SeniorPlaza

Uit (groot)moeders tijd

Ferrer

(met dank aan Andreas Jaquet voor het sturen van de tekst)

Wat waart gij groot o koninkrijk van Spanje

Onder Karel vijf volgens geschiedenis

De zon ging nooit onder in zijn landen

Waar nu helaas nog slechts een schim van is

Overgebleven van landrijkdom en schatten

Door de inkwisitie op den achtergrond geboord

En nu komt gij uw euveldaad vergroten

Door vals bedrog en laffe broedermoord

 

Refrein:

O Spanjaard van weleer

Waar zijn uw roem en zege

Uw grote faam, uw recht, uw rijk

Hebt gij gesleurd door modder en slijk

 

Een wet die zegt in de Europese landen

Eenieder heeft het recht van 't vrij gedacht

Maar gij verbraakt al die heerlijke banden

Voor enen man er was op voorbedacht

Hij stichtte vrij ja al die moderne scholen

Voor het werkvolk en voor de burgerij

Maar gij kwaamt hem in zijn grootse werk storen

Door haat en nijd en door juswieterij

 

Refrein:

Om de kiem van het vrij gedacht

De vooruitgang te beletten

Hebt gij Ferrer die edele ziel

Onschuldig in de kerker gebracht

 

Van alle kanten kwamen protesten, kreten

Zijn dochter smeekte om vergiffenis

De rechters wilden van geen genade weten

En velden onmedogend een vonnis

Door valse eden lieten zij hem kompromiteren

Door list en laagheid en door priesters geweld

Zo lieten zij de martelaar fusilleren

Maar hij die stierf zo dapper als een held

 

Refrein:

Zijn laatste woorden

Die zullen wij nooit vergeten

Als men het vuur het vuur bevool

Riep hij nog leve de moderne school

 

Als martelaar zijt gij voor 't recht gestorven

Voor de vrijheid en voor 't vrij gedacht

De rechters hebben al uw werk bedorven

Maar het blijft bestaan voor gans het nageslacht

In elk land, in dorpen en in steden

Blijft gij vereerd en wordt uw roem vergroot

Men hoort niets anders dan protesten kreten

Weg met de lafaards die Ferrer hebben vermoord

 

Slotrefrein:

Geëerd zij uw naam, vervloekt zijn uw beulen

Ontbloot het hoofd

In Ferrers naam

Dan roepen wij: leve het uur der wraak

 

 

Fietsen op de heide

(tekst en muziek: Marcel Thielemans/uitvoering: Marcel Thielemans en orkest olv. Theo Uden Masman)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

's Zomers als de heide bloeit

En de zon met felle stralen schroeit,

Als een ieder van 't geluk geniet

Dat de natuur in volle mate biedt,

Is het of een stem weerklinkt,

Die met zachte drang tot luist'ren dwingt

En mij zegt: "Dit is het uur

Om te genieten van de natuur !"

 

Refrein:

Fietsen op de heide, ver van iedereen,

Fietsen met z'n beiden, jij en ik alleen !

Vogels begeleiden ons op onze reis,

Waarheen wij ook rijden zingen ze hun wijs,

(fluiten) fluit ik dan met hun mee,

(fluiten) antwoord jij heel tevree.

Fietsen op de heide, ver van iedereen,

Fietsen met z'n beiden, jij en ik alleen !

 

Samen fietsen wij zo voort

En we spreken slechts een enkel woord,

Want we luist'ren naar een vogellied,

Dat tot ons zegt: "Wees stil en stoor ons niet."

Vlinders gaan van bloem tot bloem

En men hoort een vrolijk bijgezoem'

Heel de wereld is verheugd

En daarom delen wij in die vreugd.

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Fluisterend verlangen

(oorspr. Whispering hope)

(met dank aan Hanneke Peters voor het sturen van de tekst)

Zacht als de zang van een engel,
Warm als een zefir vol rust,
Heeft met een innig vertrouwen,
Lieflijk haar stem mij gesust.
Wacht tot het daagt na het duister,
Eens is de storm opgeklaard,
Zonneschijn straalt op ons morgen,
Dan is weer alles bedaard.
 

Refrein:
Fluist’rend verlangen, zo hoopvol zo zoet,
Schenkt aan mijn hart vol van smart weer de moed.
Fluist’rend verlangen, zo hoopvol zo zoet,
Schenkt aan mijn hart vol van smart weer de moed.

Schemering daalt over ’t landschap,
’t Zoekende oog reikt niet ver.
Schittert niet tegen dat donker,
Helder de glans van een ster ?
’t Leven lijkt dikwijls zo somber,
Ruw als de kolkende zee.
Eens laat haar stem zich wel horen,
Gevend vertrouwen en vree.

Refrein

 

Terug naar overzicht

Foei, foei, foei

(tekst: Paul Roda / muziek: Wim Poppink / uitvoering Janie Bron)

(met dank aan Gerard Engelbertink voor het sturen van de tekst)

Ik beld' eens bij m'n meisje aan,

Zo om een uur of zeven,

'k Heb haar, toen ze beneden kwam,

Een flinke zoen gegeven.

Maar daarmee dee 'k haar geen plezier,

Ze was ook ver van blij,

En keek mij heel verwijtend aan,

Terwijl ze zei:

 

Refrein:

Foei, foei, foei, wat heb je weer 'n baard !

Je lijkt warempel de bezem wel,

En je kust me doodbedaard !

Foei, foei, foei, wat loop j' er lelijk bij;

Ga rustig met die bos prikkeldraad

M'n deurtje maar voorbij !

Dat moet je nooit meer wagen,

Dat komt toch niet te pas,

Of dacht je soms, dat mijn gezicht

Een speldekussen was ?

Foei, foei, foei, wat heb je weer 'n baard !

Ik heb geen zin in jouw stoppelkin,

Jij bent geen kusje waard.

 

Ik keek wat op m'n neus en zei:

Zeg, wat kan jou dat deren ?

We gaan vanavond tóch niet uit,

Waarom zou ik me scheren ?

Ik bood haar toen m'n rechterwang,

En vroeg: ,,Krijg ik er één ?"

Zij ging een eind van mij vandaan,

En zei alleen:

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Fourier, m'n pakkie is gekrompen

(tekst en muziek: Jack Bess/ 1939)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

De infant'rist Jan Bik

Is tweemaal dubbeldik,

Zijn uniform past hem al lang niet meer

Maar toch trok hij het aan

Om naar zijn troep te gaan.

't Was geen gezicht, maar Jan zei: ,,'k Presenteer !"

Een ieder die hem zag schoot in de lach,

Maar Jan zocht de fourier en zei op slag:

 

Refrein:

Fourier, fourier,

M'n pakkie is gekrompen

Fourier, fourier,

Mijn mouwen zitten hier.

Die broek, die is me toch veel te klein,

Ik lijk precies op een harlekijn.

Fourier, fourier,

Kijk nou 's even hier.

 

 

Het was verbazend druk,

Jan raakte van zijn stuk.

Men vroeg hem telkens naar de achtergrond

En aan de beurt, o schrik,

Vernam de dikke Bik,

Dat hij als laatste op het lijstje stond.

Jan was een goed soldaat, dus werd niet kwaad,

Maar wel riep hij vol smart van vroeg tot laat:

 

Refrein.

 

Toch kreeg Jan inderdaad

Een uniform naar maat.

Nu loopt ie als een pronkstuk in de troep.

Toch dreigt er weer gevaar,

In minder dan een jaar,

Is 't pak hem weer te klein, door d' erwtensoep.

Wij horen op een keer nog wel eens weer,

Hoe Jan zijn wanhoopsklacht uit van weleer:

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Fraulein (Tekst: W. Rex en B. Hueting/muziek: L. Williams)
(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

Niet slechts wijn en gezangen,

Doen ons steeds weer verlangen,

Naar de oevers beneden "am Rhein”.

