SeniorPlaza

Uit (groot)moeders tijd

Yes, 'k heb mooie bananen

(uitvoering Willy Derby)

Iedere mens die kikkert op, heeft in zingen zin
En de zonderlingste mop die plaatst het eerste in
Moppen zijn een modegril, elk glijdt uit vandaag
over een bananenschil je hoort nou als een plaag
Van ieder,

 

Refrein:
Yes, I have no bananen
I have no bananas today
Amerikanen zingen van bananen
En heel Holland die zong mee.
Publiek dat houdt van rare dingen
Vandaar loopt er te zingen
Van yes, 'k heb mooie bananen
Ik heb reuze bananen today

 

 

De keukenmeid heeft in die moppen uitgelaten pret
Ze danste met de groenteboer vanmorgen een duet
Een tros bananen in d'r hand riep ze en kneep ze n'm blauw
Als je nooit de pisang was dan yes toch zeker nou
Allemaal,

 

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

You are my chocolaatje

(Eddy Christiani)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Een zeeman in de Zuidzee spoelde op een eiland aan,
Helaas kon hij het taaltje van die zwartjes niet verstaan.
Maar de dochter van het opperhoofd nam hem toen met zich mee,
En 's avonds in de maneschijn, toen kwetterden die twee:

Refrein:
'You are my' chocolaatje
'My' krikrakroesebol
Voor 'me' 'you' lijkt een plaatje;
'My' hoofd 'you' jaag op hol
Ik 'love you' lekker zwartje
'Do you know, hey', wat ik 'say'
'You are my' blanki, blanki
'Oh! never go away'
'Oh! never go away'
 


De zeeman bleef op 't eiland bij zijn stukje chocola,
Hij leerde heel veel dingen van zijn zwarte schoonpapa.
At kokosnoot en pisang, ging op olifantenjacht,
Maar 's avonds bij zijn kroesebol, dan mompelde hij zacht:



Refrein
 

Op zek're mooie avond kwam een schip aan op de ree,
Een landsman van de zeeman en dus moest ons Jantje mee.
Wel sputterde hij tegen maar helaas dat hielp hem niet,
En toen men 't anker lichtte zong hij voor 't laatst dit lied:


Refrein

 

Terug naar overzicht

Za - Za - Zaterdag

(tekst: J v. Laar jr / muziek: Johnny Hoes en Jan van Laar jr)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

De dagen zijn bezongen, misschien wel duizend keer,

Want ied're dag der week die heeft z'n eigen sfeer.

Maar Zaterdag, ja Zaterdag steekt boven alles uit,

Omdat 't een werk- en rustdag is en ook de week besluit.

Om één uur is 't werk gedaan, de hele boel staat stop,

Dan ga je gauw naar moeder toe, je knapt je lekker op.

De lamp, die Vrijdag scheef hing, hangt als een kaars zo recht,

Het is de dag der dagen, waarom een ieder zegt:

 

Refrein:

Waar denk je aan, de hele week ?

Aan Za-Za-Zaterdag !

Waar maak je duizend plannen voor ?

Voor Za-Za-Zaterdag !

De één gaat kamperen, de ander blijft thuis.

Pa móét mee uit wink'len, al vindt hij dat een kruis.

Wanneer hoef je niet vroeg naar bed ?

Op Za-Za-Zaterdag !

En wordt de wekker niet gezet ?

Op Za-Za-Zaterdag !

Een week heeft zeven dagen, zo klonk reeds 't oude lied,

Maar heus een dag als Zaterdag, zo'n tweede is er niet.

 

 

Het hele huis is vrolijk, er heerst een blijde geest,

Want alles moet gereed voor 't leuke week-end-feest.

Papa gaat naar de kapper toe, die scheert z'n toetje glad

En moeder maakt wat lekkers klaar, de kind'ren gaan in 't bad.

Het zakgeld wordt dan neergeteld, een ieder krijgt zijn deel.

De jongste een beetje en de oudste niet teveel.

En is de dag ten einde, roep je: "Wat gaat dat vlug !"

Kwam de nieuwe Zaterdag ook maar zo snel weer terug.

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Zal je ook nog aan me denken

(tekst: Jack Bess / muziek: Virgilio Panzuti)

(met dank aan Gerard Engelbertink voor het sturen van de tekst)

Refrein:

Zal je ook nog aan me denken

Als ik morgen niet meer bij je ben ?

Of bedenk je, zonder smart:

„Uit het oog is uit het hart",

Net als zoveel and'ren die ik ken,

Zal een stroom van lange brieven

Me vertellen, dat je op me wacht ?

Of verraadt er een me koud

Dat je niet meer van me houdt.

En je niet meer aan me hebt gedacht ?

Na de bange tijd van scheiden

Komt vreugde in ons bestaan,

Als je wilt, kan voor ons beiden

Onze droom in vervulling gaan.

Zal je ook nog aan me denken

Als ik morgen niet meer bij je ben ?

Of is alles dan voorbij,

En denk jij niet meer aan mij,

Is het sprookje uit voor allebei ?

 

Het is niet moeilijk trouw te beloven,

Maar trouw te blijven, dat zegt veel meer.

Steeds komt de twijfel in me naar boven,

En daarom vraag ik iedere keer:

 

Refrein: (als boven)

 

Terug naar overzicht

Zeeman je droomt van Hawaii

(uitvoering: Kilima Hawaiians en ook Helma & Selma met Orkest Zonder Naam)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Refrein:

Zeeman je droomt van Hawaii

Van sprookjesland,

Met blauwe zee en palmenstrand

Waar ied’re nacht

Het maantje lacht

En waar je liefste vol verlangen op je wacht

Waar ied’re nacht

Het maantje lacht

En waar je liefste vol verlangen op je wacht.

 

Volg de stem van je hart

Zeeman blijf niet dromen

Mijlenver wacht je bruid

Trek ‘t zeegat uit !

 

Refrein: instrumentaal

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Zeeman jou hart is op zee

(uitvoering: Dorus Haring)

(met dank aan Jannie van 't Ende voor het sturen van de tekst)

Refrein:

Zeeman jouw hart is op zee

Ga jij maar varen

Ga jij maar varen

Zeeman jouw hart is op zee

Zonder zeelucht ben jij niet tevreê

 

Een zeeman zei de zee vaarwel

Voor 't leven in de stad

Omdat zijn kleine jonge vrouw

Hem liever bij zich had

De stoere visser deed zijn plicht

Maar was geen dag meer blij

Totdat zijn vrouw op zek're dag

Met iets van weemoed zei:

 

Refrein

 

De zeeman keek z'n vrouwtje aan

En zei, ik blijf bij jou

'k Hou meer van jou dan van de zee

Al is ze nog zo blauw

Maar 't vrouwtje schudde zacht haar hoofd

En zei, dat is maar schijn

Alleen als jij gelukkig bent

Kan ik gelukkig zijn

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Zeeman, o zeeman

(tekst en muziek: Dick Hansen/uitvoering: Marcel Thielemans/The Ramblers/Jany Bron)

Op de pieren bij de haven

Staan de vrouwen saam gedromd

En ze turen in de verte

Maar hun stemmen zijn verstomd

Want de zee vroeg weer haar losgeld

Wie zijn naam die wist zij niet

Ze dompelt al die vrouwen

In ellende en verdriet

 

Zeeman, o zeeman

Ga toch niet weer heen

Zeeman, o zeeman

Laat ons niet alleen

Zeeman, o zeeman

Toch ga je steeds weer mee

Niets kan jou weerhouden

Oh jij held der zee

Niets kan jou weerhouden

Oh jij held der zee

 

Op de schepen in de verte

Werken mannen eensgezind

Namen afscheid van hun huisje

En verlieten vrouw en kind

Maar geen tijd is daar tot denken

Want hun werk gaat almaar door

Zij dromen van hun vrouwen

En ze luisteren naar hun koor

 

Zeeman, o zeeman

Ga toch niet weer heen

Zeeman, o zeeman

Laat ons niet alleen

Zeeman, o zeeman

Toch ga je steeds weer mee

Niets kan jou weerhouden

Oh jij held der zee

Niets kan jou weerhouden

Oh jij held der zee

 

Terug naar overzicht

Zeeman pas toch op je hart

(tekst en muziek: Jack Bess, Eddy Christiani en Frans Poptie)

Refrein:

Zeeman, zeeman, pas toch op je hart
Loop aan de wal, niet in de val
Zeeman, zeeman, pas toch op je hart
Want raak je het kwijt dan heb je spijt
Als je een meisje ontmoet
Neem dan haar jawoord niet mee
Als je dat doet
Heb je geen rust meer op zee
Zeeman, zeeman, pas toch op je hart
Ahoy! Ahoy! Ahoy!

Ga je passagieren kijk dan uit
Want zo menig meisje loert op buit
Kan je dan zo'n meisje niet weerstaan
Is het met je liefde voor de zee heel gauw gedaan

Refrein


Hou je hart voortdurend aan de lijn
want je hoort als zeeman vrij te zijn
Geef je dus je liefde straks aan twee
Moet je eenmaal kiezen of het meisje of de zee

Refrein

Terug naar overzicht

Zeemanshart

(uitvoering Eddy Christiani)

Nog zie 'k je staan in Rotterdam

Voel nog je traan toen j' afscheid nam

Ik dacht nog steeds: Het is maar spel

'n zeemanshart vergeet zo snel

Ik dacht nog steeds: Het is maar spel

'n Zeemanshart vergeet zo snel

 

Refrein:

'k Ging met je mee in Rotterdam

Toen ik van zee in Holland kwam

Ik dacht alleen: Het is maar spel

'n Zeemanshart vergeet zo snel

Ik dacht alleen: Het is maar spel

'n Zeemanshart vergeet zo snel

 

M'n schip zwierf rond langs vreemde kust

Maar nergens vond mijn hart nog rust

Ik dacht nog steeds: Het is maar spel

'n Zeemanshart vergeet zo snel

Ik dacht nog steeds: Het is maar spel

'n Zeemanshart vergeet zo snel

 

Refrein

 

Ik kom terug, terug bij jou

Dan word je vlug m'n lieve vrouw

Ik weet het nu: Het is geen spel

'n Zeemanshart vergeet niet snel

Ik weet het nu: Het is geen spel

'n Zeemanshart vergeet niet snel

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Zeep en soda

(tekst: A. Meurs/uitvoering: Black & White met het Orkest Zonder Naam)

(met dank aan Marc Blokland (†) voor het sturen van de tekst)

Refrein:

Zeep en soda, zeep en soda

M'n eetlust is weer naar de maan

Zeep en soda, zeep en soda

Mama heeft weer iets geks gedaan

 

Mama die kookt in de frituur

Maar af en toe ben 'k overstuur

Dan doet ze zeep in de puree

Of krijg ik soda in de thee

 

Refrein

 

Een kennis at een stukje mee

Het werd een uitgebreid diner

Schuimbekkend zei hij toen spontaan:

"Mama heeft weer haar best gedaan"

 

Refrein

 

Ze doet haar best met veel plezier

Dan gaat ze naar de kruidenier

Dan brengt ze meestal per abuis

Wat zeep en soda mee naar huis

 

Refrein

 

Zes dagen lang, kwam ik tekort

Krijg zeep en soda op mijn bord

Ik haal de schade dan wel in

Ik vind de pap dan wel naar mijn zin

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Zeepsop in de pruimenpap

(met dank aan Anita Dortmans voor het sturen van de tekst)

Refrein:

Wie heeft er zeepsop in de pruimenpap gedaan ?

Alle pruimen, liggen te schuimen

Wie heeft er zeepsop in de pruimenpap gedaan ?

Iedere pruim ligt in het schuim

'k Heb het geproefd maar dat is ongezond

Ik kreeg het schuim al op mijn mond

Wie heeft er zeepsop in de pruimenpap gedaan ?

Iedere pruim ligt in het schuim

 

Mevrouw van Dalen bij ons uit de straat

Was deze dagen zo verschrikkelijk kwaad

Ze was spinnijdig op de meid

en schold d'r uit voor stomme geit

 

Refrein

 

't Schijnt dat de meid er zelf niks van wist

Dat zij zich met de suiker had vergist

Ik denk dat d'r ogen zijn verzwakt

Want ze had de waspoeder gepakt

 

Refrein 2 x

 

Terug naar overzicht

Zeg het met bloemen

tekst en muziek: Bart Ekkers

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Als je gevoelens wilt uiten

Gaat dit vaak met woorden slecht.

