|
| |
2.
Binnen- en
Buitenlandse politiek in
de jaren vijftig
Geschreven door Ilse Steel
(klik op de plaatjes om ze te
vergroten)
|

Drees |
Willem Drees
(1886-1988) groeide op in Amsterdam.
Zijn loopbaan begon als stenograaf. Vervolgens klom hij op van SDAP-wethouder in Den Haag en kamerlid, tot minister en minister-president.
Tijdens
de Tweede Wereldoorlog was hij enige tijd gijzelaar in het kamp Sint
Michielsgestel en een centraal figuur in het politieke verzet. Zijn Noodwet
Ouderdoms-voorziening 1947 (de voorloper van de AOW) maakte hem erg populair.
Ook zijn leiderschap en zijn soberheid droegen daartoe bij. Hij wordt door
menigeen beschouwd als een van de belangrijkste naoorlogse Nederlandse politici. |
Onder zijn leiding vonden
zowel de dekolonisatie van Indonesië als de wederopbouw van Nederland plaats.
Drees kreeg als minister-president vanaf 1948 de
leiding over kabinetten die te maken hadden met de naweeën van de desastreuze
gevolgen van de bezetting. Het beleid richtte zich daarbij op industrialisatie,
oplossen van de woningnood, bevordering van export, modernisering en ordening
van landbouw en het economische leven, herstel van de betalingsbalans,
gezondmaking van de overheidsfinanciën en het stimuleren van emigratie.
Ten tijde van zijn regering kreeg Willem
Drees te maken met de Greet Hofmans affaire. Hij aarzelde lange tijd zich te
mengen in de 'privé-problemen' op het paleis, waar hij zich niet thuis voelde.
Noemde Greet Hofmans al in 1951 een 'Raspoetin', maar greep niet in.
Drees
was een overtuigd sociaaldemocraat, maar hij was wel pragmatisch ingesteld. Van
1904 tot 1946 was hij lid van de SDAP (Sociaal-Democratische Arbeiderspartij)
Van 1946 tot 1971 van de PvdA (Partij
van de Arbeid). In de jaren zeventig brak hij met de PvdA uit onvrede over de
koers. Hij sympathiseerde vanaf die tijd met Democratisch Socialisten ’70
(DS’70), maar sloot zich er niet bij aan. Drees is van grote betekenis geweest
voor Nederland en voor de Nederlandse sociaaldemocratie. In de Tweede
Wereldoorlog heeft hij een belangrijke plaats ingenomen in het verzet tegen de
Duitsers. Drees zal ook blijvend worden herdacht als de premier van de
wederopbouw. Zijn sobere karakter paste uitstekend bij een tijd waarbij aan
alles tekort was.
Drees ontving het Grootkruis Orde van de
Nederlandse Leeuw op 22 december 1958, uitgereikt door koningin Juliana
persoonlijk. Hij ontving ook de erepenning van 's Gravenhage. Voor zijn
verzetswerkzaamheden ontving hij van de Amerikaanse regering de 'Medal of Freedom
with bronze palm' te Den Haag op 8 april 1953. Willem Drees overleed in 1988 op bijna
102-jarige leeftijd.
Nederlandse Kabinetten van de jaren vijftig:
| |
1948-1958 Willem Drees PvdA
1958-1959 Louis Beel KVP
1959-1963 Jan de Quay KVP
|
Kabinet-Drees I
|

Van Schaik
(1882-1962) |
Het
Kabinet Drees-Van Schaik
was het Nederlandse kabinet van 7 augustus 1948 tot 15 maart 1951. De
ministersploeg bevatte ministers uit vier verschillende partijen, en daarnaast
twee partijloze ministers. De coalitie besloeg een 76% meerderheid, zodat de
grondwetswijziging die nodig was voor de onafhankelijkheid van Nederlands
Oost-Indië ook in tweede aanleg door het parlement gevoerd kon worden. In 1951
leidde uiteindelijk een motie over Nieuw-Guinea tot de val van het kabinet. Er
werden geen nieuwe verkiezingen gehouden, maar een nieuwe coalitie werd gevormd
met dezelfde partijen. |
Kabinet
Drees II.
|

Luns
1911-2002 |
Het
Kabinet-Drees
II was het Nederlandse kabinet
van 2 september 1952 tot 13 oktober 1956. Kabinet-Drees II kende twee ministers
voor Buitenlandse Zaken.. Dit omdat enkele partijen geen katholiek wensten op
die post, aangezien alle andere landen van de Europese Gemeenschap op dat moment
ook een katholieke minister van buitenlandse zaken hadden. Men vreesde een te
papistisch Europa. Hierom werd gekozen voor een constructie met twee ministers:
de partijloze liberaal Jan Willem Beyen en de KVP-politicus Joseph Luns. De
laatste had geen portefeuille. De beide ministers konden niet goed met elkaar
overweg, en de constructie met twee ministers op deze post werd na 1956 dan ook
niet voortgezet. |
Kabinet Drees
III
|

Beel, 1902-1977 |
Het
Kabinet-Drees III was het
Nederlands kabinet van 13 oktober 1956 tot 22 december 1958. De socialistische
ministers traden af naar aanleiding van een conflict met de Tweede Kamer over
het niet accepteren van de tijdsduur van bepaalde tijdelijke belastingen op 11
december 1958, een kabinetscrisis was geboren. Op 12 december bood het Kabinet
zijn ontslag aan. Dit betekende het einde van de rooms-rode samenwerking. Een
uitsluitend uit confessionelen bestaand rompkabinet onder leiding van Louis
Beel bereidde vervroegde verkiezingen voor. |
De kwestie Nieuw-Guinea
|

