|
| | Uit (groot)moeders tijd
|
Vaar je in een bootje
(tekst: Henri Theunisse/muziek: E.
Beadell/uitvoering: Eddy Christiani met Accordeola)
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst) |
|
Mijn boot ligt netjes opgetuigd te
wachten aan de ree,
Het windje bolt de zeilen, meisje ga
je mee.
Hoe fel de storm ook wezen zal, hoe luid zijn woest gedruis,
Ik breng je, na een fikse tocht, behouden weer naar huis.
Refrein:
Vaar je in een bootje op een mooie dag in mei,
Bejubeld door het vogelkoor, knusjes met z'n bei.
Je vindt de wereld prachtig en alles stemt je blij,
Vaar je in een bootje op een mooie dag in mei.
De trekpiano klinkt zo vrolijk, speelt een oude wijs,
Je voelt je opgenomen in het aardse paradijs.
En spreekt van liefde, trouwen, maakt plannen, allerlei,
Vaar je in een bootje op een mooie dag in mei.
De zon versiert, met gouden glans, het schilderachtig meer,
Een bries beroert het water, 't was nooit schoner weer.
Toe, meisje, zet je aan het roer, dan ben ik de kap'tein,
Wij varen in het zonlicht, wachten op de maneschijn.
Refrein
Terug
naar overzicht |
|
Vaarwel
Hawaii
(tekst: The Kilima Hawaiians/muziek:
A. Goupil, D. Gump, J. Noble/uitvoering: The Kilima Hawaiians)
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst) |
|
Vaarwel Hawaii,
Vaarwel mijn dromenland.
Palmbomen wuiven,
Aan 't mooie Waikiki strand.
't Nachtwindje fluistert,
Droef de melodie.
O, vaarwel Hawaii,
Tot ik je wederzie.
Het uur van afscheid is helaas
gekomen,
Zoals altijd komt het toch vel te
gauw.
Wanneer ik wederom kom kan ik niet
zeggen,
Maar wees gerust: ik kom terug, ik
blijf je trouw.
Terug
naar overzicht |
|
Vaarwel mijn jongen
(met
dank aan Andras Jacquet voor het sturen van de tekst) |
|
Aan de kade staat een oude moeder
't Grote schip ligt wachtend aan de
Kant
Tranen rollen langs haar bleke wangen
Want haar zoon moet weg voor 't
vaderland
Dan plots wordt er het signaal gegeven
Nog een groet en dan klinkt weer de
fluit
Langzaam zet het schip zich in
beweging
Moeders stem klinkt boven alles uit
Refrein:
Vaarwel mijn jongen, 'k denk steeds
aan jou
Als je aan land komt, schrijf mij dan
gauw
Het afscheid nemen dat valt mij zo
zwaar
Maar 't kan niet anders dus ga je maar
's Nachts als ik slapen ga dan zal ik
van jou dromen
Dat jij weer vlug bij mij behouden
thuis zult komen
Vaarwel mijn jongen hou u maar taai
Zal ik je ooit weerzien hier aan de
kaai ?
Verder gaat het schip nu uit de haven
't Merendeel van 't volk is heengegaan
Zij alleen blijft turen in de verte
Zij alleen blijft aan de kade staan
Eindelijk is het schip geheel
verdwenen
Maar zij merkt het niet in haar
verdriet
Blijft maar met haren zakdoek wuiven
Hopend dat hij haar van verre ziet
Refrein
Eindelijk gaat zij naar haar kleine
woning
Neemt daar van de muur een klein
portret
Zet het voor zich neer dan op de tafel
Vouwt de handen voor een stil gebed
Heer behoudt mijn kind dat zijn haar
woorden
Daarna neemt zij weer 't portret van
hem
Strelend hangt ze 't naast de kleine
spiegel
Fluistert met een traan nog in haar
stem
Refrein
Terug
naar overzicht |
|
Vaarwel mijn liefste
(Eddy Chrisitani)
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst) |
|
Een zeeman die eindelijk thuis komt
Na maanden weer voet zet aan land,
Is blij als hij straks weer kan zeggen
Tot 't meisje, dat wuift aan de kant:
Refrein:
Vaarwel mijn liefste, ik kom weer gauw,
Vaarwel, tabé, ik kies weer zee,
De zee, die blijf ik trouw.
Waar hij ook komt in de wereld,
Waar ook in haven en stad,
Steeds, als z'n schip weer gaat varen,
Dan zegt hij tot iedere schat:
Refrein
Een zeeman heeft, net als een ander
Ook bij het afscheid verdriet,
Niet als hij zijn vrouw of zijn meisje,
Maar als hij de zee niet meer ziet.
Refrein
Terug
naar overzicht |
|
Vader
wij kunnen U niet missen
(Wijs:
Moeder, ik kan je niet missen)
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst) |
|
De
visscher trekt weer naar zee,
Met
de hoop op goede vangst.
En
als het dan weer noodweer is,
Zit
vrouw en kind in angst.
Ze
kijken door het stormweer heen,
In
't slechte weer alleen.
De
kind'ren vragen aan haar moe,
Gaan
wij naar papa heen ?
Refrein:
Vader
wij kunnen je niet missen,
Wij
staan hier aan de zee.
Moeder
staat hier te schreien,
Wij
moeten hierin ook mee.
Was
u maar niet vertrokken,
Maar
u moest voor ons brood,
Als
u niet ging, dan stonden wij,
Voor
den honger bloot.
Het
noodweer neemt steeds stijgend toe,
De
zee is vol gevaar,
En
iedereen loopt naar het strand,
Angstig
door elkaar.
De
eene denkt steeds aan haar man,
De
ander aan haar kroost,
Als
hij zijn leven maar behoudt,
Dat
is hun beste troost.
Refrein
Visscher
wat hebt gij voor een leven,
Gescheiden
van vrouw en kind,
Steeds
dobbert gij op de baren
En
't meest door storm en wind.
Maar
om 't brood te verdienen,
Ging
u daar heen gezwind,
Maar
hier bij de zee staan we allen geschaard,
Verlangend
naar man en kind.
Refrein
Terug
naar overzicht |
|
Vaderlief
zweeft langs de hemel (Willy Derby)
(met
dank aan Betsy van Dijk en Leny Molenaar voor het sturen van de tekst) |
|
Lientjes
papa was een vlieger
Bij
de grote K.L.M.
Mammie
en het lieve kindje
Hielden
o zoveel van hem.
Steeds
als hij een reis ging maken,
Vloog
hij over hun huisje heen.
En
dan wuifden mam en Lientje,
Tot
hij heel, heel ver verdween.
En
turend in de ijle lucht.
Sprak
mammie met een diepe zucht:
Je
vadertje zweeft langs de hemel
Buig
eventjes de knietjes, kom.
En
laat ons dan bidden: Lief Heertje,
Breng
onze pappie gauw weerom.
Wat
een vreugd als pappie thuiskwam,
Met
kadootjes, o zo fraai,
Mooie
sarongs, een klein aapje
En
nog laatst een papagaai.
En
dan kon hij mooi vertellen,
Van
dat land vol toverpracht,
Maar
een week van reine vreugde,
Is
helaas snel doorgebracht.
Dan
viel het afscheid o, zo zwaar,
En
zeiden beiden tot elkaar:
Kijk,
vaderlief zweeft langs de hemel
Buig
even de knietjes, kom
En
laat ons bidden, Lieve Heertje
Breng
ons pappie gauw weerom
Op
een ochtend, Lientje sliep nog,
Rinkelde
de telefoon.
En
een mannenstem van Schiphol,
Sprak
op smartelijke toon.
Spreek
de waarheid, gilde mammie
'k
Wil niet twijfelen, meneer.
En
de stem sprak droef: mevrouwtje
Hij
viel op het veld van eer.
Het
kind ontwaakte met een gil.
En
mammie snikte :'t is Gods wil.
Je
vaderlief is in de Hemel
Wij
buigen saam de knietjes, kom
Hij
is bij onze Lieve Heertje,
Ons
vadertje komt nooit weerom.
