(klik op de plaatjes om ze te vergroten en op de blauwe titel van de
liedjes om ze te horen en te zien)
(TIP: mocht uw internetverbinding niet snel genoeg zijn, klik dan links onder op
II)
(er
ontstaat dan een driehoekje met de punt naar rechts)
(laat u het filmpje downloaden en klik dan op het driehoekje)
Buitenlandse kunstenaars in de
jaren veertig
Tussen de twee wereldoorlogen, zien we twee duidelijk verschillende strekkingen
in de schilderkunst. De ene, ‘de nieuwe zakelijkheid’ genaamd, is een reactie
tegen het expressionisme van voor de oorlog. Men grijpt terug naar meer
realistische kleuren, maar niet in zoverre dat de schilderijen weer een
volledige weergave van de werkelijkheid zijn. De vormen en verhoudingen zijn
vaak in die mate, dat het nog steeds een onrealistische weergave van de
werkelijkheid is. Aan de andere kant ontstond het surrealisme. De twee
belangrijkste schilders waren Dalí en Margritte. Bij het surrealisme gaat het om
een zeer nauwkeurige schilderstijl die objecten weergeeft zoals die in onze
dromen zouden verschijnen en die in de werkelijkheid onbestaande zijn.
Tijdens het nazi-regime bestond een zware censuur op de schilderkunst. Té
moderne werken of werken die om verschillende redenen niet in de smaak vielen
bij de Nazi’s (oa werken die door Joodse kunstenaars werden gemaakt) werden niet
getolereerd. De Nazi’s gebruikte hiervoor de term ‘Entartete Kunst’ wat ontaarde
kunst betekent. Na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog vluchtte een aantal
Europese kunstenaars naar de Verenigde Staten. De aanwezigheid van kunstenaars
als Léger, Mondriaan en Duchamp en surrealisten als Breton, Dali, Ernst, Masson,
Matta en Miró gaf het artistieke klimaat daar een nieuwe impuls. Dit was mede
bepalend voor de ontwikkeling van het Abstract Expressionisme.
In deze stroming, afgeleid van het surrealisme, werd het automatische,
intuitieve werken van de kunstenaar weer belangrijk. Het abstract-expressionisme
kan gezien worden als een reactie op de geometrisch abstracte kunst die zich in vele vormen en
onder diverse namen tegen het eind van de jaren veertig in de Verenigde Staten
en in Europa manifesteerde. Het abstract- expressionisme bereikte in de
jaren vijftig zijn hoogtepunt en is van grote betekenis geweest voor de latere ontwikkelingen.
Lucio Fontana
(foto Lothar Wolleh)
Spazialismo. Lucio Fontana, (1899-1968) was een Italiaanse schilder, beeldhouwer en
theoreticus van Argentijnse afkomst. In 1946 richtte hij Spazialismo, een
avant-gardebeweging, op. Vanaf 1925 was de Italiaanse kunstenaar Lucio Fontana
een pionier van de abstracte kunst. Tijdens de Tweede Wereldoorlog schreef hij
in Argentinië zijn 'Witte manifest' over 'spazialismo' (ruimtelijkheid) in de
schilderkunst.
Lucio Fontana
(foto Lothar Wolleh,
1964)
Hij
bereikte dit door monochroom geschilderde doeken met een mes te doorsnijden of
te doorboren. Hij probeerde zich te hiermee te bevrijden van het
tweedimensionale vlak van een schilderij vandaar de naam 'spazialismo'. In 1947
maakte hij een Zwarte, ruimtelijk environment, een geheel zwart geschilderd
vertrek, een vorm van installatiekunst avant-la-lettre. Fontana maakte vooral
abstracte kunstwerken en was een van de eerste kunstenaars die environments
maakte. Lucio Fontana had grote invloed op de beeldende kunst vanaf de jaren
zestig van de 20ste eeuw.
Cobra.
Een internationale groep schilders die in Europa bestaan heeft van 1948
tot 1951. De naam Cobra werd gevormd door de beginletters van de steden
waaruit de oorspronkelijke leden van de groep afkomstig waren
(Kopenhagen, Brussel en Amsterdam). Cobra-schilders stonden de
onbelemmerde expressie van het onbewuste voor, legden de verf dik op het
doek en gebruikten opvallende kleuren om hun werk meer vitaliteit en
kracht mee te geven. Bovendien bedienden ze zich van grillige, aan de
noordse folklore ontleende beelden evenals van mystieke symbolen, en
minder van zuiver abstracte vormen.
St. Ives-groep.
Een groep schilders die gedurende de eerste helft van de jaren
veertig in het plaatsje St.lves aan de kust van Cornwall woonde en werkte. De
meest prominente leden van de groep waren Hepworth en Nicholson, die tijdens de
Tweede Wereldoorlog naar het betreffende stadje waren verhuisd. Hoewel elk van
de leden zijn of haar eigen stijl had, werkten ze allemaal in de abstracte
traditie. Ze maakten werk dat sterk beïnvloed was door het licht, de zee en het
landschap dat hen omringde.
St.Ives
Barbara Hepworth
(1903-1975)
Barbara Hepworth, gebruikte brons voor
haar beelden vanaf midden jaren vijftig, daarvoor maakte zij sculpturen
direct in hout en steen. Het grote succes dat zij vooral na 1945 kende,
dwong haar als het ware haar beelden in een oplage te gaan gieten.
Kenmerkend was echter dat zij beelden, bedoeld om in brons te worden
uitgevoerd, niet als model in was of klei maakte. Zij hechtte eraan ook
deze beelden in een relatief hard materiaal te bewerken, namelijk gips.
Beelden werden of in gips gegoten dan wel op een
frame met een spatel opgebouwd. Daarna bewerkte zij de sculpturen met rasp of
zelfs beitel met hamer. De sporen van deze bijzondere manier van werken zijn ook
in brons duidelijk zichtbaar. Haar belangrijkste inspiratiebron was vanaf midden
jaren ’30 het landschap van Yorkshire en Cornwall; Hepworth vertaalde dit
gegeven in composities van staande en liggende vormen.
Daarvoor was zij al één van de eerste
beeldhouwers die abstract werkte. In St. Ives, Cornwall waar zij vanaf 1939
woonde, werd zij bovendien gefascineerd door het grote verschil tussen eb en
vloed. Zij verwerkte dit thema in haar beelden met behulp van binnenruimtes en
de toepassing van kleur en strak gespannen draadjes. Haar naam wordt vaak in één
adem genoemd met die andere grote Engelse beeldhouwer, Henry Moore (1898-1986).
Hans Hoffman
(1880-1966)
Hans Hofmann was een in Duitsland geboren
abstract-expressionistische schilder die in 1932 naar de V.S. emigreerde. Rond
1933 opende hij zijn school in New York en later in Province-town, Massachusetts.
