|
| | Uit (groot)moeders tijd
|
Waar
het lied der branding
(Aan
het Noordzee strand)
(tekst: H & J van Dijk /
muziek:Nico Dostal / uitvoering:Dico vd Meer) |
|
Ik
heb op zee mijn leven lang gevaren
M'n vissersdorp ligt aan het Noordzeestrand
Ik win mijn brood met zwalken op de baren
Toch denk ik vaak: mijn rijkdom ligt aan land
Refrein:
Waar
het lied der branding ruist bij dag en nacht
Waar 't vertrouwde huisje altijd op mij wacht
Waar de meeuwen schreeuwen boven 't golfgedruis
Daar ben ik geboren, daar voel ik me thuis
Waar de klokken luiden:"Visser,vaar naar huis!"
Daar ben ik geboren, daar voel ik me thuis
Ik voel me
klein,wanneer de stormen huilen
Door 't zwiepend want,belust op zwakke buit
Maar voor geen geld ter wereld wil ik het ruilen
M'n vrij bestaan als koning op m'n schuit
Terug
naar overzicht |
|
Waar
is de knoop van de kraag van de jas van de korporaal van de week
(Lou Bandy)
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst) |
|
De
hele sectie is van streek,
De
korporaal van de week,
Die
hield vandaag appel, 't is kras,
En
miste een knoop van zijn jas.
't
Was erg genoeg,
En
ieder vroeg:
refr.:
Waar
is de knoop van de kraag van de jas van de korporaal van de week,
Want
iedereen is bleek.
En
alles is van streek.
Want
waar is de knoop van de kraag van de jas van de korporaal van de week.
En
de sergeant riep: "Sectie halt.
Wat
is het, waar mijn oog op valt,
Nu
ik hier zo te loopen loop ?
Zeg
korporaal, je mist een knoop."
't
Was erg genoeg,
En
ieder vroeg:
Refrein
En
toen kwam de sergeant-majoor,
En
bromde: "Hoor, wat hoort mijn oor ?
Korp'raal
drie dubb'le dooie dood,
Acht
dagen water, en droog brood."
't
Was erg genoeg,
En
ieder vroeg:
Refrein
Maar
toen de luit te eten zat
Toen
riep hij eensklaps: "Wat is dat ?
Wat
zijn die bruine bonen rauw,
Maar
hij gaf juist die knoop een knauw !"
't
Was erg genoeg,
En
ieder vroeg:
Refrein
Terug
naar overzicht |
|
Waar is toch die goeie ouwe
gulden ?
(Willy Vervoort 1947)
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst) |
|
Voor twintig jaren kon je met een gulden
heel veel
Je hoefde in geen rij te staan, uren ver te lopen.
Je smeet zo'n zil-v'ren gulden neer
En op die eed'le klank boog heel Europa
Zeer beleefd en stamelde zijn dank
Toen was het klink klank klink
Nu zitten we met dat zink.
Refrein:
Waar is toch die goeie ouwe gulden ?
Waar is toch die zil-v'ren knaak
Die zo ramm'lend onze zakken vulde
Tot onze vreugde en vermaak
Met zo'n rijksdaalder kocht je schoenen zonder bon,
Twee kilo boter of een C & A japon.
Waar is toch die goeie ouwe gulden ?
Geef ons onze die knaak terug,
Geef ons onze die knaak terug.
En ging je naar het buitenland
Een beetje met vacantie
Dan nam je wat rijksdaalders mee
Dat was een assurantie
In Zweden of Zwitserland, Brussel of Parijs
Zo'n goeie ouwe zilv'ren knaak was je persoonsbewijs.
Zo'n reis blijft nu een droom,
Dus zingen we Home Sweet Home:
Refrein
Wat zijn we arm wat zijn we arm
Hoort men van alle kanten
Men hoort het door de radio
Men leest het in de kranten
Zo lang ons Holland heeft bestaan
Is 't nooit zo arm geweest
Maar rijk is Holland in zijn volk
En rijk aan moed en geest
Kom trek het u niet aan
Het zal waarachtig wel gaan.
Refrein
Terug
naar overzicht |
| Waarheen,
waarvoor |
|
Refrein:
Waarheen
leidt de weg die we moeten gaan
Waarvoor
zijn wij op aard
Wie
weet wat er is achter ster en maan
Hoe
lang duurt nog de nacht
Waar
ligt het land waar we mogen zijn
En
wat is de taak die ons wacht
Waar
is de geest die met ons leeft
Die
ons de vrede geeft
Waar
staat de poort die ons binnen laat
En
die ons ook beschermt
Hoe
veel offers werden er gebracht
Toch
nog blijft het nacht
Waar
dan is het licht op ons duistere pad
De
hand die ons geleidt
En
hoe lang, ja hoe lang nog duurt de tijd
Dat
wij zijn bevrijd
Refrein
Terug
naar overzicht |
|
Waarom
huil je, kleine Louise
(tekst:Erich Meeder/ muziek: Ferry
André/uitvoering: Max van Praag) |
|
Waarom
huil je, kleine Louise
Iedere
zeeman trekt toch weer naar zee
Och,
wat denk je, kleine Louise
Ook
dit afscheid valt vader niet mee
In
de golven zal ik altijd horen
Je
lach en je liedje, daar ver over zee
Niet
zo huilen, kleine Louise
Dan
brengt vader iets moois voor je mee
Dicht
bij de valreep, staat aan de kade
't
Meisje, dat vader naar boord toebracht
't
Schip moet gaan varen, ligt zwaar geladen
't
Meisje huilt hevig, vader zegt zacht
Waarom
huil je, kleine Louise
Iedere
zeeman trekt toch weer naar zee
Och,
wat denk je, kleine Louise
Ook
dit afscheid valt vader niet mee
In
de golven zal ik altijd horen
Je
lach en je liedje, daar ver over zee
Niet
zo huilen, kleine Louise
Dan
brengt vader iets moois voor je mee
Terug
naar overzicht |
|
Waarom huil je, kleine Tamara
(Ned. tekst: Ko van Raayen)
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst) |
|
Waarom huil je, kleine Tamara
Elke zeeman trekt toch weer naar zee
Ach wat denk je, kleine Tamara
Want dit afscheid valt mij ook niet
mee.
Op de golven zal ik aan jou denken
Wanneer de wind ruist als zachte
muziek
Waarom huil je, kleine Tamara
Want jouw zeeman komt eens weer terug.
Ver in Tahiti staan op de kade
Een lief bruin meisje, een blanke man
Waarover zij praten
Dat laat zich raden
Hij kust haar innig en zegt haar dan:
Waarom huil je, kleine Tamara
Is het omdat ik van je wegga
Kom droog je tranen, kleine Tamara
Want ik beloof je, ik kom bij je
terug.
Op de golven zal ik aan jou denken
Wanneer de wind ruist als zachte
muziek
Waarom huil je, kleine Tamara
Want jouw zeeman komt eens weer terug
Waarom huil je, kleine Tamara
Want jouw zeeman komt eens weer
te.....rug.
Terug
naar overzicht |
|
Waarom kijk je toch zo
kwaad Marjanne ?
(teksten muziek: Henri Theunisse /
uitvoering: Max van Praag
(met
dank aan Egbert Engelbertink voor het sturen van de tekst) |
|
In een oud gezellig buurtje, op het
hoekje van het plein
Woont Marjanne en dat schatje mag er
zijn.
Ze is slank en draagt met gratie, haar
gebreide wollen trui,
Maar ze kijkt zo dreigend als een
onweersbui.
Refrein:
Waarom kijk je toch zo kwaad, Marjanne
?
Waarom trek je zo'n vervelend snuit ?
Als je lacht, dan glanzen vast je
ogen,
Kind, dan zie je er veel leuker uit.
Waarom kijk je toch zo kwaad, Marjanne
?
Waarom trek je zo'n vervelend snuit ?
Als je lacht, dan krijg je kuiltjes in
je wangen,
En dan ben je in een ommezien de bruid
!
Als een frisse jonge kerel schalks een
knipoogje haar geeft,
Kijkt ze net als een boerin die
kiespijn heeft.
Zo gaat elke kans verloren, dat is
jammer voor dat kind,
Daar ze veel heeft, wat een jongen
aardig vindt.
Refrein
Dat ze knap, goed gesoigneerd is, dat
behoeft heus geen betoog,
Maar haar eisen, stelt ze, denk ik
veel te hoog.
Daarom: lach eens, aardig meisje, dan
voorkom je heel wat leed,
Want je bent een ouwe vrijster, voor
je 't weet.
Refrein
Terug
naar overzicht |
|
Waarom
kwam jij in m'n leven (Max van Praag)
(met
dank aan Betsy van Dijk voor het sturen van de tekst) |
|
Het
is alweer zolang geleden,
Dat
jij zo plotseling verdween.
Van
al je mooie beloften,
Daarvan
hield jij er geen één.
Ik
had toch zo op jou gebouwd
En
ook heb ik je steeds vertrouwd.
Een
mooie droom, maar met een droef besluit
't
Sprookje is nu uit !
Refrein:
Waarom
kwam jij in m'n leven
Waarom
moest jij het juist zijn
'k
Wil, maar ik kan niet vergeten
Steeds
doet m'n hart toch zo'n pijn
Jij
blijft steeds in mijn gedachten
'k
Zie steeds jouw beeld voor m'n geest
Weet,
dat de tijd met jou samen,
De
mooiste voor mij is geweest.
Waarom,
waarom,
Waarom
ging jij van me heen.
Waarom,
waarom,
Waarom
liet jij mij alleen.
Terug
naar overzicht |
|
Waarom
loop je mij zo straal voorbij
(Kees Pruis 1931)
(met
dank aan Marc Blokland (†) voor het sturen van de tekst) |
|
Je
loopt nu al een veertien dagen,
Mij
als een vreemdeling voorbij.
Toch
zegt je hart als je gaat vragen,
Je
kunt niet buiten mij.
Refrein:
Waarom
loop je mij,
Zo
straal voorbij,
Mijn
schat ?
'k
Heb met jou geen woord,
Dat
rust verstoort gehad.
'k
Weet jij mint mij nog,
Wordt
de mijne toch.
Waarom
loop je mij,
Zo
straal voorbij mijn schat.
Het
was toch lieveling mijn schuld niet,
Geloof
me toch als ik je zeg,
Het
meisje waar 'k mee stond te praten.
Dat
vroeg me naar de weg.
Refrein
Geloof
me nou als ik je zweer dat,
Ik
was je al die dagen trouw.
'k
Weet dat je steeds naar mij informeert schat,
Dat
doe ik ook naar jou.
Refrein
Terug
naar overzicht |
|
Wanneer
(We'll Meet Again)
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het
sturen van de tekst) |
|
Aan hen die wij moesten verlaten
En die van ons gescheiden zijn,
Burgers, matrozen, soldaten,
U allen wijd ik dit refrein:
Wij zien elkaar weer,
Maar waneer, ja wanneer,
Opeen dag vol vreugde en vol
zonneschijn.
Houdt goede moed,
Zoals een goed Hollander doet,
Tot de donk're wolken weggedreven zijn.
En nu koppen omhoog,
Weg die traan in je oog,
Optimistisch en blij.
Want het duurt niet meer lang,
Klinkt vol vreugd' ons gezang,
Dan is Holland weer vrij.
Wij zien elkaar weer
En ik weet ook wanneer,
Op een dag vol vreugde en vol
zonneschijn.
Terug
naar overzicht |
| Wanneer
de klokken luiden |
|
Refrein:
Wanneer
de klokken luiden in 't dorpje aan de zee
Dan
treurt een vissersmeisje weemoedig met ze mee
Ze
denkt aan haar geliefde, die nooit terug meer kwam
Dezelfde
klokken klonken, terwijl hij afscheid nam
Wanneer
de klokken luiden in 't dorpje aan de zee
Dan
treurt een vissersmeisje weemoedig met ze mee
Eens
op een stormnacht keerde een visser nimmer terug van de zee
Loeiende
stormen, woedende golven beukten het scheepje in twee
Kort
voor hij vertrok kuste hij nog innig z'n schat
Nooit
ziet ze hem meer, nimmer keert weer wat zij bezat
Refrein
Terug
naar overzicht |
| Wanneer
de rozen weer in bloei staan (Max van Praag) |
|
Refrein:
Wanneer
de rozen weer in bloei staan
Dan
brengt een schip een zeeman thuis
Die
steeds opnieuw weer zal verlangen
Naar
het kleine dorp en het eigen kleine huis
Zijn
oudjes stonden aan de kade
Toen
hij het zeegat uit zou gaan
Hij
wuifde vrolijk aan de reling
Maar
in zijn stem klonk toch een traan
Refrein
Er
kwamen toen de winterstormen
Zijn
schip zonk roemloos in de zee
Voorgoed
voorbij was zijn belofte
Die
hij gedaan had aan de ree
Wanneer
de rozen weer in bloei staan
Dan
staan twee oudjes aan de ree
Ze
turen naar de wijde verte
Der
eindeloze wrede, wrede zee
Terug
naar overzicht |
|
Wanneer op de rancho
(Eddy Christiani)
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor
het sturen van de tekst) |
|
'n Klok laat zich somber horen,
Ze klinkt dreigend in de oren,
Men zwijgt op de ranch vanzelfsprekend,
'n Cowboy weet wat dit betekent.
