|
|
|
23. Muziek na de oorlog (klik op de plaatjes om ze te vergroten en op de blauwe titel van de liedjes om ze te horen en te zien) (TIP: mocht uw internetverbinding niet snel genoeg zijn, klik dan links onder op II) (er ontstaat dan een driehoekje met de punt naar rechts) (laat u het filmpje downloaden en klik dan op het driehoekje) Buitenlandse mannelijke artiesten Na de oorlog kon er eindelijk weer openlijk naar de radio-uitzendingen geluisterd worden en de radio kreeg dan ook een prominente plaats in de woonkamer. Het dagelijkse leven speelde zich af rond de radio. Muziek was als balsem voor de ziel ! Gaan dansen werd, evenals naar de bioscoop gaan, een favoriet tijdverdrijf. Jazz was erg geliefd, Big Bands en dansorkesten droeg men een warm hart toe, maar er was ook plaats voor andere artiesten die een andere zangstijl ten gehore brachten zoals, gentleman en showman, Frank Sinatra. En….Operette. Richard Tauber en Rudolf Schock waren in Nederland zeer populair. Men wilde vooral geamuseerd worden en daar zou de komende jaren meer dan aan voldaan worden. Louis Armstrong (1901-1971)
Ze zitten vol met heerlijke, geïnspireerde melodieën, creatieve sprongen en subtiele, ontspannen of gedreven ritmes. Het pure genie van deze creatieve passages wordt geëvenaard door de techniek van Armstrong die, gescherpt door constante oefening, de reikwijdte, toon en mogelijkheden van de trompet uitbreidde. Hij componeerde tientallen nummers die tot heuse jazzklassiekers uitgroeiden. Ondanks zijn faam leidde hij een eenvoudig leven in een doodgewone arbeidersbuurt. Toen hij in 1971 stierf, werd de man die over de hele wereld bekend stond als Satchmo, algemeen erkend als één van de grondleggers van de jazz. Zijn invloed als artiest is tot op de dag van vandaag universeel en ongeëvenaard. Stan Getz (1927-1991)
Artie Shaw (1910-2004)
Ook later zou Shaw blijven componeren voor orkesten met een bijzondere samenstelling. Hij experimenteerde met strijkers toen dat in de jazz nog ongebruikelijk was. Hij schreef composities en arrangementen die ook onder klassieke collega's bewondering afdwongen. De hit "Begin the beguine" (de beguine is een Zuid-Amerikaanse dans,1938) maakte Artie Shaw tot een groot idool. Regelmatig onderbrak Shaw zijn muzikale loopbaan als uitvoerend artiest voor een periode die in het teken stond van compositie of muziekstudie. Shaw behoorde tot de eerste blanke bandleiders, die gekleurde artiesten inhuurden. Shaw werkte met Roy Eldridge, Billie Holiday en Hank Jones in een tijd, waarin gemengde orkesten nog taboe waren. Begin jaren vijftig had hij nog in een kleine bezetting laten horen hoe briljant hij ook naoorlogse, ‘moderne’ jazz kon spelen op de klarinet. In 1954 legde Shaw de klarinet aan de kant. Hij was niet meer tevreden over zijn eigen spel. Tevens hief zijn orkest op. Hij zou nog maar zelden op het podium stappen; als hij in het openbaar verscheen, was het als dirigent, componist en spreker bij discussies over de jazzgeschiedenis. In die geschiedenis had hij immers een essentiële rol gespeeld. Opera & Operette Richard Tauber (1891-1948)
