|
|
10. Pleegkinderen en vermiste personen De kwestie van de Joodse oorlogspleegkinderen De problematiek van de joodse oorlogspleegkinderen was een kwestie die na de bevrijding de gemoederen in Nederland lange tijd heeft beziggehouden. Tijdens de oorlog waren deze kinderen òf door hun ouders òf door het verzet van deportatie gered. De bezettingstijd hadden zij in veelal christelijke pleeggezinnen doorgebracht. Na de oorlog diende zich de vraag aan wie de voogdij over deze joodse kinderen, wier ouders de oorlog niet hadden overleefd, kreeg toegewezen: kregen de pleegouders of kreeg de joodse gemeenschap deze verantwoordelijkheid ? De gereformeerde juriste Gezina van der Molen, de latere voorzitter van de Commissie voor Oorlogspleegkinderen, stelde zich op het standpunt dat de joodse kinderen - als hun ouders na de oorlog niet terugkeerden - bij hun pleegouders dienden te blijven. Volgens haar hadden de kinderen recht op een plaats in het Nederlandse volksleven en bovendien was het van belang de band tussen kind en pleegouders niet te verbreken. Deze opvatting werd door de joodse gemeenschap - die deze kinderen door een opvoeding in eigen kring wilden behouden voor het joodse geloof - fel bekritiseerd.
De Nederlandse overheid stuurde aan op een oplossing in het belang van het kind en riep in mei 1945 de Commissie OPK in het leven. Deze Commissie kreeg de voorlopige voogdij over de joodse oorlogspleegkinderen en was verantwoordelijk voor hun plaatsing. In de commissie hadden zowel joodse als niet-joodse leden zitting. Uit onvrede over de oprichting van de Commissie OPK stelde een aantal joden in augustus 1945 een eigen voogdijvereniging op: Le-Ezrath Ha Jeled (Het kind ter hulpe). Zowel binnen de Commissie OPK als tussen de beide voogdijinstellingen ontstonden spanningen die hoog konden oplopen. De bom barstte in juli 1946. Uit onvrede stapten elf van de vijftien joodse leden uit de Commissie OPK. Pas na bemiddeling van een commissie onder voorzitterschap van rechtsgeleerde Eduard Meijers keerden zij terug, totdat in maart 1949 tijdens de afhandeling van de laatste voogdijzaken een definitieve breuk volgde. In de jaren 1945-1949 heeft de Commissie OPK 1.363 voogdijzaken behandeld. Uiteindelijk kwamen 601 kinderen onder joodse voogdij en 403 kinderen onder niet-joodse voogdij. Over de resterende 359 kinderen nam de Amsterdamse Voogdijraad een besluit. Van deze kinderen kwam tachtig procent onder joodse voogdij. Oorlogswezen en vermisten personen Het terugvinden van een vermiste is voor de nabestaanden, ook nog meer dan 65 jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog, van groot emotioneel belang. Zij hebben de verdwijning nooit kunnen afsluiten. Voor de verwerking van het verlies is het belangrijk dat een vermiste alsnog wordt geïdentificeerd. In samenwerking tussen enkele organisaties van politie, leger en Nederlandse Rode Kruis is formeel een project gestart om onopgehelderde vermissingzaken uit de Tweede Wereldoorlog op te lossen. De voorbereidingen voor de werkgroep begonnen al in 2007. In september 2008 is de werkgroep met subsidie van het Nationaal Fonds voor Vrijheid en Veteranenzorg begonnen met een pilot van een aantal vermissingzaken. Over deze vermisten hadden nabestaanden bij het Rode Kruis en bij de Bergings- en Identificatiedienst navraag gedaan. In de naoorlogse jaren probeerden de mensen de draad van hun leven weer op te pakken. Dat ging niet zonder slag of stoot, daarvoor waren de wonden te diep. Kinderen die de oorlog hadden meegemaakt liepen zware traumas op en kregen moeite met het normale leven. Ook voor volwassenen was het vaak moeilijk om hun leven weer op de rails te krijgen, ze hadden vaak te veel gezien. De maatschappelijke en sociale vraagstukken die zich aandienden vereisten een goed inzicht in de problematiek van die tijd. Langzaam en met vallen en opstaan krabbelde het Nederlandse volk weer overeind. Er moest gewerkt worden, en hard, en werken dat konden ze ! Terug naar het overzicht van de De na-oorlogse jaren 1945-1950 11. Het gewone dagelijkse leven na de oorlog