Maar je wordt altijd begrepen

Als je "het" met bloemen zegt:

 

Refrein:

Zeg het met bloemen

Zij gaan tot 't hart.

Spreken bij vreugde,

Spreken bij smart.

Spreken van liefde,

Eerbied en trouw.

Zeg het met bloemen

"Ik hou van jou."

 

Op ieder plekje op aarde,

Wordt steeds deze taal verstaan.

Bloemen ze spreken zo duid'lijk

Van een lach of van een traan.

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Zeg James (The Ramblers)

(met dank aan Marc Blokland (†) voor het sturen van de tekst)

Zeg James, beste James,

Ga meneer de baron eens halen.

Want James, beste James,

De baron moet een rekening betalen.

Hij kocht bij mij een pantalon

Omdat hij zo de straat niet meer op kon,

Want z'n broek was versleten tot op de draad

Ik kom eens kijken hoe het met betalen staat.

 

Refrein:

Meneer de baron is niet thuis,

Hij is nu al wekenlang op reis.

Hij maakt een expeditie naar het noordpoolijs,

De baron blijft nog maandenlang van huis.

 

Zeg James, beste James,

Ga meneer de baron eens halen.

Want James, beste James,

De baron moet een rekening betalen.

Ik ben de leverancier

Van de port, de sherry en het bier,

Van de rum, de wijn, de advocaat,

Ik kom eens kijken hoe het met betalen staat.

 

Refrein

 

(dit met een Amerikaans accent)

Zeg James, beste James,

Ga meneer de baron eens halen.

Want James, beste James,

Ik wou de baron eens wat betalen.

Ik ben zijn neef uit Canada

En ik laat hem een massa dollars na.

Ik ben blij mijn neef eens weer te zien

En ik schenk hem minstens een millioen of tien.

 

Refrein:

Meneer de baron is wel thuis,

Hij zit nou al wekenlang in huis.

Hij maakt geen expeditie naar het noordpoolijs

En hij gaat in geen jaren meer op reis.

Meneer de baron zit in 't bad,

Daar zit hij nu al een dag of wat.

Z'n kleren heb ik naar Ome Jan gebracht,

Ik kan U zeggen d'r wordt op U gewacht.

 

Terug naar overzicht

Zeg je ma en pa

Je pa en ma, m'n beste meid

Zijn niet op mij gesteld

Ze zoeken al een hele tijd

Voor jou 'n man met geld

Pa zet daar op z'n hele kaart en toch is hij abuis

Want ik ben, en da's veel meer waard, van alle markten thuis

 

Refrein:

Ik was pottenbakker en autolakker en stadsaanplakker

Op de markt van Budapest

Zeg je ma en zeg je pa, hij verdient z'n kostje best

Ik was putjesschepper en knock-out mepper

Bereed 'n klepper als de held van de Wild West

Zeg je ma en je pa, hij verdient z'n kostje best

Ik voer van Schagen naar Kopenhagen

Met schapenkaasjes op en neer

Ik ventte haring, textiel en staring

En was bij Lieftinck in de leer

 

Ik was dierentemmer, pianostemmer

En kolentremmer op de pont van Hammerfest

Zeg je ma en je pa, hij verdient z'n kostje best

Ik was dameskapper en ketellapper en orgeltrapper

In de kerk van Purmerend

Zeg je ma en pa, hij verdient een lieve cent

Ik was radiospreker en groentekweker

Lantaarnopsteker eerste klas in 't Sas van Gent

Zeg je ma en zeg je pa, hij verdient een lieve cent

Ik speelde "Ako" in Monaco

Brak ik de bank om 't and're uur

Ik heb in Londen fortuin gevonden

Met "fijne nieuwe" in 't zuur

Deed in vliegenvangers en klerenhangers

Sloeg alle zangers met m'n liedjes zonder end

Zeg je ma en je pa, hij verdient een lieve cent

 

Terug naar overzicht

Zeg, kleine ree (T. Kent, J. Munzel,F. Gahn, R. Berg)

 Refrein:

 Zeg, kleine ree

 Als jij graag springt

 Zeg, pas dan op, pas op

 Zodra de jachthoorn klinkt

 Zeg, kleine ree

 In 't groene woud

 Er dreigt gevaar

 In 't kreupelhout

 

Een jagersman, die ging heel vroeg op jacht

Op jacht in 't groene woud, nog sluim'rend na de nacht

Een jonge ree, die kruiste toen z'n pad

Hij smulde argeloos van 't malse blad

 

Refrein

 

De ree, die keek de jager angstig aan

Z'n oogjes zeiden: "Ik heb jou toch niets gedaan

Ik wil graag leven, doe me geen verdriet"

De jager legde aan, maar schieten kon hij niet

 

Zeg, kleine ree

In 't groene woud

Er dreigt gevaar

In 't kreupelhout

 

Terug naar overzicht

Zeg kleine schooljuffrouw (test/muziek: Harry de Groot)

Des morgens om tien uren

Zit ik door het raam te turen

Daar nadert uit de verte in mijn straatje

Een juffrouw met wat kleuter

U weet wel, van die peuters

Als van een schattig kinderkamertplaatje

Dan ren ik met drie treden

De trap af naar beneden

Want oh die juffrouw wordt door mij aanbeden

En ik vraag: juffrouw toe wees niet flauw

Maar zeg mij gauw waarom

Mag ik niet mee zo'n blokje om

 

Refrein:

Zeg kleine schooljuffrouw

Wat stap je als een pauw

Zo met je klasje

In het pas

Naar die school van jou

Zeg waarom doe je mij niet een keer een pleziertje

En neem ook mij eens met je mee in het vrijkwartiertje

M'n kleine schooljuffrouw

Hé toe beslis nu gauw

Opdat ik vertel en voor je spel

Hoe ik van je hou

Ik ken mijn les

Het wordt een succes

Neem mij gerust maar onder het mes

Ik krijg een tien

Dat zul je zien

En jou tot vrouw

 

Eerst deed ze wat verlegen

Maar ik heb mijn tien gekregen

En alles op het stadhuis in het net geschreven

In plaats van het kleuterklasje

Loop ik nu in het pasje

En nu regeert ze mij haar verdere leven

Tracht ik haar te bekoren

Dan lispelt ze in mijn oren

Nog een zoen

En je gaat een bank naar voren

Maar die laatste kus

Was maar twee plus

Een betere kus

Hij komt

Dan gaan we nog een blokje om

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Zeg mammie

(met dank aan Marjolein van Eck)

Zeg mammie, sinds jij niet meer thuis bent,

Is het hier zo saai en zo stil.

Daarom schrijf ik jou dit briefje,

Of je niet eens thuis komen wil.

 

Papa is zo verdrietig

En de kindermeid is stout,

Want ze zegt dat onze pappie

Van een andere mammie houdt.

 

Mammie kom toch weder

En blijf niet van ons weg.

Want pa doet niet anders dan huilen,

Hij weet niet eens meer wat hij zegt.

 

En als ik dan ’s avonds ga slapen,

Heeft pappie mij in slaap gesust.

Ik heb zo vele malen,

Een traan van zijn wang gekust.

 

Terug naar overzicht

Zeg niet nee

(tekst: Pierre Wijnobel/muziek: Travis Pritchet/uitvoering: Fouryo's)

Zeg niet "nee-hehehee", zeg niet "nee-hehehee",

Als ik vraag "ga je mee", zeg dan niet "neeheehee, maar zeg ja !"

Zeg niet "nee-hehehee", zeg niet "nee-hehehee"

Als ik vraag om een zoen, zeg dan niet "nee niet doen, maar zeg ja !"

 

Jij bent steeds in mijn gedachten

Van 't moment dat ik je ken.

En ik wil beslist niet wachten,

Tot ik vijfentachtig ben.

 

Zeg niet "nee-hehehee", zeg niet "nee-hehehee",

Als ik vraag om een zoen, zeg dan niet "nee niet doen, maar zeg ja !"

 

'k Zal je in m'n armen nemen,

Want ik heb zo 't idee,

Als ik jou eenmaal gekust heb,

Zeg je zeker nooit meer "nee".

 

Zeg niet "nee-hehehee", zeg niet "nee-hehehee",

Als ik vraag om een zoen, zeg dan niet "nee niet doen, maar zeg ja !"

Zeg niet "nee-hehehee", zeg niet "nee-hehehee",

Zeg niet "nee-hehehee", zeg niet "nee-hehehee".

 

Terug naar overzicht

Zeg waarom heeft de kok ?

(uitvoering Bob Scholte)

Er was daar in het cowboy-kamp
Beslist iets aan de hand.
Want ieder riep ojé, wat raar,
De soep is aangebrand.
De kok die doet zijn werk niet goed,
De soep die smaakt niet hoor !
Ze is niet zuur maar wel te zoet,
Weldra klonk het in koor:

 

Zeg waarom heeft de kok de soep aan laten branden ?
Heeft hij nu weer niet in de pot geroerd ? 
Zeg heeft de kok de soep aan laten branden ?
Heeft hij nu weer naar Josefien geloerd ?

De dag daarop was het weer mis,
Er klonk alweer lawaai.
Want ieder riep ojé wat raar,
Het vlees is zwart en taai.
De kok die doet z'n werk zo slecht
Waar deugt die kerel voor ?
Want hij verknoeit steeds ons gerecht
Weldra klonk het in koor:


Zeg waarom heeft de kok het vlees aan laten branden? 
Heeft hij nu weer niet in de pot geroerd ?
Zeg, heeft de kok het vlees aan laten branden ?
Heeft hij nu weer naar Josefien geloerd ?

De dag daarop  was het weer raak,
Geloof me, het is waar.
Want ieder riep ojé, wat raar,
Die vis is veel te gaar.
De kok vergat zijn plichten weer
Waar komt dat dan toch door ?
Hij kookt steeds slechter, keer op keer,
Weldra klonk het in koor:


Zeg waarom heeft de kok de vis aan laten branden ?
Heeft hij nu weer niet in de pot geroerd ?
Zeg, heeft de kok de vis aan laten branden ?
Heeft hij nu weer naar Josefien geloerd ?

Maar op een dag in 't cowboy-kamp,
Was het eten wat je noemt,
In één woord samengevat piekfijn,
De kok was zeer geroemd.
Er werd gesnoept zoals nog nooit,
Men vroeg zich af waarom.
De kok zijn ijver had ontplooid,
Weldra klonk het in koor:


Zeg weet je  waarom de kok niets aan laat branden ?
En hij z'n vak liefdevol beschouw t?
Weet je waarom de kok niets aan laat branden ?
Hij is vandaag met Josefien getrouwd !

 

Terug naar overzicht

Zeg, wil je misschien eens even naar mijn hartje kijken

(tekst en muziek: Tom Erich en Piet Roda/uitvoering: o.a. Annie de Reuver en Tom Erich Orkest)

Refrein:
Zeg, wil je misschien eens even naar m'n hartje kijken,
't Rommelebomt zo raar, als ik je zie.
En ben ik misschien verliefd, zal dat wel blijken,
Toe, luister 'ns gauw en zeg me dan op wie.
Eerst hoor je van "rom",
Dan hoor je van "bom"
En elke keer begint 't weer, als ik je tegen kom.
Zeg, wil je misschien eens even naar m'n hartje kijken,
't Rommelebomt zo raar, als ik je zie.

 

Toen ik nog maar een bakvis was, van amper zestien jaar,
Was ik nog nooit eens echt verliefd geweest.
Maar sinds de dag dat ik hem zag, toen deed m'n hart zo raar,
Als ik hem tegen kwam, het allermeest.
Ik vond dat kloppen vreemd en ongewoon,
Dus vroeg ik hem, op aller liefste toon:

Refrein 

Hij keek mij heel verbijsterd aan, 't was aardig om te zien.
Maar 't duurde mij te lang, ik zei: "Ik wacht",
Toen lachte hij opeens en zei verlegen: "Ach, misschien
Is 't alles niet zo moeilijk als je dacht,
Want nu ik hier met jou te praten sta,
Nu zeg ik jou dezelfde woorden na" 

't Rommelebomt zo raar, als ik je zie.

Toe, luister 'ns gauw en zeg me dan op wie.
Eerst hoor je van "rom",
Dan hoor je van "bom.
En elke keer begint 't weer, als ik je tegen kom.
Zeg, wil je misschien eens even naar m'n hartje kijken,
't Rommelebomt zo raar, als ik je zie, je zie;
't Rommelebomt zo raar, als ik je zie.

