SeniorPlaza

Uit (groot)moeders tijd

De dertigste mei

(tekst: Jack Bess/muziek: Karl Erpel/uitvoering: Johnny Hoes)

Zo juist kwam voor ons allen

Een zeldzaam goed bericht

Het zal ook u bevallen

Trek dus een blij gezicht

Wie had zoiets gedacht

Dat had geen mens verwacht

 

Refrein:

De dertigste mei

Is ons land belastingvrij

Dan zingt 'n ieder blij

Dat leed is weer voorbij

De dertigste mei

Is ons land belastingvrij

En staan we bij een spaarbank in de rij

Maar 't juiste jaar

Wat 'n verdriet

Dat weten wij nog niet

Maar 't juiste jaar

Wat 'n verdriet

Dat weten wij nog niet

 

Nu kunnen wij gaan sparen

En kopen wij 'n slee

Na zoveel magere jaren

Wordt alles nu okee

We vragen straks ontsteld

Wat doen we met ons geld

 

Refrein

 

Nog meer dan andere jaren

Verlang ik nu naar mei

Ik wou dat we zover waren

Voor u maar ook voor mij

Want dan komt de mei in 't land

Dan lees je in de krant

 

Refrein

Terug naar overzicht

De dief (tekst: Tony Schmitz)

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

Hij liep op straat; hij had geen werk geen eten;

Een leege maag bedierf het reinst geweten.

Hij had geen geld voor brood of voor een prop,

Toen lichtte hij een la met zeven pop.

Maar toen ie ’t geld in de kroeg zat te verteren

Kwam hem een dikke diender arresteren.

Door wijze rechters werd beslist zijn lot:

Men stopte hem voor twee jaar achter slot.

 

En toen hij los kwam, na twee lange jaren,

Had hij een duitje over kunnen sparen,

Hij kon een vak en werken wilde hij ...

Zoo kwam hij weder in de maatschappij.

Maar toen hij bij een baas om werk ging vragen,

Werd voor zijn neus de deur gauw dichtgeslagen,

Want ‘t was bekend bij ieder in de stad,

 Dat hij als dief twee jaar gezeten had.

 

Hij zocht en vroeg, maar nergens wilde ‘t lukken

Geen ouwe kennis die zijn hand wou drukken -

Zijn geld was op, hij liep van vroeg tot laat

Als een geslagen hond schuw langs de straat.

Hij werd het moe, altijd om werk te vragen,

Daar hij toch ‘t Kaïnsteeken scheen te dragen,

Van honger bevend liep hij daar alleen,

Met al zijn teenen door zijn schoenen heen.

 

En toen hij het niet langer uit kon houwen

Dacht hij: "Ik laat me er weer achter douwen".

En in een winkel stal hij toen een broek,

En liet zich daad'lijk pakken op den hoek.

"Waarom hij wéér stal", wou de rechter weten,

En norsch en wreev’lig zei hij: "Om te vreten.

Als eerlijk mensch ging ik van honger dood...

Als dief krijg ‘k minstens snert en roggebrood".

 

Terug naar overzicht

De dievenwagen

Jongens kom kijken, de wagen staat voor

De dieven worden weggereden

Dan zie je de stumperds, hun handen geboeid

Die soms niet het ergste deden

Soms is het een jongen, lang werkeloos

Die 't deed daar hij niets kon verdienen

Vaak zie je de moeders aan het station

Die stil in een hoekje staan grienen

 

Refrein:

Lach nooit, als je die wagen ziet staan

Je kunt hen gerust wel betreuren

Denk maar alleen: wat hij heeft gedaan

Kan morgen mij ook gebeuren

 

Wat is het niet wreed als je loopt langs de straat

En overal zie je die weelde

Dan loop je te denken - hoe mooi rijk te zijn

Wat arm zijn wij dan toch, misdeelden

En als soms je kinderen vragen om brood

Je kunt hun ook dat niet eens geven

Dan steel je maar - want 't is voor je kind

Dat heeft toch het recht om te leven

 

Refrein

 

't Is altijd geen dief die de wagen ingaat

En da's natuurlijk weer het mooie

Het zijn soms die jongens, die geen dienst willen doen

En die ze de nor maar in gooien

Maar hij die vermoordt - en geld heeft, zo'n ploert

Hem wordt steeds die schande vermeden

Hij wordt echter niet met die wagen vervoerd

Maar in z'n eigen auto gereden

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

De dobbelaar

(met dank aan Marc Blokland (†) voor het sturen van de tekst)

O vader, o vader, komt huiswaarts met mij,

De klok slaat reeds één op de kerk.

Gij beloofdet mij, vader te komen naar huis,

Zodra als gedaan was Uw werk.

Het vuur is gedooft, geen licht is in huis,

En moeder verlangt U te zien,

Vermits klein Benny ziek ligt op haar schoot,

En niemand hier hulp kan biên.

Kom thuis, kom thuis, o vader, o vader kom thuis.

 

O vader, o vader kom huiswaarts met mij,

Reeds twee uren slaat de klok nu.

Het huis is zo stil en klein Benny zo ziek,

En hij roept gestadig om U.

Want moeder die denkt dat hij sterven zal,

Nog eer dat het donker zal vliên.

Daarom lieve vader kom huiswaarts met mij,

Als gij hem nog levend wilt zien.

Kom thuis, kom thuis, o vader, o vader kom thuis.

 

O vader, o vader kom huiswaarts met mij,

Want moeder die schreit van verdriet.

Zij kust onze Benny zo teer en zo lief,

Terwijl hij geen lachje meer biedt.

Zij wringt hare handen zo krimpend ineen,

Zij is nu zo droevig van hart,

Zij ligt op haar knieën en biddend roept zij:

"Mijn god wat lijd ik een smart !"

Kom thuis, kom thuis, o vader, o vader kom thuis.

 

O vader, o vader, laat 't spel dan toch staan,

Kom mede en gaat toch met mij.

Want Benny is zo ziek en moeder bedroefd,

Kom vader, zie toch hoe ik lij.

Blijf toch voor de stem van de rede niet doof,

Want moeder die weende zo hard,

Ze riep: "O mijn God, mijn Benny die sterft !"

Zij lijdt zoveel bittere smart.

Kom thuis, kom thuis, o vader, o vader kom thuis.

 

O vader, o vader kom huiswaarts met mij,

De klok in de toren slaat drie.

