SeniorPlaza

Uit (groot)moeders tijd

Als de avond daalt op de prairie

(tekst/muziek: E. Christiani/Pi Acheffer/uitvoering: Eddy Christiani)

Refrein:

Als de avond daalt op de prairie

In het uur tussen dag en nacht

Zie ik voor m'n geest altijd Henny

't Liefste meisje, dat op mij wacht

Ik staar in de verte, van weemoed vervuld

En hoor dan haar stem die mij zacht zegt: "Geduld"

Als de avond daalt op de prairie

In het uur tussen dag en nacht

 

Wijd is de hemel die de vlakte omspant

Rood is 't kampvuur, dat op de prairie brandt

Ver staan de sterren en ver is de stad

Groot het verlangen, het heimwee naar m'n schat

 

Refrein

 

In het uur tussen dag en nacht

 

Terug naar overzicht

Als de deur zacht open gaat

(uitvoering: Max van Praag)

Refrein:

Als de deur zacht open gaat

Dan denk ik: dat ben jij

Als ik stappen hoor op straat,

Dan denk ik: dat ben jij

Overal en altijd weer, denk ik aan jou

En ied're keer, wanneer de deur zacht open gaat

Hoop ik dat jij daar staat

 

Hier heb ik met jou gezeten.
Hier, in die vertrouwde sfeer.
Hier vergaten wij de wereld,
Ik verlangde niets meer.

 

'k Voelde me toen echt gelukkig.
Alle dagen waren blij.
Maar toen ging je uit m'n leven,
Hield je dan niet meer van mij ?

 

Refrein

Overal en altijd weer, denk ik aan jou.
En ied're keer, wanneer de deur zacht open gaat.
Hoop ik dat jij daar staat.

 

Terug naar overzicht

Als de klok van Arnemuiden

(tekst: Dico van der Meer/muziek: H. Mengers/uitvoering: Max van Praag en Accordeola)

Wendt het roer

We komen thuis gevaren
Rijk was de buit

Maar bang en zwaar de nacht
Land in zicht en onze ogen staren
Naar de kust die lokkend op ons wacht

Refrein:
Als de klok van Arnemuiden
Welkom thuis voor ons zal luiden
Wordt de vreugde soms vermengd met droefenis
Als een schip op zee gebleven is

 

Rijke zee

Waarvan de vissers dromen
Want jij geeft brood aan man en vrouw en kind
Wrede zee jij hebt zo veel genomen
In jouw schoot rust menig trouwe vrind

 

Terug naar overzicht

Als de nacht daalt in Marokko

(Jerry Vore)

(met dank aan M.Borgman-Voorjans voor het sturen van de tekst)

Als de nacht daalt in Marokko, en de smart mij overmant

denk ik aan mijn lieve moeder, in dat verre vaderland.

Aan mijn vrouw en aan mijn vrienden, en dan vreesde ik misschien,

dat ik hen evenals mijn Holland nimmer meer terug zal zien.

 

Dat hier van de toekomst niets meer te hopen, zo'n leven op de duur is niet te doen.

Uit wanhoop dat ik mezelf ga verkopen, en tekende voor het vreemdenlegioen.

 

Refrein: 

Als de nacht daalt in Marokko, en de smart mij overmant

denk ik aan mijn lieve moeder, in dat verre vaderland.

Aan mijn vrouw en aan mijn vrienden, en dan vreesde ik misschien,

dat ik hen evenals mijn Holland nimmer meer terug zal zien.

 

Terug naar overzicht

Als de rombom heeft geslagen

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Als de rombom heeft geslagen,
Dat wij marcheren moeten gaan,
Geweer en ransel moeten wij dan dragen,
En dat staat ons voorwaar niet aan.

 

Kapiteins en officieren,
Drinken wijn en soms een glaasje bier,
Maar wij arme, wij arme fuselieren,
Drinken water al uit de rivier.

 

’n Stuiver daags is onze gage,
En een pondje droog kommiezenbrood,
Een watersausje geeft ons de courage,
En daarop moeten wij maar voort.

 

Als wij in Nijmegen komen,
Als wij in Nijmegen zullen zijn,
Ja, dan zal ’t er gewis niet aan mankeren,
Of wij drinken een glaasje wijn.

 

En als wij ons lief gevonden,
Ja, dan is ons jeugdig hart verblijd,
En dan leven wij samen met elkander,
Tot zolang er de dood ons scheidt.

 

Terug naar overzicht

Als de soldaten door de stad marcheren

(met dank aan Moena de Koning voor het sturen van de tekst)

Als de soldaten door de stad marcheren,

Staan alle meisjes voor het raam te koketteren.

En waarom ?, nou daarom !

Alleen om de tjing tarare boemtarare tjingtara

Alleen om de tjingtarare boemtarare boem.

 

Glimmende knopen geweren sabels sterren,

Bewonderen de meisjes van dichtbij en van verre.

En waarom ?, nou daarom !

Alleen om de tjing tarare boemtarare tjingtara

Alleen om de tjingtarare boemtarare boem.

 

Als de familie braaf ligt te dromen,

Mogen de soldaatjes in de keuken komen.

En waarom ?, nou daarom !

Alleen om de tjing tarare boemtarare tjingtara

Alleen om de tjingtarare boemtarare boem.

 

Het lekkerste eten dat ze overlaten,

Geven de meisjes aan hun soldaten.

En waarom ?, nou daarom !

Alleen om de tjing tarare boemtarare tjingtara

Alleen om de tjingtarare boemtarare boem.

 

Als in de oorlog donderen de granaten,

Treuren de meisjes om hun soldaten.

En waarom ?, nou daarom !

Alleen om de tjing tarare boemtarare tjingtara

Alleen om de tjingtarare boemtarare boem.

 

Zijn de soldaatjes weer teruggekomen,

Hebben de meisjes een ander al genomen.

En waarom ?, nou daarom !

Alleen om de tjing tarare boemtarare tjingtara

Alleen om de tjingtarare boemtarare boem.

 

Terug naar overzicht

Als de spotvogel fluit

(Mockingbird Hill)

(tekst: A. Meurs/muziek: Vaughn Horton)

(uitvoering: Lammy v. Hout met de Swinging Nightingales)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Refrein:

Tralala twiedeliediedie

Dat vrolijke geluid

Doet 's morgens mij ontwaken

Als de spotvogel fluit.

Tralala twiedeliediedie

Zingt ieder het uit.

Het juicht in de natuur

Als de spotvogel fluit.

 

 

In een aardig klein huis

Aan de rand van de hei

Ga ik zomers logeren

Zo zorgeloos en vrij

Zingt dan hoog in de bomen

Zo'n olijke guit.

Dan weet ieder meteen

Dat de spotvogel fluit.

 

Refrein

 

Als de goudgele morgen

Soms speelt door de hei

En de dauwdruppels glinsteren

In zilver tabei.

En de schaduw van de wingerd

Valt bleek op de ruit.

Is het eerst wat je hoort

Dat de spotvogel fluit.

 

Refrein

 

Aan de rand van de hei

Bij dat vriendelijke huis

Voelt die vrolijke vogel

Zich blijkbaar wel thuis.

Als het kouder wordt

Trekt hij er met ons weer uit.

Maar de zomer is terug

Als de spotvogel fluit.

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Als de toren weer is opgebouwd (tekst: Anton Beuving/muziek: Hans Lang)

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

'k Heb gezworven door het hart van Rotterdam,

Toen ik voorbij 't Erasmus-standbeeld kwam,

En 'k weemoedig voor het hekje stond,

Kwam er een glimlach om die stenen mond.

Toen  fluisterde hij  zacht:

"Het komt wel weer terecht !"

En zachtjes heeft hij toen tot mij gezegd:

"Ons oude Rotterdam, dat bouwt zichzelf weer op,

En als voorheen gaat 't Groen Wil Groen dan weer in top !"

 

Refrein:

Als de Laurenstoren weer is opgebouwd,

En jong en oud weer op zijn stem vertrouwd,

Dan vergeet je al het leed,

Al je zorgen, want je weet,

Rotterdam, dat toont ons straks haar nieuwe kleed !

Want de stad bezit nog veel van d'oude pracht,

Ons Rotterdam ontplooit opnieuw haar kracht,

Want met haar havens en de boompjes langs de Maas

Blijft Rotterdam toch altijd nog de baas !

 

 En getroost ben ik toen naar de Maas gegaan,

Waar ik wat in gedachte heb gestaan.

En toen ik daar die wijdse schoonheid zag,

Een Hollands schip, dat daar te lossen lag,

Toen ging het door mijn hoofd, veel is er ons ontroofd.

Maar wat er vroeger altijd is geweest,

De Rotterdamse geest, die durf en onze moed,

Dat bleef bestaan en maakt straks alles weer goed !

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Als de zuidwester loeit (De Straatzangers)

Refrein:

Als de zuidwester loeit kan ik des nachts niet slapen

Dan lig ik te denken aan de vissers ginds op zee

Die voor het dagelijks bestaan hun leven wagen

In donkere nachten ver verwijderd van de ree

Ik zie in mijn gedachten hoe ze strijden menig uur

Aan boord van kleine schepen als een speelbal der natuur

Als de zuidwester loeit kan ik des nachts niet slapen

Dan bid ik in stilte voor die vissers ginds op zee

 

Een visser moet varen, dat is zijn beroep

In duizend gevaren volgt hij steeds de roep

De ziedende golven verschaffen hem brood

Waarvoor hij moet vechten op leven en dood

 

Refrein

 

De tijd is gekomen, hij vaart weer naar huis

Nog eventjes stomen en hij is weer thuis

De zee heeft gegeven, de vangst was niet slecht

Ja, zo is het leven voor visser en knecht

 

Refrein

 

Als de zuidwester loeit kan ik des nachts niet slapen

Dan bid ik in stilte voor die vissers ginds op zee

 

Terug naar overzicht

Als een gouden cirkel (tekst: Yoka Cleber /muziek: Jos Cleber)

(met dank aan Inez voor he sturen van de tekst)

Mooi is de ring, die jij me gaf,

Heerlijk ons huwelijksfeest.

Maar wel het mooiste van al is 't festijn,

Eindelijk samen op reis te zijn.

 

Refrein:

Als een gouden cirkel,

Is die reis met jou.

Wij vliegen rond de wereld,

Door een lucht zo blauw.

'k Zal het nooit vergeten,

Tulpen in Amsterdam,

Sneeuwvlokken in Alaska,

Bloesems vol geur in Japan.

'k Vlieg met jou m'n Romeo naar Tokio.

'k Dans met jou in 't tropisch maanlicht van Colombo.

In het gouden zonlicht,

Door een lucht zo blauw,

Vlieg ik een gouden cirkel

Rondom de wereld met jou !

 

(Bij het 2e refrein zijn de 9e en 10e regel;)

 

Gouden tempels, zijden saries, India;

Wink'len in Honkong, of was het Yokohama?

 

Terug naar overzicht

Als een wilde orchidee

(tekst en muziek: Willy Rex/uitvoering: Willy Alberti)

Al heb ik ook nog zoveel meisjes gekend
Jij steeg naar mijn hoofd gelijk wijn
Je hebt mij niet lang met je liefde verwend
Toch zal er geen ander ooit zijn

Refrein:
Je bent als een wilde orchidee
Die niets dan de zonzijde ziet
Je brak vele harten en ook dat van mij
Je liefde en trouw waren spoedig voorbij
Je bent als een wilde orchidee
Die slechts van bewondering leeft
Toch komen de tijden dat men je gaat mijden
Weet dan dat nog één om je geeft

Al was ik voor jou slechts een kort avontuur
Een schip dat passeert in de nacht
Jij brandt in mijn hart als een oplaaiend vuur
Bedenk dat ik steeds op je wacht

Refrein

 

Terug naar overzicht

Als het fluitsignaal klink voor de Polonaise

(tekst: Alex de Haas / muziek: Mack David / uitvoering The Skymasters)

(met dank aan Gerard Engelbertink voor het sturen van de tekst)

Aantreden, Dames en Heren,

Stoelen opzij en maak baan !

Lang hoef ik niet te oreren,

Want daar komen mijn klantjes al aan !!!

 

Refrein:

Als het fluitsignaal klinkt voor de Polonaise,

Dan scharen de paren zich vrolijk in de rij;

Zelfs de dikke President, komt krabbelend overeind

En  opent de stoet met zijn Ega aan zijn zij.

We versieren ons met hoedjes en met neuzen,

Hoe gekker we doen, des te groter de pret,

En we hupp'len in de pas, als kleutertjes in de klas.

Hielen of tenen daar wordt niet op gelet;

Eerst met zijn twee (vooruit, doe mee !)

Dan met zijn vier (schiet op, kom hier !)

Tot de boordjes het begeven van plezier;

Nu achteruit ! (hé hé.............................. kijk uit !)

En uit elkaar ! (één hier, één daar !)

Huil maar niet, we worden straks wel weer een paar !

Als het fluitsignaal klinkt voor de Polonaise,

Dan slaat het gezonde verstand eens fijn op hol,

En we worden weer het kind

Dat vreugd in het leven vindt...

Ollekebollekeriebesolkeknól !!!!!

