Uit (groot)moeders tijd
Baaje
rokken(met
dan aan Mieke Cuppen voor het sturen van de tekst)
Kom vrienden die hier in het ronde
staan,
Hoor wat ik u ga verkonden,
Hoe 't met ene boerendochter is
gegaan,
Al wie hier staan in het ronde.
Zij was wel bekend, haar minnaar was
twintig jaar,
En hoor eens hoe zij is gekomen in 't
bezwaar.
't Meisje was naar de Bredase markt
toe gegaan,
Om haar boter te verkopen,
Maar 't is haar daar zo slecht toe
gegaan,
Een jonkman heeft haar aangesproken.
Wilt gij met mij gaan dansen, dan gaan
wij samen aan de zwier,
Welja zo sprak het meisje ge doet er
mij plezier.
Het meisje had hare boter duur
verkocht,
Vijf gulden had ze er voor ontvangen,
Die jonkman die dacht, dat gaat me
naar de zin,
Hoe zal ik die zak nu vangen.
Hij sprak, meisje hebt gij er nog wat
geld,
Ik heb er ja verloren mijne beurs met
geld.
't Meisje sprak, hier zijn vijf gulden
geld,
Die ik voor mijn boter heb ontvangen.
Die jonkman die dacht, dat is naar
mijn zin,
Want dat was juist zijn verlangen.
Zij gingen samen dansen en geraakten
aan de zwier,
Verdikke sprak het meisje wat heb ik
toch plezier.
De jonkman sprak dra, dat geldje is
verteerd,
Wat moeten wij nu gaan verzinnen,
De avond is nog maar pas in 't begin,
Nu gaat 't grootste plezier pas
beginnen.
Hij sprak, gij hebt nog twee baaje
rokken aan,
Kom laten wij die verkopen gaan.
Het meisje dat schorte hare rokken ja
wel uit,
Heeft ze den jonkman gegeven,
Die liep de ene straat in en de andere
ja wel uit,
Maar is niet meer terug gekomen.
Het meisje stond te wachten, haar
minnaar die kwam niet meer,
En zij liet zucht op zucht zo menige
keer.
Dus boerendochters al wie gij zijt,
Als ge gaat om te verkopen,
Neem dan geen jonkman aan uwe zij,
Anders gaan ze met uw rokken lopen.
Zoals ze met deze boerendochter is
gegaan,
Die kon al in haar hemmetje naar huis
toe gaan.
Terug
naar overzicht
Baby
(met
dan aan Inez voor het sturen van de tekst)
Het schoonste wat de Hemel kan geven
Aan 't echtpaar wat trouw wordt bemind
De heerlijkste zegen in 't leven
Dat is 't bezit van een kind
Zoo'n kleine en mollige rakker
Met kuiltjes in wangen en kin
Al schreeuwt ie je 's nachts dikwijls wakker
Het blijft steeds het lief van 't gezin
Geen zorgen of verdriet
Voor 't ouders wiegelied
Refrein:
O kindjelief o hartedief
Onschuldig en zoo rein
Jij leeft in moeders oogenpracht
Haar trouw en liefde dag en nacht
O ideaal voor allemaal
Blijf jij de liefde thuis
De zorg ten spijt blijf jij altijd
Het zonnetje in ons huis
Kan ooit wel een pen het beschrijven
De liefde en de macht van het kind
In zorgen en smarten bij 't kijven
Is altijd het kind wat weer bindt
Zijn vroolijke oogjes die geven
Het ouderhart moet steeds en vreugd (?)
Verlicht de zorgen van 't leven
En kweeken slechts liefde en deugd
Refrein
Terug
naar overzicht
Baby Doll
(Living Doll)
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
Zeg, op school zit aan mijn zij
In de bank naast mij
Een baby-doll
En er gaat geen les voorbij
Of ze is vlakbij
Ik houd 't niet vol
Want ze bekoort me
En ze verstoort
't Is ongehoord de boel
Ik word opgewonden
Door die blonde baby-doll
Ik kijk alleen nog naar haar naast mij
Want oh ! ze is beeldig echt waar,
vlakbij
Maar ik ben zo bang dat door haar
't Volgend jaar
Ik het allemaal over moet doen.
Terug
naar overzicht
(tekst: Bert Reisfeld en Jack Bess/muziek:
Joseph Niessen en Willy Dehmel/uitvoering: De Selvera's)
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
In Napels zijn de meisjes weg
Van deze melodie (fluiten)
Want "Zwarte Tino", die haar fluit,
Heeft aller sympathie (fluiten)
Refrein:
Baciare, Baciare
Zo zingt ieder meisje
Bij 't horen van 't wijsje
Dat Tino fluit
Baciare, Baciare
Men droomt van zijn kussen
Maar hij fluit intussen
Zijn lied !
In Napels zijn de meisjes mooi
En voor een zoen niet bang (fluiten)
En dat "Baciare" kussen is
Dat snapte u allang (fluiten)
Refrein
De meisjes daar in Napels
Laten Tino niet met rust (fluiten)
Want elke schone droomt ervan
Dat hij haar eenmaal kust (fluiten)
Refrein
Terug
naar overzicht
Baddoctoren
(Eduard Jacobs 1868-1914)
(met dank aan Jeanne Albers voor het sturen van de tekst)
Ik voelde mij, sinds lang, niet lekker
Maar 'k wist niet wat ik eig'lijk had
'k Ging dus, om zekerheid te hebben
Naar tien doctoren van de stad
Het waren allen specialisten
Naar wie ik ging om hulp en raad
Maar hun geleerde diagnose
Bracht mij het volgend resultaat
Toen 'k dokter A ging consulteren
Trok hij een bedenkelijk gezicht
En zei: "U moet naar Baden Baden
Want u lijdt hevig aan de jicht"
Professor B zei: "Beste jongen
'k Raad je naar Montreux te gaan
De zuiv're berglucht kan je helpen
Je long is lelijk aangedaan"
Bij dokter C was 't weer wat anders
Die zei: "Meneer, 't is een schandaal
Zo lang te wachten, vlieg naar Karlsbad
Want u lijdt aan een leverkwaal !"
Professor D maakte het nog slimmer
"Meneer", zei hij, "u hebt een steen
En daarbij wandelende nieren
U moet terstond naar Guine"
Toen dokter E me consulteerde
Zei hij: "Ik had het wel vermoed
U hebt het lelijk op de zenuwen
'n Reis naar het noorden, da's heel
goed"
Zo vonden al die tien doctoren
Me lijden aan een and're kwaal
'k Had zelfs blindedarmontsteking
En ook m'n hart was niet normaal
Ze rieden mij een kuur in 't zuiden
En het noorden aan
Ik werd naar Spa, Wiesbaden, Emms en Pau
verwezen
Zelfs naar het hart van Afrika
Tien kwalen, dacht ik, goeie hemel
Dan ben ik een verloren man
Een kuur in alle hemelstreken
Maar waar zal ik beginnen dan !
Ten einde raad, bijna wanhopig
Sprak ik een vriend over m'n geval
Maar die zei lachend: "Beste kerel
Wees blij, want jou mankeert geen bal
Neem jij gerust wat wonderolie
Dan ben je in een dag weer fris
Bent zeker, na die diagnose
Dat je gezond bent, als een vis"...
Terug
naar overzicht
Balen
(tekst en muziek: John
Möring/uitvoering: Leedy Trio)
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
Als je maandenlang soldaat bent
En de dienst wel uit je hoofd kent,
Dan is er iets verkeerd
Als je dit nooit hebt geleerd.
Refrein:
Balen, balen
Dat is het lied van Jan Soldaat,
Balen, balen
Van 's morgens vroeg tot 's avonds laat
Balen, balen
Maar dat bedoelt hij niet zo kwaad,
Want als het er om gaat
Jan Soldaat, Jan Soldaat
Wie staat er dan paraat......
Jantje Soldaat.
Ook al kun je exerceren
Saloueren en marcheren,
Soldaat ben je pas echt
Als je steeds hartgrondig zegt:
Refrein
Terug
naar overzicht
Ballade aan de Pijp
(Eduard Jacobs 1868-1914)
(met dank aan Jeanne Albers voor het sturen van de tekst)
Na 't went'len op heur baantje
Langs d'Amstel en het IJ
Het maantje
Verdween uit buurt YY
Met zilverglans bescheen ze
Het nacht'lijk paradijs
Verdween ze
Uit de land der beide Y's
Wat lieflijke taf'reeltjes
Had zij die nacht bespied
Toneeltjes
Die zelfs de zon niet ziet
Maar ook, hoe menigmalen
Zag zij diezelfde nacht
Schandalen
Die zij niet had verwacht
Haar kuise blikken tuurden
In kamers, groot en klein
Begluurden
Ook menig bedgordijn
Zij zag er minnekozen
Geliefden met elkaar
Maar blozen
Deed haar ook menig paar
Zij zag er paartjes spelen
Met hun bekoorlijkheen
Van velen
Zag zij de rug alleen
Zij zag een kind als speelgoed
Van 'n oud, kaalhoofdig zwijn
Die heel goed
Haar grootvader kon zijn
Ook kon zij u vertellen
Van menig vrouwenpaar
Van lellen
Die lolden met elkaar
In vele huizen lagen
Op ied're kamer twee
Te zagen
Soms op de canapé
Zij zag er bacchanalen
Aan Venus toegewijd
Schandalen
Waar Bacchus tranen schreit
Zij zag hoe 'n simpel boertje
Eerst dronken werd gevoerd
Door 'n hoertje
Die op zijn geldbeurs loert
En later kwam de pooier
Die op de loer al staat
De schooier
Hij smeet de boer op straat
Hij zag hoe zonder blozen
De liefde wordt verkracht
In pozes
Door geile lust bedacht
En op meen'ge zolder
Werd Venus ingeleid
De kolder
Joeg ze in het bed der meid
Zij zag er hoe 'n moeder
Door 'n vuile onverlaat
Zo'n loeder
Haar kind schofferen laat
Hoe soms wellustelingen
Misbruiken 't vrouwenlijf
Haar dwingen
Tot 't laagste hoerbedrijf
De maan zag alle vormen
Der laatste hoererij
Als wormen
Zich kronk'len door YY
Zij zag er alle zonden
Die prostitutie kent
Verbonden
Met misdaad en ellend
In diepe rust verzonken
Ligt nu het hoerendom
Te ronken
Waar 't straks in wellust zwom
En uit het morgengloren
Rijst nu een and're wijk
Herboren
Uit 't nacht'lijk schuim en slijk
Na 't went'len op heur baantje
Langs d'Amstel en het IJ
Het maantje
Verdween uit buurt YY...
Terug
naar overzicht
Ballade van de zeven rovers
(met
dank aan Henk Best voor het sturen van de tekst)
Zeven rovers in 't vak bekwaam,
Klommen door een schijthuisraam.
Hoempapa, hoempapa, hoempa, hoempa,
hoempapa.
De eerste rover die heette Ben,
die had zo'n last van zweetwoeten.
Hoempapa, hoempapa, hoempa, hoempa,
hoempapa.
De tweede rover die heette Henk,
Die had een buik als een benzinetank..
Hoempapa, hoempapa, hoempa, hoempa,
hoempapa.
De derde rover die heette Roel,
die had een gore roverssmoel
Hoempapa, hoempapa, hoempa, hoempa,
hoempapa.
De vierde rover die heette Kees,
die was nog nooit in 't bad geweest.
Hoempapa, hoempapa, hoempa, hoempa,
hoempapa.
De vijfde rover die heette Bram
die had een kop als een achterham.
Hoempapa, hoempapa, hoempa, hoempa,
hoempapa.
De zesde rover die heette Leen
die had steeds last van ketelsteen.
Hoempapa, hoempapa, hoempa, hoempa,
hoempapa.
De zevende rover die slaakte een gil,
want oma greep hem bij zijn bil.
Hoempapa, hoempapa, hoempa, hoempa,
hoempapa.
De vrouw des huizes werd gesmoord,
met zeven el gordijnenkoord.
Hoempapa, hoempapa, hoempa, hoempa,
hoempapa.
De oudste dochter schone maagd,
werd zomaar middendoor gezaagd.
Hoempapa, hoempapa, hoempa, hoempa,
hoempapa.
De tweede dochter een leuke meld,
die raakte van schrik al haar water
kwijt.
Hoempapa, hoempapa, hoempa, hoempa,
hoempapa.
De meid die op do poepdoos zat,
Nam van schrik 'n duik door 't brillegat.
Hoempapa, hoempapa, hoempa, hoempa,
hoempapa.
Opa die was al over de honderd,
die werd zomaar van de trap ge ….gooid
Hoempapa, hoempapa, hoempa, hoempa,
hoempapa.
De jongste baby de kop nog kaal,
die zwom door de piespot als een aal.