Het huis is zo ledig, de uren zo lang ,

Daar moeder en ik U niet zie.

Het is nu zo stil, want Benny is dood,

Door de engelen ten hemel gebracht,

En dit zijn de woorden die hij stervende sprak:

"Ik wil kussen mijn vader goênnacht !"

Goedenacht, goedenacht, ik wil kussen mijn vader goênacht.

 

Terug naar overzicht

 

De dodensprong

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

Zij waren artisten, die beiden

Bedrukt door de zorgen van 't vak

Steeds hopend op betere tijden

Gehuisvest hoog onder een dak.

Hij draaide zijn salto's zo prachtig,

Zij zong hare liedekens blij,

Hij was als van staal, jong en krachtig

De vrouwelijke charme had zij.

 

Het geluk in 't vak was verdwenen

Hij kreeg maar geen engagement

Niets had hij meer om te belenen

Zo'n tijd had hij nimmer gekend.

Zijn vrouwtje zag hij verkwijnen

Daar 't nodige steeds hen ontbrak,

De gelukszon wilde niet schijnen

Bij die twee daar onder een dak.

 

Door wanhoop tot 't uiterst gedreven

Heeft hij nu een waagstuk bedacht.

Hij sidderde nooit voor het leven

Doch bouwde steeds op zijn kracht.

'n Dodensprong, wilde hij gaan maken

Uit de nok van het circusgebouw

Wellicht maakt hij dan goede zaken

Het is toch voor haar, zijne vrouw !

 

De zaak is in orde gekomen

't Kontrakt is getekend en klaar

Ook heeft hij een voorschot genomen

Om toch iets te kopen voor haar.

Hij kocht haar van alles, ook bloemen

En sierde de kamer daarmee

Voor 't eerst kon hij zich weer noemen

Geslaagd en gelukkig, tevree.

 

Geluk kon de direktie zich wensen

Op d' avond van de grote dag

't Voorplein zag zwart van de mensen

En rijtuigen van allerlei slag.

Men verdringt zich bij de loketten

De emotie wordt graag nagejaagd.

Zelfs buiten verkoopt men biljetten

Waarvoor men het dubbele vraagt.

De voorstelling is aangevangen

Gaat kalm tot zover voorbij

 

Nu wordt er de brug uitgehangen

En is de held van de dag aan de rij.

Wat treedt hij daar statig naar voren

Volkomen bewust wat hij doet

Een dond'rend applaus doet zich horen

En dankend brengt hij zijn groet

 

Zij was verpletterd van smarte

Toen men het vertelde aan haar

Zijn dood brak haar plots'ling het harte

Zij zakte van smart in elkaar.

Hij werd van de armen begraven

Alleen door zijn vrouwtje betreurd

De paarden die zag men weer draven

In 't circus als of er niets was gebeurd.

 

Doch 't vrouwtje kon niet meer wenen

Ook denken kon zij niet meer

Opeens is de arme verdwenen

Op 't kerkhof daar vond men ze weer.

Gestorven door smart niet te noemen

Op z'n graf door de dauw reeds bevocht

Haar hand omklemde de bloemen

Die hij eens voor haar had gekocht

 

Terug naar overzicht

De dolle muziekles

(tekst: J.L. Paerl / muziek: Paul Misraki)

(Succesnummer van The Ramblers omstreeks 1951)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

't Leren van piano gaat nooit erg vlug

Denk maar eens terug, denk maar eens terug.

Om een kind muziek te leren, valt niet mee

Volg daarom dit allernieuwst idee:

 

Refrein:

De cymbaal, kind'ren, die doet tsjeng, tsjeng, tsjeng,

En de trom, kind'ren, die doet boem, boem, boem,

Tsjeng-boem, tsjeng-boem, tsjeng tra-la-la-la

Muziek leer je kwiek en magnifiek, comme-ca !

De viool, kind'ren, die doet ploem, ploem, ploem.

En de bas, kind'ren, die doet zoem, zoem, zoem.

Ploem-zoem, ploem-zoem, tsjeng tra-la-la-la

Muziek leer je kwiek en magnifiek, comme-ca !

Door d' instrumenten te variëREN,

Gaat men waardeREN,

Het musiceREN,

Zowel bij be-bop als bij SamBA,

Een symphonie of opéRA

De trombone, kind'ren, die doet vron, vron, vron,

En de fluit, kind'ren, die doet tuut, tuut, tuut.

Vron-tuut, vron-tuut, tsjeng tra-la-la-la

Muziek leer je kwiek en magnifiek, comme-ca !

 

 

Componeer ik soms, maar ik weet niet hoe,

Ga 'k naar buiten toe, ga 'k naar buiten toe.

Om een nieuw refrein tevinden, luister ik,

Naar de nachtegaal, de leeuwerik.

 

Refrein...

En de kraai, kind'ren, die doet kroa, kroa, kroa,

En de eend, kind'ren, die doet koën, koën, koën.

Kroa-koën, kroa-koën, tsjeng tra-la-lala

Muziek leer je kwiek en magnifiek, comme-ca !

En de koe, kind'ren, die doet boe, boe, boe,

En de vink, kind'ren, die doet fwiet, fwiet, fwiet,

Boe-fwiet, boe-fwiet, tsjeng, tra-la-la-la.

Muziek leer je kwiek en magnifiek, comme-ca !

Bèh doet het lammetje in de wei-EI,

Tok, tok de ki-IP.

En legt een ei-EI.

En d' ezel balkt i-a, i-a, A.

We doen 't hem nog veel beter NA.

Het konijn, kind'ren, die doet (mimiek)

En de karper, kind'ren, die doet (mimiek)

(afwisselend mimiek konijn-karper) tsjeng, tra-la-la-la

Muziek leer je kwiek en magnifiek, comme-ca !

 

 

Maar als 't lelijk weer is, blijf ik in de stad,

Denk ik, weet je wat, denk ik, weet je wat.

'k Zet me rustig voor het venster en ik laat,

m' Inspireren door 't geluid op straat.

 

Refrein:

De auto, kind'ren, die doet (ratelen)

En de fiets, kind'ren, die doet (bellen)

(Afwisselend ratelen en bellen) tsjeng, tra-la-la-la,

Muziek leer je kwiek en magnifiek, comme-ca !