Een aantal bekende moderne kunstenaars hebben zijn onderwijs gevolgd zoals Lee
Krasner en Helen Frankenthaler. Met zijn tentoonstelling in 1946, op voordracht
van Jackson Pollock, werd hij als eerste kunstenaar 'abstract-expressionist'
genoemd. Hij was een bekende theoreticus van de moderne kunst.
In zijn werk zowel als in zijn geschriften speelt
de eenheid 'vorm en kleur' een centrale rol. In de jaren veertig experimenteert
Hofmann met surrealistische technieken, zoals verf direct uit de tube op het
doek persen. Hans Hofmann vertegenwoordigde een kosmopolitisch modernisme. De
essentie van zijn kunst was de interactie tussen kleurvlakken en de relatie van
deze vlakken met het totaalbeeld. Veel kunstenaars uit New York zijn
rechtstreeks of indirect door Hofmann beïnvloed.
Max Ernst, was een Duitse schilder en
beeldhouwer, die van jongs af aan veelvuldig schildert en tekent. Na W.O. I werd
hij één van de leiders van het dadaïsme in Keulen. Steeds terugkerende objecten
in zijn werk zijn vogels, het woud, de vrouw en de 'gestorven' stad. Het
veelzijdige werk van Ernst bestaat onder meer uit de dadaïstische collage en
assemblage. Hij vond verschillende technieken uit die ook andere kunstenaars
gingen gebruiken.
Tijdens de W.O 2 verbleef hij enige tijd in een
interneringskamp, waarna hij emigreerde naar de Verenigde Staten van Amerika.
Tijdens zijn verblijf in de Verenigde Staten schrijft hij in 1948 de
verhandeling Beyond Painting. Pas in 1952 keerde hij terug naar Frankrijk. Ernst
was voortdurend op zoek was naar nieuwe kunstvormen. Sinds de jaren vijftig
schilderde hij vooral kleurrijke, lyrische, abstracte schilderijen en stond in
1953 op de Biënnale van Venetië, de definitieve doorbraak. Max Ernst wordt
gezien als één van de belangrijkste surrealisten.
Max Ernst
(1891-1976)
Ben Nicholson
(1894-1982)
Ben Nicholson was een Engelse schilder en
objectkunstenaar. Hij studeerde aan de Gresham School in Holt en de Slade School
of Art in Londen. In 1921 verbleef Nicholson tijdelijk in Parijs, waar hij voor
het eerst de werken van Braque, Matisse en Picasso zag. Naar aanleiding hiervan
ontwikkelde hij via het kubisme zijn eigen, vernieuwende concept van het
picturale beeld als een autonoom object. In 1933 maakte Nicholson zijn eerste
volledig abstracte reliëfs: stukken vezelplaat in geometrische vormen die in
verschillende kleuren zijn geschilderd en in lagen op elkaar zijn gelijmd.
In 1940 verhuisde Nicholson samen met zijn tweede
vrouw, de beeldhouwster Barbara Hepworth, naar Cornwall. Samen met de beelhouwer
Gabo verzamelde Ben Nicholson een groep kunstenaars, die bekend werden als de
Schilders van St. Ives. Vanaf 1945 gebruikte Nicholson opnieuw figuratieve
elementen in zijn schilderijen. Behalve streng geometrische abstracties maakte
Nicholson ook landschappen en stillevens die waren gereduceerd tot niet meer dan
enkele schetsmatige lijnen. Ben Nicholson was de belangrijkste vertegenwoordiger
van de concrete kunst in Groot-Brittanië.
Arshile Gorky was een Amerikaanse schilder van
Armeense afkomst. Zijn werk is duidelijk beïnvloed door het werk van Cezanne en
Picasso. Hij wordt in 1932 lid van Abstraction-Création in 1932 en raakt
bevriend met Willem de Kooning met wie hij in 1937 een atelier deelt. Ze hadden
als gemeenschappelijke interesse het synthetische kubisme van voornamelijk
Picasso. Tijdens de Tweede Wereldoorlog sloot hij vriendschap met de naar
Amerika uitgeweken surrealisten André Breton, Yves Tanguy, en de Chileense
schilder Roberto Matta, wiens doel het was de spontaniteit van het vroege
Surrealisme nieuw leven in te blazen.
Onder invloed van het surrealisme maakte hij
vloeiende, biomorfe (deels op natuurvormen, deels op klassieke beeldhouwkunst
geïnspireerd), figuratieve herinneringen aan zijn 'wereldcultuur' waarmee hij
voorloper wordt van het Amerikaanse abstracte expressionisme. Ook verwerkte hij
de expressieve kleuren van de Indiaanse volkskunst in zijn werk. Vanaf 1941
werkt Gorky met heldere achtergronden en kaligrafische lijnen. In 1947 breekt
Gorky met het surrealisme en wijst hij, ondanks zijn grote invloed hierop, het
abstract-expressionisme af. Hij bereikte, gesteund door Matta, zijn eigen stijl.
In zijn late werk 'verzoende' Gorky het kubisme met het surrealisme. Arshile
Gorky raakte door een auto-ongeluk in 1948 verlamd aan zijn rechterhand, zijn
huwelijk strandde en had hij kanker. Arshile Gorky zag geen toekomst meer en
pleegde zelfmoord.
Arshile Gorky
(1904-5-1948)
Roberto Matta Echaurren
(1911-2002)
Roberto Matta Echaurren, was een Chileense
surrealistische schilder architect, en beeldhouwer. In 1934 vestigde Matta zich
in Parijs, waar hij ging werken bij de architect Le Corbusier. In de jaren
dertig leerde hij de schrijver Federico Garcia Lorca en de kunstschilder
Salvador Dalí kennen. Dit tweetal introduceerde hem bij André Breton. André
Breton moedigde Matta aan meer te schilderen. Matta maakte vooral abstracte
landschappen waarin architectonische vormen opdoemden.
Matta bracht de Tweede Wereldoorlog door in New
York. Hier ontmoette hij vele andere gevluchte kunstenaars als André Breton, Max
Ernst, Fernand Léger, Piet Mondriaan, Joan Miró en Tanguy. Bovendien maakte hij
kennis met abstracte expressionistische schilders als Robert Motherwell en
Jackson Pollock. Na de oorlog werd Matta uit de surrealistische groep gezet om
vijftien jaar later weer te worden opgenomen, wegens zijn grote verdiensten voor
de beweging. Matta wordt als een belangrijke vertegenwoordiger van het
Surrealisme gezien.
William Baziotes, was een Amerikaanse abstracte
schilder met, net als Robert Motherwell en Arshile Gorky, surrealistische
tendensen, die vanaf het eerste begin, in de jaren veertig van de 20ste eeuw,
betrokken was bij de ontwikkeling van het abstracte expressionisme in New York.
Baziotes groeide op in Reading, Pennsylvania, dat hij aangemoedigd door vrienden
in 1933 verruilt voor New York om daar zijn schilderstalenten te ontwikkelen. In
New York studeerde hij drie jaar aan de National Academy of Design.
