Uit (groot)moeders tijd
Na
den storm (George Hofmann)
(met
dank aan Betsy van Dijk voor het sturen van de tekst)
Aan
het strand staan op een avond,
Als
de storm wat is bedaard,
Vele
menschen, oud' en jonge,
In
de duisternis geschaard,
Turen
angstig in het donker
Naar
de groote woest zee.
Richten
dan hun blik naar boven,
Vragend:
"God ! verhoor m'n beê !"
Aan
het strand staan in het donker,
Moeders,
vrouwen, vol van smart,
Altijd
door maar steeds te bidden
Met
de doodsangst in haar hart.
Want
haar Zoon, haar Man en Vader,
Was
ter redding uitgegaan,
Steeds
wordt haar de toestand klaarder,
Reddingboot
die is vergaan.
Aan
het strand zit in het donker
In
haar hut zoo menig vrouw,
Treurend
bij haar kinderen neder,
Alles
heerscht in diepe rouw.
God,
bewaar toch alle helden,
Die
ter redding mochten gaan,
Laat
Uw troost en zegen dalen
Op
hen, thans met rouw belaân.
Terug
naar overzicht
Naald en draad en een
vingerhoed
(met dank aan Marlie)
Versie 1
Naald en draad en een vingerhoed,
's Avonds op de naaischool gaat het
goed.
Als het werken is gedaan,
Mogen de meisjes naar huis toe gaan.
Versie 2
Naald en draad en vingerhoed,
Samen naar de naaischool gaat het
goed.
Vier uur gaat de naaischool uit,
Tingelingeling daar gaat de fluit.
Terug
naar overzicht
Naar de
Congo
(met dank aan Andreas Jaquet voor het sturen van de tekst)
Als de Congoboot vertrekt
Is het volk opgewekt
Vele vrouwen schreeuwen dan
Ach mijne liefste braven man
Vele meiden worden zot
Bij 't vertrek van hunnen piot
Maar hij is nog niet op zee
Of ze hebben er weeral ander twee
Refrein:
Naar de Congo Congo Congo daar gaan
wij
In de Congo Congo Congo willen wij
zijn
Iedereen die wil nu in de Congo zijn
Als 't zo voortgaat wordt de Congo nog
te Klein
Des 's morgens word er niet geblazen
Of niet gebeld om op te staan
Men neemt eenieder wel te grazen
Met wat leeuwenstoverij
Of een soep van jonge slangen
Ik zou me zelf nog liever gaan
ophangen
Maar voor ene met een fijnen tand
Een stuk gebakken olifant
Refrein
Terug
naar overzicht
Naar de Harskamp toe !
(wijs: Strijdt Broeders voor 't
laatste)
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
Zeg makkers, wij gaan weer,
Met ransel en geweer,
Een plezierig reisje maken.
Refrein:
Schiet, broeders, als de beste,
En we gaan naar de Harskamp toe,
faldera !
Schiet, broeders, als de beste,
En we gaan naar de Harskamp toe !
We zijn verheugd van geest,
En juichen om het meest,
We gaan de linnen schijven raken.
Refrein
Patronen in je tas,
Dat komt nu goed van pas;
Wat zullen we toch lekker paffen !
Refrein
En is 't 's avonds laat.
Als de kantine toegaat,
Dan tot reveille maffen.
Refrein
Des morgens klinkt het schot
En elk kruipt uit zijn kot,
En niemand heeft dan lef te gapen.
Refrein
Het schieten op de hei
Stemt iedereen zo blij,
Vooral de hulsjes op te rapen.
Refrein
Terug
naar overzicht
Naar de
Oost !
(Marslied/wijs: De Maliebaan)
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
Laatst had ik mij voorgenomen
Met een troepje flinke liên
Om naar Java toe te stomen,
En de Javaantjes te gaan zien.
Nauwelijks stonden wij aangetreden,
Brood en kaas was rond gegeven,
Of 't commando klonk toen luid,
En wij trokken het poortje uit.
