|
|
|
14. Strips en stripverhalen Geschreven door Ilse Steel (klik op de plaatjes om ze te vergroten) Strips In de jaren vijftig waren vooral "De avonturen van Dick Bos", "Kapitein Rob" en "Eric de Noorman" razend populair. "Dick Bos", waarvan in 1940 de eerste uitgave verscheen, ontwikkelde zich rond de Tweede Wereldoorlog. Door de toen heersende papierschaarste werd het boekje nog kleiner dan een normaal pocketboekje. Een strip met duidelijk Amerikaanse invloeden die ging over drank, drugs, obscure kroegen, ongure types en gemene gevechten. De andere twee strips hadden een formaat dat nog minder dan de helft was van de latere stripboeken, en een minder gewelddadige inslag. Op het bovenste deel van de pagina stonden de tekeningen en daaronder de tekst, in kolommen, alles in zwart wit. Kick Wilstra
In de jaren vijftig heeft Het Parool/De Nieuwe Pers zijn avonturen in 18 deeltjes (12 cent per deeltje) laten verschijnen. De boekjes zijn praktisch identiek aan de in de week en in het dagblad verschenen strips Eric de Noorman Bij "Eric de Noorman" vond je dappere strijders, indianen en betoverde zwaarden. De jeugd van de jaren '50 kon er geen genoeg van krijgen. Eric de Noorman hield met zijn avonturen velen geboeid. Het geesteskind van Hans Kresse (1921 - 1992) bleef jarenlang succesvol, mede door de kwaliteit van de illustraties.
Kuifje Georges Prosper Remi (1907-1983) was een Belgische striptekenaar die werkte onder het pseudoniem Hergé. Zijn bekendste creatie is "Kuifje" (1929) een jonge krantenverslaggever die over de hele wereld avonturen beleeft. Kenmerkend voor deze wereldberoemde stripreeks is het humanistische karakter, het grondige onderzoek waarmee de maker zijn karikaturale verhalen realistisch weet te maken en de heldere tekenstijl. Ook de satirische verwijzingen naar de (politieke) geschiedenis van de 20e eeuw. Kuifje begon als stripverhaal in Le petit Vingtième (de kleine twintigste), de jongerenbijlage van de katholieke krant Le Vingtième Siècle (de twintigste eeuw), met het verhaal van "Kuifje in het land van de Sovjets". Als katholiek dagblad was Le Vingtième Siècle sterk gekant tegen het communisme en de parodie op de Sovjets moet in dat licht gezien worden. Hergé noemde dit album later een jeugdzonde. De tekenstijl is een stuk rommeliger dan in latere albums. Op de eerste pagina's heeft Kuifje nog niet eens zijn beroemde kuifje. Dat verschijnt pas voor het eerst wanneer een tegenwind de haarlok van de jonge reporter doet wapperen. Het album neemt een zeer uitgesproken politieke houding aan. Het toont duidelijk de vooroordelen die veel Europeanen van toen koesterden over de Sovjet-Unie: een wreed land vol honger en boeven waar de arme bevolking wordt bestolen door de regering.
Hergé verklaarde later dan ook dat hij behoorlijk naïef was geweest met dit verhaal, ook al zat er een kern van waarheid in. De strip kwam namelijk uit in het jaar waarin Stalin de macht over de Sovjet-Unie overnam en diens heerschappij leidde tot misstanden als de Oekraïense hongersnood die een paar jaar na het uitbrengen van de strip plaats vond. In 1971 en 1972 komen er twee Franstalige en twee Nederlandstalige roofdrukken op de markt. De Nederlandse en een Antwerpse boekhandelaar worden in België veroordeeld. Suske en Wiske Suske en Wiske is een Vlaamse stripreeks die bedacht werd door Willy Vandersteen (1930-1990) en later werd voortgezet door achtereenvolgens Paul Geerts, Marc Verhaegen en het duo Luc Morjaeu en Peter Van Gucht van Studio Vandersteen. Suske en Wiske is één van de populairste stripseries in Vlaanderen en één van de weinige Vlaamse strips die ook in het buitenland erg populair zijn geworden. De stripreeks loopt al sinds 1945 en is daarmee de langstlopende Vlaamse stripreeks. De verhalen zijn in de eerste plaats humoristisch van aard.
Daarnaast hebben de verhalen over het algemeen een sterk moraliserende en maatschappijkritische ondertoon. Een belangrijke factor voor het succes van de Suske en Wiske-reeks was Vandersteens verteltalent. Hij wist sfeerrijke, fantasievolle, spannende en mysterieuze plots van zeer uiteenlopende herkomst te bedenken. Donald Duck De Donald Duck, was en is, een wekelijks verschijnend, tijdschrift met stripverhalen van Walt Disney figuren. De Nederlandse versie van Donald Duck kwam pas op 25 oktober 1952 op de markt. Twee jaar eerder bracht uitgeverij Mulder & Zoon drie 'Donald Duck-boekjes in zwart-wit op de markt. In het buitenland was er al langer een maand- of weekblad zoals, Micky Maus in Duitsland en Walt Disney’s Comics and Stories in Amerika. Het eerste nummer telde 24 pagina's en was voor de ene helft in kleur en voor de andere helft in zwart-wit.