Jimmy Brown uit Dakota en uit Minnesota

Zoekt daar naar een leuke Fraulein.

 

Refrein:

Fraulein… Fraulein…

Zie jij 's nachts de sterren

Droom jij dan van ons samenzijn ?

Want er staat in die sterren

Zo glanzend van verre

Dat ik van jou hou mijn Fraulein

 

Elke man gaat bedenken,

Wie hij liefde zal schenken,

En hij zoekt wie zijn keuze zal zijn !

Maar mijn hart is gebonden

Ik heb jou gevonden

Mijn keus woont beneden "am Rhein” !

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Frou-Frou

(uitvoering: Lou van de Burg)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Jij hebt als een kind van Parijs
Een weelde aan schoonheid en charme
Zelfs harten omgeven door ijs
Weet jij met je lach te verwarmen
Een iedereen die je ziet gaan
Bewondert je als een sensatie
Men noemt je Frou-Frou om je gratie
Daar sluit ik me dolgraag bij aan

 

Refrein:
Frou-Frou ! Frou-Frou !
O mooiste aller vrouwen
Frou-Frou ! Frou-Frou !
Ik ben het wachten moe
Frou-Frou ! Frou-Frou !
Wanneer gaan wij nu trouwen
Kom lach me toe
En wordt mijn bruid Frou-Frou

 

 

Je hart is zo luchtig als kant
Je schoonheid doet denken aan bloemen
Het is dus charmant en frappant
Dat men je Frou-Frou is gaan noemen
Je ogen zijn blauw als de zee
Je lippen zijn rood als robijnen
Je lach doet de zon voor me schijnen
Maar als ik je vraag zeg je nee

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Ga dan eens een dagje naar buiten

(met dank aan Anita Dortmans voor het sturen van de tekst)

Refrein:

Ga dan eens een dagje naar buiten

Naar 't bos, naar de hei of naar zee

En als je de vogels hoort fluiten

Dan doe je vanzelf met hen mee

La la la, lalalalala, lalalalala, lalalalaha

La la la, lalalalala, lalalalala, lalalalaha

 

Wanneer je gekweld wordt door zorgen

En daardoor je rust nergens vindt

Vertelt dan je vrouw op een morgen

Dat zij met de schoonmaak begint

 

Refrein

 

Wanneer je de bons hebt gekregen

En wegkwijnt van liefdesverdriet

Dan is daar maar één middel tegen

't Is pijnloos en helpt je subiet

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Ganzenmarsch (muziek: Vejvoda; nederlandse tekst: Jack Bess)

Uit de bundel: De Nieuwste Mobilisatieklanken 1940

(met dank aan Jos de Vet voor het sturen van de tekst)

’t Is een Polka.... Ja waarempel

Nog een dans van d’oude stempel

Maar ik ruil de dans van heden

Voor een Polka.... uit ’t verleden

Toen zong ieder.... Lieve Zwartkop

Hoor eens even naar mijn hartklop

Dat was een sensatie.... in de oude tijd

Op een vrolijk.... aardig wijsje

Vroeg je gauw een aardig meisje

En dan ging je.... samen stappen

En je maakte vele grappen

Zo een Polka.... In die tijden

Was een bron van vreugd’voor beiden

Niemand hield van klagen.... Wel van vrolijkheid.

 

Maar die tijd.... o spijt.... die zijn we kwijt

Toen was wijd.... en zijd.... gezelligheid

Toen lachte iedereen nog blij

En was nog iets.... belastingvrij

Maar komaan.... geen traan.... dat zal niet gaan

Blijf niet staan.... Pak aan.... en zeg spontaan

Al is de oude tijd voorbij

Een polka stemt nog altijd blij.

 

Trio

 

Speel maar een polka

Dan komt de stemming er in

Speel maar een Polka

Dan heeft een ieder zijn zin

Speel maar een Polka

Niemand mag stil blijven staan

Vragen plagen alle dagen

Trek je daar maar niets van aan.

 

Terug naar overzicht

Gaudeamus

(met dank aan Jeanne Albers voor het sturen van de tekst)

Latijn

Nederlands

 

Gaudeamus igitur

Juvenes dum sumus.

Post jucundam juventutem

Post molestam senectutem

Nos habebit humus.

 

Laat ons verblijden

Zolang we nog jong zijn

Na een fijne jeugd

Na de ellende van hoge leeftijd

zal de aarde ons hebben.

 

Ubi sunt qui ante nos

In mundo fuere?

Vadite ad superos

Transite in inferos

Hos si vis videre.

 

Waar zijn onze voorgangers?

Waar ter wereld?

Ga naar de hemelen

Stap over naar de hel

Als je ze wil zien.

 

Vita nostra brevis est

Brevi finietur.

Venit mors velociter

Rapit nos atrociter

Nemini parcetur.

 

Ons leven is kortstondig

Spoedig zal het eindigen.

De Dood komt snel

En grist ons gruwelijk weg

Ze spaart niemand.

 

Vivat academia!

Vivant professores!

Vivat membrum quodlibet

Vivant membra quaelibet

Semper sint in flore.

 

Leve de universiteit!

Leve de professoren!

Leve elke student!

Lang leve alle studenten!

Moge ze altijd hun jeugd behouden!

 

Vivant omnes virgines

Faciles, formosae.

Vivant et mulieres

Tenerae amabiles

Bonae laboriosae.

 

Lang leve de meisjes

Makkelijk en mooi!

En leve de vrouwen,

Lief en van te houden,

Goed en werkzaam.

 

Vivat et respublica

et qui illam regit.

Vivat nostra civitas,

Maecenatum caritas

Quae nos hic protegit.

 

En lang zal de staat leven

En de leider ervan!

Lang zal onze stad leven

En de goedheid van de weldoeners

Die ons hier beschermt!

 

Pereat tristitia,

Pereant osores.

Pereat diabolus,

Quivis antiburschius (nep-Latijn)

Atque irrisores.

Laat de treurnis vergaan!

Laat de hatenden vergaan!

Laat de duivel vergaan!

Laat ook de anti-student vergaan

En de spottenden ook!

 

          

Het Gaudeamus is ontleend aan het Middeleeuwse lied De brevitate vitae (Over de kortheid van het leven) op de melodie van een boetelied van 1267 uit Bologna. Er bestaan verschillende versies van dit lied. Dit is de meest gebruikelijke versie is van de van Christian Wilhelm Kindleben uit 1781. Studentenlied.

 

Terug naar overzicht

Ge moet eens komen als de trap afgezaagd is

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

Wat hoort men nu weer op ons dagen

Een aardig spreekwoord, ja gewis.

Het is zooiets van trap afzagen,

Ge moet eens komen zoo precies.

Het klinkt zoo aardig in mijn ooren

En 't doet elk lachen ja van pret,

Dus zal het liedje u bekoren,

Of anders zet de stoof in bed.

 

Refrein:

Kom, kom, kom.

Je moet maar eens komen,

Is het spreekwoord hier gewis,

Dan klink het als den trap ja afgezaagd is.

Kom, kom, kom.

Het schoonste klinkt ja zeker net

En 't is van zet de stoof in 't bed,

Dat doet ons lachen van de pret.

 

Hoort nu hoe ik kwam te vernemen

Wat dit spreekwoordje beduidt,

'k Ontmoette laatst op mijn wegen

Ja zoo een lieve rare snuit.

Zij was met haar minnaar aan 't spreken,

ja ook van trouwen, 't was wat kras,

En 't meisje was weldra gebleken

Riep tot haar minnar vol ambras:

 

Refrein:

Kom, kom, kom.

Ge moet eens komen roept ze,

Ach mijne Louis.

Kom. kom, kom.

Want als de trap is afgezaagd

Dan is het veel te laat beklaagd,

En dan wordt ge weerom gejaagd.

