Uit (groot)moeders tijd
De
dertigste mei
(tekst: Jack Bess/muziek: Karl Erpel/uitvoering: Johnny
Hoes)
Zo
juist kwam voor ons allen
Een
zeldzaam goed bericht
Het
zal ook u bevallen
Trek
dus een blij gezicht
Wie
had zoiets gedacht
Dat
had geen mens verwacht
Refrein:
De
dertigste mei
Is
ons land belastingvrij
Dan
zingt 'n ieder blij
Dat
leed is weer voorbij
De
dertigste mei
Is
ons land belastingvrij
En
staan we bij een spaarbank in de rij
Maar
't juiste jaar
Wat
'n verdriet
Dat
weten wij nog niet
Maar
't juiste jaar
Wat
'n verdriet
Dat
weten wij nog niet
Nu
kunnen wij gaan sparen
En
kopen wij 'n slee
Na
zoveel magere jaren
Wordt
alles nu okee
We
vragen straks ontsteld
Wat
doen we met ons geld
Refrein
Nog
meer dan andere jaren
Verlang
ik nu naar mei
Ik
wou dat we zover waren
Voor
u maar ook voor mij
Want
dan komt de mei in 't land
Dan
lees je in de krant
Refrein
Terug
naar overzicht
De dief
(tekst: Tony Schmitz)
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
Hij
liep op straat; hij had geen werk geen eten;
Een
leege maag bedierf het reinst geweten.
Hij
had geen geld voor brood of voor een prop,
Toen
lichtte hij een la met zeven pop.
Maar
toen ie ’t geld in de kroeg zat te verteren
Kwam
hem een dikke diender arresteren.
Door
wijze rechters werd beslist zijn lot:
Men
stopte hem voor twee jaar achter slot.
En
toen hij los kwam, na twee lange jaren,
Had
hij een duitje over kunnen sparen,
Hij
kon een vak en werken wilde hij ...
Zoo
kwam hij weder in de maatschappij.
Maar
toen hij bij een baas om werk ging vragen,
Werd
voor zijn neus de deur gauw dichtgeslagen,
Want
‘t was bekend bij ieder in de stad,
Dat
hij als dief twee jaar gezeten had.
Hij
zocht en vroeg, maar nergens wilde ‘t lukken
Geen
ouwe kennis die zijn hand wou drukken -
Zijn
geld was op, hij liep van vroeg tot laat
Als
een geslagen hond schuw langs de straat.
Hij
werd het moe, altijd om werk te vragen,
Daar
hij toch ‘t Kaïnsteeken scheen te dragen,
Van
honger bevend liep hij daar alleen,
Met
al zijn teenen door zijn schoenen heen.
En
toen hij het niet langer uit kon houwen
Dacht
hij: "Ik laat me er weer achter douwen".
En
in een winkel stal hij toen een broek,
En
liet zich daad'lijk pakken op den hoek.
"Waarom
hij wéér stal", wou de rechter weten,
En
norsch en wreev’lig zei hij: "Om te vreten.
Als
eerlijk mensch ging ik van honger dood...
Als
dief krijg ‘k minstens snert en roggebrood".
Terug
naar overzicht
De
dievenwagen
Jongens
kom kijken, de wagen staat voor
De
dieven worden weggereden
Dan
zie je de stumperds, hun handen geboeid
Die
soms niet het ergste deden
Soms
is het een jongen, lang werkeloos
Die
't deed daar hij niets kon verdienen
Vaak
zie je de moeders aan het station
Die
stil in een hoekje staan grienen
Refrein:
Lach
nooit, als je die wagen ziet staan
Je
kunt hen gerust wel betreuren
Denk
maar alleen: wat hij heeft gedaan
Kan
morgen mij ook gebeuren
Wat
is het niet wreed als je loopt langs de straat
En
overal zie je die weelde
Dan
loop je te denken - hoe mooi rijk te zijn
Wat
arm zijn wij dan toch, misdeelden
En
als soms je kinderen vragen om brood
Je
kunt hun ook dat niet eens geven
Dan
steel je maar - want 't is voor je kind
Dat
heeft toch het recht om te leven
Refrein
't
Is altijd geen dief die de wagen ingaat
En
da's natuurlijk weer het mooie
Het
zijn soms die jongens, die geen dienst willen doen
En
die ze de nor maar in gooien
Maar
hij die vermoordt - en geld heeft, zo'n ploert
Hem
wordt steeds die schande vermeden
Hij
wordt echter niet met die wagen vervoerd
Maar
in z'n eigen auto gereden
Refrein
Terug
naar overzicht
De
dobbelaar
(met
dank aan Marc Blokland (†) voor het sturen van de tekst)
O
vader, o vader, komt huiswaarts met mij,
De
klok slaat reeds één op de kerk.
Gij
beloofdet mij, vader te komen naar huis,
Zodra
als gedaan was Uw werk.
Het
vuur is gedooft, geen licht is in huis,
En
moeder verlangt U te zien,
Vermits
klein Benny ziek ligt op haar schoot,
En
niemand hier hulp kan biên.
Kom
thuis, kom thuis, o vader, o vader kom thuis.
O
vader, o vader kom huiswaarts met mij,
Reeds
twee uren slaat de klok nu.
Het
huis is zo stil en klein Benny zo ziek,
En
hij roept gestadig om U.
Want
moeder die denkt dat hij sterven zal,
Nog
eer dat het donker zal vliên.
Daarom
lieve vader kom huiswaarts met mij,
Als
gij hem nog levend wilt zien.
Kom
thuis, kom thuis, o vader, o vader kom thuis.
O
vader, o vader kom huiswaarts met mij,
Want
moeder die schreit van verdriet.
Zij
kust onze Benny zo teer en zo lief,
Terwijl
hij geen lachje meer biedt.
Zij
wringt hare handen zo krimpend ineen,
Zij
is nu zo droevig van hart,
Zij
ligt op haar knieën en biddend roept zij:
"Mijn
god wat lijd ik een smart !"
Kom
thuis, kom thuis, o vader, o vader kom thuis.
O
vader, o vader, laat 't spel dan toch staan,
Kom
mede en gaat toch met mij.
Want
Benny is zo ziek en moeder bedroefd,
Kom
vader, zie toch hoe ik lij.
Blijf
toch voor de stem van de rede niet doof,
Want
moeder die weende zo hard,
Ze
riep: "O mijn God, mijn Benny die sterft !"
Zij
lijdt zoveel bittere smart.
Kom
thuis, kom thuis, o vader, o vader kom thuis.