Hoempapa, hoempapa, hoempa, hoempa,
hoempapa.
De oudste zoon, die heette Peet,
die beet een rover in zijn reet.
Hoempapa, hoempapa, hoempa, hoempa,
hoempapa.
Maar Daniël de jongste spruit,
vloog zonder broek de voordeur uit.
Hoempapa, hoempapa, hoempa, hoempa,
hoempapa.
En oma was nog steeds niet mis,
En schopte er een voor z'n verdommenis.
Hoempapa, hoempapa, hoempa, hoempa,
hoempapa.
De rovers waren toen zeer ontdaan
en zijn er toen ras vandoor gegaan.
Hoempapa, hoempapa, hoempa, hoempa,
hoempapa.
En ......... waardoor is alles nu fout
gegaan,
Laat nooit een raampje openstaan.
Hoempapa, hoempapa, hoempa, hoempa,
hoempapa.
Terug
naar overzicht
't
Bankje bij de haven
(Willy Derby 1919)
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
'k
Stond heel jong reeds als wees hier op aarde,
Voelde
vroeg reeds 's levens ellend'
Vaderzorgen
of wel moederliefde.
Heb
ik nooit in m'n leven gekend
Tot
ik haar voor het eerst mocht ontmoeten,
Die
ik lief kreeg als nooit een tevoor,
Zij
die als m'n schip dan weer zee koos,
Me
toefluisterde in m'n oor:
Refrein:
"Op
't bankje bij de haven",
Zo
sprak ze lief en teer,
"Daar
zal ik op je wachten,
Als
je terug komt weer.
Blijf
altijd aan me denken,
Je
eed van liefde trouw.
Ik
zal je alles schenken,
Wat
ik geven kan als vrouw.
Als
'k na maanden van zwalken en varen,
Binnenliep
en de schuit was getrost,
Ging
'k zodra ik aan wal kwam het eerste,
Naar
haar toe en zij was op d'r post.
En
na dagen van innege liefde,
Werd
ik weer van haar zij weg gescheurd,
En
ze zei voor dat ik aan boord ging,
"Moed
jongen kom niet getreurd."
Refrein:
als boven.
Vele
jaren zijn er zo verlopen
En
ze wachtte me trouw elke keer.
Doch
het laatst heb ik schipbreuk geleden
En
ik zag d'r in jaren niet meer.
Toen
ik na zoveel jaren van scheiden,
Goddank
! eindelijk weer stapte aan wal,
Toog
ik met een brandend verlangen
Naar
haar toe dra het eerst weer van al.
Refrein:
Naar
't bankje bij de haven,
Daar
vond ik haar toen weer.
Daar
lag ze nu begraven,
M'n
schat ze was niet meer.
En
op 't eenvoudig kruisje,
Daar
stond, "hier rust je vrouw",
En
boven in den hemel,
Daar
wacht ik nu op jou.
Terug
naar overzicht
Barcelona
(muziek: Wim Boerendonk)
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
Ik
ben met vakantie in Spanje geweest,
't
Land van de lach en de zon.
En
één stad in Spanje beviel mij 't meest,
Ik
wou, dat ik daar wezen kon:
Refrein:
Ja,
ja, in Barcelona, daar vind je romantiek.
Ja,
ja, in Barcelona, bij wijn en gitaarmuziek.
In
m'n hart Barcelona,
Klinkt
nog steeds 't geluid van gitaren bij nacht.
Heel
mijn hart, Barcelona,
Droomt
nog steeds van je wondere pracht.
Ay,
ay, ay, ay, ay!
Ay,
ay, ay, ay!
Ay,
ay, ay, ay, ay!
Barcelona
Oléé!
Terug
naar overzicht
Bedankt
lieve ouders
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
Waar
m'n wiegje heeft gestaan
't Is niet ver hier vandaan
Heeft geluk me omringt al die jaren
Tussen bloesem en bomen
Kon ik zorgeloos dromen
En geluk kon ik daar al gaan sparen
't Was op een heel klein station
Waar m'n leven begon
'k Leerde daar van m'n ouders toen lopen
Daar vertrok toen m'n trein
'k Moet er dankbaar voor zijn
Nu ben ik groot, maar eens was ik klein
Refrein:
Bedankt liever ouders
Bedankt voor 't leven
Bedankt lieve ouders
Voor wat u mij hebt gegeven
Ik begrijp nu pas goed
Wat u voor mij hebt gedaan
Bedankt dat mijn wiegje
In uw huis eens mocht staan
U had om mij wel eens verdriet
Maar dat weet een ander niet
Toch bleef u van mij altijd houden
Ik kreeg van God een lieve vrouw
En een kind waar 'k veel van hou
Waar ik samen m'n leven mee bouwde
Ik denk weer terug aan 't station
Waar m'n leven toen begon
Waar de trein voor 't eerst toen ging rijden
We kenden vreugde en pijn
Ik zal er dankbaar voor zijn
Nu ben ik groot, maar eens was ik klein
Refrein (2x)
Terug
naar overzicht
'n
Beetje (tekst Wily van Hemert/muziek: Dick Schallies/uitvoering Teddy
Schalten)
'k
Wou dat je hart een kast was met een deurtje
En dat ik kon kijken in 't interieurtje
Dan moest je oprecht zijn, goed of slecht maar echt zijn
En dan zei je al gauw, als ik vroeg "ben je trouw"
'n
Beetje verliefd is iedereen wel eens dat weet je
Je wilt verstandig zijn maar dat vergeet je
Zodra je naar wat Amor fluistert luistert
Dan
weet je: dat wordt weer net zoiets als Faust en Greetje
Met rendez-vouztjes in een klein cafeetje
En slent'ren in de maneschijn
Met
rozengeur en kussen bij 't afscheid aan de deur
De nacht is blauw
Je fluistert mond aan mond "ik zweer je eeuwig trouw"
Refrein:
'n Beetje verliefd was je wel meer meneer dat weet je
Je hart kwam wel eens meer op een ideetje
Dat speet je maar ach weet je soms vergeet je wel een beetje
Gauw je eedje van trouw
Maar
toch ben ik blij dat mijn hart toch geen deur heeft
Want je weet nooit wat daar in 't interieur leeft
Wel wil ik beloven als we ons verloven
En je vraagt "ben je trouw"
Zeg ik nooit tegen jou
Met
rozengeur en kussen bij 't afscheid aan de deur
De nacht is blauw
Je fluistert mond aan mond "ik zweer je eeuwig trouw"
Refrein
Terug
naar overzicht
Bei
mier bist Du scheen
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
Ik
minde veel meisjes hier tot op heden,
Maar
zoals jij bent, is er geen tweede.
Vanaf
de eerste dag dat ik jou zag staan,
Kreeg
ik plots een heerlijk bestaan.
Jij
hebt me vreugde en jeugd doen herleven,
De
levenszon opnieuw mij gegeven.
Je
hield me thuis ervoor, 'k ben je er dankbaar voor,
Al
wat je voor mij hebt gedaan.
Refrein:
Bei
mir bist Du scheen,
Ik
zeg jou alleen,
Bei
mir bist Du scheen,
Jij
bent mijn schat,
Bei
mir bist Du scheen,
Alleen
nummer één,
Het
liefste van al wat ik al bezat.
'k
Noem jou mijn bella, bella,
Wonderbaarlijk
lief kind.
Geen
taal kan zeggen schat,
Hoe
schoon, hoe lief ik je vind.
Ik
zeg, zo ik het meen,
Bei
mir bist Du scheen,
Kom
kus me, zeg dat je mij bemint.
Zo
is de werkelijkheid van mijn dromen,
Heel
ongedacht voor mij hier gekomen.
Verlost
van zorg en druk, lacht het geluk,
Mij
toe bij dag en bij nacht.
Zag
ik een levensschaduw verdwijnen,
Want
alles baadt door jou, in het zonlicht nou,
Schoner
dan ik ooit had gedacht,
Vanaf
het moment dat jij kwam verschijnen.
Refrein
Terug
naar overzicht
Bel
me even op 77777
(tekst: J. Bess/muziek: De
Leur/uitvoering: Wim Poppink en The Ramblers)
Meisje
zeg nu niet: "Ik kan op eigen benen staan"
Iedereen
heeft wel eens iets te vragen
't
Is toch niet aardig mensen uit de weg te gaan
Die
je willen helpen bij je plagen
Zit
je in de toekomt met je handen in je haar
Geef
me dan een seintje, ik sta altijd voor je klaar
Refrein:
Bel
me even op dan kom ik dad'lijk bij je aan
Zeven,
zeven, zeven, zeven, zeven
Ik
ben tot je dienst, je hebt alleen maar aan te slaan
Zeven,
zeven, zeven, zeven, zeven
Voor
dit of dat, 't geeft niet wat
Neem
de telefoon en waarschuw even
Bel
me even op, je hebt 't nummer toch verstaan
Zeven,
zeven, zeven, zeven, zeven
Wil
je van me horen hoe je nieuwe hoedje staat
Heb
je lust om quatre-mains te spelen
Durf
je, als het donker wordt, alleen niet over straat
Zoek
je naar een hondje om te stelen
Maak
je dan geen zorgen, 't advies is doodgewoon
Steek
een van je handjes uit en pak de telefoon
Refrein
Zeven,
zeven, zeven, zeven, zeven
Zeven,
zeven, zeven, zeven, zeven is in gesprek, ohoo
Terug
naar overzicht
Ben
ik te min (tekst/muziek: Herman van Loenhout/uitvoering: Armand)
Wil
je blijven, okay
Het
heeft toch geen enkele zin
Als
je me maar niet ziet als het jochie met de rozen
Want
dan stort je hele droomwereld in
Jij
was, zoals ze dat noemen, het idealistische type
Maar
daar heb je nu verrekte weinig meer van
Je
bent nu net zo materialistisch als ik
Maar
hoe wil je 't, hoe wil je 't in Godsnaam anders dan
Refrein:
Ben
ik te min
Ben
ik te min omdat je ouders meer poen hebben dan de mijne
Ben
ik te min
Ben
ik te min omdat je pa in een grotere kar rijdt dan de mijne
En
toch wil je blijven
Maar
je pa die wil het niet
Ik
denk dat je beter kunt gaan
En
je moeder, die doe je ook veel verdriet
Als
je thuiskomt zal ze zeggen "wat doe je me aan"
Jouw
moeder die ik moest aanhoren met haar achterlijk gezwam
Over
de studie van je broer
En
dat je pa zo'n succesvol zakenman was
Met
andere woorden: wat ben jij een boer
Refrein
Maar
kijk uit, je bent het niet gewend
Om
te vreten van de straat
Als
je lichamelijk maar niet belangrijk vind
Want
dat is het in feite niet waar het om gaat
En
als je 't aankunt, nou, kom dan gerust weer
En
anders dan donder je maar op
Want
het is echt niet dat ik niets om je geeft
Maar
zo duw je je hoofd in een strop
Refrein
Terug
naar overzicht
Ben
je in Rotterdam geboren
(tekst: Willy v. Hemert / muziek:
Joop de Leur / uitvoering: De Straatzangers)
(Uit "Pennies from heaven")
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor
het sturen van de tekst)
Of je Erasmus heet, of Oud, of
Ketelbinkie,
Of een donkeyman bent, of cargadoor,
Of je op Kralingen kan wonen met een
auto,
Of op een kamertje met keuken
drie-hoog-voor.
Je bent een Rotterdammer in je hart en
nieren,
Je voelt je jofel rondom onze
Westzeedijk,
Eén avond Rotterdam in om te
passagieren
En niemand is er zo tevreden en zo
rijk.
Refrein:
Ben je in Rotterdam geboren,
Op het Noordplein of Katendrecht,
Dan kan je van geen vreemde horen,
Dat-ie van Rotterdam iets zegt.
Want voor me haven en me Blakie,
Voor me Coolsingel en Hofplein,
Geef ik subiet m'n laatste knakie,
Daar ken 'k alleen me eige zijn !
Ik ben een beetje zeeman en een beetje
landrot,
'k Ben een beetje klerk, een beetje
lichtmatroos,
Als 'k aan de haven sta en kijk naar
al die schepen,
Dan, Rotterdam, ben ik op jou altijd
weer groos.
We hebben ergens in een hoekje van ons
body,
Een warrem plekkie voor de havens en
de zee,
En als we 's nachts de stoomfluit
horen van een zeeschip,
Dan reist ons hart een eindje met zo'n
stomer mee.
Refrein
Mijn ouwe stad, ik zie je nog in
vroeger dagen,
De Hoogstraat en de ouwe
winkelgalerij.
De kraampjes op de Goudsesingel als er
markt was,
Die goeie tijd komt nooit meer t'rug,
die is voorbij.