Refrein:
Wanneer op de rancho 't klok somber luidt,
Wordt er geen woord gesproken.
De stilte wordt niet verbroken.
We weten dat dit dan 'n afscheid beduidt.
'n Afscheid voorgoed van 't leven.
Want als die klok ons dan opeens
Somber z'n stem laat horen.
Weet elke cowboy op de ranch
We hebben een vriend verloren.
Van 't droevige lied der klokken,
Zijn zij al zo vaak geschrokken.
'n Cowboy zit ernstig te staren,
Hij denkt aan de prairie gevaren.
Refrein
Terug
naar overzicht |
|
Want
dan speelt Jim harmonica
(met
dank aan Marc Blokland (†) voor het sturen van de tekst) |
|
De
maan schijnt helder over Neêrlands kusten
De
Nederland steekt morgen vroeg in zee
Kaptein,
matrozen, stuurlui allen rusten
Vermoeid
van 't harde werken op de ree
Maar
Jim de bootsman kon nog lang niet slapen
Ligt
in zijn kooi te woelen, te geeuwen en te gapen
Dan
springt hij op en leunend tegen 't want
Neemt
hij zijn instrument ter hand
Refrein:
En
dan speelt Jim harmonica, harmonica, harmonica
Van
Spanje tot Amerika, speelt niemand zo harmonica
Hij
speelt van liefde en de zee, zijn wilde spel lokt allen mee
En
alle meisjes komen dra, want daar speelt Jim harmonica
De
dagen van weleer zijn niet vergeten
De
Nederland is niet meer in de vaart
Ook
Jim is oud en grijs, geheel versleten
En
leeft nu van hetgeen hij heeft gespaard
Maar
in de dorpskroeg spreekt nog menige jongen
Van
't lied dat die daar voor Jim heeft gezongen
Als
'd oude Jim dan lachend zingt in 't koor
Dan
zingen allen luid in 't koor
Refrein
Terug
naar overzicht |
|
Want de mijne heet Piet
(tekst en muziek: Henk Scholten /
uitvoering Teddy Scholten)
(met
dank aan Gerard Engelbertink voor het sturen van de tekst) |
|
Als bakvis van zestien, met een meisje
te saam,
Was altijd mijn leuze, de man van mijn
keuze,
Dat moet er een zijn met een heel
mooie naam,
Het liefste nog Rudie, en dan donker,
of Harry,
Of Johnny, maar dan blond, of wat denk
je van Larry ?
Maar kom ik nu zo'n vriendinnetje
tegen,
En ze vragen: „Hoe heet ie ?", dan
lach ik verlegen:
Refrein:
Want de mijne heet Piet, Piet,
Doodgewoon Piet.
En noem ik hem Piëtro, dan antwoord
hij niet,
Geen Pieter, geen Perry, dan heb ik zo
herrie.
Hij zegt, al die onzin is goed voor
een lied.
Dus noem ik hem Piet, Piet !
Als we 's avonds saampjes naar de bios
toe gaan,
En we zien Ingrid Bergman, daar is hij
heus weg van,
En 'k zie dan wat daar met een zoen
wordt gedaan,
Wanneer ze na zo'n omhelzing kreunt:
,,Oh Johnny" !
Dan denk ik, dat doe ik ook straks
thuis, met mijn honey
Maar meestal rust op zo iets dan geen
zegen,
Want kreun ik: „Oh Piet", dan valt het
zo tegen.
Refrein
Toch, als ik mijn man nu eens heel
goed bekijk,
En 'k kijk ik zijn ogen, die me nooit
nog bedrogen,
Dan ben ik met hem toch de koning te
rijk,
En mocht ik dan ook eenmaal de vreugde
beleven,
Aan een zoon, een stamhouder het leven
te geven,
Dan lijdt het geen twijfel hoe die zal
heten,
Want lijkt hij op manlief, u mag het
wel weten:
Refrein:
Kijk, dan heet-ie heus Piet, Piet,
Doodgewoon Piet.
Want ach, in zo'n naampje, daarin zit
't hem niet.
Geen Peter, geen Perry, geen Harry,
geen Larry,
Maar als hij als pappie het leven
beziet,
Dan noem ik hem Piet, Piet !
Terug
naar overzicht |
|
Want ik kan je niet beletten
(tekst en muziek: Wim Poppink /
uitvoering: Janie Bron)
(met
dank aan Gerard Engelbertink voor het sturen van de tekst) |
|
Ik droomde dat jij eens zou trouwen
met mij,
En hield van je met heel m'n hart.
Maar jij vond een ander, dus laat ik
je vrij.
Al valt mij het scheiden hard:
Refrein:
Want ik kan je niet beletten,
Dat je van een ander houdt.
Daarom zal ik me niet verzetten,
Als je met een ander trouwt.
Nooit zal ik jou iets verwijten,
Ook al doe je m'n hart soms pijn.
Want ik kan je niet beletten,
Met een ander gelukkig te zijn.
Je denkt me te sparen door
hartelijkheid,
Door vriend'lijk te zijn tegen mij,
Maar als je die and're niet ziet, heb
je spijt,
Speel dus open kaart met mij.
Refrein
Je doet net alsof je nog wel van me
houdt,
Maar 'k voel, dat het zó niet meer
gaat;
En daarom is 't beter, da'k jou niet
weerhoud,
Als je mij voorgoed verlaat:
Refrein
Terug
naar overzicht |
|
Want Straks
(Max van Praag)
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst) |
|
Lieveling, ik ga je eens verrassen, ‘k
praat met jou, in plaats dat ik je schrijf
En, om die illusie te wekken, zend ik
je een brief per zwarte schijf
Ik wil jou zo gaarne even zeggen dat
je niet verdrietig worden moet
Omdat wij zolang reeds zijn
gescheiden, straks dan wordt het allemaal weer goed.
Refrein:
Want straks zijn jij en ik weer
voorgoed bij elkander
Want straks zijn alle zorgen en leed
weer voorbij
Dan gaan wij tesamen weer verder door
’t leven
Komt het geluk ook voor jou en mij.
Al zijn wij nu tijdelijk gescheiden,
is er toch een weerzien in ’t verschiet
Dan zijn wij weer eindelijk tesamen,
komt een eind aan heimwee en verdriet
Wees daarom niet treurig, heb
vertrouwen, denk aan wat ik aldoor heb gezegd
Straks komt weer de dag waarnaar wij
haken, hou je goed hoor, alles komt terecht.
Refrein
Komt het geluk ook voor jou en mij.
Terug
naar overzicht |
|
Want
wie vergeet
(tekst:
René Berg/muziek: Lotar Olias/uitvoering: "Heimweh"-Freddie)
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst) |
|
Als
zwerver is hij van huis gegaan,
Is
hij van huis gegaan,
Hij
was niet tevreden !
En
heeft toen, ver van zijn land vandaan,
Ver
van zijn land vandaan,
Getekend,
getekend.
Hij
werd daar soldaat,
Voor
een vreemde staat,
Maar
van heimwee wist hij toen geen raad:
Refrein:
Want
wie vergeet,
Want
wie vergeet,
Dat
zijn Vaderland
Hem
't liefste is op aard,
Want
wie vergeet,
Want
wie vergeet,
Is
't bezit van 't Vaderland
Dan
niet meer waard !
Als
zwerver had hij geluk gezocht,
Had
hij geluk gezocht,
Maar
nimmer gevonden.
Hij
had daar, had daar zijn naam verkocht,
Maar
het geluk is nooit
Gekomen,
gekomen.
Hij
is terug gegaan,
Naar
zijn Vaderland,
Was
door heimwee, heimwee overmand.
Refrein
Terug
naar overzicht |
|
't Was een zomernachtfeest
(tekst: Han Dunk/muziek: Ronny Luco/uitvoering:
Eddy Christiani en ook John de Mol's Swinging Specials
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst) |
|
Refrein:
't Was een zomernachtfeest bij een walsmelodie
Twee harten tezaam in volkomen harmonie
Een sprookje, veel te mooi om werk'lijk waarheid te zijn
Ja, heus, een festijn om nooit te vergeten !
't Was een zomernachtfeest bij een walsmelodie
Accoorden zo mooi als in Schuberts symphonie
Helaas ook 'onvoltooid' want bij het laatste accoord
Werd m'n droom door ontwaken verstoord
't Allergrootst geluk dat vond ik in een droom
Een droom die nimmer waarheid zal zijn
Waarom is zo'n droom alleen een visioen ?
Is het dan altijd maar schijn ?
Refrein
Alles was zo mooi, muziek en liefdesspel
Het leven op deez' aard leek volmaakt
Waarom komt dit alles dan nooit meer terug ?
Was 'k uit deez' droom nooit ontwaakt
Refrein
Terug
naar overzicht |
|
Was je maar niet zo mooi
(met
dank aan Jannie van 't Ende voor het sturen van de tekst) |
|
Refrein:
Was je maar niet zo mooi
Was je maar niet zo lief
Dan zou ik niet zo jaloers op je zijn
Deed er mijn hart van de liefde geen
pijn
Was je maar niet zo mooi
Was je maar vel over been
Dan was je misschien
Dan was je misschien
Voor mij, voor mij alleen
Wij passen tezamen als man en als
vrouw
Toch zeker heel goed bij elkander
Ik weet dat ik veel te jaloers ben op
jou
Omdat je vaak kijkt naar een ander
Dat doet me zo heel veel verdriet
Dan zucht ik en zing ik mijn lied:
Refrein
Ik ben zo jaloers en ik weet niet om
wat
'k Ben bang dat ze jou van mij stelen
Want iedereen vindt jou net als ik een
schat
En dat kan ik jammer niet velen
Je bent het misschien niet bewust
Maar ik heb gewoonweg geen rust.
Refrein
Terug
naar overzicht |
|
't
Was maar een droom
(tekst;
Madame Ellegiers)
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst) |
|
Refrein:
Mijn
zoete droom vervlogen,
Haar
trouwe liefde heen,
Ach
z' heeft mij laf bedrogen
En
'k min haar gansch alleen.
'k
Schonk haar mijn bloed en leven,
Voor
haar die was zoo schoon.
Neen
nooit komt zij meer in mijne woon,
Haar
liefde was maar een droom.
'k
Minde haar zeer met liefde teer,
'k
Aanbad haar, ja niet gelogen,
Wijl
zij mij haar liefde weer,
Heeft
zij helaas mij zoo snood bedrogen.
Een
ander viel in haar gedacht,
Zie,
daarom heeft ze mij veracht.
Refrein
'k
Herinner mij, toen zij zoo blij,
Mij
kuste zonder verpoozen.
Zij
was zoo schoon, spande de kroon,
Ach,
mocht ik haar nog steeds liefkozen.
Maar
't is gedaan, al vloeit een traan,
Een
ander heeft zij lief voortaan.
Refrein
'k
Vervloek u niet, al heeft verdriet
En
wanhoop mij 't hart doen bloeden.
Verlost
de dood mij uit den nood,
Gelaten
zal ik u beeld behoeden.
Vaarwel
dus trouwelooze maagd,
Gij
die mij uit uw hart verjaagt.
Refrein
Terug
naar overzicht |
|
Wat doe je met
kapotte schoenen in de regen ?
(August de Laat 1938)
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor
het sturen van de tekst) |
|
Ga je weg met mooi weer
Neemt het soms ineens een keer
Wat je nooit had gedacht
't Wordt zo zwart als de nacht
Zo is 't droog en zo is 't nat
Het water om je oren spat
En altijd heb je spijt
Als men je verwijt
Refrein:
Wat doe je met kapotte schoenen in de regen ?
Op natte wegen
Wie kan daar tegen ?
Wat heb je niet van al die nattigheid gekregen ?
Dat brengt geen zegen
Maar ongeluk
Kijk waar je heen stapt
En waar je in trapt
Met droge voeten
Dat scheelt een stuk
Wat doe je met kapotte schoenen in de regen ?
