Uit (groot)moeders tijd
O ! Amelia !(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
Amelia heette zij,
Maakte indruk op mij
Door haar heerlijk figuur zoo pikant.
't Haar was zwart als roet,
Maar het stond haar toch goed,
In een woord ik vond haar charmant.
Ik zag haar iederen dag
En wanneer ze mij zag,
Sloeg zij haar lieve oogjes kuisch neer.
Dan noemde ik zacht haar naam,
En steeds achter haar aan
Verhaalde ik keer op keer:
Refrein:
O Amelia, o Amelia,
Je handjes, je tandjes,
Je lokken zoo zwart,
Je prachtige oogen
Breken mijn hart.
O Amelia, o Amelia !
Om U te verwerven
Zou ik willen sterven,
O Amelia !
Aanspreken durfde ik haar niet,
Bang dat ze mij verstiet.
Als een schaduw alleen volg ik haar,
Waar zij zich ook bevond,
Ik beslist naast haar stond,
Al vond ze 't misschien ook heel naar.
Werd het eindelijk dan nacht,
Hield ik trouw de wacht
Voor haar woning ofof het koud was of
niet.
Nachtwacht, diender of student,
Met mijn lied reeds bekend,
Zongen met mij als serenade dit lied:
Refrein
Mijn vrienden lachten zich dood,
Verklaarden mij idioot,
Maar dat deed me niet heel veel.
Zagen ze mij op straat,
Poetste ik gauw de plaat,
Zongen ze allemaal het refrein.
Als verjarings-cadeau,
Stuurden ze mij comme-il-faut,
Een prachtige grammofoon.
Met een plaat ook er bij,
Toen ik die er op lij,
Hoorde ik uit de machine vol van toon:
Refrein
Terug
naar overzicht
O
die drankwet
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
Wanneer
ik dit liedje zing,
Is
’t weer een heel nieuw ding.
De
kamer nam ’t besluit,
Riep:
"de jajum moet er nu maar uit !"
Ze
krijgen nooit hun zin,
Ik
sla er nog meer in.
Want
is ‘t ’s avonds laat,
Zwaai
ik langs de straat.
Ik
hou den kastelein tot vrind,
Omdat
ik er geen ander vind.
Refrein:
Ga
ik ’s avonds aan de loop.
Dan
is ’t vast en zeker.
Dat
ik nog een spatje koopt.
Al
slaan ze nog zoo op.
‘k
Druk de blauwe knoopers,
Tot
een flinke strop.
We
hebben nog genoeg,
Dus
gaan we nu allen weer,
Gezellig
naar de kroeg.
Ze
hebben toch geen pret,
’n
Ieder lacht eens flink,
Nu
om die mooie wet.
De
jajum is nu duur,
Kijk
daarom niet zoo zuur.
Want
zonder klare,
Bols
of bitter is het niets gedaan.
Je
wordt als uitgedroogd,
Wanneer
hij nog meer wordt verhoogd,
Maar
dat raakt ons geen zier,
We
maken toch plezier.
Want
al zijn de slokjes nog zoo klein,
Maak
toch maar gijn.
Refrein
En
nu de heele Jordaan,
Staat
op ’t punt om failliet te gaan,
’t
Is voor ons gedaan,
Nu
een ieder laat z’n borrel staan.
Maar
als ik een kroegie passeer,
Neem
ik telkens meer,
Dat
slaat je in je kop,
Als
ik hoor die mop.
Drink
je er tien ga je op de bon,
Dan
ga ik maar in een melksalon.
Refrein
Terug
naar overzicht
(Ned.tekst: Jack Bess / muziek:
Florence Vèron / uitvoering: De Optimisten olv Pi Scheffer)
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
Refrein:
Schoonste aller vrouwen, wanneer gaan we
trouwen, O, Gigi !
Hoeveel duizend malen, moet ik dat
herhalen, O, Gigi !
'k Voel me rijker dan een koning
Want ik vond een mooie woning
Word nu mijn vrouw als beloning.
Spreekt me niet van sparen, 'k spaar al
twintig jaren, O, Gigi !
'k Heb een aardig duitje, word dus gauw
mijn bruidje, O, Gigi !
Laat mijn hart niet langer smachten,
Waarom wil je nu nog wachten
Kom zeg: "O-ké" en ga mee.
Even met een sneltreinvaartje, naar het
altaartje, dat ons zal trouwen.
Je naam op een papiertje, dat duurt een
kwartiertje maar,
Kom doe niet zo twijfelachtig, ben je
eenmaal tachtig, zal 't je berouwen.
Wil jij je jawoord geven, zijn we voor
ons leven klaar !
Door het wachten al die jaren,
Krijg ik grijze haren.
Is het jou er om te doen.
Dat ik rijp ben voor mijn pensioen !
Refrein
Schoonste aller vrouwen, wanneer gaan we
trouwen, O, Gigi !
Hoeveel duizend malen, moet ik dat
herhalen, O, Gigi !
Laat mijn hart niet langer smachten,
Waarom wil je nu nog wachten,
Liefste ik houd het niet uit, (Bim)
'k Hoor maar steeds klokkengeluid, (Bam)
Wanneer word jij nu mijn bruid ?
Terug
naar overzicht
O
how
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
Ik
ben Nanky Poo, hoe dat komt weet ik niet
’n
Halve chinees die je zelden hier ziet
M’n
pa en m’n moessie die vaarden
Van
Peking naar Mokum en ik vaarde mee
Refein:
Oh…die
Nanky Poo…o wat ben jij een reuzen jongen
Weet
jij kleine vent dat jij een waterchineesie bent
O
kleine chinmannie oh Nanky Poo
O
wat ben jij een fijne jongen
Als
Nanky lacht dan doet ie zoo
Ching
changio how how
En
later op school heb ik nooit opgepast
Ik
snapte geen jota en kreeg op m’n bast
Door
jongens en meisjes ben ik nooit gespaard
En
lachende trokken ze mij aan m’n staart
Refrein
Op
ieder soireetje bij two step of wals
Daar
hangen de dames gewoon om mijn hals
Kom
ik ergens binnen dan roept het publiek
Daar
is onze Nanky en speelt de muziek
Refrein
Maar
ga ik eens trouwen dan word ik een man
Dan
kijk ik geen andere vrouwtjes meer an
Al
noemen ze mij ook een ijzeren Hein
Chinees
zal ik wezen Chinees zal ik zijn
Refrein
Terug
naar overzicht
O
la la wee wee
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
Geachte dames heeren ik zing u een lied,
Hoe het heet dat weet ik niet,
Luisterd wat er is geschied.
Keetje was een lieve meid als melkie en bloed,
Zette ieder mannenhart in gloed.
Vraag je haar om een kus riep ze: "O la la oo nee,
Dat mag ik van mijn moeder niet doen,
Want je krijgt iets zeg ze van een zoen."
Thans zie je 't preutsche Keetje gaan,
Bij 't schijnsel van de maan O wee.
Ze is naar de laatste mode gekleed,
Draagt kanten rokjes alles up to date.
Slaapt onder dekens van satijn,
Heeft minnaars een dozijn of twee.
En vraag je haar om een enkele zoen,
Dan zegt ze: Foei nee dat mag ik niet doen."
Maar heb je een dikke portemonnaie,
Dan lacht zij: "O la la kom mee !"
'k Heb een broer die is getrouwd met een lieve vrouw,
Die stakker heeft berouw,
Wat doe je in die kou.
Heeft veel kinderen, ik geloof een stuk of acht.
Toen nummer negen werd verwacht,
En eindelijk is gebracht riep hij: "O la la wee wee",
Toen z'n mormel in zijn armen lag.
Pinkt ie stil een traan en neuriet zacht:
"O was ik nu toch maar nooit getrouwd,
Ik sloof en ploeter me nog idioot.
'k Zit dagelijks met kinderen op mijn schoot,
'k Zet de fabricatie stop,
Ze vreten de ooren van mijn kop.
Maar kijk z'n vrouw hem dan vriendelijk aan,
Is 't met z'n goeie voornemens gedaan.
Hij kust dan zachtjes weer zijn lieve Kee,
En denkt dan: "O la la wee wee !"
Terug
naar overzicht
O
lieve Mathilde, als je eens wist wat ik wilde (Maurice Dumas)
Nooit
in mijn leven heb ik zo bemind
Want
mijn Mathild' is een schat van een kind
Z'
heeft kromme benen en vuurrode haren
Tevens
een bult die je nergens zo vindt
Iedereen
moet voor haar schoonheid bezwijken
Iedereen
ziet
't
Bultje subiet
't
Beste is om niet van acht'ren te kijken
Dan
zie je 't bultje ook niet
Refrein:
O
lieve Mathilde
Als
je eens wist wat ik wilde
Als
jij mijn liefde eens stilde
Mathilde!
Mathilde
O
lieve Mathilde
Als
je eens wist wat ik wilde
Als
jij mijn liefde eens stilde
Dan
was ik tevree
's
Avonds dan gaat mijn Mathilde naar bed
En
dan gelijkt ze precies een skelet
Snorken
doet zij als een dronken dragonder
En
op een stoel ligt haar hele toilet
Boezem
en heupen en kuiten en haren
Zijn
afgelegd
Dat
is niet slecht
Daartegen
heb ik volstrekt geen bezwaren
Alleen
haar bochel is echt
Refrein
Een
oog is scheel en het and're van glas
En
op haar neus een venijnig gewas
In
haar mond zitten twee groene tanden
En
haar geluid is zo diep als een bas
Daarbij
heeft zij twee verschillende oren
't
Een is te groot
't
And're te klein
Van
acht'ren is zij net zo mooi als van voren
Z'
heeft toch zo'n prachtige lijn
Refrein
Nooit
heeft dat schepsel in eten plezier
Voedt
zich hoofdzaak'lijk met klare en bier
Als
ze wat zegt, ruikt ze naar jenever
Dagelijks
slikt ze een maatje of vier
Zij
wast zich eenmaal per maand, ook wel later
Dat
moet u zien
En
bovendien
Gaat
zij bij uitzondering naar 't theater
Wast
ze d'r hals met benzien
Refrein
Terug
naar overzicht
O Madelein
(met
dank aan Jan Kranendonk voor het sturen van de tekst en Patricia Donkers
voor de aanvulling)
En van de tijd dat ik in dienst ben
geweest,
Komt een herinnering me vaak nog voor de
geest,
Daar op de hoek, daar stond een klein
café,
En daar was het regimenten sjokke mee.
De dochter van de kastelein,
Die hele mooie Madelein,
Ja die sloeg ieders hoofd op hol
En iedere avond zat 't cafeetje vol,
hartstikke vol.
We dronken met plezier,
Een borrel en een bier
En riep van tijd tot tijd "Kom jij eens
even hier !"
Refrein:
O Madelein, O Madelein
Jij met je blonde haren,
O Madelein, je bent mijn openbaring
En ik verga van liefde en van smart
Ook een soldatenhart is niet van steen.
O lieveling, o lekker ding,
Wil jij de mijne zijn, wil jij voor
eeuwig zijn
De commandant van 't ledikant.
O Madelein wil jij de mijne zijn,
O Madelein, O Madelein , O Madelein
Als de troep 's morgens uit marcheren gaat,
En Madelein daar in de deuropening staat,
Dan gaan alle koppen naar één kant,
Tot ergernis van onze sectie commandant.
Hoe dikwijls heb ik het niet gezegd:
"Houw G.V.D. die koppen recht !"
En toen het zo niet langer kon,
Slingerde hij ze allemaal op de bon, op
de bon.
Hij deelde straffen rond,
Ze kregen het volle pond.