Baziotes kwam pas laat tot de abstractie en
schilderde tussen 1933-1936 vrijwel uitsluitend naturalistische stillevens en
landschappen. Van 1936 tot 1938 was hij werkzaam als docent aan het WPA Federal
Art Project in New York op de ezeldivisie en tot '41 als docent in de Art
Teaching Division. In 1940 leerde Baziotes de surrealisten, waarvonder Roberto
Matta, kennen die naar Amerika uitgeweken waren voor de Tweede Wereldoorlog. Een
jaar later maakt hij via Matta kennis met Motherwell, die hij weer voorstelde
aan kunstenaars als Jackson Pollock en Willem de Kooning die hij op het Federal
Art Project had ontmoet. Baziotes werd sterk beïnvloed door zijn kennismaking
met de Europese surrealisten, door het werk van Joan Miró, en de poëzie van
Charles Baudelaire en de Franse symbolisten.
William Baziotes
(1912-1963)
Vanaf 1941 begon hij te
experimenteren met surrealistische technieken, zoals automatisch schilderen,
daarnaast verdiepte hij zich ook in het synthetisch kubisme. Baziotes exposeerde
in 1942 op de "First Papers of Surrealisme"-tentoonstelling in de Whitelaw Raid
Mansion in New York, samen met Robert Motherwell en David Hare. In 1944 had hij
zijn eerste solotentoonstelling in de Art of This Century Gallery in New York
City. Samen met de kunstenaars Robert Motherwell, Barnet Newman en Mark Rothko
richtte hij in 1948 de beweging Subjects of Art op. De school bestond maar een
jaar, en werd rond 1950 een kunstenaarsclub voor iedereen in New York die
geïnteresseerd was in avant-gardekunst.
Er waren natuurlijk nog veel meer schilders en
beeldhouwers actief in de jaren veertig, maar je kunt ze niet allemaal vernoemen
en behandelen. Vandaar dat ik een selectie heb gemaakt. Als u geïnteresseerd
bent is er op Internet heel veel te vinden en natuurlijk … in boeken over kunst!
Ilse Steel
Noot. Jaren vijftig. In hoofdstuk 16 Kunst in de jaren vijftig wordt
uitgebreider ingegaan op Cobra en haar leden. Klik hier om direct daar naartoe te
gaan.
Bronnen:
Boek: Kunst van de 20ste eeuw
Geïllustreerde encyclopedie uitgeverij Spaarnestad
Charles Wentinck - De vrouw in de kunst
Cultuurarchief
Historici.nl
Kunstbus
Weetnet cultuur
Artnet www.histoci.nl
Schilderijententoonstelling van buitenlandse kunstenaars in de
jaren veertig
Lucio Fontana
Tekening met inkt
circa 1934
Lucio Fontana
Sculpture
1948
Babara Hepworth
Pelagos hout, verf en koord
1946
Barbara Hepworth
The Cosdon Head
1949
Hans Hofmann
Apparition
1947
Hans Hofmann
Chimbote Mural
1950
Max Ernst
De Coctaildrinker
1945
Max Ernst
Feast of the God’s
1948
Ben Nicholson
Still-Life
1945
Ben Nicholson
Lorca
1949
Arshile Gorky
Sochi’s Garden
1940
Arshile Gorky
Bethothral
1947
Roberto Matta
Disasters of mysticism
1942
Roberto Matta
Commit Impossible
1947
William Baziotes
Still Life
1945
William Baziotes
Leaf Figure
1946
Werken
van enkele andere beroemde schilders uit de jaren veertig
Marcel Duchamp
Le Surrealisme
en 1947
Duchamp later werk
With my tong in my cheek
1959
Joan Miro
Woman
1934
Joan Miro
Nocture
1940
Andre Breton
African Mask
circa 1947
Andre Breton
Surrealistisch landschap
1950
Rene Magritte
Sheherazade
1948
Rene Magritte
La Memoria
1948
Salvador Dali
De zwaan
1939
Salvador Dali
Lady Atomica
1949
Jackson Pollock
Eyes in the heat
1946
Jackson Pollock
The key
1946
Robert Motherwell
Poncho Villa dead en alife
1943
Robert Motherwell
At five in the afternoon
1949
Pablo Picasso
Still life with guitar
1945
Pablo Picasso
The Charnel House
1944-45
Ilse Steel
Nederlandse kunstenaars in de jaren veertig
Jan Sluijters
(1881-1957)
Jan Sluijters Jan was de zoon van een houtgraveur en werd al
jong gestimuleerd tot tekenen. Jan Sluijters studeerde aan de Rijks
Normaalschool tussen 1897 en 1900. In 1901 verbleef hij in de schilderklas van
de Rijksacademie, waar hij les kreeg van Nicolaas van der Waay en August Allebé.
Hij won de Prix de Rome in 1904 en bezocht na Rome ook Spanje. Op de terugreis
werd Parijs bezocht. Het werk, dat de jonge kunstenaar naar huis stuurde was
expressionistisch.
De jury schrok en sprak van een "een valsch
streven naar gewild nieuwe kleurstemmingen en naar ruwe hartstochtelijkheid" en
trok de toelage in. Hierdoor moest Sluijters zijn reis abrupt afbreken en naar
Amsterdam terugkeren. In 1927 exposeerde Sluijters voor het eerst in het
Stedelijk Museum in Amsterdam.
Sluijters schilderde landschappen en bloemen, maar hij werd vooral beroemd door
zijn goed getroffen portretten en de vele naakten. Jan Sluijters schilderde
behalve landschappen en familietaferelen opvallend veel kunstenaressen en
vrouwelijke artiesten. Moderne vrouwen die hun leven in eigen hand namen en een
eigen carrière hadden. De vrouwen slaan niet bedeesd en zedig de ogen. neer,
zoals gebruikelijk in die tijd, maar hebben een zelfverzekerde houding, soms
brutaal, erotisch geladen. De schilder liet zich overigens niet leiden door het
klassieke schoonheidsideaal, hij portretteerde jonge en oude vrouwen, blanke en
zwarte, arme en rijke.
Grote ophef veroorzaakten zijn naakte
negerinnen, een onderwerp dat in die jaren ongezien was in de vaderlandse
kunst. Critici vergeleken de vrouwen van Sluijters met vampieren: "Haar rode
mond is de verboden vrucht die lokt in het donkere gelaat. Het gouden naakte
lijf onder den doorschijnend roode sluier is het geweldige vleesch in al
zijn verschroeiende glorie." Behalve afkeuring spreekt hieruit ook de
aantrekkingskracht die uitgaat van de zinderende werken van Sluijters. De
schilder genoot veel aanzien en ontving verschillende onderscheidingen. De
belangrijkste prijs ontving hij in 1937. Tijdens de wereldtentoonstelling in
Parijs kon hij de Grand Prix in ontvangst nemen. In Nederland werd de
kunstschilder geëerd met overzichtstentoonstellingen in het Stedelijk Museum
in Amsterdam in 1941 en 1951 en in 1952 ontving hij het Ridderschap in de
Orde van de Nederlandse Leeuw.