Maar ook al hebben ze je centrum zwaar
geschonden,
Je bent nog altijd 't zelfde Rotterdam
voor mijn,
En om je van mijn trouwe liefde te
getuigen,
Zing ik voor jou, mijn stad, nog één
keer dit refrein:
Refrein
Terug
naar overzicht
Ben zo lekker verliefd
(Willy Derby)
(Met dank aan Marc Blokland (†) voor
het sturen van de tekst)
Het kan in het leven dikwijls
eigenaardig lopen
Laat je nooit een kat zo in de zak
verkopen
Ik keek uit, en kreeg plots weer
stille hopen
Toen ik in twee blauwe ogen zag
Het geheim is duidelijk uitgekropen
Want ik zeg U in vertrouwen als het
mag
Refrein:
Ik ben zo lekker verliefd
En wie zal me beletten
Nee ik schaam me niet hoor
'k Heb de leeftijd er voor
Niemand waar 'k me aan stoor
'k Ben zo lekker verliefd
Op die kleine Jeannette
'k Ben benieuwd wat ze doet
Zegt ze ja, is het goed
Wat ze best wel zal zeggen
Kon ik plotseling mensen zo als haar
ontmoeten
Want haar snuitje zit bezaait met
zomersproeten
En toevallig heb ik zelf twee
wintervoeten
Onze zomer en de winter zijn compleet
Onze liefde brengt de schoonste
lentegroeten
En de herfst begint September zo U
weet.
Refrein
Terug
naar overzicht
't Benne krenge van dinge
(tekst: Rijk de Gooijer / muziek:
Tony Schifferstein)
(uitvoering: Rijk de Gooijer alias
Bartels)
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
De taak van de huisvrouw is toch al zo
zwaar.
Daarom wil ik die verlichten.
Dus sta ik altijd met mijn koffertsjie
klaar,
Want ik hou van blije gezichten,
Maar ach, hoe ver ik ook loop,
Geen hond die maar iets van me koop.
Refrein:
Benne krenge van dinge, ik wou dat ze
ginge,
Ik jakkert door stege en straatsjies.
Zo loop ik te leuren langs ramen en
deuren.
M'n koffertjie vol apparaatsjies,
Ze smakke me van de trap
En ik voel me al zo slap.
Maar iedereen verwach,
Dat ik toch nog zeg: 'Goej'dag !'
Ik heb laats een huisvrouw iets nieuws
laten zien,
Ze was er van ondersteboven.
't Was een electrische
raam-zeem-machien,
Ze most er toen an gelove.
Maar toen ik liet zien hoe die ging:
Daar komp me een knal uit dat ding !
Refrein
Terug
naar overzicht
Beppie
doet een steppie
(met
dank aan Marc Blokland (†) voor het sturen van de tekst)
In
't Westen en in 't Oosten, in 't Zuiden en in Noord
Wordt
heer zowel als dame tot dansen aangespoord
Je
kan haast niet meer leven, wanneer je niet meer stept
Je
voelt je ongelukkig, als je niet gefoxtrot hebt
De
Boston roelie roelie, een tango of een jazz
Vergeet
je eten drinken, al raak je op de fles
Ook
ik heb het te pakken, ik ben verzot op Bep
Dat
ben ik zo geworden, door een doodgewone step
Refrein:
Oh
lieve Beppie, Beppie, Beppie
Doe
een steppie, steppie, steppie
Op
een trotje, mijn Margotje
Oh,
lieve Beppie, Beppie, Beppie
Doe
een steppie, steppie, steppie
Ik
ben razend, je danst verbazend
Oh
ik sta naar lucht te happen
Zie
'k je teentjes of je hakken
Zwevend
glijdend over 't dansparket
En
ik trek je dan vol charme
Aan
mijn hart met beide armen
'k
Ben verliefd vanaf mijn tenen tot mijn pet
Ik
kon niet meer studeren, niet slapen en niet staan
En
overal waar ik Bep zag, moest ik weer steppen gaan
Wanneer
ik lag te dromen, dan zag 'k alleen maar Bep
En
danste met mijn kussen, een foxtrot of een step
In
plaats van ja te zeggen, danste ik met haar een step
En
toen we na de bruiloft naar huis toe zijn gegaan
Bekeken
wij elkander en ving ik zachtjes aan:
Refrein
Terug
naar overzicht
Bergen
van Tirol
(tekst en muziek: K. Schriebl/Johnny Hoes/uitvoering: Helma en
Selma)
Als
er sneeuw valt in Tirol
Komt
de tijd vol pret en jool
Want
met ski's en met een slee
Glij
je vrolijk naar benee'
Na
zo'n dag van fijne sport
Waar
je kerngezond van wordt
Is
er 's avonds ook nog bal
En
dan hoor je haast overal
Refrein:
O
mooie bergen van Tirolerland
Met
je sneeuw en ijs
En
je edelweiss
O
mooie bergen van Tirolerland
Ja
alleen aan die bergen heb ik m'n hart verpand
Waar
ik ga of waar ik sta
Volgt
een beeld me altijd na
Want
m'n hart staat steeds in brand
Voor
de bergen van m'n land
Met
hun sneeuw en met hun ijs
Zijn
ze net een paradijs
Wat
't leven mij ook biedt
Heus
m'n bergen vergeet ik niet
Refrein
Terug
naar overzicht
Beste Lou, breng 'n aapje
voor me mee
(muziek en tekst: Lou Bandy)
(met
dank aan Corry Verhoeven voor het sturen van de tekst)
Refrein:
Beste Lou breng een aapje voor me mee
!
Goeie reis ouwe reus nou tabee
Als je terug komt dan zijn we pa s
tevreê.
Goeie reis ouwe reus, nou tabee.
Een tros bananen als je kunt en een
echte kokosnoot.
Een pondje suiker en een lekker kistje
thee.
Beste Lou, breng een aapje voor me mee
!
Goeie reis, ouwe reus, nou tabee.
‘k Snap niet wat de mensen willen
waarom men dat aan me vroeg
Zijn er in ons vaderlandje dan geen
apen genoeg.
Kijk even naar het swingen met wat
menselijk fatsoen.
Er is geen slingeraap te vinden, die
nog zoiets geks zou doen.
Er ontstonden hier ideeën die ons de
bezetting bracht.
Dat zijn slechts na-aperijen door geen
Hollander bedacht.
Alles komt mij hier zo tragikomisch
voor.
En de vraag naar apen klinkt nog in
mijn oor.
Refrein
Ik zag toch niet zo heel veel apen in
dat mooie warme land.
Maar wel heel wat flinke kerels, die
daar werken hand in hand.
Die begrijpen wat op ‘t spel staat
voor de Nederlandse staat.
Die de slappelingen honen, voor wie
een ander werken gaat.
Die van zwarten-handel leeft en die
het werken heeft verleerd.
En van de nood der Nederlanders ‘t
meest heeft geprofiteerd.
En toen ik weer naar het vaderland zou
gaan.
Vroeg een jongen uit het hartje van de
Jordaan.
Laatste refrein:
Beste Lou neem een pakje voor me mee !
Voor mijn vrouw in het land aan de
zee.
Vertel eens gauw, dat hier alles is
oké.
Goeie reis ouwe reus, nou tabee.
Een paar bananen voor m’n kind en een
kokosnoot.
Een beetje suiker en een lekker kistje
thee.
Beste Lou, Neem een pakje voor me mee
!
Sla-mat dja-lan so-bat-kras nou tabee.
Terug
naar overzicht
Betje
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
Ik heb toch zoo'n kriebelig gevoel
U weet misschien wat ik bedoel
De oorzaak snapt u wellicht ervan
Zij is 'n vrouw en ik ben een man
Mijn Betje 'n eenige meid
Die zoo allemagies fijn vrijt
Dat kind brengt mij mijn hoofd op hol
Het gloeit en klopt in m'n bol
Suikerpoes robbedoes zie ik je snuit dan is het uit
Refrein:
Als ik mijn Betje zie
Dan kriebelt het zoo van binnen
Dan wil ik iets raars beginnen
O ik voel het potverdrie
Als ik mijn Betje zie
Dan kriebelt het zoo van binnen
Betje ik wil met je
Samen op een portretje
Haar oogen stralen vol vuur
Nooit kijkt ze kwaadaardig of zuur
Ik wordt ook zoo graag door haar gekust
Als ik aan haar boezem rust
Twee kleuren als melkie en bloed
Ze heeft een reusachtig gemoed
Vuurrood van haar en mannenkracht
Daardoor heeft ze mij in haar macht
Suikerpoes bruine beer wordt mijn vrouw wees niet flauw
Refrein
Wanneer ik nog eens trouwen ga
En ik voor mijn Betje sta
Heb ik heel mijn leven aan haar gewijd
Dan zwelt mijn hart vol zaligheid
Ik zweer haar dan eeuwige trouw
Omdat ik zooveel van haar hou
Ik Bruidegom en zij mijn Bruid
Hoe hou ik het zoolang nog uit
Zacht als zij 'k ben zoo blij
Ben je mijn heerlijk fijn
Refrein
Terug
naar overzicht
Bij
de halte van lijn 9
(Tekst en muziek: Jack Bulterman/uitvoering: The
Ramblers)
Bij
de halte van lijn 9
Stond
'k te wachten in de regen
Weet
je nog hoe nat 't was
Daar
midden in de plas?
Bij
de halte van lijn 9
Stond
je bij me, heel verlegen
Weet
je nog hoe mooi 't was
Daar
midden in die plas?
Je
zei iets gewoons over 't slechte weer
Maar
't klonk als een prachtig gedicht
En
't was of een stralende zon verscheen
Op
je druipende gezicht
Bij
de halte van lijn 9
Stond
je bij me, heel verlegen
Weet
je nog hoe mooi 't was
Daar
midden in die plas?
Terug
naar overzicht
Bij
de muur van 't oude kerkhof
(Nederl. tekst:
Ferry/muziek: Friedrich Schwartz en Ernst Neubach/uitvoering: Willy Derby
1930)
(met
dank aan Hendrik Jobse † voor het sturen van de tekst)
Moeder
verloor de strijd
Ging
naar de eeuwigheid
En
kleine Henk, oh straf
Bracht
moeder mee naar 't graf
Maar
hij besefte niet
Ondanks
zijn groot verdriet
Dat
nu zijn moeder voorgoed hem verliet
Refrein :
Bij
de muur van 't oude kerkhof
Wacht
een kleuter droef en teer
Vraagt
aan ons lief Heer daarboven
Wanneer
komt mijn moesje weer ?
Vader
zegt dat moeder slaapt hier
U
kan alles, is dat waar ?
Roep
mijn moedertje dan wakker
Want
ik kan heus niet buiten haar
Bij
het ter ruste gaan
En
als hij op moest staan
Miste
hij meer en meer
Z'n
moeders kussen weer !
Leeg
werd het om hem heen
Voelde
zich droef alleen
Slechts
bij het graf vond hij troost naar 't scheen
Refrein
Smart
om zijn moeders dood
Werd
hem op laatst te groot
En
ijlend riep hij: “Moe
Straks
kom ik naar u toe.”
En
op een zeek're keer
Toen
lei zijn vader teer
't
Ventje in 't graf naast zijn moedertje neer
Bij
de muur van 't oude kerkhof
Kwam
het knaapje nimmer meer
't
Was vereend weer met zijn moesje
Daar
bij onze lieve Heer
Zonder
moedertje te leven
Daarvoor
was hij nog te klein
Daarom
kon hij in de hemel
Alleen
bij haar gelukkig zijn.
Terug
naar overzicht
(tekst: Will Ferdy / muziek:
Erger en W. Ferdy / uitvoreing: Will Ferdy
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
Een jongen en een meisje
Kwamen daar voor 't eerst.
Stonden bij elkander
Vreemd en stil bedeesd.
Toen heeft hij haar plots gezoend
Op haar frisse wang !
En zong haar stil in 't oor,
Deze liefdeszang:
Refrein:
Bij de oude molen,
Zweer ik je mijn trouw !
Vraag ik je mijn liefste,
Wordt mijn kleine vrouw !
Bij de oude molen,
Keren wij vaak weer,
Want daar komt de liefde
In ons hartje neer !
De jongen en dat meisje
Werden toen een paar,
Al die lange jaren
Minden zij elkaar !
Vaak nog keerden zij terug,
Naar dat plekje grond
Waar zij haar man en op zijn beurt
Hij zijn vrouwtje vond !
Refrein
Bij de oude molen
Zwoeren zij eens trouw.
Vonden zij elkander,
Werden man en vrouw !
Bij de oude molen
Keerden zij vaak weer !
Want daar kwam de liefde,
In hun hartje neer !
