Iedere mens die kikkert op, heeft in
zingen zin
En de zonderlingste mop die plaatst het eerste in
Moppen zijn een modegril, elk glijdt uit vandaag
over een bananenschil je hoort nou als een plaag
Van ieder,
Refrein:
Yes, I have no bananen
I have no bananas today
Amerikanen zingen van bananen
En heel Holland die zong mee.
Publiek dat houdt van rare dingen
Vandaar loopt er te zingen
Van yes, 'k heb mooie bananen
Ik heb reuze bananen today
De keukenmeid heeft in die moppen
uitgelaten pret
Ze danste met de groenteboer vanmorgen een duet
Een tros bananen in d'r hand riep ze en kneep ze n'm blauw
Als je nooit de pisang was dan yes toch zeker nou
Allemaal,
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk
voor het sturen van de tekst)
Een zeeman in de Zuidzee spoelde op
een eiland aan,
Helaas kon hij het taaltje van die zwartjes niet verstaan.
Maar de dochter van het opperhoofd nam hem toen met zich mee,
En 's avonds in de maneschijn, toen kwetterden die twee:
Refrein:
'You are my' chocolaatje
'My' krikrakroesebol
Voor 'me' 'you' lijkt een plaatje;
'My' hoofd 'you' jaag op hol
Ik 'love you' lekker zwartje
'Do you know, hey', wat ik 'say'
'You are my' blanki, blanki
'Oh! never go away'
'Oh! never go away'
De zeeman bleef op 't eiland bij zijn stukje chocola,
Hij leerde heel veel dingen van zijn zwarte schoonpapa.
At kokosnoot en pisang, ging op olifantenjacht,
Maar 's avonds bij zijn kroesebol, dan mompelde hij zacht:
Refrein
Op zek're mooie avond kwam een schip
aan op de ree,
Een landsman van de zeeman en dus moest ons Jantje mee.
Wel sputterde hij tegen maar helaas dat hielp hem niet,
En toen men 't anker lichtte zong hij voor 't laatst dit lied:
(tekst
en muziek: Jack Bess, Eddy Christiani en Frans Poptie)
Refrein:
Zeeman,
zeeman, pas toch op je hart
Loop aan de wal, niet in de val
Zeeman, zeeman, pas toch op je hart
Want raak je het kwijt dan heb je spijt
Als je een meisje ontmoet
Neem dan haar jawoord niet mee
Als je dat doet
Heb je geen rust meer op zee
Zeeman, zeeman, pas toch op je hart
Ahoy! Ahoy! Ahoy!
Ga je passagieren kijk dan uit
Want zo menig meisje loert op buit
Kan je dan zo'n meisje niet weerstaan
Is het met je liefde voor de zee heel gauw gedaan
Refrein
Hou je hart voortdurend aan de lijn
want je hoort als zeeman vrij te zijn
Geef je dus je liefde straks aan twee
Moet je eenmaal kiezen of het meisje of de zee
Er
was daar in het cowboy-kamp
Beslist iets aan de hand.
Want ieder riep ojé, wat raar,
De soep is aangebrand.
De kok die doet zijn werk niet goed,
De soep die smaakt niet hoor !
Ze is niet zuur maar wel te zoet,
Weldra klonk het in koor:
Zeg
waarom heeft de kok de soep aan laten branden ?
Heeft hij nu weer niet in de pot geroerd ?
Zeg heeft de kok de soep aan laten branden ?
Heeft hij nu weer naar Josefien geloerd ?
De
dag daarop was het weer mis,
Er klonk alweer lawaai.
Want ieder riep ojé wat raar,
Het vlees is zwart en taai.
De kok die doet z'n werk zo slecht
Waar deugt die kerel voor ?
Want hij verknoeit steeds ons gerecht
Weldra klonk het in koor:
Zeg waarom heeft de kok het vlees aan laten branden?
Heeft hij nu weer niet in de pot geroerd ?