 

Terug naar overzicht

Zes vrijsters op een bank

(tekst: J.A.v.D.B./muziek: Chr. van Esse/uitvoering: Chretienni

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

't Was Maandag toen ik 's avonds laat,

Een luchtje schepte op de straat,

'k Daar werd aangehoüen door een,

Mamzell' die  aan me vroeg,

 Ofschoon zij  flink een bochel droeg:

"Wil jij niet met me trouwen ?

"Waarom  niet", zei ik , "lieve meid !

Doch geef ten minste mij den tijd,

Opdat ik kan beslissen.

Kom Zondag middag bij de tent,

Zoowat drie uur of daaromtrent,

Daar zult ge mij niet missen."

Dat was er één.

 

't Was Dinsdag dat een Keukenmeid,

Zeer uitgelaten en verblijd,

Mij vroeg met haar te vrijen.

De meid die zag er mollig uit,

Toch gaf ik haar nog geen besluit,

Al mocht ik haar wel lij'en.

Ik hield mij toen als een officier

En zei haar met den meesten zwier,

Al droeg ik burgerkleêren:

"Kom Zondag middag bij de tent,

Zoowat drie uur of daaromtrent,

Daar zal ik defileeren."

Dat waren er twee !

 

't Was Woensdag in den avondstond,

Dat ik een schoonheid zittend vond,

En dat wel op haar hurken.

Een kleintje had ze in haar schoot,

En uit een flesch, die zij 't aanbood,

Lag 't schaapje maar te lurken.

Zij keek mij aan en zei zeer stout:

"Mijnheertje lief, ik ben niet oud,

En ook nog vrijgezelle."

"Kom Zondag middag bij de tent",

Zei ik, "drie uur of daaromtrent,

Dan zal ik meer vertellen."

Dat waren er drie !

 

't Was Donderdag en 's morgens vroeg,

Terwijl een  meid die emmers droeg,

Met melk vol geschonken,

Mij staande hield en tot me zei:

"Zeg,  lieve schat,  ben jij  nog vrij ?

Dan  is de zaak  beklonken !"

Ik was en  route naar het strand ,

En had  mijn zwembroek in de hand,

Zoodat ik haar deed hooren:

"Kom Zondag middag bij de tent,

 Zoowat drie uur of daaromtrent",

En daarnaar had zij ooren.

Dat waren er vier !

 

't Was Vrijdag op het middaguur,

Ik had toen juist een booze kuur,

Dat ik een maagd ontmoette,

 Zij knikte mij zeer lief gedag,

Er speelde om  haar mond een lach,

Waarop ook ik haar groette.

Zij  keerde om  — ik evenzoo,

Ze sprak mij aan — ik hield me bloó,

Doch toch deed ik haar weten:

"Kom Zondag middag bij de tent,

Zoo wat drie uur of daaromtrent,

Maar dan ook niet vergeten."

Dat waren er vijf !

 

't Was Zaterdag toen op een hoek,

Een juffrouw stond met omslagdoek,

En parasol met ballen.

Zij wenkte mij met sluwen blik,

En ik, natuurlijk in mijn schik,

Liet mij dat welgevallen.

"Zeg , goeie sul !" sprak zij mij  aan,

 Laat ik met jou eens mede gaan !"

Wat zat dat mensch vol sproeten !

"Kom Zondag middag bij de tent,

Zei ik, drie uur of daaromtrent,

Daar hoop ik je 't ontmoeten !"

Dat waren er zes !

 

't Was Zondag bij de tent in 't Bosch,

Dat op een bank in Zondags dos

Het zestal was gezeten.

"Waarom kom jij", vroeg een de aâr,

"Juist op deez' bank ? Dat vind ik raar,

Dat wou ik wel eens weten."

"Ik wacht er een, alom bekend,

Voor wien  misschien jij  ook hier bent,

Maar dat is niet het echte !"

En toen het bleek dat dit zoo was,

Lag 't zestal in het natte gras,

Als kat en hond te vechten.

Dat waren de gevolgen daarvan !

 

Terug naar overzicht

Zeven dagen lang

(uitvoering: Orkest zonder naam en Fred Starewood)

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

Wat zullen we drinken zeven dagen lang
Wat zullen we drinken wat een dorst
Er is genoeg voor iedereen
Dus drinken we samen sla het vat maar aan
Ja drinken we samen niet alleen

 

Dan zullen we werken zeven dagen lang
Dan zullen we werken voor elkaar
Dan is er werk voor iedereen
Dus werken we samen zeven dagen lang
Ja werken we samen niet alleen

 

Eerst moeten we vechten
Niemand weet hoe lang
Eerst moeten we vechten voor ons belang
Voor het geluk van iedereen
Dan vechten we samen samen staan we sterk
Ja vechten we samen niet alleen

 

Terug naar overzicht

Zeven dagen lang

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Zeven dagen lang zit ik nu alleen
Zeven dagen zonder jou om me heen
Toen je mij verliet had ik allang berouw
Zeven dagen lang verlang ik zo naar jou

 

 

Refrein:

'k Huilde tranen met tuiten,

Oea, oea, oe.

Al dat snikken en snuiten

Maakte mij zo moe.

'k Wil niet langer wachten.

Oea, oea, oe.

Ik wil in gedachten,

Steeds naar je toe.

 


Alle dagen en nachten blijf ik je trouw
Zijn al m'n gedachten alleen bij jou
Daarom moet je beseffen, hoe ik me voel
Toe, doe niet zo ernstig, doe niet zo koel

 

 

Refrein
 


Leven zonder jou bevalt me zo slecht
'k Wou dat je vergat wat ik heb gezegd
Want op dat moment verloor ik m'n geduld
Ik geef nu wel toe, het is m'n eigen schuld

 

 

Refrein
 


Zeven dagen lang zit ik nu alleen
Zeven dagen zonder jou om me heen
Toen je mij verliet had ik allang berouw
Zeven dagen lang verlang ik zo naar jou

 

 

Refrein
 


Zeven dagen lang zit ik nu alleen
Zeven dagen zonder jou om me heen
Toen je mij verliet had ik allang berouw
Zeven dagen lang verlang ik zo naar jou
Verlang ik zo naar jou
Verlang ik zo naar jou

 

 

Terug naar overzicht

Zeven vlotte schotse Schotten

(Black & White)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Zeven vlotte schotse Schotten stonden in de rij
In de ingang voor de voordeur van een boerderij
Alle zeven volle neven waren van de kaart
Ze hadden voor dezelfde bruid hun bruidsschat opgespaard
De boer zei: m'n dochter die geef ik niet
Met wie ze wil trouwen dat weet ze niet
Het is dus nutteloos jullie hopeloos
En ik zeg en ik zeg scheer je weg
De boer zei: m'n dochter die krijg je niet
Met zeven mannen trouwen wil ze niet
Droom vervlogen, in hun hart bedrogen
Dus zeiden ze: nooit meer naar de boerderij
De Schotten dronken whisky
Schonken zeven glazen vol
En ze dansten en ze sprongen
En ze lachten, zongen
Een Schotse Rock en Roll
Een andere Schot kreeg die dochter wel
Maar zij bleven maar liever toch vrijgezel
Het werd een reuze feest
Reuze feest, reuze feest
Zoals daar nog nooit eerder was geweest

 

Terug naar overzicht

Zevenduizend koeien

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Als kleine jongen al was ik een raar geval
Mijn vader schrok zich lam, de psychiater kwam
Ik had een koeicomplex zoals hij zei
Ga maar naar Artis, naar de kinderboerderij

 

 

'k Heb melken daar geleerd, 'k ben toen geëmigreerd
Naar Texas in de States, ik woon daar jaren reeds
Tussen de koeien vrij en onverveerd
Maar heel m'n lever wordt daar door verenueerd

 

 

Refrein:
Zeven duizend koeien,
Hoor die krengen loeien
En m'n rust verknoeien
O wat fijn om een cowboy te zijn

 

 

'k Heb 's nachts op de prairie last van een nachtmerrie
Ik roep dan gillend uit: "Ik hou het niet meer uit."
Want ik droom elke nacht, ik ben een stier
En gelooft u mij, dat zit me ook tot hier

 

 

Refrein (2 x)

 

Terug naar overzicht

Zie aan het raam de laatste rozen bloeien (tekst Jac van Tol)

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

Stil is de zomer heengegaan,

Het lied der vogels is verstomd.

Men ziet nog schaarsch wat bloemen staan,

De donk're winter komt.

Geen zonneschijn, noch vlinderspel,

Geen zomers blij gerucht ,

De wolken gaan zoo snel zoo snel,

Als schimmen door de lucht.

Refrein : 

Zie aan het raam de laatste rozen bloeien,

Dorre blad'ren vallen van  den boom,

Door de takken gaat de herfstwind loeien,

En verjaagt mijn laatste levensdroom.

Ik tel mijn eerste grijze haren,

Want de winter komt straks ook voor mij,

En ze vallen met de laatste blaren,

Jeugd en Lentetijd gaan eens voorbij.

Al het heden wordt verleden,

Jeugd en Lentetijd gaan eens voorbij.

 

Ik voel mij zoo melancholiek

En zoek naar een herinnering,

Een lach, een kus of wat muziek,

Van al wat henen ging.

Een zachte hand, die even dol,

Mij door mijn haren streelt.

Eén enkel hart, dat liefdevol,

Mijn winter met mij deelt.

 

 Refrein

 

Terug naar overzicht

'k Zie je elke morgen

(oorspr.: Sugar In The Morning van de Mc. Guire Sisters)

(tekst: Bob Hüting/muziek:Ch. Phillips en O. Echols/uitvoering: De Fouryo's)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

'k Zie je elke morgen

'k Zie je elke middag

'k Zie je elke avond weer

Drie keer alle dagen 

Maar wat is nu drie keer ?

Wel wel

'k Wil de hele morgen

'k Wil de hele middag

'k Wil ook 's avonds bij je zijn

Dan waren alle dagen vol vreugde en zonneschijn. 

De vogels zouden zingen en iedereen was blij.

En alle mooie dingen waren voor jou en mij.

 

 

'k Zie je elke morgen

'k Zie je elke middag

'k Zie je elke avond weer

Drie keer alle dagen

Maar wat is nu drie keer ?

Het is niet veel

Het is heus te kort voor jou en mij

En ik deel mijn dag in drie en ben pas blij

Als ik je zie al is het een keer of drie

Maar het gaat veel te vlug voorbij

'k Wil de hele morgen

'k Wil de hele middag

'k Wil ook 's avonds bij je zijn

Dan waren alle dagen vol vreugde en zonneschijn.

Zonneschijn, zonneschijn, zonneschijn.

 

Terug naar overzicht

Zie-wa-ge-doe !

(tekst: Jack Bess/ muziek: Danny Aster/ uivoering: Bob Scholte)

(met dank aan Gerard Engelbertink voor het sturen van de tekst)

Ik zal tegen zeven uur

op het hoekje staan,

Maak dus met jezelf maar uit

of je mee wilt gaan.

Ik denk steeds als ik je vraag:

„'t Is de laatste keer",

Maar als ik je tegenkom,

vraag ik telkens weer:

 

Refrein:

Hoor eens, aardig meisje, ga je mee

Zie-wa-ge-doe - Wa-ge-doe - Wa-ge-doe !

Het is zo gezellig met z'n twee

Zie-wa-ge-doe - Wa-ge-doe - Wa-ge-doe !

'k Weet een leuk cafétje met muziek

Zie-wa-ge-doe - Wa-ge-doe - Wa-ge-doe !

Heus, het wordt een avond, magnifiek

Zie-wa-ge-doe - Wa-ge-doe !

Een wandeling bij schem'ring

en twinkelende sterren

Een kusje toe: „Is da niet goè ?"

Zie-wa-ge-doe - Wa-ge-doe - Wa-ge-doe !

Hoor eens, aardig meisje, ga je mee

Zie-wa-ge-doe - Wa-ge-doe - Wa-ge-doe !

Het is zo gezellig met z'n twee

Zie-wa-ge-doe - Wa-ge-doe !

 

Zeg nu niet: „Ik heb geen tijd";

maak je rustig vrij,

Want de jaren van plezier

gaan zo gauw voorbij.