 

Een getrouwd vrouwtje, zeer verlegen,

Kwam eens in 't midden van den nacht,

Ja door de donker stille wegen,

Met haar minnaar lief en zacht.

Zij fluisterde zoo'n zoete woorden,

Och lieveling mijn harte dief,

Het was zoo aardig 't geen ik hoorde,

Zij sprak hem toch zoo hartelijk lief:

 

Refrein:

Kom, kom, kom.

Ge moet eens komen,

Roept ze wat gejaagd.

Kom. kom, kom.

Want dan vindt ge zeker belet,

Ja zoo iemand in mij salet,

Ach dat is zeker niet korrekt.

 

Zoo was een stoeferke, een prater,

Die geen attentie nam aan 't woord,

Maar zeker geene vrouwen hater,

Was met de meisjes goed 't akkoord.

Zoo was hij met een afgesproken

En ging vol moet met haar covent,

Maar iemand die had lont geroken

Een stem die riep, 't was hare vent:

 

Refrein:

Kom, kom, kom.

Ge moet eens komen,

Riep hij ja heel onversaagt.

Kom, kom, kom.

Ja kom dan eens bij ons Jeannet,

Dan vindt gij bij ons belet,

Wij lachen samen dan van de pret.

 

Terug naar overzicht

Gebed voor de vrede

(Nonnenkoor uit Cassanova, Muziek: Johann Strauss jr)

(met dank aan Jeanne Albers voor het sturen van de tekst)

Jub'lend rond Heem'len troon,

Zingen Engelen wonder schoon

Zij verkondigen Gods macht

Die ons herder is dag en nacht

 

Refrein:

Wij die zijn, menschen klein

Knielen voor Uw aanschijn neder

Telkens weer, smeekend Heer,

Om bescherming goed en teeder

Gij, die voor gevaren

Ons slechts kan bewaren

Breng toch Heer vragen wij;

Ons de vreede weer

 

Gij, die tot ons menschen zei,

Hebt ge droevenis, komt tot mij

Bidden U, dat Gij ons spaart

Toont toch medelij met deez'aard.

 

Giacomo Girolamo Casanova (Venetië, 2 april 1725 – Dux (Bohemen), 4 juni 1798) was een beroemd 18e-eeuwse avonturier uit Venetië, wiens naam synoniem werd voor vrouwenversierder en die zijn blijvende reputatie vooral dankt aan zijn zeer uitgebreide memoires die, met de nodige academische omzichtigheid, als een 18e-eeuws tijdsdocument kunnen worden gezien. Als actief occultist was hij ook betrokken bij genootschappen zoals de Rozenkruisers en de vrijmetselarij. ???

 

Terug naar overzicht

Gebroken harten

(uitvoering De Selvera's)

We hebben onze liefde besproken,
Nu heb je m'n hartje gebroken.
Ik geloofde in jou en 't geluk,
Al dat moois is nu stuk.
Waarom liet je mij zo alleen,
Ik kan niets zonder jou om me heen.

Er zat eens een meisje in gedachten,
Op 't bankje haar liefste te wachten.
Ze wachtte vergeefs op haar lief,
Daarom schreef ze hem deze brief:

We hebben onze liefde besproken,
Nu heb je m'n hartje gebroken.
Ik geloofde in jou en 't geluk,
Al dat moois is nu stuk.
Waarom liet je mij zo alleen,
Ik kan niets zonder jou om me heen.

 

Terug naar overzicht

Gebroken woorden, gebroken hart

(Orkest Zonder Naam)

(met dank aan Betsy van Dijk voor het sturen van de tekst)

Refrein:

Gebroken woord, gebroken hart.

Ik dacht geluk te vinden,

Maar ik vond slechts smart.

'k Vertrouwde jou, jij bleef niet trouw.

Mijn hart dat zingt niet meer,

Ach nee het weent om jou.

 

Jij was zo blij als de zon in de Mei.

Ik was van jou, jij was van mij.

Toen ging jij heen, en 't zonlicht verdween.

Nu ben ik zo alleen.

 

Refrein

 

Jij was zo blij als de zon in de Mei.

Ik was van jou, jij was van mij.

Toen ging jij heen, en 't zonlicht verdween.

Nu ben ik zo alleen.

 

Refrein

 

Mijn hart dat zingt niet meer,

Het is gebroken.

Mijn hart dat zingt net meer,

Ach nee, het weent om jou.

 

Refrein

 

Jij was zo blij als de zon in de Mei.

Ik was van jou, jij was van mij.

Toen ging jij heen, en 't zonlicht verdween.

Nu ben ik zo alleen.

 

Refrein

 

Jij was zo blij als de zon in de Mei.

Ik was van jou, jij was van mij.

Toen ging jij heen, en 't zonlicht verdween.

Nu ben ik zo alleen.

 

Refrein

 

Mijn hart dat zingt niet meer,

Het is gebroken.

Mijn hart dat zingt net meer,

Ach nee, het weent om jou.

 

Terug naar overzicht

Geef me nog een drupske

(met dank aan Jeanne Albers voor het sturen van de tekst)

Een kermis is gekomen

Dat hebben wij vernomen.

Daarom gaan wij vroolijk uit

Met Keetje en met Grietje,

Neel en zwarte Pietje

Zongen daarom allen luid.

 

Refrein: 

O ! Suzanna wat is de kermis wonderschoon

O ! Wat is de kermis schoon.

 

Op de kermis aangekomen

Stapten wij zonder schromen

Vlug een grote molen in.

Ik al met mijn Grietje,

En Jan met zwarte Pietje,

Sprongen daar een bootje in.

 

Refrein

 

Wat verder doorgeloopen

Gingen wij er eentje koopen

In een grote danssalon.

Ik pakte toen mijn Grietje,

En Jan zijn lieve Pietje

Wij dansten en wij zongen luid:

 

Refrein

 

Wij waren van al dat horren

Knapjes moei geworden

En stapte toen een rijtuig in.

Zoo namen wij tot bedaren,

Een kleintje oude klare

Zingend stemde allen in:

 

Refrein

 

Geef mij nog een drupske

Geef mij nog een drupske

O mijn lieve Augustein.

Geef mij nog een drupske

Geef mij nog een drupske

O mijn lieve Augustein.

 

O Suzanna, wij gaan naar Amerika,

Naar Amerika gaan wij.

 

Terug naar overzicht

Geef mij de wodka Anuschka

(tekst: André Meurs / muziek: Hans Arno Simon)

(uitvoering: Duo Black & White met The Melody Sisters)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Refrein:

Geef mij de wodka Anuschka

En laat ons alleen.

De wodka begrijpt me

Maar jij bent gemeen.

Geef mij de wodka Anuschka

En kijk niet zo kwaad.

Als jij zo blijft kijken

Ga ik direct op straat.

Ik moet dag in, dag uit

M'n best toch doen

En jij zet mij op noodrantsoen.

Maar in die fles

Zit nog een heleboel.

Hoe kun j'het ooit bedenken

Mij te weig'ren in te schenken.

Heb je dan werk'lijk geen gevoel.

Geef mij de wodka Anuschka

En laat ons alleen.

De wodka begrijpt me

Maar jij bent gemeen.

Geef mij de wodka Anuschka,

Want weiger je mij,

Dan ga ik naar Peter

Die heeft nog meer dan jij.

 

't Valt voor Iwan heus niet mee,

Want Anuschka kijft voor twee.

Steeds als hij een glaasje wil

Staat Anuschka's mond niet stil:

"Iwan laat dat, want ik haat dat,

Hou je maat wat, want jou staat dat

Als een nette man niet, dat je zoveel wodka drinkt".

