SeniorPlaza

Uit (groot)moeders tijd

Waar het lied der branding

(Aan het Noordzee strand)

(tekst: H & J van Dijk / muziek:Nico Dostal / uitvoering:Dico vd Meer)

Ik heb op zee mijn leven lang gevaren
M'n vissersdorp ligt aan het Noordzeestrand
Ik win mijn brood met zwalken op de baren
Toch denk ik vaak: mijn rijkdom ligt aan land

 

Refrein:

Waar het lied der branding ruist bij dag en nacht
Waar 't vertrouwde huisje altijd op mij wacht
Waar de meeuwen schreeuwen boven 't golfgedruis
Daar ben ik geboren, daar voel ik me thuis
Waar de klokken luiden:"Visser,vaar naar huis!"
Daar ben ik geboren, daar voel ik me thuis

Ik voel me klein,wanneer de stormen huilen
Door 't zwiepend want,belust op zwakke buit
Maar voor geen geld ter wereld wil ik het ruilen
M'n vrij bestaan als koning op m'n schuit

Terug naar overzicht

Waar is de knoop van de kraag van de jas van de korporaal van de week

(Lou Bandy)

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

De hele sectie is van streek,

De korporaal van de week,

Die hield vandaag appel, 't is kras,

En miste een knoop van zijn jas.

't Was erg genoeg,

En ieder vroeg:

 

refr.:

Waar is de knoop van de kraag van de jas van de korporaal van de week,

Want iedereen is bleek.

En alles is van streek.

Want waar is de knoop van de kraag van de jas van de korporaal van de week.

 

En de sergeant riep: "Sectie halt.

Wat is het, waar mijn oog op valt,

Nu ik hier zo te loopen loop ?

Zeg korporaal, je mist een knoop."

't Was erg genoeg,

En ieder vroeg:

 

Refrein

 

En toen kwam de sergeant-majoor,

En bromde: "Hoor, wat hoort mijn oor ?

Korp'raal drie dubb'le dooie dood,

Acht dagen water, en droog brood."

't Was erg genoeg,

En ieder vroeg:

 

Refrein

 

Maar toen de luit te eten zat

Toen riep hij eensklaps: "Wat is dat ?

Wat zijn die bruine bonen rauw,

Maar hij gaf juist die knoop een knauw !"

't Was erg genoeg,

En ieder vroeg:

 

Refrein

Terug naar overzicht

Waar is toch die goeie ouwe gulden ?

(Willy Vervoort 1947)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Voor twintig jaren kon je met een gulden heel veel
Je hoefde in geen rij te staan, uren ver te lopen.
Je smeet zo'n zil-v'ren gulden neer
En op die eed'le klank boog heel Europa
Zeer beleefd en stamelde zijn dank
Toen was het klink klank klink
Nu zitten we met dat zink.

 

Refrein:
Waar is toch die goeie ouwe gulden ?
Waar is toch die zil-v'ren knaak
Die zo ramm'lend onze zakken vulde
Tot onze vreugde en vermaak
Met zo'n rijksdaalder kocht je schoenen zonder bon,
Twee kilo boter of een C & A japon.
Waar is toch die goeie ouwe gulden ?
Geef ons onze die knaak terug,

Geef ons onze die knaak terug.


En ging je naar het buitenland
Een beetje met vacantie
Dan nam je wat rijksdaalders mee
Dat was een assurantie
In Zweden of  Zwitserland, Brussel of Parijs
Zo'n goeie ouwe zilv'ren knaak was je persoonsbewijs.
Zo'n reis blijft nu een droom,
Dus zingen we Home Sweet Home:

 

Refrein

Wat zijn we arm wat zijn we arm
Hoort men van alle kanten
Men hoort het door de radio
Men leest het in de kranten
Zo lang ons Holland heeft bestaan
Is 't nooit zo arm geweest
Maar rijk is Holland in zijn volk
En rijk aan moed en geest
Kom trek het u niet aan
Het zal waarachtig wel gaan.


Refrein

Terug naar overzicht

Waarheen, waarvoor

Refrein:

Waarheen leidt de weg die we moeten gaan

Waarvoor zijn wij op aard

Wie weet wat er is achter ster en maan

Hoe lang duurt nog de nacht

 

Waar ligt het land waar we mogen zijn

En wat is de taak die ons wacht

Waar is de geest die met ons leeft

Die ons de vrede geeft

 

Waar staat de poort die ons binnen laat

En die ons ook beschermt

Hoe veel offers werden er gebracht

Toch nog blijft het nacht

 

Waar dan is het licht op ons duistere pad

De hand die ons geleidt

En hoe lang, ja hoe lang nog duurt de tijd

Dat wij zijn bevrijd

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Waarom huil je, kleine Louise

(tekst:Erich Meeder/ muziek: Ferry André/uitvoering: Max van Praag)

Waarom huil je, kleine Louise

Iedere zeeman trekt toch weer naar zee

Och, wat denk je, kleine Louise

Ook dit afscheid valt vader niet mee

 

In de golven zal ik altijd horen

Je lach en je liedje, daar ver over zee

Niet zo huilen, kleine Louise

Dan brengt vader iets moois voor je mee

 

Dicht bij de valreep, staat aan de kade

't Meisje, dat vader naar boord toebracht

't Schip moet gaan varen, ligt zwaar geladen

't Meisje huilt hevig, vader zegt zacht

 

Waarom huil je, kleine Louise

Iedere zeeman trekt toch weer naar zee

Och, wat denk je, kleine Louise

Ook dit afscheid valt vader niet mee

 

In de golven zal ik altijd horen

Je lach en je liedje, daar ver over zee

Niet zo huilen, kleine Louise

Dan brengt vader iets moois voor je mee

 

Terug naar overzicht

Waarom huil je, kleine Tamara

(Ned. tekst: Ko van Raayen)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Waarom huil je, kleine Tamara

Elke zeeman trekt toch weer naar zee

Ach wat denk je, kleine Tamara

Want dit afscheid valt mij ook niet mee.

 

Op de golven zal ik aan jou denken

Wanneer de wind ruist als zachte muziek

Waarom huil je, kleine Tamara

Want jouw zeeman komt eens weer terug.

 

Ver in Tahiti staan op de kade

Een lief bruin meisje, een blanke man

Waarover zij praten

Dat laat zich raden

Hij kust haar innig en zegt haar dan:

 

Waarom huil je, kleine Tamara

Is het omdat ik van je wegga

Kom droog je tranen, kleine Tamara

Want ik beloof je, ik kom bij je terug.

 

Op de golven zal ik aan jou denken

Wanneer de wind ruist als zachte muziek

Waarom huil je, kleine Tamara

Want jouw zeeman komt eens weer terug

Waarom huil je, kleine Tamara

Want jouw zeeman komt eens weer te.....rug.

 

Terug naar overzicht

Waarom kijk je toch zo kwaad Marjanne ?

(teksten muziek: Henri Theunisse / uitvoering: Max van Praag

(met dank aan Egbert Engelbertink voor het sturen van de tekst)

In een oud gezellig buurtje, op het hoekje van het plein

Woont Marjanne en dat schatje mag er zijn.

Ze is slank en draagt met gratie, haar gebreide wollen trui,

Maar ze kijkt zo dreigend als een onweersbui.

 

Refrein:

Waarom kijk je toch zo kwaad, Marjanne ?

Waarom trek je zo'n vervelend snuit ?

Als je lacht, dan glanzen vast je ogen,

Kind, dan zie je er veel leuker uit.

Waarom kijk je toch zo kwaad, Marjanne ?

Waarom trek je zo'n vervelend snuit ?

Als je lacht, dan krijg je kuiltjes in je wangen,

En dan ben je in een ommezien de bruid !

 

 

Als een frisse jonge kerel schalks een knipoogje haar geeft,

Kijkt ze net als een boerin die kiespijn heeft.

Zo gaat elke kans verloren, dat is jammer voor dat kind,

Daar ze veel heeft, wat een jongen aardig vindt.

 

Refrein

 

Dat ze knap, goed gesoigneerd is, dat behoeft heus geen betoog,

Maar haar eisen, stelt ze, denk ik veel te hoog.

Daarom: lach eens, aardig meisje, dan voorkom je heel wat leed,

Want je bent een ouwe vrijster, voor je 't weet.

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Waarom kwam jij in m'n leven (Max van Praag)

(met dank aan Betsy van Dijk voor het sturen van de tekst)

Het is alweer zolang geleden,

Dat jij zo plotseling verdween.

Van al je mooie beloften,

Daarvan hield jij er geen één.

Ik had toch zo op jou gebouwd

En ook heb ik je steeds vertrouwd.

Een mooie droom, maar met een droef besluit

't Sprookje is nu uit !

 

Refrein:

Waarom kwam jij in m'n leven

Waarom moest jij het juist zijn

'k Wil, maar ik kan niet vergeten

Steeds doet m'n hart toch zo'n pijn

Jij blijft steeds in mijn gedachten

'k Zie steeds jouw beeld voor m'n geest

Weet, dat de tijd met jou samen,

De mooiste voor mij is geweest.

Waarom, waarom,

Waarom ging jij van me heen.

Waarom, waarom,

Waarom liet jij mij alleen.

 

Terug naar overzicht

Waarom loop je mij zo straal voorbij

(Kees Pruis 1931)

(met dank aan Marc Blokland (†) voor het sturen van de tekst)

Je loopt nu al een veertien dagen,

Mij als een vreemdeling voorbij.

Toch zegt je hart als je gaat vragen,

Je kunt niet buiten mij.

 

Refrein:

Waarom loop je mij,

Zo straal voorbij,

Mijn schat ?

'k Heb met jou geen woord,

Dat rust verstoort gehad.

'k Weet jij mint mij nog,

Wordt de mijne toch.

Waarom loop je mij,

Zo straal voorbij mijn schat.

Het was toch lieveling mijn schuld niet,

Geloof me toch als ik je zeg,

Het meisje waar 'k mee stond te praten.

Dat vroeg me naar de weg.

Refrein

Geloof me nou als ik je zweer dat,

Ik was je al die dagen trouw.

'k Weet dat je steeds naar mij informeert schat,

Dat doe ik ook naar jou.

Refrein

 

Terug naar overzicht

Wanneer

(We'll Meet Again)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Aan hen die wij moesten verlaten

En die van ons gescheiden zijn,

Burgers, matrozen, soldaten,

U allen wijd ik dit refrein:

 

Wij zien elkaar weer,

Maar waneer, ja wanneer,

Opeen dag vol vreugde en vol zonneschijn.

Houdt goede moed,

Zoals een goed Hollander doet,

Tot de donk're wolken weggedreven zijn.

En nu koppen omhoog,

Weg die traan in je oog,

Optimistisch en blij.

Want het duurt niet meer lang,

Klinkt vol vreugd' ons gezang,

Dan is Holland weer vrij.

Wij zien elkaar weer

En ik weet ook wanneer,

Op een dag vol vreugde en vol zonneschijn.

 

Terug naar overzicht

Wanneer de klokken luiden

Refrein:

Wanneer de klokken luiden in 't dorpje aan de zee

Dan treurt een vissersmeisje weemoedig met ze mee

Ze denkt aan haar geliefde, die nooit terug meer kwam

Dezelfde klokken klonken, terwijl hij afscheid nam

Wanneer de klokken luiden in 't dorpje aan de zee

Dan treurt een vissersmeisje weemoedig met ze mee

 

Eens op een stormnacht keerde een visser nimmer terug van de zee

Loeiende stormen, woedende golven beukten het scheepje in twee

Kort voor hij vertrok kuste hij nog innig z'n schat

Nooit ziet ze hem meer, nimmer keert weer wat zij bezat

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Wanneer de rozen weer in bloei staan (Max van Praag)

Refrein:

Wanneer de rozen weer in bloei staan

Dan brengt een schip een zeeman thuis

Die steeds opnieuw weer zal verlangen

Naar het kleine dorp en het eigen kleine huis

 

Zijn oudjes stonden aan de kade

Toen hij het zeegat uit zou gaan

Hij wuifde vrolijk aan de reling

Maar in zijn stem klonk toch een traan

 

Refrein

 

Er kwamen toen de winterstormen

Zijn schip zonk roemloos in de zee

Voorgoed voorbij was zijn belofte

Die hij gedaan had aan de ree

 

Wanneer de rozen weer in bloei staan

Dan staan twee oudjes aan de ree

Ze turen naar de wijde verte

Der eindeloze wrede, wrede zee

 

Terug naar overzicht

Wanneer op de rancho

(Eddy Christiani)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

'n Klok laat zich somber horen,
Ze klinkt dreigend in de oren,
Men zwijgt op de ranch vanzelfsprekend,
'n Cowboy weet wat dit betekent.