Zeg, heeft de kok het vlees aan laten branden ?
Heeft hij nu weer naar Josefien geloerd ?
De
dag daarop was het weer raak,
Geloof me, het is waar.
Want ieder riep ojé, wat raar,
Die vis is veel te gaar.
De kok vergat zijn plichten weer
Waar komt dat dan toch door ?
Hij kookt steeds slechter, keer op keer,
Weldra klonk het in koor:
Zeg waarom heeft de kok de vis aan laten branden ?
Heeft hij nu weer niet in de pot geroerd ?
Zeg, heeft de kok de vis aan laten branden ?
Heeft hij nu weer naar Josefien geloerd ?
Maar
op een dag in 't cowboy-kamp,
Was het eten wat je noemt,
In één woord samengevat piekfijn,
De kok was zeer geroemd.
Er werd gesnoept zoals nog nooit,
Men vroeg zich af waarom.
De kok zijn ijver had ontplooid,
Weldra klonk het in koor:
Zeg weet je waarom de kok niets aan laat branden ?
En hij z'n vak liefdevol beschouw t?
Weet je waarom de kok niets aan laat branden ?
Hij is vandaag met Josefien getrouwd !
Zeg,
wil je misschien eens even naar mijn hartje kijken
(tekst
en muziek: Tom Erich en Piet Roda/uitvoering: o.a. Annie de
Reuver en Tom Erich Orkest)
Refrein:
Zeg, wil je misschien eens even naar m'n hartje kijken,
't Rommelebomt zo raar, als ik je zie.
En ben ik misschien verliefd, zal dat wel blijken,
Toe, luister 'ns gauw en zeg me dan op wie.
Eerst hoor je van "rom",
Dan hoor je van "bom"
En elke keer begint 't weer, als ik je tegen kom.
Zeg, wil je misschien eens even naar m'n hartje kijken,
't Rommelebomt zo raar, als ik je zie.
Toen
ik nog maar een bakvis was, van amper zestien jaar,
Was ik nog nooit eens echt verliefd geweest.
Maar sinds de dag dat ik hem zag, toen deed m'n hart zo raar,
Als ik hem tegen kwam, het allermeest.
Ik vond dat kloppen vreemd en ongewoon,
Dus vroeg ik hem, op aller liefste toon:
Refrein
Hij
keek mij heel verbijsterd aan, 't was aardig om te zien.
Maar 't duurde mij te lang, ik zei: "Ik wacht",
Toen lachte hij opeens en zei verlegen: "Ach, misschien
Is 't alles niet zo moeilijk als je dacht,
Want nu ik hier met jou te praten sta,
Nu zeg ik jou dezelfde woorden na"
't
Rommelebomt zo raar, als ik je zie.
Toe,
luister 'ns gauw en zeg me dan op wie.
Eerst hoor je van "rom",
Dan hoor je van "bom.
En elke keer begint 't weer, als ik je tegen kom.
Zeg, wil je misschien eens even naar m'n hartje kijken,
't Rommelebomt zo raar, als ik je zie, je zie;
't Rommelebomt zo raar, als ik je zie.
(uitvoering: Orkest zonder naam en
Fred Starewood)
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
Wat
zullen we drinken zeven dagen lang
Wat zullen we drinken wat een dorst
Er is genoeg voor iedereen
Dus drinken we samen sla het vat maar aan
Ja drinken we samen niet alleen
Dan
zullen we werken zeven dagen lang
Dan zullen we werken voor elkaar
Dan is er werk voor iedereen
Dus werken we samen zeven dagen lang
Ja werken we samen niet alleen
Eerst
moeten we vechten
Niemand weet hoe lang
Eerst moeten we vechten voor ons belang
Voor het geluk van iedereen
Dan vechten we samen samen staan we sterk
Ja vechten we samen niet alleen
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
Zeven dagen lang zit ik nu alleen
Zeven dagen zonder jou om me heen
Toen je mij verliet had ik allang berouw
Zeven dagen lang verlang ik zo naar jou
Refrein:
'k Huilde tranen met tuiten,
Oea, oea, oe.