En grommend zegt haar dan

Diezelfde nette man:

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Geef mij een knipoog

(uitvoering Max van Praag)

Je weet dat ik al maandenlang
Een oogje heb op jou
Dat ik je ieder ogenblik
Met stralend oog beschouw
Ik heb wanneer we samen zijn
M'n oog niet van je af
Waarom geef jij geen knipoog terug
Als ik je er eentje gaf 

Refrein:
Geef mij een knipoog
M'n lieve schat
Want als jij knipoogt
Dan is dat "je dat"
Mocht iemand het zien
Dan zeg je droog
Wanneer ik nerveus ben
Dan knippert mijn oog
Wanneer ik nerveus ben
Dan knippert mijn oog 

Een knipje met het linkeroog
Vertelt: "Ik hou van jou"
Een knipje met het rechteroog
Beweert: "Ik blijf je trouw"
Dus zie je voortaan hier of daar
Iets naar je gading gaan
Hou dan een oogje in het zeil
En vraag direct spontaan 

Refrein 

Wanneer je in de vreemde bent
En niemand je verstaat
Dan zwalk je meestal doelloos rond
En weet je haast geen raad
Maar als het om de liefde gaat
Dan kom je er wel doorheen
Want wat je met je ogen zegt
Begrijpt een iedereen 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Geef mij maar Amsterdam (uitvoering Johnny Jordaan)

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

Refrein:

Geef mij maar Amsterdam, dat is mooier dan Parijs.
Geef mij maar Amsterdam, m’n Mokums paradijs.
Geef mij maar maar Amsterdam, met zijn Amstel en het IJ,
Want in Mokum ben je rijk en gelukkig tegelijk.
Geef mij maar Amsterdam.

 

Klaverjasclub, "Schoppen negen", was een weekje in Parijs,
Om de contributie te verteren.
Ome Piet de sekeretaris had al maanden voor die tijd,
In z'n eentje Frans zitten leren.
Maar toen niemand hem verstond deed ie mal,
want hij zong op de Place Pigalle:

 

Refrein

 

Op de hoge Eifeltoren ging de bakker haast om zeep,
Van de hoogte kreeg hij het te pakken.
Als de slager niet toevallig net zijn stelten greep,
Had hij nooit geen brood meer gebakken.
Van de schrik gingen ze gauw naar beneê,
En toen kloek op de Champs Elysées:

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Geef mij maar de prairie (uitvoering Bobejaan Schoepen)

Er was eens een cowboy vol grote gebreken,
't Liep altijd verkeerd wat hij deed,
Hij lag eens te slapen in zijn wollen deken,
Werd wakker, dacht: Wat is 't heet,
Hij lag naar 't kampvuur met zijn achterkant,
Het zitvlak was gans uit z'n rijbroek gebrand,
Jippy, jippy, jippy-a-jee,
Zing 't refrein met me mee.

 

refrein:
Geef mij maar de prairie, een zadel, een paard,
Dan kan me de rest niks schelen.
Alleen in de prairie, op zadel en paard,
Daar zal ik me nooit vervelen.

Hij trof eens een meisje, ook zij had gebreken,
En 't liep weer verkeerd wat hij deed.
Hij had haar hoofd met zijn paard vergeleken,
Omdat zij hem af en toe beet.
Toen hij 's morgens opstond, toen was 'ie alleen,
Ze ging met z'n paard en revolvertjes heen,
Jippy, jippy, jippy-a-jee,
Zing 't refrein met me mee.

Refrein

 

Terug naar overzicht

Geef mij maar een meisje/man (uitvoering: The Ramblers)

Er zijn maar weinig meisjes die eens leuk zijn om te zien

Charmant en waar je toch nog mee kan praten

Ze voelen zich bijzonder int'ressant en bovendien:

Ze lopen stuk voor stuk graag in de gaten

Ze dragen vreemde jumpers en hun haar is angstig kort

Je ziet ze soms met nagels waar je kleurenblind van wordt

 

Geef mij maar een meisje, gewoon om te zien

Zo eentje die me af en toe verwent

Wat koop ik voor een blondje met een boot of limousine

Zo een girl met een Amerikaans accent

Het kan me weinig schelen of ze Bep of Tiny heet

Alleen hoop ik maar een ding; dat ze nimmer kauwgom eet

Geef mij maar een meisje, gewoon om te zien

Zo eentje waar ik erg veel van hou

 

Wat heb ik aan een jongen die alleen maar swingen kan

En daarbij nog maar net tot tien kan tellen

't Loopt met rose sokken en 't noemt zich dan nog man

Zo'n type zou ik rustig laten bellen

Maar stond er eens een leuke, vlotte jongen voor m'n deur

Dan zou ik naar 'm toegaan met een opgewonden kleur

 

Geef mij maar een man, doodgewoon om te zien

Zo eentje die me af en toe verwent

Wat koop ik voor een jongen met een boot of limousine

Zo'n boy met een Amerikaans accent

Het kan me weinig schelen of 'ie Jan of Pietje heet

Alleen hoop ik maar een ding; dat 'ie nimmer kauwgom eet

Geef mij maar een man, doodgewoon om te zien

Zo'n jongen waar ik heel veel van hou

 

Geef mij maar een man, doodgewoon om te zien

Zo eentje die me af en toe verwent

Wat koop ik voor een blondje met een boot of limousine

Zo een girl met een Amerikaans accent

Het kan me weinig schelen of 'ie Jan of Pietje heet

Alleen hoop ik maar een ding; dat ze nimmer kauwgom eet

Geef mij maar een type, gewoon om te zien

Zo eentje waar ik erg veel van hou

Zo eentje waar ik erg veel van hou

 

Terug naar overzicht

Geef mij maar rijst met krenten (Tekst en Muziek: Bess-Manders/muziek 50 cent)

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

Er is iets vreemds gebeurd met mij

't Is raar maar het is waar

Mijn smaak is smakeloos van streek

't Is werklijk wonderbaar

Mijn eetlust is volmaakt normaal

Maar — wat een zot idee

Wanneer men mij een biefstuk biedt

Zeg  ik hardnekkig  "Nee....”

 

Refrein:

Geef mij maar rijst met krenten

En houd dan maar de rest

Geef mij maar rijst met krenten

Daaraan doe ik mijn best

Want daarvan krijg ik nooit genoeg

In  Oost. .   in  Zuid   .   of  West. .

Geef mij, maar rijst met krenten

En houd dan maar de rest

 

Wat heb je aan een taai konijn

Te delen met een zaag

Of aan een uitgedroogde kip....

Die kakelt in je maag

Wat eet een  mens aan boerenkool

En pannekoek met stroop

Voor wat een ander heerlijk vindt

Ga ik steeds  aan de loop:

 

Refrein

 

Ik geef niet meer om varkensvlees

Ik taal niet  meer naar hert

En soep....  al is ze nóg zo goed

Het blijft tenslotte snert

Aan paling heb ik maling

En ik lust geen krentenmik

Maar aan mijn lievelingsmenu

Eet ik mij dubbeldik

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Geen geld en toch geen zorgen

(Eddy Meenk 1932)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Geld bezorg je niets dan last
Want je houd het toch niet vast
Pas heb je het gekregen
Of het is weer weg
Zorgen die zij ook en last
Die in onze tijd niet past
Brengen iemand zegen staan je in de weg
Daarom zijn wij fideel al hebben wij niet veel
Wij zijn voor pret en jool is ons parool

Refrein:
Geen geld en toch geen zorgen
Want wat komt het er op aan
Vandaag is nog niet morgen
Morgen zal het ook wel gaan
Er zijn nog zoveel lieve meisjes
Er is nog zoveel zonneschijn
Geen geld en toch geen zorgen
Dan pas is het leven fijn

Als je stevig speculeert
En het gaat opeens verkeerd
Zit je in de ellende
En je weet geen raad
Als je nooit iets heb gehad
Is je zak nog net zo plat
Maar van eenmaal wenden maak je niet meer kwaad
En ach zo'n bankbiljet
Geef ook niet enkel pret
Mens erger je niet paars lap aan je laars