Soekarno
1901-1970 |
In 1949
was Indonesië onafhankelijk geworden. Toch vond de toenmalige president Soekarno dat het
onafhankelijkheidsproces nog niet voltooid was. Hij meende dat ook Nieuw-Guinea
bij de Republiek Indonesië hoorde. In Nederland was men het daar helemaal niet
mee eens: Nieuw-Guinea was een Hollandse kolonie, en dat moest zo blijven !
In 1950
werd er een conferentie gehouden om de problemen op te lossen. Daar kwam niets
uit. Het
regeringsbeleid inzake Nieuw-Guinea leidde in 1951 tot een Kabinetscrisis. Op 23
januari 1951 viel het kabinet-Drees/van Schaik, nadat de VVD-fractie met een
motie van wantrouwen was gekomen, die was gericht tegen het regeringsbeleid
inzake Nieuw-Guinea. |
Het feit dat de VVD die motie steunde, was voor VVD-minister Stikker reden om zijn ontslag aan te bieden, en dat leidde tot een
kabinetscrisis. De VVD verweet haar eigen minister
Stikker dat hij zich in het kabinet niet had verzet tegen het voorstel van
minister Van Maarseveen om de soevereiniteit over Nieuw-Guinea over te dragen
aan de Nederlands-Indonesiche Unie. Nadat pogingen om een vijfpartijen-kabinet te
vormen waren mislukt, keerde het kabinet Drees in enigszins gewijzigde
samenstelling terug. De kwestie Nieuw-Guinea werd voorlopig 'in de ijskast'
gezet.
|
Pas in
1955 kwam de kwestie Nieuw-Guinea opnieuw op de agenda. Minister van
Buitenlandse Zaken Joseph Luns zat voor Nederland aan de onderhandelingstafel.
Het resultaat van de besprekingen was nog meer ruzie tussen Nederland en
Indonesië. Indonesië zette Nederland onder druk door in 1957 alle Nederlandse
bedrijven Indonesisch te maken. De nog aanwezige Nederlanders in Indonesië
werden het land uit gezet. Het conflict over Nieuw-Guinea sukkelde nog een paar
jaar voort. In 1962 kwam er zelfs een mini-oorlog van. President Kennedy van de
Verenigde Staten loste uiteindelijk het conflict in het voordeel van Indonesië
op. Nieuw-Guinea werd bij Indonesië gevoegd. |

Kennedy
1917-1963 |
De Greet Hofmans affaire
|

Hofmans
1894-1968 |
Margaretha Hofmans werd in 1894 in Amsterdam geboren. Al op jonge leeftijd
verloor zij haar ouders. Zij zocht haar toevlucht tot de theosofie en werd
gebedsgenezeres. Na een „roeping” vestigde zij zich in Hattem. Daar won zij het
vertrouwen van de adelijke familie Van Heeckeren van Molecaten. Gebedsgenezeres
en 'doorgeefster' van boodschappen van 'Boven'. Greet Hofmans werd de
vertrouwelinge en steun en toeverlaat van koningin Juliana, die regelmatig om 'doorgevingen'
vroeg. Hofmans had via de hofhouding nog meer invloed op de koningin.
Prinses Marijke, de jongste
dochter van koningin Juliana en Prins Bernhard, had een ernstige
oogafwijking. |

Prinses
Marijke |
In het ziekenhuis konden artsen niet veel meer voor haar doen. Vrienden
adviseerden prins Bernhard de alternatieve geneeskunst te benutten. Greet
Hofmans kreeg daarop in 1948 een uitnodiging om naar het hof te komen. Hofmans won
direct het vertrouwen van koningin Juliana. De vorstin trof in haar een
gelijkgezinde. Ook zij vond dat als de mensen meer in harmonie zouden leven, er
een betere wereld zou ontstaan. Hofmans’ pacifistische ideeën spraken haar erg
aan. De koningin en veel hovelingen bezochten
regelmatig de pacifistisch getoonzette conferenties op kasteel Het Oude Loo in
Apeldoorn.
Prins Bernhard merkte dat de komst van
Hofmans geen verbetering bracht bij Marijke. Ook een van zijn paarden kon de
gebedsgenezeres niet genezen. De prins verzette zich daarna fel tegen Hofmans’
aanwezigheid op Paleis Soestdijk. De prins ontzegde haar de toegang, waarop
Juliana een ander onderkomen voor haar regelde. De prins vreesde daarnaast dat
de goede contacten met de Verenigde Staten door de invloed van Hofmans onder
druk zouden komen te staan. Het huwelijk van het echtpaar dreigde stuk te lopen.
Het paleis werd verdeeld in twee kampen: de koningin en haar naaste omgeving versus prins
Bernhard en zijn (oudste) dochters. De koningin wilde haar man het paleis
uitzetten.
29 juni
1956
In
het buitenland deden geruchten de ronde over een op handen zijnde aftreden van Koningin Juliana ten gunste
van Beatrix en een mogelijke scheiding tussen Juliana en Bernhard. De inhoud van
de Oude Loo conferenties baarde de regering zorgen. Prins Bernhard stapte
uiteindelijk naar premier Drees. De premier wilde een echtscheiding voorkomen.
De ernst van het conflict drong aanvankelijk niet door tot de Nederlandse
bevolking. De media zwegen erover totdat er in 1956 in het Duitse blad Der
Spiegel een artikel over de affaire verscheen. Prins Bernhard bleek -zo gaf hij
in 2004 toe- de schrijver van informatie te hebben voorzien.
De regering
benoemde in reactie op de ontstane onrust en op verzoek van het echtpaar een
commissie van wijze mannen: oud-premier Beel, oud-premier Gerbrandy en
oud-gouverneurgeneraal Tjarda van Starkenborg Stachouwer.
De
mannen brachten op 24 augustus 1956 hun rapport uit. Wat voor advies de
commissie gaf is nog geheim. Destijds kwamen drie belangrijke conclusies naar
buiten: de koningin zou alle contacten met Greet Hofmans verbreken en alle
Hofmans-aanhangers om haar heen ontslaan, koningin Juliana zou niet meer naar de
bijeenkomsten op Het Oude Loo gaan en prinses Beatrix zou in Leiden gaan
studeren en niet direct de troon bestijgen, zoals was geopperd. Voor het oog
sloten de gelederen zich weer.
Greet Hofmans en
ook de mensen in de hofhouding die achter haar stonden, verlieten Soestdijk.
Hofmans en Juliana zagen elkaar daarna nooit meer, maar bleven elkaar wel
schrijven.
Door de geheimzinnigheid van officiële
zijde en de zelfcensuur van de Nederlandse pers is de Greet Hofmans affaire een
eigen leven gaan leiden. Sommigen zijn van mening dat de affaire in feite een
maskering was van een dreigende echtscheiding van het koninklijk paar. Door de
publicatie (november 2008) van Fasseur ("Juliana & Bernhard, Verhaal van een
huwelijk 1936-1956") die het Koninklijk Huisarchief als bron mocht
gebruiken, is gebleken dat het conflict waarschijnlijk escaleerde door het
dreigen met echtscheiding door Juliana.
In 1956
beleefde Nederland zijn langste kabinetcrisis in zijn staatkundige geschiedenis.
Vier maanden lang, van 14 juni tot 12 oktober, hebben achtereenvolgens dr. Drees, prof. Romme, prof. Lieftinck,
prof. De Gaay Fortman, de heer Burger en wederom dr. Drees gesleuteld aan de
samenstelling van een kabinet op brede basis. Dank zij een door de heer Burger
van de PVDA opgestelde tussenoplossing werd tenslotte de tweede poging van dr.
Drees met succes bekroond. Mej. Dr. M.A.M. Klompé kreeg de portefeuille van
maatschappelijk werk en werd daarmee de eerste vrouwelijke minister in de
geschiedenis van Nederland.
Politieke partijen
|
CHU
Oprichter Jhr. A.F. de Savornin Lohman e.a.
De
Christelijk-Historische Unie
was een Nederlandse, protestants-christelijke politieke partij, opgericht in
1908, die vooral aanhang had onder Nederlands-Hervormden. De CHU baseerde zich
op Bijbelse grondslagen in protestantse zin, waarbij de Overheid als dienares
van God wordt beschouwd. Niet alleen de Bijbel, maar ook de historische
ontwikkeling van de staat moest een rol spelen bij het bestuur. De CHU hechte
daarom zeer aan de band met het Huis van Oranje en gold als één van de meest
koningsgezinde partijen. Op 13 september 1980 gefuseerd met andere partijen tot het CDA. |