 

Wat ook tevoor' werd gegeven,

Hoe men 't programma ook vindt,

Steeds is 't een bron van nieuw leven

Als de schuifelparade begint:

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Als het orgel gaat spelen

(tekst: Pi Veriss/muziek: Carol Scott /uitvoering: De Meeuwen)

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

Refrein:  

Als het orgel gaat spelen

Wordt het vrolijk op straat

Ja wie zou zich vervelen

Als het orgel daar staat

Want de vrolijke wijsjes

Stemmen ieder tevree

Als het aankomt gereden

Lopen kinderen mee

Als het orgel gaat spelen

Is de stilte voorbij

Als het orgel gaat spelen

Zijn de mensen weer blij

 

Soms is het stil op het pleintje

Zonder gepraat en gelach

Iemand is in voor een geintje

Maar dat veranderd op slag

Refrein

Dan gaat het orgel verdwijnen

En als je even niet praat

Hoor je heel zacht de refreinen

Uit een andere straat

Refrein  

 

Terug naar overzicht

Als het uur van scheiden slaat

(tekst/muziek: Anne-Marie Konincks/uitvoering: Jan Koster)

Refrein:
Als het uur van scheiden slaat
En je weer elkaar verlaat
Denk je, na de laatste groet
Zal 'k je ooit weer zien
Maar, al is 't voorgoed gedaan
't Leven zal toch verder gaan
En het stoort zich daarbij niet
Aan 't grootste zielsverdriet
Eenmaal komt de dag, misschien
Dat je duid'lijk in zult zien
Ook al deed 't afscheid pijn
't Heeft zo moeten zijn
Als het uur van scheiden slaat
En je weer elkaar verlaat
Denk je, bij de laatste groet
Zie ik je ooit weer

Eeuwige liefde en eeuwige trouw
Zijn enkel woorden en men zegt ze zo gauw
Maar, als men afscheid neemt dan merkt men toch pas
Of er een liefdesband was

Refrein

 

Eenmaal komt de dag, misschien
Dat je duid'lijk in zult zien
Ook al deed 't afscheid pijn
't Heeft zo moeten zijn
Als het uur van scheiden slaat
En je weer elkaar verlaat
Denk je, bij de laatste groet
Zie ik je ooit weer

 

Terug naar overzicht

Als het uur van weerzien slaat

(Nederlandse versie van: From the time you say goodbye)

(tekst: Ad Remy / muziek: Leslie Sturdy)

(met dank aan Gerard Engelbertink voor het sturen van de tekst)

Afscheid geeft altijd zorgen

Scheiden doet altijd pijn.

Maar op de nacht volgt morgen

Eens zal 't weerzien zijn.

 

Refrein:

Als het uur van scheiden slaat,

Als de trein te wachten staat,

Dan besef ik meer dan ooit:

Liefste, jou vergeet je nooit.

Weet je dat ik dag en nacht

Desnoods jaren op je wacht

Tot de dag dat jij weer voor mij staat,

Als het uur van weerzien slaat.

 

Terug naar overzicht

Als ik de golven aan het strand zie

(tekst: Carlo van der Vegt/muziek: Jerry Moss & Herb Alpert/uitvoering Ria Valk)

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

Refrein:

Als ik de golven aan het strand

En de duinen en 't strand zie,

Denk ik aan die vakantie, vakantie, vakantie,

Dan denk ik ook aan jou.

Jij beloofde me je trouw.

Jij maakte schuchter je avance, avance, avance,

Er groeide een romance, romance, romance,

We hielden van elkaar,

Was het spel of was het waar ?

 

De tijd aan zee verstreek,

Veel te vlug zoals je zei.

Veertien dagen, 't leek een week

En zelfs die week, die vloog voorbij.

Toen kwam die laatste dag,

We hebben uren lang gepraat,

Het laatste wat ik van je zag

Was je schaduw in de straat.

 

Refrein:

 

Als ik de golven aan het strand

En de duinen en 't strand zie,

Denk ik aan die vakantie, vakantie, vakantie,

Dan denk ik weer aan jou.

Maar ik lach nu om je trouw.

Ik weet het nu.............................. jouw liefde,

Jouw liefde was voor één vakantie, vakantie, vakantie

Want als 'k je op het strand zie, het strand zie, het strand zie,

 

Dan ben je nooit alleen,

J' hebt altijd meisjes om je heen !

 

Terug naar overzicht

Als ik de honderdduizend trek

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

Slechts zelden wordt men heden rijk,

En velen worden 't niet.

Daarom speel ik in de loterij

En speel dan meestal quitte.

Als ik niets win dan blijf ik arm

En heb een grote sof.

Doch als ik de 100.000 trek

Dan zeg ik "mazzeltof."

 

Als ik de 100.000 trek,

Dan ben 'k reusachtig rijk.

Als ik dan iemand onrecht doe,

Dan krijg ik toch gelijk.

Al heb ik dan een moord gedaan,

Dan blijf ik toch bedaard.

Want heb je 100.000 pop,

Dan word je gek verklaard.

 

Als ik de 100.000 trek,

Dan benik o, zoo blij.

Dan bouw ik mij in Amsterdam,

Een diamantslijperij.

Dan kon een iedereen eens zien,

Hoe ik mij dan gedroeg.

'k Liet acht uur werken op een dag,

Mij dunkt dat is genoeg.

 

Als ik de 100.000 trek,

Betaal ik - 't is geen mop,

Al kost het maar een dubbeltje,

Een lap van honderd pop.

En geeft mij iemand geld weerom,

Dan zeg ik tot hem vlug:

"Behoudt dit geld, want kleinigheden

Neem ik niet terug."

 

Als ik de 100.000 trek,

Bou ik een Warenhuis,

Ik geef dan alles haast voor niets

En onder inkoopsprijs.

Ik weet secuur, dan loopt geen mensch,

Mijn Warenhuis voorbij.

En wie voor een kwartje koopt,

Krijgt een Winkeljuffrouw er bij.

 

Als ik de 100.000 trek,

Dan koop ik alles fijn.

Tot zelfs een villa koop ik mij.

Dat moet toch heerlijk zijn,

Dan zit ik op m'n balcon,

O jongens wat een mop,

Een ieder die er onder loopt,

Die spuw ik op zijnkop.

 

Als ik de 100.000 trek,

Dan ga ik naar Den Haag.

Daar bouw ik dan een Vredespaleis,

Voor mij nog vandaag.

En al die vreemde afgezenten,

Komen dan gewis,

Vooral wanneer ze weten,

Dat er wat te eten is.

 

Terug naar overzicht

Als ik de honderdduizend win

(uitvoering: Truus Koopmans)

(met dank aan Jannie van 't Ende voor het sturen van de tekst)

Refrein:

Als ik de honderdduizend

De honderdduizend win

Krijg jij aan elke vinger

Een diamanten ring

Een bontjas om je schouders

En parels in je oor

Maar als het weer een niet is

Een niet is een niet is

Maar als het weer een niet is

Dan gaat het feest niet door

 

Of je Jantje of Pietje heet

Spinazie of biet eet

Of je je sober of chic kleedt

Iedereen speelt loterij

Voordat de trekking plaats vindt

Deelt moe al mee in de buit

Want als ze vraagt.wat krijg ik ?

Roept vader vrolijk uit

 

Refrein

 

Als je een lot hebt genomen

Dan lig je te dromen

Zou het geluk bij mij komen

Stel je zoiets toch eens voor

Moeder kijkt in die weken

Haar man steeds vriendelijk aan

En als een Rockefeller

Zegt vader dan spontaan

 

Refrein

 

Of je er steeds maar weer naast zit

En flink op 'De Staat' vit

Ieder man waar pit in zit

Die speelt toch altijd weer mee

Want om een kans te wagen

Dat zit ons eenmaal in `t bloed

En je zegt elke keer weer

Met opgewekt gemoed

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Als ik droomend door m'n venster lig te staren

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

Als 'k droomend door m'n venster lig te staren,

Eenzaam in den stille nacht,

Dan dwaalt m'n zoekend oog

Een wijle naar omhoog,

Naar 'n sterrenbeeld dat zacht me tegenlacht !

Want 'k weet dat ergens anders op de wereld

Stilletjes een lief gelaat,

Verlangend net als ik,

En met een droeve blik,

Dat sterrenbeeld ook gadeslaat !

 

Sterretjes daar boven aan de hemel,

Brengt die lieve oogen ook mijn groet

Zeg hun dat m'n harte

Troost vindt in m'n smarte

Als ik daar bij jou hun blik ontmoet.

Zeg hun dat 'k ze nimmer zal vergeten,

Wat ons ook ter wereld scheiden mag.

Eenmaal zal het komen,

't Liefste onzer droomen.

Eenmaal komt voor ons die blijde dag !

 

Als ik droomend door m'n venster lig te staren,

Eenzaam in den stillen nacht,

Dan voel ik me toch rijk,

Als ik naar de sterren kijk,

Want ik weet dat het geluk me ginder wacht !

Dan is 't me of 'k 'n stem heel zacht hoor fluist'ren:

,,Liefste nog een enkel jaar !

Houd moed en heb geduld,

Dan wordt je wensch vervuld;

De sterretjes zien ons dan bij elkaar."

 

Terug naar overzicht

Als ik groot ben lieve moeder

(tekst: Hugo de Groot/muziek: H.H. de Bruyn Léon/uitvoering: Willy Derby 1935)

(met dank aan Marc Blokland (†) voor het sturen van de tekst)

Als ik groot ben lieve moeder hoef jij 's morgens niet uit  huis

Want dan ga ik voor jou werken en dan blijf je lekker thuis

Moeke als ik sterk en groot ben, als ik heel veel geld verdien

Wil 'k het mooiste voor je kopen en jou heel gelukkig zien

 

Als ik groot ben lieve moeder, gaan we samen fijn op reis

Moeke als ik eens een man ben, zijn jouw haren dan al grijs

Maar je mag je niet vermoeien, 'k geef je een auto zeg wat fijn

En dan bouw ik ons een huisje, waar we saam gelukkig zijn

Als ik groot ben lieve moeder en ik zoek me dan een vrouw

Wil 'k alleen het meisje kiezen, dat het meeste lijkt op jou

Jouw gezicht je lieve handen en je ogen lief en trouw

Als ik zo één niet kan vinden, blijf ik 't allerliefst bij jou

 

Als je groot ben lieve jongen, stormt er zoveel op je aan

En er zijn wel sterker benen, die van moeder af gaan staan

Maar ik heb je oudste brieven, dat ontneemt me toch niet één

Ga je nog zo ver mijn jongen, ben ik toch nog niet alleen

Ook al komt er als je groot ben, soms iets tussen jou en mij

En al loop je in verblinding, zelfs m'n deurtje dan voorbij

't Kan je moedertje niet deren, want ze kent haar jongen best

Die vliegt als een jonge vogel, toch terug weer naar zijn nest

 

Mijn gedachten zullen volgen, jou mijn jongen jou heel alleen

Wat een moederhart kan raden, voelt mijn lieveling niet één

'k Bid dat als jij veel later, moegestreden bent mijn kind

Dat je dan twee trouwe ogen, niet voorgoed gesloten vindt.

 

Terug naar overzicht

Als ik in m'n klamboe lig te dromen

(tekst en muziek: Lou Bandy/uitvoering: Lou Bandy en The Ramblers 1934)

Je hield je goed toen ik je moest verlaten

Je keek me aan met ogen vol verdriet

Je lippen beefden toen je met me praatte

Toen voelde ik wat ik daar achter liet

 

Refrein:

Ja, als ik in mijn klamboe lig te dromen

Zie ik ons huis weer voor me staan

Dan zie ik weer jouw beelt'nis tot mij komen

Dan welt er in mijn oog een traan

Dan kijk ik even naar die kleine foto, die jij me gaf

Door weemoed overmand

Ja, als ik in mijn klamboe lig te dromen

Dan denk ik aan m'n vaderland

 

Ik zit hier nu op een der eerste posten

De tokeh, die tokeh't juist zeven keer

Dan mag j'een wens doen en zonder te denken

Deed ik een wens voor'n spoedig wederkeer

 

Refrein

 

Wees maar niet bang m'n schat de jaren snellen

Als ik jou weer hier zie heb ik m'n plicht gedaan

Dan kan ik jou een heleboel vertellen

En waarom wij naar Indie zijn gegaan

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Als ik je zon niet kan wezen

(met dank aan Carola en aan Marc Blokland (†) voor het sturen van de tekst)

Refrein:

Want je hebt toch van mij niets te vrezen.

Al doet m'n hart nog zo'n pijn.

Maar als ik je zon niet mag wezen.

Mag ik er je schaduw dan zijn.

 

Ik kan nog maar steeds niet begrijpen.

Dat jij toch zo wreed van mij bent weg gegaan.

En zeg het je eerlijk ik hou toch zo van je.

En voel dat ik zonder jouw niet kan bestaan.

Ik wil je niet storen maar wou je iets vragen.

En antwoord dan ook bedenk ik ben mens.

En leef dan met haar maar weer verder gelukkig.

Doch smeek ik voldoe aan een enkele wens.

 

Refrein

 

Ik stopte vanmorgen om anders te denken.

Een paar ouwe sokken met kleurige ruit.

En deed net of eender of als het de tijd was.

Toen jij me nog noemde je eeuwige bruid.

En toen ik in de kast waar ik je kleren zou hangen.

M'n bruidskleed met sluier weer zag naast jouw jas.

Kwam weer die herinnering uit vroegere dagen.

