SeniorPlaza

Uit (groot)moeders tijd

Sally met de roomijskar

(Davids/Morris/uitvoering: Sylvain Poons 1934)

Ik ben Sally, goocheme Sally

Die de mensen op zijn duimpie kent

Hoeveel mensen in de rats

Heb ik van mijn kleine krats

Nog wat gegeven

Zal ik leven

Maar ik ben Sally, goocheme Sally

Al zegt men, ik ben een ouwe nar

Dan schud ik alleen mijn kop

Geef er geheel geen antwoord op

Ik ben Sally met zijn roomijskar

 

Een mens, heb in een leven toch

Veel zorgen aan z'n kop

Om te blijven een nette brave man

En als je wilt fatsoenlijk zijn

Dan heb je strop op strop

Je wordt er gewoon mesjoche van

En als ik zo eens kijk

Geef me heus dan maar gelijk

Dan zeg ik mensen waar zit je verstand

Ze doen weer niks als knokken

En wij doen niks als dokken

Maar het gaat heel goed, zo staat het in de krant

 

Zo zegt u Sally, goocheme sally

Die de mensen op zijn duimpie kent

Hoeveel mensen in de rats

Heb ik van mijn kleine krats

Nog wat gegeven

Zal ik leven

Maar ik blijf Sally, goocheme Sally

Al zegt men, ik ben een ouwe nar

Dan schud ik alleen mijn kop

Geef er geheel geen antwoord op

Ik ben Sally met zijn roomijskar

 

Roomijs, mevrouw roomijs?

Heerlijk, je smult ervan

Alsjeblieft

Dank u

 

Maar ik blijf Sally, goocheme Sally

Al zegt men, ik ben een ouwe nar

Dan schud ik alleen mijn kop

Geef er geheel geen antwoord op

Ik blijft Sally met zijn roomijskar

Terug naar overzicht

Santiago

(uitvoering: Ria Verda)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Santiago, Santiago

 

Mooi is Santiago,

Als de sterren aan de hemel staan

Groots is Santiago,

Als twee harten daar tesamen gaan

Zacht klinkt gitarenmuziek

't Maantje lacht vol romantiek

Mooi is Santiago,

Als de sterren aan de hemel staan.

 

Diep is de nacht vol van tropische pracht

Palmen ruisen zachtjes in de wind

't Licht van de stad heeft een wondere macht 

't Is een paradijs, dat hier begint.

 

Mooi is Santiago,

Als de sterren aan de hemel staan

Groots is Santiago

Als twee harten daar tesamen gaan

Zacht klinkt gitarenmuziek

't Maantje lacht vol romantiek

Mooi is Santiago

Als de sterren aan de hemel staan.

 

Mooi is Santiago,

Als de sterren aan de hemel staan

Groots is Santiago,

Als twee harten daar tesamen gaan

Zacht klinkt gitarenmuziek

't Maantje lacht vol romantiek

Mooi is Santiago,

Als de sterren aan de hemel staan.

 

Terug naar overzicht

Sara je rok zakt af

(straatliedje uit de jaren 20 of 30)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Sara je rok zakt af

Moeder het is mijn sleep

‘k Heb nog een and’ren rok,

Die draag ik in de week.

Sara je rok zakt af

Moeder het is mijn sleep

‘k Heb nog een and’ren rok

Die draag ik in de week

Mijn sleep die staat goed,

O die staat zoo goed.

Brutale bengel hou je toet.

Moeder brom zoo niet,

Je lijkt een muskiet,

Maar je begrijpt de mode niet.

 

 

Sara wat maak je toch,

Je bent een modegek

Want je aapt de dames na,

Dat is een mal gebrek.

Sara je rok zakt af,

Moeder het is mijn sleep,

‘k Heb nog een and’ren rok,

Die draag ik in de week.

Mijn sleep die staat goed,

O die staat zoo goed.

Brutale bengel hou je toet.

Moeder brom zoo niet,

Je lijkt een muskiet,

Maar je begrijpt de mode niet.

 

Terug naar overzicht

Sarina, het kind uit de Dessa

(The Kilima Hawaiians)

Sarina het kind uit de Dessa

Die stampte haar padi tot bras

Zij zong daarbij heel leuke wijsjes

En Cronjo die lag in het gras

En Cronjo die hield van Sarina

En sloop daarom steeds dichter bij

Sarina die zei met een lachje

Zeg Cronjo, ik mag jou wel lij'

 

Refrein:

Sarina, Sarina, waak voor de liefde

Pas goed op je hart

Sarina, Sarina, liefde brengt enkel maar smart

 

Toen gingen zij naar Alang Alang

En zetten zich op de sladang

Zij hielden zooveel van elkander

En waren voor tijgers niet bang

Toen kwam er een tijger gesluip sluip

Die nuttigde hen voor diner

De botjes die liet hij maar liggen

De rest nam hij stilletjes mee

 

Refrein

 

De zon kwam toen op in de Dessa

Daar stonden de boomen in rouw

Want onder hen lagen de botjes

Van een man en van eene vrouw

Zij hadden elkander gevonden

Helaas op zoo'n droeve manier

En stierven voor eeuwig verbonden

De wind ruischt: Zij zijn niet meer hier

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Schaam je nooit voor je vader en moeder

Refrein:

Schaam je nooit voor je vader en moeder

Als 't jou voor de wind is gegaan

Kijk niet neer op 't eenvoudige huisje

Waar eenmaal je wieg heeft gestaan

Al hun moeite, verdriet, al hun zorgen

Die vergeet je als kind soms zo gauw

Schaam je nooit voor je vader en moeder

Want zij schaamden zich ook nooit voor jou

 

Het komt in 't leven maar al te vaak voor

Dat iemand, die 't ver heeft gebracht

Zich schaamt voor z'n ouders, omdat ze niet zijn

Wat men in zijn kringen verwacht

Dan steekt hij z'n neus soms heel hoog in de wind

De oudjes, die zeggen: "Toch blijft hij ons kind"

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Schaam je toch nooit voor je moeder

Als je iets bereikt hebt,

In de maatschappij,

Schaam je dan niet voor je moeder,

En loop haar niet voorbij!

Wat je bent geworden,

Ja, beken het maar,

Dat ben je geworden

Door haar!

 

Refrein:

Schaam je toch nooit voor je moeder,

Al is 't een eenvoudige vrouw.

Zij schonk je immers het leven,

En heeft steeds geploeterd voor jou.

Schaam je toch nooit voor je moeder,

Wanneer ze vol trots naar je kijkt,

Aan haar heb je alles te danken,

Wat jij in je leven bereikt.

 

Ben je onder vrienden,

Doe haar geen verdriet,

Kijk dan niet een and're kant uit

Net alsof je haar niet ziet.

Kus haar smalle lippen

Streel haar zilv'ren kroon,

Toon je, ook aan and'ren

Háár zoon!!!

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Schatje wees niet kwaad

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

Er was ereis, zoo vangen meestal alle sprookjes aan,

Bij het licht der maan.

'n Roover in een laan.

Aan het einde van die laan,

Daar woonde een jonkvrouw rein en kuisch.

Zonder veel gedruisch,

Stapt de dief in huis.

Geld hier of je leven

Niet tegen te streven

Zij geeft hare ringen,

En and're dingen, waar.

Als hij haar paarlen steelt,

Dan smeekt zij: ,,Lieve dief

Geef mijn snoer toch retour."

 

Refrein:

Wees niet kwaad

Kom schatje, wees niet kwaad,

Alles mag je hebben als je mij dat eene laat.

Want dat eene, dat bewaar ik juist

Voor den man die mij leidt naar het stadhuis.

Dus daarom wees niet kwaad,

Kom schatje wees niet kwaad,

Alles mag je hebben als je mij dat eene laat.

Waarom sta je nou zoo op je stuk,

Brengt dat eene dan alleen geluk ?

 

Het slot van het sprookje speelt een jaartje later ongeveer

Jonkvrouw zien we weer.

De baby ligt in het wiegje,

Spartelt en trappelt schreeuwt ,,a a".

Maar ach de mama

Zoekt naar de papa.

Toen ze hem had gevonden

Sprak ze onomwonden

'k Kom centen halen,

Je moet betalen, maar

Hij lacht haar vierkant uit:

,,U bent hier niet terecht

Ga nou smeer hem nou."

 

Refrein:

Huil maar niet,

Mijn schatje huil maar niet.

Je kan alles van mij krijgen maar dat eene niet.

Al mijn goed bewaar ik in een kluis

Voor de vrouw die ik vooer naar het stadhuis.

Dus daarom wees niet kwaad,

Schatje wees niet kwaad,

Je had eerder moeten zorgen want 't is nu te laat.

Waarom sta je nou zoo op je stuk,

'k Ben de vader maar per ongeluk.

 

Terug naar overzicht

Scheel Roos het schoonste maske uit de Scheefhoek

(met dank aan Andrea Jaquet voor het sturen van de tekst)

Door iedereen is het geweten

Ja van groot en klein bekend

Het kwartier Seefhoek geheten

Schittert door 't amuzement

Een der volkrijkste wijken

Is 't van ons Antwerpse stad

Steeds bezocht door arm en rijke

Piot, bisschop en latrap

Alles kunt gij er vinden

Wat gij van node hebt

Remedie tegen 't drinken

Muziek tot uw verzet

 

Refrein:

In de Seefhoek in de Seefhoek is plezier

Wijd beroemd voor goede seef en stoopkensbier

Bij barak café chantant of volksbal

Vreugde vermaak en leven heerst er overal

 

En de orgels met dozijnen

Danszalen met de macht

Echte toverpaleizen

Die schitteren door hun pracht

Wat kunt gij nog meer verlangen

Bij hetgeen gij hier nu hoort

Ook kunt gij u laten vangen

Als de liefde u bekoort

Door de vrouwtjes lief en aardig

Chic gekleed in velours satijn

Nooit niet kwaad of niet boosaardig

Als g' er lief wilt tegen zijn

 

Refrein

 

(Dit is een heel oud volksliedje over de Seefhoek. Scheel Roos was een heel bekende figuur aldaar die zich bezighield met volksvermaak, muziek en amusement. De Seefhoek is een bekende volksbuurt in het Antwerpse, zoiets als de Marollen te Brussel of de Jordaan in Amsterdam.)