Refrein
Terug
naar overzicht
Bij
de oude watermolen
(met
dank aan H. Kuper voor het sturen van de tekst)
Het
was op een zonnige avond in Mei
Toen
wij daar samen zaten
Ik
gaf je een kus zo begon het geluk
Voor
vele mooie jaren
Bij
de oude watermolen
Zaten
we beiden hand in hand
En
een hart met onze namen
Sneed
ik in 't bankje aan de kant
Jaren
later nam ik er foto's met onze kinderen er bij
En
als wij allang zijn heen gegaan
Zal
die oude molen nog bestaan
Net
als toen is het bankje nimmer vrij
Als
het maantje schijnt in Mei
Terug
naar overzicht
(tekst en muziek: Henri
Theunisse)
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
Ik ken een dorpje omgeven door groen,
Waar je gezellig een wand'ling kan
doen,
Mooi is de kerk, mooi 't gebeeldhouwde
koor
Knus zijn de huisjes met bloemen er
voor.
't Is er romantisch, de meisjes zijn
Sprank'ler dan een glas tint'lende
wijn.
En d'oude wilgen geschaard langs de
plas,
Weten hoe lief of zo 'n meisje wel
was.
Refrein:
Bij de oude wilgen in de maneschijn,
Is vaak gesproken van liefde en trouw
En van gelukkig zijn !
Bij de oude wilgen in de maneschijn,
Kreeg menig meisje een klinkende zoen
Deed soms een afscheid pijn.
Knoestig en scheef staan de wilgen
bijeen,
Menig geheim weten zij maar alleen.
's Nachts als de mensen van 't dorp
zijn naar bed,
Hebben de wilgen inwendig pret.
Want ze vernamen veel onzin-gevlij
Zagen veel brooddronken kermis-gevrij
Werd dan spontaan eeuw'ge liefde
beloofd,
Schudden de wilgen meewarig het hoofd.
Refrein
's Winters ontdaan van hun fleurige
groen,
Gaan d' oude wilgen hun winterslaap
doen.
Worden hun kruinen spierwit van de
sneeuw,
Geven ze slechts een onhoorbare geeuw.
Maar als de lente komt leven ze op,
Duizenden blaadjes versieren hun top.
Als dan een paar in hun schors hartjes
snijdt,
Trillen ze zelf van verliefderigheid.
Refrein
Terug
naar overzicht
Bij
de soldaten
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
Al ben je nu, bij de soldaten
Vergeet me niet, m'n hartedief
Ik kan met jou, helaas niet praten
Schrijf daarom vaak, een lange brief
Zo'n brief van jou, geeft te verstaan
Dat heel je hart, voor mij blijft
slaan.
Al ben je nu, bij de soldaten
Vergeet me niet, m'n hartedief.
Terug
naar overzicht
Bij
het kampvuur op de prairie
(tekst: en muziek
Jo Dante/uitvoering: Bill Kilima en The Singing Cowboys 1941)
(met
dank aan Betsy van Dijk voor het sturen van de tekst)
In
de blauwe nacht vol maanlicht
Stapt
een cowboy van z'n paard
Als
hij dan z'n bivak inricht
Staat
z'n trouwe hengst bedaard
Bij
z'n vuurtje na z'n eten
Zingt
hij zachtjes voor zich heen
hij
droomt zonder 't te weten
Van
een vrouw voor hem alleen
Refrein:
Bij
het kampvuur op de prairie
Zingt
een cowboy zacht zijn lied
Voor
het meisje van z'n dromen
Maar
helaas, hij kent haar niet
Dan
ziet hij haar bij zich komen
En
kust zij hem goede nacht
Fluistert
duizend lieve woordjes
En
de maan houd stil de wacht
Cowboy
jij weet 't toch
Dromen
zijn maar bedrog
Bij
't kampvuur op de prairie
Zingt
een cowboy zacht z'n lied
Cowboy
jij weet het toch
Dromen
zijn maar bedrog
Bij
't kampvuur op de prairie
Zingt
een cowboy zacht z'n lied
Terug
naar overzicht
Bij
ons in de Jordaan
(tekst: Henvo en Emile van de
Brande/muziek:Louis Noiret)
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
Refrein:
Bij
ons in de Jordaan,
Zing je van héla, hola, hoeladiejé.
Bij ons in de Jordaan,
Zie je de jongens en de meiden dansen gaan, hatsjé !
Bij ons in de Jordaan,
Waar de bloemen voor de ramen staan,
En de Amsterdamse humor nooit verloren gaat,
Zolang de lepel in de breipot staat !!
Aan Amsterdem heb ik mijn hart verloren
Ach ouwe toffe jongen, zo recht uit de Jordaan.
Daar ben ik een keldertje geboren
En ga daar heel mijn leven beslist niet meer vandaan !
Refrein
We houen allemaal van een verzetje
Dan moet je ze zien hossen, de beentjes van de vloer.
De man van Drees die zegt: "Kom op, wat let je ?"
En pakt dan met een schuiver z'n ouwe toereloer.
Refrein
We voelen ons verbonden met elkander
Want zit je in de zorgen of in de ratsmodee,
Dan helpt de één zoveel ie kan de ander,
Zo zijn de Jordanezen, ze leven met je mee.
Refrein
Terug
naar overzicht
Bij ons in de tuin
(met
dank aan Anita Dortmans voor het sturen van de tekst)
Onze poes en buurmans kater
Maken het ied're avond later
In de tuin, bij ons in de tuin
Ik gooide laatst met mijn schoenen
Terwijl z' elkander zaten te zoenen
In de tuin, bij ons in de tuin
Het is gewoonweg een schandaal
Wat maken die beesten een kabaal
In de tuin, bij ons in de tuin
Maar ze zijn toch niet te houwen
Laat de beesten maar miauwen
In de tuin, bij ons in de tuin
Maar na verloop van weken
Was 't lawaai geheel geweken
In de tuin, bij ons in de tuin
Het was wel te verwachten
Nu zijn ze met z'n achten
In de tuin, bij ons in de tuin
Het is gewoonweg een schandaal
Wat maken die beesten een kabaal
In de tuin, bij ons in de tuin
Maar ze zijn toch niet te houwen
Laat de beesten maar miauwen
In de tuin, bij ons in de tuin
In de tuin, bij ons in de tuin
Terug
naar overzicht
Bij
't ouderengraf
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
Ik ken een eenzaam vredig hoekje op aard
Door stil geboomte omgeven
Daar vlied ik dagelijks heen
Wanneer mij mijn leed bezwaart
Of zorg mij drukt voor 't leven
En vraagt ge mij naar 't oord zoo dier
Het ligt niet ver, niet ver van hier
Refrein:
Geen plek ter aard die zooveel troost mij gaf
Als dierbaar vroeg gesloten ouderen graf
Hoe trekt met tooverkracht de groeve me aan
Hoe kan ik vrij daar klagen
Ik gevoel dan niet dat ik alleen bleef staan
Of menschen mij behagen
Daar spreken wij van strijde moe
Beminde doden vertroostend toe
Refrein
En als mijn levensavond daalt vol vree
En zich den Hemel open
Laat mij dan hier o Good zoo luid mijn bee
Op U opstandag hopen
Op 't zelfde kerkhof vredig klein
Moet ook mijn graf gedolven zijn
Refrein
Terug
naar overzicht
Bill Sheriff polka
(Eddy Christiani)
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
Pak een meisje, doe het vlug
Kom dan in de kring terug
Maak een buiging, kijk me aan
Het dansen kan beginnen gaan
Nu gaan we allen op een rij
De handen doen we in de zij
We draaien drie keer in 't rond
En stampen daarbij op de grond
Refrein:
We dansen polka, we dansen polka
We draaien, zingen, buigen, springen
Zoeken wij hier ons vertier
We dansen polka, we dansen polka
We trappen, stappen, hossen, klappen
En we hebben veel plezier
Je handen gaan weer op de rug
Een stap vooruit, maar niet te vlug
Luister goed, hoe of het moet
Nu weer stilstaan, zo is 't goed
We maken weer een lange rij
De dames aan de linker zij
En dan weer draaien, nog een keer
Een, twee, drie, daar gaan we weer
Refrein
Opgelet nu, kijk eens hier
De mannen gaan nu op de knie
De vrouwen springen om 'm heen
Van de ene op de and're been
En een, twee, hop
En zoek een ander meisje op
Maak een buiging, kijk mij aan
We beginnen weer van voren af aan
Refrein
Polka, polka
Polka
Terug
naar overzicht
Bimbamboela
(tekst: Kees Pruis / muziek: Hans
May 1929/ uitvoering: Kees Pruis)
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
Toen
ik in de Congo was, leerd' ik van dat zwarte ras,
Hoe
zo'n Congopaar vrijt daar met elkaar,
't
Is voor ons een beetje raar !
't
Opperhoofd Bimbamboela was verloofd met Alala,
't
Avonds kwam die vent, schreeuwend uit zijn tent.
Refrein:
Die
verliefde Bimbamboela
Schreeuwt
des avonds "Hoela ! Hoela !”
En
dan rent ie naar zijn zwarte Troelala, oei ! oei !
Als
een stel verliefde duiven
Gaan
ze dan elkaar bekluiven.
Met
hun biefstuklippen smakken zij nog na, foei !, foei !
Zo
heeft ieder diertje, zijn pleziertje hier op aard,
Voor
ieder ras is hun manier van vrijen alles waard !
Die
verliefde Bimbamboela,
Schreeuwt
des avonds: "Hoela ! Hoela !”
En
dan rent ie naar zijn zwarte Troelala, oei !, oei !
Alala
dat bruin geval, had de oogjes van een kwal,
't
Neusje een pijpje drop, 't mondje 'n kolenschop !
Bimbamboela
vrat d'r op !
Zit
zo'n kwattakleurig paar, in het donker bij elkaar,
Kun
je hen niet zien, maar j' hoort die zwarte Trien
Gillen
als een stoommachien !
Refrein
Bimbarnboela
was verliefd, daarom heeft hem gegriefd,
Dat
ik op zijn schat, ook een oogje had.
Woedend
zei hij mij toen dat,
Hij
mij vast in mootjes sneed, als 'k hem in de wielen reed.
'k
Maak van jou, sprak die barbaar, biefstuk a la Tartaar.
'k
Vreet je op met huid en haar !
Refrein
Terug
naar overzicht
Blank
en bruin
(uitvoering: Laura en Yvonne (Laura
Bordes en Yvonne de Nijs))
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
Stil staan wij hier aan het strand te staren
Blank en bruin, tesamen hand in hand
Wij begrijpen niets van de bezwaren
Die een huidskleur nu geeft in menig land
Refrein:
Want blank en bruin
Dat ging toch goed
Die tijd dat onze ouders kind'ren waren
Is dat voorbij ?
Thans vragen wij
Kom treed elkaar als mensen tegemoet
Samen speelden wij op de plantage
Blank en bruin, tesamen hand in hand
Samen bouwden wij aan de garage
Alles onder de vlag van Nederland
Terug
naar overzicht
Blauwe
korenbloemen
(tekst en muziek: Gert
Timmerman/uitvoering: Zusjes De Roo)
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
Refrein:
Blauwe korenbloemen plukte jij voor mij
Blauwe korenbloemen
Zonnige dagen die zijn nu voorgoed voorbij
Waarom ging jij en liet jij mij zo alleen
Eenzame nachten sinds jij voorgoed verdween
Ben jij mij door die ander zo gauw vergeten
Ik moet steeds denken aan jou
Waarom bleef je mij niet trouw
Refrein
Leven alleen zo zonder jou valt niet mee
Steeds denk ik aan die vrolijke tijd met ons twee
Ik vraag me af "zul jij er nog eens aan denken"
En aan mijn liefde voor jou
Waarom bleef je mij niet trouw
Refrein
Zonnige dagen die zijn nu voorgoed voorbij
Is er 'n kans (Wer liebe sucht...)