Toen ik er voor jouw nog het zonnetje was

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Als ik tweemaal met mijn fietsbel bel

(tekst: J. Bess/muziek: C. Woldendorp:/uitvoering: Max van Praag)

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

Zij waren nog pas zestien en op de HBS

Zij gaf hem chocolaadjes, hij maakte vaak haar les

Hij kwam haar altijd halen, maar pa had veel bezwaar

Zo werd een list verzonnen, en zei hij zacht tot haar:

 

Refrein:

Als ik tweemaal met m'n fietsbel bel

Nou dan weet je het wel, nou dan weet je het wel

Als ik, tweemaal met m'n fietsbel bel, dan wacht ik voor de deur

Dan ren je naar het venster toe en kijk je door de ruit

Je tikt (klop klop) en knikt "ja, ja", dan rijd ik vast vooruit

Als ik tweemaal met m'n fietsbel bel

Nou dan weet je het wel, nou dan weet je het wel

Als ik tweemaal met m'n fietsbel bel

Dan betekent dat: "Kom snel"

 

Zij werd een jongedame en hij een jongeman

En als hij haar kwam halen, zei ma er niets meer van

Maar vroeg zij bij een afspraak: "Weet je hoe laat je komt"

Dan was nog net als vroeger het antwoord altijd prompt:

 

Refrein

 

Zij gaven na een tijdje elkaar hun woord van trouw

En leven nu al jaren tevree als man en vrouw

Maar als hij van kantoor komt, dan dreigt het scheef te gaan

Want doet zij niet gauw open, geeft hij haar te verstaan:

 

Als ik tweemaal met m'n fietsbel bel

Nou dan weet je het wel, nou dan weet je het wel

Als ik tweemaal met m'n fietsbel bel, dan hang ik voor de deur

Dan hol je daad'lijk naar de trap en ruk je aan het touw

Je zoekt m'n toffels en m'n krant, daarvoor ben je mijn vrouw

Als ik tweemaal met m'n fietsbel bel

Nou dan weet je het wel, nou dan weet je het wel

Als ik tweemaal met m'n fietsbel bel

Dan betekent dat: "kom snel"

 

Terug naar overzicht

Als in Holland de sneeuwklokjes bloeien

(Cypris/Bader/H. van Dijk/J. van Dijk / uitvoering: Marketensters & Musketiers en Orkest Zonder Naam)

Refrein:

Als in Holland de sneeuwklokjes bloeien

Komt de lente, komt de lente

In de weide, de lammetjes stoeien

Is 't voorjaar in 't verschiet

En we voelen ons blij

Als de vogels zo vrij

Koning winter is vergeten

Als in Holland de sneeuwklokjes bloeien

Zingen wij het lentelied

 

Zing van het voorjaar, zing van de mei

Koude en winter zijn weer gauw voorbij

Fluit met de vogels, zing met ons mee

Want ook in Holland komt de lentefee

 

Refrein

 

Kom lieve lente, wacht niet te lang

Door bos en velden klinkt al ons gezang

Heel ons verlangen richt zich op jou

Toe, mooie lente, verjaag de winterkou

 

En we voelen ons blij

Als de vogels zo vrij

Koning winter is vergeten

Als in Holland de sneeuwklokjes bloeien

Zingen wij het lentelied

Terug naar overzicht

Als je blieft meneertje !

(met dank aan Hanneke Peters het sturen van de tekst)

Ze was een flinke Boerenmeid

Die dolgraag in de stad wou dienen,

Ze ging van huis weg zonder spijt

Al moest ze bij 't afscheid grienen.

Ze zat nog snikkend in de trein,

Haar overbuur zei: wat mankeert je,

Zoo'n flinke meid moet vroolijk zijn.

Toen zei ze: als je blieft meneertje.

 

Ze kreeg een dienst bij een meneer,

Maar 't dienen wou haar niet best lukken,

Bij 't vatenwasschen d' eerste keer

Brak ze een heel servies in stukken.

En woedend riep haar meester toen:

Meid je kent niks en niemand leert je.

Wil ik het werk soms voor je doen ?

Toen zei ze: als je blieft meneertje.

 

Den anderen morgen kwam meneer

Bij haar eens kijken in de keuken,

Hij maakte grapjes en zoo meer

Zij vond meneer toch zoo een leuke.

Hij zei: je bent nog niet ontgroend

Jij komt pas uit het boerensfeertje.

Wil ik je eens leeren hoe je zoent ?

Toen zei ze: als je blieft meneertje.

 

Van dien tijd deed meneer zijn best

Voor haar verdere edukasie,

Kneep in haar armen en de rest

In keuken, gang of op het plasie.

Hij was een ouwe vrijgezel,

En vroeg haar iets op een keertje,

Wat hij haar vroeg begrijpt u wel

Toen zij sprak: als je blieft meneertje.

 

Toen gaf hij gauw de meid ontslag,

Hij dacht haar reeds voorgoed verdwenen,

Toen is ze op een zekere dag

Met 'r vader en haar broer verschenen.

Onder een doek had zij heel warm

't Copietje van 't verliefde heertje,

Dat lag ze schreeuwend in zijn arm

En zei toen: als je blieft meneertje.

 

Meneertje kwam toen ook weldra

Met de noodige bankjes op de proppen,

Want broertjelief en de papa

Hadden handen net als kolenschoppen.

En de moraal nu tot besluit

Bedenk, de ondervinding leert je,

Haal nooit met meisjes grapjes uit

Die zeggen: als je blieft meneertje.

 

Terug naar overzicht

Als je huilt ben je een stakker

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

Ik begrijp niet dat er menschen zijn die treuren

Het zal mij beslist niet gebeuren

Als het scheef gaat moet je niet liggen zeuren

Neen daar heb je vast niks an

Niet saggerijnen dan

Want heusch daar krijg je dikke beenen van

Niet zoo zwaar

Denk dan maar

Alles komt weer voor mekaar

 

Refrein:

Als je huilt dan ben je een stakker

Ga dan even voor de spiegel staan

En dan is ie voor den bakker

Want je kijkt malle facie aan

En mensch je schrikt dan van je eigen

Je gezicht is groen en pimpelpaars

Lach je zelf dan uit je zet een lollig’ snuit

En lapt de heele rommel aan je laars

 

‘k Heb het nooit gebracht tot welvaart en vermogen

Maar ik heb mijn mond en goeie oogen

Mijn vermogen heeft bij mij nooit zwaar gewogen

Ik heb bloemen en de zon

Zoo goed als een baron

En mijn body is van ijzer en beton

Geen concert

‘k Eet geen hert

Nee geef mij maar een bord snert

 

Refrein

 

Menschen denkt er om het is geen fantasietje

Je komt allemaal in ’n etuitje

Als je nog zoo mooi gekleed ben niemand ziet je

Je ligt allen op een rij

De een in het zij

De ander liggen lommerd briefjes bij

Ik denk maar

Een paar jaar

Zijn we allen de sigaar

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Als je oud wordt

(tekst: Chef van Dijk/muziek: Max Tak/uitvoering: Cor Ruijs)

Als je langzaam oud gaat worden

En de dagen worden kort

Als je niet meer als een bromvlieg

Door het lichte leven snort

En je vindt dan heel toevallig

Je portret van twintig jaar...

Kwart voor achte'...

En je wachtte

Bij een bankje in 't plantsoen

Ongeduldig

Maar onschuldig

Op Marietjes eerste zoen...

Dan bekoel je, want dan voel je

En dan wor' je pas gewaar:

 

Refrein:

Als je oud wordt, dan wor' je eenzaam

Als je eenzaam wordt, dan wor' je grijs

Als je grijs wordt, dan wor' je lelijk

Als je lelijk wordt, dan wor' je wijs

 

Als je 's middags na de borrel

Op de bus te wachten staat

En het lichte, vlotte leven

Door de avondstraten gaat

En je kijkt dan heel toevallig

Een passerend vrouwtje aan...

Och, dan hoor je:

"Man, kijk voor je !

Jasses! Moet je dat zien staan !"

En dat grinnikt

En dat hinnikt...

"Opa, stel je toch niet aan!"

En dan hik je... en verslik je

Even gauw een droge traan...

 

Refrein

 

Als je naast je vrouw en dochters

Netjes thee met koekjes drinkt

En een jong en lokkend lachen

Ergens uit een hoekje klinkt

En je kijkt dan heel toevallig

Naar zo'n hem en naar zo'n haar

Die elkander

Voor geen ander

Willen ruilen en... wel ja !

Kijk dat handje

Onder 't randje...

En dan sist je dochter: "Pa !

Kijk toch voor je!"... En dan hoor je

"Ma... en och, 't is immers waar":

 

Refrein

 

Als je 's avonds na het bridgen

In de bus naar huis toe rijdt

Tussen al die jonge mensen

In hun opgewondenheid

En je knikt eens, en je lacht eens

En je knipoogt en passant...

Ja, dan stoor je

En dan hoor je

Als je meewiegt in de bocht:

"Pa, daar achter

zit je zachter !

Sinterklaas, pas op de tocht!"...

En dan knik je, ook al stik je

Want je voelt als ouwe man:

 

Refrein

 

Als je langzaam oud gaat worden

In je eigen leuningstoel

En je denken heeft geen zin meer

En je leven ook geen doel

En je denkt dan aan dat meisje

Van alleen-zijn-met-z'n-twee...

Is het even

Of het leven

Stil blijft staan en op je wacht

En of ergens

In het nergens

Zij nog net als vroeger lacht...

Je Marietje... en ze ziet je

En ze neuriet met je mee:

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Als je pas getrouwd bent

Als je pas getrouwd bent
Krijg je koekjes bij de thee
Lever op je brood
Kind'ren op je schoot

Als je pas getrouwd bent
Krijg je koekjes bij de thee
Lever op je brood
Hoezee

 

Terug naar overzicht

Als je trouwen gaat dan moet je huilen

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

Als je achttien jaar geworden bent,

Dan denk je vaak aan 't trouwen,

Droom je van het huiselijk geluk,

En van eigen nestje bouwen.

De raad van ouders die is meestal goed,

Maar die doe je straal negeeren,

Je denkt alleen maar aan je eigen ,,ik",

Wil in eigen kring regeeren.

 

Refrein:

Maar als je trouwen gaat

En 't ouderhuis verlaat,

Dan moet je huilen.

Zoo zacht en teer,

En je vergeet dan niet

Wat 't oude nestje biedt,

Dan moet je huilen

Of je wilt of niet.

 

En krijg je later kennis aan elkaar,

Dan maak je grootste plannen.

En d' ouwe huiselijke haard

Die wordt uit het hart verbannen.

Je draaft dan samen alle winkels af

Om een uitzetje te koopen.

Hij droomt van een bed, een twijfelaar,

Zij van lakens en van sloopen.

 

Refrein

 

Eindelijk is de groote dag dan daar,

Het bruidskleed aangetrokken.

Dan voel je je een beetje raar,

Iets of wat teruggetrokken.

En voor dat we dan de deur uitgaan

Is iedereen bewogen,

Want dan blinkt een groote dikke traan

In je lieve ouders oogen.

 

Refrein

Ja als je trouwen gaat.

 

Terug naar overzicht

Als jij het gewild had

(tekst en muziek: Jan van Laar / uitvoering: 't Tango- en rumba-orkest van Malando)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Refrein:

Als jij het gewild had, was ik nu bij jou,

Als jij het gewild had, was jij nu mijn vrouw.

Ik vroeg het je honderdmaal,

Duizendmaal, steeds zei je "nee".

En in m'n gedachten neem ik herinneringen slechts  mee.

Als jij het gewild had, was ik niet alleen,

Als jij het gewild had, dat weet iedereen,

Dan was nu de aard' voor ons enkel zonneschijn,

Was er vreugde in het verschiet.

Nu is het voorbij......jij wilde het niet.

 

 

Nog eenmaal wilde ik je spreken,

Maar 't lijkt mij beter, dat ik schrijf.

'k Dacht vaak aan jou de laatste weken,

Nu ik alleen hier achterblijf.

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Als jij het me zegt

Tekst en muziek: Eddy Christiani, Frans Poptie, F. Koen/uitvoering: Eddy Chrsitiani en de Harmonettes)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Het klinkt zo gewoon, "Ik hou zo van jou"
Het is wat banaals soms, men zegt het zo gauw
Maar 't klinkt toch zo lief als jij het me zegt
Ik weet niet waarom, maar 't doet me zo goed
Het maakt me weer vrolijk, het geeft me weer moed
O, 't klinkt toch zo lief, als jij het me zegt
 

Refrein:
Want, ieder woord dat jij fluistert, is eerlijk bedoeld
Mijn hart heeft geluisterd, verstaan en gevoeld
Je hoort 't in songs, in tekstrijmerij
Mijn schatje, zeg dat je verliefd bent op mij
Maar 't klinkt toch zo lief, als jij het me zegt

Hoe dikwijls wordt 't niet gezegd: "Schat
Ik hou van jou toch o zo veel, schat"
Dat kon toch steeds voor mij
Niets dan een frase zijn
Maar, sinds ik jou nu heb gevonden
Wist ik ook in een paar seconden
Ja, dat is echt en goed
Want, wat jij zegt en doet
Dat is geen schijn

Refrein

 

Terug naar overzicht

Als jij van me houdt

(oorspr.: Sobre imas olas)

(tekst en muziek: Rosas en Brunoit/uitvoering: Henk de Bruin)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Als jij van me houdt
Laat de rest van de wereld me koud
Als jij me bemint
Is 't voor mij of het leven begint

Ons huisje zo klein
Zal een nestje vol zonneschijn zijn
Als jij van me houdt
Laat de rest van de wereld me koud

Sterren betoverend van pracht
Rond een zilveren maantje dat lacht
Eens greep die schoonheid mij aan
Maar nu geef ik je graag te verstaan

Als jij van me houdt
Laat de rest van de wereld me koud
Als jij me bemint
Is 't voor mij of het leven begint

Ons huisje zo klein
Zal een nestje vol zonneschijn zijn
Als jij van me houdt
Laat de rest van de wereld me koud

Dansend op zachte muziek
In een sfeer van volmaakte mystiek
Waan ik me met je alleen
En dan fluister ik zacht voor me heen

Als jij van me houdt
Laat de rest van de wereld me koud
Als jij me bemint
Is 't voor mij of het leven begint

Ons huisje zo klein
Zal een nestje vol zonneschijn zijn
Als jij van me houdt
Laat de rest van de wereld me koud

 

Terug naar overzicht

Als 'k boven op de Dom kom

(tekst: Rijk de Gooijer / muziek: Joop Portengen)

(uitvoering: Rijk de Gooijer alias Bartels)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Ze zingen in ons landsjie:

'Bij ons in de Jordaan',

Van: 'Dat gaat naar Den Bosch toe' en 'We gane naar de Zaan',

Maar 't mooiste wordt vergeten, dat is toch schand !:

D'r is nog zo iets as Utrecht in 't hartsjie van ons land !