Wie er in de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog recreatief op uit wilde, was voornamelijk aangewezen op de fiets. Kamperen als buitensport was na de Eerste Wereldoorlog in zwang gekomen, aanvankelijk vooral bij de padvinderij en andere jeugdbewegingen. Na 1945 werd de tent ook daarbuiten populair. Toen het wat beter ging at men doordeweeks draadjesvlees en sudderlapjes en op zon- en feestdagen kwam er ossenhaas of rosbief op tafel, geserveerd met groenten van het seizoen. Het verenigingsleven kwam ook weer langzaam op gang. Kerken en wegen werden hersteld. De noodgebouwen van scholen maakte plaats voor nieuwbouw en de kinderen konden weer onderwezen worden. Het op straat rondhangen was daarmee afgelopen. De huisvrouw kon weer rustig boodschappen doen en haar huis op orde brengen. De mannen gingen weer naar hun werk en langzaam vond men het ritme van het dagelijkse leven terug. Na een strenge en zeer lange winter volgde in 1947 een hete en droge zomer met 4 hittegolven en men stond in de rij voor drinkwater. Op 27 juni 1947 werd de tot dan toe warmste dag ooit gemeten. Die dag steeg het kwik tot maar liefst 36,8 graden ! Na de oorlog veranderde er in eerste instantie niet veel in de mode. Vanwege het grote tekort aan materiaal bleef de mode beperkt tot smalle, strenge, wat hoekige en korte jurken en kostuums waarbij de schouders werden benadrukt. Textiel was bijvoorbeeld in Nederland nog tot november 1949 op rantsoen. De kleding van de vrouw kreeg na 1947 een volledig ander silhouet: afgeronde schouders, een smalle taille en een wijde lange rok. De rok was klokkend of gepasseerd en reikte in 1947 bijna tot de enkel. Als reactie op de armoede tijdens de oorlog veel accessoires. Gulden regel: hoed en handschoenen in één kleur, tas en schoenen in een andere kleur. Verder: ceintuurs, stola's, korte halssnoeren, oorknoppen. De schoenen: pumps met hoge en lage hakken, de mocassin of veterschoen met profielzool. Het Parijse modehuis Dior brak in 1947 radicaal met de soberheid door de introductie van de New Look. Het effect was sensationeel. Met smalle lijfjes en wijde cirkelrokken zag het modebeeld er opeens weer elegant en vrouwelijk uit. Na jaren van grove stoffen, driedubbele truien (vanwege de kou) en verlopen afdankertjes, vergaapten Europese en Amerikaanse vrouwen zich massaal aan dit spectaculaire vertoon van luxe. Er was behoefte aan zwier en overdaad.
Hoewel sommigen schande spraken van de rokken en de uitwaaierende mantels waarin vele meters schaarse stof waren verwerkt, had Parijs in een klap haar reputatie opnieuw gevestigd. Parijs dicteerde het modebeeld in de westerse wereld. Alleen een kleine elite kon zich weliswaar de haute couture van de echte ontwerpers veroorloven, maar de confectie en de zelfmaakmode volgden. De New Look werd door menig huisvrouw nagemaakt door de gordijnen te verknippen. Ging in de jaren daarna in Parijs de taille of de rokzoom een paar centimeter omhoog of omlaag, dan werd overal vlijtig de schaar gehanteerd. In Parijs wordt het tweedelig badpak geïntroduceerd: Het kledingstuk werd ontworpen door Louis Réard, een auto-ingenieur, en werd vernoemd naar de Bikini-eilanden in de Stille Oceaan. (Overigens runde Réard vanaf 1946 de schoenwinkel van zijn moeder in Parijs. Hij was in een gevecht met concurrent ontwerper Jaques Heim om wie het kleinste badpak kon ontwerpen. Heim ontwikkelde een klein zwempak en noemde het "Atom". Het antwoord hierop van Réard was de bikini).