De Savorin Lohman
1837-1924 |
| ARP De Anti-Revoluitionaire Partij werd
in 1879 opgericht door Abraham Kuyper. Zij was de eerste nationale politieke
partij. De ARP was een christen-democratische, protestantse partij. Van 1918 tot
1959 was de ARP de derde partij van het land. De ARP baseerde zich op Bijbelse
normen volgens de protestantse leer. Volgens de anti-revolutionaire opvattingen
ging het overheidsgezag uit van God en niet van de mensen. De partij was
voorstander van een door het Huis van Oranje geregeerd Nederland met een sterk
gezag en een overheid die toeziet op handhaving van goede zeden en openbare
orde. De ARP was steeds voorstander van een krachtige defensie. Bekende
ARP-politici waren Kuyper, Talma, Heemskerk, Colijn, Gerbrandy, Schouten,
Zijlstra, Biesheuvel en Aantjes.
Op 13 september 1980 gefuseerd met andere partijen tot het CDA. |

Abraham Kuyper
1837-1920 |
| SGP De Staatkundig Gereformeerde Partij
werd op 24 april 1918 in Middelburg opgericht. Als kleine, getuigende
orthodox-protestantse politieke groepering vertolkt de partij een authentiek
geluid in ons staatsbestel. Hoewel veel van haar standpunten slechts door een
kleine minderheid worden gedeeld, is daarvoor wel altijd respect in de
samenleving. Deels is dat te verklaren doordat vaststaat dat de voorstellen van
de SGP toch weinig kans zullen maken. Deels komt dat ook omdat de SGP steeds
beschikte over gedegen en minzame volksvertegenwoordigers. De SGP wilde een
strikt volgens Bijbelse normen geregeerd, protestants Nederland. Het politiek
bondgenootschap van ARP en de Katholieken werd afgewezen. Het katholicisme werd
beschouwd als 'afgoderij' en 'een valse godsdienst', die door de overheid moest
worden geweerd en bestreden. P. Zandt was lijsttrekker in 1952, 1956 en
1959 |

Zand
1880-1961 |
|
Boerenpartij
Oprichter van de Boerenpartij was Hendrik Koekoek, sinds 1946 voorzitter van de
door hem opgerichte Vereniging van Bedrijfsvrijheid in de Landbouw. Deze
vereniging, die zich ook wel de 'Vrije Boeren' noemde, verzette zich tegen de
bemoeienis van de overheid met de landbouw, onder andere via het Landbouwschap.
De Boerenpartij was een belangenpartij. De partij werd opgericht in 1958 als
voortzetting van de 'Vrije Boeren'. De partij maakte nooit deel uit van de
regering. Bekende personen binnen de Boerenpartij waren Hendrik Koekoek en Evert
Jan Harmsen, die na een ruzie met boer Koekoek uit de partij stapte en een eigen
fractie begon, de Groep Harmsen. |