Litho (1939)
Anton Franciscus Pieck
(1895-1987)
Anton Franciscus Pieck - Ambachtsman of
kunstenaar?
Anton Pieck werd samen met zijn tweelingbroer Henri op 19 april 1895 in het
Noord-Hollandse Marinestadje Den Helder geboren. Al heel jong gaven beide broers
blijk van een ongewone artistieke aanleg en tekenvaardigheid, wat vooral door
hun moeder herkent en gestimuleerd werd. Vol overgave stortte de tweeling zich
op hun tekenhobby. Al op elfjarige leeftijd onderscheidde Anton zich door het
winnen van een eerste prijs met een fraaie aquarel van een stilleven op een
Huisvlijttentoonstelling. Een belangrijke gebeurtenis, die hij zijn leven lang
bleef koesteren. De prijs: vijf tubes verf en een fixeerspuitje!
De hobby werd schilderen, perspectiefleer, anatomie en de beginselen van de
kunstgeschiedenis. En met succes; al op 14-jarige leeftijd behaalden de beide
broers Anton en Henri de lagere akte tekenen, drie jaar later, op 17 jarige
leeftijd slaagden zij voor de middelbare akte, voorwaar geen geringe prestatie!
Daarna scheidden zich de wegen van de tweeling, broer Henri kreeg een
vervolgopleiding aan de Amsterdamse Academie voor Beeldende Kunsten. Hij werd
meer als echte kunstenaar beschouwd. Anton werd gevraagd om tekenleraar te
worden aan hetzelfde instituut waar zij beiden hun middelbare akte verwierven.
Een tragische miskenning van Antons wordend kunstenaarschap, hij schoolde
zichzelf verder in de avonduren.
Anton Pieck, was een van Nederlands meest markante en veelzijdige kunstenaars.
Zijn oeuvre omvat schilderijen in zowel olieverf en aquarel, etsen, houtsneden,
gravures, litho's, reistekeningen en boekillustraties. Piecks werk wordt
gekenmerkt door een onstuitbare fantasie en een ongelooflijke precisie in zijn
uitvoering. Het verleden, vooral de 19e eeuw, inspireerde Anton Pieck. Met de
wereld waarin hij leefde, heeft hij zich nooit ingelaten. Anton was een
romantische eenling en sloot de jachtige samenleving buiten. Tekenen was leven!
Enerzijds kenmerkt zijn werk zich door een
geïdealiseerd verleden, anderzijds leefde hij zich uit in de wereld van sagen en
sprookjes. Als illustrator van boeken als o.a. de 'Camera Obscura'. de
feestelijke tiende druk van 'Pallieter' van Felix Timmermans, Vondel's 'Gysbrecht
van Aemstel', de 'Sprookjes van Grimm' en de volledige uitgave van de 'Verhalen
uit 1001 Nacht', die zestien delen in acht banden omvatte en waaraan hij van
1943 tot 1956 heeft gewerkt, toonde hij zijn kracht als tekenaar. Zijn
fantastische tekeningen waren sterk bepalend voor de beelden die de vertellingen
bij lezers opriepen.
Begin jaren vijftig werd Anton Pieck gevraagd
zijn medewerking te verlenen aan het oprichten van een sprookjespark met
speeltuin, De Efteling in Kaatsheuvel. Na een aanvankelijke aarzeling en het
strikt stellen van voorwaarden, die de kwaliteit van de attracties moesten
garanderen, stemde hij toe in het avontuur. Tot 1974 bleef hij actief ontwerpend
en meesturend het themapark begeleiden. Het was, naar eigen zeggen, het
dierbaarste avontuur in zijn leven. Het kan niet ontkend worden dat Anton Pieck
van buitengewoon belang is geweest voor de Efteling. Of het nu gaat om de sfeer,
de stijl of om het gedachtegoed. Overal is de handtekening van de kunstenaar
onmiskenbaar aanwezig. Later ontwierp hij in opdracht van de familie Lips het
‘Autotron’ te Drunen, dat in 1972 geopend werd.
Anton Pieck reisde veel, zijn indrukken legde hij
vast in een groot aantal schetsen en 'reistekeningen'. Zo bezocht Pieck onder
meer Oostenrijk, Duitsland, Frankrijk, Marokko, Italië, Ierland, Wales, Polen,
Zweden, Zwitserland, België en vooral Engeland. Vrije weekenden kende hij
nauwelijks. Pieck werkte zeven dagen per week, zowel 's morgens, 's middags als
’s avonds daardoor had hij nauwelijks tijd had om een krant te lezen, naar de
radio te luisteren of naar de televisie te kijken. Hij kreeg in zijn lange
loopbaan talloze prijzen voor zijn werk uitgereikt en ook werd en wordt zijn
werk veelvuldig tentoongesteld. Sprookjesvertellingen zijn altijd een grote bron
van inspiratie geweest voor Pieck. Exotische werelden en droomvoorstellingen
werden door hem geconcretiseerd in prachtige mysterieuze taferelen op papier of
doek. Het is vreemd dat Anton Pieck door de elitaire kunstwereld nooit als
kunstenaar werd gezien. Zelf heeft hij ook nooit de pretentie gehad om zich een
groot kunstenaar te noemen. Dus stoorde hij zich niet aan de kritiek. Zijn
tekenhand was verfijnd en gevoelig. Zijn onderwerpen vond hij veelal in de
schoonheid van historische dorps- en stadsgezichten, en het bonte leven op
straat, geen elitaire onderwerpen maar het leven van alledag. Hij betitelde
zichzelf als een romanticus, en zijn werk is zoals hij was: mild en beschaafd,
ongecompliceerd en niet revolutionair. Zijn werk zit vol humor; romantische
ironie en humoristische taferelen leken Pieck op het lijf geschreven. Hij bezat
een onuitputtelijke bron van ideeën en had oog voor detail en nuances.
Hij communiceerde met tekeningen of naar zijn
woorden "de prent met een sterk verhalend karakter". Daarin schuilt ook de
kracht van Piecks werk; getekende verhalen van een herkenbare wereld. Hij
herschiep die wereld en schrapte alles wat in zijn weg stond. Door de
herkenbaarheid en toegankelijkheid heeft het werk van Anton Pieck juist een
enorme schare liefhebbers. Het museum in Hattum dat zijn werk permanent
tentoonstelt, trekt vele bezoekers. Op 92-jarige leeftijd, in de nacht van 24 op
25 november 1987 overleed Anton Pieck. Een onafgemaakte tekening prijkte op zijn
tekenbord. Hij stierf in het harnas, zo had hij het ook gewild. Zijn omvangrijk
oeuvre houdt de gedachte aan hem levend, de schare bewonderaars groeit nog
steeds.