Voor de mannen verandert er in de mode al jaren heel weinig. De vorm van het colbert, de pantalon en het overhemd zijn aan het begin van deze eeuw vastgelegd en er is nauwelijks meer iets aan veranderd. Saai dus ! Er zijn parkas en jacks gekomen om het colbert af en toe te vervangen. In latere jaren worden de colberts blazers zonder voering maar de vorm verandert niet. De revers, de knoopsluiting en de drie zakken zijn altijd gebleven. Er is keuze tussen een enkele rij of twee rijen knopen, een grijs, zwart of krijtstreep pak en natuurlijk de hoed ! Het gekrulde pak voor mannen kwam pas vele jaren later. Wat een verschil met de mode voor mannen van nu ! Keuze te over. Terug naar het overzicht van de De na-oorlogse jaren 1945-1950
Omdat ziekenfondsverzekeringen pas in de jaren veertig van de grond kwamen, moesten gemeenten tot die tijd opdraaien voor de ziekenhuiskosten van hun armlastige burgers. In de ziekenhuizen waren de zalen voor de armen en de kamers voor de rijken. Na de oorlog had de wijkzuster volop werk en fietste dagelijks van het ene adres naar het andere. De eerste jaren waren voor de Wegenwacht niet eenvoudig. Er was zo ongeveer tekort aan alles. Gelukkig waren er nog niet zo heel veel autos op de weg. De autos die er waren verkeerden in een zodanig slechte staat, dat ze voortdurend met lekke banden, kapotte lagers, doorgezakte vering en stomende motoren langs de weg stonden. Er werd van die eerste zeven wegenwachten veel inventiviteit vereist. Lekke banden werden volgestopt met langs de weg afgesneden plukken gras, voor het herstellen van gebroken veerpakketten werden blokken hout gebruikt. In 1946 wordt de Wegenwacht uitgerust met motoren. Al snel steeg het aantal motoren van 7 tot 25. De Wegenwacht was vrijwel onmiddellijk een enorm succes. Terug naar het overzicht van de De na-oorlogse jaren 1945-1950 Buitenaardse wezens In 1981 werd toenmalig president Ronald Reagan ingelicht over EBE, een buitenaards wezen van de planeet Serpo, een planeet op 38 lichtjaar van de Aarde. Een memo, na 61 openbaar gemaakt jaar door de FBI, bewijst dat buitenaardse schepen inderdaad geland zijn in Nieuw-Mexico. Het gaat om een memo van speciaal agent Guy Hottel aan de directeur van de FBI. In de memo met als onderwerp Vliegende Schotels onthult agent Hottel dat een onderzoeker van de Amerikaanse luchtmacht heeft vastgesteld dat drie vliegende schotels zijn neergekomen in Nieuw-Mexico en dat de lichamen van buitenaardse wezens zijn geborgen. Roswell werd beroemd nadat er geruchten gingen dat er in de nacht van 2 op 3 juli 1947 nabij een militaire basis vliegende schotels waren neergestort. De lichamen van de buitenaardse wezens werden door het leger weggehaald en onderzocht. Vervolgens werd alles in het werk gesteld om te zorgen dat het publiek er nooit achter zou komen. Het leger liet in eerste instantie in een persbericht weten dat het inderdaad in bezit was van een schotel. Nog geen 24 uur later werd deze verklaring ingetrokken, het ging volgens de autoriteiten om een weerballon die was neergestort. Roswell verdween uit het nieuws tot de zeventiger jaren toen hooggeplaatste militairen begonnen te spreken over het incident. De discussie over dit incident houdt tot op heden wereldwijd aan. De Berlijnse luchtbrug Dood Gandhi Gandhi was te laat voor zijn dagelijkse gebed. Abha en Manu, achternichten van Gandhi, vergezelden Gandhi naar zijn gebedsruimte. Godse, de moordenaar van Gandhi, was zenuwachtig. Godse kwam dichterbij en nam zijn pistool uit zijn jas. Manu had alles gezien en plaatste zich voor Gandhi. Dit hielp niet, want Godse trok Manu van Gandhi weg en schoot driemaal in Gandhi's borstkas. Het enige wat hij kon roepen was Hai Ram, wat betekende O God. De dag na zijn dood kwamen een miljoen mensen naar New Delhi om afscheid te nemen van hun Mahatma. Een zee van mensen volgde de rouwstoet. Ze legden hierbij een afstand af van Birla Bhavan tot Raj Ghat. (± 9 km ). Communistische Coup Tsjecho-Slowakije Met het ontslag van twaalf democratische ministers in Tsjecho-Slowakije is de macht van de communistische partij compleet. Op dringend advies van Moskou worden de ontslagen door de Tjechise president Benes aanvaardt. Een minister die aanblijft, is de partijloze minister van Buitenlandse Zaken Jan Masaryk. Hij staat bekend als een bijzonder begaafde en westers georiënteerde politicus, die voorstander is van de democratie. Het is dus geen wonder dat de communisten hem graag kwijt willen.