Dat brengt geen zegen
Maar ongeluk
Waar je staat, waar je gaat
't Is niet altijd droog op straat
Dan weer vorst, dan weer dooi
Soms heel slecht, soms heel mooi
Is het mooi vergeet het niet
Dat het straks weer stralen giet
Houdt altijd met verstand
Droog je voeten want
Refrein
Kijk waar je heen stapt
En waar je in trapt
Met droge voeten
Dat scheelt een stuk
Wat doe je met kapotte schoenen in de regen ?
Dat brengt geen zegen
Maar ongeluk
Terug
naar overzicht |
|
Wat
een geluk
(Tekst:
Willy van Hemert/muziek:Dick Schallies/uitvoering: Rudy Carell) |
|
Wat
een geluk dat ik een stukje van de wereld ben
Dat ik de wijsjes van de sijsjes en de merels ken
En dat ik mee mag doen met al wat leeft
En mee mag ademen met al wat adem heeft
Ik ben zo blij dat er in mei altijd narcissen zijn
En dat er vruchten, vlinders, veulens, vogels, vissen zijn
En al die blijdschap komt enkel door jou
Omdat ik vreselijk, ongeneeslijk van je hou
Als je mij dan vraagt is dat afgezaagd
Zeg ik ja maar ik zaag toch nog even door
Ach wat moet ik nou, want ik hou van jou
En daar heb ik doodgewoon geen woorden voor
Ik heb alleen maar het vertrouwde schat ik hou van jou
Het hartedief, ik heb je lief en het oude blijf me trouw
Ik vind het zelf ook wel erg primitief
Maar waarom ben je dan ook zo lief
Refrein
La la la la, la la la la, la la la la, la la la la la
La la la la, la la la la, la la la la, la la la la la
Wat een geluk dat ik een stukje van de wereld ben
Dat ik de wijsjes van de sijsjes en de merels ken
En dat ik mee mag doen met al wat leeft
En mee mag ademen met al wat adem heeft
Ik ben zo blij dat er in mei altijd narcissen zijn
En dat er vruchten, vlinders, veulens, vogels, vissen zijn
En al die blijdschap komt enkel door jou
Omdat ik vreselijk, ongeneeslijk van je hou
Ik heb alleen maar het vertrouwde schat ik hou van jou
Het hartedief, ik heb je lief en het oude blijf me trouw
Ik vind het zelf ook wel erg primitief
Maar waarom ben je dan ook
O, waarom ben je dan ook
Ja, waarom ben je dan ook
Zo lief
Refrein
Terug
naar overzicht |
|
Wat
een pret !!!
(met
dank aan Marc Blokland (†) voor het sturen van de tekst) |
|
Ik
liep laatst met een vriend van mij op straat te debatteren
Toen
liep ons een agent voorbij onder het huiswaarts keren
'k
Zeg tot mijn vriend: "zeg zie je dat, drie neuzen heeft die
janus"
Hij
zei: "je bent een dronken gek, je moet zeker nog een pikketanus
Ha,
ha, ha, ha, ha, ha (aanstekelijk lachen)
"Toch
is het zo" zei ik toen, "hij draagt een neus aan ied're
schoen"
Die
derde neus wat een mop, wel die draagt die op zijn kop
Ha,
ha, ha, ha, ha, ha (aanstekelijk lachen)
Ik
heb een leuke meid gekend, het was een aardig schatje
Ze
leefde netjes met haar ma in een provincie stadje
Ze
had haar liefde op haar tijd, maar één ding kon haar hinderen
Ze
kreeg niet gauw wat zij graag wou, een man en lieve kinderen
Ha,
ha, ha, ha, ha, ha (aanstekelijk lachen)
Ik
zag haar deze week, ze was totaal van streek
Had
drie kinderen tot verdriet, maar een man had ze nog niet
Ha,
ha, ha, ha ,ha, ha (aanstekelijk lachen)
Terug
naar overzicht |
| Wat
fijn kapitein (uitvoering Annie de Reuver) |
|
Neem
me toch gauw met je mee,
Neem me toch mee naar een eiland.
Dicht bij de diepblauwe zee,
Wacht 't geluk voor ons twee.
Refrein:
Wat fijn kapitein, wat fijn kapitein
Met jou naar een eiland te varen.
Wat fijn kapitein, wat fijn kapitein
Met jou op een eiland te zijn.
In een klein hutje aan de zee,
Zullen we samen gaan wonen.
En voor een lekker diner,
Neem jij je hengel dan mee.
Refrein
'k Hoop dat er spoedig daarna,
Schatten van kindertjes komen.
Een met de ogen van ma,
Een met de neus van papa.
Refrein
Terug
naar overzicht |
|
Wat
gij niet wilt
(liedje uit een revue circa 1930)
(met
dank aan Marc Blokland (†) voor het sturen van de tekst) |
|
Wat gij niet wilt dat U geschiedt,
Doet dat ook een ander niet.
't Spreekwoord zegt in de
maatschappij,
Heden ik en morgen gij.
Een ezel stoot zich in 't algemeen
Geen tweemaal aan de zelfde steen.
Zo zei m'n grootmama,
Zo dacht m'n grootpapa,
Ik weet precies hoever ik ga.
Sociaal, demokraal, klerikaal, ja
allemaal
Willen wij ons zin.
Want ik heb het heus niet mis,
Als 't alleen de brandkast is,
Wie anders denkt die heeft het mis.
Wat gij niet wilt dat U geschiedt,
Doet dat ook een ander niet.
't Spreekwoord zegt in de
maatschappij,
Heden ik en morgen gij.
Een ezel stoot zich in 't algemeen
Geen tweemaal aan de zelfde steen.
Zo zei m'n grootmama,
Zo dacht m'n grootpapa,
Ik weet precies hoever ik ga.
Terug
naar overzicht |
|
Wat
heb je nou gedaan met Angeline ?
(met
dank aan Marc Blokland (†) voor het sturen van de tekst) |
|
M'n
zuster Angeline was een meid van melk en bloed
Ze
was de achttien nauwelijks gepasseerd
Toen
heeft ze op een dag de ware Joseph eens ontmoet
Die
haar het kussen wellicht heeft geleerd
Zij
is zich gaan verloven en nu na een jaar of vier
Aan
alles komt een einde volgens mensenheugenis
Want
gist'ren heeft hij plotseling de verloving uitgemaakt
Dat
heeft ons Angeline en haar moeder zwaar geraakt
Refrein:
Wat
heb je nou gedaan met Angeline?
Wat
heb je met die arme meid gedaan?
Vanmorgen
ging ze met twee bruine kijkers nog van huis
Vanmiddag
komt ze plotseling met twee blauwe ogen thuis
Wat
heb je nou gedaan met Angeline?
Wat
heb je nou met die arme meid gedaan?
Gist'ren
wou je haar nog trouwen
En
hoe kom je toch zo dom
Maar
nu 't puntje bij het paaltje kom
Nou
gaf je haar de bons
Wat
heb je nou gedaan met Angeline?
Maar
eindelijk kwam mama er aan zo dreigend als een spook
Riep,
straks is er geen vuiltje meer aan de lucht
In
de éne hand de koekepan, in de andere hand de pook
Zodra
'k dat zag, toen nam ik direct de vlucht
Ik
vloog meteen de trappen op toen volgde er weldra
Een
vuistslag op de zolder, eindelijk riep mijn zwager ja!!
Ik
zal je dochter trouwen hoor, maar geef me dan eens vlug
Mijn
tanden en mijn kiezen en mijn halve oor terug
D'r
moeder riep je komt niet zo gemakkelijk van me af
Nu
zal je Angelientje lekker trouwen voor je straf
Refrein
Terug
naar overzicht |
|
Wat
ik nog wou weten
(Hester
Hofman)
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst) |
|
Zoals wij 's avonds samen liggen,
Zoals lepels in een la,
In een boogje zonder spanning,
Houden we best wel van elkaar .
Zoals het thuis tikt, tikt het nergens,
Buiten is de wereld groot,
Tussen Keulen en Parijs,
En aan het einde ga je dood.
Je hebt er nog een paar die hopen,
Dat het dan nog niet is afgelopen.
De aarde draait maar in een baan,
En daar omheen dan weer de maan.
Refrein:
Wat ik nog wou weten ben ik vergeten,
Wat ik nog wou weten weet ik niet meer.
Wat ik nog wou zeggen is moeilijk uit te leggen,
Wat ik nog wou zeggen zeg ik niet meer.
Ik draai me om, jij draait je om,
De weg was recht, de weg was krom.
Waarheen, waarvoor, ik ga rechtdoor,
En ondertussen slaap jij door.
Even denk ik iets te horen,
En ik vraag: "Zei jij wat schat ?"
Nee, je haalt wat uit je oren,
En rolt het met je vinger plat.
Ik hijg nu hevig in je haar,
Kom eens hier, ach laat ook maar.
Jij hebt de wekker al gezet,
In ons grenen Aupingbed.
Refrein
Dit is geen lied over de liefde, dit is een liedje over jou,
Dit is geen lied over de liefde, dit is een liedje over ons.
Terug
naar overzicht |
|
Wat is er met die meid
gebeurd ?
(met dank aan Inez voor het sturen van
de tekst) |
|
Een knappe meid maakte kennis met een
jongen
De verloving was al dadelijk geschied,
's Avonds zaten zij te samen in een
boschje
Wat ze deden, wat ze zeiden weet ik
niet.
Af en toe hoorde ik een zacht
gefluister,
Afgebroken door een zoenerig geluid,
Toe zij eindelijk zich alleen
vertoonde
Dacht ik: ,,O, wat ziet die meid er
uit."
Refein:
O !, Oho ! En wat is er met die arme
meid
O !, Oho ! En wat is er met die meid ?
En 'r hoed staat scheef, en 'r rok
zakt af,
En 'r blouse was gescheurd !
Wat is er met die arme meid,
Met die arme meid gebeurd ?
Haar verloving ging ze vieren in een
kroegje
Dronk Konjakkies wel een stuk of tien,
Dat een meisje zooveel kon verdragen,
Had ik in mijn heele leven niet
gezien.
Toen ze eindelijk zich op straat
vertoonde
Liepen er wel honderd menschen
achteraan,
Ieder die dat stelletje ontmoette,
Nou die bleven nieuwsgierig even
staan.
Refrein
En zijn nam telkens onderweg een taaie
En de menschenmassa groeide immer aan,
Ze liep zingend heen en weer te
zwaaien
Want ze kon niet op haar beenen
blijven staan.
Toen begon ze te zingen en te
springen,
Van in m'n eentje en de Canapee
En opeens kwam er een groote diender,
En die zei: ,,Gaat u even met mij
mee."
Refrein
Maar daar wilde de juffrouw niks van
weten,
En op haar bolle wangen kwam een rooie
blos.
Ze begon zich hevig te verzetten,
En ze riep: ,,ach lieve diender laat
me los !"
Maar de diender liet zich niet
overhalen,
Ging met haar vechten tot ie overwon,
Bracht haar dadelijk bij den
Commissaris,
Met een air precies Napoleon.
Refrein
Ze werd gebracht in 'n muffig, duffig
hokkie
Daar ging ze slapen op de Canapee,
Begon te droomen van dienders en een
slokkie
En ze voelt zich als voer ze op de
zee.
En de menschen gingen uit elkander,
Naar alle kanten gingen toen de
menschen heen
En het liedje is populair geworden
'k Hoor het dagelijks nog van
iedereen.
Refrein
Terug
naar overzicht |
|
Wat
zal je daaraan liegen
(tekst: Tony Schmitz/Nap de la Mar)
|
|
Een
vriend van mi is laatst getrouwd,
Hij
was al hoog bejaard.
In
't huwelijk vond hij, zoo hij zei,
Het
Paradijs op aard.
Hij
was al vijf-en zestig jaar,
Zijn
vrouwtje twintig pas,
Toch
kwam er na verloop van tijd,
Een
kleintje 't is heusch kras.
Des
avonds zit mijn oude vriend,
Het
kleintje in slaap te wiegen.
En
zegt: " 't is immers mijn eigen kind.."
Wat
zal je daaraan liegen !
Het
Duitsche rijk is onze buur,
En
'k hoop dat het zoo blijft,
Maar
'k denk vaak Duitschland had heel graag
Ons
landje ingelijfd.
De
Duitschers denken wij zijn sterk,
En
Holland is maar zwak,
Als
‘t noodig is, pakt ‘t Duitsche rijk
Dat
landje met gemak !
Wir
singen denn: "Die Wacht am Rhein"
Und
wollen es besiegen,
Wir
packen schnell ganz Holland ein....."
Wat
zal je daaraan liegen.