 

Refrein:

Als ik boven op de Dom kom,

Kijk ik even naar benee,

Dan zie ik 't Ouwe Grachie,

't Vreeburg en wijk C.

Ja, dan sprink mijn hartsjie open,

Ik ben trots, wat dach-ie wat !

D'r is geen mooier plekkie as Uterech mijn stad.

 

 

Kom op 't station es kijken:

't Barst er van de rails !

We hebben de hoogste toren heus is iets krimmeneels !

Dan hei je nog de Jaarbeurs, de Munt, de Kromme Rijn.

En voor de mooiste grietsjies moet je ook in Uterech zijn !

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Als m'n kanarie zingt

(tekst en muziek: Jo Dante / uitvoering: Bobbejaan Schoepen)

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

M'n kleine kanariepiet,

Blijf jij maar fluiten,

M'n kleine kanariepiet,

Daar voor de ruiten.

Sinds ik jou gekocht heb,

Kom ik geen deur meer uit,

Omdat ik gaarne luister,

Naar het liedje dat je fluit.

 

Refrein:

Als m'n kanarievogel zingt, (fluiten)

Z'n fluiten door de kamer klinkt, (fluiten)

Dan is het hele huis gevuld met zonneschijn.

Ja, mijn kanarie in zijn kooi, (fluiten)

Maakt mij het leven, oh zo mooi. (fluiten)

Laat mij genieten van mijn dagelijks refrein.

Een beetje zangzaad en wat water geef ik hem,

En in ruil krijg ik het jub'len van zijn stem.

Als m'n kanarievogel zingt, (fluiten)

Z'n fluiten door de kamer klinkt, (fluiten)

Dan is het hele huis gevuld met zonneschijn.

 

M'n kleine kanariepiet,

Laat je niet storen,

M'n kleine kanariepiet,

En laat je horen.

's Avonds voor het slapen,

Dek ik je kooitje dicht,

Jij wekt mij in de morgen,

Bij 't eerste zonnelicht

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Als mijn slapie slaapt

(Daan Hooykaas)

(met dank aan Marc Blokland (†) voor het sturen van de tekst)

Ik ben weer in 't soldatenpak

Bij vroegere kornuiten,

Maar kan precies als indertijd,

Weer naar mijn nachtrust fluiten.

Ik heb mijn zelfde slapie weer,

Het is een fijne vent,

Maar als hij slaapt is hij de schrik

Van het regiment.

 

Refrein:

Als m'n slapie slaapt dan snurkt die als een os.

Wat er ook gebeurt, hij slaapt er maar op los.

Ligt-ie op zijn krib, snurkt-ie in een wip,

Trilt-ie van z'n tenen tot z'n onderlip.

Als m'n slapie slaapt dan snurkt-ie als een os.

Wat er ook gebeurd hij slaapt er maar op los.

Zoals die snuiter slaapt, daar sta je van verstomd,

Wil je niet opstaan, blijf je maar liggen

Moet je maar weten, wat er van komt.

 

We hebben veel geprakkizeerd

Om hem dat af te leren.

Maar onverschillig wat we doen

Niets kan mijn slapie deren.

Z'n krib wordt dikwijls "scherp"gezet,

Dan ploft-ie op de grond.

Maar daad'lijk slaapt-ie rustig in

Met open mond.

 

Refrein

 

't Is net het schone slaapstertje,

Niets kan zijn rust verstoren.

Je kan hem op een afstand van

Een kilometer horen.

We smijten kuchie's naar z'n hoofd,

Maar hij ligt op één oor,

Als staat de wereld op zijn kop,

Hij snurkt al maar door.

 

Refrein

 

(de laatste twee regels van het refeirn zijn er later bijgemaakt)

 

 Terug naar overzicht

Als moeder gaat vrijen moet Jantje op straat (1930 Duo Hofmann)

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

De moeder van Jan is een lief weduwvrouwtje

Al zeven jaar heeft geen man haar bekoord

Maar niets is op aarde hier blijvend een bende

Een tramconducteur had haar roepstem gehoord

Hij kwam alle dagen bij haar op visite

Dan sleepte hij koek en een bittertje an

Dan zei moeder zacht tot haar enigste jongen

Nu moet je maar buiten gaan spelen hoor Jan

 

Als moeder gaat vrijen moet Jantje op straat

Dan krijgt hij vijf cent voor een reep chocolaat

Een dubbeltje toffies een ijsie derbij

Als moeder gaat vrijen is Jantje zo blij

 

De ijscoman zondags had altijd een goeie

Dan gingen zijn vriendjes als wilde tekeer

Dan riepen ze luide Jan heb je n duppie

Of is ie er niet zeg of komt ie niet meer

Dan vloog ie naar boven en kwam ie beneden

Dan lachte z’n hele gezicht van plezier

Hij hield dan een kwartje heel hoog in de hoogte

En riep ter jovanclijk nou kijk er is hier

 

Als moeder gaat vrijen moet Jantje op straat

Dan krijgt hij vijf cent voor een reep chocolaat

Een dubbeltje toffies een ijsie derbij

Als moeder gaat vrijen is Jantje zo blij

 

Nu is Jantjes moeder getrouwd veertien dagen

Jan zit aan de tafel en tekent een plaat

Heel zachtjes begint hij tot moeder te zeuren

Moe ut zonnetje schijnt mag ik even op straat

Nee nee lieve jongen dat staat toch niet netjes

Ga liever wat leren en ga niet zo te keer

Toen schoten de ogen van Jantje vol tranen

Hij snikte och moe waarom vrijt U niet meer

 

Als moeder ging vrijen mocht Jantje op straat

Dan kreeg hij vijf cent voor een reep chocolaat

Nu is ’t zo eentonig in huis hier voor Jan

Toe moeder neemt U weer een andere man

 

Terug naar overzicht

Als moeder jarig is

(tekst: Chef van Dijk/muziek: Max Tak/uitvoering:Sophie Stein)

Als moeder jarig is, dan roept het hele gezin:
"Ga nou zitten lieve moeder en span je toch niet in.
Ga nou lekker in je leuningstoel en laat ons nou maar begaan
En de afwas en de etensboel die mag je laten staan."
"Ga jij nou zitten", wordt er aldoor maar gezegd.
Maar nou vraag ik je: "Wat komt ervan terecht ?"

 

Als moeder jarig is, dan wordt ze zo verwend.
Als moeder jarig is, dan zit ze geen moment.
Dan moet ze rennen, vliegen, sloven van beneden gauw naar boven,
Koffie zetten, converseren, sigaretten presenteren.
Als moeder jarig is, dan is het toch zo'n feest.
Dan heerst er in het huisgezin een echte goeie geest.

 

Als moeder jarig is, dan roept het hele gezin:
"Zit je lekker lieve moeder is het zo wel naar je zin ?"
En dan gaan ze alles redderen en alles loopt verkeerd,
Totdat moeder zich tenslotte weer met alles occupeert.
"Jij mag niks doen hoor moeder !" roepen ze eenparig
Als je moeder bent, dan ben je nog niet jarig !

 

Als moeder jarig is, dan wordt ze zo verwend.
Als moeder jarig is, dan zit ze geen moment.
Dan moet ze rennen, vliegen, sloven van beneden gauw naar boven.
Koffie zetten, converseren, sigaretten presenteren
Als moeder jarig is, dan is het toch zo'n feest.
Maar voor mij hoeft het niet, ik ben al geweest !

 

Terug naar overzicht

Als na het bal de gasten

Versie 1

 

Heel ons mens'lijk leven is een bal-masqué,
Elk draait gemaskerd zijn walsje mee.
Soms is het vreugde, meest is het smart,
't Blijft vaak verborgen diep in ons hart.
Hoge verwachting vol geur en kleur,
Stelt hier zovelen daag'lijks teleur.
Droeve ontgoocheling is 't resumé
Bij 't bittere einde na 't  démasqué.

 

Refrein:

Als na het bal de gasten,
Joelend zijn heengegaan,
En 't zonlicht door het raam gluurt,
Glinstert er nu een traan.
Van menig hart in stilte,
Over wat komen zal,
Alle illusies verdwenen
's Nachts na het bal.

 

 

Jonge lenteliefde, wars van zorg en druk
Dromen zij beiden slechts van geluk,
Zij bouwen samen aan liefde rijk,
Hun luchtkastelen, 'n zeepbel gelijk.
Schone visioenen, pracht fantasie,
Zalige klanken, vol melodie.
Maar 't wreed ontwaken, scheidt dan hun twee
Weg zijn alle sprookjes, na 't dé-masqué.

 

Refrein

Dus geniet eens even, van wat 't leven biedt,
Grijp steeds de vreugde, straks komt 't verdriet.
Wees dus verstandig en profiteer,
Al wat geweest is komt nimmer meer.
Wordt het gegeven, grijp dan je kans
Want 't hele leven, is maar een dans;
Na 'n dag van vreugde en ik weet niet al.
Komt vaak d'ontgoocheling,
's Nachts na het bal.

 

Refrein

 

Versie 2

(tekst: Hugo de Groot/muziek: Hilbert Hugh Clement/uitvoering: Max van Praag)

(met dank aan Marc Blokland (†) en Corry Verhoeven voor het sturen van de tekst)

 

Och lieve oompje, toe vertel eens wat.

Vroeg ´t kleine meisje dat bij hem zat.

Waarom bleef U toch steeds alleen?

Heeft U geen kind'ren niets om U heen.

Ik had een meisje jeugdig en fris.

't Is lang geleden waar ze nu is

Hoor dan toch goed toe kind wat ik zeggen zal.

'k Dacht dat ze ontrouw was, 's nachts na het bal.

 

Refrein:

Als na het bal de gasten, joelend zijn weggegaan

En 't zonlicht door de reten gluurt, vochtig als een traan.

Zucht menig hart in stilte over wat komen zal,

Over illusies verdwenen, 's nachts na het bal.

 

 

In de balzaal blonk het licht zo magnifiek,

Heel zachtjes klonk de zoete muziek.

Toen vroeg mijn meisje, bijna mijn bruid,

Mij een glas water, 'k liep de balzaal uit.

Toen ik terug kwam zag ik een heer,

Kussend mijn bruidje innig en teer.

Toen het glas ontglipt me, brak door de val,

En zo ook mijn hart, 's nachts na het bal.

 

 Refrein

 

Jaren gingen henen en zij is niet meer.

Trouw bleef ik haar steeds, vroeg niemand meer.

Zij wou verklaren, 't hoe en waarom,

Maar ik wou niet luisteren, ja ik was dom.

Toen kreeg ik een briefje, och het hielp niet meer,

't Bleek toen haar broeder die vreemde heer.

'k Heb geen gezin dus, ik heb niemandal,

Ik brak haar jonge leven, 's nachts na het bal

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Als op  Capri

(tekst/muziek: Han Dunk/uitvoering: Marcel Thielemans en The Ramblers (1943) en ook Eddy Christiani (1942))

Refrein:

Als op Capri de rozentuinen bloeien

Dan is er feest vol vreugde, klank en kleur

Fonteinen die 't bloemtapijt besproeien

Vullen de lucht met rozengeur

De troubadour zingt bij guitaaraccoorden

Z'n serenade in de nacht

"Si, si, si, io t'amo" klinkt het in zijn melodie

Als rozentuinen bloeien op Capri

Si, si, si, si, daar op Capri

Si, si, si, si, daar op Capri

 

Aardrijkskundeles wil ik u geven
'k Wil u iets vertellen van Capri
't Is een paradijs om daar te leven
Een oord van louter zon en melodie

 

Refrein

 

'k Zou u nog veel meer kunnen verhalen
Van de pracht en praal die men daar ziet
Zulk een kleurenspel der zonnestralen
Vindt men ter wereld ergens anders niet

 

Refrein 

 

Op 't eiland Capri

 

Terug naar overzicht

Als op het Leidseplein

(tekst: Bert van Eyck/muziek: Cor Steyn/uitvoering: Willy Walden)

Maantje in haar volle luister is weer present
Laat mij zien, hier in het duister, hoe mooi jij bent
Samen lopen wij te dromen, hier hand in hand
Tot straks het licht weer brandt

 

Als op het Leidseplein de lichtjes weer eens branden gaan
en het is gezellig op het asfalt in de stad
En bij het Lido zijn de blinden voor de raam vandaan
Dan gaan we kijken naar het sprookje, lieve schat

 

Zo arm in arm, jij en ik
Lachende naar alle kant
Als kinderen zo blij omdat het licht weer brandt

 

Als op het Leidseplein de lichtjes weer eens branden gaan
dan gaan we kijken naar het sprookje, lieve schat

 

Blije mensen voor de ruiten van elk café
zien ons samen gaan daarbuiten en lachen mee
en het maantje mag een maandje in onze waan
weer met vakantie gaan

 

Als op het Leidseplein de lichtjes weer eens branden gaan
en het is gezellig op het asfalt in de stad
En bij het Lido zijn de blinden voor het raam vandaan
Dan gaan we kijken naar het sprookje, lieve schat

 

Zo hand in hand, jij en ik
lachende naar alle kant
als kinderen zo blij omdat het licht weer brandt

 

Als op het Leidseplein de lichtjes weer eens branden gaan
dan gaan we kijken naar het sprookje, lieve schat

 

Als op het Leidseplein de lichtjes weer eens branden gaan
dan gaan we kijken naar het sprookje, lieve schat

 

Terug naar overzicht

Als Snip niet snapt

(uitvoering: Willy Walden & Piet Muyselaar)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Als Snip niet snapt wat Snap snapt

En Snap snapt niet wat Snip snapt

Als Snip snapt Snap en Snap snapt Snip

Verdwijnt het Snip en Snap begrip

Waar Snap snapt niet waar Snip snapt

En Snip snapt niet wat Snap snapt

Als Snap Snip snapt en Snip snapt Snap

Doen Snip en Snap geen klap

Voila ! 