Masaryk wordt de hele tijd in de gaten gehouden en is in 1947 het doelwit van een aanslag. Op 10 maart 1948 wordt de minister dood aangetroffen in de tuin van zijn ministerie. Hoewel als doodsoorzaak zelfmoord wordt opgegeven, wijst alles erop dat hij is vermoord. Op 9 mei 1948 krijgt Tsjecho-Slowakije een grondwet naar Russisch model en wordt een één-partij staat. Uit protest legt president Benes zijn functie neer. Hij wordt opgevolgd door de stalinist Gottwald. Afkondiging staat Israël af
DDR Op 23 mei 1949 tekenen in Bonn de ministers-presidenten en parlementsvoorzitters van de deelstaten in het door Amerikanen, Fransen en Engelsen bezette Duitsland een nieuwe grondwet. De Bondsrepubliek Duitsland is een feit. Op 7 oktober 1949 wordt de Duitse Democratisch Republiek (DDR) opgericht. De Duitse Democratische Republiek, vaak ook Oost-Duitsland genoemd, was een communistische staat in Europa. Officieel bestond de DDR van 7 oktober 1949 tot 3 oktober 1990. China Nadat de burgeroorlog tussen de Chinese Communistische Partij en de nationalistische Kwo Min Tang (o.l.v. Tsjang Kai-Sjek ) door de communisten gewonnen is, roept Mao Zedong op 21 september 1949 de Volksrepubliek China uit. Op 1 oktober roept Mao Zedong te Peking officieel de Volksrepubliek China uit. Koreaanse oorlog De gewapende provocatie door de Noord-Koreaanse communisten bracht de VN-veiligheidsraad rond de tafel. Een decreet veroordeelde de Noord-Koreaanse militaire actie als illegaal en als een bedreiging voor de vrede, en een besluit werd genomen om het Zuiden te helpen. De Amerikaanse president Truman vond dat de Amerikaanse regering nu van zich moest laten horen en besloot militair in te grijpen om een verspreiding van het communisme en een vernietiging van Zuid-Korea tegen te gaan Het VN-leger bestond uit soldaten van 16 landen -waaronder de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Frankrijk- en sloot zich aan bij de Zuid-Koreaanse strijdkrachten in de strijd tegen het Noorden. Het militaire succes van de Amerikanen was erg groot. Zo groot zelfs dat de Amerikanen het Koreaanse leger niet alleen tot de grens met Zuid-Korea terugdrongen, maar daar zelfs aan voorbij gingen. Uiteindelijk hadden ze de Koreaanse troepen teruggedrongen tot aan de Chinese grens. China zag dat hun bondgenoot werd ingemaakt en besloot er wat aan te doen. Hun optreden was niet bepaald gering. De Chinese grootmacht besloot een enorme troepenmacht naar Korea te sturen om hun Noord-Koreaanse bondgenoot te helpen. Deze troepenmacht zorgde ervoor dat de Amerikanen steeds meer gebied verloren. Rond 1951 was het Amerikaanse leger teruggedrongen tot de oude grens van noord en zuid Korea. Beide landen waren weer even groot en de democratische westerse macht had zich gemeten met de communistische macht uit het oosten. Op een gegeven moment was een patstelling ontstaan en werd er door beide partijen niet meer gevochten of aangevallen. Dit gebeurde in het jaar 1953. De oorlog eindigde in juli 1953 met een wapenstilstand. Er is echter nooit een officieel vredesverdrag ondertekend. Tibet Terug naar het overzicht van de De na-oorlogse jaren 1945-1950 Zomerspelen 1948 De Nederlandse Fanny Blankers, bijgenaamd: 'De vliegende huisvrouw', wint vier gouden medailles op de Olympische spelen in het Wembley-stadion in Londen: 100 meter hardlopen, (11,5 seconden), 200 meter hardlopen (24,2), 80 meter horden (11,2) en 4x100 meter estafette. Na de Olympiade wachtte haar een massale ovatie in Amsterdam, dat haar als een staatshoofd ontving, compleet met confettiregen. Ten tijde van de Olympische Spelen in Londen was Fanny Blankers-Koen al 30 jaar oud en moeder van 2 kinderen. Tijdens haar sportcarrière pakte ze maar liefst 58 nationale titels en verbeterde 21 wereldrecords.
