zeker van nacht je slag slaan ?

Je hoeft er niet langer om te zeuren,

Ik heb voor jou al zooveel aangedaan.

Wat je doet, ja dat kan me niet schelen,

Die portefeuille moet jij voor mij stelen.

Doe je dat niet, is alles voorbij,

Dan heb ik niets te maken met jou.

 

Refrein:

Houdt mij uit de gevangenis maar vrij,

Doe je dat niet dan is alles voorbij.

Niets kan mij schelen,

Maar ik kan niet stelen.

Verlang dan maar alles van mij,

Je slaat je slag, je doet het verstaan,

Louis moet ik voor jou in den bajes gaan ?

Doe je dat niet dan is alles voorbij,

Houdt mij uit de gevangenis maar vrij.

 

Jij hebt altijd wat tegen te spreken,

Maar heusch ik kan dat niet doen.

Jij zit vol met van die dievenstreken,

Maar ik bezit nog een graadje fatsoen.

Ik moet van jou toch zooveel slikken,

Laat een ander het dan voor je weg pikken.

Doe je dat niet dan is alles voorbij,

Dan heb ik niks te maken met jou.

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Huil maar niet kleine Eva

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

Huil maar niet, kleine Eva,
Want je tranen doen me pijn.
Ik blijf altijd aan je denken,
Tot ik weer bij jou zal zijn.

Neem deze ring van mij,
Die zal jou zeggen dat ik trouw zal zijn.
Dat kleine souvenir,
Vertelt, mijn hart blijft altijd hier.

Huil maar niet, kleine Eva.
Schat we moeten scheiden gaan.
Nog een zoen, mijn kleine Eva,
Onze liefde blijft bestaan.

Huil maar niet, kleine Eva.
Schat we moeten scheiden gaan.
Nog een zoen, mijn kleine Eva,
Onze liefde blijft bestaan.

Huil maar niet, kleine Eva,
Schat we moeten scheiden gaan.
Nog een zoen, mijn kleine Eva,
Onze liefde blijft bestaan.
Nog een zoen mijn kleine Eva,
Onze liefde blijft bestaan.

Terug naar overzicht

Huil toch om de liefde niet

(oorspr.: Liebeskummer lohnt sich nicht)

(tekst: Joop van Schalkwijk/muziek: Chr. Bruhn en Georg Buscher/uitvoering: Shirley)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Refrein:

Huil niet om de liefde oh my darling
Waarom al die tranen in de nacht
Huil niet om de liefde oh my darling
Want ik weet dat je er morgen weer om lacht

Mijn vriendje uit de klas
Ging toen hij veertien was
Opeens verhuizen naar een andere stad
Omdat hij mij verliet
Had ik voor het eerst verdriet
Al zei mijn moeder: Luister goed mijn schat

Refrein


Met achttien was het John
Waar ik van dromen kon
Hij woonde bij ons in dezelfde straat
Maar Johnny was niet trouw
Hij nam het niet zo nauw
En gaf mij bij het afscheid deze raad

Refrein


Maar toen de ware kwam
Die mij uit liefde nam
Toen werd voor het mij leven echt een feest
Maar komt van tijd tot tijd
Een kleine woordenstrijd
Dan is die raad toch niet voor niets geweest

Refrein (2x)

 

Terug naar overzicht

Hup faldera

(tekst: Jack Bess / muziek: W. Quanz)

(met dank aan Gerard Engelbertink voor het sturen van de tekst)

Vrienden, luister goed: ik heb iets bedacht,

We gaan er op uit met vrolijke snuit

Als het moet, dan wordt de spaarpot geslacht

Ja krijgt onze huisbaas zelfs geen duit !

 

Refrein:

Wij vieren feest tot morgen vroeg,

En zingen hup falderal ! hup faldera ! hup faldera !

Wij vinden „morgen" vroeg genoeg

En zingen hup faldera ! hup faldera ! tot morgen vroeg !

Je host en springt zo'n beetje rond

En lacht je ziek, dat is gezond !

Wij vieren feest tot morgen vroeg,

En zingen hup faldera ! hup faldera ! tot morgen vroeg !

 

't Is te vroeg om al naar huis te gaan,

We blijven dus hier en maken plezier !

En we trekken ons van niemand iets aan

We hebben toch recht op wat vertier.

 

Refrein

 

Laat de klok maar slaan; we gaan niet naar huis

Maar zingen vol moed van: „zo gaat ie goed !"

't Is een leuke boel en wat heb je thuis ?

Nee, zo gaat ie als ie wezen moet !

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Hupla met de beentjes

(tekst: Erik Franssen - Van Aleda / muziek: R. Morbelli / uitvoering Bobbejaan Schoepen)

(met dank aan Gerard Engelbertink voor het sturen van de tekst)

Hup, hup, hupla, met de beentjes !

Van je hup, hup, hupla, met de beentjes !

Kom en dans, dans, dans, dans, dans 'n keer met mij !

