Uit (groot)moeders tijd
Tabé,
ik kies weer de zee
(uitvoering:
Helma en Selma)
Refrein:
Tabé,
tabé, zo is het zeemansleven.
Tabé, tabé, tabé ik kies weer zee.
M'n
lief ik moet scheiden, ik moet weer naar zee
M'n schip ligt te wachten, daar ginds op de ree.
Ik moet weer gaan varen, dat zit in mijn bloed,
Adieu dan mijn liefste, tabé 't ga je goed.
Refrein
Ik
hou van de golven, de zon en de wind
Ik
hou van de ruimte, een vrouw die bemint
Maar
ik hou niet van tranen, dus droog ze maar vlug
Je
weet toch, m'n liefste, ik kom weer terug
Refrein
Mijn lief 'k zal je schrijven, schrijf
jij ook aan mij.
Dan lijkt er de scheiding, veel
vlugger voorbij.
Want simpele woorden, die geven vaak
moed.
Adieu dan mijn liefste, tabé 't ga je
goed.
Tabé,
tabé, zo is het zeemansleven.
Tabé, tabé, tabé ik kies weer zee.
Tabé,
ik kies weer de zee
Terug
naar overzicht
Tabé
Nonja
(tekst: Lou Bandy en Hans de Regt/muziek: Eugenie Bandy/uitvoering:
Lou Bandy 1930))
(met
dank aan Betsy van Dijk voor het sturen van de tekst)
Huil
nou maar niet en droog je lieve oogen,
En
breek m'n hart niet met je snik en traan,
Het
leven is toch zonder mededoogen;
Het
noodlot wou dat 'k eens van jou moest gaan.
Ik
zal het nooit, neen nimmermeer vergeten
Ons
hutje bij dien grooten klapperboom,
Waar
ik met jou zoo dikwijls heb gezeten -
Voorbij,
voorbij is nou die mooie droom.
Refrein:
Tabé,
Nonja, ik moet je nou verlaten.
'k
Vergeet de liefde nooit die jij me zwoer,
Want
blank en bruin zullen elkaar nooit haten,
Dag
lieve meid, uit 't mooie Signapoer.
Ik
weet het wel, je kon soms nijdig wezen,
Als
ik bedronken in de kampong kwam.
Ik
kon het in je zwarte oogen lezen,
Zoo'n
dronken Orang-Blanda vond je lam.
Je
gapte la wat blonk dan uit m'n zakken,
En
van m'n jas en keep het goudgalon,
Maar
'k heb van jou toch nog veel meer gestolen,
Veel
meer dan jij van mij ooit nemen kon.
Refrein
Laat
me nu gaan, ik kan het niet verdragen,
Dat
dit het loon is voor jou groote hart;
Tot
aan het einde van m'n levensdagen
Zal
ik aan jou denken vol berouw en smart.
Zeg
aan ons kind, die lieve kleine Nonja,
Die
mij eens noemen zal een slechten man,
Dat
er een pop uit Holland komt van Pappa,
Zoo
gauw als hij de centen missen kan.
Refrein
Terug
naar overzicht
Tammy
(tekst:
Henk van der Molen/muziek: Ray Evans/uitvoering: Bebbie Reynolds)
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
Bloemen
ontluiken
Vergeefs
bij ons thuis,
Tammy,
Tammy,
Kom
weer naar huis !
De
lucht is vervuld
Van
een voorjaarsgedruis,
Tammy,
Tammy,
Kom
weer naar huis !
Dat
de sneeuw weer smelt,
Op
het veld, stemt mij niet blij.
Het
is of de lentetijd,
Geen
zin meer heeft voor mij !
Jij
was gelukkig,
Want
hier was je thuis,
Tammy,
Tammy,
Kom
weer naar huis !
Zie
hoe de linde
Weer
bloeit bij ons thuis,
Tammy,
Tammy,
Kom
weer naar huis !
De
beken. vervullen
Het
dal met gedruis,
Tammy,
Tammy,
Kom
weer naar huis !
Waar
de voorjaarswind,
Mij
soms vindt, ginds bij de plas,
Daar
droom ik soms urenlang
En
weet hoe het was.
Hier
wacht je zonneschijn,
Hier
hoor je thuis,
Tammy,
Tammy,
Kom
weer naar huis !
Terug
naar overzicht
Tango Max
(tekst: J. Molenaar / muziek: W.
Gabriel / uitvoering Lisette de Rijck)
(met
dank aan Gerard Engelbertink voor het sturen van de tekst)
Het is een heel groot ongemak
Ik heb voor mannen toch zo'n zwak
Voor ik het weet, sta ik in vuur en
vlam
Al zeg ik steeds en telkens weer
Dit was beslist de laatste keer
Dat er zo'n jongen met mijn hart een
loopje nam.
Vanaf vandaag word ik toch heus
Heel degelijk en serieus
En wacht ik rustig op de ware man
Maar tot mijn grote ergernis
Gaat het toch elke keer weer mis
Omdat mijn hart het flirten toch niet
laten kan.
Refrein:
Max, je bent zo charmant, zo lief en
elegant
Als je naar mij wil kijken, voel ik
mij bezwijken.
Max, al fluistert mijn verstand:
„Toe doe nou niet zo dom," mijn hart
roept smekend: „kom" !
Ja, al denk ik: „Wees toch wijzer,"
Het geeft me niets, want ik ben niet
van ijzer,
Zie 'k zo'n Adonis, die zo flink en
schoon is
Dan weet ik: ach, mijn hart is weer
van slag.
Max, je bent toch zo charmant, zo lief
en elegant.
Als je naar mij wil kijken, voel ik
mij bezwijken
Max, al fluistert mijn verstand:
,,Toe doe nou niet zo dom," mijn hart
roept smekend: „kom" !
Terug
naar overzicht
Tante in Honoloeloe
Ik heb een ouwe tante,
Die woont in Honoloeloe,
Heb zeven jaar verkering
Met een hele ouwe zoeloe,
Z'n tanden zitten los,
Als een palm op Honoloeloe,
Zoeloe, Hawaï en swing.
En als ze ligt te zonnebaden,
Dan ligt ze nooit alleen (Oh nee !)
Zeven van die hele grote negers
Swingen om haar heen.
Ik heb een ouwe tante,
Die woont in Honoloeloe,
Heb zeven jaar verkering
Met een hele ouwe zoeloe,
Z'n tanden zitten los,
Als een palm op Honoloeloe,
Zoeloe, Hawaï en swing.
Zoeloe, Hawaï en swing.
Zoeloe, Hawaï en swing.
Terug
naar overzicht
Tante
To d'r radio
(uitvoering Bob Scholte 1933)
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
Ik heb een tante, een heel braaf mens,
z'is zuinig en paraat
Alleen op microfoon gebied weet tante van geen maat
Ze heeft een zes watt toestel met een luidspeaker zowaar
Die brult en galmt de ganse dag de buurt haast bij elkaar
Refrein:
Mijn tante To heeft radio
Maar dat ding verveelt me zo
Ta ta ta ta ta, ta ta ta ta, ta ta ta ta ta ta
Het begint al vroeg met gymnastiek
En daarna grammofoonmuziek
Ta ta ta ta ta, ta ta ta ta, ta ta ta ta ta ta
Zij kent de wereld draadloos aan een lijntje
Wat kan een mens genieten voor een schijntje
Wanneer dat nog een week lang duurt
Verhuist beslist de hele buurt
Ta ta ta ta ta, ta ta ta ta, ta ta ta ta ta ta
Des morgens al voor dag en dauw zet
zij het toestel aan
Dat laat zij dan fortissimo tot middernacht zo staan
Liefst zet zij 'm voor het open raam, dat muisje krijgt een staart
De hele straat is nu al onbewoonbaar haast verklaard
Refrein
Terug
naar overzicht
Te
laat berouw
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
Toen
ik stond op hoge bergen,
En
ik keek in 't diepe dal.
Zag
ik daar drie vrijgezellen,
Bij
een heel mooi meisje staan.
Zag
ik daar drie vrijgezellen,
Bij
een heel mooi meisje staan.
En
de eerste dat was een ruiter,
En
de tweede een boerenzoon,
En
de derde was een koopman,
Die
het meisje graag hebben wou.
En
de derde was een koopman,
Die
het meisje graag hebben wou.
Juffrouw
Leentje schenk ons eentje,
Schenk
ons een glas brandewijn.