Jij weet heel goed, dat ik jou

op mijn handen draag,

En dat jij, ook mij wel mag,

daarom vraag ik graag:

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Ziede gij me gere

(uitvoering o.a.: Will Ferdy, Jan Verbraeken)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Als een jongen met een meisje wandelen gaat
Vraagt hij: Ziede ge me gere
Voor en na het meisje zich dan kussen laat
Vraag zij: Ziede ge me gere
En dat eeuwig nieuwe vraagje
Stemt het paartje oh zo blij
Want geen beter antwoord dan een kus
Ze zijn er gere bij

Do you love me, m’aimez-vous
Shatz, liebst du mich
Dat is: Ziede ge me gere
Yes I love you, je vous aime
Ich liebe dich
Dat is: ‘k zie je toch zo gere
En zo blijft de wereld draaien
Door dat vleugje romantiek
Daarom zeg ik: Ziede ge me gere met muziek

Als een jongen met een meisje wandelen gaat
Vraagt hij: Ziede ge me gere
Voor en na het meisje zich dan kussen laat
Vraag zij: Ziede ge me gere
En misschien met een paar jaartjes
Is het paartje oh zo blij
Want die één, twee, drie, vier kleutertjes
Ze zijn er gere bij

Vind je dat niet lief: het mondje van zo’n spruit
Zeg pa: Ziede ge me gere
En dan blijft het oude antwoord nimmer uit
Wel ja, ‘k zie je toch zo gere
En zo blijft de wereld draaien
Door het vleugje romantiek
Daarom zeg ik: Ziede ge me gere met muziek

Do you love me, m’aimez-vous
Shatz, liebst du mich
Dat is: Ziede ge me gere
Yes I love you, je vous aime
Ich liebe dich
Dat is: ‘k zie je toch zo gere
En zo blijft de wereld draaien
Door dat vleugje romantiek
Daarom zeg ik: Ziede ge me gere met muziek

 

Terug naar overzicht

Zielesmart (tekst: Kees Pruis/muziek Willem Ciere)

(met dank aan Betsy van Dijk voor het sturen van de tekst)

Toen ik voor 't eerst jou leerde kennen,

Toen was je lief en goed voor mij;

'k Moest aan je nukken nog gewennen,

Toch voelde ik mij innig blij,

Als 'k aan jou zij mij mocht bevinden;

Dan leefde ik in hooger sfeer;

'k Gaf niet om ouders noch om vrinden,

Om waarschuwwoorden noch om eer !

 

Weet je nog wel, hoe 'k onbedreven

Met jonge liefd' m' aan jou gaf !

Je was voor mij, mijn heele leven

't Behoorde jou, tot aan het graf;

Aan al je grillen en verlangen

Voldeed ik steeds; hoe 'k kwam aan 't geld

Heb 'k door krankzinnigheid bevangen

Aan jou, verachte, nooit verteld !

 

Nog komt m' als schrikbeeld voor de oogen,

Als 'k mij den tijd haal voor den geest,

Dat 'k zag hoe 'k door jou werd bedrogen,

Door jou, wiens slaaf ik was geweest !

Ik sidder nog bij het herdenken;

'k Bedreef die misdaad door jou schuld,

Niets kan mij meer gemoedsrust schenken;

Van wanhoop is mijn ziel vervuld !

 

'k Heb voor mijn misdaad zwaar geleden;

De cel heeft op mijn hoofd gedrukt

Den stempel van mijn droef verleden,

'k Ga onder diepe smart gebukt;

Jij speelt de groote "werelddame"

En je leeft je leven als weleer,

Maar aan hem, de voor jou toch "bromde",

Denk jij als lichtekooi niet meer !

 

Nu 'k als vertrapte rond moet dolen,

Denk ik vol smart aan vroeg'ren tijd;

Mijn Vader heb 'k voor jou bestolen,

Voor jou, een lichte, lage meid;

Mijn moeder, grijs van smart en schande,

Ligt nu op 't kerkhof door mijn schuld !

O, dood ! verbreek mijn aardsche banden,

Dan is mijn laatste wensch vervuld !

 

Terug naar overzicht

Zigeunerlied

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

In het avond'lijk uur,
Bij het knappende vuur.
Zingt het koor der zigeuners u voor,
Een gezamenlijk lied,
Verdwijnt de zorg en 't verdriet,
Breekt de zon in de harte weer door.

Refrein:
Komt zigeuner zingt,
Bij het lied gaande zorgen teloor.
Als 'n zigeuner zingt,
En de mandolien klinkt,
Breekt de zon in de harten weer door.

Nergens blijven wij lang,
Want de zwerversdrang,
In ons bloed drijft ons dagelijks voort.
Waar wij ook zijn geweest,
Het is overal feest,
Onze zang heeft een ieder bekoord.

Refrein

Een zigeuner is wijs leeft steeds in 't paradijs,
Voelt zich een met de mooie natuur,
Neem 't leven als hij steeds vrolijk en blij,
' t Leven is 'n mooi avontuur.

Refrein

Terug naar overzicht

Zij die niet slapen

(Kees Pruis 1921)

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

Aan 't einde der dag ligt de arbeid terneer

De rust komt der donkere nacht

't Is overal stil en het mensdom in rust

Vindt slapend hernieuwende kracht

Zelfs moeder natuur schijnt in sluim'rende rust

Wanneer zij het zonlicht niet zag

En toch slaapt niet alles, er zijn er nog veel

Wier nacht is gemaakt tot een dag

 

Refrein:

Want zij die niet slapen is 't liefdevol mens

Verpleegster in 't ziekengesticht

En de moeder die biddend in tranen verstikt

Aan 't ziekbed van 't kindje om beterschap snikt

En ook hij de werker der donkere mijn

Die niet weet of hij er nog morgen zal zijn

Die afdaalt door honderd gevaren omringd

In donkere schacht zijn 'gluck auf'-liedje zingt

 

Het rijke gezin heeft de kreeftensalaad'

Verorberd aan 't kost'lijk souper

Ze zijn dol op vis en mevrouw ordonneert

Garnalen voor het dejeuner

En morgen trakteert ze op heerlijke tong

Ze maakt heel 't gezin reeds belust

Ze dromen des nachts van de heerlijkste vis

Te midden van zalige rust

 

Refrein:

Maar zij die niet slapen is 't moedige volk

Die bonkige kerels op zee

Die stormen trotseren ter wille van 't brood

Op vele manieren beloerd door de dood

En wie als het stormt ook niet slaapt is de vrouw

Die neerknielt en bidt, vol van droefheid en rouw

Voor 't lichaamsbehoud van haar man en haar zoon

Haar moeilijk bestaan heeft het rouwkleed tot loon

 

In zacht' rode kussens der spoorwegcoupe

Daar zit een gezelschap bijeen

Ze schimpen en schelden op 't mindere volk

'Dat werkvolk is intens gemeen

Ze vragen steeds maar hoger loon voor hun werk

D'r is niks die proleten naar 't zin'

Ze schelden nog verder maar dan komt de slaap

En 't deftig gezelschap slaapt in

 

Refrein:

Maar hij die niet slaapt is die ruige proleet

Daar voor op de locomotief

Die 't leven van honderden heeft in zijn hand

Hij wordt door geen moeheid of slaap overmand

Met een been in 't graf en het and'r' in de cel

Gij eerste klas slapers bedenkt gij het wel

Zijn handen zijn vuil en al stinkt ie naar zweet

Die man waakt voor u, hij, gesmade proleet

 

Terug naar overzicht

Zij had van die aardige schoentjes gezien

(met dank aan Loes Luca voor het sturen van de tekst)

Zij had van die aardige schoentjes gezien
Van peau de suède leder en lak
En als ze voorbij kwam die aardige Sien
Dan tuurde zij steeds naar die hak
Ze was maar een schooister
Ze kwam uit een steeg
Droeg slordige kleren, geen hoed
Haar portemonnaie was versleten en leeg
Voor 't bedelen bezat zij geen moed

Eens toen zij aandachtig die schoentjes bekeek
Sloop er stiekem een heertje nabij
Hij zag om zijn neus wat vervallen en bleek
En hij gaf haar een por en hij zei:
"Als jij met me meegaat jou aardige meid
Dan krijg jij van mij voor een zoen
Die aardige schoentjes waar de glans zo op ligt
En je hoeft er haast niks voor te doen."

Des 's morgens om vijf uur ontbrak haar een plooi
In het haar zat verwelkt nog een roos
Zij had van die aardige schoentjes gedroomd
Die zaten in een klein witte doos
Maar ach na een jaartje, de lak ging er af
De hak was versleten en scheef
Vervloekte zij de vent die de schoentjes haar gaf
Op de plek waar zij stil lag en beeft

Eens toen zij aandachtig die schoentjes bekeek
Vol modder versleten en vuil
En toen op het kind keek wat schreiend daar lag
Wat ze kreeg voor de schoentjes in ruil
Dan kwamen er tranen, ja tranen zo veel
Op peau de suède leder en lak
Zodat ze weer zouden gaan glanzen op nieuw
Net als zij ze nieuw kreeg uit 't pak

 

Terug naar overzicht

Zij kregen een briefje (Lied uit de oorlog)

(met dank aan Mieke Cuppen voor het sturen van de tekst)

Zij kregen een briefje, voor opkomst met spoed,

Het was voor het vaderland, dat men hen nu roept.

Zij spoedden zich grenswaarts, en zijn nu paraat,

Die vreedzame mensen, zijn nu grenssoldaat.

 

Refrein:

Neem mij met je mee in de loopgraaf, in greppels en dijken,

Bescherm mij, dat de vijand ons niet kan bereiken.

Wij strijden te samen, voor geluk en voor vree,

Van jou kan ik niet scheiden, ach neem mij met je mee,

Van jou kan ik niet scheiden, ach neem mij met je mee.

 

 

De een kust zijn kinderen, en groeten zijn vrouw,

Een ander beloofde, het meisje zijn trouw.

Zwaar valt soms het scheiden, van hetgeen men verlaat,

Men roept en zij komen, als grenssoldaat.

 

Refrein

 

Zo staan onze jongens, bij dag en bij nacht,

Aan de grens in de loopgraaf, daar houden zij wacht.

Om 't land te bewaren, voor strijd en verraad,

Trotseren gevaren, als grens oldaat.

 

Refrein

 

Na arbeid van diensten, is er altijd plezier,

Dan zitten zij samen, in 't Limburgs kwartier.

Soldaten en burgers , zijn saam kameraad,

Zij zingen het lied van de grenssoldaat.

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Zij was van Brussel

(tekst: Madame Ellegiers)

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

Toen ik onlangs eens naar Brusseel ging,

Ontmoette ik een lief aardig ding.

Zoo een sort van het schoon geslacht,

Op 't onverwacht, ja zoo lief en zacht.

En daar ik toch zo ne fijne zijn,

Dacht ik al gauw z'is aan mij die klein.

'k Vroeg haar terstond ja met volle mond,

Of zij mij niet aangenaam vond.

Zij sprak: "Wel menhèyer en luster na kéyer,

'k Zaan van Brusseles dat aav dan niet genèyert.

 

Refrein:

'k Zaan Brusseles van de Marolle,

'k Loet ze bolle, jou da scholle.

Ik vond haar charmant en toch zoo bij d'hand,

'k Dacht wat zijn z'in Brussel plesant.

Zij sprak: "Allèye, kom maar Chérieke,

'k Hiet Marieke, 'k zaan gie kieken."

'k Zei: "Allee, allee, en ik gaan met u mee."

En daarmee waren wij gonewaie.

 

Ik had mijn schatje, ik had ze beet,

En 't was een snuitje naar mijne smeet.

Ik trok met haar in café's heel chic,

Zoo magnifiek, dronk ze geuzenlambic.

Zij zprak:"Menhèyer, 'k haav ne mangèye,

Betaalde ga na giene dinèye."

"Voor u betaal ik mijn liefste kind,

Het beste dat g'in Brussel vindt."

Vous êtes comme il faut, maan kloune bobo,

In Brussel dat doen za hier allemaal zo.

 

Wij zwierden, wij dronken, ja zoo graag,

Dat wij kregen een stuk in onze kraag.

Wij reden en stegen in auto,

Ja, comme il faut, 't ging daar toch zo.

Mijn portemonaie die wierd zo plat,

'k Sprak: "Liefste snuitje rust nu maar wat,

Want mijne centen chic, zijn partie

En 'k heb in mijn zak niet een zie."

Zij sprak met en kleur, en dan de chauffeur,

Die wacht om zijn geld hier ja vlak voor de deur."