Tra-la-la-la-la-la-la-la-la !

La-la-laat de boel maar waaien,

En we zwie-zwa-zwieren en we zwaaien

En we swing-swing-swing-swing-swingen er nog bij !

Tra-la-la-la-la-la-la-la-la !

Jij en ik en ik en jij, schat, en we horen bij elkaar.

Ik zoen jou en jij zoent mij en als je mij kust

Dan kus ik jou en zijn we in de wolken !

Hup, hup, hupla met de beentjes !

Van je hup, hup, hupla met de beentjes !

Kom en dans, dans, dans, dans, dans 'n keer met mij !

Tra-la-la-la-la-la-la-la-la !

 

 

Hup, hup, hupla, met de beentjes !

Van je hup, hup, hupla, met de beentjes !

Kom en dans,. dans, dans, dans, dans 'n keer met mij !

Tra-la-la-la-la-la-la-la-la !

La-la-laat de boel maar waaien,

En we zwie-zwa-zwieren en we zwaaien

En we swing-swing-swing-swing-swingen er nog bij !

Tra-la-la-la-la-la-la-la-la !

Jij en ik, en ik en jij, wij gaan trouwen met elkaar.

Vele kleintjes kopen wij en die zullen we

Die zullen we dit spelletje dan leren;

Hup, hup, hupla met de beentjes !

Van je hup, hup, hupla met de beentjes !

Kom en dans, dans, dans, dans, dans 'n keer met mij !

Tra-la-la-la-la-la-lala-la.

 

Terug naar overzicht

Hutje bij de zee (2 versies)

(muziek beide versies John Roger Thomas)

Versie 1

(tekst Anthonius Franse)

 

Beelden uit mijn kinderjaren
Uit mijn jeugd zo vrij en blij
Trekken somtijds kalm en rustig
Aan mijn peinzend oog voorbij
'k Denk nog dikwijls aan die da-agen
Vol geluk en stille vreê
Hoe verheugd ik steeds ontwaakte
In ons hutje bij de zee
Hoe verheugd ik steeds ontwaakte
In ons hutje, ons hutje bij de zee

 

Mijn verbeelding ziet de bloemen
Voor ons nederig venster staan
En 't strand waar 'k schelpen gaarde
Glanzen bij het licht der maan
'k Hoor mijn moeders zoet vermanen
Als ze mij in 't bedje leê
En ik voel weer 's levens morgen
In ons hutje bij de zee
En ik voel weer 's levens morgen
In ons hutje ons hutje bij de zee

 

Wat ik later mocht ervaren
's Levens droefheid 's levens vreugd
Immer zal mijn hart u loven
Vreedzaam plekje uit mijn jeugd
En mijn laatste wens zal we-ezen
Dat ik eens in kalm en vreê
't Moede hoofd ter rust mag vleien
In ons hutje bij de zee
't Moede hoofd ter rust mag vleien
In ons hutje, ons hutje bij de zee

 

 

Alternatief laatste couplet:

(met dank aan Inez)

 

Wat mij later zal gebeuren

's Levens droefheid 's levens vreugd

Nimmer zal ik die plek vergeten

Dierbaar plekje mijner jeugd

En mijn laatste wensch zal wezen

Dat ik eens verheugd, tevreê

Het moede hoofd terneer kan vleien

In ons hutje aan de zee

Het moede hoofd terneer kan vleien

In ons hutje aan de zee


 

-------------------------------------

Versie 2

(tekst Mr. M.B. le Jeune)

 

Denk ik aan mijn kinderjaren,

Aan de dagen uit mijn jeugd.

't Is mij of 't slechts droomen waren,

Droomen vol geluk en vreugd.

Nooit verdriet, steeds zonder zorgen,

'k Zag vervuld mijn kleinste beê,

Frisch en vroolijk ied're morgen

In het hutje aan de zee.

Frisch en vroolijk ied're morgen

In het hutje, het hutje aan de zee.

 

'k Zie de rozenstruiken bloeien,

Ruik hun aangename geur,

'k Hoor de wind langs 't hutje loeien,

En hem gieren door de deur

Moeder hoor ik zachtkens zingen,

Zoo gelukkig en tevreê,

Ik verlang naar vele dingen

In het hutje aan de zee.

Ik verlang naar vele dingen

In het hutje, het hutje aan de zee.

 

Schoon reeds jaren zijn vervlogen

Dat blijft toch mijn eenig thuis;

'k Zie het altijd voor mijn oogen,

Mijn zoo dierbaar ouderhuis.

Al mocht weelde mij omzweven,

Toch blijft steeds mijn laatste beê,

Mocht ik eens nog rustig leven

In het hutje aan de zee.

Mocht ik eens nog rustig leven

In het hutje, het hutje aan de zee.