O
vader, o vader kom huiswaarts met mij,
De
klok in de toren slaat drie.
Het
huis is zo ledig, de uren zo lang
,
Daar moeder
en ik U niet zie.
Het
is nu zo stil, want Benny is dood,
Door
de engelen ten hemel gebracht,
En
dit zijn de woorden die hij stervende sprak:
"Ik
wil kussen mijn vader goênnacht !"
Goedenacht,
goedenacht, ik wil kussen mijn vader goênacht.
Terug
naar overzicht
De
dodensprong
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
Zij
waren artisten, die beiden
Bedrukt
door de zorgen van 't vak
Steeds
hopend op betere tijden
Gehuisvest
hoog onder een dak.
Hij
draaide zijn salto's zo prachtig,
Zij
zong hare liedekens blij,
Hij
was als van staal, jong en krachtig
De
vrouwelijke charme had zij.
Het
geluk in 't vak was verdwenen
Hij
kreeg maar geen engagement
Niets
had hij meer om te belenen
Zo'n
tijd had hij nimmer gekend.
Zijn
vrouwtje zag hij verkwijnen
Daar
't nodige steeds hen ontbrak,
De
gelukszon wilde niet schijnen
Bij
die twee daar onder een dak.
Door
wanhoop tot 't uiterst gedreven
Heeft
hij nu een waagstuk bedacht.
Hij
sidderde nooit voor het leven
Doch
bouwde steeds op zijn kracht.
'n
Dodensprong, wilde hij gaan maken
Uit
de nok van het circusgebouw
Wellicht
maakt hij dan goede zaken
Het
is toch voor haar, zijne vrouw !
De
zaak is in orde gekomen
't
Kontrakt is getekend en klaar
Ook
heeft hij een voorschot genomen
Om
toch iets te kopen voor haar.
Hij
kocht haar van alles, ook bloemen
En
sierde de kamer daarmee
Voor
't eerst kon hij zich weer noemen
Geslaagd
en gelukkig, tevree.
Geluk
kon de direktie zich wensen
Op
d' avond van de grote dag
't
Voorplein zag zwart van de mensen
En
rijtuigen van allerlei slag.
Men
verdringt zich bij de loketten
De
emotie wordt graag nagejaagd.
Zelfs
buiten verkoopt men biljetten
Waarvoor
men het dubbele vraagt.
De
voorstelling is aangevangen
Gaat
kalm tot zover voorbij
Nu
wordt er de brug uitgehangen
En
is de held van de dag aan de rij.
Wat
treedt hij daar statig naar voren
Volkomen
bewust wat hij doet
Een
dond'rend applaus doet zich horen
En
dankend brengt hij zijn groet
Zij
was verpletterd van smarte
Toen
men het vertelde aan haar
Zijn
dood brak haar plots'ling het harte
Zij
zakte van smart in elkaar.
Hij
werd van de armen begraven
Alleen
door zijn vrouwtje betreurd
De
paarden die zag men weer draven
In
't circus als of er niets was gebeurd.
Doch
't vrouwtje kon niet meer wenen
Ook
denken kon zij niet meer
Opeens
is de arme verdwenen
Op
't kerkhof daar vond men ze weer.
Gestorven
door smart niet te noemen
Op
z'n graf door de dauw reeds bevocht
Haar
hand omklemde de bloemen
Die
hij eens voor haar had gekocht
Terug
naar overzicht
(tekst: J.L. Paerl / muziek: Paul
Misraki)
(Succesnummer van The
Ramblers omstreeks 1951)
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
't Leren van piano gaat nooit erg vlug
Denk maar eens terug, denk maar eens
terug.
Om een kind muziek te leren, valt niet
mee
Volg daarom dit allernieuwst idee:
Refrein:
De cymbaal, kind'ren, die doet tsjeng,
tsjeng, tsjeng,
En de trom, kind'ren, die doet boem,
boem, boem,
Tsjeng-boem, tsjeng-boem, tsjeng
tra-la-la-la
Muziek leer je kwiek en magnifiek,
comme-ca !
De viool, kind'ren, die doet ploem,
ploem, ploem.
En de bas, kind'ren, die doet zoem,
zoem, zoem.
Ploem-zoem, ploem-zoem, tsjeng
tra-la-la-la
Muziek leer je kwiek en magnifiek,
comme-ca !
Door d' instrumenten te variëREN,
Gaat men waardeREN,
Het musiceREN,
Zowel bij be-bop als bij SamBA,
Een symphonie of opéRA
De trombone, kind'ren, die doet vron,
vron, vron,
En de fluit, kind'ren, die doet tuut,
tuut, tuut.
Vron-tuut, vron-tuut, tsjeng
tra-la-la-la
Muziek leer je kwiek en magnifiek,
comme-ca !
Componeer ik soms, maar ik weet niet
hoe,
Ga 'k naar buiten toe, ga 'k naar buiten
toe.
Om een nieuw refrein tevinden, luister
ik,
Naar de nachtegaal, de leeuwerik.
Refrein...
En de kraai, kind'ren, die doet kroa,
kroa, kroa,
En de eend, kind'ren, die doet koën,
koën, koën.
Kroa-koën, kroa-koën, tsjeng tra-la-lala
Muziek leer je kwiek en magnifiek,
comme-ca !
En de koe, kind'ren, die doet boe, boe,
boe,
En de vink, kind'ren, die doet fwiet,
fwiet, fwiet,
Boe-fwiet, boe-fwiet, tsjeng,
tra-la-la-la.
Muziek leer je kwiek en magnifiek,
comme-ca !
Bèh doet het lammetje in de wei-EI,
Tok, tok de ki-IP.
En legt een ei-EI.
En d' ezel balkt i-a, i-a, A.
We doen 't hem nog veel beter NA.
Het konijn, kind'ren, die doet (mimiek)
En de karper, kind'ren, die doet
(mimiek)
(afwisselend mimiek konijn-karper)
tsjeng, tra-la-la-la
Muziek leer je kwiek en magnifiek,
comme-ca !
Maar als 't lelijk weer is, blijf ik in
de stad,
Denk ik, weet je wat, denk ik, weet je
wat.
'k Zet me rustig voor het venster en ik
laat,
m' Inspireren door 't geluid op straat.
Refrein:
De auto, kind'ren, die doet (ratelen)
En de fiets, kind'ren, die doet (bellen)
(Afwisselend ratelen en bellen) tsjeng,
tra-la-la-la,
Muziek leer je kwiek en magnifiek,
comme-ca !