Refrein:
Wanneer op de rancho 't klok somber luidt,
Wordt er geen woord gesproken.
De stilte wordt niet verbroken.
We weten dat dit dan 'n afscheid beduidt.
'n Afscheid voorgoed van 't leven.
Want als die klok ons dan opeens
Somber z'n stem laat horen.
Weet elke cowboy op de ranch
We hebben een vriend verloren.



Van 't droevige lied der klokken,
Zijn zij al zo vaak geschrokken.
'n Cowboy zit ernstig te staren,
Hij denkt aan de prairie gevaren.

Refrein

 

Terug naar overzicht

Want dan speelt Jim harmonica

(met dank aan Marc Blokland (†) voor het sturen van de tekst)

De maan schijnt helder over Neêrlands kusten

De Nederland steekt morgen vroeg in zee

Kaptein, matrozen, stuurlui allen rusten

Vermoeid van 't harde werken op de ree

Maar Jim de bootsman kon nog lang niet slapen

Ligt in zijn kooi te woelen, te geeuwen en te gapen

Dan springt hij op en leunend tegen 't want

Neemt hij zijn instrument ter hand

 

Refrein:

En dan speelt Jim harmonica, harmonica, harmonica

Van Spanje tot Amerika, speelt niemand zo harmonica

Hij speelt van liefde en de zee, zijn wilde spel lokt allen mee

En alle meisjes komen dra, want daar speelt Jim harmonica

         

De dagen van weleer zijn niet vergeten

De Nederland is niet meer in de vaart

Ook Jim is oud en grijs, geheel versleten

En leeft nu van hetgeen hij heeft gespaard

Maar in de dorpskroeg spreekt nog menige jongen

Van 't lied dat die daar voor Jim heeft gezongen

Als 'd oude Jim dan lachend zingt in 't koor

Dan zingen allen luid in 't koor

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Want de mijne heet Piet

(tekst en muziek: Henk Scholten / uitvoering Teddy Scholten)

(met dank aan Gerard Engelbertink voor het sturen van de tekst)

Als bakvis van zestien, met een meisje te saam,

Was altijd mijn leuze, de man van mijn keuze,

Dat moet er een zijn met een heel mooie naam,

Het liefste nog Rudie, en dan donker, of Harry,

Of Johnny, maar dan blond, of wat denk je van Larry ?

Maar kom ik nu zo'n vriendinnetje tegen,

En ze vragen: „Hoe heet ie ?", dan lach ik verlegen:

 

Refrein:

Want de mijne heet Piet, Piet,

Doodgewoon Piet.

En noem ik hem Piëtro, dan antwoord hij niet,

Geen Pieter, geen Perry, dan heb ik zo herrie.

Hij zegt, al die onzin is goed voor een lied.

Dus noem ik hem Piet, Piet !

 

Als we 's avonds saampjes naar de bios toe gaan,

En we zien Ingrid Bergman, daar is hij heus weg van,

En 'k zie dan wat daar met een zoen wordt gedaan,

Wanneer ze na zo'n omhelzing kreunt: ,,Oh Johnny" !

Dan denk ik, dat doe ik ook straks thuis, met mijn honey

Maar meestal rust op zo iets dan geen zegen,

Want kreun ik: „Oh Piet", dan valt het zo tegen.

 

Refrein

 

Toch, als ik mijn man nu eens heel goed bekijk,

En 'k kijk ik zijn ogen, die me nooit nog bedrogen,

Dan ben ik met hem toch de koning te rijk,

En mocht ik dan ook eenmaal de vreugde beleven,

Aan een zoon, een stamhouder het leven te geven,

Dan lijdt het geen twijfel hoe die zal heten,

Want lijkt hij op manlief, u mag het wel weten:

 

Refrein:

Kijk, dan heet-ie heus Piet, Piet,

Doodgewoon Piet.

Want ach, in zo'n naampje, daarin zit 't hem niet.

Geen Peter, geen Perry, geen Harry, geen Larry,

Maar als hij als pappie het leven beziet,

Dan noem ik hem Piet, Piet !

 

Terug naar overzicht

Want ik kan je niet beletten

(tekst en muziek: Wim Poppink / uitvoering: Janie Bron)

(met dank aan Gerard Engelbertink voor het sturen van de tekst)

Ik droomde dat jij eens zou trouwen met mij,

En hield van je met heel m'n hart.

Maar jij vond een ander, dus laat ik je vrij.

Al valt mij het scheiden hard:

 

Refrein:

Want ik kan je niet beletten,

Dat je van een ander houdt.

Daarom zal ik me niet verzetten,

Als je met een ander trouwt.

Nooit zal ik jou iets verwijten,

Ook al doe je m'n hart soms pijn.

Want ik kan je niet beletten,

Met een ander gelukkig te zijn.

 

Je denkt me te sparen door hartelijkheid,

Door vriend'lijk te zijn tegen mij,

Maar als je die and're niet ziet, heb je spijt,

Speel dus open kaart met mij.

 

Refrein

 

Je doet net alsof je nog wel van me houdt,

Maar 'k voel, dat het zó niet meer gaat;

En daarom is 't beter, da'k jou niet weerhoud,

Als je mij voorgoed verlaat:

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Want Straks

(Max van Praag)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Lieveling, ik ga je eens verrassen, ‘k praat met jou, in plaats dat ik je schrijf

En, om die illusie te wekken, zend ik je een brief per zwarte schijf

Ik wil jou zo gaarne even zeggen dat je niet verdrietig worden moet

Omdat wij zolang reeds zijn gescheiden, straks dan wordt het allemaal weer goed.

 

Refrein:

Want straks zijn jij en ik weer voorgoed bij elkander

Want straks zijn alle zorgen en leed weer voorbij

Dan gaan wij tesamen weer verder door ’t leven

Komt het geluk ook voor jou en mij.

 

Al zijn wij nu tijdelijk gescheiden, is er toch een weerzien in ’t verschiet

Dan zijn wij weer eindelijk tesamen, komt een eind aan heimwee en verdriet

Wees daarom niet treurig, heb vertrouwen, denk aan wat ik aldoor heb gezegd

Straks komt weer de dag waarnaar wij haken, hou je goed hoor, alles komt terecht.

 

Refrein

 

Komt het geluk ook voor jou en mij.

 

Terug naar overzicht

Want wie vergeet

(tekst: René Berg/muziek: Lotar Olias/uitvoering: "Heimweh"-Freddie)

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

Als zwerver is hij van huis gegaan,

Is hij van huis gegaan,

Hij was niet tevreden !

En heeft toen, ver van zijn land vandaan,

Ver van zijn land vandaan,

Getekend, getekend.

Hij werd daar soldaat,

Voor een vreemde staat,

Maar van heimwee wist hij toen geen raad:

 

Refrein:

Want wie vergeet,

Want wie vergeet,

Dat zijn Vaderland

Hem 't liefste is op aard,

Want wie vergeet,

Want wie vergeet,

Is 't bezit van 't Vaderland

Dan niet meer waard !

 

Als zwerver had hij geluk gezocht,

Had hij geluk gezocht,

Maar nimmer gevonden.

Hij had daar, had daar zijn naam verkocht,

Maar het geluk is nooit

Gekomen, gekomen.

Hij is terug gegaan,

Naar zijn Vaderland,

Was door heimwee, heimwee overmand.

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

't Was een zomernachtfeest

(tekst: Han Dunk/muziek: Ronny Luco/uitvoering: Eddy Christiani en ook John de Mol's Swinging Specials

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Refrein:
't Was een zomernachtfeest bij een walsmelodie
Twee harten tezaam in volkomen harmonie
Een sprookje, veel te mooi om werk'lijk waarheid te zijn
Ja, heus, een festijn om nooit te vergeten !
't Was een zomernachtfeest bij een walsmelodie
Accoorden zo mooi als in Schuberts symphonie
Helaas ook 'onvoltooid' want bij het laatste accoord
Werd m'n droom door ontwaken verstoord
            
't Allergrootst geluk dat vond ik in een droom
Een droom die nimmer waarheid zal zijn
Waarom is zo'n droom alleen een visioen ?
Is het dan altijd maar schijn ?

Refrein

            
Alles was zo mooi, muziek en liefdesspel
Het leven op deez' aard leek volmaakt
Waarom komt dit alles dan nooit meer terug ?
Was 'k uit deez' droom nooit ontwaakt
 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Was je  maar niet zo mooi

(met dank aan Jannie van 't Ende voor het sturen van de tekst)

Refrein:

Was je maar niet zo mooi

Was je maar niet zo lief

Dan zou ik niet zo jaloers op je zijn

Deed er mijn hart van de liefde geen pijn

Was je maar niet zo mooi

Was je maar vel over been

Dan was je misschien

Dan was je misschien

Voor mij, voor mij alleen

 

Wij passen tezamen als man en als vrouw

Toch zeker heel goed bij elkander

Ik weet dat ik veel te jaloers ben op jou

Omdat je vaak kijkt naar een ander

Dat doet me zo heel veel verdriet

Dan zucht ik en zing ik mijn lied:

 

Refrein

 

Ik ben zo jaloers en ik weet niet om wat

'k Ben bang dat ze jou van mij stelen

Want iedereen vindt jou net als ik een schat

En dat kan ik jammer niet velen

Je bent het misschien niet bewust

Maar ik heb gewoonweg geen rust.

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

't Was maar een droom

(tekst; Madame Ellegiers)

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

Refrein:

Mijn zoete droom vervlogen,

Haar trouwe liefde heen,

Ach z' heeft mij laf bedrogen

En 'k min haar gansch alleen.

'k Schonk haar mijn bloed en leven,

Voor haar die was zoo schoon.

Neen nooit komt zij meer in mijne woon,

Haar liefde was maar een droom.

 

'k Minde haar zeer met liefde teer,

'k Aanbad haar, ja niet gelogen,

Wijl zij mij haar liefde weer,

Heeft zij helaas mij zoo snood bedrogen.

Een ander viel in haar gedacht,

Zie, daarom heeft ze mij veracht.

 

Refrein

 

'k Herinner mij, toen zij zoo blij,

Mij kuste zonder verpoozen.

Zij was zoo schoon, spande de kroon,

Ach, mocht ik haar nog steeds liefkozen.

Maar 't is gedaan, al vloeit een traan,

Een ander heeft zij lief voortaan.

 

Refrein

 

'k Vervloek u niet, al heeft verdriet

En wanhoop mij 't hart doen bloeden.

Verlost de dood mij uit den nood,

Gelaten zal ik u beeld behoeden.

Vaarwel dus trouwelooze maagd,

Gij die mij uit uw hart verjaagt.

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Wat doe je met kapotte schoenen in de regen ?

