(met dank aan Hanneke Peters voor
het sturen van de tekst)
Zacht als de zang van een engel,
Warm als een zefir vol rust,
Heeft met een innig vertrouwen,
Lieflijk haar stem mij gesust.
Wacht tot het daagt na het duister,
Eens is de storm opgeklaard,
Zonneschijn straalt op ons morgen,
Dan is weer alles bedaard.
Refrein:
Fluist’rend verlangen, zo hoopvol zo zoet,
Schenkt aan mijn hart vol van smart weer de moed.
Fluist’rend verlangen, zo hoopvol zo zoet,
Schenkt aan mijn hart vol van smart weer de moed.
Schemering daalt over ’t landschap,
’t Zoekende oog reikt niet ver.
Schittert niet tegen dat donker,
Helder de glans van een ster ?
’t Leven lijkt dikwijls zo somber,
Ruw als de kolkende zee.
Eens laat haar stem zich wel horen,
Gevend vertrouwen en vree.
(met dank aan Ingrid
Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
Jij hebt als een kind van Parijs
Een weelde aan schoonheid en charme
Zelfs harten omgeven door ijs
Weet jij met je lach te verwarmen
Een iedereen die je ziet gaan
Bewondert je als een sensatie
Men noemt je Frou-Frou om je gratie
Daar sluit ik me dolgraag bij aan
Refrein:
Frou-Frou ! Frou-Frou !
O mooiste aller vrouwen
Frou-Frou ! Frou-Frou !
Ik ben het wachten moe
Frou-Frou ! Frou-Frou !
Wanneer gaan wij nu trouwen
Kom lach me toe
En wordt mijn bruid Frou-Frou
Je hart is zo luchtig als kant
Je schoonheid doet denken aan bloemen
Het is dus charmant en frappant
Dat men je Frou-Frou is gaan noemen
Je ogen zijn blauw als de zee
Je lippen zijn rood als robijnen
Je lach doet de zon voor me schijnen
Maar als ik je vraag zeg je nee
(met
dank aan Jeanne Albers voor het sturen van de tekst)
Latijn
Nederlands
Gaudeamus igitur
Juvenes dum sumus.
Post jucundam juventutem
Post molestam senectutem
Nos habebit humus.
Laat ons verblijden
Zolang we nog jong zijn
Na een fijne jeugd
Na de ellende van hoge leeftijd
zal de aarde ons hebben.
Ubi sunt qui ante nos
In mundo fuere?
Vadite ad superos
Transite in inferos
Hos si vis videre.
Waar zijn onze voorgangers?
Waar ter wereld?
Ga naar de hemelen
Stap over naar de hel
Als je ze wil zien.
Vita nostra brevis est
Brevi finietur.
Venit mors velociter
Rapit nos atrociter
Nemini parcetur.
Ons leven is kortstondig
Spoedig zal het eindigen.
De Dood komt snel
En grist ons gruwelijk weg
Ze spaart niemand.
Vivat academia!
Vivant professores!
Vivat membrum quodlibet
Vivant membra quaelibet
Semper sint in flore.
Leve de universiteit!
Leve de professoren!
Leve elke student!
Lang leve alle studenten!
Moge ze altijd hun jeugd behouden!
Vivant omnes virgines
Faciles, formosae.
Vivant et mulieres
Tenerae amabiles
Bonae laboriosae.
Lang leve de meisjes
Makkelijk en mooi!
En leve de vrouwen,
Lief en van te houden,
Goed en werkzaam.
Vivat et respublica
et qui illam regit.
Vivat nostra civitas,
Maecenatum caritas
Quae nos hic protegit.
En lang zal de staat leven
En de leider ervan!
Lang zal onze stad leven
En de goedheid van de weldoeners
Die ons hier beschermt!
Pereat tristitia,
Pereant osores.
Pereat diabolus,
Quivis antiburschius (nep-Latijn)
Atque irrisores.
Laat de treurnis vergaan!
Laat de hatenden vergaan!
Laat de duivel vergaan!
Laat ook de anti-student vergaan
En de spottenden ook!
Het Gaudeamus is ontleend aan het
Middeleeuwse lied De brevitate vitae (Over de kortheid van het leven) op de
melodie van een boetelied van 1267 uit Bologna. Er bestaan verschillende
versies van dit lied. Dit is de meest gebruikelijke versie is van de van
Christian Wilhelm Kindleben uit 1781. Studentenlied.