Maanden later mocht klein Lientje
Met een oom naar Schiphol mee
'n Grote Douglas zou vertrekken
Naar een land ver over zee
Gaat u aanstonds langs de hemel
Vroeg zij aan de vliegenier
Toe mijnheer laat mij dan meegaan
Al is 't nog zo ver van hier
En oompje, zegt u dan aan moe
'k Ben even naar mijn pappie toe
Want vadertje is in de hemel
Mijnheer, laat me meegaan, kom
Want mammie zit steeds zo te huilen
Misschien breng ik pappie wel weerom
Terug
naar overzicht |
|
Vakantie
in Tirol
(Frans du Mée)
(met dank aan Maggy Rond voor het
sturen van de tekst) |
|
Ik ben van de zomer naar buiten gegaan
Vakantie was niet overbodig
Ik ging naar Tirol toe, dat stond me wel
aan
Ik had juist de berglucht zo nodig
Ik ben in een heerlijk mooi plaatsje
beland
In 't wonderlijk schone Tirol
En 't is net of iedereen, daar in dat
land
Slechts leeft voor de pret en de jool
Refrein:
O, ik ben, wat een feest, naar Tirol
toegeweest
'k Heb de edelweis daar zien bloeien
'k Heb de geitjes gezien, met hun
belletjes om
'k Heb de koetjes Tirools horen loeien
'k Heb een Tiroler schat op m'n knieën
gehad
En ze knuffelde voor twee
Maar wat doe je d'r aan
Ik kon haar niet verstaan
En toen riep ik maar: "Holadijee"
Maar wat doe je d'r aan
Ik kon haar niet verstaan
En toen riep ik maar: "Holadijee"
Ik heb toen m'n schatje naar huis
toegebracht
Dat zal me geen tweemaal gebeuren
'k Heb drie uur geklommen, 't ging boven
m'n kracht
Ze moest me de Alpen op sleuren
Toen'k eindelijk boven was sprak ze: "O
jee
Verontschuldig me duizenden malen
M'n huissleutel ligt nog benee in 't
cafe
Ga jij die 's effetjes halen"
Refrein
'k Heb een Tiroler schat op m'n knieën
gehad
En ze knuffelde voor twee
Maar wat doe je d'r aan
Ik kon haar niet verstaan
En toen riep ik maar: "Holadijee"
Maar wat doe je d'r aan
Ik kon haar niet verstaan
En toen riep ik maar: "Holadijee"
Terug
naar overzicht |
|
Valderie,
valdera
(muziek: Friedrich W. Möller/uitvoering: Helma en Selma) |
|
Een
frisse ochtendwandeling
Dat
is mijn liefste wens
En
als ik dan mijn liedje zing
Ben
ik de rijkste mens
Valderie
valdera valdera valdehahahaha
Valderie
valdera ben ik de rijkste mens
Ik
trek mijn wandelschoenen aan
Lach
opgewekt en blij
Ik
weet niet waar ik heen zal gaan
De
wereld is van mij
Valderie
valdera valdera valdehahahaha
Valderie
valdera de wereld is van mij
Trek
er op uit voor dag en dauw
De
vrijheid tegemoet
Niets
wat ik hier voor ruilen zou
Het
geeft mij levensmoed
Valderie
valdera valdera valdehahahaha
Valderie
valdera het geeft mij levensmoed
Zit
u ooit in de narigheid
Neem
dan een klok besluit
En
trek er eens van tijd tot tijd
Al
zingende op uit
Valderie
valdera valdera valdehahahaha
Valderie
valdera al zingende op uit
Terug
naar overzicht |
|
Van
de Hoogeboezem naar de Schietbaanlaan (Maurice Dumas)
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst) |
|
Hij
woonde op de Boezemsingel
Zij
in het westelijk deel der stad
Hij
moest haar iedere dag gaan halen
Als
zij haar vrije avond had
Maar
dat vond hij heus niet vervelend
Altijd
lachend, altijd spelend
Had
hij dat tochtje al zo vaak gedaan
Van
de Hoogeboezem naar de Schietbaanlaan
Vaak
had ze met hem afgesproken
Kom
mij vanavond tegemoet
Maar
om elkaar niet mis te lopen
Kijk
onderweg vooral heel goed
Nimmer
behoefde zij te wachten
Soms
werd het weleens kwart voor achten
Maar
dan kwam hare vrijer er ook al aan
Van
de Hoogeboezem naar de Schietbaanlaan
Als
hij haar soms eens wou trakteren
Zocht
ie een gezellig hoekje uit
Dan
nam ze meestal limonade
Soms
ook wel eens een kwast met spuit
Hij
dronk er menig glaasje klare
En
bracht ze hem niet tot bedaren
Dan
kreeg hij hem ook altijd lelijk staan
Van
de Hoogeboezem naar de Schietbaanlaan
Eens,
op een avond, zei het meisje
En
gaf hem daarbij een flinke zoen
"Zouden
we nu maar niet gaan trouwen
We
moeten bot bij botje doen
We
hebben lang genoeg gevreeën
Het
is veel prettiger voor ons tweeën
Zo'n
lange omweg is toch niks gedaan
Van
de Hoogeboezem naar de Schietbaanlaan"
Toen
in de andere week het meisje
Ook
weer haar vrije avond had
Liep
zij vergeefs op hem te wachten
Ze
begreep maar niet waar hij toch zat
En
zo heeft ze verscheidene weken
Des
avonds vergeefs naar hem uitgekeken
Want,
toen kwam hij er toch ook niet meer aan
Van
de Hoogeboezem naar de Schietbaanlaan
Toen
't meisje nog diezelfde winter
Verscheidene
dagen bleef in huis
Zeiden
de buren tot elkander:
"Nou,
het is met haar bepaald niet pluis"
Maar
in de buurt zei haar mamaatje:
"Hoe
komt men toch aan zo een praatje
Het
kind heeft door de gladheid een val gedaan
Van
de Hoogeboezem naar de Schietbaanlaan"
Terug
naar overzicht |
|
Van den
Velo (tweezang)
(met dank aan Staaf Baetens voor het
sturen van de tekst |
|
Vrouw
Maar luister eens ach man
'k Heb daar mijn goesting van
Van zo te trachten naar u
Dat spel wordt ik al moe
Gij gaat gedurig heen
En laat mij gans alleen
En is het nu alzo
Vergemakelijkt per velo
Man
Natuurlijk vrouwken dat is waar
En zeg een klaar 'k en wil niet
twisten
Allee dat meende gij toch niet
Gij zijt mijn allerliefste vrouwken
En mijn griet en anders niet
Vrouw
Toe laat mij gerust
'k Heb tot uw lachen gene lust
Man
Zeg mij waarom zijt gij zo boos op mij
Allee toe kom
Vrouw
't Is omdat gij mij bedriegt ik zeg
het vrij
Man
Wat praat gij daar kunt gij
Bewijzen brengen neen nietwaar
Vrouw
Gij zijt zulk een kapoen
Van 's morgens tot den noen
Van 'smiddags tot den avond laat
Rijdt gij met uw velo op straat
En ik vindt dat niet heel net
Dat gij verspeelt uw pret
En altijd zijt gij moe
Van te rijden velo toe
Man
Ja vrouwken dat is waar
Want per velo een uur gaan rijden
Dat meekt nen mens zijn lichaam moe
't Hangt weer al in mijn benen
En in mijn voet o vrouwke zoet
Vrouw
Toe laat mij gerust
'k Heb tot uw lachen gene lust
Gij rijdt tot buiten Gent
Daar zijt gij onbekend
Gij geeft u uit aldaar
Voor een jongman voorwaar
Gij hebt nog min nog vrouw
En zijt nog niet getrouwd
En als het zo blijft gaan
Schei ik liever van mekaar
Man
Ach vrouwke wat denkte gij nu toch
Zulk een bedrog zou ik niet uiten
Allee wat denkte gij van uw man
Dat hij zijn allerliefste vrouwken
Zo bedriegen kan allee toe dan
Vrouw
Toe laat mij gerust 'k heb tot uw
lachen gene lust
De kraaien brengen 't uit
'k Heb overal gefluit
Nen brief gevonden in uw zak
Die ook over de liefde sprak
Gestempeld was hij niet toch zag ik er
sebiet
Zodra als ik hem nam
Dat hij van den buiten kwam
Man
Ja zeker vrouwken dat is waar
En vrij en fier durf ik hem tonen
Dienen brief die komt van enen heer
Hij noemt mij steeds
Zijn allerliefste vriend en soms nog
meer
Vrouw
Toe laat mij gerust 'k heb
Tot uw lachen gene lust
En is het nu alzo
Vergemakkelijkt per velo
Laat mij altijd mee gaan met u
Koopt er mij ook een rijwiel nu
Samen
Ja zeker was het plan
't Gemak van vrouw en man
Dan zullen wij voortaan
Mogen rijden met elkaar
Man
Ja zeker dat zal lustig zijn
Het ware heel fijn en het zou beter
zijn
Awel in 't kort hebt gij er een
En ik wil niet meer alleen
Zodus wij komen overeen
En pronkte gij nu nog o zeker neen,o
zeker neen
Vrouw
Wel ik zal eens zien
Of ik zal wezen uw enige vriendin
Man
Ja gij zult voortaan met mij ja mogen
rijden gaan
Vrouw
Dan ben ik content en ik noem u
Mijn allerliefste vent
Dan zullen wij verblijd gaan rijden
Zij aan zij kom nu bij mij
Terug
naar overzicht |
(uitvoering: The Butterflies)
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst) |
Van je een, twee, drie, vier, vijf,
zes, zeven, acht
Meisjes heb ik deze week 's avonds
naar huis gebracht.