Och wat een massa bekijk
In dat zo lief' lijk Harderwijk
En groot en klein, wat lopen kon,
't Ging alles mee naar 't station,
't Korps muziek vooraan,
't Stemt ons zeer voldaan.
Zo trekken wij er van door
Met het Harderwijker spoor.
Refrein:
Zo zijn wij gegaan
Al naar de Handelskaai
Al naar die Handelskaai van vreemde
landen.
Wij juichten daar
Gezamenlijk met elkaar
Op de komst der dappere schaar der
Nederlanden.
Aan de Handelskaai gekomen
Waren vele mensen daar.
Tussendeks reeds plaats genomen
Bergen wij onze kisten daar.
Eindelijk mogen wij naar boven,
Om de laatste kool te stoven,
Aan het Amsterdamse strand
Van ons dierbaar Vaderland.
De stoomfluit geeft een sein
Dat het vertrek zou zijn.
En het commando wordt gehoord
Ja, de tros gaat binnen boord,
De kolonialen kijken zuur
Het is hun laatste uur,
Maar ze zwaaien met de hand
Naar 't volk aan de overkant !
Refrein
Terug
naar overzicht
Naar Indië
!
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
De zeilen zijn gehesen,
De wind waait naar de zee;
Nu is het tijd van scheiden,
Zie, alles is al reê !
Mij roept een stem naar 't verre
land,
Waar feller zonne brandt.
Vaarwel ! vaarwel, vaarwel mijn
vaderland.
Mij roept een stem naar Indië,
Der aarde paradijs,
Dat onze vaderen wonnen,
Op zo' n kordate wijs.
Daar heeft de roem op open veld
Nog elk ten oogst gesteld.
Vaarwel ! vaarwel, vaarwel mijn
vaderland.
In 't heerlijke Insulinde,
Daar win ik roem en eer,
Wat hoofd of hand kan winnen,
Geef ik in arbeid weer,
Die 't schone land ten zegen strekt
En elk tot volgen wekt.
Vaarwel ! vaarwel, vaarwel mijn
vaderland.
De zeilen zijn gehesen,
De wind waait weer naar zee;
Nu is het tijd van scheiden,
Zie, alles is al reê !
Mij roept een stem naar 't verre land,
Waar felle zonne brandt.
Vaarwel ! vaarwel, vaarwel mijn
vaderland.
Terug
naar overzicht
Naastenliefde
(met dank aan Hanneke Peters voor het sturen van de tekst)
Laat af van 't strijden, volk'ren
ontaard,
Staakt al die wreedheid, 't mensdom onwaard.
Ziet om u henen, overal wee!
"Heer, schenk hun wijsheid, Heer schenk hun vree !"
Strijdt eed'ler strijd toch, strijdt
allen saâm,
Voor naastenliefde in Godesnaam.
Hoort gij dat smeken niet, innig en teer ?
"Wijsheid en liefde geef ons, o Heer !"
Groot, Machtig Heerser, leidt Gij die
strijd,
Die 't smachtend mensdom hopend verbeidt,
Dàn, nood noch smart meer, droefheid noch wee,
Dan wáre liefde, dan wáre vree !"
Terug
naar overzicht
Nacht
op Hawaii
(tekst:Jaap Valkhof/muziek: Piet
van Dijk/uitvoering: The Kilima Hawaiians)
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
Nacht op Hawaii
Mijn gedachten zijn steeds daar
Onder ruisende palmen
Waar wij wandelden tesamen
In die nacht op Hawaii
Gaf jij me je hart en hand.
Terug
naar overzicht
Nacht over Java
(tekst: Jack Bess / muziek: Hans
Ninaber / uitvoering o.a.: The Kilima Hawaiians)
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
Na een dag vol kleur en schoonheid,
Rijk aan zon en tropisch heet,
Smelten don'kre wolken,
Tot een ondoordringbaar kleed.
Refrein:
Nacht over Java,
't Land van smaragd,
Ligt als in duisternis verzonken.
Nacht over Java,
Ondanks de pracht,
Trilt in de lucht iets van een bange
klacht.
Vreemde geluiden en zachte muziek,
Scheppen samen sfeer vol mystiek.
