|
|
|
(klik op de plaatjes om ze te vergroten) Nederlandse filmregisseurs
Willy van Hemert (1912-1993)
Op 2 oktober van dat jaar gaat de eerste Nederlandse tv-uitzending van start. Van Hemert regisseert die avond het tv-spel "De Toverspiegel". Willy van Hemert was in Nederland vooral bekend vooral bekend als 'de man van de series'. "De glazen stad", 1970, "De kleine waarheid", 1972, "Bartje", 1974, "Dynastie der kleine luyden", 1977 en "Dagboek van een herdershond", 1982. Hij werd door de critici meestal verguisd, maar verkreeg wel de bewondering van het publiek. In 1993 overlijdt Willy van Hemert in België waar hij de laatste jaren van zijn leven doorbracht.
Bert Haanstra (1916-1997)
Het onderwerp was de literaire kring die de dichter P.C. Hooft in de zeventiende eeuw om zich heen verzamelde in het Muiderslot. Met het lyrische filmgedicht "Spiegel van Holland" (1951) werd Haanstra tijdens het Filmfestival in Cannes onderscheiden met de Grand Prix. Zijn naam was gevestigd. Voor zijn documentaire "Glas" kreeg hij in 1958 een Oscar. Zijn films "Alleman" (1963) en "Bij de beesten af" werden voor diezelfde prijs genomineerd. Deze films, evenals "De stem van het water", tonen Haanstra's specialiteit: het op een geestige wijze portretteren van de samenleving. Fons Rademakers (1920-2007)
Later zou de literatuur nog vaak als zijn inspiratiebron dienen. Hij gebruikte graag mooie beelden in zijn films, maar altijd ten dienste aan het verhaal. Zijn films waren nadrukkelijk gemaakt voor het grote publiek, maar nooit plat. Zijn drijfveer was "het vertellen van mooie verhalen". "De waarheid is totaal niet interessant. Het creëren van een andere werkelijkheid is des te boeiender. Het gaat mij om de relaties tussen de mensen", zei hij eens. Thema's als het koloniale en het oorlogsverleden, het falende rechtssysteem, corruptie en seksualiteit, genieten zijn voorkeur. Ook de hypocrisie van de kerk, vermoedelijk gevoed door zijn katholieke achtergrond, is een geliefd onderwerp Van alle Nederlandse regisseurs is Rademakers de meest gelauwerde, vooral ook over de grenzen. In het buitenland lag zijn referentiekader; hij maakte midden jaren vijftig, nadat hij een bloeiende carrière als acteur en regisseur bij de Nederlandse Comedie had afgebroken, een studiereis langs grote filmmakers als Vittorio De Sica, Jean Renoir, en Bergman. In 1998 werd de Bert Haanstra Oeuvreprijs aan hem uitgereikt. Rademakers is een van de kleurrijkste Nederlandse filmmakers, en zal de geschiedenis ingaan als een belangrijke filmpionier. Voor zijn debuut "Dorp aan de rivier" in 1958 kreeg hij meteen een Oscarnominatie. Hij werd drie keer genomineerd voor een Gouden Palm in Cannes, en twee keer voor de Gouden Beer in Berlijn, waar hij net naast greep: voor "Makkers staakt uw wild geraas" kreeg hij niet de Gouden maar de Zilveren Beer. Het hoogtepunt van zijn carrière kwam in 1986 met "De Aanslag", naar het gelijknamige boek van Mulisch, waarmee hij een Gouden kalf, een Golden Globe én een Oscar won. Fons Rademakers overleed in 2007 op 86 jarige leeftijd aan de gevolgen van een longemfyseem in een ziekenhuis in het Zwitserse Genève, nabij zijn woonplaats Thoiry in Frankrijk.