De
ex-minister Kuyper reist,
Tot
zelfs naar Palestina.
Straks
gaat hij naar Turkije heen,
Of
naar Japan of China.
Een
grooten knevel laat hij staan,
Dat
geeft een beetje chic.
Hij
reist nu als gewoon toerist,
Denkt
niet aan politiek.
En
nu denkt ieder, groot en klein,
Die
Kuyper zoo ziet vliegen,
"Hij
wil nooit meer minister zijn"
Wat
zal je daaraan liegen !
Wanneer
je kennis hebt gemaakt
Met
‘n lieve, mooie meid.
En
als je na een dag of acht
Zoo
'n beetje met baar vrijt.
Dan
vraag je haar, zoo als 't behoort,
Al
daad'lijk om een kus,
Maar
blozende tot in haar hals,
Antwoordt
zoo 'n lieve zus:
"
'k Weet heusch niet, hoe ik dat moet doen,
Ik
wil je niet bedriegen.
Jij
bent de eerste man dien 'k zoen ..."
Wat
zal je daaraan liegen.
Terug
naar overzicht |
|
Wat zou je doen in zo'n geval ?
(tekst en muziek: Eddy Christiani en
Willy Rex)
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor
het sturen van de tekst) |
|
Ik heb vanavond een probleem,
Kom niet tot een besluit,
Ik zal het U vertellen,
Wie helpt me daar nu uit ?
Refrein:
Een parkje, een laantje, een bankje nog
vrij,
Het maantje, de sterren, een meisje als
zij,
Een hart dat vervuld is van haar bovenal
Wat zou je doen in zo 'n geval ?
Een aardig figuurtje, een lachende mond,
Geen lastige kijkers heel ver in het
rond.
Een meisje, dat denkt: Ja, nu steekt hij
van wal,
Wat zou je doen in zo 'n geval ?
Zou je over liefde spreken
En over de wittebroodsweken
En zou jij dan ondertussen
Af en toe twee lippen kussen ?
Een "hij" wat verlegen, een "zij" die
slechts zucht,
Dan zit er beslist romantiek in de
lucht.
Moet jij 't nog bedenken, of weet je het
al ?
Wat zou je doen in zo 'n geval ?
Ik zou 't wel weten
Wat ik zou doen in zo 'n geval.
Terug
naar overzicht |
|
Waterval
(tekst: Wim Poppink/muziek: Chris
Christensen/uitvoering: Marcel Thielemans en The Ramblers 1949) |
|
Zwervend
door Zweden, langs bos en langs meer
Voerde
mijn pad door een dal
In
mijn herinnering zie ik steeds weer
Die
trotse waterval
Waterval
flonk'rend als vloeibaar kristal
Tussen
het groen der bomen
Schuimend
en bruisend in toomloze val
Zie
ik het water stromen
Jij
gaf mijn leven een vleug romantiek
'k
Hoorde in 't ruisen de mooiste muziek
Waterval,
tronend hoog boven het dal
'k
Wil naar jou wederkomen
Terug
naar overzicht |
|
We
gaan naar Rome
(Willy Derby 1934) |
|
Heel
Nederland dat juicht spontaan
De vreugd' is algemeen
Ons kranig Neerlandsch-elftal gaat
Vol moed naar Rome heen
Het Wereldkampioenschap
't Hoogste voetbal-ideaal
Is 't eervol en verheven doel
Dus zingen we allemaal
Refrein:
We gaan naar Rome, we gaan naar Rome
Bep Bakhuys doelpunt daar voor twee
We gaan naar Rome, we gaan naar Rome
En Vente neemt z'n kanjers mee
En Mijnders, Wels zóógoed als Smit
Die juichen om de beurt: Hij zit
Als echte jongens, als ferme jongens
Hollandsche jongens van Jan de Wit
En Puck van Heel die dribbelt fier
En vuurt zijn mannen aan
Wim Anderiessen staat hem dan bij
Gesteund door Pellikaan
De keeper, Weber en van Run
Staan pal gelijk een rots
Het Neerlandsch voetbal-elftal is
Onz' nationale trots
Ook Lotsy en de trainer Bob
Zeggen: Je Maintiendrai
We brengen als het even kan
De hoogste titel mee
Han Hollander is d'eerste dan
Die ons dit draadloos meldt
Zijn stem trilt weer, wijl in z'n oog
Een traan van blijschap welt
Bep Bakhuys trapt, een ren van Wels
Voor 't doel zweeft reeds de bal
Van Mijnders door naar Smit, dan Vente
En plots een doffe knal
't Vijandelijke net dat trilt
Dat gaat zoo keer op keer
Als Holland dat niet wint
Eet ik geen macaroni meer
Terug
naar overzicht |
|
We
hoeven niet te hamsteren (Johnny en Jones
1940)
(met
dank aan Marc Blokland (†) voor het sturen van de tekst) |
|
Op
de schutting van de speeltuin hing een heel groot bulletin
Daarop
stond met zwarte letters sla geen grote voorraad in
Koop
slechts koffie thee en suiker nodig voor een korte tijd
Anders
raak je eerst je centen en daarna je voorraad kwijt
Refrein:
Doe
weg die bus met koffie, doe weg die bus met thee
We
hoeven niet te hamsteren de voorraad valt wel mee
Doe
weg die fles met olie, doe weg die zak met meel
We
hoeven niet te hamsteren, d'r is nog reuze veel
Op
de wagen van lijn elf stond een dame rood van kleur
In
een diep gesprek gewikkeld met een lange conducteur
Ze
hield de dienstmeid in de gaten dat de voorraad mee zal gaan
Maar
de conducteur zei dame, hamsteren raad ik U niet aan
Refrein
Hier
in Holland was een echtpaar waar een zesling was besteld
Drie
gezonde flinke jongens en drie meisjes welgeteld
Het
is prachtig, ik ga hamsteren en U weet dat dit niet mag
Weldra
kwam toen de politie en nam acht stuks in beslag
Refrein
In
ons mooie Nederland aan de gedempte Zuiderzee
Daar
eet ied're Nederlander van de grote voorraad mee
De
vertering gezellig voor het Hollandse gezin
Niemand
hoeft zich bang te maken, sla dus niet onnodig in
Refrein:
Doe
weg die bus met koffie, doe weg die bus met thee
We
hoeven niet te hamsteren, de voorraad valt wel mee
Doe
weg die ZAK met olie,doe weg die FLES met meel
We
hoeven niet te hamsteren er is nog reuze veel
Koffie
thee benzine olie, koffie thee benzine olie
Koffie
thee benzine olie, d'r is nog reuze veel
Terug
naar overzicht
|
|
We
willen een goal
(uitvoering Max van Praag) |
|
Des
zondags op het voetbalveld, voordat het spel begint,
Weet ieder supporter dat zijn club de wedstrijd wint.
Of 't regent, stormt of sneeuwt, ze zijn altijd present,
Ze laten alles in de steek voor 't sportevenement.
Refrein:
"We willen een goal, we willen een goal, we willen een goal, we
willen een goal !"
Brult het hele voetballegioen.
"We willen een goal, we willen een goal, we willen een goal, we
willen een goal !"
't Zijn de doelpunten die 't hem doen.
De middenvoor die geeft een knoert,
Waardoor de keeper wordt gevloerd.
Valt met bal en al in 't net
En kijkt nu heel ontzet.
"We willen een goal, we willen een goal, we willen een goal, we
willen een goal !"
Van je een, twee, ja, hij zit, een goal.
De
beste stuurlui aan de kant, alweer de grootste mond.
Die spil, dat is een prutser, speel die bal toch langs de grond.
Ze weten alles van free-kick, penaltie en off-side
En tonen graag aan iedereen hun voetbalkundigheid.
Refrein
De
stemming langs de lijn geeft de spelers goede moed,
Ze weren zich als leeuwen en ze vechten heel verwoed.
Maar ook zit de spelers het geluk niet altijd mee,
Toch kennen ze het lesje van het voetbal-ABC.
Refrein
Terug
naar overzicht
|
| 't
Weesje
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst) |
|
'k Haat het uur dat ik geboren ben.
Vader rustte reeds in 't graf,
Toen ik m'n moeder ook verloren ben,
Werd het leven mij een straf.
Eenzaam ben ik toen gaan zwerven,
Als een weeskind hier op aard,
Smeekt tot God toe zoo laat mij sterven,
'k Heb geen ouderhart noch haard.
Refrein:
'k Ben zoo alleen en verlaten,
Vader en moeder zijn dood.
'k Zwerf dag en nacht langs de straten
En 'k huil de oogjes zoo rood.
Moesje had bij mij gebleven,
'k Heb niemand die naar mij taalt.
Vraagt of ons Heertje wil geven,
Dat hij mij gauw bij U haalt.
Als de zon een nieuwe dag weer baart,
Komt voor mij weer nieuw ellend',
Wat is het leven van een kind op aard,
Dat geeen ouderliefde kent.
'k Loop vanavond stil te zoemen(?)
Smeek toch heb medelij.
Leg ik op een grafplaats bloemen,
Vader... moeder... bid voor mij.
Refrein
Terug
naar overzicht
|
|
Weet je nog die dag in mei
(uitvoering: Herman Emmink)
(met dank aan Jannie van 't Ende voor
het sturen van de tekst) |
|
Weet je nog die dag in mei
Alle vogels zongen blij
Wij twee zo jong, die dag vol zon
Zo gelukkig waren wij
Vaak zie ik je voor me staan
'n Simpel jurkje had je aan
'n Lief gebaar, 'n bloem in 't haar
Zo gelukkig waren wij
Helaas het ging voorbij
Nu nog voel ik de pijn
Jij ging toen weg uit mijn leven
Slechts een herinnering
De geur van de sering
Is al wat mij is gebleven
Zorgen drukken mij soms zwaar
Grijs geworden is mijn haar
Die dag in mei, blijft mij steeds bij
Zo gelukkig waren wij
Terug
naar overzicht
|
|
Weet
je nog wel, die avond in de regen
(tekst: Jack Bulterman/ uitvoering:
Marcel Thielemans en The Ramblers/Wim Poppink en The Ramblers) |
|
Jij
stond op een tram te wachten
k Zag je in de verte staan
Toen keek ik je aan, je lachte
Samen zijn we voortgegaan
refrein:
Weet je nog wel
Die avond in de regen
't Was al over negen
En we liepen heel verlegen
Samen Onder moeders paraplu
Weet je nog wel
Hoe jij daar stond te wachten
Vanaf kwart voor achten
Hoe we beiden vrolijk lachten
Samen Onder moeders paraplu
Je wangen waren nat
En je haar was nat
We trapten samen in een plas
Je merkte het niet eens
Omdat dat moment
Het mooiste van je leven was
En
terwijl wij plannen maakten
Kuste ik je keer op keer
Toen we uit de droom ontwaakten
Regende 't allang niet meer
refrein
Weet
je nog wel
Die avond in de regen
Hoe we beiden zwegen
Heel verliefd en heel verlegen
Samen onder moeders paraplu
Onder moeders paraplu
Terug
naar overzicht
|
|
Weet
je nog wel oudje
(tekst en muziek: Jacques van Tol en
Rido/uitvoering Louis Davids/Max van Praag) |
|
't
Was eens in de vakantiedagen
Weet
je nog wel oudje
Dat
wij dat fotoalbum zagen
Weet
je nog wel oudje
We
kiekten ons kind, toen 't in slaap was gezakt
En
hebben dat voor in het album geplakt
Weet
je nog wel oudje
We
kiekten hem haast alle weken
Weet
je nog wel oudje
't
Was of dat album soms kon spreken
Weet
je nog wel oudje
Er
was er ook een in matrozenpak bij
En
die leek precies op een jeugdkiek van mij
Weet
je nog wel oudje
We
kiekten al zijn leuke dingen
Weet
je nog wel oudje
Dat
boek zat vol herinneringen
Weet
je nog wel oudje
We
zeiden wel eens: "Als hij zeven zal zijn
En
wij gaan zo door, wordt het album te klein"
Weet
je nog wel oudje
Toen
werd 'ie van ons weggenomen
Weet
je nog wel oudje
Er
is nog een kiek bij gekomen
Weet
je nog wel oudje
Die
kiek van het grafje die jij van me kreeg
De
rest van het album bleef hopeloos leeg
Weet
je nog wel oudje
Jij
stond die dagen steeds te dromen
Weet
je nog wel oudje
Wat
in het album was gekomen
Weet
je nog wel oudje
Wanneer
ons dat ongeluk niet was gebeurd
Toen
hebben we 't blad uit het album gescheurd
Weet
je nog wel oudje
Terug
naar overzicht
|
|
Weet
je wat een zoentje is ?