De drie medesprinters van Fanny, Nettie Witziers-Timmer, Gerda van der Kade-Koudijs en Xenia Stad-de Jong wonnen op de 4x100 ook goud. Nel van Vliet, zwemster, (1926-2006) behaalt tijdens de Olympische zomerspelen een gouden medaille op de 200 meter schoolslag in een Olympisch record van 2:57,2. In 1947, was zij in Monaco al Europees kampioene geworden op dezelfde afstand. Gedurende haar sportcarrière vestigde zij 15 wereldrecords. Eén week na de Spelen werd haar medaille gestolen, in 2004 kreeg ze van het Olympisch Comité een kopie. In het begin had ze de nodige problemen met inschrijven voor internationale wedstrijden, omdat haar vader haar destijds vergeten had aan te melden bij de burgerlijke stand. Nederland won 16 medailles ! Vijf gouden, twee zilveren en negen bronzen medailles. Zilver voor Lida van den Anker-Doedens (kanovaren) en Gerrit Voorting (wielrennen); brons voor achtereenvolgens de heren hockeyers, het heren waterpoloteam, de dames-estafette zwemploeg, zwemster Wies Vaessen, de zeilers Maas Stutterheim en Koos de Jong, gewichtheffer (!) Bram Charité en het internationaal zeer hoog te waarderen dubbele brons van atleet Wim Slijkhuis op de 1.500 en 5.000 meter. Het Belgische wielrennen was zeer succesvol tijdens deze Spelen met goud in de ploegentijdrit, zilver voor Pierre Nihant in de kilometer tijdrit en brons voor Lode Wouters in de wegwedstrijd. Joseph Vissers maakte de Belgische medaille oogst rond met zilver in het boksen bij de lichtgewichten. Terug naar het overzicht van de De na-oorlogse jaren 1945-1950 Olympische Winterspelen in Sankt Moritz In 1948 werden de Olympische Winterspelen gehouden in Sankt Moritz. Er namen 28 landen aan deel met in totaal 669 atleten waaronder 77 vrouwen. Nederland nam deel met 4 mannelijke atleten. Jan Langedijk, Kees Broekman, Anton Huiskes en Aad de Koning. De schaatser Jan Langedijk was de vlaggendrager en de eerste Nederlander die voor de tweede keer deelnam aan de winterspelen. Nederland veroverde geen medailles. Jan Langedijk werd 5de op de vijf kilometer en 6de op de tien kilometer. De jonge Kees Broekman, tegen wie Langedijk op beide afstanden reed, werd 6de op de 5 kilometer en 5de op de 10 kilometer. Zijn eerste internationale succes behaalde Broekman in 1948 toen hij bij het WK allround in Helsinki de vijf en de tien kilometer won. In 1953 was Kees Broekman de eerste Nederlandse schaatser die Europees Kampioen werd.