En
dan zullen wij vanavond,
Voor
het eerst eens vrolijk zijn !
En
dan zullen wij vanavond,
Voor
het eerst eens vrolijk zijn !
En
ze verzopen al hun kleren,
Want centen hadden zij niet meer ...
En ... zo kreeg het arme meisje,
Hare eer ook nimmer weer.
En
... zo kreeg het arme meisje,
Hare eer ook nimmer weer.
Had
ik maar die boer genomen,
'k Had gewis mijn dagelijks brood,
Maar met zulk een bezopen koopman,
Moet ik lijden hongersnood.
Maar
met zulk een bezopen koopman,
Moet ik lijden hongersnood.
Toen
ik jong was en op sprong was,
Wat een leven had ik toen.
'k Liep met ringetjes om mijn vingertjes,
En met strikjes op mijn schoen.
'k
Liep met ringetjes om mijn vingertjes,
En met strikjes op mijn schoen.
Maar
... nu 'k oud ben en getrouwd ben,
Ach
wat leven heb ik nu.
'k
Loop met gaten in mijn kousen,
En
mijn tenen door mijn schoen.
'k
Loop met gaten in mijn kousen,
En
mijn tenen door mijn schoen.
Maar
dat kan niet verschelen,
Ik
wil toch mijn zin voldoen.
En
al moet ik mijn brood ook bedelen,
Met
geen zool meer onder d' schoen.
En
al moet ik mijn brood ook bedelen,
Met
geen zool meer onder d' schoen.
Terug
naar overzicht
(uitvoering: Shirley Zwerus)
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
Refrein:
Teen - teen - teenager melodie
Teen - teen - teenager melodie
Kom vanavond op de danspartij
Teen - teen - teenager melodie
Teen - teen - teenager melodie
Al wat swingen kan dat hoort erbij.
Meisjes trek je platte schoenen aan
Want dan zal het dansen beter gaan
De bloesjes blauw geel en rood
Vergeet vooral geen petticoat
Dan wordt het weer een meesterlijke
fuif
Everybody one more time !
Refrein
Jongens trek je leukste truien aan
Overhemd met das heeft afgedaan
We luisteren met hart en ziel
Naar Elvis en naar Tommy Steel
Dat wordt weer een meesterlijke fuif
Everybody one more time !
Refrein
Terug
naar overzicht
Tegemoet
gaan
(met
dank aan Andreas Jacquet voor het sturen van de tekst)
Moeder zag haar kind verkwijnen
't Ging sinds lang naar school niet
meer
Maar zat treurig ganse dagen
Bij het open venster neer
Buiten speelden zijne broerkens
Met een handboog of een tol
Of zij lieten in de duinen
Hunnen groten vlieger op
't Knaapje zat steeds in zijn
leunstoel
Bij het venster in een hoek
Traag de bladeren om te keren
Van een oude prentenboek
't Knaapje zag de blauwe golven
En dan weer zijn moeder aan
En de schuitjes gaan en keren
Langs de wijde waterbaan
'n Vluchtig blosje schittert weder
Voor een poosje op zijn wang
Zou als najaarswolken bloeien
Na de zonneondergang
Moeder mag ik ook gaan varen
Ach doe mij mijn schoentjes aan
Laat mij roeien in ons schuitje
Laat mij vader tegengaan
Moeders oog schoot vol met tranen
En haar harte brak van rouw
Toen het knaapje vroeg of vader
Haast niet wederkeren zou
Morgen kind zal vader komen
Koek en speelgoed brengt hij mee
En gij zult in 't schuitje varen
Met uw broerkens op de zee
Vouwde smekend de handjes samen
Koortsvuur schittert in zijn oog
Even als in koude nachten
d' Avondster aan 's hemelsboog
Morgen sprak het kindje
En zijn broerkens kwamen 's avonds
thuis
Moeder zwijgt en zucht en zegent
Op zijn voorhoofd met een kruis
't Lampje brandt bij 't stervend
kindje
Dat nog maar een morgen wacht
Wijl de kleine broertjes slapen
En de zee huilt gans de nacht
Moeder leg mij op een kussen
Laat mij rusten ik ben zo moe
't Hoofdje zonk op moeders schouder
En de dood look de oogjes toe
Moeder weent, de kleintjes slapen
't Knaapje ligt in zijn Kistje neer
Word naar 't grafje heen gedragen
En zijn vader hoort niet meer
Nimmer zal hij huiswaarts keren
Gans zijn schip zonk in de vloed
Moeder moeder wil niet wenen
't Kind gaat vader tegemoet
Terug
naar overzicht
Tennessee polka
(tekst: L.de Vos en E. v.d. Brande /
muziek: E. King / uitvoering: De Chico's)
(met
dank aan Gerard Engelbertink voor het sturen van de tekst)
Elke week in de stad,
Ja, dan beleef je wat
Met de Tennessee Polka.
Ieder danst in de maat;
Zie, hoe prachtig het gaat,
Op de Tenessee Polka.
Menig cowboy die vraagt
Of een meisje het waagt
Met hem de polka te dansen.
En niet één zegt er nee,
Maar een ieder doet mee
Aan de Tennessee Polka.
Oh, swingen, swingen op de muziek,
Hip-a-doe-da-die
Swingen, swingen, het gaat magnifiek,
Iedereen die een cowboy ontmoet,
De Polka van Tennessee.
Iedereen die een cowboy ontmoet,
Leert het dan. één, twee, drie !
Je vergeet al je zorg en je leed
Bij de Polka van Tennessee !
Terug
naar overzicht
Tennessee
wals
(Tekst: Ad Remy / muziek: R. Steward
en Pee Wee King)
(Uitvoering: Jetty Gitari met Orkest
o.l.v. Emile Deltour)
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
Toen ik walste, met mijn liefste,
Op de Tennessee Wals,
Kwam een kennis uit vroegere tijd.
Vroeg een dansje, met mijn meisje,
En terwijl zij daar walsten
Toen raakt' ik mijn lieveling kwijt.
Ik vergeet nooit de klank
Van de Tennessee Wals,
Nu weet ik wat ik die nacht verloor...
Toen verloor ik, mijn geliefde,
In de nacht dat zij speelden,
De lieflijke Tennessee Wals !
Terug
naar overzicht
Tineke
van Heule
(tekst: René de Clercq/muziek: Emiel
Hullebroeck/uitvoering:Nel Scheffer)
(met
dank aan Marc Blokland
(†) voor het sturen van de tekst)
Tineke
van Heule ons maartje
Kan
werken gelijk een paardje.
Kan
melken, kan mesten kan schuren gelijk er de beste.
Tineke
van Heule ons maartje,
Staat
hoog in de gunst van m'n vaartje.
En
als moederke haar prijst,
En
m'n zuster er naar krijst,
Dan
lach ik een beetje in mijn baardje.
Refrein:
Liever
als een vis die in een goudzee zwemt,
Liever
dan een vogel die geen sparen kent.
Liever
dan een freule, Tineke van Heule,
Tineke
ons maartje in zijn hemd.
Liever
dan een freule, Tineke van Heule,
Tineke
ons maartje in zijn hemd.
Tineke
heeft geld noch goedje,
Nog
landeke, nog pandeke, nog koetje.
Nog
huisje, nog kruisje, noch een lappeke voor een buisje.
Tineke
heeft geld nog goedje,
Maar
een hemel is haar lachen en haar groetje.
Als
ze trippelt naar de bron,
Met
haar emmer in de zon,
En
haar klompeken vast aan haar voetje.
Refrein
Tineke
van Heule mijn minneke,
Op
U staat mijn zoetste zinneke.
U
lust ik, U kust ik,
Op
Uw harteke bouw en rust ik.
Tineke
van Heule mijn minneke,
Mijn
poezelig dubbel kinneken.
Leg
Uw handen in de mijn,
En
een bruiloft zal het zijn,
Van
een boer en een schoon boerinneken.
Refrein
Terug
naar overzicht
Tipperary
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
Je
reinste onzin die men ooit
In
dit leven ons aanbood,
Dat
is het zingen van een lied,
In
't aanschijn van de dood.
De
soldaten van over de zee,
Gaan
zingend naar de strijd,
Al
regent het schrapnel of bom,
Toch
hoort men wijd en zijd:
Refrein
't
Is een heel eind, naar Tipperary,
't
Is een heel eind om te gaan,
't
Is een heel eind, naar Tipperary,
Naar
't liefste meisje dat ik ken.