Met "Ich küsse Ihre Hand, Madame" (ik kus uw hand mevrouw) werd hij onder een breed publiek beroemd en met "Oh Mädchen mein Mädchen" was hij net zo succesvol. "Dein ist mein ganzes Herz" (aan jou behoort heel mijn hart) uit het ‘Land des Länd des Lächelns’ was Richard Tauber op het lijf geschreven. Op de partituur van dit zeer beroemde lied had de componist Franz Lehár eigenhandig geschreven: ‘Richard’, hier is dan je ‘Tauberlied’. Hij werd gezien als de beste Mozartvertolker van zijn tijd. In 1940 werd hij Brits staatsburger en trad regelmatig op voor de Britse troepen. In Groot-Brittannië krijgt hij wegens zijn uiterlijk de bijnaam ‘De man met de monocle’. In 1946 geeft hij in Zürich zijn afscheidsconcert en in september 1947 speelt hij zijn laatste operarol als Octavio in Mozart's ‘Don Giovanni’. Eind 1947 wordt hij in Londen geopereerd en op 8 januari 1948 overlijdt Richard Tauber aan longkanker. Richard Tauber maakte talloze platenopnames, zong verschillende (Lehár) operettes en opera's en trad op in verschillende van de eerste Europese geluidsfilms. Naast het lichtere operettegenre zong Richard Tauber liederen van o.a. Schubert en Grieg, opera, componeerde hij en was hij dirigent. Hij speelde en zong in de films: "Ich glaub’ nie mehr an eine Frau" (ik geloof niet meer in een vrouw) , "Das lockende Ziel" (de verleidelijke bestemming), "Das Land des Lächelns" (land van het (glim)lachen), "Die grosse Attraktion" (de grote aantrekkingskracht), "Melodie der Liebe" (melodie van de liefde), "Blossom Time" (bloesemtijd), "Heart’s Desire" (hartsverlangen), "Land without Music" (land zonder muziek) en "I Pagliacci" (de idioot, clown). Richard Tauber was een man die alom gerespecteerd werd voor zijn muzikaliteit. Rudolf Schock (1915-1986)
Hij meldde zich in 1939 aan bij Festspiele van Bayreuth, en werd aangenomen. Hier kwam hij in contact met de beste operazangers ter wereld. In de Opera van Braunschweig (1937-1940) mocht de 22-jarige Schock, direct solorollen spelen. Hij zong Linkerton in "Madame Butterfly", de hertog in "Rigoletto", Belmonte in "Die Entführung aus dem Serail", Rudolf in "La Bohème" en voor de eerste maal ‘Tamino’ in Mozart's "Toverfluit", wat zijn lievelingsrol werd. Hij huwde in 1940 met Gisela Behrends, een balletdanseres van de opera. Tijdens de tweede wereldoorlog streed Rudolf drie jaar aan het front. In 1943 werd hij voor een jaar vrijgesteld voor optredens in de Berlijnse Stadsopera, maar een jaar later werd hij opnieuw naar het front gestuurd. Op het einde van de oorlog trok hij dan naar de Harz, waar zijn vrouw zich teruggetrokken had voor het oorlogsgeweld met hun 2 dochters, Isolde en Dagmar. Rudof ging op een boerderij werken, nadat de oorlogservaringen hem alle zin tot zingen ontnomen hadden. De intendant (bestuurder) van de Opera van Hannover slaagde er toch in om hem, na talrijke vergeefse pogingen, weer op de bühne te krijgen. In 1947 werd hij ontdekt voor het maken van grammofoonplaten. Schock heeft tot aan zijn dood ontelbare opnamen gemaakt voor Electrola/EMI, en die opnamen maakten hem wereldberoemd. Hij zong onder andere samen met Anneliese Rothenberger, Elisabeth Schwarzkopf, Christa Ludwig, en Dietrich Fischer-Dieskau Hij trad op in Hannover en Berlijn en in 1948 zong hij voor de eerste keer op de Salzburger Festspiele. In 1949 gedurende een aantal maanden doorkruiste hij heel Australië, waarna zijn carrière pas echt begon. Hij had met zijn prachtige stem en optredens in de Duitse operagebouwen, concertzalen, radiozenders en televisiestudio’s de mensen betovert. Hij zong in de staatsopera's van Berlijn, Hamburg, München en Wenen. Zijn roem weerspiegelde zich ook in talloze films als "Du bist die Welt für mich" (je bent de wereld voor mij), "König der Manege" (koning van de manege), "Stimme der Sehnsucht" (stem van verlangen), "An jedem Finger Zehn" (aan iedere