 

Terug naar overzicht

Als sterren flonk'rend aan de hemel staan

(tekst: Han Dunk/muziek: J. Bulterman/uitvoering: Marcel Thielemans en The Ramblers/ Sanny Day en Miller kwartet)

Als d'avond daalt, de dag verdwijnt, het zonnetje slapen gaat

De stilte van de nacht verschijnt en 't klokje weinig slaat

Dan is weer het uur gekomen

De tijd om van liefde te dromen

Dan wordt weer het lied van de sterren gehoord

Een lied dat ons allen bekoort

 

Als sterren flonk'rend aan de hemel staan

En 't maantje schijnt met gulle lach

Is heel de natuur in 't nachtelijk uur slechts liefde

Hecht niemand op aarde enige waarde aan de dag

Men ziet slechts sterren flonk'rend aan de hemel staan

En ov'ral klinkt hetzelfde lied

Dan hoort men heel zacht: "Wel t'rusten, goenacht

Nog even een kus voor 't slapen gaan"

Als sterren flonk'rend aan de hemel staan

Terug naar overzicht

Amigo Enrico

(tekst en muziek: Pi Vêriss)

(uitvoering: Jenny Roda en Marcel Thielemans met orkest olv Theo Uden Marsman)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Ik heb een hele beste vriend,

Een Zuid-Amerikaan,

Die bij het woordje "samba"

Niet meer stil kan blijven staan.

 

Refrein:

Amigo Enrico,

Zo heet de Sambakampioen van Portorico:

Amigo Enrico,

Fleurt ieder feest op in z'n felgekleurde tricot.

Overdag dan is hij slager,

Beent het vlees uit, vet en mager,

Maar voelt voor ied're danspartij

Sluit hij steeds z'n slagerij.

Amigo Enrico,

Zo heet de Sambakampioen van Portorico.

 

Bij ied're demonstratie

Hij heeft een rood verhit gezicht,

De laatste maand verloor hij

Bijkans tien pond aan gewicht.

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Amsterdam bij nacht

(tekst en muziek: Chef van Dijk/Max Tak 1920/uitvoering Duo Hofmann)

Liefste, de nacht is als een gedicht

Vol van mysterie en verlangen

Diep in jouw ogen glanst 't sterrenlicht

Dat mij in boeien houdt gevangen

Oud is 't verhaal en vaak reeds verteld

Maar ach, daar moet je niet om geven

Laat mij als ridder, jouw sprookjesheld

De oude romance doen herleven

 

Schoon is Amsterdam bij nacht

Hier een pleintje, daar een gracht

Alles licht gehuld in 't waas der oude romantiek

In de helle lampenschijn

Baadt het mooie Rembrandtsplein

Oude poortjes dromen stil verlaten, zo rustiek

Zwijgend staan de oude torens wakend in de nacht

Waar hun klokken zwijgend zingen, and're stemmen zacht

Schoon is Amsterdam bij nacht

Het heeft, als door een tovermacht

Twee verliefde harten tot elkaar gebracht

 

Liefste, ik heb veel landen aanschouwd

'k Reisde langs bergen en ravijnen

'k Trok door een eenzaam maagd'lijk woud

Dwaalde langs zeeën en woestijnen

'k Was als de mot die, door licht verblind

Steeds weer zijn vleugeltjes verschroeide

Maar ik vond hier, in jouw stad, mijn kind

Eind'lijk de droom die mij zo boeide

 

Terug naar overzicht

Amsterdam huilt (waar het eens heeft gelachen)

(Kees Manders)

 Als vader weer bladert in zijn fotoboek

Dan sta je versteld als hij weer vertelt

Van de Weesperstraat en de jodenhoek

Als hij dan verhaalt hoe het leven begon

Bij het ontwaken, handel en zaken

Humor en gein dat was de levensbron

En had je een dag eens geen mazzel gehad

Dan 's avonds naar de Tip-Top waar je je sores vergat

Soms riep d'r nog een in 't late uur

"Ik heb mooie olijven en uitjes in 't zuur"

 

Refrein:

Amsterdam huilt, waar het eens heeft gelachen

Amsterdam huilt, nog voelt het de pijn

Amsterdam huilt, waar het eens heeft gelachen

Amsterdam huilt, want weg is de gein

 

Als vader verhaalt hoe de Sabbath begon

Dan sta je versteld als hij weer vertelt

Hoe de Voorzanger "addesjem eilje nowa" daar zong

Bij het Channekefeest gingen de kaarsjes weer aan

Dan werd er gewenst door Godje gebenscht

En dat het hun allen weer goed maar zal gaan

Voor er werd geplunderd en uitgeroeid

Hebben daar jiddische jeledjes gestoeid

Men noemde hen ras, oh God, o God

Waarom mocht het niet zijn, zoals het er was

 

Refrein

 

Op vrijdagavond koegel en peren

Wie dat niet nascht kan 't ook niet waarderen

Het boek gaat dicht, en met een traan in zijn ogen

Fluistert hij: mazzel en brooche voor de hele misjpooche

Mazzel en brooche voor de hele misjpooche

Mazzel en brooche voor de hele misjpooche

Terug naar overzicht

Amsterdam je bent de stad der steden

(met dank aan Cor de Boer voor het sturen van de tekst)

Holland heeft weer een nieuw manie. Overal klinkt in koor:

In my gondola, Barcelona. En van de Picador

Alles is gek met vreemde namen. Omdat het deftig staat.

Ze vergeten dat er één stad is, die alle and’re slaat.

Want noem me maar eens, wie of j’ook bent

En waar je ter wereld kwam,

Eén enkele stad, die,

Hoe dan ook kan tippen aan Amsterdam.

 

Refrein:

Amsterdam, je bent de stad der steden

Zoals jij bestaat er toch maar één.

En als ik ooit moest kiezen hier beneden

Dan gaf ik alle schatten prijs voor jou alleen

Amsterdam, je bindt m’n hele leven

En als een maal ’t uur van scheiden kwam.

Is het allerlaatste woord, dat je van m’n lippen hoort;

Ik heb je lief mijn heerlijk Amsterdam.

 

Als een verliefde bengel van het Gym of de H.B.S.

’t Vlammetje van zijn keuze ziet bij ’n Engels of Duitse les.

Gaat er een schok door heel zijn lijf en vast een minuut of drie

Draait zijn hart, zijn hoofd, zijn maag en knikt het hem in z’n knie.

Datzelfde gevoel bekruipt ook mij,  wanneer ik hier lang niet kwam. 

En ‘k zie weer vanuit mijn sportcoupé,

De torens van Amsterdam

 

Refrein

 

Waar kan je Zondags fijner dansen, dan hier in Amsterdam

Waar is zo’n mooi en schaduwrijk plantsoentje als op de Dam

Waar zijn ze altijd maar aan ’t breken Zomer en Winter door.

Waar fluit een verkeersagent je Carmen en Tosca voor.

Of was er soms maar één stadje waar de meisjes beleefder zijn.

 En waar je zo lief wordt toegeknikt,

Als ’s nachts op het Rembrandtplein.

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Ananas uit Caracas (tekst:Henny Blonk/muziek:Erwin Halletz)

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

Rita uit Caracas, in Zuid-Amerika,

Die liep met ananas, ananas !

's Morgens voor dag en dauw,

Ging zij er al op uit

En dan riep Rita luid: Ananas !

Olé olé! Koop ananas !

Olé olé! Uit Caracas !

Olé olé! Koop ananas !

Olé olé! Uit Caracas !

 

Rita uit Caracas, die was nog niet getrouwd,

Zodat ze eenzaam was, ananas !

Totdat ze Pedro vond; een jonge concurrent,

Oók goed met fruit bekend, ananas !

Olé olé! Koop ananas !

Olé olé! Uit Caracas !

Olé olé! Koop ananas !

Olé olé! Uit Caracas !

 

Rita uit Caracas, is nu al lang getrouwd,

Maar roept nog steeds, 't is kras; ananas !

Paps en de kinderen staan haar natuurlijk bij

En roepen net als zij: ananas !

Olé olé! Koop ananas !

Olé olé! Uit Caracas !

Olé olé! Koop ananas !

Olé olé! Uit Caracas !

 

Terug naar overzicht

Anna

(met dank aan Jeanne Albers voor het sturen van de tekst)

Als je Anna nog nooit hebt ontmoet,

Wordt het tijd dat je dat toch eens doet.

Wat een schat, wat een schat, wat een schat

Is me dat, is me dat, is me dat.

 

Waar Anna komt is er feest,

Als er nog nooit is geweest.

Wie met haar danst breng zij compleet het hoofd op hol.

 

Maar als je vraagt om een zoen,

Zegt zij;  "Dat mag ik niet doen"

En daardoor maakte ze al haar minnaars stapel dol.

 

Anna, waardoor is toch iedereen weg van jou ?

Is het misschien je hartje van goud,

Waar iedereen van houdt en graag met je trouwt,

Wat zou 't zijn ?

 

Zoiets heb je nog nimmer beleefd,

Anna heeft wat een ander niet heeft,

Wat het is, wat het is, is een vraag.

Iedereen, iedereen mag haar graag.

 

Anna, overal vindt iedereen jou een schat,

Dus ga maar steeds zo voort, lieve kind.

Wees elk goed gezind, en wordt maar bemind,

Maar kijk uit !

 

Terug naar overzicht

Anna Suzanna

De oude Jakob zit voor het raam
Staart in de verte, fluistert haar naam
Zal zij nog komen, die hij bemint
Zijn lieve dochter, zijn enigst kind

Doebe doebe doep Anna Suzanna
Doebe doebe doep Anna Suzanna
Doebe doebe doep Anna Suzanna
Zij komt nooit weer om

De oude Jakob zit voor zijn deur
Dochter ging henen, met één chauffeur
Hij vraagt de zwaluw hoog in de lucht
Zwaluw vertel mij komt zij terug?

Doebe doebe doep Anna Suzanna
Doebe doebe doep Anna Suzanna
Doebe doebe doep Anna Suzanna
Zij komt nooit weer om

Hij kust haar foto voor de laatste keer
Daar stopt een auto, dochter keert weer
Vader hier ben ik, terug met de boot
Vader beweegt niet, vader is dood

Doebe doebe doep Anna Suzanna
Doebe doebe doep Anna Suzanna
Doebe doebe doep Anna Suzanna
Hij komt nooit weer om

 

Terug naar overzicht

Anna wat doe je daar

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

ZIJ:
Ik kende eens een meisje
Antje was haar naam
Zij was bij alles bij de hand
En heel bekwaam

HIJ:
Maar één gebrek had zij
En dat was niet pluis
Haar moeder riep den ganschen dag
Je handjes thuis

Refrein:
Anna wat doe je daar
Zeg meisje lief pas op 
Want er dreigt gevaar
Anna wat doe je daar
Zeg meisje hou je fatsoen
Dat mag je niet doen

ZIJ:
Zoo groeide Antje op
Gelijk een wilde roos
Tot zij op zekeren dag
Zich een vrijer koos

HIJ:
Het was een flinke Grenadier
Wel zes voet lang
Stak Antje soms een handje uit
Dan vroeg ie bang

Refrein

ZIJ:
Zes jaren is ze nu getrouwd
Die lieve meid
En steekt nog vaak haar handjes uit
Van tijd tot tijd

HIJ:
Dan is 't bij een knokpartij
Met haar Grenadier
De heele buurt die komt er bij
En zingen vol plezier

Refrein

Terug naar overzicht

Anna wat heb je daar

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

Ik leerde laatst een meisje kennen, Anna was haar naam.

'k Ontmoette haar op de kermis, het was in het pofferskraam.

Ik vroeg haar dadelijk of ze iets van mij gebruiken wou,

Ze zei toen "Ja !" we waren dra, heel lekker aan de sjouw.

Tot 's avonds laat zat ik knusjes met haar in het plantsoen.

En onder vurig minnekozen, vroeg ik zachtjes toen:

 

Refrein:

Anna wat heb je daar,

Zeg lieve Anna, wat heb je daar.

Laat mij eens kijken,

Je zal 'r niet van bezwijken.

Lieve snoet, lekkere toet, want dat doet me zoo goed.