Abonnees van het tijdschrift Margriet kregen de kans voor 15 cent per nummer ook wekelijks de Donald Duck te ontvangen. Steevast is de Donald Duck voorzien van de aankondiging: "Een vrolijk weekblad". Donald Duck is over de hele wereld beroemd. Stapels strips zijn van hem gemaakt, in heel veel verschillende talen. Verder is het blad gevuld met strips over Donald Duck, Mickey Mouse, Willie Wortel en andere helden uit de wereld van Walt Disney. Tombola
Sjors van de rebellenclub In de jaren twintig van de vorige eeuw wordt de Amerikaanse krantenstrip "Perry and the Rynkydinks" van Martin Branner in Nederland uitgebracht onder de naam: "Sjors van de rebellenclub". Al snel wordt Sjors zo populair dat er al vlug Nederlandse tekenaars aan het werk gaan om nieuwe avonturen te tekenen. Van 1930 tot 1950 wordt "Sjors" een stripbijlage van het weekblad Panorama. Vanaf 15 september 1950 heet de strip "De Rebellenclub". Op 11 september 1954 gaat "Sjors" als stripblad zelfstandig door. Een groot deel van de inhoud wordt geïmporteerd uit Engeland. Er verschenen ook stripboeken van "Sjors en Sjimmie" die gretig gelezen werden door de jeugd.
De Engelbewaarder In 1885 richt kapelaan Hubert Lucas te
Maastricht het jeugdtijdschrift De Engelbewaarder op. Via een boekhandel in
Grave wordt het tijdschrift in 1892 verkocht aan het RKJW. Aanvankelijk ligt de
nadruk op de religieuze vorming van de lezers, maar als na tien jaar de
Hoewel het blad onder de Duitse bezetter verboden wordt, herrijst het in 1946 en wordt het in twee edities uitgegeven: "De Engelbewaarder voor jongere lezertjes" en "De Engelbewaarder, jeugdtijdschrift voor het Katholieke gezin". Na enkele uiterst succesvolle jaren loopt de belangstelling eind jaren vijftig terug. In 1958 bereiken Uitgeverij Zwijsen en Uitgeverij De Spaarnestad een akkoord over een fusie van "De kleine Engelbewaarder" met "Okki" en van "De grote Engelbewaarder" met "Taptoe". Op "Okki" en "Taptoe" wordt de naam "De Engelbewaarder" nog enige tijd als ondertitel vermeld. Okki Onze Kleine Katholieke Illustratie, afgekort Okki, was een jeugdbijvoegsel van de "Katholieke Illustratie" van september 1936 tot september 1941. Okki is later zelfstandig is doorgegaan. Bekend zijn de bijdragen van Piet Broos als vaste illustrator van Okki.
Taptoe Al in 1911 begon uitgeverij Malmberg met een tijdschrift voor katholieke kinderen: "Roomsche Jeugd". Dit blad was tot de Tweede Wereldoorlog voornamelijk gericht op catechisatie, maar bevatte daarna steeds meer vermaak voor alle schoolkinderen. In 1953 werd het omgedoopt tot "Taptoe". Katholiek jeugdtijdschrift voor de Benelux. De katholieke ondertitel verdween in 1967, toen het blad al jarenlang geen katholieke ondertoon meer had. In de jaren tachtig dreigde het doek te vallen voor "Taptoe" toen de uitgever na dramatisch dalende abonnementscijfers overwoog het tijdschrift stop te zetten. De vele protesten van lezers, ouders en de onderwijswereld leidden tot vernieuwing van het blad in plaats van opheffing. De "Taptoe" van vandaag heeft ongeveer 100.000 lezers, vooral door de verspreiding via scholen en heeft met zijn website en cd-roms jonge lezers van het digitale tijdperk weten te bereiken. Pulp- en beeldromannetjes op goedkoop papier met en zonder nietjes ! De beeldroman Beeldromans zijn stripboeken op ongeveer staand A7 formaat. Dus ongeveer ter grootte van een pakje sigaretten, maar veel dunner. De afmetingen lopen van ca. 10 bij 7 centimeter tot ca 13. bij 9 centimeter. Vrijwel altijd zijn het boekjes met een slappe kaft en ze hebben meestal maar één tekening per bladzijde. Deze beeldromans zijn vooral in de jaren 1947 t/m 1955 uitgegeven. De populariteit begon echter al met de 'Dick Bosboekjes' in de oorlog. Er was een papierschaarste en het streven was om met betrekkelijk weinig papier toch een compleet verhaal, of tenminste een afgeronde episode uit te brengen. Niet iedereen was er blij mee. Het zou leesluiheid in de hand werken. De overheid greep zelfs in, want