 

Terug naar overzicht

Scheiden doet lijden

(Duo Hofmann 1921)

 Wanneer het afscheidsuurtje slaat

En iemand van je henen gaat

Misschien voor lange tijden

Dan zie je zo elkaar eens aan

Je schaamt je eig'lijk voor een traan

Je wilt nog groot doen, beiden

Een vliegeniersvrouw kust haar man

Een kleine storing straks en dan

Zal het geen weerzien geven

Ze zegt: zul je voorzichtig doen?

En denkt: misschien is deze zoen

Een afscheid voor het leven

 

Refrein:

Scheiden doet lijden

Afscheid brengt leed

Lang kan het duren

Eer je vergeet

Iets wat je lief was

Gaat van je heen

Scheiden doet lijden

Voor iedereen

 

Wanneer een huwelijk is gestrand

Dan gaan twee mensen scheiden, want

Modern zijn onze zeden

Terwijl zijn koffers 't huis uit gaan

Zegt hij, en blijft nog even staan

Vergeten we 't verleden

Ze antwoordt niet, van haat vervuld

Ze laat hem gaan, hij was de schuld

Dat zo de band moest breken

En 't kind zegt 's avonds: Paps is weg

Maar Mammie, waarom huil je, zeg

Doch Mammie kan niet spreken

 

Refrein

 

Ik had er eens een ouwe hond

Die liep de laatste jaren rond

Met allerhande kwalen

En toen het zo niet langer kon

Liet ik hem voor het eind begon

Door het asyl weghalen

'k Zie nog die trouwe hondekop

Hij sloeg zijn bruine ogen op

En stond mijn hand te likken

En 't was alsof hij zeggen wou:

Dat had ik nooit verwacht van jou

'k Stond als een kind te snikken

 

Refrein

Terug naar overzicht

Schep vreugde in het leven

(Lou Bandy 1937)

'k Ben een tikkie onverschillig maar dat zit me in 't bloed
'k Neem 't leven zo 't valt met een opgewekt gemoed
Niets kan mij meer irriteren, 'k blijf m'n zenuwen de baas
Wilt u weten hoe dat komt, luister dan naar m'n relaas

Refrein:
Schep vreugde in 't leven, zet de zorgen aan de kant
Wat niemand kan geven, heb je zelf toch in de hand
Neem in je levensstrijd een verzetje op z'n tijd
Maar, schep vreugde in 't leven, zet de zorgen aan de kant

Als je vrouw je heeft verlaten en ze is er stil vandoor
Met je allerbeste vrind, die je niet zo graag verloor
Moet je trachten mens te blijven, want bij 't denken aan je vriend
Zeg je droevig "Arme knul, neen, dat heeft 'ie niet verdiend"

Als je even in de put zit, neem dan ook een kloek besluit
Toen Jonas in de walvis zat kwam 'ie er toch ook weer uit
Ik word nimmer levensmoede, want ik kijk zo nu en dan
Naar 't lachende gezicht van zo'n kleine pindaman


En laat de klok maar luiden, de crisis maar vergaan
Want er is geen werkeloze die niet aan de slag wil gaan
In een goeie baan
Want 't is uit den boze, vergeeft in de rij te staan
Want, dat we een vlijtig volk zijn, dat willen we weten
Tralalalalala lalalala

 

Terug naar overzicht

Scheveningen vooraan !

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

De zou schijnt zoo krachtig,

Het weer is zoo prachtig,

De Zomertijd is in 't land.

Het viezige luchtje

Der steden ontvlucht je,

Aan 't heerlijke Scheveningse strand.

Daar kun je je wasschen,

In 't zeewater plassen,

Met niets dan een zwembroekje aan.

Al ben je een neger,

Of een schoorsteenveger,

Je komt er helemaal schoon vandaan.

 

Refrein:

Scheveningen, uw heerlijk strand,

Waar het zonnetje brandt,

Kom, neem allen je zwembroek mee,

En trek naar de blauwe zee !

Scheveningen dat is het oord,

Dat een ieder bekoort.

Waarom zal je nou nog naar het buitenland gaan ?

Scheveningen vooraan !

 

Daar heb je de duinen,

Met zandige kruinen,

Daar zit je zoo rustig en stil.

Je kunt met je beien

Zoo heerlijk er vrijen,

Je mag zoenen ook als je wil.

Geen stem doet zich hooren,

Geen mensch komt je storen,

Er is niemand die daar op je vit.

Natuur vindt je machtig,

Vooral is ze prachtig,

Wanneer je in de brandnetels zit.

 

Refrein

 

Daar kan je je wijden,

Dan ezeltje rijden,

Of visch vangen gaan op een pier.

De visch die je kan pakken,

Die mag je zelf bakken,

Dat is in zijn soort ook een pleizier.

Concerten en pretjes,

Veel fraaie toiletjes,

Je oog en je oor dat geniet.

Trouville en 0stende,

Waarheen wij ons wenden,

Het gaat boven Scheveningen niet.

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

't Schone rijk van Insulinde

't Schone rijk van Insulinde,
Als een gordel van smaragd,
Om de evenaar zich sling'rend,
Schitt'rend in zijn kleurenpracht.
Is het land van blijde hope,
Van het oude Moederland,
Dat in trouw en plichtsbetrachting,
Daar bestuurt met rijp verstand.

Geest en moed van Neêrlands' vad'ren,
Zijn herleefd met nieuwe kracht.
Nu de reis naar Insulinde,
Door het luchtruim werd volbracht.
Radio, het grote wonder,
Bracht het verre Oosterland,
Tot een mooie snelverbinding,
Met het dierb're Vaderland.

Wat in 't Moederland gebeure,
Insulinde is er bij.
Nu klinkt 't woord der landsvorstinne,
In de Oost als van nabij.
En voor blank en bruin te zamen,
Is hier d' oude leus van kracht:
Nederland en Insulinde
Eén in "Eendracht Make Macht" !

Terug naar overzicht

Schoon lieveke

(met dank aan Jeanne Albers voor het sturen van de tekst)

Schoon lieveke, waar waarde gij den eerste meiennacht,
Dat gij mij gene mei en bracht?
Den eerste meiennacht, schoon liefke, was ik ziek,
Schoon lieveke, ik kon er van mijn beddeke niet.

Schoon lieveke, waar waarde gij den tweede meiennacht,
Dat gij mij gene mei en bracht?
Den tweede meiennacht zocht ik den eglantier,
Schoon lieveke , sta op want uwe mei is hier.

'k En sta er nu voorwaar voor uwe schone mei niet op,
Noch en zal ik mijn beddeke ervoor verlaten.
Uw mei die komt te laat, plant hem vrij op de straat.
Schoon lieveke, plant uwe mei nu maar op de straat.

 

Terug naar overzicht

Sevilla

(Ned.tekst: Han Dunk / muziek: Alfredo Zmigrod / uitvoering: Max van Praag)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Als je van pret houdt en van jolijt

Moet je Sevilla bezoeken !

Daar heeft voor zorgen geen mens de tijd

Dat staat in kranten en boeken.

 

Op naar Sevilla, 't is er nooit stil daar.

Oh, wat een fijne stad is dat,

Ja daar beleef je altijd wat !

Op naar Sevilla, doe wat je wilt daar,

Dans bij de castagnetten en zing:

In Sevilla, Sevilla, Sevilla, Sevilla,

Dan kan je je echt amuseren !

In Sevilla, Sevilla, Sevilla, Sevilla,

Daar zingt de barbier bij het scheren.

In Sevilla, Sevilla, Sevilla, Sevilla,

Daar kan je de Spaanse wals leren !

In Sevilla, Sevilla, Sevilla, Sevilla,

'k Heb voor goed daar mijn hart verloren !

In Sevilla, Sevilla, Sevilla, Sevilla,

De stad van de Toreadoren !

 

Terug naar overzicht

Signorita Estralita

(uitvoering: Eddy Christiani)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Rumba danst men nu al vele jaren
Maar een Samba danst nog lang niet iedereen
Sinds ik Estralita heb zien dansen
Hoor ik niets dan Samba's om mij heen

 

Signorita Estralita, Spaanse schone
Jij bent gekomen, voor mij alleen
O, sitre quero, signorita Estralita
Dans nu een Samba, zoals niet een

 

Ai-ai-ai-ai, estrenot sisisi, estrenot sisisi
Ai-ai-ai-ai,, Estralita danst de samba
En wij allen doen haar na
Iedereen weet hoe 't moet
Jaja, zo gaat 'ie goed

 

 

Signorita Estralita, Spaanse schone
Jij bent gekomen, voor mij alleen
Sitre quero, signorita Estralita
Dans nu een Samba, zoals niet een

 

Ai-ai-ai-ai, estrenot sisisi, estrenot sisisi
Ai-ai-ai-ai, Estralita danst de samba
En wij allen doen haar na
Iedereen weet hoe 't moet
Jaja, zo gaat 'ie goed

 

Signorita Estralita, Spaanse schone
Jij bent gekomen, voor mij alleen
Sitre quero, signorita Estralita
Dans nu een Samba, zoals niet een

 

Signorita Estralita
Signorita Estralita
Signorita Estralita

 

 

Sjakie van de hoek (J. Strunk/ H.P. den Boer)

 Refrein:

Ik denk nog vaak aan kleine Sjaak

Groot in 't kattekwaad

Vlug als kwik, de held, de schrik

Van de buurt en onze straat

Spijbelaar, altijd klaar

Voor 't gappen van een koek

Een ruit kapot dat was een schot

Van Sjakie van de hoek

 

Hij stal voor ons likeurbonbons

En iedereen werd ziek

En als men thuis vroeg hoe dat kwam

Verklikte je 'm niet

Maar aan oma, die alleen was

Bracht hij dagelijks een bezoek

Dat was hij wiens hart van goud was

Dat was Sjakie van de hoek

 

Refrein

 