Henri Oreiller (Frankrijk, Alpineskiën) wist zowel de afdeling als de combinatie te winnen. Daarmee werd hij de eerste Franse Olympische winterkampioen. België haalde in 1948 zijn eerste gouden medaille op de Winterspelen. Deze werd behaald door het Belgische paar Micheline Lannoy en Pierre Baugniet, die het goud veroverden in het kunstrijden voor paren. Bij het Kunstschaatsen zowel bij de mannen als bij de vrouwen viel Noord Amerika in de prijzen. Barbara Ann Scott uit Canada won bij de vrouwen, terwijl Dick Button uit de Verenigde Staten bij de mannen won. Bij het ijshockey was er een rel rond de Amerikaanse teams. Amerika stuurde twee verschillende afvaardigingen: een was voorgedragen door het Amerikaanse Olympische Comité en een werd gesteund door de Internationale ijshockeyfederatie, welke het toernooi zou organiseren. Uiteindelijk werd besloten dat het ene team zou meelopen in het openingsdefilé en het andere zou deelnemen aan het toernooi. De IOC nam zich voor dat als de Amerikanen op een podiumplaats zouden eindigen zij geen medailles zouden krijgen. De Amerikanen eindigde als vierde en werden achteraf uit de uitslag verwijderd. Terug naar het overzicht van de De na-oorlogse jaren 1945-1950 De 9de Elfstedentocht 8 februari 1947 De voorbereiding In de volle hotels en café's heerste op 7 februari tot laat in de avond een gezellige stemming. De volgende morgen blaast een koude wind door de straten van de stad en het vriest ongeveer 12/14 graden. Overal doemen schimmen op - de rijders van de wedstrijd begeven zich naar het gebouw van de Friese Kolenhandel aan de Sneeker- trekweg, alwaar de start zal plaats vinden. Een uitgebreide politiemacht is ter plaatse aanwezig; deze moet er voor zorgen dat alles zich ordelijk voltrekt en geen onbevoegden ontijdig het domein van de start betreden.
Ze bleven achter andere schaatsen om uit de wind te blijven. Behalve deze overtredingen waren er schaatsers die gedeeltes van het parcours aflegden met de auto. Uit het boek: "Een halve Eeuw Elfstedentochten" van januari 1959 wordt het besluit van het bestuur vermeld op pagina 81. Er werd direct een onderzoek ingesteld en tot zijn ontsteltenis merkte het Elfstedenbestuur, dat er èn door tochtrijders èn door wedstrijdrijders overtredingen waren begaan als nimmer te voren. Gevallen van wedstrijdrijders, die hadden opgelegd of die zich hadden laten zuigen door voorrijders, gevallen van tochtrijders, die hele stukken van het traject per auto hadden afgelegd. De zeer slechte weersomstandigheden op deze dag hadden tal van deelnemers tot praktijken verleid, waar ze anders nooit aan zouden hebben gedacht. Uitslag: 1ste Joop Bosman, (10,36), 2de Klaas Schipper (10,37), 3de Jean Nauta (10,46) en vierde Jacob Wynia, (10,51) en 5de Jan van der Hoorn (10,51).