vinger tien) en "Der fröhliche Wanderer" (de vrolijke zwerver) en optredens in televisieprogramma's. Rudolf Schock heeft vele onderscheidingen ontvangen waaronder in 1957 zijn benoeming in Wenen tot Kammersänger. In 1961 ontving hij de gouden Electrola-ring. De stad Duisburg eerde hem met de Mercator-medaille en heeft na zijn dood een straat naar hem genoemd. Rudolf Schock was ook in Nederland een geliefde zanger en heeft menigeen aangename uren bezorgd. Schock bereikte een zeer breed publiek, ook zij die nooit in een concert- of operagebouw zouden zijn binnen gegaan. Renata Tebaldi (1922-2004)
Het operagebouw was in 1943 door de geallieerden platgebombardeerd en werd in recordtempo weer opgebouwd. De keus van Toscanini voor Tebaldi werd zeker ingegeven door haar toen al fabelachtig geluid ('de stem van een engel', volgens de dirigent), maar ook door het feit dat de voor de fascisten gevluchte Toscanini met iets ‘nieuws’ wilde komen, iets dat niet besmet was door het regime van de door hem gehate Mussolini. Tebaldi maakte haar Amerikaanse debuut als Aida bij de Opera van San Francisco, spoedig gevolgd door haar debuut bij de Metropolitan Opera op 31 januari 1955. Daarna trad ze nog geregeld op in the Metropolitan Opera in New York. Tebaldi trok zich terug van het toneel in 1973 en van het concertpodium in 1976. Ze bracht haar tijd grotendeels door in Milaan, maar overleed eind 2004 in haar huis in San Marino. Gehuwd is ze nooit geweest, en de schandaalpers haalde ze alleen als haar grote rivale, de Grieks-Amerikaanse diva Maria Callas, weer eens meende allerlei uitspraken over haar te moeten doen. Tebaldi behield in deze tweestrijd altijd haar waardigheid. Bebop
Dizzy Gillespie (1917-1993)
Hij ontmoette altsaxofonist Charlie Parker met wie hij bevriend raakte. In 1942 zat hij met Parker in de band van pianist Earl Hines en werd Dizzy's compositie "A Night In Tunisia" (een nacht in Tunesië) ten gehore gebracht. Dit was de eerst bebopmuziek. Zanger Billy Eckstine verliet de band om een eigen big band op te richten, waarna ook Dizzy en Bird volgden en de eerste bebop big band oprichtten. De muziekstijl was snel en experimenteel en werd niet altijd gewaardeerd in die periode. De Afro Cubaanse muziek ging ook een steeds belangrijkere rol spelen in de band. Chano Pozo componeerde de nodige muziek voor de band, waarin nu ook mensen als James Moody, Cecil Payne en John Lewis zaten. Parker overleed in 1955 aan een overdosis, maar Dizzy gebruikte niet en ging door. Hij werd de koning van de bebop en is altijd blijven experimenteren. Hij wisselde kleine -en grote bezettingen met elkaar af. In latere jaren had hij een hechte samenwerking met trompettisten Jon Faddis en Arturo Sandoval. Latijns-Amerikaans
Edmundo Ros (1910)
Van 1927 tot 1937 woonde het gezin in Caracas, Venezuela. Hij speelde in de Venezolaanse Militaire Academie band, en als een paukenist in de Venezolaanse Symphony Orchestra. Later ontving hij een muziekstudiebeurs van de overheid, op grond waarvan 1937 tot 1942 hij harmonie, compositie en orkestratie aan de Royal Academy of Music in Londen studeerde. Tegelijkertijd was hij de zanger en percussionist in de band van Marino Baretto. In 1942 richtte hij zijn eigen Rumba-Band op, Edmundo Ros en zijn Rumba band. In 1946, bezat hij een club, een dansschool, een platenmaatschappij en een kunstenaarsagentschap. Zijn band groeide uit tot een 16 muzikanten tellend orkest en werd omgedoopt Edmundo Ros en zijn orkest. Ros bleef actief met zijn orkest tot 1975. Hij ging met pensioen en verhuisde naar Spanje. In januari 1994 trad hij voor het laatst voor publiek op. En verder