En 's avonds in de petoet ging het van
mond tot mond:
Refrein
Terug
naar overzicht
O mamaatje in ons straatje
(met
dank aan Moena de Koning voor het sturen van de tekst)
O mamaatje in ons straatje
Staat een jongen voor het venster
Lalalatralalalala
Het is de groenteknecht
En o hij staat al uren in de kou
Lalalatralalalala
Waarom staat die gekke jongen
Iedere morgen voor het venster
Lalalatralalalala
M'n lieve kind hij is verliefd
En daarom staart hij zo naar jou
Hei Marie, zeg moet je nog een peentje
Hei Marie, zeg moet je nog een peultje
Hei Marie, ik hou van jou Marie
De groenteknecht, de groenteknecht
Ik ga trouwen met de groenteknecht
En o mama, ik trouw met hem 1,2,3
En o mama, ik ben zo blij als ik hem zie
Tralala en tierelier
En als ik nog eens trouw
Is het met de groenteknecht, anders niet
O mamaatje in ons straatje
Staat een jongen voor het venster
Lalalatralalalala
Het is de slagersknecht
En o hij staat al uren in de kou
Lalalatralalalala
Waarom staat die gekke jongen
Iedere morgen voor het venster
Lalalatralalalala
M'n lieve kind hij is verliefd
En daarom staart hij zo naar jou
Hei Marie, zeg wil je nog worstjes
Hei Marie, zeg wil je nog sausijsjes
Hei Marie, ik hou van jou Marie
De slagersknecht, de slagersknecht
Ik ga trouwen met de slagersknecht
En o mama, ik trouw met hem 1,2,3
En o mama, ik ben zo blij als ik hem zie
Tralala en tierelier
En als ik nog eens trouw
Is het met de slagersknecht, anders niet
O mamaatje in ons straatje
Staat een jongen voor het venster
Lalalatralalalala
Het is de bakkersknecht
En o hij staat al uren in de kou
Lalalatralalalala
Waarom staat die gekke jongen
Iedere morgen voor het venster
Lalalatralalalala
M'n lieve kind hij is verliefd
En daarom staart hij zo naar jou
Hei Marie, zeg wil jij gebakjes
Hei Marie, zeg wil jij nog kadetjes
Hei Marie, ik hou van jou Marie
De bakkerknecht, de bakkersknecht
Ik ga trouwen met de bakkersknecht
En o mama, ik trouw met hem 1,2,3
En o mama, ik ben zo blij als ik hem zie
Tralala en tierelier
En als ik nog eens trouw
Is het met de bakkersknecht, anders niet
Tralala en tierelierelie
Als ik nog eens trouw is het met de
vader van de drie
Terug
naar overzicht
O
mijn lieve zwartkop
(tekst: J. Hoes / muziek: Siegfried
Schlichting / uitvoering: Het zingende boertje en de Boertjes van Buuten)
O
mijn lieve zwartkop,
Voel
eens hoe mijn hart klopt.
Voel eens aan de linkerkant,
Hoe
mijn hart vol liefde brandt.
O mijn lieve blonde,
Zoenen
is geen zonde.
Zoenen is geen kattenkwaad,
Als het maar uit liefde gaat.
O mijn lieve rooie,
Was je maar wat mooier,
Had je maar wat mooier haar,
Pasten we beter bij elkaar !
Terug
naar overzicht
O miss, geef me een kiss
(met
dank aan Jeanne Albers voor het sturen van de tekst)
Ze was een Englisch lady,
Ik zag haar in Amsterdam.
We stonden met zijn tweetjes
Op het voorbalcon der tram.
Toen er een botsing kwam,
Vloog ik in vuur en vlam !
Want ze viel in mijn armen,
Ik dankte de hemel blij;
Die botsing was een schoon begin
Van onze vrijerij.
Wij zaten 's avonds heerlijk
In chambree separee;
En bij het rose lamplicht
Zong ik haar deze bee.
Refrein:
O ! miss, O ! miss, O ! miss, geef me
een kiss !
O ! miss, O ! miss, know you hoe fijn
het is ?
Als je mij aankijkt, dan trilt heel
mijn lijf;
Lieve vrouw, ik maak jou spoedig tot
mijn wijf !
O ! miss, O ! miss, O ! miss, give me
een kiss.
Als 'k jou moet missen, wordt het mis
!
I'm crasy op your facie
En your lipjes are so frisch !
O ! miss, O ! miss, O ! miss give me a
kiss !
Als ik met haar alleen was,
Dan zei ze: m'n lieve vent,
Ik zou wel met je trouwen,
Maar 'k vertrouw je voor geen cent.
Jouw soort is mij bekend
Als je als die andere bent !
Ik sprak tot haar: lieve lady,
I'm gentelman en gewis
I go met you naar het stadhuis
Als 't mis met misses is !
Toen sprak zei tot mij: sweetheart,
I love you very much
En binnenkort verwacht ik
Een huw'lijk Anglo, Dutch !
Refrein
Terug
naar overzicht
O Schelde
(tekst:
Theodoor Stevens / muziek: Karel Mestdagh)
(met
dank aan Andreas Jaquet voor het sturen van de tekst)
Door de Nederlanden
Naar de wijde diepe zee
Stroomt de schoone Schelde
Stroomt de schoone Schelde
Heil en leven brengt ze mee
Des juichen wij: O Schelde o Schelde
O machtige prachtige vloed
Wees gegroet
Door de Nederlanden
Waar de krijg heeft uitgewoed
Stroomt de vrije Schelde
Stroomt de vrije Schelde
Maar die vrijheid kostte bloed
Toch juichen wij: O Schelde o Schelde
O machtige prachtige vloed
Wees gegroet
Door de Nederlanden
Vrolijk zingend eeuwen lang
Stroomt de lieve Schelde
Stroomt de lieve Schelde
Vrij van vreemden band en dwang
Dan juicht ons kroost: O Schelde o
Schelde
O machtige prachtige vloed
Wees gegroet
Terug
naar overzicht
O,
Stella Maris
(tekst:
Bert van Eyk/muziek: Joop de Leur/uitvoering: Adri Tuinsma)
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
Vaart
van de haven de vissersvloot uit,
Brengen
de vrouwen hun man naar de schuit.
In
't kleine kerkje knielen zij neer,
Voor
een gebedje: "Geef hem goed weer !”
Refrein:
O,
Stella Maris, Sterre der zee,
Berscherm
de zeeman,
Verhoor
onze bêe.
Als
op de baren,
De
stormen loeien,
Wil
hem dan sparen,
Sterre
der zee.
Zijn
in een stormnacht de schepen nog uit,
Wordt
in het kerkje de noodklok geluid.
Angstige
vrouwen horen die stem,
Wekken
de kinderen, bidden voor hem:
Refrein
Terug
naar overzicht
O,
wat ben je mooi
(tekst: J. Steggerda, De Spelbrekers/muziek: W. Quanz)
Refrein:
O,
wat ben je mooi
O,
wat ben je mooi
Dat
heb ik in jaren niet gezien
Zo
mooi, zo mooi
O,
wat ben je mooi
O,
wat ben je mooi
Dat
heb ik in jaren niet gezien
Zo
mooi, zo mooi
Een
man ging eens uit vissen
Een
wormpje aan z'n haak
Toen
ging z'n dobber onder
Hij
sloeg en het was raak
Hij
trok met al zijn krachten
Wat
haalde hij er uit
Een
zeemeermin kwam boven
Verwonderd
riep hij luid
Refrein
Een
vrouw van tachtig jaren
Die
deed een schoonheidskuur
Ze
wou haar lijn bewaren
't
Was pijnlijk en ook duur
Ze
ging stok-oud naar binnen
Met
rimpels in haar huid
Ze
kwam als bakvis buiten
En
opa brulde luid
Refrein
Een
jongen en een meisje
Die
liepen in de wei
Hij
sprak vol zelfvertrouwen:
"Hou
je maar vast aan mij"
Er
was een kikkerslootje
Daar
viel die jongen in
Hij
kwam bemodderd boven
En
zij riep: "Lieveling !"
Refrein
Twee
vrienden gingen samen
Aan
't boksen voor de grap
't
Begon met lichte tikjes
Daarna
een harde klap
Sportief
brak men toen ribben
En
beet elkaar in 't oor
Aan
't einde van de stoeipartij
Riep
het publiek in koor
Refrein
Terug
naar overzicht
Och
was ik maar
(vertaling Johnny Hoes/origineel:Frans Boermans, Thuur
Luxembourg)
Refrein:
Och
was ik maar bij moeder thuisgeble-he-ven
Och
was ik maar met jou niet meegegaan
Och
had ik naar jouw ogen niet geke-he-ken
Dan
had m'n hart nu niet zo'n pijn gedaan
Ik
kan niet slapen en niet eten want ik kan je niet vergeten
Met
je rode mond
Je
blauwe ogen
Je
haar zo blond
Och
was ik maar bij moeder thuisgeble-he-ven
Och
was ik maar met jou niet meegegaan
Toen
ik van verlof kwam trof ik in de trein
't
Allerliefste meisje
Die
mooie Madeleine
'k
Heb m'n hart verloren
Zij
gaf mij haar woord
Maar
gist'renavond stond ze met een ander aan de poort
Refrein
Och
was ik maar bij moeder thuisgeble-he-ven
Och
was ik maar met jou niet meegegaan
Terug
naar overzicht
Oene
van Sneek (H. Tollens)
(met
dank aan Marc Blokland (†) voor het sturen van de tekst)
Zeg Griete, wat doet toch die traan op
uw koon ?
Wees lustig, lief bruidje, wees blij
Ik neem u tot dochter, ik geef u mijn
zoon
Zo kost'lijk geen vrijer als hij
Gij krijgt hem tot man en hij neemt u
tot vrouw
Waarom dan uw wangen zo bleek ?
Och, het radeloos kind dacht te
stikken van rouw
Haar hart was bij Oene van Sneek.
Zeg Griete, Wat zucht gij zo diep en
zo bang ?
Lief bruidje, wees lustig en blij
Uw bruigom heeft knechten en schatten
en rang
Geen wees heeft een voogd zoals gij
Mijn Gijsbert is Grietman van
Damtumadeel
En Heer van Engwierumerbeek
Och, titels en schatten beduiden niet
veel
Haar hart was bij Oene van Sneek
Zeg Griete, hoe vindt gij dat schortje
van kant?
Dat jakje met bloemen bemaalt
Die ijzers, dat snoer en die
borstdiamant
Die ringen, die speld en die naald ?
't Zal alles u prachtig en puntigjes
staan
Wat zegt 'g ervan, bruidjelief spreek
Och, schortje en jakje, zij zag u niet
aan
Haar hart was bij Oene van Sneek.
De kerk was versiert en de priester
gereed
De toevloed der gasten verscheen
De bruigom reed aan in een
splinternieuw kleed
De bruigom och jammer...alleen
Hij zocht naar zijn bruid en werd bang
en beducht
Men riep door de buurt en de streek
Maar ver over zee was het bruidje
gevlucht
Gevlucht met haar Oene van Sneek.
Terug
naar overzicht
Ogen als lichtende sterren
(Eddy Christiani met Frans Potie en
ensemble)
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
Refrein:
Ogen als lichtende sterren
Dartelen steeds om me heen
Lachen me toe van verre
Laten me nimmer alleen
Ogen als lichtende sterren
Doen me verlangen naar thuis
't Is of die ogen vragen
Kom nu maar gauw weer naar huis
Ogen als lichtende sterren
Twinkelen lieflijk en blij
Stralen me toe van verre
Zo ben je altijd nabij
Ogen als lichtende sterren
Doen me verlangen naar jou
't Is of die ogen vragen
Lieveling blijf je me trouw
Refrein
Terug
naar overzicht
Oh
die vrouwen
(Albert Bol 1920)
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
Ik
ben een man dat durf ik te beweren, niemand die dat tegenspreken kan.