Buitenlandse filmregisseurs
Alfred Hitchcock (1899-1980)
Angst voor de politie, katholieke symboliek en de kerk als locatie voor kwaadaardige gebeurtenissen zijn steeds terugkerende kenmerken binnen de films van Hitchcock. Ook duikt het personage van de krankzinnige moeder steeds in zijn films op. Hitchcock maakte meer dan zestig films van de jaren twintig tot en met de jaren zeventig. Op hem en zijn psychologische thrillers zijn heel wat wetenschappelijke analyses losgelaten, maar de meester zelf vond het vooral vermakelijk 'to simply scare the hell out of people'. Hitchcock heeft patent op de combinatie van macabere figuren, identiteitsverwisselingen, en langgerekte spanning (de schrik zit 'm niet in de knal, maar in de verwachting ervan, was zijn motto). Zijn lijdende hoofdrolspeelsters waren bij voorkeur platinablond: Kim Novak, Grace Kelly, Ingrid Bergman, Tippi Hedren en Janet Leigh. Mannelijke personages werden niet zelden opgescheept met een oedipuscomplex. In vrijwel al zijn films is de regisseur zelf ook even te zien. Soms nauwelijks herkenbaar, soms hilarisch overduidelijk: zoals in "The Birds" (1963), waarin Hitchcock parmantig met twee witte terriërs een dierenwinkel uitwandelt als hoofdrolspeelster Tippi Hedren naar binnen wil gaan. Prijzen o.a.: Tenminste één Oscar had Hitchcock wel verdiend, daar zijn vriend en vijand het over eens. Hij kreeg er nooit een, wel zes nominaties; voor "Rebecca" (1940), "Suspicion" (1941), "Lifeboat" (1944), "Spellbound" (1945), "Rear Window" (1954) en "Psycho" (1960). Ook Gouden Palm nominatie’s voor "The Man Who Knew Too Much" (1956). Lifetime Achievement Awards van het Directors Guild in 1968 en het American Film Institute in 1979. Hitchcock over Hitchcock: "Ik ben een typische genreregisseur. Als ik Assepoester zou maken, dan zou het publiek onmiddellijk de koets afspeuren naar een lijk." (Newsweek, 1956) Billy Wilder (1906-2002)
In 1944 maakte hij de thriller "Double Indemnity", in 1950 de klassieker "Sunset Boulevard" en in 1959 verscheen wat sommigen 'de beste komedie aller tijden' noemen, "Some Like it Hot", met hoofdrolspeelster Marilyn Monroe. Cynisme, humor, een uitstekend verhaal en diversiteit kenmerkten zijn werk. Hij was in de meest uiteenlopende onderwerpen geïnteresseerd, maar gebruikte vaak dezelfde acteurs, zoals Jack Lemmon, die bijvoorbeeld in Wilders laatste productie, de film "Buddy, Buddy" uit 1981 de hoofdrol had, met als tegenspeler Walter Matthau. In dat zelfde jaar beëindigde Billy Wilder zijn carrière. Veel van zijn films zijn klassiekers gebleven.
Elia Kazan (1909-2003)
Een van de personen van wie hij de naam noemde voor de onderzoekscommissie was acteur John Garfield. Garfield kwam op de zwarte lijst en zijn carrière was ten einde, een jaar later overleed hij. De Amerikaanse toneelauteurs Lillian Hellman en Arthur Miller waren het publiekelijk oneens met de redeneringen van Kazan. De film "On the Waterfront", over een heldhaftige verklikker, wordt algemeen beschouwd als Kazans antwoord naar zijn critici.
Hoewel velen in Hollywood vonden dat er genoeg tijd was verstreken om nu eindelijk eens de strijdbijl te begraven en het tijd werd om zijn grote artistieke prestaties te erkennen was er nog veel discussie over deze beslissing. Beelden van de betreffende Oscaruitreiking laten zien dat slechts driekwart van de aanwezigen deelnam aan de staande ovatie. Elia Kazan won twee Oscars als regisseur van "Gentleman's Agreement" (1947) en "On the Waterfront" (1954).