Koekoek
1922-1987 |
| KVP De Katholiek
Volkspartij was
een christen-democratische partij, die, hoewel zij voor iedereen openstond,
vrijwel uitsluitend aanhang had onder de katholieken. De KVP speelde tussen 1946
en 1971 een leidende rol in de Nederlandse politiek. De KVP baseerde zich op
Bijbelse normen volgens de katholieke leeropvatting. De taak van de overheid
werd grotendeels als aanvullend beschouwd, met name op economisch gebied.
Particulier initiatief diende voorrang te hebben boven staatsbemoeienis. De KVP
streefde naar bezitsvorming door gezinnen, onder meer door bevordering van
eigenwoningbezit, sparen, kinderbijslag, en door belastingverlaging en een goede
sociale zekerheid.
Op 13 september 1980 gefuseerd met andere partijen tot het CDA. |

Romme
1896-1980 |
De
KVP-ministers Klompé en Veldkamp speelden een belangrijke rol bij de opbouw van
de sociale zekerheid. Op internationaal gebied was de KVP voorstander van de
samenwerking in de NAVO en van Europese samenwerking. De KVP was lang de
grootste partij van het land. Alleen in 1956 werd zij door de PvdA van Drees
overvleugeld. Met Drees was KVP-voorman Romme de leidinggevende figuur van de
Nederlandse naoorlogse politiek. Romme bleef echter buiten het kabinet. Bekende
personen in de KVP waren Romme, Beel, Klompé, Cals, Luns, Schmelzer, Andriessen
en Van Agt.
| Marga Klompé
Dr. Margaretha Albertina Maria Klompé
was een
Nederlands politica. Doortastend politiek zwaargewicht in de KVP. Vertrouwelinge
van Romme, die als Tweede Kamerlid buitenlandwoordvoerder van haar fractie was,
met belangstelling voor de Europese samenwerking. Volgde in 1956 Van Thiel op
als minister van Maatschappelijk Werk. Bracht in 1963 de Algemene Bijstandswet
tot stand. Loodste in 1966 als minister van Cultuur de Omroepwet door het
parlement. Vormde in het kabinet-De Jong in haar eentje op de linkervleugel een
essentiële steunpilaar. |

Klompé
1912-1986 |
Vrouw met veel gezag in het parlement,
die door haar mannelijke collega's vaak vriendschappelijk werd geplaagd om de
grote ernst waarmee zij haar taken uitvoerde.
Marga was aanvankelijk docente scheikunde en op dat terrein
gepromoveerd. Actief in het verzet als koerierster. In 1956 werd ze de eerste
vrouwelijke minister van Nederland. Ze is nog steeds de enige vrouwelijke
minister van staat. Ze werd geroemd als een doortastend politiek zwaargewicht in
de KVP. Zo bracht ze in 1963 de Algemene bijstandswet tot stand.
| Jan de Quay Van 5
april tot 23 juni 1945 was hij minister van Oorlog in het Tweede
kabinet-Gerbrandy. Willem Drees wilde De Quay echter niet in zijn kabinetten
hebben vanwege diens omstreden oorlogsverleden. Van 1946 tot 1959 was De Quay
Commissaris van de koningin in de provincie Noord-Brabant. Van 1959 tot 1963 was
Jan de Quay Nederlands minister president en minister van Algemene zaken in het
kabinet dat zijn naam droeg. Na twaalf jaar rooms-rode coalitie was dit het
eerste naoorlogse liberaal-confessionele kabinet. Tijdens dit kabinet stegen de
salarissen explosief en kregen degenen die de economische wederopstanding van
Nederland mogelijk hadden gemaakt eindelijk loon naar werken. |

De Quay
1901-1985 |
PvdA
Op 9
februari 1946 werd de Partij van de Arbeid opgericht. Die kwam voort uit een
samensmelting van SDAP, VDB en Christelijk Democratische Unie (CDU),
aangevuld met individuele katholieken, en leden van CHU en ARP. De PvdA is
enkele malen de grootste partij van het land geweest en haalde enkele malen
eenderde van alle zetels. Daardoor speelde zij, zowel in de regering als in de
oppositie, een belangrijke rol in de Nederlandse naoorlogse politiek. Vanaf haar
oprichting is de PvdA sterk voorstander van Europese samenwerking geweest.
Vooral M.Van der Goes van Naters en Nederhorst, die beiden deel
uitmaakten van het eerste Europese Parlement, waren daarvan pleitbezorger. Vanaf
1958 speelde Sicco Mansholt als Europees Commissaris voor de Landbouw een
prominente rol bij het tot stand brengen van een Europees Landbouwbeleid.
| Sicco Mansholt Mansholt nam
deel aan zes regeringen: Schermerhorn- Drees in 1945; Beel in 1946; Drees-Van
Schaik in 1948, en nog drie kabinetten Drees: kabinet Drees I in 1951, kabinet-
Drees II in 1952 en kabinet-Drees III in 1956. In 1958 werd Mansholt een van de
commissarissen van de pas opgerichte Europese Commissie en werkte hij als
land-bouwcommissaris aan de modernisering van de Europese landbouw. Mansholt was
de geestelijk vader van het Gemeenschappelijk landbouwbeleid. Subsidiëring van
de landbouw vormde voor Mansholt een oplossing voor het traditionele
socialistische vraagstuk tot welke klasse de agrarische bevolking behoort.
|

