SeniorPlaza

Herfst

Start
Nieuwtjes
Nieuwsbrief
Lente
Pasen
Koningsdag
Gezondheid
Column
Componisten
Jazz
1930-1945
Jaren 45-50
De jaren 50
Jaren 60 en 70
Nostalgie
Oude foto's
Op zoek naar
Liedjes
Liedjes Zoek
Opzegversjes
Oude Gedichten
Voordrachten
Poezieversjes
Cadeautips
Vakantie
Wereldwonder
FinanciŽn
Verhalen
Gedichten
Prikbord
Boeken
Er op uit
Uitgaan
Creatief
Spelletjes
Sport
Links

Klik op een knop voor meer informatie


(met dank aan Liesbeth de Nijs voor het geleverde materiaal)

(klik op de plaatjes om ze te vergroten)

 
Kijk en luister naar De Vier Jaargetijden van Vivaldi

Volkscultuur Herfst

Herfstspreuken

Gedichten over de herfst

Herfstliedjes

Herfsttinten

Paddenstoelen en zwammen

Herfst-Uitstapjes

Herfst Recepten

Herfst Kleurplaten

 

 

Volkscultuur herfst

Vadertje Herfst

Prent van

Jan Lievens

Vadertje Herfst is de verpersoonlijking van het jaargetijde herfst in de prentkunst. In een invloedrijk handboek op het gebied van de iconografie van de hand van de Italiaan Cesare Ripa komt deze figuur voor. 

De uitbeelding van de seizoenen was een populair thema vanaf de Middeleeuwen. Deze seizoenen speelden een grote rol in de tijdsbeleving, werkzaamheden en dagindeling van de gewone mensen op het platteland en, in mindere mate, ook in de stad.

 Welke maand wordt herfstmaand genoemd ?

September heet herfstmaand, omdat op 21 september de herfst begint. De zon staat eind september boven de evenaar. Vanaf dan worden de dagen weer korter. Andere benamingen voor september zijn fruitmaand en gerstmaand.

Weer

Ook al begint in september de herfst, het kan nog zeer aangenaam weer zijn. Weerspreuken van 1 september (Sint Egidius) en 8 september (Geboorte van Maria) vertellen iets over het weer in de rest van de herfst.

Bijvoorbeeld:

Op 1 september heel mooi weer, de herfst zal mooi zijn evenzeer.

 Is Sint Egidius heet, 't geeft schone herfst met zweet.

 Mooi weer op Maria's geboorte duurt acht weken voort.

Met Sint Lambertus (7 september) moeten de werkzaamheden op het land afgerond worden. Het werk verplaatst zich van buiten naar binnen.

Bijvoorbeeld:

Sint Lambertus brengt het spinnewiel bij de haard.

Bron: Volkscultuur           

Terug naar het overzicht

Herfstspreuken

In het najaar veel wind uit het westen,

Even lang zal hoge wind ons in 't voorjaar pesten.

Veel nevel in de herfst, veel sneeuw in de winter.

Is in de herfst het weer lang klaar, vroeg is een strenge winter daar.

De herfst met nevel doortrokken, toont een winter met sneeuwvlokken.

Vallen de bladeren niet vroeg, dan wordt de herfst niet oud.

Brengt de herfst ons laat nevelvlagen, dan zal sneeuw ons in de winter plagen.

Worden de bladeren, geel en krom, kijk naar uw kachel om.

Brengt het najaar helder weer, ’t zal des winters stormen op het meer.

Verdwijnt de boer van de akker, worden jager en hond wakker.

Als de zwaluwen vertrekken voor de noten rijp zijn en de ganzen vroeg beginnen over te vliegen,

Is een vroege winter te verwachten.

Verdwijnt de boer van de akker, dan wordt de snoeker wakker.

Veel noten, harde winter.

Komt van het land de veldmuis, breng dan turf en hout in huis.

Veel harde noten op het hout, maakt de winter hard en koud.

Kruipen de muizen in de grond, ze maken een strenge winter koud.

Als de bomen twee keer bloeien, zal de winter tot mei zich met ons bemoeien.

Kruipen de muizen in de aard, weer voor een strenge winter vervaard.

Bloeien de bomen tweemaal op een rij, zal de winter zich rekken tot in mei.

Hebben katten in de herfst een heel dikke vacht, dan wordt een strenge winter verwacht

Houden de bomen hun bladeren lang, weest voor een strenge winter bang.

Houden de kraaien school, zorg dan voor hout en kool.

Als laat in de herfst bij het hakken het sap nog uit de berk vloeit, zal een een winter komen die niet streng is.

Draagt de haas nog een zomerkleed, dan is de winter nog niet gereed.