Zeg, lieve Anna wat heb je daar,

Anna toe even maar.

Laat 's even kijken meid,

't Is maar voor de aardigheid.

Anna wat heb je daar.

 

Na die bewuste avond kwam 'k nog dikwijls op bezoek

'k Tracteerde haar op kwattareepen of op boterkoek.

O, ik vond het heerlijk zoo alleen met haar te zijn,

Ook wandelden wij dikwijls in de maneschijn.

Zoo bracht ik menig avond heerlijk vrijend met haar door,

En bij het afscheid aan de deur, vroeg ik steeds aan haar oor:

 

Refrein

 

Op zekeren dag zei Anna "zoo kan het niet langer gaan,

Want moeder ziet me dagelijks zoo onderzoekend aan.

Ja alle dagen zegt ze weer, wat wordt je taille breed,

Ik snap het niet hoe kan dat toch, daar jij zo weinig eet.

Van 's morgens vroeg tot 's avonds laat, zoo gaat het steeds maar door

De meisjes van het atelier zingen reeds in 't koor:

 

Refrein

 

Zoo ging ik eindelijk dan met Anna in ondertrouw.

En ieder die ons tegenkwam, riep "wat een dikke vrouw."

Ik trok van al die praatjes me geen sikkepitje aan.

'k Ben met Anna zoo dik en rond in d' huwelijksschuit gegaan,

Twee maande ben ik al getrouwd en heb rust noch duur,

Want alle dagen vraagt ze mij steeds met hetzelfde vuur:

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Anne Marie

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Anne Marie

Waar ga je nu toch heen

Anne Marie

Zo helemaal alleen

 

Ik ga naar Köln am Rhein

Waar de soldaten zijn

 

Anne Anne Anne hopsasa

Anne Marie

 

Ik ga naar Köln am Rhein

Waar de soldaten zijn

 

Anne Anne Anne hopsasa

Anne Marie

 

Ik ga naar Köln am Rhein

Waar de soldaten zijn

 

Anne Anne Anne hopsasa

Anne Marie

 

Ik ga naar Köln am Rhein

Waar de soldaten zijn

 

Anne Anne Anne hopsasa

Anne Marie !

 

Terug naar overzicht

Anneken en Janneken

(met dank aan Staaf Baetens voor het sturen van de tekst)

Vijf en twintig jaar geleden

Is het dat wij zijn getrouwd

Voor de wet en voor de pastoor

En 't heeft ons nog niet berouwd

Ik bezat toen zestig franken

En een boeksken op de post

Dat was onzen gansen rijkdom

't Was dus werken voor de kost

Daar wij waren met ons beiden

Op het werken goed gezet

En des avonds voor den achten

Kropen wij alras in bed

 

Refrein:

O mijn Anneken o mijn Janneken

Vijf en twintig jaar geleen

Stapten wij o zo blij

Naar mijnheer den pastoor heen

 

 

Ruim tien maanden na ons trouwen

Kochten wij onzen eerste zoon

En ge moogt mij vrij geloven

't Was een ventje kloek en schoon

Ne kadé van zeven kilo

Hij had billekens komsa

En verdomd na vijf zes maanden

Zei dat ventje al dada

En dat ventje kreeg een zuster

't Was een lieve krullebol

En zo ging dat lange jaren

Zo geraakte ons boeksken vol

 

 

Neen neen 't was toen niet de mode

Lijk 't nu gaat in dorp en stee

Jonggetrouwden tegenwoordig

Kopen slechts een kind of twee

Dat zijn Franse complimenten

Waar een Vlaming niet van houdt

Kinderen moet gij vele kopen

Daarvoor zijt ge toch getrouwd

Als wij aan de hemelpoorte

Voor Sint Pieter zullen staan

Zal hij zeggen kom maar binnen

Ge hebt goed uw best gedaan

 

 

Enkele weken na ons trouwen

Kochten wij een geit alras

't Beestje gaf drie dikke liters

Daarvan kookten wij dan pap

Later kochten wij een viggen

En dat viggen wordt een zwijn

'k Zet een kloek op dertien eiers

Kiekens kregen wij een heel dozijn

Zo begonnen wij te boeren

'k Huurde toen een kleine meers

En dan met ons laatste centen

Kochten wij een volle veers

 

 

En nu hebben wij drie koeien

En daarbij een varken of vier

Dertien centen vijftien kiekens

Een schoon paard en enen stier

't Hofken dat is nu ons eigen

't Is het schoonste van de streek

En ge moogt mij vrij geloven

Zonder schuld of hypotheek

Binst den oorlog waren 't jaren

Voor de boeren eerste klas

Maar ten kan toch niemand zeggen

Da'k ne gierige smokkelaar was

 

 

d'Eerst geboren van ons kinderen

Is getrouwd naar onzen zin

En Marieken 't oudst meisje

Trekt in 't kort het klooster in

Onze Zander die wil boeren

Ons Clemance is ook daarvoor

Jefken die wil schilder worden

Onzen Frans leert voor pastoor

Karel is bij de soldaten

Flip schrijft bij de jugepee

En de kleine is in de schole

Leren nog hunnen A B C

 

Terug naar overzicht

Anneliese

(tekst en muziek Johnny Hoes/uitvoering: De Bietenbouwers)

Anneliese

Ach Anneliese

Waarom zou je boos zijn op mij

Anneliese

Ach Anneliese

Je weet toch mijn liefste ben jij

Maar ik kan het heus niet slikken

Dat je mij heb laten zitten

Net toen ik mijn laatste geld aan bloemen had besteed

Voor jou

En toen jij niet bent gekomen

Heb ik dit boeket genomen

Ik heb het toen, je mag het weten

Woedend in de goot gesmeten

Anneliese

Ach Anneliese

Gebruik toch je goede verstand

Anneliese

Ach Anneliese

Ik vraag je nog steeds om je hand

 

Er kwam een tijd van verdriet en narigheid

Want ik dacht zeker mijn schatje, dat ben ik kwijt

Toch is Anneliese gekomen, och wat was ik blij

Anneliese heeft mij genomen, zij is dol op mij

Zo is het in leven en ook in de liefde vaak

Ik bleef mijn best doen en ik sloeg haar aan de haak

Anneliese lacht altijd nog als ik haar bloemen geef

Om dat van mijn eerste boeketje over bleef

 

Anneliese

Ach Anneliese

Waarom zou je boos zijn op mij

Anneliese

Ach Anneliese

Je weet toch mijn liefste ben jij

Maar ik kan het heus niet slikken

Dat je mij heb laten zitten

Net toen ik mijn laatste geld aan bloemen had besteed

Voor jou

En toen jij niet bent gekomen

Heb ik dit boeket genomen

Ik heb het toen, je mag het weten

Woedend in de goot gesmeten

Anneliese

Ach Anneliese

Gebruik toch je goede verstand

Anneliese

Ach Anneliese

Ik vraag je nog steeds om je hand

Om je hand

 

Terug naar overzicht

Annemarie

(uitvoering: Eddy Christiani)

'k Heb vaak m'n kans gewaagd in de grote loterij

Met als resultaat een niet, altijd weer 't zelfde lied

Maar plotseling kwam voor mij toen de lang verwachte dag

Ik dacht direct, toen ik haar zag

 

Refrein:

Je bent voor mij de hoofdprijs uit de liefdesloterij, Annemarie

Na vele jaren wachten kwam die prijs, en dat ben jij, Annemarie

Jouw lieve lach zijn mijn miljoenen

De ruimte hier van, zijn jouw zoenen

Je bent voor mij de hoofdprijs uit de liefdesloterij, Annemarie

 

Geen lootje nam ik meer, als die schat de mijne was

Maar mijn plan, dat ging niet door, ze had een loterijkantoor

En van mijn schrale kas ging een groot gedeelte af

Maar ik dacht opnieuw, toen ik dat gaf

 

Refrein

 

Heel spoedig klonk voor ons toen het lied uit "Loh en grin"

Want we hielden van elkaar, dus het werd de ambtenaar

Voor mij klonk bovendien nog een and're melodie

Veel mooier dan een symfonie

 

Refrein

 

Zij is de hoofdprijs uit de liefdesloterij

Annemarie

 

Terug naar overzicht

Annemieke moet naar huis toe

(met dank aan Ingid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Annemieke, Annemieke, ge moet naar huis toe gaan, 

Want Jantje, die is ziek !

Is 'ie ziek, laat 'm ziek !

Komt het van de rimmetiek

Maar naar huis gaan doe ik niet !

 

Annemieke, Annemieke, ge moet naar huis toe gaan,

Want Jantje, die is dood !

Is 'ie dood, laat 'm dood !

Kom 't van het roggebrood

Maar naar huis gaan doe ik niet !

 

Annemieke, Annemieke, ge moet naar huis toe gaan,

Want Jantje ligt in de kist !

Is 'ie in de kist, laat 'm in de kist !

Als 'ie maar goed gespijkerd is.

Maar naar huis gaan doe ik niet !

 

Annemieke, Annemieke, ge moet naar huis toe gaan,

Want Jantje is in de kerk !

Is 'ie in de kerk, laat 'm in de kerk !

Dan doet de pastoor en de koster z'n werk.

Maar naar huis gaan doe ik niet !

 

Annemieke, Annemieke, ge moet naar huis toe gaan,

Want Jantje is in het graf !

Is 'ie in het graf, laat 'm in 't graf !

Dan is 'ie van de wereld af.

Maar naar huis gaan doe ik niet !

 

Annemieke, Annemieke, ge moet naar huis toe gaan,

Want Jantje is in de hel !

Is 'ie in de hel, laat 'm in de hel !

Pak den duvel 'm bij z'n vel.

Maar naar huis gaan doe ik WEL !

 

Terug naar overzicht

Antje

(Ned. bewerking: Jac. van Tol/uitvoering: Willy Derby 1935)

(met dank aan Carola voor het sturen van de tekst)

Ik trek uit mijn harmonica

Een riedeltje zo mooi

Dat elk bevroren hartje dra

Doet smelten van de dooi

Het is een lied dat huilt en lacht

Zo triest zo blij en zoet

Van een die in een zomernacht

Antje, Antje

Verlangend op zijn meisje wacht

Antje mijn blonde toet

 

Antje zing ik je een ...... hoeladi...e

Antje, Antje dan zingt mijn harmonica mee

Antje ,Antje en moeten scheiden....

Antje, Antje dan snikt de harmonica mee

 

Mijn troost is mijn harmonica

Die voelt wat ik bedoel

Die rust wanneer ik slapen ga

Vlak naast me op een stoel

Droom ik eens angstig in de nacht

Dat ik jou missen moet voel

En tevergeefs je hebt gewacht

Antje, Antje

Dan kreunen al die balgen zacht

Antje mijn blonde toet

Als ik eens naar stadhuis toe ga

Met jou mijn vrouwtje klein

Dan zal ook mijn harmonica

Daarbij getuige zijn

 

En als ik mijn lieve blonde fee

Dan "ja"zegt voorgoed

Juicht mijn harmonica tevree

Antje, Antje

De drie gestreepte hoge C

Antje mijn blonde toet

En als er dan een kindje komt

Van Ome ooievaar

Zien we in 't wiegje

Twee oogjes rein en klaar

De trekpiano neuriet zacht

Als een baby  slapen moet

Een wiegeliedje voor de nacht

Antje, Antje

Van Suja.... Klaas de Zandman wacht

Antje mijn blonde toet?

 

Terug naar overzicht

d' Antwerpse meisjes

(tekst: Mevr. Ellegiers)

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

Zie, hetgeen ik u hier zing,

't Is van onze meisjes.

En van menig aardig ding,

Van die lieve sijsjes.

Gij jongens weet ook nog niet,

Hoe ze te hanteren.

Luister dus al naar dees lied,

'k Wil het u ook leeren.

Want 'k weet hoe ik het dee,

Als ik met eentje vree.

Onthoud dus wel 't geen ik vertl,

Verstaat mij allen wel.

 

Refrein:

Zachtjes aan, wilt mij verstaan,

't Is aangenaam,

Als gij met een Sinjorinneke mee moogt gaan.

Maar draagt tevree, uw portemonaie,

Want, oh rijen, dat doen ze geere mee.

O, jee !

Automobil, dat is hun fil,

En daarbij, laat ze drinken wat ze hebben wil.

Als gij dat doet, dan zijt gij goed,

En dan kent gij met spoed,

Het Sinjorinne bloed.

 

Van de meisjes houd ik fel,

Ja, ik zie ze geeren.

Als ze zijn nog jong en snel,

'k Zou z' allen begeeren.

Bijzonder een frissche meid,

Die houd van plezieren,

En die zegt, "Jefke verblijd,

Laat ons eens gaan zwieren."

Daarom d' Antwerpsche type,

Die vind ik magnifiek,

Die houd van de dans en het gezwans,

Ziet hoe gij 't aanlegt thans.

 

Refrein

 

Van ne kus zijn ze niet bang,

Neen, ze kunnen er tegen.

Onze Sus ree per charban,

En die kreeg er een negen.

Van een malsche Sinjorin,

Zonder complimenten.

Zei sprak: "Suske, die ik min,

Hebt gij nog veel centen.

Zoo gaat dan in de stad,

Zij vrijen hier te plat."

Al zijt g' een held, hebt gij geen geld,

Gij wordt toch niet geteld.

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Apache-hart

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

Alfons die was hier het verdriet,

Den beul van de publieke vrouwen,

Iets weigeren durfden ze aan hem niet

Uit vrees, hij was niet te vertrouwen.