Nicholas Ray (1911-1979)
Wenders zocht zijn inmiddels ernstig zieke vriend Nicholas Ray op. "Lightning Over Water" is een documentair drama over de laatste levensjaren en het sterven van de door Wenders zeer bewonderde Amerikaanse regisseur Nicholas Ray. "Lightning Over Water" is door zijn eerlijkheid een schokkende, gevoelige film over de meester en zijn leerling. Ray’s laatste jaren waren vol met drank en drugs. Ray's persoonlijkheid, de roekeloze, macho en emotioneel gewond kunstenaar, is meestal onderdeel van een discussie over zijn films. Zijn stijl was stilistische universaliteit en van een thematische tijdloosheid. Een constant thema in Ray's werk: zuivere momenten van onschuld en hoop in een donkere wereld vol geweld en tragedie. Dat Ray een meesterlijke regisseur was, blijkt uit zijn vermogen zijn acteurs vrij te laten om te improviseren tijdens het acteren. Jean-Luc Godard schreef over hem: 'the cinema is Nicholas Ray'. Veel films van Ray blijken een bron van inspiratie voor hedendaagse cineasten. Enkele bekende films: "In a Lonely Place" (1950, met Humphrey Bogart), "Flying Leathernecks" (1951, met John Wayne) en "Johnny Guitar" (1954, met Joan Crawford). Michelangelo Antonioni (1912-2007)
Een lichtvlek op een muur, het ritselen van bladeren, het geluid
van een ventilator, alles heeft belang. In "L'eclisse" zijn deze stijlkenmerken
het meest zichtbaar. Ook typisch voor Antonioni is de afwezigheid van een te
volgen verhaallijn of plot, zeer beperkte dialogen en bedacht gecomponeerde en
bevreemdende opnames. De beelden moesten via het medium film voor zich spreken.
Niet het verhaal of de tekst was doorslaggevend. Grote thema’s in zijn films
zijn onmogelijke liefde en het menselijke onvermogen to
Voor "Le Amiche", een van zijn vroegere films, werd hij bekroond met de Zilveren Leeuw op het Filmfestival van Venetië. "Il Grido" is Antonioni's enige film die in het arbeidersmilieu speelt. Een van zijn grootste successen is de film "L’Avventura", een film die een schandaal veroorzaakte op het Filmfestival van Cannes. "Identificazione Di Una Donna", over de zoektocht naar de ideale vrouw, is een van Antonioni’s latere werken.
Federico Fellini (1920-1993)
In zijn latere films verschoof het accent van de sociale werkelijkheid naar de psychologie van de hoofdpersonen, hun fantasieën en hun obsessies. Fellini's films zijn doorgaans psychologische en/of sociale drama's waarin een fantasierijk personage, vaak gemodelleerd naar Fellini zelf, op zoek gaat naar de betekenis van zijn leven. Deze zoektocht wordt gekenmerkt door een veelvuldig gebruik van herinneringen, dromen, obsessies en fantasieën. Duidelijk autobiografische drama's zijn "La dolce vita" (1960), "Otto e mezzo" (1963) en "Amarcord" (1973). De films hebben doorgaans geen duidelijk lineair verhaal en zijn vaak meer een aaneenrijging van situaties en gebeurtenissen waarin de personages allerlei vreemde dingen meemaken. Deze gebeurtenissen zijn vaak extravagant vormgegeven met overdreven decors, bijzondere kostuums, veel make-up, opvallende kleuren en schilderachtige locaties. Tegelijkertijd leveren de films Maatschappijkritiek doordat de persoon in aanraking komt met de schijnwereld van Italiaanse aristocratie, de decadentie van de bourgeoisie, de geslotenheid van het conservatieve platteland of de schijnheiligheid van de Katholieke Kerk. De hoofdpersoon wordt vaak omringd door een collage van excentrieke personages.