En ik gaf ze een zoen of drie, vier,
vijf, zes, zeven, acht
En ik ben benieuwd wie er
morgenavond op mij wacht.
Zijn we op mars met de compie, lopen
we niet te praten
Maar een soldatenlied weerklinkt er
dan door de straten.
En in dit lied zeggen we niet wat we
alzo presteren
Overdag in het garnizoen, maar 's
avonds doen.
Maandag Marie, dinsdag Sofie, Willy
op woensdagavond
Dora op donderdag en Frida op
vrijdagavond
Zaterdag Mien, zondag Francine
Maar Sofie had haar moeder
meegebracht
Dus waren het er toch acht.
En ik gaf ze een zoen of drie, vier,
vijf, zes, zeven, acht
En ik ben benieuwd wie er
morgenavond op mij wacht.
Terug
naar overzicht |
|
Vanavond
om kwart over zes ben ik vrij
(tekst/muziek:T.
Erich; A. Beuving/uitvoering: Willeke Alberti) |
|
Refrein:
Je
hebt me geleerd van jou te gaan houden
Zoveel als 'n meisje dat één keer slechts doet
Toe leer me nu ook je weer te vergeten
Of kom weer terug, dan is alles weer goed
Toen jij in de winkel dat jasje kwam kopen
Toen zag ik in jouw nog alleen maar de klant
Ik vond je wel knap maar dat liet ik niet blijken
Maar keek toch tersluiks eens naar jouw rechterhand
Je was niet getrouwd, had geen ring om je vinger
En toen dus je stem iets galants tot me zei
Toen heb ik blozend 't antwoord gegeven:
"Vanavond om kwart over zes ben ik vrij"
Refrein
En toen na die dag zijn er weken gekomen
Waarin ik alleen maar aan jou heb gedacht
Wij saam maakten plannen en ik had illusies
Je weet wat 'n meisje van zoiets verwacht
Maar dagenlang heb je nu niets laten horen
Ik denk ied’re dag: "was je hier maar bij mij"
Toe bel me eens op of laat iets van je weten
Vanavond om kwart over zes ben ik vrij
Refrein
Terug
naar overzicht |
|
Vaste
verkering
(uit de film: Het meisje met de blauwe
hoed 1934)
(tekst: Alex de Haas / muziek: Max Tak /
uitvoering: Lou Bandy) |
|
Wanneer
je hebt getekend
Het minimum berekend
De eerste zoveel jaren dienst in 't leger doet
Maar ook wanneer j' als jongen
Den dans niet bent ontsprongen
En enkel voor je nummer bij de wapens moet
Dan is de tijd gekomen
Om het meisje van je dromen
Te zeggen dat je haar voorgoed verlaat
Daar voor iemand doe z'n woord gaf aan het vaandel en de staat
Trouw aan iets anders niet bestaat
Refrein:
Vraag
niet mijn jongen, dat wat niet gaat
Vaste verkering, dat is niks voor een soldaat
Al wat je hebt aan liefde en trouw
Hoort aan het vaderland en niet aan jou !
Want
zou een hooge ome
Er plotseling mee komen
Trek jij liefst met je zwikkie ergens anders heen
Wou jij 't er dan op wagen
Zoo'n goeien man te vragen:
"Hoe moet dat, generaal, ik heb een blok aan 't been?"
"Soldaat, was gauw zijn antwoord
Voor iemand die aan 't land hoort
Is 't dienen van twee bazen niet te doen
Stuur jij je vastigheid het bosch in want een handje en een zoen,
Dat krijg j' in ieder garnizoen.
Refrein
En komen eens de dagen
Om het vege lijf te wagen
Daar een of and're vijand onze grens belaagt
Als 't lieve land in nood is
De wanhoop alom groot is
En s'avonds in de kranten staat "Een held gevraagd"
Dan kunnen vrouw en kind'ren
Een man alleen maar hind'ren
Bij het off'ren van zijn laatste droppel bloed.
Maar een vrijgezellen jongen, die dozijnen kusten groet
Die krijgt bij elken zoen meer moed.
Refrein
Terug
naar overzicht |
|
Vaya
con dios
(tekst: Jacques van Tol/muziek: Louis
Davids/uitvoering: Max van Praag)
(met
dank aan Betsy van Dijk voor de tekst) |
|
Nu
het donker wordt en heel de stad gaat dromen
Zal
voor jou en mij het uur van scheiden komen
Vaya
con dios, m'n liefste
Vaya
con dios, m'n schat
Als
de klokken van de kerk straks zacht gaan spelen
Zal
ik voor het laatst jou zwarte lokken strelen
Vaya
con dios, m'n liefste
Vaya
con dios, m'n schat
Maar
ook al zal ons scheiden jaren duren
En
ben je mijlenver van mij vandaan
Dan
zal ik altijd aan je blijven denken
Aan
jou m'n schat, aan jou
Die
toch zo ver van mij moest gaan
Nu
het donker wordt en heel de stad gaat dromen
Zal
voor jou en mij het uur van scheiden komen
Vaya
con dios, m'n liefste
Vaya
con dios, m'n schat
Vaya
con dios, m'n liefste
Vaya
con dios, m'n schat
Terug
naar overzicht |
| Veeg
je tranen nu af |
|
Veeg
die traan van je wangen
Zeg
me dat je me vergaf
Steeds
bleef ik naar jou verlangen
Nu
blijf ik je trouw tot in het graf
Refrein:
Veeg
je tranen nu af
Zeg
dat je mij vergaf
Want
mijn hart dat verlangt slechts naar jou
Veeg
je tranen nu af
Zeg
dat je mij vergaf
En
voor altijd beloof ik je trouw
Zo'n
aardige toet en je weet niet wat je doet
Maar
'k heb er zo'n spijt van
Hè,
toe maak het weer goed
Veeg
je tranen nu af
Zeg
dat je mij vergaf
Want
mijn hart dat verlangt slechts naar jou
Terug
naar overzicht |
|
Veel
bittere tranen
(C. Willems/C. Duijnstee)
|
|
Veel
bittere tranen
Die
huil ik om jou
Mijn
hart zal nog breken
Van
spijt en berouw
Veel
bittere tranen
Die
wissen niet uit
Dat
jij me beloofde
Ik
word eens je bruid
Vaarwel
m'n allerliefste schat
Vaarwel
de droom die ik gist'ren nog had
Geluk
dat maakte plaats voor verdriet
Al
zijn we nog vrienden
Dat
troost me toch niet
Veel
bittere tranen
Die
huil ik voor jou
Al
gaan ook de jaren
Mijn
hart blijft je trouw
Terug
naar overzicht |
|
Veel
jaren gaan heen
(melodie:
"Home on the range)
(met
dank aan Corry Verhoeven voor het sturen van de tekst) |
|
Veel
jaren gaan heen , leef je ‘t leven alleen,
Met
z’n zorgen, z’n vreugd en z’n leed.