Refrein

Er zijn nog zoveel lieve meisjes
Er is nog zoveel zonneschijn
Geen geld en toch geen zorgen
Dan pas is het leven fijn

Bang bang

 

Terug naar overzicht

 

Geen hout meer in de schamele hut

(met dank aan Hendrik Jobse voor het sturen van de tekst)

Geen hout meer in de schamele hut

Geen vuur, geen stukje brood

Geen mens die aan het huisgezin

Een hand tot redding bood

 

De vader kwam van armoe om

Alleen bleef d' arme vrouw

De kinderen schreiden van gebrek

Verkleumd en stijf van kou

 

We hebben honger moederlief

Het is vandaag zo koud

Ze drukt haar kinderen aan haar hart

Gaat schreiend naar het woud

 

Ze sprokkelt onder kou en ijs

Het dorre hout, en moe

Keert zij met haren zware last

Weer naar de woning toe

 

Voor d' ene helft stookt zij het vuur

Voor d' andere helft koopt zij brood

Goddank voor heden geen gebrek

God helpt steeds in de nood

 

Ze sleept zich moe, gaat zingend voort

Maar eensklaps zinkt zij neer

Dor smart en honger uitgeput

Helaas zij is niet meer

 

Gelijk een lijkkleed dekt de sneeuw

Haar lichaam zo gij ziet

Door smart en honger uitgeput

Ze hoort haar kinderen niet

 

"Ach kinderen" was haar laatste woord

Terwijl zij d' ogen sloot

De kleinen aan het hart zo bang

Wie geeft hun hout en brood

 

Terug naar overzicht

Geluk door tevredenheid

(uit Neerlands zangboek door Joh. de Heer, 1925)

(met dank aan Jan van der zee voor het sturen van de tekst)

Vriend ik ben tevreden, 'k leef hier blij en stil;

Wat mijn lot mag wezen, 'k voeg mij naar Gods wil.

Menigeen heeft weelde, baadt zich in genot,

Maar ik ben tevreden met mijn weg en lot.

 

Schittert al geen kustlicht in mijn kleine kluis,

Komen vreemde wijnen nooit bij mij in huis,

Goed gaf mij tot hiertoe steeds mijn daag'lijksch brood,

'k Ben daarmee tevreden en had nimmer nood.

 

Ben ik in den vreemde ganschelijk onbekend,

En aan titels, orden evenmin gewend,

Toch ben ik voor adel van de ziel niet koel,

Maar heb voor mijn naasten warm en diep gevoel.

 

Dekt mij straks geen marmer, als ik rust in 't graf,

Ik verlang geen teeken, kroon of maarschalkstaf.

Geef mij voor dien luister, die voorbij zal gaan,

Straks een zalig sterven en een vriendentraan.

 

Terug naar overzicht

Gelukkig door tevredenheid

(uit de zangbundel De Zangvogeltjes)

(met dank aan Carola voor het sturen van de tekst)

Vriend ik ben tevreden, het gaat mij zo het wil

In mijn kleine woning leef ik blij en stil

Menig mens heeft alles wat hij wenst op aard

Maar ik kan ontberen dat is schatten waard

 

Schitteren gene lampen bij mijn avondmaal

Fonkelen vreemde wijnen niet in mijn bokaal

God bleef mij bewaren voor gebrek en  nood

Zoet smaakt na den arbeid bij mijn stukje brood

 

Ruist mijn naam niet eervol in het vreemde land

Sieren mij geen titels ster nog ordeband

Slechts voor zielen adel zij mijn hart niet koel

En het heil des naasten zij mijn wens en doel

 

Is geen schone woning voor mij ingericht

Toch schijnt in mijn hutje het lieve zonnelicht

Vreugde kiest niet altijd rijkdom en gemak

Zij is ook te vinden  onder het rieten dak

 

Praalt geen ere teken op mijn stille graf

Prijkt niet op mijn lijkkist kroon of maarschalkstaf

Ik zoek voor al die grootheid op mijn aardse baan

Slechts een zalig sterven en een vriendentraan

 

Terug naar overzicht

Gelukkig is een hond

(Eduard Jacobs 1868-1914)

(met dank aan Jeanne Albers voor het sturen van de tekst)

Tot onderwerp voor dit liedje
Koos ik de hond, dat lieve dier
Ik wijd aan Hek en aan Petietje
Dit lied van humor en satir'...
Had ik de keus, ik zeg 't bij dezen
Wanneer ik eens reincarneer
Vroeg ik of 't als hond mocht wezen
En 'k zong voor onze lieve Heer:

Refrein:
Gelukkig is 'n hond
Hij licht maar enkel z'n pootje
En 't zaakje is gezond...
Gelukkig is 'n hond !!

Laatst had ik 's morgens lang gezeten
In een der steden, in de soos
'k Had veel gedronken, niets gegeten
Nu, dat gebeurt me niet altoos
Toen ik naar huis ging, liep 'k te vloeken
Van rechts naar links, door heel de stad
Maar waar ik zocht, in alle hoeken
Ik vond maar geen... u weet wel wat !

Refrein

't Gebeurt hier vaak in Insulinde
Dat iemand dwarsgezeten wordt...
De chef zegt woedend: "Ik zal je vinden !"
En het ontslag volgt binnenkort
Zo raakte laatst een mijner vrienden
Zijn brood en baantje eensklaps kwijt
En daar hij zowat niets verdiende
Zong hij bedroefd en zwart van nijd:

Refrein

 

Indies bekende groot-doen-manie
Dat adverteren in de krant:
'Verloofd', 'Gehuwd'... Zo'n advertentie
Plaatst hier zelfs iemand zonder stand
En dan 't bespott'lijk 'kennismaken'
Dat handjes geven, naam gemeld !
Na 'n kwartier weet geen dier snaken
Aan wie hij zich heeft voorgesteld !

Refrein

Echtscheidingen zijn hier alle dagen
Geen enkel echtgenoot blijkt rein
Maar om een scheiding aan te vragen
Moet zelfs in Indië reden zijn
Waarom toch is 't hier kort na 't trouwen
Gedaan met 't huwelijks plezier ?
Omdat veel mannen en veel vrouwen
Al te lichtvaardig denken hier:

Refrein

Tot slot wil ik nog resumeren
Waarom ik graag 'n hond wou zijn:
Geen hond draagt peperdure kleren
Nooit zijn z'n schoenen hem te klein
Geen hond heeft last van geld verkwisten
Geen hond leeft ooit boven z'n stand
Geen hond heeft last van journalisten
Die op hem schelden in hun krant !

Refrein
 

Terug naar overzicht

Ginds in een steeg vol ellende en nood

(met dank aan Carola voor het sturen van de tekst)

Ginds in een steeg, vol ellende en nood,
Vond men een knaap aan den rand van den dood.
Toen men vroeg, hoe ’t met zijn ziel was gesteld;
Zei hij: “Nooit heeft men mij daarvan verteld”
 

Refrein:
Zeg het toch voort, o zeg het toch voort!
Predik den Heiland door daden en woord,
Dat geen verwijt u ’t hart ooit doorboort:
“Nimmer nog heb ik van Jezus gehoord.”
 

Toen men hem sprak van ’t verlorene schaap,
Kwam er een glans op den stervenden knaap.
“Weet gij wel zeker, dat mij dat ook geldt?
Niemand toch heeft mij daar ooit van verteld.”

Refrein

 

“’k Ben veel te min en te slecht”, sprak hij nu.
“Neen”, was het antwoord “Hij stierf ook voor u”.
“Maar als dat waar is”, sprak hij nu ontsteld.
“Waarom toch heeft men dat mij nooit verteld?”

Refrein

 

d’ Engel des doods kwam nu nader tot hem.
Plots’ling sprak hij toen met bevende stem:
“Heer, ik geloof, voor mij stierf Gij aan ’t kruis;
Breng toch die boodschap aan allen in huis.”