De chauffeur, kind'ren, die doet (autotoeter)

De agent, kind'ren, die doet (politiefluit)

(Afwisselend autotoeter en fluit) tsjeng, tra-la-la-la,

Muziek leer je kwiek en magnifiek, comme-ca !

Zo kan een iedereen studeREN,

Om het te leREN,

Dat componeREN.

Zo word je gauw een componi-IST

Al is 't geen Richard Strauss of Li-IST.

En tot slot willen wij proberen,

Het geheel te recapituleren,

Tjseng, boem, ploem, zoem,

Vron, tuut, kroa, koën,

Boe, fwiet, konijn, karper,

Ratel, bel, toeter, fluit, tsjeng tra-la-la-la,

Muziek leer je kwiek en magnifiek, comme-ca !

 

Terug naar overzicht

De dominee

(met dank aan Hanneke Peters voor het sturen van de tekst)

Naar het kleine vissersdorpje aan de grote grijze zee
Bracht de boot de ongetrouwde jonge slanke dominee
Drie kisten met boeken en bijbellectuur
Bracht ie mee voor toekomstige zielencultuur
Boeken vol nut, over de dichteren Josua, Rigteren, Ruth

's Winters als de stormen loeien aan die grote, grijze zee
Werkt in het eenzaam huis de stille ongetrouwde dominee
Hij pent er zijn preek over hemel en hel
Moreel hoog te staan, dat gelukt hem zo wel
Hij lag beschut tussen de dichteren Josua, Rigteren, Rut

Maar in het voorjaar als het warm wordt aan die mooie blauwe zee
Ay dan vaart de sluwe satan in de bleke dominee
Hij toont hem de meisjes goedlachs en gevuld
Hij voert ze zijn raam langs en tergt hun geduld
Vent zonder pit, hahahah roepen de dichteren Josua, Rigteren, Rut

Eindelijk wordt het hem te machtig aan die grote, grijze zee
En hij zoekt en vindt een huisvrouw, voert haar naar zijn dorpje mee
Nu zie hij niet bleek meer en de dorpspastorie
Is een en al leven en vol poëzie
En het kleine grut heet naar de dichteren Josua, Rigteren, Rut

 

Terug naar overzicht

De drankduivel (Willy Derby)

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

‘k Sleep m’n leven hier voort

En verlang naar m’n graf

’t Was voor anderen ’n moord

Voor mezelf steeds ’n straf

Slechts den dood zeg ik dank

Als hij een weldaad me doet

‘k Ben verslaafd aan den drank

O ik weet het zoo goed

 

Refrein:

O waarom laat je me toch zoo lijden

Gij drank die het graf voor me graaft

Ik vervloek je

Ik kan niet van je scheiden

Ja ik weet het

Ik ben aan je verslaafd

 

Toen ik alles verloor

Eerst m’n vrouw toen m’n kroost

Gaf ik den duivel gehoor

‘k Zocht bij jou toen m’n troost

Eerst niet veel d’ eerste keer

Maar allengs werk ik zwak

Ik nam meer steeds maar meer

En nu ben ik ’n wrak

 

Refrein

 

‘k Draag ’t vreeselijkste lot

En dwaal schuw langs de straat

‘k wordt door de kleinen bespot

Door de grooten gehaat

Ik smeet je vaak van me af

Met ’n duivelsche lach

Vloekte ‘k jou als m’n straf

‘k Nam je weer d’anderen dag

 

Refrein

 

Elke slok weinig of veel

Ik beken het je grif

O dat brandt in mijn keel

Als het moordendste vergif

O m’n God geef me kracht

Maak me los laat me vrij

‘k Bezit niet de macht

Al m’n krachten nam jij

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

De drie klokken

(tekst: Chef van Dijk/muziek: Max Tak/uitvoering: Bob Scholte)

Verscholen tussen 't groen der bomen

Ligt ver van hier een klein gehucht

Daar wordt een jongetje geboren

De sterren twink'len in de lucht

Zijn moeder kust hem in vervoering

Er werd zo op zijn komst gehoopt

Morgen brengt men hem vol ontroering

Naar 't kerkje waar hij wordt gedoopt

 

En de bronzen klokken luiden

Blijde klonk hun fantasie

En zij duiden door hun luiden

Op een welkomst-melodie

Een wereldburger is gekomen

Een nieuw leven in 't heelal

Nog onschuldig onbedreven

Maar door liefde reeds omgeven

In dit aardse tranendal

 

Na jaren, tussen 't groen der bomen

Daar in dat dorpje, ver van hier

Werd 't jongetje een stoere kerel

Zijn houding is zo trots en fier

Want hij vond de vrouw van zijn leven

Zijn mooiste droom komt weldra uit

Morgen leidt hij haar voor 't altaar

En dan is zij z'n liefste bruid

 

En de bronzen klokken luiden

Blijde klonk hun fantasie

En zij duiden door hun luiden

Op een huw'lijksmelodie

Door 't uitgesproken jawoord

Zijn zij voortaan man en vrouw

Zullen zij hun verder leven

Samen strijden, samen steven

Steunend op hun woord van trouw

 

't Is avond en rust heerst er op aarde

Als in datzelfde klein gehucht

Een man, die 't leven gaat verlaten

Weer twink'len sterren in de lucht

Zijn stervensuur is aangebroken

Een stem zegt zacht: " 't Is volbracht"

Door kind en vriend wordt hij gezegend

En naar z'n laatste rust gebracht

 

En de bronzen klokken luiden

Droef hun klank van fantasie

En zij duiden door hun luiden

Op een afscheidsmelodie

Het mysterie van 't leven

Is 't komen en 't gaan

Altijd trillen mensenharten

't Zij van vreugd', 't zij van smarte

Als de bronzen klokken slaan

De klokken slaan

 

Terug naar overzicht

De drie vaders (Willy Derby)

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

Kom kleine vent

Dolle rekel die je bent

Luister nu naar papa

Wees nu gauw stil

Immers, 't is al een paskwil

'k Doe 't werkje van mama

Wees maar niet boos

Je mama is naar de soos

Denk dus eens mens'lijk na

De kinderjuf zijn we kwijt

En de tiende meid

Is weggevlucht voor mama

Dat is 't begin, kleine man

Van 't emancipatieplan

Toe nou Koosje

M'n aardig prulledoosje

Staak je jammerklachten

Voor een poosje

Tot d' nieuwe juf is aangeschaft

Want je vader is al genoeg gestraft

Toe, vermoei niet je organen

Wat ik dom vind

Je moderne ma ziet toch niet

Naar je om, kind

Zeg, gebruik nu je verstand

En blijf droog m'n kleine klant

De schone luiers

Zijn niet bij de hand !