(Nonnenkoor uit Cassanova, Muziek:
Johann Strauss jr)
(met
dank aan Jeanne Albers voor het sturen van de tekst)
Jub'lend rond Heem'len troon,
Zingen Engelen wonder schoon
Zij verkondigen Gods macht
Die ons herder is dag en nacht
Refrein:
Wij die zijn, menschen klein
Knielen voor Uw aanschijn neder
Telkens weer, smeekend Heer,
Om bescherming goed en teeder
Gij, die voor gevaren
Ons slechts kan bewaren
Breng toch Heer vragen wij;
Ons de vreede weer
Gij, die tot ons menschen zei,
Hebt ge droevenis, komt tot mij
Bidden U, dat Gij ons spaart
Toont toch medelij met deez'aard.
Giacomo Girolamo Casanova (Venetië, 2
april 1725 – Dux (Bohemen), 4 juni 1798) was een beroemd 18e-eeuwse
avonturier uit Venetië, wiens naam synoniem werd voor vrouwenversierder en
die zijn blijvende reputatie vooral dankt aan zijn zeer uitgebreide memoires
die, met de nodige academische omzichtigheid, als een 18e-eeuws
tijdsdocument kunnen worden gezien. Als actief occultist was hij ook
betrokken bij genootschappen zoals de Rozenkruisers en de vrijmetselarij.
???
We
hebben onze liefde besproken,
Nu heb je m'n hartje gebroken.
Ik geloofde in jou en 't geluk,
Al dat moois is nu stuk.
Waarom liet je mij zo alleen,
Ik kan niets zonder jou om me heen.
Er zat eens een meisje in gedachten,
Op 't bankje haar liefste te wachten.
Ze wachtte vergeefs op haar lief,
Daarom schreef ze hem deze brief:
We hebben onze liefde besproken,
Nu heb je m'n hartje gebroken.
Ik geloofde in jou en 't geluk,
Al dat moois is nu stuk.
Waarom liet je mij zo alleen,
Ik kan niets zonder jou om me heen.
Je
weet dat ik al maandenlang
Een oogje heb op jou
Dat ik je ieder ogenblik
Met stralend oog beschouw
Ik heb wanneer we samen zijn
M'n oog niet van je af
Waarom geef jij geen knipoog terug
Als ik je er eentje gaf
Refrein:
Geef mij een knipoog
M'n lieve schat
Want als jij knipoogt
Dan is dat "je dat"
Mocht iemand het zien
Dan zeg je droog
Wanneer ik nerveus ben
Dan knippert mijn oog
Wanneer ik nerveus ben
Dan knippert mijn oog
Een
knipje met het linkeroog
Vertelt: "Ik hou van jou"
Een knipje met het rechteroog
Beweert: "Ik blijf je trouw"
Dus zie je voortaan hier of daar
Iets naar je gading gaan
Hou dan een oogje in het zeil
En vraag direct spontaan
Refrein
Wanneer
je in de vreemde bent
En niemand je verstaat
Dan zwalk je meestal doelloos rond
En weet je haast geen raad
Maar als het om de liefde gaat
Dan kom je er wel doorheen
Want wat je met je ogen zegt
Begrijpt een iedereen
Geef
mij maar Amsterdam (uitvoering Johnny Jordaan)
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
Refrein:
Geef
mij maar Amsterdam, dat is mooier dan Parijs.
Geef mij maar Amsterdam, m’n Mokums paradijs.
Geef mij maar maar Amsterdam, met zijn Amstel en het IJ,
Want in Mokum ben je rijk en gelukkig tegelijk.
Geef mij maar Amsterdam.
Klaverjasclub,
"Schoppen negen", was een weekje in Parijs,
Om de contributie te verteren.
Ome Piet de sekeretaris had al maanden voor die tijd,
In z'n eentje Frans zitten leren.
Maar toen niemand hem verstond deed ie mal,
want hij zong op de Place Pigalle:
Refrein
Op
de hoge Eifeltoren ging de bakker haast om zeep,
Van de hoogte kreeg hij het te pakken.
Als de slager niet toevallig net zijn stelten greep,
Had hij nooit geen brood meer gebakken.