Harry James (1916-1983)
Rond 1940 startte Harry zijn eigen big band en werd zeer bekend en geliefd bij het publiek, zeker nadat hij trouwde met filmster Betty Grable. Als trompetsolist was hij de smaakmaker van de band, maar ook vocalisten als Helen Forrest, Kitty Kallen, Frank Sinatra, Louise Tobin en drummer Rich zorgden voor populariteit van de band. James leverde diverse composities af als "Two O'Clock Jump" (sprong van twee uur) en "Trumpet Blues". Verder was hij o.a. te zien in de films "The Big Beat" en "The Ladies Man" en had zijn eigen tv-show: ‘The Harry James Show’. Zijn big band bleef hij trouw en trad daarmee op tot 9 dagen voor zijn dood in 1983. Paul Robeson (1898-1976)
In de Verenigde Staten groeide zijn populariteit gestaag tijdens de Tweede Wereldoorlog. Robeson zat in de jaren 1939-1949 aan de top van zijn populariteit. Robeson was op heel veel gebieden uitzonderlijk begaafd, en hij benutte die gave ook door keihard te werken. De tragiek van zijn leven is geweest dat hij altijd, maar vooral in zijn jeugd en als jongvolwassene, heeft moeten opboksen tegen racisme en vooroordelen wegens zijn huidskleur. Dit dreef hem in de armen van de communistische beweging en maakte hem een paradepaardje van communistische regimes overzee, waar in ieder geval zijn huidskleur geen probleem was, wat voor hem zo belangrijk was dat hij andere tekortkomingen van deze regimes niet heeft willen zien. Paul Robeson overleed in 1976 in Philadelphia waar hij met zijn zuster woonde. Hij is begraven op de Ferncliff-begraafplaats in New York. Hoagy Carmichael (1899-1981)
In 1936 ging Hoagy naar Hollywood, en in daarop volgende tien jaar verlegde hij zijn werkterrein van backstage naar het voetlicht. Hij werd een sterartiest, trad op, nam platen op en dook op in films zoals "To Have and Have Not" (hebben en niet hebben) en "The Best Years of Our Lives" (de beste jaren van ons leven). Hoagy trouwde en kreeg twee zonen. In 1946 had hij drie hit singles in de bovenste vier van de Amerikaanse hitlijst. In 1951 won hij een Oscar voor ‘In the Cool, Cool, Cool of the Evening.’ Hij kreeg ook een eigen TV-show, ‘The Saturday Night Review’. George Formby (1904-1961)
In het begin nam hij het oude materiaal van zijn vader over, maar al snel maakte hij naam als komische zanger zichzelf begeleidend op de jukelele of banjelele. Dit instrument was aanvankelijk een hobby van George, maar omwille van een weddenschap besloot hij om het instrument ook op het toneel te gaan bespelen. Het werd zijn handelsmerk. George Formby sloot aan bij de traditie van de Music Hall met zijn volkse repertoire van ondeugende liedjes vol dubbelzinnigheden. Met zijn onnavolgbare mimiek en aanstekelijke spel op de jukelele werd hij in de jaren dertig en veertig de lieveling van het Britse publiek. Zijn eerste commercieel succesvolle plaatopname - met de Jack Hylton Band - dateert uit 1932. In totaal zou Formby gedurende zijn carrière meer dan 230 grammofoonplaten op zijn naam schrijven. In 1934 wordt zijn eerste geluidsfilm een groot succes. Hij krijgt een contract voor nog eens elf films met Associated Talking Pictures, daarna sluit hij een contract af met Colombia Pictures. In zijn films zet George Formby ook het type neer van de goedgemutste muzikale komediant. Zijn populariteit bereikte een hoogtepunt toen hij in 1937 