Dames
daarom moet U mij ook excuseren, ik kom hier voor elke man.
Wat
is een man het gelukkigste dier, waren geen vrouwtjes hier.
Dat
we werken dat we sjouwen, is de schuld der vrouwen,
Reeds
van af de Batavier
Oh,
oh, oh dat zwak geslacht heeft ons veel leed gebracht,
Maar
toch lopen w’overal nog maar in de val.
Oh,
oh, oh ze zijn zo glad, ze hebben op een man zo’n vat.
Strelen
oog en zin, strijken langs je kin
En
zo tippelen wij er in.
Als
Eva niet van d’appel had gebeten, Adam niet tot zoenen had verleid,
Waren
we nooit uit het paradijs gesmeten, het was nog een goeie tijd.
In
plaats met een appel verleid nou zo’n snoes, je met een lage bloes.
Met
een uitgestreken snuitje toont ze je haar kuitje,
Dan
is de man voor de poes.
Oh,
oh, oh het is zo vals met zo’n hele blote hals
Is
in den moderne tijd menig man verleid.
Oh,
oh, oh en dan daarbij rokjes, met een split opzij,
Strelen
oog en zin dat is het begin,
En
zo tippelen wij erin.
En
als je trouwt, nou dan is het afgelopen mannen, dan is Leiden pas in last.
Dan
gaat ze hoedjes en mooie kleertjes kopen, jouw zakgeld wordt afgepast.
's
Avonds dan mag je alleen niet meer uit, al trek je nog zo’n snuit.
Ja
dan zit zo’n arme sokkel, onder de pantoffel,
En
komt er nooit meer onderuit
Oh,
oh, oh kwam raad kwam raad, eer je tot trouwen over gaat.
Maar
het help toch niemandal, je loop toch in de val.
Ondanks
al den raad die ik gaf kom je er toch niet vanaf
Krijg
je land aan de wind en in een meisje zin,
Nou
dan tippel je toch erin.
Terug
naar overzicht
Oh
donna Clara
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
Oh
donna Clara jij Spaanse sprookjes prinses
Als
of 't hoort werd ik verliefd op jou
Jij
bent de ware en ik rijg ieder aan 't mes
Die
je zal vragen of je 'm kussen wou
Door
al je charme en gratie
Blaak
ik van hartstocht en van inspiratie
Visioenen
van zoenen maken mij koortsig ik ril van de kou
Oh
donna Clara ik blaak van liefde voor jou
Jij
ben de ware Spaanse dromenvrouw
Bij
bronzen klank van gitaren
Bij
'n vurige Spaanse wijn
Danst
een gitana de tango
Brengt
me bijna tot razernij
Zie
hoe zij glanzen die haren
Haar
rode lippen zij noden tot kussen
Mijn
hart heeft zij me ontstolen
Want
geen enkele vrouw is als zij
Oh
donna Clara jij Spaanse sprookjes prinses
Als
of 't hoort werd ik verliefd op jou
Jij
bent de ware en ik rijg ieder aan 't mes
Die
je zal vragen of je 'm kussen wou
Door
al je charme en gratie
Blaak
ik van hartstocht en inspiratie
Visioenen
van zoenen maken mij koortsig ik ril van de kou
Oh
donna Clara ik blaak van liefde voor jou
Jij
ben de ware Spaanse dromenvrouw
Door
al je charme en gratie
Blaak
ik van hartstocht en inspiratie
Visioenen
van zoenen maken mij koortsig ik ril van de kou
Oh
donna Clara ik blaak van liefde voor jou
Jij
ben de ware Spaanse dromenvrouw
Terug
naar overzicht
Oh
heideroosje
(tekst: E. Franssen/muziek: P.J. Hansen/uitvoering:
o.a. Orkest Zonder Naam)
Refrein:
Oh
heideroosje
Wat
ben je mooi
Oh
heideroosje
In
je lentetooi
Ik
pluk dit roosje
En
geef het jou
M'n
heideroosje
Schenk
jij je hartje nou
Op
de groene heide door het mulle witte zand
Wandelt
blij gezind een jeugdig paartje hand in hand
Vriendelijk
schijnt het zonlicht en verwarmt hun jong geluk
Daar
plukt hij een roosje en meteen zingt hij verrukt
Refrein
Schemering
daalt, de heide glanst in het licht der zil'vren maan
Als
de twee geliefden ingelukkig huiswaarts gaan
Heideroosjes
klopt vol vreugde oh zo luid
Als
de jonge man haar teder in zijn armen sluit
Oh
heideroosje
Nu
ben je blij
Oh
heideroosje
Maar
ook nooit meer vrij
Want
voor dat roosje
Dat
ik je gaf
M'n
heideroosje
Stond
jij je hartje af
Terug
naar overzicht
Oh
Kovacs ( Kovacs Layos was voor 1940 een vraagbaak)
(Uitvoering
Bob Scholte)
(met
dank aan Marc Blokland
(†) voor het sturen van de tekst
en Wim Zegeling voor de correcties)
Hailie, hailai, hailo,
Hailie, hailai, hailo,
Oh Kovacs hoor ze klagen.
Ze hebben veel te vragen
Oh Kovacs van de radio
Een
oude vrijtster uit Bergen op Zoom, oh Kovacs
Die
hoorde ons spelen in haar droom, oh Kovacs
Oh
speel het nog eens, het klonk zo fijn, oh Kovacs
Das
muss ein stuck von himmel zijn, oh kovacs
Oh
Kovacs 't is maar een vraag, oh Layos Layos
Oh
Kovacs als ik het waag
Kovacs
Layos antwoord graag
Een
Duitse maagd uit Amsterdam zuid, oh Kovacs
Die
mocht van haar mevrouw niet uit, oh Kovacs
Kapelmeister
ich bitte sie, oh Kovacs
Ach
spiel doch mal, Marie Marie, oh Kovacs
Oh
Kovacs 't is maar een vraag, oh Layos Layos
Oh
Kovacs als ik het waag
Kovacs
Layos antwoord graag
In ’t vragen vindt men tijdverdrijf, oh Kovacs
'k
Vraag Kovacs Layos het hemd van het lijf, oh Kovacs
En
sta je met geen antwoord klaar, oh Kovacs
Men
zegt dan, 't is toch maar een Hongaar, oh Kovacs
Oh
Kovacs 't is maar een vraag, oh Layos Layos
Oh
Kovacs als ik het waag
Kovacs
Layos antwoord graag
Hoe
duur kost wel een saxofoon, oh Kovacs
Wanneer
speel je voor de grammofoon, oh Kovacs
Wat
is nou hot en wat is nou street, oh Kovacs
Wat
proef je als je een paling eet, oh Kovacs
Oh
Kovacs 't is maar een vraag, oh Layos Layos
Oh
Kovacs als ik het waag
Kovacs
Layos antwoord graag
Terug
naar overzicht
(tekst: B. Dresens - J.Hoes
/ muziek: Jean Lahey / uitvoering: De Olympiazusjes)
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
Er woont 'n meisje op de heuvels van
het prairieland,
Met haren blond en ogen blauwer dan de
zee,
En menig jonge knappe cowboy vroeg
reeds om haar hand.
Doch vriend'lijk lachend zei ze altijd
weer: "nee".
Tot op 'n avond cowboy Billy aan haar
deur verscheen,
De maan scheen helder en de sterren
waren klaar.
Hij sprak van liefde en van trouw,
Zei: "kleine schat, ik hou van jou."
Toen zong hij zachtjes bij de klanken
van zijn guitaar:
Refrein:
Oh ! lieve prairieroos, 'k wou dat je
mij eens koos
Dan was er vast geen blijder cowboy in
het land,
Want aan je blonde haar, je blauwe
ogenpaar,
Heb ik voor goed m'n arme cowboyhart
verpand.
Na Bill zijn liedje is de liefde in
haar hart ontstaan,
Binnen 'n week waren ze samen al
getrouwd.
Ze is met hem toch naar z'n blokhut in
het woud gegaan,
Daar heeft hij na 'n jaar 'n wieg
voor haar gebouwd.
En op 'n blijde dag lag in die kleine
wieg van hout,
'n Schattig meisje, dat precies haar
moeder leek;
Want blond en krullend was haar haar,
En hemelsblauw haar ogenpaar,
En Bill zong 's avonds toen hij naar
dat wiegje keek:
Refrein
Ik wachtte toch zo'n poos, om op jou
m'n prairieroos,
Maar nu ben ik de blijste cowboy in
het land,
Want aan je blonde haar, je blauwe
ogenpaar,
Heb ik voor goed m'n hele cowboyhart
verpand.
Terug
naar overzicht
Oh Madelein
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
Uit de tijd dat ik in dienst ben
geweest
Komt mij een leuke geschiedenis voor
de geest.
Bij de kazerne stond een klein café
Daar was 't hele regiment mesjokke
mee.
De dochter van de kastelein,
Die héle mooie Madelein,
Bracht elk soldatenhart op hol,
Iedere avond zat 't cafeetje vol.
Ze bracht je met plezier
Je borrel en je bier.
En fluisterde dan zacht:
"Kom straks nog even hier."
Oh Madelein,
Jij met je blonde haren.
Oh Madelein,
Je bent een openbaring.
Ik verga van liefde en van smart
Kom 's aan mijn
Soldatenhart !
Oh Madelein
Je berooft me van 't verstand,
Wil jij voor éénmaal zijn m'n
commandant ?
Oh lieveling wil jij de mijne zijn ?
Oh Madelein, Oh Madelein, Oh Madelein.
Terug
naar overzicht
Oh, oh, oh het spijt me zo
(tekst: Jaap Valkhof en Hans Ruf Jr./muziek:
Jaap Valkhof)
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
Nooit meer zoek ik mij een bruid,
Want dat brengt niets dan narigheid.
Later raakt de liefde uit,
Het helpt je niets dat het je spijt.
Refrein:
Ik kocht voor haar een gouden ring,
het was een prachtcadeau,
Oh, oh, oh, het spijt me zo.
Een leuk stel meubeltjes, gordijntjes
en een lits-jumeaux,
Oh, oh, oh, het spijt me zo.
Want op een avond kwam ik thuis,
De boel was weg en leeg het huis,
Zij liet me eenzaam bij m'n
distributie-radio,
Oh, oh, oh, het spijt me zo.
Alles wat zij aan mij vroeg
Dat heb ik haar cadeau gedaan.
Blijkbaar had ze gauw genoeg,
Want daarna is zij heengegaan.
Refrein
Terug
naar overzicht
Oh sergeant
(tekst: Kees Pruis/muziek: L. Noiret/uitvoering: Kees Pruis 1939)
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
Oh Sergeant, ze hebben m'n sokken
gestolen
Oh Sergeant, ze hebben m'n schoenen
gepikt
M'n poeties zijn verdwenen
Nu zien ze m'n blote benen
Ze hebben 't in de sektie op mij
gericht.
M'n poeties zijn verdwenen
Nu zien ze m'n blote benen
Ze hebben 't in de sektie op mij
gericht.