 

Terug naar overzicht

Huwelijk

(Eduard Jacobs 1868-1914)

(met dank aan Jeanne Albers voor het sturen van de tekst)

 

"Brief van een trouwlustige juffrouw naar aanleiding der volgende advertentie:"

Huwelijk,

Flink man, goed postuur, middelbare leeftijd, zoekt kranig wijf, recht

door zee met een flinke spaarpot en een vrolijk humeur. Brieven

franco... enz. enz."

 

 Waarde Mijnheer,

 

Omdat ik mijn hele leven

Op geen annonce schrijven wou

Ben ik steeds ongetrouwd gebleven

Hoewel ik heel graag trouwen zou

Dat ik er nu toe ben gekomen

Strekt u zelf het meest tot eer

Ik schrijf dit briefje zonder schromen

U leek mij een fatsoenlijk heer

 

U vraagt niet in uw advertentie

Zoals gewoonlijk een portret

Dat trok bijzonder mijn attentie

Ik vond dat delicaat en net

Ik moet daar zeker uit besluiten

Dat schoonheid het bij u niet doet

U oordeelt niet alleen van buiten

U kijkt dus ook naar het gemoed

 

U bent een man van rijpe jaren

Ik ben omstreeks precies zo oud

En dat kan u mijn broer verklaren

Ik heb daarbij een hart van goud

Ik hield wel vroeger van 'n geintje

Toch wist ik mij steeds te ontzien

Ik bleef zo rein als 'n begijntje

Enfin, dat zal u zelf wel zien

 

Houdt u soms van een huis'lijk leven

Van rust en van gezelligheid

Dat kan ik u hier volop geven

Mijn huis dat is mijn zaligheid

Ik hou er niet van uit te lopen

Ik ga eens per jaar naar stad

Om enkele dingen bij te kopen

Maar dan lig ik drie weken plat

 

Geloof niet dat wij ons hier vervelen

Dat is voor ons iets ongewoon

Mijn broer kan heel mooi orgel spelen

We hebben ook 'n grammofoon

O, vroeger was ik dol op lezen

Maar 'k kan nu 's avonds slecht meer zien

Of 't moeten grote cijfers wezen

Daarom spelen we dikwijls kien

 

Ik heb 'n hond, 'n aap, twee sijsjes

'n Leeuwerik en 'n papegaai

Die fluit van allerhande wijsjes

Daarin hebt u bepaald uw draai

'k Heb ook 'n toetje van een poesje

Dat beest dat is mijn grootste pret

O gunst meneer, 't is zo'n snoesje

Hij slaapt altijd bij me op bed

 

Ik kan stil leven van mijn renten

Maar als mijn broer soms sterft voor mij

Krijg ik nog 'n paar losse centen

Hij is de vijftig al voorbij

Het moet toch zeker iets betekenen

Dat hij sinds lang zo weinig eet

Je mag op iemands dood niet rekenen

Maar 't is toch goed dat u 't weet

 

Iets wat u ook wel zal bevallen

We krijgen eens per week bezoek

Dan zingen we psalmen met z'n allen

Bij 'n kopje thee met peperkoek

U moet dus gauw eens komen kijken

't Is niet zo ver hier per spoor

En als we elkander zouden lijken

Dan moet de kogel er gauw door...

 

 Terug naar overzicht

Huwelijksmars (uitvoering Jetty Pearl)

Uit liefde of uit dwang, om het geld, om de stand,
Berekend of bedeesd, vlecht men de huw'lijksband.
'k Heb deftig, zwarte heren en grove rauwe meiden,
'k Heb snoevers en sinjeurs naar het stadhuis zien rijden.

Maar hoe lang ik ook leef, ik vergeet nooit de dag,
Dat ik de mooiste bruiloft van mijn leven zag.
't Was toen mijn lieve ouders, na lange tijd van minnen,
Na lang verloofd te zijn, de echt gingen beginnen.

Hoog op een ossekar zaten zij naast elkaar.
Die kar werd voortgesleept door 'n wilde vriendenschaar.
De wederzijdse ouders liepen verwoed te duwen,
Blij dat hun kinderpaar nu eindelijk ging huwen. 

De huwelijkse stoet was bepaald wat bizar.
Dus staarde 't straatpubliek verwonderd naar de kar.
We werden aangegaapt door heel de burgerije,
Die nimmer zo'n partij aan zich voorbij zag rijen.

Er woei een woeste wind rond de bruidegom en bruid.
Die greep mijn vaders hoed en blies hem voor zich uit.
En uit de lage wolken viel troosteloos de regen,
Als om de trieste stoet te spoelen van de wegen.

Mijn moeder huilde zacht en haar bonte bloementuil.
Ging als een ledepop in bei' haar armen schuil.
Ik liep, om haar te troosten, met dreunende akkoorden,
Op mijn harmonica het bruidskoor te vermoorden.

De jonkers van de bruid schreeuwden kwaad en in koor:
"Tart ons maar, Pluvius! Het feest gaat toch wel door !"
De warrelige stoet die zelfs de goden schuwden,
Trok door de regen voort. Leve de jonggehuwden !

 

Terug naar overzicht