(tekst en muziek: Herbert
Nelson/uitvoering: Annie de Reuver en The Skymasters) |
|
Gaat
een meisje met een Engelsman
Wat
wel af en toe gebeuren kan
Is
er maar een indruk, die je krijgt
Hij
praat, zij zwijgt
Ja,
mijn vriend, dat komt alleen daarvan
Dat
het meisje nog geen Engels kan
Daarom,
luister wat ik adviseer
Studeer
en leer
Het
is niet zo noeilijk als het lijkt
En
ik wed, jij hebt het gauw bereikt
Refrein:
Weet
je wat een zoentje is
Een
zoentje is 'a little kiss'
Een
meisje is 'a little miss'
That's
all my darling
Hoe
gaat het heet 'how do you do?'
Ik
hou van jou is 'I love you'
Dat
is de waarheid 'it is true!'
That's
all my darling
Het
is toch zo eenvoudig
Ik
wed je leert het zo
Een
beetje Engels spreken
Dat
lukt je, yes or no
Weet
je wat een zoentje is
Een
zoentje is 'a little kiss!'
Een
meisje is 'a little miss'
That's
all my darling
Als
je heel toevallig eens vergeet
Hoe
'ik hou van jou' in 't Engels heet
Jij
herinnert je geen enkel woord
Bega
geen moord
Want
een ouderwets, echt liefdespaar
Zo
een liefdespaar begrijpt elkaar
Zonder
veel te spreken bij hun spel
Dat
weet je wel
Maar
het zou uiteind'lijk beter zijn
Als
je luisterde naar dit refrein
Refrein
Terug
naar overzicht
|
|
Weet
u moeder wat ik droomde
(uit
het Duits vertaalt door Jac. c. Stolwijk en stamt uit 1903)
(met
dank aan Marc Blokland (†) voor het sturen van de tekst) |
|
Aan
't bed van haar doodzieke kindje
Waakt
moeder schreiend, droef en stil
Voor
haar heeft de zon nooit geschenen
Voor
haar was 't leven leeg en kil
Ze
snikt in bitt're smart gebogen
Dat
bijkans haar het harte breekt
Tot
plotseling haar kindje blijde
In
koortsgloeien zachtjes spreekt:
Weet
U moeder wat ik droomde
Dat
'k binnen in de hemel zag
Wat
waren daar een kleine engelen
Ik
hoop dat ik daar henen mag
Daar
zullen wij geen honger lijden
O,
'k vraag twee vleugels lieve moe
Die
zal onze lieve heer wel geven
Dan
draag ik U daar ook naar toe
God
nam zijn meisje weg van de aarde
Ze
rust op 't stille kerkhof nu
Maar
voor zijn jong minnend harte
Was
deze foltering te ruw
In
de eerste smart valt hij bewusteloos
Zijn
moeder angstig, in de nacht
Ziet
traag zijn vochtig oog zich openen
En
in extase zingt hij zacht:
Weet
U moeder wat ik droomde
Dat
'k binnen in de hemel keek
Mijn
lieve Anna is nu engel
Maar
ach, wat ziet ze droevig bleek
Ja,
schreiend vroeg ze mij te komen
Ze
was daar ginder zo alleen
Dus,
moedertje behoede god U
Ik
ga ter hemel-bruiloft heen
Een
paartje al op hoge leeftijd
Zit
vroeg des morgens bij elkaar
Dat
hij iets heeft dat hem hindert
Heel
duidelijk is dat voor haar
Zij
streelt hem de oude grijze haren
Kom
oudje, zeg, wat scheelt er aan
Daarop
kijkt hij haar diep in de ogen
En
smartelijk klaagt de oude man:
Weet
je moeder wat ik droomde
Dat
'k ons twee in de hemel zag
Ik
was jong, krachtig, fris en vrolijk
En
jij een roos, een blijde lach
Wat
zoeken wij nog hier beneden
Wij
vinden het einde geen begin
Kom
oudje,'t leed is nu geleden
Kom
ga met mij de hemel in
Terug
naar overzicht
|
|
Wenen
(tekst/muziek: Tom Erich/Stan Haag/uitvoering: Annie de Reuver) |
|
Er
klinkt muziek vol romantiek in Wenen
De
oude tijd is werkelijkheid in Wenen
De
sfeer van voorheen bleef bewaard
En
Strauss werd nog nooit geevenaard
Want
zijn muziek is daar nog niet verdwenen
De
wijn die vloeit, het Prater bloeit in Wenen
Ik
hoopp het nog dikwijls te zijn
Mijn
oude vertrouwde mooi Wien
Ergens
is een oude stad vol charme
Waar
romantiek en kunst elkaar omarmen
Een
citer geeft kleur aan het geheel
Ik
verlang naar die stad toch zo veel
Er
klinkt muziek vol romantiek in Wenen
De
oude tijd is werkelijkheid in Wenen
De
sfeer van voorheen bleef bewaard
En
Strauss werd nog nooit geevenaard
Want
zijn muziek is daar nog niet verdwenen
De
wijn die vloeit, het Prater bloeit in Wenen
Ik
hoop het nog dikwijls te zien
Mijn
oude vertrouwde mooi Wien
Terug
naar overzicht
|
|
Werkeloze
handen
(Willy Derby) |
|
In
'n haveloos huisje in 'n armelijk slop
Zit 'n man in de kracht van z'n jaren
Hij kijkt naar z'n handen en buigt dan z'n kop
En zit in de ruimte te staren
Dan denkt hij in wanhoop waar moet dat naar toe
Waar zal er mijn scheepje eens stranden
Hij voelt zich zo eindeloos droevig te moe
Als hij kijkt naar zijn werkeloze handen
Die eerlijke handen zo stoer en zo sterk
Wat waren die vroeger 'n zegen
Ze waren nooit lui en ze vonden steeds werk
Daar waren ze nooit om verlegen
Wanneer hij nu denkt aan die heerlijke tijd
Dan vloekt hij en knarst op zijn tanden
Geen mens kan begrijpen hoe zo iemand lijdt
Als hij kijkt naar z'n werkeloze handen
Hij heeft in 't lot van zovele gedeeld
Hij werd naar de steun gedreven
Daar werd hem 'n zeker bedrag toebedeeld
Daar moesten ze voortaan van leven
Die aalmoes dat steungeld hoe goed ook bedoeld
Het is hem als voelt hij het branden
Het is of hij nu pas z'n machteloosheid voelt
Als het ligt in z'n werkeloze handen
Ze hadden 'n toekomst gedroomd voor hun kroost
De kind'ren ze moesten iets leren
Die werden dan later hun steun en troost
Daar wilden ze veel voor ontberen
Nu groeien ze op in de modder der straat
Voor armoe misschien wel voor schande
Is't wonder dat vader de maatschappij haat
Als hij kijkt naar z'n werkeloze handen
O gij die nog werk hebt denk er toch aan
Geen werkloze stumpers te smaden
Wees blij dat u niet in de rij hoeft te staan
Voor 't bittere brood der genade
Wees goed voor uw broeder het is niet zijn schuld
Zijn werkloosheid is toch geen schande
Wees veeleer met eindeloos meelij vervuld
Als u kijkt naar z'n werkeloze handen
Terug
naar overzicht
|
|
Westerbork
serenade
(1944 Johnny en Jones) |
|
Ik
geloof ik ben niet helemaal in orde
Ik
ben met mijn gedachten er niet bij
Opeens
ben ik een ander mens geworden
Mijn
hart klopt als de vliegtuigsloperij
Ik
zing mijn Westerbork serenade
Langs
het spoorwegbaantje schijnt het zilveren maantje
Op
de heide
Ik
zing mijn Westerbork serenade
Mit
einer schoene Dame, wandelend tezamen zij aan zijde
En
mijn hart brandt als de ketel in het ketelhuis
Zo
had ik het nooit te pakken bij mijn moeder thuis
Ik
zing mijn Westerbork serenade
Tussen
de barakken kreeg ik het te pakken op de hei
Dieser
Westerbork liebelei
Daarna
ging ik naar de saniteter
Die
vent zei d'r is heus niets aan te doen
Maar
je voelt je heel wat stukken beter
Na
't geven van de allereerste zoen (en dat moet je niet doen)
Ik
zing mijn Westerbork serenade
Langs
het spoorwegbaantje schijnt het zilveren maantje op de heide
Ik
zing mijn Westerbork serenade
Mit
einer schoene Dame
Wandelend
tezamen zij aan zijde
En
mijn hart brandt als de ketel in het ketelhuis
Zo
had ik het nooit te pakken bij mijn mammie thuis
Ik
zing mijn Westerbork serenade
Tussen
de barakken kreeg ik het te pakken op de hei
Dieser
Westerbork liebelei
Terug
naar overzicht |
|
Wie
heeft er suiker in de erwtensoep gedaan ?
(tekst: Van Tol/uitvoering Lou Bandy,
1939) |
|
Er
was in 't militaire kamp
Een groote consternatie!
Niet meer of minder dan een ramp
Bedreigde onze Natie !
De erwtensoep was zwaar mislukt
En ied'reen vroeg bedrukt:
Refrein:
Wie
! Wie ! Wie !
Wie ! Wie ! Wie !
Wie heeft er suiker in de erwtensoep gedaan?
Wie heeft dat gedaan?
Wie heeft dat gedaan?
De heele Compagnie die heeft het eten laten staan !
Wie heeft er suiker in de erwtensoep gedaan?
De
korporaal zei: "Eerst proef ik !
'k Geloof dat jullie dazen !"
Hij kreeg de hik en liet van schrik
Gauw voor den dokter blazen.
Tot de sergeant kwam van de week,
Die vroeg als krijt zoo bleek:
Refrein
En de sergeant-majoor was kwaad,
Hij liep rood aan van woede.
Zijn snor stond stijf als prikkeldraad,
Het sein: Weest op uw hoede !
Hij knarste eerst een tandenknars
En bulderde toen barsch:
Refrein
De luitenant, geaffecteerd,
Zei: "Wie maakt hier nu mopjes ?"
Ik heb de soep geïnspecteerd,
Ze smaakt naar Haegsche Hopjes.
Geeft acht, rechts richten..,
Kom nou lui, wie tapte deze ui ?"
Refrein
De kapitein die, plots gewekt
Door deze soepaffaire,
Een nieuwe krachtterm had ontdekt,
Gaf daarvan de première !
"Knots-knaldrement !", zoo riep hij luid,
"Wie haalt hier zooiets uit ?"
Refrein
Ten slotte kwam de kolonel,
Correct en afgemeten.
Zei: “Strafmarcheeren, 't hele stel !
Ik ga in "t Zwaantje" eten !”
En sjokkende de heide door,
zong de Compie in koor:
Refrein
Terug
naar overzicht |
|
Wie
is Loesje
(The Ramblers 1939) |
|
Refrein:
Wie
is Loesje
Wie
is toch dat snoesje
Loesje
is het meisje van de drummer van de band
Daar
gaat Loesje
Met
dat leuke bloesje
Loesje
vindt de drummer toch zo'n echte leuke vent
Hoor,
daar speelt 'ie net een break
Zij
voelt in haar hart een steek
Wie
is Loesje
Wie
is toch dat snoesje
Loesje
is het snoesje van de drummer van de band
Als
Loesje lang naar Keessie kijkt dan denkt 'ie slechts aan haar
Hij
speelt dan werkelijk onvermoeid zijn hele repertoir
En
zij kijkt dan naar hem, geniet van z'n muziek
En
's avonds zegt ze "lieve Kees, wat speel jij magnifiek"
Refrein
Wie
is Loesje
Wie
is toch dat snoesje
Loesje
is het meisje van de drummer van de band
Terug
naar overzicht |
|
Wie
kan mij vertellen waar ik woon ?
(Kees
Pruis)
Met
dank aan Marc Blokland
(†) voor het sturen van de tekst) |
|
Permettes,
messieurs, dames hier genoeglijk tesaam,
Ik
vertel U een gekke historie,
'k
Heb van tijd tot tijd last van duizeligheid,
En
daardoor een defecte memorie,
'k
Ben vanavond geweest op een heel aardig feest,
Met
een stel leuke vriendinnen en vrienden.
'k
Heb gezongen, gedanst, 't was er allercharmantst,
Maar
nu kan ik m'n huis niet meer vinden.
Refrein:
Wie
kan mij nu vertellen waar woon ik,
Die
me netjes naar huis brengt beloon ik.
O
ik heb toch zo'n last van die duizeligheid,
't
Is gek wat ik zeg maar mijn huis ben ik kwijt,
Wie
kan mij nu vertellen waar woon ik.