Vaarwel,
Piccadilly,
Vaarwel,
Leicester square,
't
Is een lange weg naar Tipperary,
Maar
Molly keert niet weer.
Mevrouw,
meneer, de keukenmeid,
De
heele rataplan,
Zingen
de Tipperary steeds,
Je
wordt er ellendig van.
In
Duitschland werd een Engelschman,
Dronken
in de kast gezet,
Maar
zwijgen kon de kerel niet,
Hij
zong nog onverlet:
Refrein
De
kalmste mensch ter wereld is
Beslist
de Engelschman.
Al
heeft hij nog zoo'n groote strop,
Hij
heeft er maling an.
Zoo
ook in deze oorlog weer,
't
Flegma verlaat hem niet,
Al
vliegen ook de kogels rond,
Hij
zingt 't geliefkoosd lied:
Refrein
Terug
naar overzicht
Tippi-tippi-tipso
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
In een heel groot kippenhok
Zat een droeve kip op stok
Want de haan was weggegaan
Oh, zij treurde zo
Er heerst naam'lijk vogelpip
Daarom wou de haan geen kip
Maar hij vluchtte in een wip
Weg naar Mexico.
Refrein:
Tippi-tippi-tip, zo riep de kip
Oh, ik heb zo'n hekel aan de pip
Ik wil naar Maxicano
Tippi-tippi-tip, zo riep de kip
Oh, ik heb zo'n hekel aan de pip
Ik wil naar Mexico.
Het werd waarlijk een paniek
Vele kippen werden ziek
Zij alleen was wel wat sip
Maar ze had toch geen pip
Zij dacht: Was ik met de haan
Toch maar stiekum meegegaan
Hier gaat iedere kip er aan
Dat is niets gedaan.
Refrein
Terug
naar overzicht
Tiritomba
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
Tiritomba, tiritomba, tiritomba,
Hoor het lied van mijn lieve Manda.
Tiritomba, tiritomba, tiritomba,
Hoor het lied van mijn gitaar.
Heel de avond wil ik zingen,
Voor die lieve Manda die mij zo bemint.
Heel de avond wil ik zingen,
Voor dat lieve kleine kind.
Heel de avond wil ik zingen,
Voor die lieve Manda die mij zo bemint.
Heel de avond wil ik zingen,
Voor dat lieve kleine kind.
Terug
naar overzicht
Toen ik nog jong was
(met
dank aan Moena de Koning voor het sturen van de tekst)
Toen ik nog jong was en nog niet
getrouwd was,
Oh wat een dame was ik toen,
Toen droeg ik ringetjes aan mijn
vingertjes,
Hoge hakken aan mijn schoen,
Hoge hakken aan mijn schoen.
Maar nu ik oud ben en reeds lang
getrouwd ben,
Oh wat zie ik er nu uit,
Nu heb ik gaten in mijn kousen,
Nog groter dan mijn vuist,
Nog groter dan mijn vuist.
Terug
naar overzicht
Toen
m'n vader en moeder nog leefden
(uitvoering: Jerry en Mary Bey)
(met
dank aan Betsy van Dijk voor het sturen van de tekst)
Toen
m'n vader en moeder nog leefden
Bleef
de band tussen kind'ren bestaan.
Toen
m'n vader en moeder nog leefden
Troffen
wij daar, elkaar steeds weer aan.
Helaas,
't is voorbij, want zij gingen heen,
De
hechte familieband viel uiteen.
Toen
m'n vader en moeder nog leefden,
Bleef
de band tussen kind'ren bestaan.
Ik
heb broers en zusters,
Maar
'k zie ze haast nooit.
't
Contact is verbroken
Wie
dacht dat nu ooit.
Want
't was zo gezellig,
En
goed bij ons thuis.
Ik
denk vaak met heimwee
Aan
't ouderlijk huis.
Toen
m'n vader en moeder nog leefden
Bleef
de band tussen kind'ren bestaan.
Toen
m'n vader en moeder nog leefden
Troffen
wij daar, elkaar steeds weer aan.
Helaas,
't is voorbij, want zij gingen heen,
De
hechte familieband viel uiteen.
Toen
m'n vader en moeder nog leefden,
Bleef
de band tussen kind'ren bestaan.
Terug
naar overzicht
Toen wij
uit Rotterdam vertrokken (Ketelbinkie)
(uitvoering: Frans van Schaik met
orgelbegeleiding van Cor Steyn)
Toen wij uit
Rotterdam vertrokken
Met de Edam, een oude schuit
Met kakkerlakken in de midscheeps
En rattennesten in het vooruit
Toen hadden wij een kleine jongen
Als ketelbink bij ons aan boord
Die voor de eerste keer naar zee ging
En nooit van haaien had gehoord
Die van zijn moeder op de kade
Wat schuchter lachend afscheid nam
Omdat hij haar niet durfde zoenen
Die straatjongen uit Rotterdam
Hij werd gescholden door de stoker
Omdat hij al de eerste dag
Toen wij net de pier uit waren
Al zeeziek in de foc'sle lag
En met jenever en citroenen
Werd hij weer op de been gebracht
Want zieke zeelui zijn nadelig
En brengen schade aan de vracht
Als-ie dan sjouwend met zijn ketels
Uit de kombuis naar voren kwam
Dan was het net een brokkie wanhoop
Die straatjongen uit Rotterdam
En als ie 's avonds in zijn kooi lag
En moe van 't sjouwen eind'lijk sliep
Dan schold de man die wacht te kooi had
Omdat ie om zijn moeder riep
Toen is ie op een mooie morgen
't Was in de Stille Oceaan
Terwijl ze brulden om hun koffie
Niet van zijn kooi goed opgestaan
En toen de stuurman met kinine
En wonderolie bij hem kwam
Vroeg hij een voorschot op zijn gage
Voor 't ouwe mens uit Rotterdam
In zeildoek en op rooster baren
Werd hij die dag op 't luik gezet
De kapitein lichtte zijn petje
En sprak met grochstem een gebed
En met een één twee drie in Godsnaam
Ging 't ketelbinkie overboord
Die 't ouwetje niet dorst te zoenen
Omdat dat niet bij zeelui hoort
De man een extra mokkie schoot an
En 't ouwe mens een telegram
Dat was het einde van een zeeman
Die straatjongen uit Rotterdam
Terug
naar overzicht
Toeter
van papier
(met
dank aan Marc Blokland
(†) voor het sturen van de tekst)
Een
jongeling vastberaden,
Kocht
voor een serenade,
Aan
zijn aanstaande gade,
Een
toeter van papier.
Hij
kon er als zovelen,
Geen
instrument bespelen,
Maar
dat kon haar niets schelen,
Die
toeter van papier.
Toederoetoetoe,
de roetoetoe, de roetoetoe,
Toedieroetoetoe,
de roetoetoe, de roetoetoe,
Toeroederoetoetoe,
de roetoetoe,de rotoetoe.
Het
is voor beiden minstens evenveel plezier,
Toen
riep ze naar beneden,
Zo
prachtig speelt geen tweede,
Kom
boven en neem mede.
Die
toeter van papier.
Toen
hij in de kamer stond,,
En
tot schik van de familie op zijn toeter blies
Dansten
zij de kamer rond,
Nee
geen mens die daar niet vrolijk bij kon blijven,
Wat
er in de kamer stond,
Danste
mee of viel in twee, maar bleef niet staan,
Toen
zijn ze toetrend naar 't stadhuis gegaan.
En
heel de buurt er achteraan,
Want
hij was vastberaden,
Kocht
voor een serenade,
Een
toeter van papier.
Toederoetoetoe,
de roetoetoe, de roetoetoe, de roetoetoe.
Het
is voor beiden minstens evenveel plezier,
Die
een meisje hoopt te trouwen,
Die
moet dus goed onthouwen,
Het
meest van alles doeter,
Zo'n
bordpapieren toeter.
Terug
naar overzicht
Tolhuis,
kiele, kiele, tolhuis (Leon Boedels/Adolf Spahn)
Als
't zondag is en heel mooi weer, en lekker in de lucht
Dan
zegt de man zo tot z'n vrouw: "Kom, nu de stad ontvlucht
Naar
't Kalfje of naar Scholenburg, wat staat je 't meeste aan?
Of
willen we gezelligjes naar het Tolhuis gaan?"