Andere sociale beschouwingen zijn: "La città delle donne" (1980) als antwoord op het feminisme en "Ginger e Fred" (1986) over de oppervlakkige tv-cultuur. In 1993 kreeg hij een Oscar voor zijn hele oeuvre. Stanley Kubrick (1928-1999)
Kubrick werkte vooral met beelden, zijn hoofdthema was dat 'mensen in staat zijn tot het puur goede en het ultieme slechte. De mensen in zijn films worstelen met deze twee kanten van zichzelf, steeds onder andere omstandigheden. In de laatste 38 jaar van zijn leven maakte hij slechts acht films, doordat hij voor elke film een steeds langere voorbereiding nam en in zijn legendarische perfectionisme een steeds langere opnametijd nodig had. Hij maakte politieke satire, science fiction, een historisch drama, horror en een Vietnam film, die in hun verscheidenheid toch alle onmiskenbaar Kubrick films zijn door de vaak vernieuwende en altijd overdonderende visuele schoonheid ervan. De legendarische filmregisseur Stanley Kubrick overleed 7 maart 1999 op zeventigjarige leeftijd in Harpenden Engeland. Kubrick gaf bijna nooit interviews en leefde als een kluizenaar.
Jean Luc Godard (geboren 1930)
In 1950 begon hij samen met Rivette en Rohmer een filmkrant en werkte hij mee aan hun films. In januari 1952 begon hij te schrijven voor het filmblad "Les cahiers du cinéma", dat het jaar daarvoor was opgericht door André Bazin. In 1953 werkte hij mee aan de bouw van een dam in Zwitserland. Met het verdiende geld maakte hij zijn eerste film, "Opération Béton", een korte documentairefilm over de bouw van de dam. Godard is van de belangrijkste leden van de Nouvelle Vague. In 1960 bracht hij zijn eerste lange speelfilm uit, "À Bout de Souffle". Deze film speelde een sleutelrol bij het ontstaan van de Nouvelle Vague. Het brak met veel toen heersende conventies, met zijn referenties en invloeden van de Amerikaanse (gangster)film, het lage budget en de ruwe montage. De hoofdrollen waren voor Jean-Paul Belmondo en Jean Seberg en was een groot succes bij het publiek en de critici. De als een Franse James Dean kettingrokende Jean-Paul Belmondo praat als Philip Marlowe recht de camera in, heeft schijt aan de toeschouwer, schiet op de zon en daarna op een agent.
Godard portretteerde de eerste moderne Franse desperado, levend tussen de oneliners, karrend over de route nationale, ouderwets de Amerikaanse krantenverkoopster en leerling-journaliste Jean Seberg beminnend, met open armen zijn noodlot tegemoet. Godard zei eens: "Alles wat je nodig hebt voor een film is een pistool en een vrouw." Godard heeft vele technieken geïntroduceerd die nu standaard zijn geworden zoals: jump cuts, handcamerawerk, ongebruikelijke hoeken en geïmproviseerde dialogen. Citaat van Godard: "Als je van oordeel bent dat alles verloren is, rest er nog altijd de toekomst." De regisseurs van de jaren vijftig waren vernieuwend en experimenteel bezig met het maken van films. De een koos voor een strakke verhaallijn en weer een ander voor fragmentarisch filmen. Beide leverde hierdoor prachtige films af. De critici waren soms genadeloos in hun kritiek, dan weer lovend, wat waarschijnlijk kwam dat men moest wennen aan de vernieuwing van het filmen. Het publiek had daar minder moeite mee, ze kwamen in groten getale op elke nieuwe film af. De regisseurs werden sterren en zo ook de acteurs en actrices. De jaren vijftig waren op dit gebied zeker niet saai, maar vol spanning, humor en actie. Het doorbreken van taboes, door regisseurs, werd al in de jaren vijftig in gang gezet, zij het dat dit niet zonder slag of stoot ging. Maar het begin was gemaakt door regisseurs die het lef en de durf hadden om op het witte doek te projecteren wat in het ’echte leven’ en de maatschappij speelde.
Bronnen: Filmencyclopedie Het aanzien 1955-1959 AbsoluteFacts Wikipedia
Ga naar het vervolg van dit hoofdstuk (Films in de jaren 50)
Terug naar het overzicht van de Jaren 50
Ga terug naar de vorige pagina van dit hoofdstuk (Films in de jaren 50) |
|