Terug
naar overzicht
Blind
geschoten
(Liedje
uit de Eertse Wereldoorlog/uitvoering: August de Laat 1919)
(met
dank aan Marc Blokland (†) voor het sturen van de tekst)
Het
is gedaan, ik mag weer huiswaarts keren
't
Gevaar is weg, mijn vaderland is vrij
Ons
roemrijk vaan kan schitterend triomfeeren
Het
land viert feest en denkt niet meer aan mij
Wie
zou er immers aan zo'n mindere denken
Wat
geeft het wat het noodlot deed
Zo'n
mensenleven telt immers niet mee
Worsteld'
het vaderland soms om privé
Ik
deed mijn plicht, ik heb als een leeuw gevochten
Tot
aan het laatste uur der laatste dag
Het
moordend lood en staal mijn ogen zochten
Ik
sindsdien steeds nacht wat ik om me henen zag
'k
Ben ongelukkig nu voor heel mijn leven
Als
blindgeschoten jonge vent
Mijn
leven is een marteling en ellend'
In
donkere nacht tot aan het bitt're end
Ik
zie nooit meer de glans van mijn moeders ogen
Terwijl
mijn blik vergeefs de hare zoekt
Mijn
zalige liefdesdromen zijn vervlogen
O
God waarom ben ik toch zo vervloekt
Nooit
zal ik meer die blijde zon zien schijnen
En
leef ik in die eeuwige nacht
Terwijl
ik naar mijn stervenssponde smacht
Lief
vaderland, ik heb mijn plicht volbracht
'k
Uit als een laatste klacht,,,,vaarwel
Terug
naar overzicht
Blinde
ogen
(tekst/muziek Roger
en Willem Minderman/uitvoering Willy Derby 1928)
Ik
weet nog goed, toen in jouw blauwe ogen
't
Licht nog niet voorgoed was uitgeblust
Hoe
we saam vaak door de velden zwierven
Bloemen
plukken was je grootste lust
Met
je blos van kinderlijke blijdschap
Was
je dan een lentebloem gelijk
Kind,
ik moet niet aan die uren denken
Als
ik naar je blinde ogen kijk
Iedereen
vond jou zo'n lieve engel
Iedereen
vond jou zo'n echte schat
Vreemde
mensen zeiden honderd malen
Dat
jij zulke mooie ogen had
Ik
had wel zorgen in die goeie dagen
Doch
met jou gevoelde ik me rijk
Ik
twijfel nu aan hemel en aan aarde
Als
ik naar je blinde ogen kijk
Ja,
je was de appel mijner ogen
Ik
hield van jou altijd het allermeest
Ik
heb misschien te veel van jou gehouden
Ik
ben wellicht te trots op jou geweest
Jouw
bezit was mij de grootste weelde
Heel
m'n hart hing aan jouw liefdeblijk
Kind,
ik voel zo'n eindeloos verlangen
Als
ik naar je blinde ogen kijk
Zie
ik soms 'n bedelende blinde
O,
dan krimpt m'n hart ineen van pijn
Ik
vraag me af of dat jouw lot zal worden
Als
ik er eenmaal niet meer zal zijn
Ik
denk aan jou, als ik zo'n arme stumper
Bevend
dan m'n poov're aalmoes reik
Kind,
ik voel zo'n angst om eens te sterven
Als
ik naar je blinde ogen kijk
Terug
naar overzicht
Bloedrode
kralen
(Tekst:
Pi Veriss/J.Portengen / muziek: O.Riedlmayer/W.Brandin/H.Kiessling/)
't
Snoertje met bloedrode kralen
Dat
m'n grootmoe al droeg in haar jeugd
Zal
urenlang kunnen verhalen
Over
jaren van weemoed en vreugd
Ik
kreeg het van haar
En
kijk ik er naar
Dan
zie ik een beeld uit die tijd
Dat
snoertje met bloedrode kralen
Wil
ik van m'n leven niet kwijt
Op
m'n zeventiende jaar
Kreeg
ik dit geschenk van haar
En
ik weet nog hoe ze zachtjes zei:
"Als
je 't draagt, denk aan mij"
Grootmoe
is niet meer op aard'
Maar
van haar bleef iets bewaard
't
Is 't mooiste souvenir voor mij
Hierdoor
blijft zij me altijd bij
Dat
snoertje met bloedrode kralen
Dat
m'n grootmoe al droeg in haar jeugd
Zal
urenlang kunnen verhalen
Over
jaren van weemoed en vreugd
Ik
kreeg het van haar
En
kijk ik er naar
Dan
zie ik een beeld uit die tijd
Dat
snoertje met bloedrode kralen
Wil
ik van m'n leven niet kwijt
Terug
naar overzicht
Bloeiende
harten
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
Enkel
rust was de natuur,
Op
een zomermiddaguur,
Onder
een linde die bloeide in pracht,
Zat
een paartje gedwee,
Gezellig
met hun twee,
Te
kussen en te fluisteren zacht.
En
temidden van 't gedroom,
Zweefde
hoog van de boom,
Heel
zachtjes naderbij,
Het
vinkje zoo schoon,
In
deez' schoone droom,
En
zong zijn lied erbij:
Refrein:
En
sprak toen: "Mijn schat,
Als
ik je altijd bij me had,
Maar
ik moet gaan varen op zee,
Dan
neem ik ook je hartje mee.
Want
ik heb je zoo lief,
Ge
zijt mijn hartedief,
Ik
zal u beminnen met ziel en zinnen,
Want
ik hen u zoo lief.
Eens
ging hij aan de zwier, werd dronken wat 'n grap,
Kreeg
kramp in zijn buik, o heer,
Hij
keek eens om zich heen vloog spoedig in 'n trap,
Lag
daar een souveniertje neer,
Hij
stond toen spoedig op nam gauw de vlucht,
Hij
hoorde gebrom,
De
buurvrouw van drie hoog riep "hemel wat een lucht."
Maar
Kobus keek niet om.
Refrein
Eens
ging hij met een meisje naar Freriks toe,
Heel
gezelig met hun twee,
Zij
zaten op een bankje want zij waren moe,
Het
bankje was geschilderd heerejé.
En
toen zij samen weer zouden huiswaarts gaan,
Bleef
ieder vol bewondering staan,
Hun
goed zat vol verf, en ieder die riep, "kom,
Zeg
Kobusje kijk je nog eens om !"
Refrein
Terug
naar overzicht
Bloeiende
twijgen
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
Jantje
z'n vader was zeeman,
Vond
in de golven 'n graf.
Nooit
zou hij z'n vader terugzien,
Waar
hij zo heel veel om gaf.
Treurend
om vader z'n heengaan,
Loopt
op de pier kleine Jan.
Met
in z'n hand 'n bos twijgen,
Werpt
ze in zee en zegt dan:
Refrein:
Bloeiende
twijgen, breng ik voor u mee
En
leg ze neer op uw graf in de zee.
Bloeiende
twijgen, van uw kleine man.
Vadertje
neem ze, ze komen van Jan !
Enige
jaren verstrijken,
Jantje
groeit op tot 'n man.
Hij
wordt de steun van z'n moeder,
Helpt
haar zoveel hij maar kan.
Toen
hij voor 't eerst kreeg z'n zakgeld,
Kocht
hij vol trots en plezier,
Bloemen,
die hij naar de pier bracht,
Blij
riep hij: "Pa, kijk eens hier !”
Refrein
Terug
naar overzicht
Bloesem van seringen
(tekst en muziek: Han Dunk, Pi
Scheffer en Jan Vogel / uitvoering o.a.: Karel van der Velde en Cora May
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor
het sturen van de tekst)
Als in de lente bloesems ontluiken
Welt er een traan uit mijn hart.
'k Hield van seringen, maar nu 'k alleen
ben
Brengen zij enkel nog smart...
Refrein:
Bloesem van seringen
Brengt herinneringen aan weleer...
Aan voobije dagen die mij steeds doen
vragen
'Keer toch weer !'
Geurende heesters rondom huis
Brachten geluk en vreugd bij ons thuis !
Bloesem van seringen
Brengt herinneringen, 't is voorbij...
'n Ander is gekomen en heeft jou genomen
Weg van mij.
Weet je dat ik nog steeds van je hou ?
Brengen dan seringen geen herinneringen
Ook voor jou ?
'k Denk nog vaak aan al wat zo mooi was
Vroeger voor jou en voor mij
Maar als seringen in 't voorjaar bloeien
Zeggen ze mij: "t Is voorbij".
Refrein
Terug
naar overzicht
Blond
is Katrientje (August de Laat)
Ik
ken er een meisje, haar naam is Katrien
Die menige vrijer kon krijgen
Een grappiger deerntje heb ik nooit gezien
Maar wie haar ook vraagt, ze blijft zwijgen
Ze denkt bij zichzelf: "Ik blijf liever gezond
Die mannen, het zijn me wel pijnen
Ik heb ze niet nodig, ik heb al genoeg
Als ik denk aan m'n koeien en zwijnen"
Refrein:
Blond is Katrientje en blond is 't hooi
Falderie, falderie dee
Als ze haar tanden laat zien is ze mooi
Falderie, falderie dee
's Morgens dan melkt ze de koe van m'n baas
's Middags dan karnt ze en kneedt ze de kaas
Blond is Katrientje en blond is 't hooi
Falderie, falderie dee
Bij
't hanengekraai zit Katrien aan 't ontbijt
En slaat ze haar portie naar binnen
Als d'anderen zeggen: "Nu heb ik genoeg"
Zegt Trientje: "Ik ga pas beginnen"
Ze wordt 'r niet dik van want slank is haar lijn
Wel mollig, dat wil ze ook weten
Ze zegt: " 'k Ben geen graat waaraan Moeder Natuur
De vismaat totaal heeft vergeten"
Refrein
Maar
eens op een dag zal bij blonde Katrien
De man die haar vindt nog wel komen
Dan zal ze een vrouw zijn, zo flink en zo fier
Als iedere man zich zal dromen
Dan wordt ze het zonnetje van z'n bestaan
Een moeder, die leeft voor haar kind'ren
Die lacht om de zorgen voor 't dagelijks brood
Wier levenslust nooit zal vermind'ren
's
Morgens dan melkt ze de koe van d'r baas
's Middags dan karnt ze en kneedt ze de kaas
Blond is Katrientje en blond is 't hooi
Falderie, falderie dee, okee
Blonde
Mientje (heeft een hart van prikkeldraad)
(tekst:
Van Tol/muziek: Herms Niel/uitvoering: Snip en Snap)
Van
soldaat
Tot
sergeant
Adjudant
Luitenant
Allemaal
zijn smoorverliefd op blonde Mientje
't
Is een blom
't
Is een pracht
En
zij flirt
En
zij lacht
Maar
niet eentje heeft het tot een kus gebracht
Refrein:
Blonde
Mientje heeft een hart van prikkeldraad
Blijf
maar thuis... prikkeldraad
En
die vesting overwint niet een soldaat
't
Is en blijft... prikkeldraad
Alle
jongens maken haar het hof om strijd
Maar
zij lacht, en voor de rest: neutraliteit
Blonde
Mientje heeft een hart van prikkeldraad
Blijf
maar thuis... prikkeldraad
De
sergeant
Vroeg
haar hand
En
de luit
Wou
mee uit
En
de kapitein stuurt haar vergeet-mij-nietjes
De
majoor
Die
is smoor
Maar
aldoor
Was
het mis
't
Is en blijft een stelling die onneembaar is
Refrein
Terug
naar overzicht
Blue tango
(tekst: Jack Bess / muziek: Leroy
Anderson)
(met
dank aan Gerard Engelbertink voor het sturen van de tekst)
Heerlijk tangolied,
jou vergeet ik niet,
want jouw melodie
streelt telkens opnieuw mijn fantasie;
Door je klankenpracht
zie ik dag en nacht,
die twee ogen, zo blauw,
van 't meisje waarvan ik hou !
Heerlijk tangolied,
jou vergeet ik niet,
want hoor ik jouw melodie,
zo vol harmonie,
komt voor mijn geest wat is geweest.
'k Zie het blonde haar
en het ogenpaar,
zo jeugdig blij en zo blauw
van 't meisje waar ik zó van hou.
Op jouw muziek vroeg ik haar gauw
of ze mijn vrouwtje worden wou,
en bij het allerlaatst accoord,
gaf zij haar hand en ook haar woord.
Jij was dus ons verlovingslied,
daarom vergeten wij je niet !