Al dat snikken en snuiten
Maakte mij zo moe.
'k Wil niet langer wachten.
Oea, oea, oe.
Ik wil in gedachten,
Steeds naar je toe.
Alle dagen en nachten blijf ik je trouw
Zijn al m'n gedachten alleen bij jou
Daarom moet je beseffen, hoe ik me voel
Toe, doe niet zo ernstig, doe niet zo koel
Refrein
Leven zonder jou bevalt me zo slecht
'k Wou dat je vergat wat ik heb gezegd
Want op dat moment verloor ik m'n geduld
Ik geef nu wel toe, het is m'n eigen schuld
Refrein
Zeven dagen lang zit ik nu alleen
Zeven dagen zonder jou om me heen
Toen je mij verliet had ik allang berouw
Zeven dagen lang verlang ik zo naar jou
Refrein
Zeven dagen lang zit ik nu alleen
Zeven dagen zonder jou om me heen
Toen je mij verliet had ik allang berouw
Zeven dagen lang verlang ik zo naar jou
Verlang ik zo naar jou
Verlang ik zo naar jou
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
Zeven vlotte schotse Schotten stonden
in de rij
In de ingang voor de voordeur van een boerderij
Alle zeven volle neven waren van de kaart
Ze hadden voor dezelfde bruid hun bruidsschat opgespaard
De boer zei: m'n dochter die geef ik niet
Met wie ze wil trouwen dat weet ze niet
Het is dus nutteloos jullie hopeloos
En ik zeg en ik zeg scheer je weg
De boer zei: m'n dochter die krijg je niet
Met zeven mannen trouwen wil ze niet
Droom vervlogen, in hun hart bedrogen
Dus zeiden ze: nooit meer naar de boerderij
De Schotten dronken whisky
Schonken zeven glazen vol
En ze dansten en ze sprongen
En ze lachten, zongen
Een Schotse Rock en Roll
Een andere Schot kreeg die dochter wel
Maar zij bleven maar liever toch vrijgezel
Het werd een reuze feest
Reuze feest, reuze feest
Zoals daar nog nooit eerder was geweest
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
Als kleine jongen al was ik een raar
geval
Mijn vader schrok zich lam, de psychiater kwam
Ik had een koeicomplex zoals hij zei
Ga maar naar Artis, naar de kinderboerderij
'k Heb melken daar geleerd, 'k ben
toen geëmigreerd
Naar Texas in de States, ik woon daar jaren reeds
Tussen de koeien vrij en onverveerd
Maar heel m'n lever wordt daar door verenueerd
Refrein:
Zeven duizend koeien,
Hoor die krengen loeien
En m'n rust verknoeien
O wat fijn om een cowboy te zijn
'k Heb 's nachts op de prairie last
van een nachtmerrie
Ik roep dan gillend uit: "Ik hou het niet meer uit."
Want ik droom elke nacht, ik ben een stier
En gelooft u mij, dat zit me ook tot hier
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
Als een jongen met een meisje wandelen
gaat
Vraagt hij: Ziede ge me gere
Voor en na het meisje zich dan kussen laat
Vraag zij: Ziede ge me gere
En dat eeuwig nieuwe vraagje
Stemt het paartje oh zo blij
Want geen beter antwoord dan een kus
Ze zijn er gere bij
Do you love me, m’aimez-vous
Shatz, liebst du mich
Dat is: Ziede ge me gere
Yes I love you, je vous aime
Ich liebe dich
Dat is: ‘k zie je toch zo gere
En zo blijft de wereld draaien
Door dat vleugje romantiek
Daarom zeg ik: Ziede ge me gere met muziek
Als een jongen met een meisje wandelen gaat
Vraagt hij: Ziede ge me gere
Voor en na het meisje zich dan kussen laat
Vraag zij: Ziede ge me gere
En misschien met een paar jaartjes
Is het paartje oh zo blij
Want die één, twee, drie, vier kleutertjes
Ze zijn er gere bij
Vind je dat niet lief: het mondje van zo’n spruit
Zeg pa: Ziede ge me gere
En dan blijft het oude antwoord nimmer uit
Wel ja, ‘k zie je toch zo gere
En zo blijft de wereld draaien
Door het vleugje romantiek
Daarom zeg ik: Ziede ge me gere met muziek
Do you love me, m’aimez-vous
Shatz, liebst du mich
Dat is: Ziede ge me gere
Yes I love you, je vous aime
Ich liebe dich
Dat is: ‘k zie je toch zo gere
En zo blijft de wereld draaien
Door dat vleugje romantiek
Daarom zeg ik: Ziede ge me gere met muziek
In het avond'lijk uur,
Bij het knappende vuur.