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Ginds onder de bomen (uitvoering Jan Koster)

(met dank aan Betsy van Dijk voor het sturen van de tekst)

Bij ons in het dorpje

Daar staat aan de weg

Een klein boerderijtje

Ginds achter een heg

Met witte gordijntjes

En voor elke ruit

Een vaasje met rozen

En daar woont m'n bruid

 

Ginds onder de bomen

Aan 't eind van de weide

Daar staat in de schaduw

Een vriendelijk huis

Een klein boerderijtje

Met knechten en meiden

En daar woont een meisje

Daar voel ik me thuis

 

Een aardig boerinnetje

Met hemelsblauwe ogen

Waarmee ik 's avonds zit

Bij 't vuurtje in de schouw

Ginds onder de bomen

Aan 't eind van de weide

Daar woont het meisje

Waar ik mee trouw

 

In Mei wordt de wagen

Met rozen getooid

Dan krijgt zij een sluier

Met bloemen bestrooid

Dan rijden we vrolijk

Naar 't kleine stadhuis

En komen weer deftig

Als echtpaar naar huis

   

Ginds onder de bomen

Aan 't eind van de weide

Daar staat in de schaduw

Een vriendelijk huis

Een klein boerderijtje

Met knechten en meiden

En daar woont een meisje

Daar voel ik me thuis

 

Een aardig boerinnetje

Met hemelsblauwe ogen

Waarmee ik 's avonds zit

Bij 't vuurtje in de schouw

Ginds onder de bomen

Aan 't eind van de weide

Daar woont het meisje

Waar ik mee trouw

 

Terug naar overzicht

Glaasje op .. laatje rijden

(tekst en muziek: Joop Portengen & W. J. van Kooten/uitvoering: Sjakie Schram)

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

Willem ging eens rijden in z'n nieuwe slee,

Na een ritje kreeg-ie dorst en stopte bij een klein café.

Hij dronk éénmaal, tweemaal driemaal enzovoort…
Maar toen hij weg wou rijden, greep een oom agent hem bij z'n boord:

 

Refrein:

Glaasje op, laat je rijden ! Glaasje op, laat je rijden !

Dat is een goede raad,

Wanneer je wat onzeker op je benen staat.

Glaasje op, laat je rijden ! Glaasje op, laat je rijden !

Maak de borrel die je drinkt niet extra duur,

Glaasje op, niet achter 't stuur !!!

 

Kees die reed al zig-zag door de straat,

Want hij was zoals je 't noemt heel erg in kennelijke staat.

Buurman riep z'n vrouw en zei: "Diarietje, kijk !

Kees die rijdt m'n nieuwe kippenhok met de grond gelijk."

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Glimwormpje

(met dank aan Cor de Boer voor het sturen van de tekst)

Glimwormpje ergens in het duister,

toon me vanavond al je luister.

Cirkel verlicht rond hoge bomen,

waarin de vogels rustig dromen.

Glimwormpje fonkel fel en machtig,

maak deez ’avond nog ééns zo prachtig.

Want ik vond een vrouw naar mijn idee,

dus Glimwormpje gloei voor twee.

 

Glimwormpje laat je schoonheid stralen,

geef een paar mooie licht signalen.

Geef met je eigen installatie

eens een soort neon demonstratie.

Glimwormpje deel mijn grote vreugde,

weet je wel wat mij zo verheugde.

Wel, ik vond een vrouw naar mijn idee,

dus Glimwormpje gloei voor twee.

 

Glimwormpje, kleine wonder kever,

glanzende motorloze zwever.

Breng met je weergaloos geflonker,

vrolijke stippen in het donker.

Glimwormpje al is ’t geen verplichting,

zorg voor een mooie feest verlichting.

Want ik vond een vrouw naar mijn idee,

dus Glimwormpje gloei voor twee.

 

Glans, kleine Glimworm.  Dans, kleine Glimworm

Glimwormpje gloei voor mij,  Glimworm gloei voor twee.

 

Terug naar overzicht

Glück Auf (De Gesona's)

(met dank aan Betsy van Dijk voor het sturen van de tekst)

De liften die stijgen en dalen.

De mijnwerkers komen en gaan.

Ze voeren in donkere schachten,

De strijd om het dag'lijks bestaan.

Zij kennen de vele gevaren,

Die dreigen bij 't werk in de mijn.

De wens dat 't lot hen mag sparen,

weerklinkt langs het grote terrein.

 

Glück auf ! Glück auf !

Zo groeten de kompels elkander.

Glück auf ! Glück auf !

Zo roept er de een na de ander.

Dan dalen ze af in de donkere schacht,

Waar de moeizame arbeid hen wacht.

Glück auf ! Glück auf !

Tot hun zware taak is volbracht.

 

Soms gaan de alarmklokken luiden.

Het lot tracht opeens toe te slaan.

De vrouwen staan angstig te staren.

Vrijwilligers melden zich aan.

Die vechten als naamloze helden

een strijd, soms op leven en dood.

Trotseren de grootste gevaren

En zijn kameraden in nood !

 

Glück auf ! Glück auf !

Dat wensen die kerels elkander.

Glück auf ! Glück auf !

Dat mompelt de één tot de ander.

Dan dalen ze af in de donkere schacht,

Waar de moeizame redding hen wacht.

Glück auf ! Glück auf !

Tot hun zware taak is volbracht.

Glück auf ! Glück auf !

Tot hun zware taak is volbracht.

 

Terug naar overzicht

Glück Auf (uitvoering Max van Praag)

(met dank aan Betsy voor het sturen van de tekst)

Glück auf, Glück auf klinkt een groet,

Glück auf, kameraad 't ga je goed.

 

Zij dalen in donkere schachten,

Waar nooit eens een zonnetje lacht.

Zij zwoegen er dagen en nachten,

Terwijl hun gezin angstig wacht.

 

Het zwarte goud van onze mijnen

Lokt jong en oud diep in de schacht.

Daar zal voor hen geen zon meer schijnen,

Want in de mijn regeert de nacht.

Glück auf, Glück auf klinkt een groet,

Glück auf, kameraad 't ga je goed.

 

Al zijn het nu slepers of houwers

Die kompels daarginds in de mijn,

Ze vormen de moedige sjouwers

Waar iedereen trots op kan zijn.

 

Het zwarte goud van onze mijnen,

Lokt jong en oud diep in de schacht.

Daar zal voor hen geen zon meer schijnen,

Want in de mijn regeert de nacht.

Gluck auf, gluck auf klink een groet,

Gluck auf, kameraad 't ga je goed.

 

En diep in de schoot van de aarde,

Waar menig gevaar wordt doorstaan,

Ontluikt als een blijvende waarde

Een vriendschap die nooit zal vergaan.

Al zijn het nu slepers of houwers

Die kompels daarginds in de mijn,

Ze vormen de moedige sjouwers

Waar iedereen trots op kan zijn.

 

Het zwarte goud van onze mijnen,

Lokt jong en oud diep in de schacht.

Daar zal voor hen geen zon meer schijnen,

Want in de mijn regeert de nacht.

Gluck auf, gluck auf klink een groet,

Gluck auf, kameraad 't ga je goed.

 

Terug naar overzicht

Goedenacht en welterusten

(tekst: Chef van Dijk/muziek: Max Tak/ uitvoering Bob Scholte 1934)

Duizend oren horen 's avonds

Het sympathieke 'Goedenacht'

Ingegeven door de AVRO

Na de zending uitgebracht

Weinigen slechts, denken even

Aan de waarde van zo'n woord

Stemmen af Berlijn of Londen

Hebben 't al zo vaak gehoord

 

Goedenacht en welterusten

Welterusten, goedenacht

De AVRO gaat nu sluiten

Haar dagtaak is volbracht

Goedenacht en welterusten

Luisteraars, slaap nu maar zacht

De AVRO gaat nu sluiten

Welterusten, goedenacht

 

Goedenacht en welterusten

Luisteraars, slaap nu maar zacht

De AVRO gaat nu sluiten

Welterusten, goedenacht

 

Terug naar overzicht

Goedenacht Marie (Kees Pruis)

(met dank aan Betsy van Dijk voor het sturen van de tekst)

In de buurt van de kazerne woonde blond' Marie

't Was de droom van alle jongens van de infant'rtie

In haar klein cafeetje stond ze bloeiend als een roos

Tusschen bier en grenadine, kwatta, kwast en appelsiene!