Terug
naar overzicht
Oh,
was ik maar dood
(tekst/muziek: Wiels/Gillis/Vande
Putte)
(met dank aan Hanneke Peters voor het sturen van de tekst)
Refrein:
Oh, was ik maar dood; Oh, was ik maar dood
Van wie ik 't meeste hou, die krijg ik toch nooit
Oh, wat een verdriet; Oh, wat een verdriet
Wat ik 't liefste wou, dat krijg ik niet
Ik loop haar al jarenlang achterna
Ik deed haar de mooiste beloften
Maar wat ik ook deed: Nimmer zei ze 'Ja'
't Is of ik voor haar niet besta
Refrein
Ik weet wel: Ik ben heus geen Don Juan
Maar dat is toch niet 't voornaamste
't Treft mij zo hard in m'n eer als man
Dat ik haar maar niet krijgen kan
Refrein
Wat ik 't liefste wou, dat krijg ik niet
Terug
naar overzicht
Omdat
ik zoveel van je hou
(tekst:
Rido/ muziek: John Brookhouse/ o.a. Willy Derby en ook Sylvain Poons en
Heintje Davids)
Je
bent niet mooi, je bent geen knappe vrouw
Je
nagels zijn voortdurend in de rouw
Toch
wil ik van geen ander weten
Omdat
ik zoveel van je hou
Al
ben je ook een beetje vreemd van ras
Toch
ben ik danig met jou in m'n sas
'k
Wil van een ander nooit iets weten
Omdat
ik zoveel van je hou
Wat
verdriet, mooi ben je niet
Vooral
wanneer je kijft
Al
ben 'k geen plaat
Schoonheid
vergaat
Maar
weet de lelijkheid die blijft
Daar
moet je maar aan wennen
Al
zijn je kleren ook niet van satijn
En
doe je niet mee aan de slanke lijn
Toch
wil ik van geen ander weten
Omdat
ik zoveel van je hou
Al
zijn je haren niet gepermanent
En
is 't gebruik van zeep je onbekend
Toch
zou ik jou niet willen ruilen
Voor
zo een maag're modeprent
Al
heb j' een ongeschoren apesnoet
Waar
j' als fatsoenlijk mens aan wennen moet
Ik
wil je met geen ander ruilen
Omdat
ik zoveel van je hou
Lief
en leed, zoals je weet
Tesamen
deelden wij
't
Lief o vrouw
Dat
was voor jou
En
al het leed dat was voor mij
Dat
heb je toch geweten
Maar
al liet jij me dikwijls in de kou
Al
sloeg je mij ook dikwijls bont en blauw
Toch
kan slechts maag're Hein ons scheiden
Omdat
ik zoveel van je hou
Terug
naar overzicht
Ome Jan
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
M’n
moeder had een broertje, dat was m’n ome Jan,
En elke zondagmiddag kwam die altijd effe an.
Hij hield niet van familie, van kind’ren hield ie wel,
Hij bleef z’n hele leven een echte vrijgezel.
Ik
kreeg van ome Jan ineens m’n allereerste fiets,
Hij zei: "die is voor jou, mop" en verdween weer in het niets.
Thuis was het echt geen vetpot, het was altijd feest,
Want iedereen was blij als ome Jan weer was geweest.
Refrein:
Want
we gingen op vakantie van het geld van ome Jan,
En niemand leek te weten hoe die aan die centen kwam.
Dat kon ons weinig schelen, dus we namen het er van.
Niks te klagen, niet naar vragen.
Wat hebben we een lol gehad van ome Jan z’n geld,
En daarom was ook iedereen enorm op hem gesteld,
En waar hij ’t vandaan had, heeft nog niemand ons verteld,
O, die lieve, Ome Jan !
Toen
ik wat ouder werd, kreeg ik al snel een baan.
En het werd mij een raadsel, hoe m’n oom dat had gedaan.
Hij had geen baan of erfenis, en zat maar voor de buis.
Dat zag ik als ik langs reed, op weg van werk naar huis.
’t
Viel me op dat ome Jan zich toch wat vreemd gedroeg.
Je zag hem nooit met vrienden, of gezellig in de kroeg.
Hij kwam steeds minder vaak, maar altijd was ’t prijs.
Want als ie dan ook langs kwam, dan konden we op reis.
Refrein
Nu
heb ik maanden niets gehad, en ben naar hem op zoek.
Ik vind ‘m in een kamertje verloren in een boek.
En dan verteld ie z’n verhaal, onthult ie zijn geheim.
Hoe ie ’t voor elkaar kreeg zo’n goede oom te zijn.
Waneer
ik ‘m vertel dat ik echt heel veel van hem hou,
Krijgt ie tranen in zijn ogen, en hij toont opeens berouw.
’t Wordt wel even wennen voor ons allebei,
Aan die stalen tralies tussen ome Jan en mij.
Refrein
O,
die lieve … ome Jan! (4x)
Terug
naar overzicht
Ome
Keesie (straatliedje van voor 1940)
(met
dank aan Marc Blokland
(†) voor het sturen van de tekst)
Er
heerst paniek in ons Nederland
Ome
Keesie is met een bom op de maan gestrand
Die
goeie ome Kees
Nu
draagt hij een vette maangodin
Rond
op zijn kromme rug
Nu
heeft die ouwe het naar zijn zin
Want
zie, hij komt nooit meer terug
Refrein:
Ome
Keesie zit je nou op de maan?
Ome
Keesie wat heb je daar nou aan
Daar
valt immers niets te kletsen
Te
liegen of te zwetsen
Ome
Kees keer terug, en liefst heel vlug
Zonder
jou is het hier niks gedaan.
Terug
naar overzicht
Ome
Krelis
(met
dank aan Marc Blokland
(†) voor het sturen van de tekst)
Oom
Krelis had op de vendu
Een
boot gekocht en wilde nu
Gewapend
met een paraplu
Uit
paling peuren gaan
Maar
daarvoor kreeg de man geen kans
Omdat
zijn vrouwtje heel wat mans
De
paling wenste naar de schans
Of
anders naar de maan
Dus...peurderij
had afgedaan
Al
was het ook een kruis
Oom
Krelis ging uit varen
Maar
zijn paraplu bleef thuis.
Ome
Krelis is gaan zeilen
Met
zijn schuit de mooie Nel
Ome
Krelis is gaan zeilen
Hij
verstaat dat kunstje wel
Ome
Krelis, tante Ansje
Ome
Kees en tante To
En
een hele mand vol met proviand
Voor
een droge keel en zo?
Terug
naar overzicht
Ome
Lowie en tante Jet
(tekst
en muziek: Ad.
v. d. Gein, R. de Gooyer, J. Kraaykamp
en
Pi Vèriss)
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
Refrein:
Ome
Lowie en tante Jet,
Hebben
de boel opzijgezet,
Want
ze gaan een feessie hou'en.
Lollige
broeken uit de buurt,
Hebben
een pierement gehuurd
En
met slingers lopen sjouwen.
Harrekidé
! Harrekidó !
Als
die twee een bruiloft geven is het zo !
Ome
Lowie en tante Jet,
Hebben
de boel opzij gezet
En
gaan vanavond niet naar bed.
De
straat is met lampions en g’raniums versierd
Voor
het gouden paar.
Zo'n
bruiloft wordt meteen maar door de hele buurt
Gevierd,
knussies met elkaar !
Lowie
nam z'n pensioen, z'n laatste spaargeld
En
z'n Drees
En
kocht een krat met flessen
En
een kilo pekelvlees.
Hoy-hoy-hoy
!
Refrein
Vlak
voor het feest begon is er iets vreselijks gebeurd
Met
de bruidegom.
Die
viel, nadat ie alle drankjes had gekeurd
Van
emotie om.
De
bruid zei toen met tederheid:
"Sta
op, doe niet zo gek !”
En
leegde als attractie
Een
pot haring in z'n nek.
Hoy-hoy-hoy
!
Refrein
Terug
naar overzicht
Onder de lindeboom
(uitvoering: Max van Praag)
Het
was op 'n wondere maanlichte nacht
Onder de bloeiende linde
Je streelde m'n haren en kuste ze zacht
Ik dacht dat jij me beminde
Refrein:
Ik denk vaak terug hoe we zaten
Onder de lindeboom
Hoe we de wereld vergaten
In 'n gelukkige droom
Kon ik nog eenmaal beminnen
Als in die heerlijke mei
Nog eens opnieuw beginnen
Maar 't is helaas voorbij
Je
zei me zolang als de linde blijft staan
Scheiden we nooit van elkander
Maar nauwelijks was er een jaartje vergaan
Toen trouwde je met 'n ander
Refrein
Terug
naar overzicht
Onder
een blauwe kiel
(tekst: Truus
Koopmans/muziek: Johnny Holshuysen/uitvoering: De Trekvogels)
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
Wanneer
je veel geld hebt dan is het geen kunst,
Om
goed voor een ander te zijn.
Maar
ben je gesjochten, daardoor uit de gunst,
Dan
geef je al is het maar klein.
Refrein:
Want
onder een blauwe kiel,
Klopt
een hart net zo warm,
Als
onder een deftig pak,
Geen
mens is toch arm.
Kijk
nooit naar de buitenkant,
Dat
heeft geen zin.
Het
stoere werkershart,
Zit
binnenin !
Het
leven kan mooi zijn al heb je geen geld,
Treur
niet dat is 's werelds beloop.
Maar
geef uit je hart, maak een ander eens blij,
Geluk
is voor geld niet te koop.
Refrein
Terug
naar overzicht
Onder het licht van een
gaslantaarn
(met
dank aan Andreas Jaquet voor het sturen van de tekst)
Wanneer als het daglicht verdwijnt
En den avond valt in, ja 't wordt
duister
't Is dan dat het lantaarnlicht
verschijnt
Waaronder men hoort zacht gefluister
Men zier er voorwaar ja menig jong
paar
Aan het minnekozen
Maar niemand begrijpt het gevaar
Refrein:
Meisje zeer licht met lief gezicht
Bankiers ook barons en agenten
Apachen waar ieder voor beeft
Den adel en ook zonder centen
Ja geus en reus, ook vroom en serieus
Wel iedereen heeft zijn keus
Onder 't licht der gaslantaarn
Het lieve meisje 's avonds op straat
Passen onder 't licht der gaslantaarn
't Is zeker schoon met voornemend
gelaat
Wijl een oude heer haar aanstaarde
Verliefd op die juffer zeer zuur
Vraagt: mag ik u niet vergezellen
Maar het meisje vermoed niet alzo
Wat smarten haar ook zullen kwellen
Refrein:
Hij dwingt haar mee maar ach o wee
Ja verre van die gaslantaarn
Voor een vitrien was te zien
Juwelen en goud al te gade
Zij is gepakt haar moed verzwakt
Zij volgt hem mee naar 't hotel vol
gevaren
Wijl moeder op haar dochter wacht
Onder het licht der gaslantaarn
Er zijn twintig jaren weer heen
En het meisje is laag gezonken
Verouderd zo is zij alleen
Wijl 't oog soms nog schiet
liefdevonken
Wijl het weder is guur en stuur
Wacht zij daar onder die gaslantaarn
Want zij dient voor iedereen
Want zij moet zien geld te vergaren
Refrein:
Voor een die leeft waarvoor zij sterft
Moet zij als een vod langs de straten
Een man die haar genomen heeft
Geen geld, dan zal hij haar verlaten
Wijl zij daar staat ellendig en
schraal
Spreekt hij opeens heel woest tot haar
Geen geld sprak hij terwijl een straal
Haar treft onder de gaslantaarn
En 's morgens op het vroege uur
Wijl werkers op weg zich begaven
Lag daar wijl het weder was guur
Een vrouw in haar bloedplas begraven
't Was zij die verkracht was
Onder diezelfde gaslantaarn
Toen zij nog was schoon en teer
Gescheiden voorgoed van de haren
Slotrefrein:
Daar snelt een vrouw in diepen rouw
Onder het licht der gaslantaarn
Zij roept mijn kind hier vind ik u zo
Gij die mij zo lief kon aanstaren
Ik sterf het is met mij gedaan
Want niets kan mij nog vreugde baren
En dood viel die arme vrouw
Wijl het licht dooft uit in de
gaslantaarn
Terug
naar overzicht
Ons lied
(H. van der Mey / M. Hofland)
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
(met dank aan Jan Corvers en
Hanneke Peters voor de
correcties)
Ik ben de zanger die trekt door 't land
Een zwerver langs velden en wegen
In dorpen en steden langs weiden en strand
Klinkt helder mijn stemme u tegen
Ik ben er de drager van 't Vaderlandsch lied
Ik breng het in huizen en zalen
Dat lied is mijn trots, ik ruil het niet,
Voor 't schoonste uit oneig'ne tale
Ik ben de zanger voor lust en van leed
Ik deel in de vreugden en smarten,
En waar ik verschijne, mijn lied is gereed,
Dat spreekt tot de Neêrlan dsche harten:
Ik ben er de drager van 't Vaderlandsch lied !