 

Refrein:

En 't meisje van de Marolle,

Was gaan bolle, 'k stond te grolle.

Geen cent meer, 't was kras, ik zat in de ambras,

Men reed met mij recht naar de kas.

Ik kreeg daar wat stampen en stompen,

Op mijn rompen, 't was lijk pompen.

En in den amigo vloog ik in galo,

Want in Brussel dat doen zij daar zoo.

 

Terug naar overzicht

Zijn eerste rit

(tekst: P. A. de Génestet / muziek: Des Fleurs a Pierrette)

(met dank aan Jeanne Albers voor het sturen van de tekst)

Wat is het leven jong en vrolijk,

De hemel straalt in zonnegoud,

Maar ginds in 't huisje bij het woud,

Is het somber, stil,  is het stil en koud.

Hier heerst geen vreugde als daarbuiten,

Doodziek ligt een kleine knaap daar,

Zijn moeder zit vlak nevens hem,

En zachtkens spreekt de knaap tot haar:

"Ach moesjelief, hoor mij toch aan,

Ik ben te ziek om op te staan,

Ik ben te zwak, haast om te zien,

Toch beter ik nog wel misschien.

En moesjelief, dan moest U doen,

Wat U aan mij beloofd hebt toen,

Dan zou 'k met u en paatje saam,

Eens voor plezier uit rijden gaan."

 

Vol smart staart moeder naar haar jongen,

Een diepe zucht welt uit haar borst,

Een zucht van lijden en verdriet,

Zij weet te goed, hij betert niet.

Toch mag haar lieveling niets merken.

Bemoedigd lacht zij hem toe,

Dat doet het zieke knaapje goed,

En hij herhaalt vol hoop en moed:

"Ach moesjelief, hoor mij toch aan,

Ik ben te ziek om op te staan,

Ik ben te zwak, haast om te zien,

Toch beter ik nog wel misschien.

En moesjelief, dan moest u doen,

Wat u aan mij beloofd hebt toen,

Dan zou 'k met u en paatje saam,

Eens voor plezier uit rijden gaan."

 

Een maand is er nadien verlopen,

Weer straalt de lucht in zonnegoud,

Maar ginds in 't huisje bij het woud,

Ligt nu een dode, bleek en koud.

Daar ligt verstijfd in 't houten kistje,

De kleine knaap, hij is niet meer.

In stomme smart staat vader daar

En moeder knielt in tranen neer.

Dan komt er voor het kleine raam,

Een donk're droeve rouwkoets staan.

De dragers doen hun zware plicht,

Stil schroeven zij het kistje dicht.

En zoo geschiedde 't op dien dag,

Vol zonneschijn en zomerlach,

Dat moeders kleine lieveling,

Voor d' eerste keer uit rijden ging.

 

Terug naar overzicht

Zijn vrouw verkocht voor veertig gulden

(met dank aan Jeanne Arens voor het sturen van de tekst)

Het is wel grappig wat er weer in "t ronde loopt,

Van een vent die zijn wijf gelijk een hond verkoopt.

Nu is het met de Vrouwenglorie vast gedaan,

Als men ze op een plein aan een paal zien staan.

Je krijgt een overzicht, daar is zoo'n lange rij,

En mogelijk zie je nog uw schoonmoeder er bij.

Of je eigen afgeslofte vroeg're vrouw,

Die daar ook te koop staat als een kalf aan een touw.

 

Refrein:

De eene man die voor zij vrouw zich haast dood loopt,

Terwijl een andere ze voor een krats verkoopt.

Ja zoo zit de hele wereld toch maar gek en raar,

Met die twee soorten van menschen in elkaar.

 

Als een vrouw nu maar veertig gulden waarde heeft,

Dan weet ik niet waarvan zoo'n sjaggelvent dan leeft.

Wanneer je vrouw gekleed is en als pand haar trouwd.

Heb je er vast vier tientjes aan verbouwd.

Maar het kan ook zijn dat zoo'n slimme vent,

Haar op crediet gehaald, en nooit betaald een cent.

Concurreeren tegen het buitenland,

Kan iedereen dan doen met zoo'n handelsverstand.

 

Refrein

 

Het heele liedje is echter maar louter gein,

De wet beschermt de vrouw in haar volle maneschijn.

Die zoo iets doet dat is voor zeker vast verkeerd,

En moet ten volle ook worden geweerd.

Zijn vrouw liep weer naar d' echtelijke haard,

Maar haar man wordt voor zijn daad in 'n cel bewaard.

't Koopbriefje was wel goed in elkaar gezet,

Maar 't klopte lekker niet voor de Nederlandse Wet.

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

'k Zijn zot van de vrouwen

(tekst: Madame Ellegiers)

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

Refrein:

'k Zijn zot van de vrouwen,

Ja dat zing ik hier.

'k Zou zoo geere trouwen,

Ach met veel plezier.

'k Zien ze toch zoo geere,

Al was ik ook gekult.

'k Zou er een begeeren,

Al had ze nog n'en bult.

 

Ziet mij voor u vrouwenschaar,

Gij lieve meisjes altegaar.

't Is voor u zeker dit lied,

Dat ik hier zing, hoort gij het niet.

Want als ik zoo een mezzeke tref,

Zeker en vast, 'k ben er mee weg.

Ros ook blonde zwart of fijn,

Knap zeg ik: "Zij is de mijn."

 

Refrein

 

Koom ik in bals, cafés heel chic,

'k Werp dan van ver een loensche blik,

Of ik niet een schoone vind,

Die mij toch ook wat bemint.

'k Staan met mijn hoed dan in mijn hand,

'k Buig voor die dametjes charmant,

Maar zij gaan lachend voorbij,

En bezien mij maar op zij.

 

Refrein

 

Soms blijf ik op een hoekske staan,

Om er een zien voorbij te gaan.

'k Zet mij daar fix in postuur,

'k Plak mij vast tegen de muur.

En als er dan een voorbij gaat,

Slaag ik dan aan lijk ne soldaat.

Maar geen een die mij beziet,

Daar van heb ik veel verdriet.

 

Refrein

 

Daar ik van liefde en verdriet,

Schier nog teer uit in het verdriet,

Laat ik met een groot reklaam,

Mij in de gazette staan.

Ik bied mijn hand en vrijheid aan,

Voor ieder snuitje die 't pakt aan.

z' Hebben mij met lijf en ziel,

En ik ken er mijn stiel.

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Zilver en goud

(tekst: Jaap Valkhof / muziek: Bob Crosby / uitvoering: The Skymasters)

(met dank aan Gerard Engelbertink voor het sturen van de tekst)

Op vriendschap ben ik gesteld,

Want maak je in 't leven een fout,

Dan is een vriendenhand heel veel waard.

Heb maling aan zilver en goud.

 

Refrein:

Zilver en goud, zilver en goud,

Zoek je geluk niet in zilver en goud.

Ben je alleen, word je dan oud,

Dan heb je niet veel meer aan zilver en goud.

 

Met sneeuw, met regen of wind,

Dan is het 's winters zo koud,

Dan zoen je, knuffel je met je schat,

Dat 's warmer dan zilver en goud.

 

Refrein

 

Een vrouwtje sprak tot haar man:

„Zeg schat, wat worden we oud."

Maar hij , zei: „Lieveling onze liefde

Is mooier dan zilver en goud."

 

Refrein

 

En kijk je kinderen aan;

Al zijn ze af en toe stout,

Die kleine rakkertjes wil je zelfs niet

Ruilen voor zilver en goud.

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Zilverdraden tussen 't goud

(Ned tekst: Kees Pruis/muziek: E.E. Rexford en H.P. Danks)

(uitvoering: Willy Derby 1925, Kees Pruis 1919 en Max van Praag)

Versie 1 (Kees Pruis)

 

Lieveling ik wordt nu oud hoor

Kijk eens naar mijn grijze haar

Neen schudt daar nou niet je hoofd voor

Ik zie er elke dag een paar

Langzaam aan verdwijnt de levenslach

Langzaam aan komt d' oude dag

Zilverdraden tussen 't goud

Ja mijn schat wij worden oud.

 

Ja mijn vrouwtje je hebt gelijk hoor

't Leven was niet enkel zon

Maar ons harte werd er rijk door

En die rijkdom overwon

En al komt er zilver tussen 't goud

Jij wordt voor mij nimmer oud

'k Zie jou altijd voor mijn geest

Zo je vroeger bent geweest

 

Altijd zul je voor mij blijven

't Meisje met het gouden haar

Dat portret zit mij diep in 't harte

Nee laat nu die traantjes maar

In verdriet smolt beider hart ineen

Schoner denkbeeld is er geen

Ziel is eeuwig al wordt 't lichaam oud

Al komt zilver tussen 't goud.

 

--------------------------------------------------------

Versie 2

 

Lieveling de jaren knagen
Aan 't bestaan van iedere mens
Ouderdom moet lasten dragen
Jeugd heeft ook zijn schoonheidsgrens
Als ik zo eens voor de spiegel sta
En ik zie m'n grijze haren aan
Denk ik vaak met stille weemoed
Jeugd hoe snel zijt ge heen gegaan


Als het zilverwit je lokken siert
Merk je pas nu word ik oud
Tussen 't blond zie ik grijze draden
Dat is 't zilver tussen goud

Zie ik de rimpels op mijn wangen
Denk ik aan die goede tijd
Dat ik zo innig kon verlangen
Naar een uur van tederheid
Lieveling die tijd is lang voorbij
Maar steeds komt mij voor de geest
Hoe ik in die gouden jaren
Steeds jou afgod ben geweest


Als het zilverwit je lokken siert
Merk je pas nu word ik oud
Tussen 't blond zie ik grijze draden
Dat is 't zilver tussen goud

Lieve kind de jaren knagen
Niet slechts aan 't bestaan van mij
Wil slechts aan de spiegel vragen
Het geldt voor ons allebei
Ook jouw haar wordt als sneeuw zo wit
Doch het baart ons geen verdriet
Want de tijd knaagt aan de jaren
Maar onze liefde niet


Als het zilverwit je lokken siert
Merk je pas nu word ik oud
Tussen 't blond zie ik grijze draden
Dat is 't zilver tussen goud

 

Terug naar overzicht

Zilveren meeuwen (uitvoering Annie de Reuver)

Refrein:
Zilveren meeuwen, zwervend over zee,
Neem voor mijn liefste m'n beste wensen mee.
Zilveren meeuwen, volg hem dag en nacht,
Zeg hem dat ik vol verlangen, vol verlangen, vol verlangen,
Zeg hem dat ik vol verlangen op z'n thuiskomst wacht .

Varen matrozen de haven uit,
Wuift op de kade zo menig bruid.
't Is of de meeuwen, die zeewaarts gaan,
Na 't vertrekken hun man achterna gaan.

Refrein 

Iedere zeemansvrouw kent de tijd,
Waarin ze vecht tegen eenzaamheid.
Vliegen dan meeuwen voorbij haar ruit,
Fluistert ze zacht voor zich uit:

Zilveren meeuwen, volg hem dag en nacht.
Zeg hem dat ik vol verlangen, vol verlangen, vol verlangen,
Zeg hem dat ik vol verlangen op z'n thuiskomst wacht.

Terug naar overzicht

Zing een vrolijk liedje als je opstaat

(August de Laat 1938)

Als het haantje van je buurman opgetogen kraait
Dan begint een nieuwe dag
En naarmate Vader Tijd de klokkenwijzers draait
Moet een ieder aan de slag
Wanneer de dag begint, zorg voor een goed humeur
Dan komt de dokter nooit meer aan je deur

refrein:
Zing een vrolijk liedje als je opstaat
En wordt wakker met een lach
Zing een vrolijk liedje als je opstaat
Want dan heb je 'n goeie dag
En loopt je ouwe, trouwe wekker af
Zeg dan niet: "O, wat heb ik nog een maf"
Zing een vrolijk liedje als je opstaat
Want dan heb je 'n goeie dag

Zing de allernieuwste shlagers bij de waterkraan
In de douchecel of in 't bad
Zing desnoods het standaardnummer: 'Laat de klok maar slaan'
Maar je zingt, het geeft niet wat
Bewaar, zolang je kunt, altijd je vrolijkheid
Je bent je stemming gauw genoeg weer kwijt

refrein 

Als je eventjes je ooghoek naar de spiegel richt
Op het beeld dat je moet zijn
Jaag de zware zorgenrimpel dan van je gezicht
Met een opgewekt refrein
Wees altijd vrolijk blij
Zet alle zorg opzij
En heb je ooit verdriet
Denk aan dit lied

En loopt je ouwe, trouwe wekker af
Zeg dan niet: "O, wat heb ik nog een maf"
Zing een vrolijk liedje als je opstaat
Want dan heb je 'n goeie dag

 

Terug naar overzicht

Zing kleine vogel

(uitvoering: Teddy en Henk Scholten)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

In 't plantsoen staat een boom

Aan die boom zit een tak

Op die tak zit een vogel

Heel alleen op zijn gemak

Op die tak aan die boom

Die daar staat in 't plantsoen

Was die vogel getuige

Van onze eerste zoen.