een optreden mocht verzorgen in de Royal Variety Show. In de Tweede Wereldoorlog trad hij op voor de Britse troepen in Noord-Afrika. West-Europa en het thuisfront kregen een morele oppepper wanneer hij in zijn films blijmoedig de nazi’s voor schut zette. In 1944 ontvangt hij de Stalinprijs, een uitzonderlijke eer voor een niet-Rus dat hij te danken heeft aan de immense populariteit van zijn films in Rusland. In 1946 werd George Formby onderscheiden met de Order Of The British Empire. In Nederland worden na de oorlog de films van Formby in de bioscoop vertoond en hij wordt enorm populair. George Formby kreeg in 1951 zijn eerste hartaanval. Zijn tweede, tien jaar later, werd hem fataal. Zijn bijzetting op Warrington Cemetery werd bijgewoond door naar schatting 100.000 belangstellenden. Frank Sinatra (1915-1998)
Daarnaast stond de zanger bekend om zijn ogenschijnlijk nonchalante, maar in de praktijk hoogstaande, creatieve, zich tussen de tellen door bewegende manier van zingen, die ook nu nog ongeëvenaard is. Frank besloot al op jonge leeftijd dat hij zanger wil worden. De jonge Frank zong in zijn vrije tijd liedjes van Bing Crosby, om zo zijn zangkunst te oefenen. Geld voor zangles was er niet. Sinatra trad al in de jaren dertig op als zanger bij een band. In de jaren veertig sloot hij zich aan bij het Tommy Dorsey Orchestra, waar hij zich succesvol wist te onderscheiden. Met het orkest van Dorsey scoorde Sinatra een aantal grote hits, waaronder "I'll Never Smile Again" (ik zal nooit meer glimlachen), en debuteerde als acteur in de film "Las Vegas Nights" (1941). Met zijn rol naast Gene Kelly in de musicalfilm "Anchors Aweigh" (iets met de ankers) brak hij in 1945 definitief door als filmacteur. Deze successen zorgen er voor dat Frank Sinatra uitgroeide tot een nieuw idool. Vooral tienermeisjes zijn helemaal wég van Frank Sinatra. In september 1942 verlaat Sinatra de band van Dorsey en kiest hij voor een solocarrière. Hij tekent een contract bij Columbia Records en scoort zijn eerste solohits met Cole Porter's "Night And Day" (dag en nacht), Irvin Berlin's "White Christmas", "You'll Never Walk Alone" (je zult nooit alleen lopen) en "People Will Say We're In Love" (de mensen zeggen dat we verliefd zijn). Zijn lekker in het gehoor liggende teksten en ontspannen timing deden denken aan crooners, maar zijn knappe uiterlijk maakte hem tot de eerste echte popster met sex-appeal ! In 1947 neemt Frank 72 nieuwe nummers op. Een persoonlijk record in een jaar tijd. Toch is dat jaar niet alleen maar succesvol. Hij wordt verdacht van het onderhouden van communistische contacten, in een periode dat er een anticommunistische wind over Amerika raasde. Maar ook zijn vermeende banden met de maffia worden onder de loep genomen, nadat hij in Cuba is gesignaleerd met maffiabaas Lucky Luciano.
In februari 1995 treedt Frank Sinatra voor het laatst op. Voor een select gezelschap van sporters, vrienden en bekenden verzorgt hij een in alle opzichten gedenkwaardig concert. Als eerbetoon wordt op zijn 80ste verjaardag in december het Empire State Building helemaal blauw verlicht.
Bronnen: Muziekencyclopedie De gouden jaren van de Rock OOR encyclopedie Hitdossier Eigen knipselarchief Radio 2 Radio Nostalgia De platenkast Wikipedia Omroep Max Andere tijden Meer weten over Rudolf Schock www.rudolfschock.nl Meer weten over Frank Sinatra www.sinatra.com Naar volgende deel van dit hoofdstuk Terug naar het overzicht van de De na-oorlogse jaren 1945-1950
|
|