Maar
eens op en keer, roept je hart je toch weer,
Naar
de plek, waar je ‘t ouderhuis weet.
Refrein:
Thuis
thuis weer te zijn,
In
het tuintje vol geurend jasmijn,
In
een stoel bij de haard,
Door
je moeder bewaard,
Voor
de zorgen van ‘t leven gespaard.
In
een wereld vol schijn, kan er niets beter zijn,
Dan
een veilige haven die wacht.
Want
jong uit het nest, voelt een vogel het best,
Hoe
de wereld soms afmat en jacht.
Refrein
Eens
komt dan de tijd, dat het leven vol spijt,
Voor
het laatst een "vaarwel" toe bedenkt.
Gedachten
gaan vlug, naar ‘t verleden terug,
Waar
een moederhart vreugde je schenkt.
Refrein
Terug
naar overzicht |
|
Veel
mooier dan het mooiste schilderij
(tekst: Han Dunk/muziek: Jaap
Valkhof/uitvoering o.a. Marcel Thielemans en The Ramblers/ Eddy Christiani) |
|
Refrein:
Veel
mooier dan het mooiste schilderij
Ben
jij, m'n lieveling ben jij
De
glans van je haar en de blos op je gezicht
Het
stralen van je ogen
Mooier
dan het zonnelicht
Ik
heb de Mona Lisa ook gezien
Dat
was voorwaar een droom
Maar
mooier dan dit mooiste schilderij
Ben
jij, m'n lieveling ben jij
Ik
hou van mooie dingen op artistiek gebied
Van
beeldhouwwerk, muziek en schilderkunst
Maar
hoe dit alles mij ook int'resseert
Toch
wordt door mij ten alle tijd beweerd
Ik
heb al veel musea zo hier en daar bezocht
'k
Heb velerlei op dit gebied gezien
Maar
wat ook ooit nog wordt tentoongesteld
Toch
zal door mij steeds worden verteld
Terug
naar overzicht |
|
Verborgen
smarten
(met
dank aan Betsy van Dijk voor het sturen van de tekst) |
|
Ziet
daar die Zigeuner dat knaapje eens slaan,
Wat
moet toch zoo'n knaapje ontberen,
Omdat
hij zoo even een fout heeft begaan,
Wijl
hij nieuwe kunstjes moest leeren.
Als
dan het knaapje huilt en beeft,
Omdat
het kou en honger heeft,
Klinkt
vaders stem heel norsch en barsch:
"Vooruit,
naar 't dorpje, voorwaarts marsch !"
Als
hij dan lacht en danst en bedelt om een cent,
Een
liedje zingt, dan schreit zijn harte,
Want
ieder houdt hem voor een kleine, leuke vent,
Maar
dat zijn verborgen smarten.
Ziet
daar nog een moeder, zij waakt bij haar kind;
Zoo
pas is er een dokter ontboden;
En
dan op haar angstvraag, hoe de kleine zich bevindt,
Is
weldra het leven gevloden.
Als
dan de knaap aan haar boezem rust
En
zij zijn bleke wangen kust,
Want
zij weet toch wat haar lieveling lijdt;
Wanneer
hij ziet dat zijn moesje schreit,
Als
zij dan lacht en zijn blonde lokken streelt,
Een
liedje zingt, dan schreit haar harte,
Omdat
God nu haar eenigst, lief kind ontsteelt;
Maar
dat zijn verborgen smarten.
Ziet
daar nog een dame: 't is middernacht,
Hoe
zij daar loopt te flaneeren,
Hoe
zij in schijn tegen iedereen lacht
En
wenkt aan voorbijgaande Heeren;
Als
er dan soms eens een blijft staan,
Dan
knoopt zij gauw een praatje aan,
Want
iedereen weet toch wel gewis
In
welk een leven of zij is.
Als
zij dan drinkt en lacht met zoo'n Heer, alleen
Een
liedje zingt, dan schreit haar harte;
Want
zij denkt dan weer aan die tijden van weleer,
Maar
dat zijn verboren smarten.
Terug
naar overzicht
|
|
Verdreven van huis
(met
dank aan Jan van der Zee voor het sturen van de tekst) |
|
In die koude wereld, altijd op straat,
Vraag ik een aalmoes aan elk die daar
gaat,
Barrevoets zwerven iederen dag,
Slijt ik mijn jonkheid in eindloos
geklaag,
Niemand tot hulpe, niemand tot troost,
Niemand beklaagt mij, geen die mij
troost,
Vaderloos, moederloos, draag ik mijn
kruis,
Ik, kind der ellende, verdreven van
huis.
De bloemen in bloei, eens zoo schoon
aan mijn zij,
't Is buigen zij 't hoofd, als
beklaagden zij mij,
Die tonen, aan vroolijke stemmen
gepaard,
In zalen der weelde, zoo talrijk op
aard,
O 'k weet wat het is, als ik eenzaam
zoo treur,
Ik voel, ik bezwijk, als ik klop aan
een deur,
Doovenmansdeur aan paleis of aan
kluis,
Geen hulp voor het weesje, verdreven
van huis.
O, waar moet ik henen, wat moet er
gedaan,
Ach niemand, die zegt mij, waarheen ik
zal gaan,
'k Ben moede, verkleumd, 'k heb
honger, geen kracht,
'k Weet nergens een schuilplaats voor
mij dezen nacht,
De vriend aller wezen, der werelden
Heer,
Ziet wis met meelijdenden blik op mij
neer,
'k Ga voort tot zijn bode me ontslaat
van mijn kruis,
En voert mij bij vader en moeder te
huis.
Slot
Niemand tot hulpe, niemand tot troost,
Niemand beklaagt mij, geen die mij
troost,
Vaderloos, moederloos, draag ik mijn
kruis,
Ik, kind der ellende, verdreven van
huis.
Terug
naar overzicht
|
|
Verdriet
(Wijs:
Hittepetit)
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst) |
|
Ieder
is steeds vol van blij verwachting,
Als
je speelt in de loterij,
En
je denkt, die mooie hinderdduizend,
Vallen
wel op het lot van mij.
En
je krijgt de trekkingslijst in handen,
Sterf
je bijn van verdriet,
Eén
nummer hooger vielde honderdduizend
En
het jouwe is een niet.
Dat
is verdriet, dat is verdriet,
Dat
je niet die mooie honderdduizend ziet.
Als
je voor een bierhuis staat te kijken,
Op
een zeer warmen zomerdag,
En
zoo'n drankje zou je wel goed lijken,
Die
je een ander drinken zag.
En
je durft dan toch maar niet naar binnen,
Terwijl
je naar een biertje snakt,
Ja,
wat moet je dan beginnen,
Als
hebt geen cent op zak.
Dat
is verdriet, dat is verdriet,
Als
een ander bier drinkt en jij krijgt het niet.
Als
je als soldaat op Zondagmiddag,
Met
een lief meisje uit zult gaan,
En
je moet voor straf den heelen middag,
Voor
de kazern' op schildwacht staan.
En
je moet dan 't mooie lieve meisje,
Met
een ander uit zien gaan.
Dan
verwensch je 't lieve sijsje,
En
je wenscht haar op de maan.
Dat
is verdriet, dat is verdriet,
Als
je jou lieve meisje bij een ander ziet.
Als
je steeds een ruime twintig jaren,
Een
onbezorgd vrij leven leid,
Mooie
meisjes, die je evenaren,
Helpen
je door de eenzaamheid.
Verloven
laat je je vele keren,
Voor
de lol en aardigheid,
En
je moet dan tegen je begeeren,
Trouwen
met de keukenmeid.