Van de schrik gingen ze gauw naar beneê,
En toen kloek op de Champs Elysées:
Geef
mij maar de prairie (uitvoering Bobejaan Schoepen)
Er
was eens een cowboy vol grote gebreken,
't Liep altijd verkeerd wat hij deed,
Hij lag eens te slapen in zijn wollen deken,
Werd wakker, dacht: Wat is 't heet,
Hij lag naar 't kampvuur met zijn achterkant,
Het zitvlak was gans uit z'n rijbroek gebrand,
Jippy, jippy, jippy-a-jee,
Zing 't refrein met me mee.
refrein:
Geef mij maar de prairie, een zadel, een paard,
Dan kan me de rest niks schelen.
Alleen in de prairie, op zadel en paard,
Daar zal ik me nooit vervelen.
Hij
trof eens een meisje, ook zij had gebreken,
En 't liep weer verkeerd wat hij deed.
Hij had haar hoofd met zijn paard vergeleken,
Omdat zij hem af en toe beet.
Toen hij 's morgens opstond, toen was 'ie alleen,
Ze ging met z'n paard en revolvertjes heen,
Jippy, jippy, jippy-a-jee,
Zing 't refrein met me mee.
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
Geld bezorg je niets dan last
Want je houd het toch niet vast
Pas heb je het gekregen
Of het is weer weg
Zorgen die zij ook en last
Die in onze tijd niet past
Brengen iemand zegen staan je in de weg
Daarom zijn wij fideel al hebben wij niet veel
Wij zijn voor pret en jool is ons parool
Refrein:
Geen geld en toch geen zorgen
Want wat komt het er op aan
Vandaag is nog niet morgen
Morgen zal het ook wel gaan
Er zijn nog zoveel lieve meisjes
Er is nog zoveel zonneschijn
Geen geld en toch geen zorgen
Dan pas is het leven fijn
Als je stevig speculeert
En het gaat opeens verkeerd
Zit je in de ellende
En je weet geen raad
Als je nooit iets heb gehad
Is je zak nog net zo plat
Maar van eenmaal wenden maak je niet meer kwaad
En ach zo'n bankbiljet
Geef ook niet enkel pret
Mens erger je niet paars lap aan je laars
Refrein
Er zijn nog zoveel lieve meisjes
Er is nog zoveel zonneschijn
Geen geld en toch geen zorgen
Dan pas is het leven fijn
(met dank aan Jeanne Albers voor het sturen
van de tekst)
Tot onderwerp voor dit liedje
Koos ik de hond, dat lieve dier
Ik wijd aan Hek en aan Petietje
Dit lied van humor en satir'...
Had ik de keus, ik zeg 't bij dezen
Wanneer ik eens reincarneer
Vroeg ik of 't als hond mocht wezen
En 'k zong voor onze lieve Heer:
Refrein:
Gelukkig is 'n hond
Hij licht maar enkel z'n pootje
En 't zaakje is gezond...
Gelukkig is 'n hond !!
Laatst had ik 's morgens lang gezeten
In een der steden, in de soos
'k Had veel gedronken, niets gegeten
Nu, dat gebeurt me niet altoos
Toen ik naar huis ging, liep 'k te vloeken
Van rechts naar links, door heel de stad
Maar waar ik zocht, in alle hoeken
Ik vond maar geen... u weet wel wat !
Refrein
't Gebeurt hier vaak in Insulinde
Dat iemand dwarsgezeten wordt...
De chef zegt woedend: "Ik zal je vinden !"
En het ontslag volgt binnenkort
Zo raakte laatst een mijner vrienden
Zijn brood en baantje eensklaps kwijt
En daar hij zowat niets verdiende
Zong hij bedroefd en zwart van nijd:
Refrein
Indies bekende groot-doen-manie
Dat adverteren in de krant:
'Verloofd', 'Gehuwd'... Zo'n advertentie
Plaatst hier zelfs iemand zonder stand
En dan 't bespott'lijk 'kennismaken'
Dat handjes geven, naam gemeld !
Na 'n kwartier weet geen dier snaken
Aan wie hij zich heeft voorgesteld !
Refrein
Echtscheidingen zijn hier alle dagen
Geen enkel echtgenoot blijkt rein
Maar om een scheiding aan te vragen
Moet zelfs in Indië reden zijn
Waarom toch is 't hier kort na 't trouwen
Gedaan met 't huwelijks plezier ?