Mansholt
1908-1995 |
VVD
De
Volkspartij voor Vrijheid en Democratie werd in 1948 opgericht als een
organisatorische voortzetting van de Partij van de Vrijheid. Met de komst van
enkele oud-leden van de Vrijzinnige Democratische Bond vanuit de PvdA, die zich
in de PvdA niet thuis voelden, werd het behoudend liberalisme nieuw leven
ingeblazen. Eén van de oud-VDB'ers was Pieter Oud, die ook de eerste
partijvoorzitter en fractieleider werd van de VVD. Als partijvoorzitter en
fractievoorzitter groeide Oud al snel uit tot de politiek leider van de partij.
Onder zijn straffe leiding vertoonde het zeteltal van de VVD tot het einde van
de jaren 50 een opwaartse koers.
Het aantal
zetels bedroeg zelfs 19 zetels in 1959. Bij de oprichting speelde verder D.U.
Stikker een belangrijke rol. De VVD is een liberale partij. In het
beginselprogramma van de VVD staat dat de partij de individuele vrijheid zeer
belangrijk vindt en dat de staat zich niet dient te bemoeien met de individuele
vrijheden van haar burgers. De overheid dient wel te zorgen voor de veiligheid
van haar burgers. De VVD nam van 1948-1952 deel aan de brede
basiskabinetten-Drees I en Drees 2. Van 1952 tot 1959 verkeerde de VVD in de
oppositie, maar daarna zaten ze continu in de regering tot 1973. (met
uitzondering van 1965-1967).
|
P.J. Oud
Staatsrechtgeleerde en voorman van de VDB
en de VVD, richtte met Stikker in 1948 de VVD op. Oud werd daarvan de onbetwiste
politieke leider. Sprak met een wat hoge, zachte stem, maar had in de Kamer veel
gezag door zijn kennis van het staats- en parlementsrecht. Hij kon overigens ook
vilein uit de hoek komen en gold als autoritair.
P.J. Oud schreef
enkele standaardwerken over de parlementaire geschiedenis.
|

Oud
1886-1968 |
|
PSP
De
Pacifistisch-Socialistische Partij, opgericht in 1957, was een
pacifistische partij, die tevens streefde naar hervorming van de maatschappij in
socialistische zin (pacifisme = vredelievendheid, afwijzing van geweld). Tot het
midden van de jaren zestig kenmerkte de PSP zich door een ethisch bevlogen
pacifisme (ethisch, behorende tot de ethiek, moraal-filosofie). Daarnaast
ontwikkelde de partij zich meer en meer tot de partij van de buitenparlementaire
actie. De PSP had van 1959 tot 1989 doorlopend
enkele zetels in de Eerste en Tweede Kamer. De partij maakte steeds deel uit van
de oppositie. In 1990 fuseerde de partij met CPN, EVP en PPR tot
GroenLinks. |

Van der Spek
Geb. 1923 |
|
Henk
Lankhorst
Een PSP'er
die afkomstig was uit de kring van de vooroorlogse CDU en in de jaren zestig hét
gezicht van zijn partij was. Medeoprichter van de PSP. Maakte vanaf 1959 deel
uit van de PSP-Tweede Kamerfractie en werd daarvan in 1962 voorzitter.
Plichtsgetrouw en nauwgezet; beminnelijk in de omgang en daardoor, ondanks zijn
radicale standpunten, gewaardeerd door zijn collega-Kamerleden. Was een goed
organisator. Kreeg later in zijn partij het verwijt dat hij niet fel genoeg was.
Bedankte voor het Tweede Kamerlidmaatschap en stapte in 1969 over naar de Eerste
Kamer.
|

Lankhorst
1914-1976 |
CPN
De Communistische
Partij Nederlan was
een voortzetting (1935) van de Communistische Partij Holland (CPH) die op haar
beurt in 1918 was voortgekomen uit de Sociaal Democratische Partij (SDP). Deze
was in 1909 ontstaan door een scheuring in de SDAP waarbinnen een groep
revolutionaire marxisten zich afscheidde. In 1919 sloot de Communistische Partij
zich aan bij de Komintern, de overkoepelende internationale communistische
organisatie.
Van
1938 tot 1968 was de stalinist Paul de Groot de leider van de partij die lange
tijd sterk onder de invloed van Moskou stond. De CPN was een
communistische partij.
In haar beginselprogramma stond onder
meer dat het kapitalistisch stelsel vrijwel bankroet was en dat niets de
overwinning van de werkers nog kon tegenhouden. De partij streed voor hogere
lonen en lagere prijzen, tegen de toenemende macht van monopolies en voor de
vernieuwing van de democratie. Zij wees de Nederlandse dekolonisatiepolitiek in
Nederlands-Indië af en steunde dienstweigeraars.
De CPN had na de
Tweede Wereldoorlog veertig jaar lang (tot 1986) doorlopend enkele zetels in de
Eerste en Tweede Kamer, met een hoogtepunt van tien Tweede Kamer zetels in
1946-1948. De partij maakte altijd deel uit van de oppositie
|
Paul Groot
Paul was de zoon van Jacob de Groot,
diamantslijper, en Rachel Sealtiel. Op 28 december 1920 trad hij in het huwelijk
met Szajndla Borzykowska, met wie hij een dochter kreeg. Vrouw en dochter werden
op 13 november 1942 in Auschwitz-Birkenau vergast. Op 6 november 1951 hertrouwde
hij met Eke Bouchina Wilhelmina de Jong. Paul wordt verlegen genoemd,
bescheiden. Maar ook een intrigant, een doordrammer, belust op macht. Paul de
Groot, leider van de CPN, de Communistische Partij Nederland, van 1938 tot 1977.
Bijna 40 jaar heeft hij er de touwtjes in handen. Zijn meest bekende bijnaam:
Stalin aan de Amstel. Hij blijft een overtuigd aanhanger van Stalin, ook nadat
deze in 1956 de Sovjet-Unie in ongenade is gevallen.
|