Ik breng het in huizen en zalen
Dat lied is mijn trots, ik ruil het niet,
Voor 't schoonste uit oneig'ne tale.
Ik ben de zanger die zingt voor zijn land,
Of and'ren al smalen en tarten;
Ik klop aan uw woning mijn luit in de hand
En roep met mijn lied tot uw harten:
Weest met mij de dragers van 't Vaderlandsch lied !
O ! brengt het in huizen en zalen,
Het blijve uw trots ons Vaderlandsch lied,
Dat lied der eig'ne tale !
Terug
naar overzicht
Ontwaak
(met
dank aan Anne Nettesheim voor het sturen van de tekst)
Op ! Ontwaak !! ontwaak- en arbeid !
Uw liefderijken Schepper ter eer !!
Terug
naar overzicht
Onze lieve vrouwe van
Vlaanderen (met
dank aan Andreas Jaquet voor het sturen van de tekst)
Liefde gaf u duizend namen
Groot en edel rein en zoet
Maar geen een die 't hart der Vlamen
Even hoog verblijden doet
Als de naam o moedermaagd
Die gij in ons landje draagt
Schoner klinkt hij dan al d' anderen
Onze lieve vrouw van Vlaanderen (2x)
Waar men gaat langs Vlaamse wegen
Oude hoeve huis of tronk
Komt men u Maria tegen
Staat uw beeltenis te pronk
Lacht ons toe uit liefdegroen
Bloemenkrans of blij festoen
Moge 't nimmer hier veranderen
O gij lieve vrouw van Vlaanderen (2x)
Blijf in 't Vlaamse harte tronen
Als de hoogste koningin
Als de beste moeder wonen
In elk Vlaamse huisgezin
Sta ons bij in alle nood
Nu en in het uur der dood
Ons uw kinderen en ook d' anderen
Liefste lieve vrouw van Vlaanderen
(2x)
Terug
naar overzicht
Onze
liev'ling is thans in den hemel
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
Op
de plek, waar wij Annie begroeven,
Daar buigt eenzaam de knotwilg het hoofd.
En de bloempjes in ’t zonnelicht weenen,
Van haar glans en haar luister beroofd.
En de leeuw’rik zingt ’s morgens van Annie,
Die daar woonde in het hutje aan het meer.
En de wind fluistert zacht door de struiken,
Van een eindloos en diep gevoeld zeer.
Refrein:
Onze
liev’ling is thans in den hemel,
In haar eeuwige, zalige rust;
Zachte bloem, veel te teêr voor deez’ aarde,
Bloeit zij daar nu in de hemelschen lust.
Als
des nachts in het duister der bosschen,
’t Bleeke maanlicht de schaduw verdrijft.
En de rimplende golfjes doet glinstren,
Gaan wij stil naar de plaats, waar zij verblijft.
En wij strooien op ’t graf versche bloemen,
En de sterren, daar boven ons ons hoofd,
Fluist'ren zacht van een zalig hereenen,
Met de liev’ling, zoo wreed ons ontroofd.
Refrein
Als
wij roepen in ’t bosch om onze Annie,
Fluistert de echo haar lied ons in’t oor.
Als wij ’s morgens naar bloemen gaan zoeken,
Gaat zij niet meer, al zingend, ons voor.
Maar zij is thans gelukkig daar boven,
Waar geen plaats is voor zorg en voor smart;
En als eens uit dit leven wij scheiden,
Vlijt zij weder haar hoofdje aan ons hart.
Refrein
Terug
naar overzicht
Ook een cowboy heeft verdriet
(Eddy Christiani)
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor
het sturen van de tekst)
De prairie-maan schept romantiek
'n Cowboy zingt melancholiek
Hij slentert voort, staart naar de lucht
En zachtjes klinkt 'n diepe zucht
Refrein:
Ook een cowboy heeft wel eens verdriet
Ondanks dat hij bij 't kampvuur zingt
Dan hoor je de stemming uit z'n lied
Dat in mineur zachtjes klinkt
Want z'n accoorden vervangen woorden
Die zoveel zeggen dat zij het leed
Daarin weerleggen
Ook een cowboy heeft wel eens verdriet
Ondanks dat hij bij 't kampvuur zingt
'n Lange weg ligt achter hem
Je hoort maar steeds die zware stem
Die stem waarin de weemoed klinkt
Maar morgen weer de vreugde zingt
Refrein
Terug
naar overzicht
Oom Piet is weer terug
uit Amerika
(tekst: Bart Ekkers/uitvoering: De Robbedoezen)
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
Hoera voor oom Piet !
Hoeraa !
La la la la la la lalalala, la
lalalala, la lalalala,
La la la la la la lalalala, la
lalalala, la la !
Oom Piet is weer terug uit Amerika,
uit Amerika, uit Amerika
Oom Piet is weer terug uit Amerika,
Van je hiep-hiep-hiep, hoera !
Hij is nu een rijke Piet
Om wat centen kijkt ‘ie niet
En de jeugd trekt hem ‘t meest
Voor de kinderen uit de buurt
Heeft hij ’t circus afgehuurd
Jongens, jongens, wat een feest !
Oom Piet is weer terug uit Amerika,
uit Amerika, uit Amerika
Oom Piet is weer terug uit Amerika
Van je hiep-hiep-hiep, hoera !
La-la-la-la-la-la lalalala, la
lalalala, la lalalala,
La-la-la-la-la-la lalalala, la
lalalala, la, la !
Uit ……….
Op een mustang ‘t circus in
En hij zwaait z’n cowboyhoed
Heel de volle tent gaat staan
En bejubelt hem spontaan
Jongens, jongens, dat wordt goed !
La-la-la-la-la-la lalalala, la
lalalala, la, la
La-la-la-la-la-la lalalala, la
lalalala, la, la !
In de pauze doe’t orkest
Nog eens extra goed z’n best
En de kind’ren zingen mee
Dirigent en zelfs oom Piet
Hij zingt zelf het hoogste lied
Dus de stemming is oké !
La-la-la-la-la-la lalalala, la
lalalala, la, la, la
La-la-la-la-la-la lalalala, la
lalalala, la, la !
Terug
naar overzicht
Oorlog aan den oorlog
(met
dank aan Andreas Jaquet voor het sturen van de tekst)
Volkeren der aard uw zonen
Willen slechts in vrede wonen
Weg met dat mooie veld van eer
Nooit neen nooit geen oorlog meer
Weg met leugens over helden
Die krepeerden op de velden
Aan den woesten oorlogsbrand
Offert men de jeugd van 't land
Duizenden en duizend slaven
Liggen naamloos nu begraven
't Is of zegt hunne stemme zacht
Zie wat u den oorlog bracht
Refrein:
Want nooit brengt het geweer
Aan de volkeren eer
Maar slechts de daad
Neen nooit geen oorlog meer
Volkeren der aard uw zonen
Willen slechts in vrede wonen
Leef zoals gij leven moet
Mest de velden niet met bloed
Wilt gij echt als mensen leven
Doe dan wat er staat geschreven
Dompel nutteloos niet in rouw
Uwe kinderen uwe vrouw
Volkeren gij marionetten
Zult gij u dan nooit verzetten
Laat u door uwe zielen gaan
Doe den oorlog oorlog aan
Refrein
Terug
naar overzicht
Oorlogs
wee
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
De
oorlog kwam en ieder moest gaan strijden,
Men
had zich daar op elke man gesteld.
Hij
was nog jong en moest mee gaan strijden,
Hij
had zijn achttien jaar geteld.
Zijn
lieve moeder die hem zag vertrekken,
Wenschte
hem hem de laatste afscheidswoorden toe.
Des
avonds als hij zijn eigen uit streken,
Hoorde
hij de woorden van zijn lieve moe.
Refrein:
Lieve
zoon, hou je geweten schoon.
Wees
moedig mijn jongen en wees oprecht,
Stel
u als man aan in ieder gevecht.
Voor
vrouw en kind weest daavoor een vriend,
Zij
hebben u nog nooit kwaad gedaan.
Laat
hun met vrede gaan.
Op
een dag van hevige strijd,
Werd
de jongeling een brief gebracht.
Hij
was van zijn zuster en hij was verblijd,
En
had er al dagen en nachten op gewacht.
Hij
las en kon opeens niet verder komen,
En
met een verwoeste kreet,
De
vijand had de stad genomen,
Men
was daar zoo onmenschelijk wreed.
Refrein:
Ik
sta hier alleen,
Niemand
om mij heen,
Mijn
moeder hebben zij wreed vermoord.
Onzeedelijk
hebben zij haar gesmoord.
Alles
is kwijt, onteerd voor altijd,
Ik
sta hier aan alles nu bloot,
Mij
wacht alleen de dood.
Van
al de rampen die hij nu hoorde,
Heeft
hij zich dadelijk bij hen vergaard,
Bij
die steelden, roofden en moordden,
De
vijand had hun rechten niet gespaard.
Opeens
moest men de stad gaan overgeven,
En
plunderde daar keer op keer,
En
spaarde daar geen menschenleven,
Men
velde daar een ieder neer.
Refrein:
Eens
z'n goed thans bedekt met bloed,
Vroeger
opgepast en flink voorwaar,
Thans
een dief of moordenaar.
De
schuld daaraan ligt niet aan die man,
Maar
menschen ik zeg het u oprecht,
De
oorlog maakt de menschen slecht.
Terug
naar overzicht
Op de Expo in Bruxelles
(met
dank aan Anita Dortmans voor het sturen van de tekst)
Refrein:
't Was op de expo in Bruxelles
'k Zag daar een lieve mademoiselle
We stonden samen voor 't atoom
Het was nog mooier dan een droom
Ze keek me guitig lachend aan
We zijn toen samen door gegaan
En bij het Franse paviljoen
Gaf ik haar voor het eerst een zoen
'k Ben naar de expo toe gegaan
Oh, oh, wat heb ik toch gedaan
Want ik zag daar een schattig kind
Zoals je zelden eentje vindt
We hadden dadelijk contact
Ze heeft direct mijn arm gepakt
Mijn hele hart was zwaar van slag
Ik dacht dat wordt een reuze dag
Refrein
Ik nam haar op de kermis mee
Trakteerde op een fijn diner
Toen is ze even opgestaan
Om naar de telefoon te gaan
Een halluf uur verstreek al vlug
M'n lieve schat kwam niet terug
Ik constateerde bleek van schrik
Ze had m'n port'monnee gepikt
Refrein
Terug
naar overzicht
Op
de Grebbeberg
(tekst: Jaques van Tol en Willy Derby/uitvoering:
Willy Derby 1940)
(met
dank aan Betsy van Dijk voor het sturen van de tekst en Ton van Wissen
voor de aanvulling)
Ver
van het gewoel der groote steden
waar
de Grebbestrijd werd uitgestreden
Rusten
tussen 't stille groen
zij
die door hun plicht te doen
Nimmer
meer teruggekomen zijn.
Wandelaar die daar flaneert
En de Grebbe dan passeert,
Loop niet gedachteloos voorbij
Ook voor u toch stierven zij.