Omdat veel mannen en veel vrouwen
Al te lichtvaardig denken hier:
Refrein
Tot slot wil ik nog resumeren
Waarom ik graag 'n hond wou zijn:
Geen hond draagt peperdure kleren
Nooit zijn z'n schoenen hem te klein
Geen hond heeft last van geld verkwisten
Geen hond leeft ooit boven z'n stand
Geen hond heeft last van journalisten
Die op hem schelden in hun krant !
(met dank aan Carola voor het sturen
van de tekst)
Ginds in een steeg, vol ellende en
nood,
Vond men een knaap aan den rand van den dood.
Toen men vroeg, hoe ’t met zijn ziel was gesteld;
Zei hij: “Nooit heeft men mij daarvan verteld”
Refrein:
Zeg het toch voort, o zeg het toch voort!
Predik den Heiland door daden en woord,
Dat geen verwijt u ’t hart ooit doorboort:
“Nimmer nog heb ik van Jezus gehoord.”
Toen men hem sprak van ’t verlorene
schaap,
Kwam er een glans op den stervenden knaap.
“Weet gij wel zeker, dat mij dat ook geldt?
Niemand toch heeft mij daar ooit van verteld.”
Refrein
“’k Ben veel te min en te slecht”,
sprak hij nu.
“Neen”, was het antwoord “Hij stierf ook voor u”.
“Maar als dat waar is”, sprak hij nu ontsteld.
“Waarom toch heeft men dat mij nooit verteld?”
Refrein
d’ Engel des doods kwam nu nader tot
hem.
Plots’ling sprak hij toen met bevende stem:
“Heer, ik geloof, voor mij stierf Gij aan ’t kruis;
Breng toch die boodschap aan allen in huis.”
( tekst: A. Meurs / muziek: H. Ledbetter
en J. Lomax / uitvoering: The Ramblers)
Refrein:
Irene,
goodnight
Ik kom weer gauw
Goodnight Irene, goodnight Irene
Je weet, ik blijf je trouw
In
New York, daar woonde een zeeman
Die, als hij vertrok uit z'n land
Dan zei, als hij voer uit de haven
Tot z'n meisje Irene, aan de kant:
Refrein
Waar
hij ook kwam in de wereld
Waar ook in haven en stad
Steeds als z'n schip weer ging varen
Dan hoorde daar iedere schat:
Refrein
Hij
had, zoals iedere zeeman
Ook bij 't afscheid verdriet
Niet als hij Irene op een wonder
Maar als hij de zee weer verliet
Refrein
Goodnight
Irene, goodnight Irene
Je weet, ik blijf je trouw
Goodnight Irene, goodnight Irene
Je weet, ik blijf je trouw
Goodnight Irene, goodnight Irene
Je weet, ik blijf je trouw
Refrein:
Goud en geld, ze brengen geen geluk
Want zonder liefde gaan de mooiste dromen stuk
Goud en geld, ze zullen eens vergaan
Maar ware liefde blijft altijd bestaan
Zij was een heel arm meisje
En hij een man met geld
Zij zag in hem een wonder
Aanbad hem als een held
Het leek een heel mooi sprookje
Maar ach wat kreeg zij spijt
Hij trouwde met een ander
En zij sprak vol verwijt:
Refrein
Datzelfde arme meisje
Heeft nu niet langer smart
Zij vond na vele maanden
Een trouw en zorgzaam hart
Ze voelen zich gelukkig
Al meer dan twintig jaar
Zij leven heel bescheiden
Maar leven met elkaar
(tekst: H. Dunkler Sr. ca
1831/uitvoering: o.a. Willy Derby in de Hofstad film 1929)
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
Turf in je ransel
Turf in je ransel
Stroozak, is geen mode meer
Turf in je ransel
Turf in je ransel
Flink je kop op, deze keer !
Ieder grijpt je, ieder knijpt je
Tot je boel behoorlijk zit
Daar komt ie aan !
Geeft Acht !
Kom nu maar stil gestaan
Want daar komt de generaal
Ziet me die Jager eens aan
Dat had ik ook wel van zo'n vlegel verwacht.
Ik geef je een dag of acht
En als je niet oppast
Dan draag ik je voor voor overplaatsing
En de generaal
Kwam vol pracht en praal
Een prachtige statie achteraan
't Gevolg reed langzaam ons voorbij
Doch niemand drong elkaar op zij
En de 'hoge' was zeer voldaan
En zei dan ook ronduit
Kolonel, je Regiment ziet er frappant en uitmuntend uit.