Dat
is verdriet, dat is verdriet,
Als
je trouwen moet en je wilt het maar niet.
Pas
getrouwd, slechts bijna zeven weken,
Krijg
je een brief van je schoonmoe,
Ik
verlang je wel eens te spreken
En
kom daarom naar jullie toe.
En
je schrijft ik kan je niet ontvangen,
Want
mijn vrouw is niet heel wel,
En
zij schrijft, ik heb toch zoo'n verlangen,
En
kom met de extra-snel.
Dat
is verdriet, dat is verdriet,
Als
je schoonmoet komt maar die je graag niet ziet.
Terug
naar overzicht
|
|
Vergeet
mij niet
(1933 uitvoering: August de Laat en
ook De Straatzangers) |
|
Refrein:
Hoe
vele jaren we elkander moeten missen
Dat
weet ik niet, dat weet ik niet
Maar
wat het lot in de toekomst zal beslissen
Vergeet
me niet, mij niet
Het
lot besliste over jou en mij
De
harde noodzaak in de maatschappij
De
wrede woorden, strijd om het bestaan
Verplichtte
mij om heel lang van jou weg te gaan
Refrein
Vaarwel
mijn liefste, blijf mij altijd trouw
Al
mijn gedachten blijven steeds bij jou
Als
ik terug kom voer ik je blij van zin
Dra
als mijn bruidje paradijs der liefde in
Refrein
Terug
naar overzicht
|
|
Vergelding
(Jerry en Mary Bey)
(met
dank aan Betsy van Dijk voor de tekst) |
|
Je
hebt m'n jonge leven
Zo
harteloos vernield
Waarom
zei jij die woorden
Dat
jij zo van me hield
Je
had me trouw gezworen
Maar
hield je er niet aan
Je
nam voor mij een ander
Bent
van me heengegaan.
Refrein:
Maar
als je geweten gaat spreken
Dan
heb je geen rustig bestaan
Nu
ben je gelukkig, maar eens zal voor jou
Het
uur van vergelding slaan.
Voor
mij is slechts gebleven
De
liefde van ons kind
Waar
ik m'n verd're leven
Alleen
nog troost in vind
Je
wilt ons nu niet kennen
Je
loopt ons nu voorbij
En
tegen and're mensen
Geef
jij de schuld aan mij!
Refrein
Terug
naar overzicht
|
|
Verlaten
(In den vreemde)
(tekst Ferry) |
|
Hij
liep maandenlang op de keien
,
En
de toekomst bood hem geen bestaan.
Zijn
oudjes die hadden het amper
,
Dus
zo'n leegloper was niets gedaan
.
Hij
meldde zich toen voor 't legioen aan,
't
Was uit wanhoop en zette zijn poot,
Zij
wuifden hem na van de kade
,
En
hij neuriede droef op de boot.
Refrein:
Ver
van allen
Waarvan
ik heb gehouden,
Zwerf
ik thans rond
In
alle eenzaamheid.
Elk
die ik heb liefgehad,
Zal
ik niet meer aanschouwen.
Vergeet
mij niet,
En
denk van tijd tot tijd,
Een
ogenblik aan mij,
Die
in de vreemde lijdt
Zo
deed hij z’n plicht vele jaren,
Met
zijn makkers in ’t Indisch armee.
En
was tussen duizend gevaren,
Invalide
geraakt in Atjeh.
Met
kerstmis, met ’t oude en nieuwe,
Voelde
hij zich zo droef en alleen.
En
telkens op moeders verjaardag,
Zong
hij mijmerend en stil voor zich heen.
Refrein
Hij
was driekwart oud en versleten,
Toen
men hem zijn pensioentje aanbood.
Hij
kwam toen terecht in de kampong,
Want
zijn oudjes, die waren lang dood.
Z’n
meid was getrouwd met een ander,
Dus
verbroken was iedere band.
Maar
toch zingt hij soms bij de herinn’ring,
Aan
zijn oudjes, zijn meid en zijn land….
Refrein
Terug
naar overzicht
|
(uitvoering: Willy Walden & Piet
Muyselaar)
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
|
|
Vier ouwe mannetjes die zaten in 't
plantsoen
Honeymoon te doen
Vier ouwe mannetjes, zo in 't
jonge groen
Op een mooie warme dag in de lente.
Waarover spraken zij, die vier daar in
't plantsoen
Tussen 't prille groen
Over die ouwe tijd, die mooie tijd van
toen
En hun enig jonge hart in de lente
Vier ouwe mannetjes, vier ouwe
mannetjes
Vier ouwe mannetjes, vier ouwe
mannetjes
Doe-doebie-doeb,
doebie-doebedoebe-doeb (enz)
Dab-dabbedab, dabbe-dabbesabbedab (enz)
Doe-doebie-doeb,
doebie-doebedoebe-doep (enz)
Wiedewiet-wiet-wiet,
wiedewiedewiedewiet (enz)
Dada, dabedada (enz)
La-lalalalalalala (enz)
Laliladila
Dat is de man
Laliladila
Dat is de vrouw
Klaartje lief
Pracht wief
Terug
naar overzicht
|
|
Visioen
(gezongen
door pa Kartner, vader van Pierre Kartner)
(met
dank aan Marc Blokland (†) voor het sturen van de tekst) |
|
Een
visioen is me plots verschenen
Ik
zag een vijftal kribben staan
Waarin
een Rus, Fransman en Belg
Een
Duitser en een Italiaan
De
laatste woorden voor hun sterven
Tot
Hollands zuster van het rode kruis
Maar
zo wreed, bedroeft, verdrietig
Van
hun vrouw, van hun kind, van hun moeder thuis.
De
Rus sprak tot de lieve zuster
Het
land waarvoor ik mijn leven laat
Ben
ik geen dankbaarheid verschuldigd
Land
van vervolging, land van haat
Mijn
leven eindigt toch zo somber
In
zo een groot en triestig huis
Oh
God, waarom mag ik niet sterven
Bij
mijn vrouw, bij mijn kind, bij mijn moeder thuis.
De
Fransman die zeide snikkend
Mijn
laatste uur dat is nabij
Ja
zuster, ik leefde zo gelukkig
Met
wat ik liefhad aan mijn zij
En
toen zacht huilend als een knaapje
Maakte
hij voor de laatste maal een kruis
En
zeeg'nend onder diepe stilte
Zijn
vrouw, zijn kind, zijn moeder thuis.
Daar
nadert de zoon van het land der Belgen
Die
gillend op zijn sterfbed zong
Mijn
land, mijn koning zijn niet schuldig
Daarom
roep ik Gods zeeg'ning in
Toen
is hij zachtjes in gaan slapen
Riep
schreiénd, God steunt allen thuis
Want
vadertje komt nooit terug meer
Bij
zijn vrouw, bij zijn kind, bij zijn moeder thuis
En
dan de vierde is een Duitser
Onrustig
is zijn stervensuur
Zijn
land verdient de naam wel
Land
van beschaving, van cultuur
En
toen de brave liefde zuster
Vol
eerbied wees op zijn ijzeren kruis
Toen
gilde hij met een lach, zijn doodslach
Het
is geen vrouw, het is geen kind, het is geen moeder thuis
De
Italiaan dat is de vijfde
En
met zijn driftige natuur
Heeft
hij tot het laatste toe gestreden
Tot
nu toe aan zijn stervensuur
Zijn
leven eindigt toch zo somber
Muziek,
zijn ideaal in huis
En
nu zo ver te moeten sterven
Van
zijn vrouw, van zijn kind, van zijn moeder thuis
Terug
naar overzicht
|
|
Visscher Barend van IJmuiden
(met dank aan Inez voor het sturen van
de tekst) |
|
Dag Katrien, sprak visscher Barend,
't Is mijn tijd, ik ga er op uit,
De zee bedaard, de lucht is klarend,
En dan, ik heb een goede schuit;
Je ben te klein om mee te varen,
Zeur nu niet wacht tot de Paasch;
Hier heb je een cent, maar je moet
sparen,
Dan koop je een schuit, dag lieve Klaas.