s Avonds bij de prijsuitdeling in de Harmonie bleek, dat er aan deze moeilijke, keiharde Elfstedentocht nog andere moeilijke kanten zaten. Het was er gezellig, hoewel er in de zaal nauwelijks meer dan 300 rijders aanwezig waren. Ongeveer 1.500 deelnemers die 's ochtends waren gestart, ontbraken. De mededeling van bestuurszijde dat het bestuur der Elfstedenvereniging na rijpe overweging had besloten, geen prijzen uit te keren wekte in de kring der rijders verwondering. Het schijnt dat er aanleiding was voor de veronderstelling dat sommige rijders zich niet hebben gehouden aan de bepaling van het reglement, waar volgens de rijder het traject uit eigen kracht - zonder bijstand van elke aard ook - moet volbrengen. Het bestuur verklaarde, dat het dit geval ernstig onder de ogen zal zien en later een beslissing zal nemen. Het duurde drie maanden voordat er een winnaar aangewezen kon worden. Doordat zijn vier voorgangers gediskwalificeerd werden, won Jan van der Hoorn de Elfstedentocht die werd verreden op 8 februari 1947. Jan van der Hoorn eindigde als vijfde, maar werd na een onderzoek van het Elfstedenbestuur alsnog tot winnaar uitgeroepen van de eerste naoorlogse Elfstedentocht. Verder riep het Elfstedenbestuur Anton Verhoeven, landbouwer in het Brabantse Dussen, tot tweede prijswinnaar uit (11,05), kende de derde prijs toe aan de geweldenaar Abe de Vries uit Giethoorn (11,06) en vereerde de sterke Dirk van der Duim uit Oldeboorn (11,16) met de vierde prijs. Toen de dossiers van de Elfstedentocht konden worden opgeborgen, was dit het eindresultaat, dat slechts 40 wedstrijdrijders binnen de gestelde tijd (d.w.z. twee uur na het tijdstip waarop de prijswinnaar arriveerde) waren aangekomen. Van de toertocht arriveerden voor middernacht 180 rijders. Waaronder: de dames Sjoerdje Faber en Wobke Kooistra van Warga en mej. Hepkema van Leeuwarden. Geconstateerd werd dat ongeveer 1.300 toerrijders en meer dan 200 wedstrijdrijders ergens op het traject tussen startplaats en eindstreep waren uitgevallen. Waren de overtredingen van de wedstrijdrijders verklaarbaar en tot op zekere hoogte vergeeflijk in de hitte van de strijd en de werkelijk onmenselijke omstandigheden op deze dag, veel erger waren de fraudes van de tochtrijders, die een waarlijk verbijsterend gebrek aan sportiviteit ten toon spreidden. Slechts één deelnemer biechtte drie dagen na de tocht zijn zonde op, "omdat hij er niet van kon slapen", alle anderen - en dat waren er heel wat - bleven glashard alle schuld ontkennen. Gesloten archieven Dankzij Henk Kroes, tot voor kort de voorzitter van de Vereniging de Friesche Elf Steden, gingen de archiefdozen in 2007 even open. De inhoud blijkt te bestaan uit honderden brieven waarmee rijders elkaar na afloop van de Elfstedentocht van 1947 beschuldigden van onsportief gedrag. Was men er maar nooit aan begonnen, zo verzuchtte Henk Kroes toen hij het onsmakelijkste Elfstedenarchief aller tijden onder ogen kreeg. Na afloop van die loodzware tocht werden tientallen rijders ervan beschuldigd dat ze opgelegd hadden gereden (elkaar vastgehouden tijdens het rijden wat voor wedstrijdrijders verboden is), of zelfs hele stukken per auto of brommer hadden afgelegd. Er is toen besloten om geen prijzen uit te rijken reiken voordat dat allemaal onderzocht was .. Het bestuur ging ver in haar beschuldigingen en stuurde iedere gediskwalificeerde een brief waarin gewaarschuwd werd om het bedrog niet nogmaals uit te halen. Met het besluit tot een onderzoek trok het Elfstedenbestuur van 1947 een beerput open waarvan de rottende dampen zelfs zestig jaar later nog opborrelen. Het openbare moddergooien, waar ook de pers zich maandenlang mee vermaakte, duurde bijna twee jaar. In 2007 was er een reünie van de nog levende rijders van 1947. Zelfs zestig jaar later bleek het leed niet te zijn verwerkt. Deze tocht blijft daarmee de grootste beerput uit de geschiedenis van de Elfstedentocht. En de archieven zijn nog steeds gesloten. Bronnen: Onze vaderlandse geschiedenis door: Klaas Jansma en Meindert Schoor Spectrum Geïllustreerde encyclopedie Parlement & Politiek Bar en Boos (KNMI) Het aanzien Nationaal Archief IOC Harlingse courant Koninklijke Bibliotheek van Nederland Michel van der Plas: Mooie vrede Ismee Tames: Besmette jeugd J. Sintemaartensdijk, De Bleekneusjes van 1945 (Boom; Amsterdam 2002). Gerjan Heij: Het dagelijkse leven in de jaren 40 Andere tijden Verzetsmuseum Nederlands Instituut voor beeld en geluid Nederlands Rode kruis KANP Wikipedia Terug naar het overzicht van de De na-oorlogse jaren 1945-1950
|