 

Heila schavuit

Hou nou effetjes je snuit

Tot ik je speentje vind

Maak j' niet zo dik

Neem een slokkie

Net als ik

Schreeuw me niet kleurenblind

Hier is je fles

Waar blijft 't wijf met d'r geklets

Die weet nooit van klok of tijd

Die raakt aan d' buurvrouw

Al d'r roddelpraatjes kwijt

En 'k speel hier voor kindermeid

Heb je dorst? He bij mij?

Daarvoor moet j' bij moeder zijn

Potvertroosme, wat zeg je van die wijven

Waar zou die afgelopen grammofoon nou blijven ?

'k Krijg van d' zenuwen haast de hik

'k Zal maar gauw een lekker neutje nemen

Voor de schrik

Kleine Kikkie, zeg dijs je nou

Wat flik-ie ?

Die zet me zo de sluizen open

Potverdikkie !

Nou, wat zeg je van zo'n wijf

Voel m'n broek eens aan, ik drijf

Is dat wat ?

Van binnen en van buiten nat !

 

Kom, kleine toet

Hou je mondje en wees zoet

Wees nu een brave vent

J' weet, kleine pop

Vader trekt steeds met je op

D' wereld loopt op zijn end

Doet het geen verdriet

Als je zo je vader ziet

Als een pantoffelheld

Stel je geen medelij

Als je moeder mij

Voor 'n grote sufferd scheldt ?

Wees maar zoet, lieveling

Moe is naar d' vergadering

Hou je luier nou schoon, m'n lieve Charlie

Want ik krijg er weer voor op m'n falie

Toe, ga nu niet zo bar tekeer

Heb een greintje meelij met je ouwe heer

'k Zal je ponn'tje en je hemdje even drogen

Anders loop ik straks met twee blauwe ogen

Help nu mee, m'n kleine guit

Als moe komt, hou dan je snuit

Anders mag 'k vanavond weer d' deur niet uit

 

Terug naar overzicht

De edelweiss staat weer in bloei (tekst: Jack Bess/muziek: Hugo Strasser)

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

Refrein:

De edelweiss staat weer in bloei,

Vlak voor ons kleine huis:

Nu kom je spoedig thuis !

Nu kom je spoedig thuis !

 De edelweiss staat weer in bloei,

En zegt me met zijn pracht:

"Nu komt de blijde dag, zo lang verwacht !”

 

Als ik loop te dwalen bij alpengloed,

Fluisteren de bergen: "Alles komt goed”.

De edelweiss staat weer in bloei,

In gouden zonneschijn !

Nu zullen wij weer spoedig samen zijn !

 

Toen je uit ons dorpje moest vertrekken

Zei jij, bij 't afscheid aan de trein:

"Als de kleine edelweiss in bloei staat,

Zal ik weer spoedig bij je zijn.”

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

De eerste huwelijksnacht

(Wijze: Als je pas getouwd bent krijg je koekjes bij de thee)

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

Geacht publiek luister goed

Wat ik zingen zal,,

't is een huwelijks plechtigheid,

Wat een raar geval.

Man en vrouw, pas getrouwd,

Gaan hun woning in,

Hij ziet dan tusschen het bedgordijn,

Daar is 't niet naar zijn zin.

En wat vindt nu de man daar tot zijn schrik,

Twee lieve kind'ren mollig en dik.

 En hij vroeg aan zijn lieve vrouwtje hoe dat kwam,

Zij sprak toen: ''Ach lieve man, daar vertel ik je later wel van."

 

Refrein:

Want als je pas getrouwd ben, krijg je koekjes bij de thee,

Lever op je brood en kinderen op je schoot,

Want als je pas getrouwd ben, krijg je koekjes bij de thee,

Kinderen op je schoot, breng ze maar groot.

 

Maar de man verheugd en blij,

Nam de kleine op zijn arm,

Maar na verloop van enkele tijd,

Werd het hem wat warm.

Ach lieve vrouw wat is dit nu,

Mijn trouwpak helemaal groen,

De kleine heeft mijn broek bepoept,

Dat moet hij niet meer doen.

Maar zijn vrouw kwam tot hem, zeer blij van zin:

,,Zeg lieve vent leg jij 't er in",

Hang jij nu maar je trouwpak in de kast,

Want ik heb slaap en jij mijn lieve knul gaat morgen aan de wasch.

 

Refrein

 

De eerste nacht van dit jonge paartje,

Was vreugde en genot,

Maar toen zijn vrouw hem wakker riep:

,,Jan geef me eens de pot."

Jan die dacht wat is dit nu,

Mijn bed is heelemaal nat,

Want op zijn nieuwe overhemd

Daar lag de kleinste met haar gat.

Jan werd razend op de kleine, maar o wee !!

Zijn lieve vrouw nam hem toen mee,

Aan de waschkuip moest de arme sukkel toen,

En waschte netjes al de str... al van zijn boezeroen.

 

Refrein

 

Maar na verloop van een maand of zes,

Wat vreugde, wat een pleizier,

Zijn vrouwtje zond hem per expres,

Nog een spruit of vier.

En toen de sukkel zeven jaar

In 't huwelijksbootje zat,

Verheugde hij zich met een dozijn,

Als hij aan de tafel zat.

Z'n lieve vrouwtje was hem gansch de baas,

En zij, want zij ging uit promoneeren,

Hij speelde met zijn lieve kinderen voor Jan Klaas,

En menig vriend van haar kwam dikwijls soms die toertjes van hem leeren.

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

De emigrant (Jerry Bey)

(met dank aan Betsy van Dijk voor de tekst)

Ze reikten voor 't laatst elkaar de hand

Een meisje en een jonge emigrant

Omdat z'n land hun weinig kansen bood

Trok hij ver weg, voor toekomst en voor brood

Ach meisjelief, voor onze toekomstdromen

Ga ik nu heen, zo heel ver weg van jou

Eens komt de dag, dat jij daar ook zal komen

Waar ik voor jou en mij een huisje bouw.

 

Hij deed daarginds zo goed z'n best voor haar.

Na twee jaar was 't eigen huisje klaar.