De chauffeur, kind'ren, die doet
(autotoeter)
De agent, kind'ren, die doet
(politiefluit)
(Afwisselend autotoeter en fluit) tsjeng,
tra-la-la-la,
Muziek leer je kwiek en magnifiek,
comme-ca !
Zo kan een iedereen studeREN,
Om het te leREN,
Dat componeREN.
Zo word je gauw een componi-IST
Al is 't geen Richard Strauss of Li-IST.
En tot slot willen wij proberen,
Het geheel te recapituleren,
Tjseng, boem, ploem, zoem,
Vron, tuut, kroa, koën,
Boe, fwiet, konijn, karper,
Ratel, bel, toeter, fluit, tsjeng
tra-la-la-la,
Muziek leer je kwiek en magnifiek,
comme-ca !
Terug
naar overzicht
De dominee
(met
dank aan Hanneke Peters voor het sturen van de tekst)
Naar het kleine vissersdorpje aan de
grote grijze zee
Bracht de boot de ongetrouwde jonge slanke dominee
Drie kisten met boeken en bijbellectuur
Bracht ie mee voor toekomstige zielencultuur
Boeken vol nut, over de dichteren Josua, Rigteren, Ruth
's Winters als de stormen loeien aan die grote, grijze zee
Werkt in het eenzaam huis de stille ongetrouwde dominee
Hij pent er zijn preek over hemel en hel
Moreel hoog te staan, dat gelukt hem zo wel
Hij lag beschut tussen de dichteren Josua, Rigteren, Rut
Maar in het voorjaar als het warm wordt aan die mooie blauwe zee
Ay dan vaart de sluwe satan in de bleke dominee
Hij toont hem de meisjes goedlachs en gevuld
Hij voert ze zijn raam langs en tergt hun geduld
Vent zonder pit, hahahah roepen de dichteren Josua, Rigteren, Rut
Eindelijk wordt het hem te machtig aan die grote, grijze zee
En hij zoekt en vindt een huisvrouw, voert haar naar zijn dorpje mee
Nu zie hij niet bleek meer en de dorpspastorie
Is een en al leven en vol poëzie
En het kleine grut heet naar de dichteren Josua, Rigteren, Rut
Terug
naar overzicht
De
drankduivel (Willy Derby)
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
‘k
Sleep m’n leven hier voort
En
verlang naar m’n graf
’t
Was voor anderen ’n moord
Voor
mezelf steeds ’n straf
Slechts
den dood zeg ik dank
Als
hij een weldaad me doet
‘k
Ben verslaafd aan den drank
O
ik weet het zoo goed
Refrein:
O
waarom laat je me toch zoo lijden
Gij
drank die het graf voor me graaft
Ik
vervloek je
Ik
kan niet van je scheiden
Ja
ik weet het
Ik
ben aan je verslaafd
Toen
ik alles verloor
Eerst
m’n vrouw toen m’n kroost
Gaf
ik den duivel gehoor
‘k
Zocht bij jou toen m’n troost
Eerst
niet veel d’ eerste keer
Maar
allengs werk ik zwak
Ik
nam meer steeds maar meer
En
nu ben ik ’n wrak
Refrein
‘k
Draag ’t vreeselijkste lot
En
dwaal schuw langs de straat
‘k
wordt door de kleinen bespot
Door
de grooten gehaat
Ik
smeet je vaak van me af
Met
’n duivelsche lach
Vloekte
‘k jou als m’n straf
‘k
Nam je weer d’anderen dag
Refrein
Elke
slok weinig of veel
Ik
beken het je grif
O
dat brandt in mijn keel
Als
het moordendste vergif
O
m’n God geef me kracht
Maak
me los laat me vrij
‘k
Bezit niet de macht
Al
m’n krachten nam jij
Refrein
Terug
naar overzicht
De
drie klokken
(tekst: Chef van Dijk/muziek: Max Tak/uitvoering: Bob Scholte)
Verscholen
tussen 't groen der bomen
Ligt
ver van hier een klein gehucht
Daar
wordt een jongetje geboren
De
sterren twink'len in de lucht
Zijn
moeder kust hem in vervoering
Er
werd zo op zijn komst gehoopt
Morgen
brengt men hem vol ontroering
Naar
't kerkje waar hij wordt gedoopt
En
de bronzen klokken luiden
Blijde
klonk hun fantasie
En
zij duiden door hun luiden
Op
een welkomst-melodie
Een
wereldburger is gekomen
Een
nieuw leven in 't heelal
Nog
onschuldig onbedreven
Maar
door liefde reeds omgeven
In
dit aardse tranendal
Na
jaren, tussen 't groen der bomen
Daar
in dat dorpje, ver van hier
Werd
't jongetje een stoere kerel
Zijn
houding is zo trots en fier
Want
hij vond de vrouw van zijn leven
Zijn
mooiste droom komt weldra uit
Morgen
leidt hij haar voor 't altaar
En
dan is zij z'n liefste bruid
En
de bronzen klokken luiden
Blijde
klonk hun fantasie
En
zij duiden door hun luiden
Op
een huw'lijksmelodie
Door
't uitgesproken jawoord
Zijn
zij voortaan man en vrouw
Zullen
zij hun verder leven
Samen
strijden, samen steven
Steunend
op hun woord van trouw
't
Is avond en rust heerst er op aarde
Als
in datzelfde klein gehucht
Een
man, die 't leven gaat verlaten
Weer
twink'len sterren in de lucht
Zijn
stervensuur is aangebroken
Een
stem zegt zacht: " 't Is volbracht"
Door
kind en vriend wordt hij gezegend
En
naar z'n laatste rust gebracht
En
de bronzen klokken luiden
Droef
hun klank van fantasie
En
zij duiden door hun luiden
Op
een afscheidsmelodie
Het
mysterie van 't leven
Is
't komen en 't gaan
Altijd
trillen mensenharten
't
Zij van vreugd', 't zij van smarte
Als
de bronzen klokken slaan
De
klokken slaan
Terug
naar overzicht
De
drie vaders (Willy Derby)
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
Kom
kleine vent
Dolle
rekel die je bent
Luister
nu naar papa
Wees
nu gauw stil
Immers,
't is al een paskwil
'k
Doe 't werkje van mama
Wees
maar niet boos
Je
mama is naar de soos
Denk
dus eens mens'lijk na
De
kinderjuf zijn we kwijt
En
de tiende meid
Is
weggevlucht voor mama
Dat
is 't begin, kleine man
Van
't emancipatieplan
Toe
nou Koosje
M'n
aardig prulledoosje
Staak
je jammerklachten
Voor
een poosje
Tot
d' nieuwe juf is aangeschaft
Want
je vader is al genoeg gestraft
Toe,
vermoei niet je organen
Wat
ik dom vind
Je
moderne ma ziet toch niet
Naar
je om, kind
Zeg,
gebruik nu je verstand
En
blijf droog m'n kleine klant
De
schone luiers
Zijn
niet bij de hand !