Refrein:
Koop
eens een handjevol bloemen
En
leg ze neer op zoo'n graf
Want
daar rust een held,
Die
op het Grebbeveld
Zijn
leven voor 't vaderland gaf.
Zij
die in vrede hier slapen
Hebben
hun offer gebracht
Zachtjes
zingt de wind
Voor
velen moeders kind
Sluimer...sluimer..zacht.
't
Hoogste wat een menschenkind kan geven
Is
het offer van zijn eigen leven
Eerbied
en ook dankbaarheid
Rust
als plicht ten allen tijd
Nu
op elken man van Neêrlands stam
Moeder
uw jongen ging heen
maar
draagt Uw lot niet alleen
Kind'ren
verdrietig en nog klein
Laat
ons een familie zijn
Refrein
Snel raakt de herinnering versleten
't Leed van anderen is zo gauw
vergeten,
't Leven vraagt de aandacht weer
Mensen jachten altijd weer.
En precies als vroeger schijnt de zon
Hier slechts heerst stilte in 't rond
Groots en gewijd is die grond
Blijf eerst een ogenblikje staan,
Voor hen die zijn heengegaan.
Refrein
Terug
naar overzicht
Op
de groote stille heide (De herder)
(tekst (uit 1908): Johannes Worp/muziek:
A. Suurhoff en Ger van Leeuwen/uitvoering: Truus Koopmans)
Op
de groote stille heide
Dwaalt de herder eenzaam rond
Wijl de witgewolde kudde
Trouw bewaakt wordt door den hond
En, al dwalende ginds en her
Denkt de herder: och, hoe ver
Hoe ver is mijn heide
Hoe ver is mijn heide, mijn heide
Op
de groote stille heide
Bloeien bloempjes lief en teer
Pralend in de zonnestralen
Als een bloemhof heinde en veer
En, te vreen met karig loon
Roept de herder: o, hoe schoon
Hoe schoon is mijn heide
Hoe schoon is mijn heide, mijn heide
Op
de groote stille heide
Rust het al bij maneschijn
Als de schaapjes en de bloemen
Vredig ingeslapen zijn
En, terugziende op zijn pad
Juicht de herder: welk een schat
Hoe rijk is mijn heide
Hoe rijk is mijn heide, mijn heide
Terug
naar overzicht
Op de heide
(Max van Praag)
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het
sturen van de tekst)
Weet je nog, die mooie dag in het
heideland
Waar alleen de zon ons zag, daar vroeg
ik je hand
Bloemen geurden overal, bijen zoemden
rond
Tot heel zacht het jawoord klonk, uit
jouw rode mond.
Refrein:
Op de heide zaten wij heel alleen
Met z’n beiden, met de zon om ons heen
Heel in de verte zongen merels hun lied
Vol verlangen, maar wij hoorden het niet
En heel de wereld om ons heen kwam tot
rust
Daar op de heide, daar heb ik jou toen
gekust.
Weet je nog hoe het op die dag stil werd
om ons heen
Toen jij zachtjes tot mij zei: “ ’k Hou
van jou alleen.”
’t Was voor mij de mooiste dag, die ik
nooit vergeet
Daarom vraag ik jou, m’n schat, of je
dit nog weet.
Refrein
Terug
naar overzicht
Op
de purperen hei
(tekst/muziek: Preud'home/De Ridder/uitvoering:
Jan Verbaeken)
In
de stille Kempen
Op
de purperen hei
Staat
een eenzaam huisje
Met
een berk erbij
Op
een zomeravond
Enige
droom alleen
Kwam
ik ongeweten
Langs
dit huisje heen
Refrein:
Hoe
schoon op de wereld
De
zomerse hei
Dat
is hier op aarde
De
hemel voor mij
Hoe
schoon op de wereld
De
zomerse hei
Dat
is hier op aarde
De
hemel voor mij
In
dat eenzaam huisje
Zat
een meisje ach
Lijk
hij nergens anders
Ooit
een meisje zag
Door
het venster
Keek
zij hem verlegen aan
Schoof
't gordijntje toe
En
is maar opgestaan
Refrein
Maar
wat heeft de liefde
Ook
hier niet verricht
Want
nu schuift 't gordijntje
Nooit
meer voor hem dicht
Door
het open venster
Dat
men vroeger sloot
Lacht
hij op zijn kindje
Op
zijn moederschoot
Refrein
Dat
is hier op aarde
De
hemel voor mij
Terug
naar overzicht
Op de
Ruysdaelkade
(Eduard Jacobs)
(met dank aan Hanneke Peters voor het
sturen van de tekst)
Hij was 'n kerel, groot en sterk
En toch verfoeide hij het werk
Hij kende 'n meid die 'm overlaadde
Op de Ruysdaelkade
Hij vond bij haar steeds z'n gemak
Zij onderrichtte hem in " 't vak"
Dat kwam hem dikwijls ook te stade
Op de Ruysdaelkade
Des daags, och, deed ie meestal niets
Soms huurde hij zich wel 'n fiets
Bereed daarmee dan wandelpaden
En de Ruysdaelkade
En was het avond, dan was hij
Nooit in de woning, maar steeds vrij
Dan 'baande' zij, z'n lieve gade
Op de Ruysdaelkade
Maar kwam ie 's nachts dan weer in huis
En vond geen geld, dan was 't niet pluis
Met slagen hij haar overlaadde
Op de Ruysdaelkade
Maar meestal kwam ie bij 'zijn vrouw'
En dan vond hij het bed nog lauw
Wijl zij zich in haar waskom baadde
Op de Ruysdaelkade
Dan deed ze hem 'n heel verhaal
Van hem, die weg was, hoeveel maal
Hij pochte bij z'n kameraden
Op de Ruysdaelkade
Meestal vervuld van drank of bier
Zonk dieper hij dan 't reed'loos dier
Het warme lijf hij niet versmaadde
Op de Ruysdaelkade
En zij, zij was daarop gesteld
Met and'ren ging ze maar voor geld !
Dus zij zag hierin niet het kwade
Op de Ruysdaelkade
Maar hij, de vieze, vuile schoft
Hij heeft toch met die meid geboft !
Ze was zijn prooi, zonder genade
Op de Ruysdaelkade
En toch, zo'n vent zou nooit bestaan
Liep zij voor hem niet op de baan
Verdwijn dus, drel, met schand' beladen
In de Ruysdaelkade
Terug
naar overzicht
Op
de sluizen van IJmuiden
(tekst: Koos Manders/muziek: Joop de
Leur/uitvoering: Max van Praag)
Het
leven is mooi maar het noodlot is wreed
Als
je van elkander moet scheiden;
Je
ziet in de ogen dan droefheid en leed
Je
hart voelt de smart van het lijden;
Dan
kijk je elkander nog eventjes aan
En
fluistert bewogen: 'Ja nu moet ik gaan;
't
Was alles zo mooi maar voorbij weer zo gauw
En
ik, ik hou van jou...'
Refrein
Op
de sluizen van IJmuiden heb ik jou vaarwel gekust
Op
dat plekje bij de haven stelde jij me weer gerust
'k
Kon mijn tranen niet bedwingen, afscheid nemen deed ons zeer
Op
de sluizen van Ijmuiden, daar zien wij elkander weer
Vaak
zie ik je staan als een droom in de nacht
Om
je heen de ruisende bomen;
Dan
hoor ik je stem weer heel ver en heel zacht:
'Tot
ziens, ik zal spoedig weer komen!'
Dan
weet ik, je draagt het wel dapper, oprecht
Maar
wat je wou zeggen, dat werd niet gezegd
Want
ach, je verdween weer zo haastig, zo gauw
En
ik, ik hou van jou
Terug
naar overzicht
Op
de steiger
(tekst: Truus Koopmans/muziek Johnny Holshuysen)
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
Uit
het bouwvak komen vaak zangers voort,
Dat
is nu wel bewezen.
Al
die klinkende namen die U heeft gehoord,
En
die U heeft gelezen.
Ook
zij droegen als schilder of metselaar,
Toen
in de maatschappij,
Figuurlijk
en letterlijk zo met elkaar,
Al
zingend hun steentje bij:
Refrein:
Op
de steiger zing je vanzelf een lied,
Op
de steiger moet je wel zingen.
Want
je hebt pleizier en bij pannebier,
Dan
vergeet je sombere dingen.
Op
de steiger zo in je overall,
Op
de steiger kun je niet zwijgen.
Je
zingt en dan ben je zo blij,
Als
een vogel zo vrij.
De
Romeinen hebben in vroeger tijd,
Ook
vast niet stil gezeten.
Dat
hun bouwwerken zijn door de wereld beroemd,
Zal
iedereen wel weten.
En
zie ik soms zo'n brug of een oud gewelf,
Het
werk van de Romein,
Blijf
ik even staan en ik denk bij mezelf,
Wat
zal daar gezongen zijn:
Refrein
Terug
naar overzicht
Op
de woelige baren
(tekst en muziek: Eddy Christiani en
Frans Poptie)
Een
jonge zeeman kwam van boord, een forse blonde Noor
Waar
hij ook doolde op de zee, zijn stad was Baltimore
Daar
ergens in de havenbuurt was er zo'n klein café
Daar
zong ze bij een harmonica de zeemansliedjes mee
Refrein:
Op
de woelige baren
Bij
storm en bij wind
Denkt
hij steeds aan zijn blondje
Dat
vrolijke kind
Zij
leeft in zijn harte
Zij
zingt in zijn bloed
Hij
hoort nog haar stemme
In
de eb en de vloed
Toen
zei hij op een keer: "Mijn schat, op heel het wereldrond
Is
er geen kind zo lief als jij", en kuste op haar mond
Ze
zag hem lang en rustig aan, tot ze haar hart verloor
Toen
zei ze zacht: "Ik hou van jou, mijn forse blonde Noor"
Refrein
De
Noorman koos weer vrolijk zee, want nu had hij zijn schat
Toen
kwam het noodlot op zijn weg, dat hij vergeten had
Zijn
schip dat stootte op een klip, toen was het gouw gedaan
't
Is in een woeste storm des nachts, met man en muis vergaan
Refrein
Terug
naar overzicht
Op de zacht vergulde golfjes
(met
dank aan Riek Kooistra voor het sturen van de tekst)
Op de zacht vergulde golfjes,
Dansend in de zomerzon,
Ligt een vrolijk vissers scheepje,
Of 't niet langer wachten kon.
't Wap'rend vaantje hoog in top,
Koos het eind'lijk 't ruime sop.
,,Heerlijk", riep het blonde knaapje,
"Voor het eerst met vader mee,
Heerlijk met U rond te zwerven,
Over 't water van de zee.
Altijd, altijd, vader mijn
Altijd wil ik bij U zijn."
Stormen beuken op 't ranke scheepje,
Nimmer zag het meer de ree,
Met de blonde knaap in d' armen,
Zonk de vader weg in zee.
Altijd, altijd, knapelijn,
Moogt ge nu bij vader zijn.
Terug
naar overzicht
Op de zee
(tekst/muziek: Jack Bess)
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
Onlangs
voer onze boot naar de Poolzee,
Van
de schrik werd de negerkok wit,
Want
wij zagen een walvisje zitten,
Met
een hoed op en een vals gebit.
Refrein:
Op
de zee — Op de zee — Op de zee — Op de zee,
Daar
beleef je avonturen.
Op
de zee — Op de zee — Op de zee — Op de zee,
Nou,
daar maak je als zeeman wat mee.
Op
een keer werd een Potvis gevangen,
't
Was een dier — nou, gewoonweg ontaard,
In
zijn buik zaten zeven matrozen,
En
die speelden een spelletje kaart.