Nacht over Java,
Het doet angstig aan,
Nu al het schoons in duisternis
verloren schijnt gegaan.
Maar wat de nacht ook brengen mag,
Er komt een nieuwe dag.
De bij zon zo fraaie palmen
Zien er onheilspellend uit,
En de stilte wordt verbroken
Door een onbekend geluid.
Refrein
Terug
naar overzicht
's
Nachts na 12 uur
(met
dank aan Marc Blokland (†) voor het sturen van de tekst)
Als
de dag plaats maakt voor de nacht
En
de lichten worden aangestoken
Houdt
een iedereen de wacht
Tot
het nachtelijk uur is aangebroken
Dan
vind ik het wel interressant
Het
nachtleven te bestuderen
En
soms wel amusant
Hetgeen
men daar ziet passeren
Refrein:
Meisjes
galant, commediant
Apachen,
dief, politieagenten
Heren
zeer fijn, dol van de wijn
't
Gewoel van dronken studenten
En
dan een wijf, die haar bedrijf
Bestaat
uit een ieder na te gluren
En
dan daarbij een vechtpartij
Dat
ziet man 's nachts na twaalf uren
Een
naaistertje pas zestien jaar
Zou
's avonds vlug naar huis toe keren
Een
oude heer loopt haar achterna
Wilde
haar iets presenteren
Maar
zij loopt heen en op een ogenblik
Blijft
zij staan voor een winkel met juwelen
Hij
dacht, nu heb ik ze in een strik
Want
goud zal haar niet vervelen
Refrein
De
oude maakte dan zijn plan
Laat
haar haar keuze dan uitzoeken
Ik
ben wel oud, maar gij krijgt goud
Als
gij mee gaat mij bezoeken
't
Lieve kind door 't goud verblind
Voldoet
aan al die gekke kuren
En
moeders hart, vol bange smart
Ze
is nog niet thuis, 't is twaalf uren
Refrein
Jaren
later zag ik haar op straat
Ze
scheen oud, ondanks haar jonge jaren
Zij
had goud noch diamant vergaard
Men
kon de droefheid op haar gelaat zien staren
Zij
gaf zich voor een paar centen veil
Voor
genot waar ze ieder voor moest dienen
Haar
apache hield een oog in het zeil
't
Was voor hem waar zij voor moest verdienen.
Refrein
En
heen en weer door 't slechtste weer
Ziet
men haar gaan, doch niets te winnen
En
hoe ze meent, geld moet er zijn
Want
haar apache komt dol van zinnen
Naar
haar gesneld, vroeg haar om geld
Ik
heb geen, hij begint op haar te vuren
In
't hospitaal daar 't luidt normaal
Daar
wacht zij nu haar laatste uren.
Refrein
Terug
naar overzicht
Nee, nee,
nee
(tekst en muziek: Jack Bulterman
en H. Griesbeek)
(uitvoering: Jany Bron met orkest
The Ramblers)
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
Hij is groot, ik ben klein.
Ik wil graag bij hem zijn !
Hij is lief en charmant
En hij kust me dikwijls elegant de
hand !
Maar m''n mammie wil niets weten van
m'n vriend,
Want ze zegt, dat hij nog niet genoeg
verdient.
Dus daarom...
Refrein:
Nee, nee, nee, je mag me nog niet
kussen !
Nee, nee, nee, daaraan doe 'k heus
niet mee !
O, o, o, hoe kan je dat nu vragen ?
O, o, o, m'n hartje klopt toch zo !
Mammie heeft gezegd: "Wees voorzichtig
kind !
Trouw geen enk'le man, voor je
d'allerbeste vindt !"
Dus zeg ik:
Nee, nee, nee, je mag me nog niet
kussen !
Nee, nee, nee, daaraan doe 'k heus
niet mee !
Gist'ren zag ik hem weer;
Hij was flink en toch heer !
En hij vroeg me tot vrouw;
Daarmee dreef hij mij zelfs bijna in
het nauw !
Daar m'n mams zei: "Pas toch op m'n
lieve meid,
Om te trouwen heb je heus nog heel
veel tijd !"