Zingt het koor der zigeuners u voor,
Een gezamenlijk lied,
Verdwijnt de zorg en 't verdriet,
Breekt de zon in de harte weer door.
Refrein:
Komt zigeuner zingt,
Bij het lied gaande zorgen teloor.
Als 'n zigeuner zingt,
En de mandolien klinkt,
Breekt de zon in de harten weer door.
Nergens blijven wij lang,
Want de zwerversdrang,
In ons bloed drijft ons dagelijks voort.
Waar wij ook zijn geweest,
Het is overal feest,
Onze zang heeft een ieder bekoord.
Refrein
Een zigeuner is wijs leeft steeds in 't paradijs,
Voelt zich een met de mooie natuur,
Neem 't leven als hij steeds vrolijk en blij,
' t Leven is 'n mooi avontuur.
(met
dank aan Loes Luca voor het sturen van de tekst)
Zij
had van die aardige schoentjes gezien
Van peau de suède leder en lak
En als ze voorbij kwam die aardige Sien
Dan tuurde zij steeds naar die hak
Ze was maar een schooister
Ze kwam uit een steeg
Droeg slordige kleren, geen hoed
Haar portemonnaie was versleten en leeg
Voor 't bedelen bezat zij geen moed
Eens toen zij aandachtig die schoentjes bekeek
Sloop er stiekem een heertje nabij
Hij zag om zijn neus wat vervallen en bleek
En hij gaf haar een por en hij zei:
"Als jij met me meegaat jou aardige meid
Dan krijg jij van mij voor een zoen
Die aardige schoentjes waar de glans zo op ligt
En je hoeft er haast niks voor te doen."
Des 's morgens om vijf uur ontbrak haar een plooi
In het haar zat verwelkt nog een roos
Zij had van die aardige schoentjes gedroomd
Die zaten in een klein witte doos
Maar ach na een jaartje, de lak ging er af
De hak was versleten en scheef
Vervloekte zij de vent die de schoentjes haar gaf
Op de plek waar zij stil lag en beeft
Eens toen zij aandachtig die schoentjes bekeek
Vol modder versleten en vuil
En toen op het kind keek wat schreiend daar lag
Wat ze kreeg voor de schoentjes in ruil
Dan kwamen er tranen, ja tranen zo veel
Op peau de suède leder en lak
Zodat ze weer zouden gaan glanzen op nieuw
Net als zij ze nieuw kreeg uit 't pak
Lieveling de
jaren knagen
Aan 't bestaan van iedere mens
Ouderdom moet lasten dragen
Jeugd heeft ook zijn schoonheidsgrens
Als ik zo eens voor de spiegel sta
En ik zie m'n grijze haren aan
Denk ik vaak met stille weemoed
Jeugd hoe snel zijt ge heen gegaan
Als het zilverwit je lokken siert
Merk je pas nu word ik oud
Tussen 't blond zie ik grijze draden
Dat is 't zilver tussen goud
Zie ik de
rimpels op mijn wangen
Denk ik aan die goede tijd
Dat ik zo innig kon verlangen
Naar een uur van tederheid
Lieveling die tijd is lang voorbij
Maar steeds komt mij voor de geest
Hoe ik in die gouden jaren
Steeds jou afgod ben geweest
Als het zilverwit je lokken siert
Merk je pas nu word ik oud
Tussen 't blond zie ik grijze draden
Dat is 't zilver tussen goud
Lieve kind de
jaren knagen
Niet slechts aan 't bestaan van mij
Wil slechts aan de spiegel vragen
Het geldt voor ons allebei
Ook jouw haar wordt als sneeuw zo wit
Doch het baart ons geen verdriet
Want de tijd knaagt aan de jaren
Maar onze liefde niet
Als het zilverwit je lokken siert
Merk je pas nu word ik oud
Tussen 't blond zie ik grijze draden
Dat is 't zilver tussen goud
Refrein:
Zilveren meeuwen, zwervend over zee,
Neem voor mijn liefste m'n beste wensen mee.