De Groot
1899-1986 |
Van
Chroesjtsjov moet De Groot weinig hebben, al is hij wel zo slim om zich te blijven
verzekeren van steun uit Moskou. Met die steun weet hij ook alle stormen in de
CPN te overleven. In de Koude Oorlog werden communisten vaak gezien als
'landverraders', mensen die klaar staan om de Sovjet-Unie te helpen bij een
aanval op het kapitalistische Westen. Vele CPN-ers vermoeden terecht dat ze dag
en nacht worden afgeluisterd door de BVD, de Binnenlandse Veiligheidsdienst. Het
maakt ze voorzichtig in contacten met andersdenkenden. Buiten de communistische
familie is er geen leven. Dat hoeft ook niet, want de CPN is meer dan een
politieke partij.
|
Gerben Wagenaar
Gerben Wagenaar had zich in 1953
aangesloten bij de CPN. Tijdens de Tweede Wereldoorlog speelde hij een dusdanige
rol in het verzet, dat hij na de bevrijding een ministerschap zonder
portefeuille kreeg aangeboden. Wagenaar weigerde en werd naast algemeen
secretaris Paul de Groot de tweede man van de CPN.
Hij was fractieleider tot 1952. In 1958
werd hij met enkele medestanders uit de partij gezet wegens oppositie tegen de
autoritaire de Groot.
|

Wagenaar
1912-1993 |
Een greep uit de Buitenlandse politiek
1950
|

Truman
1884-1972 |
In Korea breekt oorlog uit. Noord Korea valt zonder waarschuwing Zuid-Korea
binnen. Bij Inchon in Korea gaan 40.000 militairen van de Verenigde Naties aan
land en zorgen voor een ommekeer in de Korea-oorlog.
In oktober
vallen Chinese troepen Tibet binnen. In November voegen de Chinese-communistische troepen zich bij de strijdkrachten van
Noord Korea.
In december
wordt door president Truman van de VS de noodtoestand uitgeroepen i.v.m. de
toestand in de wereld (het communisme rukt gevaarlijk op).
|
1951
|
Op zaterdag
12 mei 1951 wordt in de buurt van het atol Eniwetok in de Stille Oceaan door de
Amerikanen voor het eerst een waterstofbom (H-bom) tot ontploffing gebracht.
Hier
wordt de kiem gelegd voor het verzet tegen atoomwapens.
|
 |
|

Neurenberg proces |
Op 31
januari 1951 verminderde de Geallieerde Hoge Commissaris John McCloy
verschillende straffen die uitgesproken ware in het Neurenberg proces.
Van
diegenen die ter dood veroordeeld waren, werden slechts 12 doodstraffen
uitgevoerd. Elf werden omgezet naar gevangenisstraffen en een persoon werd
er uitgeleverd aan België, en een persoon werd er uitgeleverd aan België,
waar hij in gevangenschap stierf. In juni worden de laatste doodvonnissen
als gevolg van de processen in Neurenberg voltrokken. |
1952
|
In Kenia slaat de Mau Mau om zich heen. Mau Mau is de naam van een
guerrillabeweging die tussen 1952 en 1960 actief was in Kenia, en die zich
richtte tegen de Britse koloniale overheersing. Een belangrijk onderdeel van de
strategie was het zaaien van angst onder de aanzienlijke groep blanke kolonisten
door het plegen van gewelddadige overvallen op afgelegen boerderijen en andere
'zachte doelwitten'. Hierdoor verliet een groot aantal blanken het land.
Dwight D.
Eisenhower, voormalig opperbevel-hebber der
geallieerden tijdens de Tweede Wereldoorlog, wint op 4 november1952 de
presidentsverkiezingen in de VS.
|

Eisenhower
1880-1969 |
In
Oost-Berlijn komen arbeiders in opstand tegen het Communistische bewind.
1953
Op donderdag
5 maart 1953 overlijdt Jozef Stalin. Een staatsman die geen tegenspraak tolereerde.
Jozef Stalin was een kwart eeuw dictator van de communistische
Sovjet-Unie. Onder zijn bloedige heerschappij werd het land een wereldmacht.
|

Stalin
1879-1953 |

Nasser
1918-1970 |

Opgepakte Mau Mau rebellen |
1954
Abdel Nasser wint
de machtsstrijd in Egypte.
Bij een actie
tegen de Mau Mau wordt meer dan een kwart van de zwarte bevolking van
Nairobi in Kenia opgepakt en in kampen ondergebracht. Tevens wordt het kopstuk
van de Mau Mau, Itote, gearresteerd.
1955
|

Huwelijk |
Een belangrijke
dag voor de Spaanse monarchisten. Op 18 januari 1955 arriveerde per trein uit
Lissabon prins Juan Carlos, oudste zoon van Don Juan en kleinzoon van de laatste
Spaanse koning, Alfonso XIII. Prins Juan Carlos, wel genoemd als de
vermoedelijke troonopvolger keerde naar Spanje terug om er een militaire
opleiding te volgen. In 1962 trad hij in het huwelijk met prinses Sophia van
Griekenland.
|
Op 11 mei begon in de Poolse hoofdstad Warschau een
conferentie van de Sovjetunie en zeven Oost-Europese landen,
welke heeft geleid tot de oprichting door die landen van een Oost-Europese
defensie-organisatie.
De Chinese
volksrepubliek, toen nog goede maatjes met Rusland, was op de conferentie
aanwezig. Generaal Peng Tehloeai, toenmalig minister van defensie, verklaarde
onder andere, dat het heldhaftige, zeshonderd miljoen zielen tellende Chinese
volk de Oost-Europese landen onverwijld te hulp zou snellen, als zijn door
‘imperialisten’ zouden worden aangevallen.
|
Oostenrijk wee
onafhankelijk. Op 15 mei
1955 vond in het slot Belvédère door de ministers van buitenlandse zaken van de
Sovjetunie, Engeland, Frankrijk, de Verenigde Staten en van Oostenrijk zelf, de
ondertekening plaats van het staatsverdrag, waardoor Oostenrijk na zeventien
jaar bezetting weer een onafhankelijk, soevereine staat werd.
Op dinsdag 5 april 1955 diende sir Winston
Churchill bij koningin Elizabeth zijn ontslag in. Hij werd daags daarna in zijn
hoge functie opgevolgd door sir Anthony Eden, die tot dan toe minister van
buitenlandse zaken was geweest. |