Toen kwam de dag die hij nooit meer vergeet,

Hij kreeg een brief, vol emigrantenleed:

 

Ach jongenlief, je zult me wel verachten,

Je hebt je huis gebouwd voor niemendal.

Ik kon op jou helaas niet langer wachten

Omdat ik met een ander trouwen zal !

 

Ik kon op jou helaas niet langer wachten,

Omdat ik met een ander trouwen zal !

 

Terug naar overzicht

De Engelsen vlogen bij nachte

(met dank aan Gerard Engelbertink voor het sturen van de tekst)

De Engelsen vlogen bij na-a-achte

Zij  vlogen bij nacht door de lucht.

De Duitsers die hielden de wa-aa-achte

En gingen van schrik op de vlucht.

 

De sirenes begonnen te loeien

De bommen die vielen er neer

Ze raakten niks anders dan koe-oeien

Fabrieken bestonden niet meer.

 

 (Liedje uit de oorlog)

(Wijze: De herderkens lagen bij nachte)

 

Terug naar overzicht

De familie Van Tutten

(uitvoering: Jan de Cler)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

In een straatje van een stadje
Met een huisje en een platje
Woont het huisgezin van Henderik van Tutten
Ze zijn zo beschaafd en netjes en een heel klein tikje vetjes
Op het hekje zit een bordje H.v.Tutten
Achter groen geverfde horren
Zie je Henderik zijn snorren
Als hij met zijn krantje op zijn praatstoel zit
En je ziet ze weer verdwijnen
Bij het sluiten der gordijnen
Als de theepot staat te trekken op de pit.
Maar voor dat Henderik zijn krant heeft weggelegd
Wordt er door niemand in de kamer wat gezegd
 


Ze zitten heel de lieve avond te pietlutten
De familie van Tutten
In comestibles en grutten
En heeft om tien uur ieder zich te bed gelegd
Dan is er veel gepraat en bijna niets gezegd
 


Mama van Tutten die de thee staat in te schenken
Moet nog even aan het blauwsel van haar wasje denken
 


Nou moe mijn witte wasje
Staat zo netjes in mijn kastje
Als ik alles nog met blauwsel heb gespoeld
Met een lintje en een kwikkie
En dan liefst nog met een strikkie
Als je allemaal begrijpt wat ik bedoelt.
 


Papa van Tutten die het allemaal moet horen
Zit zich verschrikkelijk aan zijn vrouw te storen.
 


Nou mens zit niet te zeuren
Wat kan mij van alle kleuren
Nou precies dat blauwe blauwsel nog wat schelen
Met dat stomme wasgebeuren
Zit je heel de tijd te zeuren
En dat begint mij danig te vervelen
 


Ze zitten heel de avond te pietlutten
De familie van Tutten
In comestibles en grutten
En heeft om tien uur ieder zich te bed gelegd
Dan is er veel gepraat en bijna niets gezegd

 

 

Terug naar overzicht

De filosofische ekster

(Eduard Jacobs 1868-1914)

(met dank aan Jeanne Albers voor het sturen van de tekst)

Een ekster stal op zeek're morgen
Een gouden armband van mevrouw
Hij had hem op een plek verborgen
Waar men hem niet gauw vinden zou
Maar 'n papegaai ging hem verklappen
Men sloot hem in een donker hok
En lorre lachte en maakte grappen
Toen de arme ziel zijn cel betrok


De ekster ging heen
En dacht: Hoe verkeerd
Dat heeft-ie bepaald
Van de mensen geleerd


Toen de ekster weer was vrijgekomen
Nadat hij een jaar gezeten had
Heeft hij maar gauw de vlucht genomen
Ver van die grote muffe stad
Hij wou een onderkomen vinden
Bij 'n ouwe vriend of een vriendin
Doch waar hij kwam, hij vond geen vrienden
Men liet de stumper nergens in


De ekster ging heen
En dacht: Hoe verkeerd
Dat hebben ze nu
Van de mensen geleerd


Hij zag in drukke conversatie
Een troepje eksters in de wei
Hij dacht: 'k Ben van de permitatie
En kwam dus kalmpjes erbij
Maar dat bezoek heeft hem gespeten
Hij kreeg van alle kanten troef
Men riep: "Je hebt een jaar gezeten
Laat ons met rust, gemene boef !"

 


De ekster ging heen
En dacht: Hoe verkeerd
Dat hebben ze vast
Van de mensen geleerd


Zo zwierf de ekster vele dagen
Ten prooi aan honger en verdriet
Hij durfde nergens hulp meer vragen
Daar zijn familie 'm zelfs verstiet
Hij wilde werken als tevoren
Maar daarin heeft hij zich vergist
Steeds moest hij van zijn misdrijf horen
En zo werd hij recidivist


Terwijl hij weer stal
Dacht hij: 't Is verkeerd
Maar dat heb ik nu
Van de mensen geleerd !

Terug naar overzicht

De fles

(Tekst en muziek: Paoli en De Koning/uitvoering: Jan Boezeroen)

De fles speelde een grote rol in heel m'n droef bestaan

Omdat ik nooit geen liefde kreeg ben ik aan de fles gegaan

Jij vrouwenvriend, jij schonk sindsdien mij menig levensles

Ik heb gelachen en geweend bij jou m'n trouwe fles

 

Refrein:

Mocht ik door de drank bezwijken

Mocht ik naar de donder gaan

Laat dan op m'n grafsteen prijken

"Hij kon niet meer op z'n benen staan"

Mocht ik door de drank bezwijken

Mocht ik naar de donder gaan

Laat dan op m'n grafsteen prijken

"Hij kon niet meer op z'n benen staan"

 

Als ik afgemonsterd was dan was m'n eerste gang

't Meisje waar ik veel van hield m'n hele leven lang

En als 'n ander naar d'r keek dan flikkerde ik een mes

Dan werd ik om m'n neus wat bleek en greep weer naar m'n fles

 

Refrein

 

En mocht ik 's nachts op de oceaan, wanneer de stormwind brult

Bezopen op de voorplecht staan, de fles nog half gevuld

En seint dan onze marconist het noodsein, S.O.S.