Heila
schavuit
Hou
nou effetjes je snuit
Tot
ik je speentje vind
Maak
j' niet zo dik
Neem
een slokkie
Net
als ik
Schreeuw
me niet kleurenblind
Hier
is je fles
Waar
blijft 't wijf met d'r geklets
Die
weet nooit van klok of tijd
Die
raakt aan d' buurvrouw
Al
d'r roddelpraatjes kwijt
En
'k speel hier voor kindermeid
Heb
je dorst? He bij mij?
Daarvoor
moet j' bij moeder zijn
Potvertroosme,
wat zeg je van die wijven
Waar
zou die afgelopen grammofoon nou blijven ?
'k
Krijg van d' zenuwen haast de hik
'k
Zal maar gauw een lekker neutje nemen
Voor
de schrik
Kleine
Kikkie, zeg dijs je nou
Wat
flik-ie ?
Die
zet me zo de sluizen open
Potverdikkie
!
Nou,
wat zeg je van zo'n wijf
Voel
m'n broek eens aan, ik drijf
Is
dat wat ?
Van
binnen en van buiten nat !
Kom,
kleine toet
Hou
je mondje en wees zoet
Wees
nu een brave vent
J'
weet, kleine pop
Vader
trekt steeds met je op
D'
wereld loopt op zijn end
Doet
het geen verdriet
Als
je zo je vader ziet
Als
een pantoffelheld
Stel
je geen medelij
Als
je moeder mij
Voor
'n grote sufferd scheldt ?
Wees
maar zoet, lieveling
Moe
is naar d' vergadering
Hou
je luier nou schoon, m'n lieve Charlie
Want
ik krijg er weer voor op m'n falie
Toe,
ga nu niet zo bar tekeer
Heb
een greintje meelij met je ouwe heer
'k
Zal je ponn'tje en je hemdje even drogen
Anders
loop ik straks met twee blauwe ogen
Help
nu mee, m'n kleine guit
Als
moe komt, hou dan je snuit
Anders
mag 'k vanavond weer d' deur niet uit
Terug
naar overzicht
De
edelweiss staat weer in bloei (tekst: Jack Bess/muziek: Hugo Strasser)
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
Refrein:
De
edelweiss staat weer in bloei,
Vlak
voor ons kleine huis:
Nu
kom je spoedig thuis !
Nu
kom je spoedig thuis !
De
edelweiss staat weer in bloei,
En
zegt me met zijn pracht:
"Nu
komt de blijde dag, zo lang verwacht !”
Als
ik loop te dwalen bij alpengloed,
Fluisteren
de bergen: "Alles komt goed”.
De
edelweiss staat weer in bloei,
In
gouden zonneschijn !
Nu
zullen wij weer spoedig samen zijn !
Toen
je uit ons dorpje moest vertrekken
Zei
jij, bij 't afscheid aan de trein:
"Als
de kleine edelweiss in bloei staat,
Zal
ik weer spoedig bij je zijn.”
Refrein
Terug
naar overzicht
De eerste huwelijksnacht
(Wijze: Als je pas getouwd bent
krijg je koekjes bij de thee)
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
Geacht publiek luister goed
Wat ik zingen zal,,
't is een huwelijks plechtigheid,
Wat een raar geval.
Man en vrouw, pas getrouwd,
Gaan hun woning in,
Hij ziet dan tusschen het bedgordijn,
Daar is 't niet naar zijn zin.
En wat vindt nu de man daar tot zijn
schrik,
Twee lieve kind'ren mollig en dik.
En hij vroeg aan zijn lieve
vrouwtje hoe dat kwam,
Zij sprak toen: ''Ach lieve man, daar
vertel ik je later wel van."
Refrein:
Want als je pas getrouwd ben, krijg je
koekjes bij de thee,
Lever op je brood en kinderen op je
schoot,
Want als je pas getrouwd ben, krijg je
koekjes bij de thee,
Kinderen op je schoot, breng ze maar
groot.
Maar de man verheugd en blij,
Nam de kleine op zijn arm,
Maar na verloop van enkele tijd,
Werd het hem wat warm.
Ach lieve vrouw wat is dit nu,
Mijn trouwpak helemaal groen,
De kleine heeft mijn broek bepoept,
Dat moet hij niet meer doen.
Maar zijn vrouw kwam tot hem, zeer
blij van zin:
,,Zeg lieve vent leg jij 't er in",
Hang jij nu maar je trouwpak in de
kast,
Want ik heb slaap en jij mijn lieve
knul gaat morgen aan de wasch.
Refrein
De eerste nacht van dit jonge paartje,
Was vreugde en genot,
Maar toen zijn vrouw hem wakker riep:
,,Jan geef me eens de pot."
Jan die dacht wat is dit nu,
Mijn bed is heelemaal nat,
Want op zijn nieuwe overhemd
Daar lag de kleinste met haar gat.
Jan werd razend op de kleine, maar o
wee !!
Zijn lieve vrouw nam hem toen mee,
Aan de waschkuip moest de arme sukkel
toen,
En waschte netjes al de str... al van
zijn boezeroen.
Refrein
Maar na verloop van een maand of zes,
Wat vreugde, wat een pleizier,
Zijn vrouwtje zond hem per expres,
Nog een spruit of vier.
En toen de sukkel zeven jaar
In 't huwelijksbootje zat,
Verheugde hij zich met een dozijn,
Als hij aan de tafel zat.
Z'n lieve vrouwtje was hem gansch de
baas,
En zij, want zij ging uit promoneeren,
Hij speelde met zijn lieve kinderen
voor Jan Klaas,
En menig vriend van haar kwam dikwijls
soms die toertjes van hem leeren.
Refrein
Terug
naar overzicht
De
emigrant (Jerry Bey)
(met
dank aan Betsy van Dijk voor de tekst)
Ze
reikten voor 't laatst elkaar de hand
Een
meisje en een jonge emigrant
Omdat
z'n land hun weinig kansen bood
Trok
hij ver weg, voor toekomst en voor brood
Ach
meisjelief, voor onze toekomstdromen
Ga
ik nu heen, zo heel ver weg van jou
Eens
komt de dag, dat jij daar ook zal komen
Waar
ik voor jou en mij een huisje bouw.