Als de dienst was afgeloopen, kwam de heele troep

Nauw'lijks was er tijd voor 't eten van de erwtensoep

Smachtend brachten z' heel den avond in verliefdheid door

Bij het sluitingsuur dan klonk van het soldatenkoor:

 

Refrein

Goedenacht Marie

Welterusten, sluimer zacht

Goedenacht Marie, goedenacht Marie

Droom van mij den heelen nacht

'k Neem je lieflijk beeld op de stroozak mee

Dan vergeet ik kuch, uien, snert, hachee

Goedeacht Marie, Goedenacht Marie

Wenschst de heele compagnie!

 

Moest de heele troep des morgens uit marcheren gaan

Kwam Marietje aan de deur van haar cafeetje staan

Al de oogen en de hoofden gingen naar haar kant

"Koppen recht!" schreeuwde 't sergeantje

"Kaffers!" riep het luitenantje

"Potverdorie, kijk toch vóór je!" brulde de majoor

Maar de jongens dachten niet aan Vaderland of vorst

En wanneer de troep marcheerde, klonk uit volle borst

 

Refrein

En Marie haar zaak floreerde tot op zeek'ren dag

Men het druk soldatenkroegje dicht gesloten zag

Want zij stapte in het huw'lijksbootje met een slagersknecht!

De kazerne was 't huis van smarten

Vol gebroken soldatenharten!

Géén van de soldaten die dien dag zijn kuchie at

En de stroozak van zoo velen was van 't huilen nat!

's Avonds toen het jonge paar was ; eind'lijk alleen!

Klonk het droevige refrein dat ging door merg en been

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Goe-nacht

(wijs: Good Night And God Bless You)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Goeie nacht - God behoed' u,

Slaap zacht, en ik groet u,

Van allen ter zee en te land,

Die hopen en dromen,

Weer spoedig te komen,

Terug bij u in 't vaderland.

Wij zijn in gedachten

Altijd aan uw zij !

Zo ver van elkaar

En toch zo dichtbij.

Goeie nacht - God behoed' u,

Slaap zacht en ik groet u,

U en ons dierbaar Nederland.

 

Terug naar overzicht

Gondola, gondoli

(uitvoering: Caterina Valente)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Gondola, gondola, gondoli

Gondola, gondola

 

Zacht schijnt 't maantje over 't water

En in een gondel fluistert men zacht

Gondola, gondola, gondoli

Gondola, gondola

 

Hij zingt een liedje voor een lief meisje

En 't leuke wijsje klinkt door de nacht

Gondola, gondola, gondoli

Gondola, gondola.

 

Zij lacht naar hem, hij fluistert een woord

En nergens wordt verder de stilte verstoord

't Liedje klinkt door 't duister

't Is hier stil en ik luister

'k Hoor slechts romantisch gefluister

Hier bij 't licht van de maan.

 

Gondola, gondola, gondoli

Gondola, gondola

Gondola, gondola, gondoli

Gondola, gondola.

 

't Lijkt of de gondels zachtjes gaan zweven

Hier is 't leven vol romantiek

Gondola, gondola, gondola

Gondola, gondoli

 

Boven 't water flonk'ren de sterren

En 'k hoor van verre zachte muziek

Gondola, gondola, gondola

Gondola, gondoli.

 

Zij lacht naar hem, hij fluistert een woord

En nergens wordt verder de stilte verstoord

't Liedje klinkt door 't duister

't Is hier stil en ik luister

'k Hoor slechts romantisch gefluister

Hier bij 't licht van de maan.

 

Gondola, gondola, gondoli

Gondola, gondola,

Gondola, gondola, gondoli

Gondola, gondola.

 

Terug naar overzicht

Goodbye Jimmy goodbye

(uitvoering: Annie de Reuver)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Goodbye Jimmy goodbye

Goodbye Jimmy goodbye

Eens zie ik  je weer

Maar weet niet wanneer

Goodbye Jimmy goodbye.

 

't Schip van mijn Jimmy

Ligt op de zee

Hij gaat passagieren

Ik ga met hem mee

Daarna komt het afscheid

't Verlof is voorbij

Maar eenmaal blijft Jimmy

Voor altijd bij mij. 

 

Al wat ik ooit nog

Van Jimmy heb gehoord

Z'n maat kwam me zeggen

Hij sloeg overboord

Hij vond in de golven

De eeuwige rust.

 

Goodbye Jimmy goodbye

Goodbye Jimmy goodbye

'k Vergeet je nooit meer

Al keert je niet weer

Goodbye Jimmy goodbye.

 

Terug naar overzicht

Goodnight Irene

( tekst: A. Meurs / muziek: H. Ledbetter en J. Lomax / uitvoering: The Ramblers)

Refrein:

Irene, goodnight
Ik kom weer gauw
Goodnight Irene, goodnight Irene
Je weet, ik blijf je trouw

In New York, daar woonde een zeeman
Die, als hij vertrok uit z'n land
Dan zei, als hij voer uit de haven
Tot z'n meisje Irene, aan de kant:

Refrein

Waar hij ook kwam in de wereld
Waar ook in haven en stad
Steeds als z'n schip weer ging varen
Dan hoorde daar iedere schat:

Refrein

Hij had, zoals iedere zeeman
Ook bij 't afscheid verdriet
Niet als hij Irene op een wonder
Maar als hij de zee weer verliet

Refrein

Goodnight Irene, goodnight Irene
Je weet, ik blijf je trouw
Goodnight Irene, goodnight Irene
Je weet, ik blijf je trouw
Goodnight Irene, goodnight Irene
Je weet, ik blijf je trouw

 

Terug naar overzicht

 

Goro gorone (Dessa meisje) (The Kilima Hawaiians)

(met dank aan Betsy van Dijk voor de tekst)

Op een feestje in de Dessa

Waar veel mensen zijn tesaam

Zingt een lief en aardig meisje

Bij 't licht van d' volle maan

't Is een aardig melodietje

Vol van liefde en van vreugd

Wat een ieder zal bekoren

Maar 't allermeest de jeugd

Lief en aardig Dessa meisje

Met je mooie held're stem

Ied're jongeman die denkt,

 dat je zingt voor hem

Maar je stem klink vrolijk verder

Onder sterrenhemelpracht

't Is voor iedereen een sprookjesnacht

Terug naar overzicht

Goud en geld (uitvoering: De Limbra zusjes)

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

Refrein:
Goud en geld, ze brengen geen geluk
Want zonder liefde gaan de mooiste dromen stuk
Goud en geld, ze zullen eens vergaan
Maar ware liefde blijft altijd bestaan

Zij was een heel arm meisje
En hij een man met geld
Zij zag in hem een wonder
Aanbad hem als een held
Het leek een heel mooi sprookje
Maar ach wat kreeg zij spijt
Hij trouwde met een ander
En zij sprak vol verwijt:

Refrein

Datzelfde arme meisje
Heeft nu niet langer smart
Zij vond na vele maanden
Een trouw en zorgzaam hart
Ze voelen zich gelukkig
Al meer dan twintig jaar
Zij leven heel bescheiden
Maar leven met elkaar

Refrein

 

Terug naar overzicht

Gratie

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

Hij had een misdaad op 't geweten,

Uit jalouzie en overmoed.