 

Refrein:

Zing kleine vogel vrij en blij

Zing een liedje voor ons bei

Zing kleine vogel twiet, twiet, twiet

Zing ons liefdeslied.

 

 

In die stam van die boom

Die daar staat in 't plantsoen

Zit een hart met een pijltje

Ter heinnering aan die zoen

Op die tak van die boom

Dacht die vogel: "Zie daar !

Hier zijn twee jonge mensen

Die houden van elkaar."

 

Refrein

 

Bij 't plantsoen staat ons huis

Op ons huis zit een dak

Op dat dak zit een vogel

Heel alleen op zijn gemak

Hij blijft ons altijd trouw

Met zijn liefdesrefrein

Want dat klinkt elke morgen

Vanaf het raamkozijn.

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Zingt de gondelier

(tekst: Jan de Cler / muziek: Joop de Leur, Pi Scheffer)

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

In de Italiaanse schemer der Italiaanse nacht,

Roeit een Italiaanse Vondel zijn gondel heel zacht.

In de Italiaanse schemer grijpt hij zuchtend zijn guitaar,

Zacht romantisch klinkt zijn lied alleen voor haar.

 

Refrein:

Zingt de gondelier zijn liefdeslied

O Solomio, O Santa Lucia,

Hoor mijn gefluister.

Dan klinkt zachtjes in zijn liefdeslied:

O liefste, luister,

Alleen de maan hoort mij aan in mijn verdriet.

Rondom in bella Napoli

Weerklinkt mijn bella bella melodie,

O Santa Lucia, waarom hoor jij me niet,

O Santa Lucia, waarom hoor jij me niet.

 

 

Duizend Italiaanse nachten van 't Italiaanse jaar,

Zingen Italiaanse zangen verlangen naar haar.

Duizend Italiaanse nachten staat hij smachtend onder 't raam,

Zacht romantisch klinkt zijn stem en roept haar naam.

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Zo af en toe

(tekst en muziek: Kees Pruis, uitvoering: Kees Pruis en ook Georges Briez Orchestra 1937)

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

Als je niet lekker bent, j' hebt kouw of griep te pakken

Dan slik je pillen, poeiers; maar 't helpt je niks

Ik neem een wippertje, ik laat de moed niet zakken

Ik neem er nog een paar en dan ben ik weer fiks

Als je in zorgen zit, dan ga je zitten treuren

Da's absoluut verkeerd, dat stijgt je naar je bol

Je wordt een brok chag'rijn, dat kan mij niet gebeuren

Als ik in zorgen zit dan ga 'k 'es aan de rol

 

Refrein:

Ik neem zo af en toe een heel klein wippertje

Zo'n heel klein wippertje, als medicijn

Ik maak zo af en toe een heel klein slippertje

Zo'n heel klein slippertje, dat is zo fijn

 

Ik ben een praktisch mens, de wipper en de slipper

Verbind ik steeds tesamen, het effect is groot

De extra grote zorg maak ik een extra glipper

Zo sla ik dan meteen de ziektekiemen dood

En bij dat dood slaan kun je heel wat moois beleven

Hoe meer je moorden kan, hoe meer kom je op dreef

Je moordt met wellust en laat de bacillen zweven

Ik blijf een massamoordenaar, zo lang ik leef

 

Refrein

 

Sinds gisterenavond ben ik ijv'rig aan 't zoeken

Een paar vriendinnetjes en vrienden helpen mee

Nu zul je straks m'n lieve vrouwtje horen vloeken

Dan zeg ik tegen haar: "Je snapt er niks van nee"

Zij zegt: "Die wetenschap van jou is flauwekul, man

Dat is toch maar een uitvlucht voor je boemelarij"

Dan zeg ik weer: "Zwijg stil, daar heb je geen benul van

Ik slip en wip en glip in dienst der artsenij"

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Zo stierven twee helden in 't verre Transvaal

(Met dank aan Marc Blokland (†) voor het sturen van de tekst)

In 't verre Transvaal, in zuid Afrikaans land

Was een hevige strijd voor de vrijheid ontbrand

Voor 't vaderland streed men, voor vrijheid en recht

Liever dood was de leuze, dan slaaf of knecht

 

Zelfs jeugdige knapen, zij melden zich aan

Om mee met de dapperen ten stijde te gaan

Het zijn er de jongens van 't boerenbloed

Met helderen oog vol lustige moed

 

Mijn Pieter je bent nog pas dertien jaar

Uwe moeder vreest wis voor haar lieveling gevaar

En wie toch beschermt haar als ze thuis blijft alleen

Uwe broeders zijn allen naar 't legerkamp heen

 

Maar vader, niet meegaan, dat is toch een kruis

Zuster Leentje blijft immers bij moeder tehuis

Gij weet hoe zij raakt, zo dikwijls zij schiet

Als zij hier blijft, dan roeren de kaffers zich niet

 

Nu welt in het oog van de vader een traan

Kom tuig dan Uw paard en laat ons maar gaan

Maar zeg eerst uw moeder en zuster vaarwel

Het afscheid moet kort zijn, kloekmoedig en snel

 

Dra lag onze Pieter in moederslief arm

Zij geeft hem een afscheidskus, teeder en warm

Zuster Leentje steekt hem nog een veer op zijn hoed

Vaarwel lieve Pieter en schiet nu maar goed

 

Bij Engelands laagte, op een droevige dag

Daar woede een vreeselijke grimmige slag

Vierduizend man Britten bestormden den rand

Een handje vol boeren slechts hield er nog stand

 

Voorbij is de strijd op het bloedige veld

Ligt menige Brit maar ook boerenheld

Een Engelsch officier zoekt het slagveld al rond

Of bij de gekwetsten een vriend zich bevond

 

De Engelschman nadert en stijgt van zijn paard

Daar wekt hem een boer, grijs van haren en baard

't Is een reuze gestalte, een echte Germaan

Een eik die reeds menige storm heeft doorstaan

 

Zijn borst is doorschoten, nog ademt hij zwaar

Zijn oog dwaalt al zoekend, nu hier en dan daar

En als nu de Brit zich over hem buigt

Spreekt hij zacht op een toon die van zielesmart getuigt

 

Met mij is 't gedaan, 't is geen hulp die ik vraag

Want sterven voor vrijheid, dat doe ik graag

Maar vreemdeling, ik bid U, dat God het U loon

Zoek mijn jongen, mijn Pieter, mijn dierbare zoon

 

Hij is nog een kind, maar hij streed als een man

Och breng hem hier bij mij indien het nog kan

Zo gaarne ontving ik zijn laatste groet

Voordat ik het leven vaarwel zeg, voorgoed

 

Een klein eindje verder daar lag Pieter reeds dood

Als zijn vader, getroffen door 't moordende lood

Zijn handen verstijft, hielden nog het geweer

Maar in zijn patroontas geen kogeltje meer

 

Daar lag hij zacht slapend een droomend kind

Met zijn krullende lokken speelde de wind

Vlak naast hem zijn sierlijk getooide hoed

De veer van zus Leentje, ach zoo rood als bloed

 

't Gemoed van de Brit anders zo ruw wordt week

Hij neemt Pieter op, ja zo koud en bleek

En legt hem neer aan zijn vaders hart

Dat dreigt te barsten van wee en van smart

 

Mijn Pieter je wilde van mij niet af

Nu dalen wij samen in het zelfde graf

Een vloek voor 't roofzuchtige Engelsche rijk

Een béé voor mijn kind, nu der engelen gelijk

 

Toen was 't gedaan, in zijn armen omsloot

Hij zijn Pieter nog teder, tot in den dood

Dus groet hem der avondzon laatste straal

Zoo stierven twee helden, daarginds in Transvaal

 

Terug naar overzicht

Zoek de zon op (het is zo fijn)

(Lou Bandy 1936)

He ja, zoek de zon op, dames en heren

Zoek de zon op

 

Lala lalalalala lalala

 

Als 't zonnetje weer schijnt

En de kou loopt op z'n eind

Krijg je 't heerlijke gevoel alsof de crisis zo verdwijnt

Alles trekt naar bos en zee

Want daar is 't weer oke

En de mensen, dieren, bloemen, planten, alle juichen mee

 

Zoek de zon op, dat is wel fijn

Want een beetje zonneschijn, dat moet er zijn

't Staat wel aardig, zo'n mahoniehouten huid

Maar als je boter op je hoofd heb, blijf er dan maar liever uit

Wil je niet opstaan, blijf je maar liggen

Moet je maar weten wat er van komt

Ja, ja, ja

 

Lala lalalalala lalala

He, die heerlijke zon

 

Ik ken mensen, rijp en groen

Die zijn arm met een miljoen

Die niet weten wat ze met de gouwe tientjes moeten doen

Als ze klagen aan m'n kop

" 'k Maak geen rente, 'k heb een strop"

Geef ik ze als enig antwoord

Met de boodschap: hoepel op

 

Zoek de zon op, dat is wel fijn

Want een beetje zonneschijn, dat moet er zijn

't Staat wel aardig, zo'n mahoniehouten huid

Maar als je boter op je hoofd heb, blijf er dan maar liever uit

Ja, ja, ja

 

Lala lalalalala lalala

He, die heerlijke zon

 

'k Heb een allerbeste vrind

Die de zon innig bemint

Maar zich opwindt als een kind, als je de zon niet prachtig vindt

Schaduw, brengt 'm van de wijs

Zon, zegt 'ie, tot elke prijs

Daarom zingt 'ie in 't gasthuis, met z'n hoofd tussen 't ijs

 

Zoek de zon op, dat is wel fijn

Want een beetje zonneschijn, dat moet er zijn

't Staat wel aardig, zo'n mahoniehouten huid

 

Zoek de zon op, ja

Zoek de zon op

 

Terug naar overzicht

Zolang er dagen zijn

(Solang die Sterne glüh'n)

(tekst en muziek: Haag/Arne/Cyprys/uitvoering: De Gesona's)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Zolang er dagen zijn
Zolang er vragen zijn
Zolang wacht ik op jou
Want jij bent mijn geluk

Ik sta voor het raam
En ik fluister je naam
Tot de sterren
Het zijn er miljoenen
Ze flonkeren zacht stuk voor stuk
Ze hebben een boodschap voor mij
En al komt die van verre
Hetgeen ze me zeggen
Betekent voor mij het geluk
Al ben je ook maanden van huis
Je schip komt terug
En dan blijf je thuis

Zolang er dagen zijn
Zolang er vragen zijn
Zolang wacht ik op jou
Totdat je terug zal komen
Zolang er nachten zijn
En er gedachten zijn
Zolang wacht ik op jou
Want jij bent mijn geluk

'k Heb angst voor de wind
Als de storm weer begint
Zie ik dingen
Die maken me bang
En denk ik alleen maar aan jou
Er zijn zoveel schepen die lang
Voor je tijd reeds vergingen
Ik kan je niet missen
Omdat ik zoveel van je hou
Daarom ben ik dikwijls zo bang
Ik kijk naar je uit
Het wachten duurt lang

Zolang er dagen zijn
Zolang er vragen zijn
Zolang wacht ik op jou
Totdat je terug zal komen
Zolang er nachten zijn
En er gedachten zijn
Zolang wacht ik op jou
Want jij bent mijn geluk

 

Terug naar overzicht

Zomer in Zeeland

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

Ochtend in Zeeland, een dorp aan een duinpan,
Een klein hotel, door groen omgeven.
Ochtend in Zeeland, de zon van de zeekant,
Ontvouwt een dag van lokkend leven.
Ogen die stralen en zwijgen vertalen,
Gedachten vervat en dooreen geweven.
Ochtend in Zeeland, een ochtend alleen voor ons beiden.
Bei………den.