(August de Laat 1938)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Ga je weg met mooi weer
Neemt het soms ineens een keer
Wat je nooit had gedacht
't Wordt zo zwart als de nacht
Zo is 't droog en zo is 't nat
Het water om je oren spat
En altijd heb je spijt
Als men je verwijt

 

Refrein:
Wat doe je met kapotte schoenen in de regen ?
Op natte wegen
Wie kan daar tegen ?
Wat heb je niet van al die nattigheid gekregen ?
Dat brengt geen zegen
Maar ongeluk
Kijk waar je heen stapt
En waar je in trapt
Met droge voeten
Dat scheelt een stuk
Wat doe je met kapotte schoenen in de regen ?
Dat brengt geen zegen
Maar ongeluk

 

Waar je staat, waar je gaat
't Is niet altijd droog op straat
Dan weer vorst, dan weer dooi
Soms heel slecht, soms heel mooi
Is het mooi vergeet het niet
Dat het straks weer stralen giet
Houdt altijd met verstand
Droog je voeten want

 

Refrein

 

Kijk waar je heen stapt
En waar je in trapt
Met droge voeten
Dat scheelt een stuk
Wat doe je met kapotte schoenen in de regen ?
Dat brengt geen zegen
Maar ongeluk

 

Terug naar overzicht

Wat een geluk

(Tekst: Willy van Hemert/muziek:Dick Schallies/uitvoering: Rudy Carell)

Wat een geluk dat ik een stukje van de wereld ben
Dat ik de wijsjes van de sijsjes en de merels ken
En dat ik mee mag doen met al wat leeft
En mee mag ademen met al wat adem heeft

Ik ben zo blij dat er in mei altijd narcissen zijn
En dat er vruchten, vlinders, veulens, vogels, vissen zijn
En al die blijdschap komt enkel door jou
Omdat ik vreselijk, ongeneeslijk van je hou

Als je mij dan vraagt is dat afgezaagd
Zeg ik ja maar ik zaag toch nog even door
Ach wat moet ik nou, want ik hou van jou
En daar heb ik doodgewoon geen woorden voor

Ik heb alleen maar het vertrouwde schat ik hou van jou
Het hartedief, ik heb je lief en het oude blijf me trouw
Ik vind het zelf ook wel erg primitief
Maar waarom ben je dan ook zo lief

Refrein
La la la la, la la la la, la la la la, la la la la la
La la la la, la la la la, la la la la, la la la la la

Wat een geluk dat ik een stukje van de wereld ben
Dat ik de wijsjes van de sijsjes en de merels ken
En dat ik mee mag doen met al wat leeft
En mee mag ademen met al wat adem heeft

Ik ben zo blij dat er in mei altijd narcissen zijn
En dat er vruchten, vlinders, veulens, vogels, vissen zijn
En al die blijdschap komt enkel door jou
Omdat ik vreselijk, ongeneeslijk van je hou

Ik heb alleen maar het vertrouwde schat ik hou van jou
Het hartedief, ik heb je lief en het oude blijf me trouw
Ik vind het zelf ook wel erg primitief
Maar waarom ben je dan ook
O, waarom ben je dan ook
Ja, waarom ben je dan ook
Zo lief

Refrein

 

Terug naar overzicht

Wat een pret !!!

(met dank aan Marc Blokland (†) voor het sturen van de tekst)

Ik liep laatst met een vriend van mij op straat te debatteren

Toen liep ons een agent voorbij onder het huiswaarts keren

'k Zeg tot mijn vriend: "zeg zie je dat, drie neuzen heeft die janus"

Hij zei: "je bent een dronken gek, je moet zeker nog een pikketanus

Ha, ha, ha, ha, ha, ha (aanstekelijk lachen)

"Toch is het zo" zei ik toen, "hij draagt een neus aan ied're schoen"

Die derde neus wat een mop, wel die draagt die op zijn kop

Ha, ha, ha, ha, ha, ha (aanstekelijk lachen)

 

Ik heb een leuke meid gekend, het was een aardig schatje

Ze leefde netjes met haar ma in een provincie stadje

Ze had haar liefde op haar tijd, maar één ding kon haar hinderen

Ze kreeg niet gauw wat zij graag wou, een man en lieve kinderen

Ha, ha, ha, ha, ha, ha (aanstekelijk lachen)

Ik zag haar deze week, ze was totaal van streek

Had drie kinderen tot verdriet, maar een man had ze nog niet

Ha, ha, ha, ha ,ha, ha  (aanstekelijk lachen)

Terug naar overzicht

Wat fijn kapitein (uitvoering Annie de Reuver)

Neem me toch gauw met je mee,
Neem me toch mee naar een eiland.
Dicht bij de diepblauwe zee,
Wacht 't geluk voor ons twee.

 

Refrein:
Wat fijn kapitein, wat fijn kapitein
Met jou naar een eiland te varen.
Wat fijn kapitein, wat fijn kapitein
Met jou op een eiland te zijn.

In een klein hutje aan de zee,
Zullen we samen gaan wonen.
En voor een lekker diner,
Neem jij je hengel dan mee.

 

Refrein

'k Hoop dat er spoedig daarna,
Schatten van kindertjes komen.
Een met de ogen van ma,
Een met de neus van papa.

Refrein

 

Terug naar overzicht

Wat gij niet wilt

(liedje uit een revue circa 1930)

(met dank aan Marc Blokland (†) voor het sturen van de tekst)

Wat gij niet wilt dat U geschiedt,

Doet dat ook een ander niet.

't Spreekwoord zegt in de maatschappij,

Heden ik en morgen gij.

Een ezel stoot zich in 't algemeen

Geen tweemaal aan de zelfde steen.

Zo zei m'n grootmama,

Zo dacht m'n grootpapa,

Ik weet precies hoever ik ga.

 

Sociaal, demokraal, klerikaal, ja allemaal

Willen wij ons zin.

Want ik heb het heus niet mis,

Als 't alleen de brandkast is,

Wie anders denkt die heeft het mis.

 

Wat gij niet wilt dat U geschiedt,

Doet dat ook een ander niet.

't Spreekwoord zegt in de maatschappij,

Heden ik en morgen gij.

Een ezel stoot zich in 't algemeen

Geen tweemaal aan de zelfde steen.

Zo zei m'n grootmama,

Zo dacht m'n grootpapa,

Ik weet precies hoever ik ga.

 

Terug naar overzicht

Wat heb je nou gedaan met Angeline ?

(met dank aan Marc Blokland (†) voor het sturen van de tekst)

M'n zuster Angeline was een meid van melk en bloed

Ze was de achttien nauwelijks gepasseerd

Toen heeft ze op een dag de ware Joseph eens ontmoet

Die haar het kussen wellicht heeft geleerd

Zij is zich gaan verloven en nu na een jaar of vier

Aan alles komt een einde volgens mensenheugenis

Want gist'ren heeft hij plotseling de verloving uitgemaakt

Dat heeft ons Angeline en haar moeder zwaar geraakt

 

Refrein:

Wat heb je nou gedaan met Angeline?

Wat heb je met die arme meid gedaan?

Vanmorgen ging ze met twee bruine kijkers nog van huis

Vanmiddag komt ze plotseling met twee blauwe ogen thuis

Wat heb je nou gedaan met Angeline?

Wat heb je nou met die arme meid gedaan?

Gist'ren wou je haar nog trouwen

En hoe kom je toch zo dom

Maar nu 't puntje bij het paaltje kom

Nou gaf je haar de bons

Wat heb je nou gedaan met Angeline?

 

Maar eindelijk kwam mama er aan zo dreigend als een spook

Riep, straks is er geen vuiltje meer aan de lucht

In de éne hand de koekepan, in de andere hand de pook

Zodra 'k dat zag, toen nam ik direct de vlucht

Ik vloog meteen de trappen op toen volgde er weldra

Een vuistslag op de zolder, eindelijk riep mijn zwager ja!!

Ik zal je dochter trouwen hoor, maar geef me dan eens vlug

Mijn tanden en mijn kiezen en mijn halve oor terug

D'r moeder riep je komt niet zo gemakkelijk van me af

Nu zal je Angelientje lekker trouwen voor je straf

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Wat ik nog wou weten

(Hester Hofman)

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

Zoals wij 's avonds samen liggen,
Zoals lepels in een la,
In een boogje zonder spanning,
Houden we best wel van elkaar .

Zoals het thuis tikt, tikt het nergens,
Buiten is de wereld groot,
Tussen Keulen en Parijs,
En aan het einde ga je dood. 

Je hebt er nog een paar die hopen,
Dat het dan nog niet is afgelopen.
De aarde draait maar in een baan,
En daar omheen dan weer de maan. 

Refrein:
Wat ik nog wou weten ben ik vergeten,
Wat ik nog wou weten weet ik niet meer.
Wat ik nog wou zeggen is moeilijk uit te leggen,
Wat ik nog wou zeggen zeg ik niet meer.

Ik draai me om, jij draait je om,
De weg was recht, de weg was krom.
Waarheen, waarvoor, ik ga rechtdoor,
En ondertussen slaap jij door.

Even denk ik iets te horen,
En ik vraag: "Zei jij wat schat ?"
Nee, je haalt wat uit je oren,
En rolt het met je vinger plat.

Ik hijg nu hevig in je haar,
Kom eens hier, ach laat ook maar.
Jij hebt de wekker al gezet,
In ons grenen Aupingbed.

Refrein 

Dit is geen lied over de liefde, dit is een liedje over jou,
Dit is geen lied over de liefde, dit is een liedje over ons. 

Terug naar overzicht

Wat is er met die meid gebeurd ?

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

Een knappe meid maakte kennis met een jongen

De verloving was al dadelijk geschied,

's Avonds zaten zij te samen in een boschje

Wat ze deden, wat ze zeiden weet ik niet.

Af en toe hoorde ik een zacht gefluister,

Afgebroken door een zoenerig geluid,

Toe zij eindelijk zich alleen vertoonde

Dacht ik: ,,O, wat ziet die meid er uit."

 

Refein:

O !, Oho ! En wat is er met die arme meid

O !, Oho ! En wat is er met die meid ?

En 'r hoed staat scheef, en 'r rok zakt af,

En 'r blouse was gescheurd !

Wat is er met die arme meid,

Met die arme meid gebeurd ?

 

Haar verloving ging ze vieren in een kroegje

Dronk Konjakkies wel een stuk of tien,

Dat een meisje zooveel kon verdragen,

Had ik in mijn heele leven niet gezien.

Toen ze eindelijk zich op straat vertoonde

Liepen er wel honderd menschen achteraan,

Ieder die dat stelletje ontmoette,

Nou die bleven nieuwsgierig even staan.

 

Refrein

 

En zijn nam telkens onderweg een taaie

En de menschenmassa groeide immer aan,

Ze liep zingend heen en weer te zwaaien

Want ze kon niet op haar beenen blijven staan.

Toen begon ze te zingen en te springen,

Van in m'n eentje en de Canapee

En opeens kwam er een groote diender,

En die zei: ,,Gaat u even met mij mee."

 

Refrein

 

Maar daar wilde de juffrouw niks van weten,

En op haar bolle wangen kwam een rooie blos.

Ze begon zich hevig te verzetten,

En ze riep: ,,ach lieve diender laat me los !"

Maar de diender liet zich niet overhalen,

Ging met haar vechten tot ie overwon,

Bracht haar dadelijk bij den Commissaris,

Met een air precies Napoleon.

 

Refrein

 

Ze werd gebracht in 'n muffig, duffig hokkie

Daar ging ze slapen op de Canapee,

Begon te droomen van dienders en een slokkie

En ze voelt zich als voer ze op de zee.

En de menschen gingen uit elkander,

Naar alle kanten gingen toen de menschen heen

En het liedje is populair geworden

'k Hoor het dagelijks nog van iedereen.

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Wat zal je daaraan liegen

(tekst: Tony Schmitz/Nap de la Mar)

Een vriend van mi is laatst getrouwd,

Hij was al hoog bejaard.

In 't huwelijk vond hij, zoo hij zei,

Het Paradijs op aard.

Hij was al vijf-en zestig jaar,

Zijn vrouwtje twintig pas,

Toch kwam er na verloop van tijd,

Een kleintje 't is heusch kras.

Des avonds zit mijn oude vriend,

Het kleintje in slaap te wiegen.

En zegt: " 't is immers mijn eigen kind.."

Wat zal je daaraan liegen !

 

Het Duitsche rijk is onze buur,

En 'k hoop dat het zoo blijft,

Maar 'k denk vaak Duitschland had heel graag

Ons landje ingelijfd.

De Duitschers denken wij zijn sterk,

En Holland is maar zwak,

Als ‘t noodig is, pakt ‘t Duitsche rijk

Dat landje met gemak !

Wir singen denn: "Die Wacht am Rhein"

Und wollen es besiegen,

Wir packen schnell ganz Holland ein....."

Wat zal je daaraan liegen.

 

De ex-minister Kuyper reist,

Tot zelfs naar Palestina.

Straks gaat hij naar Turkije heen,

Of naar Japan of China.