op 25 oktober 1948 verscheen het volgende bericht in de dagbladen: "De minister van Openbare Kunsten en Wetenschap doet een beroep op de directeuren der Rijksscholen, de Gemeentebesturen en schoolbesturen, om te bevorderen dat het verspreiden van zogenaamde beeldromans op school als daarbuiten zoveel mogelijk wordt tegengegaan. Deze boekjes, die een samenhangende reeks tekeningen met een begeleidende tekst bevatten zijn over het algemeen van sensationeel karakter, zonder enige andere waarde." Er zijn veel boekjes in de grijpgrage handen van leraren en onderwijzers gevallen en vernietigd. Toch bleven de beeldromans populair en zijn er in navolging van de succesvolle Dick Bos-serie veel reeksen uitgebracht. Keukenmeidenromans
De auteurs van pulptijdschriften kregen doorgaans minder betaald dan hun collega’s die voor grotere tijdschriften of uitgevers werkten. Dit om de kosten laag te houden. Gedurende de Tweede Wereldoorlog hadden veel uitgevers te kampen met gebrek aan papier, waardoor de productiekosten opliepen. Daarom stapten veel uitgevers over op een kleiner en massiever formaat. Kit Carson
De western-strip "Kit Carson", oorspronkelijk getekend door de Italiaanse tekenaar Rino Albertarelli voor een Engels syndicaat, verscheen in Nederland vanaf 1954 als maandelijkse comic-uitgave. De serie, die in dezelfde tijd ook in Frankrijk en Duitsland populair was, liep tot 1967. Kit Carson (1809-1868) werd een Amerikaanse volksheld, dankzij de moderne uitgeversmachinerie in New York en Chicago. De belevenissen van Kit Carson in dienst van het leger bij de onderwerping van de Apachen en Navajos, en als scout met de militaire cartograaf John Frémont op expedities door de Rocky Mountains werden In Europa gretig gelezen. Lord Lister Lord Lister was een creatie van Karl Matull en Theo Blankensee en verscheen voor het eerst in het Duitse pulpblad "Lord Lister, genannt Raffles, des Meisterdieb". Felix Hageman is de auteur geweest van honderden Lord Lister-verhalen, na de eerste 110 nummers die origineel in Duitsland waren verschenen. Die verhalen verschenen vanaf 1908 tot 1940 en daarna opnieuw vanaf begin 1946 tot begin 1968 en ze hielden miljoenen lezers in de ban. De hoofdpersoon was Lord Lister (zijn alter ego heette Raffles, de gentlemaninbreker, altijd in gezelschap van zijn helper Charles Brand en zijn trouwe chauffeur James Henderson.
Hij was niet alleen van adel, maar ook nog eens een uiterst bekwaam arts, en beschikte over een buitengewone lichaamskracht, koelbloedigheid en scherpzinnigheid. De Lord Lister-boekjes waren in de jaren-50 razend populair. Elke week verscheen er een nieuw deel voor 40 cent, en ze werden gedrukt in Hasselt (België). Elk blaadje bevatte een volledig verhaal. De verhalen van Lord Lister waren door heel Europa populair. De Nederlandse editie liep bijna zeshonderd afleveringen lang ! Niet in de boekwinkel te koop maar bij de Kiosk, Benzinestation en de sigarenboer ! G man Jerry Cotton
G man Jerry Cotton, is een FBI-agent, die zijn leven gewijd heeft aan de strijd tegen de gangsters. Door zijn moed en vastberadenheid veroverde hij de harten van miljoenen lezers in meer dan 50 landen. Wereldwijd werden van zijn avonturen 850 miljoen exemplaren verkocht. Ook Europa kent zijn pulphelden, en geen is er taaier en tijdlozer gebleken dan de oer-Duitse Jerry Cotton. In 48 bladzijden moet een misdaad worden opgelost Dat succes heeft ongetwijfeld te maken met de stripachtige eenvoud van Cottons avonturen. Pikante strips
De volwassen stripliefhebber kon genieten van de pikante verhalen van A. Masqué (waarschijnlijk een schuilnaam om politievervolging te voorkomen). Twee uitgaven in deze serie 'Vertellingen uit 1001 Nacht’ zijn bekend. De boekjes werden uitgegeven door C.V. Universum uit de Nieuwe Hoogstraat te Amsterdam. Bronnen: Koninklijke Bibliotheek Het Geïllustreerd Tijdschrift in Nederland Erven Hans G. Kresse Striparchief Lambieknet Wikipedia Eigen boekenkast Terug naar het overzicht van de Jaren 50
|
|