 

Zomer in Zeeland, een spoor in het duinzand,
Een stukje grond, in groen verborgen.
Zomer in Zeeland, met jouw hand in mijn hand,
Een enkel woord, een plan voor morgen.
Duinen en stranden, en strelende handen,
Die niets willen weten van aardse zorgen.
Zomer in Zeeland, een zomer alleen voor ons beiden.

Bei.............den.

 

Avond in Zeeland, een liefde in Zeeland,
Een kleine tuin met groene bomen.
Avond in Zeeland, met sterren in Zeeland,
Een zwoele nacht, vol warme dromen.
Dagen en weken van stilte verstreken,
Kan aan dit geluk ooit een einde komen?
Leven in Zeeland, een leven voortaan voor ons beiden.

Bei..............den


Ons beiden. Bei………den. 

 

Terug naar overzicht

'n Zomeravond op het Leidseplein

Op 'n zomeravond in augustus

Zat ik met m'n ome Justus

Op 'n terrasje, heel gerust dus

Waar een knul een blonde zus kust

Dat is allemaal heel knusjes

Drijf je op de filosofieën

Grote grutten ! Mens dan zie je

Jonge paartjes vis-a-vien

Bakvissen met blote knieën

Strijkjes spelen melodieën

't Kan gezellig zijn

Als tante zit te teaën

Dan geeft oompje gauw een rondje

Hij zit te j'attendraiën

Op een flirtje met een blondje

Refrein:

  Zo'n zomeravond op het Leidseplein

    Dan zie je mensen in de maneschijn

    Want om een uur of tien

    Kan je er heel wat zien

    Op een terrasje van het Leidseplein !

 

Ik zat er in m'n dunne jasje

Met m'n dure hassebasje

Op dat mieterse terrasje

Naast 'n grietje met een tasje

En d'r hondje deed een dingetje

't Kan gebeuren zeg

Bij een koffie en een zoetje

Zat ze met d'r leuke snoetje

Hier en daar een zomersproetje

Ze gaf me nonchalant een groetje

Ik likte aan m'n laatste vloetje

En toen ging ze weg

Had ik nog virginia

Dan was ze blijven plakken

Maar 'k had alleen nog maar

Rhodesiaatjes in mijn zakken

Refrein  

 

Terug naar overzicht

Zomersproetjes

(uitvoering Rocco Granata)

Refrein:

Ja, ja, ja

Parels voor prinsesjes

Diamanten voor een kroon

Betekenen gewoon voor jou

Een gouden troon

Ja, ja, ja

Parels voor prinsesjes

Diamanten voor een kroon

Betekenen voor jou een gouden troon

Zomersproetjes

Door de zomerzon bijeengespaard

Zomersproetjes

Ieder sproetje is een kusje waard

Zomersproetjes

Duizend sterren in een zomernacht

Zomersproetjes

Als twee wangen als fluweel zo zacht

 

Voor mijn prinsesje klein

Wil ik een hofnar zijn

Ook wel een prins

Als zij het wild is op mijn jachtterrein

Want een mooi droomkasteel

Met bloemen en prieel

Zo'n pronkjuweel is origineel

En heus het kost niet veel

Dan is de prins gelijk die

Duizend sproetjes rijk

Waar ik nu nog dag en nacht naar kijk

 

Refrein

 

Als je die sproetjes ziet

Hoor je een wiegelied

Maar kleine prinsjes en prinsesjes

Zijn er nu nog niet

Die komen later wel

Als ik een wieg bestel

Dan is het leven

Voor ons samen kinderspel

Die bloempjes in de knop

Hebben een mooie pop

En let maar op, een sproetenkop

 

Ja, ja, ja

Parels voor prinsesjes

Diamanten voor een kroon

Betekenen gewoon voor jou

Een gouden troon

Zomersproetjes

Door de zomerzon bijeengespaard

Zomersproetjes

Ieder sproetje is een kusje waard

Zomersproetjes

Duizend sterren in een zomernacht

Zomersproetjes

Als twee wangen als fluweel zo zacht

Zomersproetjes

Door de zomerzon bijeengespaard

 

Terug naar overzicht

Zonder thuis

(oorspronkelijk: Heimatlos van Freddy Quinn)

(tekst: René Berg/muziek: Peter Nisser)

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

Zonder thuis zijn wij op deze aard',

Zonder thuis en altijd alleen.

En wij vragen, vragen waarheen.

Zonder vrienden, zonder liefde,

Heeft het lot ons hier naar toe gebracht.

Zonder vrienden, zonder liefde ,

Er is niemand die nog op ons wacht.

Hm, hm, hm,

Hm, hm, hm !!!!

 

Zonder moed zijn wij nog nooit geweest,

Eenmaal komt voor ieder de tijd,

En ik weet, ik weet dan zal mijn land,

Van verdrukking worden bevrijd.

Aan mijn vrienden en geliefden,

Daaraan denk ik, denk ik keer op keer.

Aan mijn vrienden en geliefden,

Zoals vroeger wordt het weer.

Met mijn vrienden en geliefden,

Eenmaal thuis zijn, voorgoed !!!!

 

Terug naar overzicht

Zonnelied

(met dank aan Jeanne Albers voor het sturen van de tekst)

Incipiunt laudes creaturarum, quas fecit beatus Franciscus ad laudem et honorem Dei, cum esset infirmus apud sanctum Damianum.

Altissimu onnipotente bon signore.
tue so le laude la gloria e l honore ed onne benedictione.

Ad te solo altissimo se konfano
e nullo homo ene dignu te mentovare.

Laudato sie misignore con tucte le tue creature
spetialmente messor lo frate sole
lo qual e iorno ad allumini noi per loi.

Et ellu e bellu e radiante cun grande splendore
de te altissimo porta significatione.

Laudato si misignore per sora luna e le stelle
in celu lai formate clarite e pretiose e belle.

 

Laudato si misignore per frate vento
e per aere e nubilo e sereno ed onne tempo
per lo quale e le tue creature dai sustentamento.

Laudato si misignore per sor aqua
la quale e multo utile ed humile e preciosa e casta.

Laudato si misgnore per frate focu
per lo quale ennallumini la nocte
ed ello e bello e iocundo e robusto e forte.

Laudato si misignore per sora nostra matre terra
la quale ne sustenta e governa
e produce diversi fructi con colorite flori ed herba.
 

Laudato si misignore per quelli ke perdonano per lo tue amore
e sostengo infirmitate e tribulatione

beati quelli kel sosterrano in pace
ka da te altissimo sirano incoronati.

Laudato si misignore per sora nostra morte corporale
da la quale nullu homo vivente po skappare

guai acquelli ke morrano ne le peccata mortali
beati quelli ke trovara ne le tue sanctissime voluntati
ka la morte secunda nol farra male.

Laudate en benedicete misignore e rengraziate
e serviteli cun grande humilitate.

Hier volgt het loflied van de schepselen dat de Heilige Franciscus tot lof en eer van God gemaakt heeft, toen hij ziek lag in San Damiano.

Allerhoogste, almachtige, goede Heer,
u komt de lof toe, de roem, de eer en alle zegen.

U alleen, die de hoogste bent, komen zij toe,
en er is niemand die waardig is, uw naam te noemen.

Geprezen moet u zijn, mijn Heer, met al uw schepselen,
en vooral ook heer Broeder Zon,
die de dag zelf is en door wie u ons verlicht.

En hij is zo prachtig, zoals hij schittert met lichtende stralen,
van u, allerhoogste, draagt hij het heerlijke teken.

Geprezen moet u zijn, mijn Heer, door Zuster Maan en de sterren,
die u aan de hemel hebt gemaakt, als kostbare lichten van verre.

Geprezen moet u zijn, mijn Heer, door Broeder Wind,
door de lucht vol wolken, die ook weer op kan klaren,
door de wisseling van weer, waar uw schepselen wel bij varen.

Geprezen moet u zijn, mijn Heer, door Zuster Water,
die zo nuttig is, zo nederig, zo kostbaar en kuis.

Geprezen moet u zijn, mijn Heer, door Broeder Vuur,
door wie u de nacht verlicht, en hij is zo prachtig en speels, zo stoer en zo krachtig.

Geprezen moet u zijn, mijn Heer, door onze zuster Moeder Aarde,die ons wil voeden en behoeden, die allerlei vruchten voortbrengt en kruiden en bonte bloemen.

Geprezen moet u zijn, mijn Heer, door hen die vergeven om uwentwil  en die ziekten en tegenspoed verdragen.

Gelukkig zijn zij die dit dragen in vrede, want u, allerhoogste, zult hen belonen.

Geprezen moet u zijn, mijn Heer, door onze zuster de Lichamelijke Dood, aan wie geen levend wezen kan ontkomen.

Wee degenen die sterven in een toestand van doodzonde;
gelukkig zijn zij die de dood aantreft in overeenstemming met uw heilige wil, want de tweede dood zal hen niet deren.

Laat ieder mijn Heer prijzen en zegenen,
Hem danken en dienen met grote nederigheid

 

Dit lied wordt door volgelingen van Franciscus vaak gezongen. o.a. Kapucijnen, Franciscanen, Clarissen en heel vele anderen

 

Terug naar overzicht

Zonnig Madeira

(tekst: Han Dunk/muziek en uitvoering: Eddy Christiani 1939, ook Jan de Vries met het Dick Willebrands Orkest)

Moge een enk'le wens

Eens voor mij in vervulling gaan

Ik zou jou willen voeren

Naar 't aardsparadijs

 

Een gelukkiger mens

Zou ter wereld dan niet bestaan

Zalig idee, wij met ons twee

Samen op reis

 

Zonnig Madeira

Land van liefde en zon

Ik wou dat ik daarheen

Met jou reizen kon

 

Zonnig Madeira

Waar't geluk op ons wacht

Een land als een sprookje

Uit duizendeen nacht

 

Wanneer ik met jou daar kon wezen

Wenste ik verder niet meer

Ik was dan rijk, schat, schatrijk

Zo rijk is geen miljonair

 

Zonnig Madeira

Land van liefde en zon

Ik wou dat ik daarheen

Met jou reizen kon

 

Zonnig Madeira

Land van liefde en zon

Ik wou dat ik daarheen

Met jou reizen kon

 

Terug naar overzicht

Zou het erg zijn lieve opa

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

Zou 't erg zijn lieve opa als de wind niet meer waait,
Als de haan in de morgen zijn lied niet meer kraait,
Zou 't erg zijn lieve opa als het gras niet meer groeit,
Zou 't erg zijn lieve opa als een bloem niet meer bloeit.

Zou 't erg zijn als de klok in de toren niet meer slaat,
Als een vogel z'n nestje en z'n moeder verlaat,
Zou 't erg zijn lieve opa als 't maantje niet meer lacht,
Zou 't erg zijn als niet komt wat je vandaag had verwacht.

Nee, m'n kleine meisje, als jij maar van me houdt,
Ja, mijn lieve opa, als jij maar van me houdt.

Zou 't erg zijn lieve opa als je gauw dood zou gaan,
Als de sterren aan de hemel er niet zouden staan,
Zou 't erg zijn als de zon in de lucht niet meer schijnt,
Zou 't erg zijn als de zee nu voor altijd verdwijnt.

 

Zou het erg zijn, lieve opa, als de wind niet meer waait,
Als de haan in de morgen zijn lied niet meer kraait,
Zou het erg zijn, lieve opa, als het gras niet meer groeit,
Zou het erg zijn, lieve opa, als een bloem niet meer bloeit. 


Nee, m'n kleine meisje, als jij maar van me houdt,
Ja, mijn lieve opa, als jij maar van me houdt.
La lala la lala la la la lala
La lala la lala la la la lala
La lala la lala la la la lala
La lala la lala la la la lala

Nee, m'n kleine meisje, als jij maar van me houdt,
Ja, mijn lieve opa, als jij maar van me houdt.

 

Terug naar overzicht

Zou ik niet mijn moeder eren

(met dank aan Bart van Straaten voor het sturen van de tekst)

Zou ik niet mijn moeder eren,

Ach wat deed zij niet voor mij.

Wat mij nut was mag ik leren,

Ben ik vrolijk zij is blij,

Ben ik vrolijk zij is blij.

  

Ben ik ziek ik hoor haar klagen

En wanneer zij bij mij zit 

Met haar hoofd omhoog geslagen,

Dan geloof ik dat zij bidt,

Ja dan geloof ik dat zij bidt.