Zilveren meeuwen, volg hem dag en nacht,
Zeg hem dat ik vol verlangen, vol verlangen, vol verlangen,
Zeg hem dat ik vol verlangen op z'n thuiskomst wacht .
Varen
matrozen de haven uit,
Wuift op de kade zo menig bruid.
't Is of de meeuwen, die zeewaarts gaan,
Na 't vertrekken hun man achterna gaan.
Refrein
Iedere
zeemansvrouw kent de tijd,
Waarin ze vecht tegen eenzaamheid.
Vliegen dan meeuwen voorbij haar ruit,
Fluistert ze zacht voor zich uit:
Zilveren
meeuwen, volg hem dag en nacht.
Zeg hem dat ik vol verlangen, vol verlangen, vol verlangen,
Zeg hem dat ik vol verlangen op z'n thuiskomst wacht.
Als
het haantje van je buurman opgetogen kraait
Dan begint een nieuwe dag
En naarmate Vader Tijd de klokkenwijzers draait
Moet een ieder aan de slag
Wanneer de dag begint, zorg voor een goed humeur
Dan komt de dokter nooit meer aan je deur
refrein:
Zing een vrolijk liedje als je opstaat
En wordt wakker met een lach
Zing een vrolijk liedje als je opstaat
Want dan heb je 'n goeie dag
En loopt je ouwe, trouwe wekker af
Zeg dan niet: "O, wat heb ik nog een maf"
Zing een vrolijk liedje als je opstaat
Want dan heb je 'n goeie dag
Zing
de allernieuwste shlagers bij de waterkraan
In de douchecel of in 't bad
Zing desnoods het standaardnummer: 'Laat de klok maar slaan'
Maar je zingt, het geeft niet wat
Bewaar, zolang je kunt, altijd je vrolijkheid
Je bent je stemming gauw genoeg weer kwijt
refrein
Als
je eventjes je ooghoek naar de spiegel richt
Op het beeld dat je moet zijn
Jaag de zware zorgenrimpel dan van je gezicht
Met een opgewekt refrein
Wees altijd vrolijk blij
Zet alle zorg opzij
En heb je ooit verdriet
Denk aan dit lied
En
loopt je ouwe, trouwe wekker af
Zeg dan niet: "O, wat heb ik nog een maf"
Zing een vrolijk liedje als je opstaat
Want dan heb je 'n goeie dag
(tekst en muziek: Haag/Arne/Cyprys/uitvoering:
De Gesona's)
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
Zolang er dagen zijn
Zolang er vragen zijn
Zolang wacht ik op jou
Want jij bent mijn geluk
Ik sta voor het raam
En ik fluister je naam
Tot de sterren
Het zijn er miljoenen
Ze flonkeren zacht stuk voor stuk
Ze hebben een boodschap voor mij
En al komt die van verre
Hetgeen ze me zeggen
Betekent voor mij het geluk
Al ben je ook maanden van huis
Je schip komt terug
En dan blijf je thuis
Zolang er dagen zijn
Zolang er vragen zijn
Zolang wacht ik op jou
Totdat je terug zal komen
Zolang er nachten zijn
En er gedachten zijn
Zolang wacht ik op jou
Want jij bent mijn geluk
'k Heb angst voor de wind
Als de storm weer begint
Zie ik dingen
Die maken me bang
En denk ik alleen maar aan jou
Er zijn zoveel schepen die lang
Voor je tijd reeds vergingen
Ik kan je niet missen
Omdat ik zoveel van je hou
Daarom ben ik dikwijls zo bang
Ik kijk naar je uit
Het wachten duurt lang
Zolang er dagen zijn
Zolang er vragen zijn
Zolang wacht ik op jou
Totdat je terug zal komen
Zolang er nachten zijn
En er gedachten zijn
Zolang wacht ik op jou
Want jij bent mijn geluk
Ochtend
in Zeeland, een dorp aan een duinpan,
Een klein hotel, door groen omgeven.