Ja,
Tolhuis, Tolhuis, Tolhuis, kiele, kiele
Tolhuis,
kiele, kiele, hopsasa
Tolhuis,
Tolhuis, Tolhuis, kiele, kiele
Tolhuis,
kiele, kiele, hopsasa
Kom,
vooruit, kom, vooruit, kom vooruit, kom vooruit
Ha
ha ha
Kom,
Karline, kom, Karline, kom
We
gaan naar 't Tolhuis, meid, daar heb je aardigheid
Ja
Kom,
Karline, kom, Karline, kom
We
gaan naar 't Tolhuis, meid, daar heb je aardigheid
Ja!
Ja
Toen
Adam zich in 't Paradijs verveelde, zo alleen
En
hem na zeek're middagslaap 'n vrouw, de vrouw, verscheen
Sprak
zij: "O, Adam, eerste mens, wil even naar mij zien
Ik
word uw levensgezellin, 'k ben Eva-Karolien
Dus,
Adam, Adam, Adam, kiele, kiele
Adam,
kiele, kiele, sta toch op
Dus,
Adam, Adam, Adam, kiele, kiele
Adam,
kiele, kiele, sta toch op!"
Hij
zegt, en lacht, "Kom vooruit, kom vooruit, kom vooruit
Ha
ha ha
Kom,
Karline, kom, Karline, kom
Wij
gaan het bos in, kind
Zien
of je 'n appel vindt, ja, ja
Wij
gaan het bos in, kind
Zien
of je 'n appel vindt, ja, ja!"
Onlangs
bezocht ons 'n Chinees, verbazend dik en lang
Zijn
naam is overal bekend; 't was de ouwe Li-Hung-Chang
Men
dacht: "Die vreemde snijboon koopt in alle landen fiks!"
En
Li-Hung-Chang bekeek ook veel maar kopen deed-ie... niks
Ja,
Li-Hung, Li-Hung, Li-Hung, kiele, kiele
Li-Hung,
kiele, kiele, Li-Hung-Chang
Ja,
Li-Hung, Li-Hung, Li-Hung, kiele, kiele
Li-Hung,
kiele, kiele, Li-Hung-Chang
Hij
denkt heel stil, en lacht, zo door z'n bril:
"Ha
ha ha
Kom,
Karline, kom, Karline, kom
Nu
weer naar China toe, zien of ik mijn voordeel doe
Ja,
ja
Nu
weer naar China toe, zien of ik mijn voordeel doe
Ja,
ja!"
Terug
naar overzicht
Tom Dooley
Versie 1
(Met dank aan Corry Verhoeven voor het sturen
van de tekst)
Refrein:
Buig nu je hoofd Tom Dooley,
Buig nu je hoofd voorgoed.
Buig nu je hoofd, Tom Dooley,
Nu dat je hangen moet.
Hij zag haar in de bergen,
't Was voor de laatste keer.
Liet zich door haar niet tergen
En stak haar in woede neer.
Refrein
Hij had een medeminnaar,
Groot was z'n jaloezie.
Had zij geen andere minnaar,
Leeft hij nog in Tennessee.
Refrein
Tom Dooley moet nu boeten,
Voor wat hij heeft misdaan.
Hij moet niet verder zoeken,
Het is met z'n leven gedaan.
Refrein (Laatste regel 3 x)
Versie 2
(Met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen
van de tekst)
Huil maar gerust Tom Dooley
Nooit was de nacht zo kort
Straks komt het eind Tom Dooley
Straks als het ochtend wordt.
Niets kan er meer gebeuren
Ginds wacht de stille dood
Daar gaat de hemel kleuren
Daar komt het morgenrood
Hoor je de wind Tom Dooley
Hoor je het klokkenspel
Ieder geluid Tom Dooley
Klinkt als een laatst vaarwel.
Achter de blauwe bergen
Waar je je liefde gaf
Achter de blauwe bergen
Vind je een eenzaam graf.
Dit zijn je laatste uren
Hier is een laatste wens
Als het niet lang mag duren
Leef dan maar heel intens.
Denk aan de zonnestralen
Denk aan een held're bron
En hoe je blik kon dwalen
Vlak langs de horizon.
Droom maar je mooiste dromen
Doe of het leven wacht
Of er nog jaren komen
Nu in je laatste nacht.
Huil maar gerust Tom Dooley
Nooit was de nacht zo kort
Straks komt het eind Tom Dooley
Straks als het ochtend wordt.
Hoor je de wind Tom Dooley
Hoor je het klokkenspel
Ieder geluid Tom Dooley
Klinkt als een laatst vaarwel.
Terug
naar overzicht
Tonia
(De Skymasters)
(Met dank aan Moena de Koning voor het sturen
van de tekst)
Er woont in het dorp een meisje
Ze weegt driehonderd pond
Haar bruingebrande armen
Zijn mollig en zo rond
Maar dat kan mij heus niet schelen
Dat is wel naar mijn zin
Want zij is voor mij het meisje
Dat ik bovenal bemin
Refrein:
Tonia, Tonia
Drie maal in de rondte hopsasa
Boven mijn opklapbed
Daar hangt jouw portret
Tonia, Tonia
Drie maal in de rondte hopsasa
Als ik mijn ogen open doe
Lach jij mij guitig toe
Er is geen meisje dat lacht als jij
Geen meisje zo zacht als jij
Geen meisje is zo rond en dik
Dus ben ik in mijn schik
Met Tonia, Tonia
Drie maal in de rondte hopsasa
Drie maal in de rondte hopsasa met Tonia
En morgen dan is het kermis
Dat wordt een reuze feest
Het hele dorp is stapeldol
Maar Tonia het meest
Mijn varken gevuld met duiten
Heb ik vandaag geslacht
Om kermis met haar te vieren
Als het kan tot middernacht
Refrein
Maar daar op die zelfde kermis
Begon mijn grote schrik
Want Tonia mocht nergens in
Ze vonden haar te dik
Toen is er een man gekomen
Daar sprak ze even mee
Nu is ze als dikke dame
Met de kermis op tournee
Refrein
Terug
naar overzicht
Toon en
Marie of Het verlaten meisje
(Met dank aan Inez voor het sturen
van de tekst)
Ik was nog maar pas zestien jaren,
Toen ik het ouderlijk huis verliet.
'k Kreeg kennis aan een jongen met
blonde haren,
Die bracht me in ellende en verdriet.
Hij teekende voor zes jaren en ging toen
naar de Oost,
Nu zit ik met droef'nis te wachten met
de kleine op min schoot.
Refrein:
Och lieve Toon, denk toch aan mij,
Want als gij terugkomt, zijt gij weer
vrij.
Neem dan geen ander, ik sterf van
verdriet,
Als ik u met een ander zie.
Hij heeft mij een brief geschreven,
Marie houd je altijd goeden moed,
Zes jaren zijn spoedig vervlogen,
Dat komt alles vanzelf weer goed.
Dan gaan wij in 't huwelijksbootje, dan
hebben wij geen zorgen meer
Als ik hier de kanonnen hoor bulderen,
dan denk ik aan naam en aan eer.
Refrein:
Och lieve Marie, blijf denken aan mij,
Want anders teeken ik weer zes jaar bij.
Steunt goed de kleine, wees lieflijk
voor haar,
Want over zes jaar wordt ik haar papa.
Zes jaren die waren vervlogen,
Zat Marie in een onzedelijk huis,
Het kind was gestorven van kommer,
Toon zocht, maar vond haar niet te huis.
Van hartzeer had de moeder het vergif
voor haar keelgat gezet,
En dronk met de woorden op de lippen:
,,'t Is plicht, hij was ook niet oprecht."
Refrein:
Waar zijn zij nu beiden, zij leven niet
meer,
Door zieleleed en kommer, hij verdronk
zich, o Heer !
Dus wees verstandig, gij aankomend paar,
Liefde heelt alles, dat blijft altijd
waar.
Terug
naar overzicht
Toon je van je prettige kant
(tekst en muziek: Henri Theunisse/
uitvoering: Max van Praag met de Accordeola band)
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen
van de tekst)
Waar je kijkt, is de tram of de trein,
Ieder blijkt wat humeurig te zijn.
Dat is fout want het leven is kort
Help eens mee dat het vrolijker wordt.
Refrein:
Toon je van de prettige kant
Door een goed humeur,
Reikt elkaar de helpende hand.