Die
mij netjes naar huis brengt beloon ik,
Wie
redt mij uit de moeilijkheid,
Het
is gek maar mijn huis ben ik kwijt.
'k
Heb vannacht nog gevraagd, aan een wandellende maagd
En
die zei: ,,Gaat Uwe's maar mee hoor."
Met
de daklozen sprak zij: ,,Heb ik altijd meelij
Daar
is alles, zelfs mijn canapé voor."
In
haar huis aangeland, deed ze lief en charmant,
Maar
ze vroeg voor haar goedheid beloning.
Toen
ik zei:: ,,'k Heb geen cent",
Kwam
een reus van een vent,
,,Wat moet
jij bij mijn vrouw in de woning ?"
Ik
zeg, kan jij mij vertellen waar woon ik?
Refrein
'k
Ben naar buiten gekwakt, op de stenen gesmakt.
Toen
een vrouwtje me zacht hoorde kermen,
Zij
zei: ,,Kom naar mijn huis, want mijn man is niet thuis,
'k
Zal mij over jou stakker ontfermen."
Maar
om twee uur vannacht, kwam haar man onverwacht
En
die brulde: ,,Wat mot jij hier deugniet !"
Ik
antwoordde fier:,,Als ik je zeg dat ik hier,
Op
lijn vier wacht geloof je me toch niet."
Maar,
kan jij mij vertellen waar woon ik?
Refrein
Terug
naar overzicht |
|
Wie schoan os limburg is
(tekst en muziek: Harry Bordon)
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het
sturen van de tekst) |
Es de klanke van de aovondklok weer
jub'lend es muziek
Euver os Limburgslandje gaon, dan veule veer os riek
En door de aovondzon bestroalt kniele kenjer veur't kruus
Dat ste allein in Limburg nog langs elke zandweg zuus
Wie schoan os Limburg is begrip toch nemens
Es allein de Zuderling dae Limburg leef is
Want door de jaoren heen bleef Limburg onbetwis
't Stukske Nederland dat 't schoanste is
Want door de jaoren heen bleef Limburg onbetwis
't Stukske Nederland dat 't schoanste is
Es ein is
Terug
naar overzicht |
|
Wie
zal dat betalen
(tekst: Jack Bess en R. Swing/muziek:
Jupp Schmitz/uitvoering: Orkest zonder naam en anderen) |
|
Ieder
gezin zit wat krap in het geld
't
Huishoudboek komt niet meer uit
Of
Pa 'wat meer geeft', dat helpt hem geen fluit
Moeder
blijft klagen en steunen
Toch
komt dat aardige hoedje in huis
Toch
komt die leuke japon
Ja,
zelfs die schoentjes en mantelcoupon
Dan
begint Vader te kreunen:
Refrein:
Wie
zal dat betalen
Wie
heeft dat besteld
Wie
heeft zoveel ping ping-ping ping
Wie
heeft zoveel geld
Wie
zal dat betalen
Wie
heeft dat besteld
Wie
heeft zoveel ping ping-ping ping
Wie
heeft zoveel geld
Jansen,
dat weet men, zit steeds op zwart zaad
Komt
men om geld aan de deur
Doet
zijn vrouw open en zegt met een kleur:
"
'k Zal het U morgen wel sturen!"
Toch
komt de slager geregeld aan huis
Laatst
bracht men zes flessen wijn
Slagroomgebakjes
brengt men per dozijn
Glimlachend
vragen de buren:
Refrein
Pieters
ging trouwen, maar had niet veel geld
't
Werd dus 'eenvoudig gedaan'
't
Zou zonder opschik waarendig wel gaan
Vlug
het stadhuis in te wippen
Maar
bij zijn bruidje in zijde en kant
Krabbelde
hij aan zijn oor
En
toen zijn schoonma zei: " d'Auto staat voor"
Vroeg
hij met trillende lippen:
Refrein
Willemsen
kocht op 'een knaak in de week'
Zeven
kostuums en een bad
Toen
nam zijn vrouw nog een fiets 'op de lat'
Een
gaskachel en televisie
't
Zoontje een pick-up en tenniskostuum
Zusje
een zilvervosjas
Verder
een koelkast, een theepot, een das
En
allemaal 'op conditie!'
Refrein
Terug
naar overzicht |
|
Wie
zie ik daar ?
(Lou Bandy 1939)
(met
dank aan Marc Blokland
(†) voor het sturen van de tekst) |
|
Wie
zie ik daar, wie zie ik daar
Wie
is die blonde dame
Die
ken ik toch, die ken ik toch
Waar
waren wij tesamen
Ja
ik herrinner het me weer
Ik
ken haar nog van school
Herkent
U me niet meer ?
U
weet het niet, U weet het niet
Maar
het is wel in orde
Ik
ben al in de eerste klas verliefd op U geworden
Ja
het is beslist geen mop
'k
Zat in de laatste bank, vlak naast die sproetekop
Ik
was dat schrale bleeke ventje
Die
snoep kocht voor een half centje
Om
het met liefde U te geven
Hoor
even, 'k weet meer
Herrinner
U zich nog die witte
Die
om het and're jaar bleef zitten
Die
vent is bankroetjé geworden
En
nou zit die vrijer alweer
En
kent U nog die twee vriendinnen
Die
ééne vamp is binnen
Die
andere kon niets beginnen
Maar
is en blijft een nette vrouw
Waar
zijn die tijden toch gebleven
Zo
draaft een elkeen door het leven
Maar,
't lijkt mij overgelukkig
Zoiets
dat bemerkt men al gauw
Wie
zie ik daar, wie zie ik daar
Wie
is dat dikke knaapje ?
Die
kerel heb ik meer gezien
Waarachtig,
't is mijn slaapje
Hé
hoe gaat het beste vent
Herken
je me niet meer, van 't zesde regiment
Hoe
gaat het toch, hoe gaat het toch
Het
is een poos geleden
Dat
we in de mobilisatietijd met hetzelfde meisje vreeën
Ja
en denk eens even na
Die
zelfde leuke vriend, die is nu grootmama
Ik
kwam haar laatst toevallig tegen
Ze
lachte maar, maar was verlegen
Ik
stond te denken waarom lacht ze
Toen
dacht ze aan jou
Zeg,
denk je wel eens aan je kuchie
En
aan de ransel op je ruggie
En
snert en rats en bruine bonen
Die
dingen vergeet je niet gauw
Ik
droom nog wel eens van die dagen
Toen
we op de strozak lagen
Toch
hadden wij nog niets te klagen
Och
kameraad waar blijft die tijd
Ik
denk met eerbied aan de mensen
Die
nu bewaken onze grenzen
Je
helpt ze 't allerbeste wensen
Met
veel dank voor hun trouw en beleid
Terug
naar overzicht |
|
Wiegenlied van het Koningskind |
|
Slaap zacht, mijn prins(es)je, slaap
zacht;
Alle vogeltjes zingen goê nacht,
Allen rondom is verstomd,
Zelfs nog geen mugje dat bromt,
Luna met zilveren licht
Glijdt zachtjes langs uw gezicht,
Wenscht u een droomzoeten nacht
Slaap wel, prins(es)je, slaap zacht,
Slaap zacht, kleine prins(es), slaap zacht.
In het kasteel heerscht nu rust,
Al leven is daar uitgebluscht;
Niets dat de stilte verstoort,
Nauw'lijks een muis wordt gehoord;
Even doortrilt nog de lucht
Vlak bij uw wiegje een zucht;
De koningin houdt de wacht,
Slaap wel, prins(es)je slaap zacht,
Slaap zacht. kleine prins(es), slaap
zacht.
Wie had ooit blijdere jeugd,
Alles ademt thans zorglooze vreugd;
Gij slaapt op dons en satijn,
Uw kleed is zacht hermelijn;
Gij wordt gekoesterd, gekust,
Weet g'in die heerlijke rust
Wat in de toekomst u wacht ?
Slaap wel, prins(es)je, slaap zacht,
Slaap zacht, kleine prins(es), slaap
zacht.
Terug
naar overzicht |
|
Wiegenliedje
(met dank aan Jeanne Albers
voor het sturen van de tekst |
|
Ga slapen schatje, huil maar niet,
Klein kindje met je klein verdriet !
Wat is er wat jou niet bevalt ?
Jij houdt je lieve kleine knuistjes zoo
gebald !
Jij kijkt zoo boosjes en zoo sip,
Er rolt een traantje langs je lip !
Wat is er dan? wat doen ze jou
Nou nou ! Nou nou ! Nou nou !
Nee popje, nee wees jij maar stil !
Ik weet toch heusch wel wat je wil !
Jij wil in kindjes bed, ga heen !
Dat mag je lekker toch niet, kindje mag
alleen !
Ga nu maar heel gauw slapies Toet !
De pop is stout en jij bent zoet !
Wat ligt m'n kindje lekker zoo
O o ! O o ! O o !
Toe vliegjes, gaat nu eind"lijk weg !
Want kindje wil toch slapen, zeg !
Kom vinkje, boven in den boom,
Jouw zingen stoort ons kleine kindje in
z'n droom !
Zeg poes, zit stil, verroer geen vin !
En wind, hou jij je adem in
Want kindje doet z'n oogjes toe !
Doe doe... Doe doe... Doe doe.
Uit de film "De Familie van mijn Vrouw"
is een Nederlandse film uit 1935 onder regie van Jaap Speyer, in geluid en
zwart-wit. De film is gebaseerd het boulevardstuk Een huis vol herrie van A.
Duprez.
Terug
naar overzicht |
(tekst en muziek: Pi Vêriss /
uitvoering: Max van Praag
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk
voor het sturen van de tekst |
|
Wanneer ze aan mij vragen zeg ik over
Nederland:
Al heeft Parijs z'n Eifeltoren en de
Mona Lisa,
Staat ergens in Italië het torentje van
Pisa,
Al heeft de brave Zwitser dan z'n bergen
bij de hand,
Wanneer ze aan mij vragen zeg ik over
Nederland:
Refrein:
Wij hebben Marken en Volendam,
Geen "Wiener Schnitzel", maar spek en
ham,
Al is Venetië reusachtig
Het is in Giethoorn even prachtig.
Wij hebben haring en Leidse kaas
Geen "Blauwe Donau" maar wel de Maas,
Al zijn we driekwart jaar verkouden,
We blijven toch van Holland houden.
Al zijn dan in Arabië de prachtigste
Moskeeën,
Bezit de Lap z'n ijshut en z'n vele
rendiersleeën,
Al heeft Monaco vele dingen die het
buitenland niet heeft:
Refrein
Terug
naar overzicht |
|
Wij maakten kennis in de regen
(tekst: Jack Bess / muziek: W. Stanke
en W. Mäder / uitvoering Helma en Selma)
(met dank aan Egbert Engelbertink
voor het sturen van de tekst |
|
Refrein:
Wij maakten kennis in de regen
En ik (je) vroeg: ,,Mag ik een eindje
mee ?"
Wij waren eerst nog wat verlegen,
Maar al spoedig was de zaak Oké !
En wij vonden bij wilde regenvlagen
Het geluk al zo lang door ons verwacht
Wij maakten kennis in de regen
En dat heeft ons zonneschijn gebracht.
Ik stond te schuilen voor de regen en
zei: „Wat een hondenweer !"
Maar toen ik jou zag zweeg mijn mond en
ging alleen mijn hàrt tekeer.
Het werd mij even later nog helderder
dan glas
Dat juist die fikse regenbui een
uitkomst voor me was:
Refrein
Het is de allerliefste wens, van
iedereen, 't zij groot of klein,
Dat het op Zondag als men vrij is
heerlijk mooi droog weer zal zijn.
Maar ik, ik houd van regen; een buitje
deert me niet
Ik dank het aan de regen; dat ik nu van
zon geniet:
Refrein
Terug
naar overzicht |
|
Wij slopen met muziek
(Johnny & Jones)
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk
voor het sturen van de tekst) |
|
Mmm mmm mmm mmm
By by by by do do zo da zo dee
M'n baas heet Beyer en ik werk me naar
We halen stukken vliegtuig uit elkaar
Maar we zijn heel gauw met werken klaar
Want we slopen met muziek
Begrijp je ?