Ochtend in Zeeland, de zon van de zeekant,
Ontvouwt een dag van lokkend leven.
Ogen die stralen en zwijgen vertalen,
Gedachten vervat en dooreen geweven.
Ochtend in Zeeland, een ochtend alleen voor ons beiden.
Bei………den.
Zomer
in Zeeland, een spoor in het duinzand,
Een stukje grond, in groen verborgen.
Zomer in Zeeland, met jouw hand in mijn hand,
Een enkel woord, een plan voor morgen.
Duinen en stranden, en strelende handen,
Die niets willen weten van aardse zorgen.
Zomer in Zeeland, een zomer alleen voor ons beiden.
Bei.............den.
Avond
in Zeeland, een liefde in Zeeland,
Een kleine tuin met groene bomen.
Avond in Zeeland, met sterren in Zeeland,
Een zwoele nacht, vol warme dromen.
Dagen en weken van stilte verstreken,
Kan aan dit geluk ooit een einde komen?
Leven in Zeeland, een leven voortaan voor ons beiden.
(met
dank aan Jeanne Albers voor het sturen van de tekst)
Incipiunt laudes creaturarum, quas
fecit beatus Franciscus ad laudem et honorem Dei, cum esset infirmus
apud sanctum Damianum.
Altissimu onnipotente bon signore.
tue so le laude la gloria e l honore ed onne benedictione.
Ad te solo altissimo se konfano
e nullo homo ene dignu te mentovare.
Laudato sie misignore con tucte le tue creature
spetialmente messor lo frate sole
lo qual e iorno ad allumini noi per loi.
Et ellu e bellu e radiante cun grande splendore
de te altissimo porta significatione.
Laudato si misignore per sora luna e le stelle
in celu lai formate clarite e pretiose e belle.
Laudato si misignore per frate vento
e per aere e nubilo e sereno ed onne tempo
per lo quale e le tue creature dai sustentamento.
Laudato si misignore per sor aqua
la quale e multo utile ed humile e preciosa e casta.
Laudato si misgnore per frate focu
per lo quale ennallumini la nocte
ed ello e bello e iocundo e robusto e forte.
Laudato si misignore per sora nostra matre terra
la quale ne sustenta e governa
e produce diversi fructi con colorite flori ed herba.
Laudato si misignore per quelli ke
perdonano per lo tue amore
e sostengo infirmitate e tribulatione
beati quelli kel sosterrano in pace
ka da te altissimo sirano incoronati.
Laudato si misignore per sora nostra morte corporale
da la quale nullu homo vivente po skappare
guai acquelli ke morrano ne le peccata mortali
beati quelli ke trovara ne le tue sanctissime voluntati
ka la morte secunda nol farra male.
Laudate en benedicete misignore e rengraziate
e serviteli cun grande humilitate.
Hier volgt het loflied van de
schepselen dat de Heilige Franciscus tot lof en eer van God gemaakt
heeft, toen hij ziek lag in San Damiano.