Hij
deed daarginds zo goed z'n best voor haar.
Na
twee jaar was 't eigen huisje klaar.
Toen
kwam de dag die hij nooit meer vergeet,
Hij
kreeg een brief, vol emigrantenleed:
Ach
jongenlief, je zult me wel verachten,
Je
hebt je huis gebouwd voor niemendal.
Ik
kon op jou helaas niet langer wachten
Omdat
ik met een ander trouwen zal !
Ik
kon op jou helaas niet langer wachten,
Omdat
ik met een ander trouwen zal !
Terug
naar overzicht
De Engelsen vlogen bij nachte
(met dank aan Gerard Engelbertink
voor het sturen van de tekst)
De Engelsen vlogen bij na-a-achte
Zij vlogen bij nacht door de lucht.
De Duitsers die hielden de wa-aa-achte
En gingen van schrik op de vlucht.
De sirenes begonnen te loeien
De bommen die vielen er neer
Ze raakten niks anders dan koe-oeien
Fabrieken bestonden niet meer.
(Liedje uit de oorlog)
(Wijze: De herderkens lagen bij
nachte)
Terug
naar overzicht
De
familie Van Tutten
(uitvoering: Jan de Cler)
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk
voor het sturen van de tekst)
In een straatje van een stadje
Met een huisje en een platje
Woont het huisgezin van Henderik van Tutten
Ze zijn zo beschaafd en netjes en een heel klein tikje vetjes
Op het hekje zit een bordje H.v.Tutten
Achter groen geverfde horren
Zie je Henderik zijn snorren
Als hij met zijn krantje op zijn praatstoel zit
En je ziet ze weer verdwijnen
Bij het sluiten der gordijnen
Als de theepot staat te trekken op de pit.
Maar voor dat Henderik zijn krant heeft weggelegd
Wordt er door niemand in de kamer wat gezegd
Ze zitten heel de lieve avond te pietlutten
De familie van Tutten
In comestibles en grutten
En heeft om tien uur ieder zich te bed gelegd
Dan is er veel gepraat en bijna niets gezegd
Mama van Tutten die de thee staat in te schenken
Moet nog even aan het blauwsel van haar wasje denken
Nou moe mijn witte wasje
Staat zo netjes in mijn kastje
Als ik alles nog met blauwsel heb gespoeld
Met een lintje en een kwikkie
En dan liefst nog met een strikkie
Als je allemaal begrijpt wat ik bedoelt.
Papa van Tutten die het allemaal moet horen
Zit zich verschrikkelijk aan zijn vrouw te storen.
Nou mens zit niet te zeuren
Wat kan mij van alle kleuren
Nou precies dat blauwe blauwsel nog wat schelen
Met dat stomme wasgebeuren
Zit je heel de tijd te zeuren
En dat begint mij danig te vervelen
Ze zitten heel de avond te pietlutten
De familie van Tutten
In comestibles en grutten
En heeft om tien uur ieder zich te bed gelegd
Dan is er veel gepraat en bijna niets gezegd
Terug
naar overzicht
De filosofische ekster
(Eduard Jacobs 1868-1914)
(met dank aan Jeanne Albers
voor het sturen van de tekst)
Een ekster stal op zeek're morgen
Een gouden armband van mevrouw
Hij had hem op een plek verborgen
Waar men hem niet gauw vinden zou
Maar 'n papegaai ging hem verklappen
Men sloot hem in een donker hok
En lorre lachte en maakte grappen
Toen de arme ziel zijn cel betrok
De ekster ging heen
En dacht: Hoe verkeerd
Dat heeft-ie bepaald
Van de mensen geleerd
Toen de ekster weer was vrijgekomen
Nadat hij een jaar gezeten had
Heeft hij maar gauw de vlucht genomen
Ver van die grote muffe stad
Hij wou een onderkomen vinden
Bij 'n ouwe vriend of een vriendin
Doch waar hij kwam, hij vond geen vrienden
Men liet de stumper nergens in
De ekster ging heen
En dacht: Hoe verkeerd
Dat hebben ze nu
Van de mensen geleerd
Hij zag in drukke conversatie
Een troepje eksters in de wei
Hij dacht: 'k Ben van de permitatie
En kwam dus kalmpjes erbij
Maar dat bezoek heeft hem gespeten
Hij kreeg van alle kanten troef
Men riep: "Je hebt een jaar gezeten
Laat ons met rust, gemene boef !"
De ekster ging heen
En dacht: Hoe verkeerd
Dat hebben ze vast
Van de mensen geleerd
Zo zwierf de ekster vele dagen
Ten prooi aan honger en verdriet
Hij durfde nergens hulp meer vragen
Daar zijn familie 'm zelfs verstiet
Hij wilde werken als tevoren
Maar daarin heeft hij zich vergist
Steeds moest hij van zijn misdrijf horen
En zo werd hij recidivist
Terwijl hij weer stal
Dacht hij: 't Is verkeerd
Maar dat heb ik nu
Van de mensen geleerd !
Terug
naar overzicht
De fles
(Tekst
en muziek: Paoli en De Koning/uitvoering: Jan Boezeroen)
De
fles speelde een grote rol in heel m'n droef bestaan
Omdat
ik nooit geen liefde kreeg ben ik aan de fles gegaan
Jij
vrouwenvriend, jij schonk sindsdien mij menig levensles
Ik
heb gelachen en geweend bij jou m'n trouwe fles
Refrein:
Mocht
ik door de drank bezwijken
Mocht
ik naar de donder gaan
Laat
dan op m'n grafsteen prijken
"Hij
kon niet meer op z'n benen staan"
Mocht
ik door de drank bezwijken
Mocht
ik naar de donder gaan
Laat
dan op m'n grafsteen prijken
"Hij
kon niet meer op z'n benen staan"
Als
ik afgemonsterd was dan was m'n eerste gang
't
Meisje waar ik veel van hield m'n hele leven lang
En
als 'n ander naar d'r keek dan flikkerde ik een mes
Dan
werd ik om m'n neus wat bleek en greep weer naar m'n fles
Refrein
En
mocht ik 's nachts op de oceaan, wanneer de stormwind brult
Bezopen
op de voorplecht staan, de fles nog half gevuld
En
seint dan onze marconist het noodsein, S.O.S.