M'n Gruppenleiter kan 't niet vinden
fijn
Om Gruppenleiter over ons te zijn
De productie gaat in stijgende lijn
Want we slopen met muziek
Refrein:
Beyer, Brauner, Hoffman en Tas
Zitten heel vaak in de rats
Met een moeilijk meganiek
Maar wij slopen met muziek
Stuk geroest of vast gesoldeerd
Wordt door ons gedemonteerd
Wij beheersen de techniek
Want wij slopen met muziek
Als wij beginnen te zingen
Gaan de schroeven en de bouten swingen
De propellors en de motoren
Vallen zomaar uit elkaar
Als zij ons horen
Beyer, Brauner, Hoffman en Tas
Zitten nu niet meer in de rats
Want wij slopen reuze sjiek
Met muziek, met muziek, met muziek
'n Kehrsvertrauner es geht furchtbar
schnell
Jawohl zei Hoffman, heus dat weet ik wel
Dat komt alleen maar door dat gekke stel
Sie zerlegen mit Music
Vesteht de ?
Maar op een keer deden ze niet zo veel
Van honderd kilo slechts het tiende deel
Die dag hadden we pijn in onze keel
Want we slopen met muziek
Refrein
En de hamers en de tangen wisten wij
mooi te vervangen
Door muziek, door muziek, door muziek.
Terug
naar overzicht |
|
Wij zijn dappere soldaten
(Wijs: Wij zijn gezworen kameraden)
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk
voor het sturen van de tekst) |
|
Wij zijn dappere soldaten,
Wij zullen elkander nooit verlaten;
't Zij 't is oorlog, 't zij 't is vree,
Wij zullen elkander nooit verlaten.
Komt dan allen, laat 't schallen
Ons soldatenlied,
We hebben geen verdriet,
Anderen zeuren, anderen treuren,
Wij soldaten niet !
Wij zijn dappere soldaten,
Wij zullen elkander nooit verlaten;
't Zij 't is oorlog, 't zij 't is vree,
Komt dan allen, laat 't schallen
't Allen tijde moedig strijden,
Samen hand in hand,
Voor 't lieve Vaderland !
't Kruis verwerven, of wel sterven,
Voor ons Nederland !
Terug
naar overzicht |
Wij zijn de soldaten
van de vrolijkheid
(tekst en muziek: Henri Theunisse)
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk
voor het sturen van de tekst |
|
Wij gaan lustig door het leven,
Houden niet van dwaas gezeur.
Vrij en blij zijn is ons streven,
Weg met eindeloos getreur.
Refrein:
Wij zijn de soldaten van de vrolijkheid,
Rataplan, rataplan, rataplan.
Voor nare gedachten hebben wij geen tijd
Rataplan, rataplan, rataplan.
Wij dragen geen geweren, want die
brengen maar verdriet,
Het wapen dat we wel gebruiken is een
vrolijk lied.
Wij zijn de soldaten van de vrolijkheid,
Rataplan, rataplan, rataplan.
's Ochtends vroeg gaan wij naar buiten,
Happen frisse morgenlucht.
Horen wij de vogels fluiten,
Slaan de zorgen op de vlucht.
Refrein
Onze leus is: vred' op aarde,
Steunend op verdraagzaamheid.
Daardoor krijgt het leven waarde,
Wordt de mens van angst bevrijd.
Refrein
Terug
naar overzicht |
|
Wij
zijn soldaten
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk
voor het sturen van de tekst |
|
Wij zijn soldaten van de compagnie
Wij houden allen van Rose Marie
En is de week weer voorbij
Hebben wij haar aan de zij
Ons hart slaat sneller voor Rose Marie.
En is de week weer voorbij
Hebben wij haar aan de zij
Ons hart slaat sneller voor Rose Marie.
Terug
naar overzicht |
| Wij
zijn twee eenzame cowboys |
|
Wij
zijn twee eenzame cowboys
Wij zwerven langs bos en langs hei
De Veluwe is onze prairie
Daar voelen wij ons vrij en blij
Wij zoeken naar koel, helder water
Wij barsten allang van de dorst
Ons paard is van droogte bezweken
Het rust in de buurt van Staphorst
(gesproken)
Ouwe
trouwe merrie
Waarom ging jij van ons heen
Ik zie je nog galopperen door de steppe van Drente
Bij de Amersfoorste kei begon je al te sukkelen
Nu zullen we je nooit meer zien
Jouw mooie, ouwe, trouwe paardenkop (ja daar gaat ze)
Je paardenhoofdstel hangt nu in een mottenzak bij ons in de kast
Dag merrie
Dag Marie
Wij
zijn twee eenzame cowboys
Wij zwerven langs bos en langs hei
De Veluwe is onze prairie
Daar voelen wij ons vrij en blij
Wij blijven voorlopig maar zwerven
Het zwerven zit ons in 't bloed
Dus zingen we 's avonds op feessies
Want geld maakt een heleboel goed
Want geld maakt een heleboel goed
Want geld maakt een heleboel goed
Joechei
Terug
naar overzicht |
|
Wij
zullen samen door het leven gaan (uitvoering Annie de Reuver)
(melodie:
Wir wollen niemals aus einander gehn - Heidi Brühl) |
|
Refrein:
Wij
zullen samen door het leven gaan,
Wij
zullen altijd naast elkander staan.
Wat
ook gebeuren mag,
Bij
vreugd' of tegenslag,
Wij
zullen samen door het leven gaan.
Lief
en leed delen wij,
Wij
zullen samen door het leven gaan.
Voor
ik jou ontmoette,
Was
het leven saai voor mij.
Ik
was niet ongelukkig,
Maar
daarnaast ook nooit echt blij.
Blijheid
in het leven,
Heb
jij aan mij gegeven,
Toen
jij op die avond tot me zei:
Refrein
Wij
zullen samen door het leven gaan.
Terug
naar overzicht |
| Wij
zwaaien af |
|
Refrein:
Ons
soldatenpak gaat in de mottenzak
Wij
zwaaien af, wij zwaaien af, wij zwaaien af
Onze
veldbaret wordt weer een burgerpet
Wij
zwaaien af, wij zwaaien af, wij zwaaien af
Aan
de luit, aan de luit.. hebben we maling
Tot
de herhaling, tot de herhaling
Wij
lachen om de straf die hij ons gaf
Wij
zwaaien af, wij zwaaien af
De
kazernepoort die gaat nu dicht
De
weg naar huis licht open
16
maanden lang deed ik mijn plicht
Maar
nu is het afgelopen
Refrein
Morgen
ben thuis en weer bij jou
'k
Zal bloemen voor je kopen
Ik
omhels je dan en zoen je gauw
De
dienst is afgelopen
Refrein
Terug
naar overzicht |
|
Wijs mij dat bloemke blauwe
(met dank aan Hanneke Peters voor het
sturen van de tekst) |
|
Wijs mij dat bloemke blauwe
Als gij het ergens ziet
In beemd of groene gouwe
Het heet: Vergeet-mij-niet
Ik kon het nergens vinden
't Verdween op enen maal
Door rijp en koude winden
Verkleurde 't en werd vaal
Het bloemke dan ik minne
Is bruin, groeit in het riet
Het is zo zacht van zinnen
Het heet: Heb mij toch lief
Het is ruw afgebroken
Diep in het harte mijn
Mijn lief heeft mij verstoten
Hoe kan ik vrolijk zijn
Mijn hart dat zucht in kommer
Dat 't zó vergeten leit
Nu hoop ik op de zomer
En op de Meietijd
De winter gaan vluchten
De sneeuw niet blijven kon
'k Omarm weer in genuchten
Mijn lief in zomerzon
Terug
naar overzicht |
|
Wil
jij een beetje van me hou'en
(tekst: Jack Bess/muziek: J.Schmitz/uitvoering:
Eddy Christiani) |
|
Refrein:
Wil
jij een beetje, beetje, beetje van me hou'en
En
met me trouwen, en met me trouwen
Een
nestje bouwen
Al
worden we nog zo oud
Ik
geef niet om geld of goud
Als
jij een beetje, beetje, beetje van me houdt
't
Is met de liefde zoals met de trein
Je
hoort voor beiden op tijd te zijn
Menige
aansluiting toch wordt gemist
Omdat
men zich in de tijd vergist
Aarzel
dus niet, want dan kom je te laat
Zorg
dat geen kans je ontgaat
Wil
je een hij of een zij om je heen
Wacht
dan niet, maar zeg alleen
Refrein
Johnny
was helemaal weg van Janet
Die
hem bediende bij een snelbuffet
Hij
wou haar vragen, maar tot zijn verdriet
Als
hij haar aankeek, dan dorst hij niet
Moedeloos
vroeg hij z'n vader om raad
Die
zei toen daad'lijk kordaat:
"Bij
zo'n buffet is je kans onbegrensd
Zeg,
als ze vraagt wat je wenst"
Refrein
Terug
naar overzicht |
|
Wilde
rozen
(tekst: Stan haag / muziek Ted Kears
/ uitvoering: Max van Praag)
(met
dank aan Gerard Engelbertink het sturen van de tekst) |
|
Jij
was jong en charmant,
Heel mijn hart stond in brand.
Voor jouw ogen, zo zwart als de nacht,
Als je lachtte vol vreugd,
Was je een toonbeeld van jeugd.
En je stem klonk zo lief en zo zacht
Ons geluk vloog voorbij,
't Was voor jou en voor mij,
Een geluk dat slechts kort heeft bestaan.
Want je ging van mij heen,
En je liet mij alleen,
Waarom heb je dit alles gedaan ?
Refrein:
Jij deed me denken aan rozen,
Rozen met doornen zo fijn.
Bloemen die nimmer vervelen,
Daar ze jouw beeltenis zijn.
Want zo'n boeket wilde rozen,
Stemt me tevreden en blij.
Ik zie een beeld in die rozen,
Dat beeld, m'n liefste, ben jij.
Ik
zie nog jouw gezicht,
Als zo'n sprankelend licht.
De herinnering bleef slechts bestaan,
Want die tijd is voorbij,
Dat je eens tot me zei,
Als m'n vrouw door 't leven te gaan.
Ik ben nu weer alleen,
Staar ik stil voor mij heen,
Zie ik in m'n gedachten jouw beeld.
Zie ik jouw zwarte haar,
'k Hoor je stem, even maar,
't Is een stem die me nimmer verveelt.
Refrein
Terug
naar overzicht |
|
Wilhelmina's
sterfbed (Het veren bedje)
(met
dank aan Marc Blokland
(†) voor het sturen van de tekst) |
|
In
een heel klein lief vertrekje
Als
men daar eens binnenziet
Ligt
er op een veren bedje
Een
meisje van een jaar of tien.
Zij
sprak tot haar lieve moeder
"Moeder,
'k ben zo ziek en teer
Kom
een poosje bij me zitten
Morgen
leef ik heus niet meer."
"Geef
mijn pop maar aan mijn zusje
En
mijn duifjes maar aan Koos."
Toen
het meisje dit gezegd had
Sloot
ze haar oogjes voor altoos.
Och
wat weende die arme moeder,
Och
wat weende die arme vrouw.
Dat
ze haare Wilhelmina
Nu
niet meer aanschouwen zou.
Toen
de vader 's avonds thuiskwam
Sprak
hij: "Ween niet om het kind.
Zij
is boven in den hemel
En
wordt daar door God bemind."
Terug
naar overzicht |
Wilkes,
Wilkes (waarom ging je heen?)
(tekst en muziek: Jack Bess en
Frans Poptie / uitvoering: Bob Scholte)
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor
het sturen van de tekst) |
|
Ons landje is als voetballand helaas in
discrediet
Er worden goals genoeg gemaakt, alleen
door d'onzen niet.
Wanneer het Nederlands elftal speelt kan
het droevig zijn
En als het zo belabberd gaat dan hoort
men langs de lijn:
Refrein:
Wilkes, Wilkes, waarom ging je heen ?
Rijvers, waarom trok je aan je been ?
Timmerman, de Harder, Appel, Rozenburg,
de Vroet,
Tjonge, tjonge, tjonge, tjonge, heus dat
gaat niet goed !
Waar is de tijd gebleven dat het om de
pangen ging ?
Nu schopt men nog alleen maar om de
ping-ping-ping !
De beste spelers trekken weg want het is
gauw gedaan,
Als iemand "Lire, Lire," zingt wie zou
zoiets verstaan ?
Ze ruilen boerenkool met worst voor dure
Franse wijn,
Of borden vol spaghetti en heel Holland
zingt met pijn:
Refrein
Wanneer je na een week van werk op de
tribune zit,
En onnadenkend op het spel der
"achterblijvers" vit
Wanneer je na veel "Ach" en "Oh"
beweert: "Ik ga niet meer !"
Dan denk je aan vervlogen tijd en zucht
je telkens weer:
Refrein
Zo zien we dat monster "geld" de
voetbalsport regeert,
En dat de voetbalbenenmarkt trots alles
goed floreert,
't Is logisch dat de jongens gaan, wie
weigert nu een "ton" ?