Langnek in de Efteling
Tekening van Anton Pieck
Henri Pieck
(1895-1972)
Henri & Anton Pieck
[foto boekomslag: Twee broers drie levens]
Henri Pieck Henri Pieck,
(roepnaam: Han), was communist, architect, schilder, illustrator, spion voor de
Sovjet-Unie, en verzetsman. Hij legde, evenals zijn tweelingbroer Anton van
jongs af aan grote belangstelling aan de dag voor tekenen. Henri Pieck voltooide
een vervolgopleiding tekenen aan de Amsterdamse Academie voor Beeldende Kunsten.
Henri specialiseerde zich vooral in reclametekenen en illustrator van boeken.
Hij illustreerde tientallen boeken, vooral kinderboeken en veel meisjesboeken.
Terwijl Anton veertig tobberige jaren doorbracht als docent op het Kennemer
Lyceum, betrad Henri in de jaren dertig de wereld van de spionage. Henri was een
van Stalins waardevolste agenten en wist door te dringen tot het ministerie van
Buitenlandse Zaken in Londen. Na de oorlog oogstte Anton grote successen,
terwijl zijn broer Henri vreesde, zoals zovele van zijn collega’s, door de
Sovjet-Unie te worden vermoord. Dat hij zijn spionagewerk zo lang kon volhouden
zonder dat zijn omgeving het merkte, kwam ook door zijn grote charme. Iedereen
vond hem aardig en innemend. Vijanden had hij niet. Voordat in 1989 het boek De
GPOe op de Overtoom uitkwam, waarin de levens van de Sovjetspionnen Reiss,
Krivitsky en Pieck centraal staan, dacht menig kunstbroeder van Pieck dat hij in
de politiek ter rechterzijde stond of op zijn minst a-politiek was. Zelfs zijn
tweelingbroer wist niets af van zijn spionageactiviteiten.
In het begin van de oorlog stelde Henri hij zijn atelier ter beschikking voor de
vervaardiging van ‘De Vonk’ de Haagse editie van ‘De Waarheid’. Voor dat
illegale werk werd hij gearresteerd en via de strafgevangenis in Scheveningen en
het kamp Amersfoort in 1941 naar Buchenwald gestuurd. Ook in gevangenschap bleef
Pieck een onverbeterlijke optimist die voor zijn medelotgenoten vaak een grote
steun en hulp was. Zijn tekentalent was hem behulpzaam bij het overleven. Zijn
redding was dat de Sicherheitsdienst niets wist van zijn vooroorlogse
activiteiten voor de Sovjet-Unie. De zware periode in Buchenwald inspireerde
Henri Pieck tot het maken van een bijzondere serie tekeningen over het leven in
het kamp. Hij overleefde, in tegenstelling tot vele anderen, de oorlogsjaren in
Buchenwald. Kort na de oorlog verscheen in Nederland een fraai verzorgde uitgave
met losse tekeningen in een map, gemaakt door de ex-Buchenwaldgevangene Henri
Pieck. Het zijn indrukwekkende en aangrijpende impressies. Onverholen worden de
erbarmelijke omstandigheden van het kamp in beeld gebracht. Veel van deze
tekeningen heeft Han Pieck direct na de oorlog uitgewerkt van schetsen die hij
heimelijk in het kamp heeft gemaakt. De originele tekeningen zijn na zijn dood
ondergebracht bij het Nationaal Oorlogs- en Verzetsmuseum in Overloon. Na
terugkomst in Nederland maakte hij een tweede serie tekeningen, onder de naam
Verwoest Nederland. Henri Pieck is ondanks zijn bewogen verleden minder bekend
dan zijn broer Anton Pieck.
Drie tekeningen uit de map Buchenwald van Henri Pieck 1945
Hendrik Valk
(1897-1986)
Hendrik Valk Hendrik Valk leefde in een tijd waarin de kunstwereld vol in beweging was.
Iets wat in zijn werken ook duidelijk naar voren komt. Hendrik Valk werd in het
begin van zijn kunstenaarschap voortdurend in één adem genoemd met de
kunstenaars van de Stijl, Mondriaan, Van Doesburg en Van der Leck. Valk was
avontuurlijk. Hij timmerde zelf een woonwagen en trok ermee door Nederland, naar
Groningen waar zijn broer Willem woonde. Individualistisch was hij ook. Theo van
Doesburg probeerde hem bij De Stijl te betrekken, maar Hendrik Valk wilde niet
abstract schilderen, hij wilde vrij zijn in zijn kunstuitoefening.
Hoewel zijn werk is ontdaan van al het onnodige en hij de kunst van het weglaten
beheerste, bleef hij de figuratieve kunst altijd trouw. Zijn schilderijen hebben
iets magisch. Typerend zijn Hendriks portretten, die hij met een minimum aan
middelen en een maximaal effect van gelijkenis en karakteruitbeelding op het
paneel zette. Hendrik Valk hield zich intensief bezig met religieusfilosofische
levensvragen en verdiepte zich in wat er over moderne kunst in zijn tijd werd
geschreven. Een ingrijpende gebeurtenis in het leven van Valk was de volledige
verwoesting van zijn atelier tijdens de Slag om Arnhem, waarbij veel van zijn
werk verloren ging.
Aan het eind van de
Tweede Wereldoorlog bevond de schilder Hendrik Valk zich in Arnhem. Het
kapotgeschoten Arnhem portretteerde hij op de door hem ontwikkelde
grafisch-geometrische stijl. Het lijkt een druk, maar het is olieverf. Op de
achterkant staat een gedichtje van de kunstenaar. Na de Tweede keerde Valk terug
naar zijn stilerende stijl van de jaren twintig. Hij ontwikkelde een zeer eigen,
vlakstilerende stijl, waarin hij de zichtbare werkelijkheid tot heel herkenbare,
kernachtige beelden reduceerde. Zijn leven stond in het teken van zijn werk en
zijn gezin.
Arnhem (circa 1945)
Willem Johannes Valk
(1898-1977)
Willem Johannes Valk
Willem, volgde aan de Haagse Academie voor
Beeldende Kunsten de opleiding voor zilversmid en behaalde in 1918 het diploma.
Inmiddels bekwaamde hij zich in het boetseren en behaalde daarvoor in 1919 de
middelbare akte. Hij werd in 1921 leraar in boetseren, houtsnede, vaktekenen en
versieringskunst aan de Academie Minerva. Willem Valk kwam in 1921 naar
Groningen.
Naast het lesgeven maakte hij talloze portretten, naaktfiguren en beelden voor
gebouwen in Groningen. Vanwege dit laatste kreeg hij de officieuze titel van
stadsbeeldhouwer. Willem was een representant van de Amsterdamse School, een
stijl waarbij de beeldhouwkunst een integraal onderdeel vormt van de
architectuur. In de stad Groningen staan veel kunstwerken van Willem Valk. Hij
exposeerde beeldende en toegepaste kunst op Ploegtentoonstel-lingen. Voorbeelden
van zijn werk: de korendrager, koopvrouw, scheepsbouwer en visvrouw op de Kijk
in ’t Jatbrug. Met de verhuizing van de Groninger Rotterdammer
Stoombootmaatschappij van het Lopende Diep naar de Oosterhamrikkade in 1941, was
voor de Gemeente Groningen de weg vrij voor de bouw van een vaste Kijk in ’t
Jatbrug. Meteen werden er ook sculpturen besteld bij de beeldhouwer Willem Valk,
die ze nog in de oorlogsjaren maakte. Het werk aan de brug moest door de oorlog
worden stilgelegd en de beeldhouwwerken werden opgeslagen in een loods. In 1949
kon de bouw eindelijk worden hervat en in 1951 werden de beelden geplaatst.