Dan gaat m'n laatste voet aan wal, gestoken in 'n fles

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

De Franse gouvernante

(Jean-Louis Pisuisse 1910)

 'n Grote stad, 'n stille gracht

'n Deftig huis met 'horren'

'n Liverei-knecht, 't is de pracht

Met bakkebaard, geen snorren

Die staat te buigen voor de deur

En uit de vigelante

Stapt met 'n lachje en 'n kleur

De Franse gouvernante

 

Mevrouw ontvangt haar in 't kantoor

Mam'sell' maakt 'reverence'

Mama stelt haar de meisjes voor:

Mimi, Fifi, Hortense

Papa zegt heel distrait: "Bonjour"

Maar achter zijn courante'

Zit hij als kenner op de loer

Naar de Franse gouvernante

 

Tussen het slaapvertrek der juf

En het boudoir der meisjes

Daar zingt de oudste zoon, student

Sentimentele wijsjes

Er klinkt verliefdheid in de stem

Van Wim, de elegante'

Niet voor de zusjes, maar voor hem

Is de Franse gouvernante

 

Als straks Mam'sell' zich toiletteert

Staan Frans en Fritsje buiten

De tweelingen, die door 't sleutelgat

De Marseillaise fluiten

De 'Vrouw' is reeds het zwakke punt

Voor deze jonge kwante'

En strakjes spelen ze kruis of munt

Om de Franse gouvernante

 

En d' and're morgen aan 't ontbijt

Mam'sell' die is nog boven

Dan komen de jonge meisjes los

"O, ma ! U kunt 't niet geloven

Zij draagt 'n onderrok van zij

En 'n, weet-u-wel met kante'

En 'n opengewerkte nachtjapon

De Franse gouvernante

 

En als ze 'r bad genomen heeft

Dan parfumeert ze 'r arme'

Haar schouders en haar hele hals

Met "violette-de-parme"

Papa zegt: "Zulke praatjes zijn

Unladylike, genant,eh

Maar ondertussen denkt-ie: Fijn

Zo'n Franse gouvernante

 

En Wim en Frans en Frederik

Die zitte' erbij te gnuiven

En ieder denkt: Als 't lukt zal ik

M' eens op mam'selle fuiven

Kortom, het hele huis loopt dol

Op de geestige, pikante

Modieuze en verleidelijke

Franse gouvernante

 

'n Deftig huis, dus hallef-elf

Dan zijn de lui naar bed en

Dan laat een rolgordijn je zien

De raarste silhouetten

Soms is 't papa, en soms is 't Wim

Ook Frits en Frans zijn klante'

Maar altijd is de and're schim

De Franse gouvernante

 

Terug naar overzicht

De frut

(met dank aan Andreas Jaquet voor het sturen van de tekst)

Wat men in de gazetten

Zo allemaal komt te zetten

Zeg vrienden hoor eens aan

Wat ik in de gazet zag staan

 

Op het eerste blad gekeken

Veel politieke streken

Een verschrikkelijke brand

En werkstaking in ons land

Poging tot broedermoord

Een mens of zes vermoord

Een vrijer die uit jaloezie

Zijn lief het hart doorboort

 

Ontploffing hier en daar

Een schip is in gevaar

Een schip opgelicht, de politie zoekt ernaar

En ginder ver is een diefstal bedreven

Een slechte vrouw die haar man wil vergeven

En daar is een kassier gaan lopen met de kas

En een manneke heeft zich zeer gedaan aan een stuk glas

 

Ze hebben een dief gearresteerd aan de statie

En vannacht is er gestolen aan de natie

Want brand en ongeval

Ja moorden en diefstal

't Is eender waar gij zijt, ge leest het overal

 

Een moordenaar voor assiezen

Gevecht met de politie

De grote schobbejak

Die is gestoken in den bak

Een gendarm omvergestoken

En twee kotjes gesloten

De vrouwen op de baan

Hebben haarke pluk gedaan

 

Zelfmoord op den dam, een botsing met den tram

Ne sukkelaar heeft zich opgehangen aan een kram

Bloedige vechtpartij en een aftroggelarij

Ne portemonnee gevonden met veel geld, maar die is van mij

Een razend kind heeft een hondje gebeten

Een anarchist heeft met dynamiet gesmeten

Nen beenhouwer heeft zijn vrouw het koppeke afgekapt

Hij heeft hem laten koken en in zijne frut gelapt

 

Een vliegmachine is in 't water gevallen

Ze hebben een vrouw aangerand aan de wallen

Een aanranding te Mol

Te Gent een paard op hol

En stillekens aan geraken de gazetten vol

 

Ongeval op de leien

Den oorlog in Turkije

Een mirakel in Put

Dat stond natuurlijk in de frut

Geval van razernij

En 't sport er dan nog bij

Den uitslag van een tombola van een maatschappij

 

Op heterdaad betrapt

'T Parket is afgestapt

Een vrouw die krijgt drie maanden

Want zij heeft haar tong voorbijgeklapt

Dan heb je de namen van mensen die gaan trouwen

Zeg mannen zie dat ze u daar niet tussendouwen

Een werkman heeft het groot lot, wel da's eerste klas

Ik wens hem geluk, maar ik wou dat ik het zelf was

Ze hebben het kanaal overgezwommen

En Janneke Olieslagers is hoger geklommen

Een gouden jubilee

't Is die van mijne pree

Die slaapt al vijftig jaren lang zat op den planchee

 

De schepen die aanstomen

En van 't stad terug wegstromen

De prijzen van het graan

Een huis dat niet wil blijven staan

Uit Merksplas gaan lopen

Om huizen en grond te kopen

Gevraagd een kindermeid

Die met geen soldaten vrijt

Te huur een kwartier

Gevraagd ene koetsier

De burgerlijke stand en ook de huizen van plezier

 

Verloren ene spits

Reclame van den Tits

En andere grote winkels ge zou zeggen 't is voor niks

Dan heb je er een hele hoop met poeders en met pillen

Dat is voor mensen die niet sterven willen

Ne militair viel in 't water, ja hij was wat zat

Hij werd gered, maar heel zijne jas was nat

Daar is een pachter overreden met den trein

Bij den dentist trekken ze je tanden zonder pijn

 

Vrienden ge ziet van hier

Verduldig is 't papier

Maar men leest toch graag de gazet met veel plezier

 

(De frut is de bijnaam van de Gazet van Antwerpen. Toen de drukkerij lang, lang geleden zich nog in de Nationalestraat bevond, bevond zich in de onmiddellijke buurt een slager die wel heel erg lekkere frut (hoofdkaas)maakte (Frut van Raas). Om zijn frut in te pakken gebruikte hij eerst wit papier natuurlijk, maar daarover een oud exemplaar van de Gazet van Antwerpen, vandaar de bijnaam de frut.)