En ieder ging z'n eigen weg

En Sjakie werd soldaat

Voor miljoenen en voor Sjaak

Kwam de vrede veel te laat

Z'n zoontjes zijn precies als hij

Half lief en half piraat

De één heet Sjors, de ander Sjaak

Toe, maak ze geen soldaat

 

Refrein

 

Een ruit kapot, dat was een schot

Van Sjakie van de hoek

 

Terug naar overzicht

Skiën

(Lou Bandy 1937)

(met dank aan Inez voor het sturen van de de tekst)

Als je voor gezondheid naar Zwitserland gaat

Hoelijee, hoelijoo, hoelijee, hoelijoo

En wijselijk je schuld en je zorg achterlaat

Hoelijee, hoelijoo, hoelijee

Verdrijf dan met skiën de kramp uit je knieen

Het kost een paar spieën, helaas

Maar hoog in de bergen, zal niemand je tergen

Daar word je je nerven de baas

 

Refrein:

Ja, skiën dat is toch zo reuze fijn

Met skiën bewaar je de slanke lijn

Wanneer je voor 't eerst op de latten staat

Dan weet je niet wat voor figuur of je slaat

Ja, skiën dat is toch zo'n fijne sport

Waar iedereen stapel verliefd op wordt

En kom ik nog eens in de nood

Nou, dan skies-skas-sko-ski ik me dood

Ach, Zwitserland du bist so schon

Hoeladijee, hoeladijoo

Ik hoor maar steeds die zelfde dreun

Hoeladijee, halo

Jij met je bergen, sneeuw en ijs

Zwitserse kaas en edelweiss

Oh, Zwitserland du bist so schon

Hoeladijee, halo

 

De skiër, die houdt van 't Zwitserse lied

Hoelijee, hoelijoo, hoelijee, hoelijoo

Die zingt al wanneer 'ie een ijswagen ziet

Hoelijee, hoelijoo, hoelijee

Maar ik kan u verhalen, dat bergen en dalen

Zijn niet te betalen met goud

Daar slik je geen pillen, al zou je 't willen

Daar gaan de bacillen knock-out

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Slaap en vergeet

(met dank aan Inez voor het sturen van de de tekst)

Moeder de oorlogstijd breekt aan,

Ik moet van U vertrekken gaan.

Ginds wacht de koning zijn soldaat,

Die naar het slachtveld henen gaat.

Vaderland roept mij, ik weiger niet,

Moeder ik weet dat gij hebt verdriet.

Breng mij Uw zegen moedertje mee,

Bid voor Uw zoon een spoedige vreê.

Moeder ik min U toch o zo teer,

In mijne dromen zie ik U weer.

Weg is mijn streven, ik ken slechts leed,

Sluit nu mijn ogen, slaap en vergeet.

 

 

De zoon die was weg, de moeder die bleef,

Wacht op haar zoon, die nimmer schreef.

Wist niet zijn lot bleef hij gespaard,

Het was haar enigst troost op aard.

Soms in de nacht dan hoort zij hem

En dan luistert zij naar zijn stem.

Rust aan haar borsten, kust hem zo teer,

In hare dromen houdt zij hem weer.

Moeder ik min U toch o zo teer,

Nooit zie ik U mijn moedertje weer.

Weg met het streven, weg met het leed,

Sluit nu Uw ogen, slaap en vergeet.

 

 

Slaap en vergeet de droeve tijd,

Wat op een duur Uw leven leidt.

Neen hier op aarde is geen aard,

Al is het een droom, een droom van smart.

God zal voor jou steeds erbarmelijk zijn,

Draag dus geduldig U smart en pijn.

Lang is de nacht en ochtend genaakt,

'k Wil jou nabij zijn tot je ontwaakt,

'k Wil je bewaken in donkere nacht,

Tot bij 't ontwaken zonnetje lacht.

Omdat van zorgen jij niet meer weet.,

Sluit nu je ogen, slaap en vergeet.

 

Terug naar overzicht

Slaap mijn kind

(met dank aan Inez voor het sturen van de de tekst)

Slaap mijn kind langs de wegen waait de wind

En vond daar twee beden en zegen.

De eerste is lam,

De tweede is blind,

De derde kan horen noch spreken.

 

Slaap mijn kind over zeeën waait de wind

En zie daar die zeilschepen dwalen.

Het eerste schip gaat noord,

Het tweede schip gaat zuid,

Het derde keert nooit naar de haven.

 

Slaap mijn kind voor de hemel waait de wind

En ziet daar die grote sterren blinken.

De eerste ster heet zon,

De tweede ster heet maan,

De derde schijnt als kerstbal te blinken.

 

Slaap mijn  kind door de struiken waait de wind  

En zie daar twee blozende bomen.

De eerste heeft een kroon,

De tweede is groot,

De derde grootste liefste is de schoonste.

 

Slaap mijn kind overal waait de wind

En roep die almachtige namen.

De eerste naam is God,

De tweede is Gods zoon,

De derde naam is Christ, hij helpt ons allen.

 

Terug naar overzicht

Slaapt en vergeet

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

Slaap en vergeet! de nacht breekt aan,

Nu moet je spoedig slapen gaan.

Voor jou wil 'k in de wereld zijn,

'k Wil bannen al je smart en pijn.

Vrees niet het donker dat je omringt,

Elk woord van jou in het hart mij dringt.

Liefdevol waak ik, wees zonder schroom,

'k Zal je nabij zijn, slaap zacht en droom.

 

Refrein:

'k Zal je bewaken in donk're nacht

Als bij 't ontwaken het zonnetje lacht.

Opdat van zorgen je niets meer weet,

Sluimer tot morgen, slaap en vergeet.

 

Slaap en vergeet den droeven tijd

Want op den duur ook leed verslijt,

Neen hier op aarde is geen hart,

Of 't heeft een droom verdroomt in smart.

God zal voor jou vol erbarming zijn,

Draag dus geduldig je smart en je pijn.

Lang is de nacht, maar d' ochtend genaakt,

'k Zal je nabij zijn als je ontwaakt.

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Slavenkoor

(met dank aan Betsy van Dijk voor het sturen van de de tekst)

Zwarte slaven, het uur van de vrijheid breekt aan,

In je hart zal de zon dan eeuwig schijnen !

Zwarte slaven, het uur van de vrijheid zal slaan

En je ziel en je lichaam zijn vrij van slavernij !

Zwarte slaven, de wereld zal eind'lijk verstaan,

Dat een huidskleur geen hindernis mag wezen !

Zwarte slaven, de volk'ren zijn broeders voortaan,

Ja, de mensen zijn allen gelijk, 't zij arm of rijk !

Want 'n man is geen man als hij de vrijheid niet kent,

Nee zo'n man, mee zo'n man is nooit tevreden !

Want 'n man is pas een man als men de vrijheid hem schenkt

Is hij vrij, is zijn leed voorgoed voorbij !

Laat de wereld het overal horen

Dat geen mens ooit als slaaf werd geboren !

Zwarte slaven, het uur van de vrijheid breekt aan

En je tijd van verdriet is voorbij,

Want jij bent vrij ! Jij bent vrij, jij bent vrij,

Al je leed is voorbij !

Jij bent vrij, jij ben vrij, al je leed is voorbij !

Jij bent vrij, jij bent vrij !

 

Terug naar overzicht

Sleigh ride in Alaska

(uitvoering: Mieke Telkamp en De Selvera's)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de de tekst)

In Alaska op de witte vlakte

Glijdt een slede over sneeuw en ijs

Voortgetrokken door hun trouwe honden

Gaat een bruidspaar op de huwelijksreis

Stevig houdt de bruidegom de teugels

Wind of kou brengt hem niet van de wijs.

 

Refrein:

Door de sneeuw van Alaska

Rijdt een gelukkig mensenpaar

Het zijn Jürgen en Leila

Zij houdt van hem en hij van haar

Als de avond valt

Houdt hun slede halt

Zacht zegt zij: "Lieve Jürgen"

Hij fluistert: "Lieve Leila."

 

's Morgens klinkt weer 't luid geblaf der honden

Want de rust gaf hun nieuwe kracht

Jürgen kijkt gelukkig naar zijn bruidje

Dat heel vertederd tot hem lacht

En zij rijden samen naar een toekomst

Waar 't groot geluk al op hen wacht.

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Sluimer zacht mijn lieve jongen

(met dank aan Mieke Cuppen voor het sturen van de de tekst)

In het schemer van het donker zit een vader,

En hij zingt er een wiegelied,

Van een vrouw die ging van hem henen,

 En een kindje achter liet.

 

Refrein:

Sluimer zacht mijn lieve jongen,

Droom van engelen om je heen,

Eer je groot bent zul je 't weten,

Dat ik leef voor jou alleen.

Moeder ziet van uit den hemel,

Vol van liefde op ons neer,

Mocht het aards bestaan voorbij zijn,

Dan zien wij elkander weer.

 

En als hij zo zit dan is net of boven 't wiegje,

Een fonkelend licht omstraalt.

En zachtjes in een heilige bekoring,

Roept hij vrouwlief ik ken mijn plicht.

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Snap je dat nou juffrouw Snip

(tekst: Jaques van Tol/muziek: Pim de la Fuente/uitvoering: Willy Walden & Piet Muyselaar, 1937)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de de tekst)

Wanneer je met je radio

De aether af gaat zoeken

Naar zang, muziek en vrolijkheid,

Uit 's werelds verste hoeken,

Dan krijg je eensklaps Hilversum,

De Avro heeft het woord,

Je zit meteen te deinen

Van het liedje dat je hoort...

 

Refrein:

Snap je dat nou, juffrouw Snip ?

Als je mij nou, juffrouw Snap !

Mens je staat er van te kijken tussen beiden.

Snap je dat nou, juffrouw Snip ?

Als je mij nou, juffrouw Snap !

Ja, het zijn me tegenwoordig rare tijden.

 

 

Dat liedje kent reeds iedereen,

Je hebt het zó te pakken,

De beursman zingt het op de beurs,

Wanneer zijn rubbers zakken.

Het conducteurtje op de tram,

Als ze de rails uit gaan,

Ja, zelfs de baby zingt het met

Z'n kindermeel sopraan.