Kleine zaken kunnen vaak gelukkig maken,
Toon je van de prettige kant
Door een goed humeur.
Spring zo af en toe uit de band,
Want dat geeft het leven kleur.
Op een feest, wees dan geen saaie piet,
Zonder geest slaagt een fuif immers niet
Zing een lied, vrees niet, gaat het
verkeerd
Goede wil wordt nog steeds gewaardeerd.
Refrein
Kijk niet kwaad, gaat je zaak even niet,
Volg mijn raad je gaat zo niet failliet.
Houd je goed, help de klant met een lach
En vertel hem de mop van de dag.
Refrein
Terug
naar overzicht
Toon zijn vrouw komt terug
(met dank aan Inez voor het sturen
van de tekst)
Ik was drie maande vrijgezel,
En nou heb ik weer een bijt,
Mijn vrouw is weer terug van 't bad,
Tie - ta terug van 't bad,
Waar zij zich schoon gewasschen had,
Het was de hoogste tijd.
Tra - la - la - la - la - la - la - la,
Tra - la - la - la - la - la - la - la,
Tra - la - la - la - la - la - la - la,
Tra - la - la - la - la - la - la - la.
Ik haalde haar als snijboon af,
Stond daarom aan 't station,
En daar je als man zooiets moest doen,
Je - ja - iets moest doen,
Gaf ik haar een welkomstzoen,
Wie - wa - welkomstzoen,
Je suis un grand cochon !
Tra - la - la - la - la - la - la - la,
Tra - la - la - la - la - la - la - la,
Tra - la - la - la - la - la - la - la,
Tra - la - la - la - la - la - la - la.
Wat daar gebeurd is in de zee,
Is werkelijk zeer fataal,
Een haai vrat haar en huid,
Hie - ho - haar en huid,
En spuwde haar weer dadelijk uit,
Die - do - dadelijk uit,
Dat spijt mij kolossaal !
Tra - la - la - la - la - la - la - la,
Tra - la - la - la - la - la - la - la,
Tra - la - la - la - la - la - la - la,
Tra - la - la - la - la - la - la - la.
Zij woog toen zij vertrok naar 't bad,
Honderd kilo op mijn eer,
Ik dacht dat zij dunner worden zou,
Wie - wa - worden zou,
Maar potverdrie, ik schrok mij blauw,
Schrie - schra - schrok mij blauw,
Zij woog tien kilo meer.
Tra - la - la - la - la - la - la - la,
Tra - la - la - la - la - la - la - la,
Tra - la - la - la - la - la - la - la,
Tra - la - la - la - la - la - la - la.
Nou stuur ik ze naar Karlsbad,
Op last van dokter Pech,
Tien kilo per maand verlicht ze daar,
Lie - la - verlicht ze daar,
En als ze daar dan blijft een jaar,
Blie - bla - blijft een jaar,
Dan smelt ze heelemaal weg !
Tra - la - la - la - la - la - la - la,
Tra - la - la - la - la - la - la - la,
Tra - la - la - la - la - la - la - la,
Tra - la - la - la - la - la - la - la.
Terug
naar overzicht
Tot
wederzien
(Nederlandstalige versie Auf
wiedersehen)
(met dank aan Corry Verhoeven voor
het sturen van de tekst)
Versie 1 (Orkest zonder naam)
Als vrienden ons verlaten.
En zij begeven zich aan boord.
Horen wij op de kade
Zachtjes hun laatste afscheidswoord.
Refrein:
Tot wederzien, tot wederzien.
Eens kom ik weer terug.
Dus wees niet bang het duurt niet lang.
De tijd verstrijkt zo vlug.
Tot wederzien, tot wederzien.
Al weet ik niet wanneer.
Maar niet getreurd wat opgefleurd.
Wij zien elkander weer.
Als wij een brief ontvangen.
Van vrienden heel ver over zee.
Klinkt er niets van verlangen.
In bijna alle woorden mee.
Refrein
Versie 2 Olympia Zusjes)
Scheiden doet niets dan lijden.
Men blijft toch liever bij elkaar.
Maar nu we beiden scheiden
Heb ik een troostwoord voor je klaar.
Refrein:
Tot wederzien , tot wederzien.
Tot wederzien , tot wederzien.
Kom spoedig terug bij mij.
Want ied're dag mis ik je lach.
Al blijft je beeld me bij.
Tot wederzien, tot wederzien
Tot wederzien, tot wederzien
En denk maar steeds terug,
Tot luistertijd ons bij de tijd.
Maar het weerzien komt weer vlug
Soms kan het noodlot dreigen.
Zonder dat men iemand dan ontziet.
Maar als de lippen zwijgen.
Klinkt in ons hart vergeet me niet.
Refrein
Terug
naar overzicht
Tot
wederziens
(Nederlandstalige versie Auf
wiedersehen, Vera Lyn)
(tekst: Lou Bandy / muziek: Eberhard
Storch)
(met dank aan Gerard Engelbertink voor
het sturen van de tekst)
Als hij haar moet verlaten,
Dan zegt zij: eventjes nog knus
Nog wat gezellig praten,
Dan zegt hij na de laatste kus:
Refrein:
Tot wederziens, tot wederziens !
Ik hou me aan je woord,
Want zonder jou zou het geluk,
Voor altijd zijn verstoord !
Tot wederziens, tot wederziens !
Vaarwel en hou je goed,
Het wordt beslist nog eens zo leuk,
Als ik je weer ontmoet.
Een mens moet veel verwerken,
Afscheid dat baart soms veel verdriet,
Al laat de mond niets merken,
Toch zegt het hart: „Vergeet me niet" !
Refrein
Terug
naar overzicht
Trees
heeft een Canadees
(tekst: Lou de Groot/muziek en
uitvoering:Albert de Booy)
In
mijn straatje woont een meisje
Luist'rend
naar de naam van Trees
'n
Echte Hollandse verschijning
Knap,
en aardig in d'r vlees
Nooit
moest zij iets van verkering
Vrijen
vond ze ongezond
Maar
direct na de bevrijding
Ging
't gerucht van mond tot mond
Refrein:
Trees
heeft een Canadees
O,
wat is dat kindje in d'r sas
Trees
heeft een Canadees
Samen
in de jeep en dan vol gas
Al
vindt zij dat Engels lang niet mis is
Wil
zij dolgraag weten wat een kiss is
Trees
heeft een Canadees
O,
wat is dat kindje in d'r sas
Sprak
een Hollandse aanbidder
Haar
van trouwen of zoiets
Kreeg
hij dadelijk ten antwoord
"Niks
ervan, ik koop een fiets!"
Nu
is Treesje aan 't studeren
Iedere
middag neemt zij les
Want
tot nu toe was haar Engels
Enkel
maar: "Oke en yes !"
Refrein
Als
ze maar een uniform ziet
Raakt
ze hevig van de wijs
Vraag
je haar: "Weet je wat 'love' is?"
Zegt
ze smachtend: "Very nice !"
Och,
hoe zal het gaan met Treesje
Als
haar boy uit Canada
Binnenkort
weer zal verdwijnen
Naar
zijn 'home' in Ottawa
Refrein
Terug
naar overzicht
Troela oh troela
(uitvoering: The Lighttown Skiffle
Group)
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
Troela o troela, hou je nog van mij ?
Troela o troela, denk je nog aan mij ?
Troela o troela, hou je nog van mij ?
Of is alles voorbij ?
Toen ik zestien jaren was, had ik een meisje lief.
Ik noemde haar mijn troela, zij sprak hartendief.
Plotseling bracht een ander de liefde in gevaar.
Ik schreef direct een briefje en daarin vroeg ik haar:
Troela o troela, hou je nog van mij ?
Troela o troela, denk je nog aan mij ?
Troela o troela, hou je nog van mij ?
Of is alles voorbij ?
Ik kreeg van haar geen antwoord, het schrijven gaf ik op,
Om mijn hart te troosten koos ik het ruimte sop.
Wat ik ook probeerde mijn hart dat bleef van streek,
Geen dokter kon me redden, het hielp allemaal geen steek.
Troela o troela, hou je nog van mij ?
Troela o troela, denk je nog aan mij ?
Troela o troela, hou je nog van mij ?
Of is alles voorbij?
Na vele, vele jaren ging ik naar Holland toe,
Ik kon haar niet meer vinden, en stapte naar haar moe.