 

Terug naar overzicht

De Genie-muziek

(tekst en muziek: P.C. Poortman)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Mina, kom eens gauw naar buiten !

Meid, daar komen de troepen an.

Hoor die kerels eens leuk spelen,

Ha, daar word je vrolijk van !

Laten we 'n eindje mee gaan lopen,

Vlak vooraan bij de muziek,

Bij de jongens en de meisjes,

Bij de hele kliek.

 

Kijk die ene kerel blazen,

Mien, hij barst er bijna van !

Hoor die grote trom eens razen,

Wat die kerel rans'len kan !

Alle mensen kijken vrolijk,

Lopen graag een eindje mee,

Iedereen verzet zijn zinnen,

Leve de muziek, hoezee !

 

Kijk dat ouwe vrouwtje,

Dat stapt stevig an

Alle kind'ren huppelen,

Niemand die meer stil staan kan.

'n Vrijer houdt zijn meisje

Nu nog beter vast,

Want bij zo'n vrolijk wijsje

Dient goed opgepast.

 

En die jonge meisjes,

O, wat zijn ze dol !

Muziek en militairen

Maakt hun hoofd op hol !

Menig hartje bonst er

Bij 'n soldatenblik,

Iedereen is vrolijk,

Allen hebben schik.

 

Ramen, deuren gaan er open,

Ieder laat zijn werk staan.

Allen moeten even kijken,

Wat voor troepen of daar gaan.

En wie er maar even tijd heeft,

Wandelt graag een eindje mee,

Voelt zich opgewekt en vrolijk,

Leve de muziek, hoezee !

 

Terug naar overzicht

De golven die zingen (Lied van de zee)

(uitvoering: Eddy Christiani)

Een jochie stond aan 't stille strand

Hij tuurde naar de zee

Zijn hartje zong het mooiste lied der zilte golven mee

De ernst en bewondering lag op zijn aangezicht

Zijn ogenpaar weerspiegelde een glimp van 't hemellicht

 

Refrein:

De golven die zingen: "Kom mee met mij"

Dan heb je de ruimte, dan ben je zo vrij

De golven die zongen het lied van de zee

Ze riepen hem aan en ze lokten hem mee

 

Hij sprak: "Wanneer ik groter ben

Wil ik een zeeman zijn

Dan word ik op een sprookjesschip een echte kapitein"

Het jochie dat ging langzaam heen

Bezonken en tevree

Nog eenmaal omziend, sprak hij zacht: "Tot weerziens lieve zee"

 

Refrein

 

Na vele jaren koos een schip met Neêrlands vlag de zee

Het nam een jonge frisse borst als lichtmatroosje mee

Hij wendde eenmaal nog het hoofd

En keek naar 't stille strand

Toen vond zijn blik de grote zee; hij deed zijn woord gestand

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

De grenssoldaat

Versie 1

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

 

Hij was soldaat, hij moest de grens bewaken.

De smokkelaars zij waren steeds actief.

Hij dacht er niet aan zijn plicht te verzaken,

Hij schoot als 't moest op smokkelaar en dief.

Ginds in het dorp had hij zijn geliefde trouw gezworen,

Zij beminden o zo zeer elkaar.

Al was haar vader ook een smokkelaar,

Ze was zo rein hij dacht alleen aan haar,

Ze was zo rein hij dacht alleen aan haar.

 

Zeg aan je vader dat hij op moet passen

En met dat smokkelen uit mijn nabijheid blijft.

Mijn waakzaam oog zal hem dan eens verrassen,

Indien hij hier de boel 't land uitdrijft.

Beloof me dat je, je nimmer laat misleiden,

Om hem te volgen op zijn pad.

Het is te gevaarlijk en te slecht voor jou m'n schat ,

Och lieveling, zeg toe beloof me dat,

Och lieveling, zeg toe beloof me dat.

 

Op zek're nacht toen hij op post moest komen

En een uur stond hij daar eenzaam reeds op wacht.

Terwijl hij aan zijn lieveling dacht,

Doorboord' zijn oog de donk're nacht.

Daar waar de grenzen zich elkander scheiden

Slopen twee schaduwen behoedzaam voort.

Hé daar klinkt het voor de eerste maal.

Een schot een gil hij had er een doorboord,

Een schot een gil hij had er een doorboord.

 

In stilte knielt hij bij het lichaam neder,

Maar wie ontdekt zijn droefheid en zijn smart.

Z'n lieveling ze ligt levenloos in zijn armen,

Een kogel trof haar midden in het hart.

Wanhopig heeft hij zijn besluit genomen,

Een schot valt voor de tweede keer.

Hij had voldaan aan zijn soldatenplicht,

Die arme grenssoldaat hij leeft niet meer,

Die arme grenssoldaat hij leeft niet meer.  

 

----------------------------------------------------------------------

Versie 2

(met dank aan Wim van Rijn)

 

Hij was soldaat, hij moest de grens bewaken,

De smokkelaars, ze waren zo actief.

Hij vreesde niet zijn plicht ooit te verzaken,

Schoot als het moest op smokkelaar of dief.

In 't dorp had hij zijn liefste trouw gezworen,

Ze minden o zo zeer elkaar,

Al was haar vader ook een smokkelaar,

Zij was zo rein, hij dacht alleen aan haar.

 

"Zeg aan je vader, dat hij op moet passen,

En met het smok'len verre van mij blijft.

Mijn waakzaam oog zal hem toch eens verrassen,

Indien hij hier de boel het land uitdrijft.

Zeg mij dat jij je nimmer laat misleiden,

Om hem te volgen op zijn pad,

't Is te gevaarlijk en te slecht m'n schat,

Och lieveling, zeg toe, beloof me dat.

 

Vraag niet om hem gewoon te laten lopen,

Hem laten gaan, zo midden in de nacht.

Met smokkelwaar om elders te verkopen,

Dat kan ik niet op mijn soldatenwacht.

Mijn lief daaraan zal ik niet kunnen denken,

Al zou 'k het gaarne doen voor jou,

'k Schendt nooit de eed van mijn soldatentrouw,

Zelfs niet al 'k jou er door verliezen zou."