 

Refrein

 

De danssport wordt nou populair,

Je hebt al kampioenen,

Die dansen twintig dagen door,

En op dezelfde schoenen !

Maar toch: de wereldkampioen,

Dat is die man van jou,

Die danst al dertig jaren

Naar de pijpen van z'n vrouw.

 

Refrein

 

Ik was bij juffrouw Janse thuis,

Die heeft zo'n cypers katje.

Ik had mijn nieuwe bontjas aan,

Dus veel bekijks dat vat je.

Alleen die kat was overstuur,

Wat mauwde 't arme beest !

Toen bleek het dat mijn linkermouw

Zijn vader was geweest.

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Sneeuwwals

(met dank aan Inez voor het sturen van de de tekst)

In een dorpje in Tirool, stond mijn wiegje en mijn school,

In mijn vaders arreslee nam ik altijd vrienden mee.

In het dorpje in het dal, danste ik mijn eerste bal,

En met Carl en ook met Hans, had ik altijd de meeste sjans.

 

Refrein:

Oh, mooie bergen van Tirolerland,

Met z’n sneeuw en ijs en zijn edelweiss .

Oh mooie bergen van Tirolerland,

Daar alleen naar te kijken heb ik mijn hart verpand.

 

Als er sneeuw ligt in Tirool, komt de tijd van pret en jool

En met skies of met de slee suis je vrolijk naar beneê.

Na zo'n dag van fijne sport, waar je kerngezond van wordt,

Is er 's avond ook nog bal en dan hoor je overal:

 

Refrein

 

Waar ik ga of waar ik sta, volgt een beeld mij altijd na.

Want mijn hart staat steeds in brand, voor de bergen van mijn land.

Met hun sneeuw en met hun ijs zijn ze net een paradijs,

Wat het leven mij ook biedt, heus m’n bergen vergeet ik niet.

 

Refrein (2 x)

 

Terug naar overzicht

Snijder Mek !

(met dank aan Inez voor het sturen van de de tekst)

Proza:

Ha ! Ha ! eindelijk ben ik te huis. 't Is kolossaal,

nauwelijks ben ik op de straat of er komen eenige jongens en

schreeuwen Mek !, Mek ! dat moet een snijder zijn, 

t is waarlijk kolossaal.

 

Lied:

Loop ik de straten op en neer,

Gekleed gelijk een groote heer,

Mijn haren net gepomadiseerd,

Mijn vadermoorder omgekeerd,

Met eene blik zoo net zoo fijn,

Dan schreeuwt een ieder groot en klein:

"Mek !, Mek ! Mek !, Mek !, Mek !, Mek !

( de laatste twee regels 2 x)

 

Spreek ik somtijds een meisje aan,

Dat niet weet waar ik kom vandaan,

Zeg ik tot haar: "Mijn zoet, lief kind

Kom reik me uwen hand gezwind.

Gij zoet en teeder maagdelijn,

Dan draait zij zich om en zegt tot mijn:

"Mijn man dat moet geen snijder zijn."

"Mek !, Mek ! Mek !, Mek !, Mek !, Mek !

( de laatste twee regels 2 x)

 

Naar het het bal masqué ging ik laatst heen,

Verwonderd daar was iedereen,

Gekleed als een vorst á quel honneur,

Men hield mij voor een Empereur.

Daar treed zoo'n hansworst op mij an,

En schreeuwt zoo hard hij roepen kan:

"Mek !, Mek ! Mek !, Mek !, Mek !, Mek !

( de laatste twee regels 2 x)

 

Zoo menigeen lacht mij uit, o ja,

Doch ik kijk dan mijn boeken na,

Daar tref ik dan zoo menigeen an,

Waarover ik wel huilen kan.

En die dat lachen niet laat staan,

Die reik ik snel mijn rekening aan.

Dat zal mijn snijders wraak dan zijn.

"Mek !, Mek ! Mek !, Mek !, Mek !, Mek !

( de laatste twee regels 2 x)

 

Ook menigeen vindt het geen fatsoen,

Dat ik mij platweg snijder noem.

Want hij, die nauwelijks herstelt een scheur,

Noemt zich maar trotsch marchand Tailleur.

Doch ik voor mij vind het niet slecht,

Als men op zijn Hollandsch zegt:

"Mek !, Mek ! Mek !, Mek !, Mek !, Mek !

(de laatste twee regels 2 x)

 

Terug naar overzicht

Soerabaja

(Nederlandse tekst: Stan Haag/tekst/muziek: C. Bruhn, G. Loose/J. Möhring / uitvoering o.a. Rudi Eairata en Anneke Grönloh)

(met dank aan Inez voor het sturen van de de tekst)

Soerabaja, Soerabaja,
Mijn gedachten zijn altijd bij jou.

 

Waarom moest ik jou verlaten,
Eenzaam sta ik voor mijn raam.
Grauw is de lucht, en als ik zucht,
Vormen mijn lippen jouw naam.

 

Refrein:

Soerabaja, Soerabaja,
Met je zee en je hemel zo blauw.
Soerabaja, Soerabaja,
Mijn gedachten zijn altijd bij jou. 

 

Ik zal jou nooit meer vergeten,
Ik droom van jou elke nacht.
Dan hoor ik weer, net als weleer,
Gamelan klanken, heel zacht.

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Soesie

(met dank aan Jeanne Albers voor het sturen van de de tekst)

In het rusthuis ergens bij het Haagie,

Werkt een liefdezuster, zij heet Soes

Iedere vent, daar als patiënt

Maakt zij het hart tot moes. Want......

 

Refrein:

O, o, 't is heusch geen smoessie

O, o, ik voel me zoo raar

Mijn hart gaat breken, ik voel het zoo steken

O, o, ik heb te veel naar je gekeken

Wrijft een beetje, hier doet het pijn

Zijn het weer tandjes, of zou het soms de liefde zijn

Geloof me Soesie

O, heerlijk snoessie

O, ik voel me zoo naar.

 

't Heele rusthuis trilt daar van de zuchten

Deuren trillen en ramen beven daar

't Zachte Soes' gezicht, dat brengt hen licht

Alles brult daar door elkaar. Want......

 

Refrein

 

"s Middags komt Soes met de thermometer

Constateert zij hooge temperatuur

Harten die slaan, als een orkaan

't Heele stel zingt met vuur. Want......

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Soldaten ABC

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de de tekst)

A is de armoede die in dienst wordt geleden

B zijn de belangen met voeten getreden

C is de cantine, niet goed maar wel duur

D zijn de ‘douwen’ die men krijgt ieder uur

E is het eten, het langzaam vergif

F is de fourier met zijn chagrijnig gezicht

G is de generaal waarvoor we staan te zweten

H is het hol, de kazerne geheten

I is de inspectie, waar men op straffen loert

J is het jassen, zo donders beroerd

K is de korporaal, de wasbaas der soldaten

L is de levenslust, als men de dienst gaat verlaten

M is de majoor, wiens neus is gekleurd rood

N dat zijn de neutjes waardoor die kleur ontsproot

O dat is de oorlog die we nooit zullen krijgen

P is de prevoost, waar ik maar van zal zwijgen

R is het recommanderen, dat men dagelijks moet verduren

S is de soldaat, die alles moet bezuren

T is het tuchthuis, voor ons altijd open

U is het uniform waar wij dagelijks in lopen

V zijn de vloeken die men dagelijks moet slikken

W is de wanhoop waaronder men dreigt te stikken

IJ is de ijver, die men zet aan de kant

Z is de zegen van de burgerstand

 

Terug naar overzicht

Soldatenlied

(met dank aan Inez voor het sturen van de de tekst)

Daar was 'reis een soldaatje,
Die hield van zoet jolijt.
Hij had een kwartje traktement
En ook een hupsche meid.
't Was 's morgens exerseren,
Voormiddags op corvee,
's Namiddags in den polderbroek
En 's avonds op naar steê.

Op maandag fourageren,
Op dinsdag naar de hei,
Op woensdag voor de grap op wacht
En donderdags niet vrij.
Op vrijdag groote inspectie,
Op zaterdag geen duit,
Op zondag zwaar van traktement,
En met zijn meisje uit.

Zij hangt als een hengselmandje,
Aan 't blauw van 't vaderland.
Hij heeft een razende appetit
En zij heeft proviand.
Zij netjes in de puntjes,
Hij glimmend als een tor.
Den heelen dag in groot tenue
En 's maandags in de nor.

 

Terug naar overzicht

Soldatenliedje

(tekst: G.W. Lovendaal / muziek: H.Zagwijn)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Daar was 'reis een soldaatje,

die hield van zoet en jolijt.

Hij had een kwartje traktement

en ook en hupsche meid.

't Was 's morgens exerceeren,

voormiddags op corvee,

namiddags in de polderboek

en 's avonds op naar stee.

 

Op Maandag fourageeren,

op Dinsdag naar de hei.

Op Woensdag voor de grap op wacht

en Donderdags niet vrij;

Op vrijdag grote inspectie,

op Zaterdag geen duit,

op Zondag zwaar van traktement

en met zijn meissie uit.

 

Zij hangt als een hengselmandje

aan 't blauw (grijs) van 't Vaderland.

Hij heeft een razende appetijt

en zij heeft proviant,

Zij - netjes in de puntjes,

Hij - glimmend als een tor,

den heelen dag in groot tenue

en 's Maandags in de nor.

 

Terug naar overzicht

Soldatenliedje

(tekst/muziek: Dirk Witte)

Meisje, meisje, kijk zo niet

Pas maar op voor de soldaten

Die geen meisje rustig laten

Als ze lachend naar hen ziet

Meisje, meisje, kijk zo niet

Sla je ogen zedig neer voor elk soldaat

Voor je 't weet is het al te laat

 

Meisje, meisje, zoen ze niet

Pas maar op voor de soldaten

Die je toch weer lopen laten

Als een ander naar ze ziet

Meisje, meisje, zoen ze niet

Trouw staat niet in 't woordenboek van de soldaat

Voor je 't weet is het al te laat

 

Meisje, meisje, huil zo niet

Zo zijn eenmaal de soldaten

Die je eenzaam achterlaten

In een wereld van verdriet

Meisje, meisje, huil zo niet

Troost je toch en doe net als die slechte vent

Morgen komt een ander regiment

 

Terug naar overzicht

Soldatenmeisje

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst en aan Jef Nelissen voor de aanvulling)

Soldatenmeisje,

Straks gaat de trein.