Die zei mijn beste jongen, ze is naar Amerika,
Toen stapte ik in mijn schuitje, en ging haar achterna-ha.
Troela o troela, hou je nog van mij ?
Troela o troela, denk je nog aan mij ?
Troela o troela, hou je nog van mij ?
Of is alles voorbij ?
Terug
naar overzicht
Trouw
tot in den dood
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
Waar
trekt, met hellebaard en speeer
En
hard rinkelend zijdgeweer,
Die
bende krijgers henen ?
Wien
sleuren zij in hun midden voort,
Zoo
ruw geboden en gekoord,
Zijn
bloedspoor kleurt de steenen.
Het
is een jeugdig ruiterknecht,
Die
krijgsgevangen, door 't gerecht
Veroordeeld
werd tot sterven.
Nog
eereplicht, nog heldenmoed,
Nog
frissche jeugd of edelbloed
Kan
hem genâ verwerven.
Een
maagd'lijn die aan 't venster staat,
Beschouwt
zijn droef en bleek gelaat,
IJlt
met een kreet naar voren.
"Laat",
roept zij, "de gevangene vrij",
En
dringt de menigte woest op zij,
Hij
moog mij toebehooren.
De
Hopman heet de troep sta stil,
En
wenkt de maagd, geschiedde uw wil,
Het
volk spitst gretig beide ooren.
Het
is een oud gebruik, wanneer een maagd,
Van
een verwonnenen het leven vraagt,
Zal
hij haar toebehoren.
Men
neemt hem dus de boeien af,
Hem
wacht een bruid in plaats van 't graf,
Wat
recht is moet geschieden.
Maar
eer hun hand zijn kluisters breekt,
Weert
hen de jonkman af en spreekt:
"Ik
mag niet goede lieden."
En
tot de maagd, met dankbaar hoofd:
"Een
ander heb ik trouw beloofd,
Dies
moet uw gunst ik derven.
Zoo
ik mijn woord aan haar niet hield,
Dan
was ik eerloos als een field,
Neen
! ... liever wil ik sterven."
Zij
slaat de handen voor 't gelaat,
Terwijl
hij fier ter strafplaats gaat,
Daar
liet hij 't jonge leven.
"Mijn
liefde is trouw tot in den dood."
Dat
heeft in letteren vurig rood,
Zijn
edel bloed geschreven.
Terug
naar overzicht
Trouwe
liefde
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
Sta ik in 't donker van de nacht
Zo eenzaam op een verre wacht,
Dan denk ik: zou de liefste mijn
Mij altijd trouw gebleven zijn ?
Dan denk ik: zou de liefste mijn
Mij altijd trouw gebleven zijn ?
Toen 'k als soldaat ben uitgerukt,
Heeft zij zo teer m' aan 't hart
gedrukt;
Een roos mij op mijn hoed gehecht,
En wenend mij vaarwel gezegd.
Een roos mij op mijn hoed gehecht,
En wenend mij vaarwel gezegd.
Zij mint mij nog, zij meent het goed
En daarom ben ik welgemoed.
Mijn hart klopt warm in koude nacht,
Daar 't trouwe liefde heeft herdacht.
Mijn hart klopt warm in koude nacht,
Daar 't trouwe liefde heeft herdacht.
Daar slaat de klok, en van mijn post
Word ik alweer afgelost.
Slaap wel in 't stille kamerkijn
En droom eens van de liefste dijn.
Slaap wel in 't stille kamerkijn
En droom eens van de liefste dijn.
Terug
naar overzicht
Tuintje
met Havanna
(Willy Derby)
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
'k
Heb echte Havanna te kust en te keur,
Op
't bleekveldje achter m'n huis.
De
fijne Brazil groeit me pal voor de deur,
Kom
maar eens een keer bij me thuis.
'k
Heb Amarillo-zandblad,
Als
ik een pijpje stop,
Dan
roepen de buren: "d'r brandt wat
En
bellen de brandweer op.
Refrein:
'k
Heb een tuintje met Havanna
En
Virginia-tabak.
'k
Rook sigaren van de kouwe grond.
Een
Piraatje zo van de tak/
'k
Haal ze vers uit de plantage.
Als
ik naar een rookertje snak.
'k
Heb een tuintje met Havanna,
En
Virginia-tabak.
M'n
shag saus ik zelf, 't is een lust hoe ze rookt.
Daar
heb ik een middeltje voor,
Een
half maatje Haarlemmer olie gekookt.
Daar
meng ik een jusblokje door,
Dan
rook ik echte Lucky.
De
as die is krijtwit,
M'n
vrouw denkt geregeld dat Pukkie,
Te
dicht bij de kachel zit.
Refrein
Als
ik trek heb in roken, pluk ik van m'n land,
Een
emmertje rauw van dat spul.
M'n
vrouw d'r friseertang is steeds bij de hand,
Daar
maak ik dan baai van of prul.
Soms
wil die vlam niet pakken,
Al
is de oogst ook rijp,
Dan
liggen er rupsen of slakken,
Te
knetteren in m'n pijp.
Refrein
Terug
naar overzicht
Tulpen
uit Amsterdam
(Nederlandse tekst: E. Franssen en Van
Aleda/muziek: Ralf Arnie)
(uitvoering o.a. Herman Emmink en
meisjeskoor Capricio en Gerard v. Krevelen Orkest)
Als
de lente komt dan stuur ik jou
Tulpen
uit Amsterdam
Als
de lente komt pluk ik voor jou
Tulpen
uit Amsterdam
Als
ik wederkom dan breng ik jou
Tulpen
uit Amsterdam
Duizend
gele, duizend rooie
Wensen
jou het allermooiste
Wat
m'n mond niet zeggen kan
Zeggen
tulpen uit Amsterdam
Jan
uit de polder zei
Antje
ik mag je zo graag
Hoe
moet dat nou liefste Antje
Morgen
ga ik naar Den Haag
En
bij die oeroude molen klonk
Uit
een hemel zo blauw
Ik
heb je zo lief en jij hebt me lief
Ach
Antje ik blijf jou altijd trouw
Als
de lente komt dan stuur ik jou
Tulpen
uit Amsterdam
Als
de lente komt pluk ik voor jou
Tulpen
uit Amsterdam
Als
ik wederkom dn breng ik jou
Tulpen
uit Amsterdam
Duizend
gele, duizend rooie
Wensen
jou het allermooiste
Wat
m'n mond niet zeggen kan
Zeggen
tulpen uit Amsterdam
Terug
naar overzicht
Turf
in je ransel
Turf
in je ransel
Turf in je ransel
Stro, dat is geen mode meer
Turf in je ransel
Turf in je ransel
Flink je kop op, deze keer!
Ieder grijpt je, ieder knijpt je,
Tot je boel behoorlijk zit.
Daar komt ie aan!
Geeft Acht!
Kom
nu maar stil gestaan
Want daar komt de generaal
Ziet me die Jager eens aan
Dat had ik ook wel van zo'n vlegel verwacht.
Ik geef je een dag of acht
En als je niet oppast
Dan draag ik je voor voor overplaatsing
En de generaal
Kwam vol pracht en praal
Een prachtige statie achteraan
't Gevolg reed langzaam ons voorbij
Doch niemand drong elkaar op zij
En de 'hoge' was zeer voldaan
En zei dan ook ronduit
Kolonel, je Regiment ziet er frappant en uitmuntend uit.
Terug
naar overzicht
Tussen
vier muren
(t ekst: Bas van Rhijn/m uziek:
Marvin Moore
/uitvoering: De Straatzangers)
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
Zwerven
langs velden en wegen,
Steeds
met zijn hond aan z'n zij,
Zo
kwam hij een veldwachter tegen,
En
toen was de vrijheid voorbij.
Refrein:
Tussen
vier muren,
Zonder
zijn hond,
Zit
hij te turen,
Arme
vagebond !
Tussen
vier muren,
Zit
hij en hoort,
Zijn
trouwe makker,
Blaffen
voor de poort !
Terug
naar overzicht
Twee
kindevlechten
(met
dank aan Marc Blokland (†) voor het sturen van de tekst
Moeder
heeft al lange tijd,
Ongeveer
een tiental jaren,
Een
paar vlechtjes in een doos,
Die
eens van haar meisje waren.
't
Is een dierbaar souvenir,
Van
haar allerliefste schat,
Toen
ze voor de laatste keer,
Bij
haar kleine meisje bad.