Dan
gaat m'n laatste voet aan wal, gestoken in 'n fles
Refrein
Terug
naar overzicht
De
Franse gouvernante
(Jean-Louis Pisuisse 1910)
'n
Grote stad, 'n stille gracht
'n
Deftig huis met 'horren'
'n
Liverei-knecht, 't is de pracht
Met
bakkebaard, geen snorren
Die
staat te buigen voor de deur
En
uit de vigelante
Stapt
met 'n lachje en 'n kleur
De
Franse gouvernante
Mevrouw
ontvangt haar in 't kantoor
Mam'sell'
maakt 'reverence'
Mama
stelt haar de meisjes voor:
Mimi,
Fifi, Hortense
Papa
zegt heel distrait: "Bonjour"
Maar
achter zijn courante'
Zit
hij als kenner op de loer
Naar
de Franse gouvernante
Tussen
het slaapvertrek der juf
En
het boudoir der meisjes
Daar
zingt de oudste zoon, student
Sentimentele
wijsjes
Er
klinkt verliefdheid in de stem
Van
Wim, de elegante'
Niet
voor de zusjes, maar voor hem
Is
de Franse gouvernante
Als
straks Mam'sell' zich toiletteert
Staan
Frans en Fritsje buiten
De
tweelingen, die door 't sleutelgat
De
Marseillaise fluiten
De
'Vrouw' is reeds het zwakke punt
Voor
deze jonge kwante'
En
strakjes spelen ze kruis of munt
Om
de Franse gouvernante
En
d' and're morgen aan 't ontbijt
Mam'sell'
die is nog boven
Dan
komen de jonge meisjes los
"O,
ma ! U kunt 't niet geloven
Zij
draagt 'n onderrok van zij
En
'n, weet-u-wel met kante'
En
'n opengewerkte nachtjapon
De
Franse gouvernante
En
als ze 'r bad genomen heeft
Dan
parfumeert ze 'r arme'
Haar
schouders en haar hele hals
Met
"violette-de-parme"
Papa
zegt: "Zulke praatjes zijn
Unladylike,
genant,eh
Maar
ondertussen denkt-ie: Fijn
Zo'n
Franse gouvernante
En
Wim en Frans en Frederik
Die
zitte' erbij te gnuiven
En
ieder denkt: Als 't lukt zal ik
M'
eens op mam'selle fuiven
Kortom,
het hele huis loopt dol
Op
de geestige, pikante
Modieuze
en verleidelijke
Franse
gouvernante
'n
Deftig huis, dus hallef-elf
Dan
zijn de lui naar bed en
Dan
laat een rolgordijn je zien
De
raarste silhouetten
Soms
is 't papa, en soms is 't Wim
Ook
Frits en Frans zijn klante'
Maar
altijd is de and're schim
De
Franse gouvernante
Terug
naar overzicht
De frut
(met dank aan Andreas Jaquet voor
het sturen van de tekst)
Wat men in de gazetten
Zo allemaal komt te zetten
Zeg vrienden hoor eens aan
Wat ik in de gazet zag staan
Op het eerste blad gekeken
Veel politieke streken
Een verschrikkelijke brand
En werkstaking in ons land
Poging tot broedermoord
Een mens of zes vermoord
Een vrijer die uit jaloezie
Zijn lief het hart doorboort
Ontploffing hier en daar
Een schip is in gevaar
Een schip opgelicht, de politie zoekt
ernaar
En ginder ver is een diefstal bedreven
Een slechte vrouw die haar man wil
vergeven
En daar is een kassier gaan lopen met
de kas
En een manneke heeft zich zeer gedaan
aan een stuk glas
Ze hebben een dief gearresteerd aan de
statie
En vannacht is er gestolen aan de
natie
Want brand en ongeval
Ja moorden en diefstal
't Is eender waar gij zijt, ge leest
het overal
Een moordenaar voor assiezen
Gevecht met de politie
De grote schobbejak
Die is gestoken in den bak
Een gendarm omvergestoken
En twee kotjes gesloten
De vrouwen op de baan
Hebben haarke pluk gedaan
Zelfmoord op den dam, een botsing met
den tram
Ne sukkelaar heeft zich opgehangen aan
een kram
Bloedige vechtpartij en een
aftroggelarij
Ne portemonnee gevonden met veel geld,
maar die is van mij
Een razend kind heeft een hondje
gebeten
Een anarchist heeft met dynamiet
gesmeten
Nen beenhouwer heeft zijn vrouw het
koppeke afgekapt
Hij heeft hem laten koken en in zijne
frut gelapt
Een vliegmachine is in 't water
gevallen
Ze hebben een vrouw aangerand aan de
wallen
Een aanranding te Mol
Te Gent een paard op hol
En stillekens aan geraken de gazetten
vol
Ongeval op de leien
Den oorlog in Turkije
Een mirakel in Put
Dat stond natuurlijk in de frut
Geval van razernij
En 't sport er dan nog bij
Den uitslag van een tombola van een
maatschappij
Op heterdaad betrapt
'T Parket is afgestapt
Een vrouw die krijgt drie maanden
Want zij heeft haar tong
voorbijgeklapt
Dan heb je de namen van mensen die
gaan trouwen
Zeg mannen zie dat ze u daar niet
tussendouwen
Een werkman heeft het groot lot, wel
da's eerste klas
Ik wens hem geluk, maar ik wou dat ik
het zelf was
Ze hebben het kanaal overgezwommen
En Janneke Olieslagers is hoger
geklommen
Een gouden jubilee
't Is die van mijne pree
Die slaapt al vijftig jaren lang zat
op den planchee
De schepen die aanstomen
En van 't stad terug wegstromen
De prijzen van het graan
Een huis dat niet wil blijven staan
Uit Merksplas gaan lopen
Om huizen en grond te kopen
Gevraagd een kindermeid
Die met geen soldaten vrijt
Te huur een kwartier
Gevraagd ene koetsier
De burgerlijke stand en ook de huizen
van plezier
Verloren ene spits
Reclame van den Tits
En andere grote winkels ge zou zeggen
't is voor niks
Dan heb je er een hele hoop met
poeders en met pillen
Dat is voor mensen die niet sterven
willen
Ne militair viel in 't water, ja hij
was wat zat
Hij werd gered, maar heel zijne jas
was nat
Daar is een pachter overreden met den
trein
Bij den dentist trekken ze je tanden
zonder pijn
Vrienden ge ziet van hier
Verduldig is 't papier
Maar men leest toch graag de gazet met
veel plezier
(De frut is de bijnaam van de Gazet
van Antwerpen. Toen de drukkerij lang, lang geleden zich nog in de
Nationalestraat bevond, bevond zich in de onmiddellijke buurt een slager
die wel heel erg lekkere frut (hoofdkaas)maakte (Frut van Raas). Om zijn
frut in te pakken gebruikte hij eerst wit papier natuurlijk, maar daarover
een oud exemplaar van de Gazet van Antwerpen, vandaar de bijnaam de frut.)