Dan zullen wij voor lange tijd gescheiden zijn.

Soldatenmeisje,

Hou goede moed !

Als ik terug kom

Blijf ik thuis voor jou voorgoed.

 

Hij moest vertrekken met zijn hele regiment
Voor lange tijd, en met bestemming onbekend.
Op het perron namen ze afscheid van elkaar,
En toen de tranen kwamen zei hij zacht tot haar:
 
Soldatenmeisje,
Straks gaat de trein.
Dan zullen wij voor lange tijd gescheiden zijn.
Soldatenmeisje,
Hou goede moed !
Als ik terug kom
Blijf ik thuis voor jou voorgoed.

 

Terug naar overzicht

't Somb're kerkhof

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

Op 't sombre kerkhof zekeren nacht,
Zag men een meisje knielen,
Wijl vlokjes sneeuw zoo stil zoo zacht,
Op 't aardrijk neder vielen.
De graver ging 't kerkhof rond,
Toen hij een meidje biddend vond:
"O geef mij albehoeder,
Wat doet gij meisje hier zoo laat,
Er is geen mensch meer op de straat."
"Ik vraag aan God mijn moeder."

"Ik dwaal hopeloos straat op straat neer,
Moest het mijn moeder weten,
Zij keerde wis welspoedig weer.
Ik heb vandaag nog niet gegeten,
Ik vroeg aan gindsche deur wat brood,
Men lachtte spotte met mijn nood.
Men joeg mij van de trappen,
Dat was de hulpe die mij men gaf.
O man ontsluit dit dierbaar graf,
'k Wil bij mijn moeder slapen."

" 'k Mocht in een vriendelijk vaderwoord,
Helaas mij nooit verblijden.
Door zwoegen werd hij vroeg vermoord,
'k Ben ook van haar gescheiden,
Die eindeloos werkte voor haar kind,
O ze heeft me toch zoo teer bemind,
'k Moest haar voor altijd derven(?)
O God geef mij mijn moeder weer,
Of laat mijn liever sterven."

De graver ligt het van den grond,
IJlt naar zijn woning henen.
Geen zucht aan 's meisjes mond,
Hij hoort haar niet meer wenen.
Maar 't is alsof hij nog 't woord,
Van 't biddend stemmetje hoort:
"O geef mij albehoeder",
De vrouw ontving haar in haar schoot,
Te laat helaas het was reeds dood,
Het was bij haar moeder.

Terug naar overzicht

S.O.S.

(met dank aan Carola voor de tekst)

De moeder van den marconist
Leest van haar zoon een brief.
Hij schrijft: "'k Ben binnenkort weer thuis
Voorgoed, zeg oudjelief.
Dan ga ik trouwen met de schat
Die ik sinds lang bemin
Ik bouw d'r fijn een eigen nest
En jij komt bij ons in. "
Dan wordt zij eventjes gestoord,
Omdat ze door de radio hoort:

Refrein:
Een S.O.S. kwam over het water
Een kreet om hulp klonk over d' Oceaan.
Ons wordt bericht, dat er een Hollansch stoomschip
Met man en muis zooeven is vergaan.

De stoomer stootte op een klip,

Bij vliegende orkaan.

Bij 't doodsgegil van honderden,

Is 't trotsche schip vergaan.

De marconist deed tot 't laatst,

Met heldenmoed zijn plicht

Totdat de kolkende woest zee,

Haar moordwerk had verricht.

"Dag moeder" was het laatste woord,

Dat door den aether werd gehoord.

't Hollandsche stoomschip, trots der Nederlanders,

Dat is zojuist met man en muis vergaan.

De moeder van den marconist,
Kust weenend zijn portret
Door smart verstomd, zoekt zij vergeefs
Naar woorden voor een gebed.
't Is of haar keel wordt dichtgesnoerd,
Bij 't lezen van den zin:
"Moeder, wanneer ik ben getrouwd,
Dan komt U bij ons in."
Dan snikt zij: "Ja hoor vent, heel gauw,
Dan ben ik voor altijd weer bij jou."

En met een bede voor zijn lieve moeder,

Is hij als een held in 't zeemansgraf gegaan.

Refrein

 

Terug naar overzicht

Souvenir van jou (Nelleke)

(met dank aan Marc Blokland (†) voor het sturen van de tekst)

Ik liep door de regen en was zo alleen.

Toen kwam ik jou tegen

Daar buiten in de regen.

Je lachte naar mij, en nam mij met je mee,

Naar een grote stad waar ik dat,

Souvenir van jou heb gehad.

 

Refrein:

Souvenir van jou, souvenir van jou.

Het doet me denken aan die dag,

Toen ik in jouw armen lag,

Souvenir, souvenir van jou.

 

Nu je weer weg bent, ben ik weer alleen.

Misschien kom je morgen,

Waar ben je toch heen.

Dat souvenir bewaar ik heel goed,

Het geef me weer moed.

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Spaansche nachten

(Willy derby 1936)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Nooit heb ik een mensch nog een dier iets misdaan

Ik deed altijd goed.

Nu is mijn land plots in opstand gegaan

Ov'ral stroomt bloed.

Al wat 'k bezat ben ik kwijt

Niemand weet hoe ik lijd.

 

Refrein:

Ik zwerf verlaten

Hier langs de straten

Ik kan het leven haten

Welk droevig ding

Niets wat mij spaarde

Een hel is aarde

Zie mij aan: arme Spaansche vluchteling.

 

Zie, nacht op nacht bommen vallen op straat

Angstkreet weerklinkt.

Vuur, moorden, staal en wreed resultaat:

Dood en verminkt.

Niemand op aard beseft

Hoe zwaar het lot ons treft.

 

Refrein

 

Ik heb luid gesmeekt, heb geschreid en gezucht

't Hielp niet zoo, neen.

Doodsangst nabij, ben ik mijn land uitgevlucht

Smart bleef m'alleen

Elk die me liefde gaf

Rusten ver weg in 't graf.

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

 

Spaanse vluchteling

(tekst en muziek: H. Kerr/J. Zameenik/Ferry)

(met dank aan Betsy van Dijk voor het sturen van de tekst)

Refrein:

Ik zwerf verlaten hier door de straten

'k Kan 't leven haten, als 'k droevig zing

Niets wat mij spaarde, een hel op aarde

Zie mij aan, arme Spaanse vluchteling

 

Nooit heb 'k een mens of een dier iets misdaan

'k Deed niets dan goeds

Nu is m'n land plots in opstand gegaan

Ov'ral stroomt bloed

Al wat ik bezat ben ik kwijt

Niemand weet hoe ik lijd

 

Refrein

 

Zal ik m'n land of m'n ouders nog zien

Vraag ik steeds weer

Zie ik nog eenmaal m'n liefste, misschien

Help mij toch Heer

Leven in donkere nacht

Is wat de oorlog mij bracht

 

Terug naar overzicht

Speelbal

Een meisje van even acht jaar

Met heerlijk onschuldig gelaat

Stond iedere dag voor 't raam

En keek naar de kinderen op straat

Dan volgden haar ogen de bal

Bij 't spel in beweging gebracht

Ze hunkerde naar zo'n bezit

En iedere keer zei ze zacht

 

Moesje toe geef me een speelbal

Al is ze ook nog maar zo klein

Daar kan ik dan heerlijk mee spelen

Ik zal er heus zuinig op zijn

 

Haar moedertje kon op den duur

Het smeken niet langer weerstaan

En is op een zonnige dag

Met haar naar een winkel gegaan

Hoe licht viel haar offer toen zij

De vreugd van haar lieveling zag

Het kind hield de bal stijf omkneld

En zei met gelukkige lach

 

Moesje nu heb ik een speelbal

Al is ze ook nog maar zo klein

Daar kan ik dan heerlijk mee spelen

Ik zal er heus zuinig op zijn

 

Wat was ze gelukkig en blij

Maar 't noodlot komt steeds onverwacht

Want juist door haar spel met de bal

Viel zij in een donkere gracht

Men bracht haar als engeltje thuis

De bal nog geklemd in haar hand

En moesje gebroken door smart

Zei zacht door verdriet overmand

 

Zusje hier is nu je speelbal

Je grote bezit van weleer

Nu kan je er heerlijk mee spelen

Daar boven bij ons Lieve Heer

 

Terug naar overzicht

Speeldoos (P. Goemans)

Een speeldoos, een speeldoos uit lang vervlogen tijd

Er was een heel klein herderinnetje van breekbaar wit porselein

En als de speeldoos tinkelde dan danste zij sierlijk op 't refrein

 

Er stond een herder tegenover haar, maar onbereikbaar was hij

Want zelfs als zij de speeldoos om een dansje vroeg, kwam hij niet

dichterbij

 

Refrein:

Ook hij kon niet gelukkig zijn, zo ver van haar vandaan

Maar een fee kwam zacht op een lentenacht

En raakte hen heel voorzichtig aan

De herder en z'n herderinnetje zijn nu voor altijd een paar

En als u dit verhaaltje niet geloven wilt

Vraag die fee er dan zelf een keertje naar

 

Want dit sprookje is waar

 

Refrein

 

Want die twee zijn nu werkelijk bij elkaar

Dus dit sprookje is waar

Terug naar overzicht

Speelt mijn tante Alida op haar mondharmonica

(Albert de Booy – 1939)

(met dank aan Hubert Ramakers voor het sturen van de tekst)

Ik heb maar één tante Aal,

Ze is zeer muzikaal,

Op zijn tijd houdt ze ook van een pretje,

Ze is intelligent,

Op haar blaasinstrument

Geeft mijn tante hem daag’lijks van Jetje.

Of het stuk staat in fis, in b-mol of in cis,

Als ze ’t eens heeft gehoord is ze klaar,

Welk werk je ook kiest ze speelt Wagner en Liszt

Op haar mondorgel fijn door elkaar.