Een grooten knevel laat hij staan,

Dat geeft een beetje chic.

Hij reist nu als gewoon toerist,

Denkt niet aan politiek.

En nu denkt ieder, groot en klein,

Die Kuyper zoo ziet vliegen,

"Hij wil nooit meer minister zijn"

Wat zal je daaraan liegen !

Wanneer je kennis hebt gemaakt

Met ‘n lieve, mooie meid.

En als je na een dag of acht

Zoo 'n beetje met baar vrijt.

Dan vraag je haar, zoo als 't behoort,

Al daad'lijk om een kus,

Maar blozende tot in haar hals,

Antwoordt zoo 'n lieve zus:

" 'k Weet heusch niet, hoe ik dat moet doen,

Ik wil je niet bedriegen.

Jij bent de eerste man dien 'k zoen ..."

Wat zal je daaraan liegen.

 

Terug naar overzicht

Wat zou je doen in zo'n geval ?

(tekst en muziek: Eddy Christiani en Willy Rex)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Ik heb vanavond een probleem,

Kom niet tot een besluit,

Ik zal het U vertellen,

Wie helpt me daar nu uit ?

 

Refrein:

Een parkje, een laantje, een bankje nog vrij,

Het maantje, de sterren, een meisje als zij,

Een hart dat vervuld is van haar bovenal

Wat zou je doen in zo 'n geval ?

Een aardig figuurtje, een lachende mond,

Geen lastige kijkers heel ver in het rond.

Een meisje, dat denkt: Ja, nu steekt hij van wal,

Wat zou je doen in zo 'n geval ?

Zou je over liefde spreken

En over de wittebroodsweken

En zou jij dan ondertussen

Af en toe twee lippen kussen ?

Een "hij" wat verlegen, een "zij" die slechts zucht,

Dan zit er beslist romantiek in de lucht.

Moet jij 't nog bedenken, of weet je het al ?

Wat zou je doen in zo 'n geval ?

Ik zou 't wel weten

Wat ik zou doen in zo 'n geval.

 

Terug naar overzicht

Waterval

(tekst: Wim Poppink/muziek: Chris Christensen/uitvoering: Marcel Thielemans en The Ramblers 1949)

Zwervend door Zweden, langs bos en langs meer

Voerde mijn pad door een dal

In mijn herinnering zie ik steeds weer

Die trotse waterval

Waterval flonk'rend als vloeibaar kristal

Tussen het groen der bomen

Schuimend en bruisend in toomloze val

Zie ik het water stromen

Jij gaf mijn leven een vleug romantiek

'k Hoorde in 't ruisen de mooiste muziek

Waterval, tronend hoog boven het dal

'k Wil naar jou wederkomen

 

Terug naar overzicht

We gaan naar Rome

(Willy Derby 1934)

Heel Nederland dat juicht spontaan
De vreugd' is algemeen
Ons kranig Neerlandsch-elftal gaat
Vol moed naar Rome heen
Het Wereldkampioenschap
't Hoogste voetbal-ideaal
Is 't eervol en verheven doel
Dus zingen we allemaal

Refrein:
We gaan naar Rome, we gaan naar Rome
Bep Bakhuys doelpunt daar voor twee
We gaan naar Rome, we gaan naar Rome
En Vente neemt z'n kanjers mee
En Mijnders, Wels zóógoed als Smit
Die juichen om de beurt: Hij zit
Als echte jongens, als ferme jongens
Hollandsche jongens van Jan de Wit

En Puck van Heel die dribbelt fier
En vuurt zijn mannen aan
Wim Anderiessen staat hem dan bij
Gesteund door Pellikaan
De keeper, Weber en van Run
Staan pal gelijk een rots
Het Neerlandsch voetbal-elftal is
Onz' nationale trots

Ook Lotsy en de trainer Bob
Zeggen: Je Maintiendrai
We brengen als het even kan
De hoogste titel mee
Han Hollander is d'eerste dan
Die ons dit draadloos meldt
Zijn stem trilt weer, wijl in z'n oog
Een traan van blijschap welt

Bep Bakhuys trapt, een ren van Wels
Voor 't doel zweeft reeds de bal
Van Mijnders door naar Smit, dan Vente
En plots een doffe knal
't Vijandelijke net dat trilt
Dat gaat zoo keer op keer
Als Holland dat niet wint
Eet ik geen macaroni meer

Terug naar overzicht

We hoeven niet te hamsteren (Johnny en Jones 1940)

(met dank aan Marc Blokland (†) voor het sturen van de tekst)

Op de schutting van de speeltuin hing een heel groot bulletin

Daarop stond met zwarte letters sla geen grote voorraad in

Koop slechts koffie thee en suiker nodig voor een korte tijd

Anders raak je eerst je centen en daarna je voorraad kwijt

 

Refrein:

Doe weg die bus met koffie, doe weg die bus met thee

We hoeven niet te hamsteren de voorraad valt wel mee

Doe weg die fles met olie, doe weg die zak met meel

We hoeven niet te hamsteren, d'r is nog reuze veel

Op de wagen van lijn elf stond een dame rood van kleur

In een diep gesprek gewikkeld met een lange conducteur

Ze hield de dienstmeid in de gaten dat de voorraad mee zal gaan

Maar de conducteur zei dame, hamsteren raad ik U niet aan

                                

Refrein

Hier in Holland was een echtpaar waar een zesling was besteld

Drie gezonde flinke jongens en drie meisjes welgeteld

Het is prachtig, ik ga hamsteren en U weet dat dit niet mag

Weldra kwam toen de politie en nam acht stuks in beslag

 

Refrein

In ons mooie Nederland aan de gedempte Zuiderzee

Daar eet ied're Nederlander van de grote voorraad mee

De vertering gezellig voor het Hollandse gezin

Niemand hoeft zich bang te maken, sla dus niet onnodig in

Refrein:

Doe weg die bus met koffie, doe weg die bus met thee

We hoeven niet te hamsteren, de voorraad valt wel mee

Doe weg die ZAK met olie,doe weg die FLES met meel

We hoeven niet te hamsteren er is nog reuze veel

Koffie thee benzine olie, koffie thee benzine olie

Koffie thee benzine olie, d'r is nog reuze veel

 

Terug naar overzicht

We willen een goal

(uitvoering Max van Praag)

Des zondags op het voetbalveld, voordat het spel begint,
Weet ieder supporter dat zijn club de wedstrijd wint.
Of 't regent, stormt of sneeuwt, ze zijn altijd present,
Ze laten alles in de steek voor 't sportevenement.

Refrein:
"We willen een goal, we willen een goal, we willen een goal, we willen een goal !"
Brult het hele voetballegioen.
"We willen een goal, we willen een goal, we willen een goal, we willen een goal !"
't Zijn de doelpunten die 't hem doen.
De middenvoor die geeft een knoert,
Waardoor de keeper wordt gevloerd.
Valt met bal en al in 't net
En kijkt nu heel ontzet.
"We willen een goal, we willen een goal, we willen een goal, we willen een goal !"
Van je een, twee, ja, hij zit, een goal.

De beste stuurlui aan de kant, alweer de grootste mond.
Die spil, dat is een prutser, speel die bal toch langs de grond.
Ze weten alles van free-kick, penaltie en off-side
En tonen graag aan iedereen hun voetbalkundigheid.

Refrein

De stemming langs de lijn geeft de spelers goede moed,
Ze weren zich als leeuwen en ze vechten heel verwoed.
Maar ook zit de spelers het geluk niet altijd mee,
Toch kennen ze het lesje van het voetbal-ABC.

Refrein

 

Terug naar overzicht

't Weesje

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

'k Haat het uur dat ik geboren ben.
Vader rustte reeds in 't graf,
Toen ik m'n moeder ook verloren ben,
Werd het leven mij een straf.
Eenzaam ben ik toen gaan zwerven,
Als een weeskind hier op aard,
Smeekt tot God toe zoo laat mij sterven,
'k Heb geen ouderhart noch haard.

Refrein:
'k Ben zoo alleen en verlaten,
Vader en moeder zijn dood.
'k Zwerf dag en nacht langs de straten
En 'k huil de oogjes zoo rood.
Moesje had bij mij gebleven,
'k Heb niemand die naar mij taalt.
Vraagt of ons Heertje wil geven,
Dat hij mij gauw bij U haalt.

Als de zon een nieuwe dag weer baart,
Komt voor mij weer nieuw ellend',
Wat is het leven van een kind op aard,
Dat geeen ouderliefde kent.
'k Loop vanavond stil te zoemen(?)
Smeek toch heb medelij.
Leg ik op een grafplaats bloemen,
Vader... moeder... bid voor mij.

Refrein

 

Terug naar overzicht

Weet je nog die dag in mei

(uitvoering: Herman Emmink)

(met dank aan Jannie van 't Ende voor het sturen van de tekst)

Weet je nog die dag in mei

Alle vogels zongen blij

Wij twee zo jong, die dag vol zon

Zo gelukkig waren wij

 

Vaak zie ik je voor me staan

'n Simpel jurkje had je aan

'n Lief gebaar, 'n bloem in 't haar

Zo gelukkig waren wij

 

Helaas het ging voorbij

Nu nog voel ik de pijn

Jij ging toen weg uit mijn leven

Slechts een herinnering

De geur van de sering

Is al wat mij is gebleven

 

Zorgen drukken mij soms zwaar

Grijs geworden is mijn haar

Die dag in mei, blijft mij steeds bij

Zo gelukkig waren wij

 

Terug naar overzicht

Weet je nog wel, die avond in de regen

(tekst: Jack Bulterman/ uitvoering: Marcel Thielemans en The Ramblers/Wim Poppink en The Ramblers)

Jij stond op een tram te wachten
k Zag je in de verte staan
Toen keek ik je aan, je lachte
Samen zijn we voortgegaan

refrein:
Weet je nog wel
Die avond in de regen
't Was al over negen
En we liepen heel verlegen
Samen Onder moeders paraplu
Weet je nog wel
Hoe jij daar stond te wachten
Vanaf kwart voor achten
Hoe we beiden vrolijk lachten
Samen Onder moeders paraplu
Je wangen waren nat
En je haar was nat
We trapten samen in een plas
Je merkte het niet eens
Omdat dat moment
Het mooiste van je leven was

En terwijl wij plannen maakten
Kuste ik je keer op keer
Toen we uit de droom ontwaakten
Regende 't allang niet meer 

refrein

Weet je nog wel
Die avond in de regen
Hoe we beiden zwegen
Heel verliefd en heel verlegen
Samen onder moeders paraplu
Onder moeders paraplu

 

Terug naar overzicht

Weet je nog wel oudje

(tekst en muziek: Jacques van Tol en Rido/uitvoering Louis Davids/Max van Praag)

't Was eens in de vakantiedagen

Weet je nog wel oudje

Dat wij dat fotoalbum zagen

Weet je nog wel oudje

We kiekten ons kind, toen 't in slaap was gezakt

En hebben dat voor in het album geplakt

Weet je nog wel oudje

 

We kiekten hem haast alle weken

Weet je nog wel oudje

't Was of dat album soms kon spreken

Weet je nog wel oudje

Er was er ook een in matrozenpak bij

En die leek precies op een jeugdkiek van mij

Weet je nog wel oudje

 

We kiekten al zijn leuke dingen

Weet je nog wel oudje

Dat boek zat vol herinneringen

Weet je nog wel oudje

We zeiden wel eens: "Als hij zeven zal zijn

En wij gaan zo door, wordt het album te klein"

Weet je nog wel oudje

 

Toen werd 'ie van ons weggenomen

Weet je nog wel oudje

Er is nog een kiek bij gekomen

Weet je nog wel oudje

Die kiek van het grafje die jij van me kreeg

De rest van het album bleef hopeloos leeg

Weet je nog wel oudje

 

Jij stond die dagen steeds te dromen

Weet je nog wel oudje

Wat in het album was gekomen

Weet je nog wel oudje

Wanneer ons dat ongeluk niet was gebeurd

Toen hebben we 't blad uit het album gescheurd

Weet je nog wel oudje

 

Terug naar overzicht

Weet je wat een zoentje is ?