Dus daarom...
Refrein
Terug
naar overzicht
Nee nou moet je toch eens
kijken
(Max van Praag)
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
‘k Had al jarenlang een buurman, een
verstokte vrijgezel
Die niets weten wou van trouwen, want
dat leek ‘m echt een hel.
Maar eens zaten wij tesamen in z’n
kamer voor de ramen
Toen de ware juist voorbij kwam, en
toen zei hij bliksemsnel
Refrein:
Nou nou nou, nee, moet je nou toch
eens kijken
Wie zou er nou niet bezwijken
Voor zo’n schatje
Oh, wat een schatje
Als ik daar eens mee trouwen kon, ja,
dan zou ik ‘t heus wel weten
‘k Had geen tijd meer om te eten
‘k Zou haar kussen, kussen, kussen, ‘k
zou haar kussen van heb ik jou
Inderdaad is hij gaan trouwen met die
zelfde leuke meid
’t Werd een hele dolle bruiloft, vol
pret en vrolijkheid
Toen het paar op het stadhuis kwam en
de ambtenaar ’t woord nam
Hield hij niet een redevoering, maar
hij zong vol hoflijkheid
Refrein (2 x)
Terug
naar overzicht
Neem
mij met je mede, matroosje
(Nederlandse
tekst: Kees Pruis/muziek: J.Pfeil/oorspronkelijk "Golf van
Biskaya")
(met
dank aan Inez en Carola voor het sturen van de tekst)
Aan
't strand stond een meisje,
Een
kind van de zee.
Zij
klaagt een matroosje,
Haar
droefheid en wee:
"Het
liefste op aarde,
Dat
ging van mij heen.
'k
Heb jou slechts alleen nog,
Laat
mij niet alleen !
Refrein:
Neem
mij met je mede,
'k
Ben thuis op de baren.
Bij
jou wil ik zijn,
Ook
al dreigen gevaren.
Wij
behooren tezamen,
Als
de wind en de zee.
Van
jou kan 'k niet scheiden,
Ach
neem mij met je mee !
Wij
behooren tezamen,
Als
de wind en de zee.
Van
jou kan 'k niet scheiden,
Ach
neem mij met je mee !
Mijn
Vader en broeders,
Die
bleven op zee.
Een
woedende storm,
Nam
hun lichamen mee.
Mijn
moedertje stierf,
Door
't eind'loos verdriet.
't
Was 't noodlot, dat mij hier
Alleen
achterliet !
Refrein
De
zee ruischte zachtkens,
Haar
oeroude lied.
De
tijd ging voorbij, doch
Zij
merkten het niet.
Vergetelheid
vond ze
in
liefde met hem.
En
zacht, als van verre,
Klonk
smekend haar stem:
Refrein
Daar
klonk de sirene,
Hun
roes werd verstoord.
"Kom
mee, lieve meisje,
Ik
breng je aan boord.
En
waar we belanden,
Daar
bouw ik een huis.
Daar
zijn we gelukkig,
Daar
vinden w'ons thuis !"
Refrein
Terug
naar overzicht
(tekst en muziek: Jan de Cler,
Alexander Pola, Dico van der Meer/uitvoering: Jan de Cler en Guus Jansen)
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
Dit was negen heit de klok,
Waar tikt de klok alleen op
zaterdagdagen ?
Dit was negen heit de klok,
Dat kun je aan de kleinste peuter
vragen;
Op and're dagen is die klok, hoezeer
dat velen spijt,
Z'n kleurig, fleurig, pittig, kittig
tiktak-ritme kwijt,
Al tikt 'ie enkel zaterdags, toch is
'ie bij de tijd.
Dit was negen heit de klok !
Dit was negen heit de klok,
Hij tikt van Roodeschool tot
Arnemuiden.
Dit was negen heit de klok,
En iedereen zegt: laat die klok maar
luiden;
Wanneer die klok z'n slinger heeft,
dan tikt 'ie met 'n gang,
Dat "Men" zegt: nou is één minuut
maar twee seconden lang.