Allerhoogste, almachtige, goede Heer,
u komt de lof toe, de roem, de eer en alle zegen.
U alleen, die de hoogste bent, komen zij toe,
en er is niemand die waardig is, uw naam te noemen.
Geprezen moet u zijn, mijn Heer, met al uw schepselen,
en vooral ook heer Broeder Zon,
die de dag zelf is en door wie u ons verlicht.
En hij is zo prachtig, zoals hij schittert met lichtende stralen,
van u, allerhoogste, draagt hij het heerlijke teken.
Geprezen moet u zijn, mijn Heer, door Zuster Maan en de sterren,
die u aan de hemel hebt gemaakt, als kostbare lichten van verre.
Geprezen moet u zijn, mijn Heer, door Broeder Wind,
door de lucht vol wolken, die ook weer op kan klaren,
door de wisseling van weer, waar uw schepselen wel bij varen.
Geprezen moet u zijn, mijn Heer, door Zuster Water,
die zo nuttig is, zo nederig, zo kostbaar en kuis.
Geprezen moet u zijn, mijn Heer, door Broeder Vuur,
door wie u de nacht verlicht, en hij is zo prachtig en speels, zo stoer
en zo krachtig.
Geprezen moet u zijn, mijn Heer, door onze zuster Moeder Aarde,die ons
wil voeden en behoeden, die allerlei vruchten voortbrengt en kruiden en
bonte bloemen.
Geprezen moet u zijn, mijn Heer, door hen die vergeven om uwentwil
en die ziekten en tegenspoed verdragen.
Gelukkig zijn zij die dit dragen in vrede, want u, allerhoogste, zult
hen belonen.
Geprezen moet u zijn, mijn Heer, door onze zuster de Lichamelijke Dood,
aan wie geen levend wezen kan ontkomen.
Wee degenen die sterven in een toestand van doodzonde;
gelukkig zijn zij die de dood aantreft in overeenstemming met uw heilige
wil, want de tweede dood zal hen niet deren.
Laat ieder mijn Heer prijzen en zegenen,
Hem danken en dienen met grote nederigheid
Dit lied wordt door volgelingen van
Franciscus vaak gezongen. o.a. Kapucijnen, Franciscanen, Clarissen en heel
vele anderen
Zou
't erg zijn lieve opa als de wind niet meer waait,
Als de haan in de morgen zijn lied niet meer kraait,
Zou 't erg zijn lieve opa als het gras niet meer groeit,
Zou 't erg zijn lieve opa als een bloem niet meer bloeit.
Zou 't erg zijn als de klok in de toren niet meer slaat,
Als een vogel z'n nestje en z'n moeder verlaat,
Zou 't erg zijn lieve opa als 't maantje niet meer lacht,
Zou 't erg zijn als niet komt wat je vandaag had verwacht.
Nee,
m'n kleine meisje, als jij maar van me houdt,
Ja, mijn lieve opa, als jij maar van me houdt.
Zou 't erg zijn lieve opa als je gauw dood zou gaan,
Als de sterren aan de hemel er niet zouden staan,
Zou 't erg zijn als de zon in de lucht niet meer schijnt,
Zou 't erg zijn als de zee nu voor altijd verdwijnt.
Zou
het erg zijn, lieve opa, als de wind niet meer waait,
Als de haan in de morgen zijn lied niet meer kraait,
Zou het erg zijn, lieve opa, als het gras niet meer groeit,
Zou het erg zijn, lieve opa, als een bloem niet meer bloeit.
Nee, m'n kleine meisje, als jij maar van me houdt,
Ja, mijn lieve opa, als jij maar van me houdt.
La lala la lala la la la lala
La lala la lala la la la lala
La lala la lala la la la lala
La lala la lala la la la lala
Nee, m'n kleine meisje, als jij maar van me houdt,
Ja, mijn lieve opa, als jij maar van me houdt.