Valks decoratieve sculpturen vormen een geheel met het brugontwerp. De manshoge,
granieten figuren staan in de ondiepe nissen van de zeshoekige pijlers. Ze zijn
sterk gestileerd en met subtiele, ondiepe inkepingen weergegeven. Het onderste
deel van de figuren is bijna in reliëf; de middengedeelten zijn wat dieper
uitgehakt en vanaf de borst staan ze vrij van de pijlers.
De Scheepsbouwer
Visvrouw
Korendrager
Koopvrouw
Ze representeren
vier beroepen die vroeger veel in deze omgeving voorkwamen. Aan de westzijde
duiden ze op de aanvoer van goederen over zee: de Scheepsbouwer met zijn hamer
en de Visvrouw met de mand op haar hoofd. De oostzijde van de brug verwijst naar
het land: de Korendrager herinnert aan de graanhandel bij de Noorderhaven en de
Koopvrouw naar de handel op de Ossenmarkt.
Maurits Cornelis Escher
(1898 –1972)
Escher - Dag en nacht uit 1937
Maurits Cornelis
Escher
Maurits Escher was
een Nederlandse kunstenaar, die bekend is om zijn houtsneden, houtgravures en
lithografieën, waarin hij vaak speelde met wiskundige principes. Hij was goed in
tekenen, maar verder was hij geen studiebol. In 1919 ging hij in Haarlem
studeren aan de School voor Bouwkunde en Sierende Kunsten. Na zijn studie reisde
hij regelmatig naar Spanje en Italië. Vanaf 1941 verhuisde hij naar Baarn, waar
hij woonde tot 1970. Escher had een sterke voorkeur voor zwarte vlakken. In zijn
leven heeft Escher meer dan 2000 tekeningen en schetsen gemaakt. In zijn werk
vóór 1937 zie je vooral landschappen, waarvoor hij de inspiratie vond in Italië.
Vanaf 1937 maakte Escher tekeningen op basis van zijn wiskundige ideeën. Zijn
gravures verbeelden vaak onmogelijke constructies, studies van oneindigheid en
in elkaar passende meetkundige patronen (vlakverdelingen) die geleidelijk in
volstrekt verschillende vormen veranderen. Veel van de werelden die hij tekende
zijn ontworpen rond onmogelijke objecten zoals de Necker-kubus en de
Penrose-driehoek. Techniek.
Escher had een sterke voorkeur voor technieken waarbij men met een zwart vlak
begint en zwart weghaalt. Escher gebruikte dan ook houtsnede, houtgravure,
lithografie en (in mindere mate) mezzotint Pas in de jaren vijftig van de vorige
eeuw kreeg hij in bredere kring erkenning als kunstenaar, vooral in de VS.
Kristallografen en wiskundigen ontdekten in zijn werk symmetrieën en thema’s uit
hun vakgebieden. In 1951 wordt er over Eschers werk in het Amerikaanse
vaktijdschrift The Studio geschreven. Vervolgens publiceren Time en Life, twee
internationaal gelezen publiekstijdschriften over Eschers werk. De Amerikaanse
belangstelling wordt hierdoor op gang gebracht. Escher krijgt verzoeken voor
nieuwe afdrukken vooral Dag en Nacht uit 1937 is geliefd. Escher krijgt nu ook
tentoonstellingen in het Stedelijk Museum te Amsterdam ( in het kader van een
internationaal Wiskundige Conferentie) in Amerika, Groot Britannië en
uiteindelijk wordt in 1968 in het Haags Gemeentemuseum Eschers eerste
overzichtten-toonstelling gehouden ter ere van zijn 70ste verjaardag. In 1955
wordt M.C. Escher Ridder in de Orde van Oranje Nassau.
In 1965 krijgt hij de Cultuurprijs van de stad Hilversum en in 1967 ontvangt hij
nogmaals een koninklijke onderscheiding. Vanaf 1960 wordt Eschers grafische werk
gebruikt in wetenschappelijke leerboeken. In de jaren zestig werd zijn werk –
tot Eschers verbazing – vanwege de fantastische parallelle werelden omarmd door
hippies en popsterren. Hij had een fascinatie voor Onmogelijke ruimtelijke
objecten. Behalve het maken van grafische werken, illustreerde Escher ook
boeken. Hij ontwierp ook tapijten, postzegels en wandschilderingen. Escher heeft
in totaal 448 litho's, houdsnedes en houtgravures gemaakt.
Gerrit Thomas Rietveld
(1888-1964)
Gerrit Thomas
Rietveld
Gerrit Thomas
Rietveld werd in 1888 geboren als zoon van een meubelmaker. Hij doorliep de
lagere school en ging op zijn twaalfde in de meubelmakerij werken. Tussen 1904
en 1908 volgde hij lessen bij P.J. Klaarhamer, een Utrechtse architect die
experimenteerde met strakke vormen en felle kleuren. In 1911 opende Rietveld
zijn eigen meubelmakerij. Hij volgde avondcursussen en kreeg nieuwe ideeën. In
de periode tot 1917 maakte Rietveld, hetzij in de meubelmakerij van zijn vader,
hetzij in zijn eigen werkplaats, klassieke meubelen.
Hoewel Rietveld
meer dan 350 meubelontwerpen en ongeveer honderd uitgevoerde gebouwen op zijn
naam heeft dankt hij zijn wereldfaam voornamelijk aan twee van zijn vroegste
creaties: de Rood-blauwe stoel uit 1918 en het Schröderhuis in Utrecht uit 1924.
In 1919 vestigt Rietveld zich als een zelfstandige architect in Utrecht. In 1921
begint zijn samenwerking met een binnenhuisarchitect, Truus Schröder-Schräder.
Deze samenwerking leverde het Rietveld-Schröderhuis op.