 

Op zek're nacht, toen hij op post moest komen,

Een tijd stond hij daar eenzaam reeds op wacht.

Terwijl hij van zijn lieveling bleef dromen,

Doorboort zijn oog de donker-stille nacht.

Dit was de tijd dat er wat aan kon komen,

De grens passeren stil en stom,

Hij wachtte lang, de uren vlogen om,

De bomen ruisten zacht geheel rondom.

 

In stilte stond hij lang reeds daar te wachten,

Maar plots'ling had hij een geluid gehoord.

Daar waar de wegen zich elkander kruisen,

Slopen twee schaduwen behoedzaam voort.

"Werda!" zo roept hij reeds ten derde male,

'n Schot, 'n gil, hij trof er een,

De and're schaduw die vloog ijlings heen,

En toen was het weer stil zoals voorheen.

 

In stilte knielt hij bij het lichaam neder,

Maar wie beschrijft zijn wanhoop en zijn smart.

Z'n lieveling ligt levenloos ter aarde,

Een kogel trof haar midden in 't hart.

Wanhopig heeft hij een besluit genomen,

Een schot knalt voor de tweede keer,

Hij had voldaan aan zijn soldateneer,

De arme grenssoldaat hij was niet meer.

 

Zo vonden hem bij dag zijn kameraden,

En naast hem lag zijn liefste lieveling.

Hun handen lagen op elkaar geladen,

En aan haar vinger blonk zijn gouden ring.

Ze werden beiden in 't dorp begraven,

Ze blijven eeuwig bij elkaar,

De grenssoldaat, zijn lieve smokkelaar,

De liefde kent geen grens, dat blijkt toch zonneklaar.

 

Terug naar overzicht

De groeten van mijn tante

(oorspr. Tel Me A Story)

(uitvoering: Willy Vervoort)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Refrein:

De groeten van mijn tante

De groeten van mijn tante

’t Is zo'n plezante

Ze lijkt op Doris Day

Ze heet Marie en ze eet voor drie

Dus daarom dat ik ‘r gerne zie

Ze gaat naar bed mèèt… 't portret van Danny Kaye

 

Ben met m’n tante danig in m’n schik

Zij is bekend ja, meer bekend dan ik

Loop ik op straat of zit ik in een trein

Roept er iedere man of vrouw

Hoe gaat het met je tante nou

En ik zing dan lachend dit refrein

 

Refrein

 

Tante is gierig en dat maakt me woest

Laatst kocht zij een zak met dropjes voor de hoest

Zij riep met een stem die elke weerstand fnuikt

Slaapt vannacht maar buiten bed

En zorgt dat je verkouden bent

Zonde al die drop die werd gebruikt !

 

Refrein

 

‘k Zat op een bankje in een mooi plantsoen

Een meisje te kussen zoals zovelen doen

Toen kwam er ‘n agent die keek ‘t meisje aan

Lachend zei hij: “Met een vriend

Wie dat is weet ik niet

Maar je tante is het zeker niet !”

 

Refrein

 

Laatst had m’n tante vreselijk verstrooid

Mijn oom’s pyama uit het raam gegooid

Nou dat was m’n oom beslist niet naar de zin

O wat was m’n oompje kwaad

Zijn pyama lag op straat

En hijzelf zat er ook nog in !

 

Refrein

 

Met allemaal de compelementen van m’n tante.

 

Terug naar overzicht

De grote dag

(strijdlied)

(met dank aan Andreas Jaquet voor het sturen van de tekst)

Ons hart klopt blij, de grote dag gaat naderen

Die ons recht en vrijheid schenken moet

Hel bruist het bloed met snelheid door onze aderen

Doch met geduld zien wij hem tegemoet

Geen bloedwet zal ons kroost dan nog doen dienen

Tot borstweer van die rijke burgerij

Dan storten wij als levende machienen

Ons zweet niet meer in hare dwingelandij

 

Refrein:

O grote dag breek spoedig aan

Dan fluiten wij, dan fluiten wij

Dan planten wij de werkers rode vaan

 

 

De grote dag zal gans het heelal doen trillen

Door 't heil geroep van 't verloste volk

Geen macht op aarde zal 't bliksemen kunnen stillen

Door dwingelandij verveelde onweerswolk

Die dag zal ook geen leger kunnen oprukken

In naam van vetgemeste vorsten rot

En staf en troon zullen sidderend verbleken

Denkend aan zij beide toekomstige lot

 

Refrein

 

De dag waarop Christus werd geboren

Die zei dat wij gelijke broeders zijn

Is groot al ging zijn woord tot nu verloren

Al bleef men 't volk verwijten als een zwijn

Maar ach den dag waarop men deze woorden

In 't vaan der vrijheid uit de werkersschoot

Verrijzen zal begroet door vreugde akkoorden

Wordt voor het nageslacht nog eens zo groot

 

Refrein

 

En grijsaards stram zich steunend op hun zonen

En moeders met hun dochters aan hun zij

Die men die dag niet meer zal mogen horen

Zal men zien knielen roepend wij zijn vrij

En allen zullen zullen zich daarna omarmen

Want hongersnood en slaafsheid zijn voorbij

De vrijheid zal de mensen trouw beschermen

Zij zijn gelijk o dag van 't volksbeheer

 

Refrein

 

En gij o diep verwaande mensenkinderen

Die deze taal aanschouwt als nietig zog

En als op slijk blijft neerzien op uw minderen

Raad gij uw lot niet op deze groten dag

O schrik en beef tot in uw ingewanden

De zee is gewis voor 't bloed te klein

Doch redeneer reik ons de broederhanden

En allen zullen wij gelukkig zijn

 

Terug naar overzicht

De grote dag

(tekst en muziek: Henri Theunisse / uitvoering: Max van Praag)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Op die lentedag, toen je met een lach,

Mij voor  d' eerste keer groette

Merkte ik pas, wat liefde was,

En met ongeduld, was mijn hart vervuld.

Na dit vluchtig ontmoeten

Dacht ik alleen nog aan jou.

 

Refrein:

Als het koren door de zon geboren

Buigend naar de klaproos ziet,

Komt voor mij DE GROTE DAG

Dat ik je vragen mag.

Als het koren door de zon geboren

Zicht ontplooit in volle pracht,

Durf ik wagen, jou te vragen,

Droom van mij bij zomernacht.

 

 

Terug naar overzicht