Refrein
In
Japan — toen wij lagen te slapen,
Nam
een stormwind het bovenschip mee,
Toen
wij drie dagen later ontwaakten,
Zaten
wij op de bodem der zee.
Refrein
De
Kaptein riep: Wij zijn aangevaren,
Maar
het schip mag volstrekt niet vergaan.
Nou,
toen hebben wij even gepiekerd,
En
het schip. . in een roeiboot gedaan:
Refrein
Ver
van huis zaten wij zonder kolen,
Maar
denk niet dat er één nijdig werd,
Want
wij haalden de soep uit de keuken,
En
wij stookten de vuren met snerst.
Refrein
Terug
naar overzicht
Op
een avond op het strand
(met
dank aan Moena de Koning voor het sturen van de tekst)
Op
een avond op het strand, zat ik daar met mijn oude gitaar.
Met
mijn knie in het zand, zong ik een liedje voor haar.
En
de zilveren maan keek ons aan, achter een wolkje vandaan.
Ja,
die avond aan het strand die vergeet ik nooit meer.
Ben
nu jaren getrouwd, aan de muur hangt mijn oude gitaar.
Als
mijn vrouw op me snauwt, springt er telkens een snaar.
Spelen
doe ik niet meer, want mijn vrouw die speel eerste viool.
En de
vreugd' van weleer stinkt naar uien en kool.
Terug
naar overzicht
Op
een mooie Pinksterdag
(Tekst:
Annie M. G. Schmidt/muziek: Harry Bannink/uitvoering: Leen Jonegwaard en
André van de Heuvel)
Op
een mooie Pinksterdag
Als
het even kon
Liep
ik met mijn dochter aan het handje in het parrekie te kuieren in de zon
Gingen
madeliefjes plukken
Eendjes
voeren
Eindeloos
Kijk
nou toch, je jurk wordt nat
Je
handjes vuil
En
papa boos
Vader
was een mooie held
Vader
was de baas
Vader
was een duidelijke mengeling van Onze Lieve Heer en Sinterklaas
Ben
je bang voor 't hondje
Hondje
bijt niet
Papa
zegt dat ie niet bijt
Op
een mooie Pinksterdag
Met
de kleine meid
Als
het kindje groter wordt
Roossie
in de knop
Zou
je tegen alle jongens willen zeggen: handen thuis en lazer op
Hebbu
dat nou ook meneer?
Jawel,
meneer
Precies
als iedereen
Op
een mooie Pinksterdag
Laat
ze je alleen
Morgen
kan ze zwanger zijn
't
Kan ook nog vandaag
't
Kan van de behanger zijn of van een Franse zanger zijn
Of
iemand uit Den Haag
Vader
kan gaan smeken
En
gaan preken
Tot
hij purper ziet
Vader
zegt: pas op, m'n kind
Dat
hondje bijt
Ze
luistert niet
Vader
is een hypocriet
Vader
is een nul
Vader
is er enkel en alleen maar voor de centen en de rest is flauwekul
Ik
wou dat ik nog één keer
Met
mijn dochter
Aan
het handje lopen kon
Op
een mooie Pinksterdag
Samen
in de zon
Terug
naar overzicht
Op
een zeemansgraf
(Uitvoering: Eddy Christiani/De straatzangers)
Varen,
varen, altijd maar varen
Dat
is het zeemansleven
Varen,
varen, ondanks gevaren
Daar
wil hij alles voor geven
En
mocht z'n schip in 'n storm vergaan
Ver
van de veilige kust
Zal
op z'n graf nooit 'n teken staan
Dat
ons vertelt wie daar rust
Refrein:
Op
'n zeemansgraf staan nooit eens rode rozen
Op
'n zeemansgraf staat zelfs geen houten kruis
Niemand
weet dus wie 'n rustplaats heeft gekozen
Op
die stille plek zo mijlenver van huis
Varen,
varen, al duurt 't jaren
Niets
kan 'n zeeman deren
Varen,
varen, over de baren
Daar
wil hij alles riskeren
Hij
krijgt van niemand 'n erelint
Al
doet hij meer dan z'n plicht
En
als hij 'n graf in de golven vindt
Dan
weet men niet eens waar hij ligt
Refrein
Terug
naar overzicht
Op het perron
( Manna
de Wijs-Mouton - 1873-1935 )
Op het perron van een heel klein
station met in de verte de trein
Op dat station stond een jochie
alleen, het huilen leek hem nabij
Hij staarde maar wat, een brief in
zijn hand met daarin een ernstig bericht
Zou hij toch proberen de trein in te
gaan en net doen alsof hij niets wist
Hij deed onopvallend en liep naar de
trein
Klom naar binnen en zocht naar een
plaats
De conducteur kwam langs met een
nors gezicht
En vroeg hem naar zijn plaatsbewijs
Ik heb geen kaartje, zei dat kleine
joch, maar betaal zo gauw als ik kan
Dan ga je er uit bij de volgende
stop, maar zwichtte toen het jochie hem zei
refrein:
Toe, conducteur, laat me, zet mij
niet uit deze trein
De liefste van heel deze wereld
heeft zorgen, veel leed en pijn
Ik wou nog zo graag even naar
haar toe, daarom vraag ik: laat me vrij
Ik wil haar helpen, haar enige
zoon, voordat ze voor altijd verdwijnt
Een oude mevrouw, door het voorval
geschokt
Stond toen op en liep door het pad
Ze hield haar hand op, verzamelde
geld voor de jongen die het geld nodig had
Hij bedankte haar blij voor haar
hulpvaardigheid
Ach laat maar, zei zij toen tot hem
En nu, als de conducteur hem ooit
weer ziet dan hoort hij nog vaak deze stem
refrein
Terug
naar overzicht
Op Marsch
(Marschlied)
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het
sturen van de tekst)
Laat het regenen, laat het waaien
Langs ons duin en veld !
Hollands jongens in de wapens,
Slechts den pas versneld !
Regen deert ons maar de kleren,
En de wind bij het marcheren,
Houdt de longen fris,
Houdt de longen fris.
Als er eenmaal kogels regenen,
En de dood ons dreigt;
Man aan man door 't lood getroffen,
't Hoofd voor altijd neigt -
Wie van ons zal dan bezwijken,
En bevreesd 't gevaar ontwijken,
Tot ons aller schand ?
Tot ons aller schand ?
Wie er bang is voor een buitje,
Vreest ook in gevaar
Daarom moedig voortgetreden,
Valt de weg ook zwaar.
's Avonds in 't kwartier gezeten,
Is ons leed geheel vergeten.
Voorwaarts - in de pas.
Voorwaarts - in de pas.
Terug
naar overzicht
Op mijn
kloeten
(met dank aan Staaf Baetens voor het
sturen van de tekst)
Toen ik klein was aan mijn voeten
Droeg ik grote zware kloeten
'k Ging ermede welgezind
Naar de school rap als de wind
Kwam de meester mij te straffen
Ja dan moest ik zonder blaffen
Om mijn straf gaan uit te boeten
Ja in den hoek staan op mijn kloeten
Op mijn kloeten gan ik dansen
En ik drink nen druppel fransen
Ik draai me al in het rond
Op mijn kloeten 't is gezond
Ik kan dansen ik kan zwieren
De tafel rond zijn mijn manieren
Zie dat kan mijn hart verzoenen
Zo nen dans doen op mijn kloeten
Op mijn kloeten ga ik vrijen
Ja dat kan mijn hart verblijen
Maar mijn allerliefste griet
Die ziet naar mijne kloeten niet
Maar ze ziet naar mijn goed herte
Naar mijn kunst en tuimelperten
Iedereen mag mij ontmoeten
Want ik ben altijd op mijn kloeten
Op mijn kloeten ga ik trouwen
Op mijn kloeten bruiloft houwen
Ik heb anders niets gekend
Op mijn kloeten 'k bent gewend
Komt er ne kleinen te verschijnen
't Zij ne groten of ne kleinen
Dan zal ik ter kerke moeten
Maar ik ga mee al op mijn kloeten
Op mijjn kloeten ga ik sterven
Niemand zal mijn kloeten erven
Want ik moet ermede gaan
Voor de Sinte Pieter staan
Hij en zal mij toch niet vragen
Wat ik altijd heb gedragen
Om mijn straffen uit te boeten
Ga ik naar den hemel op mijn kloeten
Terug
naar overzicht
Op 'n Solex
(Max van Praag)
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
Wanneer je jarig bent dan ben je
vreselijk benieuwd
Je vraagt je af wat krijg ik voor 'n cadeau
Je vrouw en kinderen fluisteren dan heimelijk met elkaar
"Nog even wachten pa, je krijgt het zo."
In het huisgezin van Jansen was 't precies de zelfde sfeer
Maar pa deed net of hij er niets van zag
Toen sprak mama: "Kijk in de gang want daar staat iets voor je klaar."
En daar kwam een nieuwe Solex voor de dag
Zoiets had hij niet verwacht
Hij keek z'n ogen uit
Wat een weelde wat een pracht
't hele huisgezin zong luid:
Refrein:
Op 'n Solex, op 'n Solex
Zit je als 'n miljonair
Je hoeft alleen maar op te stappen
En dan maar fietsen zonder trappen
Met een litertje benzine ben je klaar
Genoeg voor 100 kilometer, karren maar !
Op 'n Solex, op 'n Solex
Zit je als 'n miljonair.
Des zondags ging hij tuffen naar
familie op bezoek
En ome Jan zei prompt: "'t Is een juweel.
Ik heb een flinke spaarpot weet je, zeg ik koop er twee
Voor mij een en nog een voor tante Neel."
In een hoekje van de kamer in haar eigen schommelstoel
Zat oma stil te kijken voor zich heen
Toen zei ze plotseling: "Zeg Jan, 't is misschien een malle vraag,
Ik betaal het zelf, mag ik er dan ook een?
Als ik op zo'n Solex zit, ik heb zo het gevoel
Zit ik fijn op mijn gemak, net als in m'n schommelstoel."
Refrein
Een volle neef van Jansen had een
crimineel idee
Hij haalde alle luitjes bij elkaar
Hij sprak: "Wij met z'n allen richten hier een cluppie op,
Een Solex club genaamd de Vriendenschaar."
Ome Jan werd penningmeester, bijgestaan door tante Neel
Als voorzitter was Jansen nummer één.
Zo kreeg dan iedereen een baan en toen was het voor elkaar
Oma riep: "Ik ga met jullie overal heen."
En wanneer ze rijden gaan,
Dan klinkt er langs de straat
Altijd weer het zelfde lied luidt gezongen in de maat:
Refrein
Terug
naar overzicht
Op
't hoekje brandt nog licht
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
's
Avonds wanneer het wat stil op het plein is, dan turen de obers naar
buiten.
Trachten
een plakker de deur uit te kijken, want gaat ie, kunnen ze sluiten.
Maar
in het Zwaantje,
Daar
bij blonde Jaantje,
Daar
net op den hoek van het laantje,
Daar
gaan de deuren niet dicht voor den tijd,
En
menigeen roept verblijd:
Refrein:
Op
't hoekje brandt nog licht...... Haha !
Daar
zijn ze nog niet dicht. .. . Haha !
Komt
jongens, direct is het sluitingstijd
,
Dan
is het gedaan met de vroolijkheid.
Op
't hoekje brandt nog licht...... Haha !
Daar
zijn ze nog niet dicht. . . . Haha !
Een
rondje tot afscheid, ga mee !
Van
je Hoeladie-Troeladi...... é !
Jaantje
van 't hoekje is vriendelijk, vroolijk en lacht je van verre al tegen.
Jaantje
van 't hoekje is blond als een wortel, die lang in de zon heeft gelegen.
Breed
van gestalte,
Een
komische Alte,
Bij
Jaantje is de laatste halte.