Terug
naar overzicht
Boefje
(tekst: Ferry/uitvoering: Willy Derby 1927)
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
Je
hebt het spel verloren, ja, je wist het al lang
Dat
er een einde aan zou komen, ook al was je niet bang
Dus
ging je iedere keer een stapje verder
Je
haalde je ideeën in je hoofd
Die
jouw leven eens voorgoed konden bederven
Het
zal wel meevallen, had je jezelf beloofd
Nu
zit je daar gevangen, en je voelt je verraden
Je
denkt: "Zijn dat nou m'n vrienden, zijn dat kameraden"
Toen
al die Wouten jou die ochtend kwamen halen
Jouw
moeder sprakeloos, oh nee, dit is niet waar
Toen
voelde je dat jij voortaan zou balen
Van
dat soort vrienden, die doen niks voor elkaar
't
Was toch zo verdienstelijk met dat tuig op stap te gaan
Zelfs
had je nu en dan een grote mond
Je
wist wel hoe een grietje aan de haak is te slaan
Als
jij maar in hun belangstelling stond
Maar
zonder al die meiden
Dan
werd het pas gezellig en pas interessant
En
na zo'n twintig pils
Had
je jezelf en ook je vrienden niet meer in de hand
Dan
wist je ergens nog een BMW te staan
En
zonder zorgen, volgezopen, de weg op te gaan
Wat
moest je met die tweede keuze autoradio
Die
raak je aan de straatstenen niet kwijt
Zo'n
kamera koopt toch alleen een grote idioot
Jouw
jatten werd een zatte sportwedstrijd
Toch
werd het steeds benauwder
Toch
zat je hem te knijpen als een ouwe dief
Die
Wouten zijn niet achterlijk
Die
laten iemand zingen voor hun eigen gerief
Heb
jij die auto het kanaal in geduwd
En
wie stak hem daarvoor nog in brand
Heb
jij toen die winkelruit ingegooid
Hoe
kon je toch zo stom zijn, hoe kreeg je 't voor elkaar
Voor
zoiets kreeg je vroeger vlot een jaar
Maar
goed dat je geen messen of schietijzers draagt
Al
zag je zelfs daarin soms geen gevaar
Het
leven gaat verder, je hebt je lesje geleerd
Met
uitschot als vrienden, dan gaat het verkeerd
Nog
even een gesprekje met je vader
Nog
even een keer biechten zonder God
Maar
nooit meer een woord met een verrader
Wat
jij ziet zitten, maakt hij toch weer kapot
Terug
naar overzicht
Boem boem boemerang
(tekst: Pierre Winobel / muziek:
Larry Coleman)
(uitvoering: Duo Black & White met
The Melodysisters)
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
De eerste dag, dat ik je zag
Vond ik j'een aardig kind.
Je deed niet vriend'lijk maar ik dacht
:
Wie waagt en aanhoudt wint.
Refrein:
Want als een boemerang
Boem boem boem boemerang
Boem boem boem boemerang
Kwam ik terug
Want als een boemerang
Boem boem boem boemerang
Boem boem boem boemerang
Kwam ik terug.
Wanneer 'k met jou een afspraak maak,
Laat jij me uren staan.
Wel honderdmaal nam ik me voor,
Ik kijk je niet meer aan.
Refrein
Hoewel jij altijd kíbb'len wil,
Vraag ik je nu tot vrouw,
Want ik besef maar al te goed,
Ik kan niet zonder jou.
Refrein
Terug
naar overzicht
Boemel
Petrus
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
Wat heb ik vannacht een lol gehad
'k Was weer aan de boemel met m'n schat
Alles draait nog lekker in m'n bol
Ik zit nog tot bovenaan vol
Met sardines paling en gelei
Vijftien flesschen Champie er nog bij
'k Droomde dat ik in den Hemel was
O wat was ik in mijn sas
Alle engelen groot en klein
Wilden dolgraag bij mij zijn
Twee man nam ik toen met mij mee
Engeltjes schoon als een fee
Ja ja ja ja
Al naar ons nachtcafé
Voordat Petrus alle deuren sluit
Sloopen wij heel stil den Hemel uit
Plots'ling gleed ik van den lange leer
En rolde op aarde neer
Refrein:
Boemelen kan soms heerlijk zijn
Alles draait soms door je brein
Loopt het je eens dan door elkaar
Denkt dan aan het spreekwoord
Alles komt weer voor mekaar
Treesie Geesie Feesie rooie Jaan
Engeltjes daar zit een luchie aan
Ging ik 's avonds laat mee aan den haal
Ze plukten me als een kop zoo kaal
Ze dansten met mij menig fijne wals
Hingen als slangetjes om mijn hals
En ik gaf hun dat mocht ik wel doen
Onder 't dansen menige zoen
Al die schatjes groot en klein
Wilden dolgraag bij mij zijn
Had ik niet genoeg aan twee
'k Nam ze alle vier maar mee
Souper souper souper
Champagne proost chantee
's Middags als ik uit mijn roes opstond
Draaide mij alles nog in 't rond
Boemelen is een reuze baan
'k Begin maar weer van voor af aan
Refrein
Terug
naar overzicht
Boer Japik's boerderij
(tekst en muziek: Ferry Barendse)
(met dank aan Gerard Engelbertink) voor het sturen van de tekst)
Boer Japik had een boerderij
Een beste vent was hij !
En op een goede dag kocht hij
Er nog een varken bij.
Een varken is een heel vet beest,
Als 't wordt geslacht is 't er geweest
't Was Knor ! knor ! zus en knor !
knor ! zo
En de hele dag maar knor.
Hojo ! hojo ! Bij Japik gaat dat zo !
Boer Japik had een boerderij
Een beste vent was hij !
Om 't goed te doen besloot hij toen:
„Ik neem ook een kalkoen."
Het dier was negen maanden oud
En tegen Kerst kreeg ie 't benauwd !
't Was Kloek ! kloek ! zus en kloek !
kloek ! zo
En de hele dag maar kloek !
Hojo ! hojo ! Bij Japik gaat dat zo !
Boer Japik had een boerderij
Een beste vent was hij !
Vier poten, staart, twee horens toe,
U raadt het al: een koe.
De koe die gaf maar melk, en melk
En melk, dat weet j' is goed voor elk,
t Was Boe ! boe! zus en boe ! boe ! zo
En de hele dag maar boe !
Hojo ! hojo ! Bij Japik gaat dat zo !
Boer Japik had een boerderij
Een beste vent was hij !
Een eend, die 't daar best lekker
vond,
Zwom er prinsheerlijk rond.
Had Donald Duck 't geweten, zeg,
Dan raakte hij, prompt van de leg !
't Was Kwek ! kwek ! zus en kwek !
kwek ! zo
En de hele dag maar kwek !
Hojo ! hojo ! Bij Japik gaat dat zo !
Boer Japik had een boerderij
Een beste vent was hij !
Het waakst van allen was de hond,
Die heus, z'n man wel stond.
Wie 'n likkie van dat fikkie kreeg
Die zeeg ineen als bladerdeeg.
't Was Knor ! knor ! zus en knor !
knor ! zo
En de hele dag maar knor.
't Was Kloek ! kloek ! zus en kloek !
kloek ! zo
En de hele dag maar kloek !
't Was Boe ! boe ! zus en boe ! boe !
zo
En de hele dag maar boe !
't Was kwek ! kwek ! zus en kwek !
kwek ! zo
En de hele dag maar kwek !
't Was Woef ! woef ! zus en woef !
woef ! zo
En de hele dag maar woef !
Hojo ! hojo ! Bij Japik gaat dat zo !
Terug
naar overzicht
Boerenbruiloft
(met
dank aan Kees Veltman voor het sturen van de tekst)
In
de dorpsherberg danst men bij vedel en fluit,
Tjo
didel di di li tjo.
Want
vandaag is Katrien boer Krelis z’n bruid,
Tjo
didel di di li tjo.
De
muziek klinkt vrolijk, men juicht en men lacht,
De
koeken die dampen, de herbergier lacht.
Tjo
de li ha, ha, ha, Tjo de li ha, ha, ha.
Tjo
de li ha, ha, ha, Tjo didel di di li tjo.
Boer
Krelis die heeft er zijn plaats bij de schouw,
Tjo
didel di di li tjo.
En
rood lijk n’n klaproos bloeit Krelis zijn vrouw,
Tjo
didel di di li tjo.
Hij
kijkt op de klok, zo juist sloeg het vier,
Tot
zeven uur blijft het bruidspaar nog hier.
Tjo
de li ha, ha, ha, Tjo de li ha, ha, ha.
Tjo
de li ha, ha, ha, Tjo didel di di li tjo.
De
meester die heef er heel vurig gepraat,
Tjo
didel di di li tjo.
Hij
meent dat het zonder een toespraak niet gaat,
Tjo
didel di di li tjo.
Een
aardig jong meisje houdt hij op zijn knie,
Hij
werkt wel voor twee maar hij eet ook voor drie.
Tjo
de li ha, ha, ha, Tjo de li ha, ha, ha.
Tjo
de li ha, ha, ha, Tjo didel di di li tjo.
Als
plots de muziek een fanfare begint,
Tjo
didel di di li tjo.
Verdwijnt
er het bruidspaar heel zachtjes gezwind,
Tjo
didel di di li tjo.
De
meisjes kijken verlegen en dom
Met
’n Hola zwenken de jongens haar om.
Tjo
de li ha, ha, ha, Tjo de li ha, ha, ha.
Tjo
de li ha, ha, ha, Tjo didel di di li tjo.
De
bollen die dampen, de dikke waard lacht
Tjo
didel di di li tjo.
Zo
hel schijnt de maan, zo zwoel is de nacht,
Tjo
didel di di li tjo.
Tot
vroeg dreunt van ’t dansen het oeroude huis,
Dan
brengen de jongens de meisjes naar huis.
Tjo
de li ha, ha, ha, Tjo de li ha, ha, ha.
Tjo
de li ha, ha, ha, Tjo didel di di li tjo.
Terug
naar overzicht
Boerenkrijgszang
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het
sturen van de tekst)
Kent gij het land, waar stoere helden
wonen,
Wier harten onbevreesd zijn voor den
dood,
Die waarheide, recht en vrijheid hoog
vereren,
Verdedigen als hun dierbaar kleinood ?
Die helden dan, zij hebben onze zeden,
Zij spreken onze schone moedertaal
En hebben steeds met onzen God
gestreden,
Voor vrijheid van hun dierbaar land
Transvaal.
Refrein:
Hoera, hoera, Transvalers voorwaarts
nu,
Laat ons attaqueeren
Op dien Engelsman
Hoera, hoera, Transvalers voorwaarts
nu.
Hoera, hoera, Transvalers voorwaarts
nu.
De Boeren grijpen thans naar hunne
wapenen,
Verdedigen hun dierbaar stukje grond,
De plek waarop zij eenmaal zijn
geboren,
Waar 't voorgeslacht zijn voedsel eens
op vond,
En God vertrouwend onder biddend
opzien,
Geeft rijk en arm elkaar de
broederhand,
Als helden zullen zij te samen
strijden,
Voor vrijheid van hun dierbaar
vaderland.
Refrein
En het commando roept hen fluks ten
strijde,
En ouden reeds met 't zilverwitte
haar,
En knapen zelfs nog bijna kleine
kinderen
Zij vormen éne wakkere krijgerschaar,
De vaan der vrijheid wordt thans hoog
geheven,
Ziet hoe zij allen kloek ten strijde
gaan,
En overwinnen zullen zij of sterven,
Maar nimmer onder Engelands koning
staan.
Refrein
Een knaapje overdekt met bloed en
wonden
Vecht kranig door nog, als een wakker
held,
Maar eensklaps wordt de kloeke brave
jongen,
Door 's vijands bajonetten neêrgeveld.
Genade wil men hem dan nog doen
zeggen,
Maar hoe of de Engelsman 't ook gebood
Genade ? Nooit! zoo sprak de jonge
krijger,
Genade ? Nooit! neen steek mij liever
dood !
Refrein
Ach, kinderen, roept een stervende
vader,
Een dodelijk gekwetste oude man.
Zult gij Uws vaders dood vooral toch
wreken,
Op dien gehate, vuige Engelsman ?
Nog éénmaal opent hij de matte ogen
En vuurt voor 't laatst zijn stoere
zonen aan:
Gij moet het winnen, of gij moet ook
sterven,
Maar nimmer moogt ge onder Engeland
staan !
Terug
naar overzicht
Boerenvreugde (Een oud boerenliedeke)
(met dank aan Kees Veltman voor het
sturen van de tekst)
Wij boeren en boerinnen
wij werken dag en nacht:
wij ploegen en wij spinnen
en wij zingen uit alle macht
Refrein:
Lieve Heer, kost en kleer, ’t hemelrijk
en dan niet meer.
Lieve Heer, kost en kleer,
’t hemelrijk en dan niet meer.
Wij spitten en wij spaaien
geheele dagen lang;
wij zaaien en wij maaien
en wij zingen deze zang.
Refrein
Wij eten alle dagen
van boekweit lekk're pap;
zoo vullen we onze magen
en wij zingen even rap.
Refrein
Wij eten zoete boter
en melk lescht onze dorst;
Zoo worden wij al grooter
en wij zingen uit volle borst.
Refrein
Wij dekken geene tafel;
een stuksken uit de hand,
Dat smaakt ons als een wafel
en wij zingen over ’t land.