(tekst en muziek: Herbert Nelson/uitvoering: Annie de Reuver en The Skymasters)

Gaat een meisje met een Engelsman

Wat wel af en toe gebeuren kan

Is er maar een indruk, die je krijgt

Hij praat, zij zwijgt

Ja, mijn vriend, dat komt alleen daarvan

Dat het meisje nog geen Engels kan

Daarom, luister wat ik adviseer

Studeer en leer

Het is niet zo noeilijk als het lijkt

En ik wed, jij hebt het gauw bereikt

 

Refrein:

Weet je wat een zoentje is

Een zoentje is 'a little kiss'

Een meisje is 'a little miss'

That's all my darling

Hoe gaat het heet 'how do you do?'

Ik hou van jou is 'I love you'

Dat is de waarheid 'it is true!'

That's all my darling

Het is toch zo eenvoudig

Ik wed je leert het zo

Een beetje Engels spreken

Dat lukt je, yes or no

Weet je wat een zoentje is

Een zoentje is 'a little kiss!'

Een meisje is 'a little miss'

That's all my darling

 

Als je heel toevallig eens vergeet

Hoe 'ik hou van jou' in 't Engels heet

Jij herinnert je geen enkel woord

Bega geen moord

Want een ouderwets, echt liefdespaar

Zo een liefdespaar begrijpt elkaar

Zonder veel te spreken bij hun spel

Dat weet je wel

Maar het zou uiteind'lijk beter zijn

Als je luisterde naar dit refrein

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Weet u moeder wat ik droomde

(uit het Duits vertaalt door Jac. c. Stolwijk en stamt uit 1903)

(met dank aan Marc Blokland (†) voor het sturen van de tekst)

Aan 't bed van haar doodzieke kindje

Waakt moeder schreiend, droef en stil

Voor haar heeft de zon nooit geschenen

Voor haar was 't leven leeg en kil

Ze snikt in bitt're smart gebogen

Dat bijkans haar het harte breekt

Tot plotseling haar kindje blijde

In koortsgloeien zachtjes spreekt:

 

Weet U moeder wat ik droomde

Dat 'k binnen in de hemel zag

Wat waren daar een kleine engelen

Ik hoop dat ik daar henen mag

Daar zullen wij geen honger lijden

O, 'k vraag twee vleugels lieve moe

Die zal onze lieve heer wel geven

Dan draag ik U daar ook naar toe

 

God nam zijn meisje weg van de aarde

Ze rust op 't stille kerkhof nu

Maar voor zijn jong minnend harte

Was deze foltering te ruw

In de eerste smart valt hij bewusteloos

Zijn moeder angstig, in de nacht

Ziet traag zijn vochtig oog zich openen

En in extase zingt hij zacht:

 

Weet U moeder wat ik droomde

Dat 'k binnen in de hemel keek

Mijn lieve Anna is nu engel

Maar ach, wat ziet ze droevig bleek

Ja, schreiend vroeg ze mij te komen

Ze was daar ginder zo alleen

Dus, moedertje behoede god U

Ik ga ter hemel-bruiloft heen

 

Een paartje al op hoge leeftijd

Zit vroeg des morgens bij elkaar

Dat hij iets heeft dat hem hindert

Heel duidelijk is dat voor haar

Zij streelt hem de oude grijze haren

Kom oudje, zeg, wat scheelt er aan

Daarop kijkt hij haar diep in de ogen

En smartelijk klaagt de oude man:

 

Weet je moeder wat ik droomde

Dat 'k ons twee in de hemel zag

Ik was jong, krachtig, fris en vrolijk

En jij een roos, een blijde lach

Wat zoeken wij nog hier beneden

Wij vinden het einde geen begin

Kom oudje,'t leed is nu geleden

Kom ga met mij de hemel in

 

Terug naar overzicht

Wenen

(tekst/muziek: Tom Erich/Stan Haag/uitvoering: Annie de Reuver)

Er klinkt muziek vol romantiek in Wenen

De oude tijd is werkelijkheid in Wenen

De sfeer van voorheen bleef bewaard

En Strauss werd nog nooit geevenaard

Want zijn muziek is daar nog niet verdwenen

De wijn die vloeit, het Prater bloeit in Wenen

Ik hoopp het nog dikwijls te zijn

Mijn oude vertrouwde mooi Wien

 

Ergens is een oude stad vol charme

Waar romantiek en kunst elkaar omarmen

Een citer geeft kleur aan het geheel

Ik verlang naar die stad toch zo veel

Er klinkt muziek vol romantiek in Wenen

De oude tijd is werkelijkheid in Wenen

De sfeer van voorheen bleef bewaard

En Strauss werd nog nooit geevenaard

Want zijn muziek is daar nog niet verdwenen

De wijn die vloeit, het Prater bloeit in Wenen

Ik hoop het nog dikwijls te zien

Mijn oude vertrouwde mooi Wien

 

Terug naar overzicht

Werkeloze handen

(Willy Derby)

In 'n haveloos huisje in 'n armelijk slop
Zit 'n man in de kracht van z'n jaren
Hij kijkt naar z'n handen en buigt dan z'n kop
En zit in de ruimte te staren
Dan denkt hij in wanhoop waar moet dat naar toe
Waar zal er mijn scheepje eens stranden
Hij voelt zich zo eindeloos droevig te moe
Als hij kijkt naar zijn werkeloze handen

Die eerlijke handen zo stoer en zo sterk
Wat waren die vroeger 'n zegen
Ze waren nooit lui en ze vonden steeds werk
Daar waren ze nooit om verlegen
Wanneer hij nu denkt aan die heerlijke tijd
Dan vloekt hij en knarst op zijn tanden
Geen mens kan begrijpen hoe zo iemand lijdt
Als hij kijkt naar z'n werkeloze handen

Hij heeft in 't lot van zovele gedeeld
Hij werd naar de steun gedreven
Daar werd hem 'n zeker bedrag toebedeeld
Daar moesten ze voortaan van leven
Die aalmoes dat steungeld hoe goed ook bedoeld
Het is hem als voelt hij het branden
Het is of hij nu pas z'n machteloosheid voelt
Als het ligt in z'n werkeloze handen

Ze hadden 'n toekomst gedroomd voor hun kroost
De kind'ren ze moesten iets leren
Die werden dan later hun steun en troost
Daar wilden ze veel voor ontberen
Nu groeien ze op in de modder der straat
Voor armoe misschien wel voor schande
Is't wonder dat vader de maatschappij haat
Als hij kijkt naar z'n werkeloze handen

O gij die nog werk hebt denk er toch aan
Geen werkloze stumpers te smaden
Wees blij dat u niet in de rij hoeft te staan
Voor 't bittere brood der genade
Wees goed voor uw broeder het is niet zijn schuld
Zijn werkloosheid is toch geen schande
Wees veeleer met eindeloos meelij vervuld
Als u kijkt naar z'n werkeloze handen

Terug naar overzicht

Westerbork serenade

(1944 Johnny en Jones)

Ik geloof ik ben niet helemaal in orde

Ik ben met mijn gedachten er niet bij

Opeens ben ik een ander mens geworden

Mijn hart klopt als de vliegtuigsloperij

 

Ik zing mijn Westerbork serenade

Langs het spoorwegbaantje schijnt het zilveren maantje

Op de heide

Ik zing mijn Westerbork serenade

Mit einer schoene Dame, wandelend tezamen zij aan zijde

En mijn hart brandt als de ketel in het ketelhuis

Zo had ik het nooit te pakken bij mijn moeder thuis

Ik zing mijn Westerbork serenade

Tussen de barakken kreeg ik het te pakken op de hei

Dieser Westerbork liebelei

 

Daarna ging ik naar de saniteter

Die vent zei d'r is heus niets aan te doen

Maar je voelt je heel wat stukken beter

Na 't geven van de allereerste zoen (en dat moet je niet doen)

 

Ik zing mijn Westerbork serenade

Langs het spoorwegbaantje schijnt het zilveren maantje op de heide

Ik zing mijn Westerbork serenade

Mit einer schoene Dame

Wandelend tezamen zij aan zijde

En mijn hart brandt als de ketel in het ketelhuis

Zo had ik het nooit te pakken bij mijn mammie thuis

Ik zing mijn Westerbork serenade

Tussen de barakken kreeg ik het te pakken op de hei

Dieser Westerbork liebelei

 

Terug naar overzicht

Wie heeft er suiker in de erwtensoep gedaan ?

(tekst: Van Tol/uitvoering Lou Bandy, 1939)

Er was in 't militaire kamp
Een groote consternatie!
Niet meer of minder dan een ramp
Bedreigde onze Natie !
De erwtensoep was zwaar mislukt
En ied'reen vroeg bedrukt:

 

Refrein:

Wie ! Wie ! Wie !
Wie ! Wie ! Wie !
Wie heeft er suiker in de erwtensoep gedaan?
Wie heeft dat gedaan?
Wie heeft dat gedaan?
De heele Compagnie die heeft het eten laten staan !
Wie heeft er suiker in de erwtensoep gedaan?

 

De korporaal zei: "Eerst proef ik !
'k Geloof dat jullie dazen !" 
Hij kreeg de hik en liet van schrik
Gauw voor den dokter blazen.
Tot de sergeant kwam van de week,
Die vroeg als krijt zoo bleek:

Refrein

En de sergeant-majoor was kwaad,
Hij liep rood aan van woede.
Zijn snor stond stijf als prikkeldraad,
Het sein: Weest op uw hoede !
Hij knarste eerst een tandenknars
En bulderde toen barsch:

Refrein

De luitenant, geaffecteerd,
Zei: "Wie maakt hier nu mopjes ?"
Ik heb de soep geïnspecteerd,
Ze smaakt naar Haegsche Hopjes.
Geeft acht, rechts richten..,
Kom nou lui, wie tapte deze ui ?"

Refrein


De kapitein die, plots gewekt
Door deze soepaffaire,
Een nieuwe krachtterm had ontdekt,
Gaf daarvan de première !
"Knots-knaldrement !", zoo riep hij luid,
"Wie haalt hier zooiets uit ?"

Refrein

Ten slotte kwam de kolonel,
Correct en afgemeten.
Zei: “Strafmarcheeren, 't hele stel !
Ik ga in "t Zwaantje" eten !”
En sjokkende de heide door,
zong de Compie in koor:

Refrein

 

Terug naar overzicht

Wie is Loesje

(The Ramblers 1939)

Refrein:

Wie is Loesje

Wie is toch dat snoesje

Loesje is het meisje van de drummer van de band

Daar gaat Loesje

Met dat leuke bloesje

Loesje vindt de drummer toch zo'n echte leuke vent

Hoor, daar speelt 'ie net een break

Zij voelt in haar hart een steek

Wie is Loesje

Wie is toch dat snoesje

Loesje is het snoesje van de drummer van de band

 

Als Loesje lang naar Keessie kijkt dan denkt 'ie slechts aan haar

Hij speelt dan werkelijk onvermoeid zijn hele repertoir

En zij kijkt dan naar hem, geniet van z'n muziek

En 's avonds zegt ze "lieve Kees, wat speel jij magnifiek"

 

Refrein

 

Wie is Loesje

Wie is toch dat snoesje

Loesje is het meisje van de drummer van de band

 

Terug naar overzicht

Wie kan mij vertellen waar ik woon ?

(Kees Pruis)

Met dank aan Marc Blokland (†) voor het sturen van de tekst)

Permettes, messieurs, dames hier genoeglijk tesaam,

Ik vertel U een gekke historie,

'k Heb van tijd tot tijd last van duizeligheid,

En daardoor een defecte memorie,

'k Ben vanavond geweest op een heel aardig feest,

Met een stel leuke vriendinnen en vrienden.

'k Heb gezongen, gedanst, 't was er allercharmantst,

Maar nu kan ik m'n huis niet meer vinden.

 

Refrein:

Wie kan mij nu vertellen waar woon ik,

Die me netjes naar huis brengt beloon ik.

O ik heb toch zo'n last van die duizeligheid,

't Is gek wat ik zeg maar mijn huis ben ik kwijt,

Wie kan mij nu vertellen waar woon ik.