Aan het eind van de
jaren twintig groeide de belangstelling van Rietveld voor stedenbouw en raakte
hij vooral geïnteresseerd in de vraag hoe men met behulp van massaproductie
betaalbare, maar goed ontworpen meubelen en huizen kon bouwen. Hij formuleerde
plannen voor snel en goedkoop te bouwen sociale woningen, onder andere voor de
Utrechtse nieuwbouwwijk Hoograven, maar opdrachten voor dit soort woningen kreeg
hij niet. Wel bouwde hij vele villa's, en samen met Truus Schröder ontwierp hij
in 1931 een rijtje van zes woningen aan de Erasmuslaan, op een steenworp afstand
van het Schöderhuis. Langzamerhand groeide de waardering voor het werk van
Rietveld ook buiten de kring van avant-garde kunstenaars. Hij maakte
meubelontwerpen voor de firma Metz, ontwierp zomerhuisjes, bouwde de
uitbreidingen van de Jaarbeurs en de textielfabriek van De Ploeg in Bergeyk. In
1954 ontwierp hij het Nederlandse paviljoen voor de Biennale van Venetië, een
tentoonstellingshal met een prachtige lichtval. Het gebouw raakte in onbruik,
maar werd in de jaren negentig gerestaureerd. Ook de kunstacademies van Arnhem
en Amsterdam (de 'Rietveld' academie) zijn van zijn hand. Het eredoctoraat dat
hij in januari 1964 van de Technische Hogeschool in Delft kreeg beschouwde hij
als officiële erkenning. Toen Rietveld een half jaar later stierf, lag zijn
schetsontwerp voor het Amsterdamse Van Goghmuseum op de tekentafel. Het werd in
gewijzigde vorm gebouwd door zijn compagnon J. van Tricht.
De beroemde Rietveldstoel
Eppo Doeve
(1907-1981)
Eppo Doeve
Eppo (Jozef
Ferdinand )Doeve, kwam uit een gezin met 6 kinderen. Vader Justin Theodorus was
bestuursambtenaar met als hobby tuinarchitectuur en moeder Helena Rasira Gable
Kepler genoot bekendheid als sierkunstenares. In 1927 vertrok Eppo uit Bandoeng
om in Wageningen aan de Landbouwhogeschool te gaan studeren. Voor de Tweede
Wereldoorlog werkte hij voor enkele opiniebladen, na de bevrijding tot aan zijn
overlijden in 1981 voor Elseviers Weekblad.
Doeve was lid van Arti en Amicitiae in Amsterdam en nationaal en internationaal
bekend om zijn vakkundige politieke tekeningen. Doeve was een veelzijdige
kunstenaar. Eppo begon omstreeks 1932 met tekenen. Zijn grootste bekendheid
ontleent hij aan zijn werk als cartoonist, illustrator en ontwerper van
boekomslagen, o.a. van de eerste pocketboeken in Nederland, de Prisma-reeks van
uitgeverij Het Spectrum. Ook een aantal omslagen van de Winterboeken voor de
jeugd (1951,1954, 1955, 1956, 1957 en 1958) zijn gemaakt door Eppo Doeve.
Zijn eerste
politieke prent verschijnt op 26 oktober 1946. Doeve brengt een ondernemer
in beeld die is bedolven onder wetten en zit vastgesnoerd. Het sarcastische
onderschrift verwijst naar een dezer dagen veelgehoorde opinie: 'De
Nederlandsche ondernemer moet meer durf en fantasie aan den dag leggen.’Hij
was ook portretschilder en ontwierp bovendien decors, reclamecampagnes en
bankbiljetten. Doeve schilderde bij voorkeur figuurstukken en portretten.
Hij verdiepte zich in het werk van o.a. Carel Willink, Raoul Hynckes en Pyke
Koch en ontwikkelde onder invloed van deze schilders een magisch
realistische en surrealistische schilderstijl. Eppo Doeve werd vooral
bewonderd om zijn technische begaafdheid en zijn artistieke virtuositeit.
Twee boekomslagen van Eppo Doeve
Nicolaas Wijnberg
(1918-2006)
Nicolaas
Wijnberg
Hoewel hij in 1947
met een aantal vrienden de groep De Realisten oprichtte, is Nicolaas Wijnberg
eigenlijk nooit een echte realist geweest. Hij drukte er vooral mee uit wat hij
toen niét was, namelijk een abstract werkende kunstenaar. Wijnberg was een
scherpe waarnemer die in zijn werken de realiteit gebruikte om zijn fantasie tot
leven brengen. Hij begon iedere werkdag altijd met het maken van een tekening
als een soort ‘warming up’. Meestal was dat een zelfportret, een gedeelte van
zijn ontbijttafel of een hoekje van zijn atelier. Ook als hij uitging, had hij
altijd een schetsboekje op zak.
Zelf zei hij ooit daarover: “Er is niets opwindender dan te proberen op een
stukje papier een heel landschap of een mens samen te vatten". Want daar ging
het hem om, het meest elementaire op te zoeken en zijn ogen zo te trainen om die
elementen te herkennen, waar "de essentie van de buitenwereld in is verpakt.
Voor Wijnberg was de tekenkunst het uitgangspunt voor al zijn andere werk, zoals
de grafiek, schilderijen en pastels, maar ook voor zijn ontwerpen voor het
theater. Vier decennia lang ontwierp hij decors, kostuums, lichtplannen,
affiches en programmaboekjes voor tal van voorstellingen en boeken en affiches.
Dorpsgezicht 1947
Nicolaas Wijnberg
was medeoprichter van het Scapino Ballet. In de voorstellingen voor zijn
schilderijen combineerde Wijnberg genres als stilleven-, figuur- en
landschapschilderkunst met elkaar en creëerde daarmee iedere keer opnieuw een
schijnbaar realistische wereld. Vooral zijn kleurgebruik is altijd zeer
persoonlijk geweest: felle kleuren, die eigenzinnig met elkaar gecombineerd
worden. Zijn stijl is te typeren als expressionistisch, hoewel hij in de jaren
zestig van de vorige eeuw ook wel de richting van het surrealisme optrok. Naast
zijn werk als kunstenaar was Wijnberg vanaf 1958 redacteur beeldende kunst van
het literaire tijdschrift Tirade, voerde hij van 1965 tot 1970 een kunsthandel.
Later bekleedde hij het eerste hoogleraarschap scenografie aan de door hemzelf
opgerichte faculteit van de Jan van Eyck Academie te Maastricht. Hij werd ook
onderscheiden, in 2000 ontving hij de oeuvreprijs van het Fonds voor beeldende
kunsten, vormgeving en bouwkunst.
Vrouwelijke kunstenaars in de jaren veertig
Lucia Paulina Wittig-Keijser
(1873-1958)
Lucia Paulina
Wittig-Keijser
Lucia Paulina
Wittig-Keijser was leerlinge van de Rijksnormaalschool te Amsterdam o.l.v. J.D.