Refrein
Gij eed’len en gij rijken,
wij zeggen ’t u zeer vrij:
Wij willen u niet wijken,
gij en zingt niet half zoo blij
Refrein
Terug
naar overzicht
Bokkie,
bokkie, bokkie beh
(tekst: Andre Meurs/muziek: Tom Erich/uitvoering:
Max van Praag en The Skymasters)
De
groenteman van de overzij
Die
speelde eens in de loterij
Won
tot z n schrik toen een levende bok
De
hele straat die zong en bloc
Refrein:
Bokkie,
bokkie, bokkie beh
Bokkie,
bokkie beh
Bokkie,
bokkie beh
Bokkie,
bokkie, bokkie beh
De
bok zei niks maar iedereen zei beeeeh
De
bok moest 's nachts in de winkel staan
En
heeft zich daar flink tegoed gedaan
Wie
d'and're dag vroeg naar groente, kreeg dan
Als
antwoord van de groenteman
Refrein
Geen
klant die in die dagen groente kreeg
De
bok vrat maar steeds zijn winkel leeg
Zelfs
onze groenteman kwam veel tekort
Al
kreeg-ie dit steeds op zijn bord
Refrein
De
bok mocht toen in de kamer zijn
Maar
's nachts was het hele huis te klein
Hij
vrat aan de dekens en had heel koket
Z
n tanden in een teen gezet
Refrein
De
bok ging toen naar de slager heen
Geen
mens weet waar of hij toen verdween
Maar
wie dat vlees at, dat daar toen eens lag
Die
sprong en zong de hele dag
Refrein
Terug
naar overzicht
Bonanza
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor
het sturen van de tekst)
Vastberaden draven stoere cowboys
Hoog te paard over berg en dal door hun grondgebied
Onvermoeibaar zonder iets te vrezen
Want wie gevaren duchten mag, cowboys zeker niet
Refrein:
Geen orkaan, Indiaan, brengt hen van de wijs
Een bandiet die hen ziet, onderbreekt z'n reis
Rijden, schieten, af en toe wat drinken
Er is geen enkele cowboy, die daar niet van geniet
Als de avond eenmaal is gevallen
En paard en cowboy in het bos samen slapen gaan
Maakt 't kleinst' gerucht hen dadelijk wakker
Want gevaren loeren steeds in hun hard bestaan
Refrein
Rijden, schieten, af en toe wat
drinken
Er is geen enkele cowboy, die daar niet van geniet
Terug
naar overzicht
Bondslied van
de oud-Onderofficieren "Ons Doel"
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor
het sturen van de tekst)
In Noord en Zuid der Nederlanden,
In dorp en stad, van grens tot strand,
Zijn mannen, die door oude banden,
Gehecht zijn aan het Vaderland.
Een deel huns levens, groot of kleen,
Ging in den dienst van 't land
daarheen;
Hen saâm te houden 't aller stond
Dat is het doel van onzen Bond.
Dat is het doel van onzen Bond.
Wij zijn Oud-Onderofficieren
Van Neêrlands leger, Neêrlands vloot
En Indië 's keurtroep, ' s Lands
banieren,
Ze blijven de onze tot den dood !
En roept de stem van 't Vaderland,
Dan bieden wij het hart en hand.
Wij zijn bereid op elke stond:
Dat is het doel van onzen Bond.
Dat is het doel van onzen Bond.
Waar één van onze kameraden,
In nood mocht zijn voor 't dagelijks
brood,
Roept ons zijn stem tot helpen, raden,
In ongeval, in ziekte of dood.
Zijn Bondgenoten staan gereed
Om Mee te dragen in dat leed,
Met hulp, met steun, met hart en mond:
Dat is het doel van onzen Bond.
Dat is het doel van onzen Bond.
Geen eerzucht is ons doel, ons
streven,
Wij ijveren voor geen partij,
Wien 's Koningswoord het roer wil
geven
Van 't Schip van Staat, hem eren wij;
Maar, wordt en Vorst en Vaderland,
Door wie 't ook zij, ooit aangerand !
Wij zweren trouw met hart en mond !
Dat is het doel van onzen Bond.
Dat is het doel van onzen Bond.
Terug
naar overzicht
Boomps-a-Daisy
Versie 1
(tekst: A. Mills/muziek:J. Bess/uitvoering
Bob Scholte, 1939
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor
het sturn van de tekst)
Ieder wil bij tijden
Dat is nogal glad
Je kan vreugd bereiden
En nu weet ik wat
Hoor naar de nieuwe attractie
Een wals met een boom als reactie
Refrein:
Dat is de boomps-a-daisy
't Is toch zo aardige dans
Ken je de boomps-a-daisy
Ben je niet chanse wat mans
Want bij de boomps-a-daisy
Maakt amor vast geen abuis
Door de boom van de boomps-a-daisy
Boom-el je naar het stadhuis.
Met je handen klappen
Dan je knie een bens
Je wordt door die grappen
Heus een ander mens
Dan komt de boom situatie
Dat botsen dat is een sensatie
Refrein
Zie je nu een paartje
Ogenschijnlijk waar
Zwijg want ik verklaar je
Waar hun slaan op staat
Wil er geen aandacht aan schenken
Het kan twist zijn maar ook kun je
denken
Refrein
Refrein:
Enkel muzikaal tot
Want bij de boomps-a-daisy
Maakt amor vast geen abuis
Door de boom van de boomps-a-daisy
Boom-el je naar het stadhuis.
Versie 2
(Ned. tekst: Ferry/muziek: Annette
Mills 1939/uitvoering: Lou Bandy)
(met dank aan Hanneke Peters voor
het sturen van de tekst)
Uit de goede-oude
Crinoline-tijd,
Heeft men nog onthouden
'n Dansje vol jolijt.
Onder de wals — voor 'n pretje,
Dan gaf men elkaar zoo'n klein
zetje....
Refrein:
Hand - Knie - en „Boem-se-Daisy"
Ziet U hoe leuk of dat staat !
Hand - Knie en „Boem-se-Daisy"
Wals maar zoo goed als het gaat.
Hand - Knie en ,,Hup sa Keesie -"
'k Geef alle dansen cadeau;
Voor de Hand - Knie en „Boem-se-Daisy"
Nu netjes buigen - bravo ! 0, zoo.
Heeren draaiden netjes
Om de Dames heen;
Met die kleine ,,zetjes"
Flirtten zij alleen.
Grootma die vond in die jaren:
Een man moet zóó'n afstand bewaren....
Niets wat nu meer sneu is
Geldt het zuiv're pret,
Als de man wat bleu is
Geeft de vrouw een zet !
Want juist een vrouw — luister even,
Heeft de ,,Boomps-a-Daisy" geschreven
!
Roep niet om je ,,Grootje"
Heusch wij kunnen wel
Tegen zoo'n klein stootje
Dat's maar kinderspel.
Vindt U niet, dames en heeren
Dat wij ons nu fijn amuseeren ?
Terug
naar overzicht
Breng
eens een zonnetje
(muziek: H.
Teunisse/uitvoering: August de Laat,
1936)
(met dank aan Jean Jacobs voor het
sturen van het derde couplet)
Het
leven dat is geen pretje
Ik
weet er alles van
Ben
je bedrukt, verzet je
Maak
er van wat je kan
Als
je het geluk wilt zoeken
Hangt
aan een zijde draad
En
je succes wilt boeken
Luister
dan naar mijn raad
Refrein:
Breng
eens een zonnetje
Onder
de mensen
Een
blij gezicht te zien
Doet
je toch goed
Vervul
zo nu en dan
Hun
liefste wensen
Een
beetje levensvreugd
Schenkt
nieuwe moed
Breng
eens een zonnetje
Onder
de mensen
Een
blij gezicht te zien
Doet
je toch goed
Vervul
zo nu en dan
De
liefste wensen
Het
spreekwoord zegt
Wie
goed doet goed ontmoet
Kun
je wat over sparen
Gaat
het je zakelijk goed
Blijf
dan niet aan het vergaren
Maar
geef wat uit, dat moet
Leven
en laten leven
Daar
komt het hier op aan
Kun
je aan anderen geven
Het
duet gewent spontaan
Refrein
En heb je niets te schenken,
Heb je noch geld noch goed,
Kan je, wil je dat bedenken,
Troost brengen waar het moet;
Mooie gedacht’ en daden
Brengen ook zonneschijn
Maak dat op doornen paden
Ook nog wat rozen zijn.
Refrein
Breng
eens een zonnetje
Onder
de mensen
Een
blij gezicht te zien
Doet
je toch goed
Vervul
zo nu en dan
Hun
liefste wensen
Het
spreekwoord zegt
Wie
goed doet goed ontmoet
Terug
naar overzicht
Breng mij terug naar m'n home
on the ranch
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor
het sturen van de tekst)
Refrein:
Breng mij terug naar m'n home on the
ranch
Breng mij terug naar de wijde prairie
Want zonder lasso, zadel en paard
Is voor een cowboy het leven niets waard
Breng mij terug naar m'n home on the
ranch
Breng mij terug over de gindse heuvels
Naar 't land waar mijn hart toch vol
heimwee voor slaat
Wanneer je het eenmaal verlaat.
Een cowboy die ver in de stad zijn geluk
zocht
En daarom voorgoed uit zijn land toen
verdween
Kon nimmer zijn ranch en de prairie
vergeten
En vaak vol verlangen zong hij voor zich
heen.
Refrein
Breng mij terug naar m'n home on the
ranch
Breng mij terug over de gindse heuvels
Naar 't land waar mijn hart toch vol
heimwee voor slaat
Wanneer je het eenmaal verlaat.
Terug
naar overzicht
Brief
naar La Courtine (uitvoering Ryk de Gooyer)
Beste
kerel, hier is vader
En het huilen staat me nader
Dan het lachen, want je oma
Is geslaagd voor het rijvaardigheidsdiploma
Ook de huur is weer gestegen
En er valt hier zoveel regen
Dat ik in de buurt van Ede
Op de weg een kabeljouw heb doodgerede
Ome Ben uit 's Gravenhage
Heeft sinds kort een eigen wage
Maar hij is zo bij de pinken
Dat ie zegt: "ik rij niet want ik moet nog drinken."
Greet heeft blindedarmontsteking
Was met 't Gasthuis in bespreking
Maar ze blijft thuis bij d'r eige
Want ze kon alleen nog maar een staanplaats krijge
Moe moet voor haar wasmachine
Week'lijks de termijn verdienen
Daarom moet 't arme mens voortaan
Bij and're aan de tobbe staan
Onze schoorsteen wil niet trekke
Op de zolder blijft het lekke
En de hele woning is verzakt
Alleen de bel is nog in tact
Ik hou nu maar op met schrijve
'k Zal vannacht op moete blijve
Er is geen tijd om in te dutten
Want ik moet de hele buitengevel stutten
O ja, jongen, je moet wete
Bijna was ik dat vergete
Piet is t'r vandoor met Ine
Amuseer jij je dus maar in La Courtine
Terug
naar overzicht
Brief
uit La Courtine
(Ned. tekst: Eli
Asser/muziek: A. Ponchielli/uitvoering Ryk de Gooyer)
Beste
ouders, lieve Ine
Ik schrijf dit uit La Courtine
Dat was lachen onder 't eten
Onze generaal is door een slang gebeten
't Stikt hier van de wilde dieren
Eén van onze officieren
Een zeek're Aernoud Dendermonde
Daarvan hebben ze alleen zijn bril gevonden
Ik krijg strakjes weer visite
Van een hele troep muskieten
Zeven jongens, lieve moeder
Zijn finaal vergiftigd door insektenpoeder
Je kan niemand hier vertrouwen
Zijn het rooien, zijn het blauwen
En de Fransen staan te blèren
Want die zien ons aan voor Duitse militairen
Ik leer kruipen door de modder
Schieten met een losse flodder
En nog meer, dat volgens de majoor
Ons straks te pas komt op kantoor
Elke avond gaan we gokken
Met de dorpelingen knokken
En daarna hebben we 't allemaal
Heel fijn in het hospitaal
Ik ben nou een kettingroker
Ik speel heel goed vals met poker
'k Zit hartstikke vol littekens
En ik slaap met een pistool onder m'n dekens
Daarom ouders, lieve Ine
'k Zit nu een week in La Courtine
Maar ik kan je nu al schrijven
'k Zou hier best m'n hele leven willen blijven
Terug
naar overzicht
Brief
van Cocadorus aan de burgemeester van Amsterdam
(Eduard Jacobs 1868-1914)
(met dank aan Jeanne Albers voor
het sturen van de tekst)
Meneer de burgemeester,
De reden waarom ik schrijf
Ik, die zoveel beter kan smoezen
't Heeft wel niet heel veel om het
lijf
Maar ik ben gek van al het soezen
Onlangs was ik op het stadhuis
Ik heb de raad daar horen zuchten
En nauw'lijks was ik bij me thuis
Of 'k moest m'n hart eens even luchten
Eerstens, 'k g'loof 'k had nooit de
eer
U onder mijn gehoor te tellen
Dat spijt me Edelachtb're heer
Veel meer dan ik u kan vertellen
Want u zoudt zien: zolang ik praat
Staat al het volk me aan te gapen
Bij mij ziet u nooit als in de raad
'n Chosen van verveling slapen
Toch werd er druk geredeneerd
Maar als men 't goed gaat beschouwen
Doet menig raadslid 't glad verkeerd
Met niet voorgoed zijn mond te houwen
Men geeft de burger voor hun geld
Toch enkel knollen voor citroenen
Dat doe ik ook op het Amstelveld
Maar 't loopt bij mij niet in
miljoenen
Er kwam een huissie aan de beurt
Om onbewoonbaar te verklaren
D'r zei een: de muur die was gescheurd
En dat levert zoveel gevaren
Nou vraag ik u: Is dat niet bar
Waarom dan het gevaar der Beurs
verzwijgen ?