Refrein:
Steeds
als ik kijk
Naar
die twee kindervlechten,
Voelt
zij hoezeer ze hieraan is gaan hechten.
Vlechten
bewaard van haar dierbare schat,
Vormen
het liefste dat zij ooit bezat.
Eén
der kinderen komt bedeesd,
Op
een keer aan moeder vragen,
Wie
is toch dat kind geweest,
Dat
die vlechtjes heeft gedragen.
Plotseling
zwijgt het joch vol schrik,
Door
de tranen die hij ziet,
Moesje
heb ik iets miszegd,
Waarom
heb je zo'n verdriet ?
Refrein
Terug
naar overzicht
Twee kleine Italianen
(uitvoering: Conny Froboess)
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor
het sturen van de tekst)
Ja, ze zouden toch zo dolgraag
Weer in Napels willen zijn
Maar twee kleine Italianen
Hebben het geld niet voor de trein
Twee kleine Italianen
Die dromen van Napoli
Van Tina en Marina
Die wachten zo'n jaar of drie
Twee kleine Italianen
Hun harten doen pijn
Ja, ze zouden toch zo dolgraag
Weer in Napels willen zijn
Maar twee kleine Italianen
Hebben het geld niet voor de trein
O Tina, o Marina
Ach, waren wij maar bij elkaar
O Tina, o Marina
Dan was ons sprookje waar
Twee kleine Italianen
Die hebben zo vaak verdriet
Ze vinden in den vreemde
Het ware geluk maar niet
Twee kleine Italianen
Ja, heimwee doet pijn
Ja, ze zouden toch zo dolgraag
Weer in Napels willen zijn
Maar twee kleine Italianen
Hebben het geld niet voor de trein
O Tina, o Marina
Ach, waren wij maar bij elkaar
O Tina, o Marina
Dan was ons sprookje waar
Twee kleine Italianen
Des avonds dan zie je die
Dan kijken ze de trein na
Die wegrijdt naar Napoli
Twee kleine Italianen
Zo'n afscheid doet pijn
Ja, ze zouden toch zo dolgraag
Weer in Napels willen zijn
Maar twee kleine Italianen
Hebben het geld niet voor de trein
O Tina, o Marina
Ach, waren wij maar bij elkaar
O Tina, o Marina
Dan was ons sprookje waar
Terug
naar overzicht
Twee
ogen zo blauw
(1932 Kees Pruis, Willem Ciere en Herre
de Vos, ook Willy derby 1935)
Als
de lente de bomen en struiken
Weer met geuren en kleuren bestrooit
Dan begint ook het hart te ontluiken
Want de liefde verandert toch nooit
Elke jongen kiest dan een meisje
En fluistert haar zachtjes in ’t oor
Het sinds eeuwen geliefkoosde wijsje
En dat vindt in haar hartje gehoor
Refrein:
Twee ogen zo blauw
Zo innig en trouw
Al mijn geluk zijn die kijkers van jou
Twee ogen zo blauw
Heeft hij haar tot zijn vrouwtje gekozen
Blij het oog op de toekomst gericht
Gaat hun pad ook niet altijd over rozen
Iets toch maakt dat hun levensstrijd licht
Want bij vreugde en leed hen beschoren
Verschijnt dra wat voor immer hen bindt
Als de eersteling hen wordt geboren
Moeder zingt bij de wieg van haar kind
Als de grijsaard vermoeid en versleten
Niets in ’t leven van waarde meer acht
Als door allen verlaten vergeten
Hij alleen op het einde maar wacht
Is hem toch de herinn’ring gebleven
Die hem koestert in ’t eenzaamste uur
’t Is zijn laatste sprank warmte in het leven
En hij neuriet bij 't knapp'rende vuur
Terug
naar overzicht
Twee
reebruine ogen
(tekst Erich Meeder en Eddy
Wijnberger/muziek: J. Lüders/uitvoering: De Selvera's)
Een
blondgelokte jonge jager
Kwam 's ochtends van de jacht terug
Een lieve meid, naar schatting achttien lentes
Ontmoette hij daar bij de brug
Refrein:
Twee
reebruine ogen, die keken de jager an
Twee reebruine ogen, die hij niet vergeten kan
Twee reebruine ogen, die keken de jager an
Twee reebruine ogen, die hij niet vergeten kan
Ze
zouden over twee jaar trouwen
Doch nauw'lijks waren zij vereend
Toen moest hij weg naar 'n andere betrekking
Ver weg en zij heeft zo geweend
Refrein
En
weder ging ter jacht de jager
Ontmoette toen een schuwe ree
Hij wilde op dat edele dier gaan schieten
Legde an, maar schudde toen van nee
Refrein
Terug
naar overzicht
Twee roosjes
(met dank aan Frans Pennings voor het
sturen van de tekst)
Twee roosjes bloeien aan een venster.
Geen bloempje op die aard zoo lief zoo
schoon.
‘k Schenk het mijn hart genoegen
en aan die zachte bladeren kroon.
Een meisje vroeg mij om een roosje.
Zij lachte en blikte mij vriendelijk
aan.
Ik gaf een roosje al aan mijn liefje
en uit haar ogen, uit haar oog ontviel
een traan.
Nu staat het roosje daar aan ’t venster,
zoo gansch verlaten, gansch alleen.
Waar zijn toch al die bloemenkleuren,
waar is die weeldepracht dan heen ?
Gisteren was het nog zo fleurig,
thans ziet het er kwijnend uit.
Kwijnen doet het ter neder zinken
en stervend denkt het aan zijn bruid.
O mocht ik eens mijn allerliefste,
een engel die mij God hier zond.
Hier van mijn zijde weg zien rukken,
mijn hart bleef in ‘t diep gewond.
O mijn God wat zou ik treuren.
Als dit eens geschieden zou,
als een roos zoo zou ik treuren.
En als een bloem en als een bloem zoo
stierf ik ook.
Terug
naar overzicht
Tweehonderd centen voor
de heele week
(met dank aan Hanneke Peters voor het
sturen van de tekst)
Ik zal u eens laten hooren
Wat in Neêrland is geschied,
Er is weer een wet geboren
Luister allen naar mijn lied.
In Nederland ons heerlijk landje
Met Wilhelmien als herderin
Daar gedenkt men oude menschen,
Met de ware weldadigheidszin.
O, heerlijk vaderland
Wat zijn ze daar picant.
Refrein:
Tweehonderd centen voor de heele week
Velen oudjes raakten geheel van streek,
Want twee gulden is een mooi pensioen
En daar hoef je de heele week niets voor
te doen.
Is men eenmaal oud geworden
Krom en stram, zeventig jaar,
Hebt dan heele maal geen zorgen
Er ligt twee gulden voor je klaar.
Je kan je geld direct gaan halen,
Dat heeft men nog nooit gekend
En dan zegt men zonder dralen
Dat je armlastig bent.
O, heerlijk vaderland,
Nu zijn we uit de brand.
Refrein
Een oude man stond ook te wachten
Op zijn twee gulden pensioen,
Van vermoeidheid liet hij klachten
Wat moet ik met zooveel doen.
'k Ben zeventig jaar, heb niets te
koopen
Wat is geld denk aan mijn graf.
'k Ga mijn doodkist daarvoor koopen,
Dan ben ik van mijn geld weer af.
O, heerlijk vaderland,
Nu zijn we uit de brand.
Refrein
Ben je soms een ingezetenen
Van 't werk of armenhuis,
Kan je ook je geld gaan halen,
Maar dan volgt je grootste kruis.
Bij je zure pensioentje
Voegt zich nog een groot verdriet,
Want je krijgt dan slechts twee kwartjes
Die andere daalder krijg je niet.
O, heerlijk vaderland,
Nu zijn we uit de brand.