Ied'ren dag had hij een andere vrouw,

En weer kwam hij een vreemde tegen,

Een meisje lief scheen niet verlegen,

Dat is iets voor mij dacht hij weer gauw.

En hij die riep dan in zijn schik,

Dat meisjeshart, ja dat wil ik.

 

Refrein:

Het was een meid met oogen blauw,

Oprecht een flinke schoone vrouw,

De ster van al de nachtgodinnen,

Iets liefs dat ieder zal beminnen.

Alfons die prijsde zich dan aan,

Bedreigde haar moest z' hem ontslaan,

Zij lachte en weigerde gauw,

Die lieve meid met oogen blauw.

 

Zijn vrienden zeiden bovendien,

Alsfons er is niets aan te maken,

Niets aan te doen ! dat wil ik zien,

Zijn woede scheen ten top te raken.

Ik wil haar hart of wel haar vel,

De schoonen moeten voor mij vallen,

Dat is gekend onder hun allen,

Of anders doorkerf ik hun snel.

Hij wachtte dan een uur nadien,

Tot hij ze weder had gezien.

 

Refrein:

Het was een meid met oogen blauw,

Oprecht een flinke schoone vrouw.

Hij sprak tot haar kies nu gij schoone,

Mijn liefde of 't mes dat ik u zal toonen.

Ze antwoordde spottend zonder smart,

Dat voor een man je hebt geen hart,

Zij lachte en weigerde gauw,

Die lieve meid met oogen blauw.

 

Het mes in de hand vol razernij,

Liep hij dan naar haar kamer mede,

En wou haar slaan, ineens hoort hij

Moeder ! hij hield op en met rede.

Want in een wieg een kindje teer,

D' armpjes gekruist omhoog geheven,

Juist of het voor zijn moe wou streven.

Ook dan wierp hij het mes terneer,

Dan riep het kindje, nog zoo klein,

Doe toch mijn moeke maar geen pijn.

 

Refrein:

Dan gij die meid met oogen blauw,

Oprecht een flinke schoone vrouw.

Voor het eerst zag men die man toen weenen,

Dan wou hij al zijn goedheid leenen.

Het hart was gebroken en gezwind

Riep hij 'k wil een vader zijn voor 't kind.

'k Werk voor u saâm en deel uw smart,

Ziedaar nu een Apache-hart.

 

Terug naar overzicht

Appels voor Sientje

(met dank aan Annie Spruijt voor het sturen van de tekst)

's Middags zo tegen half twee,

Staan er mensen heel gedwee,

Al voor de hoofdingang van het ziekenhuis te wachten.

Is er het uurtje van bezoek,

De een brengt fruit, de ander een boek,

Om het lijden van hun die daar liggen te verzachten.

 

't Is middag tegen half twee,

Moeder neemt kleine Tommy mee,

Om hun Stientje in het gasthuis te bezoeken.

"Tommy, m'n jongen kijk goed uit, koop voor je zusje maar wat fruit,

Ginds bij het gasthuis staat een kar, op één der hoeken."

 

Waar de Achterburgwal begon, stond er een fruitkar in de zon

En een vrouwtje met haar omslagdoek er achter.

"Drie voor een duppie", roept ze luid,

Tommy zocht drie appels voor haar uit,

't Waren drie zachte, ja 't waren drie rijpen, drie mooie.

 

Maar bij het gasthuis ging het niet zo vlot,

Want de portier had streng verbod,

Ook de dokter sprak van koorts, en slechte nachten.

Moeder met zorgelijk gezicht,

Luisterde stil naar het bericht,

Zij mocht Stientje even zien,

Maar Tommy moest wachten.

 

Onderweg vroeg Tommy toen:

"Wat moet ik met die appels doen ?"

"Eet ze maar op, je hoeft ze voor haar niet te sparen.

Eet ze maar op, ze zijn goed zacht."

Tommy zei niets, maar Tommy dacht:

"Ik zal ze tot mijn zusje wederkomt bewaren."

 

Maar toen de Zondag wederkwam,

En moeder Tom niet mede nam,

Dacht hij bij zich, dat is toch geen heel goed teken.

Een weekje later toen vroeg Tom

"Wanneer komt Stientje wederom ?"

Toen hij dat gevraagd had, zag hij z'n Moedertje verbleken.

 

Moeder nog langzaam in haar doen,

Ruimde de speelhoek op en toen ..........

Het was drie weken nadat Stientje was gestorven.

Wat haalde ze schreiend voor de dag,

Uit de hoek waar Tommy's speelgoed lag,

't Waren de appelen, ineengekrompen en bedorven.

 

Terug naar overzicht

April in Portugal

(tekst: Jack Bess / muziek: Raul Ferrao / uitvoering:Eddy Christiani)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Het lot heeft in een gril

Mij in de maand april

Naar 't zonnige Portugal gezonden

Ik had niet veel idee

Maar heb er voor ons twee

Een heerlijk paradijs gevonden

'k Was nauwelijks van boord

Of ik werd al bekoord

Door 't kleurenspel in zonneluister

Bij 't zien van zoveel pracht

Heb ik direct gedacht:

" 't Is hier waar 't geluk op me wacht !"

 

Refrein:

April in Portugal

Een bloemenfestival

Waar elke jonge liefde snel ontluiken zal

En daarom als je wil

Gaan wij begin april

Naar Portugal, het land van bloemen.

 

Als ik mijn ogen sluit

Dan hoor ik het geluid

Van zeelui die met kabels draven

Een stoomfluit geeft een gil

En plots'ling wordt het stil

Wij arriveren in de haven.

De sterren twink'len zacht

Een vrolijk maantje lacht

Een zanger zingt een liefdesliedje

Al gaat mijn droom voorbij

Als alle dromerij

Weer steeds als ik ontwaak zing ik blij:

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

't Aristocraatje

(Eduard Jacobs 1868 - 1914)

(met dank aan Jeanne Albers voor het sturen van de tekst)

Als zuig'ling in de wieg gevierd

Met kant en strikjes opgesierd

Is hij de trots van pa en maatje

't Aristocraatje

 

Men vliegt als hij slechts even zucht

Men haalt de dokter als ie kucht

En grootmama vindt hem 'n plaatje

't Aristocraatje

 

Dan komt de tijd voor 't instituut

Men zegt niet: 'school', dat klinkt zo bruut

Ja, spreek maar Frans, heus, hij verstaat je

't Aristocraatje

 

De knecht noemt hem al 'jongeheer'

En in de keuken, keer op keer

Vat hij de dienstbooi bij d'r baadje

't Aristocraatje

 

't Gymnasium komt nu aan de beurt

Waar hij met stoere praatjes geurt

Een veelbelovend jong hol vaatje

't Aristocraatje

 

Hij voelt zich al bijzonder wijs

En geeft daarvan graag het bewijs

't Liefst met 'n Latijns citaatje

't Aristocraatje

 

Dan, zo dat heet, studeert-ie door;

Wordt lid van het studentencorps;

Staat op de kroeg in een goed blaadje

't Aristocraatje

 

Hij is blasé, hoewel nog jong,

Speelt uit verveling dan 'ping-pong'

'n Onbeduidend personaadje

't Aristocraatje

 

Op de renbaan is hij habitué

En zit het hem een beetje mee

Slaat hij daaruit 'n aardig slaatje

't Aristocraatje

 

Gaat niet, of veel te veel, naar bed

En krijgt een kleur als 'n skelet

Hij lacht als pa hem zegt: "Dat laat je !"

't Aristocraatje

 

En is 'ie dan uitgestudeerd

Is 't meeste van zijn geld verteerd

Geeft niets ! Hij ziet nog wel 'n gaatje

't Aristocraatje

 

'n Schatrijk huw'lijk wil hij

Liefst met een aad'lijk partij

Al is haar schoonheid dan ook naatje

't Aristocraatje

 

En heeft ie het zo ver gebracht

Dan volgt de eerste huw'lijksnacht

Maar ach, wat treurig kandidaatje

't Aristocraatje

 

Haar ijdelheid wordt zwaar gestraft

Daar ligt ie nu, d'r man hij maft

En dan alreeds denkt ze: Ik haat je

Aristocraatje

 

En dan, een vreugdeloos bestaan

Waar bei 'n and're weg op gaan

Hij zoekt zich wel 'n 'kameraadje'

't Aristocraatje

 

En ook mevrouw zoekt zich vertier

Er wordt gezegd: met de koetsier

Wie weet wordt zo 't aristocraatje

Ooit nog papaatje...

 

Terug naar overzicht

Arme kleine Marina

(tekst: Jack Bess / muziek: Giese-Steinhorst)

(met dank aan Gerard Engelbertink voor het sturen van de tekst)

Nu kan je treurend hart

De waarheid niet verstaan

Maar spoedig zal je smart

Vanzelf weer overgaan.

De tijd heelt alle wonden,

Zoals de eeuwen deed,

Als vreugde wordt hervonden,

Verdwijnt het oude leed.

 

Refrein:

Arme kleine Marina,

Waarom huil je toch iedere keer ?

Arme kleine Marina,

Toe, vergeet al je leed en huil niet meer !

Straks gaat de zon weer voor je schijnen;

Komt het geluk bij jou terug;

Zal al je droefheid verdwijnen,

Dan vergeet je je tranen weer vlug !

Arme kleine Marina,

Waarom huil je toch iedere keer ?

Arme kleine Marina,

 

Coda:

Toe, vergeet al je leed en huil niet meer !

 

Jouw ogen zien zowaar

Alleen maar schaduwzij',

Droog jij je tranen maar,

Want alles gaat voorbij.

Je moet je niet verschuilen

Voor nieuwe zonneschijn,

En mocht je wéér eens huilen....

Laat, het van vreugde zijn.

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Arme Marietje

(met dank aan Carola voor het sturen van de tekst)

Wanneer men langs de straten gaat

De rijke kinderen gadeslaat

O dan geniet je

Maar menigeeen doet het verdriet

Als hij dat beed'laresje ziet

Arme Marietje !

 

Slechts opgevoed in een vuil krot

De moeder dood - ellendig lot

Maar in 't oude liedje

De vader altijd in de kroeg

Van 's middags tot aan 's morgensvroeg

Arme Marietje !

 

Met lompen slechts is zij getooid

Goed eten ach, dat krijgt ze nooit

Zie, dat verdrietje

Die aardappel bij gindschen boom

Dat beestenvoer raap z'op vol schroom

Arme Marietje !

 

Vol angst ziet zij dan om zich heen

Zie ginds, er loopt een heer alleen

Toe koop een liedje

Ga weg ! zegt hij, afschuwelijk kind

Ach, niemand die haar ook bemint

Arme Marietje !

 

Naar huis, twaalf uur zal het nu zijn

De vader dronken als een zwijn

Brult: "O ik smeek U

Wat je gebedeld hebt, geef op"

Jaagt haar de straat op met een schop

Arme Marietje !

 

Zoo slentert zij langs 'n stille gracht

Zegt angstig weenend nu is 't nacht

Kom .... niemand ziet je ....

'k Maak snel een eind aan dit bestaan

'k Wil bij mijn zaal'ge moeder gaan

Arme Marietje !

 

O gij die 's avonds loopt langs straat

Als soms zoo'n kind voorbij U gaat

Toe ik smeek U

Verjaag haar niet, heb medelij

Denk, er zijn ware armen bij

Als arme Marietje !

 

Terug naar overzicht

Arme moeder

(met dank aan Andreas Jaquet voor het sturen van de tekst)

In de hoofdstad ging alles zeer rustig

Het was juist op Sint Maartensdag

Toen ene vrouw met droeven glimlach

Stil wenend door haar venster zag

Want zij verwacht haar goeden jongen

Die vol moed ten strijde ging heen

En thans ziet zij met een groot verlangen

Wat daar in de verte verscheen

Ons leger trad de stadspoort binnen

Aan het hoofd koning en koninginne

 

Refrein:

Ach wat een blijde dag

Voor deze arme moeder

Haar stemme klonk zo zacht

Tot de ons aller hoeder

God wil mij laten zien

Ik heb zo veel gebeden

Ik heb zoveel geleden

Laat mij mijn kind weerzien

 

Urenlang is zij daar gezeten

Aan 't venster tussen vrees en hoop

De laatste troepen zijn reeds henen

Wanneer de smart haar hart bekroop

Veel liever zou ze zijn gestorven

Want het leven was haar niets meer waard

Sinds drie jaar heeft zij niets vernomen

Viel haar zoon of bleef hij gespaard

En met de handen te saam gevouwen

Snikte ze luid de arme vrouwe

 

Refrein

 

Maar ginds ver op een eenzaam plekje

Van Vlaanderens heiligen grond

Waar dien held

Zijn laatste rustplaats vond

Wilde rozen groeien er in het ronde

De vogels zingen er blij hun lied

Als willen zij ons verkondigen

Vergeet die ijzeren held toch niet

Denk steeds aan hem die heeft gegeven

Voor de vrijheid zijn bloed zijn leven

 

Slotrefrein:

En ginds in hare hut

Zit een moeder te wachten

Haar kracht is uitgeput

Verward zijn haar gedachten

Neen zij beseft niet meer

Als men haar komt verhalen

Dat haar zoon is gevallen

Op het slagveld van eer

 

Terug naar overzicht

As 'et effe kan

(Ned. tekst: Seth Gaaikema/muziek: Fredrick Loewe/uitvoering: Johan Kaart)

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

De lieve Heer heeft man en vrouw geschapen,
De een is zwak de andere is sterk.
De lieve Heer heeft zwak en sterk geschapen,
Dus, as et effe kan, ja dan,
As 'et effe kan, ja dan,
Doen de vrouwen fijn het zware werk.