Ik hoop dat die verschwartzter nar
De bengel op z'n kop zal krijgen
't Speelhuis, daar in de Vondelstraat
Woudt g'als liefdadig niet erkennen
Dat is een fout en inderdaad
Dat zult u ook moeten bekennen
Ik had tot Pollietser gezeid:
"Er zijn hier duizenden die lijen
Toon ons maar je liefdadigheid"
Wat zou je toch een krieje snijen !
En nu tot slotte, excuseer
Dat ik u dit briefje heb geschreven
Maar ik kon niet slapen vooraleer
Ik, laat, het heb eerst afgegeven
Ik weet wel, dat u 't niet helpen kan
U rijdt hier niemand in de wielen
U is een gesjiewes van een man
Maar bij de raad zijn d'r een hoop
schlemielen...
'Professor Cocadorus' oftewel de Keizer der standwerkers. De professor was
een vakman apart en genoot bekendheid tot ver buiten Amsterdam. In 1881
kwam hij als standwerker op de markt aan het Amstelveld zijn beroep
uitvoeren. Deze rasartiest liep over met Joodse wijsheid en gein, had 'van
huis uit' een stortvloed aan prevelementjes en praatjes:
Cocadorus (de Co van zijn grootvader, Ca van zijn grootmoeder en Dorus van
zijn vader) heette in werkelijkheid Meier Linnewiel (1867-1934) en heel
wat standwerkers mochten zich 'student' van de Amsterdamse
standwerk-professor-van-de-open-lucht-universiteit noemen.
Terug
naar overzicht
Brief van de directeur van Artis aan de burgemeester van Amsterdam
(Eduard Jacobs 1868-1914)
(met dank aan Jeanne Albers voor
het sturen van de tekst)
Weledelachtbare heer burgemeester,
Ik was geruime tijd van plan
Een klein verzoek tot u te richten
Tot nu toe kwam d'r niet veel van
Maar voor de noodzaak moet ik zwichten
De dierentuin van Amsterdam
Krijgt nu en dan wel eens geschenken
Maar dat er nooit van u iets kwam
'k Weet niet, wat ik daarvan moet
denken
En toch, er lopen hier in de stad
Nog heel wat beesten op twee poten
Die, als ik ze in mijn collectie had
Haar waarde zeker zou vergroten
Dat niet alleen, maar inderdaad
't Zou ook verstandig zijn, want
waarlijk
Als u ze langer lopen laat
Lijkt voor de stad me dat gevaarlijk
't Is me onbekend of u het weet
Maar de collectie van m'n apen
Is op geen stukken na compleet
Ik kan d'r bijna niet van slapen
Zijn op 't stadhuis, u moet eens zien
Zo'n paar verwaande exemplaren
Die u wel lozen wilt misschien ?
Ik zal z'in Artis goed bewaren
Ik ben ook taam'lijk goed voorzien
Van kaketoes en papegaaien
Maar als u wilt, kunt u misschien
Toch mijn collectie nog verfraaien
Ik heb niet een die aardig praat
Daar moet ik mij bijna voor schamen
Stuur m'een van die lorren uit de raad
Die zo aardig zeggen: "Ja en amen"
M'n paardenstal is goed voorzien
Toch zijn er soorten die mankeren
'k Heb vaak een politieagent gezien
Die best m'n stal zou completeren
Ik meen die kerels zonder tact
Ik weet, dat veroordeelt u ten
strengste
Stuurt u ze mij maar, goed verpakt
Voor mijn collectie boerenhengsten
Tot slot hoop ik, als u schoonmaak
houdt
In al die huizen waar ze gokken
Dat u een paar exemplaren houdt
Voor ze naar elders zijn vertrokken
'k Heb een bassin daar juist voor
klaar
Schenk me een paar croupiers of anders
Een paar professeuren de piaan
Voor mijn collectie salamanders...
Terug
naar overzicht
Brief
van een ongehuwde moeder aan Koningin Wilhemina
(uitvoering
Fie Carelsen)
Wil
mij vergeven Majesteit
Dat
'k van uw koninklijke tijd
'n
Ogenblikkie durf te vragen
Ik
weet 't geeft voor mij geen pas
Maar
'k docht - nou U ook moeder was -
Dat
ik 't wel zou mogen wagen
De
buurvrouw naast me heeft gezeid
Dat
U als vorstin, Majesteit
Geen
tijd hebt om 'n brief te lezen
Dat
dat uw secretaris doet...
Maar
leest U deze zelf als U zo goed
Voor
mij als moeder zijnd' zoudt willen wezen
U
moet niet kijken asjeblief
Dat
ik met potlood deze brief
Op
d'achterkant van 'n traktaatje heb geschreven
Er
is geen mens die 't voor me haalt
En
niemand die 't voor me betaalt
En
buurvrouw kon niks beters geven
Terwijl
ik leg hier in bed
Kan
'k buiten in de straat de pret
En
herrie van de mensen horen
Buurvrouw
zeit alles is versierd
En
dat er druk wordt feest gevierd
Omdat
Uw kindje is geboren
'k
Heb ook 'n kindje, Majesteit
Dat
nou ik schrijf hier naast me leit
't
Is ook 'n meissie, maar 'n daggie ouwer
Dan
't uwe. Morgen ben 'k weer op de been
Voor
U gaat daar meer tijd mee heen
Voor
ons slag mensen gaat dat gauwer
Maar
ben ik morgen overeind
Dan
weet 'k, als ongehuwde moeder zijnd'
Waarachtig
niet waar of ik heen moet
M'n
dienst, die is me opgezeid
M'n
laatste spaargeld ben ik kwijt
Aan
kostgeld, vroedvrouw en an doopgoed
U
is fatsoenlijk getrouwd
U
heeft 'n man, die van U houdt
Och,
wil in Uw geluk eens denken
Aan
arme vrouwen zoals ik
Die
in 'n dronken ogenblik
'n
Schooier haar vertrouwen schenken
'k
Vraag voor mezelf geen hulp of geld
Ik
weet het is met mij gesteld
Zoals
met honderd stomme meiden
Die
voor 'n vent z'n mooie smoel
Niet
door verstand, maar door gevoel
Zich
in d'ellende lieten leiden
Maar
voor m'n meisje schrijf 'k deez' brief
Och
God, ik heb 't even lief
Als
Uwe Majesteit d'r eigen kindje
Moet
nou dat schaap de weg op gaan
Waar
nou d'r moeder op moet staan
Geen
mens troost, hellept of bemint je
Daarom
als U weer beter ben
En
weer geregeld werken ken
Laat
uw ministers dan eens wetten geven
Waardoor
'n kind zoals 't mijne
Als
uw kind en als andere kleine
Niet
als onwettig hoeft te leven
't
Is makk'lijk om te zeggen: "trouw"
Maar
God, je bent toch mens, toch vrouw
En
trouwen moet je erger soms bezuren
Laat
't door U zijn, Majesteit-bemind
Dat
nooit 'n onbezonnen meid haar kind
Als
hoerekind de wereld in moet sturen
Terug
naar overzicht
Brief van ouwe Stientje
(Eduard Jacobs 1868-1914)
(met dank aan Jeanne Albers voor
het sturen van de tekst)
Lieve meheer,
't Is sinds lang en met veel moeite
dat ik u eens schrijf
U begrijpt toch wel, m'n vingers staan
zo krom en stijf
Kijk niet naar de hanepoten van je
ouwe Stien
Ik heb het met m'n hart geschreven,
dat voelt u misschien
't Is nou haast een jaar geleden, dat
ik u eens zag
Toen je eerste werd geboren, 't was
m'n uitgaansdag
Ik had je kindje willen bakeren, zoals
ik jou heb gedaan
Maar je vrouw wou er niks van weten,
Stientje kon wel gaan
Huilend ben ik thuisgekomen, 'k was er
van kapot
Toen de moeder vroeg: "Wat scheelt jou
?" stond ik als Piet Snot
Ik zal niemand ooit vertellen, wat er
ook gebeurt
Dat je vrouw me zo gekwetst heb in me
pondonneur
Weet je nog wel, beste Dorus, wat je
vader zei
Toen-ie zeven jaar geleden, op z'n
sterfbed lei
"Stientje", zei-ie, "moet je houden,
het is voor je geluk
Ze is van ons hele boeltje, het oudste
meubelstuk"
Toen er een jonge vrouw in huis kwam,
'k zag het huilend aan
Werden al die oude meubels gauw aan
kant gedaan
In die ouderwetse rommel, was je vrouw
niet thuis
Daarom moest ook ouwe Stientje naar
het bessieshuis
's Anderen maand word ik tweeentachtig,
'k ben van de oude stam
En ik was pas zestien, toen ik bij je
gro-ma kwam
In uw huis heb ik al die jaren lief en
leed gedeeld
'k Heb je vader er zien trouwen, ik
heb met jou gespeeld
Zou het nou niet mogelijk wezen, als
ik sterven zou
Dat ik uit jouw huis word begraven,
vraag het es an je vrouw
't Geeft wel een beetje rompslomp,
voor een dag misschien
Maar dan he-jelui ook geen last meer
van je ouwe Stien...
Terug
naar overzicht
Brief
van 't front van een zoon aan zijn moeder
(Liedje
uit WO I, met dank aan Marc Blokland (†) voor het sturen van de tekst)
Lieve
ouders broer en zusjes, ik ben tot op heden nog gezond.
En
'k mag gelukkig nog niet klagen, want 3 x ben 'k nog maar gewond.
Ik
mis mijn neus en een paar vingers, een arm en een linkeroor .
De
generaal die mij liet halen, en gaf me daar een kruisje voor.
De
loopgraaf van ons dichtste vijand, is 'n honderd meter hier vandaan.
En
steekt er één zijn kopje boven, dan schieten wij hem naar de maan.
Soms
zingen wij dezelfde liedjes, of ruilen voor tabak wat brood.
Maar
als er aanval wordt geblazen, dan schieten wij elkander dood.
Dee's
oorlog maakt je onverschillig, je kent je zelve soms niet meer.
Je
ziet geen zon of maan meer schijnen, en valt zo in een bloedplas neer.
Je
blijft maar schieten, steken, hakken, totdat er alles is geweest.
Wanneer
je slaapt dan ben je Engels, maar anders ben je maar een beest.
De
bommen en de handgranaten, springen soms om je body heen.
De
kuilen die zij achterlaten, daar breekt nog menigman een been.
En
uit de lucht, uit vliegmachine, daalt ook nog zegen op je neer.
Dus
lieve ouders en familie, 'k geloof niet dat ik nog wederkeer.
Zou
deze brief mijn laatste wezen, dan zend ik ook mijn laatste groet.
Je
moet je maar in deze troosten, dat ik bezit nog heldenmoed.
Maar
vind je op de dodenlijsten, mijn naam daar ook tussen staan,
Dan
denkt gerust ook lieve ouders, mijn zoon heeft toch zijn plicht
gedaan.
Terug
naar overzicht
Buena
sera (tekst: van Aleda - Jan Remo/muziek: Carl Sigman)
(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
Buona
Sera, Signorina, Buona Sera,
Geef
mij nog een laatste kus in Napoli.
't
Valt wel moeilijk om te zeggen: Buona Sera,
Terwijl
de maan ons lokt in 't mooie Napoli.
In
de ochtend ben 'k weer bij je, Signorina,
Van
zodra het vroege zonlicht naar ons lacht.
Samen
zullen wij dan naar de goudsmid lopen,
Waar
'k een gouden trouwring voor jou zal kopen.
En
tot morgen gaan wij van elkander dromen.
Buona
Sera, Signorina, Buona Sera !
Terug
naar overzicht
Buona notte bambino
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
La lalalalalala lala lalala
La lalalalalala lala lalala
Refrein:
Buona notte bambino mio
Welterusten ga nu maar dromen
Want de zandman zal wel zo komen.
Hier aan je bedje houdt een engeltje
de wacht.
Buona buona buona notte bambino mio
Ook de vogels rusten al in de bomen
Buona buona notte bambino mio
En de zon die heeft ook afscheid
genomen.
Refrein
Buona notte bambino mio
Als je morgen weer gaat ontwaken
Zal 'n kusje jou wakker maken
Dan zie je mammie die zoveel van de
houdt.
Refrein
Buona notte
Buona notte
Terug
naar overzicht