Refrein:
Moeder wanneer is het Paasch,
Want dan mag ik met vader varen,
Zoo vraagt lief vleiend kleine Klaas,
En vang ik visch
Dan ga ik voor een schuitje sparen.
De morgen daagt de zee is rustig,
De zon loert door het venster heen,
Vrouw en kind zijn levenslustig
Voor angst bestaat geen reden, neen;
Katrien en Klaasje zingen samen
Van de zeeman en zijn bruid,
Avondrood valt op de ramen,
Terwijl de klok voor bedtijd luidt;
Refrein
t Is nacht, de zee begint te tieren,
De bliksem klieft, de donder rolt,
Hoort hoe woest de winden gieren,
Alles schreiend strandwaards holt;
Knielend liggen zij terneder,
Goede God heb medelij
Spaar de onzen in dit weder,
En Klaasje vraagt onschuldig blij:
Refrein.
Het dorp in rouw, de klokken luiden,
Daar nadert ginds een droeve stoet,
't Is Visscher Barend van IJmuiden,
Eerbiedig wordt zijn lijk begroet;
Marmerbleek ziet Klaasjes moeder
Valt snikkend op baar Barend aan,
Haar smartkreet luidt : ,,O Albehoeder,
Wat hebben wij dan toch misdaan ?"
Refrein
Terug
naar overzicht |
|
Visscherslied
(H. Gras/G.H. Harting)
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het
sturen van de tekst) |
|
Het windje steekt op, hoor het roept ons
naar zee,
Jo - ho, Jo - ho, Jo - ho !
Neem afscheid mijn jongen:
De boot ligt al reê,
Jo - ho, Jo - ho, Jo - ho !
We hupp'len met 't scheepjen de haven
blij uit,
En keeren van avond beladen met buit
Terug naar het land, terug naar het
land.
De kabb'lende golfjes bespatten het
boord,
Jo - ho, Jo - ho, Jo - ho !
Het scheepsvolk zingt vroolijk,
Zooals het behoort,
Jo - ho, Jo - ho, Jo - ho !
De wind blaast in 't zeil, dat zich bolt
om de mast,
De schipper houdt stevig den helmstok
maar vast
En tuurt over zee, en tuurt over zee.
En straks, als het net zwaar wordt
binnen gehaald,
Jo - ho, Jo - ho, Jo - ho !
Dan wordt er door Janmaat niet langer
gedraald,
Jo - ho, Jo - ho, Jo - ho !
Zijn hart trekt naar moeder, naar vrouw
of naar kind,
Naar 't huisje, waarin hij gezelligheid
vindt,
En rust na het werk, en rust na het
werk.
Terug
naar overzicht |
| Vissersmeisje |
|
Refrein:
Mijn
vissersmeisje, kom wacht een reisje.
Zing
bij dit wijsje, een blij refrein.
Het
vissersleven, zal vreugde geven.
Want
wendt de steven, 't zal heerlijk zijn.
Stap
in niet langer dralen,
Want
we steken van wal.
In
't licht der manestralen,
Wat
de vangst wezen mag.
Trek
stevig aan de touwtjes,
Haal
weer de neten in,
dra
ben je 'n vissersvrouwtje,
Is
dat wel naar je zin ?
Refrein
O,
hoor, de golfjes kabb'len,
Tegen
slagzijde aan.
Zo
gaat ook door jouw babb'len,
Vol
gloed mijn harte slaan.
Stuur
naar de oever henen,
Zit
naast mij in het zand.
Zing
ik als een sirene,
Voor
jou alleen aan 't strand.
Refrein
Aan
boord zijn nu de netten,
Zie
de vissen vol glans.
Die
spart'lend zich verzetten,
Met
hun zilveren dans.
Kijk
eens daar in de hoge,
Sterren
in lichte nacht.
Blauw
als je mooie ogen,
Waar
steeds mijn hart naar smacht.
Refrein
Terug
naar overzicht
|
| Vlak
bij de vissershaven |
|
Ik
ben dol op de zee met haar wel en haar wee
Haar
geweldige kracht trekt mij aan
Ik
ben trots om mijn schuit, zing het hoogste lied uit
Als
ik vecht tegen storm en orkaan
Is
de zee spiegelglad, lig ik stil als een kat
In
haar mand in de kleine kombuis
En
dan droom ik heel zacht van mijn schat, die mij wacht
Dan
verlang ik toch weer naar huis
Refrein:
Vlak
bij de vissershaven
Daar
woont een aardig wicht
Haar
mooie blonde haren
Vergeet
je niet licht
En
loopt mijn schuitje binnen
Komt
zij mij tegemoet
Dan
lees ik in haar ogen:
"Zo
is het leven goed"
Valt
de vangst nog al mee, dan voel ik me tevreê
Kijk
voldaan naar de glinsterende vis
Als
de zon er op schijnt en het schip even deint
Is
het net of het kwikzilver is
Volgen
meeuwen in vlucht pijlsnel door de lucht
Tot
de haven verschijnt in 't verschiet
Dan
voel ik zo blij als een vogel in mei
Zing
verlangend dit aardige lied:
Refrein
Stap
ik vlug in mijn schuit, maakt haar olijke snuit
Dat
ons wederzien groeit tot een feest
Na
een pakkerd, een zoen, raak ik echt uit mijn doen
Ben
ik nooit zo gelukkig geweest
Na
wat vrolijk gezwier bij likeurtjes en bier
Breekt
de tijd van naar zee gaan weer aan
Enigszins
van de wijs, zegt mijn schat "Goede reis"
In
haar oog blinkt dan even een traan
Refrein
Terug
naar overzicht
|
|
Vlieger
(Duo Hofmann 1931) |
|
Kleine
Jantje kreeg een vlieger
O, wat was dat ventje blij
Vader zei: "'t is morgen zondag
En dan gaan we naar de wei.
Omdat jij zo'n mooi rapportje
Van de meester hebt gehad,
Gaan we morgen met de vlieger
Fijn naar buiten, lieve schat."
Refrein:
Dan gaat hij hoger, altijd hoger
Ik laat hem vliegen steeds maar weer.
Misschien komt hij wel in den Hemel
Heel hoog bij onzen lieven Heer.
Uren lag het ventje wakker
In z'n hoofdje rijpt een plan
Kinderlijk was het berekend
Eindelijk dacht hij: "Ja, dat kan"
En toen vader 's morgens opstond
Was z'n jongen al gekleed
En hij juigte bij 't vooruitzicht
Wat of straks de vlieger deed
Refrein
Vader keek of alles goed was
En daar zag hij aan den staart
Door een kinderhand beschreven
Goudversierde ansichtkaart
En met tranen in de ogen
Las hij: "Allerliefste moe,
'k Stuur u voortaan iedere zondag
Een ansicht naar den Hemel toe
Refrein
Terug
naar overzicht
|
| Vluchten
kan niet meer (A.M.G. Schmidt/H. Bannink) |
|
Vluchten
kan niet meer, ‘k zou niet weten waar
Schuilen alleen nog wel, schuilen bij elkaar
Vluchten kan niet meer
Vluchten kan niet meer
Vluchten kan niet meer, heeft geen enkele zin
Vluchten kan niet meer, ‘k zou niet weten waarin
Hoe ver moet je gaan
In zaken of werk, of in discipline
In Yin of in Yang of in heroïne
In status en auto en geld verdienen
Hoever moet je gaan
Vluchten kan niet meer
Hier in Holland sterft de laatste vlinder op de allerlaatste bloem
En alle muziek die overblijft is de supersonische boem
Vluchten kan niet meer, ‘k zou niet weten waar
Schuilen kan nog wel, heel dicht bij elkaar
We maken ons eigen alternatiefje
Met of zonder boterbriefje
M’n liefje, m’n liefje, wat wil je nog meer
Vluchten kan niet meer
Vluchten kan niet meer
Terug
naar overzicht
|
|
Voetbal
marsch
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst) |
|
Een echt Hollandsch jongen,
Die mint het voetbalspel.
Het staalt zijn jonge spieren
En maakt zijn beenen snel.
Zijn bloes komt in beweging,
Hij voelt zich frank en vrij.