Huibers en kreeg later 4 jaar les van C.L. Dake. Zij schilderde en tekende
landschappen en bloemstillevens. Lucie schilderde de natuur het liefst puur,
waarbij ze zelfs de eenvoudigste paardebloem liefdevol weergeeft. Op 4 november
1907 trouwde zij met G.L. Wittig en na zijn overlijden trouwde zij op 23 oktober
1940 met R. Ruijneman. Lucie woonde en werkte in Amsterdam tot 1907, daarna in
Laren. Lucie werkte ook in Brugge, in het Gooi, Kortenhoef enz. Lucia was lid
van 'De Onafhankelijken' en van de Vereniging van Beeldende kunstenaars 'Laren-Blaricum'
Maartse sneeuw in Laren
Bloem stilleven
Waterlelies
Elisabeth Françoise
Bleckmann Roelofs
(1877-1976)
Elisabeth
Françoise
Bleckmann Roelofs
Elisabeth Françoise
(Tjieke) Bleckmann Roelofs (1877-1976) was de dochter van de schilder Willem
Christiaan Bleckmann en vrouw van de bekende Haagse school schilder Albert
Roelofs. ‘Een leven voor (en van) de kunst’ was haar dus niet vreemd. Daarbij
was zij ook Roelofs’ muze en zijn trouwste model: Tjieke Roelofs schilderde en
aquarelleerde vaak landschappen en bloemstillevens in de stijl van de Haagse
school. Daarnaast was ze een goed portret schilderes. Ze was lid van Pulchri
Studio in Den Haag. Werk van haar hand is spaarzaam, want na haar huwelijk met
Albert Roelofs richtte ze zich meer op het moederschap en had ze weinig tijd om
te schilderen.
Bloemen in Chinese vaas
Haven van Urk
Stilleven met wilde rozen
Charley Toorop
(1891-1955)
Charley Toorop
Charley Toorop
kunstenares -schilderes en lithografe- werd op 24 maart 1891 in Katwijk aan zee
geboren als Annie Caroline Pontifex Toorop. Voordat ze in 1910 besloot voor een
loopbaan in de beeldende kunst, studeerde Toorop zang en viool. In Nederland was
ze één van de belangrijkste kunstenaars in de jaren dertig, maar ze is nooit
bekend geworden in het buitenland. Charley Toorop wordt beschouwd als de
krachtigste vrouw in de Nederlandse schilderkunst van de twintigste eeuw. Ze
schiep een eigenzinnig, zelfbewust en sociaal bewogen oeuvre.
Het vroege werk van Charley Toorop stond onder invloed van het expressionisme.
Haar grote voorbeelden waren o.a. de schilders van Der Blaue Reiter, zoals
Kandinsky, wiens werk Charley in 1912 zag op een tentoonstelling. In deze
periode schilderde ze vooral landschappen, portretten en zelfportretten. Ze
maakte vanaf 1916 deel uit van de kunstenaarsgroep Het Signaal, die een diepe
beleving van de werkelijkheid voorstond door kleuren en lijnen zwaar aan te
zetten en felle kleurcontrasten aan te brengen (Bergense School). Tijdens de
Tweede Wereldoorlog schilderde Charley Toorop een aantal indrukwekkende
schilderijen, die vooral de ellende weergaven van de gewone man of vrouw, levend
onder het oorlogsgeweld. Voorbeelden van deze werken zijn o.a. ‘Clown tussen de
ruïnes van Rotterdam’ uit 1940 en ‘Arbeidersvrouw tussen ruïnes’ uit 1943.
De oorlogstijd met
evacuatie uit haar atelier in Bergen, haar bezorgdheid voor haar voormalige
joodse schoondochter, die met John getrouwd was geweest, haar weigering om lid
van de Kultuurkamer te worden, maakten haar depressief. Ook na 1945 zag zij
gevaren in de kracht van een groeiend fascisme en in de macht van de katholieke
kerk. Meer en meer vatte zij sympathie op voor het communisme en ten slotte werd
zij, in 1947 lid van de Communistische Partij van Nederland. Haar laatste grote
schilderij, de Drie Generaties, werd tussen 1941 en 1951 geschilderd. Zij
beeldde daarin drie schilderskarakters uit: haar vader Jan Toorop – in de vorm
van een bronzen kop door John Rädeker -, haar zoon Edgar en zichzelf. Een
schilderij waarin ze waarheidsliefde en zin voor symboliek verenigde. Charley
Toorop overleed op 5 november 1955 in haar huis in Bergen met een laatste doek:
‘Rozen in herfst’ onafgemaakt op de ezel.
Zelfportret (1938)
Clown in de ruines van Rotterdam (1940)
Drie generaties (1941-1950)
Adri Pieck
(1894-1982)
Adri Pieck
Adriana Jacoba
Pieck stamt uit een familie die veel schilders en tekenaars heeft voortgebracht
waarvan haar neef, de bekende tekenaar Anton Pieck, de bekendste is. Adri Pieck
kreeg al op zeer jeugdige leeftijd tekenles van haar vader, de Haagse
tekenleraar A.F. Pieck (niet te verwarren met Anton Pieck). en vervolgens van
W.A. Knip in Laren. Van 1909 tot 1911 volgde ze lessen aan de Rijksacademie in
Amsterdam. Samen met haar in 1920 overleden zuster Gretha trok zij er dagelijks
op uit om te tekenen in de omgeving van hun woonplaats Bussum.
Na haar opleiding aan de Rijksacademie in Amsterdam vestigde de schilderes zich
in Hollandsche Rading, waar ze in 1982 overleed. In haar schilderijen, pastels
en tekeningen zocht Adri Pieck geen aansluiting bij bepaalde kunststromingen.
Bepalend voor haar werk zijn een verfijnd naturalisme met nadruk op elegante
lijn en helderheid van kleur. Adri en haar zuster Gretha zouden ongetrouwd
blijven en bewoonden tot het eind van hun leven een huisje dat grensde aan het
natuurgebied De Hollandsche Rading bij Hilversum. Vol bewondering voor het
omringende landschap met haar dieren en planten, leefden zij daar een
uitzonderlijk rustig bestaan waarin slechts plaats was voor de natuur en de
schilderkunst. Rustig. Adri legde zich vooral toe op verfijnde landschappen,
stillevens en portretten. Adri Pieck was een bijzondere vrouw in de wereld van
de kunst. Niet alleen omdat ze een vrouw was, maar ook omdat zij in haar werk
geen aansluiting zocht bij bepaalde kunststromingen. Toen Adri in 1982 overleed
liet zij naast een omvangrijk oeuvre, ook de wens na haar nalatenschap
beschikbaar te stellen voor jonge kunstenaars. Er werd een stichting gevormd,
die sinds haar oprichting 18 maal de prijs uitreikte.
Landschap heuvelrug 1930
Boerenvrouw 1945
Botters in de haven
Gretha Pieck
(1898-1920)
Illustratrice,
graficus, tekenares, vervaardigster van houtsneden en etser. Ze woonde en werkte
o.a. Amsterdam, Bussum en Maartensdijk. G.Pieck was leerling van 'St.Lucas' te
Amsterdam en kreeg les van Toon de Jong en Willem Knip. Gretha overleed aan de
Spaanse griep en werd slechts eenentwintig jaar oud.
Bronnen: Boeken:
Kunst van de 20ste eeuw
Geïllustreerde encyclopedie
Charles Wentinck - De vrouw in de kunst
Paul Arnoldussen & Hans Olink - Anton & Henri Pieck Twee broers - drie levens
Koningklijke bibliotheek