 

Refrein:

Speelt mijn tante Alida op haar mondharmonica

Dan verhuizen de tafels en stoelen  opzij,

En wij dansen een wals of een foxtrot erbij,

Speelt mijn tante Alida op haar mondharmonica

Dan is dadelijk de stemming erin en tevree,

Zingt eenieder van Hoe-la-dié!

 

Komt mijn tante uit bed,

Maakt ze vlug haar toilet,

Voor een spiegeltje in het alkoofie

En dan roept ze haar man,

“Kom vooruit, opstaan Jan !"

Of ik stort een rivier op je hoofie.

Hij zegt: “Vrouw, ‘k ben ontwaakt,

Als je één kreet nog slaakt,

Breng ik je chemisch, geruisloos om zeep !"

Maar dan speelt ze een mop,

En zegt: “Sufferd, schiet op,

Wil je dat ik op je graf bloempjes kweek ?”

 

Refrein

 

Is haar huiswerk gedaan,

Zet ze de radio aan,

Ze speelt mee met een jazz-band uit Wenen,

Neemt een spreker het woord,

Zet ze ‘m af en verstoord,

Roept ze: “Smoes niet zo lang, neem de benen !"

Ze heeft een sijs, een parkiet en een kanariepiet,

Daarmee speelt ze een wals en voldaan,

Blaft de waakhond als bas,

Mauwt de poes in haar sas,

In ’t ensemble als krolse sopraan.

 

Refrein 

 

Terug naar overzicht

Speelt pappie met zijn spoortje

(tekst: Henri Theunisse / muziek: Wessel Dekker / uitvoering: Vrij en Blij)

(met dank aan Gerard Engelbertink voor het sturen van de tekst)

Ik heb een oude studievriend,

Vaak ga ik hem bezoeken.

Hij zit niet meer als vroeger

Met zijn neus boven de boeken.

Er is iets veel gewichtigers

Gekomen in zijn leven

Sinds hij aan zijn jongste zoon

Een spoortrein heeft gegeven.

 

Refrein:

Speelt pappie met zijn spoortje

Zijn spoortje, zijn spoortje.

Komt hij van zijn kantoortje,

Begint voor hem de pret.

Dan is hij de stationschef

En draagt een rode pet,

Dan zwaait hij met het spiegelei

Bestuurt zijn spoorwegnet.

Speelt pappie met zijn spoortje,

Zijn spoortje, zijn spoortje.

Komt hij van zijn kantoortje,

Begint voor hem de pret.

 

Hij heeft een schakelbord gemaakt,

Daar zit hij mee te seinen,

Daar regelt hij de wissels mee

En dirigeert hij treinen.

Hij blaast op fluitjes, drukt op knoppen,

Is de prins te rijk

En zijn zoontje, waar het spoor van is,

Die mag er fijn naar kijk-èn:

 

Refrein

 

Vraagt iemand aan zijn bankloket

Hoe of het met de beurs gaat,

Dan zegt hij dat de hele boel

Op het verkeerde spoor staat.

En vraagt zijn vrouw hem huishoudgeld,

Zegt hij zacht aan haar oortje:

 „Geld is er' niet, maar 'k maak je

Aandeelhoudster van mijn spoortje."

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Speelt tante op haar mirliton

(Mirlitons zijn membrafonen waarbij het membraam in trilling gebracht wordt door zingen of blazen)

(tekst en muziek: Henri Theunisse)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Mijn goeie ouwe tante Jans

Is stapel op muziek en dans,

Als zij de vaten wast,

Of in de badkuip plast,

Dan zingt ze met sonoor geluid,

Maar 't felst leeft tante Jans zich uit

Speelt z'op haar mirliton

Bij een accordeon.

 

Refrein:

Speelt tante op haar mirliton,

Dan schijnt bij ons in huis de zon,

En gaat het meubilair op zij

Dan is de balzaal vrij.

Dan danst Louis de polka met z'n nicht Marie,

Het wordt een feest als nimmer is geweest.

Speelt tante op haar mirliton,

Dan schijnt bij ons in huis de zon,

Dan zingen wij met met frisse moed:

"Allé, zo gaat ie goed !"

 

Haar man roept dikwijls energiek:

"Jouw mirliton, die maakt me ziek.

Blijf jij zo blazen schat,

Kies ik het hazenpad !"

Maar Jans dient Kobus van repliek

Zegt: "Zeur niet, ik speel magnifiek !"

Beweert daarna vol vuur:

"Mijn toeter brengt cultuur !"

 

Refrein

 

Haar simpel toeter-instrument

Bespeelt ze met een waar talent,

Ze vormt daaruit een toon

Als van een saxafoon.

Ze zegt: "Hoe ik het ook beschouw,

Ik hoor in het concertgebouw.

Want daar komt eerst terecht

Mijn kunnen tot zijn recht."

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Spiegelbeeld

(Ned. tekst: Lodewijk Post=Gerrit den Braber/muziek:D. Edwards/uitvoering: Willeke Alberti)

Spiegelbeeld vertel eens even

Ben ik heus zo oud als jij

Is het waar, ben ik twintig

Is m'n tienertijd voorbij

'k Ben wel jong maar ik ben toch niet zo jong meer als ik was

'k Ging zo graag nog een keertje

Terug naar de klas (naar de kla-ha-has)

 

Spiegelbeeld 'k kan je haten

Want je geeft geen dag terug

Waarom gaan toch die jaren

Als je jong bent zo vlug

'k Ben wel jong maar er is toch al zoveel herinnering

Spiegelbeeld uit al die jaren

Vergeet ik geen ding (geen di-hi-hing)

 

Spiegelbeeld m'n eerste vriendje

Was een joch zo oud als ik

'k Kreeg van hem m'n eerste zoentje

't Was een heerlijk ogenblik

'k Ben wel jong maar dat zou ik nog zo graag eens overdoen

Quick quick slow, de eerste dansles

Wat was ik nog groen

'k Heb alleen nog wat foto's en die zeggen 't me weer

't Is voorbij, m'n eerste baljurk

Die draag ik niet mee-he-heer (niet mee-he-heer)

 

Terug naar overzicht

Spiegelt o jeugd

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

Hoe kan een zee zijn zonder baren,

Hoe kan een meisje leven zonder man,

Spiegelt o jeugd en ben ervaren,

Spiegelt o jeugd voor zulk een valse min.

 

Ja het is waar die valse liefde,

Die mij belastert die doet mij leed.

't Is van vrouw Veenhuis die verslonken,

Zoals die oude courant dat deed .

De vader sprak met schuine woorden,

Sofia, maak u maar van kant,

Want gij zijt in de fleur bedrogen,

Vertrek maar uit mijn vaderland.

Sofia sprak dan ga ik mij verdrinken,

Al in vrouw Veenhuis waterplas.

Daar kunt gij mij des morgens vinden,

Des 's morgens vroeg wanneer de dag breekt aan.

 

Zij nam haar zuigeling in haar armen,

En drukte het aan haar maagdenhart.

Dit is de borst der milde baren,

Dit is de borst van 'n teer beminde op d' aard.

  

Zij nam haar zuigeling in haar armen,

En sprong er mee het water in.

Die mij bemind' die ga ik nu verlaten ,

Want hij kiest nu een andere tot vriendin.

 

De vader is des Zondagsmorgens,

Vroeg opgestaan, en naar het water gegaan.

Heeft daar zijn dochter dood gevonden,

Die door het water was vergaan.

 

De vader Sprak met sobere woorden,

Ik ben de schuld van Sofia's dood.

Toen heeft hij een pistool genomen,

En heeft zijn eigen hart doorboord.

 

Terug naar overzicht

Spiritistische Seance

(Eduard Kapper - ca 1925)

Melodie: De Begrafenis van Manke Nelis

(met dank aan Jeanne Albers voor het sturen van de tekst)

Ik heb een oud stuk Tante in de Willemstraat

Die is kaal en draagt daarom ook een pruik

Ze is precies een wandelend jenever vat

En drinkt de jajum zoo waar uit de kruik,

Ze woont daar heel alleen. met ’n kanarie en een kat

Die kat wou dat ie tante al d’r katers had gehad.

 

Refrein

 

Maar van één ding droomde steeds m’n tante Jans

Dat was van een spiritistische seance

Want een jaar na haar trouwen was d’r vent al dood gegaan,

Ze wou ’t niet gelooven, want je kan geen bliksem op ‘m ân

Op z’n trouwdag zei ie, Jans van neu af ân

Raak ik van m’n leven nooit geen neut meer ân

Maar daar werd ie op een nacht

Mensch wie had ’t ooit gedacht

Gestikt in ’t delirium dood thuis gebracht

 

Op zek’ren dag sprak tante toen ze ’t raam uit hing

Tot haar buurvrouw, hoort u ereis juffrouw

Die rooie Arie van de hoek is dat geen vrind

Van die ouwe Oom van die vent van jou

Die Arie heit een zuster en de zwager van die meid

En die d’r broer kan tafeldansen.  Heit ze eens gezeit.

 

Refrein

 

Mensch doe jij me d’r nou eens een groot plezier

Vraag die tafelacrobaat eens bij me hier

‘k Wou effectief nou weten of me vent is gecrepeert

Of dat ie met zoo’n vuile dallesmeid ‘m stiekum heit gesmeerd

Afgesproken sprak de buurvrouw, zwijg maar atil

Je zal te weten komen mensch, net wat je wil

’s Avonds werd de vent verwacht

En hij had uit eigen macht

Al die Goosens en de Meiden meegebracht.

 

Daar had je schele Toon en de Jordaan Prinses

En Manke Nelis u allen nog wel bekend

Dan Bleeke Bet, Oranje Hein en Rooie Sien

En mooie Jantje ook nog wel d’r vent

Toen ’t heele stel gezeten was riep Toon hou nou je kop

Dan roep ik eerst de geest van Tante Jans d’r vent hier op.

 

Refrein

 

Hein riep ’t licht uit, anders durf ik ommers nooit

Hij is te bang dat Jans wat naar z’n hersend gooit.