As 'et effe kan,
As 'et effe kan,
As 'et effe kan,
Doen zij het zware werk.

De sterke drank most eigenlijk verdwijnen,
Met de cafe's in elke straat of steeg.
De sterke drank most eigenlijk verdwijnen,
Dus, as 'et effe kan, ja dan,
As 'et effe kan, ja dan,
Zuip ik zelf alle flessen leeg.

As 'et effe kan,
As 'et effe kan,
As 'et effe kan,
Dan zuip ik alles leeg.

Je heb as man zo weinig vreugde,
Dus as 'et effe kan, dan doe je daar wat an.

Het vrouw'lijk schoon dat denkt direct aan trouwen,
Het vrouw'lijk schoon wil boter bij de vis,
Het vrouw'lijk schoon dat denkt direct aan trouwen,
Dus, as 'et effe kan, ja dan,
As 'et effe kan, ja dan,
Zorg ik dat het vrijblijvend is.

As 'et effe kan,
As 'et effe kan,
As 'et effe kan,
Want anders gaat het mis.
As 'et effe kan,
As 'et effe kan,
As 'et effe, effe, effe kan.

Een ieder heeft wat over voor een ander,
Dat is en blijft een ongeschreven wet,
Een ieder heeft wat over voor een ander,
Dus, as 'et effe kan, ja dan,
As 'et effe kan, ja dan,
Lazer ik ze allemaal uit bed.

As 'et effe kan,
As 'et effe kan,
As 'et effe kan,
Het volgende couplet.

Ze koken soep voor arme mensen,
Dus as 'et effe kan, dan vreet ik daar niet van.

Je mag je vrouw nooit bedriegen met een ander,
Door al die kinderen is ze toch al overwerkt,
Je mag je vrouw nooit pesten met een ander,
Dus, as 'et effe kan, ja dan,
As 'et effe kan, ja dan,
Zorg ik dat ze d'r niks van merkt.

As 'et effe kan,
As 'et effe kan,
As 'et effe kan,
Dan gaat dat onbeperkt.
As 'et effe kan,
As 'et effe kan,
As 'et effe, effe, effe kan.

Terug naar overzicht

Aspirine (tekst/muziek: Dirk Witte)

Als je op de tafel kijkt

Van de dokter, van de dokter

Wat daar zo voor deftigs prijkt

Als je op de tafel kijkt

Is 't eerste wat we zien:

Aspirine, aspirien!

Aspirine voor je benen

Aspirine voor je buik

Tegen blaren op je tenen

En als je je pols verstuikt

Aspirine voor je armen

Voor je nek en voor je darmen

De soldaatjes een voor een

Gaan met aspirine heen

 

's Morgens staan ze kwart voor acht

Voor de dokter, voor de dokter

Alles wat maar moet op wacht

Staat al klaar om kwart voor acht

Negen krijgen van de tien:

Aspirine, aspirien!

Aspirine voor de goeierds

Na een slapeloze nacht

Aspirine voor de knoeiers

Die verlangen: vrij van wacht!

Aspirien alleen kan baten

Voor of'cieren en voor soldaten

Voor fourier en voor sergeant

En voor 't paard van d'adjudant

 

Als we eens weer burger zijn

Gaan we nooit meer naar de dokter

Zelf genezen w'alle pijn

Als we eerst maar burger zijn

Kopen elk een pond of tien

Aspirine, aspirien!

Aspirine voor je oudje

Aspirine voor je hond

Aspirine voor je vrouwtje

Als er weer een kleine komt

Aspirine zal niet hind'ren

Voor je kanarie en voor je kind'ren

Dokters kan ik niet meer zien

Ik zweer trouw aan d'aspirien

 

Terug naar overzicht

August waar zijn je haren

(met dank aan Marc Blokland (†) voor het sturen van de tekst)

De één zozeer getuchtend

Slaakt voor de spiegel zuchtend

De ouwe dag brengt veel gevaar

Hij wil wel honderd zwammen

Zich nog een scheiding kammen

Met zeven haren gaat dat zwaar

Zijn vrouw bestudeert hem

Taxeert hem en fixeert hem

En zegt je wordt een oude heer

En als hij vraagt wat scheel ik

Zegt ze vent wat word je lelijk

Lieve mens ik ken je haast niet meer

 

Refrein:

Waar zijn toch je haren, August, August

Uit je jonge jaren, August, August

Niemand had zo'n krullebol als jij

Niemand deed zo gek zo dol als jij

Niemand was zo chic wat ik je zeg

En nu zie ik tot mijn grote pech

Oh mijn lieve Augustijn, alles is weg

 

Wou zij voor een hoedje paaien

Ging ze door zijn lokken aaien

Maar al die weelde is gedaan

Hij heeft nu net een facie

Als een Edammer kaassie

Z'n kop lijkt net de volle maan

Toch was 't een schatteboutje

Z'n broek mooi in het vouwtje

Was het een echte Don Juan

Nou lijkt het toch steeds gekker

Meer op een kurketrekker

Dan iets wat aanspraak maakt op man

 

Refrein

 

Zijn vrouw kon in haar nukken

Woest aan zijn haardos rukken

Die was nog eens zo wonderbaar

Als nu die vragen rijpen

Waar moet ze hem dan grijpen

Dat is voor haar een groot bezwaar

Dus kreeg de gescalpeerde

Hetgeen zijn vrouw begeerde

Een pruik cadeau maar iets te groot

Die vloog een dagje later

Door een windvlaag in het water

En haast iedereen die zong toen vlot

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

't Autootje (uitvoering: The Three Jackets)

Refrein:

We hebben een ongeluk gehad met 't autootje,

Met 't autootje, met 't autootje.

't Gebeurde hier midden in de stad,

Met 't autootje, met 't autootje, met 't autootje.

En ik zei nog: "Lane we even wachten

We kunnen d'r zo niet door."

Maar hij zei: "Nee die bus die stopt wel

Rechts verkeer gaat voor."

Nou hebben we enkel en alleen nog maar een fotootje,

Van 't autootje, van 't autootje.

En de lampen en de bumper en het stuur

't Is te koop voor zeven vijftig

Of vindt u dat nog te duur ?

 

't Was wel niet zo'n beste en hij reed niet altijd goed.

Hij reed niet zoals een echte auto meestentijds wel doet.

Er was iets met de lagers en de kleppen en het stuur

En hij reed een op zeven, dat was wel een beetje duur.

Je kon 'm ook niet starten, maar dat gaf beslist geen zier

We duwden met z'n tweeën voor ie liep een goed kwartier.

En als je op de claxon drukte, ging de wijzer uit.

Dat gaf niks: zonder toeter had je toch genoeg geluid.

Maar toch was ie niet slecht,

We waren eraan gehecht.

Nou gaat ie naar de sloop

Is als oud roest te koop

 

We hebben een ongeluk gehad met 't autootje,

Met 't autootje, met 't autootje.

Nou hebben we enkel en alleen nog maar een fotootje,

Van 't autootje, van 't autootje

En de lampen en de bumper en het stuur

't Is te koop voor zeven vijftig……

Niemand ?

Nou vijf gulden dan

Of vindt u dat nog te duur ?

 

Terug naar overzicht

't Avondklokje

(met dank aan Inez voor het sturen van de teksts)

Zachtjes klinkt 't avondklokje,
Alles begeeft zich ter ruste neer.
Vogelen zingen treurige liederen,
't Zonlicht daalt in 't Westen neer.
Vogelen zingen treurige liederen,
't Zonlicht daalt in 't Westen neer

Achter in 't zwarte klooster,
Zusters in hun stille dracht.
Zij verplegen daar de lijders,
Die gewond zijn aangebracht.
Zij verplegen daar de lijders,
Die gewond zijn aangebracht.

Beide deuren staan wijd open
En een zuster treed daar in,
Met een jongeling in haar armen,
Die nooit meer ten strijde ging.
Met een jongeling in haar armen,
Die nooit meer ten strijde ging.

Beide beenen afgeschoten
En daarbij zijn rechterhand.
Want hij had zoo trouw gestreden,
Voor zijn dierbaar Vaderland.
Want hij had zoo trouw gestreden,
Voor zijn dierbaar Vaderland.

Achter in 't zwarte klooster,
Klopt een droeve moeder aan.
Ligt mijn zoon hier zwaar gewond soms,
Gaarne zou ik tot hem gaan.
Ligt mijn zoon hier zwaar gewond soms,
Gaarne zou ik tot hem gaan.

"Arme moeder" sprak de zuster,
"Ach uw zoon die leeft niet meer.
Al zijn lijden is geweken,
Hij stierf voor zijn land en eer.
Al zijn lijden is geweken,
Hij stierf voor zijn land en eer."

In de kamer aangekomen,
Nam zij 't witte doodskleed af.
En in tranen stort zij neder,
Delft voor mij en hem een graf.
En in tranen stort zij neder,
Delft voor mij en hem een graf.

Op 't kerkhof ligt begraven,
Eene moeder en haar zoon.
En nu strijden zij voor eeuwig,
Ja voor eeuwig voor Gods troon.
En nu strijden zij voor eeuwig,
Ja voor eeuwig voor Gods troon.

Terug naar overzicht

Avondlied

(met dank aan Anne Nettesheim voor het sturen van de teksts)

Gij heldere sterren die van boven,

Met vriendelijk oog ons tegenlacht,

Ons leert den goeden God te loven

Gij heldere sterren, goedenacht (bis)

 

Gij schoone bloemen die onze oogen

Verlustigd hebt door kleurenpracht

Dat droppels dauw u laven mogen

Gij schoone bloemen, goedenacht (bis)

 

Gij lieve vogels, moe van t' kweelen

Slaapt in uw stille nestje zacht

Om morgen wéér ons oor te streelen

Gij lieve vogels goeden nacht (bis)

 

Gij allen die van 't werken moede,

Van zoete slaap verkwikking wacht,

Rust zachtkens in Gods veilige hoede,

God schenkt u allen goeden nacht (bis).

 

Terug naar overzicht

's Avonds als het kampvuur brandt

(tekst: André Meurs/muziek: Tom Erich/uitvoering: The Kilima Hawaiians/De Chico's)

(met dank aan Betsy van Dijk voor het sturen van de teksts)

Als de cowboys met hun paarden

Door de wijde prairie gaan

Om te zoeken naar hun kudde

Mijlen bij de ranch vandaan

Gaan zij als de nacht gaat dalen

Rond het kampvuur heengeschaard

Want, dan gaat de rusttijd komen

Voor de cowboy en z'n paard

 

's Avonds als het kampvuur brand

Als maan en sterren aan de prairiehemel staan

Dan hoor je bij het laaiend vuur

Menig cowboy avontuur

's Avonds als het kampvuur brand

 

Yippiayee, yippyayoo

Vanaf de heuveltoppen klinkt de echo mee

's Avonds als het kampvuur brand

 

Maar als dan de nacht gaat komen

En de meesten slapen gaan

Komen ook de cowboydromen

Van een zorgeloos bestaan

Even wordt hun rust gegeven

Maar de stilte duurt niet lang

Want dan hoor je op de prairie

Weer opeens cowboy gezang

 

's Avonds als het kampvuur brand

Als maan en sterren aan de prairiehemel staan

Dan zingen cowboys met elkaar

Bij muziek van hun gitaar

's Avonds als het kampvuur brand

 

Terug naar overzicht

's Avonds bij het licht der sterren

(tekst: Willy Rex/muziek: Jack Bulterman)

(uitvoering: Eddy Christiani/ Sanny Day en Miller Kwartet/Marcel Thielemans en The Ramblers)

(met dank aan Betsy van Dijk voor het sturen van de tekst)

'k Lijd aan slapeloze nachten

En ik weet niet hoe dat komt.

't Is of binnenin een stem roept,

Die wel zwelt maar nooit verstomt.

Juist wanneer de maan gaat schijnen

Komen de symptomen weer.

'k Kijk dan telkens door de ruiten

En loop zuchtend heen en weer:

 

Refrein:

's Avonds bij het licht der sterren

Kijk ik even naar de maan.

Die lacht mij dan toe van verre.

Zou zij soms mijn wens verstaan ?

Zou zij weten wat mij scheelde,

Eenzaamheid die maakt mij ziek,

'k Zoek naar romantiek.

's Avonds bij het licht der sterren

Kijkt de maan mij guitig lachend aan.

Zou zij soms mijn wens verstaan ?

 

Zou het soms de liefde wezen

Die mij ongedurig maakt

Die mijn hart zo fel doet kloppen

Amors pijl die altijd raakt ?

Zeg, jij dik en goedig maantje,

Wie heeft er nu wel de schuld,

Dat ik steeds naar jou moet kijken.

't Hart van onrust is vervuld.

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Avondzang

(met dank aan Anne Nettesheim voor het sturen van de tekst)

Het zonlicht daalt in 't Westen neder

In een zee van vloeiend goud

En geen vogel rept zijn veder

Door de duist're zaal van 't woud

 

Heel de schepping ver in 't ronde

Schijnt van kalme sluimersponde

Zelfs de dart'le levenslust (bis)

Neigt het hoofd en gaat ter rust.

 

Sterveling, door een last van zorgen

Afgestreën en afgemat

Leg u neder tot de morgen

Licht geeft op uw levenspad

 

Sluimer kalm, het somberst heden

Zinkt in d' afgrond van 't verleden

En een nieuwe dageraad (bis)

Draagt een glimlach op 't gelaat.

 

Terug naar overzicht