Die mij netjes naar huis brengt beloon ik,

Wie redt mij uit de moeilijkheid,

Het is gek maar mijn huis ben ik kwijt.

 

'k Heb vannacht nog gevraagd, aan een wandellende maagd

En die zei: ,,Gaat Uwe's maar mee hoor."

Met de daklozen sprak zij: ,,Heb ik altijd meelij

Daar is alles, zelfs mijn canapé voor."

In haar huis aangeland, deed ze lief en charmant,

Maar ze vroeg voor haar goedheid beloning.

Toen ik zei:: ,,'k Heb geen cent",

Kwam een reus van een vent,

,,Wat moet jij bij mijn vrouw in de woning ?"

Ik zeg, kan jij mij vertellen waar woon ik?

 

Refrein

 

'k Ben naar buiten gekwakt, op de stenen gesmakt.

Toen een vrouwtje me zacht hoorde kermen,

Zij zei: ,,Kom naar mijn huis, want mijn man is niet thuis,

'k Zal mij over jou stakker ontfermen."

Maar om twee uur vannacht, kwam haar man onverwacht

En die brulde: ,,Wat mot jij hier deugniet !"

Ik antwoordde fier:,,Als ik je zeg dat ik hier,

Op lijn vier wacht geloof je me toch niet."

Maar, kan jij mij vertellen waar woon ik?

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Wie schoan os limburg is

(tekst en muziek: Harry Bordon)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Es de klanke van de aovondklok weer jub'lend es muziek
Euver os Limburgslandje gaon, dan veule veer os riek

En door de aovondzon bestroalt kniele kenjer veur't kruus
Dat ste allein in Limburg nog langs elke zandweg zuus

Wie schoan os Limburg is begrip toch nemens
Es allein de Zuderling dae Limburg leef is

Want door de jaoren heen bleef Limburg onbetwis
't Stukske Nederland dat 't schoanste is

Want door de jaoren heen bleef Limburg onbetwis
't Stukske Nederland dat 't schoanste is
Es ein is

 

Terug naar overzicht

Wie zal dat betalen

(tekst: Jack Bess en R. Swing/muziek: Jupp Schmitz/uitvoering: Orkest zonder naam en anderen)

 Ieder gezin zit wat krap in het geld

't Huishoudboek komt niet meer uit

Of Pa 'wat meer geeft', dat helpt hem geen fluit

Moeder blijft klagen en steunen

Toch komt dat aardige hoedje in huis

Toch komt die leuke japon

Ja, zelfs die schoentjes en mantelcoupon

Dan begint Vader te kreunen:

 

Refrein:

Wie zal dat betalen

Wie heeft dat besteld

Wie heeft zoveel ping ping-ping ping

Wie heeft zoveel geld

Wie zal dat betalen

Wie heeft dat besteld

Wie heeft zoveel ping ping-ping ping

Wie heeft zoveel geld

 

Jansen, dat weet men, zit steeds op zwart zaad

Komt men om geld aan de deur

Doet zijn vrouw open en zegt met een kleur:

" 'k Zal het U morgen wel sturen!"

Toch komt de slager geregeld aan huis

Laatst bracht men zes flessen wijn

Slagroomgebakjes brengt men per dozijn

Glimlachend vragen de buren:

 

Refrein

 

Pieters ging trouwen, maar had niet veel geld

't Werd dus 'eenvoudig gedaan'

't Zou zonder opschik waarendig wel gaan

Vlug het stadhuis in te wippen

Maar bij zijn bruidje in zijde en kant

Krabbelde hij aan zijn oor

En toen zijn schoonma zei: " d'Auto staat voor"

Vroeg hij met trillende lippen:

 

Refrein

 

Willemsen kocht op 'een knaak in de week'

Zeven kostuums en een bad

Toen nam zijn vrouw nog een fiets 'op de lat'

Een gaskachel en televisie

't Zoontje een pick-up en tenniskostuum

Zusje een zilvervosjas

Verder een koelkast, een theepot, een das

En allemaal 'op conditie!'

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Wie zie ik daar ?

(Lou Bandy 1939)

(met dank aan Marc Blokland (†) voor het sturen van de tekst)

Wie zie ik daar, wie zie ik daar

Wie is die blonde dame

Die ken ik toch, die ken ik toch

Waar waren wij tesamen

Ja ik herrinner het me weer

Ik ken haar nog van school

Herkent U me niet meer ?

U weet het niet, U weet het niet

Maar het is wel in orde

Ik ben al in de eerste klas verliefd op U geworden

Ja het is beslist geen mop

'k Zat in de laatste bank, vlak naast die sproetekop

Ik was dat schrale bleeke ventje

Die snoep kocht voor een half centje

Om het met liefde U te geven

Hoor even, 'k weet meer

Herrinner U zich nog die witte

Die om het and're jaar bleef zitten

Die vent is bankroetjé geworden

En nou zit die vrijer alweer

En kent U nog die twee vriendinnen

Die ééne vamp is binnen

Die andere kon niets beginnen

Maar is en blijft een nette vrouw

Waar zijn die tijden toch gebleven

Zo draaft een elkeen door het leven

Maar, 't lijkt mij overgelukkig

Zoiets dat bemerkt men al gauw

Wie zie ik daar, wie zie ik daar

Wie is dat dikke knaapje ?

Die kerel heb ik meer gezien

Waarachtig, 't is mijn slaapje

Hé hoe gaat het beste vent

Herken je me niet meer, van 't zesde regiment

Hoe gaat het toch, hoe gaat het toch

Het is een poos geleden

Dat we in de mobilisatietijd met hetzelfde meisje vreeën

Ja en denk eens even na

Die zelfde leuke vriend, die is nu grootmama

Ik kwam haar laatst toevallig tegen

Ze lachte maar, maar was verlegen

Ik stond te denken waarom lacht ze

Toen dacht ze aan jou

Zeg, denk je wel eens aan je kuchie

En aan de ransel op je ruggie

En snert en rats en bruine bonen

Die dingen vergeet je niet gauw

Ik droom nog wel eens van die dagen

Toen we op de strozak lagen

Toch hadden wij nog niets te klagen

Och kameraad waar blijft die tijd

Ik denk met eerbied aan de mensen

Die nu bewaken onze grenzen

Je helpt ze 't allerbeste wensen

Met veel dank voor hun trouw en beleid

 

Terug naar overzicht

Wiegenlied van het Koningskind

Slaap zacht, mijn prins(es)je, slaap zacht;

Alle vogeltjes zingen goê nacht,

Allen rondom is verstomd,

Zelfs nog geen mugje dat bromt,

Luna met zilveren licht

Glijdt zachtjes langs uw gezicht,

Wenscht u een droomzoeten nacht

Slaap wel, prins(es)je, slaap zacht,

Slaap zacht, kleine prins(es), slaap zacht.

 

 

In het kasteel heerscht nu rust,

Al leven is daar uitgebluscht;

Niets dat de stilte verstoort,

Nauw'lijks een muis wordt gehoord;

Even doortrilt nog de lucht

Vlak bij uw wiegje een zucht;

De koningin houdt de wacht,

Slaap wel, prins(es)je slaap zacht,

Slaap zacht. kleine prins(es), slaap zacht.

 

 

Wie had ooit blijdere jeugd,

Alles ademt thans zorglooze vreugd;

Gij slaapt op dons en satijn,

Uw kleed is zacht hermelijn;

Gij wordt gekoesterd, gekust,

Weet g'in die heerlijke rust

Wat in de toekomst u wacht ?

Slaap wel, prins(es)je, slaap zacht,

Slaap zacht, kleine prins(es), slaap zacht.

 

Terug naar overzicht

Wiegenliedje

(met dank aan Jeanne Albers voor het sturen van de tekst

Ga slapen schatje, huil maar niet,

Klein kindje met je klein verdriet !

Wat is er wat jou niet bevalt ?

Jij houdt je lieve kleine knuistjes zoo gebald !

Jij kijkt zoo boosjes en zoo sip,

Er rolt een traantje langs je lip !

Wat is er dan? wat doen ze jou

Nou nou !  Nou nou !  Nou nou !

 

Nee popje, nee wees jij maar stil !

Ik weet toch heusch wel wat je wil !

Jij wil in kindjes bed, ga heen !

Dat mag je lekker toch niet, kindje mag alleen !

Ga nu maar heel gauw slapies Toet !

De pop is stout en jij bent zoet !

Wat ligt m'n kindje lekker zoo

O o !  O o ! O o !

 

Toe vliegjes, gaat nu eind"lijk weg !

Want kindje wil toch slapen, zeg !

Kom vinkje, boven in den boom,

Jouw zingen stoort ons kleine kindje in z'n droom !

Zeg poes, zit stil, verroer geen vin !

En wind, hou jij je adem in

Want kindje doet z'n oogjes toe !

Doe doe... Doe doe... Doe doe.

 

Uit de film "De Familie van mijn Vrouw" is een Nederlandse film uit 1935 onder regie van Jaap Speyer, in geluid en zwart-wit. De film is gebaseerd het boulevardstuk Een huis vol herrie van A. Duprez.

 

Terug naar overzicht

Wij hebben Marken ...

(tekst en muziek: Pi Vêriss / uitvoering: Max van Praag

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst

Wanneer ze aan mij vragen zeg ik over Nederland:

Al heeft Parijs z'n Eifeltoren en de Mona Lisa,

Staat ergens in Italië het torentje van Pisa,

Al heeft de brave Zwitser dan z'n bergen bij de hand,

Wanneer ze aan mij vragen zeg ik over Nederland:

 

Refrein:

Wij hebben Marken en Volendam,

Geen "Wiener Schnitzel", maar spek en ham,

Al is Venetië reusachtig

Het is in Giethoorn even prachtig.

Wij hebben haring en Leidse kaas

Geen "Blauwe Donau" maar wel de Maas,

Al zijn we driekwart jaar verkouden,

We blijven toch van Holland houden.

 

Al zijn dan in Arabië de prachtigste Moskeeën,

Bezit de Lap z'n ijshut en z'n vele rendiersleeën,

Al heeft Monaco vele dingen die het buitenland niet heeft:

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Wij maakten kennis in de regen

(tekst: Jack Bess / muziek: W. Stanke en W. Mäder / uitvoering Helma en Selma)

(met dank aan Egbert Engelbertink voor het sturen van de tekst

Refrein:

Wij maakten kennis in de regen

En ik (je) vroeg: ,,Mag ik een eindje mee ?"

Wij waren eerst nog wat verlegen,

Maar al spoedig was de zaak Oké !

En wij vonden bij wilde regenvlagen

Het geluk al zo lang door ons verwacht

Wij maakten kennis in de regen

En dat heeft ons zonneschijn gebracht.

 

 

Ik stond te schuilen voor de regen en zei: „Wat een hondenweer !"

Maar toen ik jou zag zweeg mijn mond en ging alleen mijn hàrt tekeer.

Het werd mij even later nog helderder dan glas

Dat juist die fikse regenbui een uitkomst voor me was:

 

Refrein

 

Het is de allerliefste wens, van iedereen, 't zij groot of klein,

Dat het op Zondag als men vrij is heerlijk mooi droog weer zal zijn.

Maar ik, ik houd van regen; een buitje deert me niet

Ik dank het aan de regen; dat ik nu van zon geniet:

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Wij slopen met muziek

(Johnny & Jones)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Mmm mmm mmm mmm
By by by by do do zo da zo dee
M'n baas heet Beyer en ik werk me naar
We halen stukken vliegtuig uit elkaar
Maar we zijn heel gauw met werken klaar
Want we slopen met muziek
Begrijp je ?