Volgt de eerste sneeuw op regen, houdt een harde winter tegen.

Terug naar het overzicht

 

Gedichten over de herfst

Najaarslaan

Ik keek in de gouden heerlijkheid

Van een najaarslaan,

Het was of ik de goudene deuren wijd

Zag openstaan,

Het werd mij, toen ik binnen ging,

Of ik door gouden gewelven liep:

Ik aarzelde even, ik ademde diep,

Diep van verwondering.

Ik voelde mij eerst als een kindje, dat stout

Doet wat verboden is;

Ik sprak: "Zijn voor mij die gewelven gebouwd?

Ben ik zoo rijk, dat van louter goud

De gang mijner woning is?"

Toen sprak ik: "Deze gouden grot

Is immers geen menschenpaleis."

Ik sprak: "Het is een betooverd slot,

Dat lang op sprookjeswijs

Geslapen heeft en stil gewacht,

Op één, die de poorten ontdekken zou,

De doode gewelven wekken zou

Van 't huis, dat ieder menschenhuis

Te boven gaat in pracht."

Ik sprak: "Hoe ben ik zoo rijk, zoo rijk!

Hoe ben ik zoo rijk, mijn God!

Welke aardsche woning is gelijk

Aan dit, mijn sprookjesslot?"

Trotsche, of ik een prinsesje waar,

Ging ik door 't goud;

Aan beiden zijden stond daar,

Schragend de gangen, hoog en zwaar,

De zuilen opgebouwd.

Waar gouden de portalen zijn,

Hoe zullen daar de zalen zijn!

Ik zag aan 't einde van mijn pad

Een kleine ronde poort,

Als blauw saffier in goud gevat,

En haastig, vol verlangen trad

Ik door de gangen voort.

Ik sprak: "Als bij mijn aankomst wijd

Die poorten openstaan,

In welk een groote heerlijkheid

Zal ik dàn binnengaan,

Indien van goud de gangen zijn,

Hoe groot moet mijn verlangen zijn,

De zalen in te gaan!"

 

Jacqeline E. van der Waals

 

Herfstsonate

 

wuivend in de milde herfstzon

schitteren de vele kleuren

als op een schilderspalet

strak tekenen de nerven zich af

De wind speelt krijgertje

met de blaadjes die zich

als een vliegend tapijt

aaneen gesmeed voortbewegen

opgejaagd en weer uiteengerukt

om met een laatste buiteling

zacht dwarrelend neer te komen

op de zwarte aarde die hen wacht

 

Ilse Steel

 

Heer Herfst

 

(klik op het plaatje)

 

Vrouwe zomer is heengevaren

Over de blauwe zee:

Wel honderdduizend vogeltjes

Namen vrouwe Zomer mee.

 

Zag je haar henenreizen

Tussen haar zangersvolk?

Zag je har hand nog wuiven

Blank door een spreeuwenwolk?

 

Nu komt heer Herfst gereden

In snelle, woeste galop,

Een oliejas om de schouders

En een grote zuidwester op.

 

Waar is de goud-zijen mantel,

Die hij andere jaren had ?

Waar is de krans om zijn slapen

Van roodbruin eikenblad ?

 

Hij jaagt zo donker daarhenen:

Een grimmige grauwe held

‘Heer herfst, wie heeft je verslagen,

Ginds in het oktoberveld ?'

 

'Twee reuzen, slagregen en stormwind,

Hebben mijn  rijk overstroomd;

Zij hebben mijn hoven geplunderd,

Ontbladert struik en geboomt’.

 

'Zij hebben mijn feestkrans gestolen,

Mijn gouden mantel verstopt;

Ik heb bij de zon en de sterren

Vergeefs om hulp geklopt.'

 

In oliejas en zuidwester

Rijdt hij verbijsterd door ’t woud,

En zoekt in de ontbladerde lanen

Vergeefs naar zijn mantel van goud.

 

Margot Vos

Uit: Rozemarijn

 

Herfst feest

 

Paddestoelen, beukennootjes,

dwarrelblaadjes, rood en geel.

Buiten vind je al die schatten

van de herfst, zoveel, zoveel.

      

Regenvlagen, hagelbuien,

pijpenstelen, hondenweer.

Maak een paraplu van blaadjes

en geen druppel raakt je meer.

      

Spinnenwebben, nevelslierten,

de geheimen van de mist.

Wie dit feest niet mee wil vieren

heeft zich in de herfst vergist.