Niet iedereen heet Lenstra, dus klinkt
in het Stadion:
Refrein
Terug
naar overzicht |
|
Willem word wakker
(tekst: Pierre Wijnobel / muziek:
W. en F. Bryant / uitvoering: The Butterflies)
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor
het sturen van de tekst)
|
|
Willem word wakker, Willem,
Willem word wakker, Willem !
Zo klonk 't vannacht om één uur
Aan de andere kant van de muur
Het was een bange stem van de vrouw van
onze linkerbuur.
Toe Willem word wakker,
Toe Willem word wakker,
Wat is dat voor een vreemd geluid.
Willem kom je bed toch uit.
'k Hoor gestommel in de gang,
Ik ben zo vrees'lijk bang
Toe Willem word wakker, toe Willem word
wakker.
Daarna was 't een kwartier benauwend
stil,
Maar plots klonk door de nacht een rauwe
gil.
Toe Willem word wakker, toe Willem word
wakker
Ik hou het niet uit.
Maar Willem gaf geen draad,
De buurt was ten einde raad,
Men sprong uit bed en weldra klonk het
door de hele straat:
Toe Willem word wakker,
Toe Willem word wakker.
En van de hele trammelant,
Kwamen stukken in de krant.
Willem werd beroemd,
Want nu zingt heel het land:
Toe Willem word wakker, toe Willem word
wakker.
Terug
naar overzicht |
|
Winderige Heilige
(met dank aan Jeanne Albers voor
het sturen van de tekst) |
|
In de Goirlese kerk daor in 't portaol
Daor spreken de heiligen doofstomme taol
Fideralalala fideralalala
Fidera fidera fideralalala
Sint Petrus die heurt wa en zee zonder
liegen
Ik geleuf dè hier iemand wè hee laote
vliegen
Ik niet zee ambrosius ik hou m'n fatsoen
Ik zou me wel schamen om zoiets te doen
Bonifacius wier kwaod en zee heel
brutaol
Ik heb niks gedaon mar ik vind 't een
schandaol
Franciscus die zee daar tussen de
kluiven
Ik zelf nie maar ik heurden 'rn neffe me
af komen schuiven
Antonius die zee gedraag je zoals 't
behoort
Ik heb 't duidelijk twee keer gehoord
Gerardus werd kwaad ik ga me verdrinken
Dachte nou soms dat ik hier stond te
stinken
Henricus hield z'n ogen ten hemel
geslagen
En zee ach Jezus die lucht is niet te
verdragen
En Sint Joachirn zee wie zegt dat 't
iemand van ons hee gedaon
Misschien hebben 't de nonnekes van 't
klooster wel gedaon
't Is toch te erg zee Paulus wilde wel
eens zwijgen
Om voor een doodeenvoudig poepke zo'n
ruzie te krijgen
Sint Servatius zee niks en stond stil
als een muis
En dacht bij zichzelve maar ik ben hier
toch thuis
Sint Pieter zee ten leste laten we nou
maar hopen
Dat 't niet meer gebeurt en zet 't
raamke maar open
Sint baptist die stond benauwd te hijgen
Ik snap niet hoe ze er zo'n luchtje bij
kunnen krijgen.
Terug
naar overzicht |
|
Winterwonderland
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor
het sturen van de tekst) |
|
Kijk het sneeuwt grote vlokken,
Waar ’s mijn jas, waar m’n sokken,
Ik neem het besluit, ik wil er nu uit,
Buiten is een winterwonderland.
Er ligt sneeuw op de bomen,
En de slee van mijn dromen,
Die staat voor ons klaar, we gaan met elkaar,
Rijden in een winterwonderland.
Kijk daar staat ’n hele grote sneeuwman,
Met een hoge hoed en ’n sigaar.
’t Lijkt wel of hij naar ons staat te zwaaien,
In deze wereld is zoiets niet raar.
Kijk het sneeuwt grote vlokken,
Waar ’s mijn jas, waar m’n sokken.
Ik neem het besluit, ik wil er nu uit,
Buiten is een winterwonderland.
Kijk daar staat ’n hele grote sneeuwman,
Met een hoge hoed en ’n sigaar.
’t Lijkt wel of hij naar ons staat te zwaaien,
In deze wereld is zoiets niet raar.
Wil je ook sleetje rijden,
Of gewoon lekker glijden.
Kom er dan bij en speel net als wij,
Buiten in een winterwonderland.
Terug
naar overzicht |
|
Wipneus
en kersemond
(tekst: Eric Franssen-Van Aled/muziek:Ben
Oakland en Don Raye/uitvoering o.a. Orkest Zonder Naam) |
|
Ik
ging een dagje naar de stad
Ofschoon
ik er niks te zoeken had
Toen
vond ik daar mijn grootste schat
Een
engel en ze had
Een
wipneus en een kersenmond
(kersenmond,
kersenmond)
Ze
had een wipneus en een kersenmond
En
wangen als twee appeltjes zo rond
Nooit
vergeet ik deze dag
Haar
stem was als een lentelach
Van
alle meisjes die ik zag
Was
geen zo lief als zij met
Haar
wipneus en een kersenmond
(kersenmond,
kersenmond)
Met
haar wipneus en een kersenmond
En
wangen als twee appeltjes zo rond
Ik
wou niet laat naar huis toe gaan
Maar
kon die schat niet laten staan
Bij
het gaslicht in de laan
Gaf
ik haar toen een zoen op
Haar
wipneus en een kersenmond
(kersenmond,
kersenmond)
Op
haar wipneus en een kersenmond
En
wangen als twee appeltjes zo rond
In
ons huisje op de hei
Daar
kwamen op een dag in mei
Een
paar leuke kleuters bij
Ze
hebben alletwee
Een
wipneus en een kersenmond
(kersenmond,
kersenmond)
Ze
hebben een wipneus en een kersenmond
En
wangen als twee appeltjes zo rond
Vijftig
jaar zijn heengegaan
En
onze liefde bleef bestaan
Op
ons bankje in de laan
Kijk
ik nog even graag naar
Haar
wipneus en een kersenmond
(kersenmond,
kersenmond)
Naar
haar wipneus en een kersenmond
En
wangen als twee appeltjes zo rond
Wangen
als twee appeltjes zo rond
Wangen
als twee appeltjes zo rond
Terug
naar overzicht |
|
Witte
rozen
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst) |
|
Jantje
was een kleine kleuter,
Eenigst kindje, teer verwend.
En op zeek’ren dag zei moeder:
"Hoor eens even lieve vent.
Als je zoet bent, komt er spoedig,
’n Zusje of een broertje bij."
Nou, dat was wat voor ons Jantje,
En het ventje zei toen blij:
Wanneer er een klein zusje kwam,
Kreeg zij van mij wat moois, zeg mam.
Refrein:
Dan
gaat mijn spaarpot open,
Dan krijgt die schattebout
Een bouquetje witte rozen,
Waar mam ook zo van houdt.
Toen
de ooievaar verwacht werd,
Moest Jan met zijn Tante mee.
En was daar toen voor een nachtje,
De zoo vroolijke logé.
Voor het geld uit Jantjes spaarpot,
Ja, wel tien keer nageteld,
Was er in een bloemenwinkel,
Een heel lief bouquet besteld.
En ’s nacht in bed, nog in zijn slaap,
Zei in zijn droom de kleine knaap:
Refrein:
Straks
gaat mijn spaarpot open,
Dan krijgt die schattebout,
Een bouquetje witte rozen,
Waar Mam ook zoo van houdt.
d’
And’re morgen bij zijn thuiskomst,
Dacht Jan: "Hé, wat vreemd vandaag,
De gordijnen zijn, zie toch eens,
Nu nog heelemaal omlaag."
Snikkend sprak zijn vader: "Jantje,
Je hebt nu geen Moesje meer,
Zij ging vannacht met kleine zusje
Weg naar onzen Lieven Heer !"
En zachtjes legde Jan ‘t bouquet
Op ’t doode zusje in het bed.
Refrein:
En
weenend zeide Jantje:
" ‘k Bracht witte roosjes mee,
Voor mijn Mam en lief klein zusje,
Die zijn voor jullie alle twee."
Terug
naar overzicht |
|
Witte rozen uit Athene
(Mieke Telkamp)
(met dank aan Jannie van 't Ende voor
het sturen van de tekst) |
|
'n Schip vertrekt, zoals zovele schepen
Maar juist dat ene schip kijk ik het
langste na
De rozen hier, die gaan hun kleur
verliezen
Maar bloeien weer , wanneer ik eenmaal
naast je sta
Refrein:
Witte rozen uit Athen'
Bloeien als je t'rug zal komen
Bloeien bij ons wiederseh'n
Witte rozen uit Athen'
Witte rozen wachten hier
Bij die kleine vissershaven
Wachten op ons wiederseh'n
Witte rozen uit Athen'
Daar in dat land, voel jij je vaak zo
eenzaam
Je bent 'n vreemde, ver verwijderd van
z'n huis
Daarom stuur ik je rozen uit Athene
En deze bloemen zijn een kleine groet
van thuis
Refrein
Terug
naar overzicht |
|
Woody
de specht
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst) |
|
Hahahahaha, hahahahaha
Dat is Woody de Specht z'n lied
Hahahahaha, hahahahaha
En wat anders, dat zingt hij niet
Hij pikte z'n gat in de rooie beuk
Om te zien is die echt rood
En hij klopt met plezier
In je schedel een deuk
En geeft met z'n sabel een stoot
Hahahahaha, hahahahaha
Dat is Woody de Specht z'n zang
Hahahahaha, hahahahaha
Maakt de andere vogels bang
Elke vrouw'lijke specht
Droomt van hem, en terecht
Want een flinker man is d'r niet
Z'n 'Hahahahaha, hahahahaha'
Dat is Woody de Specht z'n lied
Hahahahaha, hahahahaha
Dat is Woody de Specht z'n lied
Hahahahaha, hahahahaha
En wat anders, dat zingt hij niet
Hij pikte z'n gat in de rooie beuk
Om te zien is die echt rood
En hij klopt met plezier
In je schedel een deuk
En geeft met z'n sabel een stoot
Hahahahaha, hahahahaha
Dat is Woody de Specht z'n zang
Hahahahaha, hahahahaha
Maakt de andere vogels bang
Elke vrouw'lijke specht
Droomt van hem, en terecht
Want een flinker man is d'r niet
Z'n 'Hahahahaha, hahahahaha'
't Is Woody de Specht z'n lied
Terug
naar overzicht |
| Word
nooit verliefd |
|
Zodra
ik zestien jaar werd, heb me moeder me gezegd
Me
kind vertrouw dat manvolk niet, die kerels zijn zo slecht
Ze
maken alle meissies gek alleen voor tijdverdrijf
Ze
hebben allemaal hetzelfde smoesie aan hun lijf
En
hoe meer ik het bekijk
Mijn
moeder had gelijk
Refrein:
Word
nooit verliefd want dan ben je verloren
Je
zeilt erin tot allebei je oren
Wordt
nooit verliefd, meiden wat ik zeg is waar
Als
je verliefde wordt dan ben je de sigaar
M'n
moeder zegt een man houdt eerst een meissie aan de praat
Je
krijgt een advocaatje en een stukkie zekkelaad
Je
zegt op alles ja, je voelt je veilig en vertrouwd
Wanneer
je hem vijftig centimeter van je lijf afhoudt
En
hoe meer ik het bekijk
Mijn
moeder had gelijk
Refrein
Ik
heb me moeder 'ns gezegd, me vrijer houdt zo an
Die
wil nou elke avond in het plantsoentje wandelen gaan
M'n
moeder zegt: Meid ga je gang, dat wandelen kan geen kwaad
As
het maar altijd wandelen blijft en je maar nooit zitten gaat
En
hoe meer ik het bekijk
Mijn
moeder had gelijk
Refrein
(2x)
Reken
maar
Terug
naar overzicht |
|
Wroeging
(Jerry Bey)
(met
dank aan Betsy van Dijk voor het sturen van de tekst) |
|
Refrein:
Hij
heeft zeven jaren van z'n leven,
Achter
wrede tralies doorgebracht.
Want
hij had in drift een moord bedreven,
In
een donker kroegje bij de gracht.
Moedeloos
gaat hij nu door 't leven.
Zwervend
als een schooier langs de straat.
Niemand
zal een vriend'lijk woord hem geven,
Nu
hij als een wrak in 't leven staat.
Want....
Refrein
Op
een winteravond liep hij peinzend,
Doelloos
weer te zwerven langs de gracht.
Dacht
toen weer aan haar, hoe zij hem veinzend
Met
haar liefde had ten val gebracht.
Want....
Refrein
Terug
naar overzicht |
| |
|