Churchill
1874-1965 |
Een groot
probleem voor de Franse regering was in 1955 ongetwijfeld het internationale
aspect van de Algerijnse kwestie. Het succes van de Marokkaanse en Tunesische
bevolking bij
hun poging hun land vrij te maken van de Franse bevoogding, werkte aanstekelijk
op de Algerijnse inheemsen, die steeds driester van hun verzet begonnen blijk te
geven. Op 1
april 1955 kondigde de Franse regering de noodtoestand af voor een deel van Algerije
voor een bepaalde periode. Het gebied in Algerije waar de opstandelingen de
scepter zwaaiden breidde zich steeds verder uit. Eind 1955 hadden de Franse
circa tweehonderdduizend militairen in het naar zelfstandigheid strevende
rijksdeel in Afrika.
|
In
september kwam er een eind aan het bewind van de Argentijnse president Juan
Peron. De maanden ervoor en ook reeds in 1954 had de dictator strijd gevoerd
tegen de kerk en bepaalde groepen uit vloot en luchtmacht. Tenslotte ontaarde de
strijd in een revolutie, die in de nacht van 15 op 16 september in het zuiden
begon.
Op 19 september
trad Peron af en vluchtte op een in de haven gelegen Paraguayaans schip. Tot
zijn opvolger werd enkel dagen later Eduardo Lonardi benoemd.
|

Peron
1895-1974 |
1956
|

Hongaarse en Russische tanks tegenover elkaar in Budapest |
Een dramatische periode uit de Hongaarse geschiedenis. De
jarenlange moeilijkheden bij de wederopbouw van dit, in de Tweede Wereldoorlog
zwaar gehavende land, de politieke en culturele knechting en de economische
uitbuiting door Rusland, wekten zoveel rancune dat het op 23 oktober 1956 tot een
openlijk verzet kwam. Op 1 november trokken Russische troepen in grote getale
het land binnen en er ontbrandden, verbitterde gevechten, die meer dan twee
weken duurden en waarbij onvoorstelbare schade werd aangericht. Duizenden
Hongaren vluchtten met hun gezinnen naar het westen. Velen van hen ontkwamen
daardoor aan arrestatie en terechtstelling. Overal in het westen wekte het
Russische optreden een golf van verontwaardiging. Pas omstreeks half november
keerde de ‘rust’ geleidelijk aan weer terug in Hongarije. |
Oprichting E.E.G (Europese Economische Gemeenschap). 25
maart 1956 is een belangrijke dag
voor de eenwording van Europa. De ministers van buitenlandse zaken van
West-Duitsland, Frankrijk, België, Nederland, Luxemburg en Italië zetten op 25
maart in Rome hun handtekening onder het E.E.G. verdrag.
Inhoud van
het verdrag: een nauwere aaneensluiting van de volkeren waarbij de
welvaartsbronnen worden gecoördineerd, een bevordering van de economische en
sociale vooruitgang, een verhoging van de levensstandaard en verbetering van de
arbeidsvoorwaarden, het wegnemen van internationale handelsbelemmeringen en
versterking van de band tussen Europa en de overzeese gebiedsdelen. Het EEG-Verdrag werd op 1 januari 1958
van kracht. Deze landen
hadden eerder de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal opgericht.
Het besluit op 18 oktober
1956 van de Arabische Liga tot
vergroting van de hulp aan Jordanië was er de oorzaak van dat ook Israël
betrokken raakte bij het Suez conflict. Op 29 oktober vielen Israëlische troepen
de Egyptische Sinai woestijn binnen. Toen een door Engeland en Frankrijk
opgesteld ultimatum tot staking van de vijandelijkheden door president Nasser
werd verworpen, opende de Brits-Franse lucht – en zeestrijdkrachten aanvallen op
Egyptische doelen. De gevechten duurden slechts twee dagen, maar pas na de komst
van politiemacht van de V.N. trokken de Brits-Franse troepen zich uit Egypte
terug.
1957
Onrust in Jordanië.
Nadat op 10
april 1957 op last van koning Hoessein de pro-sovjetregering was afgetreden, braken
er weldra in Jordanië felle gevechten uit tussen westersgezinde en linkse
groeperingen. Op 25 april werd er een nieuwe regering gevormd uit gematigde
pro-westerse politici en kondigde de koning de staat van beleg af. Tegen de
linkse nationalisten werden strenge maatregelen genomen.
Na 170
jaar koloniaal bewind werd op 31 augustus 1957 Malakka een onafhankelijke staat
binnen het Britse Gemenebest. Staatshoofd van de Maleise Federatie, die uit
negen sultanaten bestaat, werd sir Abdoel Rahman.
|

Bourgiba
1903-2000 |
Op 25 juli
werd de Noordafrikaanse staat Tunesië door de wetgevende vergadering uitgeroepen
tot republiek. Dat betekende tevens het einde van de 250 jaar oude monarchie.
Tot
eerste president werd benoemd Habib Bourguiba. Het jaar daarvoor had hij bij de
Franse regering volledige zelfstandigheid van zijn land weten te
bewerkstelligen.
|
1958
Nadat reeds
in juni Malenkof, Kaganowitsj, Molotof en Sjepilof uit hun partijfuncties waren
gestoten en naar afgelegen oorden waren verbannen, verdween op 27 maart 1958
plotseling ook Boelganin van het politieke toneel. Hij werd vervangen door
Chroesjtsjov, die daarmee zowel partij- als regeringsleider was geworden.
"We
zullen ons niet scheren, voordat we het dictatoriale bewind van president
Batista omver hebben geworpen", had de Cubaanse rebellen-leider Fidel Castro
gezegd.
In april 1958
kondigde de opstandelingen de totale oorlog tegen Batista aan. Eind december
ontbrandde bij Santa Clara de beslissende strijd, die op de eenendertigste
leidde tot de uittocht van Batista’s aanhangers en op 1 januari 1959 tot de
vlucht van de president zelf.
|