Toen alles donker was, ging zacht de tafel op en neer

Tante Jans zei ik zeg louw, as die me hoort dan deist ie weer

Hein kneep Rooie Sien eens even in d’r kuit

Maar ze riep gemeene piegum schei nou uit,

Wil je knijpen idioot. knijp dan in de tafelpoot.

Van m’n kuiten blijf je af, stuk idioot.

 

Een geest bewoog de tafel hefig op en neer,

Schele Toon sprak, zeg ‘r is wie je bent,

En weer bewoog de tafel, en as antwoord kwam’

Ik ben de geest van Jans d’r dooie vent

Toen Tante Jans dat antwoord hoorde, jammerde ze zacht

Wat zonde dat m’n vent, z’n lijf nou niet heeft meegebracht.

 

Refrein

 

Toon riep maak je om zoo’n dooie vent niet naar

Jans riep dat ie dood is, dat is geen bezwaar.

Had ik geweten, dat ie toch uit z’n kissie was gehaald

Dan had ik vast voor z’n begrafenis geen rooie cent betaald.

Hein sprak zeg vertel eens op meneer de Geest

Met wie ben je nou vannacht op stap geweest.

Maar de Geest zei, zeg meheer, Ik vertel straks wel meer

Zet jij maar eerst een ouwe klare voor me neer.

 

De klare werd gebracht en netjes neergezet

Een ieder greep er na zoo gauw ie kan.

Maat nauw’lijks had er een de klare door z’n keel

Of de heibel onder elkaar begon,

Ze schreeuwden naar elkander en ze vloekten er doorheen

En Toon die ‘m zelf had gejat. die riep dat is gemeen

 

Refrein

 

De Geest ging weg en toen ’t licht werd opgedraaid

Schreeuwde Tante  Gut nou is mijn beurs gesnaaid

Schele Toon riep, dat heit die dooie Geest van jou gepikt

Maar Tante riep, nee  scheele gauwdief, dat hè jij ‘m nou geflikt

Toontje fluistert ieder stiekum wat in ’t oor

En het hele stel ging er toen van door

En in de kroeg van Dikke Frans

Zoop een ieder zich ongans

Van Tante Jans d’r Spiritistische seance

 

Terug naar overzicht

Sportliedje

(tekst: Dick Rector / muziek: Jan Vrolijk)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Ik heb een tante en een oom,

Ja dat geval zit zo:

Mijn ome die heet Piet

En tante's naam die is slechts Co.

Nu is hij pas gepensioneerd

En veertig jaar getrouwd,

Maar beiden zijn nog o zo fit

En voelen zich niet oud;

En zo sprak zij: "Zeg hoor eens Piet

Jij kwam steeds tijd tekort,

Maar nu wil ik, en jij doet mee,

Wat meer gaan doen aan sport".

 

Refrein:

Die tante Co en ome Piet

Doen toch zoveel aan sport,

Want tante Co beweert

Dat je daar weer zo jong van wordt.

Ze zwemmen en ze doen aan gymnastiek.

Ik wou dat U dat werk'lijk nu eens zag.

Ze lopen de vierdaagse mee

En trainen ied're dag.

Ja, die tante Co en ome Piet !

 

 

Toen bouwde oom de zolder om,

Dat werd een sportlokaal.

Voor springmat kwam een heel oud kleed,

Gerafeld en wat kaal.

Maar tante Co zei: "Da's niet erg,

We doen het er maar mee !"

En 's morgens vroeg dan hoor je al:

"Buig door nu, éne twee."

De radio staat dan al aan

Met ochtend-gymnastiek.

De buren worden wakker

En zij dienen van repliek:

 

Refrein

 

Zo gaat het voort, de hele dag,

Ze worden niet gauw moe,

Want 's middags gaan ze met z'n twee

Ook naar het zwembad toe.

En tante roept dan: "Hou je taai !"

" 't Gaat best", juicht ome Piet.

Een week of wat en je zult zien,

Dan slaan we Nel van Vliet."

Ze doen hun best en trainen maar,

't Gaat goed zo met die twee.

En tante zegt: "Ik doe ook

Met d' Olympiade mee !"

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Spreekwoorden (tekst: Tony Schmitz/Nap de la Mar)

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

De Hollandsche spreekwoorden zijn 't motief,

Van 't lied dat ik zingen ga, neem 't voor lief;

 En vindt u niet aardig - al wat ik hier doe,

Dan pas ik er daad'lijk dit spreekwoord op toe:

"Als je ‘n hond wilt slaan, kun je wel een stok vinden".

 

Plak je soms des avonds wat laat in de kroeg,

En kom je bij vrouwlief zes uur ‘s morgens vroeg,

Al raast ze dan nog zoo, gebruik je verstand,

Zeg niets en kruip stiekum in het ledikant.

"Spreken is zilver, zwijgen is goud".

 

Wanneer je getrouwd bent een jaartje of tien,

En de ooievaar laat zich maar altijd niet zien,

Geeft ieder je raad in zoo 'n lastig geval,

Doe dit en laat dat, opdat ‘t beest komen zal.

"De beste stuurlui staan aan wal".

 

Sinds ruim in jaar rijdt door de stad Rotterdam,

Een prachtige, mooie Electrische tram,

Nu de baanschuiver, mensch, kind en hond heeft gekraakt,

Merkt men hoe onpractisch de boel is gemaakt.

"Men dempt den put (etc.)"

 

Een heertje van vijftig had in vroeger tijd,

Verzuimd om te trouwen en nu heeft ie spijt.

Geen vrouw deelt z’n zorgen en z’n legersteê,

Ach neen, daar bemoeit zich ‘t dienstmeisje mee.

"Bij gebrek aan brood, eet je korstjes van pasteien".

 

Een vrouwtje van dertig had in vier jaar tijd,

Drie mannen versleten, ‘t is geen kleinigheid.

Zes maanden was ze getrouwd met No. 4,

Toen nam reeds de baker in huis ‘t bestier.

"Op oud ijs vriest 't gauw".

 

Marietje zei altijd: "op aard is geen man,

Die ooit in mijn leven bekoren mij kan."

Maar drie jaar daarna had Marietje, ‘t is lam,

Twee kindertjes en ze wist niet hoe z' er aan kwam.

"De geest is sterk, ‘t vleesch is zwak".

 

Eerst was liberaal heel de stad Rottendam,

Tot de rechtsche partij nu de overhand nam.

Daarom niet getreurd, altijd blijft dat niet zoo,

Denk maar aan de oude spreuk van Bredero:

" 't Kan verkeeren".

 

Op 't vaderschap komt wellicht een nieuwe wet,

Het onderzoek wordt dan niet langer belet.

Als die wet er door komt, gebeurt het misschien,

Dat je betalen moet voor ‘n kind, dat je nooit hebt gezien.

"Wie zijn . . . brandt, moet op de blaren zitten".

 

Terug naar overzicht

Stapel op swing

(tekst en muziek: Johnny Hoes en Wim Poppink)

(met dank aan Gerard Engelbertink voor het sturen van de tekst)

De vrouw bleef door de eeuwen

'n Raadsel voor de man,

Ik kon nog niemand vinden,

Die dit verklaren kan.

 

Refrein:

Ik had 'n meisje, dat was stapel op swing,

Ze was gewoonweg „weg" van Frankie en Bing.

En wie er niet van hield,

Die keek zij geen ogenblik aan.

Ik gaf van huis uit om dat swingen geen zier,

Maar ik dacht: Jongen, doe dat kind een plezier.

En daarom ben ik naar 'n leraar in dansen gegaan.

Ik leerde Be-Bop, Boogie-Woogie en mambo incluis,

Maar kreeg er kramp van in m'n kuiten en ruzie in huis.

En toen die sport zo'n week of tien had geduurd,

Trouwde m'n meisje met 'n man uit de buurt.

'n Rentenier, hij was ruim 20 jaar ouder dan zij,

Niet sportief en niet muzikaal,

Lenig als een betonnen paal,

Maar hij had 'n slee, 'n villa aan zee,

En 'n millioen of twee.

 

 

In China zijn de mannen

Beslist nog niet zo dom,

Ze horen, wat hun vrouw zegt,

En handelen andersom.

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Sterren en strepen (De Limburgse zusjes)

(met dank aan Betsy van Dijk voor het sturen van de tekst)

Al heb ik geen sterren op m'n kraag,

Al heb ik geen strepen op m'n mouw,

Toch hou ik van jou, toch hou ik van jou.

Al heb ik geen sterren op m'n kraag,

Al heb ik geen strepen op m'n mouw,

Toch blijf ik je trouw!

 

Al heb je geen sterren op je kraag,

Al heb je geen strepen op je mouw,

Toch hou ik van jou, toch hou ik van jou.

Al heb je geen sterren op je kraag,

Al heb je geen strepen op je mouw,

Toch blijf ik je trouw!

 

Ik ben verliefd m'n jongen,

Zo echt verliefd op jou.

Ik ben met jou m'n jongen,

De allerrijkste vrouw.

Als ik je zie marcheren,

Dan neem ik het besluit,

Je mag me altijd commanderen.

Wanneer ik word je bruid !

 

Al heb je geen sterren op je kraag,

Al heb je geen strepen op je mouw,

Toch hou ik van jou, toch hou ik van jou.

Al heb je geen sterren op je kraag,

Al heb je geen strepen op je mouw,

Toch blijf ik je trouw!

 

Al heb ik geen sterren op m'n kraag,

Al heb ik geen strepen op m'n mouw,

Toch hou ik van jou, toch hou ik van jou.

Al heb ik geen sterren op m'n kraag,

Al heb ik geen strepen op m'n mouw.

Toch blijf ik je trouw !

 

Ik praat met and're meisjes

Alleen maar over jou.

Ik voel me echt m'n jongen,

Nog trotser dan een pauw.

Wanneer wij samen wand'len,

Kijkt iedereen ons aan,

Ik wil zo graag m'n lieve jongen,

Met jou door 't leven gaan !

 

Al heb je geen sterren op je kraag,

Al heb je strepen op je mouw,

Toch hou ik van jou, toch hou ik van jou.

Al heb je geen sterren op je kraag,

Al heb je strepen op je mouw,

Toch blijf ik je trouw !