En valt er wat te spotten,
Is hij er dadelijk bij
Refrein:
Komt laat de klok maar luiden,
Komt laat de klok maar slaan.
Er is geen sport ter wereld,
Die voetballen kan verslaan
En maakt de club een doelpunt,
Dan schreeuwt ze luid: "hoera !"
Dat balletje zat prachtig,
De kieper keek het na.
Het was een keihard trappie,
Die middenvoor speelt fijn.
Zijn naam die zal beslist wel,
In het Neêrlandsch elftal zijn.
Refrein
Verdedigt 't Neêrlandsch elftal,
De nationale eer,
Is heel het land in spanning,
Is ieder in de weer.
Ze moedigen geestdriftig,
De voetbal sterren aan
En juichen 't Neêrlandsch elftal,
Dat zal nooit verloren gaan !
Refrein
Terug
naar overzicht
|
|
Vogel
op Nelly's hoed
(met
dank aan Marc Blokland (†) voor het sturen van de tekst) |
|
Als
de zondag in het land was
Dan
leefde onze Pieter pas
Schoone
boord, schoone manchetten
Gloednieuwe
paarsgroenlila das
Met
het meisje aan de wandel
Hemels
wezen, heerlijk zoet
Mouselientje,
hoge hakjes
Reuze
vogel op haar hoed.
Ik
loop nooit met heren die ik niet goed ken
Zoiets
vind ik niet netjes en niet goed
Gistermiddag
is ze er met eentje nog vandoor geweest
Zei
't kleine vogeltje op Nelly's hoed
En
nu ik jou gevonden heb nu is het uit
Je
zult mijn enig vriendje zijn is dat goed?
Nou
jij kent Nel niet zoals ik haar ken
Zei
't kleine vogeltje op Nelly's hoed
's
Avonds zag je ze dan wandelen
Zaligjes
in de maneschijn
Weldra
kwam haar vriend haar vragen
Nel,
wil je mijn verloofde zijn
Blozend
was het enige antwoord
Toen
een zedig schuchter: "ja."
Toen
een poos van doodse stilte
Toen
een zucht, spreek met papa
'k
Wil alleen jou meisje zijn maar voor de eeuwigheid
Zei
Nelly en ze keek zo lief en zoet
Gisteravond
heeft ze een ander dat net zo gezeid
Zei
't kleine vogeltje op Nelly's hoed
En
toen Jan ze eensklaps zoende, zei ze, o wat fijn
't
Is voor de allereerste keer wat is dat zoet
Nou
jij kent Nel niet zoals ik haar ken
Zei
't kleine vogeltje op Nelly's hoed
Heerlijk
dwalend door de bossen
Toekomstdromen
zonder end
Hij
zei, liefste is mijn streven
Weet
je dat jij mijn alles bent
Als
de grote torenklok dan
Onverwacht
tien uren sloeg
Toen
zei Nel, ik moet naar huis toe
Schattebout,
nou is 't genoeg
Ik
wist niet dat ik zoveel van iemand houden kon
Zei
Nelly met een boordevol gemoed
Dat
's de zesde keer dat ze die leugens verzon
Zei
't kleine vogeltje op Nelly's hoed
Maar
nu moet ik vlug naar huis, want na tien uur op straat
Is
voor een meisje zoals ik niet net en goed
Nou
jij kent Nel niet zoals ik haar ken
Zei
't kleine vogeltje op Nelly's hoed
Maar
na een poosje kwam er ruzie
De
hele boel die liep verkeerd
En
toen gingen ze uit elkander
Want
er werd niet geharmonieerd
Scheiden
wij als goede vrinden
Och
het hart dat doet me pijn
't
Had heel mooi kunnen wezen
Maar
het heeft niet mogen zijn.
Nelly
zei, al je cadeautjes hou ik liever maar
Als
souvenir aan jou, vind je dat goed
Die
staan op een rijtje in de lommerd bij elkaar
Zei
't kleine vogeltje op Nelly's hoed
Geef
me enkel maar je verlovingsring maar terug
Zei
de jongeling met een boordevol gemoed
Nou
jij kent Nel niet zoals ik haar ken
Zei
't kleine vogeltje op Nelly's hoed.
Terug
naar overzicht
|
|
Volendam,
je bent de parel
(muziek/tekst: P. Schon/J. Tekstra uitvoering: Kees
Manders)
|
|
Refrein:
Volendam,
je bent de parel van die ouwe Zuiderzee
Met
je kleine, houten huisjes en je scheepjes aan de ree
Volendam,
je bent de parel, jij trekt heel de wereld aan
Waar
de klompjes voor de deurtjes in de schone straatjes staan
Wie
Holland op z'n mooist wil zien, die gaat naar Volendam
Het
meest geliefde plekje van, waar ik ter wereld kwam
Die
wonderschone klederdracht, vol bonte kleurenpracht
Men
voelt zich daar, als was men in een toverland gebracht
Refrein
Het
ligt daar als een sprookje in 't groene kikkerland
Al
werd de Zuiderzee een meer, toch blijft 't int'ressant
Het
Volendammer meisje is een pop in haar kledij
Het
allerschoonste schilderij, dat haalt 't daar niet bij
Refrein
Volendam,
je bent de parel, jij trekt heel de wereld aan
Waar
de klompjes voor de deurtjes in de schone straatjes staan
Terug
naar overzicht
|
|
Voor een kusje van jou
(tekst en muziek: Bart Ekkers /
uitvoering: Helma en Selma)
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst) |
Zeg, kom eens even hier met je oor,
'k Wil er wat in fluist'ren
Want het gaat geen ander aan,
Zeg....zeg moet je 's luisteren.
Wil ik alles, alles geven,
Wil ik niet meer verder leven,
Geef me er eentje, alsjeblief....
Wil ik alles, alles geven,
Zeg, blijf nog even hier met je oor,
Jij krijgt ook een kusje t'rug,
Zeg....zeg....moet je weten.
Terug
naar overzicht
|
|
Voor
vrouw en kinderen
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst) |
|
Ach
menschen wil dit lied eens lezen,
Ik
ben een arme zo u ziet.
Door
werkloosheid zo geworden,
Brengt
mij kommer en verdriet.
Ik
heb een vrouw en twee kinderen,
Die
vragen mij dagelijks om brood.
En
ik o arme kan niet geven,
Wie
helpt mij mee uit dezen nood.
Ik
was eertijds een vlijtig werkman,
Ik
leefde in geluk en vree.
Ik
leefde zonder zorgen en kommer
En
was toen dankbaar en tevree.
Toen
kwam die wreede werkloosheid, o wee,
Mij
breken mijn geluk en vree.
Die
eens verwachte werkloosheid,
Stond
ook voor mijne deur geree.
Door
radeloosheid niet wetend,
Wat
ik moest beginnen voor mijn brood.
Ik
dacht laat ik een versje maken
En
verkopen in deze nood.
Hoeveel,
edele menschen,
Hebt
gij aan buitenlands volk niet gedaan.
Koop
heden eens een versje,
Uw
daad blijft voor God bestaan.
U
mag bij het koopen van dit versje,
Mij
geven wat U zelf maar wilt.
U
maakt mij o zoo dankbaar,
En
maakt mij voor de Gode stil.
Steeds
zal ik u gedachtig blijven,
U
die mij hielp uit deze nood.
U
die door het koopen van mijn verzen,
Mij
en de mijne helpt aan brood.
Terug
naar overzicht
|
|
Vrienden
in den nood (tekst: George Hofmann/muziek: Frans Bogaert)
(met
dank aan Betsy van Dijk voor het sturen van de tekst) |
|
Als
't je in 't leven tegenloopt,
En
je zit in de dalles,
Dan
geef je elkeen goeie raad,
Maar
dat is dan ook alles.
"Kom
kerel," zegt men, "drink es leeg,
Het
zal wel beter lopen."
Men
houdt je vrij, maar vraag nu eens
Een
pop om brood te kopen;
Refrein:
Vrienden
in den nood,
Honderd
in een lood.