 

Ilse Steel

 

Herfst

 

Ik houd de herfst in mijn hand

Oogstrelend is de kleurenpracht

De mist ligt als een lijkwade over het land

 

Een kruidige geur stijgt op uit de aarde

Allesoverheersend

Stormwinden razen over het land

 

Zilverkleurig spinrag omhelst de struiken

Kevertjes zoeken hun weg

De laatste bloempjes vleien zich neder

 

De wolken spelen krijgertje in de lucht

Dan laat de zon zich plotseling zien

En legt een gouden gloed over het land

 

Ilse Steel

 

Herfstkind

 

Gevangen in schitterende kleuren

zingt haar hart een melodie

een bitterzoete geur omhult haar

Melancholie

 

Zwervend door het bos

omringd door eeuwenoude bomen

voelt zij het oerbestaan

Melancholie

 

Haar gouden lokken dansend in de wind

een vurige blos overdekt haar wangen

eindelijk vrij en onbevangen

Melancholie

 

Ilse Steel

 

Terug naar het overzicht

 

Herfstliedjes

Herfst

Rood en goud, rood en goud,

Zijn de kleuren van het woud,

Rode beuken, gouden berken,

Delen 't bos in bonte perken.

 

Rood en goud, rood en goud,

Zijn de kleuren van het woud,

Goud en rood, goud en rood,

Dwarrelt neer in greb en sloot.

 

Rode wingerd, gulden linde,

Netelblad en heggewinde,

Goud en rood, goud en rood,

Voeren 't bos ten najaarsdood.

 

Herfst

Nu bloeien in 't jonge gras niet meer

Meizoentjes wit en geel;

Nu hoor je niet meer in het dichte groen

Gejubel en vogelgekweel.

Het krekeltje zwijgt en het Noorden blaast koud

Door 't zwijgende, hijgende woud.

 

Nu zie je-in 't gewelf der beukenlaan

't Wazige blauw door 't bruin,

Nu wordt het park, dat zo klaaglijk ruist,

Een wondere tovertuin.

Het zonnetje schuilt, en al vroeger verwacht

Wordt de duistere, fluist'rende nacht

 

Herfstliedje

De vogels zijn heen en de velden zijn naakt,

De wei vol waterplassen;

De blaad'ren liggen in het slijk,

Die in de lente wassen.

 

Het lichte zaad der distels waait

In pluimkens langs de wegen;

De wind waait door de naakte boom,

De hemel dreigt met regen.

 

Herfstliedje

Een vriend'lijk, aardig vogelijn

Zong in de held're zonneschijn

Op zachte toon zijn afscheidslied:

„Vergeet de kleine vogel niet !

Vaarwel, vaarwel, vaarwel,

Vaarwel, de tijd vliedt snel,

Vaarwel, vaarwel."

 

Ik keek de vogel droevig aan,

En zei: „Ge moogt niet henen gaan,

Ge blijft toch waarlijk al te kort,

Ik zorg voor u als 't winter wordt;

Blijf hier, blijf hier, blijf hier,

Blijf hier mijn aardig dier,

Blijf hier, blijf hier !"

 

De vogel zong: „'t Wordt mij te koud,

Te dor in 't veld, te kaal in 't woud;

In 't voorjaar zien we-elkander weer,

Voor mij zorgt onze Lieve Heer.

Ik kom, ik kom, ik kom,

Ik kom heel gauw weerom,

Ik kom weerom!"

 

In de herfst

In de herfst zijn alle blaadjes

Van de bomen in de tuin

In de herfst zijn alle blaadjes

Van de bomen donkerbruin

 

In de winter zie je buiten

Als je lekker binnen zit

In de winter zie je buiten

Heel de wereld parelwit

 

In de lente wordt dan zachtjes

Zonder dat je iets moet doen

In de lente wordt dan zachtjes

Heel voorzichtig alles groen

 

In de zomer zie je zomaar

Vlinders hier en bijtjes daar

In de zomer zie je zomaar

Zeven kleuren door elkaar

 

Eekhoorn

 

Eekhoorn, eekhoorn

Met je lange staartje

Eekhoorn, eekhoorn

Spring maar met een vaartje

Tikke takke tonen

Roets in de bomen

 

Herfst wat heb je te koop

Herfst herfst wat heb je te koop?

honderd duizend bladeren op een hoop

Zakken vol met wind

Ja mijn kind

'k Weet niet of jij dat aardig vindt.

 

In de herfst

In de herfst ( klap klap) 2x

Dan laten de bomen de blaadjes los

Zoeken wij kastanjes in het bos

In de herfst ( klap klap) 2x

 

Hoor de bomen waaien

Hoor de wind een waaien ( woei woei woei)

Zie de bomen zwaaien,

ga niet zo tekeer,

Jij lastige meneer

Ik blijf lekker binnen.

Wat een lelijk weer.

 

 

Terug naar het overzicht