Hij heeft in één octaaf wel negen
noten op z'n zang.
Dit was negen heit de klok !
Dit was negen heit de klok.
Hij tikt in herfst en winter en in
lente.
Dit was negen heit de klok,
Maar 's zomers renteniert-'ie van
z'n centen;
Want negen heit de klok maakt negen
maanden lang kabaal,
"Dag Kris, dag Kras, dag Kruimeltje"
en daarna zingt de zaal:
Dit was negen heit de klok !
Wat 'n uurwerk, wat 'n wijzers, wat
'n slinger en wel-t'rusten,
Dit was negen heit de klok !
Terug
naar overzicht
Net
als toen
(tekst: Willy van Hemert/muziek:Guus Jansen/uitvoering: Corry
Brokken)
Zit
niet zo suf met die eeuwige krant
Gaap
niet van slaap of verveling
'k
Ben toch je vrouw en ik eet uit je hand
Maar
'k eet niet van de bedeling
Kijk
me niet aan met die blik van leef je nog
Ben
ik nog altijd die vrouw
Waarmee
je destijds, wanneer was dat toch
Per
se dat avontuurtje hebben wou
Refrein:
Wees
nog eens lief net als toen
Vraag
me nog eens om een zoen
Breng
me weer rozen
Sta
weer te blozen
Als
je me ziet net als toen
Wees
nog eens lief en galant
Vind
me weer mooi en charmant
Dan
wordt de wereld weer net als vroeger
Een
sprookjesland
Ja,
je wordt dik en je haar wordt al grijs
Maar
je kunt heus nog wel flirten
Ach,
je bent soms nog zo'n kind, zo onwijs
Nurks
en baldadig om beurten
Weet
je nog, weet je nog, zeg nu niet nee
Wet
je nog dat je toen zei
't
Gelukkigste paar, dat zijn wij met z'n twee
M'n
liefde, liefste lief, gaat nooit voorbij
Refrein
Terug
naar overzicht
Net
als vroeger
(Max van Praag)
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
Ik kom er niet toe je foto t’rug te
sturen
Ik kom er niet toe je brieven weg te
doen
Ik kom er niet, ‘k zie steeds die
mooie uren
Ik zie weer zoveel, en ik denk weer
aan toen.
Pak nog eenmaal m’n hand, net als
vroeger
Wees nog eenmaal zo lief, net als toen
Noem nog eenmaal m’n naam, net als
vroeger
Geef me eenmaal een afscheid, een zoen
Streel nog eenmaal m’n haar, net als
vroeger
Ach, die uren vergeet ik niet meer
Kijk me eenmaal nog aan, net als
vroeger
Dan beleef ik die tijd eenmaal weer.
Ik kom er niet toe je zomaar te
vergeten
Ik kom er niet toe, bij wat ik ook
probeer
Die tijd was te mooi, je mag het
eerlijk weten
Ik vraag ieder uur in gedachten jou
weer:
Streel nog eenmaal m’n haar, net als
vroeger
Ach, die uren vergeet ik niet meer
Kijk me eenmaal nog aan, net als
vroeger
Dan beleef ik die tijd eenmaal weer.
Terug
naar overzicht
Neutraliteitsmars
(tekst: Alex de Haas/muziek: Max
Tak)
(met
dank aan Ingrid Ouwerkerk voor het sturen van de tekst)
Opnieuw staat de wereld in vlammen.
Een laaiende brand,
Bedreigt, als we zelf haar niet keren,
De grens van ons land.
Opnieuw trokken talloze scharen,
Gewapend ten strijd.
Maar wie ook der partijen,
Tot meedoen ons wil vlijen
Klink' tevoren in de oren
't Fiere woord 'Neutraliteit !!!'
We willen niet links en we willen niet
rechts,
We willen enkel blijven die we zijn.
We gunnen geen mens ter wereld wat
slechts,
Wanneer ze ons maar laten die we zijn.
Maar wee ! als iemand ons wil
knechten,
Dan zullen we vechten, om het pleit te
beslechten !