Als
je hen maar niet om hulp komt vragen,
Want
men zegt je dan:
"Heusch
m'n beste man,
Ik
heb nog veel meer dan jij te klagen,
De
lasten zijn te zwaar,
'k
Leg geld toe ieder jaar,
En
ik weet niet hoe ik het nog moet kroppen,
'k
Weet niet hoe 't moet gaan,
'k
Raad je daarom aan
Om
liever bij een ander aan te kloppen."
En
waar je komt daar vang je bot,
Je
allerbeste vrinden,
Al
konden zij het heel goed doen,
Zijn
niet voor hulp te vinden.
En
klaag je, dat je vrouw en kroost
Niet
meer kunt onderhouwen,
Dan
zegt men: "'t Is je eigen schuld,
Je
had nooit moeten trouwen."
Refrein
Je
zaak wordt slechter met den dag,
't
Bankroet is niet te keeren,
Tenzij
een goeie ouwe vriend
Met
geld wil assisteeren.
Je
vindt er een, die wil misschien
J'
uit de misère halen,
Wanneer
je vrouw dan met haar eer
De
rente zal betalen.
Refrein
Terug
naar overzicht |
|
Vriendinnetje
(met
dank aan Betsy van Dijk voor het sturen van de tekst) |
|
In
de jaren dat de man in jonge overmoed niet vraagt
Naar
het leven met zijn plichten en zijn wetten,
Komt
het meisje op zijn pad, dat zonder moeite er in slaagt
Zijn
ontvankelijk gemoed in vlam te zetten.
U
kent dat wel, zo'n kind, dat je met één blik alles doet,
En
waar je bij je pa een berg bezwaren om ontmoet.
Elke
man heeft van zijn leven een vriendinnetje gehad,
Waar
hij veel van heeft gehouden,
Dat
hij dankbaar blijft herdenken, als des levens grootste schat,
Maar
waar hij toch niet mee kon trouwen.
Want
het leven is een warnet van conventies en fatsoen
En
van allerhande dingen, die je al dan niet kunt doen.
En
dan is er nog het noodlot, dat je opneemt en verstrooit,
Maar
dat vriendinnetje, dat klein vriendinnetje,
Dat
vergeet een man toch nooit !!!
Met
een vrouw is het wat anders, als een vrouw er ooit toe komt
Rang
en afkomst voor haar liefde te vergeten.
Dan
neemt niemand haar dat kwalijk, want haar hart is haar domein
En
de liefde daar Primair zoals we weten.
Maar
zeg eens: waar ter wereld wordt een man getolereerd,
Die
't hoofd niet op wat beters dan op liefde concentreert ?
En
toch hebben ze haast allen zo'n vriendinnetje gehad,
Eéntje,
waar je van mocht houën.
Dat
je nimmer zult vergeten, daartoe was 't te grote schat,
Doch,
waar j' onmogelijk mee kon trouwen.
Want
tenslotte was je zaak daar, je familie, je fatsoen
En
die hele reeks van dingen, die je al dan niet kunt doen.
En
dan was er nog het noodlot, dat je beiden heeft verstrooid
Maar
dat vriendinnetje, dat klein vriendinnetje,
Dat
vergeet een man toch nooit !!!
Voor
de mannen zijn op aarde louter plichten weggelegd,
Al
het and're is veroordeeld tot verlepping.
"Man
zijn” duidt op zwarte jassen, stijve boordjes plus een vrouw,
Met
een stamboom die terug gaat tot de schepping.
Die
daarmee durven breken, heus die vind je niet te veel,
De
meesten sukk'len levenslang als ossen in 't gareel,
En
toch hebben ze haast allen zo'n vriendinnetje gehad,
Echt
zo'n kind om van te houën.
Waar
ze levenslang naar snakken, als een vroeg verloren schat,
Maar,
die ze toch niet durfden trouwen.
Want
dan was ze niet ontwikkeld, of van heel gewone stand,
Of
er was iets met 'n lid van haar familie aan de hand.
En
dan was er nog dat noodlot, dat hen beiden heeft verstrooid,
Maar
dat vriendinnetje, dat klein vriendinnetje,
Dat
vergeet een man toch nooit !!!
Terug
naar overzicht |
|
Vrij zijn als een vogel
(met
dank aan Gerrit Weernink voor het sturen van de tekst) |
|
Intro:
Vrij zijn als een vogel, dat wil toch
iedereen
De zon, de wind en de sterren
Vrij als een vogel en niemand om je heen
We zijn toch, zo druk, in ons leven
Slapen en werken elke dag
Mensen je moet nemen en geven
Bloemen bloeien ja de zon schijnt met een lach
Vrij zijn als een vogel dat wil toch
iedereen
De zon, de wind en de sterren
Vrij als een vogel met niemand om je heen
Tussenspel:
Maanden en jaren die gaan voorbij
Zorgen zijn voor morgen ja denk daaraan
Gelukkig zijn in het leven voor jou en mij
Ook in de wereld blijft de vreugde steeds bestaan
Vrij zijn als een vogel dat wil toch
iedereen
De zon, de wind en de sterren
Vrij als een vogel met niemand om je heen
Vrij zijn als een vogel dat wil toch iedereen
De zon, de wind en de sterren
Vrij als een vogel met niemand om je heen
Intro 2X
Terug
naar overzicht |
|
Vrouwen
en wijn
(tekst Fred Staal / muziek: Gerhard
Winkler)
(met
dank aan Gerrit Weernink voor het sturen van de tekst) |
|
In de gouden zonneschijn
Met zijn wagentje vol wijn
Rijdt Enrico met zijn ezel naar Milaan
En vlak naast hem zit zijn schat
Bruingebrand door 't zonnebad
En Enrico geeft haar zingend te
verstaan:
Refrein:
Vrouwen en wijn, vrouwen en wijn,
Neem je die twee mee op reis
Bij maneschijn, bij maneschijn
Dan raakt je hart van de wijs.
Zoet is de wijn, zoet is de wijn,
Maar zoeter smaakt nog een zoen.
En tot slot bezwijkt, hoe je 't ook
bekijkt.
Toch je hart voor vrouwen en wijn.
En komt Enrico 's middags aan,
In de schone stad Milaan,
Rijdt hij daad'lijk naar café „de
Witte Kat"
En zijn ezel vindt dat fijn,
Die krijgt water, hij krijgt wijn,
En Enrico zoekt een plaatsje met zijn
schat.
Refrein
In de gouden zonneschijn,
Met zijn wagentje vol wijn,
Rijdt Enrico met zijn ezel menig jaar.
En vlak naast hem zit zijn schat,
Bruingebrand door 't zonnebad,
En die twee worden op zeek're dag een
paar..
Refrein
Hij roept dan: „Schenk ons in,
kastelein"
Want ik breng je weer wijn.
Op de weg naar Milaan,
Heeft de zon hoog gestaan.
Hallo, kom schat, je houdt toch van
mij
Schuif je stoel dichterbij, Zo pleegt
het gesprek te zijn, bij wijn.
Dát eindigt in gevrij !
Refrein
Terug
naar overzicht |
|
Vurige hoop
(Whispering Hope)
(met dank aan Corry Verhoeven voor het sturen van de tekst) |
|
Nooit zal ’k die dag ooit vergeten,
Dat je hier weg bent gegaan.
Ik bleef alleen met m’n liefde,
Jij ging heel ver hier vandaan.
‘t Leven werd leeg toen je heen ging,
Ik bleef alleen met m’n smart,
Toch ben je altijd nog bij me,
Want je leeft diep in mijn hart.
Refrein:
Vurige hoop brengt je beeld steeds
weer voor mij,
Want mijn geluk en mijn leven ben jij.
‘k Hoop dat de dag eens zal komen,
Dat je weer thuis bent bij mij.
‘k Zal daarvan ie’dre nacht dromen,
Want dan alleen voel ‘k me blij.
Jij bent in al m’n gedachten,
Al ben ik nu zonder jou.
Jaren lang wil ik nog wachten,
Want ik blijf altijd je trouw.
Refrein
Terug
naar overzicht |
| |
|