Refrein
Terug
naar overzicht
Twintig
kleine vingers
(tekst: Bart Ekkers/muziek:Ray Bennett/Ray
Brodsky/Sid Tepper/uitvoering: o.a. De Annebella's)
Bij
't echtpaar De Wit belde midden in de nacht de brave ooievaar
En
wat hij bracht, werd al verwacht: de wieg stond dus al klaar
De
nieuwe Pa en nieuwe Ma die waren in hun sas
Omdat
hun eerste kinderschat zo welgeschapen was
Refrein:
Twintig
kleine vingers, o, wat zijn ze klein
En
twintig teentjes, dat moet een tweeling zijn
Een
heeft een wipneus, daarom lijkt ze precies op Ma
En
die andere schat, die and're schat
Die
lijkt precies op Pa, Pa, Pa, Papada Pa, Pa, Papa
De
jonge mama is de hele dag in touw want baby's eisen tijd
Maar
ook papa is aan z'n kroost veel vrije uurtjes kwijt
Dan
maakt hij warme badjes klaar en spoelt hij luiers schoon
Van
vrouwtje lief krijgt hij dan steeds een extra kus als loon
Refrein
Een
tweeling is leuk maar hij brengt heel wat zorg, daar sta je van versteld
't
Is dubbel dit en dubbel dat en dat kost heel veel geld
Als
Maatje daar soms over spreekt, zegt Paatje: "Beste meid
Wij
hebben immers van die twee ook dubbel aardigheid."
Refrein
En
die andere schat, die and're schat
Die
lijkt precies op Pa, Pa, Pa, Papada Pa, Pa
Pa,
Pa, Pa, Papada Pa, Pa, Pa, Pa, Pa, Papada Pa, Pa
Pa,
Pa, Pa, Papada Pa, Pa, Pa, Pa, Pa, Papada Pa, Pa, Papa
Terug
naar overzicht
Tzena,
Tzena, Tzena
(tekst: Bart Ekkers / muziek: I. Miron
/ uitvoering: orkest olv Theo
Uden Marsman)
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
Tzena, Tzena, Tzena, Tzena
Tzena is de lieve dochter van een
dorpsbarbier
Zij kan goed de kwast hanteren
Daarom helpt ze hem bij 't scheren
Dat doet hem plezier
Want zo lokt ze veel verliefde snaken
Paps doet goeie zaken
LAAT IE FIJN ZIJN !
En terwijl ze zeep staat klaar te
maken
Flirt ze wat met Hein of Krijn
Tzena, Tzena.
Wát een schatteboutje
Wát een vrouwtje
Maar ze houdt je aan het touwtje
Tzena, Tzena
Iedereen heeft het alléén maar over
Tzena, Tzena, Tzena.
Tzena, Tzena, Tzena, Tzena
Tzena is die lieve dochter van die
dorpsbarbier
Vele garnizoensoldaten
Willen graag wat met haar jagen
Paps heeft drukke dagen
LAAT IE FIJN ZIJN !
Als ze met haar scheergoed aan komt
dragen
Dan zucht zelfs de kapitein
Tzena, Tzena.
Wát een schatteboutje
Wát een vrouwtje
Maar ze houdt je aan het touwtje
Tzena, Tzena
Iedereen heeft het alléén maar over
Tzena, Tzena, Tzena.
Tzena, Tzena, Tzena, Tzena
Tzena is die lieve dochter van die
dorpsbarbier
Zij gaat met een stadsman trouwen
Vele jongemannen rouwen
Ja, zo gaat dat hier.
Paps is blij want schoonzoon heeft dik
duiten
Hij gaat dus maar sluiten
LAAT IE FIJN ZIJN !
Maar wat zingt de dorpsjeugd voor z'n
ruiten?
't Is een welbekend refrein
Tzena, Tzena.
Wát een schatteboutje
Wát een vrouwtje
Maar ze houdt je aan het touwtje
Tzena, Tzena
Iedereen heeft het alléén maar over
Tzena, Tzena, Tzena.
Terug
naar overzicht
U
komt me zoo bekend voor
(tekst Louis Davids/Nap de la Mar)
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
"U
komt me zoo bekend voor",
Zegt
iedereen gewis,
Omdat
't in alle kringen,
Haast
ingeburgerd is.
Bijvoorbeeld,
komt een dief,
Hier
eens voor jaren in zijn cel,
Zegt
de cipier heel dikwijls:
"
'k Geloof vriend, ik ken je wel.
Je
komt me zoo bekend voor,
Ik
heb je meer gezien."
De
dief zegt: " 't is wel mogelijk,
'k
Was hier een keer of tien."
Een
koopman, die in 't leven vaak,
Heel
raar gescharreld had,
Werd,
ondanks alles millionair
En
was zijn winkel zat.
Laatst
gaf hij eens een groote fuif
En
daarbij werd de kwast,
Verscheid'ne
heeren voorgesteld,
Plots
sprak hij tot een gast:
"U
komt mij zoo bekend voor,
Van
jaren voor dit feest."
"0
ja", zei d' ander toen doodleuk,
"
'k Ben deurwaarder geweest."
Een
jongen en een meisje,
Hadden
elkaar zoo lief.
Maar
zie, het vrouwtje trouwde toch,
Een
and'ren hartedief.
Een
kindje komt; drie jaar daarna
,
Speelt
op straat de kleine guit.
Daar
komt opeens de jonkman aan
En
roept vol vreugde uit:
"Je
komt mij zoo bekend voor,
Mijn
lieve, kleine vent !"
Maar
't knaapje zegt: "Wees stiekem nou,
Ik
weet wel, wie je bent."
Laatst
was ik eens een avond uit
Naar
d' Opera, heel net,
En
inviteerde aan het slot,
Een
dame van 't ballet.
De
dame, die niet jong meer was,
Keek
mij oplettend aan,
Maar
toen ik mij had voorgesteld,
Sprong
uit haar oog een traan.
"Je
kwam mij zoo bekend voor",
Sprak
zij ongegeneerd,
"Ik
heb voor twintig jaar, al
Met
je vader gesoupeerd !"
Laatst
was ik op een bal-masque
'k
Dacht: niemand die me kent,
Daar
komt mijn vrouw - ik wist het niet -
Als
masker aangerend.
Ik
danste en trotseerde haar,
Kneep
in haar arm vol pret.
Daar
valt op eens haar masker af..
'k
Riep, wit als een servet:
" 't
Komt me zoo bekend voor !"
"Ja",
zei ze, "kameraad,
Nu
krijgen we bal-champêtre thuis,
En
ik sla dan de maat."
Terug
naar overzicht
Uit de donk're bergenkloven
(met dank aan Albert Jagt voor
het sturen van de tekst)
Uit de donk're bergenkloven
treedt een witte meisjesstoet
en zij brengen ver van boven
bruid en bruidegom een groet.
Ja, wij groeten alle vrienden
zetten onze wand'ling voort,
langzaam plechtig gaan wij verder
zoekend naar een vreedzaam oord.
Bruidspaar als deez' blijde morgen
moog' uw verder leven zijn,
zonder kommer, zonder zorgen
als deez' lente zonneschijn.
Moog' ge onder scherts en liefde
door dit aardse leven gaan
zonder dat de smart u griefde
staat u deze heilwens aan ?
Onze god stort zijne zegen
op ons mensdom ruimschoots uit,
heel de aarde lacht ons tegen
u, o bruidegom en bruid.
't Is een blijk van licht en vreugde
als de lente eens zo schoon
in deez' witte meisjeskleding
siert de deugd altijd haar kroon.
En nu brengen w' onze wensen
en nu brengen w' onze groet,
liefde woont steeds in uw harten
strooien bloemen aan uw voet.
't Is een blijk van licht en liefde
dat eenmaal nog zege praalt,
dat gewis zal zegevieren
als het kwaad ten afgrond daalt.
Naar de donk're bergenkloven
keren wij met blij gemoed,
nogmaals brengen wij van boven
bruid en bruidegom een groet.
Ja, wij groeten alle vrienden
zetten onze wand'ling voort,
langzaam, plechtig gaan wij verder
keren weer naar 't vreedzaam oord.
Terug
naar overzicht
Uren, dagen, maanden, jaren
(Rhynvis Feith (1753-1824)/ A. Alberts
/uitvoering: o.a. Thom de Nijs)
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor
het sturen van de tekst)
Uren, dagen, maanden, jaren,
Vliegen als een schaduw heen !
Ach, wij vinden waar wij staren,
Niets bestendigs hier beneên !
Op de weg die wij betreden,
Staat geen voetstap die beklijft;
Al het heden wordt verleden,
Schoon 't ons toegerekend blijft.
Dat de tijd hier 't al verover,
Aan geen tijdperk hangt mijn lot;
Gij, Gij blijft mij altijd over,
Gij blijft eindeloos mijn God.
Welk een onheil mij ook nader,
'k Vind in U mijn vrede weer;
Gij blijft, die Gij waart, mijn Vader,
Wat verander, wat verkeer !
Terug
naar overzicht