We willen niet naar links en we willen
niet naar rechts
Wij willen vrije Nederlanders zijn.
We zijn zonder morren gekomen
Op 't eerste appèl,
Van 't land, vanuit dorpen en steden,
Gewillig en snel.
't Besef dat het ging om ons landje,
En om ons bestaan,
Dreef alle kleine klachten,
Meteen uit de gedachten,
Kalm en waardig staan we vaardig,
Om elke aanval te weerstaan.
Versterkt werden de grenzen en kusten,
Bewaakt door de lucht.
We staan tot de tanden bewapend,
Voor niemand beducht.
Al mag er op aarde geen volk zijn
Zo vreedzaam als wij,
Toch zal het goed en leven,
Als 't moet blijmoedig geven,
Bij het weren en het keren,
Van geweld en dwing'landij.
Terug
naar overzicht
Nieuwjaarslied
(Rhijnvis Feith 1753 - 1823)
(met
dank aan Jeanne Albers voor het sturen van de tekst)
Uren, dagen, maanden, jaren,
Vliegen als een schaduw heen.
Ach ! wij vinden, waar wij staren,
Niets bestendigs hier beneên !
Op de weg, die wij betreden,
Staat geen voetstap, die beklijft:
Al het heden wordt verleden,
Schoon 't ons toegerekend blijft !
Voorgeslachten kwijnden henen,
En wij bloeien op hun graf;
Ras zal 't nakroost ons bewenen.
't Mensdom valt als blaadren af.
't Stof, door eeuwen saamgelezen,
Houdt hetzelfde graf bewaard.
Buiten U, o eeuwig Wezen !
Ach! wat was de mens op aard' !
Maar door U aan 't niet onttogen,
Liet uw gunst hem niet alleen.
Godlijk Licht omscheen zijne ogen,
En zijn nietigheid verdween.
Onder uw genadeleiding
Wordt hem deze levensbaan
Slechts ontwikkeling, voorbereiding
Tot een eindeloos bestaan.
Dat de tijd hier 't al verover',
Aan geen tijdperk hangt mijn lot.
Gij, Gij blijft mij altijd over,
Gij blijft eindeloos mijn God.
Welk een ramp mij hier ook nader',
'k Vind in U mijn rustpunt weer.
Gij blijft in uw' Zoon mijn Vader,
Wat verander', wat verkeer'.
Vader, onder al mijn noden,
Vader, onder heil en straf,
Vader, ook in 't rijk der doden,
Vader, ook in 't zwijgend graf.
Waar ik ooit verandring schouwe,
Gij, o God, houdt eeuwig stand.
Ook op mijn stof rust op uw trouwe,
Sluimert in uw vaderhand !
Snel dan, jaren, snel vrij henen
Met uw blijdschap en verdriet.
Welk een ramp ik moog' bewenen,
God, mijn God, verandert niet.
Blijft mij alles hier begeven;
Voortgeleid door zijne hand,
Schouw ik uit dit nietig leven
In mijn eeuwig Vaderland.
Terug
naar overzicht
Nikkertje
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
In
't Noorden van het Yankeeland is Houkie goed bekend.
'k
Ben hier goed gewend,
In
mijn element.
Ik
smokkel hier mijn whiskey en de rest dat laat me ijs.
Hier
is mijn paradijs,
Word
ik oud en grijs.
Maar
als ik allen was ... hier,
Had
ik niet me ple ... zier.
Ik
wil het weten,
Mijn
tijd is versleten,
Als
ik miet mijn moekie ... had,
Mijn
zwarte tijgerkat,
Was
ik allang ... 't leven zat, Narriskat.
Refrein:
Nikkertje,
mijn fijne nikkertje,
Niemand
is zoo zwart en mollig als mijn dikkertje.
Erdal
schoensmeer is nog zilverwit,
Bij
je velletje ... glanzend zwart als git.
Als
jij zoo met me vrijt,
Dan
zijn wij black en white.
Als
ik jou een smakker geef ... zucht jij allright.
Fijne
roetmop iedereen staat paf,
Jij
kan zoenen en je geeft niet af.