Terug
naar overzicht
De
Genie-muziek
(tekst en muziek: P.C. Poortman)
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor
het sturen van de tekst)
Mina, kom eens gauw naar buiten !
Meid, daar komen de troepen an.
Hoor die kerels eens leuk spelen,
Ha, daar word je vrolijk van !
Laten we 'n eindje mee gaan lopen,
Vlak vooraan bij de muziek,
Bij de jongens en de meisjes,
Bij de hele kliek.
Kijk die ene kerel blazen,
Mien, hij barst er bijna van !
Hoor die grote trom eens razen,
Wat die kerel rans'len kan !
Alle mensen kijken vrolijk,
Lopen graag een eindje mee,
Iedereen verzet zijn zinnen,
Leve de muziek, hoezee !
Kijk dat ouwe vrouwtje,
Dat stapt stevig an
Alle kind'ren huppelen,
Niemand die meer stil staan kan.
'n Vrijer houdt zijn meisje
Nu nog beter vast,
Want bij zo'n vrolijk wijsje
Dient goed opgepast.
En die jonge meisjes,
O, wat zijn ze dol !
Muziek en militairen
Maakt hun hoofd op hol !
Menig hartje bonst er
Bij 'n soldatenblik,
Iedereen is vrolijk,
Allen hebben schik.
Ramen, deuren gaan er open,
Ieder laat zijn werk staan.
Allen moeten even kijken,
Wat voor troepen of daar gaan.
En wie er maar even tijd heeft,
Wandelt graag een eindje mee,
Voelt zich opgewekt en vrolijk,
Leve de muziek, hoezee !
Terug
naar overzicht
De
golven die zingen (Lied van de zee)
(uitvoering: Eddy Christiani)
Een
jochie stond aan 't stille strand
Hij
tuurde naar de zee
Zijn
hartje zong het mooiste lied der zilte golven mee
De
ernst en bewondering lag op zijn aangezicht
Zijn
ogenpaar weerspiegelde een glimp van 't hemellicht
Refrein:
De
golven die zingen: "Kom mee met mij"
Dan
heb je de ruimte, dan ben je zo vrij
De
golven die zongen het lied van de zee
Ze
riepen hem aan en ze lokten hem mee
Hij
sprak: "Wanneer ik groter ben
Wil
ik een zeeman zijn
Dan
word ik op een sprookjesschip een echte kapitein"
Het
jochie dat ging langzaam heen
Bezonken
en tevree
Nog
eenmaal omziend, sprak hij zacht: "Tot weerziens lieve zee"
Refrein
Na
vele jaren koos een schip met Neêrlands vlag de zee
Het
nam een jonge frisse borst als lichtmatroosje mee
Hij
wendde eenmaal nog het hoofd
En
keek naar 't stille strand
Toen
vond zijn blik de grote zee; hij deed zijn woord gestand
Refrein
Terug
naar overzicht
De
grenssoldaat
Versie
1
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
Hij
was soldaat, hij moest de grens bewaken.
De
smokkelaars zij waren steeds actief.
Hij
dacht er niet aan zijn plicht te verzaken,
Hij
schoot als 't moest op smokkelaar en dief.
Ginds
in het dorp had hij zijn geliefde trouw gezworen,
Zij
beminden o zo zeer elkaar.
Al
was haar vader ook een smokkelaar,
Ze
was zo rein hij dacht alleen aan haar,
Ze
was zo rein hij dacht alleen aan haar.
Zeg
aan je vader dat hij op moet passen
En
met dat smokkelen uit mijn nabijheid blijft.
Mijn
waakzaam oog zal hem dan eens verrassen,
Indien
hij hier de boel 't land uitdrijft.
Beloof
me dat je, je nimmer laat misleiden,
Om
hem te volgen op zijn pad.
Het
is te gevaarlijk en te slecht voor jou m'n schat
,
Och
lieveling, zeg toe beloof me dat,
Och
lieveling, zeg toe beloof me dat.
Op
zek're nacht toen hij op post moest komen
En
een uur stond hij daar eenzaam reeds op wacht.
Terwijl
hij aan zijn lieveling dacht,
Doorboord'
zijn oog de donk're nacht.
Daar
waar de grenzen zich elkander scheiden
Slopen
twee schaduwen behoedzaam voort.
Hé
daar klinkt het voor de eerste maal.
Een
schot een gil hij had er een doorboord,
Een
schot een gil hij had er een doorboord.
In
stilte knielt hij bij het lichaam neder,
Maar
wie ontdekt zijn droefheid en zijn smart.
Z'n
lieveling ze ligt levenloos in zijn armen,
Een
kogel trof haar midden in het hart.
Wanhopig
heeft hij zijn besluit genomen,
Een
schot valt voor de tweede keer.
Hij
had voldaan aan zijn soldatenplicht,
Die
arme grenssoldaat hij leeft niet meer,
Die
arme grenssoldaat hij leeft niet meer.
----------------------------------------------------------------------
Versie
2
(met
dank aan Wim van Rijn)
Hij
was soldaat, hij moest de grens bewaken,
De
smokkelaars, ze waren zo actief.
Hij
vreesde niet zijn plicht ooit te verzaken,
Schoot
als het moest op smokkelaar of dief.
In
't dorp had hij zijn liefste trouw gezworen,
Ze
minden o zo zeer elkaar,
Al
was haar vader ook een smokkelaar,
Zij
was zo rein, hij dacht alleen aan haar.
"Zeg
aan je vader, dat hij op moet passen,
En
met het smok'len verre van mij blijft.
Mijn
waakzaam oog zal hem toch eens verrassen,
Indien
hij hier de boel het land uitdrijft.
Zeg
mij dat jij je nimmer laat misleiden,
Om
hem te volgen op zijn pad,
't
Is te gevaarlijk en te slecht m'n schat,
Och
lieveling, zeg toe, beloof me dat.
Vraag
niet om hem gewoon te laten lopen,
Hem
laten gaan, zo midden in de nacht.
Met
smokkelwaar om elders te verkopen,
Dat
kan ik niet op mijn soldatenwacht.
Mijn
lief daaraan zal ik niet kunnen denken,
Al
zou 'k het gaarne doen voor jou,
'k
Schendt nooit de eed van mijn soldatentrouw,
Zelfs
niet al 'k jou er door verliezen zou."