 

Al heb ik geen sterren op m'n kraag,

Al heb ik geen strepen op m'n mouw,

Toch hou ik van jou, toch hou ik van jou.

Al heb ik geen sterren op m'n kraag,

Al heb ik geen strepen op m'n mouw,

Toch blijf ik je trouw !

 

Terug naar overzicht

Sterren stralen overal

(tekst: Jan Toonder / muziek: Dolf v.d. Linden/uitvoering: Bert van Dongen)

(met dank aan Gerard Engelbertink voor het sturen van de tekst)

Een schip vaart af de avond in,

De verte tegemoet.....

Een einde wordt een nieuw begin,

Vol kracht en goede moed.

Wij gaan voorbij de horizon,

Waar ons de toekomst wacht;

Het land dat ons niet bergen kon

Verdwijnt nu in de nacht !

 

Refrein:

Sterren stralen overal,

Hun glans verlaat je niet,

En dit hun altijd zichtbaar licht,

Is wat je troosten zal,

Voor wat je achterliet.

Want waar ter wereld men ook is,

Staan sterren in 't heelal,

Zij zijn als bakens in de duisternis,

Sterren stralen overal !!

 

De torens van de oude stad,

Zij slaan voor 't laatst de tijd.

Het land dat weinig ruimte had

Lijkt nu opeens zo wijd.

Geen afscheid is er zonder pijn,

Veel weemoed neem je mee,

Maar één ding zal hetzelfde zijn,

In 't land ver overzee !

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Stille nacht (Oorlog)

(met dank aan Inez voor het sturen van de tekst)

(met dank aan H. van Duin voor het laatste couplet)

Stille nacht, heilige nacht,
Toe maar kindje sluimert zacht.
Want als je zoetjes nu slapen gaat
En je dan morgen weer heel vroeg op staat,
Wacht je een heel groot plezier,
Krijg je een kerstsouvenir.

Stille nacht, heilige nacht,
Kindje slaapt, kindje lacht.
's Morgens ontwaakt ze voor dag en voor dauw,
Vraagt aan mamaatje "Hé waar is het nou ?
Of is 't misschien nog niet hier,
Dat mooie kerstsouvenir

Stille nacht, heilige nacht,
Wees gerust, schatje wacht.
Paatje aan 't front heeft 't stellig beloofd,
Maar als je maatje misschien niet gelooft,
Neem dan maar pen en papier,
Schrijft om je kerstsouvenir

Stille nacht, heilige nacht,
Kindje schrijft wat het dacht.
Maatje vindt goed dat ik schrijvend U vraag,
Wat ik het liefste wil hebben vandaag,
't Liefste dat paatje komt hier,
Bij mij als kerstsouvenir.

Stille nacht, heilige nacht,
Eenzaam staat daar ginds op wacht,
Paatje aan 't front leest in den innigen brief,
't Vurig verlangen zijns kindeken lief,
Denkt aan zijn thuis hem zoo dier,
Zus...en haar kerstsouvenir.

Stille nacht, heilige nacht,
Duizenden mannen omgebracht.
In 't gevecht in het heetst van den strijd,
Sneuvelde het paatje van den kleine meid,
Offert voor 't Vaderland fier,
Kindeke's kerstsouvenir.

Stille nacht, heilige nacht,

't Doodsbericht wordt thuis gebracht.

Maatje sterft plotseling op dit bericht,

Heel alleen staat nu 't lief'lijke wicht,

Schreiend ach moeke kom hier,

Is dat nu mijn kerstsouvenir.

 

Terug naar overzicht

Struikelblokje

(Tekst muziek: J.G. Hinse/ E. Paoli/uitvoering: Henny Verra)

(met dank aan Marianne Gihaux-Driesen voor het sturen van de tekst)

Refrein:

Je bent mijn struikelblokje en een blokje aan mijn been,

Maar ‘k wil je toch niet missen voor geen miljoen oh neen !

Jouw lief bestaan te looch’nen, was heel eenvoudig, schat,

Maar ‘k weet dat ik dan geen kind en géén karakter had gehad !

 

M’n kindje lief ga slapen, je bent van ’t spelen moe,

Straks kussen lieve eng’len,  je beide oogjes toe.

Je bent zelf ook een engel, al ben je maar ONECHT,

Mijn liefde is hoog verheven, …..? wat hetgeen men zegt..

 

Refrein

 

Ik moest het ouderhuis verlaten, omdat jij werd verwacht.

Maar kindje deze straf is door jou zo lief verzacht.

Al noemt de nétte wereld, mij een gevallen vrouw,

Ik heb iets, waarvan ik meer nog dan van mezelve hou !

 

Refrein

 

Al heb ik pracht diploma’s, een betrekking krijg ik nooit.

M’n laatste chef zei: "meisje, dát heb je zelf vergooid."

Ik weet dat ik m’n huwelijkskansen, door jou mijn schat verloor,

Maar ik heb twee flinke handen, wij slaan er ons wel door !

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Suikerbossie

(Bolle Dries (19de eeuw))

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Ik laat het noorden achter mij
De lage vlakte achter mij
Ik laat mijn land voor wat het is
Mijn huis, mijn haard en mijn bezit
 


Ik volg het spoor van oude schepen
Ver voorbij de evenaar
Ik volg het spoor van wie mij lief is
Zo heeft mijn hart de koers bepaald
 


Refrein:
Want Suikerbossie ek wil jou he
Suikerbossie ek wil jou he
Suikerbossie ek wil jou he
Wat ook jou ma daarvan sal se
Dan loop ons dalk so onder deur die maan
Loop ons dalk so onder deur die maan
Loop ons dalk so onder deur die maan
Ek en my suikerbossie saam
 


Ek soek van die oggend tot die aand
En ik weet dat zij ergens moet bestaan
Ek soek van Puma Langa tot die Kaap
En als het moet dan loop ik naar de maan


Refrein

 

Terug naar overzicht

Susanne (August de Laat)

(met dank aan Marc Blokland (†) voor het sturen van de tekst)

Refrein:

Ze heb een hekel aan de manne, Susanne, Susanne

Want de mannen zijn zo slecht, dat is hetgeen Susanne zegt

Ze heb een hekel aan de manne, Susanne, Susanne

Maar ik denk ze haat een man, omdat ze er geen krijgen kan.

Nicht Susanne is niet mooi te noemen, z' is mottig en tanig geel,

Haar mondje lijkt precies een modderslootje

Z' is bonkig en hevig scheel.

Ze zegt ik wil beslist als maagd gaan sterven

Een man maakt me bang.

Ik zeg nicht je moet alleen maar dood gaan

Want gestorven ben je allang.

 

Refrein

Ze heeft wel zeven katten maar die lijden. 'n volstrekt katerloos bestaan,

Twaalf honden maar natuurlijk teefjes

Veertien kippen maar zonder haan.

Dan heb ze nog een kanariepietje die niet zingen kan.

Wil z' een bokking eten dan is 't een kuitje

Want een hommetje, foei dat is een man.

 

Refrein

  

Terug naar overzicht

Susi Darlin'

(uitvoering: Bill Kilima and His Cowboys)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Hoe kan ik slapen, heel alleen

Koud is de stilte om me heen

Hoe kon je weggaan, zomaar heel alleen

'k Weet dat ik steeds de tijd vergat

Als ik je in m'n armen had

Zo heb ik echt geen vrouw gekust

Nooit heb ik meer rust.

 

Refrein:

Oh, Susi Darlin', m'n hart is je trouw

Want het gouden zonnelicht

Schijnt alleen voor jou.

 

 

Somber en lang is elke nacht

Als ik hier lig en op je wacht

Somber en eenzaam is de lange nacht

Dat wat ik in de toekomst zag

Vaagde je weg die ene dag

Nu is er leegte, anders niet

Leegte en verdriet.

 

Refrein

 

Eindeloos langzaam gaat de tijd

Soms lijkt een uur een eeuwigheid

Hoe raak ik ooit nog dit verlangen kwijt

't Is of het leven pauze heeft

Tot je me weer je liefde geeft

Kom of je nooit bent weggeweest

Dan viert alles feest.

 

Refrein

 

Terug naar overzicht

Sweetheart, my darling, mijn schat

(tekst: Bart Ekkers)

 Sweetheart, my darling, mijn schat

Ik wou dat ik jou bij me had

Ik vraag naar je liefde

Ik ben zo alleen

Zeg me, waarom ging jij heen

Kan je me niet meer verstaan

Of heb ik jou iets misdaan

Hoe kan je vergeten wat jij eens aanbad

Sweetheart, my darling, mijn schat

 

Ik kan niet leven zonder jou

Zeg waarom bleef jij mij niet trouw

Is al jouw liefde dan voor mij

Voorgoed voorbij

Sweetheart, my darling, mijn schat

Eens heb je mij lief gehad

Toen waren we beiden gelukkig en blij

Sweetheart kom toch weer bij mij

 

Sweetheart, my darling, mijn schat

Eens heb je mij lief gehad

Toen waren wij beiden gelukkig en blij

Sweetheart kom toch weer bij mij

Terug naar overzicht

Swing swing swing

(tekst en muziek: Johnny Steggerda)

(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)

Ik hou niet meer van doodgewone dingen

Om maar zo stomweg weer een liedje te gaan zingen,

Ik zag de jitterbug

Och mens, je lacht je stuk.

Want als je niet je benen breekt,

Nou, dan heb je geluk.

 

Refrein:

Swing, swing, swing,

Canadian swing swing swing

Come on boys and sing it all together now.

One two three four five six seven

I' ve ants in my pants,

Oh rapturous dance,

'k Heb m'n reumatiek vergeten, I don't care,

Ik dans jitterbug precies als Fred Astaire.

Swing, swing, swing,

Canadian swing swing swing

Come on boys and sing it all together now

One two three four five six seven.

I' ve ants in my pants.

 

Toen ben ik ied're dag gaan studeren,

Ik wou dat jiggen en dat swingen ook gaan leren,

En 's avonds in m'n bed

Heb ik 'm opgezet.

Toen ging ik door de planken heen,

Daar werd niet op gelet.

 

Refrein

 

Terug naar overzicht