Toen
ik voor het eerst haar zag was het een zonsverduistering,
Zoo
een groot zwart ding,
'k
Dacht hoe zonderling.
Ik
zei: "U heeft een tint alsof U zoo gepotlood bent."
Maar
ze zei: "Ach vent,
Daar
raak je aan gewend."
Nou
dat was toch geen bezwaar,
Ze
was pas twintig jaar.
Ik
zei: " Mijn black miss,
My
little inktvis,
Ben
jij ook niet zuiver wit,
Dat
geeft niets, lampepit,
Als
d'r maar fut in zit ... Hittepetit.
Refrein
Terug
naar overzicht
Noodlot
(met
dank aan Marc Blokland (†) voor het sturen van de tekst)
Refrein:
Ga
nooit heen zonder te groeten
Ga
nooit heen zonder een zoen
Wie
het noodlot zal ontmoeten
Kan
het morgen niet meer doen
Ga
nooit heen zonder te praten
Dat
doet soms een hart zo'n pijn
Wat
je 's morgens hebt verlaten
Kan
er 's avonds niet meer zijn.
Overal
valt wel wat voor
Ieder
huisje heeft zijn kruis
Wie
zijn goed humeur verloor
Loopt
zo leeg, zo boos van huis
Maar
bedenk toch voor je gaat
Je
weet nooit wat er gebeurt
Blijf
toch niet onnodig kwaad
Dat
heeft menigeen betreurt
Refrein
Het
is vaak een kleinigheid
Waardoor
opeens de zon verdwijnt
Maar
geen mens heeft zekerheid
Dat
voor hem de zon weer schijnt
Kijk
je vrouw nog even aan
Lach
en stoei nog eens met je kind
't
Is met al je geluk gedaan
Als
je hen straks niet meer vindt.
Refrein
Terug
naar overzicht
Nooit
geen oorlog meer
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
In
een kamer zit een moeder,
Met
een foto op haar schoot,
Van
haar lieve kleine jongen,
Wreed
gedreven in de dood.
In
de vreemde neergeschoten,
En
vertrapt op veld van eer.
Smekend
vragen moeder's ogen,
Nooit,
neen nooit geen oorlog meer.
Met
kapot geschoten benen,
En
een vreemd misvormd gelaat,
En
met blind geschoten ogen,
Zit
hij op een hoek der straat.
Bed'lend
om een aalmoes vragend,
Op
de borst een kruis van eer.
Smekend
vragen blinde ogen,
Nooit
meer, nooit geen oorlog meer.
Moe
zo sprak de kleine jongen,
Moe
waar blijft m'n papie nou.
Waarom
draagt u zwarte kleren ?
Altijd
loopt u in de rouw.
En
dan streelt ze hem de lokken,
Kindervragen
doen zo zeer.
En
uit angst voor hare jongen,
Smeekt
zij nooit geen oorlog meer.
Als
eens, alle, alle moeders,
Om
haar kind'ren gingen staan,
En
als dan in deze droefheid,
Al
de ogen open gaan.
Als
de doden zullen fluist'ren,
Het
is genoeg, de wapens neer.
Dan
zal heel de wereld juichen,
Nooit,
neen nooit geen oorlog meer.