 

Terug naar overzicht

Zuiderzee ballade

(tekst: Willy van Hemert/muziek: Joop de Leur/uitvoering Sylvain Poons en Oetze Verschoor)

Opa, kijk ik vond op zolder
Een foto van een oude boot
Is dat nog van voor de polder
Van die oude vissersvloot

Jochie, dat is een gelukkie
'k Was dat prentje jaren kwijt
'k Heb nu weer een heel klein stukkie
Van die goeie ouwe tijd

Daar is het water, daar is de haven
Waar je altijd horen kon

We gaan aan boord
De voerman laat er nu paarden draven
En aan de horizon ligt Emmeloord

Eens ging de zee hier tekeer
Maar die tijd komt niet weer
Zuiderzee heet nu IJsselmeer
Een tractor gaat er nu greppels graven
'k Zie tot de horizon geen schepen meer

Kijk die jongeman ben ikke
Ja, ikke was de kapitein
Hiero, en die grote dikke
Ja, dat moet Malle Japie zijn

Opa, en die blonde jongen
Vooraan bij de fokkeschoot
Opa, zeg nou wat, die jongen...
Is je ome, die is dood

In 't diepe water, ver van de haven
In die novembernacht, voor twintig jaar
Door 't brakke water is hij begraven
Als ik nog even wacht zien wij elkaar

Toen ging de zee zo tekeer
In een razend verweer
Ongestraft slaat niemand haar neer
Nu jaren later hier paarden draven
Zie ik de hand en macht van onze Heer

Waar is het water, waar is de haven
Waar je altijd horen kon: We gaan aan boord
De voerman laat er zijn paarden draven
En aan de horizon ligt Emmeloord

Eens ging de zee hier tekeer
Maar die tijd komt niet weer
't Water ligt nu achter de dijk
Waar eens de golven het land bedolven
Golft nu een halmenzee, de oogst is rijp

Terug naar overzicht

Zusje

(met dank aan Marc Blokland (†) voor het sturen van de tekst)

Zusje kun je mij ook soms vertellen

Waarom het hier thuis zo triestig is

Moedertje doet anders niets dan huilen

En smeekt steeds voor jou vergiffenis

Gist'ren toen ik jou zo chic zag lopen

En ik naar je toe gaan wou

Wilde moedertje mij slaag verkopen

Lieve zusje vind je dat niet flauw.

 

Grote broer je weet zou zich verloven

Met het rijke meisje van hiernaast

Maar het schijnt ze heeft hem afgewezen

En het is op jou dat hij nu raast

Hij die eens zijn oudste zus zo liefhad

Doet nu net alsof hij haar niet kent

Als je hier was,'k geloof dat hij je opat

Wat is grote broer een malle vent.

 

En nu gaan we ook de buurt verlaten

Moeder wil de mensen niet meer zien

Vader gromt als wij maar van je praten

Ben je werk'lijk stout geweest misschien

Ook de grote pop heeft hij gebroken

Ongehoorzaam was ze niet,,,,,

'k Had met pop alleen maar afgesproken

Jou te schrijven, we hebben zo'n verdriet....

 ZUSJE (antwoord van grote zus)

Zus ik heb je lieve brief ontvangen

Heel de dag heb ik er om geweend

Ik had weer wel naar huis toe willen vliegen

Als me maar een plaatsje werd verleend

Doch je zult de onmoog'lijkheid begrijpen

Als je maar de ware toedracht kent

Later zul je alles wel beseffen, later als je groot geworden bent.

 

Zus je kent toch wel die blonde jongen

Die soms op me wachtte op de hoek

Kwam je hem een briefje van mij brengen

Gaf hij jou steeds chocola en koek

Die heeft,,,,ik kan het je niet zeggen

Maar hij was een hele slechte vent

Later zal ik het je wel uitleggen, later als je groot geworden bent.

 

Weet je nog wel zus die hoge woorden

Die ik laatst met onze vader had

Toen hij 's avonds mij de deur uitzette

Terwijl moeder steeds te weenen zat

'k Ben toen ergens terecht gekomen

Ik moest toch slapen en 'k had geen cent

Later zul je het beter wel begrijpen,late als je groot geworden bent.

 

Vader zal me zeker wel vermoorden

Als ik thuiskom want dat zwoer hij mij

Hij wil mij niet meer als kind erkennen

Gisteren liep hij mij gewoon voorbij

Schat je zou mijn lijden zo vergroten

Als ook jij deed alsof je mij niet kent

Als ook jij me later zou verstoten, later als je eenmaal groter bent.

 

ZUSJE (zusje 10 jaar later)

 

Zus ik ben nu achttien jaar geworden

Nu begrijp ik pas wat of het is

'k Sta zo dikwijls naar je portret te staren

En schenk jou dan steeds vergiffenis

Als ik 's avonds dan zo zit te mijmeren

Dicht bij vader aan de haard

Dan denk ik aan jou mijn liefste zusje

Want mijn liefde bleef voor jou gespaard.

 

Moeder die is nu ook overleden

Weggekwijnt van zorgen en verdriet

Maar ze heeft je vader nog gebeden

Vergeet toch je oudste dochter niet

Heeft ze dan nog niet genoeg geleden

Voor het leed dat ze je heeft aangedaan

Zij wordt door haar vrienden steeds gemeden

Ze kan niet eens zomaar uit wand'len gaan.

 

Grote broer die is nu ook vertrokken

En getrouwd ver in het vreemde land

Hij kan ook niet langer op je wrokken

En reikt jou dan ook zijn broederhand

Vader wil je alles wel vergeven

Voor het leed dat je hem heb gedaan

Het is dan ook zijn enig streven

Je netjes door het leven te zien gaan.

   

Terug naar overzicht

Zwarte zigeuner

(Ned. vertaling: Tom Peters/muziek:Karel Vacek en Fritz Löhnen Beda/uitvoering: Willy Derby 1934)

's Avonds komt er af en toe

Een dame in de bar

En dan zegt de violist

Nu speel ik voor haar

Vroeger kwam haar man steeds mee

Maar die werd haar ontrouw

Plots'ling vraagt met zachte stem de vreemde vrouw

 

Refrein:

Kom, zwarte zigeuner, speel nog eens dat lied

En als ik soms huilen ga

Kijk dan maar niet

Kom, zwarte zigeuner, dat lied van voorheen

Toen ik hier zo dikwijls kwam

Maar niet alleen

Het snijdt me door m'n ziel

Het doet me pijn

Maar 'k voel nog eens hoe mooi

't Had kunnen zijn

Kom, zwarte zigeuner

Speel nog eens dat lied

En als ik soms huilen ga

Kijk dan maar niet

 

Zij zit in dezelfde box

Drinkt whiskey, glas op glas

En ziet alles in haar roes

Net weer zoals 't was

D' ober fluistert zeer discreet

Mevrouw, een cafe noir

Maar ze lacht verdwaasd: Nee zeg, een whiskey maar

 

Refrein

 

Dan krijgt zij haar stille roes

En somber zit ze hier

Steeds maar in haar hoek alleen

Als een wrokkend dier

Whiskey heeft haar hart verdoofd

Slechts haat voelt zij voor hem

En ze roept nog eenmaal met een schorre stem

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Zwerven op zee (Duo Hofmann, tekst en muziek Jan van Laar)

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

Ahoy, ahoy, ahoy

 

Kom maak wat voort, de tijd is daar, kom, sta nu niet te kniezen

Ik moet aan boord, de boot ligt klaar om spoedig zee te kiezen

We gaan weer varen, reizen doen, naar 't land der Indianen

Kom, moeder, geef me nog een zoen en droog nu maar je tranen

 

Refrein:

Zwerven op zee, dat is er m'n lust en m'n leven

Jongens, tabe, ik groet je, tot over een jaar

Vreugd' en verdriet, wat kan ons de wereld meer geven

Liefde heelt alles en scheiden valt zwaar

Ojo, ojo, waarom zou ik treuren

Brood op de plank, de boot is m'n huis

Ojo, ojo, wat kan me gebeuren

Over een jaartje, dan ben ik weer thuis

Ahoy, ahoy, ahoy

 

Kom ik weer blij terug van zee, met m'n verdiende duiten

Dan zetten wij, de buurt doet mee, de bloemetjes 'ns buiten

Dan word ik van de boot gehaald, naar moeders kleine woning

Als haar gezicht van vreugde straalt, voel ik mij als een koning

 

Refrein(2x)

 

Terug naar overzicht

Zwerven over Bali

(Kilima Hawaiians)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Sinds wij mochten zwerven over Bali
Luisterend naar de branding op Sanoer
Blijft ons bij dagen en nachten
Altijd zijn beeld in gedachten
Sinds wij mochten zwerven over Bali
Dromend in zijn sterrenklare nacht
Horen wij nog onder palmen
Klagend de gamelan galmen

 

Refrein:
O jij, wondermooie parel aan de gordel van smaragd
Je hebt ons oog door je schoonheid bekoord
Wat je ons gul hebt geschonken
Leeft in herinnering voort
Tropisch toversprookje uit de duizend en één nacht
Diep in ons hart blijft 't heimwee naar jou
Niets kan mooier wezen
Dan het onvolprezen
Bali, in 'n zee van louter blauw

 

Sinds wij mochten zwerven over Bali
Dolend langs z'n sawahs in de zon
Is er geen land te bedenken
Dat zoveel weelde kan schenken
Sinds wij mochten zwerven over Bali
Turend naar de gratie van z'n dans
Hopen wij weer te aanschouwen
Pollock, de schoonste der vrouwen

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Zwerverslied

(tekst: Joop Portengen/muziek: O. Wandersman, W. O'Haye, H. Hennerich/uitvoering: Max van Praag)

Je ging de wijde wereld in, de zon tegemoet
En bent in de vreemde gebleven.
Maar nu je weer naar huis verlangt, ontbreekt je de moed,
Je hebt ook zo lang niet geschreven.
Al denkt ze dat je haar vergat in 't verre vreemde verre land,
Zij heeft alleen aan jou haar hart verpand.
Het zwerven maakt een mens zo moe, neem dus een besluit,
Bij haar rust je werkelijk uit.

 

Vaak kijkt ze stil naar jouw foto,
Jouw lege stoel bij de haard.
Jij zocht geluk in de vreemde,
Was dat de eenzaamheid waard.

 

Al denkt ze dat je haar vergat in 't verre vreemde verre land,
Zij heeft alleen aan jou haar hart verpand.
Het zwerven maakt een mens zo moe, neem dus een besluit,
Bij haar rust je werkelijk uit.

Terug naar overzicht

Zwitserland

(Kees Pruis 1934)

Met dank aan Inez voor de tekst

Gerrit, de postbode uit de Jan Steen

Sprak tot z'n vrouw: luister eens Leen

Daarginds in het buitenland is het niet pluis

Blijf deze vakantie maar thuis

Dat Zwitserse reissie, dat komt wel 's meissie

Je zit er toch maar op zo'n rots

Als ik een en ander in 't tuintje verander

Dan zingen we strakkies vol trots

 

Refrein:

Ik ga van 't jaar niet naar Zwitserland

Holiejee, holiejee

'k Heb in m'n tuintje een berg geplant

Met edelweiss voor m'n prive

Mij niet gezien op een Alpenkruis

Holiejee, holiejee

'k Zit op m'n gletsjer van sintelpuin

En ik jodel van hoeladijee

 

Drie dagen later, toen werd door de buurt

Gerrit z'n tuin spottend begluurd

Hij zat in een kniebroekje op een berg zand

Een Zwitserse kaas in z'n hand

En moe had haar rokken verkeerd aangetrokken

En lag op haar rug in het dal

Naar boven te wuiven en berglucht te snuiven

En fors klonk hun stemmengeschal

 

Refrein

 

Moe lag poetisch te jood'len in fis

Tot iemand riep: Deis je nou, Ies

Of anders dan neem ik de stofzuiger, zeg

En ik zuig jullie heuveltje weg

't Conflict was geschapen, pa noodde vier knapen

Ten strijde, die kwamen ook snel

De berg stond te trillen, mama lag te gillen

En Pietje riep: Hup, Willem Tell

 

Refrein

 

Pa gaf een draai op het hoofd van een heer

Scoorde een oor en riep: Noteer

Mama greep haar bergstok, een knoestige lat

En ging ook bedeesd in debat

Toen vluchtten de buren vol lichte kwetsuren

Maar het berglandschap was kort en klein

Ma bette pa's wonden, pa zong licht geschonden

Als Elias in de woestijn

 

Refrein

 

Terug naar overzicht