Op
zek're nacht, toen hij op post moest komen,
Een
tijd stond hij daar eenzaam reeds op wacht.
Terwijl
hij van zijn lieveling bleef dromen,
Doorboort
zijn oog de donker-stille nacht.
Dit
was de tijd dat er wat aan kon komen,
De
grens passeren stil en stom,
Hij
wachtte lang, de uren vlogen om,
De
bomen ruisten zacht geheel rondom.
In
stilte stond hij lang reeds daar te wachten,
Maar
plots'ling had hij een geluid gehoord.
Daar
waar de wegen zich elkander kruisen,
Slopen
twee schaduwen behoedzaam voort.
"Werda!"
zo roept hij reeds ten derde male,
'n
Schot, 'n gil, hij trof er een,
De
and're schaduw die vloog ijlings heen,
En
toen was het weer stil zoals voorheen.
In
stilte knielt hij bij het lichaam neder,
Maar
wie beschrijft zijn wanhoop en zijn smart.
Z'n
lieveling ligt levenloos ter aarde,
Een
kogel trof haar midden in 't hart.
Wanhopig
heeft hij een besluit genomen,
Een
schot knalt voor de tweede keer,
Hij
had voldaan aan zijn soldateneer,
De
arme grenssoldaat hij was niet meer.
Zo
vonden hem bij dag zijn kameraden,
En
naast hem lag zijn liefste lieveling.
Hun
handen lagen op elkaar geladen,
En
aan haar vinger blonk zijn gouden ring.
Ze
werden beiden in 't dorp begraven,
Ze
blijven eeuwig bij elkaar,
De
grenssoldaat, zijn lieve smokkelaar,
De
liefde kent geen grens, dat blijkt toch zonneklaar.
Terug
naar overzicht
De groeten van mijn tante
(oorspr. Tel Me A Story)
(uitvoering: Willy Vervoort)
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor
het sturen van de tekst)
Refrein:
De groeten van mijn tante
De groeten van mijn tante
’t Is zo'n plezante
Ze lijkt op Doris Day
Ze heet Marie en ze eet voor drie
Dus daarom dat ik ‘r gerne zie
Ze gaat naar bed mèèt… 't portret van
Danny Kaye
Ben met m’n tante danig in m’n schik
Zij is bekend ja, meer bekend dan ik
Loop ik op straat of zit ik in een
trein
Roept er iedere man of vrouw
Hoe gaat het met je tante nou
En ik zing dan lachend dit refrein
Refrein
Tante is gierig en dat maakt me woest
Laatst kocht zij een zak met dropjes
voor de hoest
Zij riep met een stem die elke
weerstand fnuikt
Slaapt vannacht maar buiten bed
En zorgt dat je verkouden bent
Zonde al die drop die werd gebruikt !
Refrein
‘k Zat op een bankje in een mooi
plantsoen
Een meisje te kussen zoals zovelen
doen
Toen kwam er ‘n agent die keek ‘t
meisje aan
Lachend zei hij: “Met een vriend
Wie dat is weet ik niet
Maar je tante is het zeker niet !”
Refrein
Laatst had m’n tante vreselijk
verstrooid
Mijn oom’s pyama uit het raam gegooid
Nou dat was m’n oom beslist niet naar
de zin
O wat was m’n oompje kwaad
Zijn pyama lag op straat
En hijzelf zat er ook nog in !
Refrein
Met allemaal de compelementen van m’n
tante.
Terug
naar overzicht
De
grote dag
(strijdlied)
(met dank aan Andreas Jaquet voor
het sturen van de tekst)
Ons hart klopt blij, de grote dag gaat
naderen
Die ons recht en vrijheid schenken
moet
Hel bruist het bloed met snelheid door
onze aderen
Doch met geduld zien wij hem tegemoet
Geen bloedwet zal ons kroost dan nog
doen dienen
Tot borstweer van die rijke burgerij
Dan storten wij als levende machienen
Ons zweet niet meer in hare
dwingelandij
Refrein:
O grote dag breek spoedig aan
Dan fluiten wij, dan fluiten wij
Dan planten wij de werkers rode vaan
De grote dag zal gans het heelal doen
trillen
Door 't heil geroep van 't verloste
volk
Geen macht op aarde zal 't bliksemen
kunnen stillen
Door dwingelandij verveelde
onweerswolk
Die dag zal ook geen leger kunnen
oprukken
In naam van vetgemeste vorsten rot
En staf en troon zullen sidderend
verbleken
Denkend aan zij beide toekomstige lot
Refrein
De dag waarop Christus werd geboren
Die zei dat wij gelijke broeders zijn
Is groot al ging zijn woord tot nu
verloren
Al bleef men 't volk verwijten als een
zwijn
Maar ach den dag waarop men deze
woorden
In 't vaan der vrijheid uit de
werkersschoot
Verrijzen zal begroet door vreugde
akkoorden
Wordt voor het nageslacht nog eens zo
groot
Refrein
En grijsaards stram zich steunend op
hun zonen
En moeders met hun dochters aan hun
zij
Die men die dag niet meer zal mogen
horen
Zal men zien knielen roepend wij zijn
vrij
En allen zullen zullen zich daarna
omarmen
Want hongersnood en slaafsheid zijn
voorbij
De vrijheid zal de mensen trouw
beschermen
Zij zijn gelijk o dag van 't
volksbeheer
Refrein
En gij o diep verwaande mensenkinderen
Die deze taal aanschouwt als nietig
zog
En als op slijk blijft neerzien op uw
minderen
Raad gij uw lot niet op deze groten
dag
O schrik en beef tot in uw ingewanden
De zee is gewis voor 't bloed te klein
Doch redeneer reik ons de
broederhanden
En allen zullen wij gelukkig zijn
Terug
naar overzicht
(tekst en muziek: Henri Theunisse
/ uitvoering: Max van Praag)
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor
het sturen van de tekst)
Op die lentedag, toen je met een lach,
Mij voor d' eerste keer groette
Merkte ik pas, wat liefde was,
En met ongeduld, was mijn hart
vervuld.
Na dit vluchtig ontmoeten
Dacht ik alleen nog aan jou.
Refrein:
Als het koren door de zon geboren
Buigend naar de klaproos ziet,
Komt voor mij DE GROTE DAG
Dat ik je vragen mag.
Als het koren door de zon geboren
Zicht ontplooit in volle pracht,
Durf ik wagen, jou te vragen,
Droom van mij bij zomernacht.
Terug
naar overzicht