M'n Gruppenleiter kan 't niet vinden fijn
Om Gruppenleiter over ons te zijn
De productie gaat in stijgende lijn
Want we slopen met muziek

 

Refrein:
Beyer, Brauner, Hoffman en Tas
Zitten heel vaak in de rats
Met een moeilijk meganiek
Maar wij slopen met muziek
Stuk geroest of vast gesoldeerd
Wordt door ons gedemonteerd
Wij beheersen de techniek
Want wij slopen met muziek
Als wij beginnen te zingen
Gaan de schroeven en de bouten swingen
De propellors en de motoren
Vallen zomaar uit elkaar
Als zij ons horen
Beyer, Brauner, Hoffman en Tas
Zitten nu niet meer in de rats
Want wij slopen reuze sjiek
Met muziek, met muziek, met muziek

 

'n Kehrsvertrauner es geht furchtbar schnell
Jawohl zei Hoffman, heus dat weet ik wel
Dat komt alleen maar door dat gekke stel
Sie zerlegen mit Music
Vesteht de ?
Maar op een keer deden ze niet zo veel
Van honderd kilo slechts het tiende deel
Die dag hadden we pijn in onze keel
Want we slopen met muziek

 

Refrein
 

En de hamers en de tangen wisten wij mooi te vervangen
Door muziek, door muziek, door muziek.

 

Terug naar overzicht

Wij zijn dappere soldaten

(Wijs: Wij zijn gezworen kameraden)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Wij zijn dappere soldaten,

Wij zullen elkander nooit verlaten;

't Zij 't is oorlog, 't zij 't is vree,

Wij zullen elkander nooit verlaten.

Komt dan allen, laat 't schallen

Ons soldatenlied,

We hebben geen verdriet,

Anderen zeuren, anderen treuren,

Wij soldaten niet !

 

 

Wij zijn dappere soldaten,

Wij zullen elkander nooit verlaten;

't Zij 't is oorlog, 't zij 't is vree,

Komt dan allen, laat 't schallen

't Allen tijde moedig strijden,

Samen hand in hand,

Voor 't lieve Vaderland !

't Kruis verwerven, of wel sterven,

Voor ons Nederland !

 

Terug naar overzicht

Wij zijn de soldaten van de vrolijkheid

(tekst en muziek: Henri Theunisse)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst

Wij gaan lustig door het leven,

Houden niet van dwaas gezeur.

Vrij en blij zijn is ons streven,

Weg met eindeloos getreur.

 

Refrein:

Wij zijn de soldaten van de vrolijkheid,

Rataplan, rataplan, rataplan.

Voor nare gedachten hebben wij geen tijd

Rataplan, rataplan, rataplan.

Wij dragen geen geweren, want die brengen maar verdriet,

Het wapen dat we wel gebruiken is een vrolijk lied.

Wij zijn de soldaten van de vrolijkheid,

Rataplan, rataplan, rataplan.

 

 

's Ochtends vroeg gaan wij naar buiten,

Happen frisse morgenlucht.

Horen wij de vogels fluiten,

Slaan de zorgen op de vlucht.

 

Refrein

 

Onze leus is: vred' op aarde,

Steunend op verdraagzaamheid.

Daardoor krijgt het leven waarde,

Wordt de mens van angst bevrijd.

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Wij zijn soldaten

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst

Wij zijn soldaten van de compagnie

Wij houden allen van Rose Marie

En is de week weer voorbij

Hebben wij haar aan de zij

Ons hart slaat sneller voor Rose Marie.

 

En is de week weer voorbij

Hebben wij haar aan de zij

Ons hart slaat sneller voor Rose Marie.

 

Terug naar overzicht

Wij zijn twee eenzame cowboys

Wij zijn twee eenzame cowboys
Wij zwerven langs bos en langs hei
De Veluwe is onze prairie
Daar voelen wij ons vrij en blij
Wij zoeken naar koel, helder water
Wij barsten allang van de dorst
Ons paard is van droogte bezweken
Het rust in de buurt van Staphorst

(gesproken)

Ouwe trouwe merrie
Waarom ging jij van ons heen
Ik zie je nog galopperen door de steppe van Drente
Bij de Amersfoorste kei begon je al te sukkelen
Nu zullen we je nooit meer zien
Jouw mooie, ouwe, trouwe paardenkop (ja daar gaat ze)
Je paardenhoofdstel hangt nu in een mottenzak bij ons in de kast
Dag merrie
Dag Marie

Wij zijn twee eenzame cowboys
Wij zwerven langs bos en langs hei
De Veluwe is onze prairie
Daar voelen wij ons vrij en blij
Wij blijven voorlopig maar zwerven
Het zwerven zit ons in 't bloed
Dus zingen we 's avonds op feessies
Want geld maakt een heleboel goed
Want geld maakt een heleboel goed
Want geld maakt een heleboel goed
Joechei

 

Terug naar overzicht

Wij zullen samen door het leven gaan (uitvoering Annie de Reuver)

(melodie: Wir wollen niemals aus einander gehn - Heidi Brühl)

Refrein:

Wij zullen samen door het leven gaan,

Wij zullen altijd naast elkander staan.

Wat ook gebeuren mag,

Bij vreugd' of tegenslag,

Wij zullen samen door het leven gaan.

Lief en leed delen wij,

Wij zullen samen door het leven gaan.

 

Voor ik jou ontmoette,

Was het leven saai voor mij.

Ik was niet ongelukkig,

Maar daarnaast ook nooit echt blij.

Blijheid in het leven,

Heb jij aan mij gegeven,

Toen jij op die avond tot me zei:

 

Refrein

 

Wij zullen samen door het leven gaan.

 

Terug naar overzicht

Wij zwaaien af

Refrein:

Ons soldatenpak gaat in de mottenzak

Wij zwaaien af, wij zwaaien af, wij zwaaien af

Onze veldbaret wordt weer een burgerpet

Wij zwaaien af, wij zwaaien af, wij zwaaien af

Aan de luit, aan de luit.. hebben we maling

Tot de herhaling, tot de herhaling

Wij lachen om de straf die hij ons gaf

Wij zwaaien af, wij zwaaien af

 

De kazernepoort die gaat nu dicht

De weg naar huis licht open

16 maanden lang deed ik mijn plicht

Maar nu is het afgelopen

 

Refrein

 

Morgen ben thuis en weer bij jou

'k Zal bloemen voor je kopen

Ik omhels je dan en zoen je gauw

De dienst is afgelopen

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Wijs mij dat bloemke blauwe

(met dank aan Hanneke Peters voor het sturen van de tekst)

Wijs mij dat bloemke blauwe
Als gij het ergens ziet
In beemd of groene gouwe
Het heet: Vergeet-mij-niet
Ik kon het nergens vinden
't Verdween op enen maal
Door rijp en koude winden
Verkleurde 't en werd vaal

 

Het bloemke dan ik minne
Is bruin, groeit in het riet
Het is zo zacht van zinnen
Het heet: Heb mij toch lief
Het is ruw afgebroken
Diep in het harte mijn
Mijn lief heeft mij verstoten
Hoe kan ik vrolijk zijn

 

Mijn hart dat zucht in kommer
Dat 't zó vergeten leit
Nu hoop ik op de zomer
En op de Meietijd
De winter gaan vluchten
De sneeuw niet blijven kon
'k Omarm weer in genuchten
Mijn lief in zomerzon

 

Terug naar overzicht

Wil jij een beetje van me hou'en

(tekst: Jack Bess/muziek: J.Schmitz/uitvoering: Eddy Christiani)

Refrein:

Wil jij een beetje, beetje, beetje van me hou'en

En met me trouwen, en met me trouwen

Een nestje bouwen

Al worden we nog zo oud

Ik geef niet om geld of goud

Als jij een beetje, beetje, beetje van me houdt

 

't Is met de liefde zoals met de trein

Je hoort voor beiden op tijd te zijn

Menige aansluiting toch wordt gemist

Omdat men zich in de tijd vergist

Aarzel dus niet, want dan kom je te laat

Zorg dat geen kans je ontgaat

Wil je een hij of een zij om je heen

Wacht dan niet, maar zeg alleen

 

Refrein

 

Johnny was helemaal weg van Janet

Die hem bediende bij een snelbuffet

Hij wou haar vragen, maar tot zijn verdriet

Als hij haar aankeek, dan dorst hij niet

Moedeloos vroeg hij z'n vader om raad

Die zei toen daad'lijk kordaat:

"Bij zo'n buffet is je kans onbegrensd

Zeg, als ze vraagt wat je wenst"

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Wilde rozen

(tekst: Stan haag / muziek Ted Kears / uitvoering: Max van Praag)

(met dank aan Gerard Engelbertink het sturen van de tekst)

Jij was jong en charmant,
Heel mijn hart stond in brand.
Voor jouw ogen, zo zwart als de nacht,
Als je lachtte vol vreugd,
Was je een toonbeeld van jeugd.
En je stem klonk zo lief en zo zacht
Ons geluk vloog voorbij,
't Was voor jou en voor mij,
Een geluk dat slechts kort heeft bestaan.
Want je ging van mij heen,
En je liet mij alleen,
Waarom heb je dit alles gedaan ?

Refrein:
Jij deed me denken aan rozen,
Rozen met doornen zo fijn.
Bloemen die nimmer vervelen,
Daar ze jouw beeltenis zijn.
Want zo'n boeket wilde rozen,
Stemt me tevreden en blij.
Ik zie een beeld in die rozen,
Dat beeld, m'n liefste, ben jij.

Ik zie nog jouw gezicht,
Als zo'n sprankelend licht.
De herinnering bleef slechts bestaan,
Want die tijd is voorbij,
Dat je eens tot me zei,
Als m'n vrouw door 't leven te gaan.
Ik ben nu weer alleen,
Staar ik stil voor mij heen,
Zie ik in m'n gedachten jouw beeld.
Zie ik jouw zwarte haar,
'k Hoor je stem, even maar,
't Is een stem die me nimmer verveelt.

Refrein

 

Terug naar overzicht

Wilhelmina's sterfbed (Het veren bedje)

(met dank aan Marc Blokland (†) voor het sturen van de tekst)

In een heel klein lief vertrekje

Als men daar eens binnenziet

Ligt er op een veren bedje

Een meisje van een jaar of tien.

 

Zij sprak tot haar lieve moeder

"Moeder, 'k ben zo ziek en teer

Kom een poosje bij me zitten

Morgen leef ik heus niet meer."

 

"Geef mijn pop maar aan mijn zusje

En mijn duifjes maar aan Koos."

Toen het meisje dit gezegd had

Sloot ze haar oogjes voor altoos.

 

Och wat weende die arme moeder,

Och wat weende die arme vrouw.

Dat ze haare Wilhelmina

Nu niet meer aanschouwen zou.

 

Toen de vader 's avonds thuiskwam

Sprak hij: "Ween niet om het kind.

Zij is boven in den hemel

En wordt daar door God bemind."

 

Terug naar overzicht

Wilkes, Wilkes (waarom ging je heen?)

(tekst en muziek: Jack Bess en Frans Poptie / uitvoering: Bob Scholte)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Ons landje is als voetballand helaas in discrediet

Er worden goals genoeg gemaakt, alleen door d'onzen niet.

Wanneer het Nederlands elftal speelt kan het droevig zijn

En als het zo belabberd gaat dan hoort men langs de lijn:

 

Refrein:

Wilkes, Wilkes, waarom ging je heen ?

Rijvers, waarom trok je aan je been ?

Timmerman, de Harder, Appel, Rozenburg, de Vroet,

Tjonge, tjonge, tjonge, tjonge, heus dat gaat niet goed !

Waar is de tijd gebleven dat het om de pangen ging ?

Nu schopt men nog alleen maar om de ping-ping-ping !

 

 

De beste spelers trekken weg want het is gauw gedaan,

Als iemand "Lire, Lire," zingt wie zou zoiets verstaan ?

Ze ruilen boerenkool met worst voor dure Franse wijn,

Of borden vol spaghetti en heel Holland zingt met pijn:

 

Refrein

 

Wanneer je na een week van werk op de tribune zit,

En onnadenkend op het spel der "achterblijvers" vit

Wanneer je na veel "Ach" en "Oh" beweert: "Ik ga niet meer !"

Dan denk je aan vervlogen tijd en zucht je telkens weer:

 

Refrein

 

Zo zien we dat monster "geld" de voetbalsport regeert,

En dat de voetbalbenenmarkt trots alles goed floreert,

't Is logisch dat de jongens gaan, wie weigert nu een "ton" ?

Niet iedereen heet Lenstra, dus klinkt in het Stadion:

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Willem word wakker

(tekst: Pierre Wijnobel / muziek: W. en F. Bryant / uitvoering: The Butterflies)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Willem word wakker, Willem,

Willem word wakker, Willem !