(tekst:
Willy van Hemert/muziek: Joop de Leur/uitvoering Sylvain Poons en Oetze
Verschoor)
Opa,
kijk ik vond op zolder
Een foto van een oude boot
Is dat nog van voor de polder
Van die oude vissersvloot
Jochie, dat is een gelukkie
'k Was dat prentje jaren kwijt
'k Heb nu weer een heel klein stukkie
Van die goeie ouwe tijd
Daar is het water, daar is de haven
Waar je altijd horen kon
We
gaan aan boord
De voerman laat er nu paarden draven
En aan de horizon ligt Emmeloord
Eens ging de zee hier tekeer
Maar die tijd komt niet weer
Zuiderzee heet nu IJsselmeer
Een tractor gaat er nu greppels graven
'k Zie tot de horizon geen schepen meer
Kijk die jongeman ben ikke
Ja, ikke was de kapitein
Hiero, en die grote dikke
Ja, dat moet Malle Japie zijn
Opa, en die blonde jongen
Vooraan bij de fokkeschoot
Opa, zeg nou wat, die jongen...
Is je ome, die is dood
In 't diepe water, ver van de haven
In die novembernacht, voor twintig jaar
Door 't brakke water is hij begraven
Als ik nog even wacht zien wij elkaar
Toen ging de zee zo tekeer
In een razend verweer
Ongestraft slaat niemand haar neer
Nu jaren later hier paarden draven
Zie ik de hand en macht van onze Heer
Waar is het water, waar is de haven
Waar je altijd horen kon: We gaan aan boord
De voerman laat er zijn paarden draven
En aan de horizon ligt Emmeloord
Eens ging de zee hier tekeer
Maar die tijd komt niet weer
't Water ligt nu achter de dijk
Waar eens de golven het land bedolven
Golft nu een halmenzee, de oogst is rijp
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
Sinds wij mochten zwerven over Bali
Luisterend naar de branding op Sanoer
Blijft ons bij dagen en nachten
Altijd zijn beeld in gedachten
Sinds wij mochten zwerven over Bali
Dromend in zijn sterrenklare nacht
Horen wij nog onder palmen
Klagend de gamelan galmen
Refrein:
O jij, wondermooie parel aan de gordel van smaragd
Je hebt ons oog door je schoonheid bekoord
Wat je ons gul hebt geschonken
Leeft in herinnering voort
Tropisch toversprookje uit de duizend en één nacht
Diep in ons hart blijft 't heimwee naar jou
Niets kan mooier wezen
Dan het onvolprezen
Bali, in 'n zee van louter blauw
Sinds wij mochten zwerven over Bali
Dolend langs z'n sawahs in de zon
Is er geen land te bedenken
Dat zoveel weelde kan schenken
Sinds wij mochten zwerven over Bali
Turend naar de gratie van z'n dans
Hopen wij weer te aanschouwen
Pollock, de schoonste der vrouwen
(tekst: Joop Portengen/muziek: O.
Wandersman, W. O'Haye, H. Hennerich/uitvoering: Max van Praag)
Je
ging de wijde wereld in, de zon tegemoet
En bent in de vreemde gebleven.
Maar nu je weer naar huis verlangt, ontbreekt je de moed,
Je hebt ook zo lang niet geschreven.
Al denkt ze dat je haar vergat in 't verre vreemde verre land,
Zij heeft alleen aan jou haar hart verpand.
Het zwerven maakt een mens zo moe, neem dus een besluit,
Bij haar rust je werkelijk uit.
Vaak
kijkt ze stil naar jouw foto,
Jouw lege stoel bij de haard.
Jij zocht geluk in de vreemde,
Was dat de eenzaamheid waard.
Al
denkt ze dat je haar vergat in 't verre vreemde verre land,
Zij heeft alleen aan jou haar hart verpand.
Het zwerven maakt een mens zo moe, neem dus een besluit,
Bij haar rust je werkelijk uit.