Menigeen
legt hier nog eventjes aan,
Als
ze op 't plein sluiten gaan......
Refrein
Terug
naar overzicht
Orgellied
(uitvoering: Heintje Davids en Sylvain
Poons)
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
Ik houd veel van een verzetje,
Als dat kom op z'n tijd.
Nou, ik vraag je, mens: Wat let je ?
Zeg maar wat je verblijdt !
Wel, 'k wil bij 't orgel gaan dansen,
De kriebel die komt in mijn bloed.
Als het orgel gaat spelen
Kan niets mij meer schelen
Van top tot teen sta ik in gloed:
Refrein:
Draaien, anders dan ga je
Gauw naar de haaien, eer je het weet.
Draaien, laat je maar paaien
Om eens te zwaaien; weg is je leed !
Want de wereld is rond en dat stemt me
tevree
En hij draait, daarom draaien we
allemaal mee.
Dus we draaien, zwenken en zwaaien
En je vergeet je zorg en je leed.
Menigeen die recht door zee gaat
Wordt gehoond en veracht.
Maar wie met alle winden mee gaat
Heeft het verder gebracht.
Daar zijn mensen die altijd maar
draaien
De waarheid doen ze in de ban.
Als je ziet hoe ze zwaaien
En alles verdraaien
Daar word je draaierig van !
Refrein
Draaien moet je, draaien zal je
Met een lach om je snuit.
Als je niet draait, nou dan val je
En dan draai je d'r uit.
Wie niet draaien kan, zal ondervinden:
Ze draaien je dan wel opzij.
En al stort je ook traantjes
Al die vette baantjes
Die draaien je neus dan voorbij !
Refrein
Terug
naar overzicht
Oud
moedertje
(met
dank aan Mina de Vos voor het sturen van de tekst)
Oud
moedertje strompelt naar buiten
En
sprokkelt wat spaandertjes hout.
De
wind blaast zo vinnig uit Oosten,
Het
is in haar hutje zo koud.
Haar
buurjongens zijn aan het spelen,
Koen,Willem,Johannes
en Piet.
Zij
rijden elkaar in de slede,
En
weten van kou noch verdriet.
Daar
zien z' in de verte het oudje,
Kom
vlug op een drafje erheen.
En
helpen het oudje een handje,
Ze
is zo gebrekkig ter been.
Gezegd
en gedaan en zij zoeken,
En
rapen en draven maar an.
Ze
brengen het mutsaard tezamen,
Die
het oudje niet weg dragen kan.
Maar
dragen welneen, dat behoeft niet,
De
slede staat immers al klaar.
Kom
jongens,nu ieder een handje,
Voor
één is het vrachtje te zwaar.
Daar
gaat het al trekkend en schuivend,
Oud
vrouwtje volgt hijgend de stoet.
Bij
't hutje klinkt vriendelijk: "Dankje,
O
jongens wat waren jullie goed."
Ze
mompelen wat en gaan verder.
"Was
dom van ons jongens", zegt Koen.
"Ze
had wel op 't hout mogen zitten,
We
hadden het best kunnen doen."
(mutsaard
= takkenbossen om te verbranden)
Terug
naar overzicht
't Oude
banjo lied
(Eddy Christiani)
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het
sturen van de tekst)
Zachtjes zingend, op de banjo melodie
Vrolijk klinken tonen van het oude lied
Hoor wat de stem in de duisternis zingt
En hoe de echo de stilte verdringt
Een lachend jong meisje, met heldere stem
Een liedje van liefde zingt zij daar voor hem
En heel zachtjes zingend, antwoordt hij de melodie
Vrolijk minnend, klinkt 't oude banjo lied
Het wijsje is oud en de woorden zijn teer
Vertelt ons het sprookje van liefde steeds weer
Zij vond zachtjes zingend, liefde bij het banjo lied
Zachtjes zingend, op de banjo melodie
Vrolijk klinken tonen van het oude lied
Hoor wat de stem in de duisternis zingt
En hoe de echo de stilte verdringt
Een lachend jong meisje, met heldere stem
Een liedje van liefde zingt zij daar voor hem
Heel zachtjes zingend, antwoordt hij de melodie
Vrolijk minnend, klinkt 't oude banjo lied
Het wijsje is oud en de woorden zijn teer
Vertelt ons het sprookje van liefde steeds weer
Zij vond zachtjes zingend, liefde bij het banjo lied
Terug
naar overzicht
Oude Sientje
(met dank aan Willem Versteegen voor het
sturen van de tekst)
Ik ben de oude Sien als jullie 't nog
niet weet,
In eer en deugd al 82 jaar.
Al heb ik reumatiek, toch sta ik vast nog op de been
Ja, oude Sientje is nog heel tevree.
Refrein:
Oude Sientje is nog heel kordaat;
Ze huppelt en ze springt en ze danst nog op de maat.
Haar 82 jaartjes zijn voor haar nog lang geen kruis,
Want ze is de glorie van 't besjeshuis.
Laatst toen ik naar de kermis ben gegaan,
Toen ben ik met mijn Kees, ook voor Jan Klaas gaan staan;
En wat die zei, dat was wel tot mijn groot vermaak:
"Zeg oude Sien, wat ben je toch nog heel kordaat."
Refrein
Ik ging toen naar een kraam en kocht een mop,
Maar die is nu natuurlijk al lang op.
Maar oude Sientje zag nog wel een kans:
" 'k Kom jullie hier verrassen met een polkadans."
Refrein
Ik was vanmorgen al heel vroeg op pad,
En heb het dan ook maar heel gauw gelapt.
Om bij te wonen hier dit mooie bruiloftsfeest,
Want van een pretje houdt ons Sientje wel het allermeest.
Refrein
Terug
naar overzicht
Oui, oui,
oui, oui
(met dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het
sturen van de tekst)
Oui, oui, oui, oui, oui, oui, oui.
'k Denk vaak terug aan de dagen
Daar in dat mooie Paris !
Oui, oui, oui, oui, oui, oui, oui.
Vlak bij de Place de Clichy
Waar we elkander dikwijls zagen,
Zei jij heel zacht: "Ma chérie !"
Oui, oui, oui, oui, oui, oui, oui.
Jij zei tegen mij: "Zeg ben je vrij
Voor een soupeetje ?"
Ik voelde me blij
Toen je dat zacht tegen me zei !
Daar in 't mooie Paris.
Vlak bij de Place de Clichy
Vonden wij ons "paradis".
Oui, oui, oui, oui, oui, oui, oui.
Oui, oui, oui, oui, oui, oui, oui.
In een heel oud Frans cafeetje
Zei je: "Ik vind je jolie !"
Oui, oui, oui, oui, oui, oui, oui.
Alles was vol fantasie
Bij ons gezellig soupeetje
Jij was voor mij "tout ma vie".
Oui, oui, oui, oui, oui, oui, oui.
Jij zei tegen mij: "Zeg ben je vrij
Om wat te wand'len ?"
Ik voelde me blij
Toen je dat zacht tegen me zei !
Daar in 't mooie Paris.
Vlak bij de Place de Clichy,
Vonden wij ons "paradis !
Oui, oui, oui, oui, oui, oui, oui.
Daar in 't mooie Paris
Hebben we uren gelopen
Zwijgend, maar vol harmonie !
Oui, oui, oui, oui, oui, oui, oui.
En in een parfumerie
Ging je iets leuks voor me kopen
Jij koos toen "Soir de Paris !"
Oui, oui, oui, oui, oui, oui, oui.
Jij zei tegen mij: "Zeg ben je vrij
Voor heel 't leven ?"
Ik voelde me blij
Toen je dat zacht tegen me zei !
Terug
naar overzicht
Ouwe
taaie (Tekst: Stan Haag/Muziek: Heinz Gietz)
Ouwe
taaie, ouwe taaie
Ouwe
taaie, ouwe taaie
Er
was eens een cowboy
Vol
levensvreugd en vuur
Hij
had er aan centen geen gebrek
Hij
leefde voor vrouwen
Voor
drank en avontuur
En
de zon die scheen hem in z'n nek
Refrein:
Ouwe
Taaie
Yippie
yippie yee hee hee
Ouwe
Taaie
Yippie
yippie yee
Ouwe
Taaie
Yippie
yippie yee hee hee
Ouwe
Taaie
Yippie
yippie yee
Ouwe
taaie, ouwe taaie
Toen
kwam er een meisje
Dat
bracht z'n hoofd op hol
Ze
maakte z'n leven tot een hel
Zij
verbraste al z'n centen
En
verkocht op 't laatst z'n knol
En
de cowboy belandde in de cel
Refrein
Ouwe
taaie, ouwe taaie
Toen
ging er die cowboy
Terug
weer naar z'n land
Hij
was er zo arrem als een mier
Hij
ging naar z'n blokhut
En
maakte zich van kant
En
nu is hij zo doo-hood als een pier
Refrein
Ouwe
Taaie
Yippie
yippie yee hee hee
Ouwe
Taaie
Ouwe
taaie
Ouwe
taaie
Yippie
yippie yee
Terug
naar overzicht
Over
25 jaar
(tekst en muziek: Wim
Poppink/uitvoering: Marcel Thielemans en The Ramblers/Jany Bron)
Zij
waren pas enkele uren een paar
Ze
fluisteren zachtjes en kusten elkaar
De
bruidegom voorspelde zijn bruid met een lach
Hoe
hij de toekomst zag
Over
25 jaar zal ik jou nog steeds beminnen
Ook
al hebben wij grijs haar
Want
we blijven jong van binnen
Over
25 jaar komen wij met onze kinderen
Voor
een feest bij elkaar als het zilveren paar
Over
25 jaar
De
blijde voorspelling kwam werkelijk uit
Zij
werden de zilveren bruidegom en bruid
De
man gaf zijn bruidje een klinkende zoen
En
zei precies als toen
Over
25 jaar zal ik jou nog steeds beminnen
Ook
al hebben wij grijs haar
Want
we blijven jong van binnen
Over
25 jaar komen wij met onze kinderen
Voor
een feest bij elkaar als het gouden paar
Over
25 jaar
Over
25 jaar komen wij met onze kinderen
Voor
een feest bij elkaar als het gouden paar
Over
25 jaar, over 25 jaar
Terug
naar overzicht
Overschotje
(tekst: Lou Bandy/muziek: Eugénie
Bandy 1923/uitvoering: Lou Bandy)
(met
dank aam Marc Blokland (†) en A. de Vet voor het sturen van de tekst)
Op
de drempel van een huisje
Zit
een lief klein meisje stil
Telkens
als ik daar voorbij kom
Is
't of zij wat zeggen wil
Daarom
vroeg ik zeg eens kleine
Heb
je nu al droefenis
En
aan 't antwoord voeld' ik dat ze
't
Huis het overschotje is
Refrein:
Overschotje
lief klein popje
Daarom
lach jij nu niet meer
Jong
verwelkt mooi rozenknopje
Daarom
doet jou hartje zeer
Ja
ik voel dat nieuwe mammie
Niet
de echte is voor jou
Kleine
overschotje's zieltje
Is
gedompeld in de rouw
En
dan speelt ze met het popje
Dat
haar echte mammie gaf
Voordat
vader haar voor eeuwig
Naar
den hemel had gebracht
En
als 'k naar haar nieuwe moe vraag
Omdat
zij toch steeds maar pruilt
Zie
ik in haar kinderogen
Dat
haar reine hartje huilt
Dikwijls
zie ik overschotje
Bij
het hek van 't kerkhof staan
Dicht
bij 't graf van hare mammie
Die
zo vroeg was heengegaan
Fluist'rend
roept zij mam, ik ben er
Kleine
zus die van u houdt
'k
Heb toen innig moeten huilen
Om
dat kinderhart van goud
Terug
naar overzicht