Hij werd tot twintig jaar veroordeeld,

En had de helft reeds uitgeboet.

's Nachts op zijn harde legerstede,

Vroeg hij zichzelve steeds maar af,

"Zal ik het einde ooit beleven,

Van die onmenselijk zware straf ?"

 

Refrein:

Het mensdom dat kent geen genade,

Voor hem die eens iets heeft misdaan,

Hij blijft voor de duur van zijn leven,

Met de last van zijn misdaad belaân.

 

Op zekere dag luidden de klokken,

En marsmuziek drong tot hem door,

'n Bewaarder kwam en sprak je hebt gratie,

Dus morgen vroeg naar huis toe hoor !

De kroon heeft velen begenadigd,

Ook jou schenkt ze thans alles kwijt.

En met tranen in zijn ogen,

Snikte hij: "Dank U, Majesteit !”

 

Refrein:

De kroon kende eindelijk genade,

Voor hem die eens iets heeft misdaan.

Thans hoopt hij weer op een nieuw leven,

Nu niet meer met misdaad belaân.

 

Hij ging het eerste naar zijn kinderen,

Maar de ontvangst was ijzig stroef.

Want niemand heeft er graag visite,

Van een ontslagen tuchthuisboef.

Toen ging hij naar zijn stamcafétje,

Waar hij steeds kwam, tien jaar geleen,

Maar stuk voor stuk lieten zijn vrienden,

Hem met de kastelein alleen !

 

Refrein:

Een kind zelfs dat kent geen genade,

Voor een vader, die iets heeft misdaan,

Hij blijft ook in 't oog van zijn vrienden,

Met de last van zijn misdaad belaân.

 

Toen vroeg hij om wat schrijfbehoeften

En wenend schreef hij : "Majesteit,

Bij 't huwelijk van Uw lieve dochter,

Schonk U mij alles, alles kwijt.

Maar 'k heb een gevoel dat ik teveel ben,

Daarom smeek ik U Koningin,

Als 't mogelijk is, wees me genadig

En trek mijn gratie dan weer in !!!!"

 

Refrein:

Het mensdom dat kent geen genade,

Voor hem die eens iets heeft misdaan,

Hij blijft voor de duur van zijn leven,

Met de last van zijn misdaad belaân.

 

Terug naar overzicht

Grenadiersmarsch

(tekst: H. Dunkler Sr. ca 1831/uitvoering: o.a. Willy Derby in de Hofstad film 1929)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Turf in je ransel
Turf in je ransel
Stroozak,  is geen mode meer
Turf in je ransel
Turf in je ransel
Flink je kop op, deze keer !
Ieder grijpt je, ieder knijpt je
Tot je boel behoorlijk zit
Daar komt ie aan !
Geeft Acht !

 

 

Kom nu maar stil gestaan
Want daar komt de generaal
Ziet me die Jager eens aan
Dat had ik ook wel van zo'n vlegel verwacht.
Ik geef je een dag of acht
En als je niet oppast
Dan draag ik je voor voor overplaatsing
En de generaal
Kwam vol pracht en praal
Een prachtige statie achteraan
't Gevolg reed langzaam ons voorbij
Doch niemand drong elkaar op zij
En de 'hoge' was zeer voldaan
En zei dan ook ronduit
Kolonel, je Regiment ziet er frappant en uitmuntend uit.

 

Terug naar overzicht

Groeten

(met dank aan Elly Conijn en Bea Berk voor het sturen van de tekst)

Refrein:

Wil je ze thuis van me groeten

Als je misschien op je vlucht

Straks op mijn land zult ontmoeten

Vogel daar hoog in de lucht

Denk je dat al m’n gedachten

Met jou naar huis zijn gegaan

Dat ik haast niet meer kan wachten

Eenmaal weer voor ze te staan

Wil je ze thuis van me groeten

Ben nog zo ver hier vandaan

 

Door de eenzame nacht

Vaart het schip met de golven al heen

De matroos op de bar

Kijkt vol heimwee één lief voor zich heen

 

Refrein

 

Zeg ze dat al m’n gedachte

Met jou naar huis zijn gegaan

Dat ik haast niet meer kan wachten

Eenmaal weer voor ze te staan

Wil je ze thuis van me groeten

Ben nog zover hier vandaan

 

Terug naar overzicht

Groot schandaal in de familie (Ned. tekst: J. Hartman/muziek: H. Donaldson)

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

Potverdrie, groot schandaal in onze fam-i-lie !!!

Potverdrie, groot schandaal in onze fam-i-lie ll!

 

In Trinidad was een fam-i-lie,

Met heel veel zorgen, als jij kan zien.

Het was een papa en een mama en een grote zoon,

Die wilde zo graag trouwen, dat is toch gewoon.

Hij zag een mooi meisje bij hem in de straat,

Hij ging naar z'n papa en vroeg hem om raad,

De papa zei: "Zoon, ik moet zeggen NO,

Dat meisje is je sister, maar je mama don't know !"

 

Potverdrie, groot schandaal in onze fam-i-lie !!!

Potverdrie, groot schandaal in onze fam-i-lie !!!

 

Een paar maanden later, in het huis van z'n oom,

Daar zag hij een meisje, zo mooi als een droom.

Weer ging hij naar papa, ook zij was er bij.

Z'n papa schrok zich dood en weet je wat hij zei:

"Wil jij trouwen met haar, ik moet zeggen NO,

Ook zij is je sister, maar je mama don't know !"

 

Potverdrie, groot schandaal in onze fam-i-lie !!!

Potverdrie, groot schandaal in onze fam-i-lie !!!

Hij ging naar z'n mama, door zorgen gekweld

En zei aan z'n ma, wat z'n pa had verteld.

Z'n moeder die lachte en zei: "Go, man go,

Je papa is je vader niet, maar papa don't know !"

 

Potverdrie, groot schandaal in onze fam-i-lie !!!

Potverdrie, groot schandaal in onze fam-i-lie !!!

 

Terug naar overzicht

Grootmoeder

(met dank aan Staaf Baetens voor het sturen van de tekst)

Grootmoeder lief ik moet u iets vragen

Want ik heb rust noch dag of  nacht

Voor ik gaan slapen alle dagen

Heb ik moeder in mijn gedacht

En ik en zal haar nooit vergeten

Waarom schrijft ge naar mijn vader niet

Wel kind hij mag dat toch niet weten

Want hij zou sterven van verdriet

 

Refrein:

Moeder zoet komt hij nog weer

Want ik bemin vader zo teer

'k Wil hem bewaren enen doodsbrief

Van moeder zoet voor vader lief

Zou hij nog leven

 

Wel kind gij doet mijn harte breken

Uw moeder is dood van hartpijn

Gij komt voor uw vader te spreken

Die op het slagveld komt te zijn

Ja maar vader kon toch braaf wezen

Want moeder heeft hem niets misdaan

Hij kan voor moeder komen lezen

Voor zij hier moest het graf in gaan

 

Refrein

 

't Kind was naar zijn kamer gekomen

Toen zij gegaan was naar het bed

Had zij 't portret toch afgenomen

Maar grootmoeder had het belet

Vader en moeder zien u geerne

Zij luistert maar op enen keer

Daar hoort zij huizen bombarderen

Bewaar mij God o lieve heer

 

Refrein

 

Zie daar kwam een soldaat al grijzen

Ja maar helaas den man was blind

Hij vroeg aan 't volk om hem te wijzen

Zijn ouderhuis, moeder en kind

Waar is mijn vrouw vroeg hij al beven

Een kind die sprak op enen toon

Vader 'k ben gans alleen gebleven

Mama, grootmoeder leeft niet meer

 

Slotrefrein:

Mijn lieve dochter die ik bemin

Wat geluk dat ik u nog vindt

Nu gaan wij vragen al langs de straat

't Droefste van 't leven

 

Terug naar overzicht