 

Zo klonk 't vannacht om één uur

Aan de andere kant van de muur

Het was een bange stem van de vrouw van onze linkerbuur.

 

Toe Willem word wakker,

Toe Willem word wakker,

Wat is dat voor een vreemd geluid.

Willem kom je bed toch uit.

'k Hoor gestommel in de gang,

Ik ben zo vrees'lijk bang

Toe Willem word wakker, toe Willem word wakker.

 

Daarna was 't een kwartier benauwend stil,

Maar plots klonk door de nacht een rauwe gil.

Toe Willem word wakker, toe Willem word wakker

Ik hou het niet uit.

 

Maar Willem gaf geen draad,

De buurt was ten einde raad,

Men sprong uit bed en weldra klonk het door de hele straat:

 

Toe Willem word wakker,

Toe Willem word wakker.

En van de hele trammelant,

Kwamen stukken in de krant.

Willem werd beroemd,

Want nu zingt heel het land:

Toe Willem word wakker, toe Willem word wakker.

 

Terug naar overzicht

Winderige Heilige

(met dank aan Jeanne Albers voor het sturen van de tekst)

In de Goirlese kerk daor in 't portaol

Daor spreken de heiligen doofstomme taol

Fideralalala fideralalala

Fidera fidera fideralalala

Sint Petrus die heurt wa en zee zonder liegen

Ik geleuf dè hier iemand wè hee laote vliegen

 

Ik niet zee ambrosius ik hou m'n fatsoen

Ik zou me wel schamen om zoiets te doen

Bonifacius wier kwaod en zee heel brutaol

Ik heb niks gedaon mar ik vind 't een schandaol

Franciscus die zee daar tussen de kluiven

Ik zelf nie maar ik heurden 'rn neffe me af komen schuiven

Antonius die zee gedraag je zoals 't behoort

Ik heb 't duidelijk twee keer gehoord

 

Gerardus werd kwaad ik ga me verdrinken

Dachte nou soms dat ik hier stond te stinken

Henricus hield z'n ogen ten hemel geslagen

En zee ach Jezus die lucht is niet te verdragen

En Sint Joachirn zee wie zegt dat 't iemand van ons hee gedaon

Misschien hebben 't de nonnekes van 't klooster wel gedaon

 

't Is toch te erg zee Paulus wilde wel eens zwijgen

Om voor een doodeenvoudig poepke zo'n ruzie te krijgen

Sint Servatius zee niks en stond stil als een muis

En dacht bij zichzelve maar ik ben hier toch thuis

Sint Pieter zee ten leste laten we nou maar hopen

Dat 't niet meer gebeurt en zet 't raamke maar open

Sint baptist die stond benauwd te hijgen

Ik snap niet hoe ze er zo'n luchtje bij kunnen krijgen.

 

Terug naar overzicht

Winterwonderland

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Kijk het sneeuwt grote vlokken,
Waar ’s mijn jas, waar m’n sokken,
Ik neem het besluit, ik wil er nu uit,
Buiten is een winterwonderland.

 

 

Er ligt sneeuw op de bomen,
En de slee van mijn dromen,
Die staat voor ons klaar, we gaan met elkaar,
Rijden in een winterwonderland.

 

 

Kijk daar staat ’n hele grote sneeuwman,
Met een hoge hoed en ’n sigaar.
’t Lijkt wel of hij naar ons staat te zwaaien,
In deze wereld is zoiets niet raar.

 

 

Kijk het sneeuwt grote vlokken,
Waar ’s mijn jas, waar m’n sokken.
Ik neem het besluit, ik wil er nu uit,
Buiten is een winterwonderland.

 

 

Kijk daar staat ’n hele grote sneeuwman,
Met een hoge hoed en ’n sigaar.
’t Lijkt wel of hij naar ons staat te zwaaien,
In deze wereld is zoiets niet raar.

 

 

Wil je ook sleetje rijden,
Of gewoon lekker glijden.
Kom er dan bij en speel net als wij,
Buiten in een winterwonderland.

 

Terug naar overzicht

Wipneus en kersemond

(tekst: Eric Franssen-Van Aled/muziek:Ben Oakland en Don Raye/uitvoering o.a. Orkest Zonder Naam)

Ik ging een dagje naar de stad

Ofschoon ik er niks te zoeken had

Toen vond ik daar mijn grootste schat

Een engel en ze had

 

Een wipneus en een kersenmond

(kersenmond, kersenmond)

Ze had een wipneus en een kersenmond

En wangen als twee appeltjes zo rond

 

Nooit vergeet ik deze dag

Haar stem was als een lentelach

Van alle meisjes die ik zag

Was geen zo lief als zij met

 

Haar wipneus en een kersenmond

(kersenmond, kersenmond)

Met haar wipneus en een kersenmond

En wangen als twee appeltjes zo rond

 

Ik wou niet laat naar huis toe gaan

Maar kon die schat niet laten staan

Bij het gaslicht in de laan

Gaf ik haar toen een zoen op

 

Haar wipneus en een kersenmond

(kersenmond, kersenmond)

Op haar wipneus en een kersenmond

En wangen als twee appeltjes zo rond

 

In ons huisje op de hei

Daar kwamen op een dag in mei

Een paar leuke kleuters bij

Ze hebben alletwee

 

Een wipneus en een kersenmond

(kersenmond, kersenmond)

Ze hebben een wipneus en een kersenmond

En wangen als twee appeltjes zo rond

 

Vijftig jaar zijn heengegaan

En onze liefde bleef bestaan

Op ons bankje in de laan

Kijk ik nog even graag naar

 

Haar wipneus en een kersenmond

(kersenmond, kersenmond)

Naar haar wipneus en een kersenmond

En wangen als twee appeltjes zo rond

Wangen als twee appeltjes zo rond

Wangen als twee appeltjes zo rond

 

Terug naar overzicht

Witte rozen

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

Jantje was een kleine kleuter,
Eenigst kindje, teer verwend.
En op zeek’ren dag zei moeder:
"Hoor eens even lieve vent.
Als je zoet bent, komt er spoedig,
’n Zusje of een broertje bij."
Nou, dat was wat voor ons Jantje,
En het ventje zei toen blij:
Wanneer er een klein zusje kwam,
Kreeg zij van mij wat moois, zeg mam. 

 

Refrein:

Dan gaat mijn spaarpot open,
Dan krijgt die schattebout
Een bouquetje witte rozen,
Waar mam ook zo van houdt.
 

Toen de ooievaar verwacht werd,
Moest Jan met zijn Tante mee.
En was daar toen voor een nachtje,
De zoo vroolijke logé.
Voor het geld uit Jantjes spaarpot,
Ja, wel tien keer nageteld,
Was er in een bloemenwinkel,
Een heel lief bouquet besteld.
En ’s nacht in bed, nog in zijn slaap,
Zei in zijn droom de kleine knaap:

 

Refrein:

Straks gaat mijn spaarpot open,
Dan krijgt die schattebout,
Een bouquetje witte rozen,
Waar Mam ook zoo van houdt.

 

d’ And’re morgen bij zijn thuiskomst,
Dacht Jan: "Hé, wat vreemd vandaag,
De gordijnen zijn, zie toch eens,
Nu nog heelemaal omlaag."
Snikkend sprak zijn vader: "Jantje,
Je hebt nu geen Moesje meer,
Zij ging vannacht met kleine zusje
Weg naar onzen Lieven Heer !"
En zachtjes legde Jan ‘t bouquet
Op ’t doode zusje in het bed.

 

Refrein:

En weenend zeide Jantje:
" ‘k Bracht witte roosjes mee,
Voor mijn Mam en lief klein zusje,
Die zijn voor jullie alle twee."

 

Terug naar overzicht

Witte rozen uit Athene

(Mieke Telkamp)

(met dank aan Jannie van 't Ende voor het sturen van de tekst)

'n Schip vertrekt, zoals zovele schepen

Maar juist dat ene schip kijk ik het langste na

De rozen hier, die gaan hun kleur verliezen

Maar bloeien weer , wanneer ik eenmaal naast je sta

 

Refrein:

Witte rozen uit Athen'

Bloeien als je t'rug zal komen

Bloeien bij ons wiederseh'n

Witte rozen uit Athen'

Witte rozen wachten hier

Bij die kleine vissershaven

Wachten op ons wiederseh'n

Witte rozen uit Athen'

 

Daar in dat land, voel jij je vaak zo eenzaam

Je bent 'n vreemde, ver verwijderd van z'n huis

Daarom stuur ik je rozen uit Athene

En deze bloemen zijn een kleine groet van thuis

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Woody de specht

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Hahahahaha, hahahahaha
Dat is Woody de Specht z'n lied
Hahahahaha, hahahahaha
En wat anders, dat zingt hij niet
Hij pikte z'n gat in de rooie beuk
Om te zien is die echt rood
En hij klopt met plezier
In je schedel een deuk
En geeft met z'n sabel een stoot
Hahahahaha, hahahahaha
Dat is Woody de Specht z'n zang
Hahahahaha, hahahahaha
Maakt de andere vogels bang
Elke vrouw'lijke specht
Droomt van hem, en terecht
Want een flinker man is d'r niet
Z'n 'Hahahahaha, hahahahaha'
Dat is Woody de Specht z'n lied

 

Hahahahaha, hahahahaha
Dat is Woody de Specht z'n lied
Hahahahaha, hahahahaha
En wat anders, dat zingt hij niet
Hij pikte z'n gat in de rooie beuk
Om te zien is die echt rood
En hij klopt met plezier
In je schedel een deuk
En geeft met z'n sabel een stoot
Hahahahaha, hahahahaha
Dat is Woody de Specht z'n zang
Hahahahaha, hahahahaha
Maakt de andere vogels bang
Elke vrouw'lijke specht
Droomt van hem, en terecht
Want een flinker man is d'r niet
Z'n 'Hahahahaha, hahahahaha'
't Is Woody de Specht z'n lied

 

Terug naar overzicht

Word nooit verliefd

Zodra ik zestien jaar werd, heb me moeder me gezegd

Me kind vertrouw dat manvolk niet, die kerels zijn zo slecht

Ze maken alle meissies gek alleen voor tijdverdrijf

Ze hebben allemaal hetzelfde smoesie aan hun lijf

En hoe meer ik het bekijk

Mijn moeder had gelijk

 

Refrein:

Word nooit verliefd want dan ben je verloren

Je zeilt erin tot allebei je oren

Wordt nooit verliefd, meiden wat ik zeg is waar

Als je verliefde wordt dan ben je de sigaar

 

M'n moeder zegt een man houdt eerst een meissie aan de praat

Je krijgt een advocaatje en een stukkie zekkelaad

Je zegt op alles ja, je voelt je veilig en vertrouwd

Wanneer je hem vijftig centimeter van je lijf afhoudt

En hoe meer ik het bekijk

Mijn moeder had gelijk

 

Refrein

 

Ik heb me moeder 'ns gezegd, me vrijer houdt zo an

Die wil nou elke avond in het plantsoentje wandelen gaan

M'n moeder zegt: Meid ga je gang, dat wandelen kan geen kwaad

As het maar altijd wandelen blijft en je maar nooit zitten gaat

En hoe meer ik het bekijk

Mijn moeder had gelijk

 

Refrein (2x)

 

Reken maar

 

Terug naar overzicht

Wroeging (Jerry Bey)

(met dank aan Betsy van Dijk voor het sturen van de tekst)

Refrein:

Hij heeft zeven jaren van z'n leven,

Achter wrede tralies doorgebracht.

Want hij had in drift een moord bedreven,

In een donker kroegje bij de gracht.

 

Moedeloos gaat hij nu door 't leven.

Zwervend als een schooier langs de straat.

Niemand zal een vriend'lijk woord hem geven,

Nu hij als een wrak in 't leven staat.

Want....

 

Refrein

 

Op een winteravond liep hij peinzend,

Doelloos weer te zwerven langs de gracht.

Dacht toen weer aan haar, hoe zij hem veinzend

Met haar liefde had ten val gebracht.

Want....

 

Refrein

 

Terug naar overzicht