Terug
naar overzicht
Nooit
meer eenzaam
(met
dank aan Inez voor het sturen van de tekst)
Leeg
was m'n leven
Ik werkte, sliep en at en verder rust
Geen pieken of dalen
Ik had me gaandeweg in slaap gesust
Tot jij kwam
Jij zette mijn wereld op z'n kop
Nooit
meer eenzaam
De leegte is voorbij sinds ik jouw ken
Net of ik herboren ben
Ik ontdek weer de zin van mijn bestaan
Wat was ik blind
Ik verschool me als een kind
Nooit meer eenzaam dankzij jouw
Jij verdreef voor mij de kou
Wat was ik laf
Ik hield alles van mij af
Jij verbrijzelde mijn schild
Hebt me uit het dal getild
Na
na na, na na na, na na na na
Nooit meer eenzaam
Na na na, na na na
Ik
had wel vrienden
Maar niemand drong ooit door
Tot in mijn hart
Jij brak daar doorheen
Je raakte me zo diep, ik was verward
Nu weet ik
Zonder jouw kan ik niet verder gaan
Nooit meer eenzaam
De leegte is voorbij sinds ik jouw ken
Net of ik herboren ben
Ik ontdek weer de zin van mijn bestaan
Na
na na, na na na, na na na na
Nooit meer eenzaam
Na na na, na na na
Terug
naar overzicht
Nooit
op zondag
(Ned. tekst: Rosetta Groen en A. Remy/uitvoering: Mieke Telkamp en ook Winny
Dobber)
Dit
melodietje zingt van zonnen en zeilen
Met
jou op de Middellandse Zee
Een
week lang heb jij het gezongen
Voor
mij en de wind, en de golven zongen mee
Een
week was veel te gauw voorbij
Maar
je zei: "Elke zondag wordt voortaan weer een feest"
Die
woorden maakten me zo blij
'k
Hield me vrij; maar geen zondag ben jij er ooit geweest
Refrein:
Waarom
ben jij nooit op zondag vrij
Heb
je dan geen tijd of vergeet je mij
Waarom
ben jij nooit op zondag vrij
Is
die mooie tijd dan voorgoed voorbij
'k
Weet nog hoe jij die hele week naar me keek
En
je week geen seconde van m'n zij'
Dus
elke zondag keek ik uit, bij elk geluid
Dat
van buiten komt denk ik: daar is hij
Op
maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag
En
zaterdag denk ik: deze week
Maar
elke week gaat weer een zondag voorbij
Waarom
liet je me nu zo in de steek
Refrein
Terug
naar overzicht
Nou
tot ziens, m'n lieve jongen
(uitvoering: Max van Praag)
(met
dank aan Betsy van Dijk voor het sturen van de tekst)
Refrein:
Nou
tot ziens, m'n lieve jongen,
Afscheid
nemen valt nooit mee.
Maar
wees flink, maak je geen zorgen,
Ga
gerust maar weer naar zee.
Zet
de foto van mij en de kind'ren,
Naast
je kooi want, dan zijn we bij jou.
Nou
tot ziens, m'n lieve jongen,
Houd
je flink, ik schrijf je gauw!
Wordt
van een schip weer 't anker gelicht
Vaart
stampend weg van de ka
Wuiven
vrouw en kroost, als 'n laatste troost
Hun
Donkyman achterna.
Refrein
Terug
naar overzicht
Nou
vandaag de zorg opzij
(Kees Pruis 1925)
(met
dank aan Marc Blokland (†) voor het sturen van de tekst)
Wie
een ernstig leven leeft
Wordt
mettertijd nog zuur
't
Is zo dom want ons bestaan
Is
toch zo kort van duur, zo kort van duur
't
Leven is zo kwaad nog niet
't
Is maar wat je er van maakt
Neem
daarom mijn wijze raad en zing
Des
's morgens als je pas ontwaakt.
Refrein:
Nou
vandaag de zorg opzij
Dan
lacht het leven blij
Nou
geen getreur en geen gezeur
Nou
breek ik met die ouwe sleur
Nou
vandaag de zorg opzij
Dan
lacht het leven blij
Het
leven is mooi, het leven is rijk
En
de optimist die heeft gelijk.
Wie
deze raad ter harte neemt
Wordt
binnenkort beslist
Van
de zwartste zuurste nurks
Een
vurig optimist, een optimist
Alles
gaat gewoon zijn gang
Trek
je geen droefheid aan
Denk
toch over honderd jaar
Weet
niemand dat je hebt bestaan.
Refrein
Kom
je schoonma op bezoek
Trek
dan je liefste snuit
Zij
denkt, da's vreemd, ik snap het niet
En
knijpt er tussenuit, er tussenuit
Komt
de fiscus op bezoek
En
slaat je boeltje an
Zeg
dan ik ben een kikkerman
Pluk
daar nou maar de veren van.
Refrein
Terug
naar overzicht