Batista
1901-1973 |

De Gaulle
1890-1970 |
Charles de Gaulle als
redder in nood in de Frans-Algerijnse crisis. Op 15 mei 1958 verbrak De Gaulle na
drie jaar zijn stilzwijgen en verklaarde zich bereid de macht in de Franse
republiek op zich te nemen. Na de putsch op 13 mei in Algiers van de
revolutionairen kreeg hij de wind in de zeilen. Op 2 juni maakte De Gaulle
een nieuw kabinet bekend en twee dagen later reeds bracht hij een bezoek aan
Algiers waar hij op het Forum een grote rede hield. Niet alleen kondigde hij
daarin een referendum over een nieuwe grondwet aan, ook stelde hij algemene
verkiezingen in het vooruitzicht.
Bij de
verkiezingen op 2 september 1958 werd dr. Henri Verwoerd gekozen tot leider van de
Nationale Partij van Zuid-Afrika, dit maakte hem automatisch tot premier van de
Unie. Over de apartheidspolitiek zei hij: "De politiek van een gescheiden
ontwikkeling wil geluk, zekerheid en stabiliteit voor zowel de Bantoes als voor
de blanken, met ieder hun eigen thuis, taal en bestuur." "Deze politiek" aldus dr.
Verwoerd, "is gebaseerd op het beginsel, dat alleen op deze wijze de zwakkeren
tegen de sterken beschermd kunnen worden en de minderheid zich veilig zal kunnen
voelen. Dr. Verwoerd kwam op 6 september 1966 bij een moordaanslag om het leven.
Rood China
De
maandenlange beschietingen op het nationalistische eiland Quemoi door de
kustbatterijen van communistisch China wekte in het najaar van 1958 overal in
de wereld grote onrust. De vrees dat Rood China van plan zou zijn om Formosa te
veroveren, met alle risico’s voor de wereldvrede, bleek echter ongegrond. Nadat
Amerika Tsjang K’ai-sjek te verstaan had gegeven, dat hij niet op steun hoefde
te rekenen bij een eventuele vergeldingsactie tegen het Chinese vasteland, kwam
er al snel een einde aan de provocaties.
|

Tsjang K’ai-sjek
1887-1975 |

Mao Tse-Toeng
1893-1976 |

Dalai Lama
Tenzin Gyatso
Geboren 1935 |
1959
Mao Tse-Toeng
Begin 1959
trad Mao Tse-Toeng af als president van China. Dit riep in de hele wereld vele
vragen op. De werkelijke reden hiervoor werd nimmer onthuld maar het was
waarschijnlijk geen andere dan dat Mao, die als partijleider zou aanblijven,
meer tijd wenste te hebben voor de verdere uitbouw van de leer van Marx en Lenin,
waaraan hij een eigen interpretatie gaf die vaak sterk afweek van die van andere
communistische theoretici buiten China.
Dalai Lama
De
drieëntwintigjarige Dalai Lama (dit is 1578 de veertienden Dalai Lama en zijn
naam is Tenzin Gyatso) vluchtte eind maart 1959 uit zijn paleis in Lhasa, de
hoofdstad van Tibet naar India waar hem politiek asiel verleend werd. Op een
persconferentie verklaarde hij dat vergaande inmenging van Chinese communisten
in de binnenlandse en godsdienstige aangelegenheden van zijn land hem hadden
gedwongen te vertrekken. Voor China betekende zijn vlucht een ernstige tegenslag
daar men had gehoopt de Dalai Lama voor het communistische karretje te kunnen
spannen bij het doorvoeren van de nodig geachte hervormingen in Tibet.
Ceylon
Premier
Bandaranaike van Ceylon werd op 25 september 1959 vermoord. De dader was lector aan
het college voor inheemse geneeskunde in Colombo. Men vermoedde dat de aanslag
een politiek-religieuze achtergrond had. Bandaranaike was zelf boeddhist, maar
had geweigerd Ceylon tot een boeddhistische staat te verklaren. Bovendien had
hij niet toegestaan dat de westerse geneeskunde in zijn land vervangen werd door
de traditionele oosterse geneeswijze.
De kwestie Cyprus
|
Een
ernstig meningsverschil tussen aartsbisschop Makarios van Cyprus en de
voormalige leider van het Grieks-Cypriotische, Georgeos Grivas, verzet liep zo hoog op dat de
dreiging van een nieuwe golf van terrorisme op het eiland niet denkbeeldig leek.
Dit meningsverschil hield verband met de uitvoering van de Londense overeenkomst
welke in het voorjaar van 1959 een einde maakten aan de kwestie Cyprus.
Een gesprek tussen Makarios en Grivas ruimde alle misverstanden uit de weg. In
het openbaar verzekerde Grivas dat Makarios op zijn loyaliteit kon rekenen en
dat hij zich zou distantiëren van de nieuwe geheime organisaties die de
extremisten in augustus hadden opgericht.
|

Makarios
1913-1977 |

Grivas
1898-1974 |
Zowel in de binnenlandse als
buitenlandse politiek was te merken dat er een andere tijd aanbrak. De inzichten
veranderden, men zocht meer en meer de dialoog en men probeerde echt te
luisteren naar de ideeën en visies van de andere partij. Er stonden nieuwe
leiders op waarvan sommige hun best deden en anderen al snel weer van het
politieke toneel verdwenen. De komende jaren zou de politiek zich snel aanpassen
aan de nieuwe tijd, er was geen weg terug!
Bronnen:
K. Jansma & en M. Schroor Onze vaderlandse geschiedenis
Het aanzien van vijf jaar 1955/1959
www.parlement.com
www.minaz.nl
www.terugblik
Wikipedia
Terug naar het overzicht van
de Jaren 50 | |
|